Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 5 maart 2018 tot 6 maart 2018

Patrick deWitt, Gabriel García Márquez, Jeremy Reed, Marijke Hanegraaf, Thomas Acda, Günter Kunert, Clark Accord, Elizabeth Barrett Browning, Michelangelo

De Canadese schrijver en scenarist Patrick deWitt werd geboren op 6 maart 1975 op Vancouver Island. Zie ook alle tags voor Patrick deWitt op dit blog.

Uit: Ablutions

“You are sitting in the magical Ford outside the bar when Junior the crack addict walks up and steps into the car and you both sit there watching the building. His smell is otherworldly, like a demon from deep in the earth’s crust, and he repeatedly passes the fiercest gas; he has been too long without his drugs and his body is causing a fuss. He does not greet you and you do not greet him; a rift has grown between you recently, or rather a rift has grown between Junior and everyone—he is in the worst way and the doormen say he has been robbing people with his machete blade after hours. You are not afraid of him and you do not believe he would ever do you any harm but you wish he were somewhere other than sitting at your side, wondering about the contents of your pockets.
He is fidgeting with a lighter and finally he says to you, “I need twenty dollars, man. I need it bad.” When you tell him you haven’t got any money he punches your dashboard and pouts, asking himself how long this torture might go on. You tell him to wait a minute and you enter the empty bar, retrieving twenty dollars from the safe. You walk it out to him and he is relieved to see this money but wants to know where it came from. When you tell him you stole it he looks worried and asks if you won’t get into trouble, which is insulting because you know he does not actually care one way or the other. “Do your drugs or don’t do your drugs,” you say. “Don’t stand around sobbing and bitching about it.” He straightens himself up and nods and hustles off to find his dealer. All through the night you are bothered by guilt and self-loathing for speaking with him so harshly and angered that such a man could conjure these emotions in you.
Discuss your feeling of wonder when the pilfered twenty dollars is not reported missing at the end of the night. Discuss your routine of thieving that stems from this incident, and the criminal spree you quickly embark upon.
Your plan is to keep an at-home stolen-monies pile, separate from your life-monies pile, and to cultivate it to a respectable size and then, at some key point, utilize it dramatically. Within a month you have three hundred dollars and you feel great relief and satisfaction, as if justice has been served, and you wonder why you waited until this late date to begin stealing from the owner, who you (on a whim) decide is a bad man who expects you to gladly damage your mind and body with this potentially deadly work of washing dishes in a bar, and who has never asked you how your feelings were doing even though it is fairly obvious that they, your feelings, have been hurt and are still hurting yet.”

 

 2126391-388a061b87b873a24e6c9d0d849b65ad.jpg
Patrick deWitt (Vancouver Island, 6 maart 1975)

 

 

De Colombiaanse schrijver Gabriel García Márquez werd op 6 maart 1928 in de kustplaats Aracataca geboren. Zie ook alle tags voor Gabriel García Márquez op dit blog.

Uit: Honderd jaar eenzaamheid (Vertaald door MarioleinSabarte Belacortu)

“Vele jaren later, toen hij Voor het vuurpeloton stond, moest kolonel Aureliano Buendía vast aan die verre middag denken waarop zijn vader hem had meegenomen om het ijs te leren ken-nen. Macondo was in die tijd nog een gehucht van twintig huis-jes van leem en riet op de oever van een snelstromende rivier die zich met haar doorschijnende wateren over een bedding spoedde van gladde stenen, wit en enorm als prehistorische eieren. De we-reld was nog zo jong dar veel dingen geen naam hadden, en als je het over ze wilde hebben, moest je ze met je vinger aanwijzen. Elk jaar verscheen er in de maand maan een haveloze zigeuner-familie die haar tent vlak bij het gehucht opsloeg en met veel mis-baar van fluiten en trommels de nieuwe uitvindingen bekend-maakte. Als eerste brachten ze de magneet mee. Een grote dikke zigeuner met een woeste baard en handen als mussenpootjes, die zich voorstelde als Melquíades, hield een gruwelijke openbare demonstratie van wat hij zelf het achtste wonder van de wijze al-chemisten uit Macedonië noemde. Hij ging van huis tot huis met twee metalen staven die hij achter zich aan sleepte, en alle men-sen schrokken zich wild toen ze zagen dat de grote en de kleine pannen, de nijptangen en de kookkomforen van de muur vielen, toen ze de planken hoorden kraken door de verwoede pogingen van spijkers en schroeven zich los te wrikken, en voorwerpen die ze al tijden kwijt waren, tevoorschijn kwamen op plekken waar ze er het vaakst naar hadden gezocht en zich in ordeloze vlucht achter de magische ijzers van Melquiades aan sleepten. 'De din-gen hebben een eigen leven,' verkondigde de zigeuner, die een sterk accent had, 'je moet hun ziel wakker schudden, dat is alles.' José Arcadio Buendfa, wiens mateloze verbeeldingskracht altijd verder ging dan het vernuft van de natuur en nog veel verder dan de wonderen en de magie, bedacht dat hij van die nutteloze uit-vinding gebruik kon maken om goud uit de grond te halen.”

 

 2126391-e8973a1133adb43cc4225a1fff188266.jpg
Gabriel García Márquez (6 maart 1928 - 17 april 2014)
Cover

 

 

De Nederlandse dichteres Marijke Hanegraaf werd op 6 maart 1946 geboren in Tilburg. Zie ook alle tags voor Marijke Hanegraaf op dit blog.

 

Het oog van de duif

Zijn kop opzij ligt op de drempel
van mijn huis een duif te sterven.
In zijn oog zie ik dat hij het weet.

Een paar veertjes ginds op het pad
een drupje bloed op een tegel
zo eenvoudig laat de duif het leven

precies in mijn portiek, met zon erop.
Ik leg hem behoedzaam in een doosje.
Dat mijn tuin voor hem de wereld was.

En nu vertrouwt de duif de dood.
Hij vouwt zijn vleugels om zich heen
doet zichzelf een rouwjas om.

 

 

Iets niet vinden

Bij het opruimen van de werkkast vind ik
een stukje metaal van twee bij drie

met een bizar buisje. Ik wist niet
dat zoiets bestond en dat ik het had.

Het ziet er vreemd uit
maar nuttig en doelgericht.

Zo onbuigzaam aanwezig
en onweerlegbaar de moeite waard.

Ik draai het tussen mijn vingers alsof
een gebaar het gebruik kan onthullen.

Iemand kan zeggen waar het voor dient
kan zeggen gooi het niet weg

iemand die in de wereld de verbindingen kent.

 

2126391-fd2ae050badefaacd581acc96f9481f6.jpg 
Marijke Hanegraaf (Tilburg, 6 maart 1946)

 

 

De Engelse dichter en schrijver Jeremy Reed werd geboren op 6 maart 1951 op Jersey. Zie ook alle tags voor Jeremy Reed op dit blog.

Uit: Boy Caesar

“Alone and waiting for his tutor to return him to the world of Ovid's Metamorphoses, he busied himself regrouping a vase of candy-pink peonies. The cerise, fist-sized flowers were the colour of sunsets he had known while out riding, the sweat stinging his eyes as he pushed a strawberry roan to overkill in the foothills. His mother had taught him always to be alert to his destiny. For years he had devoted himself exclusively to the cult of the sun-god Elagabal, worshipped at Emesa in the form of a black phallic stone, universally believed to have dropped there out of the sky. He was, as he reminded himself, blood of the Emesan dynasty as well as an emperor in the making. But he was, above all, impatient. The overbite he brought to life was a response to the feeling that he would die young. He could get no purchase on the idea of growing old and of his biological arc peaking.
When his tutor came into the room it was to complain of the violent rainstorms. Despite the use of a saucer-shaped orange umbrella, he was wet through. Heliogabalus had a lot of time for the unorthodox Serge, a man who pointed up the aesthetic aspect of every study. Serge reminded him at times of the little incidental detail used to decorate an almond cake: the cherry dipped in alcohol.
'We'll look at what Ovid has to say of Tiresias' encounter with the snakes today,' Serge said. 'But there's important news awaiting you, and the lesson may be cut short. Something to do with war and the necessity to act fast.'
'How I wish they could get it over quickly,' Heliogabalus said. 'I've no interest in politics.'
'We live or die by affairs of state. You must learn at all times to be diplomatic.'
'But I won't be manipulated,' Heliogabalus fired off, feeling his individuality come up in a rush of confused emotions.
'These are dangerous things for a young man to say,' Serge cautioned, the tone of his voice implying a shared complicity of ideas.
Heliogabalus could hear the big rains washing the glass conservatory. His mind jumped to Ovid's story of Tiresias and how the latter had undergone a sex-change after disturbing two snakes mating in the forest. The way he interpreted it was to read the encounter as a metaphor for the subject's initiation into the underworld mysteries. Tiresias in being changed into his opposite was also engaged in the process of becoming himself. Serge had encouraged him in his particular take on the theme of transformation, a subject so dear to Heliogabalus that he could place himself in the story and imagine the powerful hormonal switch triggered in his endocrine glands. He had wanted to call musicians in and make a performance of the scene, but Serge had advised against it, saying that the intentions could be misinterpreted.”

 

 2126391-0bd40c114be35239d36677435d299384.jpg
Jeremy Reed (Jersey, 6 maart 1951)
Cover

 

 

De Nederlandse cabaretier, acteur, schrijver en zanger Thomas Acda werd geboren in Amsterdam op 6 maart 1967. Zie ook alle tags voor Thomas Acda op dit blog.

Uit: Onderweg met Roadie

“Vier mensen voor me in de rij, en de vrouw bij de kassa die net zo hoog is als breed slaat weer verkeerd aan. Ik zal in de tussentijd uitleggen wat Powers of Ten is. Fantastische dvd, die steeds keer tien vergroot en verkleint. Een man en een vrouw liggen aan het meer bij Chicago te picknicken. Er wordt uitgezoomd, we gaan steeds hoger, verliezen die twee mensen uit het oog en komen in de dampkring, het heelal en verder en verder tussen de sterren. En dan gaan we terug. Naar beneden weer. Naar dat stel. En beyond, want we gaan de arm van die vrouw in. Het bloedstelsel, tot en met het kleinste atoom. Als ik die dvd tegenkom, koop ik hem. Aanvankelijk omdat ik bang was dat die eerste dvd ermee op zou houden — wat onzin is, want ik kijk hem nooit. Door slijtage zal-ie niet ten onder gaan. Later kocht ik hem steeds omdat ik vond dat ik een tik moest hebben. Een mens moet toch iets geks hebben, iets waaraan je herkend wordt. Je signatuur. Ik reken af en loop over het parkeerterrein terug naar de auto, een Land Rover D110 cabriolet. Jawel, die bestaat, al is het de enige ter wereld en is hij niet geheel vrijwillig cabriolet geworden. Maakt niet uit, dat dak rammelde als een gek. Dat is allemaal allang gebeurd, daar kom ik op terug. Dat beest daar is Roadie, in die auto zonder dak, achter het stuurwiel. Lach maar, die hond gaat een medaille krijgen. Dezelfde als Elvis ooit kreeg. Van Nixon. Alleen krijgt Roadie hem niet van een liegende president die de medaille voor de war on drugs aan de meest charismatische junk ooit uitreikte. Het hondje is een dingo, zegt zijn eigenaresse. Gevonden langs de kant van de weg, net buiten Los Angeles. Op Highway 10, San Bernardino. Enfin, ik vertel het allemaal nog wel, maar laat ik eerst instappen en het laatste stuk afleggen. Deze dingo moet in Los Angeles worden afgeleverd en dan is mijn loutering een feit. Start van een nieuw leven en daar heb ik heel veel zin in. Ik gooi de dvd op de achterbank en zeg tegen Roadie dat hij achter het stuur vandaan moet komen. Niet alles hoeft te veranderen. En dan is het idee al geboren. Ik ken het stuk weg dat we straks gaan rij den. Jaren geleden hebben Ex en ik op onze huwelijksreis onze auto midden op de weg stilgezet en zijn op het asfalt gaan liggen — we lagen er zo onbeweeglijk dat de gieren kwamen cirkelen. Tenminste, dat was de bedoeling. Ik weet niet of ze ook echt gekomen zijn. Normaliter zou ik die gieren moeiteloos in het verhaal verweven hebben. Het is veel beter voor het verhaal, toch? Paar gieren. En bovendien, wat ga jij doen, het controleren? We rijden over een klein woestijnweggetje richting Las Cruces. 70 mijl per uur, zon brandend boven ons, maar wij zijn allang niet meer onder de indruk.”

 

 2126391-92dacbe7bd10fd58cbd544f70ce0f1ed.jpg
Thomas Acda (Amsterdam, 6 maart 1967)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Günter Kunert werd geboren op 6 maart 1929 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Günter Kunert op dit blog.

 

Für mehr als mich

Ich bin ein Sucher
Eines Weges
Der breiter ist
Als ich.

Nicht zu schmal.
Kein Ein-Mann-Weg.
Aber auch keine
Staubige, tausendmal
überlaufene Bahn.

Ich bin ein Sucher
Eines Weges.
Sucher eines Weges
Für mehr
Als mich.

 

 

Leute

Kleine Leute, große Leute
gab es gestern, gibt es heute
wird es sicher immer geben,
über, unter, hinter, neben

dir und mir und ihm und ihr:
Kleine, Große sind wie wir.
Größer als ein Großer kann
aber sein ein kleiner Mann

Klein und groß sagt gar nichts aus,
sondern nur, was einer daraus
für sich selbst und alle macht
Darum habe darauf acht:

Wer den andren hilft und stützt
und sich nicht nur selber nützt,
hat das richtige Format –
ob ein Zwerg er oder grad

lang wie eine Latte ist
oder einen Meter mißt
Kleine Leute, große Leute
gab es gestern, gibt es heute.

 

 2126391-298ca62190ebb2f52a8b01c440da2351.jpg
Günter Kunert (Berlijn, 6 maart 1929)

 

 

De Surinaamse schrijver Clark Accord werd op 6 maart 1961 geboren in de Surinaamse hoofdstad Paramaribo. Zie ook alle tags voor Clark Accord op dit blog.

Uit: The Queen From Paramaribo (Vertaald door Susan Massotty)

“She took a snowy white handkerchief from her bag and sprinkled it with Boldoot.
Gently, she dabbed the cologne on her neck and cleavage and sank back into the soft cushions, enjoying the perfume’s refreshing coolness. She checked her make-up in the rear-view mirror. The black stripe of kohl showed her eyes to great advantage – it made them look mysterious, an effect that had been accentuated by the use of taupe eye shadow. Bloodred lipstick had been carefully applied to her full lips, just inside the lip line. She had added a little blush just under the cheekbones to soften the angular shape of her face. Satisfied with what she saw in the mirror, she patted her face here and there to eliminate the shiny spots.
With a slight jolt, the car came to a stop outside the Halikibe. The driver drummed his fingers impatiently on the walnut dashboard while he waited for someone to open the car door for her. The path to the en trance had been cordoned off, and a row of burly young men had been stationed at intervals to hold back the overly eager public.
Like vultures, the crowd descended on the car, and people bent over to stare in the window.
“She looks like a princess!” cried a woman in an awestruck voice.
Betsy’s evening was complete. She was in seventh heaven. A compliment from another woman, no less.
Gallantly, one of the bodyguards opened the door for her. She thanked him with a majestic nod. The crowd held its breath.
For one second you could have heard a pin drop. Then the silence was broken.
“Wow, what a dress! She sure is beautiful!”
“I’ve never seen a dress like that. There must be at least a thousand beads...!”

 2126391-718c838e4798b6a15c14599f4c3651e3.jpg
Clark Accord (6 maart 1961 – 11 mei 2011)
Cover

 

 

De Engelse dichteres Elizabeth Barrett Browning werd op 6 maart 1806 geboren in Durham, Engeland. Zie ook alle tags voor Elizabeth Barrett Browning op dit blog.

 

Sonnet VI

Go from me. Yet I feel that I shall stand
Henceforward in thy shadow. Nevermore
Alone upon the threshold of my door
Of individual life, I shall command
The uses of my soul, nor lift my hand
Serenely in the sunshine as before,
Without the sense of that which I forbore--
Thy touch upon the palm. The widest land
Doom takes to part us, leaves thy heart in mine
With pulses that beat double. What I do
And what I dream include thee, as the wine
Must taste of its own grapes. And when I sue
God for myself, He hears that name of thine,
And sees within my eyes the tears of two.

 

 

Sonnet VII

The face of all the world is changed, I think,
Since first I heard the footsteps of thy soul
Move still, oh, still, beside me, as they stole
Betwixt me and the dreadful outer brink
Of obvious death, where I, who thought to sink,
Was caught up into love, and taught the whole
Of life in a new rhythm. The cup of dole
God gave for baptism, I am fain to drink,
And praise its sweetness, Sweet, with thee anear.
The names of country, heaven, are changed away
For where thou art or shalt be, there or here;
And this . . . this lute and song . . . loved yesterday,
(The singing angels know) are only dear
Because thy name moves right in what they say.

 

 2126391-9b67a3584ec7ddcfb794e73bf2b9b3a1.jpg
Elizabeth Barrett Browning (6 maart 1806 – 29 juni 1861) 
Boekenkast met borstbeelden van Robert en Elizabeth Barrett Browning in Casa Guidi, Florence. Het huis werd door het echtpaar bewoond tussen 1847 en Browning's dood in 1861 

 

 

De Italiaanse beeldhouwer, schilder, architect en dichter Michelangelo werd geboren op 6 maart 1475 in Caprese. Zie ook alle tags voor Michelangelo op dit blog.

 

Love Feeds The Flame Of Age

When masters bind a slave with cruel chain,
And keep him hope-forlorn in bondage pent,
Use tames his temper to imprisonment,
And hardly would he fain be free again.
Use curbs the snake and tiger, and doth train
Fierce woodland lions to bear chastisement;
And the young artist, all with toil forspent,
By constant use a giant's strength doth gain
But with the force of flame it is not so:
For while fire sucks the sap of the green wood,
It warms a frore old man and makes him grow;
With such fine heat of youth and lustihood
Filling his heart and teaching it to glow,
That love enfolds him with beatitude.
If then in playful mood
He sport and jest, old age need no man blame;
For loving things divine implies no shame.
The soul that knows her aim,
Sins not by loving God's own counterfeit-
Due measure kept, and bounds, and order meet.

 

Vertaald door John Addington Symonds

 

 2126391-f91baa993cf94903ae301cf8fb1bac85.jpg
Michelangelo (6 maart 1475 – 18 februari 1564) 
Portret door Daniele da Volterra, ca. 1544

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 6e maart ook mijn blog van 6 maart 2016 deel 2 en eveneens deel 3.

Zie voor bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 6 maart 2007 en ook mijn blog van 6 maart 2008 en eveneens mijn blog van 6 maart 2009.

Geschreven door Romenu om 18:39 Reageer op dit bericht

Ada Christen

De Oostenrijkse dichteres en schrijfster Ada Christen werd geboren op 6 maart 1839 in Wenen. Zij groeide in eerste instantie op in welvaart en financiële zekerheid. Vanwege zijn betrokkenheid bij de revolutie van 1848 werd haar vader veroordeeld tot meerdere jaren gevangenisstraf, aan de gevolgen waarvan hij jong zou sterven. Het gezin raakte daardoor verarmd. Christen werd op 15-jarige leeftijd actrice en trad toe tot een groep rondreizende acteurs. Ze trouwde met de Hongaarse edelman Sigmund von Neupar en keerde terug naar Wenen. Haar enige kind stierf in 1866, en haar eerste echtgenoot, geestelijk ziek, stierf in 1868. Haar eerste gedicht, “Lieder einer Verlorenen”, werd geschreven bij het sterfbed van haar man en gepubliceerd met de hulp van de schrijver Friedrich von Saarland. Aangemoedigd door vrienden begon ze rond deze tijd onder pseudoniemen te publiceren in tijdschriften. “Lieder einer Verlorenen” was erg populair en werd het jaar daarop opnieuw uitgegeven. In totaal publiceerde Christen vier poëziebundels. Ze schreef ook korte verhalen en schetsen over het overleven in de marge. In 1873 trouwde zij met de edelman Adalmar von Breden en Dit huwelijk stelde haar in staat om zich bij de Weense elite aan te sluiten en zo haar weg te vinden in de literaire cirkel waartoe ook Ferdinand von Saar, Friedrich Hebbel en Ludwig Anzengruber behoorden. De verergering van een eerder opgetreden zenuwziekte dwong haar om zich volledig uit het publieke leven terug te trekken. Kuuroorden en reizen naar Venetië, Menton en Berchtesgaden brachten geen verbetering. Christen leefde daarna een teruggerokken bestaan op het landgoed Einsamhof in Inzersdorf, waar zij op 19 mei 1901 stierf.

 

Elend

Hab oft nicht zurecht mich gefunden
Da draußen im Gedränge,
Und oft auch wieder wurde
Die Welt mir fast zu enge.

Dann liebt' ich schnell und lebte schnell
Und schürte mein Verderben
Der Pöbel johlte – ich lachte
Zu meinem lustigen Sterben.

 

 

Im Concert

Die traurige Kindheit,
Des Vaters Tod.
Der Jugend Blindheit,
Die herbe Noth,
Die Wintertage,
Das dünne Kleid,
Die Sorg' und Plage,
Das Seelenleid …
Die Gleichgiltigkeit,
Die schwer wie Erz,
Die schmerzlose Zeit –
Die mehr als Schmerz …
Das alles wogte,
Wieder vorbei,
Mit leisem Schluchzen
Und dumpfem Schrei,
Als deine Hand
Durch die Saiten glitt –
— — —
O, wie ich litt! –

 

 2199143-9633b32fac81cb067f100ec1baa8e4e1.jpg
Ada Christen (6 maart 1839- 19 mei 1901)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Akwasi

De Nederlandse rapper, columnist, schrijver en acteur van Ghanese afkomst Akwasi Owusu Ansah (artiestennaam Akwasi) werd geboren in Amsterdam op 6 maart 1988. In 2007 richtte Akwasi het rapduo Zwart Licht op met Hayzee, die hij vijf jaar eerder op de middelbare school had leren kennen. Tijdens liveshows nam ook de rapper Leeroy deel. Ze brachten hun muziek uit via het label Top Notch. Verschillende albums bereikten de hitlijsten, en ze werden onderscheiden met drie State Awards. Ondertussen volgde Akwasi een theateropleiding in Maastricht die hij afrondde in 2012. Naast zijn opleiding sloot hij zich aan bij theatergroep Likeminds. Via Likeminds kon hij stage lopen bij het Zuid-Afrikaanse muziek- en theatercollectief Afrikaaps. Hij was te zien in “Hate”, de Britse theaterbewerking van de Franse film La haine. Verder had hij bijrollen in de televisieseries Feuten, Toren C en De Vluchtkerk en de korte films Zorn en Always hardcore. Ook was hij presentator bij De slavernij voorbij van de NTR. Ondertussen zette Akwasi in 2012 zijn eerste stappen als solorapper, al verliet hij Zwart Licht niet. Met het minialbum “Daar ergens” (2014) bracht hij een ode aan het oeuvre van zanger/theatermaker Bram Vermeulen. Het volledige album Daar ergens volgde erna. Hierop zijn tweeëntwintig nummers te horen, sommige in samenwerking met andere artiesten onder wie Typhoon, Lange Frans, Giovanca, Charly Luske en Vermeulen zelf (oude opnames). Het hiphopalbum stond een week in de Album Top 100. Het nummer Dorst werd bekroond met goud. Daarnaast richtte hij het label Neerlands Dope op dat zich in brede zin richt op cultuur en daarnaast op het geven van een podium aan opkomend talent. Sinds 2015 is hij geregeld te zien bij De Wereld Draait Door, als tafelheer en spoken word-artiest. Als lid van Zwart Licht is hij een van de presentatoren van het SoundCloud-radioprogramma Grimeyard dat zich richt op de muziekstroming grime. In oktober 2018 verschijnt zijn debuutbundel "Laten we het er maar niet over hebben', een cocktail van poëzie, levenswijsheden en fascinerende uitspraken verpakt in een plastisch, vaak confronterend taalgebruik.

 

mug

het is stil
donker
de kaars brandt

ik sleur pigmentvlekken met me mee
op mijn linkerarm

heb een litteken dat bijna niet te zien is
op mijn rechterhand

maar ik zie 't

de mug vliegt net zo lang
om de kaars
totdat hij zijn vleugels brandt

vroeger schaamde ik mij
om mijn onderlip
een groot probleem

mijn
met roze bevlekte lip
leek namelijk niet
op die van de mensen
om me heen

wist niet wat voor kracht ik in mij had
toen ik me schaamde voor mijn huidskleur
en me schaamde voor mijn haar

ik ben niet met de grote massa
geen lid van de grote kudde daar

nu ben ik trotser dan ooit
en geloof ik in mijn inzet
de mug had een impact

ik dompel wat kaarsvet
op de zojuist gevallen
icarus

laten we het over iets anders hebben

 

 2195473-8540b59dbd17e3df5051e868d748f819.jpg
Akwasi (Amsterdam, 6 maart 1988)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Pier Paolo Pasolini, Koos van Zomeren, Jurre van den Berg, Arthur van Schendel, Nelly Arcan, Jean Orizet, Leslie Marmon Silko, Frank Norris, Ennio Flaiano

De Italiaanse filmregisseur, dichter en schrijver Pier Paolo Pasolini werd geboren in Bologna op 5 maart 1922. Zie ook alle tags voor Pier Paolo Pasolini op dit blog.

Uit: Eight poems for Ninetto

 

8/
After a long absence, I put on a record of Bach, inhale
the fragrant earth in the garden, I think again
of poems and novels to be written and I return
to the silence of the morning rain,

the beginning of the world of tomorrow.
Around me are the ghosts of the first boys,
the ones you knew. But that is over. Their day
has passed and, like me, they remain far from the summit

where the sun has made glorious their heads,
crowned with those absurd modern-style haircuts
and those ugly American jeans that crush the genitals.

You laugh at my Bach and you say you are compassionate.
You speak words of admiration for my dejected brothers of the Left.
But in your laughter there is the absolute rejection of all that I am.

 

 

The Fan

The ruthless fan
smothers among its meridians
the Ocean's overdone blue,
its Indian enchantments.

Eurasia unbound
undulates in its motion
changing the satin shades
of the Jun on the surface.

In its pale breath
the cholera has designs on
tropical half-shadows,
ships in quarantine.

A hanged Chinaman
traces on the fan
the outline of shimmering
Asiatic carrion.

0 fan of remote
aromas like snows
trampled on by dead
men in othcr ages!

Innocent and limp
as a faded cloth,
you excite in the air
a poison that chokes.

Death! No—silence!
Who has spoken of death?
O fan, your absinthe
breathes faintly, incessantly.

 

 2126136-24c09fb6da328a3d5d80bc0445255b2e.jpg
Pier Paolo Pasolini (5 maart 1922 – 2 november 1975
Cover

 

 

De Nederlandse schrijver, columnist en dichter Koos van Zomeren werd geboren in Velp op 5 maart 1946. Zie ook alle tags voor Koos van Zomeren op dit blog.

Uit:Het verkeerde paard

“Hij had zich de terugkeer van zijn vader heel anders voorgesteld en als hij erover nadacht wist hij dat hij de enige niet was; ook zijn moeder had bepaalde verwachtingen gekoesterd. Toen ze de brief had gelezen en dichtgevouwen en onder haar schort weggeborgen, waren er blosjes op haar wangen verschenen. ‘Kinderen,’ kondigde ze plechtig aan, ‘jullie vader komt thuis.’ Wimmie en Joke gaapten haar stom aan, maar Wouter had haar blijheid opgevangen en begrepen. Hij sloop naar buiten, voederde de konijnen en molk de geit. In zijn hoofd juichte een stem: ‘Hij komt, hij komt.’
Daarna begonnen de voorbereidingen. De plinten werden afgenomen, de ramen gelapt, de meubels in de boenwas gezet - het huis moest blinken en geuren. Wimmie en Joke werden naar de kapper gestuurd. Wouter kreeg een nieuwe bloes, een kakikleurige, waarmee hij net een padvinder leek. Moeder paste haar beste rok. Ze nam de spiegel van de muur en zette hem op een stoel. Eerst hield ze haar linkerheup voor, daarna haar rechter. Met haar handen op haar buik slaakte ze een gekwelde zucht. Opeens kreeg ze in de gaten dat Wouter haar bespiedde. Ze schoot in de lach, trok hem in het zachte kussen van haar lichaam en zei: ‘Nou ja, als de nood aan de man komt heb ik altijd jou nog.’ Wouter rekende er vast op dat ze zijn vader zou vertellen hoe hij haar tot steun was geweest.
De avond voor de grote dag werd de teil naast de kachel gezet. Hij werd gevuld met dampend water en de kinderen werden een voor een afgeschrobd, Joke met haar mollige kleuterlijfje als eerste, Wouter als laatste. Onder de harde hand van zijn moeder schrompelde zijn piemel ineen tot een slakje.
Later zat hij met In de schuilhoeken van de Balkan van Karl May in de oude rookstoel. Zijn huid tintelde, zelfs de lucht die hij inademde voelde schoon aan. Nu de rommel aan kant was, onderwierp zijn moeder de kamer aan een laatste inspectie. Ze hing het krantenrek recht, veegde met haar mouw over een beslagen hoekje van de spiegel en frunnikte aan de franjes van het tafelkleed. Schijnbaar zonder nadenken trok ze vervolgens de la open. Ze aarzelde, er gleed een schaduw over haar gezicht. Wouter voelde dat ze op het punt stond hem een schichtige blik toe te werpen en sloeg net op tijd zijn ogen neer. Toen ze in de keuken verdween wist hij dat ze het grote, gekartelde broodmes had weggenomen en ging verbergen. Daaraan zou hij zelf nooit gedacht hebben.”

 2126136-d95a343d32864bea7658270b0ba19685.JPG
Koos van Zomeren (Velp, 5 maart 1946)

 

 

De Nederlandse dichter Jurre van den Berg werd geboren in Thesinge op 5 maart 1986. Zie ook alle tags voor Jurre van den Berg op dit blog.

 

Montage
(off-set / on-set)

1
Hij heeft haar hand geschud, achter
de camera zijn naam genoemd om haar

later uit bevroren beelden te knippen
te buigen tot hoe hij wilde dat wij
haar zagen, zoals hij wilde dat ze was.

Geen woord is gelogen, geen zin
gesouffleerd, hij heeft niets bedacht -

alsof ze weer haar woorden kiest
in de humuslaag van haar verhalen
graaft, haar bewegingen zorgvuldig

heroverweegt, opnieuw de zin ontleedt
van zijn aanwezigheid. Zo

bedenkt hij haar: zij als zijn hand
tussen de lamp en de muur.


2
Ik ben dagen in het huis geweest
zonder dat de krant kwam.

Heb rondgekeken, thee gezet.
Dit is een vervolg. Dezelfde deur
maar het decor lijkt verschoven

of is het de lichtinval, de stand
van het statief? Nu ik beter kijk:

ook jij was niet zo. Je haar
hoort vast in deze scène.
We proberen het opnieuw:

jij in de rode stoel, je benen
opgetrokken, je hoofd licht

gebogen en zeg dan na wat ik zeg.
De voice-over tekst blijft ongewijzigd.

 

 2126136-03bc74388f5c4a93b1fc86b6d110b7e0.jpg
Jurre van den Berg (Thesinge, 5 maart 1986)

 

 

De Nederlandse schrijver Arthur van Schendel werd geboren op 5 maart 1874 in Batavia. Zie ook alle tags voor Arthur van Schendel op dit blog.

Uit: Een zwerver verdwaald

“En voor het einde van het najaar werden zijn schreden verder geleid. Een hond die hem op den landweg had gezien liep achter zijn voeten, een reiziger vergezelde hem. De vreemdeling sprak gedurig terwijl zij voortgingen in den vochtigen dag, zijn gebaren waren niets dan vragen, en Tamalone luisterde met zijn hoofd zeer laag ter neder gebogen, want er was in de woorden die hij hoorde heugenis van een verleden dat hij geheim hield in zijn ziel. Maar wanneer de ander stil stond om op antwoord te wachten, keek hij rond naar het land waar de wilgen geel van gebladert, met de bochtige slingers van wingerdloof en een schielijk watertje daarneven, in dit vluchtige zonlicht de eenzaamheid tot een sierlijke vreugde maakten, en hij antwoordde niet, het zwijgen was hem liever dan donkere woorden en vragen zonder eind.
En zwijgend vervolgden zij hun tocht, tot Meron Joseph met diepe stem, buigzaam en berustend van toon, verder sprak over voorzienigheid, over het onheil dat hij aanschouwd had, en zooveel verhaalde en zoo lang, dat Tamalone ten laatste enkel luisterde naar den klank zijner stem. Die was hem aangenaam geworden, hij wist niet hoe, maar het was voor het eerst sedert menigen dag dat het geluid en de aanwezigheid van een ander hem gevallig waren. Toen hij zijn reis begon had hij wel geweten dat de groote verwachting nog steeds in hem leefde, nochtans bij dit luttel behagen al vreesde hij voor ontrouw aan het liefste waar hij gedachten aan wijdde. Zijn wensch was alleen door de landen te loopen, immer alleen gelijk hij altoos gedaan had, gelijk naar zijn aard was, en de stad daarginder zou van veel dat zijn droevigen vrede kon storen wel vol zijn. Maar hij had uit de diepten de oude vraag van onnoozeler jaren, in zwaarderen toon thans, weer in zijn borst verstaan, of hij waarlijk aldus was geschapen voor het geluk te vroeg of te laat? - en hij was tot zijn bevreemding meer dan in den jongelingstijd verlangend geworden naar het onverwachte dat in de wereld geschiedt.”

 2126136-f25119a7a1f441621045748abace78f2.jpg
Arthur van Schendel (5 maart 1874 – 11 september 1946)
Cover

 

 

De Canadese (Franstalige) schrijfster Nelly Arcan - pseudoniem van Isabelle Fortier – werd geboren in Lac-Mégantic op 5 maart 1973. Zie ook alle tags voor Nelly Arcan op dit blog.

Uit: Burqa de chair

“À la télévision, au cinéma, sur le Net, les abribus, les murs des villes, les couvertures de magazines masculins et à chaque page des féminins, les femmes sont bombardées d’images de femmes jeunes et jolies et séduisantes et séductrices. Elles s’inquiètent. Suis-je la plus belle ? Chacune, chacune. Arcan parle « des images comme des cages, dans un monde où les femmes, de plus en plus nues, de plus en plus photographiées, qui se recouvraient de mensonges, devaient se donner des moyens de plus en plus fantastiques de temps et d’argent, des moyens de douleurs, moyens techniques, médicaux, pour se masquer, substituer à leur corps un uniforme voulu infaillible, imperméable ». Dans certaines régions du monde, on recouvre les filles d’un voile quand elles deviennent nubiles, et le problème est réglé. Chez nous, il ne se règle jamais. Les femmes occidentales se recouvrent, dit Nelly Arcan, d’une « burqa de chair ». Dans son troisième livre, À ciel ouvert, elle imagine un film documentaire qui porterait ce titre. « Il pourrait raconter l’histoire de femmes qui enterrent leur corps sous l’acharnement esthétique.
Hantise du vieillissement. Ne pas changer, se dit la fillette. Rester à jamais une petite fille. Celle que papa aimait. Celle qui fait bander papa quand il va chez les putes. Papa veut que je reste jeune jeune jeune jeune et jolie. Il ne veut plus coucher avec son épouse une fois qu’elle est devenue mère, une fois qu’elle a dépassé les trente ans. La bandaison de papa, ça ne se commande pas. Ils ne peuvent pas aimer une femme qui vieillit.
Qui flapit. Qui glapit. Comme ma mère. Horreur. Dès que j’arrive à trente ans, je me tuerai. Je ne deviendrai jamais comme ma mère. Meilleure façon de ne pas devenir comme ma mère : devenir putain.
Les deux espèces de femmes, Nelly Arcan les appellera non la maman et la putain mais la larve et la schtroumpfette. Peu importe le nom: toujours, les femmes sont dédoublées, scindées, schizoïdes, tandis que l’homme reste un."

 

 2126136-e2201751490b66b67ee0b787a94dbff6.jpg
Nelly Arcan (5 maart 1973 –24 september 2009)
Cover

 

 

De Franse dichter en schrijver Jean Orizet werd geboren in Marseille op 5 maart 1937. Zie ook alle tags voor Jean Orizet op dit blog.

 

Emplacement Présume de Sodome

D'être sous le niveau de toutes les mers, celle-là meurt lentement au fond d'une cassure où
Sodome, un jour, disparut.

Ce qui, de loin, ressemble à un ourlet d'écume, n'est que sel cristallisé.

Dans cette chaleur soufrée où elle baigne, immobile, la mer
Morte exhibe peu à peu son squelette, sous les yeux pétrifiés de la femme de
Loth, sentinelle du néant.

 

 

L'hirondelle de Sidi Bou Saïd

Elle est apparue au moment où la voix chantante du muezzin appelait à la prière du soir.

D'abord, elle a semblé s'immobiliser à la verticale du
Café des
Nattes, mais un léger souffle l'a fait glisser sur son erre, et, l'espace d'une seconde, la ligne de ses ailes s'est confondue avec celle où la mer et le ciel se marient.

Puis, reprenant sa descente, elle fut soudain la note mobile et sombre sur le blanc des murs et le bleu des moucharabieh.

L'air commençait à sentir le jasmin, une brume tiède montait de
Carthage, quand l'hirondelle plongea vers le port où elle redevint cette voile dont la magie du lieu lui avait, pour un temps, permis de quitter la forme.

 

 2126136-94d16c81ba05e5cff207eb51c5e74d2a.jpg
Jean Orizet (Marseille, 5 maart 1937)
Cover Turkse vertalingen

 

 

De Indiaans-Amerikaanse schrijfster Leslie Marmon Silko werd geboren op 5 maart 1948 in Albuquerque, New Mexico. Zie ook alle tags voor Leslie Marmon Silko op dit blog.

Uit; Ceremony (Introduction)

“My rule for myself was this: I had to stay in that room whether I wrote or not, and, finally, after I’d written letters to Mei-Mei Berssenbrugge or Lawson Inada, the poets who provided me with moral support, or taken a nap, I’d walk over to the window to look up at the big black raven carved above me on the top of the pole. A long way down the pole came Raven’s two raven helpers, Gitsanuk and Gitsaqeq, their raven beaks oddly hooked, melted from the fire’s heat the time they carried Raven’s gift of fire to human beings. Then came the figures of Raven and his wife, Fog Woman, who held two salmon by the tails. The beauty of the carved figures lifted my spirits and I’d finally break down my resistance, and start work on the novel.
At the time I didn’t know much about the Chief Johnson pole or the story of Raven and Fog Woman, but later I learned what an auspicious location my writing office had. The Chief Johnson pole was set in 1901 to celebrate the potlatch given by Chief Johnson for the Kadjuk Tlingits. The carved figures recalled Raven’s beloved wife, Fog Woman, who used Raven’s spruce root hat to create the first salmon. Soon the rivers and ocean were jammed with salmon, and suddenly Raven was rich. Once he was rich, he began to neglect Fog Woman, and one day he spoke abusively to her until she ran toward the beach where she turned into fog. Raven told himself it didn’t matter, but when he got home he found all the dried salmon he’d stored came to life again and swam out to sea and Raven was as poor as before. The figure of Fog Woman on the pole faces the ocean at the place the salmon enter the creek to spawn; Fog Woman’s gift of the salmon made the people of Ketchikan rich.
Lunchtime was easy. Mrs. Hirabayashi’s café was only a half block away, on the street across from the docks and the fishing fleet. Mrs. Hirabayashi and her mother ran the place. It had a long white marble counter with stools where the fishermen liked to sit. They grew aged poinsettias plants in the café front window. It might have been a soda fountain at one time. The Hirabayashis, like other Japanese Americans, were imprisoned in internment camps during the war, and it was Gordon Hirabayashi, Mrs. Hirabayashi’s son, who with others worked tirelessly to secure redress for the crime from the U.S. Congress."

 

 2126136-31a9bca4c408aa5bd3efe685ec017f67.jpg
Leslie Marmon Silko (Albuquerque, 5 maart 1948)
Cover

 

 

De Amerikaanse schrijver Frank Norris werd geboren op 5 maart 1870 in Chicago. Zie ook alle tags voor Frank Norris op dit blog.

Uit: Vandover and the Brute

“It was always a matter of wonder to Vandover that he was able to recall so little of his past life. With the exception of the most recent events he could remember nothing connectedly. What he at first imagined to be the story of his life, on closer inspection turned out to be but a few disconnected incidents that his memory had preserved with the greatest capriciousness, absolutely independent of their importance. One of these incidents might be a great sorrow, a tragedy, a death in his family; and another, recalled with the same vividness, the same accuracy of detail, might be a matter of the least moment.
A certain one of these wilful fillips of memory would always bring before him a particular scene during the migration of his family from Boston to their new home in San Francisco, at a time when Vandover was about eight years old.
It was in the depot of one of the larger towns in western New York. The day had been hot and after the long ride on the crowded day coach the cool shadow under the curved roof of the immense iron vaulted depot seemed very pleasant. The porter, the brakeman and Vandover's father very carefully lifted his mother from the car. She was lying back on pillows in a long steamer chair. The three men let the chair slowly down, the brakeman went away, but the porter remained, taking off his cap and wiping his forehead with the back of his left hand, which in turn he wiped against the pink palm of his right. The other train, the train to which they were to change, had not yet arrived. It was rather still; at the far end of the depot a locomotive, sitting back on its motionless drivers like some huge sphinx crouching along the rails, was steaming quietly, drawing long breaths. The repair gang in greasy caps and spotted blue overalls were inspecting the train, pottering about the trucks, opening and closing the journal-boxes, striking clear notes on the wheels with long-handled hammers.”

 

 2126136-f881d2943f48e60fbac88de00ff1f9cc.jpg
Frank Norris (5 maart 1870 – 25 oktober 1902)
Cover

 

 

De Italiaanse schrijver Ennio Flaiano werd op 5 maart 1910 in Pescara geboren.Zie ook alle tags voor Ennio Flaiano op dit blog.

Uit: Alles hat seine Zeit (Tempo di uccidere, Vertaald door Susanne Hurni)

„Also, kein Lastwagen. Sie sagten, dass derjenige der Baustelle vor kurzem weggefahren sei, und man hörte tatsächlich den Motor schon weit entfernt auf den ersten Steigungen.
«Kommt er zurück?»
«Morgen früh», sagte ein Arbeiter, ganz verwundert darüber, dass ich so etwas Wichtiges nicht wusste. «Er kommt morgen früh wieder mit den Lebensmitteln und der Post.»
Lebensmittel und Post. Ich tastete durch den Stoff der Tasche nach dem letzten Brief von «ihr».
Er war am Tag zuvor angekommen. Ein langer Brief, eng beschrieben mit einer regelmäßigen, runden und zarten Schrift; auch rings um den Rand waren die Bogen vollgeschrieben, nirgends ein weißer Zwischenraum: so richtig ein Brief zum Wiederlesen. Aber wenn nicht endlich ein Lastwagen käme, dann würde ich hierbleiben müssen. Ich begann die Ruhe zu verlieren, meine Reise war zum Scheitern verurteilt. Nun erklärte ich, woher ich kam und wie wichtig es für mich wäre, so schnell wie möglich aufs Hochland zu gelangen; und ich erzählte ihnen von dem Unfall.
Während ich sprach, sah ich, dass sie keine Miene verzogen. Ich erwartete gewiss nicht, großes Interesse zu erwecken, aber diese Arbeiter machten überhaupt keine Bemerkungen und auch keine Vorschläge. Umgekippte Lastwagen gibt’s eben viele in Afrika.
«Um diese Zeit kommt schwerlich ein Lastwagen vorbei», sagte schließlich der Carabiniere.
Er stellte verschiedene Vermutungen an, redete von Kraftwagenkolonnen, die vielleicht vorbeikämen, aber vielleicht auch nicht; und dabei beobachtete er mich, am Boden ausgestreckt, den Helm in die Stirn geschoben.
«Wenn ich hinaufgehe, wo finde ich dann die ersten Lastwagen?»
«Zwölf Kilometer von hier ist ein Etappenkommando, gerade bei der Bergwand», sagte der Carabiniere und gähnte ausgiebig. Zwölf Kilometer wären drei Stunden Marsch, wenn die Hitze nicht vier daraus machte! Und es war der ungeeignetste Augenblick, um ein derartiges Unternehmen zu beginnen; doch ich musste mich entscheiden.“

 2126136-302d86ece9d09972e18f97fb2bf18fca.jpg
Ennio Flaiano (5 maart 1910 – 20 november 1972)
Patrice-Flora Praxo (Mariam) en Nicolas Cage  (Enrico) in de gelijknamige film uit 1989

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 5e maart ook mijn blog van 5 maart 2017 deel 1 en ook deel 2.

Zie voor bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 5 maart 2007 en ook mijn blog van 5 maart 2008 en eveneens mijn blog van 5 maart 2009.

Geschreven door Romenu om 18:19 Reageer op dit bericht

Katarina Frostenson

De Zweedse dichteres en schrijfster Katarina Frostenson werd geboren op 5 maart 1953 in Stockholm. Frostenson studeerde literatuur, film en theater in Stockholm en debuteerde in 1978 met de dichtbundel “I mellan”. Zij schrijft poëzie, drama en proza, en vertaalt vanuit het Frans. In 1992 werd ze als vijfde vrouw ooit verkozen tot lid van de Zweedse Academie, die beslist over de toekenning van de Nobelprijs voor de Literatuur. Als toneelschrijfster debuteerde zij in 1990 met vier monodrama ‘s voor het podium, die werden uitgevoerd in het theater en op de radio. Twee toneelstukken waren in het Koninklijk Dramatheater in Stockholm te zien. In 2002 werd “Kristallvägen” gespeeld in het Joodse theater van Stockholm. Voor Sven-David Sandströms opera "Staden", die in 1998 in de Koninklijke Opera werd opgevoerd, schreef ze het libretto. Samen met haar man Jean-Claude Arnault, een Frans-Zweedse fotograaf, leidde zij in Stockholm een ​​cultureel forum, dat literaire avonden en interculturele evenementen organiseerde. Het forum werd eind 2017 opgeheven, toen haar man werd beschuldigd van seksuele intimidatie en geweldpleging. Voor het forum zou hij ook fondsen van de Academie hebben aangenomen, waarover Frostenson moest beslissen. Hij zou ook namen van Nobelrijswinnaars hebben gelekt.

 

Ich selbst im gelben Kleid

Zerstreu mich Bruder mit deinem Auge das sich nicht schließen läßt
das nur aussieht, nichts sieht als den Schimmer und Sonnensprenkel
von Wasser im Laub

im Juligrün, unter einem Baum
in dem geflochtnen blauen Korb der groß dich barg

als dich alles umschwirrte
und du warst wie der Honig

ich selbst im gelben Kleid, dunkel
im Baum, immer dunkler gelb, greller, schreiend hinauf
aber still, zum Wipfel,
Triumph, kleiner Bruder, über alles
durch der Krone Gewicht
ich spür den Kopf von der Sonne

 

 

Kranz

Was hab ich in der Hand
Kreide und Kohle
und den Bleistift, die Tötungskunst

einen Rosenkranz aus Zähnen
den Strick
der seine Schlinge legt
und nichts hören will als
Endgültigkeit
Bach geht in den Gängen
Gedränge in Gabelungen
die Leiter auf und ab
tanze, Hand

und dann geh zu Kehle
Herz und Mund
Ding und Leben
Zunge und Wurzel

und treib aus
das Wort
Bergblumen am Hirnwasser

warum spür ich es nicht, Hand um Zunge
Zunge und Wurzel
- das Gelb schwimmt im Schwarzwasserteich –
vielleicht hab ich es getötet, es mit meinen Fingern
umgebracht
aus Liebe zu ein und derselben
Sache
Stufe, Tonleiter
Knochen, die Tonleiter im Knochen
die Leitern hinauf
Verbreitung in der Luft ohne Ende
sich wendend

 

Vertaald door Verena Reichel

 

 2144028-6a127bcbfdf137645fa4a68fb21ec5ba.jpg
Katarina Frostenson (Stockholm, 5 maart 1953)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten