Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 20 juli 2018 tot 21 juli 2018

Peter Winnen, Ernest Hemingway, Belcampo, Boris Dittrich, Sarah Waters, Ernest Farrés, Hans Fallada

 

Bij de Tour de France

 

 2164347-c846afed083bf115d4dc28ef1bd7d983.jpg
Tom Dumoulin

 

 

Uit: De praatjes van Tom Dumoulin

“Het gedicht ‘De wielrenner’ van Hans Warren leerde ik in fragmenten kennen. Een jaar of vijfentwintig geleden las ik dit:

Ik fietste: een prachtige ranke,
donkere wielrenner suisde me voorbij.
Glimp van vooroverhangend krulhaar,
de geur die daar bij hoort,
ruige gebronsde benen.

De homo-erotische toets was me duidelijk, maar de wielrenner in het gedicht van Hans Warren was voor een wieleradept als ik herkenbaar als sportief ideaalbeeld. Ik herkende Tom Dumoulin erin, hoewel die nog een hele poos op zijn geboorte moest wachten – tot 1990 om precies te zijn.
Ze worden eens om de zoveel tijd geboren, ideaalbeelden, maar makkelijk hebben ze het niet.
Het recente, openhartige en tegelijkertijd hermetische interview van NRC met Dumoulin heb ik een keer of vijf herlezen. Tom wil het doen voorkomen alsof hij de verbale touwtjes in handen heeft, maar hij lijkt me zo eenzaam in de controle. Achter alles wat hij zegt hoor ik de ingehouden schreeuw: laat me in godsnaam met rust!
Hij die zegt „toevallig” wielrenner geworden te zijn en als fundamenteel levensgevoel een „laat maar waaien” viert, komt op de koffie. Praten over fietsen is tot daar aan toe, maar praten over de mens achter de fietser, ook al heeft hij het „hart op de tong”, is wel veelgevraagd.
Dumoulin plaatst schermen. De publieke figuur die hij is, is hij liever niet. Een drastisch gemodificeerde schets kunnen ze krijgen! Vriendin? Verboden gebied. Ouders? Idem. Alleen door de kier van de wieleruitslagen is hij te pakken te krijgen.
Fietszaken. Ja, hij is een perfectionist, en ja, hij is helaas te goed opgeleid om alles wat zijn trainers en ploegleiders hem opdissen voor zoete koek te slikken. En ja, binnen de ploeg is hij intussen iemand die invloed heeft. Nee, hij is geen dictator, hij wil alleen maar op zijn eigen niveau tegengesproken worden.
Ik ben gecharmeerd van de zeldzame wielerpersoonlijkheden als Dumoulin. Misschien moet hij iets minder spastisch omspringen met zijn verworven status. Wielrennen, het is en blijft een nederige bezigheid in een onvoorspelbaar decor van klimaat, hoogtemeters en wetenschap. Daarom ook is het sport noch theater – het blijft knielen op een bed van violen.”

 

 2164347-c789e1336594b2f8259d15b7aa93b297.jpg
Peter Winnen (Ysselsteyn, 5 september 1957)

 

 

De Amerikaanse schrijver Ernest Hemingway werd geboren op 21 juli 1899 in Oak Park, Illinois. Zie ook alle tags voor Ernest Hemingway op dit blog.

 

Uit: The Garden of Eden

"Did you think I could ever be this dark?"
"No, because you're blond."
"I can because I'm bon color and they can go dark. But I want every part of me dark and it's getting that way and you'll be darker than an Indian and that takes us further away from other people. You see why it's important.!'
"What will we be?"
"I don't know. Maybe we'll just be us. Only changed. That's maybe the best thing. And we will keep on won't we?"
"Sure. We can go over by the Esterel and explore and find an-other place the way we found this one."
"We can do that. There are lots of wild places and nobody is there in the summer. We could get a car and then we could go everyiVhere,SpaIn too when we want. Once we're really dark it won't be hard to keep unless we had to live in towns. We don't want to be in towns in the summer."
"How dark are you going to get?"
"As dark as I can. wet have to see. I wish I had some Indian blood. I'm going to be so dark you won't be able to stand it. I can't wait to go up on the beach tomorrow."
She went to sleep that way with her head back and her chin up as though she were in the sun on the beach, breathing softly; and then she curled toward him on her side and thiyotmg man lay awake and thought about the day. It is very possible that I couldn't get started, he thought, and it probably is sound to not think about it at all and just enjoy what we have. When I have to work I will. Nothing can stop that. The last book is good and I must Make a better one now. This nonsense that we do is fun although I don't know how much of it is nonsense and how much is serious. Drinking brandy at noon is no damn good and already the simple aperitifs mean nothing. That is not a good sign. She changes from a girl into a boy and back to a girl care. lessly.and happily. She sleeps easily and beautifully and you will • sleep too because all you truly know is that you feel good. You did not sell anything for the moners he thought. Everything she said about the money was true. Actually it all was true. Every-thing was free for a time. What was it that she had said about destruction? He could not remember that. She'd said it but he could not remembeiit. Then he was tired of trying to remember and he looked at the girl and kissed her cheek very lightly and she did not wake. I le kneed her very much and everything about her and he went to sleep thinking about her cheek against his lips and how the next day they would both be darker from the sun and how dark can she become, he thought, and how dark will she ever really be?“

 

 2164347-800e9bc31ff01c5bc02283d5f16939f5.jpg
Ernest Hemingway (21 juli 1899 – 2 juli 1961)

 

 

De Nederlandse schrijver Belcampo werd in Naarden geboren op 21 juli 1902 als Herman Pieter Schönfeld Wichers. Zie ook alle tags voor Belcampo op dit blog.

Uit: De surprise

“Zij is uiterst verleidelijk maar toch niet onsmakelijk gekleed, om blootheid flodderende frivole kleurtjes. Haar armen schenken koffie in terwijl haar achterwerk gaat zitten. Haar vuurrood aangezette mond spreekt het woord: `Koffie.' Hij neemt zijn kop zonder op te kijken, wat door het lage tafeltje wordt mogelijk gemaakt. 'Dank u' zijn de woorden die hij daarbij bezigt. Nu schikt zij zich zo gemakkelijk mogelijk op haar stoel terecht en zegt met hoopvol warme stem: 'Het gezelligste ogenblik van de dag!', drinkt en kijkt onder dat drinken tersluiks naar hem. Van zijn kant geen enkele reactie. Op het moment waarna langer wachten geen zin meer heeft breekt zij uit in de volgende monoloog, onbewust gewend naar de statige staande scheepjesklok, die haar met zijn zware slingerslag toch nog enigszins antwoordt. Bij ons thuis was het koffie-uurtje — zo werd het altijd genoemd maar het was lang geen uur, soms duurde 't niet eens een kwartier — iets waar we de hele ochtend naar uitkeken. Dat was even een gezamenlijke adempauze. We vertelden elkaar wat we al hadden gedaan en wat we verder nog van plan waren te doen op die dag. En dat was gezellig. Dan voelde je een band. Dan voelde je dat je met huisgenoten samen was. Met huisgenoten!' De kracht waarmee ze dit laatste luisgenoten' uitsprak stond in zonderlinge tegenstelling tot het langs zijn neus weg van zijn nu ten slotte toch komende reactie. `En vond u dat een prettig gevoel?' Dat was een prettig gevoel. Dat was een heel fijn gevoel!' pleitte de huishoudster, want dat was zij, en niets meer dan dat. leder zijn smaak.' Dit klonk mogelijk nog laconieker dan zijn vraag. Nu stond de huishoudster bruusk op, stiet haar kopje een eind over de tafel vooruit, siste een 'Dank u' en verliet met opgestreken zeil de kamer. Nu konden zijn gedachten weer ongestoord hun loop vervolgen. Daarbij knoopten ze aan bij het zojuist ervarene. `Huisgenoten! Is er erger ongedierte denkbaar! Omdat je toevallig onder dezelfde dakpannen bent aangespoeld. Zonder koffie kunnen ze elkaars tegenwoordigheid niet aan, dat zal het wezen. Elke keer als het gesprek stokt kun je dan tenminste een slok nemen of in het oor van je kop friemelen. De hinderlijkste vorm van medemens.”

 

 2164347-a80a7dd6b4bcbe5b24c6cd9f3915a53d.jpeg
Belcampo (21 juli 1902 – 2 januari 1990)
Scene uit de gelijknamige film uit 2015 met Georgina Verbaan en Jeroen van Koningsbrugge

 

 

De Nederlandse schrijver, mensenrechtenactivist en oud-politicus Boris Dittrich werd geboren in Utrecht op 21 juli 1955. Zie ook alle tags voor Boris Dittrich op dit blog.

Uit: Moord en Brand

“Weislogel negeert de inleidende frasen van Fouali. `Het moet frustrerend voor u zijn dat u constant aan uw Marokkaanse achtergrond wordt herinnerd,' refereed hij aan een passage uit de gespreksnotitie die zijn medewerker hem vanmorgen had gegeven. Hij observeert hoe Redouan Fouali gaat verzitten. `Ik ben in Amsterdam geboren, heb er op school gezeten en gestudeerd. En toch wordt me elke dag wel ergens gevraagd hoe ik het in Nederland vind. Alsof ik te gast ben.' Fouali kijkt de kamer rond, die vol met antieke meubelen staat. Op de schoorsteenmantel staat een protserige vaas met oranje tijgerlelies, die een scherpe geur verspreiden. Ambassadeur Weislogel trekt een vergelijking met Amerika. 'Bij ons is dat anders. Amerika is een migrantensamenleving. ledereen komt wel ergens anders vandaan. Je afkomst is een curiositeit. Niet meer dan dat. In New York, waar ik vandaan kom, worden geregeld parades van Italianen, leren, Israeli's of Sikhs gehouden. De deelnemers willen laten zien dat ze geworteld zijn in Amerika zonder dat ze hun afkomst verloochenen.' Fouali wil niet te veel tijd verloren laten gaan. Hij heeft een gesprek van een half uur toegewezen gekregen, maar hij is geboeid door Weislogel en vraagt hem naar zijn familiegeschiedenis, die hij overigens al in grote lijnen uit openbare bronnen kent. `Mijn vader is in de jaren dertig van de vorige eeuw in Duitsland geboren,' vertelt Weislogel. We komen uit een geslacht van joodse diamantairs. Mijn grootouders zijn op tijd met mijn vader als jongetje naar New York geemigreerd. Mijn moeder komt uit een orthodox-joodse familie uit Williamsburgh, in Brooklyn. lk ben daar geboren.' Niet alleen Weislogel had zijn huiswerk goed gedaan. Ook Fouali had ter voorbereiding een dossier gelezen, opgesteld door de AIVD, de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst. Nu de joodse wortels van de ambassadeur ter sprake zijn gebracht, is het moment voor Fouali gekomen om zijn troefkaart uit te spelen. `Mijn ouders komen uit Fez. lk ben ook joods, omdat mijn moeder uit een joodse familie stamt.”

 

 2164347-1bd3c7e4fa5a0af1c9eb0bf84c9f8997.jpg
Boris Dittrich (Utrecht, 21 juli 1955)

 

 

De Britse schrijfster Sarah Waters werd geboren in Neyland, Wales, op 21 juli 1966. Zie ook alle tags voor Sarah Waters op dit blog.

Uit: Tipping the Velvet

“It was a curious kind of life, mine, even by Whitstable standards; but it was not a disagreeable or even a terribly hard one. Our working day began at seven, and ended twelve hours later; and through all those hours my duties were the same. While Mother cooked, and Alice and my father served, I sat upon a high stool at the side of a vat of natives, and scrubbed, and rinsed, and plied the oyster-knife. Some people like their oysters raw; and for them your job is easiest, for you have merely to pick out a dozen natives from the barrel, swill the brine from them, and place them, with a piece of parsley or cress, upon a plate. But for those who took their oysters stewed, or fried – or baked, or scalloped, or put in a pie – my labours were more delicate. Then I must open each oyster, and beard it, and transfer it to Mother's cooking-pot with all of its savoury flesh intact, and none of its liquor spilled or tainted. Since a supper-plate will hold a dozen fish; since oyster-teas are cheap; and since our Parlour was a busy one, with room for fifty customers at once – well, you may calculate for yourself the vast numbers of oysters which passed, each day, beneath my prising knife; and you might imagine, too, the redness and the soreness and the sheer salty soddenness of my fingers at the close of every afternoon. Even now, two decades and more since I put aside my oyster-knife and quit my father's kitchen for ever, I feel a ghostly, sympathetic twinge in my wrist and finger-joints at the sight of a fishmonger's barrel, or the sound of an oyster-man's cry; and still, sometimes, I believe I can catch the scent of liquor and brine beneath my thumb-nail, and in the creases of my palm.
I have said that there was nothing in my life, when I was young, but oysters; but that is not quite true. I had friends and cousins, as any girl must have who grows up in a small town in a large, old family. I had my sister Alice – my dearest friend of all – with whom I shared a bedroom and a bed, and who heard all my secrets, and told me all of hers. I even had a kind of beau: a boy named Freddy, who worked a dredging smack beside my brother Davy and my Uncle Joe on Whitstable Bay.
And last of all I had a fondness – you might say, a kind of passion – for the music hall; and more particularly for musichall songs and the singing of them. If you have visited Whitstable you will know that this was a rather inconvenient passion, for the town has neither music hall nor theatre – only a solitary lamp-post before the Duke of Cumberland Hotel, where minstrel troupes occasionally sing, and the Punch-and- Judy man, in August, sets his booth.”

 

 2164347-4d72c4dd3a72c3e70c51eccde9a5b21b.jpg
Sarah Waters (Neyland, 21 juli 1966)

 

 

De Catalaanse dichter Ernest Farrés i Junyent werd in Igualada geboren op 21 juli 1967. Zie ook alle tags voor Ernest Farrés op dit blog.

 

Compartment C, Car 293, 1938

Face stern, hair
more or less blonde, eyes
with an inward-looking glint,
skin in the pink, wearing
a stare-till-you’re-bored attitude
in a black dress that hugged her breasts
and a pair of long legs, in good working order,
she looked real swell, sure enough,
and ‘independent’, as the saying goes.
The down time on the train was just
the ticket for stealing looks at her
as she sat across the aisle, reading –
poor kid – with such concentration
that at dusk she completely missed
the sun’s last rays burning in the west,
stuck to the limitless vault of the sky.

 

 2164347-2ca4a55a4c35340e00cfb534d493c254.jpg
Ernest Farrés (Igualada, 21 juli 1967)
Compartment C, Car 293, 1938 door Edward Hopper

 

 

De Duitse schrijver Hans Fallada (eig. Rudolf Ditzen) werd geboren in Greifswald op 21 juli 1893 als de zoon van een jurist. Zie ook alle tags voor Hans Fallada op dit blog.

Uit: Kleiner Mann – was nun?

„Sie gehen auf die Tür zu und kommen an einer andern, halb offen stehenden vorbei. Das ist wohl das gewöhnliche Wartezimmer, und in ihm scheinen die dreißig zu sitzen, die Pinneberg an sich vorbeikommen sah. Alles schaut auf die beiden und ein Stimmengewirr erhebt sich:
»So was gibt's nicht!«
»Wir warten schon länger!«
»Wozu zahlen wir unsere Kassenbeiträge?!«
»Die feinen Pinkels sind auch nicht mehr wie wir.«
Die Schwester tritt in die Tür: »Seien Sie man bloß ruhig! Herr Doktor wird ja gestört! Was Sie denken, ist nicht. Das ist der Schwiegersohn von Herrn Doktor mit seiner Frau. Nicht wahr?«
Pinneberg lächelt geschmeichelt, Lämmchen strebt der andern Tür zu. Einen Augenblick ist Stille.
»Nu bloß schnell!«, flüstert die Schwester und schiebt Pinneberg vor sich her. »Diese Kassenpatienten sind zu gewöhnlich. Was die Leute sich einbilden für das bißchen Geld, das die Kasse zahlt ...«
Die Tür fällt zu, der Junge und Lämmchen sind im roten Plüsch.
»Das ist sicher sein Privatsalon«, sagt Pinneberg. »Wie gefällt dir das? Schrecklich altmodisch finde ich.«
»Mir war es gräßlich«, sagt Lämmchen. »Wir sind doch sonst auch Kassenpatienten. Da hört man mal, wie die beim Arzt über uns reden.«
»Warum regst du dich auf?« fragte er. »Das ist doch so. Mit uns kleinen Leuten machen sie, was sie wollen ..."

 

2164347-e35a3a38540395e4b289265ee3d016bc.jpg
Hans Fallada (21 juli 1893 – 5 februari 1947)
Scene uit een toneeluitvoering in Berlijn, 2016

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 21e juli ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 12:05 Reageer op dit bericht

David Boerljoek, Hart Crane, Mohammed Dib, Brigitte Reimann, Anton Schnack, Julius Sturm, Matthew Prior

De Russisch-Amerikaanse dichter, schrijver en schilder David Davidovitsj Boerljoek werd geboren in Semirotowschtschina, nabij Charkov, op 21 juli 1882. Zie ook alle tags voor David Boerljoek op dit blog.

 

Festive Blue

A green spirit flashed boldly like a stone
Into the lake's depth where mirrors dreamt.
Look now how brightly flared the flame
Where previously nestled the dim dark.
So heartless you in me awakened sorrow
Toward the water ghosts you'd demolished.
In that flash you wished to resist absence
Above the abyss that is a festive blue.

 

Vertaald door Alex Cigale

 

 2164339-d1b27dee7f1f878ffb36cde7b1d3f12f.jpg
David Boerljoek (21 juli 1882 – 15 januari 1967)
Cossack Mamay door David Boerljoek, 1912

 

 

De Amerikaanse dichter Hart Crane werd geboren op 21 juli 1899 in Garrettsville, Ohio. Zie ook alle tags voor Hart Crane op dit blog.

 

O Carib Isle!

The tarantula rattling at the lily’s foot
Across the feet of the dead, laid in white sand
Near the coral beach—nor zigzag fiddle crabs
Side-stilting from the path (that shift, subvert
And anagrammatize your name)—No, nothing here
Below the palsy that one eucalyptus lifts
In wrinkled shadows—mourns.

And yet suppose
I count these nacreous frames of tropic death,
Brutal necklaces of shells around each grave
Squared off so carefully. Then

To the white sand I may speak a name, fertile
Albeit in a stranger tongue. Tree names, flower names
Deliberate, gainsay death’s brittle crypt. Meanwhile
The wind that knots itself in one great death—
Coils and withdraws. So syllables want breath.

But where is the Captain of this doubloon isle
Without a turnstile? Who but catchword crabs
Patrols the dry groins of the underbrush?
What man, or What
Is Commissioner of mildew throughout the ambushed senses?
His Carib mathematics web the eyes’ baked lenses!

Under the poinciana, of a noon or afternoon
Let fiery blossoms clot the light, render my ghost
Sieved upward, white and black along the air
Until it meets the blue’s comedian host.

Let not the pilgrim see himself again
For slow evisceration bound like those huge terrapin
Each daybreak on the wharf, their brine-caked eyes;
—Spiked, overturned; such thunder in their strain!
And clenched beaks coughing for the surge again!

Slagged of the hurricane—I, cast within its flow,
Congeal by afternoons here, satin and vacant.
You have given me the shell, Satan,—carbonic amulet
Sere of the sun exploded in the sea.

 

 2164339-6cea3e9cbfb691d27a72e987e9f805c0.jpg
Hart Crane (21 juli 1899 – 26 april 1932)

 

 

De Algerijnse schrijver Mohammed Dib werd geboren op 21 juli 1920 in Tlemcen, een stad in het noordoosten van Algerije. Zie ook alle tags voor Mohammed Dib op dit blog.

Uit: La Grande Maison

« Brahim Bali pointa le doigt en l’air. Tiens, celui-là ! Il savait donc ? Bien sûr. Il redoublait, il était au courant.  -          La France est notre mère Patrie, ânonna Brahim. Son ton nasillard était celui que prenait tout élève pendant la lecture. Entendant cela, tous firent claquer leurs doigts, tous voulaient parler maintenant. Sans permission, ils répétèrent à l’envi la même phrase.  Les élèves serrés, Omar pétrissait une petite boule de pain dans sa bouche. La France, capital Paris. Il savait ça. Les Français qu’on aperçoit en ville, viennent de ce pays. Pour y aller ou en revenir, il faut traverser la mer, prendre le bateau… la mer : la mer Méditerranée. Jamais vu la mer, ni un bateau. Mais il sait : une très grande étendue d’eau salée et une sorte de planche flottante. La France, un dessin en plusieurs couleurs. Comment ce pays si lointain est-il sa mère ? Sa mère est à la maison, c’est Aïni ; il n’en a pas deux. Aïni n’est pas la France. Rien de commun. Omar venait de surprendre un mensonge. Patrie ou pas patrie, la France n’était pas sa mère. Il apprenait des mensonges pour éviter la fameuse baguette d’olivier. C’était ça les études. Les rédactions : décrivez une veillée au coin du feu… pour les mettre en train, M. Hassan leur faisait des lecture où il était question d’enfants qui penchent studieusement sur leurs livres. La lampe projette sa clarté sur la table. Papa enfoncé dans fauteuil, lit son journal et maman fait de la broderie. Alors Omar était obligé de mentir. Il complétait le feu qui flambe dans la cheminée, le tic tac de la pendule, la douce atmosphère du foyer pendant qu’il pleut, vent et fait nuit dehors. Ah ! Comme on se sent bien chez soi au coin du feu ! Ainsi : la maison de compagne où vous passez vos vacances. Le lierre grimpe sur la façade ; le ruisseau gazouille dans le pré voisin. L’air est projet urbain, quel bonheur de respirer à pleins poumons ! Ainsi : le laboureur. Joyeux, il pousse sa charrue en chantant, accompagnée par les trilles de l’alouette. Ainsi : la cuisine. Les rangées de casseroles sont si bien astiquées et si reluisantes qu’on peut s’y mirer. Ainsi : Noël. L’arbre de Noël qu’on plante chez soi, les fils d’or et d’argent, les boules multicolores, les jouets qu’on découvre dans ses chaussures. Ainsi, les gâteaux de l’Aïd-Seghir, le mouton qu’on égorge à l’Aïd-Kebir… ainsi la vie ! « 

 

 2164339-8a87a84058ca978bba7ed7b9aca5983b.jpg
Mohammed Dib (21 juli 1920 – 2 mei 2003)

 

 

 

De schrijfster Brigitte Reimann werd op 21 juli 1933 vlakbij Maagdenburg geboren en groeide op in de DDR. Zie ook alle tags voor Brigitte Reimann op dit blog.

Uit: Jede Sorte von Glück

„Hoywoy, am 17. 3. 60
Liebe Eltern,
…gestern habe ich mein zweites Kapitel abgetippt, und Daniel hat es abends noch nach Hoy. zur Post gebracht und per Eilbrief abgeschickt. …
Ihr könnt Euch vorstellen, wie ich geschuftet habe, und jetzt bin ich ganz schön nervös – zum Glück äußert sich diese Nervosität nur in schrecklicher Albernheit, und da es Daniel auch nicht viel besser geht (gestern hat er bis morgens um acht Uhr gearbeitet und eine Menge geschafft), treiben wir lauter Unsinn, balgen uns und spielen das große »Kater- und Schellfisch-Spiel«. Eigentlich zanken wir uns hier so gut wie gar nicht, vielleicht deshalb, weil wir zum erstenmal ganz allein auf uns gestellt sind.
Herzlichen Dank für das Päckchen, liebe Mu! Wir haben uns vor allem über die Forsythien aus der Neuendorfer Straße gefreut. Sie haben sich im Wasser sofort erholt und stehen jetzt in voller Blüte. Das war wirklich eine wunderbare Idee!
Du sahst letztes Mal so schlecht aus, lieber Vati, daß ich geradezu einen Schreck bekommen habe, und ich hoffe sehr, daß Du Dich in der einen Woche ein bißchen erholst. Du müßtest wirklich versuchen, egoistischer zu werden und Dir das Übermaß an Arbeiten möglichst vom Hals zu halten. Wenn Du diese ganze Anstrengung in Genthin mit einem Zusammenbruch bezahlst, nützt Du weder Dir noch der Bank, das müßtest Du den Leuten mal klarmachen.
Geld, Geld … Ich glaube, diese Sorge werden wir niemals los. Dabei brauchen wir jede Woche ungefähr hundert Mark, meistens noch ein wenig mehr als hundert. Wir leben wirklich nicht üppig oder gar verschwenderisch, aber jede Woche kommen irgendwelche Sonderausgaben dazu – Miete, Fahrgelder, ein paar teure Südfrüchte, ein Paket Kaffee, eine Flasche Wodka, wenn wir Gäste erwarten, Ferngespräche, irgendwelche Haushaltsgegenstände – kurzum, es summiert sich erschreckend. Für größere Anschaffungen ist nichts da. Dabei brauchten wir zum Sommer dringend einen Kühlschrank, denn den ganzen Morgen und Mittag knallt die Sonne ins Küchenfenster, und wenn es erst richtig heiß wird, läuft uns die Butter und Sahna im Schrank weg. Freilich gibt es momentan gar keine Kühlschränke zu kaufen, nur Bestellungen werden angenommen. Lieferzeit: ein dreiviertel Jahr.“

 

 2164339-8341e75cd2159b20bc6b61e3e946e49f.jpg
Brigitte Reimann (21 juli 1939 – 20 februari 1973)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Anton Schnack werd geboren op 21 juli 1892 in Rieneck. Zie ook alle tags voor Anton Schnack op dit blog.

 

Was traurig macht (fragment)

Besuch bei einem Kameraden aus der Schulzeit.
Er ist Direktor einer Fabrik geworden. Er gibt dir die Hand,
aber es scheint so, als ob er dich nicht mehr erkennen will,
da du nichts geworden bist als ein Dichter dunkler und
schwermütiger Worte. Das Gespräch stockt.
Und er sagt mit der Uhr in der Hand, daß er gleich zu einer
wichtigen Konferenz gehen müße.

Der Blick eines sterbenden Rehes ahf der Jagd.

Der Duft von Jasmin. Immer muß ich an die Heimat denken,
wo ein Strauch unter dem Fenster stand.

Leise Musik aus einem Park. es ist ein wunderbarer Sommerabend.
Du hörst die Schritte der Leute leise auf dem Kies knirschen,
ein Gelächter jubelt herauf, aber du liegst schon wochenlang
krank im verdunkelten Zimmer.

Ein fahrender Zug macht traurig. Es ist zwischen Abend und Nacht.
Die blitzenden Fenster sausen wie Spuk vorbei. Ein schönes
Frauengesicht steht Lächelnd am Fenster.

An einem Metzgerladen vorübergehen. Die roten, blutenden
Keulen, die aufgespalteten Körper, die gläsernen und blind
gewordenen Augen der Kälber und Schafleiber machen traurig.
Man soll nicht hinsehen und schnell vorübergehen.

Von einem bunten und heißen Maskenfeste heimkehren.
Die ungenaue Morgenluft bewegt ein feiner und unhörbarer Regen.
Die Geliebte küßte einen Schauspieler.

 

 2164339-4e19021758e898a0d2b8b14c86382e3b.jpg
Anton Schnack ( 21 juli 1892 – 26 september 1973)

 

 

De Duitse dichter Julius Carl Reinhold Sturm werd geboren op geboren 21 juli 1816 in Koestritz. Zie ook alle tags voor Julius Sturm op dit blog.

 

Aus der Kindheit

Ein Hügel war′s, wo ich im Gras
Zur Sommerzeit am liebsten saß
Als frohes Kind allein;
Weit um mich her die grüne Au′
Und über mir nur tiefes Blau
Und goldner Sonnenschein.

Da schwärmten Falter mir vorbei,
Und fleiß′ge Bienen summten frei
Mir um das blonde Haar.
Goldkäfer stellten oft sich ein,
Und Grillen musizierten fein
Zum Tanz der Mückenschar.

Und wenn der Tag zu Rüste ging,
Wie selig da mein Auge hing
An Wolken, goldumsäumt!
O, das war tiefe Poesie, -
So lebensvolle, wie ich nie -
Mir je als Mann erträumt.

 

 2164339-176900247796589fea30610de920aaf8.jpg
Julius Sturm (21 juli 1816 - 2 mei 1896)

 

 

De Engelse schrijver en diplomaat Matthew Prior werd geboren in Wimborne Minster, East Dorset, op 21 juli 1664. Zie ook alle tags voor Matthew Prior op dit blog.

 

Hymn To The Sun

I.
Light of the World, and Ruler of the Year,
With happy Speed begin Thy great Career;
And, as Thou dost thy radiant Journeys run,
Through every distant Climate own,
That in fair Albion Thou hast seen
The greatest Prince, the brightest Queen,
That ever sav'd a Land, or blest a Throne,
Since first Thy Beams were spread, or Genial Power was known.

 

II.
So may Thy Godhead be confest;
So the returning Year be blest;
As His Infant Months bestow
Springing Wreaths for William's Brow;
As His Summer's Youth shall shed
Eternal Sweets around Maria's Head.
From the Blessings They bestow,
Our Times are dated, and our Æra's move:
They govern, and enlighten all Below,
As Thou dost all Above.

 

III.
Let our Hero in the War
Active and fierce, like Thee, appear:
Like Thee, great Son of Jove, like Thee,
When clad in rising Majesty,
Thou marchest down o'er Delos' Hills confest,
With all Thy Arrows arm'd, in all Thy Glory drest.
Like Thee, the Hero does his Arms imploy,
The raging Python to destroy,
And give the injur'd Nations Peace and Joy.

 

 2164339-7c6135ef9fad631f21b5994fbc67cb55.jpg
Matthew Prior (21 juli 1664 – 18 september 1721)
Portret door Hyacinthe Rigaud, 1699

Geschreven door Romenu om 12:04 Reageer op dit bericht

Leo Herberghs

De Nederlandse dichter en schrijver Leo Herberghs werd geboren in Heerlen op 21 juli 1924. Herberghs werkte lange tijd als journalist voor een aantal Limburgse dagbladen. Tegelijkertijd bouwde hij aan een imposant oeuvre van dichtbundels, kinderboeken en beschouwend proza. De dichter Leo Herberghs heeft vooral bekendheid verworven met zijn 'latere werk'. Het uit lange gedichten bestaande vierluik “Avond” (1989), “Ochtend” (1990), “Middag” (1992) en “Nacht” (1993) bezorgde hem veel nieuwe lezers. Herberghs was enige tijd penningmeester van de Zuidelijke Afdeling van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde. Poëzie van hem is vertaald in het Frans, Duits en Spaans. Een aantal van zijn gedichten verscheen als bibliofiele uitgave. Zeven verzen uit “Heilig Weer| zijn op muziek gezet door de componist John W. M. Slangen, als zeven liederen voor zangstem en piano. Zijn langere gedicht ”Herfst in Mechelen” werd in 2009 verfilmd in het kader van een multimedia-productie. In 1998 verzorgden Yolanda Bloemen, Wiel Kusters en Ben van Melick een uitgebreide bloemlezing van meer dan veertig jaren uit Herberghs' poëzie onder de titel “Portret van een landschap. Gedichten 1953-1997”. Herberghs vertaalde onder andere “Twee Heren” en ander proza van Kurt Schwitters. In 2001 verscheen “Dutch grey / Hollands Grijs”, zijn vertaling van gedichten van de New Yorkse avant-garde-architect en kunstenaar John (Quentin) Hejduk. Herberghs werkte mee aan een groot aantal literaire tijdschriften, waaronder Roeping, Raam, Kentering, De Gids en De Revisor. Van 1955 tot 1975 was hij mederedacteur van Nieuwe Stemmen. Gedichten van zijn hand verschenen in tal van bladen, boeken en andere uitgaven. Én bloemlezingen: van Erts (Amsterdam 1955, redactie Bert Voeten) tot De Wasknijper (2005). In november 2010 is Leo Herberghs in Maastricht door het provinciebestuur benoemd tot Limburger van Verdienste.

 

bij de rivier

voortreffelijk ruikt dit naar
abrikozen. de lucht
is meermaals mistig met daartussen
rustige wolken. ik kijk als een grijze
vogel tussen de takken, rijk mijn vleugels
vol stippen. ik heb de zon
achteloos uitgevlakt en stil
zit ik en bezwijk haast
aan tijd

het dikbuikige
bochtige landschap
wordt rooskleurig

een chinees
ben ik, ik kleur
vlakken van leem in
met uitsluitend pauweveerkleuren

 

 

heilig weer

heilig weer, de glans
van het hoog
licht is dicht
bij mijn oog

glad lover beklimt
mijn hoofd. de zee
is in mijn
arm gedoofd

mijn veren, dik
van lust schik ik
tot ik schitter
van rust

 

 

achterdocht

geen woord om te eten
geen land om te bezeilen
geen kreek om te landen

achterdocht, grote achterdocht
hangt in de wolken
als een zon
en blaast


en bl2238096-15308a04d719a45c6d372ea9351f76f4.jpg
Leo Herberghs (Heerlen, 21 juli 1924)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Eddy van Vliet, Hans Lodeizen, Henk Hofland, Arie Storm, Paul Violi, Uwe Johnson, Maurice Gilliams, Francesco Petrarca

 

Dolce far niente - Bij de Nijmeegse Vierdaagse

 

 2164140-b30c0a78c157f2ef8e57a1aad9f8deda.jpg
Return of the Wanderer door Jack Butler Yeats, ca. 1928

 

 

De Wandelaar

De wandelaar hijgt. Bij het achterlaten
van niets heeft hij ervaren hoe alles blijft.

Langs de jaren voordien ging zijn tocht.
Wat tot bedaren werd gebracht,
als met water besprenkeld stof, wordt herdacht.

In over elkaar gelegde landschappen
vindt hij één voor één iedereen terug.

Alleen: omkeren naar zichzelf kan hij niet.

 

 

 2164140-02747a816d61bed58aed7cac75114cd9.jpg
Eddy van Vliet (11 september 1942 – 5 oktober 2002)
De Scheldekaaien in Antwerpen, de geboortestad van Eddy van Vliet

 

 

De Nederlandse dichter Hans Lodeizen werd geboren op 20 juli 1924 in Naarden. Zie ook alle tags voor Hans Lodeizen op dit blog.

 

als we maar hoop hebben

deze oude vieze wereld
die kun je gerust weggooien:
de romantiek van
uilskuikens

het is verdomd
moeilijk om te leven
zie in de hemel:
alles is rotzooi

maar als we maar
hoop hebben
zolang we maar
hoop hebben...

 

 

Mazurka

Geef mij de hand
zo zacht en goedgeefs,
de hand die liefde
als een sjaal uitspreidt,
de hand die een doorn
is in de zijde van de nacht,
en de regen overschaduwt.
doodsbenauwd is
de hand; een keizer

geef mij het lichaam,
zachter dan zeewind,
zacht als een vos.
dan zal ik niet meer
vragen, de storm
van mijn ogen zal lachen
in zonlicht, een waaier
van lente gelijk, een zaad
dat ontplooit tot
lach en droefheid,
nevel en rood.
daar hangen de bloemen,
de vingers van de hand,
de hand van het lichaam.

raak mij zachtjes aan,
in mij woont het raadsel.
soms wandelt het in jouw wereld,
soms wandelt het dagenlang,
soms rust het uit in jouw ogen,

laat me je hand zien,
morgen zal ik een andere zien.
ik ken jouw leven omdat de zon
met jou wat te doen heeft.


   

Jim ik zou willen weten

Jim ik zou willen weten
wat maakt het de moeite waard
dat je door blijft schrijven
brieven, opstellen en gedichten
waarin je de wereld aanprijst
en deskundig schat als een koopman.
hoe komt het dat je niet moe
wordt en de ogen dicht doet en
denkt ik wou dat ze allemaal
naar de hel gingen met hun
kletspraatjes en door blijft schrijven
brieven, opstellen en gedichten
waaruit ik je herken en waardoor
ik je tegenkom lachend
en mij moed insprekend
want ik ben heel moe en terwijl
ik spreek glijdt hoop uit mij vandaan.
Jim wat maakt het de moeite waard
dat je door blijft schrijven
brieven, opstellen en gedichten... etc.

 

 2164140-ca0e44b51198b658d7e0534d4e9e5ad9.jpg
Hans Lodeizen (20 juli 1924 – 26 juli 1950)

 

 

De Nederlandse schrijver, journalist, commentator, essayist en columnist Henk Hofland werd geboren in Rotterdam op 20 juli 1927. Zie ook alle tags voor Henk Hofland op dit blog.

Uit: Van zazou tot provo

“Van alle jeugdbewegingen in Nederland waarover sinds de oorlog bezorgde, verontwaardigde of diepzinnig verklarende artikelen zijn geschreven, is die van de provo's de enige die er revolutionaire theorieën op nahoudt, althans een aantal formules op schrift heeft gesteld. Dit onderscheidt de provo's van al hun voorgangers, en het is nu maar de vraag of we hier met een principieel verschil hebben te maken, of dat de anarchistische theorie alleen maar franje is. In het laatste geval hebben de provo's al een stamboom waarin ze na de zazous en de nozems al de derde generatie zijn.
Wie spreekt er nu nog over zazous? Ze zijn totaal vergeten, maar toch hebben ze jarenlang voor grote verontrusting onder de pedagogen gezorgd. Het best zijn ze beschreven door Malaparte in De huid:
‘Zazous waren excentrieke jongelieden tussen de zeventien en de twintig, opvallend gekleed, met golfschoenen, nauwe tot het scheenbeen reikende broekspijpen, een overmatig lang jasje en een overhemd met een hoog nauw boord. Ze droegen hun haar lang, tot in hun nek en het geheel deed herinneren aan Marie Antoinette. De zazous verschenen voor het eerst in 1940 hier en daar in Parijs in de buurt van de Place Victor Hugo. In een bar aan dit plein hadden ze hun hoofdkwartier. Vervolgens werden ze in dichte drommen waargenomen aan de Rive Gauche en in de bars in de buurt van St. Germain des Prés. Maar de voorkeur bleken ze toch te geven aan Muette en de Champs Elysées.
Over het algemeen kwamen ze uit welgestelde burgermilieus en op het eerste gezicht lieten de zorgen die de meeste Fransen somber stemden, hen koud. Ze toonden geen buitengewone belangstelling voor kunst of litteratuur of sport en vooral niet voor de politiek, als men tenminste de smerigheid uit die tijd politiek wil noemen. Voor alles wat onder de term flirt wordt samengevat, waren ze onverschillig, hoewel ze in gezelschap waren, of liever, meisjes in hun gevolg hadden die op soortgelijke excentrieke manier gekleed waren - in een lange blouse en een rok die tot even boven de knieën reikte.In openbare gelegenheden spraken ze nooit luid, maar steeds met gedempte stem, bijna fluisterend, en hun gesprekken gingen altijd over de film, minder over de sterren dan over de regisseurs en de films op zichzelf. Hun middagen brachten ze door in de bioscoop, en in de donkere zalen hoorde men hun zacht gefluister en de korte keelgeluiden waarmee ze elkaar aanriepen.”

 2164140-552faa5d9fcdad4f1390e03e133a7c2e.jpg
Henk Hofland (20 juli 1927 – 21 juni 2016)
Provo in Amsterdam, 1965

 

 

De Nederlandse schrijver en literatuurcriticus Arie Storm werd geboren in Den Haag op 20 juli 1963. Zie ook alle tags voor Arie Storm op dit blog.

Uit: Retourtje seksland

“Je komt er niet langer mee weg, als schrijver. Ik bedoel: gewoon thuis blijven zitten en werken, dat is niet meer goed mogelijk. Van alle kanten wordt er aan je getrokken (zo, de toon is gezet!). Na de publicatie van mijn reisverhalenboek - doeltreffend Op reis! genoemd - werd mij al spoedig gevraagd meer van dit soort ondernemingen op touw te zetten en mijn vleugels wederom uit te slaan (the plot thickens). Reizen is in, seks is nooit uit geweest. Wil hier thuis de schoorsteen blijven roken - dit is een moeizame en tegelijkertijd niet al te originele vorm van beeldspraak, met die rokende schoorsteen, maar enfin (mensen worden met minder beroemd), en élk fallisch symbool is vanaf nu mooi meegenomen -, dan moet ik echt álles aannemen. Voor vrouw en kind. Persoonlijk heb ik gewoon thuis seks, maar dat is weinig enerverend. Die seks is op zichzelf wel enerverend, haast ik mij te zeggen (anders is ook dat afgelopen), maar het decor en de privé-situatie nodigen niet uit tot verdere uitweiding. ‘Seks hebben’ is trouwens een anglicisme, beter is het om te spreken over ‘de liefde bedrijven’ - maar gezien de toonzetting van het verzoek dat mij heeft bereikt (een uitnodiging van het bekende seksblad De Gids - ‘sinds 1837’ -, opgericht door E.J. Potgieter en C.P.E. Robidé van der Aa; we zijn van ver gekomen), is het duidelijk dat het die kant niet op moet. Het woord ‘liefde’ kan beter worden vermeden, in deze context, en daar zal ik me vanaf nu aan houden. Wat ik nodig had, voor het schrijven van dit stuk, om inspiratie op te doen (zeg maar...), was een retourtje (heen en terug) seksland - dat was mij vrij vlot duidelijk.
Mijn vrouw had het, als we probeerden dat seksland te lokaliseren (nee, we spráken er gewoon over), al spoedig over een voetbalkleedkamer. Zelf dacht ik meer in de richting van Paris Hilton of Sienna Miller en hun gepimpte landhuizen, waar, nu ja, et cetera. Toch liet ik het haar even uitleggen. Nog niet zo héél erg lang geleden had ik in het kader van de verschijning van het boek We gaan naar Duitsland om te winnen (treurig) meegedaan aan een partijtje voetbal, hielp ze mij me te herinneren (het zweet stond spontaan op mijn voorhoofd en ook bij haar zag ik iets glinsteren). Een team bestaande uit de schrijvers die aan het boek hadden meegewerkt speelde tegen een team dat werd gevormd door boekverkopers. Na afloop was ik even verdwenen. Niet, om het eens poëtisch te zeggen, verdwenen voor mezelf (hoewel dat ook voorkomt), maar voor mijn vrouw.”

 

 2164140-90cd629cc66d6b593d8d2542b823d558.jpg
Arie Storm (Den Haag, 20 juli 1963)

 

 

De Amerikaanse dichter Paul Randolph Violi werd geboren op 20 juli 1944 in Brooklyn, New York. Zie ook alle tags voor Paul Violi op dit blog.

 

Abundance

In Breughel's great picture “Canal Street,”
restaurant customers order roast swan
instead of chicken, hurled salad
instead of tossed salad, while shoppers
spill through a maze of stalled trucks
and scurry around the sidewalk stalls
jammed with countless nameless things
that housewives sidestep
to surround a Japanese man
in a broad-brim hat and painted silk tie
as he demonstrates how one gadget
can cut food 50 different ways
and though they don't understand a word
he says, they stand transfixed by his spiel
amid the fumes and noise and loud fruitvendors
dropping casual perfections of sun and rain
into bags and sacks against a backdrop
of silver towers and sea and fields
vibrant with excess that giddy farmers hail
by tossing animals, large animals,
into the air to be carried away
on the winds of exuberance
to the four corners of the globe
where the romping gods
bear so many attributes
they're a bundle of incongruities
and no one takes them seriously
not even their beaming angels
who parachute drunkenly down to the shore
distracting the dogs let loose on cormorants
that ate so much they can't fly
but not the boys in the rowboat
who have caught a blowfish,
tickled its belly until it's about to burst
like a balloon before dropping it overboard
to watch it blow itself backward to kingdom come,
nor the other children who have stopped
clamoring over the stranded whale's back
to swim out underwater, under the swans,
grab them by the legs and yank them down
in a slow fury of bubbles and light
and then sell them to the market
near the restaurant in the foreground
of Breughel's great picture “Canal Street.”

 

2164140-8d6390b9916d4be4cf6011fcd0c9443d.jpg
Paul Violi (20 juli 1944 – 2 april 2011)
Hier met zijn dochtertje in 1973

 

 

De Duitse schrijver Uwe Johnson werd geboren op 20 juli 1934 in Cammin (tegenwoordig Kamień Pomorski, Polen). Zie ook alle tags voor Uwe Johnson op dit blog.

Uit: Mutmaßungen über Jakob

»Ah –: galubuschka« sagte er. Er hatte alles im Kopf, tolles Gedächtnis, bat mich um Vortrag. Ich hielt ihm Vortrag.
Er hielt mir Vortrag. Verabredung. Eto ujasno. Verabredung. Zusammenfassung. Ich sagte noch: »Jesliana ostawajetssa galubka na kryschje …«, er verstand es nicht gleich, die haben dafür eine andere Fassung, dann lachte er. »Lutsche warabeja« sagte er. Er war sehr nett, gar nicht förmlich, immerhin war es ein Einzelgängerauftrag. Die Taube auf dem Dach. Den Abend verbrachte ich noch zu Hause, war aber ziemlich in Gedanken, manchmal auch unruhig. Schliesslich war die vorige Aktion gute Arbeit, dafür haben sie mich ja befördert, und Freistellung zur besonderen Verwendung ist letzten Endes noch eine Beförderung, musste es nun aber gleich die sein, wie konnte Cresspahl dann noch solche Lieder singen, ich kann auch wieder runterbefördert werden, dabei bleibt es nicht. Und der Ärger wegen des Kindes. Ich seh ja ein dass meine Tochter schlafen muss um zwanzig Uhr, sie ist zwei Jahre alt, ich seh das ein, aber ich hab sie doch auch nur ein bisschen angehoben zum Abschied, also gut. Um Mitternacht ging ich runter auf die Strasse. Hänschen las in seiner ewigen technischen Fernschule und gähnte dass ich es sehen sollte, beim Anlassen sagte er: »Der Urlaub hätte länger dauern dürfen«, und ich sagte »In Jerichow ist ein Badestrand«, das war aber so um den siebenten Oktober, da fühlte ich mich wieder wohl, das wollen wir doch mal sehen. Das war Anfang Oktober und Herbst und wir fuhren die ganze Nacht weg aus Berlin nach unten und der Himmel wurde immer grösser immer weisser, da stand der Kirchturm von Jerichow ziemlich bescheiden hinter dem Berg. Die Hundefänger von Jerichow haben die beiden Einfamilienhäuser in der Bahnhofstrasse, trübefinster, beinahe baufällig, die Garage dicht daneben, lediglich ein Schild haben sie noch nicht angebracht.“

 

2164140-ac27531967edbed8819c8fc77416c06b.jpg 
Uwe Johnson (20 juli 1934 – 24 februari 1984)
Cover

 

 

De Vlaamse dichter en schrijver Maurice Gilliams werd geboren in Antwerpen op 20 juli 1900. Zie ook alle tags voor Maurice Gilliams op dit blog.

Uit: Elias of het gevecht met de nachtegalen

“Wij vluchten bij mijne moeder in de eetzaal, omdat we weten dat ze Aloysius tegen tante Zénobie beschermen zal. wonderlijk stil is hij voor mijne moeder geworden, en wanneer haar trage hand over zijn haren streelt, springen er op eens lang ingehouden snikken in hem los.
Beschaamd, zijn voorhoofd tegen de muur gesteund, staat hij met zichzelf te vechten. Ondertusschen zijn wij aan tafel gegaan. Er hangt een afwachtende stilte over de familie. De dienstmeid gaat heen en weer met de dampende soepterrine. Als hij zich eindelijk omkeert is Aloysius als een doofstomme, verdwaasd en ongevoelig voor ons geworden. Zijn oogen staan hard en donker in zijn bleek gezicht, en zij schijnen niemand rond zich heen te herkennen.
Tijdens de zomervacantie wordt er ieder jaar op het familiebuiten een feest gehouden, en naar gewoonte zullen de kinderen een tooneelstukje opvoeren. Tante Theodora heeft er zich mede bemoeid, en alles werd voor een paar weken tot in de puntjes verzorgd. Er zijn de jongens van tante Emma: Casimir, Oscar en Leopold; en er zijn de kinderen van tante Zénobie: Albertus, Aloysius en Hermine. Met vragende oogen staan wij benieuwd rond tante Theodora geschaard; er is verwondering in ons hart, omdat ze met zulke geveinsde en profijtige vriendelijkheid over allerlei bijkomstige dingen spreekt.
Tante Zénobie heeft een zoontje dood: Pietje; Tante Emma, een dochtertje: Virginia. Daar zullen we dit jaar een aandoenlijk spel van vertoonen. Hermine speelt voor het kindje van tante Emma; maar omdat er onder de kinderen van tante Emma geen zulke kleine jongens meer zijn om Pietje uit te beelden, moet ik die gewichtige rol vervullen. Wij houden dagelijks repetitie in een buiten dienst gestelde remise en tante zegt ons plechtig voor wat wij aan elkaar vertellen moeten.
Wanneer we eindelijk mogen uitscheiden ben ik doodmoe, zoodat ik niet met Aloysius mee kan. De groote jongens gaan met hun boeken languit in het gras liggen; ze spelen vogelpik onder een oude eik of kegelen in de schaduw van het waschhuis. Ik word door Hermine in huis gelokt en wij gaan heerlijk in het salon onder de tafel uitrusten.
Hermine is erg zenuwachtig, mager, van doorschijnende bleekte en ze kan plotseling zulke malle invallen hebben. Zij heeft ook gevoelerige buien; dan kan ze niet dicht genoeg bij me zijn en gedurig aan trapt ze mij op de voeten of ze tikt me nijdig op de vingers, dat ze er van gloeien en pijn doen. Zij leert me met vuur spelen. Tersluiks heeft ze een doosje lucifers weggenomen; drie tot tien solferstekken tegelijk ontbranden, die ze dan onvoorzichtig over mij heen in de richting van de koolemmer gooit.”

 

2164140-97cd8442c75b0c05ef7e2f7d80107989.jpg
Maurice Gilliams (20 juli 1900 – 18 oktober 1982)
Cover

 

 

De Italiaanse dichter en schrijver Francesco Petrarca werd geboren in Arezzo op 20 juli 1304. Zie ook alle tags voor Francesco Petrarca op dit blog.

Uit: Die Besteigung des Mont Ventoux (Vertaald door Kurt Steinmann)

„Am festgesetzten Tage gingen wir fort von Haus und kamen gegen Abend nach Malaucène, - das ist ein Ort am Fuße des Berges, nach Norden gewandt.
Wir verweilten dort einen Tag und bestiegen heute endlich, jeder mit einem Bedienten, den Berg, nicht ohne viel Beschwerde. Er ist nämlich eine jäh abstürzende, fast unersteigliche Felsmasse. Indessen gut hat der Dichter gesagt: Verwegnes Mühen alles zwingt. Ein langer Tag, schmeichelnde Luft, Lebensfeuer der Gemüter, Kraft und Gewandtheit der Leiber und was es sonst dergleichen geben mag, stand uns beim Wandern zur Seite; einzig widerstand uns die Natur des Ortes. Einen uralten Hirten trafen wir an den Hängen des Berges, der sich mit viel Worten bemühte, uns von der Besteigung abzubringen. Dieser sagte, er habe vor 50 Jahren in ebensolchem Ansturme jugendlichen Feuers den höchsten Gipfel erstiegen, indessen nichts von da heimgebracht als Reue und Mühe und von Felskanten und spitzen Dorngestrüpp zerrissenen Leib und Rock, und es sei weder vor noch nach jener Zeit je bei ihnen davon gehört worden, daß irgendwer Ähnliches gewagt habe. Da jener dies uns zuschrie, wuchs uns am Verbote das Verlangen – denn jugendliche Herzen schenken ja Warnern nur ungern Glauben. Infolgedessen ging der Greis, als er sah, daß er sich vergebens Mühe, etwas mit vorwärts und wies uns zwischen den Felsen einen steilen Pfad mit dem Finger, wobei er vielerlei zu erinnern wußte und viel hinter uns her seufzte, als wir schon davongegangen waren. Wir lassen bei ihm alles zurück, was irgend an Kleidungsstücken oder sonstiger Ausrüstung hinderlich sein könnte, schicken uns einzig und allein zur Besteigung an und klettern munter los. Aber, wie es meist geschieht, folgt dem ungeheuren Unterfangen geschwind die Ermattung. So erging es mir zu meiner Entrüstung mindestens dreimal innerhalb weniger Stunden, und mein Bruder lachte darob nicht wenig. So hatte ich mich denn, oft enttäuscht, in einem Tal niedergelassen. Dort schwang ich mich auf Gedankenflügeln vom Körperlichen zum Unkörperlichen hinüber und wies mich selbst etwas mit den folgenden Worten zurecht: Was du heute so oft bei Besteigung dieses Berges erfahren hast müssen, wisse, genau das tritt an dich und an viele heran, die da Zutritt suchen zum seligen Leben. Aber es wird deswegen nicht leicht von den Menschen richtig gewogen, weil die Bewegungen des Körpers zutage liegen, die der Seele jedoch unsichtbar sind und verborgen.“

 

 2164140-40cb3b45231236015b54c2f4d8d36b38.jpg
Francesco Petrarca (20 juli 1304 – 19 juli 1374)
Standbeeld in Venetië

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 20e juli ook mijn blog van 20 juli 2017 en ook mijn blog van 20 juli 2013 deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 16:47 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten