Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 22 juli 2018 tot 23 juli 2018

Mary Oliver, Mohsin Hamid, Lauren Groff, Frans Erens, Kai Meyer, Thea Dorn, Irina Liebmann, Lisa Alther

 

Dolce far niente

 

 2164743-6fd49bb7f3108f2c0b81891f9e8f2873.jpg
The Bathers door Dominique Amendola, 2008

 

 

The Pond

August of another summer, and once again
I am drinking the sun
and the lilies again are spread across the water.
I know now what they want is to touch each other.
I have not been here for many years
during which time I kept living my life.
Like the heron, who can only croak, who wishes he
could sing,
I wish I could sing.
A little thanks from every throat would be appropriate.
This is how it has been, and this is how it is:
All my life I have been able to feel happiness,
except whatever was not happiness,
which I also remember.
Each of us wears a shadow.
But just now it is summer again
and I am watching the lilies bow to each other,
then slide on the wind and the tug of desire,
close, close to one another,
Soon now, I'll turn and start for home.
And who knows, maybe I'll be singing.

 

 2164743-d6138f8dc75089671d95688eacc17de5.jpg
Mary Oliver (Maple Heights, 10 september 1935)
Maple Heights, Ohio

 

 

De Amerikaanse schrijver Lauren Groff werd geboren op 23 juli 1978 in Cooperstown, New York. Zie ook alle tags voor Lauren Groff op dit blog.

Uit: Furie en fortuin (Vertaald door Maaike Bijnsdorp en Lucie Schaap)

“Na het onbegrip en de rauwe vis kwam de lange vlucht en daarna de korte. En uiteindelijk: thuis. Hij keek door het raampje naar de trap die over het zondoorstoofde asfalt op het vliegtuig af rolde. Tijdens het taxiën was er even een lentebui langsgewaaid, die net zo snel weer was verdwenen. Hij wilde met zijn gezicht in Mathildes nek, de troost van haar haar. Twee weken als gastschrijver voor het theater in Osaka, zo lang was hij nog nooit bij zijn vrouw vandaan geweest. Te lang. Bij het wakker worden de afwezigheid van Mathilde in zijn bed, de pijn van de koelte waar haar warmte had moeten zijn.
De rijdende vliegtuigtrap zocht en miste de deur drie keer voordat hij vastklikte. Gretig als een maagd. Wat heerlijk om zijn lange lichaam te kunnen strekken, om even boven aan de trap te kunnen blijven staan om diep in te ademen, te genieten van de geur van olie, mest en ozon die op het vliegveldje van Albany hing, de zon op zijn wangen, zijn vrouw wachtend in de terminal om hem mee te nemen naar hun mooie buitenhuis, een vroege avondmaaltijd. De buitensporige vermoeidheid uit zijn botten verdrijven met koude prosecco, een warme douche, dan zachte Mathildehuid en slaap.
Zijn gelukzaligheid strekte haar vleugels en fladderde een paar keer.
Hij had geen rekening gehouden met het ongeduld van de andere passagiers. Pas toen hij al door de lucht vloog voelde hij de handafdruk hard midden op zijn rug.
Schandalig, dacht hij. Geduwd.
Het plaveisel bolde op hem af als een tafelkleed dat uitgeschud werd, in de verte een windzak die zijn tong uitstak naar het oosten, de kantelen van de luchthaventerminal, schittering van de schuurpapierachtige treden in het zonlicht, de neus van het vliegtuig die op de een of andere manier zijn blikveld in schoot, de piloot die zich achter het raampje uitrekte. Toen zijn rechterschouder de rand van een tree raakte was hij volledig om zijn as gedraaid en keek hij op naar degene die hem schijnbaar had geduwd en nu uit de duistere grotopening boven hem opdoemde, een man met een tomaatrood gezicht en dito haar, in zijn voorhoofd geëtste groeven en in een geruite korte broek, kon het erger?”

 

 2164743-ac8c35d4733af21f6324fc07354c74ac.jpg
Lauren Groff (Cooperstown, 23 juli 1978)

 

 

De Brits-Pakistaanse schrijver Mohsin Hamid werd geboren op 23 juli 1971 in Lahore, Pakistan. Zie ook alle tags voor Moshin Hamid op dit blog.

Uit: Exit West

“Nadia looked him in the eye. ‘You don’t say your evening prayers?’ she asked.
Saeed conjured up his most endearing grin. ‘Not always. Sadly.’
Her expression did not change.
So he persevered, clinging to his grin with the mounting desperation of a doomed rock climber: ‘I think it’s personal. Each of us has his own way. Or . . . her own way. Nobody’s perfect. And, in any case –’
She interrupted him. ‘I don’t pray,’ she said.
She continued to gaze at him steadily.
Then she said, ‘Maybe another time.’
He watched as she walked out to the student parking area and there, instead of covering her head with a black cloth, as he expected, she donned a black motorcycle helmet that had been locked to a scuffed-up hundred-ish cc trail bike, snapped down her visor, straddled her ride, and rode off, disappearing with a controlled rumble into the gathering dusk.
The next day, at work, Saeed found himself unable to stop thinking of Nadia. Saeed’s employer was an agency that specialised in the placement of outdoor advertising. They owned billboards all around the city, rented others, and struck deals for further space with the likes of bus lines, sports stadiums and proprietors of tall buildings.
The agency occupied both floors of a converted townhouse and had over a dozen employees. Saeed was among the most junior, but his boss liked him and had tasked him with turning around a pitch to a local soap company that had to go out by email before five. Normally Saeed tried to do copious amounts of online research and customise his presentations as much as possible. ‘It’s not a story if it doesn’t have an audience,’ his boss was fond of saying, and for Saeed this meant trying to show a client that his firm truly understood their business, could really get under their skin and see things from their point of view."

 

 2164743-7ee653ad593d3e81616e316a3fbe2532.jpg
Mohsin Hamid (Lahore, 23 juli 1971)

 

 

De Nederlandse schrijver Frans Erens werd geboren op 23 juli 1857 in Schaesberg. Zie ook alle tags voor Frans Erens op dit blog.

Uit: Limburg

“Deze provincie, vroeger altijd in wetten en of ficieele stukken aangeduid als het 'Hertogdom Limburg' (en die benaming is, als ik mij niet vergis, nauwelijks twintig jaar geleden eerst daaruit verdwenen) mag stellig wel de jongste dochter van het Nederlandsche provincie-gezin heeten. Weifelend tusschen het Duitsche, het Belgisch-Vlaamsche en het Hols landsche element, heeft dit laatste definitief door het tractaat van 1839 de zegepraal behaald. In dat jaar werden de grenzen vastgesteld, zoo als ze op heden zijn, maar toch bleef tot 1866 Limburg deel uitmaken van den Noord-Duitschen Bond. Welke rechten en verplichtingen precies uit dit bondgenootschap voortvloeiden, weet ik niet, ik meen echter dat de steden Maastricht en Venlo daar buiten gesloten waren en niet tot dien Bond behoorden. In 1848, toen het overal in Europa onrustig werd, en revolutionnaire bewegingen zich openbaarden, ontstond in Limburg een strooming ten gunste van den Duitschen Bond, en van afscheiding van Nederland, waarvan Roermond het brandpunt werd. Baron von Scherpenseel stelde zich aan het hoofd van die beweging. Een groote geestdrift maakte zich van een deel der bevolking meester. Er werden redevoeringen gehouden op de markt te Roermond. In de stad werden op talrijke uithangborden van neringdoenden de Hollandsche geschriften voor Duitsche verwisseld. Een leerlooier b.v. wischte dit woord uit en zette er Lohgerber voor in de plaats. Met kracht werd tegen dezebeweging door de Hollandsche militairen opgetreden; de cavalerie behoefde zich slechts even te vertoonen of de heele markt was schoon geveegd, slachtoffers vielen er niet en het enthousiasme voor Duitschland was spoedig gedempt.
Of er ooit in Limburg eene strooming ten gunste van België is geweest, zou ik moeten betwijfelen. Wel hebben zich hier en daar soms afzonderlijke stemmen laten hooren, die voor eene aansluiting van deze provincie aan België pleitten, doch tot een gezamenlijke actie is het niet gekomen. België heeft nooit in Limburg eene bizondere geestdrift verwekt. De reden daarvan is, dat men dit land niet als eene afzonderlijke natie heeft beschouwd. Zijn bestaan uit twee heterogene elementen, het Waalsche en het Vlaamsche, was daarvoor een onoverkomelijke hinderpaal. Daarbij komt, dat de ligging der Belgische bevolkingen niet zoodanig is, dat zij Nederlandsch Limburg zouden vermogen op te slorpen. Het Waalsche element, waarop Maastricht en omstreken onmiddellijk staan, is geheel vreemd, terwijl de meer verwante bevolking van Belgisch Limburg te dun gezaaid over heien peellanden, te weinig contact vermag te brengen met de streken van den rechter-Maasoever. Antwerpen en Gent, ze liggen zoo ver; Luik, dat zoo dicht bij Maastricht ligt, is door de barrière van het Waalsche idioom volkomen daarvan gescheiden.”

 

 2164743-2f0398c60b553902d4655557e9cb1e55.jpg
Frans Erens (23 juli 1857 – 5 december 1936)
De Markt van Roermond anno 1879, geschetst door Piet Schipperus.

 

 

De Duitse schrijver Kai Meyer werd geboren op 23 juli 1969 in Lübeck. Zie ook alle tags voor Kai Meyer op dit blog.

Uit: Arkadien erwacht

“Alessandro seufzte leise und führte Rosa vom Hauptweg in eine schmale Gasse zwischen Wänden aus marmornen Grabfächern.
Fünf, sechs lange Reihen aus Rechtecken übereinander, darauf gerahmte Schwarzweißfotos der Toten, ihre Namen, die Geburts- und Todesdaten. An einigen waren Blumen und Gestecke befestigt.
»Eigentlich möchte ich dir etwas geben«, sagte er, als sie zwischen den Marmorwänden aus dem Blickfeld der übrigen Trauergäste verschwanden. »Ein Geschenk. Und dann wollte ich dich einladen.«
»Mich – «
»Erst das Geschenk.« Er zog etwas aus der Tasche seines Jacketts.
»Oh«, sagte sie ohne jeden Enthusiasmus. »Ein Babybuch.«
Es war winzig, kleiner als eine Zigarettenschachtel, mit ledernem Einband und vergilbtem Seitenschnitt.
»Aber es hat den Vorteil, dass es ein Leben lang so niedlich bleibt«, sagte er. »Und nicht schreit.«
»Und besser riecht, hoffe ich.«
Er öffnete es und presste die Nase zwischen die Seiten.
»Nicht so gut wie frisch gedruckt, aber ganz in Ordnung, schätze ich.« Ihre erste Reaktion schien ihn nicht abzuschrecken.
»Mein Vater hat es mir gegeben, bevor er mich ins Internat nach Amerika abgeschoben hat.«
Sie verkniff sich eine Bemerkung, beobachtete ihn nur.
Sein Blick streifte über die zahllosen Gesichter auf den Grabplatten, die meisten der ausgeblichenen Fotografien alt und seltsam unscharf, wie von Geistern. Viele Blumen an den Grabfächern waren vertrocknet.“

 

 2164743-bea3972b28af337281bc7ccc2d2f0b1c.jpg
Kai Meyer (Lübeck, 23 juli 1969)

 

 

De Duitse schrijfster en televisiepresentatrice Thea Dorn (peudoniem van Christiane Scherer) werd geboren op 23 juli 1970 in Offenbach am Main. Zie ook alle tags voor Thea Dorn op dit blog.

Uit: Die deutsche Seele (Samen met Richard Wagner)

„Er kann seine Stereoanlage aufdrehen und Sven Regener mit dessen Band Element of Crime lauschen: »Braungebrannte Arme brechen jeden Tag / Das harte Brot der Wirklichkeit, als wär’s das letzte Mal [...]
Zum Abendbrot / Zum Abendbrot [...]«
Die Tendenz, meditative Mahlzeit der Einsamen zu sein, hatte das Abendbrot seit je. Gleichzeitig war der Abendbrottisch jahrhundertelang der Ort, an dem der Hausvater die Familie versammelte, um über die Ereignisse des Tages zu berichten und sich berichten zu lassen, auf dass im Anschluss gerichtet werde. Spuren davon haben sich bis in die Gegenwart erhalten, weshalb das Abendbrot dem Spätpubertierenden, der dem Elternhaus entronnen ist, als Inbegriff spießigen Schreckens erscheint. Er schwört, des Abends künftig alles zu essen von kalten Dosenravioli bis hin zu drei Tage altem Sushi. Nur nie wieder ein belegtes Brot.
Dass belegte Brote einst in den erlesensten Zirkeln gereicht wurden, wenn man über Literatur, Politik und die großen Fragen der Welt plauderte, ist vergessen. Voll Stolz berichtete Johanna Schopenhauer ihrem Sohn Arthur, der zu jugendlicher Großmannssucht neigte, dass in ihrem Weimarer Salon nichts Kostspieliges, sondern lediglich Tee mit Butterbroten gereicht wird. Auch Rahel Varnhagen, die berühmteste Gastgeberin im romantischen Berlin, servierte Schlichtes, wenn sie die Größen ihrer Zeit zum »Teetisch« empfing. Die anschaulichste Beschreibung des gehobenen Abendbrots findet sich bei dem Juristen und Schriftsteller Felix Eberty, der uns in seinen Jugenderinnerungen eines altenBerlinersin die erste Hälfte des px. Jahrhunderts mitnimmt: »Bei den gewöhnlichen geselligen Abendzusammenkünften begnügte man sich […[ mit einer Tasse Tee und Butterbrot, und setzte einige sehr zierlich, aber auch recht sparsam mit Wurstscheibchen, Braten und Schinkenschnitten belegte Teller auf die Tafel.«
Geiz spielte bei dieser frugalen Sitte die unwesentlichste Rolle. Man wollte sich bewusst absetzen von den Abendschlemmereien in katholischen Ländern wie Frankreich, und ganz im Ernst: Wen interessieren Austern, gebratene Wachteln oder Petits Fours, wenn er die Wahl zwischen Johann Wolfgang von Goethe und Georg Wilhelm Friedrich Hegel, Wilhelm und Alexander von Humboldt, Heinrich Heine und Bettine von Arnim hat? Kein Zufall also, dass die großbürgerlichen Gastgeberinnen erst in der zweiten Hälfte des px. Jahrhunderts, als der deutsche Geist feister geworden war, ihren Ehrgeiz daransetzten, mit immer ausgefinkelteren Menüfolgen zu glänzen.“

 

 2164743-08de1605d3739a5858f345c970748c59.jpg
Thea Dorn (Offenbach am Main, 23 juli 1970)
Cover

 

 

De Duitse dichteres en schrijfster Irina Liebmann werd geboren op 23 juli 1943 in Moskou. Zie ook alle tags voor Irina Liebmann op dit blog.

Uit: Drei Schritte nach Russland

„Ich bin auch eine erwachsene Frau, ich trinke Tee und überlege, was ich sagen kann, um meine Bekannte zu trösten, zu verblüffen.
Das Sportstadion an der Berliner Chausseestraße fällt mir ein, wie ich dort als Kind erlebte, dass riesiger Jubel ausbrach, als es aus den Lautsprechern tönte, dass die Delegation der Sowjetunion
die Aschenbahn betreten hat: »… begrüßen wir die Vertreter des ersten sozialistischen Staates der Erde!«, und mit ihren roten Fahnen kamen lachend und singend unendlich viele junge Frauen und Männer in weißer Kleidung, ja, weißer Kleidung gelaufen.
Da lief sie, da unten, die Weltmacht meiner Kindheit, Garant des Friedens, so hat sie sich selber bezeichnet, und besonders wir sollten sie so nennen, wir, die Kinder im Osten Deutschlands.
Aber auch die übrige Welt führte ihre Losungen immerzu im Munde, ihre Abrüstungsinitiativen, ihre Führer, ihre Raketen, ihre Filme und ihre Sportler natürlich.
In meiner Erinnerung sehe ich sie wieder und wieder auf die Siegertreppchen steigen, junge Leute mit drei halbrunden Kreisen auf der Brust und dem großen P: CCCP!
Und ihre Fahne wird hochgezogen, die rote, mit Hammer und Sichel, und die Hymne erklingt, ihre Hymne, die ganz große Opernmusik:
»Von Russland, dem großen, auf ewig verbündet, steht machtvoll der Volksrepubliken Bastion!
Es lebe, vom Willen der Völker gegründet, die einig und mächtige Sowjetunion!«
– Ihr singt sie immer noch, stimmt’s?
– Nein.
Doch, doch. Sie singen sie noch, und sie singen sie auch nicht.
Der Text ist geändert. Und die Kremltürme auf dem Roten Platz tragen den zaristischen Doppeladler und sie tragen ihn auch nicht – denn vom höchsten und wichtigsten Turm blitzt wie immer der rote Stern.
Ob er auch immer noch leuchtet nachts? Wie früher, als ich ein Kind war, auf der Durchreise in Moskau?
Wir sind hier in Moskau. Die Wohnung gehört einer Frau, die oft auch nach Deutschland kommt, und schon hier, in der Winzigkeit des Raumes und der Heftigkeit des Gefühls ist die ganze Entfernung zu spüren, die zwischen uns liegt.“

 2164743-23ac4804bc953510e72c5230fda3b712.jpg
Irina Liebmann (Moskou, 23 juli 1943)

 

 

De Amerikaanse schrijfster Lisa Alther werd geboren op 23 juli 1944 in Kingsport, Tennessee. Zie ook alle tags voor Lisa Alther op dit blog.

Uit: Original Sins

„Corliss Rainey was removed from a debtors' prison in England and put on a ship. He was working as an indentured servant to a farmer in tidewater Virginia when he met Buck Tatreaux, the son of a Cherokee woman and a French trader. Tatreaux did odd jobs for Rainey's master. One day the farmer sent them both to Williamsburg for supplies. They headed toward Richmond instead. On the way they further darkened Tatreaux's skin with berry juice and charcoal, cut off his braids, and scorched his remaining hair into kinks. They rubbed lard over his muscled body until he gleamed with apparent good health. Rainey put on a stolen set of his master's clothes. In Richmond they found the slave market, and Rainey put Tatreaux up for sale. Rainey soon drove away with more money than he had ever before seen. He supplied the wagon and headed down a dusty road through well-tended farmland toward the hazy mountains. At the foot of the mountains he hid.
Tatreaux meanwhile had run away from his new master. He scrubbed with sand in a stream until his skin was its usual copper color. With a sharp stone he hacked off his kinked hair. Then he ran for the mountains.
Rainey gave him his clothes, and a hat with the braids attached, and the two set off up the mountain. At times the slopes were so steep that they had to hitch ropes to trees and haul on them, to help the mules drag the wagon up the narrow rutted path to the pass. Upon reaching the pass, they saw below them the valley, heavily forested but dotted here and there with cleared land and cabins and sheds. And on the far side, the rugged walls of the neighboring plateau.”

 

 2164743-db7faa551bdcd010594660c850739581.jpg
Lisa Alther (Kingsport, 23 juli 1944)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 23e juli ook mijn blog van 23 juli 2017 deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:06 Reageer op dit bericht

Stephan Thome

De Duitse schrijver en filosoof Stephan Thome werd geboren op 23 juli 1972 in Biedenkopf, Hessen, als Stephan Schmidt. Thome deed eindexamen gymnasium aan de Lahntalschule in Biedenkopf. Na zijn vervangende dienstplicht in een sociale psychiatrische instelling in Marburg studeerde Thome filosofie, godsdienstwetenschappen en sinologie aan de Vrije Universiteit van Berlijn. Studies voerden hem naar China, Taiwan en Japan. In 2004 studeerde hij af aan de Universiteit van Berlijn met een proefschrift over “Interkulturelle Hermeneutik und die Herausforderung des Fremden” dat een jaar later onder de titel “Die Herausforderung des Fremden: Interkulturelle Hermeneutik und konfuzianisches Denken” werd gepubliceerd onder zijn burgerlijke naam Stephan Schmidt. Hij kreeg hiervoor van de Wissenschaftliche Buchgesellschaft een ​​beurs. Van 2005 tot medio 2011 woonde Thome in Taipei, waar hij werkte aan het Instituut voor Chinese literatuur en filosofie van de Academia Sinica. Hij deed onderzoek naar de Confuciaanse filosofie van de 20ste eeuw en vertaalde het werk “Confucianisme Continuïteit en ontwikkeling” van Chun-Chieh Huang: naar het Duits. In 2009 maakt Thome “Grenzgang” zijn felbegeerde debuut als romanschrijver. De titel van het boek stamt van het gelijknamige festival in Biedenkopf. De Duitse vakpers prees het boek unaniem. De filmrechten van de roman verwierf de WDR, namens wie de roman in het najaar van 2012 werd verfilmd. De film werd in 2014 bekroond met de Grimme-prijs. Zijn tweede fictiewerk, een reisroman onder de titel “Fliehkräfte” verscheen in september 2012. In september 2012 haalde "Fliehkräfte” de shortlist van de Deutsche Buchpreis. In januari 2015 werd zijn roman “Gegenspiel” gepubliceerd.

Uit: Fliehkräfte

 “Am späten Nachmittag verwandelt sich die Welt. Flaumig leichte Flocken wirbeln durch die Luft, als wären sie von der Schwerkraft ausgenommen. Lautlos füllen sie den Raum und legen eine weiß-graue Schraffur über den Campus. Seit November hängen dichte Wolken über der Stadt, und wenn die Studenten nach den Seminaren ins Freie traten, legten sie die Köpfe in den Nacken und blickten erwartungsvoll nach oben. Jetzt streicht Schnee über die Fenster der Wilson Library, ohne daran haften zu bleiben. Fahrradfahrer, die von der Brücke kommen, ziehen pulverige Schleier hinter sich her. Vor ihm auf der winzigen Arbeitsfläche liegt Empiricism and the Philosophy of Mind, seit einer halben Stunde auf derselben Seite aufgeschlagen. Gebannt schaut Hartmut nach draußen und versucht, den Weg einer einzelnen Flocke zu verfolgen. Am liebsten würde er das Gesicht gegen die Scheibe drücken und den milchigen Niederschlag seines Atems daraufmalen. Er hat sowieso keine Ahnung, was das sein soll: der Mythos des Gegebenen. Endlich, denkt er. Wochenlang hat die Luft nach Winter gerochen, auch wenn es in Wirklichkeit kein Geruch ist, sondern eine Sehnsucht, die man erst erkennt, wenn sie sich erfüllt. Alle haben ihn gewarnt vor Stromausfällen bei dreißig Grad minus, vor eingeschneiten Häusern und eisglatten Wegen. Jetzt wird die Welt nur still, und er ist glücklich. Das Wort in seinem Kopf überrascht ihn, aber es stimmt. Um ihn herum schauen Kommilitonen von ihren Büchern auf und beginnen, miteinander zu flüstern. Als er um halb sieben die Bibliothek verlässt, ist es draußen stockdunkel. Leer wie nie um diese Zeit streckt sich die Washington Avenue Bridge über den Fluss. Wenn Hartmut nach oben schaut, wird ihm schwindlig. Unter ihm fließt der Mississippi schwarz und beinahe geräuschlos dahin. Ein fremdes Gewässer, das er zwei Mal täglich überquert, manchmal öfter. Auf der östlichen Campusseite steht Ford Hall stoisch an seinem Platz. Benannt nach dem früheren Uni-Präsidenten und ausgestattet mit einem Vorbau aus viereckigen Säulen, trotzt das Bauwerk den dicht fallenden Flocken. Jeden Morgen steigt er hinauf in den dritten Stock, mit demselben flauen Gefühl im Magen wie vor einer Prüfung. Jetzt geht er am Gebäude vorbei durch den bereits knöcheltiefen Schnee auf der Mall. Immer die University Avenue entlang, hat Professor Hurwitz gesagt. Weil der Text partout nicht in seinen Kopf wollte, hat Hartmut ihn schließlich beiseitegelegt und stattdessen die zwei eng beschriebenen Kladden mit Notizen studiert, die er immer in der Tasche trägt. Konzentrieren konnte er sich auch darauf nicht. Kann man einen Ort vermissen, an den man nicht zurückwill? Die Rodelpartien fallen ihm ein, die Straße neben dem Haus hinab. Weil das Geld knapp war, hat sein Vater den Schlitten selbst gebaut. Hat die Kufen im Betrieb zugeschnitten und sie nach Feierabend unter das Holzgestell geschraubt, mit derselben bedächtigen Sorgfalt, mit der er jede Arbeit erledigt. Als Dinkytown hinter ihm liegt, stapft er durch unbekanntes Gebiet.”

 

 2184362-b35e0a1df27d2d9faddd9d23feac00ce.jpg
Stephan Thome (Biedenkopf, 23 juli 1972)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Zoals de zee zichzelf weerlegt (Herman de Coninck)

 

Dolce far niente

 

 2164522-8b7e7b466f1a864237eaadb3815bf8ce.jpg
Sea Watchers door Edward Hopper, 1952

 

 

Zoals de zee zichzelf weerlegt

Zoals de zee zichzelf weerlegt
Zoals de zee zichzelf weerlegt, nee, juist legt,
golf over golf, cliché over cliché,
als kaarten bij een patience-spel,
en zich weer opraapt en zich opnieuw legt;

zoals horizon slechts horizon -
taal duldt, zo ver als je kunt kijken,
en zee tien keer per minuut verticaal wil,
zo luid als je kunt horen;

zoals water zwemt om zichzelf te kloppen
in de sprint, een arm zegevierend omhoog-
steekt, waarna een andere arm en nog een arm;
zoals alle water ter wereld zich haast
om aan te komen binnen de tijdslimiet
van de eeuwigheid: zo nu.

 

 

 2164522-743b99f7c079bb4ff9668c45288cd779.jpg
Herman de Coninck (21 februari 1944 – 22 mei 1997)
Mechelen, de geboorteplaats van Herman de Coninck

 

 

Zie voor de schrijvers van de 22 juli ook mijn vorige blog van vandaag.



Geschreven door Romenu om 11:41 Reageer op dit bericht

Mij, schaap (Mark Boog)

 

Bij de 16e zondag door het jaar

 

 2164518-1270d9a3505c243c88f26792687ebab5.jpg
Jezus prekend op een boot door James Tissot, 1886 – 1894

 

 

Mij, schaap


Mij, schaap, overkomt niets dan wat de herder wil,
wat het gras wil, de lucht,
wat de dam en de groene overkant.

En ik tors mijn wol mee of het verlies van wol,
en ik kijk vol overgave uit mijn
vochtige ogen. Ik ben gelukkig met wat ik heb.

De tijd verstrijkt als gras, door mij,
en elk verzet is hol. De bomen ruisen zinneloos.

 

 

 2164518-79d0709011297ae9f1e892214b1fea35.jpg
Mark Boog (Utrecht, 24 september 1970)
Utrecht, de geboorteplaats van Mark Boog

 

 

Zie voor de schrijvers van de 22 juli ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 11:40 Reageer op dit bericht

Arno Geiger, Susan Hinton, Manu Joseph, Stephen Vincent Benét, Tom Robbins

De Oostenrijkse schrijver Arno Geiger werd geboren op 22 juli 1968 in Bregenz, Vorarlberg. Zie ook alle tags voor Arno Geiger op dit blog.

Uit: Zelfportret met nijlpaard (Vertaald door W. Hansen)

“Kus op de mond? Dat zou me gewoon geleken hebben, omdat het vertrouwd was. Of kus links en rechts? En wie beslist dat? Wat als ik probeer haar op haar mond te zoenen en zij me haar wang toekeert? Moeten we elkaar een hand geven? We gaan elkaar toch zeker geen hand geven!
Dan maar beter helemaal niets. – Dus zeiden we: Hallo, hoe is het? En met jou? Wat moet ik zeggen? Je gelooft me toch niet.
Ik injecteerde het kalmeringsmiddel in de borst van de oehoe en daarna een verhoogde dosis narcoticum in de vleugelader, waarvoor ik de rechtervleugel uitspreidde, de ader was makkelijk aan de binnenkant te vinden. Judith bleef bij het dier totdat het dood was. Voordat ze wegging kwam ze nog één keer uit het andere vertrek om me te bedanken.
Ik vond het jammer dat ik de oehoe niet had kunnen helpen. Ik had graag alles goed willen laten aflopen. Eén ogenblik overwoog ik nog of ik me moest excuseren, ik voelde de overweldigende behoefte sorry te zeggen. Maar per slot van rekening was het niet mijn schuld.
Judith zei: ‘Ik hoop dat je hier gevonden hebt wat je zocht.’
Ik haalde onzeker mijn schouders op en knikte halfslachtig:
‘Zo’n beetje wel...’
Ze zei: ‘Het was goed dat we uit elkaar zijn gegaan.’
‘Zo zie ik het ook,’ antwoordde ik.
‘Ja, het was goed.’
‘Als ik erop terugkijk, ja.’
‘Ik hoorde dat je in Frankrijk hebt gezeten.’
‘In Parijs, twee jaar.’
‘Ik...’
Judith wilde iets zeggen, iets persoonlijks, dacht ik. Misschien onderbrak ze zichzelf doordat een verpleegster me aan mijn mouw trok en naar de röntgentafel wees, waarop een grote hond lag.
‘Nou, dan...’ zei Judith, ‘nogmaals bedankt.’

 

2164517-1c28ad3890ec6298b040ca7781e4c01d.jpg
Arno Geiger (Bregenz, 22 juli 1968)

 

 

De Amerikaanse schrijfster Susan Eloise Hinton werd geboren op 22 juli 1948 in Tulsa, Oklahoma. Zie ook alle tags voor Susan Hinton op dit blog.

Uit: The Outsiders

“I about decided I didn’t like it so much, though, when I spotted that red Corvair trailing me. I was almost two blocks from home then, so I started walking a little faster. I had never been jumped, but I had seen Johnny after four Socs got hold of him, and it wasn’t pretty. Johnny was scared of his own shadow after that. Johnny was sixteen then.
I knew it wasn’t any use though—the fast walking, I mean—even before the Corvair pulled up beside me and five Socs got out. I got pretty scared—I’m kind of small for fourteen even though I have a good build, and those guys were bigger than me. I automatically hitched my thumbs in my jeans and slouched, wondering if I could get away if I made a break for it. I remembered Johnny—his face all cut up and bruised, and I remembered how he had cried when we found him, half-conscious, in the corner lot. Johnny had it awful rough at home—it took a lot to make him cry.
I was sweating something fierce, although I was cold. I could feel my palms getting clammy and the perspiration running down my back. I get like that when I’m real scared. I glanced around for a pop bottle or a stick or something—Steve Randle, Soda’s best buddy, had once held off four guys with a busted pop bottle—but there was nothing. So I stood there like a bump on a log while they surrounded me. I don’t use my head. They walked around slowly, silently, smiling.
“Hey, grease,” one said in an over-friendly voice. “We’re gonna do you a favor, greaser. We’re gonna cut all that long greasy hair off.”
He had on a madras shirt. I can still see it. Blue madras. One of them laughed, then cussed me out in a low voice. I couldn’t think of anything to say. There just isn’t a whole lot you can say while waiting to get mugged, so I kept my mouth shut.
“Need a haircut, greaser?” The medium-sized blond pulled a knife out of his back pocket and flipped the blade open.
I finally thought of something to say. “No.” I was backing up, away from that knife. Of course I backed right into one of them. They had me down in a second. They had my arms and legs pinned down and one of them was sitting on my chest with his knees on my elbows, and if you don’t think that hurts, you’re crazy. I could smell English Leather shaving lotion and stale tobacco, and I wondered foolishly if I would suffocate before they did anything. I was scared so bad I was wishing I would. I fought to get loose, and almost did for a second; then they tightened up on me and the one on my chest slugged me a couple of times. So I lay still, swearing at them between gasps. A blade was held against my throat.”

 

 2164517-3e16f305c707cd7baa407fa9aa44420c.jpeg
Susan Hinton (Tulsa, 22 juli 1948)
Scene uit de gelijknamige film uit 1983.

 

 

De Indiase schrijver en journalsit Manu Joseph werd geboren op 22 juli 1974 geboren in Kottayam en groeide op in Chennai. Zie ook alle tags voor Manu Joseph op dit blog.

Uit: Serious Men

“The crowd on the Worli Seaface was swelling: it was now a giant colourless swarm. Pale boys with defeat in their eyes walked in horizontal gangs; they giggled at the aerobics of unattainable women. And they did not give way to the hasty girls. Ayyan loved this about the city-the humid crowds, the great perpetual squeeze, the silent vengeance of the poor. In the miserly lifts and stuffed trains, he often heard the relief of afternoon farts, saw scales on strange faces and the veins in their still eyes. And the secret moustaches of women. And the terrible green freshness when they had been newly removed with a thread. He felt the shoves and pushes and the heaviness of paunches. This unnerving constriction of Bombay he loved, because the congestion of hopeless shuffling human bodies he was born into was also, in a way, the fate of the rich. On the streets, in the trains, in the paltry gardens and sudden beaches, everybody was poor. And that was fair. The desperate lovers were still arriving and they quickly stole the gaps on the parapet between other fused couples. And then they, too, sat facing the sea with their backs to the great passing crowds, arranged their bodies and did their discreet things. Among these lovers were married people, some of them even married to each other. When night fell, they went back to their one-room homes, which were as large as a Mercedes, to rejoin their children, elders, siblings, nephews and nieces, all heaped under a single roof in gigantic clusters of boiling tenements. Like the BDD chawl, the mother hell. People who knew what BDD stood for were not the kind who lived there. But Ayyan knew such things, even though he was born on a cold floor there, thirty-nine years ago……He walked down the dim corridor of the third floor, which was the top floor. It was flanked by ageing pale-yellow walls with huge cracks that ran like dark river systems. There were about forty open doors here. Unmoving shadows sat on the doorways and gaped. Old widows calmly combed their hair. Children ran happily on the ancient grey stones of the corridor. He knocked on the only door on the corridor that was shut. As he waited, he felt the turbulence of all those open doors, and the milling shadows.”

 

 2164517-cd2a79f727e184b2ab8f4ff75dc2b9f6.jpg
Manu Joseph (Kottayam 22 juli 1974)

 

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Stephen Vincent Benét werd geboren op 22 juli 1898 in Bethlehem, Pennsylvania. Zie ook alle tags voorStephen Vincent Benét op dit blog.

 

Going Back To School

The boat ploughed on. Now Alcatraz was past
And all the grey waves flamed to red again
At the dead sun's last glimmer. Far and vast
The Sausalito lights burned suddenly
In little dots and clumps, as if a pen
Had scrawled vague lines of gold across the hills;
The sky was like a cup some rare wine fills,
And stars came as he watched
-- and he was free
One splendid instant -- back in the great room,
Curled in a chair with all of them beside
And the whole world a rush of happy voices,
With laughter beating in a clamorous tide. . . .
Saw once again the heat of harvest fume
Up to the empty sky in threads like glass,
And ran, and was a part of what rejoices
In thunderous nights of rain; lay in the grass
Sun-baked and tired, looking through a maze
Of tiny stems into a new green world;
Once more knew eves of perfume, days ablaze
With clear, dry heat on the brown, rolling fields;
Shuddered with fearful ecstasy in bed
Over a book of knights and bloody shields . . .
The ship slowed, jarred and stopped. There, straight ahead,
Were dock and fellows. Stumbling, he was whirled
Out and away to meet them -- and his back
Slumped to the old half-cringe, his hands fell slack;
A big boy's arm went round him -- and a twist
Sent shattering pain along his tortured wrist,
As a voice cried, a bloated voice and fat,
"Why it's Miss Nancy! Come along, you rat!"

 

 2164517-4fc341b193db85c509f84358464e732f.jpg
Stephen Vincent Benét (22 juli 1898 – 13 maart 1943)
Bethlehem, Pennsylvania, Main Street

 

 

De Amerikaanse schrijver Tom Robbins werd geboren op 22 juli 1936 in Blowing Rock, North Carolina. Zie ook alle tags voor Tom Robbins op dit blog.

Uit: Wild Ducks Flying Backward

“Getting back on course, beneath those baseball caps that advertise brands of beer or heavy equipment, under those genuine imitation Stetsons, there’re some rough ol’ hangovers being processed and some rough ol’ ideas being entertained. One simply does not approach a miner, a wrangler, a prospector, a gambler, a Stealth pilot, a construction sweat hog, or sandblasted freebooter and interrupt his thoughts about big, fast bucks and those forces—environmental legislation, social change, loaded dice, et cetera—that could stand between him and big, fast bucks; one simply does not march up to such a man, a man who lifts his crusty lid to no one, and ask:
“Sir, might you possibly direct me to the Canyon of the Vaginas?”
***********

Should readers desire to make their own pilgrimage to the Canyon of the Vaginas—and it is, after all, one of the few holy places left in America—they’ll have to find it by themselves. Were one to inquire of its whereabouts at a bar or gas station (in west-central Nevada they’re often one and the same, complete with slot machines), the best that one could hope for is that a dude would wink and aim one at the pink gates of Bobbie’s Cottontail Ranch, or whatever the nearest brothel might be called.
In the improbable event that he fails to misinterpret one’s inquiry, and/or to take sore offense at it, a dude still isn’t likely to further one’s cause. For that matter, save for the odd archeologist, neither is anybody else. The population of Nevada arises every morning, straightens its hat, swallows a few aspirin, and trucks off to try to strike it rich without so much as a nervous suspicion that the Canyon of the Vaginas lies within its domain.
Your pilgrim learned of it from a Salt Lake City artist who has hiked and camped extensively in the high deserts of the Great Basin.
The man drew me a fairly specific map, but I, in good conscience, cannot pass along the details. My reluctance to share is rooted neither in selfishness nor elitism, but in the conviction that certain aspects of the canyon are quite fragile and in need of protection.

Not that genuflecting hordes are likely to descend upon it: the canyon is remote; troubled, according to season, by killer sun, ripping wind, and blinding blizzard; and is reached by a road that nobody making monthly car payments should even think of driving. Still, there are plenty of new-agers with the leisure and energy to track down yet another “power center,” and plenty of curiosity seekers with an appetite for the exotic souvenir. Surely I’ll be forgiven if I’m ever so slightly discreet. »

 

 2164517-0f4613aaf06306eb10dc934abf3d6de4.jpg
Tom Robbins (Blowing Rock, 22 juli 1936)
Cover

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 22e juli ook mijn vorige blog van vandaag.



Geschreven door Romenu om 11:39 Reageer op dit bericht

Oskar Maria Graf, Maria Janitschek, Emma Lazarus, Per Hojholt, Jakob Lorber

De Duitse schrijver Oskar Maria Graf werd geboren op 22 juli 1894 in Berg am Starnberger See. Zie ook alle tags voor Oskar Maria Graf op dit blog.

Uit: Das Leben meiner Mutter

„Hin und wieder kommt der Pfarrer, oder ein Bettelmönch tritt in die verrußte, geräumige Kuchl. Sie werden ehrfürchtig empfangen und in die nebenanliegende, helle, selten benützte gute Stube geführt. Gleich und gleich blieben Zeit und Leben für Aufhausen. Deshalb sind auch die Überlieferungen der Heimraths ziemlich spärlich. Für sie muß es nie etwas anderes gegeben haben als Geborenwerden, Aufwachsen, unermüdliche Arbeit, demütige Gottesgläubigkeit und Sterben. Während des Dreißigjährigen Krieges, in den Jahren 1632 und 34, verwüsteten die Schweden zweimal die Dörfer und Höfe der katholischen Pfarrei Aufkirchen. Die Wiesen waren erstmalig gemäht, die noch grünen Getreideäcker standen prall da und versprachen eine reiche Ernte. Die Bauern verließen Haus und Feld und flohen in die dichten Wälder. Der Pfarrer Georg Colonus irrte von einem Haufen Flüchtender ab und wurde von feindlichen Reitern ergriffen. Sie hieben erbarmungslos auf ihn ein, banden seinen blutig zerschundenen Körper an einen Strick, befestigten diesen am Sattelknopf und schleiften den unglücklichen Geistlichen so lange mit, bis er sich nicht mehr rührte. Kurz vor Aufhausen ließen sie ihn liegen. Er erwachte nach einiger Zeit, kroch mühsam weiter und fand schließlich die Seinigen im Wald. Wie durch ein Wunder blieb er am Leben und wurde wieder gesund. Nach dem ersten Abzug der Schweden zeichnete er gewissenhaft die Namen der 23 Bauern auf, die von den feindlichen Soldaten ermordet worden waren. Darunter befand sich auch der Lechner von Aufhausen. Die Heimraths waren davongekommen. Zwei Jahre darauf, anno 34, ergriff Colonus beim Wiedereindringen der schwedischen Scharen in den Aufkirchner Gau die Flucht und blieb neun Wochen fort. Nach seiner Rückkehr legte er abermals eine genaue Liste der getöteten Pfarrangehörigen an. In diesen Aufzeichnungen sind auch alle Verwüstungen durch den Feind der Reihe nach angegeben. Das nahe Schloß in Bachhausen, das dem kaiserlich-bayrischen Generalkriegskommissar Graf von Rüpp gehörte, die meisten Dörfer und Einzelhöfe wurden schonungslos niedergebrannt. Die Heimraths mußten auch diese schreckliche Zeit ohne sonderlichen Schaden überlebt haben. Merkwürdig, ihr Hof —alleinstehend, ansehnlich, kaum eine Viertelstunde vom Pfarrdorf entfernt, an der Fahrstraße liegend — konnte den rachsüchtigen, beutegierigen Feinden doch nicht entgangen sein!“

 

 2164514-00ae4db93f097465ef876d1ab7dddd6a.jpg
Oskar Maria Graf (22 juli 1894 – 28 juni 1967)
Standbeeld in Aufkirchen

 

 

De Duitse dichteres en schrijfster Maria Janitschek (geb. Tölk) werd geboren op 22 juli 1859 in Mödling bij Wenen. Zie ook alle tags voor Maria Janitschek op dit blog.

 

Geburtstagsgruß

Heut war dein Todestag. Ich konnt nicht beten,
ich konnt nicht weinen; müde schwieg mein Herz.
Zur Nachtzeit war ich in den Wald getreten;
starr lag er da, wie eine Welt von Erz.
Schläfst du denn, Leben? Will sich gar nichts regen?
Mich dünkt, ich selber wär vor Leid versteint.
Es meidet mich der Thränen linder Segen,
und dieser Nacht bleibt selbst ihr Thau verneint.
So still, so ernst, so bleiern! Mitternacht!
Wohin hat sich das Leben denn verkrochen?
Als ob der Tod mit seiner schwarzen Pracht
erdrückt des Erdenherzschlags lautes Pochen.
Da ... nein, das .. ist ... o Gott, das ist ja Traum,
das muß ja Traum sein, denn die Wirklichkeit
erdichtet solche Wunderthaten kaum ...
Ein Vogel singt, um Mitternacht! .. ganz leise,
als flüstern liebe Lippen, singt er; schauernd
beugt sich mein Knie der wunderbaren Weise.
Das ist kein Vogel, was da oben singt,
das ist die fleischgewordene Erbarmung
der ewigen Liebe, die den Tod bezwingt
und Starres weckt zu seliger Erwarmung.
Und plötzlich dünkt der Wald mich ganz erhellt,
in weißen Kränzen seh ich Wesen gleiten,
die lichten Söhne einer andern Welt,
die nach der Schwester ihre Arme breiten.
Heut ist dein Todestag! Nun kann ich beten,
nun kann ich weinen ... Freudenthränen weinen ...

 

 2164514-7f555ae3d1e1d9898eba371f8da31c65.jpg
Maria Janitschek (22 juli 1859 – 28 april 1927)

 

 

De Amerikaanse dichteres Emma Lazarus werd geboren op 22 juli 1849 in New York. Zie ook alle tags voor Emma Lazarus op dit blog.

 

Echoes

Late-born and woman-souled I dare not hope,
The freshness of the elder lays, the might
Of manly, modern passion shall alight
Upon my Muse's lips, nor may I cope
(Who veiled and screened by womanhood must grope)
With the world's strong-armed warriors and recite
The dangers, wounds, and triumphs of the fight;
Twanging the full-stringed lyre through all its scope.
But if thou ever in some lake-floored cave
O'erbrowed by rocks, a wild voice wooed and heard,
Answering at once from heaven and earth and wave,
Lending elf-music to thy harshest word,
Misprize thou not these echoes that belong
To one in love with solitude and song.

 

 2164514-40bf8b6f234ef8b702c46c26be241ba1.jpg
Emma Lazarus (22 juli 1849 – 19 november 1887)
Cover

 

 

De Deense dichter en schrijver Per Højholt werd geboren op 22 juli 1928 in Esbjerg. Zie ook alle tags voor Per Højholt op dit blog.

 

So und so viele Lerchen

383 lerchen sind gekommen 384
die kronen der birken sieden (385) wie ballons
sozusagen
ballons die man aufbläst gasvorkommen am stiel
sich neigend wie birken ja genau wie
siedende birken
388 lerchen sind gekommen und singen über maulwurfshügeln 389
die schlafwege des winters werden entblößt sie liegen entblößt
und voll wasser die sonne trifft sie
ein morris fährt den hügel hinauf und hinunter und brummt
den hohlweg hoch und nähert sich platschend
die kiefern entlang
der morris der post erscheint unter 390 lerchen

 

 

Die deutliche Amsel

Eine Amsel kommt geflogen
aus dem Nebelinnern

hier sitzt sie nun
und singt auf einer nassen Latschenkiefer

gleich fliegt sie zurück
zur Natur

 

 

Vertaald door Peter Urban-Halle en Henning Vangsgaard

 

 2164514-b36f4e758da91e33de6eb312ea5d5b17.jpg
Per Højholt (22 juli 1928 – 16 oktober 2004)

 

 

De Oostenrijkse mysticus, musicus en schrijver Jakob Lorber werd geboren in Kani¸a bijŠentilj, dat tegenwoordig deel uitmaakt van Slovenië, op 22 juli 1800. Zie ook alle tags voor Jakob Lorber op dit blog.

Uit: Kindheit und Jugend Jesu

„Joseph aber war mit einem Hausbau beschäftigt in der Gegend zwischen Nazareth und Jerusalem. Dieses Haus ließ ein vornehmer Bürger aus Jerusalem dort der Herberge wegen erbauen, da sonst die Nazaräer bis Jerusalem kein Obdach hatten. Maria aber, die im Tempel auferzogen ward, ist reif geworden, und es war nach dem Mosaischen Gesetze not, sie aus dem Tempel zu geben. Es wurden darum Boten in ganz Judäa ausgesandt, solches zu verkünden, auf daß die Väter kämen, um, so jemand als würdig befunden würde, das Mägdlein zu nehmen in sein Haus.
Als solche Nachricht auch zu Josephs Ohren kam, da legte er alsbald seine Axt weg und eilte nach Jerusalem und daselbst an den bestimmten Versammlungs- und Beratungsplatz in dem Tempel.
Als sich aber nach Ablauf von drei Tagen die sich darum gemeldet Habenden wieder am vorbestimmten Orte versammelt hatten und ein jeder Bewerber um Maria einen frischen Lilienstab so bestimmtermaßen dem Priester dargereicht hatte, da ging der Priester alsbald mit den Stäben in das Innere des Tempels und betete dort. Nachdem er aber sein Gebet beendet hatte, trat er wieder mit den Stäben heraus und gab einem jeglichen seinen Stab wieder. Alle Stäbe aber wurden sobald fleckig; nur der zuletzt dem Joseph überreichte blieb frisch und makellos.
Es hielten sich aber darob einige auf und erklärten diese Probe für parteiisch und somit für ungültig und verlangten eine andere Probe, mit der sich durchaus kein Unfug verbinden ließe.“

 2164514-3ffc134480d0764fb7fba9a402981559.jpg
Jakob Lorber (22 juli 1800 – 24 augustus 1864)

Geschreven door Romenu om 11:37 Reageer op dit bericht

Roland Jooris

De Vlaamse dichter Roland Jooris werd geboren in Wetteren op 22 juli 1936. Jooris debuteerde in 1956 in post-experimentele stijl met de bundel “Gitaar”. Ook “Bluebird” uit 1957 lag in dezelfde lijn. Daarna volgde er een tienjarige rustperiode. Hij verdiepte zich in die periode in de hedendaagse beeldende kunst, zoals pop art, colourfield painting en vooral het werk van Roger Raveel, Raoul De Keyser, Lucassen, Elias en tijdgenoten. Over zijn vrienden-schilders zou hij later de essays Raoul De Keyser (1972) en Raveel en Beervelde (1978) publiceren. In 1967 exposeerde hij te Gent een doos met teksten die hij samen met Raoul De Keyser en Anton De Clerck had vervaardigd: “Een verpakte gedachte”. Twee jaar later werd hij door toedoen van Daniël Van Ryssel redacteur van Yang. Zijn volgende bundel, “Een komsumptief landschap” (1969) verscheen als vierde nummer in de pas opgerichte Yang Poëziereeks. Jooris ging van dan af met poëzie en beschouwingen over plastische kunst meewerken aan de tijdschriften Kreatief en Revolver. De bundels “Laarne” (1971) en “Het museum van de zomer” (1974) verschenen eveneens in de Yang Poëziereeks. Ondertussen had hij in 1972 het bundeltje “More is less” uitgegeven, waarin naast poëzie ook zeefdrukken van Raoul De Keyser waren opgenomen. In 1977 verscheen “Bladstil” (in 1981 bekroond met de Interprovinciale Prijs) en in 1978 de verzamelbundel Gedichten 1958-1978. In 1976 werd aan Roland Jooris de tweejaarlijks poëzieprijs van De Vlaamse Gids toegekend. Zijn verzamelbundel werd in 1979 bekroond met de Nederlandse Jan Campert-prijs. Jooris was tot april 2005 conservator van het Roger Raveelmuseum in Machelen.

 

De werkelijkheid van poëzie

Is het een uitgelopen
vlek, een godvergeten blad,
van inkt de opvlucht
in een pennentrek, een

vlezig prevelen
dat geen betekenis
ontbloot

zijn woorden
plots weer struikelblokken
in de stem, strompelt
de taal waar zij
van vliegen
droomt

 

 

Najaar

Voel hoe het paard
zich schurkt aan de paal
naast het zwart dat ik
uitwis en volkras

ook het veld is doordrenkt
van een zwart dat zilt
van de grond en van
inkt is

van ranzig paars
een smaak in het bezinksel
van de lucht
bewaard

 

 

Impromptu

Het knoestig gerucht
van takken binnen de hoge
spiegel, in de korte
zon

de schaarse, grintloze
stappen

de parketvloer
het kille
stof

het potlood

de dag die hij vol
potloodstrepen
trekt

 

 2226909-c0bbfc7c873351fe9722d7c62576f3ca.jpg
Roland Jooris (Wetteren, 22 juli 1936)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten