Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 20 februari 2018 tot 21 februari 2018

Herman de Coninck, Tom van Deel, Jonathan Safran Foer, Hans Andreus, David Avidan, Chuck Palahniuk, Wystan Hugh Auden, Laure Limongi, Justus van Effen

De Vlaamse dichter, essayist, journalist en tijdschriftuitgever Herman de Coninck werd geboren in Mechelen op 21 februari 1944. Zie ook alle tags voor Herman de Coninck op dit blog.

 

Kleurenstudie

En de zwarte kraai kwam
van over de zeven bergen gevlogen en
bracht een brief in z'n bek:

een zwarte omslag met een zwart
kaartje er in waarop in witte
letters het woord 'zwart'.

Zo donker is de nacht van de dood
en zo wit is onze schrik.

 

 

Om echt te lezen

Om echt te lezen
moet je alle lichten uit doen,
woorden houden van duisterheid
zoals het beeld houdt van de donkere kamer.
Onder hen beiden zouden ze zonder geluid
te maken de wereld kunnen vervangen.

 

 

Alles deed pijn

Alles deed pijn. Twee uur lang in kleren
gehesen worden deed pijn. Zijn vrouw zijn
deed pijn, lachen deed pijn, grijnzen al minder,
moed niet. Moed wordt ervan gemaakt

zoals een vuist van vijf vingers.
En verdriet is die vuist weer opendoen.

Sterven doe je alleen.
Niet sterven ook.

Dood zijn doe je met twee
Achterblijven ook.

 

 2122410-743b99f7c079bb4ff9668c45288cd779.jpg
Herman de Coninck (21 februari 1944 - 22 mei 1997)
Cover

 

 

De Nederlandse dichter en literatuurcriticus Tom van Deel werd geboren in Apeldoorn op 21 februari 1945. Zie ook alle tags voor Tom van Deel op dit blog.

 

Nesten van Vincent

De vogelnesten die hij gretig binnenhaalde,
dertig op voorraad in een hoek van het atelier,
uit hun natuur heeft hij ze omgeschapen tot
stilleven en tegen zwarte achtergrond lichtend
vertoond, zoals ook aardappel, pompoen of peer.
Studies in gebruik van kleur, schreef hij z'n broer:
begin met slaafs natuur te volgen, eindig dan
met uit palet te scheppen de natuur die volgt.
Kunst is vogelnest - voorgoed voorbij bewoning.

 

 

Nu het nog licht is

Nu het nog licht is zou ik graag
een ander willen zijn, een haas
die zich een hoed opzet en man wordt.
Door spiegel wil ik gaan, raadsels
van aangezicht tot aangezicht
bezien, en weten dat ik niet alleen
een haas ben maar in 't licht van deze
spiegeling een man met hoed, een ander
dan men kent, niet bang voor jagers
of voor strikken, mijn eigen jagers zelfs
mijn eigen strik verschijnt daar
in het lacht als man met hoed.

 

 2122410-adad69be96badcde40c0b44e0fa640cf.jpg
Tom van Deel (Apeldoorn, 21 februari 1945)

 

 

De Amerikaanse schrijver Jonathan Safran Foer werd geboren in Washington D.C. op 21 februari 1977. Zie ook alle tags voor Jonathan Safran Foer op dit blog.

Uit: Hier ben ik (Vertaald door Gerda Baardman en Tjadine Stheeman)

„Toen de verwoesting van Israël begon, twijfelde Isaac Bloch of hij zelfmoord zou plegen of naar het Joods Tehuis verhuizen. Hij had in een appartement gewoond met boeken tot het plafond en kleden die dik genoeg waren om dobbelstenen in te verbergen, toen in anderhalve kamer met een vloer van aangestampte aarde; op bosgrond onder onverschillige sterren; onder de vloer bij een christen die een halve wereld en eeuw daarna een boom zou laten planten om zijn rechtschapenheid te gedenken; in een gat in de grond, zoveel dagen achtereen dat hij zijn knieën nooit meer helemaal heeft kunnen strekken; te midden van zigeuners, partizanen en min of meer fatsoenlijke Polen in doorgangs-, vluchtelingen- en statenlozenkampen; op een bootje met een fles met een boot erin die een slapeloze agnosticus daar op wonderbaarlijke wijze in had gebouwd; aan de overkant van een oceaan die hij nooit helemaal zou oversteken, boven een stuk of zes kruidenierswinkels die hijzelf met bloed, zweet en tranen had opgebouwd en met een kleine winst had verkocht; naast een vrouw die de sloten op de deur controleerde totdat ze ervan kapotgingen en op haar tweeënveertigste van ouderdom stierf zonder dat ooit een prijzende lettergreep haar strot had verlaten, maar de cellen van haar vermoorde moeder deelden zich nog steeds in haar hersenen; en ten slotte, de laatste kwarteeuw, in een huis met een souterrain in Silver Spring waar het zo stil was als in een sneeuwbol en waar vijf kilo Roman Vishniac op de salontafel lag te vergelen, Enemies, a Love Story in kwaliteit achteruit zat te gaan in de laatste nog werkende vhs ter wereld en een bak eiersalade zichzelf in vogelgriep omzette in een ijskast gemummificeerd in foto’s van prachtige, geniale, tumorloze achterkleinkinderen.
Duitse hoveniers hadden Isaacs stamboom helemaal tot op de Galicische bodem teruggesnoeid. Maar met geluk, intuïtie en wilskracht en zonder hulp van boven had hij de wortels naar de straten van Washington overgeplaatst en tijd van leven gehad om hem weer te zien uitbotten. En tenzij Amerika zich tegen de Joden keerde – totdat, corrigeerde zijn zoon Irv dan – zou de boom blijven groeien en bloeien. Tegen die tijd zou Isaac natuurlijk allang weer in een gat in de grond zitten. Zijn knieën kreeg hij nooit meer recht, maar op zijn onbekende leeftijd, met onbekende krenkingen wie weet hoe nabij, werd het tijd zijn Joodse vuisten niet meer te ballen en toe te geven dat het eind was begonnen. Het verschil tussen toegeven en accepteren is depressie.”

 

 2122410-e607ac7dd1da939f9eb526c200f73ac4.jpg
Jonathan Safran Foer (Washington, 21 februari 1977)

 

 

De Nederlandse dichter en prozaschrijver Hans Andreus werd geboren in Amsterdam op 21 februari 1926. Zie ook alle tags voor Hans Andreus op dit blog.

 

Vreemd lichaam

Drank – en later een vreemd lichaam:
mijn handen blijven tedere snelle
werktuigen;
mijn mond denkt aan iets anders.

Mijn mond, mijn hele lichaam denkt:
het goede lichaam, het vertrouwde
is hier niet.
Het woont weer in een te zachtgroen land:
gras dat lispelt,
gelogen bloemen.

En hier dit vreemd maar natuurlijk toch
eenzaam lichaam tegen mij aan:
wanneer de morgen komt,
sla ik mijn ogen ervoor neer
en slaap maar
en slaap.

 

 

De drie vliegen

Er zaten eens drie vliegen
Om het hardst te liegen,
Buiten op een balkon,
Luierend in de zomerzon.

De eerste zei: ‘Met deze poot
Sloeg ik vijf olifanten dood.’

De tweede zei: ‘Ik vlieg zo vlug,
In ’n uurtje naar Afrika en terug.’

De derde zei: ‘Ik vlieg zo hoog,
Nog hoger dan de regenboog.’

Toen werd ’t wat kil en ’t waaide wat
De vliegen riepen: ‘Voel je dat!’

En vlogen gauw het huis weer binnen
Om daar nóg meer leugens te verzinnen.

 

 2122410-c87d5b88db46cb6a9cacd4c6c4f6bd23.gif
Hans Andreus (21 februari 1926 – 9 juni 1977) 

 

 

De Israëlische dichter, schrijver, schilder en filmmaker David Avidan werd geboren op 21 februari 1934 in Tel Aviv. Zie ook alle tags voor David Avidan op dit blog.

 

Urgently Have To Give Myself

I urgently have to give myself additional opportunities now,
leave previous contingencies which have been implemented,
move toward new innovative opportunities, open possibilities.
At a certain stage I stopped supplying this vital need to myself.
I remembered only previous shipments, huge and abundant
and I innocently thought that the store of possibilities would never end.
I didn’t think about myself in conventional industrial concepts,
and so I supplied the raw material and the production plans at the same time.
Now delivery begins – one, two, three.
On trains and planes and cargo ships and semi-trailer trucks.
I supply myself with additional possibilities that won’t run out so fast.
I open hidden doors for myself and pass through them.
I signal the new options to reach me at record speed.

I urgently have to give myself additional opportunities now,
The earlier opportunities were more or less used up earlier.
My writing flows, and I meet nearly every challenge,
but that’s not what I’m looking for, I’m looking for new opportunities.
I’ll find them, don’t worry, I’ll find them.
They are waiting for me on my doorstep, they are waiting for me.
They know everything they have to about me – they have all the data.
They operate according to the data they have and according to essential information.
They are looking for me the way I look for them,
because I am their possibility just as they are my possibilities.

 

 

Microfilm

Everything’s miniature, like microfilm.
And at the hour of need – enlarged.
It could have worked for us too.

The world is filled with creatures which are too large
and not always useful and not always necessary.
What’s so bad about miniaturizing people and their belongings
and enlarging them at the hour of our need.

Keep them in mind big, taking up space.
Keep them in mind jumping toward the basket.
Keep them in mind, their equipment and objects.
But keep them in mind small, until the proper time.

We haven’t got the mental power
to shrink and at the same time believe
that we’ll grow at the hour of need.
We’re afraid we won’t return from the journey
toward miniaturization.
We want to maintain our territoriality
to use and as a special option.

And so there’s no mini-future for humankind,
no micro-future for humankind, which doubts.
People don’t have the rare prowess
to contract and attack when the time comes.

 

Vertaald door Lisa Katz

 

 2122410-009481e3d5a7d741aab3ebd65483e997.jpg
David Avidan (21 februari 1934 - 11 mei 1995)

 

 

De Amerikaanse schrijver en journalist Chuck Palahniuk werd geboren op 21 februari 1962 in Pasco, Washington. Zie ook alle tags voor Chuck Palahniuk op dit blog.

Uit: Fight Club

“Sob’s big arms were dosed around to hold me in-side, and I was squeezed in the dark between Bob's new sweating tits that hang enormous, the way we think of God's as big. Going around the church basement full of men, each night we met: this is Art, this is Paul, this is Bob; Bob's big shoulders made me think of the hori-zon. Bob's thick blond hair was what you get when hair cream calls itself sculpting mousse, so thick and blond and the part is so straight. His arms wrapped around me, Bob's hand palms my head against the new tits sprouted on his barrel chest. "It will be alright," Bob says. "You cry now." From my knees to my forehead, I feel chemical reactions within Bob burning food and oxygen. "Maybe they got it all early enough," Bob says. "Maybe it's just seminoma. With seminoma, you have almost a hundred percent sur-vival rate. »
Bob's shoulders inhale themselves up in a long draw, then drop, drop, drop in jerking sobs. Draw themselves up. Drop, drop, drop. I've been coming here every week for two years, and every week Bob wraps his arms around me, and I cry. "You cry," Bob says and inhales and sob, sob, sobs. "Go on now and cry." The big wet face settles down on top of my head, and I am lost in-side. This is when I'd cry. Crying is right at hand in the smothering dark, closed inside someone else, when you see how everything you can ever accomplish will end up as trash. Anything you're ever proud of will be thrown away. And I'm lost inside. This is as close as I've been to sleeping in almost a week. This is how I met Marla Singer. Bob cries because six months ago, his testicles were removed. Then hormone support therapy. Bob has tits because his testosterone ra-tion is too high. Raise the testosterone level too much, your body ups the estrogen to seek a balance. This is when I'd cry because right now, your life comes down to nothing, and not even nothing, oblivion. Too much estrogen, and you get bitch tits. It's easy to cry when you realize that everyone you love will reject you or die."

 

 2122410-56f70117f05f020a05c787369fb01b25.jpg
Chuck Palahniuk (Pasco, 21 februari 1962)
Brad Pitt als Taylor Durden in de film “Fight Club” uit 1999

 

 

De Engelse dichter, essayist en criticus Wystan Hugh Auden werd geboren in York op 21 februari 1907. Zie ook alle tags voor Wystan Hugh Auden op dit blog.

Uit: The Quest

 

IX. The Tower

This is an architecture for the old;
Thus heaven was attacked by the afraid,
So once, unconsciously, a virgin made
Her maidenhead conspicuous to a god.

Here on dark nights while worlds of triumph sleep
Lost Love in abstract speculation burns,
And exiled Will to politics returns
In epic verse that makes its traitors weep.

Yet many come to wish their tower a well;
For those who dread to drown, of thirst may die,
Those who see all become invisible:

Here great magicians, caught in their own spell,
Long for a natural climate as they sigh
"Beware of Magic" to the passer-by.


X. The Presumptuous

They noticed that virginity was needed
To trap the unicorn in every case,
But not that, of those virgins who succeeded,
A high percentage had an ugly face.

The hero was as daring as they thought him,
But his pecular boyhood missed them all;
The angel of a broken leg had taught him
The right precautions to avoid a fall.

So in presumption they set forth alone
On what, for them, was not compulsory,
And stuck half-way to settle in some cave
With desert lions to domesticity,

Or turned aside to be absurdly brave,
And met the ogre and were turned to stone.

 

 2122410-afd503727f12e3374382208800212c45.jpg
W. H. Auden (21 februari 1907 – 29 september 1973)
Hier met collega dichter Chester Kallman (rechts) in Venetië in 1961

 

 

De Franse dichteres en schrijfster Laure Limongi werd geboren op 21 februari 1976 in Bastia (Corsica). Zie ook alle tags voor Laure Limongi op dit blog.

Uit: Fonction Elvis

« Gladys adore son fils. Gladys pleure son fils. Le drame d’un hoquet de l’histoire. En écho strict. C’est écrit.
Mais c’est le même visage. Colombe blanche de l’aube.
Un paradoxe ou une image, la beauté convoitée.
Contrairement à d’autres Indiens, Morning Dove White pose, pose devant les machines des Blancs, ne craignant pas les flashes, persuadée qu’ils accomplissent enfin un serment fait à son peuple : « Tu as promis que nos enfants auraient tant de métal d’argent qu’en se regardant les uns les autres, ils paraîtraient aussi éclatants que le soleil levant... » Elle est convaincue que c’est là le sens de la nouvelle Amérique, la leur. L’image. Le don d’une culture, qui est d’argent. Et la répétition. Le charme velouté de sa peau résiste à la longueur de la pose, conserve la fraîcheur de l’aube. (Un général ajoute que l’éclat unique de l’or divertit tellement l’œil qu’il fait oublier l’odeur du sang.
Sans compter l’imagination.) Et elle met des enfants au monde, comme aujourd’hui sa descendante. Destinées errantes élevées de pauvreté, de rudesse, de rêves et d’espoirs. Le temps de plusieurs révolutions complètes ".

 

 2122410-df79bdcb8d44b319e3498cf8c1e33961.jpg
Laure Limongi (Bastia 21, februari 1976)
Elvis Presley

 

 

De Nederlandse schrijver Justus van Effen werd geboren in Utrecht op 21 februari 1684. Zie ook alle tags voor Justus van Effen op dit blog.

Uit: No. 9. Den 15. October 1731. De Hollandsche Spectator.

“Wanneer ik my onlangs verlustigde met in dat gewoel en gedruisch, verwekt door eene zamenvloed van bewoonders der meeste waerelds deelen, de noch standhoudende grondslag van Neerlandsch welvaaren, en uitgestrekte macht te bespeuren; hechte ik voornamentlyk myne aandacht op eene zeekere hoek, alwaar onder geringe kleederen crediet en onder eenvoudige wezens en gebaarden, verstand en oordeel schuilden. Doch op die plaats wat heen en weer tredende, vond ik my met de hand een weinig te rug gehouden, door een persoon die my vry koeltjes toevoegde: Zoo dicht hier niet by, als 't je geliefd, jy vrind met je rappier; ik heb daar zo aanstonds al een heele scheur in myn kleeren gekreegen, en ik vrees dat myn koussen 'er ook aan zullen moeten gelooven. Ik wou doch wel eens weeten wat al die deegens hier op de Beurs doen? Hoewel ik de eer niet heb een Koopman te zyn, vond ik die berisping, schoon wat ruw, niet ongegrond, en zonder te antwoorden, dacht ik raadzaam my elders heen te begeven; doch in het doordringen, 't welk niet geschiede, zonder myne heenen eenigzins te beschadigen, bespeurde ik waarlyk, dat indien de Beurs was bestormt geworden, het aan middelen van verdeediging niet zoude hebben ontbrooken. 't Was ook niet moeyelyk voor my te bemerken, dat veel dezer gewapende wezentlyk zich met den Handel bemoeyden; en niet, gelyk ik, door nieuwsgierigheid alleen, derwaards waren getrokken. Hier op herhaalde ik in my zelve, 't geen ik zelf zo aanstonds had moeten hooren; Wat hebben al die deegens doch op de Beurs van nooden? Zouden die Heeren, dacht ik, zich hunne loffelyke Professte wel schaamen? Is het zo met de zaak gelegen, zo hoeft men zich over d'algemeene klachten, wegens 't verval des Koophandels niet zeer te verwonderen. Ik ging verder, en dewyl dikwils, door 't geringste voorval, de reden, die door de gewoonte als in de slaap gewiegd is, word opgewekt, vroeg ik my zelve, waarom ik doch met het rapier op de zyde voor den dag kwam?”

 

 2122410-fe3855b5571d89b3852a67133e4feafa.jpg
Justus van Effen (21 februari 1684 - 18 september 1735)
Amsterdam, koopmansbeurs – Frederick de Wit, ca. 1690

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 21e februari ook mijn blog van 21 februari 2017 en ook mijn blog van 21 februari 2016 deel 2.

Zie voor bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 21 februari 2007 en ook mijn blog van 21 februari 2008 en eveneens mijn blog van 21 februari 2009.

Geschreven door Romenu om 18:09 Reageer op dit bericht

P. C. Boutens, David Nolens, Ellen Gilchrist, Julia Franck, Georges Bernanos, William Carleton, Cornelis Sweerts, Johann Heinrich Voß, Pierre Boulle

De Nederlandse dichter Pieter Cornelis Boutens werd geboren in Middelburg op 20 februari 1870. Zie ook alle tags voor P. C. Boutens op dit blog.

 

Sonnet II

Hemel, eindloos blauw lokkend zieleweiland, -
Zee, die in zon- en maanstilte of wolkdonderen
Aandrijft de veelheid der wereldsche wonderen
Wier vrije vlotte vloot bij ieder tij landt,
Zie ons, bleek menschdom, uit ons eng afzonderen
Op dit uw zielenvol dagegroen eiland,
Als slaven naar hun overzeesch en vrij land,
Wringen ons handen van vervoerings vlonderen:

Diep in een ouden droom die altijd weêrkomt,
Ligt opgetrokken aan den havenkant
Vleugelen boot waarmeê we eens zijn geland
Als zon en maan en sneeuw en regen neêrkomt, -
Tot laten einddroom wanneer ge openbreidt:
Windbreede vaart naar alle oneindigheid.

 

 

Sonnet VIII

Kom: ik ben enkel lust en lieflijkheid,
Een zilvervolle hof altijdig ooft,
Waar knop en bloesem eeuwge vrucht belooft,
Een levend maal op ieder uur bereid.

En waar het hart der stilte welft en spreidt,
Aardkoele woon doorluchtig overloofd,
Houdt zon en maan om Uw hoog-heerlijk hoofd
Haar gulde' afspraken tot in eeuwigheid.

O kom: geen weet het enge steile pad
Dat door de bergen naar den wijngaard leidt,
Dan Gij alleen en die den hof geplant heeft:
God, die eens zeker komt te Zijner tijd
En streng-rechtvaardig U de tienden schat
Van vele aardsche oogsten die Hij U verpand heeft.

 

 

Uit: Strofen en andere verzen uit de nalatenschap van Andries de Hoghe

 

Negende strofe

Daar is niet éen die eenzaam gaat als ik,
en geen der andren draagt zijn harts geheim -
dit donker zaad dat zwelt naar lichten bloei,
dit stomme leed dat hijgt naar luid geluk -
in zulk een klem van onverbreekbaar zwijgen.
Want als een kind, in vroegste jeugd verdoold
naar een ver land, moeder en moedertaal
alleen nog weet als felbewust gemis,
ergens achter den bleeken horizon
een lang verloren onbereikbren schat;
en als zijn hart in druk van smart of vreugd
zich uit moet spreken aan een ander hart,
keert het vreemd woord in ledige echo weder,
ijdel en dood zoodra zijn mond het sprak -:
zóo, waar ik door de lichte volten dwaal
van dit ontelbaar levendschoone volk,
wenken van de overzij der dubble stilte
oogen alzijds mijn oogen als gelijken,
en mijn hart bonst in luideloozen zang;
maar als mijn schuwe groet hun nadertreedt,
en van hun lippen ruischt het helder antwoord,
dan voel ik hoe ik nimmer halen zal
den simplen aanslag van dien heemschen toon,
en 't teedre lied blijft op mijn lippen stom...
En andren onderwijl, als duistre schimmen,
met oogen achter schaduwmom versmeuld,
sluipen en duiken door het dichtst gewoel,
en vaak benadert mij hun half gebaar
als een dof grijnzen: ‘gij zijt éen van ons’ -
en van hun lippen valt een heesch gefluister,
een taal waarin geen schepsel zingen kan,
maar waarvan iedre klank mijn hart doorpriemt
en ieder woord mijn diepste wezen schokt,
en tranen wellen, die mijn oogen branden...
O daar is geen die eenzaam gaat als ik!

 

 2122105-d5e2ad8d49eb5db4725b0217cf26768d.jpg
Pieter Cornelis Boutens (20 februari 1870 – 14 maart 1943)
Portret door Willem van Konijnenburg, 1914

 

 

De Vlaamse schrijver David Nolens werd geboren in Antwerpen op 20 februari 1973. Zie ook alle tags voor David Nolens op dit blog.

Uit: De waan van Cotard

“Ze vertelt dit terwijl ze haar rotte tanden laat zien (en dat voor een meisje van misschien zes jaar oud), terwijl speeksel uit haar mondhoeken druipt en haar huid afschilfert. Het is een droom en voor Anna, die erg gevoelig is, een nachtmerrie, omdat ze Apple tot in haar pulserende baarmoeder voelt sterven.
Die ochtend verzwijgt Anna haar droom en zit ze ter- neergeslagen aan het ontbijt, overweldigd door een fikse opstoot van melancholie, dat is: haar specifieke vorm van zwaarmoedigheid, waarbij ze in een steeds donkerder wordende grot afdaalt. Jean, anders zo oplettend, merkt het niet op. Die nacht was ook hij afgedaald langs de levensdraad die zijn jaren verbond.
In mijn werkkamer had ik een lievelingsroman uit mijn jeugd voor het eerst in meer dan twintig jaar uit de boekenkast geplukt en hem doorgebladerd. Ik las over de vijfjarige jongen die weldra zou sterven en zag Micky meteen weer voor me, als het nieuwsgierige knaapje dat door zijn moeder werd verwaarloosd en door zijn vader werd aanbeden. Ik wilde het boek herlezen en vond tussen pagina zes en zeven een klasfoto van toen ik vijftien was en bekeek de gezichten een voor een. Ongeveer de helft van mijn klasgenoten wist ik nog bij naam te noemen. Toen ik mezelf vond, schrok ik van de onschuld die reeds verduisterde rond de diepe kassen van mijn ogen.
Dat jaar was mijn laatste jaar aan het college geweest.
De foto was gemaakt voor mijn vertrek, dus ik kon alleen maar raden hoe de donkerte en de magerzucht mijn gezicht weldra verder zouden tekenen, na mijn exodus net voor de kerstvakantie. Want zo voelde het toen, alsof ik helemaal op mezelf een volk was dat migreerde. Om uiteindelijk gewoon bij mijn achttiende jaar in dezelfde stad, waar ik altijd al woonde, uit te komen.”

 

 2122105-a50d4cd4916cec1cb73ab74cf827dea5.jpg
David Nolens (Antwerpen, 20 februari 1973)

 

 

De Amerikaanse schrijfster Ellen Gilchrist werd geboren op 20 februari 1935 in Vicksburg, Mississippi. Zie ook alle tags voor Ellen Gilchrist op dit blog.

Uit: Nora Jane: A Life in Stories

"He has gone to Nebraska," her grandmother would answer. "He went to try to find his wife."
"Where's his wife?"
"He doesn't know. She got tired of waiting for him."
"She's sad, like Momma, isn't she?"
"I think so, some people get sad."
"But not us, do we?"
"Let's walk over to the park," her grandmother said, and got up from the swing. "Those Emperor geese are dying to see you. They're waiting for you to bring them some bread."
"Then do I have to go home?"
"Sometime you do. Your mother doesn't like it if you stay here all the time."
"I'll go tomorrow. In two days I'll go back over there."
"We'll see. Put on your shoes. Those geese are waiting for you by the bridge."
Of course sooner or later she would have to go back to her mother's house and watch her mother cry. Although the older she got the less she had to put up with it. Her mother's house was seven blocks from her grandmother's house. Her mother's house was in the three hundred block of Webster Street and her grandmother's house was in the five hundred block of Henry Clay. By the time she was six years old Nora Jane was allowed to walk from her grandmother's house to her mother's house anytime she wanted to as long as the sun was up. She knew every house and yard and porch and tree between the three hundred block of Webster Street and the five hundred block of Henry Clay. She knew which fences made the best sound when she ran a stick along the railings. She knew which dogs were mean. She knew which people got up early and which ones were sleepyheads. She knew who took the Times-Picayune and who did not. When the golden rain trees bloomed and when the magnolia blossoms opened. Hello, Nora Jane, everyone would say. How you keeping? How's everything with you?”

 

 2122105-b326011da73ec75b5ea054a5ea057fdd.jpg
Ellen Gilchrist (Vicksburg, 20 februari 1935)

 

 

De Duitse schrijfster Julia Franck werd geboren op 20 februari 1970 in Oost-Berlijn. Zie ook alle tags voor Julia Frank op dit blog.

Uit:Rücken an Rücken

“Zu Käthes Rückkehr, am Ende der zwei Wochen, hatten sie nur ein wenig aufräumen wollen, sie hatten das Geschirr abgewaschen, und während Ella noch abtrocknete, hatte Thomas begonnen, den Küchenboden zu schrubben, sie rieben die dunklen Flecken vom Türblatt und polierten die Klinke mit Asche, den Türrahmen wuschen sie mit Seife, den Fußabtreter schlugen sie mit dem Teppichklopfer aus und bürsteten ihn in der Regentonne. Meine Herren, heute sehen Sie mich Klinken abputzen und ich singe ein Lied für jeden.
Lachend hielt sich Thomas immer wieder die Ohren zu, er wollte sie nicht kränken, doch sie traf nur wenige Töne und veränderte die Melodie, wie es ihr einfiel. Der Kronleuchter konnte glänzen, wenn man ihn abrieb. Der Geruch des Messings haftete an den Fingern. Es machte Spaß, sie wollten das Haus so herrichten, wie es noch nie jemand gesehen hatte. Thomas entstaubte die Bücher und Regale mit einem trockenen Tuch, und mit einem feuchten Lappen wischte er nach, er sortierte die Kunstbücher nach Epochen und Größe, die Literatur nach dem Alphabet, die politischen Schriften nach Themen. Mit grollender Stimme, den Feldstecher des verstorbenen Vaters vor Augen, fragte er in die Tiefe des Raumes: Frollein Ella, wünschen Sie eine romantische oder eine abenteuerliche Lektüre aus der schönen Literatur zu leihen? Studieren Sie Trojas Kampf um Helena? Gern fülle ich eine Leihkarte für Sie aus. Ella beachtete ihn nicht, sie lag unter dem Tisch und reinigte mit einem Messer und einem Schwamm die Unterseite, was offensichtlich seit Jahrzehnten niemand getan hatte. Dort klebten hartnäckige Krusten, Spuren von Essen vielleicht, oder Wachs. Das Tischtuch aus italienischem Damast hatte Ella in der Zinkwanne im Garten eingeweicht, es musste gründlich gewaschen werden, Krümel und dunkle Flecken von Saucen und Wein hatten sich über lange Zeit darin eingenistet. Hätten Ella und Thomas den Hausputz nicht in zwei Tagen bewältigen wollen, es wäre Thomas ein Vergnügen gewesen, Bibliothekar zu spielen; er wollte einen Karteikasten für die Bibliothek und ihre künftigen Nutzer anlegen und Leihkarten für jedes Buch entwerfen.“

 2122105-99e52ef5486fe2fe805705102821e8a0.jpg
Julia Franck (Oost-Berlijn, 20 februari 1970)

 

 

De Franse schrijver Georges Bernanos werd geboren in Parijs op 20 februari 1888. Zie ook alle tags voor Georges Bernanos op dit blog.

Uit: Journal d’un curé de campagne

« J’ai eu ce matin, après la messe, une longue conversation avec Mlle Louise. Je la voyais jusqu’ici rarement aux offices de la semaine, car sa situation d’institutrice au château nous impose à tous deux une grande réserve. Mme la comtesse l’estime beaucoup. Elle devait, paraît-il, entrer aux Clarisses, mais s’est consacrée à une vieille mère infirme qui n’est morte que l’année dernière. Les deux petits garçons l’adorent. Malheureusement la fille aînée, Mlle Chantal, ne lui témoigne aucune sympathie et même semble prendre plaisir à l’humilier, à la traiter en domestique. Enfantillages peut-être, mais qui doivent exercer cruellement sa patience, car je tiens de Mme la comtesse qu’elle appartient à une excellente famille et a reçu une éducation supérieure.
J’ai cru comprendre que le château m’approuvait de me passer de servante.
On trouverait néanmoins préférable que je fisse la dépense d’une femme de journée, ne fût-ce que pour le principe, une ou deux fois par semaine. Évidemment, c’est une question de principe. J’habite un presbytère très confortable, la plus belle maison du pays, après le château, et je laverais moi-même mon linge ! j’aurais l’air de le faire exprès.
Peut-être aussi n’ai-je pas le droit de me distinguer des confrères pas plus fortunés que moi, mais qui tirent un meilleur parti de leurs modestes ressources. Je crois sincèrement qu’il m’importe peu d’être riche ou pauvre, je voudrais seulement que nos supérieurs en décidassent une fois pour toutes. Ce cadre de félicité bourgeoise où l’on nous impose de vivre convient si peu à notre misère… L’extrême pauvreté n’a pas de peine à rester digne. Pourquoi maintenir ces apparences ? Pourquoi faire de nous des besogneux?
Je me promettais quelques consolations de l’enseignement du catéchisme élémentaire, de la préparation à la sainte communion privée selon le vœu du saint pape Pie X. Encore aujourd’hui, lorsque j’entends le bourdonnement de leurs voix dans le cimetière, et sur le seuil le claquement de tous ces petits sabots ferrés, il me semble que mon cœur se déchire de tendresse. Sinite parvulos… Je rêvais de leur dire, dans ce langage enfantin que je retrouve si vite, tout ce que je dois garder pour moi, tout ce qu’il ne m’est pas possible d’exprimer en chaire où l’on m’a tant recommandé d’être prudent. Oh ! je n’aurais pas exagéré, bien entendu!"

 

 2122105-1ea932793529fa57f8e3dda3cf9ecbad.jpg
Georges Bernanos (20 februari 1888 - 5 juli 1948)
Claude Laydu als de curé d'Ambricourt in de gelijknamige film van Robert Bresson, 1951

 

 

De Ierse schrijver William Carleton werd geboren op 20 februari 1794 in Glogher, in het graafschap Tyrone. Zie ook alle tags voor William Carleton op dit blog.

Uit: The Station

“Our readers are to suppose the Reverend Philemy M’Guirk, parish priest of Tir-neer, to be standing upon the altar of the chapel, facing the congregation, after having gone through the canon of the Mass; and having nothing more of the service to perform, than the usual prayers with which he closes the ceremony.
“Take notice, that the Stations for the following week will be held as follows:--
“_On Monday, in Jack Gallagher’s of Corraghnamoddagh_. Are you there, Jack?”
“To the fore, yer Reverence.”
“Why, then, Jack, there’s something ominous--something auspicious—to happen, or we wouldn’t have you here; for it’s very seldom that you make part or parcel of this _present_ congregation; seldom are you here, Jack, it must be confessed: however, you know the old classical proverb, or if you don’t, I do, which will just answer as well--_Non semper ridet Apollo_--it’s not every day _Manus_ kills a bullock; so, as you are here, be prepared for us on Monday.”
“Never fear, yer Reverence, never fear; I think you ought to know that the grazin’ at Corraghnamoddagh’s not bad.”
“To do you justice, Jack, the mutton was always good with you, only if you would get it better killed it would be an improvement. Get Tom McCusker to kill it, and then it’ll have the right smack.”
“Very well, yer Rev’rence, I’ll do it.”
“_On Tuesday, in Peter Murtagh’s of the Crooked Commons_. Are you there, Peter?”
“Here, yer Reverence.”
“Indeed, Peter, I might know you are here; and I wish that a great many of my flock would take example by you: if they did, I wouldn’t be so far behind in getting in my _dues_. Well, Peter, I suppose you know that this is Michaelmas?” *
“So fat, yer Reverence, that they’re not able to wag; but, any way, Katty has them marked for you--two fine young crathurs, only this year’s fowl, and the ducks isn’t a taste behind them--she crammin’ them this month past.”

 

2122105-0cfa9c08e8816cc4ba4b09b989ce6a97.jpg 
William Carleton (20 februari 1794 – 30 januari 1869)
Cover

 

 

De Nederlandse dichter, liedtekstschrijver, toneelschrijver en boekhandelaar Cornelis Sweerts werd geboren in Amsterdam op 20 februari 1669. Zie ook alle tags voor Cornelis Sweerts op dit blog.

 

Lof der deugd

Loflyke deugd wiens waarde,
Zich noit in schyn vertoont,
Daarmen d'ondeugd op aarde,
Dickwils met eer bekroont.
Ach! ach! Dat men dus ontaarde!
En deugd met ondeugd loont.

Maar schoon de deugd verheven,
Staat op den throon gestelt,
Daar hem de kroon werd gegeven,
En scepter van geweld.
Ach! ach! by hem 't heerlykst leven,
Noch Crezus gelt niet gelt.

Nochtans hoort men te kroonen,
Met eer die niet en vleid,
Hem daar de deugd in wil woonen,
En nimmer werd verleid.
Ach! ach! beklimt gy de Throonen,
U voegt de Godlikheid.

 

 2122105-e44dea16818da964b83db75809c835af.jpg
Cornelis Sweerts (20 februari 1669 - 23 maart 1749)
Allegorie op de deugd door Theodoor van Thulden, 1630

 

 

De Duitse dichter, schrijver en vertaler Johann Heinrich Voß werd geboren op 20 februari 1751 in Sommersdorf / Mecklenburg. Zie ook alle tags voor Johann Heinrich Voß op dit blog en eveneens alle tags voor Johann Voß.

 

Der Herbsttag

Die Bäume stehn der Frucht entladen,
Und gelbes Laub verweht ins Tal;
Das Stoppelfeld in Schimmerfaden
Erglänzt am niedern Mittagsstrahl.
Es kreist der Vögel Schwarm, und ziehet;
Das Vieh verlangt zum Stall, und fliehet
Die magern Aun, vom Reife fahl.

O geh am sanften Scheidetage
Des Jahrs zu guter Letzt hinaus;
Und nenn ihn Sommertag und trage
Den letzten schwer gefundnen Strauß.
Bald steigt Gewölk, und schwarz dahinter
Der Sturm, und sein Genoß, der Winter,
Und hüllt in Flocken Feld und Haus.

Ein weiser Mann, ihr Lieben, haschet
Die Freuden im Vorüberfliehn,
Empfängt, was kommt, unüberraschet,
Und pflückt die Blumen, weil sie blühn.
Und sind die Blumen auch verschwunden;
So steht am Winterherd umwunden
Sein Festpokal mit Immergrün.

Noch trocken führt durch Tal und Hügel
Der längst vertraute Sommerpfad.
Nur rötlich hängt am Wasserspiegel
Der Baum, den grün ihr neulich saht.
Doch grünt derK amp von Winterkorne;
Doch grünt, beim Rot der Hagedorne
Und Spillbeern,unsre Lagerstatt!

So still an warmer Sonne liegend,
Sehn wir das bunte Feld hinan,
Und dort, auf schwarzer Brache pflügend,
Mit Lustgepfeif, den Ackermann:
Die Krähn in frischer Furche schwärmen
Dem Pfluge nach, und schrein und lärmen;
Und dampfend zieht das Gaulgespann.

Natur, wie schön in jedem Kleide!
Auch noch im Sterbekleid wie schön!
Sie mischt in Wehmut sanfte Freude,
Und lächelt tränend noch im Gehn.
Du, welkes Laub, das niederschauert,
Du, Blümchen, lispelst: Nicht getrauert!
Wir werden schöner auferstehn! Kamp,
ein eingefriedigtes Fruchtfeld.

 

 2122105-6107cc7e38f9aa8fc34e04378b3b6621.jpg
Johann Heinrich Voß (20 februari 1751 – 29 maart 1826)
De Johann Heinrich Voß Schule in Eutin, waarvan Voß rector was in de jaren 1782 tot 1802

 

 

De Franse schrijver Pierre Boulle werd geboren op 20 februari 1912 in Avignon. Zie ook alle tags voor Pierre Boulle op dit blog.

Uit: The Bridge Over the River Kwai (Vertaald door Xan Fielding)

“The insuperable gap between east and west that exists in some eyes is perhaps nothing more than an opti-cal illusion. Perhaps it is only the conventional way of express-ing a popular opinion based on insufficient evidence and masquerading as a universally recognized statement of fact, for which there is no justification at all, not even the plea that it contains an element of truth. During the last war, "saving face" was perhaps as vitally important to the British as it was to the Japanese. Perhaps it dictated the behavior of the former, without their being aware of it, as forcibly and as fatally as it did that of the latter, and no doubt that of every other race in the world. Perhaps the conduct of each of the two enemies, su-perficially so dissimilar, was in fact simply a different, though equally meaningless, manifestation of the same spiritual real-ity. Perhaps the mentality of the Japanese colonel, Saito, was essentially the same as that of his prisoner, Colonel Nicholson. These were the questions which occupied Major Clipton's thoughts. He, too, was a prisoner, like the five hundred other wretches herded by the Japanese into the camp on the River Kwai, like the sixty thousand English, Australians, Dutch, and Americans assembled in several groups in one of the most un-civilized corners of the earth, the jungle of Burma and Siam, in order to build a railway linking the Bay of Bengal to Bangkok and Singapore. Clipton occasionally answered these questions in the affirmative, realizing, however, that this point of view was in the nature of a paradox; to acquire it one had to disregard all superficial appearances. Above all, one had to as-sume that the beatings-up, the butt-end blows, and even worse forms of brutality through which the Japanese mentality made itself felt were all as meaningless as the show of ponderous dignity which was Colonel Nicholson's favorite weapon, wielded as a mark of British superiority. But Clipton willingly gave way to this assumption each time his C.O.'s behavior en-raged him to such an extent that the only consolation Ile could find was in a wholehearted objective examination of primary causes. He invariably came to the conclusion that the combination of individual characteristics which contributed to Colonel Nicholson's personality (sense of duty, observance of ritual, obsession with discipline, and love of the job well done were all jumbled together in this worthy human repository) could not be better described than by the single word snobbery.”

 

 2122105-b0712f80d93c35f04360e2616e6b5232.jpg
Pierre Boulle (20 februari 1912 – 30 januari 1994)
Affiche voor de gelijknamige film uit 1957

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 20e februari ook mijn blog van 20 februari 2016 deel 2.

Zie voor bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 20 februari 2007 en ook mijn blog van 20 februari 2008 en eveneens mijn blog van 20 februari 2009.

Geschreven door Romenu om 18:32 Reageer op dit bericht

Sally Rooney

De Ierse schrijfster Sally Rooney werd geboren op 20 februari 1991 inCastlebar. Haar vader werkte voor Telecom Éireann, terwijl haar moeder een kunstencentrum runde; ze heeft ook een oudere broer en een jongere zus. Rooney studeerde Engels aan het Trinity College in Dublin. Ze begon later aan een Masters in politicologie aan dezelfde universiteit, maar voltooide deze niet en behaalde in plaats daarvan een graad in Amerikaanse literatuur. Ze was de beste spreker op de Europese universitaire debatkampioenschappen in 2013. Voordat ze schrijver werd werkte ze voor een restaurant. Rooney schreef haar eerste roman op 15-jarige leeftijd, maar had daar later geen goed woord voorover. Ze voltooide haar debuutroman, “Conversations with Friends”, terwijl ze nog studeerde voor haar Masters in Amerikaanse literatuur. Ze schreef de 100.000 woorden van het boek in 3 maanden tijd. Rechten voor het boek werden uiteindelijk verkocht naar 12 landen. Het boek werd genomineerd voor de 2018 Swansea University International Dylan Thomas Prize, en de Folio Prize van 2018. In maart 2017 werd haar korte verhaal "Mr Salary" genomineerd voor de Sunday Times EFG Private Bank Short Story Award. Haar tweede roman, “Normal People”, werd gepubliceerd in 2018. In juli 2018 stond het op de longlist voor de Man Booker Prize van dat jaar en won de "Irish Novel of the Year" bij de Irish Book Awards.

Uit: Conversations With Friends

“Bobbi and I first met Melissa at a poetry night in town, where we were performing together. Melissa took our photograph outside, with Bobbi smoking and me self-consciously holding my left wrist in my right hand, as if I was afraid the wrist was going to get away from me. Melissa used a big professional camera and kept lots of different lenses in a special camera pouch. She chatted and smoked while taking the pictures. She talked about our performance and we talked about her work, which we’d come across on the internet. Around midnight the bar closed. It was starting to rain then, and Melissa told us we were welcome to come back to her house for a drink.
We all got into the back of a taxi together and started fixing up our seat belts. Bobbi sat in the middle, with her head turned to speak to Melissa, so I could see the back of her neck and her little spoon-like ear. Melissa gave the driver an address in Monkstown and I turned to look out the window. A voice came on the radio to say the words: eighties . . . pop. . . classics. Then a jingle played. I felt excited, ready for the challenge of visiting a stranger’s home, already preparing compliments and certain facial expressions to make myself seem charming.
The house was a semi-detached red-brick, with a sycamore tree outside. Under the streetlight the leaves looked orange and artificial. I was a big fan of seeing the insides of other people’s houses, especially people who were slightly famous like Melissa. Right away I decided to remember everything about her home, so I could describe it to our other friends later and Bobbi could agree.
When Melissa let us in, a little red spaniel came racing up the hall and started barking at us. The hallway was warm and the lights were on. Next to the door was a low table where someone had left a stack of change, a hairbrush and an open tube of lipstick. There was a Modigliani print hanging over the staircase, a nude woman reclining. I thought: this is a whole house. A family could live here.
We have guests, Melissa called down the corridor. No one appeared so we followed her into the kitchen. I remember seeing a dark wooden bowl filled with ripe fruit, and noticing the glass conservatory. Rich people, I thought. I was always thinking about rich people then. The dog had followed us to the kitchen and was snuffling around at our feet, but Melissa didn’t mention the dog so neither did we.”

 

 2211855-9a674e1de07627dbb83696d00a46ea12.jpg
Sally Rooney (Castlebar, 20 februari 1991)



Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten