Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 20 maart 2018 tot 21 maart 2018

Willem de Mérode, Pim te Bokkel, Kees van Beijnum, Hamid Skif, Jean Paul

Dit Romenu Blog bestaat vandaag precies twaalf jaar. Dank weer aan alle oude en nieuwe bezoekers voor hun interesse en reacties van het afgelopen jaar. De eerste bijdrage in 2006 ging over de dichter en schrijver Willem de Mérode. Traditiegetrouw, omdat hij aan de wieg stond van dit Blog, ook nu weer een gedicht van hem. Zie ook mijn blog van 2 september 2010 en voor het overige de Willem de Mérode tags op dit blog bij Skynet.

 

 2130970-b65e5c8e597754602ca32f8c747eb258.jpg
The Blue Boy door Thomas Gainsborough, 1779

 

 

The blue boy

Ik draag het leven in zijn rijksten tooi,
Gelijk mijn zachte blauwe zijden kleeren.
Een weelge wappering van koele veeren
Is ’t aan mijn oren: ’t leven is zoo mooi!

Zie mijn gestalte: kostelijk en trotsch
De kloeke bouw der lenig jonge leden.
Nog ken ik niet dan moeders teederheden
En ben zoo rein gelijk een engel Gods.

Maar om mijn mond schemert het weeke smachten
Naar liefde, die mijn droomen slechts vermoeden,
En in mijn oogen leeft de glans van nachten,

Wier heerlijkheid geen daglicht kan vergoeden.
En rustig wacht ik vreugden, die nog komen,
’t Leven is heerlijk als het wordt genòmen!

 

 2130970-3c432723706030f47269c824459c0992.jpg
Willem de Mérode (2 september 1887 – 22 mei 1939)

 

 

De Nederlandse dichter Pim te Bokkel werd geboren in Winterswijk op 21 maart 1983. Zie ook alle tags voor Pim te Bokkel op dit blog.

 

Fatal system error

wie is die man
die met zijn vierkante laptop
in zijn deurpost staat en zowaar
adem haalt
en dingen denkt als

Ja wie ben ik? Een kleine
lul. Op een stoepje. Mijn
stoepje. Met vierkante tegels

daar staat hij - in een
straat in een vierkantje vergeten vinex
vlak
onder dat plaatsje met
die ene naam ergens links op de landkaart

Ik sta hier. Op een planeet
Die om de zon draait. Dat
Is logisch. Dat is gewoon zo
en ja hoor daar staat
hij - de vierkante man op zijn ronde planeet
op het punt
tussen werk en ontbijt tussen rijden
en file

Ik sla alles op. De wereld als
getallen. Als formules op
mijn harddrive. Nul Nul Nul

en dan speelt hij
hamertje tik
met de hamer van een stoffige it-er en diezelfde
dwaze blik - vierkantje
ronde tik tik

 

 

Zon

Als eerste mens
ben ik vanochtend de zoon
van de zon

In het licht
van die fantastische vader
zie je me zo
als gewoon een insect
of forens

Nog even en
we zien door gloeiende wolken
mijn onverbeterlijke vader
als superman
uit zijn overhemd breken

 

 2130970-25e4df8ed56f69b230e8cdfccd23c184.png
Pim te Bokkel (Winterswijk, 21 maart 1983)

 

 

De Nederlandse schrijver Kees van Beijnum werd geboren in Amsterdam op 21 maart 1954. Zie ook alle tags voor Kees van Beijnum op dit blog.

Uit: Een soort familie

“Als hij in de stenen, glazen schittering van de hoge kantoorgebouwen door zijn rayon rijdt, heeft hij het gevoel dat hem werkelijk alles meezit op deze warme lentedag. De meeste mensen zijn al op hun werk en hij is onderweg tussen het gesuis van de auto’s en het krioelende leven, zijn radio afgestemd op de favoriete muziekzender. Een telefoontje van de binnendienst voert hem zonder uitstel naar het rayon van zijn collega Marloes, die op vakantie is aan de Rode Zee. Hem is verteld dat het een onbekend adres betreft, Eldorado Reizen is dus geen voorbewerkte prospect van Marloes, wat inhoudt dat hij als haar waarnemer de onverdeelde som aan provisie opstrijkt, mocht zijn demonstratie tot een order leiden. Eldorado Reizen blijkt gevestigd aan de Gedempte Oude Gracht in Haarlem, parkeerplaats voor de deur, begane grond, zonder drempel. Soepel en vanzelfsprekend duwt hij zijn uitklapbare kar met de XR10 erop het linoleum over. Tien minuten later staat hij weer buiten in het volle licht van zijn succes, met een getekende order inclusief uitgebreid servicecontract op zak.
over de weg door de duinen rijdt hij naar de kust, waar de strandtenten tot zijn aangename verrassing al zijn opgebouwd. Met zijn zonnebril voor zijn ogen, stropdas los, eet hij een broodje op het terras. Het licht op zee is adembenemend, feeëriek. Hij is een kind van het water, die band gaat ver terug. En terwijl de golfjes een voor een omrollen en voortkruipen over het droge zand, zou hij dit een perfecte dag willen noemen. Zijn perfecte dag.
Als hij wegrijdt van de parkeerplaats ziet hij haar lopen, zijn vrouw Tessa, gekleed in een zwierige zomerjurk, hand in hand met een man die hij, al heeft hij hem in jaren niet meer gezien, moeiteloos herkent. Ed, zijn vriend van vroeger. Hij twijfelt even en rijdt dan weg, terug naar de stad, terug naar zijn eigen rayon.
Weer enigszins tot zichzelf gekomen, ontgaat de ironie hem niet. Zoals hij in de tijd dat Tessa nog Eds vriendin was stiekem afspraakjes met haar maakte, gaat Ed nu achter zijn rug om met Tessa naar het strand. De rollen zijn omgedraaid, in zijn nadeel, ontegenzeggelijk in zijn nadeel.
Thuis zegt hij niets over waar hij op de parkeerplaats getuige van is geweest. Hun huis schijnt op deze avond van alles net iets te veel te hebben, een eethoekstoel te veel, een zijtafel te veel, een foto te veel. Samen met hun zoontje Joris eten Tessa en hij aan tafel. Ze hebben het over school, over
kos, waar ze met de vakantie heen gaan, als het toch niet Sicilië wordt. Hij weet zich geen raad met zichzelf, maar slaagt erin met zijn vrouw de voors en tegens van beide bestemmingen tegen het licht
te houden. Als iedere avond ruimen ze samen de tafel af.”

 

 2130970-6b0e3f1d7407c85f3cac87d835368c82.jpg
Kees van Beijnum (Amsterdam, 21 maart 1954) 

 

 

De Algerijnse dichter, schrijver en journalist Hamid Skif werd geboren op 21 maart 1951 in Oran. Zie ook alle tahs voor Hamid Skif op dit blog.

 

Aufbruch

Ich habe mich davon gemacht, querfeldein
Bergluft roch ich
An einer Wegbiegung
Sah mich ein Mufflon kommen und legte sich ohne Furcht auf einen Stein
Ach!, sagte es mir: Ich gehe nicht weiter
Vor Dir habe ich keine Angst
Du hast Dein Leben mit Rennen verbracht, Du bist müde
Setzt Dich, und reden wir
Erzähl mir vom bitteren Gebräu der Trennungen
Sag alles, ohne Auslassungen
Stell Dein Leid
Auf diesen Stein
Spuck das Gift der Rache aus
Lies das Buch der im Sturm
Gefangenen Einsamkeiten
Jede dieser Seiten kann unsere Zuflucht werden
Genau darum sind wir Brüder

 

 

Die Tische
für Elisabeth Wolffheim

1
Aus dem verfluchten Dunkelbaum
Aus einem Splitter zerkleinerter Tränen
Dröhnt der Lärm des Galopps
Werdet ihr Euch morgen auf das Grab der Wölfe stellen
Die den Königsvers singen
Werdet ihr mich besuchen in meinen Holzfestungen
Oder unter den Wellen meiner Ängste
Bin ich unter meinem Schattenpanzer
Mensch oder starrköpfiges Tier
Oder bin ich die Nachahmung eines Lieds
Ein Gedicht über einen Schrei ohne Schreienden
Ich möchte Euren Worten glauben
Und aus jedem einzelnen Eure Seele keltern
Ich bin weder unterwürfig noch bereit, die Bande unseres gegenseitigen Versprechens zu zerschneiden

 

Vertaald door Andreas Münzer

 

 2130970-1a76e2fcffcc289bb7536b7f371c42f9.jpg
Hamid Skif (21 maart 1951 – 18 maart 2011)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Jean Paul werd op 21 maart 1763 in Wunsiedel geboren. Zie ook alle tags voor Jean Paul op dit blog.

Uit: Selina oder über die Unsterblichkeit der Seele

“Es war eine selige Zeit –denn im Innern war es fast noch Jugendzeit –, als ich vor dreißig Jahren unter meinen vielen Fußreisen – denn die Jugend will auf Reisen sein, sogar in der Nacht, so wie das Alter immer übernachten, sogar am Tage – als ich da, sag' ich, die schönste Reise in der schönsten Gesellschaft machte durch das Kampaner Tal und als um mich bloß Liebende waren und um uns lauter Glückliche bis hinauf zu der sanften grünenden Bergkette, wo junge Hirten herabsangen zu den arbeitenden Männern in dem Gebirg-Abhang und zu den Hirtengreisen unten, welche von den Jugendjahren in stillem Glücke schon auf der Erde, nicht in ihr ausruhten.
Unsere Reisegespräche betrafen, wie meine Leser aus dem kleinen Buche darüber wissen, meistens die Seelenunsterblichkeit; an die Aussichten in das Zaubertal und auf die Zauberhöhen wurden die Aussichten in die zweite Welt gereiht wie die blumige Erde sich an den gestirnten Himmel schließt. Nur der Rittmeister Karlson nahm den Gottesacker für den ewigen Brachacker ohne Saat; daher dichtete er seine »Klage ohne Trost« [Fußnote], als er die von ihm im stillen geliebte Braut seines Freundes Wilhelmi nach einer falschen Nachricht gestorben glaubte.
Der Baron Wilhelmi war mit ihr in Spanien in dem Zauberschlosse geblieben, wohin die Kampaner Tagreise sie zur Trauung geführt hatte; den Rittmeister Karlson aber hatten sein liebetrauerndes Herz und sein Dichtergeist gleichsam auf vier Flügeln nach andern Ländern, auf neue Berghöhen der Musen und in neue Tempe-Täler der Sehnsucht getragen. Rechte Leser des Kampanertals werden leicht, wenn auch traurig durch den Nonnenschleier gesehen haben, den seine Liebe für Gione genommen. Keine Liebe ist so rührend als die verhehlte, die sich selber ihre Klostermauern zum Entsagen baut. Aber nur durch die irrige Nachricht von Gionens Tode konnte man wie durch eine Wunde so tief in seine Brust hineinsehen.“

 

 2130970-6dfe026186be9e1d595ba92eefbc77e2.jpg
Jean Paul (21 maart 1763 – 14 november 1825) 
Cover

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 21e maart ook mijn vorige blog van vandaag en ook Romenu’s 1e lustrum pagina.

Zie voor bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 21 maart 2007 en ook mijn blog van 21 maart 2008 en eveneens mijn blog van 21 maart 2009.

 

Geschreven door Romenu om 18:08 Reageer op dit bericht

Hubert Fichte, Peter Hacks, Michel Bartosik, Youssef Rzouga, Günter Vallaster, Siegfried Kapper

De Duitse schrijver Hubert Fichte werd geboren op 21 maart 1935 in Perleberg, Brandenburg. Zie ook alle tags voor Hubert Fichte op dit blog.

Uit: Detlevs Imitationen „Grünspan”

„Oder vielleicht ist auch alles verbrannt. Der junge und die Fotografien. Die Buchstaben schmolzen. Bücher verbrannten. Die Gehirne, die Buchstaben zusammenfügten, verbrannten.
Es gibt neue Buchstaben, mit dmm über das Verbrennen berichtet wird.
Ziffirn.
70000.
Einige behaupten.·
-240000.
Gibt es einen Ausdruck dafür?
Buchstaben verbrennen lassen. Bleilettern schmelzen ? Keine Ulanen daraus gießen?
Sollen sich Schriftsteller anzünden?
Oder Ideogramme nfindm wie Kaiser Njoja für die Bamum?
Lateinische Buchstaben und arabische Ziffern vermitteln nur Mengenangaben und Entfernungen-Unterschiede.
Vermitteln Ideogramme das Feuer selbst und die Asche?
- Die BBkellerschrumpjleiche.
Vermitteln Ideogramme das Gefühl des ertrinkenden Matrosen Paul oder das Verbrennen
seines Sohnes?
Zwei Seiten dieses Buches schwarz ein.fiirben:
- Dies sei die Zerstörung!
Oder einen schwarzen, Jettglänundm Fleck auf zwei Seiten des Buches drucken - in der Mitte, winzig. den fünfzackigen Stern der Amerikaner aussparen, den Glücksstern an den Waffin - und am Rande des Kleckses Silben rausgucken lassen - ev, ma, o - oder Frau Wichmanns Ohrläppchen?
War in der Literatur eine große Kühnheit, wäre als Grafik wahrscheinlich ziemlich dünn.
Die Buchstaben sind nicht alle verbrannt.“

 

 2130961-4393f10b48039015a103da1a2c1e4574.jpg
Hubert Fichte (21 maart 1935 – 8 maart 1986)
Cover 

 

 

De Duitse schrijver en dichter Peter Hacks werd geboren op 21 maart 1928 in Breslau. Zie ook alle tags voor Peter Hacks op dit blog.

 

Freu dich, Liebe

Ich hab eine Nachbarin,
Der ich nicht zu häßlich bin.
Muss nicht weit nach Küssen gehn.
Hab mein Schatz im Hausflur stehn.
Wohnte sie in Thüringen,
Müßte ich nach Thüringen.
Oh wie reich bin ich belohnt,
Daß sie nicht in Gotha wohnt.

Ich hab eine Nachbarin,
Der ich nicht zu häßlich bin.
Freu dich, Liebe, freue dich.
Nebenan, da nimmt man mich.

 

 

Sproß der Olive, mordendes Gerät

Sproß der Olive, mordendes Gerät,
Blutiger Schößling, mildem Stamm entsprossen,
Dich pflanz ich in den alten Boden hin,
Auf daß, nach bösem Umweg, neu ersteht
Der reife Baum, langher in dir beschlossen,
Des Landes Schirm, Zier, Müh und Nährerin.

Schlag Wurzeln, Ölbaum, breite deinen Schatten,
Der Sonne Unmaß birg in deinem Laub,
Bis schöne Gärten wir und grüne Matten
Entschwellen sehn dem neu belebten Staub.
Wachse mit unserm Wuchs, nehmend und gebend,
Uns immer dienend, immer widerstrebend.
Es schaff der Irdischen Lust und Beschwerde
Eine geheure Erde.

 

 2130961-c5478faefbf779512e4ebed391b1aabe.jpg
Peter Hacks (21 maart 1928 – 28 augustus 2003)
Breslau

 

 

De Vlaamse dichter, essayist en docent poëzie Michel Bartosik werd geboren in Antwerpen op 21 maart 1948. Zie ook alle tags voor Michel Bartosik op dit blog.

 

Bloedvlek

Wat ik wil is je
uit de steen houwen,
de bloedvlek vinden in het marmer
van je bed, en je moet mogen
aanstalten maken, de wet stellen, je onlijdelijk
gebaren moet het verordenen:
ik ga opstaan

Maar je zat
gekromd over de rand, alles
mocht, doeltreffender

kon je hart niet afgemat, absolutum
dat daar de diepte ging
peilen, bokser

met plots een geheim op

bij klaarlicht uur - o gekoesterde, droom,
zo toegewijd, op het nippertje nog
zichtbaar te willen
zijn:
Agonie -

 

 2130961-0af6a17520e8561a3d55c61e1ace8ad8.jpg
Michel Bartosik (21 maart 1948 – 1 februari 2008)

 

 

De Tunesische dichter Youssef Rzouga werd geboren op 21 maart 1957 in Mahdia. Zie ook alle tags voor Youssef Rzouga op dit blog.

 

Hurlement

Ce n’est qu’un nœud
Sa vie d’enfant à quatre chemins.

Emu
Soucieux
Et silencieux..
Le loup blanc
Tire sur sept cieux
Et il ne se tire
Vers son rez-de-chaussée
Nu
Et silencieux
Que pour hurler
Et créer son petit site..
Lâ
Sous l’inerte couleur blanche d’un linceul

Et toujours seul,
Le loup blanc hurle encore
Le loup blanc crache
Son background, le sang
Et se met à contempler le couloir
Et son visage au miroir

Emu
Soucieux
Et silencieux
Le loup blanc perd le nord et le sud
Et il est seul
Emu
Nu comme un linceul

Sa louve
A quelque centimètres près
De sa tombe
Silencieuse
Soucieuse
Regarde la tombe
Pendant qu’une rose pousse
A quelques bonds de sa main.

 

 2130961-b628c2c3d0f42220d71a1ba03acecabc.jpg
Youssef Rzouga (Mahdia 21, maart 1957)

 

 

De Oostenrijkse dichter en schrijver Günter Vallaster werd geboren op 21 maart 1968 in Schruns (Vorarlberg). Zie ook alle tags voor Günter Vallaster op dit blog.

 

der reim

der reim
auf dem leim
daheim
(räuma?)

tackt nackt hackt
ding ding ding
(tickt da d'uhr?)

schöne stöhne töne
so fa so fa so fa
(da süßt maine scheune heumahd?)

& sehn den zaun vor lauter zaunpfeln
nicht

& pflanzen abfällbäumchen

 

 2130961-db04fa1a75a784b61f3fa31f9e66af42.jpg
Günter Vallaster (Schruns, 21 maart 1968)

 

 

De Tsjechische schrijver en vertaler Siegfried Kapper werd op 21 maart 1820 geboren in Smichov. Zie ook alle tags voor Siegfried Kapper op dit blog.

 

Der Klügste von den Dreien

Gingen, liebe Griechenmädchen,
Gingen wohl zu Drein.
Goldnen Rahmen trug die Eine,
Dacht' zu sticken fein;
Zarte Perlen trug die Andre,
Dacht' sie anzureihn;
Weißes Linnen trug die Dritte,
Wollt' es bleichen rein.

Kamen schmucke Griechenknaben,
Kamen dar zu Drein.
Goldne Harfe trug der Eine,
Dacht' zu singen fein,
Gelbe Schuhe trug der Andre,
Dacht', getanzt muß sein;
Unterdeß die Griechenmädchen
Küßt der Dritt' allein!

 

 2130961-2ed5531caea129c93bc63bbab77d8d26.jpg
Siegfried Kapper (21 maart 1820 – 7 juni 1879)
Cover

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 21e maart ook Romenu’s 1e lustrum pagina.

Zie voor bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 21 maart 2007 en ook mijn blog van 21 maart 2008 en eveneens mijn blog van 21 maart 2009.

Geschreven door Romenu om 18:07 Reageer op dit bericht

David Malouf, Katharina Hartwell, Ricus van de Coevering, Roman Libbertz, Jens Petersen, Benoît Duteurtre, Friedrich Hölderlin, Ralph Giordano, Henrik Johan Ibsen

De Australische schrijver David Malouf werd geboren op 20 maart 1934 in Brisbane. Zie alle tags voor David Malouf op dit blog.

Uit: Ransom

„He was five then, six. She was his secret. He floated in the long soft swirlings of her hair.
But she had warned him from the beginning that she would not always be with him. She had given him up. That was the hard condition of his being and of all commerce between them. One day when he put his foot down on the earth he knew at once that something was different. A gift he had taken as natural to him, the play of a dual self that had allowed him, in a moment, to slip out of his hard boyish nature and become eel-like, fluid, weightless, without substance in his mother's arms, had been withdrawn. From now on she would be no more than a faint far-off echo to his senses, an underwater humming.
He had grieved. But silently, never permitting himself to betray to others what he felt.
Somewhere in the depths of sleep his spirit had made a crossing and not come back, or it had been snatched up and transformed. When he bent and chose a stone for his slingshot it had a new weight in his hand, and the sling had a different tension. He was his father's son and mortal. He had entered the rough world of men, where a man's acts follow him wherever he goes in the form of story. A world of pain, loss, dependency, bursts of violence and elation; of fatality and fatal contradictions, breathless leaps into the unknown; at last of death-a hero's death out there in full sunlight under the gaze of gods and men, for which the hardened self, the hardened body, had daily to be exercised and prepared.
A breeze touches his brow. Far out where the gulf deepens, small waves kick up, gather, then collapse, and new ones replace them; and this, even as he watches, repeats itself, and will do endlessly whether he is here or not to observe it: that is what he sees. In the long vista of time he might already be gone. It is time, not space, he is staring into.
For nine years winter and summer they have been cooped up here on the beach, all the vast horde of them, Greeks of every clan and kingdom, from Argos and Sparta and Boeotia, from Euboea, Crete, Ithaca, Cos and the other islands, or like himself and his men, his Myrmidons, from Phthia. Days, years, season after season; an endless interim of keeping your weapons in good trim and your keener self taut as a bowstring through long stretches of idleness, of restless, patient waiting, and shameful quarrels and unmanly bragging and talk.”

 

 2130629-17ccfc57e7d1b326b7fe125d0051934c.jpg
David Malouf (Brisbane, 20 maart 1934)

 

 

De Duitse schrijfster Katharina Hartwell werd geboren op 20 maart 1984 in Keulen. Zie ook alle tags voor Katharina Hartwell op dit blog.

Uit: Im Eisluftballon

„Ich habe überhaupt erst einmal einen echten Grashüpfer gese-hen. Den Rest der Zeit stelle ich sie mir bloß vor. Das eine Mal, als ich einen Grashüpfer gesehen habe, da waren wir bei Sarahs Eltern zu Besuch. Oder eher bei Sarahs Mutter. Zwar waren wir losgegangen, Sarahs Eltern zu besuchen, doch als wir ankamen, war nur noch Sarahs Mutter da und Sarahs Vater tot, und darum weinte die Mutter und hielt sich ein durchgeweichtes Taschen-tuch vors Gesicht, und ich wollte ihr ein unbenutztes geben, aber die Mutter sagte: Nein, lass das. Und: Lieber nicht. Sarah saß bloß in der Ecke und sagte nichts, aber das fiel nicht weiter auf; denn ihre Mutter sprach die ganze Zeit und wollte uns die Geschichte von dem Unfall erzählen, nur konnten wir sie nicht verstehen und uns keinen Reim machen auf das, was sie da erzählte oder erzählen wollte. Sie sagte dann immer wieder etwas vor sich hin, was ich zuerst auch nicht verstand, dann aber doch: Das gibt's nicht, dass so etwas passiert, sagte sie. Das gibt es doch nicht, dass jetzt alles so ist. Wir saßen alle im Garten und hörten genau zu, und die Mut-ter hatte wohl gehofft, dass ich etwas Nettes zu Sarah sagen würde oder mit ihr Federball spielen ginge. Das funktionierte allerdings nicht, weil ich mich überhaupt nicht konzentrieren konnte. Hinter Sarah nämlich saß dieser Grashüpfer. Bisher hat-te ich noch nie über Grashüpfer nachgedacht und wie sie einem überall auflauern und einen so plötzlich anspringen können. Aber dann saß er da, auf der Lehne ihres Stuhls, und schaute uns alle so böse an. Seine Augen waren dunkel gesprenkelt und fast so groß wie der Kopf, und der Körper von ätzendem, grellem Grün.“

 

 2130629-cb6ff98dbac823bf3b82669ed9c74ee1.jpg
Katharina Hartwell (Keulen, 20 maart 1984)
Keulen

 

 

De Nederlandse schrijver Ricus van de Coevering werd op 20 maart 1974 in Asten geboren. Zie ook alle tags voor Ricus van de Coevering op dit blog.

Uit: Sneeuweieren 

“Ze staat in haar pyjama voor het raam en wiegt Mozes terwijl ze een slaapliedje voor hem zingt: ‘Kleertjes uit, pyjamaatje aan. De hoogste tijd om naar bed te gaan. Kijk eens op de klok, alle kippetjes zijn al op stok. Ja, we moeten nu slapen gaan... Kleertjes uit, pyjamaatje aan.’
Boven de stokrozen ziet ze een paarse wolkenlucht gloren. Nog even en de zon zal opkomen, net als zes maanden geleden, toen ze in het ziekenhuis aan Davids bed stond. Ze stopt met zingen en mompelt: ‘Varkens...’
Volgende week zal ze Harm weer zien. De gevangenis is een uur reizen en ze ziet er steeds meer tegenop. Ze moet eerst op de fiets naar Ampel en dan met de avondbus naar Hovenbosch. Altijd komt ze voorbij het klooster met de kleine kerk. Gisteravond op de terugweg, nadat Harm zijn toekomstplannen uiteen had gezet, heeft ze de buschauffeur gevraagd of hij wilde stoppen en is ze het binnenplein op gewandeld. In de hoogte waren alle nissen duister, maar door de muren hoorde ze een koor zingen.
‘Ich freue mich auf meinem Tod...’ zong ze zachtjes mee.
De deur was gesloten maar toen ze duwde, draaide hij toch open. De marmeren vloer glansde en haar voetstappen weergalmden. Aan het einde van de gang zag ze een deur openstaan naar de tuin. Ze liep ernaartoe. Buiten glinsterde een grote vijver. Een non in zwart habijt zat te vissen. Olga vroeg: ‘Is het klooster gesloten?’
De non keek opzij. Haar ogen werden groter en zachter toen ze Olga zag. Ze zei: ‘We zijn helaas gesloten ja. Het is al laat.’
‘Ik dacht anders dat ik hoorde zingen.’
‘Engelen zeker.’
De draad aan de hengel werd gespannen en de non haalde een spartelende goudvis op; de schubben glansden. Ze liet de vis in een emmer water glijden.
‘Ik ben op zoek naar een koor om in te zingen,’ legde Olga uit.
‘Aha.’ Op haar gezicht, strak en bleek als was, verscheen een glimlach. ‘Dat komt goed uit. Elke woensdag en zaterdag oefenen we hier de eredienst.’

 

 2130629-98c55f96a44fdf68ff13415dfc0234c9.jpg
Ricus van de Coevering (Asten, 20 maart, 1974)

 

 

De Duitse dichter, schrijver en schilder Roman Libbertz werd geboren op 20 maart 1977 in München. Zie ook alle tags voor Roman Libbertz op dit blog.

Uit: Lieben lassen (Samen met Ariane Sommer)

„Als ich mein Gesicht im Spiegel betrachte, sehe ich plötzlich einen dunklen Schatten neben mir und zucke zusammen. Erst jetzt erkenne ich sein bärtiges Gesicht. Es ist Obi-Wan Kenobi, der weißhaarige Jedi-Ritter aus dem Science-Fiction-Märchen Star Wars mit seinem beigen Leinengewand und der braunen Kutte. Er ist einfach aufgetaucht. Aus dem Nichts. Das geht schon seit Jahren so.
»So sehen wir uns wieder, Tom«, sagt er.
»Was willst du hier? Ich kann jetzt nicht. Ich habe tausend Sachen im Kopf. Ich muss mich konzentrieren. Ich muss was liefern. «
»Du bist wie dein Vater.«
»Du weißt, dass mein Vater tot ist.«
»Ich weiß, mein Junge, aber sag mir, womit hast du die Zeit verschwendet? Zeit ist so ein kostbares Gut.«
»So ein Mädchen vorgestern.«
»Bewegte es dich?«
»Natürlich nicht. Du bist mir gerade keine Hilfe. Ich muss verdammt noch mal nachdenken.«
»Du brauchst nicht mehr zu denken. Es liegt bereits vor dir.«
Wie erschienen, so verschwindet Ben Kenobi wieder. Auch das macht er immer so.
Okay, erster Versuch: LaMain produziert Mode für Teenager. Ich bin schon lange kein Jugendlicher mehr. LaMain, das muss sein!Nein, oh Gott!
Zweiter Versuch: LaMain, da pass ich rein. Nein, zu unsexy!
Dritter Versuch: Ich denke an die achtzehnjährige Gaby von vorletzter Nacht. Wenige Worte, ein Nicken, der Champagner brachte sie in Stimmung. Ich machte ihr Komplimente, ihre Finger spielten mit meinem Yazbukey-Ring, und das weiße Top betonte ihre silikonisierten Brüste. Ich zwang ihr einen weiteren Drink auf, und noch einen."

 

 2130629-69640ce12b68135baa69838649c77959.jpg
Roman Libbertz (München, 20 maart 1977)

 

 

De Duitse schrijver en arts Jens Petersen werd geboren op 20 maart 1976 in Pinneberg. Zie alle tags voor Jens Petersen op dit blog.

Uit: Keiner mehr da

„Wenn ich am Wochenende meine Großtanten besuchte, gab es kleine Geschenke.
Anna mit dem perfekten Dutt drückte mir meist ein Fünfmarkstück in die Hand, das wegen der Infektionsgefahr in Aluminiumfolie eingewickelt war. Dabei zwinkerte sie mir verschwörerisch zu, sodass ich jedes Mal erneut an schlechtem Gewissen erkrankte; egal was ich kaufte, Salzlakritze, Gummibärchen oder türkischen Honig, es schmeckte, als hätte ich die arme Frau dafür um ihre spärliche Rente betrogen.
Annas Mann Karl, den alle Kuddel nannten, sah sich als freier Künstler. Als nach dem Zweiten Weltkrieg niemand seine Bilder kaufen wollte, vergoldete er hölzerne Buchstaben und schmückte damit die Gebäude der wieder aufgebauten Hamburger Innenstadt. Er galt als großer Geizhals, erzählte stundenlang von Bismarck, in seinem Mund wuchs eine eitrige Geschwulst, aber er ging nicht zum Arzt, weil er die Behandlungskosten scheute, obwohl er krankenversichert war.
Die beiden wohnten in einem großen Haus am Fluss, das innen grün war wie die Jäger und braun wie die Nazis; sogar der Toilettendeckel im Gästeklo war mit grünem Stoff überzogen, und überall roch es nach Verwesung, ein Eindruck, der intensiver wurde, je näher man Kuddels Geschwulst kam. Das private Badezimmer war ihr Heiligtum, niemand durfte es sehen oder betreten, ich vermutete dort irgendwelche Schweinereien, aber mit meinen damals sieben Jahren hatte ich noch keine konkrete Vorstellung.
Eines Tages ließ sich Anna auf der hölzernen Bank am Fluss die Haare trocknen, als ihr Herz versagte. Sie lächelte noch einmal hinauf zur Sonne und fiel dann ins Gras.
Bevor Kuddel ihr folgte, wurde er mehrere Wochen lang von den stämmigen Frauen der Arbeiterwohlfahrt umsorgt; sie badeten ihn, reinigten sein Gebiss, salbten seinen faltigen Po, quirlten sein Mittagessen zu Brei und fütterten ihn mit silbernen Jugendstil-Löffeln, die er bis zu Annas Tod unter irgendeinem Sofa versteckt hatte."

 

2130629-6ee3af9718012166ae98e1931c556379.jpg
Jens Petersen (Pinneberg, 20 maart 1976)

 

 

De Franse schrijver Benoît Duteurtre werd geboren op 20 maart 1960 in Saint-Adresse nabij le Havre. Zie alle tags voor Benoît Duteurtre op dit blog.

Uit: La mort de Fernand Ochsé

“C’est devant une armoire normande, chez mes grands-parents, que se sont précisés mes goûts musicaux. Cet imposant meuble en chêne, sur le palier du second étage, était plein de disques 33 tours des années 1950. Plus personne ne les écoutait depuis que la stéréo naissante avait relégué ces lourdes galettes au rayon des antiquités. Après les repas de famille, j’allais seul fouiller parmi ces trésors qui nourrissaient ma curiosité artistique et que j’emportais par sacs entiers. J’avais quatorze ou quinze ans et mon goût s’était fixé d’abord sur les grands musiciens modernes qu’écoutait mon aïeul : Debussy, Stravinski, Ravel… puis sur d’autres, plus proches encore, dont les œuvres m’avaient enchanté : les Saudades du Brésil de Darius Milhaud, dirigées à l’orchestre par le compositeur ; le Concerto pour trompette d’André Jolivet joué par Roger Delmotte ; La Nativité d’Olivier Messiaen en deux disques 25 cm, enregistrés sur les grandes orgues de la Trinité ; les Litanies à la Vierge noire de Francis Poulenc gravées par la maîtrise de la Radiodiffusion française.
Ces compositeurs qui posaient sur les pochettes avaient l’air d’hommes modernes et non d’inaccessibles génies aux chevelures romantiques, soulevées par l’inspiration. L’histoire de la musique m’apparaissait ici comme une aventure proche et familière. L’un de ces disques, spécialement, m’avait saisi par ses airs doucement mélancoliques et ses rythmes de valses. Ce 33 tours Pathé s’intitulait « Hommage à André Messager » – dont le nom m’était déjà apparu au fil des lectures. J’avais en effet une passion pour Debussy et ce même Messager, chef d’orchestre illustre, avait dirigé la création de son opéra Pelléas et Mélisande… ce qui ne l’empêchait pas de composer pour le plaisir des opérettes intitulées Monsieur Baucaire ou Véronique, restée dans les mémoires par son duo « Poussez, poussez l’escarpolette... » Ainsi tout semblait se tenir : la grande musique et la petite, l’art moderne et la chansonnette. Tout cela avait grandi dans un même creuset, n’en déplaise aux ricaneurs qui se croyaient obligés de pouffer à la simple évocation du terme « opérette ».
Ce réflexe prédominait jusque dans ma propre famille que je retrouvais au salon pour le café. Sur un téléviseur passait Discorama, présenté par Denise Glaser qui recevait des chanteurs à textes et ponctuait ses interviews de longs silences comme pour leur donner plus de profondeur. L’heure était au sérieux, pas à la badinerie. Les accordéonistes qui jouaient encore dans les programmes de variétés, le visage figé dans un sourire béat, nous semblaient particulièrement ridicules."

 

 2130629-b25a416cc2b1f5b718bd728d4c0f7f1a.jpg
Benoît Duteurtre (Saint-Adresse, 20 maart 1960)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Johann Christian Friedrich Hölderlin werd geboren op 20 maart 1770 in Lauffen am Neckar in het Hertogdom Württemberg. Zie ook alle tags voor Friedrich Hölderlin op dit blog

Uit: Hyperion

„Auf dieser Höhe steh ich oft, mein Bellarmin! Aber ein Moment des Besinnens wirft mich herab. Ich denke nach und finde mich, wie ich zuvor war, allein, mit allen Schmerzen der Sterblichkeit, und meines Herzens Asyl, die ewigeinige Welt, ist hin; die Natur verschließt die Arme, und ich stehe, wie ein Fremdling, vor ihr, und verstehe sie nicht.
Ach! wär ich nie in eure Schulen gegangen. Die Wissenschaft, der ich in den Schacht hinunter folgte, von der ich, jugendlich töricht, die Bestätigung meiner reinen Freude erwartete, die hat mir alles verdorben.
Ich bin bei euch so recht vernünftig geworden, habe gründlich mich unterscheiden gelernt von dem, was mich umgibt, bin nun vereinzelt in der schönen Welt, bin so ausgeworfen aus dem Garten der Natur, wo ich wuchs und blühte, und vertrockne an der Mittagssonne.
O ein Gott ist der Mensch, wenn er träumt, ein Bettler, wenn er nachdenkt, und wenn die Begeisterung hin ist, steht er da, wie ein mißratener Sohn, den der Vater aus dem Hause stieß, und betrachtet die ärmlichen Pfennige, die ihm das Mitleid auf den Weg gab
***

Ich danke dir, daß du mich bittest, dir von mir zu erzählen, daß du die vorigen Zeiten mir ins Gedächtnis bringst.
Das trieb mich auch nach Griechenland zurück, daß ich den Spielen meiner Jugend näher leben wollte.
Wie der Arbeiter in den erquickenden Schlaf, sinkt oft mein angefochtenes Wesen in die Arme der unschuldigen Vergangenheit.
Ruhe der Kindheit! himmlische Ruhe! wie oft steh ich stille vor dir in liebender Betrachtung, und möchte dich denken! Aber wir haben ja nur Begriffe von dem, was einmal schlecht gewesen und wieder gut gemacht ist; von Kindheit, Unschuld haben wir keine Begriffe.
Da ich noch ein stilles Kind war und von dem allem, was uns umgibt, nichts wußte, war ich da nicht mehr, als jetzt, nach all den Mühen des Herzens und all dem Sinnen und Ringen?
Ja! ein göttlich Wesen ist das Kind, solang es nicht in die Chamäleonsfarbe der Menschen getaucht ist.“

 

 2130629-f8e150e469b74dc2d4092ad2b2a25d88.jpg
Friedrich Hölderlin (20 maart 1770 – 7 juni 1843)
Cover

 

 

De Duitse schrijver en journalist Ralph Giordano werd op 20 maart 1923 in Hamburg geboren. Zie ook alle tags voor Ralph Giordano op dit blog.

Uit: Mein Leben ist so sündhaft lang

„20. März 2009, Köln Vormittags im Verlag Kiepenheuer & Witsch. Gespräche über die nächsten Pläne: ein Tagebuch; heute beginnend über exakt ein Jahr hin, Erscheinungstermin: Herbst 2010; danach eine Auswahl meiner Reden, Vorträge, Lesungen der letzten zehn Jahre, Herbst 2011; schließlich das Thema, das immer offener zum Problem Nr. 1 der deutschen Innenpolitik wird, »Migration und Integration - Allah auf leisen Sohlen«, Herbst 2013. Meine Großmutter mütterlicherseits hat, mir noch im Ohr, einmal gesagt: »Der Junge hat was Tollkühnes an sich.« Wie wahr! Würde die Verwirklichung dieser Pläne doch nichts anderes bedeuten, als mich noch als Neunzigjährigen über die Frankfurter Buchmesse humpeln zu sehen ... Der Verlag ist übrigens umgezogen - vom Stadtteil Marienburg in die City. Dagegen ist nichts einzuwenden - die neuen Räume sind licht, man kann ausschreiten und stolpert nicht mehr in engen Zimmern und schmalen Huren über aufgetürmte Büchergebirge, ganz abgesehen vom Anblick auf den geradezu imperialen Hauptbahnhof. Dennoch ist der Ortswechsel für mich nur schwer zu verwinden. Brauchte ich doch über Jahrzehnte hin nur kurze Zeit, um vom Wohnpark Bayenthal durch das Nobelviertel und einen gepflegten Park zum denkmalgeschützten Haus Rondorfer Straße 5 zu gelangen: zehn Minuten zu Fuß, fünf per Rad, dieselbe Postleitzahl: 50968 Köln. Damit ist es nun vorbei. Wie mit den guten Vorsätzen - kein neues Buch mehr, zwanzig genügen. Aber die Welt dreht sich weiter, und ich kann nicht leben, ohne zu schreiben. Also das laufende Jahr unerschrocken unter das Mikroskop meiner späten Tage gelegt. Heute bin ich übrigens sechsundachtzig geworden. 21. März 2009, Köln Das erste, was ich nach dem Erwachen tue: Ich nehme Knuffi-Kirschauge in die Anne, drücke ihm einen Kuß auf die schwarze Nase und bin sprachlos, so inniglich schaut er mich an. Dabei sind seine Augen aus Glas, handelt es sich doch um einen Stoffwelpen, den mir ein alter Freund aus Bremen rechtzeitig zum gestrigen Tag geschenkt hat. Und das in Kenntnis meines lebenslangen, aber bis dato unerfüllt gebliebenen Wunsches nach einem Labrador mit hellem Fell. Rastlosigkeit und Arbeitswut ließen ihn schlicht nicht zu.“

 

 2130629-e7f99eab9aac2d63c2082573459bccbb.jpg
Ralph Giordano (20 maart 1923 – 10 december 2014)

 

 

De Noorse toneelschrijver en dichter Henrik Johan Ibsen werd geboren op 20 maart 1828 in Skien. Zie ook alle tags voor Henrik Ibsen op dit blog.

Uit: Hedda Gabler

„FRÄULEIN TESMAN bleibt innerhalb der Tür stehen, horcht und sagt mit gedämpfter Stimme: Aber nein –! Ich glaube wirklich, sie sind noch nicht auf den Beinen!
BERTE gleichfalls mit gedämpfter Stimme. Das habe ich doch gesagt, Fräulein. Denken Sie doch bloß, wie spät in der Nacht das Dampfschiff angekommen ist! Und dann nachher! Herrjeh, – was die junge Frau nicht alles noch auszupacken hatte, bis sie zu Bett kam!
FRÄULEIN TESMAN. Ja, ja – mögen sie sich nur recht ausschlafen! Aber frische Morgenluft, die sollen sie im Zimmer haben, wenn sie kommen. Sie geht zur Glastür und macht sie weit auf.
BERTE am Tisch, ratlos, mit dem Bukett in der Hand. Wahrhaftigen Gott ja, – ob hier wohl noch ein anständiger Platz ist! – Ich meine, ich setz' es dahin, Fräulein! Stellt das Bukett aufs Piano.
FRÄULEIN TESMAN. Na, jetzt hast Du also eine neue Herrschaft, meine liebe Berte. Der Himmel weiß, wie furchtbar schwer es mir geworden ist, mich von Dir zu trennen.
BERTEweinerlich. Und mir erst, Fräulein! Was soll ich erst sagen? Ich habe doch nun schon so manches liebe Jahr in der Fräuleins Lohn und Brod gestanden.
FRÄULEIN TESMAN. Wir müssen uns drein schicken, Berte. Es bleibt uns weiß Gott nichts anderes übrig. Sieh mal, Jörgen muß Dich in der Wirtschaft haben. Er muß. Von Kindesbeinen an war er ja doch gewöhnt, daß Du für ihn sorgst.
BERTE. Ja Fräulein, aber die kommt mir doch gar nicht aus dem Sinn, die zu Hause liegt. Die Arme, die so ganz hilflos ist! Und nun gar das neue Mädchen! In ihrem ganzen Leben lernt die nicht, es der Kranken recht zu machen.
FRÄULEIN TESMAN Ach, ich werde sie schon noch dazu anlernen. Und die Hauptsache nehme ich selbst auf mich, verstehst Du. Wegen meiner armen Schwester, da brauchst Du Dir keine Sorge zu machen, meine liebe Berte.
BERTE. Ja, aber es ist auch noch etwas andres, Fräulein. Ich bin nämlich ordentlich bange, ich mache es der jungen Frau nicht recht.
FRÄULEIN TESMAN. Na, lieber Gott, – im Anfang kann vielleicht wohl dies oder das –
BERTE. Ach, die ist gewiß sehr heiklich.“

 

 2130629-3bf69c5fcb2ee7bd85fb26546bc5c336.jpg
Henrik Johan Ibsen (20 maart 1828 – 23 mei 1906)
Scene uit een opvoering in Londen met Eve Best als Hedda en Benedict Cumberbatch als Georg, 2005

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 20e maart ook mijn blog van 20 maart 2016 deel 1 en eveneens deel 2 en ook deel 3.

Zie voor bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 20 maart 2007 en ook mijn blog van 20 maart 2008 en eveneens mijn blog van 20 maart 2009.

Geschreven door Romenu om 18:14 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten