Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 15 maart 2018 tot 16 maart 2018

P.C. Hooft, Bredero, Dirk von Petersdorff, Zoë Jenny, Alice Hoffman, Hooshang Golshiri, Francisco Ayala, César Vallejo, Per Leo

De geschiedkundige, dichter en toneelschrijver Pieter Cornelisz. Hooft werd geboren in Amsterdam op 16 maart 1581. Zie ook alle tags voor P. C. Hooft op dit blog.

 

Zang

Rozemond, hoor je spelen noch zingen?
Zie de dageraad aan komen dringen,
Dartele duiven en zwanen en mussen
Zouden de vaak uit uw ogen wel kussen,
Zo ‘t u lustte de dode te ruimen
Om de lust van de levende pluimen.

Alle weiden, alle duinen en dalen,
Hunne aêm met verheugen ophalen,
't Heugelijk jaar met zijn vrolijke tijen,
Is rechtevoort op zijn kwikste te vrijen.
Kruien, bloemen en bomen veroveren,
En zich sieren met levende loveren.

‘t Welig vee op zijn grazige zoden,
O mijn min, ons te bruilofte noden.
Al haar gezicht, haar gebaar en haar spreken,
Lopen in ‘t end van de minnelijke treken.
Op, op, op, eer de zon in de dauw schijn’.
Laat ons alle gedierte te gauw zijn.

 

 

Zang (Klare, wat heeft er uw hartje verlept)

Klare, wat heeft er uw hartje verlept
Dat het verdriet uit vrolijkheid schept,
En altijd even benepen verdort,
Gelijk een bloempje, dat dauwetje schort?

Krielt het van vrijers niet om uw deur?
Moog je niet gaan te kust en te keur?
En doe je niet branden, en blaken, en braên
Al waar 't u op lust een lonkje te slaan?

Anders en speelt het windetje niet,
Op elzentakken, en leuterig riet,
Als: lustigjes, lustigjes. Lustigjes gaat
Het watertje waar 't tegen 't walletje slaat.

Ziet d'openhartige bloemetjes staan,
Die u tot alle blijgeestigheid raên.
Zelfs 't zonnetje wenst u wel beter te moe,
En werpt u een liefelijk ogelijn toe.

Maar zo ze niet, door al hun vermaan,
Steken met vreugd uw zinnetjes aan,
Zo zult gij maken aan 't schreien de bron,
De bomen, de bloemen, de zuivere zon.

 

 

Knip-zang
Toon: Laura zat laatst aan de Beck.

Rozemond die lag en sliep,
Blies Vyoolen uit haar lippen;
Pan die zag 't, en ylings liep
Zoetjes op haar borsje knippen;
Mids dat hy zijn duim liet slippen
Viel een Beez' van 't Moerelof;
Die 't recht op haar boezem mikte;
Dies hy riep (want hy verschrikte)
Ach, ach, ach! de speen is of.

 

 2129379-036cd8882b121caf2de635d33d7d4b2c.jpeg
Pieter Cornelisz. Hooft (16 maart 1581 – 21 mei 1647)
Beeld aan de Stadshouderkade in Amsterdam

 

 

De Nederlandse dichter en toneelschrijver Gerbrand Adriaensz. Bredero werd geboren op 16 maart 1585 in Amsterdam. Zie ook alle tags voor Bredero op dit blog.

 

Snachts rusten meest de dieren

Snachts rusten meest de dieren,
Ook mensen goed, en kwaad,
En mijn Lief goedertieren
Is in een stille staat:
Maar ik moet eenzaam zwieren,
En kruisen hier de straat.

Ik zie het zwerrick* drijven
Ik zie de klare* Maan,
Ik zie, dat ik moet blijven
Alleen mistroostig staan!
Ach lief, wilt mij gerijven*
Met troostelijk vermaan!

Och slaapt gij mijn behagen,
Dewijl ik doe mijn klacht?
Wat baat mij dan mijn klagen,
Nu gij de doven slacht*:
Ik zal 't geduldig dragen,
Ik wens u goede nacht.

Adieu Prinsesje jeugelijk
Mijn Vrou van mijn gemoed:
Adieu en droom geneugelijk
En slaap gerust en zoet:
Ach 't is mij zo onmeugelijk
Te rusten als gij doet.

 

 

Klinck-dicht

Ghy klaar beharssent Volck! en schrand're Jongelingen,
Beswangert met vernuft en met een kloecke geest,
Die, met een soeten smaack der Wijsen-boecken leest,
Waar door ghy licht bekomt de kennisse der dingen.

Ghy! die u Lesens-lust, kunt saaden, noch bedwingen
Door-siet dit Spiegel-boeck noyt meer in Duytsch geweest:
In 't welck, ick Leeke-broer, soo slecht als onbevreest,
Heb, met mijn boersche stem, de Fransche-maat gaan singen.

Ghy Rijmers, die met Rijm, mijn Rijmeryen prijst,
Ten Rijmt niet, dat ghy my, maar Telle danck bewijst1
Die 't Rijmeloos, my gaf, om Rijmen af te maaken.

Dees Rijmpjes soose zijn, die vindy hier gheprent:
Traach ben ick van begrijp, en arm van geest, ick kent:
Doch 't geen my Vrunt behaaght, dat sal mijn Vyant laaken.

 

 2129379-887ebf34a54d4b5706fc7e44f4c77f4a.jpg
Gerbrand Bredero (16 maart 1585 - 23 augustus 1618)
Cover biografie

 

 

De Duitse dichter, schrijver en literatuurwetenschapper Dirk von Petersdorff werd geboren op 16 maart 1966 in Kiel. Zie ook alle tags voor Dirk von Petersdorff op dit blog.

 

Man trifft sich im Flur

Mein Sohn trägt gelbe Shirts mit Zackenschrift,
wo Ritter ihre Laserschwerter heben
und eine Schlange einen Panther trifft —
das ist für mich vorbei in diesem Leben.
Doch bin ich im Besitz von frühen Siegen
als Fahrradfahrer, der dem Glück erlag,
denn sie, oh Gott, ist hinten aufgestiegen,
fasst meine Hüfte an, Elektroschlag.
Das steht dem Jungen alles noch bevor:
das feine, ungewisse Zukunfts-Brennen,
die heiße Röte bis hinauf zum Ohr
und Ungeduld, der Puls will immer rennen.
               Der Mann macht langsam die Krawatte frei,
               der Junge schiebt sein Mountainbike vorbei.

 

 

Morgens durch die Stadt

Du radelst leicht mit deinem Sohn im Sitz
und denkst: Lass ich mir bald die Nase glätten?,
und wetterleuchtet irgendwo ein Blitz,
erscheinen dir die frühen Liebesstätten.
Du hast es so gemocht, dies Blätterstrudeln,
so weiterfahren aus der Welt hinaus
mit Müdigkeit, in der Gedanken sprudeln,
dein Sohn ruft hinten plötzlich: «Aus die Maus.»
Denn frühcr wars ein Gleiten, wunderbar,
jetzt hörst du diesen deutschen Pop mit Wehmut
und drehst Figuren in dein weiches Haar
und schneidest auch dein Vollkornbrot mit Demut.
            Denn ob du richtigliegst, kannst du nicht wissen,
            nach Träumen riecht am Morgen oft das Kissen.

 

 2129379-210c74203bd957369b4d6c9cc2ef9032.jpg
Dirk von Petersdorff (Kiel, 16 maart 1966)

 

 

De Zwitserse schrijfster Zoë Jenny werd geboren op 16 maart 1974 in Basel. Zie ook alle tags voor Zoë Jenny op dit blog.

Uit: Spätestens morgen

“Sie warteten auf ihn in ihre Regenjacken gehüllt, die Kapuzen hochgezogen. Er freute sich darauf, den Tag mit den Kindern allein zu verbringen. Auf dem Weg zur Untergrundbahn ging er, eine Zigarette rauchend, einen Schritt hinter ihnen. Selwyn erzählte Tara auf-geregt etwas über ein neues Computerspiel. Tara nickte nachgiebig und legte plötzlich wie beschützend die Hand auf den Kopf ihres Bruders - eine Geste, die Mike seltsam berührte. Sie war zwei Jahre älter als Selwyn und immer ganz die große Schwester. In der Unter-grundbahn standen sie so dicht beisammen, dass er sei-nen Arm um sie legen konnte, während ihre Körper sich gleichzeitig im Rhythmus des Wagens wiegten. Drau-ßen schubste er sie durch das übliche Gedränge von Oxford Circus in die Regent Street Er behielt sie dabei vorsichtig im Auge, als ob er fürchtete, sie könnten in der Menschenmasse verschwinden und für immer verlorengehen. Ein Gedanke, der ihn mit Panik erfüllte.
Selbst an einem düsteren Tag wie heute wirkte der gro-ße Apple Store hell, die unzähligen Bildschirme leuch-teten wie kleine Sonnen. Tara und Selwyn rannten auf einen Computer zu und drückten sofort wild auf den Tasten herum. Karin würde überrascht sein, wenn die Kinder ihr am Abend den Computer zeigten. Er hatte ihr nichts über den Vorschuss gesagt, den er für sein neues Theaterstück bekommen hatte. Es war nicht nur ein Geschenk fiir die Kinder, es war ein Statement, ein Zeichen daftir, dass auch er etwas beisteuern konnte -und kein Parasit war. Schlimm genug, dass Karin das Geld verdiente und alles für ihn bezahlte. Zu Beginn war es zwar ganz angenehm gewesen, sich in ein ge-machtes Nest zu setzen, aber Mike fühlte sich zuneh-mend eingeengt, und die Abhängigkeit störte ihn.
Das junge Personal in Turnschuhen und umgelegten Headphones schwirrte mit einer Leichtigkeit durch das Geschäft, als gehörten sie allesamt einer anderen Spe-zies an. Eine junge Frau erklärte ihm ausführlich die Funktionen des Computers - die er sogleich alle wie-der vergaß, weil er fasziniert das Piercing in ihrer Zunge studierte, das jedes Mal aufblitzte, sobald sie den Mund öffnete - er fragte sich, wie es sich wohl anfühlte, sie zu küssen, bei dem Gedanken, mit der Zunge das Metall zu berühren, schauderte ihn. Die Verkäuferin lächelte die Kinder an, fragte nach ihren Namen und ihrem Alter. Die beiden zogen stets alle Aufmerksamkeit auf sich; wenn er mit ihnen unterwegs war, übersahen ihn deshalb die Frauen, gerade so, als ob er gar nicht existierte. Auch als er zahlte und den Computer ent-gegennahm, bedankte sich die Verkäuferin nicht etwa bei ihm, sondern bei den Kindern, winkte ihnen nach und wünschte ihnen viel Spaß mit dem weißen Gerät.“

 

 2129379-a37b9283e50e228db517276079fe591d.jpg
Zoë Jenny (Basel, 16 maart 1974)
Cover

 

 

De Amerikaanse schrijfster Alice Hoffman werd geboren op 16 maart 1952 in New York. Zie ook alle tags voor Alice Hoffman op dit blog.

Uit: De drie zusjes (Emmy van Beest en Josephine Ruitenberg)

“Het was april, en door het raam van hun hotelkamer keken de zusjes Story uit op een zonnig en groen New York. Die avond zouden hun grootouders in het Plaza Hotel hun gouden bruiloft vieren, en daarom deelden de meisjes er een kamer. Hun moeder vertrouwde hen volledig. Ze waren niet het soort tieners dat drank zou stelen uit de minibar om vervolgens dronken over de gang te zwalken, en uitgeteld op de grond of laveloos tegen een deurpost hangend zichzelf en hun familie te schande te maken. Ze zouden nooit uit het raam gaan hangen om sigarettenrook weg te wapperen of waterballonnen naar nietsvermoedende voorbijgangers te gooien. Het waren oppassende, mooie meisjes, welgemanierd en attent. De meeste mensen vonden het schitterend als ze ontdekten dat de meisjes een eigen, gezamenlijke taal hadden, met een aangename en zangerige klank. Wanneer ze met elkaar praatten klonken ze als vogels.
Elisabeth, de oudste, werd Elv genoemd en was vijftien. Meg was maar een jaar jonger en Claire was net twaalf geworden. Ze hadden alle drie lang donker haar en lichte ogen, een opvallende combinatie. Elv, een geoefend ballerina en volgens velen de mooiste, had de geheime wereld van de zusjes Story verzonnen. Meg las graag en had altijd een boek bij zich; ze liep vaak lezend naar school en was dan zo verdiept in haar lectuur dat ze soms struikelde in de vertrouwde straten. Claire was ijverig en zachtaardig, en probeerde nooit onder karweitjes uit te komen. Haar bed was al opgemaakt voordat haar zussen slaperig hun ogen opendeden. Ze harkte het grasveld aan, gaf de planten in de tuin water en ging altijd op tijd naar bed. Ze waren alle drie zelfstandig en praktisch ingesteld, modelleerlingen op wie iedere ouder trots kon zijn. Maar als hun moeder hen onderling druk hoorde praten in die taal die niemand anders verstond, als haar oog op landkaarten en tekeningen viel die haar niets zeiden, die een andere wereld beschreven, deden haar dochters haar denken aan wolken, ver weg en onbereikbaar.
Annie was vier jaar geleden gescheiden van hun vader, in de zomer van de zwamvlinders, toen alle bomen rond hun huis kaal waren gegeten door de rupsen. ’s Nachts hoorde je ze knagen. Overdag zag je het zilverkleurige spinsel van de cocons aan de daksparren van veranda’s en tussen verkeersborden hangen. Men zei dat er zware tijden zouden aanbreken voor de familie Story. Alan was directeur van een middelbare school en hij had het te druk om vaak langs te komen. De scheiding was zijn initiatief geweest, en daarna was hij min of meer verdwenen. Op zijn zevenenveertigste had hij zich ontpopt als een groot charmeur, of misschien waren er gewoon niet veel mannen van zijn leeftijd beschikbaar. Opeens was hij in trek.”

 2129379-2fc2e3bd551892e9057e4cc52064b307.jpg
Alice Hoffman (New York, 16 maart 1952)

 

 

De Iraanse schrijver Hooshang Golshiri werd geboren op 16 maart 1938 in Isfahan. Zie ook alle tags voor Hooshang Golshiri op dit blog.

Uit: Een kader voor het duister (Vertaald door Ahmad Miralai, Koeshar Parsi en Corine Wepster)

“Zo blijkt het steeds weer te zijn, zoals ik nu hier op dit balkon zit en uitkijk op een stil steegje en alleen maar lemen daken zie van een en dezelfde kleur, slechts onderbroken door het turquoise van de twaalfzijdige koepel van de Baba Esmail, en dan wordt het lente en dan komt Shirins briefkaart met een week of zelfs tien dagen vertraging. Ze is onze trouwdag nog altijd niet vergeten. En ieder jaar stuurt ze dezelfde kaart met groene dennebomen en een gele vlek op de plaats waar de zon moet staan, alsof ze er tien tegelijk heeft gekocht, of zelfs twintig, om het niet te vergeten, als ze althans zo lang nog leeft.
De kinderen, Maziar en Zohreh, schrijven ook maar twee brieven per jaar, nu allemaal in het Engels, en ieder jaar verontschuldigen ze zich ervoor dat ze het Perzisch vergeten.
Ik zelf stuur geen kaarten en schrijf ook geen brieven.
Ja, zo is het blijkbaar. Je zoekt naar iets maar je komt ergens anders uit, zoals aan het begin van de oorlog, toen je tijdens de verduistering buiten liep en op de tast je weg moest vinden langs de muur en het duister zo diep was dat je je erdoor voortgeleid voelde, of zoals toen we de kinderen gingen afhalen om een maandje allemaal bij elkaar te zijn en te kunnen uitleggen waarom we wilden scheiden en waarom ik terugging; maar nu ik eenmaal hier ben, nu zie ik altijd wanneer ik aan iets van daarginds word herinnerd of een brief krijg of zo'n standaard briefkaart, dezelfde straathoek voor me en de zon die groot maar koud is opgegaan boven zee en die de horizon aan de andere kant oranje-geel heeft gekleurd. Nee, van waar we liepen konden we de zon niet zien, alleen het oranje-geel van de horizon en toen ik weer keek was er niemand meer op straat of zelfs aan zee.”

 2129379-80abba45fec592b605a6c420a44a0d5a.jpg
Hooshang Golshiri (16 maart 1938 – 5 juni 2000)
Poster voor een conferentie

 

 

De Spaanse schrijver Francisco Ayala werd geboren op 16 maart 1906 in Granada. Zie ook alle tags voor Francisco Ayala op dit blog.

Uit: Wie Hunde sterben (Muertes de perro, vertaald door Erna Brandenberger)

„Ich will mich ans Werk machen, sobald die Welle von Gewalttaten, Ausschreitungen, Mord, Raub, Brandschatzung und sonstigen Missetaten abflaut, die unser Land seit dem Tod von Presidente Bocanegra(3) überzieht - und angesichts all dessen, was wir erdulden, weiß ich, nebenbei gesagt, noch nicht, ob man seinen Namen, wie viele von uns meinen, verdammen oder doch nicht eher als unerfüllte Hoffnung preisen und als mißlungenen Rettungsversuch für unser Vaterland beklagen soll. Vorläufig bringe ich einmal meine Papiere und meine Gedanken in Ordnung, treibe meine Arbeit voran und mache diesen Entwurf, um dann im Anschluß daran das versprochene Buch fertigzustellen. Während sich alle um mich herum im Gebrauch des Fleischermessers oder der Machete üben, wenn nicht gar der Pistole, bediene ich mich der Feder: mit nicht minder messerscharfem Vergnügen.

II
Jetzt erst kann ich mir erklären, war um im Kino, war um in der Literatur und in den historischen Berichten, ja sogar in den frei erfundenen Geschichten die Zeitzeugen für die Generation der Enkel zu lebendigen Bürgen werden und war um immer der falsche Eindruck von schwindelerregender Überstürzung entsteht, obwohl doch der Schrecken solcher Zeitläufte merkwürdigerweise
oft gerade in der Langsamkeit besteht, mit der sich die Geschehnisse unter der gespannten, gierigen Erwartung hinauszögern und die Minuten, die Stunden, Tage, Wochen, Monate sich bis ins Unerträgliche dehnen. Es kommt vor, daß der Erzähler, ohne es zu wollen, in seinem Bericht Morde auf Feuersbrünste häuft, Feuersbrünste auf Vergewaltigungen, Vergewaltigungen auf Raubzüge, und so türmt sich alles auf, wird ineinandergerührt, zusammengestaucht und verdichtet; dabei war es in Wirklichkeit ganz anders: Die Dinge entwickelten sich ganz ohne Lärm und Getöse, ohne Händel und Hader, vielmehr ganz schlicht und einfach, so daß vielleicht eines schönen Morgens gerade jemand mit dem Rasieren fertig ist und ein anderer Gast derselben Pension des Weges kommt und mit begreiflicher Erregtheit erzählt, Presidente Bocanegra sei heute früh tot in seinem Bett aufgefunden worden, nachdem er bis spät in die Nacht hinein an einem Staatsbankett im Palast teilgenommen habe.“

 

 2129379-bc93b7ad053fad3f947311fde4b0b2be.jpg
Francisco Ayala (16 maart 1906 – 3 november 2009)

 

 

De Peruaanse dichter César Vallejo werd geboren op 16 maart 1892 in Santiago de Chuco, Peru. Zie ook alle tags voor César Vallejo op dit blog.

 

The Big People

What time are the big people
going to come back?
Blind Santiago is striking six
and already it's very dark.

Mother said that she wouldn't be delayed.

Aguedita, Nativa, Miguel,
be careful of going over there, where
doubled-up griefs whimpering their memories
have just gone
toward the quiet poultry-yard, where
the hens are still getting settled,
who have been startled so much.

We'd better just stay here.
Mother said that she wouldn't be delayed.

And we shouldn't be sad. Let's go see
the boats—mine is prettier than anybody'sl—
we were playing with them the whole blessed day,
without fighting among ourselves, as it should be:
they stayed behind in the puddle, all ready,
loaded with pleasant things for tomorrow.

Let's wait like this, obedient
and helpless, for the homecoming, the apologies
of the big people, who are always the first
to abandon the rest of us in the house—
as if we couldn't get away too!

Aguedita, Nativa, Miguel?
I am calling, I am feeling around for you in the darkness.
Don't leave me behind by myself,
to be locked in all alone.

 

Vertaald door James Wright

 

 2129379-e285c1014d043df7a24438bb189d8f40.jpg
César Vallejo (16 maart 1892 – 15 april 1938)
Cover biografie

 

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Duitse schrijver Per Leo werd geboren in 1972 in Erlangen. Zie ook alle tags voor Per Leo op dit blog.

Uit: Flut und Boden

„Wenn mich nicht alles täuscht, war es das einzige Mal überhaupt, dass Großmutter aus der Zeit des Nationalsozialismus berichtete.
Es war aber nicht als historische Mitteilung gemeint, als sie mir erzählte, Großvater habe sie geheiratet, obwohl eine – nicht näher beschriebene – Prüfungskommission ihr die Ehetauglichkeit abgesprochen habe. Ariernachweis zwar tadellos, auch Schollenverhaftung traumhaft, Erscheinungsbild nordisch-fälisch wie aus dem Lehrbuch, gesund wie ein Bienenstock und so kräftig, dass ihr nach einem bei der Heuernte erlittenen Kreuzotternbiss nur etwas schwindlig geworden war. Hübsch war sie sowieso. Aber leider zu klein. Wenn ich mich richtig erinnere, hob sie zwei Arten der Treue hervor, die es Großvater erlaubt hatten, sich im März 1935 über dieses Urteil hinwegzusetzen: seine Treue zu ihr und die seiner Kameraden zu ihm. Tatsächlich erzählt diese Anekdote viel darüber, wie das Dritte Reich funktionierte. Wer etwas in die Waagschale zu werfen hatte, Geld, Einfluss, Freundschaft, seinen Körper oder andere Naturalien, dem konnte das Gesetz egal sein.
Was hatten die Einwohner Lothringens der SS zu bieten? Wie viele Francs, wie viele Schinken, wie viele Geschlechtsakte war die Bescheinigung eines nordischen Blutsanteils wert? Wir wissen es nicht und können nur vermuten, dass die erstaunlich hohe Eindeutschungsquote in den westlichen Annexionsgebieten nicht nur sachliche Gründe hatte. Als Führer im Rasseamt, der auch entsprechende Fortbildungskurse besucht hat, fordert man Friedrich Leo dort jedenfalls aus keinen anderen als sachlichen Gründen an. Er wird einer sogenannten Fliegenden Kommission zugewiesen, die das lothringische Hinterland durchkämmt, um die rassische Zusammensetzung der Bevölkerung zu kartieren und über Eindeutschungsanträge zu entscheiden. Diese Kommissionen bestehen aus Medizinern und Eignungsprüfern der SS. Während die Ärzte wiegen, messen, abhören, Krankheitsgeschichten erfragen, machen sich die Rasseexperten einen Eindruck von der Gesamterscheinung des examinierten Körpers. Praktisch heißt das, sie gleichen die in dem Standardwerk Rassenkunde Europas abgedruckten Menschenbilder mit der Wirklichkeit im deutschfranzösischen Grenzgebiet ab.”

 

 2129379-a4c4e3b0db53cc68dba83df967026351.jpg
Per Leo (Erlangen, 1972)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 16e maart ook mijn blog van 16 maart 2014 deel 1 en eveneens mijn blog van 16 maart 2014 deel 2.

Zie voor bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 16 maart 2007 en ook mijn blog van 16 maart 2008 en eveneens mijn blog van 16 maart 2009.

Geschreven door Romenu om 18:11 Reageer op dit bericht

Ben Okri, David Albahari, Louis Paul Boon, Kurt Drawert, Gerhard Seyfried, Andreas Okopenko, An Rutgers van der Loeff, Prosper van Langendonck, Paul Heyse

De Nigeriaanse dichter en romanschrijver Ben Okri werd geboren op 15 maart 1959 in Minna, Nigeria. Zie ook alle tags voor Ben Okri op dit blog.

 

A New Dream of Politics

They say there is only one way for politics.
That it looks with hard eyes at the hard world
And shapes it with a ruler’s edge,
Measuring what is possible against
Acclaim, support, and votes.

They say there is only one way to dream
For the people, to give them not what they need
But food for their fears.
We measure the deeds of politicians
By their time in power.

But in ancient times they had another way.
They measured greatness by the gold
Of contentment, by the enduring arts,
The laughter at the hearths,
The length of silence when the bards
Told of what was done by those who
Had the courage to make their lands
Happy, away from war, spreading justice
And fostering health,
The most precious of the arts
Of governance.

But we live in times that have lost
This tough art of dreaming
The best for its people,
Or so we are told by cynics
And doomsayers who see the end
Of time in blood-red moons.

Always when least expected an unexpected
Figure rises when dreams here have
Become like ashes. But when the light
Is woken in our hearts after the long
Sleep, they wonder if it is a fable.

Can we still seek the lost angels
Of our better natures?
Can we still wish and will
For poverty’s death and a newer way
To undo war, and find peace in the labyrinth
Of the Middle East, and prosperity
In Africa as the true way
To end the feared tide of immigration?

We dream of a new politics
That will renew the world
Under their weary suspicious gaze.
There’s always a new way,
A better way that’s not been tried before.

 

 2129071-108f80a824aed89714874f06755f67da.jpg
Ben Okri (Minna, 15 maart 1959)

 

 

De Servische schrijver David Albahari werd op 15 maart 1948 geboren in Pec in Sevie.Zie ook alle tags voor David Albahari op dit blog.

Uit:Die Kuh ist ein einsames Tier (Vertaald door Klaus Wittmann en Mirjana Wittmann)

“Der Berg
Vom Gipfel aus erblicken wir auf einem Pfad am Fuß des Berges einen Mann.
Wir haben zwei Stunden bis hier oben gebraucht, weil Nelas Fuß etwas wehtat und Vesna wie immer müde war.
Er schafft es bestimmt schneller. Wir breiten eine Plastiktischdecke auf dem Rasen aus,
holen Brote und Äpfel aus den Rucksäcken.
Wir trinken Blaubeersaft. Als der Mann dann erscheint, ist er älter, als wir dachten. Und nicht außer Atem.

 

Der Leser
Der Leser, der sich an einer Stelle im Buch verliert, findet sich, allerdings verändert, an einer anderen wieder. Er be-trachtet sich lange in einem kleinen Spiegel, betastet den Schnurrbart, den er früher nicht hatte, streicht über das schulterlange Haar. Keine Frage, auch jetzt, außerhalb des Buches, fühlt er sich wohl. Das Buch liegt aufgeschlagen auf dem Tisch. Der Leser geht hin und klappt es zu. Als er dann wieder in den Spiegel schaut, sieht er darin nichts.

 

Vlada Ristić, der Apotheker
hatte Träume, die sich in nichts von der Wirklichkeit unterschieden. In ihnen gab es nicht jene unerwarteten Wendungen des Irrationalen, kam es nicht zu den üblichen Metamorphosen des Realen, man begegnete nicht der Vieldeutigkeit der Symbole. Es war — so könnte man es wohl am treffendsten beschreiben —, als hörte das Wachsein nie auf, als währte es immer fort, als würde Vlada Ristić,. der Apotheker. sich lediglich erinnern, aber nicht deuten, nicht erklären. Wie lange sollte das so weitergehen? Vlada Ristić. der Apotheker. wusste es nicht. Mit der zeit vermochte er nicht mehr zu erkennen, wann er schlief und wann er wach war. Er machte die Augen auf und sank in Schlaf.”

 

 2129071-ea7d7e6cb714fc59b57e9d609bea928c.jpg
David Albahari (Pec, 15 maart 1948)

 

 

De Vlaamse dichter, schrijver en kunstschilder Louis Paul Boon werd geboren in Aalst op 15 maart 1912. Zie ook alle tags voor Louis Paul Boon op dit blog.

Uit: Pieter Daens

“Toen zijn dochtertje Adelaide tien jaar was geworden, kon hij met het gewonnen fortuin het prachtige buitengoed Kasteel Overham kopen, een historisch erf met ruim zestig hectaren bos en tuin. Adelaide en haar jongere zusje konden erin stoeien en verloren dwalen. Toch vergat ze nooit hoe ze als kind de snelle opgang van vaders fabriek had meegemaakt, waar de loonslaven in vuil en stof werkten, door spinmolens werden gegrepen en de handen afgerukt, en in enge steegjes en besloten binnenkoertjes uitzichtloos verkommerden. Veel heeft zij erover verhaald, want haar echtgenoot — hij is lange tijd een mijner vrienden geweest — en ook haar zoon, bekommerden zich om het erbarmelijke lot van de fabrieksarbeider dezer negentiende eeuw. Als achttienjarige was ze een zeer mooi meisje, ik herinner het me nog best, en liet haar vader een beeldhouwer komen om haar in marmer te vereeuwigen. Hij stelde haar voor als de Heilige Maagd... beeld dat ze niet elke dag onder ogen wenste te krijgen, want zogauw ze gehuwd was schonk ze het aan de Sintmaartenskerk, waar het nog steeds prijkt. Ik zal niet bitter worden, maar wie erbij neerknielt, knielt zonder het te beseffen voor de macht en de heerschappij der garenfabrikanten van de negentiende eeuw. Kasteelbewoonster Adelaide trouwde een man, haar waardig: baron Paul de Bethune. Als dochter van een gewezen fabrieksarbeider mocht zij nu barones genoemd. Met haar echtgenoot bleef ze op Kasteel Overham wonen. Hij liet er vijvers graven, die hij langs grachten in verbinding bracht met de Dender... Iets wat hem in het stadje, waar men graag spotnamen geeft, de bijnaam van Baron Grachtwater bezorgde. Ik zei het reeds, hij is lange tijd mijn vriend geweest, en ik weet dat hij het de spotters niet kwalijk nam. Door zijn afkomst en het geld van zijn schoonvader klom hij vlug de politieke ladder op. Eerst lid van de provinciale raad, werd hij daarna senator. De jongere zuster van Adelaide deed het even goed, of nog beter.”

 

2129071-754a1764d2869792e27bb4f44501b60b.jpg 
Louis Paul Boon (15 maart 1912 - 10 mei 1979)
Scene uit de film “Daens” uit 1992 met Jan Decleir (links) als Adolf Daens

 

 

De Duitse dichter en schrijver Kurt Drawert werd geboren op 15 maart 1956 in Henningsdorf. Zie ook alle tags voor Kurt Drawert op dit blog.

Uit: Es wächst nicht zusammen, was nicht zusammen gehört

„Der Konflikt aber, an dem die modernen Gesell­schaften seit der Spätromantik bis in die Gegenwart hinein so schwer zu tragen haben, besteht nun nicht allein darin, den souverän gewordenen Anspruch auf sich selbst mit Techno­logien der Ent­fremdung immer aufs neue zu konterkarieren, weil es das Kapital so erzwingt. Der eigentliche Konflikt, oder besser, der Skandal des Konfliktes ist die Verleugnung, sich in einem Konflikt zu befinden. Die medial durch­gesetzten Rhetoriken, ob sie nun politischer oder religiöser Art sind, produzieren Illusionen und falsche Erwartungen an die Gesellschaft; sie wollen das Barbarische humanisieren und barbarisieren das Humane; sie wollen ein „Ausgang aus der selbst­verschuldeten Unmündig­keit“ sein und führen nur um so tiefer in Unmündigkeiten hinein; sie sind, mit einem Wort, Verführungen im Namen einer simulierten Harmonie. Ziehen wir nun die Klammer der Verpflichtungsliebe, von der unser Herr Geheimrat so wunderbar absehen konnte, weil sie privat blieb, um die Spaltungs- und Vereinigungs­geschichte der Deutschen mit ihrer dauernden Sehnsucht nach dem anderen, unbekannten Teil, dann haben wir das ganze Dilemma der affektiven Züchtigung seit nunmehr zwanzig Jahren vor Augen: eine Liebe, oder etwas schlichter vielleicht, eine Zugehörigkeit zu fordern, die keine andere Grundlage hat als die einer zerstrittenen Familie vor dem Erbschaftsgericht. Diese Uneigentlichkeit der Beziehung muß sich nun moralisch so präsentieren, als wäre sie eine beschlossene Sache der Herzen. Die Motive für diese inszenierte Wendung vom Dilemma zum Glück sind auch klar: kein Politiker kann sich einer Rhetorik der Verführbarkeit entziehen, oder er verliert früher oder später sein Amt. Das gilt für unser deutsch-deutsches Vereinigungs­szenario ebenso wie für die politische Praxis im allgemeinen.
In dieser Klemme zwischen Wahrheits­verpflich­tung und Illusions­erzeugung gibt es nur einen Ausweg: den grammatisch inkorrekten und syntaktisch bis zur Unlesbarkeit verschach­telten Satz. Er offenbart, daß es keine authentische Beziehung des Sprechers zum Gesprochenen und der Sprache zu ihrem Gegenstand gibt. Im Grunde darf man den falschen Satz gar nicht erst annehmen, weil er in sich selbst begründet eine Abweisung ist.“

 

 2129071-de4b2cf6407fdb4c15d254eb0b072c48.jpg
Kurt Drawert (Henningsdorf, 15 maart 1956)
Cover

 

 

De Duitse schrijver, tekenaar en karikaturist Gerhard Seyfried werd geboren op 15 maart 1948 in München. Zie ook alle tags voor Gerhard Seyfried op dit blog.

Uit: Verdammte Deutsche!

»Jawohl, Herr Kapitän. Allerdings, es fehlt uns leider an geeigneten Leuten, die sich in Marinedingen auskennen.« über dem Kanal donnert ein gelber Zug der Hochbahn vorbei. Der Offizier wartet, bis der Lärm verklingt, und antwortet: »Ich weiß. Aber ein Anfang ist gemacht. Kapitän Widenmann, unser Attache an der Londoner Botschaft, hat einen Marineoffizier angefordert. Er braucht einen zuverlässigen Mann mit Sachkenntnis und besonders guten Englischkenntnissen, der ihm bei der Dokumentation der Flottenparade im Spithead helfen soll. Die Anfrage ist an uns weitergeleitet worden, und wir haben etwa hundert Personalakten durchgesehen. Einer schien mir gleich in mehreren Punkten geeignet: Anfang des Jahres zum Oberleutnant zur See befördert und zur U-Boot-Flottille versetzt worden. In England aufgewachsen, Vater einer der NDL-Direktoren. Auf den Mann setze ich persönlich große Hoffnungen. Er ist schon unterwegs nach London. Mal schon, wie er sich dort macht.« »Weiß Widenmann, daß wir den Mann in England als Agent einsetzen wollen?« »Nein. Der Attachä vertritt zwar die Ansicht, wir müßten erheblich aktiver in England sein, cr will aber zugleich damit nicht in Berührung kommen. Das könnte seinen diplomatischen Status gelbluden.« »Und dieser Oberleutnant?« »Weiß auch nichts davon. Sie werden ihn unter Ihre Fittiche nehmen, Steinhauer.«

 

 2129071-cc4e99001b4516df1305081d0b3680ec.jpg
Gerhard Seyfried (München, 15 maart 1948)
Seyfrieds karikatuur van een “groen” geregeerd Berlijn 

 

 

De Oostenrijkse dichter en schrijver Andreas Okopenko werd in Košice (Slowakije) geboren op 15 maart 1930. Zie ook alle tags voor Andreas Okopenko op dit blog.

Uit: Lexikon-Roman

„Auch dieses Vergnügen können Sie haben: Sie brauchen nur kreuz und quer durch mein Lexikon zu lesen, so wie Sie sich ja auch an Ihren Feldwebel, Ihre erste Flaschenmilch und Ihr künftiges Zimmer im Altersheim durcheinander erinnern können. Das ist Welt. In vorgeschriebener Reihenfolge vorgeschriebene Blicke zu werfen, ist hingegen klassische Lektüre oder vortauwetterlicher Ost-Tourismus. Ich will Sie – versuchen wir es einmal – aus der Lektüre in die Welt befreien.
Daß die Sentimentale Reise ein Möglichkeitenroman ist, wurde nun ausgesprochen. Er ist ein Mobile, wie man es von der Decke herabhängen hat, damit es in jedem Luftzittern mitlebt und wechselt. Er ist ein Spiel, das nicht nach einmaligem Gebrauch ausgespielt ist. Lesen Sie einmal dem Schiff nach und einmal dem Alphabet, einmal durcheinander und einmal Überschlagenes nachholend oder Städtchen tauschend. Vergleichen Sie Abfahrt- und Ankunftkater, Aussaat und Ernte, Milchblau und Schweinchenrosig.
Legen Sie einmal den Helden beiseite und spielen Sie ohne ihn mit den Ödstättenkindern, gehen Sie von Bord und machen Sie sich in der Au selbständig. Blättern Sie später wahl- und gedankenlos in dem Buch oder benützen Sie das Würfelspiel Ihres Kindes. („Man überschlage drei Kapitel“ oder „man kehre zum Ausgangspunkt zurück“.) (Bauer + Jelinek haben die aleatorische Textverwertung übrigens unabhängig von mir „erfunden“.) Die Dürftigkeit des Modells sehen Sie mir, bitte, nach. Geographisch wie psychologisch wie kombinatorisch könnte es ungleich reicher sein. Nehmen Sie das Prinzip für die Durchführung, denken Sie an den ersten Computer, erweitern Sie den Roman durch eigene Weiterknüpfung an Reizwörter, am besten: schreiben Sie ein Buch, das meines in seiner Kleinheit festnagelt.
Diese Gebrauchsanweisung ist kein Vorwort, denn sie ist nötig. Mit Vorworten verschone ich Sie. Wer die Schonung ausschlägt, weil er Vorworte liebt oder weitere Informationen will, schlage unter Vorworte nach. Das Gros folge mir, bitte, gleich zum Anfang der Reise.“

 

 2129071-c68313ab0b1b362bc4c709fd95809152.jpg
Andreas Okopenko (15 maart 1930 – 27 juni 2010)

 

De Nederlandse schrijfster An Rutgers van der Loeff werd geboren in Amsterdam op 15 maart 1910. Zie ook alle tags voor An Rutgers van der Loeff op dit blog.

Uit: Alleen tegen alles 

‘'k Weet een spoorwagon.’
‘O ja?’ Mark liet zijn antwoord even druilerig klinken als de motregen waar ze landerig doorheen fietsten. Zijn gezicht bleef onbewogen, zijn blik op de blauw glimmende straatkeien gericht. Het opspattende water van de plassen doordrenkte hun broekspijpen, maar het was noch zijn, noch Pieters gewoonte daar enige aandacht aan te schenken.
‘Op het rangeerterrein beoosten het viaduct,’ vervolgde Pieter, ‘geen mens die ons daar vindt, als we er eenmaal zijn.’
‘'k Hoor het je zeggen,’ zei Mark lijzig.
Ze reden nu tegelijk door een enorme plas; dat gaf de bevrediging van een lekker geluid. Marks voeten sopten meteen in zijn schoenen; geen bezwaar, het waren toch ouwe rotschoenen.
‘Als we veilig door dat gat in het hek komen,’ zei Pieter, ‘daar onder aan de spoordijk - er is niet eens prikkeldraad - dan verzeker ik je dat er geen haan naar kraait. En die kade is 's avonds zo eenzaam als wat, zo'n enkel juffertje dat daar tippelt daargelaten.’
‘En 'r klanten dan toch zeker?’ vulde Mark aan met even opgetrokken wenkbrauwen.
Pieter grinnikte, maar begon zich opeens op zijn zakken te slaan. ‘Verroest, ik heb vergeten sigaretten te kopen!’
‘La maar, heb ik wel,’ zei Mark effen.
Ze fietsten een tijd zwijgend.
‘Je bent toch eigenlijk een rotzak,’ verweet Pieter. ‘Jij wilt een feest geven en ik sloof me uit, en alles wat ik krijg is stank voor dank.’

 

 2129071-67a40b2b1de4d54656225fa5c0d26e60.jpg
An Rutgers van der Loeff (15 maart 1910 – 19 augustus 1990)
Cover

 

 

De Vlaamse dichter en schrijver Prosper Antoine Joseph Van Langendonck werd geboren in Brussel op 15 maart 1862. Zie ook alle tags voor Prosper van Langendonck op dit blog.

 

O klamme koude

O klamme koude, die me 't krimpend herte
beklemt, en 't àl ontzielt en mijn gedachten,
als bloemen, dor voor ze in de zonne lachten,
doet nederbuigen onder 't lood der smerte,

- doet nederbuigen in wanhopig smachten,
zo droef, ach, o zo droef, tot haar verterte
de tred des wandlaars, onbewust hoe 't herte
toch pijnlijk krimpen kàn om al die klachten

verloren en niet eens dat lied gezongen,
vol liefde ruisend van miljoenen tongen
en rijk van ingetogen zielenleven.

Mijn hoofd valt zwaar, mijn stramme handen beven;
'k voel onmachtstranen in mijne ogen schieten
en heel mijn leven door mijn vingren vlieten.

 

 

Gij dichter...

Gij dichter, die uw gangen gaat
langs 't druk gewoel des levens
als u de smaad in 't aanzicht slaat
van vriend en vijand tevens,
leg nooit de fiere vrije kop
en laat u nooit verlammen,
al dagen zij zo talrijk op
met honende epigrammen.

Want wie u tergend smaadt en slaat,
omwroetend in uw wonden,
werd vaak vol valsheid en verraad
tot in de ziel bevonden.

Veracht dat lage en gore diet
dat stikt in machteloosheid
en, laf verschanst, de pijl verschiet
der huichelende boosheid.

Hun lach bedriegt, hun woord bedriegt.
Wie of zij niet bedrogen?
Hun handel en hun wandel liegt,
hun leven is één logen,
met schijn van deugd en eerlijkheid
en ijdle glans omgeven,
maar door uw blik die niets misleidt,
het brandmerk ingedreven,
uw blik die nier en ingewand
doorgrondt en, vrij geheven,
hun al de schande in 't voorhoofd brandt
van hun inwendig leven.

 

 2129071-118685ce88eceb4290413087e74c1fa8.jpg
Prosper van Langendonck (15 maart 1862 – 7 november 1920)

 

 

De Duitse dichter, schrijver en essayist Paul Heyse werd geboren in Berlijn op 15 maart 1830. Zie ook alle tags voor Paul Heyse op dit blog.

 

Favete linguis

Da ich ein junger Gesell, wie schalt mich oft die Geliebte,
Wenn ich in Schweigen versank mitten im lachendsten Glück,
Um erst ferne von ihr in beflügeltem Wort zu ergießen
All der Gefühle Gewalt, die mir die Nahe geweckt.
So auch wandelt' ich stumm vorbei an den holden Gebilden
Südlicher Kunst; erst spät kam das Erlebnis zu Wort.
Ist doch Denken Erinnern, und Dichten ein inneres Anschaun;
Worte beschwören den Geist, der sich den Sinnen entzog.
Nachzubeleben entschwundenes Glück vermag die beseelte
Rede; lebend'gem Genuß gnügt ein verworrenes Ach.

 

 

Schönster Tag, nun gute Nacht

Schönster Tag, nun gute Nacht!
Wie viel Freuen und Frohlocken,
Lieb' und Lust und Blütenflocken,
Herrlicher, hast du gebracht!

Siehe, wie die Schatten sacht
Unsern Waldespfad umgrauen!
In den lichten Himmelsauen
Ist der erste Stern erwacht.

Sei willkommen, Sternenpracht!
Stille nun die Lust allmählich!
Heimwärts ziehn wir, stumm und selig -
Schönster Tag, nun gute Nacht!

 

 2129071-82fbd44c75d3850a9cc344782cf44105.jpg
Paul Heyse (15 maart 1830 - 2 april 1914)
Portret door Eduard Magnus, 1849

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 15e maart ook mijn blog van 15 maart 2015 deel 2.

Zie voor bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 15 maart 2007 en ook mijn blog van 15 maart 2008 en eveneens mijn blog van 15 maart 2009.

Geschreven door Romenu om 18:25 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten