Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 9 februari 2018 tot 10 februari 2018

Johan Harstad, Åsne Seierstad, Marjolijn van Heemstra, Derek Otte, Jac. van Hattum, Simone Trieder, Bertolt Brecht, Boris Paste/nak, Carry-Ann Tjong-Ayong

De Noorse schrijver Johan Harstad werd geboren op 10 februari 1979 in Stavanger. Zie ook alle tags voor Johan Harstad op dit blog.

Uit:Buzz Aldrin, what happened to you in all the confusion? (Vertaald door Deborah Dawkin & Erik Skuggevik)

It is a Tuesday. There can be no doubt. I see it in the light, the traffic outside the windows will continue to stream all day, slowly, disinterestedly, people driving back and forth from habit, rather than necessity. Tuesday. The week’s most superfluous day. A day that almost nobody notices amongst all the other days. I read somewhere, I don’t remember where, that statistics showed there were 34% fewer appointments made on an average Tuesday than on any other day. On a worldwide basis. That’s how it is. On the other hand a considerably greater number of funerals are held on Tuesdays than during the rest of the week. They sort of bunch up, you never get on top of it.”
****

I had a friend.
And had this not been so, I would never have ended up with a large sum of money in my inside pocket, and been almost run over, I would never have rescued a person from the sea or been thrown out of various bars. I would not have come centimetres from jumping eleven hundred metres down from a mountain, I would never have tried building a boat, and last, but not least, I might never have disappeared.
But I had a friend.
Jørn.
Jørn played in a band.
And I’d said yes. It was some weeks ago now. He’d asked me one evening, as we sat in his flat in Storhaug. Jørn and Roar were going over with his band, Perkleiva, at the end of July, together with another Norwegian band, The Kulta Beats from Trondheim, they were going to play at some festival over there, on the Faeroe Isles, a gig they’d been offered through the Stavanger Council, so far as I understood. Stavanger and Tórshavn were twinned towns, and Stavanger wanted to do its bit for the Faeroese National Day, Olsok. Some Danish band, whose name I never remember, were invited too, as well as all the Faeroese artists. That was what I’d been told. More or less. And that I was going with them in the guise of being their soundman. Although it was probably just Jørn’s way of trying to drag me along, drag me out, show me that it could be good doing concerts, playing in a band, he’d never totally abandoned the idea of us two playing together, of me singing. He really wanted me to sing. But I’d kept my mouth shut. Officially, for the organisers, the reason for my coming was Claus. Claus was Perkleiva’s producer, but he and his girlfriend were expecting a baby, it could arrive any minute, so he’d cancelled, understandably, more preoccupied with ultrasound than the sound of guitars. And I was, well yes, I needed a holiday, and sure, I’d always enjoyed travelling, and no, I had no other plans.”

 

 2119178-6a730b66ecad5d59b18d1dfe212daa2e.jpg
Johan Harstad (Stavanger, 10 februari 1979)
Cover Noorse uitgave

 

 

De Noorse schrijfster en journaliste Åsne Seierstad werd geboren in Oslo op 10 februari 1970. Zie ook alle tags voor Åsne Seierstad op dit blog.

Uit:One of Us: The Story of Anders Breivik and the Massacre in Norway

„His mother talked about things people had told her, rumours she had heard. He talked about the world with which he was obsessed. The book he was writing. Norway, Europe, Islam, the world. His mother did not really like him when he was talking about his book, he was so intense. She eventually started avoiding all subjects that might turn the conversation to politics.
But Anders just plowed on; after all, he only had his mother to talk to. Wenche sometimes thought: This is nonsense, this is madness and it’s got to stop. Things used to be so nice, now he just went on about his book. He suddenly started calling her a feminist with Marxist tendencies, her of all people, who had always voted for the Progress Party (a right-wing party opposed to immigration).
Talking to his mother, he left out the violence. The great thing was that he didn’t have to worry about her snooping about on his computer. She would not even know how to open his files. His sister, on the other hand, would have realized that something was going on if she had come to visit. But she did not come. Still, on the other side of the Atlantic she was worried and wrote in a letter to her mother, “Mum, that’s not normal! He’s 30 years old but all he does is sit in his room!”

 2119178-64cbccae0a6bbeed921f6945e1757e6b.jpg
Åsne Seierstad (Oslo, 10 februari 1970)

 

 

De Nederlandse dichteres, schrijfster en theatermaakster Marjolijn (barones) van Heemstra werd geboren in Amsterdam op 10 februari 1981. Zie ook alle tags voor Marjolijn van Heemstra op dit blog.

Uit: En we noemen hem

“D was opgelucht. De mogelijkheid van een meisje joeg hem angst aan. Veel te kwetsbaar. Ik vrees precies het tegenovergestelde. Jongens, las ik ooit, sterven vaker een roekeloze dood – auto’s, alcohol, oorlog, vuurwerk, vechtpartijen.
‘Stil hier,’ mompelt D. Hij steekt de sleutel in het contact en stemt de radio af op 10 Gold, zijn favoriete zender. Als hij de foto heeft gevonden volgt hij met een vinger de contouren van de vlekken en bromt tevreden mee met Elton John. Ik kijk naar mijn handen, naar de dikke gouden ring met de blauwe steen die mijn oma op mijn achttiende verjaardag met een plechtig gezicht om mijn middelvinger schoof, waarbij ze mij liet beloven mijn eerste zoon te vernoemen naar de familieheld van wie de ring afkomstig was. Ze sprak zijn naam uit alsof ze een geheim onthulde. Frans Julius Johan. Het was de eerste keer dat ik zijn echte naam hoorde, ik kende alleen de geuzentitel die de familie hem gaf: bommenneef. De verzetsheld die een jaar na de oorlog een dodelijke aanslag pleegde op een niet-veroordeelde nsb’er omdat hij niet kon leven met de gedachte dat er geen rechtvaardigheid bestond. Zijn laatste wens, zei mijn oma, was zijn ring aan de vinger van een naamgenoot. ‘Dit ding ligt hier al twaalf jaar in de kast. En we kunnen eeuwig wachten tot er in deze familie eindelijk een naamgenoot geboren wordt, maar ik kan hem ook gewoon aan jou geven en afspreken dat jij je eerste zoon vernoemt.’
‘We noemen hem Frans.’ Weer die vreemde, luide stem. ‘Frans Julius Johan.’
D kijkt vrolijk op van het mapje. ‘Horen we niet maandenlang te twijfelen over een naam, laat staan over drie voornamen?’
Ik schud mijn hoofd. Geen twijfel. ‘We noemen hem naar bommenneef. Deze tijd kan wel wat opoffering en moed gebruiken.’
D kijkt me verbaasd aan. ‘Meen je dit echt? Ik dacht dat die vernoeming, die hele bommenneef, meer een’ – hij zoekt naar woorden – ‘een goed verhaal was, voor feestjes en zo. Niet iets wat je echt wilde.’

 

 2119178-f7fe7f1a98420e0350b649874cd59881.jpg
Marjolijn van Heemstra (Amsterdam, 10 februari 1981)

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Derek Otte werd geboren in Rotterdam op 10 februari 1988. Zie ook alle tags voor Derek Otte op dit blog.

 

Toflof

tof toch
lof
voor bijna alles wat je doet
tof joh
lof
man wat doe je dat toch goed
tof zeg
lof
wat heb jij mij entertaint
tof hè
lof
ik ben iemand die het meent
heel tof
lof
om de aandacht draait het toch
tof, lof
heus
alleen status is bedrog

 

 2119178-0f931dc702639e592b0775e8c449b852.jpg
Derek Otte (Rotterdam, 10 februari 1988)

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Jacob (Jac.) van Hattum werd geboren in Wommels op 10 februari 1900. Zie ook alle tags voor Jac. Van Hattum op dit blog.

 

Adreswijziging

Nu zal ik U mijn nieuw adres opgeven;
mijn oud adres was: Proletariaat;
de naam der woonplaats: Waar Marjanne gaat;
ik dacht, ik zou daar wonen gans mijn leven.

Ik ben verhuisd en moet U dit belijden;
mijn nieuw adres is: ‘Barre Eenzaamheid’;
de naam der woonplaats: ‘Buiten deze tijd’.
- Ik weet niet hoe, maar ik kon niet verder strijden. -

Ik hoop niet, dat Gij mij hier komt bezoeken;
ik denk, dat schuld mij spoedig elders jaagt;
ik zocht de rust; de onrust, die mij plaagt,
en het verwijt grijnzen uit alle hoeken.

 

 

Mijn gedichten

Woorden tussen ons en woorden,
waar geen sylbe van verstomt;
strekkend tussen verste boorden,
en geen roep, die over komt.

En geen sein, dat wordt vernomen,
sindsdien Gij besloten zijt,
niet de oever na te komen,
in Uw starre zekerheid.

En geen krans, door mij gewonden,
dreef Uw verre zomen toe;
elke vogel, uitgezonden,
keerde tilwaarts, wond en moe.

De bedachte, teêre dingen
maakten nooit Uw hardheid mild,
en mijn onafwendbaar zingen
hebt Gij niet voor U gewild.

Door niets kon ik U verplichten
tot het meest bescheiden part,
dingende, in mijn gedichten,
naar de schaduw van Uw hart.

 

 2119178-af7a8ce46016e840765cabee6a9bfb43.jpg
Jac. van Hattum (10 februari 1900 – 19 augustus 1981)

 

 

De Duitse schrijfster Simone Trieder werd geboren op 10 februari 1959 in Quedlinburg. Zie ook alle tags voor Simone Trieder op dit blog.

Uit: Zelle Nr. 18 (Samen met Lars Skowronski)

„Das Kleeblattalbum war ihr kleiner Beitrag. Sie verbündete sich mit Feinden des Naziregimes, mit politischen Häftlingen. Ihre Mutter war im Untersuchungsgefängnis Moabit als Wärterin dienstverpflichtet, und sie erzählte oft von »ihren« Häftlingen. Helga war 16 Jahre alt, als sie erstmals in der Frauenabteilung durch den Türspion in die Zelle 18 schaute und die drei Polinnen sah: das Kleeblatt Sie schrieben sich seitdem, Helga und die drei Gefangenen. Deren Briefe heftete das Mädchen in einem Leitzordner ah Ganz obenauf lag ein Brief ... — Was heißt Brief? Es war ein Zettel, ein grauer schmaler Streifen großkariertes Papier. Die Gefangenen hatten keinen Briefblock und benei-deten Helga um das schöne Briefpapier, auf dem sie schrieb. Helga konnte den Text auswendig: »Lieber guter Sonnenschein, wir haben alles verstan-den. Unsere Dankbarkeit Rk alles, was Sie Rk uns getan haben, können wir gar nicht aussprechen. Wir haben auch oft zwischen uns gesagt, wie es schrecklich für uns wäre, falls Sie durch uns reinfielen. Das könnten wir uns nie verzeihen.« Das war gut, sie verwendeten keine Namen. Sonnenschein war ein schöner Deckname frs die kleine, mollige, freundliche Mama. Helga über-legte, wie sie sich selbst nennen konnte. Während englische Bomben auf Berlin niederIcrachten, schrieb Helga: »Das ist ein schöner Name für meine Mutter. Sonnenschein. Sie ist wirklich ein Sonnenschein. Seid vorsichtig. Wenn sie auffliegt, wandert sie selber in eine Zelle. Und wer bringt euch dann Erbsensuppe,Äpfelchen oder meine Briefe? Ab heute bin ich für euch: Euer Teddy oder Teddybär!« Helga wusste, dass dieser Brief aus Sicherheitsgründen in der Gefängnistoilette verschwinden würde. Das Kleeblatt hatte ihr das Ritual des Briefelesens in der Zelle 18 beschrieben: Eine las ihn laut vor, dann noch einmal jede für sich, schließlich wurde der Brief schweren Herzens zerrissen und in der Toilette hinuntergespült Gut, dass Helga die Briefe der drei aufheben konnte. Sie sollten sie zurückbekommen, wenn das hier alles vorbei war und sie überleben würden. Sie mussten überleben. Jede würde dann ihre eigenen Briefe aus dem Kleeblattalbum bekommen: Krystyna und Maria und Lena. Während Helga im Luftschutzkeller in der Kreuzberger Naunynstraße den Brief schrieb, hatte ihre Mutter Dienst in Moabit, eine Dreiviertelstunde Fußweg entfernt.“

 

 2119178-b6f6ef1d20325b87f3c6bb55196a692b.jpg
Simone Trieder (Quedlinburg, 10 februari 1959)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Bertolt Brecht werd op 10 februari 1898 in de Zuid-Duitse stad Augsburg geboren. Zie ook alle tags voor Bertolt Brecht op dit blog.

 

Das Lied von der Suppe

Wenn du keine Suppe hast
Willst du dich da wehren?
Da musst du den ganzen Staat
Von unten nach oben umkehren
Bis du deine Suppe hast.
Dann bist du dein eigener Gast.

Wenn für dich keine Arbeit zu finden ist
Da musst du dich doch wehren!
Da musst du den ganzen Staat
Von unten nach oben umkehren
Bis du dein eigener Arbeitgeber bist.
Worauf für dich die Arbeit vorhanden ist.

Wenn man über eure Schwäche lacht
Dürft ihr keine Zeit verlieren
Da müsst ihr euch kümmern drum
Dass alle, die schwach sind marschieren
Dann seid ihr eine große Macht.
Worauf keiner mehr lacht.

 

Sonett der Emigration

Verjagt aus meinem Land muss ich nun sehn
Wie ich zu einem neuen Laden komme, einer Schenke
Wo ich verkaufen kann das, was ich denke
Die alten Wege muss ich wieder gehen.
Die glatt geschliffenen durch den Tritt der Hoffnungslosen!
Schon gehend, weiß ich noch nicht: zu wem?
Wohin ich komme, hör ich: Spell your name!
Ach, dieser "name" gehörte zu den großen!
Ich muss noch froh sein, wenn sie ihn nicht kennen
Wie einer, hinter dem ein Steckbrief läuft
Sie würden kaum auf meine Dienste brennen.
Ich hatt zu tun mit solchen schon wie ihnen
Wohl möglich, dass sich der Verdacht da häuft
Ich möcht auch sie nicht allzu gut bedienen.

 

Ich, der ich nichts mehr liebe

Ich, der ich nichts mehr liebe
Als die Unzufriedenheit mit dem Änderbaren
Hasse auch nichts mehr als
Die tiefe Unzufriedenheit mit dem Unveränderlichen.

 

 2119178-3340c13c75aa3ac1a16d2a3afba11d60.jpg
Bertolt Brecht (10 februari 1898 – 14 augustus 1956)

 

 

De Russische dichter en schrijver Boris Leonidovich Pasternak werd geboren in Moskou op 10 februari 1890. Zie ook alle tags voor Boris Pasternak op dit blog.

Uit: Doctor Zhivago (Vertaald door Max Hayward and Manya Harari)

“Not one of the books that were later to make Nikolai Nikolaevich famous had yet been written.  But his thoughts were already defined.  He did not know how near his hour was. 
Soon he was to appear among the representatives of the literature of that time, university professors and philosophers of the revolution – this man who had thought over all their themes and who, apart from terminology, had nothing in common with them.  The whole crowd of them held to some sort of dogma and contented themselves with words and appearances, but Father Nikolai was a priest who had gone through Tolstoyism and revolution5 and kept going further all the time.  He thirsted for a wingedly material thought, which would trace a distinct, unhypocritical path in its movement and would change something in the world for the better, and which would be noticeable even to a child or an ignoramus, like a flash of lightning or a roll of thunder.  He thirsted for the new.
Yura felt good with his uncle.  He resembled his mother.  He was a free spirit, as she had been, with no prejudice against anything inhabitual.  Like her, he had an aristocratic feeling of equality with all that lived.  He understood everything at first glance, just as she had, and was able to express his thoughts in the form in which they came to him at the first moment, while they were alive and had not lost their meaning.
Yura was glad that his uncle was taking him to Duplyanka.  It was very beautiful there, and the picturesqueness of the place also reminded him of his mother, who had loved nature and had often taken him on walks with her.  Besides that, Yura was pleased that he would again meet Nika Dudorov, a high-school boy who lived at Voskoboinikov's and probably despised him for being two years younger, and who, when greeting him, pulled his hand down hard and bowed his head so low that the hair fell over his forehead, covering half his face.”

 

 2119178-5cd5cd3e9fc1fa3102819c865b5bb79c.jpg
Boris Pasternak (10 februari 1890 - 30 mei 1960) 
Omar Sharif alsDoctor Zhivagoin de gelijknamige film uit 1965

 

 

De Surinaamse dichteres Carry-Ann Tjong-Ayong werd op 10 februari 1941 in Paramaribo, Suriname geboren Zie ook alle tags voor Carry-Ann Tjong-Ayong op dit blog.

Uit: Carolina’s, illusies en verwantschap

“Toen ik oom Henny in zijn lachende ogen keek, zag ik een glimp van oom Johan, oom Robert en mijn vader. De verdwijnende generatie, behalve in onze harten. Want daar leven zij nog steeds.
Wij gingen door de Wicherstraat, waar wij vijf percelen verder een appartementje huren en zagen oom Henny door zijn tuin schuifelen. Niet meer zo flink ter been als vroeger, maar onmiskenbaar een Ferrier in zijn houding. Kennelijk stond hij ons op te wachten, want hij riep de hond bij zich en deed het hek van het slot.
Een stevige brasa…..Ik omhelsde hiermee mijn vader en zijn dierbare vrienden.
“Oom Henny, wat ben ik blij je te zien…!”
Wij waren allebei ontroerd. Wij dachten aan zijn oudste broer Johan, die nauwelijks een maand geleden begraven was. Generaties komen en gaan.
De pijn van het heengaan van mijn ouders is nog voelbaar in al mijn poriën, en dan komt er alweer nieuwe pijn. En geen ds Rudy Polanen voor een troostende discussie….. Ik moet eindelijk volwassen worden.
Met enige acrobatiek ben ik over de waterkering bij het terras geklommen en zie oom Henny in zijn schommelstoel. En beginnen de verhalen.”

 2119178-0c11d3040f97a703caa50f6663cc54f8.jpg
Carry-Ann Tjong-Ayong (Paramaribo, 10 februari 1941)
 

 

Zie voor bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 10 februari 2007 en ook mijn blog van 10 februari 2008 en eveneens mijn blog van 10 februari 2009.

Zie voor nog meer schrijvers van de 10e februari mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 12:46 Reageer op dit bericht

Giuseppe Ungaretti, Fleur Adcock, Joseph Kessel, Charles Lamb, Margarete Hannsmann, Eugène Rellum, Daniel Triller, Thomas Platter de oudere

De Italiaanse dichter en schrijver Giuseppe Ungaretti werd geboren op 10 februari 1888 in Alexandrië, Egypte. Zie ook alle tags voor Giuseppee Ungaretti op dit blog.

 

Pleasure
Versa, February 18, 1917

I feel the fever
of this
burst of light

I pluck this
day like
a fruit that ripens

Tonight
my regret
will be like
a howl
lost
in the desert

 

 

Oh night

The trees unshrouded
By the embrace of dawn's elan.

Painful wakings.
Leaves, sister leaves,
I hear your plaint.

Autumns,
Dying pleasures.

0 youth,
Barely gone's the hour of parting.

Youth's soaring heights,
Unfettered rush.

And I'm already barren.

Lost in this enfolding melancholy.

But night dispels all distances.

Oceans of silence,
Celestial nests of illusions,

0 night.

 

Vertaald door Diego Bastianutti

 

 2119173-6710f2cf5862d4de4b6d0dfaa3159592.jpg
Giuseppe Ungaretti (10 februari 1888 – 2 juni 1970)
Tijdens WO I

 

 

De Nieuwzeelandse dichteres Fleur Adcock werd geboren op 10 februari 1934 in Papakura, Auckland. Zie ook alle tags voor Fleur Adcock op dit blog.

 

Blow Flies

If you liked them, how your heart might have lifted
to see their neat trapezium shapes studding
the wall like a newly landed flight of jet
ornaments, the intensity of their black
gloss, with secret blues and greens half-glinting through,
and the glass wings, not so unlike those of bees -

if you could bring yourself; if they occupied
a niche in creation nudged fractionally
sideways -
because it's not their present forms, it's
their larval incarnations that you can't stop
heaving into view, white nests moistly seething
in a dead pigeon or a newspaper-wrapped
package leaking beside a path (but enough -
the others will kindly absent themselves, please!)

And wondering what, where - under the floorboards
or behind the freezer - suddenly hatched these.

 

 

Bat Soup

But it's diluted with sky, not water,
the aerial plankton on which they sup.
Our solitary pipistrelle flickers
over her chosen suburban quarter,
echo-locating, to siphon it up.
It nourishes birds as well as bats -
high-flyers that feed on the wing,
swifts, house-martins - this floating gruel
of hymenoptera, midges and gnats,
thunderbugs, beetles, aphids, flies,
moths, mosquitoes, and flying dots
almost too small to be worth naming.
Some of it swirls at a lower level -
a broth of midges over a pool
at dusk or a simultaneous hatch
of mayflies boiling up from Lough Neagh:
swallow-fodder, and also a splotch
to plaster on any passing windscreen,
though even at speed there's never so much
as of yore; bad news for the food-chain,
but somehow ‘où sont les neiges d'antan'
sounds too noble a note of dole
for a sullying mash of blood and chitin.
(And we can't hear what the bats are screaming.)

 

 2119173-6f8882661db1991352937d099a493969.jpg
Fleur Adcock (Papakura, 10 februari 1934)

 

 

De Franse schrijver, journalist en avonturier Joseph Kessel werd geboren op 10 februari 1898 in Clara, Entre Rios, Argentinië. Zie ook alle tags voor Joseph Kessel op dit blog.

Uit: Le lion

« Ce ne fut pas le son de sa voix qui me fit tressaillir, mais le fait qu'elle me rendait à la conscience, à la présence de ma propre personne. Il y avait eu auparavant une minute, ou une seconde, ou même une fraction de seconde - que sais-je et qu'importe -, durant laquelle j'avais cessé d'exister dans les misérables limites humaines et perdu, confondu dans l'univers sans fin, j'étais devenu cet univers et cet univers était moi-même.
(…)

Et puis il vit l'homme sous le fauve. Et, bien que cet homme fût un Noir, c'est à dire une peau abjecte sur une chair sans valeur et que ce Noir eût lu-même voulu et poursuivi sa perte, Bullit fut saisi, et au fond de sa moelle par la solidarité instinctive, originelle, imprescriptible, venue du fond des temps. Dans L'affrontement de la bête et de l'homme, c'est pour l'homme qu'il avait à prendre parti.
Et Bullit se rappela dans le même instant, et sans même le savoir, le contrat qu'il avait passé avec la loi et avec lui-même lorsqu'il avait accepté d'être le maître et le gardien de cette brousse consacrée. Il devait protéger les animaux en toutes circonstances, excepté celle où un animal menaçait la vie d'un homme. Alors, il n'y avait plus de choix. Il l'avait dit lui-même : à la bête la plus noble, son devoir était de préférer l'homme le plus vil.
Et enfin, et surtout, s'éleva chez Bullit l'appel primordial, refoulé, étouffé, et d'autant plus exigeant et avide : le désir du sang. Il y avait eu pendant des années interdiction majeure. Mais, aujourd'hui, il avait le pouvoir, il avait le devoir de lever le tabou. Bull Bullit pouvait et devait, ne fût-ce qu'un instant, renaître à l'existence et connaître de nouveau, ne fût-ce qu'une foie, la jouissance de tuer."

 

 2119173-b256743c518ced50bcc432658db5c3bc.jpg
Joseph Kessel (10 februari 1898 – 23 juli 1979)

 

 

De Engelse dichter, schrijver en essayist Charles Lamb werd geboren in Londen op 10 februari 1775. Zie ook alle tags voor Charles Lamb op dit blog.

 

Blindness

In a stage-coach, where late I chanced to be,
A little quiet girl my notice caught;
I saw she looked at nothing by the way,
Her mind seemed busy on some childish thought.

I with an old man's courtesy addressed
The child, and called her pretty dark-eyed maid,
And bid her turn those pretty eyes and see
The wide extended prospect. 'Sir,' she said,

'I cannot see the prospect, I am blind.'
Never did tongue of child utter a sound
So mournful, as her words fell on my ear.
Her mother then related how she found

Her child was sightless. On a fine bright day
She saw her lay her needlework aside,
And, as on such occasions mothers will,
For leaving off her work began to chide.

'I'll do it when 'tis daylight, if you please,
I cannot work, mamma, now it is night.'
The sun shone bright upon her when she spoke,
And yet her eyes received no ray of light.

 

 2119173-855728d3e07c288296916a38d1e26c1a.JPG
Charles Lamb (10 februari 1775 - 27 december 1834)
Charles Lamb, gebeeldhouwd door George Frampton, Community House, Edmonton

 

 

De Duitse dichteres en schrijfster Margarete Hannsmann werd geboren op 10 februari 1921 in Heidenheim. Zie ook alle tags voor Margarete Hannsmann op dit blog.

 

Orchomenos

Auf den Stufen des bald wieder
zugewachsenen Theaters
in der Mittagssonne
das Stück heißt Natur
Schauspieler
die Tiere
Schildkröte spricht den Prolog

Unten beim Brunnen
abseits ein paar Häuser
Grundriß des Tempels
für welche Göttin?

Säulenblasen
ein Altarstein
überzogen von jenem atemstockenden
Blau mit dem sie sonst Türen anstreichen

Oder vielleicht haben die dort wohnten
Stoffe auf dem Marmor gefärbt
auch ihr Haus beginnt wieder einzufallen
fort
sagt ein Mann
hier nix Arbeit nix Geld
und läßt sein Maultier trinken

 

 2119173-02746f9e29549eaf3027eabe92833126.jpg
Margarete Hannsmann (10 februari 1921 – 29 maart 2007)

 

 

De Surinaamse dichter Eugène Rellum werd geboren in Paramaribo op 10 februari 1896. Zie ook alle tags voor Eugène Rellum op dit blog.

 

Winti-dans

De laku-drum
huilt zijn genot uit
diep in het bos,
als die nacht gekomen is,
bom ka bom bom.

Wat ogen niet zien
dat ruikt de ziel;
de priester roept
de herten op,
bom ka bom bom.

Sta op,
sta op en dans:
scherpe houwers,
awarapalmen,
vuur, vuur ...
bom ka bom bom.

Als je niet sterk bent
vlucht dan maar weg:

Vrouwen en mannen
verrichten hun riten,
zie ze bezeten zijn,
onvermoeibaar;
bom ka bom bom.

Kwade krachten gaan samen,
doden slaan de apinti
met levende handen ...

Priesters,
aanbidders,
wat weten zij,
wat weten wij,
van de goddelijke wind?

 

Vertaald door Kees van Doorne

 

 2119173-5187093044476ec5ea9f7e4158c20e93.gif
Eugène Rellum (10 februari 1896 - 29 juli 1989)
Hier rechts

 

 

De Duitse dichter, schrijver en medicus Daniel Wilhelm Triller werd geboren op 10 februari 1695 in Erfurt. Zie ook alle tags voor Daniel Triller op dit blog.

 

Der Mond und die Sonne

Der Mond sprach einstens zu der Sonne:
„Es dünket mich, dein heißer Schein
Recht wunderlich und fremd zu sein:
Strahlst du auf Wachs, gleich ist’s zerronnen,
Und strahlst du auf den weichen Ton,
So wird er spröd und hart davon;
Die graue Leinwand kannst du bleichen,
Das man sie weiß und blendend schaut,
Hingegen eine weiße Haut
Mit braunen Farben überstreichen;
Noch mehr, du wässerst Mensch und Vieh,
Wenn sie gehäufte Tropfen schwitzen,
Und leckst mit gleicher leichter Müh’
Das Wasser doch aus Bach und Pfützen.
Deswegen nun ersuch ich dich,
Das du, wo möglich, kurz erklärest,
Warum du so veränderlich
In deinen Wirkungen verfährest.“

„Wahr ist es“ , fiel ihr Wort dagegen,
„Es ist also, wie du gesagt,
Doch werd ich unrecht angeklagt,
Die Schuld ist nicht an mir gelegen.
Das meine Wirkung mancherlei,
Liegt vielmehr selber an den Dingen,
In welche meine Strahlen dringen,
Als das ich davon Ursach’ sei;
So, wie ich sie bequem befinde,
Danach riecht ich die Wirkung ein;
Drum muß weich hart und hart gelinde,
Grau weiß und weiß oft schwarzbraun sein.“

Es liegt im menschlichen Gemüte,
Wenn Gottes gleichgesinnte Güte
Nicht immer gleiche Wirkung tut;
Die Absicht zwar ist allzeit gut,
Doch wenn sich ein Erfolg erzeiget,
Den man oft nicht begreifen kann,
Ist unser Herz bloß schuld daran,
Nachdem es bös und gut geneiget.

 

 2119173-ad78230dd7fdd60085ed1003af1a739e.jpg
Daniel Triller (10 februari 1695 – 22 mei 1782)

 

 

De Zwitserse humanistische schrijver en geleerde Thomas Platter de oudere werd geboren op 10 februari 1499 in Grächen in het kanton Wallis. Zie ook alle tags voor Thomas Platter de oudere op dit blog.

Uit: Lebensbeschreibung

„Ich wolt das ouch tůn, und wie ich bein nit glich von einandren datt, warff mich der schnee umb, das ich mit dem kopff uff dem ruggen den berg ab fůr; wer kein wunder gsin, ich wer mit dem kopff an ein boum ztodt gfaren; den do waren kein felsen. Das beschach mier zum dritten mall, das ich mit dem kopff voranhi uff dem ruggen den rein nider schoß und mier der schnee huffechtig uff das antlit fiell; vermeint immerdar, ich wetz alls woll künnen als mine brieder; aber sy hattend der bergen baß gewont den ich.
So fůren wier mit einandren darvon, und bliben sy zwen im Entelbůch, ich aber gieng gan Zürich. Do waß ich zherberg by des wytverriempten, frommen und gelerten herren Růdolphi Gualtheri můtter (der ietz Zürich zů S. Peter pfarherr ist; do lag er in der wiegen, das ich in offt gewaget han) und gieng zum frowen minster in die schůll. Do was ein schůlmeister, der hieß meister Wolffgang Knöwell von Barr by Zug, was magister Parrisiensis, den man zů Paryß genempt hatt Gran Diabell. Er was ein grosser redlich man, hatt aber der schůll nit vill acht, lůgt mer, wo die hüpschen meitlin waren, vor denen er sich kum erweren mocht etc. Ich hette gären gestudiert, dan ich kond verstan, das zyt war.“

 

 2119173-26aac7975a994a9cb0dddc6cf19a147b.jpg
Thomas Platter (10 februari 1499 – 26 januari 1582)
Cover

 

 

Zie voor bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 10 februari 2007 en ook mijn blog van 10 februari 2008 en eveneens mijn blog van 10 februari 2009.

Geschreven door Romenu om 12:44 Reageer op dit bericht

John Coetzee, Thomas Bernhard, Kees Verheul, Brendan Behan, Geerten Gossaert, Herman Pieter de Boer, Alice Walker, Jacques Schreurs, Amy Lowell, Maurits Sabbe

De Zuidafrikaanse schrijver John Maxwell Coetzee werd geboren op 9 februari 1940 in Kaapstad. Zie ook alle tags voor John Coetzee op dit blog.

Uit: The Schooldays of Jesus

“He was expecting Estrella to be bigger. On the map it shows up as a dot of the same size as Novilla. But whereas Novilla was a city, Estrella is no more than a sprawling provincial town set in a countryside of hills and fields and orchards, with a sluggish river meandering through it. Will a new life be possible in Estrella? In Novilla he had been able to rely on the Office of Relocations to arrange accommoda-tion. Will lie and Ines and the boy be able to find a home here? The Office of Relocations is beneficent, it is the very embodiment of beneficence of an impersonal variety; but will its beneficence extend to fugitives from the law? Juan, the hitchhiker who joined them on the road to Estrella, has suggested that they find work on one of the farms. Farmers always need farmhands, he says.The larger farms even have dor-mitories for seasonal workers. If it isn't orange season it is apple season; if it isn't apple season it is grape season. Estrella and its surrounds are a veritable cornucopia. He can direct them, if they wish, to a farm where friends of his once worked. He exchanges looks with Ines. Should they follow Juan's advice? Money is not a consideration, he has plenty of money in his pocket, they could easily stay at a hotel. But if the authorities from Novilla are really pursuing them, then perhaps they would be better off among the nameless transients. 'Yes,' says Ines:Let us go to this farm.We have been cooped up in the car long enough. Bolivar needs a run: 'I feel the same way,' says he, SimOn.'However, a farm is not a holiday camp. Are you ready, Ines, to spend all day picking fruit under a hot sun?' 'I will do my share, says Ines:Neither less nor more.' 'Can I pick fruit too?' asks the boy 'Unfortunately no, not you, says Juan.'That would be against the law.That would be child labour: 'I don't mind being child labour, says the boy. 'I am sure the farmer will let you pick fruit, says he, Simon. 'But not too much. Not enough to turn it into labour: They drive through Estrella, following the main street. Juan points out the marketplace, the administrative buildings, the mod-est museum and art gallery. They cross a bridge, leave the town behind, and follow the course of the river until they come in sight of an imposing house on the hillside. 'That is the farm I had in mind, says uan.`That is where my friends found work.The refugio is at the back. It looks dreary, but it's actually quite comfortable. The trfitgio is made up of two long galvanized-iron sheds linked by a covered passage; to one side is an ablution block. He parks the car. No one emerges to greet them save a grizzled, stiff-legged / dog who, from the limit of his chain, growls at them, baring yel-lowed fangs.”

 

 2119020-38f5a6b171ffb2e3b1d0ad5693313ab5.jpg
John Coetzee (Kaapstad, 9 februari 1940)
Cover

 

 

De Oostenrijkse schrijver Thomas Bernhard werd geboren op 9 februari 1931 in Heerlen. Zie alle tags voor Thomas Bernhard op dit blog.

Uit: Alte Meister

„Da Reger (im Wintermantel) auf den zwischen seine Knie geklemmten Stock gestützt, wie mir schien, vollkommen auf den Anblick des Weißbärtigen Mannes konzentriert gewesen war, hatte ich keinerlei Angst zu haben, in meiner Betrachtung Regers, von diesem entdeckt zu werden. Der Saaldiener Irrsigler (Jenö!), mit welchem Reger schon eine über dreißigjährige Bekanntschaft verbindet und mit welchem ich selbst (auch schon über zwanzig Jahre lang) immer einen guten Kontakt gehabt habe bis heute, war durch ein Handzeichen meinerseits darauf aufmerksam gemacht gewesen, daß ich einmal ungestört Reger beobachten wollte, und jedesmal, wenn Irrsigler auftauchte, mit der Regelmäßigkeit eines Uhrwerks, tat er so, als wäre ich gar nicht da, wie er auch so tat, als wäre Reger gar nicht da, während er, Irrsigler, seinen Auftrag erfüllend, die Galeriebesucher, die ja, unverständlich an diesem kostenlosen Samstag, nicht zahlreich gewesen waren, in seinen gewohnten, für jeden, der ihn nicht kannte, unangenehmen Augenschein nahm. Irrsigler hat den lästigen Blick, den Aufseher in den Museen anwenden, um die ja,wie man weiß, mit allen Ungezogenheiten ausgestatteten Museumsbesucher einzuschüchtern; seine Art, unvermittelt und völlig lautlos um die Ecke gleich welchen Saales einzutreten, um Nachschau zu halten, ist tatsächlich widerwärtig für jeden, der ihn nicht kennt; in seiner grauen, schlecht geschneiderten, aber doch für die Ewigkeit bestimmten Uniform, die, von großen schwarzen Knöpfen zusammengehalten, an seinem mageren Körper herunterhängt wie von einem Kleiderständer, und mit seiner aus eben demselben grauen Stoff geschneiderten Schildkappe auf dem Kopf, erinnert er an die Aufseher in unseren Strafanstalten mehr, als an einen vom Staat eingestellten Hüter von Kunstwerken.“

 

 2119020-89bb146305a1913734d8566c8ca17f2e.jpg
Thomas Bernhard (9 februari 1931 — 12 februari 1989)

 

 

De Nederlandse schrijver, vertaler, slavist en essayist Kees Verheul werd geboren in Hengelo op 9 februari 1940. Zie ook alle tags voor Kees Verheul op dit blog.

Uit: Lekdar

“Het was een Armeense jongen van voor in de twintig die op een andere verdieping woonde. Hij was heel donker, betrekkelijk klein, maar fors en in tegenstelling tot mijn buurman, die een kaarsrechte militaire houding had, liep hij altijd een beetje gebogen. Zijn brede gezicht drukte slaap en genoeglijkheid uit: half-geloken langwerpige ogen en vlezige lippen die aan de hoeken omkrulden alsof hij iets zoets in zijn mond had. Als ze samen mijn kamer binnenstapten liep mijn buurman voorop en Lekdar knipogend op een halve meter achter hem. Bij de ‘debatten’ zweeg hij en keek hij alleen nieuwsgierig naar onze gezichten, vooral naar het mijne, en toch maakte het voor mij een enorm verschil of hij erbij was of niet. Ik wist dat hij op het kritieke moment tussen beide zou komen met een grapje of een vergoelijkende uitleg van mijn woorden. (Waarom nam hij het in zulke gevallen voor míj op? Zijn ‘verklaringen’ raakten meestal kant noch wal, maar ze braken tenminste de spanning.) Kennelijk had hij een even grote hekel aan narigheid als ik zelf. Het meest was hij in zijn element als hij kon lachen - ook dat was een punt van overeenkomst. Op zijn grapjes ging ik gretig in en dat hij in zijn humor, zoals in alles, iets traags had maakte de omgang met hem alleen maar makkelijker. Hij vond het heerlijk om leuke dingen steeds op te halen en als ik van een grap die we samen bedacht hadden een variatie verzon, schudde zijn lichaam van de pret, ging zijn mond wijd open en sloten zijn ogen zich tot spleetjes. Hij werd mijn eerste vriend in Moskou.
Wat ons verbond was behalve een instinktieve sympathie vooral een gedeeld gevoel van eenzaamheid temidden van de stuurse en onbegrijpelijke Russen (grapjes over de buitenwereld hoorden tot het fundament van onze vriendschap). Lekdar sprak zijn Russisch met een sterk buitenlands accent, veel slechter dan ik het andere niet-Russische studenten uit de Sovjet-Unie ooit heb horen doen. Het was een taal die hij dagelijks moest gebruiken, maar die hem met merkbare moeite over de lippen kwam. Als hij 's avonds moe en slaperig werd - dat begon al vroeg - verviel hij tot een ongrammatikaal gebrabbel en tenslotte gaf hij geeuwend zijn strijd met het Russisch op. Na zijn studie wilde hij zo snel mogelijk naar Armenië teruggaan. In Moskou was hij niet meer dan een vreemdeling. Waarschijnlijk voelde hij in mij een lotgenoot: ik was nog maar pas in Moskou aangeland.”

 

 2119020-bceadc0cf361fc12ba0b57047705feff.jpg
Kees Verheul (Hengelo, 9 februari 1940)

 

 

De Ierse dichter en schrijver Brendan Behan werd geboren op 9 februari 1923 in Dublin. Zie ook alle tags voor Brendan Behan op dit blog.

Uit: The Hostage

« OFFICER. Silence!
PAT. Sir!
OFFICER. i was sent here to do certain business. I would like to conclude that business.
PAT. Let us proceed, shall we, sir? When may we expect the prisoner?
OFFICER. Today.
PAT. What time?
OFFICER. Between nine and twelve.
PAT. Where is he now?
OFFICER. We haven’t got him yet.
PAT. You haven’t got a prisoner? Are you going down to Woolworths to buy one then?
OFFICER. I have no business telling you any more than has already been communicated to you.
PAT. Sure, I know that.
OFFICER. The arrangements are made for his reception. I will be here.
PAT. Well, the usual terms, rent in advance, please.
OFFICER. Is it looking for money you are?
PAT. What else? We’re not a charity. Rent in advance.
OFFICER. I might have known what to expect. I know your reputation.
PAT. How did you hear of our little convent?
OFFICER. I do social work for the St. Vincent de Paul Society.
PAT. I always thought they were all ex-policement. In the old days we wouldn’t go near them.”

 

 2119020-27f551d6580226f9833679f9e8ca27bc.jpg
Brendan Behan (9 februari 1923 – 20 maart 1964)
Scene uit een opvoering in Seattle, 2015

 

 

De Nederlandse dichter, essayist, historicus en politicus Geerten Gossaert (eig. Frederik Carel Gerretson) werd geboren in Kralingen op 9 februari 1884. Zie ook alle tags voor Geerten Gossaert op dit blog.

 

Sicut filius

Wel vaak heb ik gezongen,
Voor menig droevig hart,
De melodieuze wijzen
Van 't stille lied van smart:
Maar nu ik heb ontvangen
't Begeren mijner jeugd,
Wil ik nog eenmaal zingen
Het hoge lied van vreugd!

Vroeg uit mijns vaders woning
Dreef mij verlangen uit
De woningen te vinden
Van harts beloofde bruid:
Om liefdes woon te vinden
Wou 't trotse hart voortaan
Wel eigen wegen volgen,
Op eigen paden gaan...

Naar welke woestenijen
Versteeg het dolend pad?
Mijn voeten werden 't stijgen
Mijn ogen 't staren mat.
Toen riep uit zijn ellende
Harts ongestilde nood
Om d' uiterste vertroosting
Van de verlangde dood!

Maar door het dichte lover
Riepen, bij avondval,
Verre verlichte venstren
Terug naar 't veilig dal:
En naderbij gekomen
Herkende ik bos en beemd,
En stond weer, arme zwerver,
Voor 't vaderhuis... vervreemd?

Schuw blikte ik door de ramen;
Daar stond, als tallentijd,
Voor de genoden velen,
Het bruiloftsmaal bereid...
Maar éne plaats was ledig...
Toen heb ik blij verstaan,
Dat ik, in liefdes woning,
Als zóon mocht binnengaan!

 

 2119020-af608d09e95a19284f99bd031704904c.jpg
Geerten Gossaert (9 februari 1884 - 27 oktober 1958)
Ets door Jos. Seckel, 1905

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Herman Pieter de Boer werd geboren op 9 februari 1928 in Rotterdam. Zie ook alle tags voor Herman Pieter de Boer op dit blog. 

Uit:Nederlands gebarenboekje

“Bolleefd!
Met de wijsvinger aan een denkbeeldige petklep tikken, daarna de vinger er vanaf laten zwaaien, een beetje omhoog. Soms zegt men erbij: ‘Bolleefd!’ of ‘Balleefd!’, verbasterde afkortingen voor ‘Ik dank u beleefd.’
Het geheel is bedoeld als gebaar van dank voor bijvoorbeeld een consumptie, een kleine handlanging, een compliment. Het gebaar heeft een duidelijk volkse oorsprong, (‘pak aan, beste man,’ zei de baron. De stalknecht ving het geldstuk op en tikte beleefd aan zijn pet). Maar wordt grapsgewijs door vele rangen en standen gebruikt. Het kan ook met twee vingers of zelfs met de hele hand. Door keelpijn stemloos? Zó danken voor kopje thee.


Borreltje
Zo kunt u een borreltje bestellen in een café waar het bedienend personeel u kent, en wéét of u jonge dan wel oude klare gebruikt of zelfs een ‘jonge angst’ (jonge jenever met angostura-elixer). Met dit gebaar komt het óók goed wanneer u in onbekende horecaomgeving bent, maar al een ‘binnenkomertje’ op hebt; men snapt dan dat u wéér oudje of wéér jonkie wilt. Als de relatie tussen klant en kroeg zich verdiept heeft, misschien omdat u een eeuwenoude stamgast bent, kunt u volstaan met het optrekken van uw wenkbrauwen, terwijl u de kellner(in) aanziet, plus een vingerwenk naar uw glaasje. Nog een subtiele mogelijkheid is: blik naar kellner(in), blik doen dalen naar glaasje, blik weer naar voornoemde.
Bestelgebaren worden ook begrepen door kastelein, herbergier, bartender, steward en stewardess, en in de privé-sfeer door dienstmakker, boezemvriendin; vul zelf aan.”

 

 2119020-7fd8a14beafa7bf55888e314a7ed342a.png
Herman Pieter de Boer (9 februari 1928 – 1 januari 2014)
Illustratie bij “Borreltje” 

 

 

De Amerikaanse schrijfster en feministe Alice Malsenior Walker werd geboren op 9 februari 1944 in Eatonton, Georgia Zie ook alle tags voor Alice Walker op dit blog.

Uit: We are the Ones We Have Been Waiting For

“I have been cured of my dependence on a script, however. It happened in the following way: I was invited to visit South Korea by a Korean priestess who failed to inform me until we arrived in Seoul that I was expected to deliver nine lectures in two different cities in six days. They were each to be two hours long. This was of course humanly impossible, at least for this human. After explaining that I would never attempt to talk to any stranger for more than an hour, but that I would entertain questions from the audience after each talk, we set out on the most grueling tour of my life. In addition to the lectures, the Korean priestess and I had written a book together (about Women and God and Life) that became a bestseller in Seoul, and there were print and other media interviews practically non-stop. I returned from South Korea seriously depleted. But I gained important self-knowledge: when faced with thousands of people who spoke English, if at all, as a second language, I could talk for at least an hour, hopefully without repeating myself. I talked about everything under the sun, and as I talked, more of what is under the sun was revealed to me. Toward the end, talking in this way—and seeing by their faces and responses that I was getting through—seemed entirely miraculous. As miraculous as writing. I will give you an example: I did not think I could survive the last talk. Talk number nine. We'd flown into town at one o'clock, sans breakfast or lunch; the talk was at two. On the way into the building I'd seen lines of people patiently filing into the auditorium. I sat in a huge vacant room someone had led me to, regretting the intensely spicy food I had been eating for two weeks, which made me feel bloated and dim, and attempted to gather my thoughts; thanking all the Buddhas who ever lived for insisting on meditation. I had ten minutes. Even as I approached the lectern I had no idea what I would say. I was committed, however, to opening my mouth. After that ... it was up to a power greater than mine. I looked out into a sea of alert, curious, interested, and I think on some level surprised faces. Who was this little brown woman, her graying hair tinted the color of autumn straw, with nothing in her hands? And as I looked at them, all Koreans, all appearing healthy and well-off, and now living in a new city built after the old one had been bombed into bits, memory of one of my brothers came into my mind. I recalled a photograph he'd sent to us during the Korean War. He was falling out of a plane. He was falling out of the plane because he'd joined the Air Force after being expelled from high school in the eleventh grade because he had slapped the principal.”

 

 2119020-d844a8a04ffb1e704f3b6128fa93cb8b.jpg
Alice Walker (Eatonton, 9 februari 1944)
Cover


 

De Nederlandse dichter en schrijver Jacques Schreurs werd geboren in Sittard op 9 februari 1893. Zie ook alle tags voor Jacques Schreurs op dit blog.

 

De schildknaap

In mijn groote wonderoogen
Droomen verre, bruine wouden,
In mijn rave-zwarte lokken
Doomt de waduw onzer wouden
En mijn ooren aldoor hooren
Hoorngeschal op hooge bergen.
En na vele dagen, eindelijk,
Sta ik voor Uw troon als schildknaap
Om dit hart zijn Heil te winnen
En de Bron waarheen 't blijft dorsten.

Kind nog, sleepte ik, langs kanteelen,
- Zalig in den zachten lichtschijn
Van mijn moeders stille oogen, -
Vaders zwaren blanken degen;
En ik juichte als de horen
Licht blies over alle wouden;
Maar de vogel op zijn zwerftocht
Nam mijn vroeg verlangen mede
Om dit hart het Heil te vinden
En de Bron, waarheen het dorstte.

 

 2119020-d9c89a7a6bd37482650893a4c4b36fdc.jpg
Jacques Schreurs (9 februari 1893 – 31 januari 1966)

 

 

De Vlaamse schrijver Maurits Sabbe werd op 9 februari 1873 te Brugge geboren. Zie ook alle tags voor Maurits Sabbe op dit blog.

Uit: 't Pastorken van Schaerdycke

“'t Pastorken glimlachte om die lichtvaardigheid allerwegen, en zijn oogen van geestelijken gaardenier zochten liever naar bescheidener, devotelijker bloemen. En na lang zoeken vond hij eindelijk, als tusschen de andere kruiden verloren, de violette der ootmoedigheid, de wijnruit der genade en de rozemarijn der vrome heugenis, die hem hun seraphische deugden en gepeinzen openbaarden.
Van waar het pastorken zat, op een vermolmende bank, tusschen twee kunstig tot spiraalkegels geknipte palmboomkens, zag hij een zwerm van muggen en torren en kevertjes hun tijd voortverbeuzelen met ijdel, wuft spelemeien rondom allerlei kruiden, waar ze geen baat bij konden vinden, en waar de venijnig loerende spinnekop zijn verraderlijk web had gespannen. Weer lichtvaardigheid allerwegen.
Wat verder zag hij echter, tot troost, een enkel bedachtzamer bij met haar zijig, zwartbruin pelsken op den rug, altijd maar honig puren uit den geurigen tijm, die volop in de bloem stond.
Dat leven der kruiden en dierkens in zijn avondhofken was op en top gelijk aan het leven der menschen in zijn parochie. Zoovelen dachten daar ook alleen aan pronkerij en palleersel evenals de ijdeltuitige bloemen, die niet wisten wat profijtelijk voor haar was. Ze verzuimden de deugdelijke werken en jaagden als losse torren en kevers de wereldsche verleiding met haar onbesuisd gedril en pluimstrijkend bedrog vol perykelen achterna, zonder het net van den loerenden vijand maar eens te vermoeden. Zoo waren ze bijna allen. De bloemen van devotie en de bijen van vroom vooruitzicht kon hij onder zijn parochianen gemakkelijk op zijn ééne hand tellen.
Morgen op de kermis zou 't pastorken weer kunnen zien hoe zeer ze te Schaerdycke, zijn jarenlange leeringen en predicatiën ten spijt, de wereld en haar pomperijen nog aanhingen. 't Zou er weer een heidensch geweld zijn in de kroegen, een drinken en smeren van belang; een echte begankenis naar de weiden, waar de moezelzak ten danse speelt; een vrijprocessie langs hagen en duinen; en 's avonds zouden de rinkelrooiende visschers en boeren, volgezopen als kartouwen, elkander weer bij de kladden krijgen, plukharen en bekkesnijden zonder genade of respijt.”

 2119020-01b754e7454835f620a86e39e300682a.gif
Maurits Sabbe (9 februari 1873 – 12 februari 1938)

Borstbeeld in Brugge

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 9e februari ook mijn blog van 9 februari 2017 en ook mijn blog van 9 februari 2014 deel 1 en eveneens deel 2 en ook deel 3.

Zie voor bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 9 februari 2007 en ook mijn blog van 9 februari 2008 en eveneens mijn blog van 9 februari 2009.

Geschreven door Romenu om 18:20 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten