Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 28 juni 2018 tot 29 juni 2018

Dolce far niente, Lucy Maud Montgomery, Maarten Asscher, Ror Wolf, Thomas Frahm

 

Dolce far niente

 

 2158609-be9ce3cf89c96fa91466d8e38ab3b49a.jpg
Juin en Languedoc door Michel Vézinet, z.j.

 

 

A Summer Day

I
The dawn laughs out on orient hills
And dances with the diamond rills;
The ambrosial wind but faintly stirs
The silken, beaded gossamers;
In the wide valleys, lone and fair,
Lyrics are piped from limpid air,
And, far above, the pine trees free
Voice ancient lore of sky and sea.
Come, let us fill our hearts straightway
With hope and courage of the day.


II
Noon, hiving sweets of sun and flower,
Has fallen on dreams in wayside bower,
Where bees hold honeyed fellowship
With the ripe blossom of her lip;
All silent are her poppied vales
And all her long Arcadian dales,
Where idleness is gathered up
A magic draught in summer's cup.
Come, let us give ourselves to dreams
By lisping margins of her streams.


III
Adown the golden sunset way
The evening comes in wimple gray;
By burnished shore and silver lake
Cool winds of ministration wake;
O'er occidental meadows far
There shines the light of moon and star,
And sweet, low-tinkling music rings
About the lips of haunted springs.
In quietude of earth and air
'Tis meet we yield our souls to prayer.

 

 

 2158609-b4948774698cd840df0d3cd97b58c6bd.jpg
Lucy Maud Montgomery (30 november 1874 – 24 april 1942)
De haven van New London (vroeger Clifton), Prince Edward Island, de geboorteplaats van de dichteres

 

 

De Nederlandse dichter, schrijver, vertaler en uitgever Maarten Asscher werd geboren op 29 juni 1957 in Alkmaar. Zie ook alle tags voor Maarten Asscher op dit blog.

Uit: Het onrustige graf van Oscar Wilde

“Toen Robert Ross op donderdag 29 november om 10.20 vanuit het zuiden in Parijs aankwam, gealarmeerd door een telegram van Reginald Turner met de tekst ‘Almost hopeless’, en hij met eigen ogen had gezien hoe hopeloos Wildes ziekbed inderdaad was, besloot hij op zoek te gaan naar een priester die de stervende dichter in extremis zou kunnen bijstaan. Dat had er niet alleen mee te maken dat Ross, net als Turner trouwens, van huis uit zelf rooms-katholiek was, het was in de eerste plaats een logisch uitvloeisel van Oscar Wildes eigen, levenslange fascinatie voor de Kerk van Rome. Hoewel hij in zijn ontvankelijke jaren evenzeer dweepte met de Griekse mythologie en haar pantheïstische rijkdom, ofschoon hij in 1876 toetrad tot de vrijmetselarij, en zijn jaren van sybaritisch esthetendom op het eerste gezicht slechts een zeer wereldlijke indruk maken, is het rooms-katholicisme als ‘de grootste en meest romantische godsdienst’ een telkens terugkerend geestelijk ideaal voor hem geweest. Na zijn vrijlating uit de gevangenis van Reading in 1897 was het zijn eerste aandrang om in het klooster te treden, maar het antwoord dat hij per omgaande van de jezuïeten op Farm Street in Londen ontving, namelijk dat hij daar eerst een jaar over moest nadenken, moet hem - impulsief als hij was - niet alleen als teleurstellend maar ook als onrealistisch hebben getroffen. Dat veranderde evenwel niets aan zijn voornemen om zich ooit tot het Roomse geloof te bekeren, en bij gelegenheid van zijn laatste bezoek aan Rome, in het voorjaar van 1900, zocht hij zo vaak de pauselijke zegen te verkrijgen, als wilde hij zich daarmee opladen voor zijn vaste voornemen om naar de katholieke Kerk over te gaan. In elk geval, zo had hij reeds jaren tevoren gezegd, is het rooms-katholicisme de enige godsdienst om in te sterven.
Robert Ross had dus groot gelijk toen hij die donderdagmiddag 29 november op zoek ging naar een priester. Maar dat was niet zo eenvoudig, want het moest wel iemand zijn die Engels sprak. Om vier uur 's middags vond hij de toen eenendertigjarige Ierse Broeder van het Heilig Kruis Father Cuthbert Dunne, verbonden aan de Engelse R.K. Kerk van Saint-Joseph op de Avenue Hoche nr. 50, bereid om hem onmiddellijk te vergezellen, terug naar de rue des Beaux-Arts.”
Op grond van zijn priesterlijke waardigheid heeft Father Dunne bijna een halve eeuw lang geweigerd om te reageren op de speculaties en verdachtmakingen die het sterfbed en de bekering van Oscar Wilde bleven omringen. Een van de telkens opgeworpen vragen was of Wilde wel voldoende bij kennis is geweest om de hem toegediende riten geldigheid te verlenen. Maar Father Dunne bewaarde een categorisch zwijgen, tot hij in de jaren veertig opnieuw een nogal malicieus artikel las, waarin aan de bekering werd getwijfeld met een beroep op de Wilde-biografie van de aarts-fantast, journalist en amateur-Casanova Frank Harris, die zich trouwens zelf indertijd verre van Wildes sterfbed had gehouden.”

 

 2158609-d395e933cf33bca7de8669c7a2155711.jpg
Maarten Asscher (Alkmaar, 29 juni 1957)
Het graf van Oscar Wilde op Père-Lachaise in Parijs

 

 

De Duitse dichter en schrijver Ror Wolf (pseudoniem van Raoul Tranchirer) werd geboren op 29 juni 1932 in Saalfeld/Saale. Zie ook alle tags voor Ror Wolf op dit blog.

Uit: Verschiedene Möglichkeiten, die Ruhe zu verlieren

„Was wollte ich eigentlich damals haben? Das, was der Verlag Hartleben im Klappentext annoncierte? Einen Autor, aus dessen Schriften man so leicht belehrt, so angenehm unterhalten werden kann? Ich wollte mich nicht belehren lassen. Auch nicht auf angenehme Weise. Ich war auf der Suche nach Lesegrotten, in die ich hineinspazieren konnte, in denen ich mich verlaufen konnte. Diese Begegnung ist nicht ohne Folgen geblieben. Etwas glühte nach von damals, von den Überraschungen im Umgang mit seinen Büchern; und etwas von heute strahlt zurück auf dieses Erlebnis; etwas von heute, wo Jules Verne ganz in der Nähe von Kafka und Beckett und Robert Walser in meinem Regal steht. Lesen und Leben sind bei mir, meine ich, zu stark miteinander vermischt. Das eine ist ohne das andere nicht denkbar. Aber gerade deshalb ist es auch schwer, mit Sicherheit zu sagen, was damals diesen außergewöhnlichen Eindruck auf mich gemacht hat. Seine Komik, seine Phantastik, seine eigenartige Poesie haben mich wahrscheinlich mehr fasziniert als das technische Inventar. So wie ich heute (und auf die Kopulation zwischen zwei Zeitabschnitten kommt es mir an) Verne nicht als den großen technischen Vorausschauer sehe.
Das, was er an technischem Beiwerk anbietet, kann man ohne Mühe auch in den zeitgenössischen illustrierten Zeitungen, in Reiseberichten und Sachbüchern nachlesen. Verne hat das auch gelesen. Er hat alles geplündert, was ihm in die Hände kam. Er schnitt, sammelte, klebte wieder zusammen; und aus diesen Fetzen entstanden unerhört bizarre Bilderbogen mit merkwürdig zusammengeschrumpften Perspektiven. Er ist nicht der Erfinder der Ballone und Unterseeboote und Flugmaschinen, aber er setzt sie in Bewegung, und sie bewegen sich nach seinem Kommando in seinen Büchern, die zugleich magisch sind und real, komisch und melancholisch, grausam zärtlich entsetzlich und poetisch und fratzenhaft und fabelhaft.“

 

 2158609-9231c477b01266868e45558f7b7a8abe.jpg
Ror Wolf (Saalfeld/Saale, 29 juni 1932)
Saalfeld/Saale, markt

 

 

De Duitse dichter, schrijver, uitgever en vertaler Thomas Frahm werd geboren op 29 juni 1961 in Homberg. Zie ook alle tags voor Thomas Frahm op dit blog.

Uit:Die beiden Hälften der Walnuss

„Zwar wissen wir auch über viele andere Länder der Erde meist weniger als »gefühlt«; im Falle Bulgariens nimmt diese Unkenntnis aber manchmal gespenstische Züge an. Eine Anekdote des in Wien lebenden Schriftstellers Di-mitrd Dinev veranschaulicht das auf humorvolle Weise. Dinev wurde oft gefragt, woher er denn stamme. Kaum hatte er geantwortet: »Aus Bulgarien«, kam auch schon die Gegenfrage: wo das denn liege? Eines Tages wurde es ihm zu bunt. Er beschloss, den Spieß umzudrehen und die Probe aufs Exempel zu machen. »Im Norden., so begann Dinev seine Umschreibung, »grenzt es an Rumä-nien mit der Donau als Grenzfluss. Im Osten haben wir das Schwarze Meer. Im Südosten den europäischen Zipfel der Türkei. Im Süden Griechenland, und im Westen Mazedonien und Serbien. Na, jetzt dürfte es aber kinderleicht sein, oder?. Doch sein Gegenüber runzelte die Stirn, schaute ihn entgeistert an und stammelte: »Aber ... da ist doch nichts?!« Ein weiterer Klassiker ist der Bu-Bu-Effekt, der auch vor Menschen mit abgeschlossenem Hochschulstudium und einem Reiseverhalten, das über Stranddestinationen mit Sonnengarantie hinausgeht, nicht Halt macht. Er schlägt vorzugsweise auf Stehempfängen und anderen Small-Talk-Treffen zu: »Wo leben Sie eigentlich?«
»In Bulgarien..
»Ah, in Bukarest?« »Nein, die bulgarische Hauptstadt heißt Sofia.« »Ach ja, natürlich, entschuldigen Sie. Und wie lebt es sich so in Rumänien?. Die gängigen Erklärungen für Bulgariens Totalabsenz in vielen Köpfen sind meines Erachtens nicht sehr triftig. Langjährige Abriegelung hinter dem Eisernen Vorhang ist kein Spezifikum Bulgariens; sie betraf auch andere Länder, in denen nach dem Zweiten Weltkrieg kommu-nistische Parteien, mehr oder weniger ferngesteuert von der Kommunistischen Partei der Sowjetunion, an die Macht gehievt wurden. Formen der kyrillischen Schrift werden auch in Serbien, der Ukraine und Russland be-nutzt; und die Schrift der Griechen können auch nur wenige Westeuropäer lesen. Die angebliche Kleinheit des Landes wird durch häufige Erwähnung ebenfalls nicht wahrer: Bulgarien steht unter den bislang 47 Staa-ten, die ganz oder teilweise zu Europa gezählt werden, mit 110.000 Quadratkilometern an sechzehnter Stelle, lässt also ganze 31 Staaten, Kleinstaaten und europäische Staatenteile hinter sich; bei der Bevölkerung belegt es mit mehr als 7 Millionen Menschen an zwan7irter Stelle einen oberen Mittelfeldplatz.“

 

 2158609-d6123360dc7e8a306f3bace55c492c7b.jpg
Thomas Frahm (Homberg, 29 juni 1961)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 29e juni ook mijn blog an 29 juni 2017 en eveneens mijn blog van 29 juni 2013 deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:15 Reageer op dit bericht

Charlotte Van den Broeck

De Vlaamse dichteres Charlotte Van den Broeck werd geboren op 29 juni 1991 in Turnhout. Zie ook alle tags voor Charlotte van den Broeck op dit blog.

 

Wrijfklank

Een stap naar links
en je valt buiten de bladspiegel, lig daar
buiten ogen om, buiten schreeuw en leugen om

lig daar tussen al wat bleek en slapend is en niet
geschreven wordt en blijf

liggen. stil en alsof
en slijtvast op de naad
die loopt tussen slagader en verhaal

je moet nog zoveel mensen voor me zijn
je moet nog

 

 2216829-08d1f93a30906fca629b6c9f45b0ec3f.jpg
Charlotte Van den Broeck (Turnhout, 29 juni 1991)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Florian Zeller, Ryszard Krynicki, Mark Helprin, Marlene Streeruwitz, Fritzi Harmsen van Beek, Luigi Pirandello, Jean Jacques Rousseau, Anton van Wilderode, Juan José Saer

De Franse schrijver Florian Zeller werd op 28 juni 1979 in Parijs geboren. Zie ook alle tags voor Florian Zeller op dit blog.

Uit:La Jouissance

“L'histoire commence là où toutes les histoires devraient finir : dans un lit. Nicolas vit depuis deux ans avec Pauline, ce n'est donc pas la première fois qu'ils se retrouvent l'un en face de l'autre et qu'elle lui fait un sourire équivoque en lui prenant la main. Ce sont des gestes qu'ils connaissent par coeur, des gestes qui peuplent le territoire des choses rassurantes et familières ; Nicolas se rapproche alors d'elle et l'embrasse.
Il a toujours pensé que le sexe était un moment métaphysique, quelques secondes pendant lesquelles tout homme peut prendre sa revanche sur la vie. Quelle revanche ? Comme tout le monde, Nicolas va mourir un jour, et ce jour approche inexorablement. Par ailleurs, à trente ans, il n'est pas parvenu à devenir celui qu'il aurait rêvé d'être (un réalisateur reconnu) ; ses chances de réussite sont de plus en plus minces, et il est souvent envahi par un sentiment de détestation et de honte. Pour tout cela, le sexe est une consolation. Ce jour-là, pourtant, quelque chose d'inédit se produit entre eux. Nicolas est allongé sur le dos et Pauline, qui vient de retirer son soutien-gorge, ferme légèrement les yeux, comme elle a l'habitude de le faire quand le plaisir commence sa douce anesthésie du monde.
Soudain, la couette se soulève, et une troisième tête apparaît.
D'un geste théâtral, Sofia envoie la couette valdinguer derrière elle. Elle est nue et tient le sexe de Nicolas de sa main gauche tandis qu'elle cherche, de la droite, à retirer le cheveu qu'elle a l'impression d'avoir sur la langue (mais que faisait-elle sous la couette ?). Pauline descend alors au niveau de Sofia, dans un mouvement d'une lenteur lunaire, c'est la mer quand elle se retire ; Nicolas ferme les yeux.
Il respire calmement et cherche une pensée, un sujet, un objet qui pourrait neutraliser la vision de ces deux femmes entrelacées. Son regard tombe miraculeusement sur le livre qui traîne sur la table de nuit : il s'agit de la Correspondance d'Héloïse et Abélard. Pauline le lui a offert quelques semaines auparavant, en lui disant que c'était selon elle le plus beau témoignage de la littérature amoureuse ; il tente alors de se souvenir du dernier passage qu'il a lu - n'est-ce pas justement le moment où Abélard se fait châtrer ?
A cet instant, son objectif est moins de prendre du plaisir que de tenir le plus longtemps possible. Car Nicolas est un garçon serviable et bien éduqué. Mais tout homme a ses faiblesses : l'effet combiné des langues de Pauline et de Sofia vient facilement à bout de sa concentration. Il se redresse sur les coudes. "Qu'est-ce qu'il y a ?" lui demande Sofia, surprise."

 

 2158308-65eedc87a25b266ea700ced89c155922.jpg
Florian Zeller (Parijs, 28 juni 1979)

 

 

De Poolse dichter, vertaler en uitgever Ryszard Krynicki werd geboren op 28 juni 1943 in St.Valentin, Lager Wimberg, Oostenrijk. Zie ook alle tags voor Ryszard Krynicki op dit blog.

 

Citizen R. K. Doesn’t Live

Citizen R. K. doesn’t live
with his wife (or any object
that is his own), he doesn’t live by the pen,
by the indigestible fountain pen marked “Parker”
that sticks in his throat: he is a sado-
(he gulps the ink that streams
from the fountain pen marked “Parker”)
masochist (with this pen he revives the corpses
of days gone by, so as to harass
them): born (he doesn’t
know why): into a worker’s family, but just the same
he freeloads (on speech): an honorary
blood donor (does foreign blood flow
in his veins): against our
death penalty: he tried to smuggle
something across the border: a birth
certificate, his collective
organism, and a fountain pen (“Parker”): he
doesn’t jot down thoughts, he communicates telepathically
(there’s a snake
in his telephone) and he corrupts underaged
wristwatches: to fall asleep he counts to 19
84 (isn’t he counting on nothing?). He lives,
though it remains unclear
whether he deserves such a life

 

Vertaald door Clare Cavanagh

 

 2158308-1317f5af7522fd065c5f0b88b65fdd10.jpg
Ryszard Krynicki (St.Valentin, 28 juni 1943)

 

 

 

De Amerikaanse schrijver en journalist Mark Helprin werd geboren in New York op 28 juni 1947. Zie ook alle tags voor Mark Helprin op dit blog.

Uit: In Sunlight and in Shadow

“If you were a spirit, and could fly and alight as you wished, and time did not bind you, and patience and love were all you knew, then you might rise to enter an open window high above the park, in the New York of almost a lifetime ago, early in November of 1947.
After days of rain and unusual warmth, the skies are now the soft deep blue that is the gift of an oblique sun. The air is cool but not yet dense enough to carry sound sharply. From the playing fields, the cries and shouts of children are carried upward, sometimes clearly, sometimes muted, like murmurs, and always eventually to disappear. These sounds inexplicably convey the colors of the children’s jerseys, which seen from the eleventh storey are only bright flecks on grass made so green by recent rains and cool nights that it looks like wet enamel.
Coming in the window, you might wonder who had left it open, for the apartment is empty, its silence, to a spirit, thundering like a heartbeat. Perhaps you would turn back to glance at the gulls bobbing in the reservoir, as white as confetti, or to see how the façades of Fifth Avenue across the park and over the trees are lit by the sun in white, ochre, and briefly flaring yellow. The wind coming through the window, as you do, unseen, moves a shade to and fro as if gently breathing, its circular pull occasionally leaping up enough in contrary motion to tap against a pane as if it wants to speak. No one is in. In a breeze that enters and dies before it reaches the back rooms, you ride above particles of dust propelled across polished floors like snowflakes tumbling in a blizzard. In the air is a remnant of perfume, strongest by the door, as is often the case. The lights are off, the heat not yet been turned on, and the brass front-door lock silent and immobile, waiting to be turned and released.
In the room overlooking the park the bookshelves are full. Hanging above the fireplace is a Manet seascape with flags and pennants snapping in the wind; in a desk drawer beneath the telephone, a loaded pistol. And on an oval marble table in the entrance hall near the immobile lock and its expectant tumblers is a piece of card stock folded in half and standing like an A. Musical staffs are printed on the outside. Inside, sheltered as if deliberately from spirits, is a note waiting to be read by someone living. On the same smooth marble, splayed open but kept in a circle by its delicate gold chain, is a bracelet, waiting for a wrist.”

 

 2158308-e81f71ff490ce45155c83ad4b8dd3208.jpg
Mark Helprin (New York, 28 juni 1947)
Cover

 

 

De Oostenrijkse schrijfster Marlene Streeruwitz werd geboren op 28 juni 1950 in Baden bij Wenen. Zie ook alle tags voor Marlene Streeruwitz op dit blog.

Uit:Die Schmerzmacherin

“Dezember.

Noch nie waren so viele Raubvögel zu sehen gewesen. Die lange Kälte hatte sie aus den Wäldern herausgetrieben. Sie saßen auf den Pfosten der Feldbegrenzungen und in den Kronen der Obstbäume. Sie kauerten auf den Köpfen der Heiligenfiguren an den Brücken und auf den Kreuzen an den Weggabelungen. Bewegungslos hockten sie in der Wintersonne. Ihre Umrisse dunkle
Drohungen vor den Schneefeldern und dem wolkenlosen Himmel. Nichts in Bewegung. Eis und Schnee und die Sonne und kalt. Das breite Tal und die Hügel am Rand. Alles weißglitzernd und der dünnblaue Himmel.
Sie musste langsam fahren. Sie war die Erste auf dem neuen Schnee. Sie fräste eine Spur in die glatte Schneedecke. Aber es gelang kein ruhiges Fahren. Unter dem Neuschnee der Nacht führten die alten Spuren aus Eis und gefrorenem Matsch ihre Räder. Im Rückspiegel sah es aus, als zöge sie eine gerade Spur. Das Fahren war aber ein Gerumpel. Ihr Auto wurde von den Rillen unter dem Schnee umhergeworfen. Sie hatte versucht, aus diesen Eisspuren herauszukommen. Sie hatte so fahren wollen, wie es aussah zu fahren. Gleiten. Sie hatte gleiten wollen. Gleiten so glatt wie der Schnee. Sie war dann ins Rutschen geraten und viel zu nah an die Böschung zum tiefen Straßengraben hinuntergekommen.
Sie fuhr langsam. Sie ließ das Auto dahinschleichen. Ließ die Räder sich selbst den Weg in den Rillen suchen. Sie saß vorgebeugt. Das Rumpeln und Schütteln gegenden Bauch und die Brust. Sie schaute hinaus. Schaute in die Schneeweite hinaus und wie das weiße Tal auf sie zukam und wie sie es durchschnitt. Wie das weiße Tal an ihr vorbeizog und zu beiden Seiten wegsank.
Den Bussard auf dem Brückengeländer hatte sie schon von weitem gesehen. Bei jedem Schlag gegen die Achsen. Bei jedem Knirschen der Räder in einer Querrinne. Sie dachte, der Vogel würde auffliegen. Wegfliegen. Flüchten. Sie begann zu blinzeln. Der Vogel würde sich abstoßen. Er würde die Flügel ausbreiten und wegstreichen. Sie blinzelte in der Erwartung, der Himmel vor ihrer Windschutzscheibe verdunkle sich und einen Augenblick würde dieser Vogel den Blick ausfüllen.“

 

 2158308-c831534e7557f1b9fb745fff1d0e27bb.jpg
Marlene Streeruwitz (Baden, 28 juni 1950)

 

 

De Nederlandse dichteres en schrijfster Fritzi Harmsen van Beek werd geboren in Blaricum op 28 juni 1927. Zie ook alle tags voor Fritzi Harmsen van Beek op dit blog

 

Zo rauw

gaat het toe op die rampzalige terreinen, waar
de geraffineerde gekkin spreekt tot de kruidenier:

dokter, als mijn geliefde komt zal ik de teergeworden
kersentakken breken en de wimpels verbranden van

mijn wispelturigheid. o als hij komt, die onder
hevig is aan mijn bevalligheid en zich mijn zinnen

ontbinden als loze leliebladeren, zal ik betalen
overvloediger dan bloeiend ik, want god weet dat geld

is als zaad en het is beter te geven dan te ontvangen...
(maar in een bel boven zijn kop verschijnt het: lul

maar raak) en zij, nog razender: een oude merrie heeft
een trap gekregen waarvan ik niet genezen ben, ik heb

het zelf gelezen, waar Aristoteles van Plato schrijft,
en hij: dat kan wel zijn maar ik heb iets gegeven en

niets terug gekregen en zij: mijn vader en hij: mijn
geld en zij (getroubleerd): ik zweer u, als de maan

week is en heel wit zal ik het geven: ik, toch zelf
een wassende maan, een zwellende witkalfslederen

beurs vol pure ongerechtigheid, dat is dus afgesproken?
dus klimt hij op zijn schitterende schat, zijn bakfiets-

dier dat hem terug voert in het naburig proper dorp,
het hoofd vol geuren van vuilnis, koninklijke stallen en

hasekamps onvolprezen oude genever. maar de maanden
zich vervullen, de verloofden putten zich uit, de

lege flessen hopen zich op en sneller steeds zich alles
ledigt, vermindert en ontwijkt: in liefde en liefde in

beestachtige grenzeloze onverschilligheid

 

 

 2158308-c15fef374541723f92960334f429645b.jpg
Fritzi Harmsen van Beek (28 juni 1927 – 4 april 2009)

 

 

De Italiaanse schrijver Luigi Pirandello werd op 28 juni 1867 geboren in de villa ‘Caos’ (chaos) in de buurt van Agrigento. Zie ook alle tags voor Luigi Pirandello op dit blog.

Uit: Six Characters in Search of an Author (Vertaald door Edward Storer)

“The Manager [throwing a letter down on the table]. I can't see [To PROPERTY MAN.] Let's have a little light, please!
Property Man.Yes sir, yes, at once. [A light comes down on to the stage.]
The Manager [clapping his hands]. Come along! Come along! Second act of "Mixing It Up." [Sits down.] [The ACTORS and ACTRESSES go from the front of the stage to the wings, all except the three who are to begin the rehearsal.]
The Prompter [reading the "book"]. "Leo Gala's house. A curious room serving as dining-room and study."
The Manager [to PROPERTY MAN]. Fix up the old red room.
Property Man [noting it down]. Red set. All right!
The Prompter [continuing to read from the "book"]. "Table already laid and writing desk with books and papers. Book-shelves. Exit rear to Leo's bedroom. Exit left to kitchen. Principal exit to right."
The Manager [energetically]. Well, you understand: The principal exit over there; here, the kitchen. [Turning to actor who is to play the part of SOCRATES.] You make your entrances and exits here. [To PROPERTY MAN.] The baize doors at the rear, and curtains.
Property Man [noting it down]. Right!
Prompter [reading as before]. "When the curtain rises, Leo Gala, dressed in cook's cap and apron is busy beating an egg in a cup. Philip, also dresesd as a cook, is beating another egg. Guido Venanzi is seated and listening."

 

 2158308-2c0e43da45095e323b38a02c62f655fd.jpg
Luigi Pirandello (28 juni 1867 – 10 december 1936)
Scene uit een opvoering in New York, 2014

 

 

De Franse schrijver, filosoof en componist Jean Jacques Rousseau werd geboren in Genève op 28 juni 1712. Zie ook alle tags voor Jean-Jacques Rousseau op dit blog.

Uit: Bekentenissen (Vertaald door Leo van Maris)

“Zijn gevoelens moeten hevig zijn geweest, want dertig jaar later zag ik hem nog ontroerd raken toen hij over haar sprak. Mijn moeder bezat meer dan alleen haar deugdzaamheid om zich tegen hem te verdedigen. Ze hield innig van haar man en drong er bij hem op aan dat hij terugkwam. Hij liet alles in de steek en kwam terug. Ik was het trieste resultaat van die terugkeer. Tien maanden later werd ik geboren, zwak en ziek. Ik kostte mijn moeder het leven en mijn geboorte was de eerste ramp die mij getroffen heeft.
Ik weet niet hoe mijn vader dit verlies droeg, maar wel weet ik dat hij het nooit te boven is gekomen. Hij meende haar in mij terug te zien, zonder dat hij kon vergeten dat ik haar van hem had afgenomen. Hij omhelsde me nooit zonder dat ik door zijn zuchten en zijn krampachtige gebaren merkte dat er een bitter verdriet achter zijn liefkozingen schuilging. Die waren mij er des te dierbaarder om. Wanneer hij zei: `Jean-Jacques, laten we over je moeder spreken', antwoordde ik: `Wel, vader, dan gaan we dus huilen', en die woorden alleen al brachten hem de tranen in de ogen. `Ach,' zei hij zuchtend, `geef me haar terug, troost me over haar verlies, vul de leegte die ze in mijn hart heeft achtergelaten. Zou ik zo van je houden als je alleen maar míjn zoon was?'
Veertig jaar nadat hij haar verloren had is hij gestorven in de armen van een tweede vrouw, maar met de naam van de eerste op zijn lippen en haar beeld diep in zijn hart gegrift.
Dat waren mijn ouders. Van alle gaven waarmee de hemel hen had begiftigd, lieten ze mij alleen een gevoelig hart na, maar voor henzelf had dat geluk betekend, terwijl het mij alle rampen van mijn leven bracht.
Ik was bijna stervend geboren. Men had weinig hoop mij in leven te houden. Ik bracht de kiem mee van een kwaal die met de jaren is verergerd en die mij tegenwoordig af en toe met rust laat alleen om mij op een andere manier heviger te laten lijden. Een zuster van mijn vader, een lieve en verstandige jonge vrouw, zorgde zo goed voor me dat ze mij er bovenop bracht. Op het ogenblik dat ik dit schrijf is ze nog steeds in leven en verzorgt ze, op tachtigjarige leeftijd, een man die jonger is dan zij, maar die door de drank is geveld. Lieve tante, ik vergeef u dat u mij in leven hebt gehouden en het doet me verdriet dat ik u aan het einde van uw leven niet de liefdevolle zorgen kan schenken die u mij zo overvloedig hebt geschonken aan het begin van het mijne.”

 

 2158308-bfd4610a8e6288f1d08d798209fffdb1.jpg
Jean-Jacques Rousseau (28 juni 1712 – 2 juli 1778)
Cover Engelse uitgave

 

 

De Vlaamse schrijver dichter, vertaler en scenarist Anton van Wilderode (pseudoniem van Cyriel Paul Coupé werd geboren in Moerbeke op 28 juni 1918. Zie ook alle tags voor Anton van Wilderode op dit blog.

 

Avond

Aardappelloof rookt bitter rond de hoeven
achter het labyrint van lange dreven,
aan wolken mist en maanlicht prijsgegeven
keren de paardenspannen met de boevers.

Gerucht van melk en ijzer in de stallen,
van hooi en room de reuk tot in de keuken;
een ritueel luidruchtig zonder spreken
voltrekt zich als de avond is gevallen.

De ruiten blinken door een waas van tranen
waarin het huisgezin naar buiten zwevend
het toegeschoven bord ontspannend ledigt.
Gespoord slapen de paarden en de hanen.

 

 

Afscheid

Het bos dat ik niet meer zie
is het bos dat ik in de aarde
van mijn geheugen bewaarde
met varens tot aan de knie.

Ik blijf wel de schoolknaap die
in schuilhoeken van geblaarte
onmetelijk moed vergaarde
en longen vol poëzie.

Ik ben om het even wie
maar ik adem mijn eigen aarde.

 

 2158308-7eb623d2a6f620bca86335182d61bd78.jpg
Anton van Wilderode (28 juni 1918 – 15 juni 1998) 

 

 

De Argentijnse schrijver Juan José Saer werd geboren in Serodino op 28 juni 1937. Zie ook alle tags voor Juan José Saer op dit blog.

Uit: The Sixty-Five Years of Washington (Vertaald door Steve Dolph)

“He, helpful and enthusiastic, went along to the station. That man who, ever since Leto has had use of his reason, has always been silent, distant, shut away with his unsuspected chimeras in his radio workshop, for the last month or so seems to have broken the bell jar that separated him from the outside world, and has come with them, seeming euphoric, close, warm, and open. Leto observes him at a distance, incredulous. At first the change was so sudden that, in his skepticism, he was sure it was some kind of joke, or a tactical transformation, but his persistence and his conviction to the role were so intense that Leto’s initial incredulity was replaced with doubt—is he? would he?—all that, no?, telling himself at the same time, but from then on without concrete ideas or words and almost without realizing it, though not only his mind but also his whole body are for some reason saturated with those senses that more and more resemble the shudder or the silent beating or the contraction of nerves, temples, veins, muscles, telling himself, he would say, but in that way, no?, that if it was a comedy the intended audience was Leto himself, because for Isabel, Lopecito, and the rest, who were convinced in advance, no persuasion was necessary—he, Leto no?—the only one who suspected that the man had something up his sleeve, that the man had realized—and decided I was the last obstacle to demolish before his magical circle could finally close, the straggler he had to force in before sealing, hermetically, from the inside, the capsule, and launching it into the interstellar space of his own delirium, Leto thinks, this time with clear and well-formed thoughts, walking, next to the Mathematician, always to the south, on the shady sidewalk, where, more and more frequently, the windows and doors of businesses are open. On a bright, warm, and calm November afternoon, the bus drives past rectangles of blue flax, of yellow sunflowers and green wheat, leaving behind, slow and regular, the repetitive uprights of the telegraph poles, while Leto, sitting next to the window, candidly observes Isabel who, in the seat ahead of him, calmly and serenely flips through the latest issue of Ms & Mrs. The comedy that Leto, after several weeks, has convinced himself is real, produces a tranquilizing and at the same time euphoric effect in Isabel, inasmuch as her old phantasms of marital bliss, upward mobility, sexual satisfaction, economic stability, familial harmony, religious tranquility, and physical well-being have seemed, in recent weeks, to have found their long-awaited substantiation, de–spite the resistance of a hostile world.”

 

 2158308-3a57f4bc631b16d509da1e8786c0ec1f.jpg
Juan José Saer (28 juni 1937 – 11 juni 2005)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 28e juni ook mijn blog van 28 juni 2014 deel 2.



Geschreven door Romenu om 18:35 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten