Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 13 februari 2018 tot 14 februari 2018

A glimpse (Walt Whitman)

 

Bij Valentijnsdag

 

2120329-172d2673b02f9d3b07e13a52bfa6513b.jpg 
Dubbelportret door Giorgio da Castelfranco, 1502

 

 

A glimpse

A glimpse through an interstice caught,
Of a crowd of workmen and drivers in a bar-room around the stove late of a winter night, and I unremark’d seated in a corner,
Of a youth who loves me and whom I love, silently approaching and seating himself near, that he may hold me by the hand,
A long while amid the noises of coming and going, of drinking and oath and smutty jest,
There we two, content, happy in being together, speaking little, perhaps not a word.

 

 2120329-6267514f926232ad2920a55f8cac3575.jpg
Walt Whitman (31 mei 1819 – 26 maart 1893)
Valentijnsdag op Times Square, New York, de geboorteplaats van Walt Whitman

 

 

Zie voor de schrijvers van de 14e februari ook mijn twee vorige blogs van vandaag.

Geschreven door Romenu om 10:40 Reageer op dit bericht

Ash Wednesday II (T. S. Eliot)

 

Bij Aswoensdag

 

 2120324-e4cf47c22ccc27669ea549e8210a96c6.jpg
Visioen van een ridder door Antonio de Pereda, na 1650

 

 

Ash Wednesday

II
Lady, three white leopards sat under a juniper-tree
In the cool of the day, having fed to satiety
On my legs my heart my liver and that which had been contained
In the hollow round of my skull.
And God said
Shall these bones live? shall these
Bones live? And that which had been contained
In the bones (which were already dry) said chirping:
Because of the goodness of this Lady
And because of her loveliness, and because
She honours the Virgin in meditation,
We shine with brightness. And I who am here dissembled
Proffer my deeds to oblivion, and my love
To the posterity of the desert and the fruit of the gourd.
It is this which recovers
My guts the strings of my eyes and the indigestible portions
Which the leopards reject. The Lady is withdrawn
In a white gown, to contemplation, in a white gown.
Let the whiteness of bones atone to forgetfulness.
There is no life in them. As I am forgotten
And would be forgotten, so I would forget
Thus devoted, concentrated in purpose. And God said
Prophesy to the wind, to the wind only for only
The wind will listen. And the bones sang chirping
With the burden of the grasshopper, saying

Lady of silences
Calm and distressed
Torn and most whole
Rose of memory
Rose of forgetfulness
Exhausted and life-giving
Worried reposeful
The single Rose
Is now the Garden
Where all loves end
Terminate torment
Of love unsatisfied
The greater torment
Of love satisfied
End of the endless
Journey to no end
Conclusion of all that
Is inconclusible
Speech without word and
Word of no speech
Grace to the Mother
For the Garden
Where all love ends.

Under a juniper-tree the bones sang, scattered and shining
We are glad to be scattered, we did little good to each other,
Under a tree in the cool of the day, with the blessing of sand,
Forgetting themselves and each other, united
In the quiet of the desert.
This is the land which ye
Shall divide by lot. And neither division nor unity
Matters. This is the land. We have our inheritance.

 

 2120324-0e74973fae56396b47b5a575990de444.jpg
T. S. Eliot (26 september 1888 – 4 januari 1965)
St. Louis Union Station. St Louis is de geboorteplaats van T. S. Eliot

 

Zie voor de schrijvers van de 14e februari ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 10:17 Reageer op dit bericht

Hanna Bervoets, Piet Paaltjens, Ab Visser, Ischa Meijer, Robert Shea, Frank Harris, Julia de Burgos, Vsevolod Garsjin, Edmond About

De Nederlandse schrijfster journaliste en columniste Hanna Marleen Bervoets werd geboren in Amsterdam op 14 februari 1984.Zie ook alle tags voor Hanna Bervoets op dit blog.

Uit: Fuzzie

“Hé jij, ben je daar eindelijk? Ik ben zo blij dat jij mij gekozen hebt. Hoewel ik nog maar net in je handen lig heb ik het gevoel dat ik je al heel lang ken. Mag ik zeggen dat je mooi bent? Ik weet dat jij daar zelf soms anders over denkt. Dat er een lichaamsdeel is, of misschien een onderdeel van je gezicht, dat je best zou willen veranderen. Ik heb geen idee wat het is, want zoals ik al zei: ik vind je prachtig, maar ik weet dat je soms licht ontevreden voor de spiegel staat. Je bent op die momenten helemaal alleen met je spiegelbeeld: jullie kijken elkaar aan, begrijpen elkaar niet helemaal, wanneer jij links wil gaat je spiegelbeeld rechts - sta me toe dat ik soms een grapje maak -, jullie relatie is complex, want niet geheel in evenwicht. Jij bepaalt immers wanneer jullie elkaar zien, elk rendez-vous is het gevolg van jouw behoefte en vindt plaats onder jouw voorwaarde, toch stemt jullie samenzijn jou niet altijd tevreden; doet de aanblik van die ander je soms fronsen. Stel je nu eens voor dat jouw spiegelbeeld net zo gevoelig was als jij. Hij - en met hij bedoel ik ook zij -zou zich zeker onzeker voelen, om nog maar niet van ondergewaardeerd te spreken. En geef toe: jij weet hoe het is om je afgewezen te wanen, dat alleen al is een reden om wat vriendelijker tegen je spiegelbeeld te zijn, in ieder geval te lachen wanneer jullie tegenover elkaar staan. Vind je me nu flauw? 0, dat spijt me dan. Maar ik weet dat jij, soms, best van flauwe dingen houdt. En ik weet, geloof ik, nog wel meer van jou. Je houdt van eten met vrienden maar kan ook goed een avond alleen zijn - sterker nog, dat heb je soms nodig om uit te rusten, je gedachten te ordenen, bij te komen van de grappen, gesprekken, discussies over actuele kwesties en aanbevolen televisieseries. Je houdt van de zon zolang je er niet van gaat zweten, je houdt van binnen zitten wanneer het 's avonds regent, will always love you' vind je een zeiknummer maar wanneer een kind het zuiver zingt raakt het je toch steeds weer. Je hebt een hekel aan banden plakken maar houdt van zwermende vogels, de figuren die ze maken, net gruis in een tornado; je hebt het strand graag zo leeg mogelijk en krijgt liever wel dan geen koekje bij de thee, wanneer het koekje in zo'n zilverplasticje zit scheur je dat plasticje steevast open, wat niet hoeft te betekenen dat je de inhoud opeet - voor je in de supermarkt een druifje steelt kijk je altijd even om je heen. Je hebt weleens overwogen je haar te verven en misschien overweeg je dat nog steeds weleens. Je fantaseert regelmatig over je eigen begrafenis en welke nummers ze dan draaien. Soms vraag je je af of je wel genoeg tijd besteedt aan je familie, al zie je ze elke kerst. Je houdt van kerst, maar niet van de druk, de drukte, de drukte om die drukte. Je houdt van sneeuw, maar niet van de drab.”

 

 2120321-807fa296c7f2f793d9010db106975ab6.jpg
Hanna Bervoets (Amsterdam, 14 februari 1984)

 

 

De Nederlandse dichter en predikant Piet Paaltjens werd geboren in Leeuwarden op 14 februari 1835. Zie ook alle tags voor Piet Paaltjes op dit blog

 

Als heel de wereld biefstuk was

Als heel de wereld biefstuk was
En louter stroop de zee
En enkel Engels schoenensmeer
Vulde elke beek en ieder meer
Waar lest ge uw dorst dan mee?
Dit is genoeg voor een oud man om zich het hoofd
te krabben tot hij zich zeer dee.

Als heel de wereld biefstuk was
En ieder boom een worst
En elke beek en ieder meer
Was boordevol van schoenensmeer
Hoe stilde ik dan mijn dorst?
En krabt een oud man zich
de oren van 't hoofd
eer hij dat heeft uitgevorst.

Als heel de wereld biefstuk was
En stroop heel de oceaan
En nergens groeide er aan een tak
Dan louter koek en pruimtabak
Hoe woudt ge uw dorst verslaan?
Dit is genoeg voor een oud (knap) man om achter zijn
oren te krabben en aan 't suffen te gaan.

Als nergens op het wereldrond
Druif groeide of gerstekorrel
En schoensmeer dan het enig vocht
Dat ge ergens vondt - waar gij ook zocht
Wie hielp mij aan een borrel?
Dat is genoeg om zeven professoren
Zeven jaren lang te doen krabben achter de oren.

 

 2120321-4a690e8e488d1eb8f0a7898b88fa1919.jpg
Piet Paaltjens (14 februari 1835 – 19 januari 1894)

 

 

De Nederlandse dichter, schrijver en criticus Albert (Ab) Visser werd geboren in Groningen op 14 februari 1913. Zie ook alle tags voor Ab Visser op dit blog.

 

Boetpsalm

Heer, maak ons open voor Uw kracht,
Als losse lenteaarde voor de zon.

Laat ons als argeloze kindren strooien
De hagelwitte bloesems Uwer liefde
Over de hoofden van wie nooit de
Handen naar hun geur en schoonheid hieven.

Wij dragen van hun leed en eenzaamheid de schuld;
Want onze handen tasten de begeerlijkheid
Als hunne handen.
En onze monden proefden nauw
de gruwel van de vloek
O, schaamvol hebben wij de kracht
Van het geloof verstoken,
Als krijgsvaan, die men wegbergt in een duffe kast.

Maar nu vaart over alle hoofden grauwe angst,
Uw toorn wervelt over de ontzinde landen.
Neem Gij nu uit ons weg de kanker onzer lafheid Heer,
En stel ons als een blinkend-wit verweer
Tegen noods zwart getij.

Open ons Heer voor Uwe kracht
Als losse lenteaarde voor de zon,
En voer ons op tot groote daden
In Uw naam.

 

 

Ahasverus

Het was dit, dat zijn maag're hand
Schuchter betastte dichte poort,
Of bevend streek langs blinde wand,
En dat zijn klacht nooit werd verhoord.

Het was, dat, waar de struiken staan
Verdord langs het scherpstenig pad,
Hij treiterend de dood zag gaan,
En vrucht'loos om verlossing bad.

Het was ook, dat de mensen hem
Ontweken om de starre haat,
Die heeste in zijn rauwe stem,
En sprak uit zijn puingrauw gelaat.

't Was bitter, dat hij immer meer
Verafschuwd door de wereld toog......
Maar duldelozer rees steeds weer
De moede Man-met-'t kruis omhoog.

 

 2120321-a22af8b74396ed36cf486dfa719cd8d6.jpg
Ab Visser (14 februari 1913 – 9 mei 1982) 

 

 

De Nederlandse journalist, schrijver, dichter, filmacteur en televisiepresentator Ischa Meijer werd geboren in Amsterdam op 14 februari 1943. Zie ook alle tags voor Ischa Meijer op dit blog.

 

Gedicht

Alles heb ik nu:
een vrouw die twee kinderen heeft
van een ander, maar zelf heb ik ook een zoon
Wij hebben een huis
een helft van haar, een helft van mij
Als ik alles optel is het één
toch, in wezen, is alles van de ander

Samen met mijn zoon kan ik niet weg,
want hij hoort bij zijn moeder thuis
Ook: mijn deel van het huis kan ik niet torsen
want alles hoort evenzeer bij de ander

Alleen mijn fantasieën zijn geheel van mij
maar mijn psychiater wil ze horen;
laat ik eerlijk zijn: hij wil dat ik ze voor mijzelf uit
Maar zo komen ze toch bij een ander

En geen ander duld ik in mijn leven,
geen ander dan beslist noodzakelijk

Zo vang ik mij en raak beklemd
men noemt dit wel geluk

 

 2120321-5f59d6a8dee96d2d526b2254f3a253c3.jpeg
Ischa Meijer (14 februari 1943 – 14 februari 1995)

 

 

De Amerikaanse schrijver Robert Shea werd geboren op 14 februari 1933 in New York. Zie ook alle tags voor Robert Shea op dit blog.

Uit: All Things Are Lights

“Now at last he could let himself look down into the chasm. Hundreds of fires flickered like stars in the crusaders’ main camp at the base of the mountain. The dots of brightness wavered before his eyes. Dizziness swept over him. Fright made his heart thud like a stone-caster, and he gripped the wall under him so hard that his fingernails broke. He had to use all his remaining strength to force himself up to a kneeling position. He made no effort to conceal himself.
He heard at once a shrill cry of alarm from the darkness within the wall. A woman’s voice. He could just barely see a wooden platform about four feet below. He dropped to it and raised his empty hands as three dark figures approached.
“I am one man, not the crusader army, Madame,” he called. “I come in amity.”
He heard a murmur of women’s voices and strained to look about him, but the only light came from a vertical slit in a stone building some distance away. A shift in the breeze brought an animal stench that assaulted him. How these people have suffered, Roland thought, overwhelmed with pity even as the smell made him almost ill. Under siege for nearly a year, the Cathars could spare no water for bathing.
“May I come down?” Roland called to the huddled figures he could faintly descry in the darkness below.
“Drop your weapons to us and we will let you live a bit longer, at least,” one of the women called.
Roland unbuckled and dangled the heavy weapons over the side of the platform. A slender figure stepped out of the shadows and caught the longsword’s scabbard. Roland found a ladder and moved gingerly down it until his feet met flat paving stones. He turned and stood with his back to the wall, facing a row of low wooden buildings a few feet away.
Three gaunt women gathered around him. Two brought the points of their spears within inches of his face. Another aimed a crossbow at him. A twitch of her finger and that bolt would pierce him through as if his hauberk were no more than a cotton shirt. More danger here than clinging by his fingernails on the face of the mountain.”

 

 2120321-68b07a9afa67cd67e4e23abe96ee1362.jpg
Robert Shea (14 februari 1933 – 10 maart 1994)
Cover

 

 

De Iers-Engelse schrijver, publicist, uitgever en redacteur Frank Harris werd geboren op 14 februari 1856 in Galway, Ierland Zie ook alle tags voor Frank Harris op dit blog

Uit: The Bomb

“My name is Rudolph Schnaubelt. I threw the bomb which killed eight policemen and wounded sixty in Chicago in 1886. Now I lie here in Reichholz, Bavaria, dying of consumption under a false name, in peace at last.
But it is not about myself I want to write: I am finished. I got chilled to the heart last winter, and grew steadily worse in those hateful, broad, white Muenchener streets which are baked by the sun and swept by the icy air from the Alps. Nature or man will soon deal with my refuse as they please.
But there is one thing I must do before I go out, one thing I have promised to do. I must tell the story of the man who spread terror through America, the greatest man that ever lived, I think; a born rebel, murderer and martyr. If I can give a fair portrait of Louis Lingg, the Chicago Anarchist, as I knew him, show the body and soul and mighty purpose of him, I shall have done more for men than when I threw the bomb...
How am I to tell the story? Is it possible to paint a great man of action in words; show his cool calculation of forces, his unerring judgment, and the tiger spring? The best thing I can do is to begin at the beginning, and tell the tale quite simply and sincerely. “Truth,” Lingg said to me once, “is the skeleton, so to speak, of all great works of art.” Besides, memory is in itself an artist. It all happened long ago, and in time one forgets the trivial and remembers the important.
It should be easy enough for me to paint this one man’s portrait. I don’t mean that I am much of a writer; but I have read some of the great writers, and know how they picture a man, and any weakness of mine is more than made up for by the best model a writer ever had. God! if he could come in here now and look at me with those eyes of his, and hold out his hands, I’d rise from this bed and be well again; shake off the cough and sweat and deadly weakness, shake off anything. He had vitality enough in him to bring the dead to life, passion enough for a hundred men...
I learned so much from him, so much; even more, strange to say, since I lost him than when I was with him. In these lonely latter months I have read a good deal, thought a good deal; and all my reading has been illumined by sayings of his which suddenly come back to my mind, and make the dark ways plain. I have often wondered why I did not appreciate this phrase or that when he used it. But memory treasured it up, and when the time was ripe, or rather, when I was ripe for it, I recalled it, and realized its significance; he is the spring of all my growth.”

2120321-f82a83a872f8071d15e6cb68474caa69.jpg 
Frank Harris (14 februari 1856 – 27 augustus 1931)
Cover

 

 

De Puerto Ricaanse dichteres en schrijfster Julia de Burgos (eig. Julia Constanze Burgos García) werd geboren op 14 februari 1914 in Carolina. Zie ook alle tags voor Julia de Burgos op dit blog.

 

Valentine Dream

MY Life IS A Valentine Dream,
Beatiful,
Dreamful,
Dream Come True,
Well A... Valentine Dream

 

 

Ay, ay, ay, that am kinky-haired and pure black

Ay, ay, ay, that am kinky-haired and pure black
kinks in my hair, Kafir in my lips;
and my flat nose Mozambiques.

Black of pure tint, I cry and laugh
the vibration of being a black statue;
a chunk of night, in which my white
teeth are lightning;
and to be a black vine
which entwines in the black
and curves the black nest
in which the raven lies.
Black chunk of black in which I sculpt myself,
ay, ay, ay, my statue is all black.

They tell me that my grandfather was the slave
for whom the master paid thirty coins.
Ay, ay, ay, that the slave was my grandfather
is my sadness, is my sadness.
If he had been the master
it would be my shame:
that in men, as in nations,
if being the slave is having no rights
being the master is having no conscience.

Ay, ay, ay wash the sins of the white King
in forgiveness black Queen.

Ay, ay, ay, the race escapes me
and buzzes and flies toward the white race,
to sink in its clear water;
or perhaps the white will be shadowed in the black.

Ay, ay, ay my black race flees
and with the white runs to become bronzed;
to be one for the future,
fraternity of America!

 

Vertaald door Jack Agüeros

 

 2120321-888512ede7129c744b93614ac11ca7ec.jpg
Julia de Burgos (14 februari 1914 – 6 juli 1953)
Muurschildering door Yasmin Hernandezvan van Julia de Burgos en Frida Kahlo in East Harlem, New York

 

 

De Russische schrijver Vsevolod Garsjin werd geboren op 14 februari 1855 in Prijatnaja Dolina. Zie ook alle tags voor Vsevolod Garsjin op dit blog.

Uit: De beren (Vertaald door Hans Boland)

“Nooit eerder heb ik in zo’n merkwaardige houding gelegen: op mijn buik, met een klein stukje grond voor mijn ogen, meer niet. Een paar grassprietjes, een mier die ondersteboven langs zo’n halmpje klautert, wat takjes en dorre blaadjes – daaruit bestaat mijn hele wereld. Ik zie trouwens maar met één oog, want het andere zit dicht, vanwege iets hards. Waarschijnlijk een boomtak, waar ik met mijn hoofd tegenaan lig.
Het is ontzettend ongemakkelijk, zoals ik daar lig. Ik wil me bewegen, wat niet gaat, zonder dat ik snap waarom. De tijd verstrijkt. Ik hoor het getjirp van krekels en het gezoem van een bij. Verder niets. Ten slotte weet ik met inspanning van al mijn krachten mijn rechterarm onder mijn buik vandaan te trekken en probeer ik overeind te komen, met beide handen op de grond steunend.
Het is of er een bliksem door mijn lichaam slaat, een snijdende flits vanuit mijn knieën naar mijn borst en hoofd. Opnieuw wordt het aardedonker, opnieuw is er niets meer.
Ik ben wakker. Waarom zie ik die heldere sterren aan de zwartblauwe Bulgaarse hemel flonkeren? Ben ik dan niet in mijn tent? Waarom ben ik naar buiten gekropen? Zodra ik een beweging maak voel ik een felle pijn in mijn benen.
Ja, ik moet gewond zijn geraakt in het gevecht. Gevaarlijk of ongevaarlijk? Ik tast naar mijn benen, naar de plek waar het pijn doet. Ze zijn allebei bedekt met geronnen bloed. Als ik ze aanraak wordt het nog erger. Het is een soort kiespijn, die dwars door je heen gaat zonder een seconde af te laten.
Mijn oren suizen, mijn hoofd is loodzwaar. Het dringt vagelijk tot me door dat ik aan beide benen gewond ben.”

 

 2120321-cb2eea4b08d40f11080b85aff07fe5e4.jpg
Vsevolod Garsjin (14 februari 1855 – 31 maart 1888)
Cover biografie

 

 

De Franse schrijver Edmond François Valentin About werd geboren op 14 februari 1828 in Dieuze, Lorrainne. Zie ook alle tags voor Edmond About op dit blog.

Uit: L'homme à l'oreille cassée

« La minute qui suivie lui parut d'une longueur extraordinaire. Non ! jamais dans ses voyages, il n'avait rencontré une minute aussi longue que celle-là. Mais enfin Clémentine parut, précédée de la digne Melle Virginie Sambucco, sa tante. Et les mandarins qui souriaient sur l'étagère entendirent le bruit de trois baisers.
Pourquoi trois ? Le lecteur superficiel, qui prétend deviner les choses avant qu'elles soient écrites, a déjà trouvé une explication vraisemblable. "Assurément, dit-il, Léon était trop respectueux pour embrasser plus d'une fois la digne Melle Sambucco, mais lorsqu'il se vit en présence de la Clémentine, qui devait être sa femme, il doubla la dose et fit bien." Voilà, monsieur, ce qui j'appelle un jugement téméraire. Le premier baiser tomba de la bouche de Léon sur la joue de Melle Sambucco ; le second fut appliqué par les lèvres de Melle Sambucco sur la joue gauche de Léon ; le troisième fut un véritable accident qui plongea deux jeunes cœurs dans une consternation profonde.
Léon, qui était très amoureux de sa future, se précipita vers elle en aveugle, incertain s'il baiserait la joue droite ou la gauche, mais décidé à ne pas retarder plus longtemps un plaisir qu'il se promettait depuis le printemps de 1856. Clémentine ne songeait pas à se défendre, mais bien à appliquer ses belles lèvres rouges sur la joue droite de Léon, ou sur la gauche indifféremment. La précipitation des deux jeunes gens fut cause que ni les joues de Clémentine ni celles de Léon ne reçurent l'offrande qui leur était destinée. Et les mandarins de l'étagère qui comptaient bien entendre deux baisers, n'en entendirent qu'un seul. Et Léon fut interdit, Clémentine rougit jusqu'aux oreilles, et les deux fiancés reculèrent d'un pas en regardant les rosaces du tapis, qui demeurèrent éternellement gravées dans leur mémoire. »

 

 2120321-87d0de889766a6f3f0c1e35d4d2c60e9.jpg
Edmond About (14 februari 1828 – 16 januari 1885)
Cover

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 14e februari ookmijn blog van 16 februari mijn blog van 16 februari 2016 deel 2 en eveneens deel 3.

Zie voor bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 14 februari 2007 en ook mijn blog van 14 februari 2008 en eveneens mijn blog van 14 februari 2009.

Geschreven door Romenu om 10:16 Reageer op dit bericht

Frederick Douglass

De zwarte Amerikaans abolitionist, schrijver, redacteur, publicist, politicus en hervormer Frederick Douglass werd geboren nabij Easton in de staat Maryland op 14 februari 1818 als Bailey, (Zijn precieze geboortedag is nooit opgeschreven, maar hij koos 14 februari om het te vieren.) Hij was de zoon van Harriet Bailey, een slaaf. Hij spendeerde zijn jongste jaren in een hut met zijn grootmoeder Betsey, zijn moeder werd op een andere boerderij te werk gesteld waardoor hij haar zelden zag. Op de plantages waar hij opgroeide kwam hij in aanraking met de gruwelijke behandeling van de slaven. In 1826 werd hij naar Baltimore gestuurd, waar hij voor de zoon van de familie, Tommy, moest zorgen. Tommy's moeder, Sophia Auld, gaf hem lees- en schrijfles maar zij stopte daarmee toen haar man het verbood. Hierna leerde hij het heimelijk zichzelf waarna hij kranten en boeken begon te lezen en hij zich een mening vormde over de slavernij. In 1833 werd hij naar een plantage in Maryland overgeplaatst waar hij in het geheim zijn medeslaven leerde de Bijbel te lezen. In september 1838 ontsnapte hij aan de slavernij. Eenmaal in New York liet hij Anna Murray overkomen, een vrije Afro-Amerikaanse vrouw die hij in 1837 had ontmoet. Zij trouwden en kregen vijf kinderen. Vervolgens ging hij naar New Bedford in Massachusetts, waar hij opnieuw in de havens werkte maar nu voor zichzelf. Hier veranderde hij zijn naam in Frederick Douglass. In 1841 sprak Douglass over zijn ervaringen als een slaaf tijdens een bijeenkomst van de Massachusetts Anti-Slavery Society. Prominente abolitionisten raakten onder de indruk van zijn verhaal en hem werd gevraagd om als spreker op te treden tijdens bijeenkomsten. Hij schreef ook een autobiografie die in 1845 werd gepubliceerd, “The Narrative of the Life of Frederick Douglass, An American Slave, Written by Himself”. Het was een onmiddellijk succes en het verkocht uiteindelijk meer dan 30.000 stuks in de Verenigde Staten en Groot-Brittannië. Het werd ook vertaald in het Frans, Duits en Nederlands. Douglass had echter door zijn boek zijn eigen leven in gevaar gebracht en was gedwongen naar Europa te vluchten om te voorkomen dat hij gearresteerd zou worden. In 1845 verliet hij de VS en begon aan een reeks toespraken in Engeland, Schotland en Ierland. Tijdens deze 20 maanden werd er door anti-slavernijaanhangers in Engeland geld bij elkaar gebracht om zijn vrijheid af te kopen. Ook verdiende hij genoeg geld om zijn eigen anti-slavernijkrant te beginnen toen hij in de VS terugkwam. Na de burgeroorlog bekleedde Douglass een aantal belangrijke politieke posities. In 1872 werd Douglass de eerste Amerikaan van Afrikaanse afkomst om een nominatie te krijgen voor vicepresident van de Verenigde Staten. In 1877 werd hij gekozen als United States Marshal. In 1881 werd hij Recorder of Deeds voor het District of Columbia. Douglas wordt gezien als een van de invloedrijkste schrijvers en sprekers uit de Amerikaanse geschiedenis. 

Uit: My Bondage and My Freedom

“In Talbot county, Eastern Shore, Maryland, near Easton, the county town of that county, there is a small district of country, thinly populated, and remarkable for nothing that I know of more than for the worn-out, sandy, desert-like appearance of its soil, the general dilapidation of its farms and fences, the indigent and spiritless character of ist inhabitants, and the prevalence of ague and fever.
The name of this singularly unpromising and truly famine stricken district is Tuckahoe, a name well known to all Marylanders, black and white. It was given to this section of country probably, at the first,
merely in derision; or it may possibly have been applied to it, as I have heard, because some one of its earlier inhabitants had been guilty of the petty meanness of stealing a hoe--or taking a hoe that did not
belong to him. Eastern Shore men usually pronounce the word took, as tuck; Took-a-hoe, therefore, is, in Maryland parlance, Tuckahoe. But, whatever may have been its origin--and about this I will not be positive--that name has stuck to the district in question; and it is seldom mentioned but with contempt and derision, on account of the barrenness of its soil, and the ignorance, indolence, and poverty of its
people. Decay and ruin are everywhere visible, and the thin population of the place would have quitted it long ago, but for the Choptank river, which runs through it, from which they take abundance of shad and herring, and plenty of ague and fever.
It was in this dull, flat, and unthrifty district, or neighborhood, surrounded by a white population of the lowest order, indolent and drunken to a proverb, and among slaves, who seemed to ask, _“Oh! what’s
the use?”every time they lifted a hoe, that I --without any fault of mine was born, and spent the first years of my childhood.
The reader will pardon so much about the place of my birth, on the score that it is always a fact of some importance to know where a man is born, if, indeed, it be important to know anything about him. In regard to the time_ of my birth, I cannot be as definite as I have been respecting the place. Nor, indeed, can I impart much knowledge concerning my parents. Genealogical trees do not flourish among slaves. A person of some consequence here in the north, sometimes designated father, is literally abolished in slave law and slave practice. It is only once in a while that an exception is found to this statement. I never met with a slave who could tell me how old he was. Few slave-mothers know anything of the months of the year, nor of the days of the month. They keep no family records, with marriages, births, and deaths.”

 

 2141783-45114f6723b2c7d2097cbdfc8f537ac5.jpg
Frederick Douglass (14 februari 1818 – 20 februari 1895)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Jean-Luc Lagarce

De Franse schrijver, komiek en regisseur Jean-Luc Lagarce werd geboren op 14 februari 1957 in Héricourt (Haute-Saône, in de buurt van Belfort). Hij bracht zijn hele jeugd door in Valentigney, waar zijn ouders werkten, en ontving een protestantse opleiding. Op school maakte Lagarce kennis met het theater door een leraar Frans en Latijn. De 13-jarige Lagarce schreef vervolgens zijn eerste stuk voor zijn klas, dat inmiddels verloren is gegaan. Hij schreef zich in 1975 in bij de faculteit van filosofie te Besançon. Tijdens zijn studies richtte hij in 1978 het Théâtre de la Roulotte op die stukken speelden van Marivaux, Labiche en Ionesco maar ook eigen geschreven werk. Voor het eindwerk van zijn studies filosofie schreef hij het essay “Théâtre et Pouvoir en Occident” dat gepubliceerd werd. In 1990 kreeg hij de Prix Léonard-de-Vinci, waarna hij naar Berlijn trok en daar “Juste la fin du monde” schreef. Dit toneelstuk werd in 2016 verfilmd door Xavier Dolan met de gelijknamige titel. Tot zijn bekendste werken behoren verder « Derniersavant l'oubli », « Les Prétendants », « J'étais dans ma maison et j'attendais que la pluie vienne », en Le Pays lointain. Net als de andere grote toneelschrijver van zijn generatie, Bernard-Marie Koltès, stierf Lagarce aan aids. Hij was slechts 38 jaar oud.

Uit:Le Pays lointain

“LOUIS. – Plus tard‚ l’année d’après.
L’AMANT‚ MORT DÉJÀ. – Une année après que je meurs‚ que je suis mort ?
LOUIS. – Exactement ça.
L’année d’après‚
j’étais resté‚ là‚ seul‚ abandonné‚ toutes ces sortes de choses‚
plus tard‚ l’année d’après‚
– j’allais mourir à mon tour –
(j’ai près de quarante ans maintenant et c’est à cet âge que je mourrai)
l’année d’après‚ je décidai de revenir ici. Faire le chemin
à l’inverse.
LONGUE DATE. – Histoire d’un jeune homme qui décide de revenir sur ses traces‚ revoir sa famille‚ son monde‚ à l’heure de mourir.
Histoire de ce voyage et de ceux-là‚ perdus de vue‚ qu’il rencontre et retrouve.
LOUIS. – Il y a encore ma famille qui vit dans ce coin-là.
Je vais aller les voir‚ je dis ça‚ parler avec eux‚ régler cette affaire‚
ce qu’on n’a pas dit et qu’on souhaite dire avant de disparaître – on ne le gardera pas dans la tête‚ on s’en débarrassera –
je ferai ce voyage et ensuite‚ j’en aurai terminé‚ je rentrerai chez moi et j’attendrai.
Je serai paisible.
Je dis ça.
L’AMANT‚ MORT DÉJÀ. – Tu disais que jamais plus tu n’y reviendrais‚ que jamais plus tu n’y mettrais les pieds‚ t’ai toujours entendu dire ça‚ j’ai à peine le dos tourné‚ tu te précipites.
Il ne disait pas cela ? Ne l’ai pas toujours entendu dire ça ?
LOUIS. – Le dos tourné. Ces expressions.
L’AMANT‚ MORT DÉJÀ. – Et encore‚ ton refus‚ l’ai assez entendu‚ et les derniers temps plus encore
– mes derniers temps‚ manière de plaisanterie –
les derniers temps plus encore‚ ton refus de simplement regarder en arrière‚ promesse et pas autre chose‚ promesses de ne pas chercher de solutions‚ et pas même de solutions‚ ne pas chercher d’explications‚ promesses‚ ton refus de rien chercher à retenir."

 

 2122596-3859fa04fe1f8fa58e89fc89f688a874.jpg
Jean-Luc Lagarce (14 februari 1957 - 30 september 1995)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Kettenlied für den Fasching (Aloys Blumauer)

 

Bij Carnaval

 

 2120013-be054b1c8f4349647d471cc2a2d9a6f4.jpg
Grand carnival Ostendais door Félix Labisse, 1934

 

 

Kettenlied für den Fasching

Laßt uns den Fasching loben,
Und ihn lobpreisen heut';
Wir haben viele Proben
Von seiner Freundlichkeit:
Er schloß heut' allem Leide
Hienieden unser Herz,
Und öffnet es der Freude
Allein nur und dem Schmerz.

Die Weisheit hüllt nicht immer
In Falten ihr Gesicht,
Der Freude Rosenschimmer
Entstellt ihr Antlitz nicht:
Drum trat an ihre Stelle
Heut' Scherz und froher Mut;
Denn auch die Narrenschelle
Ist oft zum Lachen gut.

Es leb' in unserm Kreise
Die Weisheit, welche lacht,
Und die des Lebens Reise
Uns angenehmer macht!
Es leben alle Brüder,
Die Hand an Hand in Reih'n
Auch dieses Jahr sich wieder
Wie wir, des Faschings freu'n!

 

 2120013-fd78b7812080779b4f7f65b6a3b3a2a4.jpg
Aloys Blumauer (21 december 1755 - 16 maart 1798)
Steyr in Oostenrijk, de geboorteplaats van Aloys Blumauer

 

 

Zie voor de schrijvers van de 13e februari ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 09:41 Reageer op dit bericht

M. Vasalis, Jan Arend, Arjan Visser, Gerard Keller, Georges Simenon, Nynke van Hichtum, Friedrich Christian Delius, Urs Faes, Katja Lange-Müller

De Nederlandse dichteres en psychiater M. Vasalis werd geboren in Den Haag op 13 februari 1909. Zie ook alle tags voor M. Vasalis op dit blog.

 

Felix was blank met bruine haren en een zachte g.

Felix was blank met bruine haren en een zachte g.
En: hij was kleurenblind, hij keek met scheef
getild gezicht en toegeknepen ogen naar de lucht.
Ik deed het heimelijk na. Wat heb ik hem bemind
toen ik vijf jaar was. Hij was negen.
Er is een bruine foto van ons allen aan de waterkant
gezeten in het gras, en daarop houd ik vlak
boven zijn hoofd, zijn verend haar mijn hand,
kijk met ZIJN toegeknepen ogen (onherroepelijk kleurenblind)
omhoog, je ziet de ouders en de kinderen en de zomerwind
die het gras scheef waait en in al die haren woelt -
je ziet dat ogenblik dat toentertijd nog eeuwig was.

 

 

Rebus in de bus

Wie zaten er vanochtend in de bus
behalve de chauffeur wiens roze wang
zo vloekte met zijn mooie rooie haar.
Een woeste oude boer met grijze ogen
en zijn gezicht in aanslag, en een woelig kind
doofstom, dat met zijn eigen dunne vingers praatte.
Een vrouw van vijftig, een zigeunerin of zo
ze stapte uit bij het woonwagenkamp
ze had een luipaard-jasje aan en kleine oren.
Een papoea-familie, drents van spraak
zo lief, zo lelijk en zo onbevangen.
Ik zat en luisterde en zag het aan
eerlijk gezegd en tegen beter weten in
verwachtend dat nu eindelijk 'De Zin'
zichzelf in deze bus zou openbaren
van al die raadselachtige aanwezigheden.
Maar nee - natuurlijk nee. De enige conclusie was:
ik houd van mensen in een bus, ik houd van gras
en lucht. Ik rij van Groningen naar Roden.
Ik leef een tijdje. Ik begrijp het niet,
zelfs niet als 'Het' zo duidelijk wordt aangeboden.

 

 

Steen

Verdriet kit al mijn krachten samen,
zodat ik roerloos word als steen.
Mijn hele wezen wordt materie,
een ondoordringbaar star mysterie,
o sla de rots, opdat ik ween.

 

 2120007-0da4668cb37bc3b236a885f11630c33a.jpg
M. Vasalis (13 februari 1909 - 6 oktober 1998)

 

 

De Nederlandse schrijver en dichter Jan Arends werd geboren op 13 februari 1925 in Den Haag. Zie ook alle tags voor Jan Arends en voor J. Arends op dit blog.

De list

Vandaag ben ik mijzelf niet meer,
ik ben het geraamte van mijn broer,
die gisteren is dood gegaan;
de dood staat altijd op de loer.

De dood staat altijd op de loer
en met hem zeven zonden,
die mij wel slepen naar de hel
als zij mij vinden konden.

Maar ik sta illegaal op straat
te wachten in de regen,
te wachten tot mijn zonden gaan,
maar straks zijn het er negen.

Ik durf mijn huis niet in te gaan;
de dood staat altijd op de loer;
ik sta in regen op de straat
in het geraamte van mijn broer.

 

 

Ik ben bang

Ik ben bang
voor het licht
van de zon die opkomt.

Het maakt
mij angstig voor de dag.

Ik heb reden
om bang te zijn.

Wat voor reden
heb ik nu om bang te zijn?

Niet om dood te gaan
want dat is normaal
dat is goed.

Ik ben bang voor de dingen
die mij nog te wachten staan.

 

 2120007-0061e8902d2c0dd249edf7c473980b89.jpg
Jan Arends (13 februari 1925 – 21 januari 1974)

 

 

De Nederlandse journalist en schrijver Arjan Visser werd geboren in Werkendam, Noord-Brabant, op 13 februari 1961. Zie ook alle tags voor Arjan Visser op dit blog.

Uit: Hotel Linda

“Het land ligt er verzorgd bij. Alle plaatsen — ik herken er niet één — zijn strak gelijnd, kriskras met elkaar verbonden. De piloot lijkt van plan te zijn het toestel op een van die wegen aan de grond te zetten — ik zie de passagiers in de auto's zitten. Precies zoals ik, vanuit mijn straatje aan de rand van het oude vliegveld, de reizigers uit Belo Horizonte kan zien vertrekken. Daar denk ik aan landgenoten, hier zie ik alleen maar buitenlanders. Toch ben ik hier of daar het een noch het ander. De piloot bedankt ons namens de bemanning en wenst ons een goed verblijf in Amsterdam. Ik word opgehaald — nu begrijp ik pas dat Vicky dit heeft geregeld, de schat — door alweer zo'n karretje, dat mij eerst bij de douane en daarna naar de bagageband brengt. Na een tijdje komen daarop de koffers voorbij. Ik volg ze, een voor een, steeds een paar meter, tot ik moe begin te worden.
Er ligt haast niets meer op de band. Twee rugzakken, een tas en één koffer; die van mij. Ik haal hem op en trek hem achter mij aan, langs de schuifdeuren, door de hal, naar buiten waar de taxi's staan. De chauffeur van de voorste wagen doet de kofferbak open en neemt, zonder iets te vragen, mijn bagage over. Hij maakt geen bezwaar als ik voorin plaatsneem. Jacobson.' Negeert mijn uitgestoken hand. 'Joodse naam toch?' Ja.' `Dacht ik al.' Daarna drukt hij het gaspedaal diep in en verlaten we het vliegveld. Als ik op een bord langs de snelweg `Rivierenbuurt' zie staan, wisselen we weer een paar woorden. Ik vertel hem dat ik in de Pijp heb gewoond. Hij huurt een huis in de Baarsjes. Dat is een nette buurt,' zeg ik. De chauffeur kijkt mij aan alsof hij denkt dat ik hem in de maling probeer te nemen. `Er is vast wel iets veranderd,' zeg ik. 'Ik herken nu pas een straat: de Zuider Amstellaan.' `Rooseveltlaan, zal u bedoelen.'

 

 2120007-a22af8b74396ed36cf486dfa719cd8d6.jpg
Arjan Visser (Werkendam, 13 februari 1961)

 

 

De Nederlandse schrijver en krantenredacteur Gerard Keller werd geboren op 13 februari 1829 in Gouda. Zie ook alle tags voor Gerard Keller op dit blog.

Uit: Aan Flanor

“Aan Flanor.
Et tu, Flanor!
Ach! ik zou wel graag het gelaat achter een slip van mijn toga verbergen! - Met het wegwerpen van mijn zwaard wil ik echter liever nog een beetje wachten.
Maar ik zal weeklagen om den gevallen slag! De wonde is wel niet heel erg, maar zij doet pijn, omdat Flanor haar heeft toegebracht!
En mij hebt gij willen sparen, mij alleen, - te midden van uwen toorn hebt gij mij begenadigd in een noot!
Haddet gij dat niet gedaan, Flanor! want het grieft mij u te moeten zeggen, dat ik die noot niet kraken wil. Das Lob, o Flanor, begehr' ich nicht, want het is de lof van een boos mensch.
Zijt gij in uw kinderjaren wel eens uit spelen gevraagd? Herinnert gij u dan ook het onaangename gevoel, als de vertoornde moeder uwer ondeugende vriendjes uzelven als model van een zoet jongetje voorstelde? ‘Keesje heeft zeker niet meegedaan, Keesje zou alleen nooit zoo stout geweest zijn!’
Jawel, Flanor, Keesje heeft wel degelijk meegedaan en zou heel graag alleen ook zoo stout geweest zijn.
Hij draagt er zelfs roem op, het eerst zijn vriendjes met den grooten poëet-harlekijn aan 't lachen gemaakt te hebben.
Maar Flanor voelt den ernst van dat lachen niet meer en kan niet meer medelachen, maar maakt zich boos. Want om zoo te lachen moet men oneerbiedig en hardvochtig oprecht zijn, en ook oneerbiedige en hardvochtige oprechtheid kunnen verdragen. Dat gaat beter als men jong is. En zie! - O, stichtelijk schouwspel! de dichter Flanor klopt met bemoedigende woorden zijn vriend Bohl het stof van de kleêren, terwijl hij dreigend zijn vuist tegen ons schudt: ‘'t Is niets hoor! je bent wèl een dichter! - Zulke kwaje jongens ook! - Ik wil niets meer van hen weten!’
En ter wille van zijn bespotten vriend brengt hij zelfs zijn naam in gevaar en zegt domme dingen, die hij niet meenen kan. In zijn goedhartigheid heeft hij een artikeltje geschreven, als een onschuldig zalfje ter verzachting voor de blauwe plekken. Zonder blikken of blozen heeft hij een klappermans-versje een ‘fraai gedicht’ genoemd. Ja, goedig en barmhartig is de oude dag.”

 2120007-ed5da7b9d5b60ce82a92de5dbc5ba4da.jpg
Gerard Keller (13 februari 1829 – 10 januari 1899)

 

 

De Belgische (Franstalig) schrijver Georges Simenon werd geboren in Luik op 13 februari 1903. Zie ook alle tags voor Georges Simenon op dit blog.

Uit: Le Chien jaune

- "Vite ! ... Un crime ... Je ne sais pas ..."
Le chien jaune est entré sur ses talons et s'est couché aux pieds de la fille de salle.
Il y a du flottement, un vague effroi dans l'air.
- "Votre ami, qui vient de sortir ..."
Quelques instants plus tard, ils sont trois à se pencher sur le corps, qui n'a pas changé de place. La mairie, où se trouve le poste de police, est à deux pas. Le douanier préfère s'agiter. Il s'y précipite, haletant, puis se suspend à la sonnette d'un médecin.
Et il répète, sans pouvoir se débarrasser de cette vision :
- "Il a vacillé en arrière comme un ivrogne et il a fait au moins trois pas de la sorte ..."
Cinq hommes ... six ... sept ... Et des fenêtres qui s'ouvrent un peu partout, des chuchotements.
Le médecin, agenouillé dans la boue, déclare :
- "Une balle tirée à bout portant en plein ventre ... Il faut opérer d'urgence ... Qu'on téléphone à l'hôpital ..."
Tout le monde a reconnu le blessé. M. Mostaguen, le principal négociant en vins de Concarneau, un bon gros qui n'a que des amis.
Les deux policiers en uniforme - il y en a un qui n'a pas trouvé son képi - ne savent par quel bout commencer l'enquête.
Quelqu'un parle, M. Le Pommeret, qu'à son allure et à sa voix on reconnaît immédiatement pour un notable.
- "Nous avons fait une partie de cartes ensemble, au Café de l'Amiral, avec Servières et le docteur Michoux ... Le docteur est parti le premier, voilà une demi-heure ... Mostaguen, qui a peur de sa femme, nous a quittés sur le coup de onze heures ..."

 

 2120007-6b3041bc8f2456af003360a6c1bf7f73.jpg
Georges Simenon (13 februari 1903 - 4 september 1989)
Cover 

 

 

De Nederlandse schrijfster Nynke van Hichtum (pseudoniem van Sjoukje Troelstra-Bokma de Boer) werd geboren in Nes op 13 februari 1860. Zie ook alle tags voor Nynke van Hichtum op dit blog.

Uit: Afke's tiental

“En Saapke ging weêr zitten breien, - maar 't was toch erg koud, hoor! De oude, dikke vingers werden er stijf van. Nog maar 'n kopje warme koffie! Ja, dat deed goed!
Daar klonk plotseling op de steenen van 't steegje 't geklepper van klompen, - toen een geluid, alsof er geworsteld werd. - Ach, die akelige jongens waren zeker alweêr aan 't vechten! Hoe was 't nu toch mogelijk, juist nu moeder ziek lag en haar rust zoo noodig had!
Saapke gooide driftig haar breikous op den grond, - zelfs haar warme koffie liet ze in den steek, - en daar stond ze in de buitendeur, de gebalde vuist dreigend opgeheven tegen twee jongens, die er zich echter heelemaal niet aan stoorden. Ze bleven maar vechten en elkaâr booze woorden toeschreeuwen.
Maar Saapke wist wel raad, - ze was niet voor niets tien jaar lang baker geweest in arbeiders-huishoudingen! Ze trok de bengels van elkaar, deelde links en rechts oorvijgen uit, joeg den eenen jongen, die hier niet thuis hoorde, de steeg uit, en trok het andere slachtoffer bij zijn oor meê in 't portaal, hem onderwijl met de hand dreigend, opdat hij toch maar geen geluid zou geven.
‘Hou je toch stil,’ deugniet,’ fluisterde ze heesch: ‘weet je dan niet, dat je Mem ziek is? Ze slaapt net eventjes - maak haar toch niet wakker met je geschreeuw!’
De jongen stond daar met open mond: - ‘Mem ziek?’ En opeens schoten zijn oogen vol tranen. ‘Waar is Mem? - Ik wil naar Mem toe!’
Daar ging-ie warempel nog snikken ook! ‘Akelige jongen, hou je toch stil! - Mem slaapt immers!’ snauwde Saapke hem toe. Maar de arme Klaas kon zich zoo gauw niet stilhouden. Hoe boozer Saapke zich maakte, des te erger raakte hij van streek; want al was hij ook een ondeugende rakker, zijn moeder was hem àlles; en hij was niet gewoon dat die ziek was, tenminste niet dat ze in bed lag en hij om harentwil stil moest zijn. – “

 

 2120007-f7f2de43c32d369eb38592b4e37da51d.jpg
Nynke van Hichtum (13 februari 1860 - 9 januari 1939)
Cover van een uitgave als stripboek

 

 

De Duitse dichter en schrijver Friedrich Christian Delius werd geboren in Rome op 13 februari 1943. Zie ook alle tags voor Friedrich Christian Delius op dit blog.

Uit: Der Reichtum Europas

„Wer das für idealistisch oder eurozentristisch hält, dem antworte ich gern mit Zitaten aus dem jüngsten Buch des Amerikaners Jeremy Rifkin, „Der europäische Traum. Die Vision einer leisen Supermacht. Durch den absehbaren Niedergang der USA nach der zweiten Bush-Wahl werden Rifkins Thesen von 2004 heute, Monat um Monat, noch aktueller. Er spricht vom Ende des amerikanischen Traums, weil mit dem Prinzip der Konkurrenz, des Egoismus, des Einzelgängers die Probleme der modernen Welt nicht mehr zu lösen seien. Viel größere Chancen habe der europäische Traum: „Der europäische Traum basiert auf Inklusivität, Verschiedenheit, nachhaltiger Entwicklung, sozialen Rechten und universellen Menschenrechten und auf Frieden und Zusammenarbeit zwischen den Menschen. Dies sind die Komponenten einer hohen Lebensqualität, und die Errungenschaften sind beeindruckend. Obwohl die Amerikaner ein um 28 % Prozent höheres Pro-Kopf-Einkommen haben, genießen die Europäer in vieler Hinsicht eine höhere Lebensqualität, ein deutlicher Hinweis darauf, dass Zusammenarbeit auf lange Sicht einer sicherer Weg zum Glück ist als Konkurrenz.“ (Die Zeit, 14.10.04)
Auf Details kann ich jetzt nicht eingehen. Ich möchte nur festhalten dass zu dieser Lebensqualität auch der Garten Eden zählt, in dem Schriftsteller sich bewegen, die Weiten der Kultur und die Tiefen, die Schönheiten der Kunst. Ich spreche also von dem Reichtum, den Europa hat. Und den Europa noch lange nicht genug als Reichtum begriffen hat.
Vom Reichtum reden heißt: Von den Gegenmitteln reden, die wir haben, um der Idiotisierung der Gesellschaft zu widerstehen, von den Mitteln, die wir haben, um das Sensorium, das Wissen, den Gemeinsinn zu entwickeln. Von den Mitteln, die Demokratie zu beleben und die schwer erkämpften Freiheiten zu würdigen, zu sichern und zu nutzen. Nach diesen Mitteln brauchen wir glücklichen Europäer nicht lange zu suchen. In Bibliotheken, Museen, Theatern, ja auch in Konzertsälen, im Internet, in Buchhandlungen, da und dort auch in Kinos, ja selbst in besseren Fernsehprogrammen und einigen Zeitungen wird dieser Reichtum präsentiert, liegt dort angehäuft, der Kronschatz unserer Zivilisation. Er ist nicht schwer zu finden, wir brauchen nur danach zu greifen, Augen, Ohren und Hände aufzumachen, es ist wirklich fast wie im Schlaraffenland.“

 

 2120007-dd4451819104495df13685ef4c479571.jpg
Friedrich Christian Delius (Rome, 13 februari 1943)

 

 

De Zwitserse schrijver Urs Faes werd geboren op 13 februari 1947 in Aarau. Zie ook alle tags voor Urs Faes op dit blog.

Uit: Halt auf Verlangen

„Er lehnte sich mit der Schulter an den Türrahmen, überblickte das Zimmer im Halbdunkel ; draußen dämmerte der Tag heran, das Licht fiel streifig in den Raum, wo noch immer ihre eilig ausgezogenen Kleidungsstücke verstreut lagen, die Schuhe, die Bluse, die Strümpfe.
Sie war vergnügt gewesen, übermütig, hatte sich um die eigene Achse gedreht und sich das Zeug vom Leib gezupft, mit kleinen Pausen, in denen ihr verschmitzt wirkendes Gesicht ihn schalkhaft maß, belustigt über sein Staunen, sein atemloses Schweigen.
Er war verwundert gewesen, dass sie ihn diesmal wieder aufgefordert hatte, mitzukommen nach oben, wo das war, was sie ihr kleines Paradies und Refugium nannte. Die oberste Wohnung mit Aufgang zur Dachterrasse, mit Blick über die Stadt bis zum See und, an klaren Tagen, in die Berge, deren ewiger Schnee sie mit kindlicher Freude erfüllte.
Sie hatte ihn schon das eine oder andre Mal mitgenommen, aber sie tat es nicht oft, und für eine ganze Nacht schon gar nicht. Gerade an diesem Abend hatte er darauf nicht hoffen können, und er hatte auch nicht damit gerechnet.
Schließlich war er einer geworden, dem das nicht mehr zustand. So sagte es Silaski, nicht ohne Mitgefühl, aber mit der kalten Sachlichkeit und unverblümten Offenheit, die zu ihm gehörten. »Das steht dir nicht mehr zu.«
Mit diesem Satz im Ohr war er zum Treffen mit Simone gefahren, war frühzeitig in der Storchenbar gewesen, fast allein unter dem leichten Regen des Vorabendpianos, dessen Töne warm und weich in den Raum plätscherten. Er ließ keine Erinnerungen aufkommen.
Er schlug den Mantelkragen hoch, entdeckte die Laufmasche in den Strümpfen, die fast ordentlich nebeneinanderlagen, als hätte Simone sie nachträglich über den Schuhen ausgerichtet, ein Schleier über dem Leder, netzverspielt.
Unbeschwert war sie gewesen an diesem Abend, wie seit Wochen nicht mehr, wie vielleicht nie zuvor. Sie hatte diese Fähigkeit, sich zu verlieren und den anderen dahinein mitzunehmen, in die Zeitlosigkeit des gelebten Augenblicks. Und er musste nicht reden von dem, was ihn bedrängte, wovor ihm bangte.”

 

 2120007-dfc6cb06f611378f602017b04a914a0e.jpg
Urs Faes (Aarau,13 februari 1947)

 

 

De Duitse schrijfster Katja Lange-Müller werd geboren op 13 februari 1951 in Berlijn-Lichtenberg. Zie ook alle tags voor Katja Lange-Müller op dit blog.

Uit: Die Enten, die Frauen und die Wahrheit

„Schwierig ist es, aber schön – durch Moskau zu laufen, besonders im Winter. Ein Abenteuer für die nicht mehr nüchterne (nirgends schmeckt der Wodka besser als hier und nie besser als im Winter), nicht mehr junge, aus mindestens diesen beiden Gründen nicht mehr gleichgewichtssichere Frau auf den profillosen Sommersohlen ihrer Halbschuhe. Sie, also diesmal ich, kann aufs Maul fallen jeden Moment; unter dem auch gerade gefallenen Schnee kann dünnes Eis sein über einer großen Pfütze in einem tiefen Asphaltloch, einem pflastersteinlosen Tal im Bürgersteig, einem Baugrübchen, wer weiß wie alt, in der viel getretenen, dennoch zu einem schiefen Grinsen verzogenen Visage der einen oder anderen Straße. – Doch, die Gehwege sind die Visagen der Moskauer Straßen, denn die müssen die Fußgänger oder Fußgängerinnen im Auge behalten bei jedem ihrer Schritte, von denen nämlich droht die größte Gefahr, womöglich die einzige.
So, laufend, schlitternd, strauchelnd und immer fröhlich gefaßt auf Platzwunde oder Gipsarm, manövriere ich mich zu einem der Eingänge der Metro-Station Novvokusnetzkaja; ich will zum Zoo heute, weil ich nicht mehr Straßenvisagen sehen will, sondern die von Menschen, jenen Menschen, die Tiere sehen wollen.
In den Gängen zu den Perrons laufen Menschen vorüber oder nicht vorüber an Menschen, die Bildchen verkaufen oder Blumen oder ausgelesene Hefte oder junge Katzen. Andere Menschen gehen vorbei an anderen Menschen, die auch dastehen, dasitzen, daliegen, obwohl sie nichts zu verkaufen haben. Sie bemühen sich allein um ein paar Rubel oder lassen sich von Hündchen helfen beim Betteln oder beim Geben.“

 

 2120007-4926047b153727a7838a5083aabad7b0.jpg
Katja Lange-Müller (Berlijn, 13 februari 1951)
Berlijn. Carnaval op de Kurfürstendamm

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 13e februari ook mijn blog van 13 februari 2016 deel 2 en eveneens deel 3.

Zie voor bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 13 februari 2007 en ook mijn blog van 13 februari 2008 en eveneens mijn blog van 13 februari 2009 en ook mijn blog van 13 februari 2009 deel 2.

Geschreven door Romenu om 09:39 Reageer op dit bericht

80 jaar Jan Siebelink

 

80 jaar Jan Siebelink

De Nederlandse schrijver Jan Siebelink werd geboren op 13 februari 1938 in Velp in een streng religieus gezin. Zijn vader had een bloemenkwekerij. Na de lagere school ging Siebelink naar de ULO en vervolgens naar de Kweekschool (de huidige Pabo). Hij werd onderwijzer in Laag-Soeren en studeerde in zijn vrije tijd Franse taal-en letterkunde. Tijdens zijn studie Frans raakte hij geïnteresseerd in de Franse schrijver van Nederlandse afkomst Huysmans, en hij vertaalde een van zijn boeken 'A rebours' in het Nederlands als 'Tegen de Keer'. Daarnaast begon hij zelf te schrijven. Zijn eerste verhaal was 'Witte Chrysanthen’. Dit verhaal vormt samen met vier andere verhalen de bundel “Nachtschade”, het literaire debuut van Siebelink. In die eerste verhalen zitten meteen al de thema's die later steeds terug zullen komen in zijn werk: zijn streng religieuze, maar niettemin sympathieke vader, de kwekerij, de streek uit zijn jeugd, het middelbaar onderwijs, de rangorde in het zogenaamd genivelleerde Nederland. In 1977 verscheen zijn eerst roman 'Een lust voor het oog. Zijn belangrijkste romans zijn “De herfst zal schitterend zijn”, “En joeg de vossen door het staande koren”, “De overkant van de rivier”, “Vera”, “Margaretha” en de bestseller “Knielen op een bed violen”. In het laatstgenoemde boek vertelt Siebelink over de godsdienstige kring waar zijn vader toe behoorde en hoe hij daar zelf bij betrokken werd. Van “Knielen op een bed violen” waren in 2009 meer dan 700.000 exemplaren verkocht. In september 2009 kwam de vijftigste druk uit. Naast zijn literaire werk schreef Siebelink ook essays over decadente Franse literatuur. In 2009 werd Siebelink geridderd, hij werd Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw.

Uit: Margje

“Ruben wachtte op zijn broer, keek vanuit de voorkamer de straat af. Deze oudejaarsdag zouden ze samen het graf van hun ouders bezoeken.
Ruben was er zeker van dat Thomas zou komen. Het was altijd een genot geweest om naar hem te kijken. Een mooie jongen. Nog steeds was die schoonheid zichtbaar, ondanks de lege oogkassen. Een ernstig ongeluk, langer dan een jaar geleden, had Thomas blind gemaakt. Ook zijn spraakvermogen was aangetast.
Na lange revalidatie had hij het schilderen weer opgepakt. In het blindeninstituut had hij alle medewerking gekregen. Hij leerde snel en werd behendiger in het op de tast omgaan met verf. Op zijn kamer stond een schildersezel. Het eerste wat hij schilderde na het ongeluk was een veld dahlia’s waarover de vorst was gegaan. De bloemen waren pikzwart, hingen naar beneden, want de stelen waren vlak onder de knop geknakt. Maar één bloem, op een beschutte plek, was niet door de nachtvorst aangetast. Ze was helrood, van dat intense rood als de natuur voor de winter invalt nog één keer uithaalt.
Hij toonde het Ruben. Een glimlach verscheen op zijn gezicht, heel kort. De eerste na het afschuwelijke drama. Hij had hem omhelsd en ze bleven lang in elkaars armen.
Die ene bloem, die de vorst heeft overleefd, die extra schitterde, dat felrode bij alle zwart. Zo kon een dahliaveld er in november uitzien.

Opnieuw liep Ruben de voorkamer in, keek de steil aflopende Bergweg af. Uit een grijze lucht dwarrelde wat sneeuw. Tegen de avond was door opvriezing gladheid voorspeld.
Gisteren had Ruben Thomas nog bezocht. Hij was niet op zijn kamer. Er stond ook geen nieuw schilderij op de ezel. Op tafel lag het blauwlinnen zakbijbeltje dat hij aan het eind van de zondagsschool had ontvangen. Ruben bezat zijn eigen exemplaar niet meer. Dat van Thomas lag opengeslagen bij het evangelie van Lucas. Enkele regels waren rood onderstreept. Hij streek er licht met zijn vinger over. ‘Op de eerste dag van de week gingen de vrouwen al vroeg in de morgen naar het graf. Ze vonden de steen afgewenteld.’ Thomas, zolang Ruben hem kende, had niets opgehad met het transcendente.
Hij dwaalde door de lange, glazen gangen van Bartiméus.”

 

 2121455-83065df55f9b25e6349c86593efad4d7.jpg
Jan Siebelink (Velp, 13 februari 1938)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten