Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 14 juni 2018 tot 15 juni 2018

Maria Dermoût, Christian Bauman, Silke Scheuermann, Hugo Borst, Ramon Lopez Velarde, Roland Dorgelès, François-Xavier Garneau, Emma Cline, Hannah van Wieringen

De Nederlands-Indische schrijfster Maria Dermoût (eigenlijk Helena Anthonia Maria Elisabeth Dermoût-Ingerman) werd geboren in Pekalongan, Java, op 15 juni 1888. Zie ook alle tags voor Maria Dermoût op dit blog.

Uit: Nog pas gisteren

“In de voortuin was niet veel anders te zien dan de scheve boom met het beeld eronder, en aan de wegkant een laag muurtje van afgebrokkelde grijze blokken steen. De weg lag diep uitgesleten tussen de twee steile groene bermen, waarop de bomen stonden, een soort sparren met kromme takken en lange grijsgroende naalden, die ruisten in de wind. Het was een vreemde weg, zo nauw en ingezakt onder de bomen, zo stil en verlaten, er kwam bijna nooit iemand langs de weg. Wie zou er langs de weg hebben moeten komen? Aan de achterkant van het huis, kijkende uit het raam van de woonkamer - daar was een hele wereld -, vlak achter het huis een ravijn, een groot, diep en groen ravijn vol boomvarens, en verderop begon een bos, en overal groen bergruggen. Maar over dat alles heen - verweg en in de diepte - lag de vlakte, als opengevouwen, lichtgeel, wazig en zonnig. En uit die vlakte rezen twee bergen op - zo ineens , ten voeten uit, naast elkaar. Overdag schenen zij soms verdwenen achter de warme heiige lucht; maar in de middag als het helder werd, waren zij er weer - leikleurig of blauw of paars - naast elkaar, oprijzende uit de vlakte, uit hun nevels. De tweelingen van de oude meneer.
Er was iets met hem, Riek had het nooit begrepen. Familie van mama, en toch weer niet, hij was korte tijd met haar moeder getrouwd gweest, maar die leefde al lang niet meer, hij was ook haar vader niet. Mama zei nooit iets anders dan - meneer - tegen hem, en als zij over hem sprak - de oude meneer zoals iedereen. Zo erg oud was hij niet eens, maar wel mager en geel; en mama zei dat hij een kwaal had en dikwijls pijn, en hij rook soms naar een scherpe medicijn, net teer. Zijn dun zwart haar werd wit aan de slapen, en opzij van zijn neus liep langs de mond tot aan de kin, aan beide zijden gelijk, een diepgegroefde rimpel, alsof iemand het er met een griffel ingekrast had.
Hij was erg knap, hij sprak goed Javaans - hoog en laag en midden -, hij wist alles van planten en kruiden, en de geschiedenis en alle verhalen van vroeger, van het Hindoerijk - het oude Rijk-, zei hij. En dan deed hij ook nog aan hokus-pokus, dat zei papa. Het was iets met een kalender die hij gemaakt had. 'De dag waarop je moet trouwen, of doodgaan, of een kind krijgen, of uit stelen gaan zonder gepakt te worden', zei papa, 'is het niet zo, An?' Maar mama gaf er geen antwoord op, zij vond het niet prettig als papa daarover sprak.
Eenmaal was de oude meneer zelf over de hokus-pokus begonnen.”

 

 2155015-386d25e601caf9e429b72190ff3372c6.jpg
Maria Dermoût (15 juni 1888 – 27 juni 1962)
Cover 

 

 

De Amerikaanse schrijver Christian Bauman werd geboren op 15 juni 1970 in Easton, Pennsylvania. Zie ook alle tags voor Christian Bauman op dit blog.

Uit: Not Fade Away

« I read a small pile of books in that little room—long hours pregnant with time to kill—but only one left an impression, Hemingway's posthumous Garden of Eden. It's a joke to say I read Hemingway on these nights, in Africa, away to war. They should take away my writing license for saying such a thing. It's a joke. But not really. I didn't know it was a joke. Instead of college I'd studied dishwashing (among other ineffective ways of attempting to support a young family) before finally giving up to join the army. I was twenty-two years old in Somalia, but still a year shy of reading A Farewell to Arms and For Whom the Ben Tolls. I'd read "Old Man at the Bridge" and "Soldier's Home" in high school but was three months shy of reading them again and understanding. So I read Hemingway at 2 A.M. in an African war zone, blameless and innocent, as reading should be. It was a hardback of the first printing of Garden of Eden, with a torn jacket and $1.00 sticker. My mother bought it at a library sale and mailed it to me along with a pound of beef jerky and film for my camera. I was twenty-two and didn't know anything about anything, about this novel and its place in the scheme or Hemingway himself or who thought what about this or that. None of it colored me as I opened the cover and cracked the spine, nothing shading my view as I read the front leaf then the back then the copyright page then the first sentence. The first sentence became the second then the third then it was just me and David and none of that other stuff, just me and the story. They were on the Mediterranean coast and the quiet, sad tale unfolded in colors of salt and white sky with a mouthful of dark wine and sharp, strong marinated olives. David was remembering Kenya and just months before I'd been where he'd been, briefly, and now his world was falling apart and oh I'd been there, too. He would swim and fish in the sun and I would stretch, washing down a stale MRE cracker with a cup of cold coffee, wiping my mouth and listening to the French whispers down the hall then finally back on the floor to my place on the page. “

 

 2155015-421773c2c9e0262163ec2bccd0a4cd25.jpg
Christian Bauman (Easton, 15 juni 1970)

 

 

De Duitse dichteres en schrijfster Silke Scheuermann werd geboren op 15 juni 1973 in Karlsruhe. Zie ook alle tags voor Silke Scheuermann op dit blog.

 

Zweite Schöpfung

Wie wir es schaffen, hat keine Bedeutung.
Wir hatten seit letztem Sommer schon dicht
am Ziel geforscht. Nur der letzte Schritt fehlte.
Ich zitterte, als ich sagte: Ein Zwergmammut wird
unseren Sohn herumtragen, Sibirische Tiger unsere
Töchter beschützen. Ein Tag wird wie der andere sein,
wenn wir die Hirne der Großsäuger knacken: ekstatisch,
verträumt, voller Verluste. Zweihundert Milliarden
Nervenzellen, aufgelöst, ineinander vertäut wie
Boote im offenen Meer. Gehirn, Seele und Sinne
fahren zusammen hinaus, eine Flotte in Formation.
Nenn es Krieg, nenn es Wahnsinn: Dies ist
die Freiheit der Liebe: neue Wesen zu schaffen,
sie uns zur Seite zu stellen. Dies ist die Freiheit
unserer Art, neue, andere Arten zu machen.
Gott hat uns mit einem Bausatz beschenkt.

 

 

Das Dorf

In meinen Erinnerungen ist immer Winter. Sie sagten,
eine Märchengestalt hätte das Dorf erträumt.
Schwäne und Schimmel sollten hier leben. Einzelne Menschen,
weißgekleidet, kalt. Menschen, die ohne Licht leben können.
Die die frische Flockendecke nicht zerstören. Es schien mir damals alles
richtig, intakt. Nur das Mädchen, das irgendwo in einem der Häuser saß
und mit dem Finger, von innen, die Eisblumen im Fenster berührte, war
nicht vorgesehen.
Ich war in hellblauen Briefen unterwegs zu dir,
aber die Schneekönigin hatte dich lange zuvor erwischt.

Ich träumte
von den Tatzen des Eisbärs,
er griff einfach durch deinen Körper
hindurch, nahm sich den kalten
Splitter und ließ
dein Herz unversehrt.
Im Traum gelang es ihm
dich mit der Wärme seines Körpers aufzutauen.
Gestohlene Zeit tropfte auf den
Boden, gefror erneut. 

 

 2155015-21491b26010412dfbacb3b4dee170b4b.jpg
Silke Scheuermann (Karlsruhe, 15 juni 1973)

 

 

De Nederlandse schrijver, redacteur en radio- en televisiepresentator Hugo Borst werd geboren in Rotterdam op 15 juni 1962. Zie ook alle tags voor Hugo Borst op dit blog.

Uit: Ma

“Mijn vader hoopte dat ik net zo boodschappen zou doen als hij deed. Die hoop, een eis was het niet, bevreemdde me, omdat hij me nooit iets had opgelegd. Anders dan ma gaf hij me vrijblijvende adviezen en als ik die in de wind sloeg, nam hij daar geen aanstoot aan.
Zo niet die vrijdag. Het boodschappenlijstje dat hij me in handen had gedrukt, getuigde van militaire precisie. De producten stonden in de volgorde van de ideale looproute door de Plus in winkelcentrum Binnenhof in Ommoord. Op de een of andere manier vond ik dat poëtisch.
Ook de caissière zei mijn vader persoonlijk gedag. Hij groette haar terug op de wijze waarop hij dat die dag bij iedereen had gedaan: hartelijk, uit de grond van zijn tot op de draad versleten hart. Dat de conditie ervan zo slecht was, wisten we op dat moment niet.
Ik was druk bezig zijn schitterende hartelijkheid goed in mij op te nemen. Ik vond het wonderlijk. Gedag zeggen is in de kern een alledaagse, routinematige handeling. Maar mijn vader maakte mij die dag inzichtelijk dat het ook anders kan.
Hij begroette in de Plus mensen alsof hij oprecht blij was ze weer te zien, met een warmte die je in de grote stad niet meer ontmoet.
Bij onze terugkeer met de gevulde boodschappentrolley vond ik mijn moeder aan de strenge kant. Mijn vader had te veel gehakt meegenomen voor twee personen. Terwijl zij hem vermanend toesprak, snapte ik de ernst waarmee mijn vader zich had gekweten van mijn inwijding. Ma was kritisch en veeleisend, ze verdroeg improvisatie slecht. Pa had me die vrijdag willen zeggen: maak er geen potje van, neem het boodschappen doen niet te licht op, je moeder pikt dat niet.
Zes dagen later moest hij onder het mes. De ingreep slaagde, maar zijn hart was niet sterk genoeg. Hij raakte in coma. Twaalf dagen na mijn officiële inwijding stierf hij.
Sinds de dood van pa doen mijn vrouw en ik om beurten boodschappen voor mijn moeder. Het laatste jaar is ma’s boodschappenlijstje met de week onvollediger geworden.
Toen het bibberig beschreven papiertje nauwelijks nog houvast bood, zijn we zelf het lijstje maar gaan samenstellen, ma’s oorspronkelijke voorkeuren indachtig. We kijken in de koelkast, we kijken in de voorraadladen, we kijken in de kast waar de lekkernijen staan. We maken de balans op.”

 

 2155015-fa385095af4e8dd264c786f00f01b662.jpg
Hugo Borst (Rotterdam, 15 juni 1962)
Cover

 

 

De Mexicaanse dichter Ramon Lopez Velarde werd geboren op 15 juni 1888 in Jerez. Zie ook alle tags voor Ramon Lopez Velarde op dit blog.

 

Song Of The Heart

This intimate music will never cease as,
consumed in an embrace of gold,
Charity and Love exchange a kiss.

Do you hear the heart's diapason?
Hear in its multiple note the din of
those to come and those long gone?

My brothers from throughout the ages
in me find their common silent note,
their shared laments, their self-same rages.

I am the voice of leaves that covered
the germinal bosom of the druid bard
who took the woods as goddess and lover.

I am the pool where Scheherazade,
a pearl beneath ajeweler's loupe,
swims her crystalline glissade.

And I become an aspiring Christian
when I page through the beatitudes
of the virgin who was my catechism.

And the new delight that accommodates
the tango-colored hypnotism
of the price of fashion and the fashion plate.

I stun the rotundity of Creation,
courting all objects and all women
with a pagan and Nazarene dedication.

0 Psyche, o my soul, sound the start
of a modem, a jungle, an orgiastic song:
the song of Mary, the song of the heart!

 

Vertaald door Margaret Sayers Pedan

 

 2155015-3f6cef60d7f4ab598fa43ffa23705e56.jpg
Ramon Lopez Velarde (15 juni 1888 – 19 juni 1921)
Cover

 

 

De Franse schrijver en journalist Roland Dorgelès (eig. Roland Lécavelé) werd geboren op 15 juni 1885 in Amiens. Zie ook alle tags voor Roland Dorgelès op dit blog.

Uit: Les Croix de bois

"— Ce qu’il est lourd, fit-il. Qu’est-ce que tu as pu foutre là-dedans… Tu y as mis des pavés ?
— Juste ce qu’on m’avait dit.
— C’est les cartouches qui pèsent, intervint le caporal… Ils vous en ont donné combien ?
— Deux cent cinquante… Mais je ne les ai pas dans mon sac.
— Où ça alors ?
— Dans ma musette. Vous comprenez, j’aime mieux ça. Si tout d’un coup on était attaqués.
— Attaqués ?
Les autres le regardèrent, étonnés. Puis, tousensemble partirent à rire, d’un rire énorme qu’ils forçaient encore, étouffant, gesticulant, échangeant de lourdes claques sur les épaules comme des caresses de battoirs.
— Attaqués, qu’il dit… Tu parles d’un mec qui s’en ressent.
— Mais non, il a les foies…
— Attaqués, qu’il dit… Au fou… Lâchez les chiens !
Cette candeur inouïe nous faisait rire jusqu’à la suffocation. Le père Hamel en pleurait. Fouillard lui, ne riait pas. Il haussait les épaules, tout de suite hostile, regardant déjà de travers ce soldat trop propre qui parlait poliment.
— Un gars aux sous qui veut nous en mettre plein la vue, dit-il à Sulphart.
Le rouquin, uniquement préoccupé de parler plus que les autres, considérait le nouveau avec compassion.
— Mais, mon pauvre gars, lui dit-il, tu ne crois pas qu’on se bat comme ça ; c’était bon le premier mois. On ne se bat plus maintenant. Tu ne te battras peut-être jamais.
— Sûrement, approuva Lemoine, tu ne te battras pas, mais t’en baveras tout de même.
— Tu n’tirero jamais un coup de fusil, prophétisa Broucke, le « ch’timi » aux yeux d’enfant.
Le nouveau ne répliqua rien, pensant sans doute que les anciens cherchaient à l’épater. Mais l’oreille tendue, sans entendre Sulphart discourir, il écoutait le canon qui ébranlait le ciel à grands coups de bélier, et il aurait voulu être déjà là-bas, de l’autre côté descoteaux bleus, dans la plaine inconnue où se jouait la guerre au parfum de danger."

 

 2155015-631f43c939ecfc9140dbed16fd4d5eb7.jpg
Roland Dorgelès (15 juni 1885 – 18 maart 1973)
Affiche voor de gelijknamige film uit 1932

 

 

De Canadese dichter en schrijver François-Xavier Garneau werd geboren op 15 juni 1808 in Ville de Québec. Zie ook alle tags voor François-Xavier Garneau op dit blog.

 

Le Voltigeur - Souvenir de Châteauguay

Sombre et pensif, debout sur la frontière,
Un Voltigeur allait finir son quart ;
L'astre du jour achevait sa carrière,
Un rais au loin argentait le rempart.
Hélas, dit-il, quelle est donc ma consigne ?
Un mot anglais que je ne comprends pas :
Mon père était du pays de la vigne,
Mon poste, non, je ne te laisse pas.

Un bruit soudain vient frapper son oreille :
Qui vive... point. Mais j'entends le tambour.
Au corps de garde est-ce que l'on sommeille ?
L'aigle, déjà, plane aux bois d'alentour.
Hélas, etc.

C'est l'ennemi, je vois une victoire !
Feu, mon fusil : ce coup est bien porté ;
Un Canadien défend le territoire,
Comme il saurait venger la Liberté.
Hélas, etc.

Quoi ! l'on voudrait assiéger ma guérite ?
Mais quel cordon ! ma foi qu'ils sont nombreux !
Un Voltigeur, déjà prendre la fuite ?
Il faut encor, que j'en tue un ou deux.
Hélas, etc.

Un plomb l'atteint, il pâlit, il chancelle ;
Mais son coup part, puis il tombe à genoux.
Le sol est teint de son sang qui ruisselle.
Pour son pays, de mourir qu'il est doux !
Hélas, etc.

Ses compagnons, courant à la victoire,
Vont jusqu'à lui pour étendre leur rang.
Le jour, déjà, désertait sa paupière,
Mais il semblait dire encor en mourant :
Hélas ! c'est fait, quelle est donc ma consigne ?
Un mot anglais que je ne comprends pas :
Mon père était du pays de la vigne.
Mon poste, non, je ne te laisse pas.

 

 2155015-2827997719080ecd0371696c137ec9fe.jpg
François-Xavier Garneau (15 juni 1809 – 2 februari 1866)
De bibliotheek in het François-Xavier Garneau.Huis in Québec

 

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Amerikaanse schrijfster Emma Cline werd geboren in 1989 in Sonoma in Californië. Zie ook alle tags voor Emma Cline op dit blog.

Uit: The Girls

“Every day after school, we’d click seamlessly into the familiar track of the afternoons. Waste the hours at some industrious task: following Vidal Sassoon’s suggestions for raw egg smoothies to strengthen hair or picking at blackheads with the tip of a sterilized sewing needle. The constant project of our girl selves seeming to require odd and precise attentions.
As an adult, I wonder at the pure volume of time I wasted. The feast and famine we were taught to expect from the world, the countdowns in magazines that urged us to prepare thirty days in advance for the first day of school.
Day 28: Apply a face mask of avocado and honey.
Day 14: Test your makeup look in different lights (natural, office, dusk).
Back then, I was so attuned to attention. I dressed to provoke love, tugging my neckline lower, settling a wistful stare on my face whenever I went out in public that implied many deep and promising thoughts, should anyone happen to glance over.
As a child, I had once been part of a charity dog show and paraded around a pretty collie on a leash, a silk bandanna around its neck. How thrilled I’d been at the sanctioned performance: the way I went up to strangers and let them admire the dog, my smile as indulgent and constant as a salesgirl’s, and how vacant I’d felt when it was over, when no one needed to look at me anymore.
I waited to be told what was good about me. I wondered later if this was why there were so many more women than men at the ranch. All that time I had spent readying myself, the articles that taught me life was really just a waiting room until someone noticed you—the boys had spent that time becoming themselves.”

 

 2155015-ca4453d3b912c20bbf9072c1121ca76d.jpg
Emma Cline (Sonoma, 1989)

 

 

De Nederlandse dichteres en schrijfster Hannah van Wieringen werd geboren in 1982 in Haarlem. Zie ook alle tags voor Hannah van Wieringen op dit blog.

 

Over wat poëzie

de hele grote onmogelijkheid van het enorme volle alles
die knappende ballon in je uitklappende gogogadget borstkas
die de aardbol omvat inclusief wereldzeeën
woestenijen van ver voor onze tijden
ver voor de eerste kikkervis

dat ontsnapte gas van oermaterie
dat neer te halen met een mazig vlindernetje
koddige schep uit de lucht hop

en dan
die opgeschepte onmogelijke veelheid
verbinden aan het verbijsterend kleine niets
laten we zeggen

aan het sneeuwklokje in het aardewerken potje
dat in een vensterbank licht staat te verzamelen
als een pietà

bedaard het sneeuwklokje laten openklappen
pop zegt het klokje
open de tijd
adem uit

de stilte daarna
de afwezigheid van
dat geluid

 

 2155015-6374608fe53e83449934040cf78e3561.jpg
Hannah van Wieringen (Haarlem, 1982)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 15e juni ook mijn blog van 15 juni 2017 deel 1 en eveneens deel 2.

 

Geschreven door Romenu om 18:14 Reageer op dit bericht

Olivier Guez

De Franse journalist en schrijver Olivier Guez werd geboren op 15 juni 1974 in Straatsburg, Guez studeerde van 1992 tot 1996 aan het Strasbourg Institute d'études politiques en studeerde af in Internationale Betrekkingen. In 1996 en 1997 studeerde hij dit vak aan de London School of Economics en studeerde tegelijkertijd (via afstandsonderwijs) af in de rechten aan de Universiteit van Lille II en de CNED. Aan het Collège d'Europe in Brugge behaalde hij in 1998 een masterdiploma in Europese politiek en bestuur. In 1998 werd hij als waarnemer van de verkiezingen door de OVSE en het Franse ministerie van Buitenlandse Zaken naar Bosnië-Herzegovina gestuurd. Hij rapporteerde vervolgens over Latijns-Amerika, Europa en het Midden-Oosten voor de Franse dagelijkse Libération vanuit Brussel. Guez was van 2000 tot 2005 medewerker voor internationae economische vraagstukken bij La Tribune, onder meer over de Europese Unie en het oliebeleid. Hij heeft sindsdien ook bij verschillende nationale en internationale kranten en tijdschriften gewerkt. Het Franse ministerie van Buitenlandse Zaken stuurde hem in 2009 als hoofd van een waarnemingsmissie naar Afghanistan en Pakistan. Guez woont sinds 2009 in Parijs en werkt als cultureel verslaggever uit Frankrijk voor de FAZ en de Frankfurter Allgemeine Sonntagszeitung. Van zijn zes tot nu toe gepubliceerde boeken zijn er twee (vanaf het najaar van 2017) in het Duits vertaald. Hij ontving in 2017 de Prix Renaudot voor zijn roman "La Disparition de Josef Mengele"

Uit: La Disparition de Josef Mengele

"Toujours élégamment vêtu et d’humeur badine, Gregor jouit d’une bonne réputation au sein de la communauté allemande de Buenos Aire. Considéré comme une pointure intellectuelle, il ponctue ses phrases de citations de Fichte et de Goethe. Les femmes louent sa courtoisie presque cérémonieuse et sa culture germanique remarquable. Dans la communauté, il n’y a qu’un homme sur lequel son charme n’opère pas. Sassen le lui a présenté un jour que Gregor déjeunait à l’ABC, dans son box habituel, sous le blason de la Bavière. Lorsqu’il a salué ce type dégarni et mal fagoté, il a su immédiatement qu’ils ne pourraient pas s’entendre. La main de Ricardo Klement était moite, son regard oblique, protégé par d’épaisses lunettes de guingois.
Ce jour-là, Sassen n’a pu s’empêcher de révéler aux deux intéressés leur véritable identité. Adolf Eichmann, je vous présente Josef Mengele ; Josef Mengele, voici Adolf Eichmann. Au second, le nom du premier ne dit rien. Des capitaines, des médecins SS, le grand ordonnateur de l’Holocauste en a croisé des centaines et des milliers. Mengele est un exécuteur des basses œuvres, un moustique aux yeux d’Eichmann qui le lui fait bien sentir, lors de cette première rencontre, prenant soin de lui rappeler son éblouissant parcours au sommet des arcanes du Troisième Reich, le poids écrasant de ses responsabilités, sa puissance : « Tout le monde savait qui j’étais! Les juifs les plus riches me baisaient les pieds pour avoir la vie sauve. »
Avant de gagner l’Argentine, Eichmann s’est lui aussi caché dans une ferme, au nord de l’Allemagne. Il y a travaillé comme forestier et élevé des poulets. Ensuite, à Tucumán, il a dirigé une équipe d’arpenteurs et de géomètres de la Capri, l’entreprise d’État fondée par Perón pour recycler ses nazis et construire, éventuellement, des usines hydroélectriques. En 1953, la Capri a fait faillite ; Eichmann, son épouse et leurs trois garçons se sont installés à Buenos Aires, rue Chacabuco, dans le quartier d’Olivos.
Gregor s’emploie à éviter les Klement mais depuis qu’il a emménagé dans le même quartier début 1954, une belle maison mauresque en rez-de-jardin, 1875 rue Sarmiento, il les rencontre souvent, les gamins notamment, toujours accoutrés en gauchos, comme un jour de carnaval. Eichmann est une bête de foire, conviée aux réunions à bord du Falken et aux parties de campagne chez Menge, la nazi society semble envoûtée par son aura maléfique. Lorsque Sassen lui parle, on dirait qu’il accède à Himmler, à Goering et à Heydrich réunis dont Eichmann se vante d’avoir été l’intime. Partout où il va, dans les cercles nazis, Eichmann s’enivre, joue du violon, fait son cinéma. Il se présente en grand inquisiteur et en tsar des juifs. Il a été l’ami du grand mufti de Jérusalem. Il disposait d’une voiture officielle et d’un chauffeur pour terroriser l’Europe à sa guise. Les ministres lui couraient après et s’écartaient à son passage. Il a goûté aux plus belles femmes de Budapest. À ses admirateurs, en fin de soirée, il lui arrive de dédicacer des photos : « Adolf Eichmann, SS-Obersturmbannführer à la retraite."

 

 2201684-790a337399997257ed8e6a1603b18759.jpg
Olivier Guez (Straatsburg, 15 juni 1974)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Alex Boogers, Lieve Joris, Allard Schröder, John van Ierland, Peter O. Chotjewitz, Harriet Beecher Stowe, Hermann Kant, Jerzy Kosiński, Thomas Graftdijk

De Nederlandse schrijver Alex Boogers werd geboren op 14 juni 1970 in Vlaardingen. Zie ook alle tags voor Alex Boogers op dit blog.

Uit: De lezer is niet dood.

“De mediagenieke schrijver, inmiddels een vast onderdeel van een commercieel circus, het kind van Narcissus, de tv-persoonlijkheid die geen aandacht meer heeft voor marginaal literair gezwets, probeert doorgaans zijn gelijk te halen met het noemen van cijfers. Hij spreekt over zijn grote succes, en krijgt de bevestiging die hij nodig heeft, maar hij ziet niet in dat hij in feite spreekt over het spek rond zijn middel waar uiteindelijk een blinde massa zonder enig gevoel van zal vreten. Het is niet moeilijk om de massa te vinden. Ze vraagt een eenvoudige receptuur. Het is door de jaren heen door uitgevers en verkopers eindeloos aangepast en verbeterd, en nog elke keer wordt er een kunstmatig ingrediënt aan toegevoegd zodat het idee van smaak bewaard blijft. Voor elke doelgroep een specifieke smaak, totdat ze er misselijk van worden. Commercieel succes voor een schrijver is alleen 'te verteren' als hij het heeft weten te bereiken zonder dat hij zich heeft aangepast aan de heersende wetten en het vaste recept. Dat is bevredigend. De massa, die door de mediagenieke schrijver gevoed wordt, zal veranderen in een zevenkoppig monster, dat het hoofd van de schrijver zal afbijten als het niet zijn dagelijkse portie leugens krijgt, maar niet voordat het eerst ook diens buikspek heeft afgevreten.
De schrijver kan in de valkuil van het mediacircus vallen zonder dat hij het weet. Met de plotselinge aandacht rondom zijn boek wordt hij ineens gefeliciteerd alsof hij een belangrijke literaire prijs heeft gewonnen. Hij wordt verwelkomd door andere schrijvers met nog net iets meer commercieel succes en aanzien, want verschil moet er zijn en de hiërarchie moet bewaard. Hij wordt op de schouders geklopt en de woorden die hij spreekt vangt het schrijven aan, en dan worden de keuzes verdedigd: het is noodzakelijk om tegen de wanden van het fatsoen te schuren en de verheven moraliteit in onze maatschappij te betwijfelen. Ongetwijfeld. Maar waar zijn de jonge schrijvers die een verhaal hebben, maar de taal niet machtig zijn? De vertellers die niet meer geloven in boeken en verhalen, die niet eens weten dat zij de nieuwe vertellers zijn, de schrijvers en lezers die niet tot een doelgroep behoren en waarvan het hoofd overloopt en die een pen of een boek moet worden aangereikt. De vergeten milieus. De jongeren op straat, met hun ouders opgehoopt in stapelvilla's. Het blanke uitschot. Kinderen van migranten, die allochtoon worden genoemd, en over wie veel wordt gesproken, maar wie niemand als buurjongen heeft. De armoedige, jonge lezer die een schrijver is, of in elk geval een verteller. De verteller die niet leest, maar op straat hangt, en niet meteen raad weet met wat er in zijn hoofd leeft. Hij verpakt zijn verhaal in vormen die niet meteen gezien of begrepen worden. Agressie als expressie. Of misschien schrijft hij zijn krukkige zinnen 's nachts in een schrift, op bed, want het liefst blijft hij ongezien.”

 

 2154785-3d1007adc2c48225b1a09c333df1fdd1.jpg
Alex Boogers (Vlaardingen, 14 juni 1970)

 

 

De Vlaamse schrijfster Lieve Joris werd geboren op 14 juni 1953 in Neerpelt. Zie ook alle tags voor Lieve Joris op dit blog.

Uit: Terug naar Congo

“Hij zou missionaris worden, wat passend gevierd werd met een Feestdisch van Tomatten Soep, Ossenbraad met Princessen en Congobootjes. Zijn baard liet hij groeien, dat zou hem in Congo van pas komen, want zwarten keken op naar mannen met lange baarden omdat de hunne altijd kroesden.
Die vooravond van Kerstmis 1923 stond heeroom in toga en hoge hoed aan de reling van de Albertville, een zwarte gebreide sjaal om de hals geknoopt. Een simpele jongen losgerukt uit het Vlaamse platteland, op weg naar het hart van Afrika om zieltjes te winnen. Naast hem, in een landschap van bontmantels en hoeden met pluimen, blikte zijn moeder smartelijk de camera in: het zou tien jaar duren voor ze haar teerbeminde kind weerzag.
Later op de dag, toen de loopbrug was binnengehaald en de stoomfluit had geklonken, begon de harmonie op het wandelterras te blazen en huurden de achterblijvers bootjes waarmee ze een eindje meedobberden op de Antwerpse Schelde, wuivend en roepend naar de Congogangers.
Heeroom moet zich onwennig gevoeld hebben op die boot. Hij was in zijn leven nooit verder dan Lourdes geweest. Als de kolonialen dansten in de balzaal, trokken de paters zich terug in hun hut om te brevieren. Of ze legden een kaartje in de rookkamer. Vaak reisden ze als aalmoezenier mee, dan kregen ze korting. Een van hen schreef ooit een verbolgen brief aan de directie: hij had een bemanningslid op het dek in innige omhelzing met een dame aangetroffen.
In die jaren had ieder Vlaams gezin wel een heeroom in de missie. Het moederleed om zijn afwezigheid werd ruimschoots vergoed door de nieuwe wereld waarin de familie terechtkwam: missionarissen met verlof brachten verhalen over zoonlief in de brousse en tafelden mee op zondag, zodat dieprode wijnvlekken achterbleven op het damasten tafellaken en het hele huis doortrokken was van sigarenwalm.”

 

 2154785-e7ca507383f6f1ccf9dc93bd7a40a042.jpg
Lieve Joris (Neerpelt, 14 juni 1953)
Cover 

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Allard Schröder werd geboren in Haren op 14 juni 1946. Zie ook alle tags voor Allard Schröder op dit blog.

Uit: Der Hydrograf (Vertaald door Andreas Gressmann)

“Als der Viermaster Posen am 15. April des Jahres 1913, zwei Tage nach dem Ablegen aus seinem Heimathafen Hamburg, den Kanal hinter sich ließ und mit dem Ziel Valparaíso Kurs auf Süden nahm, herrschte als Folge eines ausgedehnten Hochdruckgebiets über Westeuropa ruhiges Frühjahrswetter. Ein schwacher, zuweilen abflauender Wind sorgte ab und zu für ein leichtes Flattern der Segel, und kleine Wellen klatschten bockig gegen die Bordwand. So lustlos gab sich das Meer, dass Franz von Karsch, der sich ohne Reiseziel eingeschifft hatte, vielmehr mitfuhr, um wissenschaftliche Beobachtungen vorzunehmen, seine Kamera und seine Messinstrumente in seiner Kabine gelassen hatte, als er auf der Höhe von Brest nach einem Mittagsschläfchen mit leichtem Kopfschmerz an Deck ging. Das helle Sonnenlicht blendete ihn, wodurch sich das unerwartete Gefühl von Verlassenheit, mit dem er aufgewacht war, noch verstärkte. Als er die Augen aufgeschlagen hatte, wusste er nicht, wo er war, hatte kurz sogar geglaubt, die Schiffskabine gehöre zu einem alten, unangenehmen Traum, an dessen Einzelheiten er sich inzwischen schon nicht mehr erinnern könne. Als ihm dann klar geworden war, wo er sich befand, war er merkwürdigerweise einen Augenblick lang enttäuscht gewesen, als seien seine Träume ihm lieber gewesen als die Wirklichkeit, doch zugleich hatte er sich auch keinen Ort vorstellen können, an dem er gerade wirklich gern gewesen wäre. Minutenlang war er liegen geblieben, unfähig, sich zu erheben, bis er sich abrupt aus seiner Lähmung befreite, indem er sich auf die Seite drehte und aus dem Bett wälzte.
Einer seiner beiden Mitreisenden lehnte an der Reling und betrachtete den Horizont. Mechanisch und ohne jedes Anzeichen von Genuss zog er an einer dünnen Zigarre, als sei Rauchen keine Sucht, sondern Arbeit. Bei einer früheren Gelegenheit hatte er sich als Amilcar Moser vorgestellt, aus Triest stammend, wo er, wie er gleich hinzufügte, auch seine Jugendzeit zugebracht habe. Er arbeite als Einkäufer für eine Hamburger Salpeterfirma und befinde sich auf einer Geschäftsreise nach Chile.
Auf die Frage nach seinem Reiseziel hatte Karsch nach kurzem Zögern geantwortet, er habe keins. Der Salpeterhändler hatte ihm erst geglaubt, als ihm Karsch mit knappen Worten erläutert hatte, dass er sich an Bord befinde, um wissenschaftliche Beobachtungen vorzunehmen und Daten zu sammeln. Er wolle Seegang, Wind und Wogen messen und Strömungen untersuchen."

 

 2154785-da27cce5fc18e86d58f2cd1340d98913.jpg
Allard Schröder (Haren,14 juni 1946)
Cover Nederlandse uitgave

 

 

De Nederlandse schrijver en uitgever John van Ierland werd op 14 juni 1964 geboren in Breda. Zie ook alle tags voor John van Ierland op dit blog.

Uit: De Speer van Rijsbergen

“Hij ziet aan de ene kant Joop overeind krabbelen en in zijn ooghoeken aan de andere kant de kopgroep verder wegrijden. Ze stoppen niet, de Tour wacht immers op niemand.
“Joop, kom op… We moeten weer aansluiten! Lukt het? Kom op!”
Aan excuses denkt Johan niet, daar is geen tijd voor, de Tour moet gered worden, de Tour voor Joop, de Tour voor Raleigh en de Tour voor Nederland.
Joop zit weer op de fiets en laat zich door Johan leiden. Hij zit weer in het wiel, hij laat zich loodsen om weer de aansluiting te vinden bij de kopgroep. Johan merkt dat Joop in een roes verkeert en misschien nog wat verdoofd is. Hij ziet dat het achterwiel van de kopman hopeloos verkreukeld is maar toch rijdt de man in het geel door. Stoppen om van wiel te wisselen kan pas als er aansluiting is, als de kopgroep is teruggehaald.
“Verdomme, wat heb ik nu weer gedaan? Hoop niet dat het te ernstig is. Ik moet hem terugbrengen, koste wat kost, het moet. Kom op Johan, je kunt het en Joop ook.”

 

 2154785-11618db07a22ba47d19e150b055561d9.jpg
John van Ierland (Breda, 14 juni 1964)

 

 

De Duitse schrijver, vertaler en jurist Peter O. Chotjewitz werd geboren op 14 juni 1934 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Peter O. Chotjewitz op dit blog.

Uit: Der dreißigjährige Friede

„Adolf berührt die beiden Hauptadern ihres Wesens, den Hang zum Schönen und Geistigen wie auch den Hang nach handfesten, berechenbaren Lebensverhältnissen, die nicht luxuriös sein sollen, aber sicher. Er gefällt ihr, wenn er einfühlsam und ausschweifend von den Städten und Landschaften erzählt, die er im Krieg kennengelernt hat.
Durch ihn lernt sie Paris kennen und die Normandie, ohne je dort gewesen zu sein, Warschau und die Weichsel, einschließlich der Weichselschollen, die die Weichselfischer auf Holzkohle gebraten an den Uferbänken verkaufen, Prag, das Baltikum und zuletzt auch noch Neapel, Rom und Florenz.
Danach lag er in einem Kriegsgefangenenlager bei Kreuznach. Das war eine schlimme Zeit, doch auch sie gestattet es ihr, ihn zu bewundern, wenn er von der Kunst zu überleben spricht, die er dort erlernt hat, während die anderen in ihren Erdlöchern verreckten, weil sie sich nicht beherrschen konnten, ihre Vorräte nicht einteilten, unabgekochtes Wasser tranken und ihre Zigarettenzuteilung selber rauchten, statt sie gegen Nahrungsmittel einzutauschen.
Adolf macht Eindruck auf sie. Er versteht es, das Zipfelchen Wahrheit, das er erhascht, für das Ganze auszugeben. Die Chemiestunden an der Meisterschule sind in seinen Reden ein tiefschürfendes naturwissenschaftliches Studium. Die Einblicke in die Betriebswirtschaftslehre, die ein entnazifizierter Berufsschullehrer den angehenden Handwerksmeistem vermittelt, befähigen Adolf auf der grünen Wiese zum Direktor eines großen Unternehmens.
N. lehnt sich an eine bewaldete Hügelkette, abends gehen die Liebenden oft hinaus ins Grüne und breiten die Wolldecke aus, Edith streift den Rock hoch, Adolf läßt schon mal den Naturhaarpullover auf seiner sportlichen Brust sehen und erzählt vom rätselhaften Zusammenwirken der Elemente, demonstriert die physikalischen Gesetze und befaßt sich nebenbei noch mit Geologie.
Edith erregen seine Reden mehr, als ein paar abgenutzte Handgriffe auf ihrem Körper es vermocht hätten. Mit Reden macht er sie sich untertan, so daß sie sich willig hingibt, wenn er es endlich will. Auf Französisch fragt er sie, ob sie mit ihm schlafen wolle, auf Italienisch sagt er, daß er sie liebe, auf Polnisch flüstert er ihr Schweinereien ins Ohr, und wenn ihm kühl wird, weil die Abendnebel den Waldrand erreichen, sagt er: Let's go, Fräulein!“

 

 2154785-8344a217c0845a57788ff4c94db11be7.jpg
Peter O. Chotjewitz (14 juni 1934 – 15 december 2010)

 

 

De Amerikaanse schrijfster en abolitioniste Harriet Beecher Stowe werd geboren in Litchfield, Connecticut, op 14 juni 1811. Zie ook alle tags voor Harriet Beecher Stowe op dit blog.

Uit: Uncle Tom’s Cabin

“Eliza had been brought up by her mistress, from girlhood, as a petted and indulged favorite.

The traveller in the south must often have remarked that peculiar air of refinement, that softness of voice and manner, which seems in many cases to be a particular gift to the quadroon and mulatto women. These natural graces in the quadroon are often united with beauty of the most dazzling kind, and in almost every case with a personal appearance prepossessing and agreeable. Eliza, such as we have described her, is not a fancy sketch, but taken from remembrance, as we saw her, years ago, in Kentucky. Safe under the protecting care of her mistress, Eliza had reached maturity without those temptations which make beauty so fatal an inheritance to a slave. She had been married to a bright and talented young mulatto man, who was a slave on a neighboring estate, and bore the name of George Harris.
This young man had been hired out by his master to work in a bagging factory, where his adroitness and ingenuity caused him to be considered the first hand in the place. He had invented a machine for the cleaning of the hemp, which, considering the education and circumstances of the inventor, displayed quite as much mechanical genius as Whitney's cotton-gin.*
* A machine of this description was really the invention of a young colored man in Kentucky. [Mrs. Stowe's note.]
He was possessed of a handsome person and pleasing manners, and was a general favorite in the factory. Nevertheless, as this young man was in the eye of the law not a man, but a thing, all these superior qualifications were subject to the control of a vulgar, narrow-minded, tyrannical master. This same gentleman, having heard of the fame of George's invention, took a ride over to the factory, to see what this intelligent chattel had been about. He was received with great enthusiasm by the employer, who congratulated him on possessing so valuable a slave.“

 

 2154785-6b8c2283301df083b3cf15f44a15a662.jpg
Harriet Beecher Stowe (14 juni 1811 – 1 juli 1896)
Het Harriet Beecher Stowe House in Hartford, Connecticut

 

 

De Duitse schrijver Hermann Kant werd op 14 juni 1926 in Hamburg geboren. Zie ook alle tags voor Hermann Kant op dit blog.

Uit: Lebenslauf, zweiter Absatz

„Mein Alter hat gesagt, die ganzen Strippen müßten raus, die könnte Galvani noch selbst gezogen haben; aber was meinst du, was der Schnapspanscher angibt – bei Appendizitis, sagt er, exstirpiert man auch nur den Blinddarm –, ich hab ein Wörterbuch mitgehabt, das brauchst du bei dem Kerl.
Und dann läuft er immer mit einer Uhr herum und schreibt auf, wie oft du in der Minute den Schraubenzieher drehst. Dabei hätte er sich für das Geld, das er bisher hat blechen müssen, die Bruchbude dreimal neu installieren lassen können.
Schade um den Schnaps, denn den hätte man nötig, wenn man da gewesen ist. Die anderen im Hause spinnen nämlich auch. Seine Alte ist seit Jahren nicht mehr aus ihrem Schlafzimmer rausgekommen, und das Bett ist, glaube ich, zur gleichen Zeit frisch bezogen worden, als sie die Lichtleitung legten.
Wenn du da in die Stube mußt, kriecht sie so lange unter die Decke, bis du wieder raus bist.
Und die Tochter, Mann, die liegt auch bis in die Puppen im Bett, aber die wirft die Decken weg, wenn du reinkommst, und dem Franz hat sie schon mal wo hingefaßt.
Der einzige Lichtblick ist das Dienstmädchen, Sophie heißt sie, bloß zu landen ist bei der auch nicht … Na, tröste dich man, ich glaube, da müßte Theodor Buttewegg schon seinen ganzen Fusel alleine ausgetrunken haben, bevor der deinen Meister einlädt, seinen Kurzschluß zu suchen …«
Als ich mein Fahrrad an die Hauswand des Herrn Buttewegg lehnte, erwartete ich denn auch, den Besitzer des Anwesens im Delirium anzutreffen.“

 

 2154785-783e71dc84684e7a782131553f72d6d3.jpg
Hermann Kant (14 juni 1926 – 14 augustus 2016)
Cover

 

 

De Amerikaans-Poolse schrijver Jerzy Kosiński werd geboren in Łódź op 14 juni 1933. Zie ook alle tags voor Jerzy Kosiński op dit blog.

Uit: Being There (script door Jerzy Kosinski en Robert C. Jones)

“EXT. GARDEN – NIGHT Chance, wearing a different suit and carrying the laundry bag, crosses from the rear building to the main house.
INT. MAIN HOUSE - REAR ENTRANCE/HALLWAY – NIGHT The interior of the main house has the mustiness of age, the warmth of oak. White dropcloths and sheets cover all of the furniture. Chance enters, walks through the hallway.
INT. MAIN HOUSE - DINING ROOM – NIGHT A large dropcloth is over the dining room table and chairs. It is neatly folded back at one end, leaving one chair and place setting uncovered. A small portable color TV is next to the place setting. Chance enters, puts his laundry bag on a covered table near the doorway. He sits at the dining room table, turns on the TV, and carefully unfolds his napkin, puts it on his lap as he watches the screen. LOUISE, an elderly black maid, enters with a tray of food and Chance's clean laundry.
LOUISE (sets dinner before Chance) ... Evening, Chance.
CHANCE (slowly, perfect diction, no accent of any kind) ... Good evening, Louise. Louise sets Chance's clean clothes on the small table, picks up his laundry bag.
LOUISE ... The Old Man is getting weaker, Chance.
CHANCE (begins to eat) I see.
LOUISE I'm afraid he's slippin' a bit with every hour that goes by...
Chance, his manners impeccable, concentrates on the TV as he eats. A buzzer SOUNDS, Louise looks upstairs.
LOUISE (CONT'D) ... Back up those stairs - damn... That Man's needin' me more and more just before he never needs me again...
CHANCE (still watches TV) Is his back feeling better?
Louise gives Chance a look. »
LOUISE ... Gobbledegook... You and your gobbledegook. You're gonna be the death of me yet, Chance...
(she turns to leave) ... Unless those stairs are... The Good Lord's liable to snatch up two unwillin' souls at the same time if I keep on trampin' up those stairs... I don't want none of that..."

 

 2154785-f5de1adeb531fd261a7772c4c83377c5.jpg
Jerzy Kosiński (14 juni 1933 – 3 mei 1991)
Scene uit de gelijknamige film uit 1979 met Shirley MacLaine (Eve) en Peter Sellers (Chance)

 

 

De Nederlandse dichter, schrijver en vertaler Thomas Graftdijk werd geboren in Amsterdam op 14 juni 1949. Zie ook alle tags voor Thomas Graftdijk op dit blog.

 

De verloren zoon

Hij weet dat hij gekruisigd is, zijn lijdensweg
naar Golgotha brengt hem van zachtjes huilen in het
donker tot zwakzinnige, zichzelf betreffende
verkrachtingsdrang en nachtelijke angstaanvallen
dat men hem betrapt, van eenzaam dronken 's avonds
bij de kachel en de televisie op zijn arrestatie
zitten wachten tot de niet te dichten scheuren
door de muren van zijn bovenkamer en strafrechtelijke
internering in het landelijk gelegen
duizendjarig rijk op aarde, zijn delirium gaat
altijd door, hij kan zijn ogen niet geloven.

Maar Napoleon en Dostojewski maken met hem kennis,
brengen hem door lange, natriumverlichte gangen
naar de God van het gesticht, als engelen des doods
die hem gaan liquideren - en hij hoort verbijsterd hoe
hoe hij wordt verdoemd: ‘Moet jij mijn zoon zijn? Jij?
Waar zijn je wonden, waar je doornenkroon? Ben jij
mijn zoon?’.

 

 

Love!

's Ochtends vroeg ontwaakt hij vallend ziek,
een gillend wrak dat zich niet schaamt,
en in het brakke keelgat van zijn wereld wordt
door God gezongen:

‘Bleke Slachter Eierlijder Wezensvreemd,
wie heeft vannacht je kind genaaid
en doorgewurgd en toen gewetenloos nog eens
het lijk geschonden?’

 

 2154785-0b6426545fd7c0b7d3dab99fdc56ed63.jpg
Thomas Graftdijk (14 juni 1949 – 10 februari 1992)
Hier zittend met zoontje Arthur en Geerten Meijsing in 1991

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 14e juni ook mijn blog van 14 juni 2015 deel 1 en eveneens deel 2.

 

Geschreven door Romenu om 18:29 Reageer op dit bericht

Susanne Röckel

De Duitse schrijfster en vertaalster Susanne Röckel werd geboren op 14 juni 1953 in Darmstadt. Na haar studies germanistiek en romanistiek aan de Vrije Universiteit van Berlijn verbleef zij enige tijd in het buitenland, totdat ze in 1978 verhuisde naar München en tot 1985 werkte voor het tijdschrift Filmkritik, als docente Duits en als freelance redacteur. In 1989 debuteerde zij met het verhaal "Palladion", waarvoor ze meteen twee prijzen in de wacht sleepte. Van 1997 tot 1998 doceerde Röckel Duits aan een universiteit in Shanghai. Andere boeken zoals het prozawerk "Der Kimonofärber" en "Der Käfig " volgden. Haar romans "Aus dem Spiel" en "Rotula" bouwden ook voort op het succes van haar eerste boekuitgave. In 1997 verscheen de roman “Eschenhain”, in 1999 een boek over haar ervaringen in Shanghai “Chinesisches Alphabet”.In 2009 publiceerde zijde verhalenbundel “Vergessene Museen”. De schrijfster werd o.a. bekroond met de Gerhard-Fritsch- Preis (1988) en de Kunstförderpreis des Freistaats Bayern in der Sparte Literatur (1989). Ook ontving zij verscheidene beurzen, zoals van de Stiftung Kulturfonds (Berlijn), Künstlerhaus Schloß Wiepersdorf (1994), de Kulturstiftung des Bundes in Peking (2005) en het Internationale Künstlerhaus Villa Concordia in Bamberg (2010).

Uit: Vergessene Museen. Erzählungen

“Loon Bay"Amortortok (Loon Bay). Postbus hält nurim Juli und August. Hotel geöffnet Juli, August.Passables Menu mit Suppe, Hauptgericht und Kaffee 2 $. Geführte Bootstouren zu den Walroßinseln 2 $ (nur Juli und August). Museum geöffnet Juli, August, ganztägig 1 $."Nur selten lassen sich Rucksacktouristen, vereinzeltauch Mitarbeiter einer fünfhundert Kilometer weitersüdlich gelegenen meteorologischen Station von diesenZeilen in einem alten Reiseführer und der Aussicht aufgünstige Preise dazu verführen, in ein wenig vertrauenerweckendes,nicht klimatisiertes und kaum gefedertes Gefährt mit der Aufschrift "Postal Services of the ArcticOcean" zu steigen, um auf endlosen Schotterpisten den Weg zu dem kleinen Flecken weit nördlich des Polarkreiseszu suchen. Doch was immer sie erwartet haben,sie werden bitter enttäuscht. Amortortok hat ihnen nichts zu bieten, keine wildromantische Küste, keinen erhabenen Blick aufs Meer; nur eine nichtssagende flache Bucht mit träge anrollenden Wellen, einen Strandaus grauem Geröll; scharfkantige Felsbrocken, in deren Schatten ganzjährig schmutziges Eis lagert. Vom Wasser kommt ein kühler Hauch; und aus dem Tundragras ringsum steigen Schwärme von Mücken auf, die sich,ohne die Zeit mit Höflichkeiten zu verschwenden, wie rasend auf die Fremden stürzen. So ist es nicht verwunderlich,daß die meisten Besucher nur so lange bleiben,bis sie sich nach ein paar Stunden Schlaf der Rückreis eim Postbus wieder gewachsen fühlen.In der Nacht ihrer Ankunft sind sie trotz der Helligkeit todmüde. Der Fahrer läßt sie vor einem windschiefen Gebäude mit der Aufschrift "Loon Bay Inn" aussteigen.Taschen und Rucksäcke werden ihnen auf die Straße nachgeworfen, dann hören sie, daß sich mit einem lauten Ächzen die Tür schließt, und schon rumpelt der Bus davon. Die Straße ist menschenleer. Nach dem stundenlangen Radiolärm, auf den der eisern schweigende Fahrer nicht hatte verzichten wollen, dröhnt ihnen nun die Stille in den Ohren. Mit steifen Beinen gehen sie ein paar Schritte den Abhang hinunter, der zum Meerführt. Die Mücken hängen an ihren Händen und Wangen, sirren vor ihren Augen. Es stinkt nach Fisch und Exkrementen. Ein magerer, triefäugiger Hund kreuzt ihren Weg; wenn sie ihm zu nahe kommen, beginnt er feindselig zu knurren. Wer lebt in diesen armseligen Behausungen?Hinter einigen Fenstern ist Licht, aber sie sind mit Stoffetzen verhängt, so daß man nicht hineinsehen kann. Hier und da sieht man Autos, die aber ohne Räder sind oder auf der Seite liegen, aufgebockte und offenbar nicht mehr funktionsfähige Campmobile und Motorschlitten mit abgesprungenem Lack und verrosteten Kufen. Sie gehen bis zum Ende des Ortes. Die Sonnesteht milchig rot über dem Horizont, den Himmel überziehen graublaue Wolkenschlieren. Ein verwittertes Reklameplakat wirbt für Sunkist-Orangensaft. Jetzt hören sie auch das eintönige Geräusch der Brandung.Das Meer ist glatt und schwarz, es schillert wie Motoröl. Etwas Bedrückendes und Unheimliches liegt über dieser öden Bucht, das sich jedem Menschen sofort mitteilt.Wer kann hier wohnen und sein Leben fristen?”

 

 2184574-3726676ade5054add12c0542890409ad.jpg
Susanne Röckel (Darmstadt, 14 juni 1953)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten