Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 31 juli 2018 tot 1 augustus 2018

Dolce far niente, Anneke Brassinga, Gerrit Krol

 

Dolce far niente

 

 2166804-7318e921022afc9b30402357ceffa2c2.jpg
Amsterdamse gracht door Leo David, z.j.

 

 

Jordaan

Zuilengang palmengracht, een hemelrif wolkenkust
zich strekkende naar verre nadering van schemerzee
wier paarlemoer ik tintte met mijn vuren gloed nu

uitspansel ik en openbaring was, klaarte waar
in waterspiegelblinken trillend zomerlover
werd geweven, hoog daarover zwaluwlijnen ijlden

door warme bries van aarde’s ademhaling – nu licht
verzonken raken ging in duisterheden en ik
begreep: dit wachten alleen is je komst geweest.

 

 2166804-111db44e98054d5d0907e52e2c1c27e8.jpg
Anneke Brassinga (Schaarsbergen, 20 augustus 1948)
De dorpskerk van Schaarsbergen 

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Gerrit Krol werd geboren op 1 augustus 1943 in Groningen. Zie ook mijn blog van 1 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Gerrit Krol op dit blog.

Uit: Aan de waterkant

“Ze zat weer rechtop op haar stoel met het glas tegen de tanden, voor het drinken nog even glimlachend naar hem, terwijl dat laatste woord bleef klinken: hebben ze dat expres gedaan?
Van over het water, van de stad waarschijnlijk, hoorden ze flarden muziek, muziek van blazers en optochten omdat het feest was. De wolken, in formatie, dreven snel en gemakkelijk door de lucht en daarachter, hoog in de hemel, was de stratokruiser van half vier op weg naar Japan. Ronald zat er met de rug naar toe. Ronald zat overal met de rug naar toe en toch zag hij alles. Dacht hij. Zag hij bijvoorbeeld hoe zij, onder de tafel, in haar jurk de jarretel vastmaakte die zo juist losgesprongen was?
‘Waarom lach je?’ vroeg hij. En zij: ‘nergens om.’ Het was al gebeurd en hij riep met een vingerknippen boven zijn hoofd de kellner die daar al die tijd, ze waren de enigen, in de deuropening had staan wachten. En het meisje - Ronnie heette ze, ze hadden bijna dezelfde naam - wilde, belangstellend met de ellebogen op het ruitjeskleed, de toegeschoten dienaar juist een vraag stellen, toen vlak voor haar voeten uit het water omhoog klom de man die zij daarnet nog voor een kurk had aangezien.
‘O, kijk nou eens!’ riep ze, maar Ronald en de kellner zagen het evengoed als zij: hoe daar die zwemmer op het droge klom en wat een body hij had, en hoe hij lachte. Druipend stond hij op de planken, diep buigend - maar dat was om zijn haren achterover te slingeren - en hijgend, en voetenvegend ...
‘We dachten dat u van kurk was,’ zei Ronnie, ‘we dachten ...’, maar ze had beter kunnen zwijgen want de zwemmer bleef haar met een veel te vrolijke kop aankijken, wachtend op wat ze verder nog te vertellen had en ofschoon er niets meer kwam zag hij in dat praten van haar wel een aanleiding om meteen kennis te maken, om haar eens flink aan de wilde haren te trekken. Haar hoofd ging naar achteren, ze keek nog naar Ronald, maar Ronald draaide aandachtig aan zijn ring. ‘Au!’ riep ze, met het hoofd in de nek, ‘laat u me los, ik ...’
De kellner had het tafeltje afgeruimd. ‘Kom Juul’, zei hij en Juul, blazend, schaterend - een bruinverbrande zomergast, een dorpsidioot, wat was het - liet los, beukte met de vuisten zijn borstkas, zijn biceps en wandelde weg in de richting van de kleedhokken.
Ronald stond op en Ronnie ook. Ze schoven de witte stoelen onder de tafel met de poten in elkaar, en terwijl het meisje nog snel in een zakspiegeltje haar uiterlijk controleerde, haar haren opduwde met de hand, was hij al aan het einde van de steiger en ze moest er op een holletje achteraan, de handen op de knieën om het opwaaien van haar rok te beletten.
Hij wachtte. Hij had een sigaret genomen uit het pakje, zich een vlammetje voorgehouden in het holle van beide handen en toen ze weer bij hem was gekomen, greep hij haar hand en ze vervolgden hun wandeling langs de waterkant, een kleine verliefde patrouille, verslagen.”

 

 2166804-1facef3c778e2004e0d69ca5cc55788c.jpg
Gerrit Krol (1 augustus 1934 – 24 november 2013)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 1e augustus ook mijn blog van 1 augustus 2017 en ook mijn blog van 1 augustus 2011 deel 3.

Zie voor onderstaande schrijver ook mijn blog van 1 augustus 2017.

De Amerikaanse dichter en advocaat Francis Scott Key werd geboren op de plantage Terra Rubra bij Frederick (Maryland) op 1 augustus 1779.

Geschreven door Romenu om 19:18 Reageer op dit bericht

Jill McDonough

 

Onafhankelijk van geboortedata

 De Amerikaanse dichteres Jill McDonough werd geboren in Hartford, Connecticut in 1972 en groeide op in North Carolina. Ze behaalde haar Bachelor of Arts in het Engels aan Stamford University en een MA in creatief schrijven aan Boston University. Ze is getrouwd met barman en muzikant Josey Packard. Ze heeft over haar huwelijk geschreven in een essay getiteld "A Natural History of my Marriage". Jill McDonough publiceerde o.a. de bundels “Habeas Corpus” (2008), “Where You Live” (2012), “Reaper” (2017), “Here All Night” en meerdere chapbooks, waaronder “Oh, James!” (2012). Zij ontving beurzen van de National Endowment for the Arts, het Fine Arts Work Centre, de New York Public Library, de Library of Congress, de Lannan Foundation en Stanford's Wallace Stegner-programma. Ook gaf zij 13 jaar lang les aan gedetineerde studenten via het gevangenisonderwijs van de Boston University. Haar werk is verschenen in Poetry, Slate, the Nation, Threepenny Review en Best American Poetry. Ze leidt het MFA-programma op UMass-Boston en 24PearlStreet, het Fine Arts Work Centre online.

 

Three a.m.

Our cabdriver tells us how Somalia is better
than here because in Islam we execute murderers.
So, fewer murders. But isn't there civil war
there now? Aren't there a lot of murders?
Yes, but in general it's better. Not
now, but most of the time. He tells us about how
smart the system is, how it's hard to bear
false witness. We nod. We're learning a lot.
I say—once we are close to the house—I say, What
about us? Two women, married to each other.
Don't be offended, he says, gravely. But a man
with a man, a woman with a woman: it would be
a public execution. We nod. A little silence along
the Southeast Corridor. Then I say, Yeah,
I love my country. This makes him laugh; we all laugh.
We aren't offended, says Josey. We love you. Sometimes
I feel like we're proselytizing, spreading the Word of Gay.
The cab is shaking with laughter, the poor man
relieved we're not mad he sort of wants us dead.
The two of us soothing him, wanting him comfortable,
wanting him to laugh. We love our country,
we tell him. And Josey tips him. She tips him well.

 

 

Twelve-Hour Shifts

A drone pilot works a twelve-hour shift, then goes home
to real life.  Showers, eats supper, plays video games.
Twelve hours later he comes back, high-fives, takes over the
      drone

from other pilots, who watch Homeland, do dishes, hope they
      don’t
dream in all screens, bad kills, all slo-mo freeze-frame.
A drone pilot works a twelve-hour shift, then goes home.

A small room, a pilot’s chair, the mic and headphones
crowd his mind, take him somewhere else.  Another day
another dollar: hover and shift, twelve hours over strangers’
     homes.

Stop by the store, its Muzak, pick up the Cheerios,
get to the gym if you’re lucky.  Get back to your babies, play
Barbies, play blocks. Twelve hours later, come back.  Take over
     the drone.

Smell of burned coffee in the lounge, the shifting kill zone.
Last-minute abort mission, and the major who forgets your
     name.
A drone pilot works a twelve-hour shift, then goes home.

It’s done in our names, but we don’t have to know.  Our own
lives, shifts, hours, bounced off screens all day.
A drone pilot works a twelve-hour shift, then goes home;
fresh from twelve hours off, another comes in, takes over our
      drone.

 

 2167191-108ac97dba8c355febd49b24c62306df.jpg
Jill McDonough (Hartford, Connecticut, 1972)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Dolce far niente, Anna Enquist, Cees Nooteboom

 

Dolce far niente

 

 2166556-20846a1952f86bd2c23bd44b7a1ea18f.jpg
De Oudezijds Voorburgwal en de Oude Kerk te Amsterdam
door Jan van der Heyden en Adriaen van de Velde, ca. 1670 

 

 

Oude Kerk

Het is een kerk maar dat geeft niet, zij is
oud, zij is een olifant opgesloten in een haag
van gevels, haar beieren heeft geen betekenis.
Zij kan geen kwaad, heeft geen macht, zij heet
naar de waterheilige die niet bestaat en de angst
van de bouwers is al eeuwen vervlogen.
O, de hevigheid daarbinnen: zieken, hoeren
en weeskinderen met hun wanhoop in stoffig
licht. De arme organist speelt een lied, snikt
om zijn ontijdig einde, een vergooid jong leven.
Het geeft niet. We bewonderen haar huid, haar
ingewanden, haar geheugen, met beschaafde
belangstelling. Mijn vriend begroef een beeld
in de grond, teer en glanzend. We weten zeker
dat haar reuzenpoot het niet pletten zal. Zeker.

 

 2166556-49eda4a359f79a136acd39e5df616c5f.jpg
Anna Enquist (Amsterdam, 19 juli 1945)
Amsterdam, molen De Otter aan Kostverlorenvaart

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Cees Nooteboom werd geboren in Den Haag op 31 juli 1933. Zie ook alle tags voor Cees Nooteboom op dit blog.

 

Getijde

I
Er is geen volgorde aan mijn gedachten
als ik de kathedraal af heb maak ik de symphonie
daarna leer ik en martel
ik stuur de regimenten en ontwerp de brug.

Chinees schrijf ik ook, en ik demp het moeras
dan schilder ik de appel op de duizend manieren
maar hoe vaak ik ook met je slaap
de tijd blijft onzichtbaar

hij is er en hij is er niet.

Nu eet ik.
Ik eet en ik drink
van mijzelf
en het wordt niet minder
maar meer
om te verdelgen
of te vergaan

 

II
Andere verschrikkingen onder de orgelbogen.
Het gebeente, verblind door zijn eigen onzienlijke glans
wrokt en klaagt over meer en beter
en in de ruimte die de tijd is
ga ik van hier naar daar
over de paden van de klok
maar alleen ik verander.

Als het eens anders was?

De wezel in het veld die niet weet
dat hij een wezel is
maar een wezel is
tot hij geen wezel meer is.

Als het eens anders was?

 

III
In dit getij leer ik mijzelf kennen.
Steeds minder:
ik had duizend levens
en ik nam er maar één!

Langzaam zweef ik op de spiegels af
waarin ik ga smelten
Pas als ik me raak ontplof ik zachtjes -
twee die er één zijn
wordt er geen.

Dan heb ik zelfs deze woorden niet geschreven.
Hoe komt het dan dat jij ze kunt lezen?
Hoe groter het oog wordt
des te minder
te zien.

 

 2166556-238681b5964cc21026aff636e0a823fa.jpg
Cees Nooteboom (Den Haag, 31 juli 1933)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 31e juli ook mijn blog van 31 juli 2017 en ook mijn blog van 31 juli 2016 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:35 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten