Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 20 augustus 2018 tot 21 augustus 2018

Dolce far niente, Geert van Beek, Rogi Wieg, X.J. Kennedy, Robert Stone, Aubrey Beardsley, Pete Smith, Frédéric Mitterrand, Lukas Holliger

 

Dolce far niente

 

 2171398-7be037bb1365284fccfd953922c90777.jpg
Concertgebouw De Vereeniging in Nijmegen

 

 

In Nijmegen

Ingetogen lopend langs de Vereeniging
stap ik ver terug in de tijd
en groet hen die ik hier ontmoette,
dierbare oude meesters.
Dag Ludwig, zeg ik zacht,
dag Wolfgang, Joseph, dag Franz:
muziek stroomt door mijn oren.

En ik groet hen die op de planken
bij open magisch gordijn
mij meesleepten in een andere wereld
met niets dan een woord, een gebaar, een decor.
Dag Albert, zeg ik dankbaar,
dag Caro, dag Paul, dag Charlotte,
die jarenlang mijn vrienden waren.
Even sta ik stil en applaudisseer
tot verbazing van duiven, en fietsers
die op hun voorhoofd wijzen.

Terug in het heden
loop ik door de kale centrale
wond die nimmer genas
van geweld uit de lucht
op een zonnige oorlogsdag,
daal af naar de Waal
en zoek aan de kade een plaats
in Restaurant Het Heimwee.

 

 2171398-c15fef374541723f92960334f429645b.jpg
Geert van Beek (13 maart 1920 – 2 januari 2001)
De markt in Gennep, de geboorteplaats van Geert van Beek

 

 

De Nederlandse schrijver en dichter Rogi Wieg werd geboren op 21 augustus 1962 in Delft. Zie ook alle tags voor Rogi Wieg op dit blog.

 

Poëzie

Nu is het dus dat ik niet meer weet
hoe bang zijn was. Ik zal niet langer vijand
zijn van zoveel vormen goedheid. Maar vergeet
niet wat je was: ogen, haar, een hand

om mee te schrijven. En wat moet ik zeggen,
de stadsweg waarover je naar huis toe gaat,
mijn huis zelfs is zo liefdevol voor mij. Verleggen
van dit leven is gewichtig. dat je hier bestaat

alsof je altijd zal bestaan lijkt eigenaardig
- en al die mooie dingen dan -
om alles weg te gooien voor wat poëzie is te lichtvaardig.

Er is te weinig taal in mij om zaken
te omschrijven zoals dit gebrek aan angst;
dus noem ik maar wat afgebroken wordt, om nog iets goed te maken.

 

 

I want to talk about you

God, geef mij nog een laatste
gedicht. In Uw metaforen beveel
ik mijn lichaam en geest.

Laat mijn dood een bloemlezing
zijn van iemand en iets. God,
maak van mijn pijn een bloementrompet
en maak van mij een vuurzee van water.

Zo zal ik niet sterven, maar ga ik
alleen een beetje dood. In mijn
ruggenmerg strooit U confetti
en daaruit zullen vleugels groeien.

Zo zal ik gezelschap voor U zijn
en U vliegensvlug voorlezen uit
oude boeken. Mijn God, ik zal
U niet verlaten.

 

 

Als een sonnet van verveling

Vroeger wist ik al dat trage tijd
in mijn leven komen zou, dadenloos omlijnd.
Geboren in een sterrendoek zijn alle dingen toen verleid
tot maan die opkomt, maan die niet verdwijnt.

De stad legt zich in straten aan mij uit;
de nachtlamp brandt, gekletter van bestek.
Hier is men thuis in dat wat sluit
en nooit meer opengaat. Ik weet alleen oneigenlijk vertrek.

Ik deed de tijd af of ik niet bedacht
dat wat voorbij is nooit meer wijkt
en bij me blijft tot kindszijn toe.

Men kleedt zich uit, de klacht is moe
dat tijd veel trager lijkt
en einde weer tot herkomst bracht.

 

 2171398-1609e8b0522ac5735870ceaad381e24a.jpg
Rogi Wieg (21 augustus 1962 – 15 juli 2015)

 

 

De Amerikaanse dichter, schrijver, vertaler en bloemlezer X.J. Kennedy werd geboren in Dover, New Jersey op 21 augustus 1929. Zie ook alle tags voor X. J. Kennedy op dit blog.

 

God's Obsequies

So I went to the funeral of God,
A ten-Cadillac affair,
And sat in a stun. It seemed everyone
Who had helped do Him in was there:

Karl Marx had a wide smirk on his face;
Friedrich Engels, a simpering smile,
And Friedrich Nietzsche, worm-holed and leechy,
Kept tittering all the while.

There was Sigmund Freud whose couch had destroyd
The soul, there was Edward Gibbon,
And that earth-shaking cuss Copernicus
Sent a wreath with a sun-gold ribbon.

There were Bertrand Russell and a noisy bustle
Of founders of homemade churches,
And Jean-Paul Sartre bawling "Down with Montmartre!“
There were prayer cards a dime could purchase,

There were Adam and Eve and the Seven Deadly Sins
Buxom Pride in her monokini,
(Said Sloth, "Wake me up when the party begins"),
And Lust playing with his weenie.

Declared Martin Luther, ablaze with rancor,
"Why mourn ye, O hypocrites?
May the guilty be gored with Michael's sword!


It's the work of the Jesuits!"
Mused the Pope on the folding chair next to me
As he mopped his expiring brow,
"Whatever will become of the See of Rome?
Ah, who'll hire an old man now?"

 

 

At Paestum

Our bus maintains a distance-runner's pace.
Lurching on tires scraped bare as marrowbones,
It whisks us past a teeming marketplace.
We shun life. What we're after is old stones.

Pillars the Greeks erected with a crane
Went up in sections as canned fruit is stacked.
An accurate spear could pierce a soldier's brain
Before he'd even known he'd been attacked.

Bright fresco of a wild symposium
With busy whores, nude boys, a choice of wines —
("And where in Massachusetts are you from?")
Abruptly, snowdrifts clasp the Apennines.

"Wouldn't you think him practically alive?"
Says someone of a youth fresh out of school
Painted upon a tomb, who makes a dive
Into the next world's waiting swimming-pool.

Lunch is a belch-fest: rigatoni, beer.
A saw-toothed wind cuts paths through flat-topped pines.
Weathered white temple columns linger here
Like gods who went away and left their spines.

 

 2171398-ea1344412a7f4779f6e29939e2c9ac05.jpg
X.J. Kennedy (Dover, 21 augustus 1929)

 

 

De Amerikaanse schrijver Robert Stone wed geboren op 21 augustus 1937 in New York. Zie ook alle tags voor Robert Stone op dit blog.

Uit: Death of the Black-Haired Girl

“You look like a white captive,” Shelby said to Maud.
   Maud saw herself in a mirror on the bathroom door, winter pale, wrapped in a Salish blanket. She pulled the blanket tighter around her thighs and shoulders.
Her skin was very fair but rosy after her shower.
   “You think?”
   “Totally,” her roommate said.
   Maud huddled beside a bay window of her suite, shivering deliciously in the drafts of ice-edged wind that filtered through the plaster and old stone of the building. Cheerless dawn lit the pinnacles and tracery of the Gothic towers across the Common. One by one, southeast by northwest, the trunks of the elms along the walks lightened to gray. All at once, the street lamps died together.
   It was all so bleak and beautiful and she was happy to be there. She loved the morning, loved warming herself against the venerable drafts of Cross Inn, safe from the steely street outside. She wrapped the blanket more tightly, tossed her hair from side to side. Maud’s hair was silky and black as could be; it dazzled against her pale skin, high color and her bluest of eyes. She had always worn it long and would not dream of playing geek with it, uglifying herself with streaks and punky cuts. Sometimes she used an iron on it the way girls in the sixties had. Beautiful was a word Maud heard too often and too early in life. Once, in high school, she had tried to steal an art book from the Metropolitan Museum of Art gift shop because one of her teachers said there was a Whistler painting of a girl who looked like her.
   They had stopped her at the top of the steps outside. The store manager herself had followed Maud across the crowded lobby and blocked her escape on the top step and then stood by, trembling with satisfaction, while an officer made her produce the bag from under her parka. Maud had obliged the ugly old bitch by crying, and even five years later she remembered every moment of that mortification, right down to the spring weather and the faces of the dumb tourists who stood nudging each other at the museum doors. She had worried about losing her National Merit Scholarship and about her father finding out, but nothing came of it.”

 2171398-814e914aaea2b514eeac20e31f04cba7.jpg
Robert Stone (21 augustus 1937 – 10 januari 2015)

 

 

De Engelse dichter, schrijver en illustrator Aubrey Vincent Beardsley werd geboren op 21 augustus 1872 in Brighton. Zie ook alle tags voor Aubrey Bewardsley op dit blog.

 

Dante In Exile

Through sorrowís mist Godís glory shines most bright,
Then may we feel His presence doubly nigh.
Save for the dark no stars would stud the sky.
Our lamps would be untrimmed save for the night.
Thus Dante, shrouded in misfortuneís blightó
A prince in pilgrimís guiseótrod gloriously
The bitter paths which in the darkness lie,
Strove through the Forest thick, and reached the height,
Raised from the earth where hopes like leaves lay dead.

His vision pierced the clouds, and soul grew strong
Dwelling upon the mysteries, till no signs
Mystic of heavenly love were left unread.
The highest found an utterance in that song
Sung lonesomely beneath Ravennaís pines.

 

 

Catullus Carmen CI

By ways remote and distant waters sped,
Brother, to thy sad grave-side am I come,
That I may give the last gifts to the dead,
And vainly parley with thine ashes dumb:
Since she who now bestows and now denies
Hath ta'en thee, hapless brother, from mine eyes.

But lo! these gifts, the heirlooms of past years,
Are made sad things to grace thy coffin shell,
Take them, all drenchèd with a brother's tears,
And, brother, for all time, hail and farewell!

 

Vertaald door Aubrey Beardsley

 

 2171398-65bd99232483b597879650a03c5349fc.jpg
Aubrey Beardsley (21 augustus 1872 – 16 maart 1898)
In 1893

 

 

De Duitse schrijver Pete Smith werd op 21 augustus 1960 in Soest (Westfalen) geboren. Zie ook ook alle tags voor Pete Smith op dit blog.

Uit: 168 Verschollen in der Römerzeit

“Die Spinne hatte sich aus dem Nichts zu ihm abgeseilt. Wie ein Magier war sie durch die Luft spaziert, ohne Flügel oder doppelten Boden, ein schwarzer Krümel auf acht haardünnen Beinchen, die über ein unsichtbares Gewässer ruderten, bis sie wieder festen Boden berührten: eine Falte seiner Hose, in der die Spinne für Sekunden verschwand. Plötzlich tauchte sie in Höhe seines Knies wieder auf, drehte sich einige Male um die eigene Achse und erstarrte, als sei sie von einem Moment auf den anderen ins Koma gefallen. Nelson rührte sich nicht. Er betrachtete das wundersame Tier und fragte sich, ob Spinnen schliefen, und falls ja, wovon sie träumten, und ob sie mittags, wenn die Sonne schien, genauso träge wurden, wie er selbst sich gerade fühlte. Er schloss die Augen. Spürte die Hitze in seinem Gesicht. Roch den Frühling, die Blütendüfte und das Gras. Er Rihlte den Wind, der über seine Haut strich. Er nahm die Geräusche auf, das Vogelgezwitscher und das Rauschen der Bäume. Orange schien die Sonne durch seine Lider, warm und mild, und er wäre wohl rundum glücklich gewesen, wenn ... Unvermittelt stürzte die Idylle in sich zusammen. Dieser beknackte Vortrag Warum tat er sich das bloß an? Er hätte ablehnen können, und bis auf Professor Winkeleisen hätte niemand protestiert! Aber das war leichter gedacht als getan. Er harte es einfach nicht über sich gebracht, seinen Physiklehrer zu enttäuschen. Nelson öffnere die Augen. Die Spinne saß noch immer auf seinem Knie. „Du hast es gut", murmelte er. „Wenn du rum-spinnst, bekommt es wenigsrens keiner mir." Er setzte sich auf und griff nach dem Heft, das neben ihm im Gras lag. Unwillig schlug er es auf. Sairittarius A — Das Schwarze Loch im Zentrum unserer Milchstraße stand ganz oben. Darunter hatte er einige Zahlen gekritzelt:

Entfernung von der Erde: 26.000 Lichtjahren.
Ausdehnung des Schwarzen Lochs: 14 Millionen Kilometer.
Masse des Schwarzen Lochs: 4 Millionen Sonnen.
Ausdehnung der aktiven Hülle: 300 Millionen Kilometer.
Temperatur der Hülle: mehrere 100 Millionen Grad Celsius.

Eigentlich war der Notiz-zettel überflüssig, schließlich kannte er die Zahlen in- und auswendig. Aber wenn er morgen den Vortrag halten musste, war es vielleicht besser, irgendetwas in der Hand zu haben. Etwas, an dem er sich festhalten konnte.“

 

 2171398-c3afa5a23b83a919a8edda3cbf6ec5e8.jpg
Pete Smith (Soest, 21 augustus 1960)
Cover

 

 

De Franse schrijver, scenarioschrijver, documentairemaker, filmer en politicus  Frédéric Mitterrand werd geboren op 21 augustus 1947 in Parijs. Zie ook alle tags voor Frédéric Mitterand op dit blog.

Uit: La Mauvaise vie

« Quand toute la troupe est passée sous les feux de la rampe, une manière de finale rameute l'ensemble sur un air plus triomphal façon Gloria Gaynor, les garçons abandonnent leur maintien hiératique, se parlent à voix basse en évaluant la clientèle avec des facéties obscènes et racolent plus ouvertement puis le petit manège reprend, un peu moins rigide et discipliné au fur et à mesure que l'on avance dans la nuit. A l'heure la plus chaude, quand la salle est pleine à craquer, les clubs les plus réputés présentent ce qu'on appelle le sexy-show, vague pantalonnade pornographique à base de lasers et de strip-tease qui s'achève immanquablement par l'enculage d'un travesti dans une ambiance de rigolade généralisée un peu trop outrée pour être tout à fait franche. Les artistes qui pratiquent ce numéro particulier travaillent comme les danseuses nues de Pigalle ; on les croise dans la rue, drag-queens en tchador transparent, se hâtant d'un club à l'autre pour ne pas rater le show. Pour leur part, les garçons sont attachés à leur club et n'en changent pas. On imagine les tractations, les magouilles, le danger à ne pas respecter les règles et ce qu'il doit en coûter pour racheter un petit béguin afin de le sortir du circuit. L'expédient des portables et des e-mails, préalable à ce genre de transactions, n'est que provisoire ; on ne se perd jamais dans cette ville tentaculaire et il ne faut pas chercher à obtenir un visa pour une destination lointaine sans laisser ses affaires en ordre.
Les coulisses font partie du spectacle. En arrière de la scène ou sur le côté, elles se livrent facilement aux regards des spectateurs intéressés ; ces établissements ne sont pas si grands et un marketing efficace veille aux mûres réflexions et aux repentirs du public. En attendant de remonter sur scène, les garçons gardent d'ailleurs un œil sur la salle en affectant de s'adonner à des activités très absorbantes ; ils suivent un programme de variétés ou de sport à la télévision, font des mouvements de gymnastique avec des appareils compliqués, lisent les journaux ou devisent tranquillement une serviette de boxeur autour du cou."

 

 2171398-8a0d9783b8f4c8c4a679fe3befea4169.jpg
Frédéric Mitterrand (Parijs, 21 augustus 1947)

 

 

De Zwitserse schrijver, dramaturg en redacteur Lukas Holliger werd geboren op 21 augustus 1971 in Basel. Zie ook alle tags voor Lukas Holliger op dit blog.

Uit: Glas im Bauch

„Ton

Zum ersten Mal waren meine Schwestern und ich bei unserer ältesten Tante eingeladen. Eine Figur aus Ton saß bekleidet auf ihrem Sofa. Kindsgroß. Zuerst tranken wir Tee und lobten die Witwe, dass sie ein neues Hobby pflegte. Als wir ausgetrunken hatten und der Zucker bis zum Rand heraufgeklettert in den Tassen zurückgeblieben war, sahen wir uns die Figur genauer an. Ich entdeckte, dass es sich um mich handelte. Exakt die Kinderkleider, die ich in den Siebzigerjahren getragen hatte. Meine Lippen hatte meine Tante so fein mit kleinen Furchen und Lackfarbe versehen, dass es den Eindruck erweckte, der Ton sei weich, sogar feucht.
Ich beugte mich auf Augenhöhe, in Blickrichtung der Puppe. Als mich meine achtjährigen Augen trafen, wurde mir schwindlig. Ich gab vor, mich fürs Handwerk und die Herstellung so kunstvoller Tonfiguren zu interessieren, als zwei Nachbarn klingelten. Die Situation wurde unübersichtlich, alle verließen das Zimmer, um junge Katzen zu besichtigen. Ich holte den Doppelgänger auf meinen Schoß und suchte an seiner Hand die Narbe. Tatsächlich hatte sie meine Tante nicht vergessen. Die Narbe war noch dunkelrosa. Geschwister, Nachbarn und Tante überraschten mich auf dem Sofa mit mir selbst im Arm. Alle verstummten empört.”

 

 2171398-5cadfa9ff948a052cf3b4821bc0e1de3.jpg
Lukas Holliger (Basel, 21 augustus 1971)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 21e augustus ook mijn blog van 21 augustus 2016 en ook mijn blog van 21 augustus 2016 deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:51 Reageer op dit bericht

Dolce far niente, Gerrit Kouwenaar, Menno Wigman, Elly de Waard, Anneke Brassinga, Etgar Keret, Alfred Birney, Arno Surminski, Charles de Coster

 

Dolce far niente – Het poëziemuseum op het Museumplein 2

 

 2171098-626b21ebf8a7c37e0f28d52af6f2ef77.jpg
Impressie van het Poëzie Museum

 

 

De laatste dagen van de zomer

Trager de wespen, schaarser de dazen
groenvliegen grijzer, engelen gene, niets
dat hier hemelt, alles brandt langer

dit zijn de laatste dagen, men schrijft
de laatste stilstand van de zomer, de laatste
vlammen van het jaar, van de jaren

wat er geweest is is er steeds nog even
en wat men helder ziet heeft zwarte randen

men moet zich hier uitschrijven, de tuin
in de tuin insluiten, het geopende boek
het einde besparen, met moet zich verzwijgen

verzwijg hoe de taal langs de lippen invalt
hoe de grond het gedicht overstelpt, geen mond
zal spreken wat hier overwintert –

 

 2171098-3147f3e3656a9708318f566aad96618e.jpg
Gerrit Kouwenaar (9 augustus 1923 – 4 september 2014)

 

 

Lichaam, mijn lichaam

Lichaam, mijn lichaam, hoeveel handen
van hoeveel vreemden kreeg je op je af?

Ooit was de dood een klamme kappershand.
Toen kwam de vrieskou van een stethoscoop.

Weer later brak je in een tandartsstoel
of zat een valse leerkracht aan je hoofd.

En dan die metro's met dat drukke vlees,
dat restvolk dat als vissen langs je gleed

in winkels, liften, stegen en coupés,
lichaam, mijn lichaam, denk toch aan de geur

van eerste kamers en verliefde lakens,
de lente die het in ons werd. Want wij

zijn bang. En angst duurt soms een lichaam lang.
Straks lig ik daar en wordt mijn haar gekamd.

 

 2171098-5200af4b9084769594b21d078f8d68d1.jpg
Menno Wigman (10 oktober 1966 – 1 februari 2018)

 

 

Ouder geworden en...

Ouder geworden en
dieper verstrikt geraakt

in de verfijningen
van het bestaan, vonden

wij nooit het grotere
gemak waarnaar wij streefden

alleen een groeien
van de moeilijkheden;

de aarde zelf bleef mooi,
een regenwolk die jaagde

langs de lucht, een bries
die vochtig langs de wangen

strijkt, ze kust, konden
een dag al waardevol

maken. De rest was niets.
Wij zouden zo gelukkig

kunnen zijn als wij
onszelf niet waren.

 

 2171098-93606ff0874dda41338e73fd05bffdad.jpg
Elly de Waard (Bergen, 8 september 1940)

 

 

De Nederlandse dichteres, schrijfster en vertaalster Anneke Brassinga werd geboren in Schaarsbergen op 20 augustus 1948. Zie ook alle tags voor Anneke Brassinga op dit blog.

 

Op weg

Mocht ik in het holst van het hart
van donkerste dagen te lijf gaan
achter al het uiterwaardse een stuk of wat
verlaten kusten onder razende luchten
waar albatrossen op hun wieken sinds jaar
en dag en eeuwen worden weggeblazen-

graag zou ik boven lege oceanen regen zijn
op reusachtige hoeven, zinnentuimel
van tempeest, het stormend paard dat louter
water is, uiteenvalt in geschuimbek-

zocht ik bij voorkeur echter diepten
die geen daglicht velen, omtrent
een steenworp van d’onoirbaar gloeiende
kern; daar zal betijen wat mij jaagt.

 

 

Hoe te zoenen op straathoeken

Laat op de avond laat het zijn of vroeg
in nanacht, licht liefst ver –
al leent ook paarlemoeren dageraad
aan dit publieke werk subliem cachet.

Het zij een zwijgen van koralen
vergaan van dorst in lafenis –
van wakend ontslapen bevinding wellicht
doe dus vooral de ogen dicht.

Men neme niet de tijd
die schenkt zich wijd en wijd –
in deze zachte voorportalen
heerst onafzienbaar innigheid.

Men neme afscheid evenmin
al is de hoek er om uiteen te gaan –
de weg is geen verwijdering.
men neme alles mee, alleen.

 

 

Liefdeslied

Als hij lacht dan sneeuwt het rozen
zijn wenkbrauw is een dennenbos
of brandnetels, wuivend in de wind.
Als hij lacht dan sneeuwt het rozen,
ik heb hem lief, ik ben zijn kind.

Zijn oor een vat vol fluistering,
het fluistert er vol rozen
en honinggeur hangt in zijn haar,
zijn hand, een korenaar.
Het sneeuwt, als hij lacht, vol rozen.

In een zwerm vlinders wandelt hij
aan mijn zij, tussen berken.
De vlinders aaien de rozen,
ik aai zijn korenaar
als een vlinder sneeuwt hij rozen.

 

 2171098-248c5920b2e01e2755dbe086be9f6308.jpg
Anneke Brassinga (Schaarsbergen, 20 augustus 1948) 

 

 

De Israëlische schrijver Etgar Keret werd geboren op 20 augustus 1967 in Ramat Gan. Zie ook alle tags voor Etgar Keret op dit blog.

Uit: The Seven Good Years: A Memoir

“My son, the junkie: I’d like to apologize to all the addicts and reformed addicts reading this, but with all due respect to them and their suffering, nobody’s jones can touch my son’s. Like every true addict, he doesn’t have the same options others do when it comes to spending leisure time—those familiar choices of a good book, an evening stroll, or the NBA play-offs. For him, there are only two possibilities: a breast or hell. “Soon you’ll discover the world—girls, alcohol, illegal online gambling,” I say, trying to soothe him. But until that happens, we both know that only the breast will exist. Lucky for him, and for us, he has a mother equipped with two. In the worst-case scenario, if one breaks down, there’s always a spare.
My son, the psychopath: Sometimes when I wake up at night and see his little figure shaking next to me in the bed like a toy burning through its batteries, producing strange guttural noises, I can’t help comparing him in my imagination to Chucky in the horror movie Child’s Play. They’re the same height, they have the same temperament, and neither holds anything sacred. That’s the truly unnerving thing about my two-week-old son: he doesn’t have a drop of morality, not an ounce. Racism, inequality, insensitivity, globalization—he couldn’t care less. He has no interest in anything beyond his immediate drives and desires. As far as he’s concerned, other people can go to hell or join Greenpeace. All he wants now is some fresh milk or relief for his diaper rash, and if the world has to be destroyed for him to get it, just show him the button. He’ll press it without a second thought.
My son, the self-hating Jew . . .
“Don’t you think that’s enough?” my wife says, cutting in. “Instead of dreaming up hysterical accusations against your adorable son, maybe you could do something useful and change him?”
“OK,” I tell her. “OK, I was just finishing up.”
Call and Response
I really admire considerate telemarketers who listen and try to sense your mood without immediately forcing a dialogue on you when they call. That’s why, when Devora from YES, the satellite TV company, calls and asks if it’s a good time for me to talk, the first thing I do is thank her for her thoughtfulness. Then I tell her politely that no, it isn’t.
“The thing is, just a minute ago I fell into a hole and injured my forehead and foot, so this really isn’t the ideal time,” I explain."

 2171098-2e298e0be88708c7e4ea345521e68584.jpg
Etgar Keret (Ramat Gan, 20 augustus 1967)

 

 

De Nederlandse schrijver, essayist en columnist Alfred Alexander Birney werd geboren in Den Haag op 20 augustus 1951. Zie ook alle tags voor Alfred Birney op dit blog.

Uit: De tolk van Java

‘Waarom heb jij mij verlaten?’
Zoiets vroeg Jezus ook eens aan God de Vader. Je sliep met de Bijbel onder je kussen, mafkees. Het ergste was nog dat ik werkelijk geloofde dat ik je had verlaten. Wat deed die foto van mij eigenlijk tussen die bijbelse bladzijden? Fungeerde ik als boekenlegger omdat je even je dolk niet bij de hand had? Je wou me toch niet wijsmaken dat je voor me bad, hè? Later heb ik nog gedacht dat je mijn foto met naalden doorstak. Toen ik dat aan twee Amerikaanse hippievriendinnen vertelde nadat ik je huis was ontvlucht, begonnen ze te huilen. Ze dachten dat ik gek geworden was, al wisten ze dat jij ook niet helemaal goed snik was. Toen ik ze een keertje bij je binnenliet, joeg jij ze onmiddellijk het huis uit, gewoon omdat ze er in jouw ogen liederlijk uitzagen. En een vriend van me, half Amerikaans half Nederlands, werd ook meteen het gat van de deur gewezen. Omdat hij zwart was, achterlijke racist die je bent. Die vriend zei later tegen me dat je gek was. Zoals Ma dat altijd had geroepen. Ik wilde dat toen liever niet geloven, en ik vrees nu nog niet.
Je nam me dus mee uit. Het was op een doordeweekse avond, op een dinsdag, zo’n dag waarop vrijwel geen hond naar de bioscoop ging. We namen de bus in Voorschoten, stapten uit bij station Den Haag Staatsspoor en liepen van daar naar bioscoop Odeon aan de Herengracht. Er speelde een Amerikaanse film waarin vijf ter dood veroordeelden hun laatste kans op gratie kregen als ze een belangrijke professor uit Vietnam zouden bevrijden. Het gespuis maakte de jungle van Vietnam onveilig op hun motorfietsen. Een voor een gingen ze eraan, maar de professor werd gered.”

 

 2171098-1e1e883b323e3a86dfab19c0ccdc4a5b.jpg
Alfred Birney (Den Haag, 20 augustus 1951)

 

 

De Duitse schrijver Arno Surminski werd geboren op 20 augustus 1934 in Jäglack in Oostpruisen. Zie ook alle tags voor Arno Surminski op dit blog.

Uit: Vaterland ohne Väter

„Sie behauptet, einen so strengen Winter habe sie zuletzt 1941/42 erlebt. Da bin ich wieder bei meiner alten Geschichte, dem Guckloch im Fenstereis, den Scherenschnitten am Horizont, und Robert Rosen begleitet mich auf jener Straße, die immer weiter nach Osten führt. Als ich nach Hause komme, treffe ich mit dem Briefträger zusammen, der Mühe hat, sein Fahrrad durch den Schnee zu schieben. Er bringt mir einen dicken Umschlag von Wegener. Als ich die Haustür öffne, höre ich das Telefon, komme aber zu spät. Wer mag da angerufen haben? Wegener, mein Junge aus Prishtina oder eine unbekannte Stimme aus der Vergangenheit?
Wegener schickt mir die vollständige Spartarede. Dreieinhalb Jahre später hat der Kerl Gift geschluckt, steht am Rand des Textes. Ich finde Sparta tief im Süden. Kaum vorstellbar, daß dort am 31. Januar 1943 Schnee gefallen ist. Außerdem steckt in dem Umschlag das Tagebuch jenes Westfalen, der mit Napoleon nach Rußland gezogen ist. Schon wieder Rußland. Was ich auch berühre, höre, lese, es führt mich nach Osten.
Ich verzichte auf die Abendnachrichten im Fernsehen und setze mich an den Schreibtisch. Zu meinen Füßen das gelbe Paket, das Tante Ingeborg mir vor ihrem Tod geschickt hat. Bevor ich es öffne, lese ich die Spartarede:
Die Helden der Nibelungen kämpften in einer Hölle von Feuer und Flammen und stillten ihren Durst mit dem eigenen Blut. So kämpfen sie jetzt auch in Stalingrad. Noch in tausend Jahren wird jeder Deutsche mit Ehrfurcht über Stalingrad sprechen ...
Einige nennen sie auch die Nibelungenrede, schreibt Wegener an den Rand. Mir läuft ein Schauer über den Rücken. Und dann doch noch Sparta:
Wanderer, kommst du nach Deutschland, berichte, du hast uns hier sterben gesehen, wie das Gesetz es befahl.
Vorsichtig löse ich den Bindfaden, immer in Sorge, es könnte mir etwas Erschreckendes entgegenspringen, ein modriger Gestank mich anwehen. Zur Abdeckung braunes Packpapier und eine Illustrierte aus dem Jahre 1962 mit Bildern von der Hamburger Sturmflut. Darunter mehrere Hefte, deren Deckel mit handgeschriebenen Daten versehen sind: 21. Juni bis 25. Juli lese ich auf dem Heft. Das ist die Handschrift meines Vaters. Außerdem finde ich eine zusammengefaltete Landkarte Osteuropas von Polen bis zum Ural, anderthalb Meter im Quadrat. Auf die Rückseite hat Tante Ingeborg geschrieben: Die Karte hing ab Juli 1941 in unserer guten Stube in Königsberg. Im Dezember 1944 wurde sie abgehängt und ging mit auf große Fahrt.“

 

 2171098-e8ab154c50a6e4d11f45de1d145d30d5.jpg
Arno Surminski (Jäglack, 20 augustus 1934)

 

 

De Belgische schrijver Charles de Coster werd geboren in München op 20 augustus 1827. Zie ook alle tags voor Charles de Coster op dit blog.

Uit: De legende en de heldhaftige, vroolijke en roemrijke daden van Uilenspiegel en Lamme Goedzak in Vlaanderenland en elders

“En, voor het verlichten der kerk zou, als blijk van genade Zijner Majesteit, aan het gilde der kaarsgieters toegestaan zijn, voor niet, over de twintig duizend waskaarsen te leveren, waarvan de onopgebrande einden naar 't kapittel zouden gaan.
Al de andere kosten zou de keizer zelf betalen, om aldus te toonen dat het Zijner Goedertierenheid behaagde zijne volkeren niet te zeer te belasten.
De gemeente ging die bevelen uitvoeren, als jammerlijke tijdingen uit Rome kwamen. Oranje, Alençon en Frundsberg, kapiteins des keizers, waren in de heilige stad gedrongen, hadden er kerken, kapellen en huizen verwoest en geplunderd, zonder iemand, priesters, nonnen, vrouwlieden noch kinderen te sparen. Den Heiligen Vader hadden zij gevangen genomen. De plundering duurde reeds eene volle week, ridders en landknechten dwaalden door Rome, kroppend van 't eten en zwelgend van 't drinken, met hunne wapens uit de scheede, op zoek naar de kardinalen, schreeuwend en tierend dat zij er in hakken en kappen zouden, opdat geen hunner ooit paus worden zou. Anderen hadden die bedreigingen reeds ten uitvoer gebracht, liepen uitdagend rond de stad met, op hunne borst, paternosters van acht en twintig of meer bloedige bollekens, zoo groot als okkernoten. In sommige straten zag men, te midden van bloedplassen, de beroofde lijken van de vermoorden liggen.
Sommigen zegden dat de keizer die in nood van geld was, er wilde visschen in het bloed van de priesters en dat hij bekendheid had van het tractaat, door zijne kapiteins den gevangen paus opgelegd, en hem dwong afstand te doen van al de versterkte plaatsen zijner Staten, 400,000 dukaten te betalen en gevangen te blijven tot dat aan de twee eerste voorwaarden voldaan was.
Toch was de droefheid van Zijne Majesteit uittermate groot, al de toebereidselen van vreugde, feesten en vermakelijkheden zegde hij af, hij beval den heeren en edelvrouwen van zijn huis den rouw aan te nemen.
En de infant werd gedoopt in zijne witte doeken. Witte doeken zijn doeken van koninklijken rouw.
Dat alles aanschouwden de heeren en edelvrouwen als voorteekenen van rampspoed.
Niettegenstaande dat, kwam de voedster met den infant bij de heeren en edelvrouwen van het koninklijk huis, om hem, naar oudsher gebruik, hunne wenschen en giften te doen.”

 

 2171098-a758c22f1e0438df938d7afd2a7b054f.jpg
Charles de Coster (20 augustus 1827 – 7 mei 1879)
Portret in het Uilenspiegelmuseum

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 20e augustus ook mijn blog van 20 augustus 2017 deel 1 en ook deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 12:51 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten