Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 21 maart 2018 tot 22 maart 2018

Billy Collins, Theo Kars, Eveline Hasler, Érik Orsenna, Arnold Sauwen, Wolfgang Bächler, Ilse Kleberger, Léon Deubel, Karel Poláček

De Amerikaanse dichter en schrijver Billy Collins werd geboren in New York op 22 maart 1941. Zie ook alle tags voor Billy Collins op dit blog.

 

The Only Day In Existence

The early sun is so pale and shadowy,
I could be looking up at a ghost
in the shape of a window,
a tall, rectangular spirit
looking down at me in bed,
about to demand that I avenge
the murder of my father.
But the morning light is only the first line
in the play of this day--
the only day in existence--
the opening chord of its long song,
or think of what is permeating
the thin bedroom curtains

as the beginning of a lecture
I will listen to until it is dark,
a curious student in a V-neck sweater,
angled into the wooden chair of his life,
ready with notebook and a chewed-up pencil,
quiet as a goldfish in winter,
serious as a compass at sea,
eager to absorb whatever lesson
this damp, overcast Tuesday
has to teach me,
here in the spacious classroom of the world
with its long walls of glass,
its heavy, low-hung ceiling.

 

 

The Five Spot

There’s always a lesson to be learned,
whether in a hotel bar
or over tea in a teahouse,
no matter which way it goes,
for you or against,
what you want to hear or what you don’t.

Seeing Roland Kirk, for example,
with two then three saxophones
in his mouth at once
and a kazoo, no less,
hanging from his neck at the ready.

Even in my youth I saw
this not as a lesson in keeping busy
with one thing or another,
but as a joyous impossible lesson
in how to do it all at once,

pleasing and displeasing yourself
with harmony here and discord there.
But what else did I know
as the waitress lit the candle
on my round table in the dark?
What did I know about anything?

 

 2131284-734d63606e67b2ae069efa15f2e13e83.jpg
Billy Collins (New York, 22 maart 1941)

 

 

De Nederlandse schrijver en vertaler Theo Kars werd geboren in Rotterdam op 22 maart 1940. Zie ook alle tags voor Theo Kars op dit blog.

Uit:De geisha

“Zij kwam niet om half acht, maar om acht uur. Hij opende net zijn huisdeur om er een briefje op te hangen met de mededeling dat hij ging koffie drinken en om half tien terug zou zijn. 'Dag...! Ga je weg?' 'Ja, misschien namen andere mannen er genoegen mee dat je hen liet wachten, ik niet,' zei hij bits en draaide zich om. 'Hee, wacht even! lk kan er niets aan doen, ik zal het je uitleggen.' Hij bleef staan en zei onwillig: 'Ik luister.' 'Ik moest vanavond poseren bij Paul Vermeulen. Hij is professor aan de academie en ik ben zijn privé-model...Hij hield mij veel langer dan ik verwachtte.' 'Je had me kunnen opbellen.' zei hij en maakte aanstalten weg te lopen. 'Nee, blijf nou hier! Luister: die man is verliefd op mij. Hij geeft mij geld. Als hij vermoedt dat ik een vriend heb, is dat afgelopen. Hij is erg jaloers...' 'O,' zei hij aarzelend. Hij had de indruk dat zijde waarheid sprak, maar was te boos geweest om zich opeens weer vriendelijk te kunnen voelen. Zij hield haar hoofd scheef, lachte en zei op vleiende toon: 'Wil je niet boos op me zijn...? Ik heb gehold van de tramhalte hiernaartoe... Ik hijg nog.' Het was hem inderdaad opgevallen dat zij een beetje buiten adem was. 'Nou, vooruit dan,' zei hij bars maar met een lachend gezicht. . Zij liep voor hem de trap op. Zij droeg hoge laarzen die tot halverwege haar dijen reikten, een zwart tinneroy rokje en het bontjackje. De aanblik van haar draaiende billen en langs elkaar schuivende dijen wond hem op. Zijn opwinding was tweeledig: naast lichamelijke begeerte voelde hij vreugde door de gedachte dat hij over dit alles kon beschikken. Toen zij boven was, stak hij zijn hand tussen haar benen en liet hem met een snelle beweging omhoog glijden. '0! riep zij geschrokken uit en begon daarna te giechelen. 'Jij bent wel brutaal, he?' 'Poseer je naakt?' vroeg hij toen zij haar jackje uittrok. 'Nee. Gek is dat! Iedereen vraagt dat meteen als ik zeg dat ik poseer.' 'Het is helemaal niet gek. Je hebt een erg mooi lichaam... Hoeveel verdien je ermee?' 'Vijftig gulden per keer. Als ik zeg, dat ik meer nodig heb, geeft hij mij dat. Hij betaalt meestal mijn kamerhuur.' 'Wil hij niet met je vrijen?'
'Ja, maar hij durft er niet goed over te beginnen... Hij is drieënzestig en een beetje vreemd. Soms vraagt hij of hij met mijn haar mag spelen. Als ik geld nodig heb, laat ik hem dat maar even doen. Het maakt hem raar. Hij zegt dat hij dan terugdenkt aan zijn jeugd. Jonge meisjes hadden toen ook allemaal lang haar.' Zij giechelde. 'Vanavond ging hij op zijn knieën voor mij zitten en zei dat hij zo veel van mij hield dat hij soms tot drie uur wakker lag.”

 

 2131284-f52807b3547367765384f7b1b7ac7d24.jpg
Theo Kars (22 maart 1940 – 10 november 2015)

 

 

De Zwitserse schrijfster Eveline Hasler werd geboren in Glarus op 22 maart 1933. Zie ook alle tags voor Eveline Hasler op dit blog.

Uit: Stürmische Jahre

„Paulette hob den Kopf mit dem streng gescheiteltenHaar und blickte erstaunt in Muckis groß aufgesperrte, blaudunkle Augen. «Wenn, dann hast du dein Nest allerdings gut gewählt, ma petite.»
«Ja?»
«Nun, die feineVilla hier!Gibt es eine schönere in Rüschlikon?»
«Das Schloss der Schwarzenbachs», murmelte Mucki.
Doch Paulette überhörte es und sprach von dem Türmchen, von den blanken Fenstern, die auf den Zürichsee blicken. Daneben der moderne Tennisplatz. Und vorne das Pförtnerhaus…
«Oh, ichmuss Bellefleur zurückbringen», sagte das Kind, das bei der Erwähnung des Pförtnerhauses erschrockenwar.
«Wann sind die Eltern zurück?»
Die Hündin, die immer ein bisschen nach feuchtem Laubroch, ruhte vor den neuen hellen Ledersesseln zu Muckis Füßen, das war gegen die Hausregel.
«Die Eltern kommen spät. Du weißt doch: Premiere!»
Mucki sah wieder die Eltern beimAbschied vor sich, Papa im Frack, Mama in ihrer Abendrobe.
«Sei brav, Mucki.» Die Mama hatte sich herabgebeugt, ihr stark geschminkter Mund streifte wie ein Windhauch Muckis Wange. «Es wird spät.»
Mucki nickte. Die Mama gefiel ihr, so prächtig hergerichtet, in dunkelroter Seide, der weiche, glänzende Stoff umfloss wie eine zweite Haut ihren Körper. Mama war schön, vielleicht zu schön, «Une belle dame de Vienne», sagte die Bonne. «Pragerin», widersprach Mama. Mucki inspizierte die roten Flecken auf ihren Wangen und erinnerte sich an die ovale Schachtel aufMamas Frisiertisch.
«Nein, kein Rouge», Paulette lächelte. «Deine Mama ist erregt, sie hofft, dass heute Abend alles gut läuft, Feuerchen der Spannung sind es.»

 

 2131284-b231e5ab2053e468b2ae5735f7b4c8cb.jpg
Eveline Hasler (Glarus, 22 maart 1933)

 

 

De Franse schrijver Érik Orsenna werd geboren in Parijs op 22 maart 1947 als Érik Arnoult. Zie ook alle tags voor Erik Orsenna op dit blog.

Uit:Portrait eines glücklichen Menschen (Vertaald door Annette Lallemand) 

„Wer – mit Ausnahme der Eltern – sollte unter solch schwerem Himmel wohl Interesse zeigen für die Geburt von André, Sohn von Jean, dem Sohn von Pierre, beide Gärtner ihres Zeichens?
***
Entzückt sind nur – über einen Plan von Paris gebeugt – die Feen der Geographie. Sie glauben, nicht
ohne Grund, daß der Ort der Geburt das Schicksal bestimmt, da der dort wehende Geist doch wohl triumphiert über Tierkreiszeichengeschwätz.
Seht nur, sagen die Feen, wo dieses Geburtshaus steht! Ganz nah am Louvre, dem Königspalast, dem Sitz jedweder Macht. Der richtige Umgang mit den Mächtigen bedarf einer langen Lehrzeit. Diese unmittelbare Nachbarschaft kann dem nur zuträglich sein. Das Kind atmet die gleiche Luft wie jene und wird in ihrem Dunstkreis ihre Stimmungen begreifen lernen.
Die Augen der Feen leuchten: Was für Aufstiegsmöglichkeiten! Hurtig, laßt uns schauen, was sich da
sonst noch bietet!
Der andere Nachbar ist das Feuillanten-Kloster, aber auch die große Reithalle. Gibt es eine bessere
Begleitmusik für die ersten Schritte ins Leben als das Gebet der Männer und den Hufschlag der Pferde? Das eine erhebt uns über die Wolken, und der andere ruft uns auf den Boden zurück. Im Norden dann das Hôpital des Quinze-Vingt, wo die Blinden Aufnahme finden; als müßte uns gleich zweimal gesagt werden, was ein Auge wert ist. Dann ist da noch der Garten, der Tür genau gegenüber, dieser unerschöpfliche Pflanzenkatalog, der sich auffächern wird, sobald die Beinchen des Knaben kräftig genug sein werden, ihn nach draußen zu tragen. Kurzum: dieses Kind ist am richtigen Ort geboren, um hoch aufzusteigen und dennoch mit den Füßen am Boden zu bleiben.
Die Eltern, in die Betrachtung des Säuglings versunken, haben von alledem nichts gehört. Die Feen
können nur resigniert Abschied nehmen und mit der Hebamme fortgehen. Ich sehe sie, wie sie, durch das Gewand behindert, die dunklen Stiegen hinabschreiten, enttäuscht, so wenig Beachtung gefunden zu haben, obgleich sie doch die einzigen Wahrheiten von Wert zu bieten hatten, die sich im Laufe der Zeit erst bewahrheiten. Das wird niemanden wundern. Enttäuschungen solcher Art sind das tägliche Los aller Liebhaber der Geographie.“

 

 2131284-8f6044a509a41588b329ed3842a65ca7.jpg
Érik Orsenna (Parijs, 22 maart 1947)
Cover

 

 

De Vlaamse dichter en schrijver Arnold Sauwen werd geboren te Stokkem op 22 maart 1857. Zie ook alle tags voor Arnold Sauwen op dit blog.

 

Winternacht

Zwijgend en als uitgestorven
ligt het dal in winternacht.
In haar kleed van blanke vlokken
sluimert de aard, zoo diep, zoo zacht.

Aan den klaren sterrenhemel
gaat de maan haar stillen gang.
In haar schijn ligt daar de vlakte,
scheemrend, als een maagd zoo blank.

Uitgegaan is 't laatste lampken
dat van ver u tegenglom.
Onder witbesneeuwde daken
slaapt het dorpken, stil en stom.

Slechts de toren, trouwe wachter,
't hoofd met eeuwen reeds bevracht,
houdt nog daar, in nacht en stilte,
over hut en hoeve wacht.

En, wen alles rondom sluimert,
van het leven onbewust,
galmt de sombre toon der klokke,
stem des Tijds, die nimmer rust.

 

 2131284-dd4a4f85a9fc2337d3093973735f46ba.jpg
Arnold Sauwen (22 maart 1857 – 11 mei 1938)
Stokkem, stadspoort

 

 

De Duitse dichter Wolfgang Bächler (een pseudoniem van Wolfgang Born) werd geboren op 22 maart 1925 in Augsburg. Zie ook alle tags voor Wolfgang Bächler op dit blog.

 

Die Fontäne

Kühn steige ich und falle
zerstäubt vom Überschwalle
nur immerzu in mich.
Ich baue Zaubertürme.
Durch Wind und Wetterstürme
aufwirbelnd tanze ich.
Zersprühende Gewalten
sich neu in mir gestalten,
und Sonnen spiegeln sich.

 

 

Als ich Soldat war

Als ich Soldat war, schrieb ich kein Gedicht.
Auf Schmerz und Tod gab’s nur den alten Reim.
Mir schnitt der Stahlhelmriemen ins Gesicht.
Und daß ich lebte, wußte ich es nicht?
Die Verse schliefen irgendwo daheim.
Das Blut floß stumm, gerann zu schwarzem Seim.
Als ich Soldat war, schrieb ich kein Gedicht.
Als ich Soldat war, sprach ich kein Gebet.
Die ersten schrillen Kugeln trafen Gott.
Die Stimmen starben, die zu ihm gefleht.
Geruch der Toten hat ihn zugeweht.
Befehle jagten mich in irren Trott.

 

 2131284-726ca73b392418ba3b17b3418bee4b22.jpg
Wolfgang Bächler (22 maart 1925 – 24 mei 2007)

 

 

De Duitse dichteres en schrijfster Ilse Kleberger werd als Ilse Krahn geboren op 22 maart 1921 in Potsdam. Zie ook alle tags voor Ilse Kleberger op dit blog.

 

Herbst

Im Herbst muss man Kastanien aufheben
die braun aus-stachlinger Schale streben
man sammelt und sammlet um die Wette
und fädelt sie zu einer endlosen Kette.

Im Herbst muss man Haselnüsse essen
das darf man auf keinen fall vergessen
man muss sich beeilen denn das Eichorn mag sie auch
und plündert mit Windeseile den Strauch

Im Herbst muss man Äpfel und Birnen schmausen
doch nicht aus Nachbars Garten mausen
man muss sich mit eigenen Früchten befassen
oder sich nicht erwschen lassen.

Im Herbst muss der bunte Drachen steigen
man muss ihm den weg in den Himmel zeigen
dann schwebt er hoch über Nachbars Dach
und man reckt den Hals und schaut ihm nach.

 

 

Winter

Vom Norden der Winter kam heut in der Nacht.
Was hat er der Stadt alles mitgebracht?
Dem Mann auf dem Denkmal einen schneeweißen Hut,
der Turmuhr eine Mütze, die steht ihr sehr gut,
der Tanne im Park einen Pelz aus Hermelin,
der Fensterscheibe Blumen, die trotz Eis und Kälte blühn,
den Dachrinnen Bärte und der Pumpe einen Zopf,
den Kindern rote Nasen und ’nen Schneeball an den Kopf.

 

 2131284-2de8845b325ffe2b521f43cfc7420d97.jpg
Ilse Kleberger (22 maart 1921 - 2 januari 2012)

 

 

De Franse dichter Léon Deubel werd geboren op 22 maart 1879 in Belfort. Zie ook alle tags voor Léon Deubel op dit blog.

 

Nature

I.
O Nature, prends-moi pour ne me rendre plus
Aux leurres de la ville où lejour ne meurt pas,
Doucement, dans la plaine et les eaux, dans les pas
Qui vont portant au loin l'angoisse des Elus.

Prends-moi, et qu'en mon coeur toi seule oses tout bas
Ranimer mon amour, ma joie et ma vertu,
Et, sur le mode cher d'un caprice têtu,
L'hymne d'aube qu'on doit aux choses d'ici-bas.

J'ai revu tes forêts, tes prés et tes ruisseaux.
Un instant de monalme habite tes roseaux
Depuis le jour où j'y taillai ma flûte frêle.

Prends-moi, pour que, certain de ta beauté sereine,
J'aille surprendre Pan dans l'ombre de tes chênes,
L âme perdue au fil de tes heures muettes.

 

II.
Puisque je trouve enfin le vrai refuge en toi,
Nature, en qui je vis, errant et fort et sage,
Simple de coeur aussi, sachant qu'un dieu me voit
Par les yeux familiers qu'il donne aux paysages,

Qu'en ton sein tout vibrant d'une force ouvrière,
Par ces temps revenus du règne de Saturne,
J'emplisse avec ferveur mon âme comme une urne
Des poèmes dorés qui montent des clairières.

Et qu'en la plaine immense, où le ciel se suspend,
Je sois celui pour qui va rouer comme un paon
L'heure que l'infini de la Nuance ocelle ;

Ou bien; dans l'orbe vert d'un buisson qui rfallume,
L'enfant, né vagabond, de qui la main présume
Le rire dont la baie ingénue étincelle.

 

 2131284-138d10b9d8391b3401d34368c325e64f.jpg
Léon Deubel (22 maart 1879 – 4 juni 1913)
Cover


 

De Tsjechische schrijver Karel Poláček werd geboren op 22 maart 1892 in Reichenau. Zie ook alle tags voor Karel Poláček op dit blog.

Uit: We Were a Handful (Vertaald door Mark Corner)

“So I said: "You can be glad of the fact that your nose is still in its proper place," and the doctor laughed in a loud voice and went "Ho! Ho! Ho!" Then the doctor took a look at the thermometer, closed his medicine bag and said: "The worst is over now, the main thing is to get rest and then some more rest," and he held out his hand to my parents saying: "My compliments to you all. Glad to have been of service."
What is His Excellency the Maharajah doing now, or Her Excellency the Maharani, and what about the royal princess? What are the tailor Brabec and Mrs. Brabec doing, and what about the snakes, the tigers, the elephants, the monkeys and all the other local inhabitants? And is it possible that Jumbo still has that nice red hat and still remembers who bought it for him? And what about India? Does India really exist, or is it only to be found in an -atlas?
I do not want to ask my parents, because they will tick me off straight away and won't want me to talk too much and will make me take my nasty medicine instead. I still thought I could perhaps have a word with Christina about it, but as soon as I mentioned India she burst out laughing so I said to her: "You Rampusite of Rampusites, there's none more Rampusitical than you." All night I sleep like a log and don't have any dreams. A while back Christina lent me her pocket mirror and I was amazed to see that I had a tiny doll-like face, the sort of doll our Mirabelle plays with. Everyone says that I've been very poorly and our Lawrence sent a letter in which he wrote: "Here's hoping that with God's help my little brother Pete will get back again the health he's lost and once again with warmest regards as ever your dutiful son Lawrence." The lads I go round with paid me a visit today, because the doctor allowed them to come, so come they did.“

 

 2131284-1b755c694545ac46d502b77c34ffe6e8.jpg
Karel Poláček (22 maart 1892 – 19 oktober 1944)
Cover

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 22e maart ook mijn blog van 22 maart 2017 en ook mijn blog van 22 maart 2016 en mijn blog van 22 maart 2014 deel 1 en eveneens deel 2.

Zie voor bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 22 maart 2007 en ook mijn blog van 22 maart 2008 en eveneens mijn blog van 22 maart 2009.

Geschreven door Romenu om 17:58 Reageer op dit bericht

Willem de Mérode, Pim te Bokkel, Kees van Beijnum, Hamid Skif, Jean Paul

Dit Romenu Blog bestaat vandaag precies twaalf jaar. Dank weer aan alle oude en nieuwe bezoekers voor hun interesse en reacties van het afgelopen jaar. De eerste bijdrage in 2006 ging over de dichter en schrijver Willem de Mérode. Traditiegetrouw, omdat hij aan de wieg stond van dit Blog, ook nu weer een gedicht van hem. Zie ook mijn blog van 2 september 2010 en voor het overige de Willem de Mérode tags op dit blog bij Skynet.

 

 2130970-b65e5c8e597754602ca32f8c747eb258.jpg
The Blue Boy door Thomas Gainsborough, 1779

 

 

The blue boy

Ik draag het leven in zijn rijksten tooi,
Gelijk mijn zachte blauwe zijden kleeren.
Een weelge wappering van koele veeren
Is ’t aan mijn oren: ’t leven is zoo mooi!

Zie mijn gestalte: kostelijk en trotsch
De kloeke bouw der lenig jonge leden.
Nog ken ik niet dan moeders teederheden
En ben zoo rein gelijk een engel Gods.

Maar om mijn mond schemert het weeke smachten
Naar liefde, die mijn droomen slechts vermoeden,
En in mijn oogen leeft de glans van nachten,

Wier heerlijkheid geen daglicht kan vergoeden.
En rustig wacht ik vreugden, die nog komen,
’t Leven is heerlijk als het wordt genòmen!

 

 2130970-3c432723706030f47269c824459c0992.jpg
Willem de Mérode (2 september 1887 – 22 mei 1939)

 

 

De Nederlandse dichter Pim te Bokkel werd geboren in Winterswijk op 21 maart 1983. Zie ook alle tags voor Pim te Bokkel op dit blog.

 

Fatal system error

wie is die man
die met zijn vierkante laptop
in zijn deurpost staat en zowaar
adem haalt
en dingen denkt als

Ja wie ben ik? Een kleine
lul. Op een stoepje. Mijn
stoepje. Met vierkante tegels

daar staat hij - in een
straat in een vierkantje vergeten vinex
vlak
onder dat plaatsje met
die ene naam ergens links op de landkaart

Ik sta hier. Op een planeet
Die om de zon draait. Dat
Is logisch. Dat is gewoon zo
en ja hoor daar staat
hij - de vierkante man op zijn ronde planeet
op het punt
tussen werk en ontbijt tussen rijden
en file

Ik sla alles op. De wereld als
getallen. Als formules op
mijn harddrive. Nul Nul Nul

en dan speelt hij
hamertje tik
met de hamer van een stoffige it-er en diezelfde
dwaze blik - vierkantje
ronde tik tik

 

 

Zon

Als eerste mens
ben ik vanochtend de zoon
van de zon

In het licht
van die fantastische vader
zie je me zo
als gewoon een insect
of forens

Nog even en
we zien door gloeiende wolken
mijn onverbeterlijke vader
als superman
uit zijn overhemd breken

 

 2130970-25e4df8ed56f69b230e8cdfccd23c184.png
Pim te Bokkel (Winterswijk, 21 maart 1983)

 

 

De Nederlandse schrijver Kees van Beijnum werd geboren in Amsterdam op 21 maart 1954. Zie ook alle tags voor Kees van Beijnum op dit blog.

Uit: Een soort familie

“Als hij in de stenen, glazen schittering van de hoge kantoorgebouwen door zijn rayon rijdt, heeft hij het gevoel dat hem werkelijk alles meezit op deze warme lentedag. De meeste mensen zijn al op hun werk en hij is onderweg tussen het gesuis van de auto’s en het krioelende leven, zijn radio afgestemd op de favoriete muziekzender. Een telefoontje van de binnendienst voert hem zonder uitstel naar het rayon van zijn collega Marloes, die op vakantie is aan de Rode Zee. Hem is verteld dat het een onbekend adres betreft, Eldorado Reizen is dus geen voorbewerkte prospect van Marloes, wat inhoudt dat hij als haar waarnemer de onverdeelde som aan provisie opstrijkt, mocht zijn demonstratie tot een order leiden. Eldorado Reizen blijkt gevestigd aan de Gedempte Oude Gracht in Haarlem, parkeerplaats voor de deur, begane grond, zonder drempel. Soepel en vanzelfsprekend duwt hij zijn uitklapbare kar met de XR10 erop het linoleum over. Tien minuten later staat hij weer buiten in het volle licht van zijn succes, met een getekende order inclusief uitgebreid servicecontract op zak.
over de weg door de duinen rijdt hij naar de kust, waar de strandtenten tot zijn aangename verrassing al zijn opgebouwd. Met zijn zonnebril voor zijn ogen, stropdas los, eet hij een broodje op het terras. Het licht op zee is adembenemend, feeëriek. Hij is een kind van het water, die band gaat ver terug. En terwijl de golfjes een voor een omrollen en voortkruipen over het droge zand, zou hij dit een perfecte dag willen noemen. Zijn perfecte dag.
Als hij wegrijdt van de parkeerplaats ziet hij haar lopen, zijn vrouw Tessa, gekleed in een zwierige zomerjurk, hand in hand met een man die hij, al heeft hij hem in jaren niet meer gezien, moeiteloos herkent. Ed, zijn vriend van vroeger. Hij twijfelt even en rijdt dan weg, terug naar de stad, terug naar zijn eigen rayon.
Weer enigszins tot zichzelf gekomen, ontgaat de ironie hem niet. Zoals hij in de tijd dat Tessa nog Eds vriendin was stiekem afspraakjes met haar maakte, gaat Ed nu achter zijn rug om met Tessa naar het strand. De rollen zijn omgedraaid, in zijn nadeel, ontegenzeggelijk in zijn nadeel.
Thuis zegt hij niets over waar hij op de parkeerplaats getuige van is geweest. Hun huis schijnt op deze avond van alles net iets te veel te hebben, een eethoekstoel te veel, een zijtafel te veel, een foto te veel. Samen met hun zoontje Joris eten Tessa en hij aan tafel. Ze hebben het over school, over
kos, waar ze met de vakantie heen gaan, als het toch niet Sicilië wordt. Hij weet zich geen raad met zichzelf, maar slaagt erin met zijn vrouw de voors en tegens van beide bestemmingen tegen het licht
te houden. Als iedere avond ruimen ze samen de tafel af.”

 

 2130970-6b0e3f1d7407c85f3cac87d835368c82.jpg
Kees van Beijnum (Amsterdam, 21 maart 1954) 

 

 

De Algerijnse dichter, schrijver en journalist Hamid Skif werd geboren op 21 maart 1951 in Oran. Zie ook alle tahs voor Hamid Skif op dit blog.

 

Aufbruch

Ich habe mich davon gemacht, querfeldein
Bergluft roch ich
An einer Wegbiegung
Sah mich ein Mufflon kommen und legte sich ohne Furcht auf einen Stein
Ach!, sagte es mir: Ich gehe nicht weiter
Vor Dir habe ich keine Angst
Du hast Dein Leben mit Rennen verbracht, Du bist müde
Setzt Dich, und reden wir
Erzähl mir vom bitteren Gebräu der Trennungen
Sag alles, ohne Auslassungen
Stell Dein Leid
Auf diesen Stein
Spuck das Gift der Rache aus
Lies das Buch der im Sturm
Gefangenen Einsamkeiten
Jede dieser Seiten kann unsere Zuflucht werden
Genau darum sind wir Brüder

 

 

Die Tische
für Elisabeth Wolffheim

1
Aus dem verfluchten Dunkelbaum
Aus einem Splitter zerkleinerter Tränen
Dröhnt der Lärm des Galopps
Werdet ihr Euch morgen auf das Grab der Wölfe stellen
Die den Königsvers singen
Werdet ihr mich besuchen in meinen Holzfestungen
Oder unter den Wellen meiner Ängste
Bin ich unter meinem Schattenpanzer
Mensch oder starrköpfiges Tier
Oder bin ich die Nachahmung eines Lieds
Ein Gedicht über einen Schrei ohne Schreienden
Ich möchte Euren Worten glauben
Und aus jedem einzelnen Eure Seele keltern
Ich bin weder unterwürfig noch bereit, die Bande unseres gegenseitigen Versprechens zu zerschneiden

 

Vertaald door Andreas Münzer

 

 2130970-1a76e2fcffcc289bb7536b7f371c42f9.jpg
Hamid Skif (21 maart 1951 – 18 maart 2011)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Jean Paul werd op 21 maart 1763 in Wunsiedel geboren. Zie ook alle tags voor Jean Paul op dit blog.

Uit: Selina oder über die Unsterblichkeit der Seele

“Es war eine selige Zeit –denn im Innern war es fast noch Jugendzeit –, als ich vor dreißig Jahren unter meinen vielen Fußreisen – denn die Jugend will auf Reisen sein, sogar in der Nacht, so wie das Alter immer übernachten, sogar am Tage – als ich da, sag' ich, die schönste Reise in der schönsten Gesellschaft machte durch das Kampaner Tal und als um mich bloß Liebende waren und um uns lauter Glückliche bis hinauf zu der sanften grünenden Bergkette, wo junge Hirten herabsangen zu den arbeitenden Männern in dem Gebirg-Abhang und zu den Hirtengreisen unten, welche von den Jugendjahren in stillem Glücke schon auf der Erde, nicht in ihr ausruhten.
Unsere Reisegespräche betrafen, wie meine Leser aus dem kleinen Buche darüber wissen, meistens die Seelenunsterblichkeit; an die Aussichten in das Zaubertal und auf die Zauberhöhen wurden die Aussichten in die zweite Welt gereiht wie die blumige Erde sich an den gestirnten Himmel schließt. Nur der Rittmeister Karlson nahm den Gottesacker für den ewigen Brachacker ohne Saat; daher dichtete er seine »Klage ohne Trost« [Fußnote], als er die von ihm im stillen geliebte Braut seines Freundes Wilhelmi nach einer falschen Nachricht gestorben glaubte.
Der Baron Wilhelmi war mit ihr in Spanien in dem Zauberschlosse geblieben, wohin die Kampaner Tagreise sie zur Trauung geführt hatte; den Rittmeister Karlson aber hatten sein liebetrauerndes Herz und sein Dichtergeist gleichsam auf vier Flügeln nach andern Ländern, auf neue Berghöhen der Musen und in neue Tempe-Täler der Sehnsucht getragen. Rechte Leser des Kampanertals werden leicht, wenn auch traurig durch den Nonnenschleier gesehen haben, den seine Liebe für Gione genommen. Keine Liebe ist so rührend als die verhehlte, die sich selber ihre Klostermauern zum Entsagen baut. Aber nur durch die irrige Nachricht von Gionens Tode konnte man wie durch eine Wunde so tief in seine Brust hineinsehen.“

 

 2130970-6dfe026186be9e1d595ba92eefbc77e2.jpg
Jean Paul (21 maart 1763 – 14 november 1825) 
Cover

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 21e maart ook mijn vorige blog van vandaag en ook Romenu’s 1e lustrum pagina.

Zie voor bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 21 maart 2007 en ook mijn blog van 21 maart 2008 en eveneens mijn blog van 21 maart 2009.

 

Geschreven door Romenu om 18:08 Reageer op dit bericht

Hubert Fichte, Peter Hacks, Michel Bartosik, Youssef Rzouga, Günter Vallaster, Siegfried Kapper

De Duitse schrijver Hubert Fichte werd geboren op 21 maart 1935 in Perleberg, Brandenburg. Zie ook alle tags voor Hubert Fichte op dit blog.

Uit: Detlevs Imitationen „Grünspan”

„Oder vielleicht ist auch alles verbrannt. Der junge und die Fotografien. Die Buchstaben schmolzen. Bücher verbrannten. Die Gehirne, die Buchstaben zusammenfügten, verbrannten.
Es gibt neue Buchstaben, mit dmm über das Verbrennen berichtet wird.
Ziffirn.
70000.
Einige behaupten.·
-240000.
Gibt es einen Ausdruck dafür?
Buchstaben verbrennen lassen. Bleilettern schmelzen ? Keine Ulanen daraus gießen?
Sollen sich Schriftsteller anzünden?
Oder Ideogramme nfindm wie Kaiser Njoja für die Bamum?
Lateinische Buchstaben und arabische Ziffern vermitteln nur Mengenangaben und Entfernungen-Unterschiede.
Vermitteln Ideogramme das Feuer selbst und die Asche?
- Die BBkellerschrumpjleiche.
Vermitteln Ideogramme das Gefühl des ertrinkenden Matrosen Paul oder das Verbrennen
seines Sohnes?
Zwei Seiten dieses Buches schwarz ein.fiirben:
- Dies sei die Zerstörung!
Oder einen schwarzen, Jettglänundm Fleck auf zwei Seiten des Buches drucken - in der Mitte, winzig. den fünfzackigen Stern der Amerikaner aussparen, den Glücksstern an den Waffin - und am Rande des Kleckses Silben rausgucken lassen - ev, ma, o - oder Frau Wichmanns Ohrläppchen?
War in der Literatur eine große Kühnheit, wäre als Grafik wahrscheinlich ziemlich dünn.
Die Buchstaben sind nicht alle verbrannt.“

 

 2130961-4393f10b48039015a103da1a2c1e4574.jpg
Hubert Fichte (21 maart 1935 – 8 maart 1986)
Cover 

 

 

De Duitse schrijver en dichter Peter Hacks werd geboren op 21 maart 1928 in Breslau. Zie ook alle tags voor Peter Hacks op dit blog.

 

Freu dich, Liebe

Ich hab eine Nachbarin,
Der ich nicht zu häßlich bin.
Muss nicht weit nach Küssen gehn.
Hab mein Schatz im Hausflur stehn.
Wohnte sie in Thüringen,
Müßte ich nach Thüringen.
Oh wie reich bin ich belohnt,
Daß sie nicht in Gotha wohnt.

Ich hab eine Nachbarin,
Der ich nicht zu häßlich bin.
Freu dich, Liebe, freue dich.
Nebenan, da nimmt man mich.

 

 

Sproß der Olive, mordendes Gerät

Sproß der Olive, mordendes Gerät,
Blutiger Schößling, mildem Stamm entsprossen,
Dich pflanz ich in den alten Boden hin,
Auf daß, nach bösem Umweg, neu ersteht
Der reife Baum, langher in dir beschlossen,
Des Landes Schirm, Zier, Müh und Nährerin.

Schlag Wurzeln, Ölbaum, breite deinen Schatten,
Der Sonne Unmaß birg in deinem Laub,
Bis schöne Gärten wir und grüne Matten
Entschwellen sehn dem neu belebten Staub.
Wachse mit unserm Wuchs, nehmend und gebend,
Uns immer dienend, immer widerstrebend.
Es schaff der Irdischen Lust und Beschwerde
Eine geheure Erde.

 

 2130961-c5478faefbf779512e4ebed391b1aabe.jpg
Peter Hacks (21 maart 1928 – 28 augustus 2003)
Breslau

 

 

De Vlaamse dichter, essayist en docent poëzie Michel Bartosik werd geboren in Antwerpen op 21 maart 1948. Zie ook alle tags voor Michel Bartosik op dit blog.

 

Bloedvlek

Wat ik wil is je
uit de steen houwen,
de bloedvlek vinden in het marmer
van je bed, en je moet mogen
aanstalten maken, de wet stellen, je onlijdelijk
gebaren moet het verordenen:
ik ga opstaan

Maar je zat
gekromd over de rand, alles
mocht, doeltreffender

kon je hart niet afgemat, absolutum
dat daar de diepte ging
peilen, bokser

met plots een geheim op

bij klaarlicht uur - o gekoesterde, droom,
zo toegewijd, op het nippertje nog
zichtbaar te willen
zijn:
Agonie -

 

 2130961-0af6a17520e8561a3d55c61e1ace8ad8.jpg
Michel Bartosik (21 maart 1948 – 1 februari 2008)

 

 

De Tunesische dichter Youssef Rzouga werd geboren op 21 maart 1957 in Mahdia. Zie ook alle tags voor Youssef Rzouga op dit blog.

 

Hurlement

Ce n’est qu’un nœud
Sa vie d’enfant à quatre chemins.

Emu
Soucieux
Et silencieux..
Le loup blanc
Tire sur sept cieux
Et il ne se tire
Vers son rez-de-chaussée
Nu
Et silencieux
Que pour hurler
Et créer son petit site..
Lâ
Sous l’inerte couleur blanche d’un linceul

Et toujours seul,
Le loup blanc hurle encore
Le loup blanc crache
Son background, le sang
Et se met à contempler le couloir
Et son visage au miroir

Emu
Soucieux
Et silencieux
Le loup blanc perd le nord et le sud
Et il est seul
Emu
Nu comme un linceul

Sa louve
A quelque centimètres près
De sa tombe
Silencieuse
Soucieuse
Regarde la tombe
Pendant qu’une rose pousse
A quelques bonds de sa main.

 

 2130961-b628c2c3d0f42220d71a1ba03acecabc.jpg
Youssef Rzouga (Mahdia 21, maart 1957)

 

 

De Oostenrijkse dichter en schrijver Günter Vallaster werd geboren op 21 maart 1968 in Schruns (Vorarlberg). Zie ook alle tags voor Günter Vallaster op dit blog.

 

der reim

der reim
auf dem leim
daheim
(räuma?)

tackt nackt hackt
ding ding ding
(tickt da d'uhr?)

schöne stöhne töne
so fa so fa so fa
(da süßt maine scheune heumahd?)

& sehn den zaun vor lauter zaunpfeln
nicht

& pflanzen abfällbäumchen

 

 2130961-db04fa1a75a784b61f3fa31f9e66af42.jpg
Günter Vallaster (Schruns, 21 maart 1968)

 

 

De Tsjechische schrijver en vertaler Siegfried Kapper werd op 21 maart 1820 geboren in Smichov. Zie ook alle tags voor Siegfried Kapper op dit blog.

 

Der Klügste von den Dreien

Gingen, liebe Griechenmädchen,
Gingen wohl zu Drein.
Goldnen Rahmen trug die Eine,
Dacht' zu sticken fein;
Zarte Perlen trug die Andre,
Dacht' sie anzureihn;
Weißes Linnen trug die Dritte,
Wollt' es bleichen rein.

Kamen schmucke Griechenknaben,
Kamen dar zu Drein.
Goldne Harfe trug der Eine,
Dacht' zu singen fein,
Gelbe Schuhe trug der Andre,
Dacht', getanzt muß sein;
Unterdeß die Griechenmädchen
Küßt der Dritt' allein!

 

 2130961-2ed5531caea129c93bc63bbab77d8d26.jpg
Siegfried Kapper (21 maart 1820 – 7 juni 1879)
Cover

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 21e maart ook Romenu’s 1e lustrum pagina.

Zie voor bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 21 maart 2007 en ook mijn blog van 21 maart 2008 en eveneens mijn blog van 21 maart 2009.

Geschreven door Romenu om 18:07 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten