Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 15 november 2018 tot 16 november 2018

Anton Koolhaas, Chinua Achebe, José Saramago, Renate Rubinstein, Craig Arnold, Danny Wallace, Frits van der Meer, Jónas Hallgrímsson, Hugo Dittberner

De Nederlandse schrijver Anton Koolhaas werd op 16 november 1912 in Utrecht geboren. Zie ook alle tags voor Anton Koolhaas op dit blog.

Uit: Zonder Mia

“Nico en Mia heetten ze en ze hadden een tijd van dolle liefde achter de rug. Voor zover er iets vast kan staan, stond dat vast. En nu zat Mia in het nest. Een nieuw nest, maar niet erg mooi. Er lag nog geen ei in, maar toch zat ze er alvast, waarschijnlijk om te wennen. Een musseleven is overigens alleen maar wennen, want keus is er niet veel bij.
Soms, als Nico aan kwam vliegen gaf hij uit de verte al een schreeuw en dan kwam Mia van het nest en zette zich op een gering richeltje, opzij van de plank die het zonnescherm omgaf, en spreidde haar rug mooi breed. Nico nam daarop dan plaats en ze paarden zo fijn mogelijk. Vervolgens vlogen ze samen naar een boom in de tuin en deden het nog eens over, en vlak voordat Mia dan terugging naar het nest, volgde nog een herhaling op de plank boven de markies.
Als Mia dan weer onder de plank en in het nest op het zonnescherm zat, dacht ze met ontroering aan Nico. Er was niets bijzonders aan hem, niets moois, niets vaardigs, niets vermetels, maar hij deed ook niet alsof dat wel zo was.
Er zou allemaal wel niets van terechtkomen. De plaats van het nest was verkeerd. Op een gegeven ogenblik in het voorjaar zou men het zonnescherm neerlaten en daar zat dan aan vast, dat Mia met haar hele nest in de tuin zou vallen. Dat wil zeggen: op het hardstenen stuk dat de overgang vormde van het huis naar de grasmat in de tuin. Mia kon natuurlijk wegvliegen als het zover was, maar eieren kunnen niet vliegen en onbedekte, jonge vogeltjes evenmin. Het kwam nu maar aan op het moment, waarop de mensen van het huis last zouden krijgen van het zonnetje. Viel dat laat, dan kon alles nog goed gaan; kwam het vroeg, ajusies dan. Waarom dan niet een veiliger plaats opgezocht?
Mia wist natuurlijk niet zeker, dat het nest eruit geslingerd zou worden; ze wist trouwens ook niet waar een zonnescherm voor dient en hoe men daarmee handelt. Maar toch had ze van het begin af aan het gevoel, dat alles verkeerd zou lopen. Als je echter leeft naar alles wat er mis kan gaan, kan je wel ophouden. Mussen zeker!
Mia keek naar de slierten van het nest in de wind. Het was guur en voor het ogenblik zat ze er eigenlijk mooi bij. Ze speelde wel eens, dat ze de wind nakeek. Dan staarde ze eerst recht voor zich uit, tot er een flinke windvlaag kwam en dan draaide ze ineens haar kopje snel met de wind mee en keek hem na, als hij uit de slierten vandaan verder trok, de wereld in. Het is niet feestelijk om met de wind mee te gaan, als die guur is; maar het is wel bevredigend om hem na te kijken en zelf aangenaam achter te blijven in een nest onder een houten plank die het verblijfje net even donkerder maakt dan het buiten is.”

 

 2193128-7a7bd56043f7fd23e7c37ba15a157fe2.jpg
Anton Koolhaas (16 november 1912 – 16 december 1992)

 

 

De Nigeriaanse dichter en schrijver Chinua Achebe werd geboren op 16 november 1930 in Ogidi. Zie ook alle tags voor Chinua Achebe op dit blog.

 

Answer

I broke at last
the terror-fringed fascination
that bound my ancient gaze
to those crowding faces
of plunder and seized my
remnant life in a miracle
of decision between white-
collar hands and shook it
like a cheap watch in
my ear and threw it down
beside me on the earth floor
and rose to my feet. I
made of their shoulders
and heads bobbing up and down
a new ladder and leaned
it on their sweating flanks
and ascended till midair
my hands so new to harshness
could grapple the roughness of a prickly
day and quench the source
that fed turbulence to their
feet. I made a dramatic
descent that day landing
backways into crouching shadows
into potsherds of broken trance. I
flung open long-disused windows
and doors and saw my hut
new-sept by rainbow brooms
of sunlight become my home again
on whose trysting floor waited
my proud vibrant life.

 

 2193128-87248cf24c3e89dfd4209e458c8f81bc.JPG
Chinua Achebe (Ogidi, 16 november 1930)

 

 

De Portugese schrijver José Saramago werd geboren op 16 november 1922 in het dorpje Azinhaga in de provincie Ribatejo. Zie ook alle tags voor José Saramago op dit blog.

Uit: Small Memories (Vertaald door Margaret Jull Costa)

“The village is called Azinhaga and has, so to speak, been where it is since the dawn of nationhood (it had a charter as early as the thirteenth century), but nothing re-mains of that glorious ancient history except the river that passes right by it (and has done, I imagine, since the world was created) and which, as far as I know, has never changed direction, although it has overflowed its banks on innumer-able occasions. Less than half a mile from the last houses, to the south, the Almonda, for that is the name of my village's river, meets the Tejo, which (or, if you'll allow me, whom) it used to help, in times past and as far as its limited volume would allow, to flood the fields when the clouds unleashed the torrential winter rains, and the dams upstream, brimful and bursting, were obliged to discharge the excess of accumulated water. The land around there is flat, as smooth as the palm of your hand, with no orographic irregularities to speak of, and any dikes that were built served not so much to contain the powerful rush of the river when it floods as to guide it along a course where it would cause least dam-age. From those distant days onward, the people born and bred in my village learned how to deal with the two rivers that shaped its character, the Almonda, which slips past its feet, and the more distant Tejo, half-hidden behind the wall of poplars, ash trees and willows that accompany it, and, for good reasons and bad, both rivers are omnipresent in the memories and conversations of every family. It was here that I came into the world and it was from here, when I was not yet two years old, that my parents, migrants driven by ne-cessity, carried me off to Lisbon and to other ways of feel-ing, thinking and living, as if my having been born in the village were merely the result of some mistake made by chance, some momentary lapse on the part of destiny, a lapse for which destiny still had the power to make amends. This proved not to be the case. The child, unnoticed, had already put out tendrils and sent down roots, and there had been time for that fragile child-seed to place his tiny, un-steady feet on the muddy ground and to receive from it the indelible mark of the earth, that shifting backdrop to the vast ocean of air, of that clay, now dry, now wet, composed of vegetable and animal remains, of detritus left behind by everything and everyone, crushed and pulverized rocks, multiple, kaleidoscopic substances that passed through life and to life returned, just like the suns and the moons, times of flood and drought, cold weather and hot, wind and no wind, sorrows and joys, the living and the not.”

 

 2193128-0f927e4ff1861124be63f4afb8b51d6c.jpg
José Saramago (16 november 1922 – 18 juni 2010)
Cover

 

 

De Nederlandse schrijfster en journaliste Renate Rubinstein werd geboren op 16 november 1929 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Renate Rubinstein op dit blog.

Uit: De expert en de mug of wie helpt wie in het onderontwikkelde

“Kort voor Kerstmis kregen we, of liever de heer A. Mus, aan wie het schrijven eigenlijk gericht was, een circulaire van de V.P.R.O. toegestuurd. We lazen: ‘Uit eerbied en bewondering voor hun werk overzee zond de V.P.R.O. in de dagen voor Kerstmis aan een aantal landgenoten bijgaande Kerstgroet...’ We keken elkaar met nieuwe ogen aan. In een omgeving waarin de meeste mensen naar ons toekomen om geld te lenen of een baan voor hun nicht te zoeken (wij maken blijkbaar de indruk beide te kunnen verschaffen), en we de anderen tegen zonsondergang ontmoeten - de auto's geparkeerd, de kinderen in het zwembad, de kok thuis aan het electrisch fornuis - om ijsgekoelde dranken mee te drinken, in zo'n omgeving doet het goed er aan herinnerd te worden dat wij en alle landgenoten die ‘op de één of andere wijze een functie vervullen in één van de onder- of minderontwikkelde gebieden’, eerbied en bewondering waard zijn.
Wij begonnen ons af te vragen of wij misschien een offer aan het brengen waren. Daartoe was het nodig in wat globaler termen over onze positie te denken. Ons inlevend in Ds Spelberg beseften we ver van huis te zijn, ver van gezelligheid, V.P.R.O. en het vertrouwde uitzicht op regenachtige weiden vol huizen. In plaats daarvan zaten we in de tropen, vechtend zoal niet tegen het oerwoud dan toch tegen aanverwante ellende: kakkerlakken, muggen, zon en, abstracter nog, tegen armoede, onkunde en onbegrip. ‘De gevreesde muskiet tiert in de moerassen’, schreef onlangs iemand over zijn onderontwikkeld land, en het was tenslotte maar een toeval dat wij persoonlijk daar niets tegen deden. Wij zijn er meer speciaal om te vechten tegen het nationale inkomen dat te laag is, maar onze buurman, wiens tuinman aan de overkant bezig is de vinnen van de tweekleurige auto te wassen, is een Malaria Bestrijder - of liever, een organisator van die bestrijding, want voor het platvloerse werk met hakmes en Flitspuit worden geen dure experts uit het buitenland geëngageerd. Evenmin als voor het onderwijzen van voddige kindertjes in het achterland, of het terrassen spitten op geërodeerde berghellingen, of het verplegen van zieken - al dit werk wordt door ons en onze landgenoten niet zozeer gedaan als georganiseerd.
Hoewel ons offer er dus meer een van het hoofd is dan van het lichaam, meer op kantoren gebracht dan op het veld, we geven toch maar ons inzicht, we stellen onze hersens ter beschikking. In nationaal verband gezien, natuurlijk, want de individuele ontwikkelaar bewijst deze diensten in de regel tegen een salaris dat hoger is dan dat van tweemaal zo oude collega's in het moederland. Maar ook voor de thuisblijvers, de belastingbetalers, het hele moederland, staat er wel iets tegenover.
Want zo tegen Kerstmis, als iedereen, in vrede met elkaar, aan minder fortuinlijken wil denken, beantwoorden de O.O.-landen aan een behoefte die anders onbevredigd zou doorhunkeren.”

 

 2193128-4735ab0d73222a4b6b8bc79769ab70d6.jpg
Renate Rubinstein (16 november 1929 – 23 november 1990)
Hier met Annie M. G. Schmidt (links). Rechts van haar Maarten Biesheuvel en Simon Carmiggelt

 

 

De Amerikaanse dichter Craig Arnold werd geboren op 16 november 1967 in Temple, Californië. Zie ook alle tags voor Craig Arnold op dit blog.

 

Incubus (Fragment)

It's what she doesn't dream
that scares her, panic she can't account for, faces
familiar but not known, déjà vu
making a mess of memory, coming to
with a fresh love-bite on her left breast
and the aftershock of granting another's flesh,
of having gripped, slipped in and fluttered tender
mmm, unbraided, and spent the whole slow day
clutching her thighs to keep the chafe from fading,
and furious at being joyful, less
at the violation, less the danger, than the sense
he'd taken her enjoyment for his own.
That was the time before, the time she swore
would be the last—returning to her senses,
she'd grabbed his throat and hit him around the face
and threw him out, and sat there on the floor
shaking. She hadn't known how hard it was
to throw a punch without pulling it back.

Now, as they sit together on her couch
with the liquid cooling in the stained chipped cups
that would never match, no matter how hard
she stared at them, he seems the same as ever,
a quiet clumsy self-effacing ghost
with the gray-circled eyes that she once wanted
so badly to defy, that seemed to see her
seeing him—and she has to admit, she's missed him.
Why? She scrolls back through their conversations,
searching for any reason not to hate him.
She'd ask him, What's it like being a girl
when you're not a girl? His answers, when he gave them,
weren't helpful, so evasively poetic:
It's like a sponge somebody else is squeezing.
A radio tuned to all stations at once.
Like having skin that's softer but more thick.

 

 2193128-bc1419e93444f784d633e741320fd05a.jpg
Craig Arnold (16 november 1967 – 27 april 2009)
Temple City, Californië

 

 

De Schotse schrijver, humorist, radio-en televisie presentator Daniel Frederick Wallace werd geboren op 16 november 1976 in Dundee. Zie ook alle tags voor Daniel Wallace op dit blog.

Uit: I Can’t Believe You Just Said That

“Of course, these things happen in war. But Omar suddenly found himself in a world in which men would simply stand three feet away and stare at him while saying nothing, and even where terrorists would ‘casually take your phone off charge to charge their own phone’.
Omar expected better of ISIS. He didn’t like how they would be so ‘childish in their dealings and mannerisms’, nor how they would rifle through other people’s property without asking first. They were always invading his space, and they talked far too loudly when he was trying to sleep.
As far as he could tell, they didn’t find their own behaviour rude at all.
We all have our own standards when it comes to rudeness.

* * *

Politeness is extremely important to me, though sometimes I wonder if I set the bar too high.
I feel rude if I sneeze on a plane. I have lost count of the number of times I have apologised to bins or lampposts if I’ve walked into them. If a dog looks my way as I walk through a park, I feel ashamed if I don’t smile or nod a hello. I don’t think I’d last five minutes with ISIS before I’d be straight to Human Resources!
But never was I more aware of my own standards of rudeness than on the day – and immediate aftermath – of what we’ll call ‘the Hotdog Incident’.
All I wanted was a sausage. What I got instead was an afternoon of incredible stress and the desire to do something about it. The desire, as it would turn out, to write this book. Initially I tried to exorcise my demons by composing a scathing 200-word review. But 200 words did nothing. There was too much I still wanted to say – and know. Something that began as a little silly took on a serious edge. What started as a few print-outs left by my bed in London soon became documents in ring-binders arranged in my office.”

 

 2193128-d8284a4891efb80272be1da6cc747f34.jpg
Danny Wallace (Dundee, 16 november 1976)

 

 

De Nederlandse literator, kunsthistoricus, archeoloog en katholiek priester Frederik Gerben Louis (Frits) van der Meer werd geboren in Bolsward op 16 november 1904. Zie ook alle tags voor Frits van der Meer op dit blog.

Uit: Jan van Eyck

“Ik kan het niet helpen, maar van de vier Zurbarans te Grenoble, die ik als gymnasiast voor het eerst zag, heb ik alleen het mandje met de eieren, en de wol van de lammetjes onthouden, tot vandaag toe: niet de meesterlijke compositie van De Geboorte met de herders; daarvoor gaf ik toen al vele beroemde stillevens van onze Gouden Eeuw, wellicht ten onrechte. Wat onthield ik, een paar jaar later, van Caravaggio's meesterstukken in San Luigi dei Francesi in Rome? Natuurlijk het schreeuwend wegrennende jochie, en de louche plunje van de gokkers temidden van wie Mattheus opkijkt naar de onvergetelijke, roepende vinger van Christus. Zelfs bij die surrealist, El Greco, fascineren de details onfeilbaar. Is u soms, van de ondraaglijk gespannen Begrafenis van de graaf van Orgaz, in Toledo, de aurifrisiën van Augustinus' koorkap vergeten? Het brokaat en de vlaskwasten van Stephanus? Het spiegelen van het zwarte harnas van de dode, de kanten kragen van de zwartgeklede heren? Men hoeft niet af te dalen tot het ‘magisch realisme’ en het feit, dat je het soort tweed herkent in de jas van een onbeduidend, door Willink geconterfeit heer, als duidelijk bewijs voor een dure tailleur, om te ontdekken, dat verbijsterende natuurgetrouwheid een troef is gebleven voor de gewone man. Bij de grote meesters, heet het, zijn dergelijke details niet meer dan afzettrucs binnen een grootse compositie: arabesken verloren op een overdonderende façade. Goed, maar waarom onthoudt u zoiets? Van de hele romeinse wandschilderkunst onthoudt u toch maar de appels uit het huis van Livia en van alle antieke eetkamermozaïeken de befaamde vissen en kwallen, niet die vervelende altijd eendere nimfen en goden. Veertien eeuwen scheiden de banale bravourestukjes van de Romeinse paleisdecorateurs van het revolutionaire oeuvre van Jan van Eyck. Van Eyck is blijkens de traditie beroemd geworden door zijn verbijsterend echte weergave van op zich doodgewone, zij het weelderig natuurlijke of pralend onnatuurlijke details; verder door wat Dr. Dhanens terecht een legende noemt: namelijk dat hij de uitvinder zou zijn van de olieverftechniek, ongeveer zoals de man uit Biervliet die van het haringkaken, een topos, die zelfs door de Italianen eeuwenlang is herhaald.”

 

 2193128-061b1f48f71e5b5f74f346cc9f520bab.jpg
Frits van der Meer (16 november 1904 – 19 juli 1994)
De aanbidding van de herders door Francisco de Zurbarán, 1638

 

 

De IJslandse dichter en natuurwetenschapper Jónas Hallgrímsson werd geboren op 16 november 1807 in Öxnadalur. Zie ook alle tags voor Jónas Hallgrímsson op dit blog.

 

Hell

I find it all a foolish joke,
falling to hell's abyss of smoke
to sit there, braised and baking,
among the howling fiends of fire,
so far from God's sunshiny choir --
it sets my soul to quaking!

There squads of skate-winged demons lurk,
skirling through everlasting murk
where ruddy flames hold revel.
All is fire and ice by turns,
everything freezes or it burns,
the dead souls -- and the Devil

 

 

Tómas's Meadow

Near towering Tonguehill Glacier
Tómas's Meadow lies,
the only green oasis
under the desert skies.

Here my dear friend's horses
hurried once in their need;
never again will he graze them
on his grassy upland mead.

Wide is the Dancing Desert,
distant the weeping sea.
Where sands are sweeping northward
my soul is hurrying me.

 

 2193128-fcee303dc957621f58dda040aad5763b.jpg
Jónas Hallgrímsson (16 november 1807 – 26 mei 1845)

Cover

 

 

De Duitse schrijver, dichter en essayist Hugo Dittberner werd geboren op 16 november 1944 in Gieboldehausen. Zie ook alle tags voor Hugo Dittberner op dit blog.

Uit: Wolken und Vögel und Menschentränen

„Ingrid hatte Moni seit Wochen nicht gesehen. Ein merkwürdiges Erlebnis hatte ihr unendliches Gespräch, wie sie es sich pathetisch versprochen hatten, unterbrochen. Moni hatte sich ein neues und viel komfortableres Telefon gekauft, mit Fax und automatischem Anrufbeantworter. Und sie hatte einen befremdlichen, nur die allernormalsten Floskeln zulassenden Text auf den Beantworter gesprochen, der Art: Hier ist der Anrufbeantworter von Monika Müller, Telefonnummer Soundso. Ich bin leider im Moment nicht erreichbar. Bitte hinterlassen Sie Ihre Nachricht und gege-benenfalls Ihre Nummer. Ich werde zurückrufen. Bitte sprechen Sie nach dem Piepton ... Die Therapiestunden und die Gespräche mit Ingrid hatten also nicht viel gefruchtet ... Im Ernstfall war Moni wieder Monika Müller aus Hannover. Diese Erkenntnis hatte sie damals, als sie Moni rasch für den nächsten Abend ab-sagen mußte, weil sie einen Termin mit den jungen Müttern über-sehen hatte, so überrascht, daß sie selbst nur stottern konnte, sie wußte nicht mehr, was. Dann mußte dies Stottern oder irgendein nebenher laufendes Signal dazu geführt haben, daß sich Moni nicht bei ihr meldete. Und da auch sie sich nicht meldete und Moni sich auch in den nächsten Tagen und Wochen nicht mel-dete, meldete sich logischerweise niemand, und die unendlichen Gespräche waren erst mal aus. Nun aber, aus heiterem Himmel, war Moni wieder erschienen und saß in Ingrids Wohnzimmersessel und blätterte in den Kunst-bänden, in denen sie immer schon gern geblättert hatte. (Wie der Ministerpräsident sah sie lieber moderne Kunst an als zu lesen.) Cezanne, Monet, van Gogh, Matisse, Twombly. Es lagen einige Bände da, neben jenem Buch über die norddeutsche Backstein-gotik und Goethe in Weimar und Fontanes Wanderungen in der Mark Brandenburg. Ingrids Stehlampenwelt. Da konnte sich Moni natürlich gleich wieder gut einfinden, während In-grid die Bratäpfel und den Kakao zubereitete. Durch die offen-stehende Tür und über den Flur riefen sie sich die Kürzel zu, die an frühere Gespräche und Wahrheiten erinnerten: Cezannes Rot, immer ein Scheunentor, die Ungelenkheit der Meister (woher ja der Eindruck der Materialität rührte), Matisses Minimalismus: Nur das Nötigste, das aber als zauberhafte Gebärde, aus dem Zentrum heraus, die roten Backsteinkirchen sind unsere Heimat. Mehr als alles andere! Im Zeitalter ohne Denkmäler. Wunderschön die Seerosen! Man möchte langsam zu ihnen waten, vom Rand her sich nähern, um schließlich mittendrin zu sein ... Manchmal kam Ingrid an die Tür, damit sie nicht so schreien mußten. Und schließlich waren die Taten vollbracht: es gab die Bratäpfel, es gab den Kakao, und es gab den Duft um sie herum.“

 

 2193128-f5464dd3c2c5d357b2d59b6d0d4db59f.jpg
Hugo Dittberner (Gieboldehausen, 16 november 1944)
Cover

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 16e november ook mijn blog van 16 november 2014 deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:12 Reageer op dit bericht

Jan Terlouw, Clemens J. Setz, Wolf Biermann, Ted Berrigan, J. G. Ballard, Gerhart Hauptmann, Liane Dirks, Lucien Rebatet, Marianne Moore

De Nederlandse schrijver, fysicus en voormalig politicus voor Democraten 66 Jan Terlouw werd geboren in Kamperveen op 15 november 1931. Zie ook alle tags voor Jan Terlouw op dit blog.

Uit: Het hebzuchtgas

“Het water kwam toch nog onverwacht in het land Tradicië, al had de president daar vaak voor gewaarschuwd, evenals de wetenschappers die zich bezighielden met de klimaatverandering.
Dat de zeespiegel steeg, was natuurlijk bekend. Al jaren werden overal in het land de dijken verhoogd, en lagen plannen klaar voor evacuatie van de bevolking, voor als de nood aan de man zou komen.
Tot ergernis van de regering had de president bijna al zijn toespraken geëindigd met de waarschuwing dat er volstrekt onvoldoende werd gedaan om de stijging van de temperatuur van de aarde te stoppen. Maar ja, de president besliste zelf wat hij zei. Dat was vroeger anders geweest, toen Tradicië nog een monarchie was. Toen was de koning de enige persoon in het land die niet mocht zeggen wat hij wilde, wat hij vond. Voordat zijn gedachten naar buiten kwamen, moesten ze worden goedgekeurd door een minister.
Er was een dag gekomen dat de koning dat niet meer pikte. Hij had in het geheim een boek geschreven en laten drukken, waarin een lawine van eigen gedachten stond en dat boek had hij op een ochtend naar het kabinet gestuurd, met een briefje erbij waarin hij meedeelde dat hij met vakantie was gegaan en nooit meer terug zou komen. Het boek werd een wereldsucces, de ex-koning kon er goed van leven.
Het land moest dus maar een republiek worden, met een president. Alle politieke partijen waren het erover eens dat de gekozen president zo min mogelijk macht moest krijgen. Lintjes doorknippen, dus nieuwe gebouwen openen en zo, bij feestdagen een toespraakje, daar moest het bij blijven. Zo kwam het in de nieuwe grondwet te staan. Daarna werden er verkiezingen gehouden voor de eerste president van Tradicië. Gekozen werd Stefan de Wolf, een man van negenenzestig jaar, bioloog, iemand die alles wist van torren en kevers en daar zo boeiend over kon vertellen dat iedereen aan zijn lippen hing. De leden van het kabinet en van het parlement waren tevreden, deze wereldvreemde natuurvorser zou geen kwaad kunnen, bovendien had hij nauwelijks bevoegdheden.
Maar hij had wel degelijk iets te zeggen. Hij had opvattingen. Bevoegdheden of niet, hij hield zijn mond niet. Hij werd geregeld uitgenodigd voor een televisieprogramma en zei dan dingen waar veel mensen het mee eens waren. Dat was soms het tegenovergestelde van wat een minister de vorige dag had gezegd. De leden van het parlement hoorden dat allemaal ook, ze wilden graag herkozen worden, dus hielden ze veel rekening met de opvattingen van de president die zo populair was. Het kabinet verlangde terug naar de monarchie met zijn gemuilkorfde koning.”
En nu was daar de orkaan Diana, eerst van categorie drie, daarna plotseling uitgegroeid tot een verwoestende storm van categorie vijf, en met een koers regelrecht naar de Tradicische kust. De bewoners van de eerst bedreigde steden werden geëvacueerd met treinen en bussen.”

 

 2192899-b21a8ca9652f90a24f80d64d9809da0c.jpg
Jan Terlouw (Kamperveen, 15 november 1931)

 

 

De Oostenrijkse dichter, schrijver en vertaler Clemens J. Setz werd geboren op 15 november 1982 in Graz. Zie ook alle tags voor Clemens J. Setz op dit blog.

Uit: Die Frequenzen

„Gerade als er eine passende Formulierung für seine Be-grüßung gefunden hatte, wurde der junge Mann am Zug-fenster von einem Tunnel überrascht, dessen unvermit-telt einsetzende Finsternis ihm wie zur Verhöhnung sein bleiches Gesicht In der zitternden Fensterscheibe vorhielt. Sein Gesichtausdruck, der halb offen stehende Mund und die quecksilbrig über sein Spiegelbild wandernden Regen-tropfen gaben ihm für einen Augenblick das Gefühl, in eine Falle getappt zu sein. Er schüttelte den Kopf über seine Schreckhaftigkeit, griff in die Mantelinnentasche und berührte die kleine, scharfkantige Fahrkarte, nur um sich zu versichern, dass alles in Ordnung war. Dabei streifte er an sein Hemd. Es war schweißnass. Nach kurzem tauchte der Zug wieder aus dem Tunnel, zurück ins trübe Tageslicht. Der grau gefleckte Oktober-himmel hing immer noch schwermütig und tief über der Landschaft. Wenn man lange genug schaute, wirkte er sogar ein wenig durchhängend, als befände man sich unter einer Matratze In einer riesigen Schlafkoje. Der junge Mann stellte verärgert fest, dass er seine Begrüßung wieder vergessen hatte, und versuchte sich zu erinnern, aber das Einzige, was ihm in den Sinn kam, war die verschwommene Endlosschleife der vorübersau-senden Vegetation am Rand der Bahnstrecke, vor dem Tunnel, als er aus dem Fenster gestarrt hatte. Während er nachdachte, legte sich ein Knöchel seiner linken Hand auf seine Oberlippe und wanderte langsam Richtung Nasen-spitze. Als die Hand dort angekommen war, sprang ein Funke über und ihm wurde klar, dass alle Anstrengungen zwecklos waren, die Formulierung war verschwunden, für alle Zeiten verloren.“

 

 2192899-f2c64766ca331bcc3ed8b1c498d09fce.jpg
Clemens J. Setz (Graz, 15 november 1982)

 

 

De Duitse zanger, dichter en schrijver Wolf Biermann werd geboren op 15 november 1936 in Hamburg. Zie ook alle tags voor Wolf Biermann op dit blog.

 

Die Stasi-Ballade (Fragment)

Oder nehmen wir zum Beispiel
meinen sexuellen Freistil
meine Art, die so fatal war
und für meine Frau ne Qual war
nämlich diese ungeheuer
dumme Lust auf Abenteuer
-seit ich weiß, dass die Genossen
wachsam sind, ist ausgeschlossen,
dass ich schamlos meine Pfläumen
pflücke von diversen Bäumen
denn ich müßte ja riskieren,
dass sie alles registrieren
und dann meiner Frau servieren
sowas würde mich geniern
also spring ich nie zu Seit
spare Nervenkraft und Zeit
die so aufgesparte Glut
kommt dann meinem Werk zugut
-kurzgesagt: die Sicherheit
sichert mir die Ewig
sichert mir die Ewig
sichert mir Unsterblichkeit

Ach, mein Herz wird doch beklommen
solltet ihr mal plötzlich kommen
kämet ihr in euerer raschen
Art, Genossen, um zu kaschen
seis zuhaus bei meinem Weib
meinem armen nackten Leib
ohne menschliches Erbarmen
grade, wenn wir uns umarmen
oder irgendwo und wann
mit dem Teufel Havemann
Wenn wir singen oder grad
Konjak kippen, das wär schad
ach, bedenkt: ich sitz hier fest
darf nach Ost, nicht nach West
darf nicht singen, darf nicht schrein
darf nicht, was ich bin, auch sein
-holtet ihr mich also doch
eines schwarzen Tags ins Loch
ach, für mich wär das doch fast
nichts als ein verschärfter
nichts als ein verschärfter
nichts als ein verschärfter Knast

(Nachbemerkung und Zurücknahme
Doch ich will nicht auf die Spitze
treiben meine Galgenwitze
Gott weiß- es gibt Schöneres
als grad eure Schnauzen
Schönre Löcher gibt es auch
als das Loch von Bautzen )

 

 2192899-4626da36cd6ccd4069f8337b14451a7a.jpg
Wolf Biermann (Hamburg, 15 november 1936)
Hier geflankeerd door voormalig bondsdagpresident Norbert Lammert en Angela Merkel

 

 

De Amerikaanse dichter Ted Berrigan werd geboren op 15 november 1934 in Providence, Rhode Island. Zie ook alle tags voor Ted Berrigan op dit blog.

 

Things To Do In New York (City)
for Peter Schjeldahl

Wake up high up
frame bent & turned on
Moving slowly
& by the numbers
light cigarette
Dress in basic black
& reading a lovely old man’s book:

BY THE WATERS OF MANHATTAN

change

flashback

play cribbage on the Williamsburg Bridge
watching the boats sail by
the sun, like a monument,
move slowly up the sky
above the bloody rush:

break yr legs & break yr heart
kiss the girls & make them cry
loving the gods & seeing them die

celebrate your own
& everyone else’s birth:

Make friends forever
& go away

 

 

Chinese Nightingale

We are involved in a transpersonified state
Revolution, which is turning yourself around
I am asleep next to 'The Hulk'. 'The Hulk' often sleeps
While I am awake & vice-versa. Life is less than ideal
For a monkey in love with a nymphomaniac! God is fired!
Do I need the moon to remain free? To explode softly
In a halo of moon rays? Do I need to be
On my human feet, straight, talking, free
Will sleep cure the deaf-mute's heartbreak? Am I
In my own way, America? Rolling downhill, & away?
The door to the river is closed, my heart is breaking
Loose from sheer inertia. All I do is bumble. No
Matter. We live together in the jungle.

 

 2192899-96cd0138a9e8bdd24a6e4b190ce88c9f.jpg
Ted Berrigan (15 november 1934 – 4 juli 1983)

 

 

De Britse dichter en schrijver James Graham Ballard werd geboren in Shanghai op 15 november 1930. Zie ook alle tags voor J. G. Ballard op dit blog.

Uit: Miracles of Life

“But I was intrigued by the small scars on her arms, the calluses on her hands she had probably carried from childhood, and tried to reconstruct the life she had led, the long years as a medical student, her first affairs, marriage and children. One day I found her dissected head in the locker among the other heads. The exposed layers of muscles in her face were like the pages of an ancient book, or a pack of cards waiting to be reshuffled into another life.
And all the while, in a wooden box under my bed at King’s, slept the bones of a small Asian farmer who had once planted rice, smoked his pipe in the evenings and watched his grandchildren grow. After his death his body had been boiled down to the white sticks that were sold on to an English medical student who had once boiled a rabbit to its bones. His skeleton, in the same pine box, has probably guided generations of Cambridge students, who have sat at their desks and explored his ribs and pelvis, feeling the bony points of his skull as if assembling the armature of a soul. Patiently, he has lived on.
My years in the dissection room were important because they taught me that though death was the end, the human imagination and the human spirit could triumph over our own dissolution. In many ways my entire fiction is the dissection of a deep pathology that I had witnessed in Shanghai and later in the post-war world, from the threat of nuclear war to the assassination of President Kennedy, from the death of my wife to the violence that underpinned the entertainment culture of the last decades of the century. Or it may be that my two years in the dissecting room were an unconscious way of keeping Shanghai alive by other means.
At all events, by the time I completed the anatomy course I had really completed my time at Cambridge. It had supplied me with a huge stock of memories, of mysterious feelings for the dead doctors who in a sense had come to my aid, and with a vast fund of anatomical metaphors that would thread through all my fiction. The hours in the dissecting room were backed up by the anatomy lectures and the time I spent reading in the anatomy library, where I became friends with an émigré Pole who was an assistant librarian, had served in the Polish Army and escaped to the West through Iraq.”

 

 2192899-c65f9f72d7086a12ca22aca6a10c5627.jpg
J. G. Ballard (15 november 1930 – 19 april 2009)
Cover

 

 

De Duitse dichter en schrijver Gerhart Hauptmann werd geboren in Obersalzbrunn (Neder-Silezië) op 15 november 1862. Zie ook alle tags voor Gerhart Hauptmann op dit blog.

Uit:Das Abenteuer meiner Jugend

“Anfang und Ende des Lebens, heißt es, sind dem Lebenden selbst in Dunkel gehüllt. Niemand kann sein geistiges Dasein vom Tage seiner Geburt datieren. So bin ich erst am Beginn meines zweiten Lebensjahres zum Bewußtsein erweckt worden und bewahre davon bis heute die Erinnerung.
Ich konnte weder sitzen noch liegen, weil mein Rücken und mein Gesäß, wie man mir später erklärt hat, zerprügelt und zerschunden war. Mein eigener Gedanke und deutlicher Lichtblitz aber war: Was soll aus mir werden, wenn ich beim Sitzen und Liegen maßlose Schmerzen habe?
Es ist meine Amme gewesen, die mich so mißhandelt hat. An die Prügelprozedur selbst habe ich jedoch keine Erinnerung.
Schmerz also hat meinen Geist erweckt, Leiden mich zum Bewußtsein gebracht.
Ich saß auf dem Arm der Kinderfrau und schrie, durch irgend etwas aufs schwerste beleidigt. Die Brave trug mich durch einen dunklen Korridor, der auf den Hof unsres Anwesens führte. Dort brüllte mich eine Stimme an, die mich stumm machte. Das war meine erste Begegnung mit dem preußischen Unteroffizier und die zweite Phase meines Bewußtwerdens.
Der ganze Hof lag voll Militär.
Eines Tages saß ich, von meinem Kindermädchen gehalten, auf dem Fensterbrett eines offenen Fensters und guckte auf den Vorplatz hinab. Dort wurden beim Toben der Regimentsmusik Remontepferde zugeritten. Sie stiegen kerzengrade in die Luft, sie bockten und keilten hinten aus, besonders die wütend geführten Schläge der Pauker machten sie unsinnig.
Es war, wie ich später erfahren habe, kurz vor der Schlacht bei Königgrätz.
Berührungen zwischen den Sinnen und Objekten, heißt es, veranlassen die Bewegung im Geiste des Neugeborenen, die ihn nach allen Dingen greifen läßt. Dies geschieht etwa bis zum dritten Lebensjahr.
Mit dem vierten Jahr ist es in mir bereits überraschend hell geworden.
Eines Tages erschienen fremde Soldaten, Österreicher, auf der Dorfstraße. Es waren Gefangene und Verwundete, hatte ich aufgefaßt. Der eine trug ein weißes, blutiges Tuch um den Hals. Ich nahm an, ihm sei der Kopf vom Rumpfe geschnitten und werde daran durch das Tuch festgehalten. Ein Gefangener hieß Boaba. Er war Tscheche und sprach nicht Deutsch.
Um jene Zeit hatten sich bereits die Gestalten zweier Knaben, meiner Brüder, in meine Seele eingeprägt. Die verwundeten Feinde in den Lazaretten empfingen von ihnen alle möglichen Wohltaten. Georg, der ältere, schrieb von früh bis abends Briefe für sie. Von ihm und dem jüngeren Bruder Carl wurde täglich die Speisekammer der Mutter ausgeplündert und der Raub den kranken Soldaten zugesteckt.“

 

 2192899-2c4f74bba6ac5ed128a9256ca08f102f.jpg
Gerhart Hauptmann (15 november 1862 – 6 juni 1946)
Als 19-jarige in 1881

 

 

De Duitse dichteres en schrijfster Liane Dirks werd geboren op 15 november 1965 in Hamburg. Zie ook alle tags voor Liane Dirks op dit blog.

Uit: Sich ins Leben schreiben

“Schrei ben ist etwas Wunderbares. Schrei bend kann man Welten entwerfen, Pläne schmieden, Nachrichten hinterlassen. Schreibend kann man erzählen von dem, was war und von dem, was kommen soll. Schrei ben ist Magie. Es stellt nie gesehene Landscha en her und es bewahrt Weisheiten, die drohen, in Vergessenheit zu geraten. Schrei bend kann man Kontakt mit der ganzen Welt aufnehmen, wie viel leichter ist das heute als zu Zeiten, in denen die Schri erst entstand! Schrei bend kann man aber auch Kontakt zu sich selbst aufnehmen, mehr noch, man kann sich schrei bend selbst entdecken. Und schrei bend kann man sich sogar begleiten auf einem Weg, der einen selbst immer mehr in Erscheinung treten lässt. Schreibend kann man sich selbst zum Leitstern werden. Dass ich dies entdeckte, ist viele Jahre her und es geschah mithilfe eines Traumes. Damals war ich jung, schmal und das, was man ein verletztes Wesen nennen kann. Meinen Verletzungen nicht zu erliegen, hatte ich bereits beschlossen, aber der Weg der Heilung sollte ein langer, ein schwieriger sein. Vermutlich gehe ich ihn sogar noch immer. Meinen Beruf hatte ich zu der Zeit schon an den Nagel gehängt, ich hatte fristlos einen festen Angestelltenjob gekündigt, meine junge Ehe ebenso forsch verlassen, doch den eigentlichen Anlass für all das, den Wunsch, Autorin werden zu wollen, wagte ich kaum vor mir selbst auszusprechen. Stattdessen hatte ich zunächst die Welt bereist, versucht, allerorten Gutes zu tun, immer war ich mit einem Au rag unterwegs– mich für andere zu engagieren schien doch einfacher zu sein, als selbiges für mich zu tun. Ich lebte mit einem Freund, der sein gut gemeintes Mitleid vor sich hertrug, es erniedrigte eher als dass es mich stärkte, und dennoch lebten wir zusammen. Wir engagierten uns, kämp en für das, was wir für gerecht und richtig hielten, wir eiferten unseren Idolen nach, Jean-Paul Sartre und Simone de Beauvoir, siezten uns zwischendurch sogar wie das berühmte Paar, lasen die Bücher der Anarchisten und tranken den Kaff ee schwarz und ohne Zucker. Mein Zimmer war schön, mein Leben begrenzt. Die Texte, die ich schrieb, litten an ihrer Kürze, aus mir wollte einfach nichts heraus. Und doch hätte das alles noch lange so weitergehen können, wäre da nicht dieser wehmütig gebundene Schmerz gewesen, der von anderem wusste, von Größerem, Tieferem, von Freiheit. Von mir selbst. Und dann kam dieser Traum, ein eher unspektakuläres Gebilde, gemessen an den Geschichten, die mir meine Seele sonst erzählt: Im Traum sah ich mich am Rande eines Zeltlagers an einer Kochstelle hocken. Ich rührte langsam und mit Bedacht in einem Kessel, der über dem off enen Feuer hing. Um mich her lagerten noch andere Menschen, die Stimmung war friedlich, das Leben schlicht und aufgeräumt. Ich musste wohl schon lange dort gewesen sein, so jedenfalls fühlte es sich an. Doch dann hob ich den Kopf, so wie es nur im Traum geht, als täte ich es das erste Mal, und ich sah, dass wir unmittelbar am Rand eines Deiches lagerten, auf dessen Kuppe ein Weg verlief.“

 

 2192899-5a14d195661c06837c8168e0c91685b9.jpg
Liane Dirks (Hamburg, 15 november 1965)

 

 

De Franse schrijver en journalist Lucien Rebatet werd geboren op 15 november 1903 in Moras -en- Valloire, Drôme. Zie ook alle tags voor Lucien Rebatet op dit blog.

Uit: Les décombres

« Nombre de fuyards galonnés étaient en ménage, roulant à côté d'une femme, dans des voitures aux matricules militaires, ayant dégringolé de l'Oise ou de l'Aisne pour évacuer de Passy, de Montmartre, de Montparnasse leur épouse, leur maîtresse, leurs titres, leurs comptes en banque et leur pékinois. Les camarades du front n'avaient pas menti. Deux ch'timis du Nord, rescapés des années de Belgique, que nous avions pris dans notre camionnette, ricanaient : « Ça ne change point. C'est comme ça depuis la Meuse. » Et l'on voulait se battre encore, avec des chefs qui jetaient ainsi au vent de la panique leurs plus élémentaires devoirs ! Nous longeâmes le camp d'aviation d'Étampes-Mondésir qui avait subi un grave bombardement. De vastes bâtiments incendiés montraient leurs carcasses noircies. Les terrains étaient labourés d'entonnoirs gigantesques, semés de débris d'appareils. Nous dépassions les burlesques de l'exode, des petits vieux à barbiches qui prétendaient véhiculer une nichée de six ou sept brus, filles, soeurs, cousins ou lardons, avec la cargaison afférente, à bord d'une pétrolette de cinq chevaux et de vingt-cinq ans d'âge, toussant et crachant sur ses roues branlantes, une véritable auto pour Laurel et Hardy. Nous laissions loin en arrière de lourds chars à foin, traînés par de gros chevaux de labour butant à chaque pas, la tête pendante, qui portaient depuis des jours et des jours toute une famille morne, des vieillards en chapeaux ronds, des paysannes, des gamins silencieux enveloppés de fichus noirs, avec des seaux à toilette, des réchauds à charbon de bois, des marmites pleines de suie et des poulets vivants dans des cageots. »

 

 2192899-511c90241ef843fa3b291595c405a13f.jpg
Lucien Rebatet (15 november 1903 – 24 augustus 1972)
Cover

 

 

De Amerikaanse dichteres Marianne Moore werd geboren op 15 november 1887 in Kirkwood, Missouri. Zie ook alle tags voor Marianne Moore op dit blog.

 

Spenser's Ireland

has not altered; -
a place as kind as it is green,
the greenest place I've never seen.
Every name is a tune.
Denunciations do not affect
the culprit; nor blows, but it
is torture to him to not be spoken to.
They're natural,-
the coat, like Venus'
mantle lined with stars,
buttoned close at the neck,-the sleeves new from disuse.

If in Ireland
they play the harp backward at need,
and gather at midday the seed
of the fern, eluding
their 'giants all covered with iron,' might
there be fern seed for unlearn-
ing obduracy and for reinstating
the enchantment?
Hindered characters
seldom have mothers
in Irish stories, but they all have grandmothers.

It was Irish;
a match not a marriage was made
when my great great grandmother'd said
with native genius for
disunion, 'Although your suitor be
perfection, one objection
is enough; he is not
Irish.' Outwitting
the fairies, befriending the furies,
whoever again
and again says, 'I'll never give in,' never sees

that you're not free
until you've been made captive by
supreme belief,- credulity
you say? When large dainty
fingers tremblingly divide the wings
of the fly for mid-July
with a needle and wrap it with peacock-tail,
or tie wool and
buzzard's wing, their pride,
like the enchanter's
is in care, not madness. Concurring hands divide

flax for damask
that when bleached by Irish weather
has the silvered chamois-leather
water-tightness of a
skin. Twisted torcs and gold new-moon-shaped
lunulae aren't jewelry
like the purple-coral fuchsia-tree's. Eire-
the guillemot
so neat and the hen
of the heath and the
linnet spinet-sweet-bespeak relentlessness? Then

they are to me
like enchanted Earl Gerald who
changed himself into a stag, to
a great green-eyed cat of
the mountain. Discommodity makes
them invisible; they've dis-
appeared. The Irish say your trouble is their
trouble and your
joy their joy? I wish
I could believe it;
I am troubled, I'm dissatisfied, I'm Irish.

 

 2192899-01550674d88514cae211321527f3da8a.jpg
Marianne Moore (15 november 1887 – 5 februari 1972)

 

 

Voor nog meer schrijvers van de 15e november zie ook mijn blog van 15 november 2015 deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 18:12 Reageer op dit bericht

Susanne Fröhlich

De Duitse schrijfster en journaliste Susanne Fröhlich werd geboren op 15 november 1962 in Frankfurt am Main. Zie ook alle tags voor Susanne Fröhlich op dit blog.

Uit: Verzogen

„Schade, ich kann die Schuld auf niemanden abwälzen. Ich war es, die ja gesagt hat. Laut und deutlich und das, ohne unter Alkohol- oder Drogeneinfluss gestanden zu haben. Ich habe alle Bedenken beiseitegewischt und einfach ja gesagt. Ein klitzekleines Wort, das so verdammt viel ausrichten kann. Diesem kleinen Wort verdanke ich, dass ich jetzt auf dem Land lebe. Seit knapp sechs Monaten. Sechs Monate, die mein Leben von Grund auf verändert haben. Die gute Nachricht: Ich lebe noch. Aber anders. Ganz anders als bisher.
Fangen wir von vorne an. Als mich Paul, der Mann an meiner Seite, fragt, ob ich mir vorstellen kann, mit ihm aufs Land zu ziehen, bin ich zunächst skeptisch. Aber Paul kann sehr überzeugend sein. Seine Visionen vom Leben weit draußen sind malerisch. »Die Natur, die phantastische Luft, die Ruhe und die viele Zeit, die wir für uns haben werden«, schwärmt er mir vor. »Und natürlich all die frischen Tomaten!« Paul ist Orthopäde und Kinderarzt (Ja, er hat zwei Facharzttitel, und ja, ich finde das sehr toll!) und seit vielen Jahren an einer Klinik angestellt. Ein alter Kollege und Freund hat ihm seine Praxisvertretung angeboten: »Horst will auf Reisen gehen für ein ganzes Jahr, und er braucht jemanden, der ihn vertritt. Wir können sein
Haus haben, die Orthopädie-Praxis ist im Erdgeschoss. Es ist die perfekte Chance zu testen, ob wir uns auf dem Land wohl fühlen. Ich will schon so lange raus aus meiner Kliniktretmühle. Das wäre ein Traum für mich. Ich könnte als ganz normaler Orthopäde arbeiten. Und auch für Horst wäre es die perfekte Lösung. Also quasi eine Win-win-Situation.« Win-win für Horst und Paul. Aber für mich? Auf dem Land zu leben war nie einer meiner Träume. In mir ist keine Sehnsucht nach selbstgezogenem Blattsalat, Gummistiefeln, Heuschobern und Landfrauennachmittagen. Ganz im Gegenteil. Landleben ist für mich immer eine Art Synonym für Kleingeistigkeit, Spießertum und Langeweile, getränkt in Matsch und von fiesem Güllegeruch durchzogen. Oder sagt man Jauche? Sind Gülle und Jauche überhaupt das Gleiche? Mir fehlt jegliches
Land-know-how. Mein Leben in der Peripherie der Großstadt ist mir Landleben genug. Eigentlich will ich, wenn die Kinder aus dem Haus sind, in die Stadt ziehen. Richtig mittenrein ins Leben. Penthouse oder Altbau, Stuck, Parkett, hippe Cafés, Kneipen – einfach das pralle
Leben. Aber wer bin ich, dass ich einen Traum zerstöre? Vor allem den Traum des Mannes, den ich liebe. Warum nicht mal etwas wagen? Für ein Jahr. Es sind nur 365 Tage, sage ich mir wieder und wieder. Eine Art Probezeit. »Wenn es dir nicht gefällt, finden wir eine Lösung.“

 

 2193037-3f06e9261bd790f77b0d333d00572e8a.jpg
Susanne Fröhlich (Frankfurt am Main, 15 november 1962)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten