Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 24 december 2018 tot 25 december 2018

Toen (Jan Boerstoel)

 

Aan alle bezoekers en mede-bloggers een Prettig Kerstfeest!

 

 

 2202989-055c59999e88d7d868dda0bf3153c0c6.jpg
Gerard van Honthorst: De aanbidding door de herders, 1622

 

 

Toen

Kerstmorgen vroeg... De prille jaren vijftig leden
buiten voelbaar onder de winterkou,
de rode kolenkachel was nog amper lauw,
maar de elektra-kaarsjes in de kerstboom deden

hun best, de kleine jongen wreef zijn handen,
maar bleef zich warmen aan hun zachte stille licht,
zo af en toe kneep hij zijn ogen dicht,
waardoor het nét leek of er echte kaarsjes brandden.

De mooie kaart van oma op het schrijfbureau,
"Gelukkig Kerstfeest" las hij... En dat was ook zo.

 

 2202989-b3d6aec261e6e74824902a2454a0b032.jpg
Jan Boerstoel (Den Haag, 3 november 1944)
Kerstsfeer op Het Plein in Den Haag

 

 

Zie voor de schrijvers van de 25e december ook mijn vorige blog van vandaag.



Geschreven door Romenu om 07:58 1 reactie Reageer op dit bericht

David Pefko, Karin Amatmoekrim, Quentin Crisp, Lisa Kränzler, N.E.M. Pareau. Sheila Heti, Tununa Mercado, Maarten Goethals, Sabine Kuegler

De Nederlandse schrijver David Pefko werd op 25 december 1983 geboren in Amsterdam. Zie ook alle tags voor David Pefko op dit blog.

Uit: Daar komen de vliegen

“Toen Aron Friedland aan zijn speech begon, probeerde Jerry hem zo strak mogelijk aan te kijken, maar een vervelend spierverrekkinkje in zijn linkerooglid maakte het moeilijk. Hij hoorde nauwelijks wat hij zei, zo veel moeite kostte het hem om zijn blik op de ogen van de ex-landbouwmagnaat gericht te houden.
‘Abigail, Abby, lieverd van me,’ zei Friedland, ‘maanden heb ik je zien ploeteren. Met liefde, met toewijding en natuurlijk met de hoognodige hulp van de geweldige mensen van de Bat Mitzwa Club op 77th Street...’
Er klonk bulderend gelach uit de zaal, en Aron Friedland, die een zwarte smoking droeg met een hoge boord, sloeg zichzelf op zijn knieën van het lachen toen hij naar het beteuterde gezicht van zijn dochter keek.
‘Nee hoor, lieverd,’ ging hij snel verder, ‘het is een prestatie van niveau en je moeder en ik zijn beiden gewoon apetrots op je. Onze dochter die hier nu staat als een hele vrouw. We hopen dat het je in het leven aan niets zal ontbreken, dat je nog even zult wachten met uit huis gaan en trouwen en al die vervelende dingen. Maar in de tussentijd, lieve Abby, ja, ik weet dat je me vroeg dit absoluut niet te zeggen, maar ik doe het toch, voor je eigen bestwil; je moet plechtig beloven je kamer iets netter te houden.’ Bij dat laatste liet Friedland de microfoon los, gooide zijn handen theatraal in de lucht en bad jammerlijk richting het gewelfde plafond, alsof hij hoopte dat zijn God dit wel even voor hem zou gaan regelen.
Weer lachte iedereen in de zaal. Jerry deed alsof hij ook moest lachen, Ruth deed hetzelfde.
‘Wat een vreselijke, vreselijke mensen zijn dit toch,’ fluisterde Ruth in Jerry’s oor, ‘ik snap opeens heel goed waarom je zijn geld niet wilde hebben.’
‘Ik zei het je toch,’ mompelde Jerry. Zijn linkerooglid trilde nog steeds, maar echt opvallend was het waarschijnlijk niet. Aan zijn linkerkant knikte iemand naar hem. Jerry knikte terug en glimlachte verder naar het schouwspel.”

 

 2202988-41a362a9c6039d6aa6b51be84dd4d9f6.jpeg
David Pefko (Amsterdam, 25 december 1983)

 

 

De Surinaams-Nederlandse schrijfster Karin Amatmoekrim werd geboren in Paramaribo op 25 december 1976. Zie ook alle tags voor Karin Amatmoekrim op dit blog.

Uit:Tenzij de vader

“Ik had mijn hoofd geschud zonder over de vraag na te denken. Ik wilde dat ze opschoot, stappen over zou slaan. Ik wilde horen wat het precies was dat ons daar in dat donkere bed wakker hield. Ze bestudeerde mijn gezicht. Ik wachtte ongeduldig, maar lette erop niets te zeggen dat haar zou weerhouden van een zekere openbaring.
Toen zei ze; ‘Hij is wel de vader van je broertje en zusje, maar niet van jou.’
Ik hield even mijn adem in, en liet hem toen door mijn neus ontsnappen.
‘Karin?’ vroeg mijn moeder. ‘Ja,’ antwoordde ik, en mijn stem klonk gewoon, zoals altijd, er was geen emotie. Ik had mijn hand plat op mijn buik gelegd en probeerde te voelen of er iets gebeurd was na mijn moeders mededeling. Niets. ‘Ja,’ zei ik nog eens, en ik draaide mijn hoofd opzij zodat ik haar aan kon kijken.
‘Wil je weten wie je vader is?’
Ik had geknikt. Ze sloot haar ogen weer, en tijdens het praten hadden haar handen weer bewogen, met de slanke bruine vingers die ik zo bewonderde, over het laken, door de lucht, en ik vroeg me af wat het was dat ze zochten, was het houvast of dirigeerde ze haar woorden, het verhaal. Toverde ze er misschien een vader mee, een vader speciaal voor mij. En toen had ze gesproken over zijn kracht, zijn warmte. Dat hij een beroemde sportman was, taekwondo, een woord dat ik nooit eerder had gehoord. En ze sprak over zijn liefde voor haar, over hoeveel zij op haar beurt van hem hield, ooit.
Ik dacht aan mijn vader de zeeman. De reus die kwam en ging wanneer hij wilde, die lachte omdat hij dronk tot hij zoveel had gedronken dat hij moest huilen, dikke zoute zeemanstranen over een grof, blank gezicht dat ik nooit had herkend als niet het mijne, want kinderliefde is loyaal, stelt geen vragen. Drinken, lachen, drinken, huilen, huilen, schreeuwen, de dingen kapot maken.
Mijn moeder vroeg hoe ik me voelde.
‘Ik vind het niet erg,’ antwoordde ik. Ik legde mijn hand weer op mijn buik, probeerde iets te voelen. Er was niets. Of toch, iets heel kleins, ergens diep van binnen, maar het was er onmiskenbaar. Het was een gevoel van opluchting.
‘Wil je nog iets weten,’ vroeg mijn moeder.
‘Niet echt,’ antwoordde ik. Ik was moe. Ik wilde slapen en daarmee een einde aan de dag maken. ‘Of toch, ik heb nog wel een vraag.’

 2202988-94b55a377b59ee8ba4dda9ffd10dc990.jpeg
Karin Amatmoekrim (Paramaribo, 25 december 1976)

 

 

De Engelse schrijver, acteur en homoactivist Quentin Crisp werd geboren als Denis Charles Pratt op 25 december 1908 in Sutton, Surrey. Zie ook alle tags voor Quentin Crisp op dit blog.

Uit: How To Have A Lifestyle

“I now realize that education is a last wild effort on the part of the authorities to prevent an overdose of leisure from driving the world mad. Learning is no longer an improver; it is merely the most expensive time-filler the world has ever known.”
(…)

“All the golden societies of the past to which historians point and turn their wistful smiles have had what patience-players would call a discard pile. They operated on two levels with a slave class who worked, ate, slept, and died and a leisured class who reclined on one elbow and spoke. Naturally it is from this latter group that we learn what life at that time was like. It often makes charming reading but we can hardly take it to be the whole truth.”
(…)

“Lord Snow says that every man may be permitted his own clichés. But this is not enough. He must invent his own clichés and then persist in them until, if other people use them, their source is instantly recognizable. Thus plagiarism shall be turned into homage.”

 

 2202988-0640f6c450fd715bb5ac5c9285090d60.jpg
Quentin Crisp (25 december 1908 – 21 november 1999)
Cover

 

 

De Duitse schrijfster Lisa Kränzler werd geboren op 25 december 1983 in Ravensburg. Zie ook alle tags voor Lisa Kränzler op dit blog.

Uit: Export A

„Ahmt die Innenseite, das Unterfutter meiner Haut, diese glühende Erdbeerfärbung nach, überlege ich, oder ist bereits zu wenig Licht in mir und nichts als Dunkel, ein violettes Dunkel?
Ich breche meine Überlegungen ab, rolle die roten Hälften zusammen und stecke sie, eine nach der anderen, in den Mund. Den Rest meines Lunchs schiebe ich mit aufmunterndem Nicken in Richtung Kat.
Die schräge Sonne, die frühen weißen Flocken, die Kälte im Bus und dieser Sog, dieses Ziehen an meinen Gliedern, das Gefühl einer nahenden Dunkelheit, haben mich alarmiert. Ich spüre, ich werde hier mit dem Nötigsten auskommen müssen. Es wird mir zu wenig sein, viel zu wenig. Es wird die Grenzen dessen, was ich mir ertragen zu können zutraue, verschieben, mich an die unmöglichsten Orte ziehen.
Ich wiederhole mein Zunicken. Schließlich reagiert Kat. Sie greift und beißt zu, während meine Blicke besorgt zwischen Sonne und Schuluhr hin- und herwandern.
(…)

Kat wird keine wichtige Rolle spielen. Aber sie war die Erste, die mich ansprach. Alle Worte, die auf sie zutreffen, schmecken irgendwie süß, und ich habe beschlossen, mir diese süße Sünde zu genehmigen:
Kat heißt eigentlich Kaisha, ist etwas jünger als ich und kommt aus Kamloops (Kamloops, Fruitloops, da geht?s schon los), einer Stadt in British Columbia. Sie ist klein, ihr Kopf reicht mir gerade bis an die Schultern, und solange ich sie kannte, wechselte die Haarfarbe dieses Kopfes von Rosa zu Rot, von Rot zu Orange, von Orange zu Blau und schließlich zu Wasserstoffblond. Ihre Fingernägel waren stets in der entsprechenden Komplementärfarbe zu ihrer jeweiligen Haar- oder Lidschattenfarbe lackiert. Auf ihren Lippen glänzte, glitzerte und roch es nach einer ganzen Palette von künstlichen Farb- und Geschmacksstoffen. Im Unterricht schrieb sie mir kleine Zettel, einige habe ich bis heute aufbewahrt. Sinnlose Sprüche und Wortfetzen wie "feet are pink, trees are purple". Um die Schrift rankten sich Nadelbäume in verschiedenen Violetttönen und mehrere Paare pinkfarbener Füße.“

 

 2202988-a88c731f75eab84018a8e446ea172ca8.jpg
Lisa Kränzler (Ravensburg, 25 december 1983)

 

 

De Nederlandse dichter, schrijver en hoogleraar N.E.M. Pareau (pseudoniem van Herman Jan Scheltema) werd geboren in Groningen op 25 december 1906. Zie ook alle tags voor N. E. M. Pareau op dit blog.

 

Zondag

Aangezien de zonnestralen
Alhoewel er wolken staan,
Aangenaam ter aarde dalen,
Wil ik heden wandelen gaan.

Door de fraaie ruime straten,
In gemoedelijken tred,
Wijl Christien en ik wat praten
En 'zij' op de kinderen let.

Nu geen draven, hollen, jagen,
Elk is deftig en beleefd.
'k Schep in wandelen groot behagen
Bijaldien het kalmte geeft.

Als wij mijnen chef ontmoeten
Blik ik ferm in zijn gelaat,
En ik laat hem 't eerste groeten,
Daar Christiena naast mij gaat.

's Avonds keeren w' onze schreden
Naar de woning, alwaar wij
Ons recht rustig gaan verkleeden;
En de Zondag is voorbij.

 2202988-118b6776399cc726651447ebec1de24f.jpg
N.E.M. Pareau (25 december 1906 – 2 december 1981)

 

 

De Canadese schrijfster Sheila Heti werd geboren op 25 december 1976 in Toronto. Zie ook alle tags voor Sheila Heti op dit blog.

Uit: Ticknor

“You have no difficulty with other peo-ple, and you cannot rightly say that your first and sec-ond loves were books. There was a woman I loved more than books, but now she is gone. I was not a favorite of girls, and I am still not favored among women. You loved first a drunk, second a woman who was deformed in the face. I have only ever loved hope-less women, which is surely what has kept me from the highest circles. It's all that would have been necessary to find myself in the warm glow of the dinner table at the Prescotts'. To have only had a woman you could show off would have put you in the proper place. I tried not to love the women I loved. Now I only want to be quite simple and childlike with some dear woman, with no code of morals, yet I fear it's too late. Few people feel a real and deep passion more than once in a life. Perhaps you will never again love in the same true way, or find a human being who is such per-fect rest to you. It will take me a while to get there. You will get there soon enough. Getting somewhere always involves more effort than the effort of getting there is worth. Of me, and we will take this walk. I often walk before dinner, and I love companionship at that time of the night. It is at that time of the night when I am most in need of friends. The drives are less agreeable but the walks still have their charms. Everything around here is familiar and dear to me and reminds me of all the days of my childhood. Perhaps you will visit me, when next you come to Boston. Please come to Boston, Mrs. Abb_ng_on. I hope to see you in Boston, but I suggest you wait until winter has passed.
He lived with his mother and father and I lived all alone. Even when he was living only with his mother I was living all alone. There is nothing to envy about a grown man living with his mother and father, but then his family has always been close. And the homes—even his opulent apartments were unlike the simple apart-ments of his friends. Everyone would have liked to live in them. Often you slept there, so you are closer than most, though you found out that others did too. You pretended not to want to be a part, but they could tell you wanted to be a part; everyone did anyway, you found that out, if you didn't know it already. And they like your company, so it's not an intrusion. They like me as an outsider and friend, and I have always been at a familiar distance. Even with the grandmother.”

 

 2202988-11e7ec050629df5fada25a61281ac3b8.jpg
Sheila Heti (Toronto, 25 december 1976)
Cover

 

 

De Argentijnse schrijfster Tununa Mercado werd geboren op 25 december 1939 in Córdoba, Argentinië. Zie ook alle tags voor Tunana Mercado op dit blog.

Uit: In a State of Memory (Vertaald door Peter Kahn)

“I was almost tempted to transcribe the fragment in order to illustrate the anguish I was in, but I did not: the mere act of sending the letter, of setting my sights on a ther-apeutic goal, made me feel better. And so extreme is my thera-peutic disposition, and so inveterate, that once the letter was sent, at that precise instant, I placed all my hopes on Switzerland. It was a cruel beginning to winter, very cruel; the roads were covered with snow, and I was aware that the trip between Besancon and Geneva could be plagued with misadventures. I envis-aged traveling through frozen forests on white trains, traversing white countries, and I felt a sudden rush of panic that could only be eased by thoughts of my imminent cure; I was going to cross over the iced landscape, but the ice was not going to break beneath my feet—I was not going to get my tail wet, like the fox in the 1 Ching during his winter journey—because I was going to have individual, prolonged, radicalized psychiatric treatment. I never had the opportunity to test the ice; Madame Spira, who, judging by her fame, might well have been psychoanalyst to Queen Juliana, could not "for the moment" take on a bi-weekly commitment; her hours were all taken. There was no mention in her letter of having received my case from Buenos Aires, no letter had forwarded me to her adoptive care, no ref-erence to my psychoanalyst at all; she said she was at my service for some future time, asked me to excuse her, and, meanwhile, remained sincerely mine. Her answer did not surprise me: I had already realized that the feat of paying for analysis in Swiss francs, trips that would involve winding through mountains and bordering cliffs, paid in Swiss francs, weekly lodging near or far from Lake Geneva, paid in Swiss francs, all of this had, for sev-eral weeks now, seemed rather laughable and disproportionate, a poor person's fantasy. Once again, I had failed in my attempt to obtain a profound, individual treatment, of the sort to which thousands of Argentine women and men had gained rightful access over the last thirty years.”

 

 2202988-9d64c2d53ea66dac186a1cedf54bc24f.jpg
Tununa Mercado (Córdoba, 25 december 1939)
Cover

 

 

De Duitse schrijfster Sabine Kuegler werd geboren op 25 december 1972 in Patan in Nepal. Zie ook alle tags voor Sabine Kuegler op dit blog.

Uit: Dschungelkind

„Fayu vom Iyarike-Stamm kommen uns besuchen
Häuptling Baou bückte sich plötzlich zu mir herunter, nahm mein Gesicht in seine Hände und kam mit seinem Kopf immer näher. Ich erschrak, weil ich dachte, er wolle mich jetzt auf den Mund küssen. Aber stattdessen drückte er seine verschwitzte Stirn auf die meine und rieb sie mehrmals. Papa lachte, als er meinen verblüfften Gesichtsausdruck sah. Er erklärte uns, dass die Fayu die Stirnen aneinander reiben, um sich zu begrüßen – ungefähr so, wie wir Europäer einander die Hand schütteln.
Dasselbe taten die Fayu nun auch mit meinen Geschwistern. Wir hatten den Rest des Tages eine dunkle Stirn, einen Abdruck aus Schweiß und Schmutz in unserem Gesicht.
Nun begannen die Fayu-Männer, unsere Haare anzufassen, dann unsere Haut und unsere Gesichter. Sie fingen zu reden an, ihre Stimmen wurden immer lauter vor Aufregung. Die Angst vor ihnen verschwand und machte unserer kindlichen Neugier Platz.
Nach einigen Minuten kämpften wir uns aus der Menge heraus und liefen zum Hubschrauber. Da bemerkte ich, dass einige nackte Frauen am Rande des Urwalds standen. Sie hatten kleine Kinder auf dem Arm und sahen nicht so wild aus wie die Männer. Langsam ging ich auf sie zu. Doch als ich mich näherte, fingen die Kinder an zu schreien, und die Frauen rannten zurück in den dunklen Wald. Ich schaute ihnen einen Augenblick nach, ging dann aber zum Hubschrauber zurück, wo Papa und der Pilot unser Gepäck abluden. Die Stammeskrieger halfen ihnen, die Last zu unserem Holzhaus zu bringen.
Mein neues Zuhause lag auf einer kleinen Lichtung, gesäumt rechts vom Klihi-Fluss und links vom Urwald. Weil dieses Gebiet regelmäßig überschwemmt wurde, stand das Haus auf mehreren hohen Holzbalken.
Das ganze Gebäude war mit grünem Draht umwickelt, um Insekten und sonstiges Getier fern zu halten. Dies wäre eine gute Idee gewesen, wenn sie denn funktioniert hätte. Wir hatten nämlich trotz allem immer wieder ungebetene nächtliche Besucher in unserem Haus. Mama ist die ganzen Jahre hindurch oft des Nachts aufgestanden, um auf Ratten- oder Insektenjagd zu gehen. Wer Freude daran hatte, waren die Fayu, weil sie die Beute am nächsten Morgen zum Frühstück essen konnten.“

 

 2202988-d2f71e8f64ba0ae2030289ad0b41f03e.jpg
Sabine Kuegler (Patan, 25 december 1972)

 

 

Onafhankelijk van geboortedata

 

De Vlaamse dichter, schrijver en journalist Maarten Goethals werd geboren in Brugge in 1985. Zie ook alle tags voor Maarten Goethals op dit blog.

De moeizame moeder

‘In de vruchtbaarheid transcendeert het ik de wereld van het licht’

                                                                                     EMMANUEL LEVINAS

1.
Met de schaduw in haar stem.
Met de late geur van valavond.
Met het licht verloren op de lippen.
Zij sluipt en sluimert in het gras
(een slang
in het vel van een vrouw)
Zij ziet mij –
genodigd, gul en heimelijk
en later: gevangen in haar huid.
Als prooi tegelijk pantser.


2.
Vannacht in het glimmend zijdezacht
van slijm en slijk, gespleten tussen takken. De aarde verweerd,
de hemel: klevend, omgewoeld. En ondergronds waak ik
onvoltooid in haar handen.
In stilte gestopt met sterven.
Wijl in de verte de regen valt. De donder
op de horizon davert. Het vuur de dag van duisternis
scheidt. En de weg bereidt
naar mij –haar vader en vrijer. De vijand binnenin.
Een vlinder.

 

 2202988-ddc6b8d54612a764aac9a50ee1800d13.jpg
Maarten Goethals (Brugge, 1985)  

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 25e december ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 07:57 Reageer op dit bericht

Friedrich Wilhelm Weber, Alfred Kerr, Gerhard Holtz-Baumert, Dorothy Wordsworth, Carlos Castaneda, William Collins, Christian Geissler, Ute Erb

De Duitse schrijver Friedrich Wilhelm Weber werd geboren op 25 december 1813 in Althausen. Zie ook alle tags voor Friedrich Wilhelm Weber op dit blog.

 

In der Bergkapelle

Waldumrauschte Bergkapelle,
Einsam, öd‘ und halbzerfallen,
Mag kein Pilger dich besuchen,
Immer muss ich zu dir wallen.

Fern der Welt verworrnem Brausen
Und mir selbst zurückgenommen,
Knie‘ ich am Altar, ein müder
Wandersmann am kühlen Bronnen.

Vor mir in der Mauernische
Tief gebeugt die gnadenreiche,
Schmerzensreich Gottesmutter
Mit des Sohnes blut’ger Leiche.

Ihr zu Füßen welke Blumen,
Ihr zu Häupten falbe Kränze.
Abendrotumglüht, die letzte
Liebesgab‘ entschwundner Lenze.

Welke Blumen, falbe Kränze,
Die sie brachten, ob sie starben?
Ob sie schweifen in der Fremde?
Ob sie irrten und verdarben?

Tiefe Stille! Durch die Fenster
Nur der Flüsterhauch des Windes,
Und des Bachs verlornes Murmeln,
Wie das Beten eines Kindes.

Und ich bete, schmerzlich dringend,
Wie in meiner Kindheit Tagen:
All mein Härmen und mein Sorgen,
All mein Kümmern kann ich klagen.

Und die linde, langentwöhnte,
Langersehnte Opferspende,
Leise rinnt die warme Träne
Auf die fromm gefaltnen Hände. –

Waldumrauschte Waldkapelle,
Einsam, öd‘ und halbzerfallen,
Mag kein Pilger dich besuchen,
Immer muss ich zu dir wallen.

 

 2202987-61ee2d436a6606cdd59e0dc8c3fafee0.jpg
Friedrich Wilhelm Weber (25 december 1813 – 5 april 1894)
Althausen

 

 

De Duitse schrijver, journalist en theatercriticus Alfred Kerr werd op 25 december 1867 in Breslau geboren. Zie ook alle tags voor Alfred Kerr op dit blog.

Uit: Alfred Kerr. Die Biographie (Door Deborah Vietor-Engländer)

„Für ihn war es ein deutsches und kein christliches Fest, und so war es wohl bei vielen, nämlich eine säkularisierte häusliche Familienfeier.4 Erinnerungen an jüdische Feste im Kempner’schen Hause gibt es bei Kerr nicht. Unterlagen über seine Beschneidung (Brit Millah) und seine Bar-Mitzwa, das jüdische Fest zur Mannesreife mit dreizehn Jahren, waren bisher nicht auffindbar. Seinen beiden Kindern erzählte er allerdings, die Rede zu seiner Bar-Mitzwa hätte Schwester Annchen geschrieben.5 Alfred Kerr war sich seiner jüdischen Herkunft und Identität schon früh bewusst. Dass er «von Weinhändlern und Predigern» abstamme, sagte er gerne, «welchen Zwischenberuf diese Enkelschaft meines vermutlichen Ahnherrn, des Königs David, nach fast dreitausendjährig unbequemer Wanderung vom Mittelmeer zu schlesisch-slawischen Bezirken vorübergehend ergriffen hat».6 Er wusste, dass die ihm unmittelbar voraufgehenden Generationen «urmodern aus der zweitausendjährigen Konservenbüchse geklettert» und sich unter Wilhelm I. und Wilhelm II. ein bisschen wie unverstandene Flüchtlinge vorgekommen waren. Schließlich lebte man noch «in einer Gegend, wo keiner ihrer Art ohne die Demütigung einer stempelnden Zwangstaufe zu irgendeinem wesentlichen Amt gelassen wurde, gleichviel wie seine Fähigkeit war».7 Aber der heranwachsende Alfred Kerr folgte doch der liberalen Ansicht dieser Familienmitglieder. Wir werden dafür genug Bestätigungen in seinem Leben und Schreiben finden.8 Solche Zeichen der Akkulturation sind nicht mit Assimilation zu verwechseln. Wenngleich die jüdischen Familien häufig dazu neigten, sich ins Familiäre zurückzuziehen, so war Emanuel Kempner als Inhaber von Weinstuben gezwungen, sich in der Geschäftswelt zu bewegen. Er wird daher ausreichende Erfahrungen mit dem Antisemitismus gemacht haben. In seinem «Lebenslauf» notierte Kerr: «Wenn ein Knote ganz bieder am Versöhnungstag einem Herrn mit Gebetbuch ‹Verpuchtes (schlesisch für verfluchtes) Judenaas!› nachrief oder wenn ein Major von den ‹Elfern› vorn auf der Straßenbahn offen erklärte: ‹Wie viel schwangere Judenweiber man sieht – ’s ist zum Kotzen!›: Nicht das war verletzend.“

 

 2202987-40ac78cd511ec8af92afe628360c1971.jpg
Alfred Kerr (25 december 1867 – 12 oktober 1948)
Hier met zijn dochter Judith

 

 

De (Oost) Duitse schrijver Gerhard Holtz-Baumert werd geboren op 25 december 1927 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Gerhard Holz-Baumert op dit blog.

Uit: Die pucklige Verwandtschaft

„Die sowjetischen Kriegsgefangenen in unserer Flakstellung hatten sich eine Banja in die Erde gewühlt. Aus dem verschneiten Erdhügel reckte sich ein Ofenrohr, aus dem es beizend qualmte. Nackt stürzten die Männer heraus, wälzten sich im Schnee und rannten die Treppe wieder hinab, ein Schwall Dampf quoll aus der Brettertür. Willi und ich beobachteten sie. Die schneeweißen Leiber der Russen blitzten, als seien sie silberne Fische im tiefschwarzen Wasser. Kamrad, Kamrad, komm mit!
Eines Abends beschlossen wir mitzugehen. Wir krochen aus den Uniformen, die wir an rostige Nägel vor der Tür hängten, und prallten zurück, als wir den kleinen heißen Raum betraten, an dessen Stirnwand ein Kanonenofen stand, hineingestellt in eine blecherne Tonne, die mit Steinen gefüllt war. Einer der Russen goß gerade einen Schwapp Wasser auf die Steine.
Kamrad, gutt? Wir nickten und warteten, was kommen würde, begannen zu schwitzen und wurden - Kamrad, komm! - hinausgezogen in den Schnee, der uns die Haut vom Leibe fraß, und wieder hinein in die beizende Hitze.
Es ist eine Sauna, die Rußkis haben sich eine Sauna gebaut, sagte Willi, der zu Hause mit seinem Vater darüber gesprochen hatte.
Im Frühjahr wurde aus irgendeinem Grund den Russen das Dampfbad verboten. Wenn wir sie fragten, zuckten sie mit den Schultern und sagten: Scheiße.
(…)

Der Mann von vorhin erschien wieder, grunzte und steckte die Füße in einen der schönen, mit kaltem Wasser gefüllten hölzernen Bottiche. Wir duschten, dann schwammen wir im größeren Becken, dessen Wasser nicht ganz so kalt war, schließlich kam ein Bademeister und hüllte uns auf einer Pritsche in ein großes warmes Tuch. Durch ein Deckenfenster fiel Dämmerlicht.
Es ist wunderbar, sagte ich zu Willi. Scheiß ins Leben! Fünf Mark sind auch bloß fünf Mark.“

 

 2202987-3bc3bd9e695f791a91907b1ce7780d17.jpg
Gerhard Holtz-Baumert (25 december 1927 – 17 oktober 1996)
Cover

 

 

De Engelse dichteres en dagboekschrijfster Dorothy Mae Ann Wordsworth werd geboren in Cockermouth, Cumberland, 25 december 1771. Zie ook alle tags voor Dorothy Wordsworth op dit blog.

Uit: Journals of Dorothy Wordsworth

“24th. Walked between half-past three and half-past five. The evening cold and clear. The sea of a sober grey, streaked by the deeper grey clouds. The half dead sound of the near sheep-bell, in the hollow of the sloping coombe, exquisitely soothing.

25th. Went to Poole's after tea. The sky spread over with one continuous cloud, whitened by the light of the moon, which, though her dim shape was seen, did not throw forth so strong a light as to chequer the earth with shadows. At once the clouds seemed to cleave asunder, and left her in the centre of a black-blue vault. She sailed along, followed by multitudes of stars, small, and bright, and sharp. Their brightness seemed concen-trated, (half-moon).

26th. Walked upon the hill-tops; followed the sheep tracks till we overlooked the larger coombe. Sat in the sunshine. The dis-tant sheep-bells, the sound of the stream; the woodman winding along the half-marked road with his laden pony; locks of wool still spangled with the dew-drops; the blue-grey sea shaded with immense masses of cloud, not streaked; the sheep glittering in the sunshine. Returned through the wood. The trees skirting the wood, being exposed more directly to the action of the sea breeze, stripped of the net-work of their upper boughs, which are stiff and erect and like black skeletons; the ground strewed with the red berries of the holly. Set forward before two o'clock. Returned a little after four.

27th. Walked from seven o'clock till half-past eight. Upon the whole an uninteresting evening. Only once while we were in the wood the moon burst through the invisible veil which enveloped her, the shadows of the oaks blackened, and their lines became more strongly marked. The withered leaves were coloured with a deeper yellow, a brighter gloss spotted the hollies; again her form became dimmer; the sky flat, unmarked by distances, a white thin cloud. The manufacturer's dog makes a strange, uncouth howl, which it continues many minutes after there is no noise near it but that of the brook. It howls at the murmur of the village stream.

28th. Walked only to the mill.

29th. A very stormy day. William walked to the top of the hill to see the sea. Nothing distinguishable but a heavy blackness. An immense bough riven from one of the fir trees. 3oth. William called me into the garden to observe a singular appearance about the moon. A perfect rainbow, within the bow one star, only of colours more vivid. The semi-circle soon became a complete circle, and in the course of three or four minutes the whole faded away. Walked to the blacksmith's and the baker's; an uninteresting evening.”

 

 2202987-637834f4aabfcb9c4b936ffdd19fcbae.jpg
Dorothy Wordsworth (25 december 1771 – 25 januari 1855)
Cover

 

 

De Amerikaans-Peruviaanse schrijver Carlos Castaneda werd geboren op 25 december 1925 in São Paulo, Brazilië (volgens hem zelf) of op 25 december 1919 in Cajamarca, Peru (volgens zijn immigratiepapieren). Zie ook alle tags voor Carlos Castaneda op dit blog.

Uit: The Teachings of Don Juan: A Yaqui Way of Knowledge

“It is not possible for a man to abandon himself to fear for years, then finally conquer it. If he gives in to fear he will never conquer it, because he will shy away from learning and never try again. But if he tries to learn for years in the midst of his fear, he will eventually conquer it because he will never have really abandoned himself to it.
Therefore he must not run away. He must defy his fear, and in spite of it he must take the next step in learning, and the next, and the next. He must be fully afraid, and yet he must not stop. That is the rule! And a moment will come when his first enemy retreats. The man begins to feel sure of himself. His intent becomes stronger. Learning is no longer a terrifying task.
When this joyful moment comes, the man can say without hesitation that he has defeated his first natural enemy. It happens little by little, and yet the fear is vanquished suddenly and fast. Once a man has vanquished fear, he is free from it for the rest of his life because, instead of fear, he has acquired clarity--a clarity of mind which erases fear. By then a man knows his desires; he knows how to satisfy those desires. He can anticipate the new steps of learning and a sharp clarity surrounds everything. The man feels that nothing is concealed.
And thus he has encountered his second enemy: Clarity! That clarity of mind, which is so hard to obtain, dispels fear, but also blinds. It forces the man never to doubt himself. It gives him the assurance he can do anything he pleases, for he sees clearly into everything. And he is courageous because he is clear, and he stops at nothing because he is clear. But all that is a mistake; it is like something incomplete.”

 

2202987-4ec9887c2a35b569e1c502e28c638543.jpg 
Carlos Castaneda (25 december 1925 – 27 april 1998)

 

 

De Engelse dichter William Collins werd geboren in Chichester op 25 december 1721. Zie ook alle tags voor William Collins op dit blog.

 

Eclogue the Second: HASSAN; or, the Camel-driver (Fragment)

scene, the desert.
time, mid-day.

In silent horror o’er the desert-waste
The driver Hassan with his camels past.
One cruse of water on his back he bore,
And his light scrip contained a scanty store:
A fan of painted feathers in his hand,
To guard his shaded face from scorching sand.
The sultry sun had gained the middle sky,
And not a tree, and not an herb was nigh.
The beasts, with pain, their dusty way pursue,
Shrill roared the winds, and dreary was the view!
With desperate sorrow wild, th’ affrighted man
Thrice sighted, thrice struck his breast, and thus began:
Sad was the hour, and luckless was the day,
When first from Schiraz’ walls I bent my way.

Ah! little thought I of the blasting wind,
The thirst or pinching hunger that I find!
Bethink thee, Hassan, where shall thirst assuage,
When fails this cruise, his unrelenting rage?
Soon shall this scrip its precious load resign;
Then what but tears and hunger shall be thine?

 

 2202987-e29db9bb9d1b46c655c96610b7d1256a.jpg
William Collins (25 december 1721 – 12 juni 1759)
Chichester

 

 

De Duitse dichter en schrijver Christian Geissler werd geboren op 25 december 1928 in Hamburg. Zie ook alle tags voor Christian Geissler op dit blog

Uit: Das Brot mit der Feile

„Ihn ging das aber was an, erst so und dann so und dann so, und dann plötzlich endgültig Nein. Erst nämlich, dass er das gut fand: Die Lederleute, die hatten Angst, und die andern, die hatten keine, die hatten sogar manchmal Kinder dabei, so Kinder wie damals Tini und John, Sprechtüten, Mozart und Schienbeintreten und schön, dass wir noch nicht tot sind. Dann aber doch wieder nicht so gut: Reichlich locker und frech und Mode mit Geld und Bart, und Schule gehabt bis oben, und fein immer alles gelernt und gekonnt, Spruch und Gelaber und ganz dünne Finger, und längst noch kein Hass, bloß mehr Hobby und Haschmich, so sieht das bald aus, weil sonst würde die Butze dahinten den Bullen doch keine Blumen hinhalten. Dem Mädchen wurde der Arm zerschlagen. Der Knüppel des Schlägers, der Schläger des Knüppels schob sich hinter Gesichter und Schultern, bevor Ahlers sich die Schnauze von dem hatte merken können, das fand er nicht gut, das hätte er gern getan, sonst nämlich alles mehr reichlich konfus und Geschrei, die tun so, als wenn sie die Größten sind, die Ersten, die hier mal was merken, die Jungs, klar Mörder raus, klar Vietnam mit Glatze im Feuer und Flaschenscherben in Ludwigs Hand, klar Teheran und Athen und Lamarque und wir alle, klar Notstandsübung und Kapitalismus, frag mal Dickmussmann, weil nämlich Erni und Ossi und wir, die sind nämlich schon noch lange nicht so bescheuert, wie das hier aussieht in dieser Gegend, und Sprücheklopfen und Ho-Tschi-Galopp* und Pappkartonschilder und Dünnfingerfäuste mit Ring auf und ohne was drin, das bringt dir noch jeder, und bringt dir noch lange nichts ein. Das fand er nicht gut. Es kam ihm auch vor, als sähen sie an ihm vorbei, ein Brüderhaufen mit Liedern und Locken, aber sonst gegen alles bloß frech und stolz, auch gegen ihn. Er blieb im Wagen. Er hupte wie seine Kollegen. Er tat so, als wolle er raus, sowieso alles Quatsch, die sollen studieren, er war allein, das fand er nicht gut, und auch schon so bisschen das Zittern im Kreuz wie neulich am Hang. Sie stehen jetzt still.“

 

 2202987-ca4911ec49de09a23da7c99850994e7e.jpg
Christian Geissler (25 december 1928 – 26 augustus 2008)
Hamburg in kerstsfeer

 

 

De Duitse schrijfster en dichteres Ute Erb werd geboren op 25 december 1940 in Scherbach, nu Rheinbach, in de Voreifel. Zie ook alle tags voor Ute Erb op dit blog.

 

EIN UNGENÜGEN

Wenn ich allein bin, sagt mir keiner, wer ich bin.
Im Spiegel finde ich mich stumm,
die Zeit vergeht, ich bleibe sitzen.
Hinter meinen Ohren steckt
der Ekel vorm Gedränge.

Wenn ich mit vielen bin,
genügen sie mir nicht.
Ich renne, renne, renne
allen nach.

 

 2202987-329b94016fbb942a98533d543b8bd761.jpg
Ute Erb (Scherbach, 25 december 1940)



Geschreven door Romenu om 07:56 Reageer op dit bericht

Christmas Eve (Carol Ann Duffy)

 

Aan alle bezoekers en mede-bloggers een Prettig Kerstfeest!

 

 

 2202829-4150256ffa45bdcfca29b3d03732dc86.jpg
Peter Paul Rubens: De aanbidding door de herders, ca. 1608

 

 

Christmas Eve

'To Ella'

Time was slow snow sieving the night,
a kind of love from the blurred moon;
your small town swooning, unabashed,
was Winter's own.

Snow was the mind of Time, sifting
itself, drafting the old year's end.
You wrote your name on the window-pane
with your young hand.

And your wishes went up in smoke,
beyond where a streetlamp studied
the thoughtful snow on Christmas Eve,
beyond belief,

as Time, snow, darkness, child, kindled.
Downstairs, the ritual lighting of the candles.

 

 

 2202829-fc95081fffce3c58a1c81dc29a0994d4.jpg
Carol Ann Duffy (Glasgow, 23 december 1955)
George Square, Glasgow in de Kersttijd

 

 

 

Zie voor de schrijvers van de 24e december ook mijn vorige 2 blogs van vandaag.

Geschreven door Romenu om 10:01 Reageer op dit bericht

Ingo Baumgartner, H. C. ten Berge, Karel Glastra van Loon, Dana Gioia, Henriette Roland Holst, Dominique Manotti, Patrick Beck

De Oostenrijkse dichter en schrijver Ingo Baumgartner werd op 24 december 1944 in Oberndorf an der Salzach geboren. Zie ook alle tags voor Ingo Baumgärtener op dit blog.

 

Adventkerzen

Der Kerze rotes Wachs wird transparent
im Gas der zitternd heißen Flammenspitze.
Der weichen Honigwabe Tochter brennt,
verzehrt sich selbst in eigner Glut und Hitze.

Vier Schwestern opfern sich, der grüne Kranz
ist Uhr und Zimmerschmuck zu gleichenTeilen.
Das Feuer, des Gebindes Seidenglanz,
sie laden zu besinnlichem Verweilen.

Erwartung weckt das Flackern auf dem Docht,
verweist auf still berührendes Geschehen.
So manches Kinderherzchen hüpft und pocht
in Ungeduld, es will schon Wunder sehen.

 

 

Christkindlmarkt

es duften
honig
weihrauch bienenwachs
die kälte
zaubert tränen

ein stern
ein puppenkind aus flachs
maria josef
kind im schlafe
tausend kleine krippenschafe
im schnitzwerk
auf dem ladenpult
und herzen
für die große kleine
liebe auf der weihnachtsdult

zuckerwatte
chorgesänge
glühwein fließt
in stiefelschäfte
nicht beschaulich das gedränge
übervoll geschenksgeschäfte
glitzersternchen
aber sprühen
aus den augen
aller kinder

 

 2202828-4ffe2dc200e6e22a3348131afa130deb.jpg
Ingo Baumgartner (24 december 1944 – 16 juli 2015)

 

 

De Nederlandse dichter, schrijver en vertaler H. C. ten Berge (Eig. Johannes Cornelis) werd geboren in Alkmaar op 24 december 1938. Zie ook alle tags voor H. C. ten Berge op dit blog.

 

Aanvliegen over de sont

Aanvliegen over de sont,
over donkere kommen van finse meren

scheepgaan in de kajak
der gestorvenen

drijven op de wateren
tussen taiga en toendra

oog en oor zuiveren
aan leegte en verte

zich voeden met bessen, met hoed
en geur van de goddelijke paddestoel

dromen de droom
van het eeuwige heden

als arktiese beer
weer tot sneeuwblinde dronkenschap in te keren

Op de tong zeven vlokken
in dovend middaglicht smelten

zijn tent gebukt naar binnen gaan
als de zon slaapziek wegzakt achter de wouden

liggend op zijn bladerbed
het smeulend vuur van berkebast aanblazend

door het rookgat
de witblauwe poolster bespieden

in heldere blijdschap de hemelse spijker
en stralende navel van zijn heelal gadeslaan

als viervoeter zijn tent verlaten
om de verre suizing van een vleugelslag

oog en oog staan met de witte wolven
van een korte dageraad

 

 

Een lunch in Linhó

Het paradijs zou een subtiele klank zijn
en geen plaats.
Een kleur misschien, een boog van de veranda
die de tafel met het middageten in de schaduw houdt.
De wijnkaraf gekoeld, het dienblad
ingelegd met blauwe steentjes.
Roodgetint de matte glans van vloerplavuizen,
gedempte stemmen achter groene luiken
en Martinho, de kanarie, zingend in zijn kooi.
De huisslang tussen de agaven,
De vijgenboom tegen de muur.
Een geur van dennenhars, de wind
vanaf de bergen,
het tinteld klokkenspel van glazen staafjes
aan een koord.
In de open deur Maria met een tafelschel.
Zoemende insecten, hagedissen, hier en daar
geritsel van dor blad.
Een doorschijnende libel staat roerloos boven vijverriet.
Gestold dit beeld, ontsnapt
aan de vergetelheid:
Het is al dertig jaar twaalf uur.
Gewassen fruit, nog vers, lekt uit
in een vergiet.

 

 2202828-63e07d12579e786015e072660a0cca2c.jpg
H. C. ten Berge (Alkmaar, 24 december 1938)

 

 

De Nederlandse schrijver en journalist Karel Glastra van Loon werd geboren in Amsterdam op 24 december 1962. Zie ook alle tags voor Karel Glastra van Loon op dit blog.

Uit: Ongeneeslijk optimistisch

“Ik zat in een huisje op de Veluwe en het regende —zo'n stille, ononderbroken regen die dc wereld grijs kleurt Zo'n regen die doorgaans aanzet rot somber gepeins. Maar toch: somber was ik niet. En dc wereld mocht dan schuilgaan achter een grijs gordijn, in mijn hoofd was het licht en zonnig. Het was begin april en de knoppen in bomen en struiken stonden op barsten. In de dagen die achter mij lagen, had ik spechten driftig horen kloppen op holle stammen, op zoek naar een plek om een nest re maken. Ik had zanglijsters en groenlingen horen zingen in de boomtoppen. En op een ochtend waren twee reeën de tuin rond mijn huisje binnengewan-deld om wat tc knabbelen aan het eerste jonge groen. Ik had naar 72 gekeken vanachter het glas en zo nu en dan hadden ze de kop geheven en teruggekeken, met grote zwarte ogen die van alles deden vermoeden, maar niets verrieden. Ik was, kortom, domweg gelukkig op de Veluwe. Hoeveel weken waren er verstreken sinds die dag dat ik aan de voet van een besneeuwde heuvel in Ann Arbor, Michigan, in elkaar zakte? Elf, twaalf hooguit. Kort na onze terugkeer in Nederland was ik op een zaterdagavond per ambulance afgevoerd naar het VU-ziekenhuis, omdat ik de ene epileptische aanval na de andere kreeg. In de ambulance zei Karin tegen mij: 'Ik dacht dat je gezegd had dat we de komende tijd veel leuke dingen zouden gaan doen, als tegenwicht tegen alle narigheid. "Kwaliteitstijd" noemde je dat gisteren nog.' En ik zei: 'Nou, wat dacht je van lekker samen een avondje insulten in het VU? En we hoeven niet eens zelf te rijden!' Zo hielden we de moed erin. Ik kreeg anti-epileptica waar ik allergisch voor bleek te zijn en ik werd zieker dan ik ooit van mijn leven was geweest. Gelukkig vond ik een oude wijze arts in Haarlem, die zich na het behalen van zijn diploma's in de reguliere geneeskunst zijn leven lang was blijven verdiepen in alle vormen van kennis op het gebied van de complexe relatie tussen lichaam en geest, tussen ziekte en patiënt en tussen een patiënt en zijn omgeving, zijn leefgewoontes, eetgewoontes, denkgewoontes. Hij was bovendien gespecialiseerd in de behandeling van mensen met tumoren, kankerpatienten, die zware, giftige therapieën moesten ondergaan. Hij was, kortom, precies wie ik nodig had. 'Eén ding,' had hij vooraf gezegd, 'is wel van groot belang u moet bereid zijn een streng dieet te volgen.' Ik liet mij in het kort uitleggen wat zijn dieet behelsde: geen vlees, geen suiker, geen alcohol, weinig vet, veel rauwe groentes en vers fruit, en alles van eco-kwaliteit. Ik ging zonder aarzelen akkoord, blij dat ik nu ook zelf iets kon doen om bij te dragen aan mijn herstel. Drie dagen na mijn eerste consult was de jeukende uitslag van de medicijnallergie verdwenen en voelde ik me in alle opzichten stukken beter dan daarvoor.”

 

 2202828-f10168d8a7d24b7589d5abf291c604f1.jpg
Karel Glastra van Loon (24 december 1962 – 1 juli 2005)

 

 

De Amerikaanse schrijver en dichter Dana Gioia werd op 24 december 1950 in Los Angeles geboren. Zie ook alle tags voor Dana Gioia op dit blog.

 

Pity the Beautiful

Pity the beautiful,
the dolls, and the dishes,
the babes with big daddies
granting their wishes.

Pity the pretty boys,
the hunks, and Apollos,
the golden lads whom
success always follows.

The hotties, the knock-outs,
the tens out of ten,
the drop-dead gorgeous,
the great leading men.

Pity the faded,
the bloated, the blowsy,
the paunchy Adonis
whose luck’s gone lousy.

Pity the gods,
no longer divine.
Pity the night
the stars lose their shine.

 

 

The Country Wife

She makes her way through the dark trees
Down to the lake to be alone.
Following their voices on the breeze,
She makes her way. Through the dark trees
The distant stars are all she sees.
They cannot light the way she’s gone.
She makes her way through the dark trees
Down to the lake to be alone.

The night reflected on the lake,
The fire of stars changed into water.
She cannot see the winds that break
The night reflected on the lake
But knows they motion for her sake.
These are the choices they have brought her:
The night reflected on the lake,
The fire of stars changed into water.

 

 2202828-f4f1db9d16f0041e7b4fc91eb595daf4.png
Dana Gioia (Los Angeles, 24 december 1950)

 

 

De Nederlandse dichteres en schrijfster Henriette Roland Holst-van der Schalk werd geboren op 24 december 1869 in Noordwijk. Zie ook alle tags voor Henriette Roland Holst op dit blog.

 

Ik die had kameraadschap uitgegeven

Ik die had kameraadschap uitgegeven
tot levenswachtwoord in mijn jong getij,
ik word nu door de makkers uitgedreven
en kan geen schred meer houden met hun rij.

Er is geen plaats in het broederlijk leven,
bij 't volk der makkers is geen plaats voor mij:
nu moet ik mij in d'eenzaamheid begeven
en hullen in herin'rings grauwe pij.

Daarom omfloerst nu waas van smart mijn ogen,
ik zie mij door de leege jaren zwerven
die liggen voor mij een verlaten veld;

en zie de bronnen van mijn kracht uitdrogen,
mijn hart verdorren in dit levend sterven:
ik had mijn zaak op broederschap gesteld.

 

 

Schemering is het doodgaan

Schemering is het doodgaan en vertrekkend
begeven van dingen die zijn gegleden
mee met de dag, en steunden als vertrouwdheden,
en waren als scheidingen, wegen behekkend.

Plekkend beschenen witte heerlijkheden
van dag de morgen, en onbevreesd zich trekkend
was daaraan op, 't hart dat nu is zich rekkend
uit wanhopig naar de vreemde leegheden

van de avond en zijn gemaskerd gezicht, -
maar de dingen die hem zullen behoren
houden hun ogen nog zo vragend gericht;
en de verledenheden hebben verloren
hun glans, en liggen van al hun bekoren
leeggelopen, met een verdrietig gezicht.

 

 2202828-b96926f57f11ab157c28d4bb9c2ee81d.jpg
Henriette Roland Holst (24 december 1869 – 21 november 1952)
Poster voor een documentaire over het leven van Henriette Roland Holst

 

 

De Franse schrijfster en historica Dominique Manotti werd geboren op 24 december 1942 in Parijs. Zie ook alle tags voor Dominique Manotti op dit blog.

Uit: Kesseltreiben (Vertaald door Iris Konopik)

„François Lamblin ist bester Laune, als er aus Paris kommend nach acht Stunden Flug, drei Whisky und einem exzellenten Krimi am späten Nachmittag auf dem JFK-Airport landet. Beim Verlassen des Flugzeugs ist die Luft frisch, stimulierend. Heute Abend an der Bar seines Luxushotels ein hübsches Mädchen aufgabeln, und nach einer wohlverdienten Ruhepause ist er dann in Form für das Treffen mit Großkunden, die er mit seiner Präsentation zur Leistungsfähigkeit der neuen Generation Kraftwerksanlagen einwickeln wird. Erfolg garantiert laut der Abteilung Strategie. Und wenn er erst den amerikanischen Markt in der Tasche hat, erreicht seine Karriere im Unternehmen, dem größten französischen Hersteller von Turbinen und Kraftwerken jeden Typs, ihren Zenith, so viel ist sicher.

Er geht zum Einreiseschalter, zeigt seinen Pass. Zwei uniformierte Polizisten tauchen auf, flankieren ihn, legen ihm die Hände auf die Schultern, ein dritter nimmt ihm seine kleine Reisetasche ab, ein vierter legt ihm Handschellen an. Ein Blitzlicht flammt auf.

»François Lamblin?«

Wie vom Schlag getroffen, offener Mund, unfähig, einen Ton von sich zu geben. In seinem Hirn ein paar unzusammenhängende Bilder: Er sitzt im Büro von Gus Anderson, der Nummer zwei der Rechtsabteilung bei Orstam, dieser Dreckskerl von Anderson, seine großen blauen Augen und sein ach so distinguierter britischer Akzent. Er sieht sich selbst, tief im Sessel versunken: »Das vertrauliche Rundschreiben vom Oberboss, in dem er seinen Führungskräften rät, nicht in die USA zu reisen, eine fixe Idee oder besteht echte Gefahr? Ich habe potenzielle Großkunden in New York. Soll ich die Finger davon lassen?« Und sein Gegenüber, heiter: »Was Sie betrifft, keinerlei Gefahr. Sie sind durch die Einstellung des Verfahrens der französischen Justiz bestens abgesichert … und weiß wie Schnee seit den Ergebnissen unserer internen Untersuchung. Sie können unbesorgt reisen.« …

Zurück in die Gegenwart. Stockend bringt er heraus: »Ja, ich bin François Lamblin.«

»Sie sind verhaftet, kommen Sie mit.«

Endlich begehrt er auf. »Was soll das Theater? Wo bringen Sie mich hin?«

»Das erfahren Sie noch, wir führen nur Befehle aus.«

Um ihn herum gehen die Leute aus dem Weg, eilig, gleichgültig. Er wird in einen kleinen fensterlosen Raum in der Nähe des Zollamts geschubst.“

 

 2202828-0668818081bbbb6a08e4482192a3c77d.jpg
Dominique Manotti (Parijs, 24 december 1942)
Parijs in de kersttijd

 

 

De Duitse dichter en schrijver Patrick Beck (ook wel Patrick Gorre) werd geboren in 1975 in Zwickau. Zie ook alle tags voor Patrick Beck op dit blog.

Uit: Nautilus

„Seit vielen Jahren kreuzt die Nautilus in den Meeren. Sie ist gewunden wie eine Spirale, früher ähnelte sie einer spitzen Zigarre. Kein Hafen steht unter ihrem Namen, ihr Heimathafen sind die Ozeane. Wenn sie einen Hafen anläuft und wir auf Große Liege gehen, so lasse ich die Luken für Neugierige öffnen. Ich zeige ihnen das Schiff und schildere das Rätsel: die Rufe der Wale, den Liebestanz der Seepferdchen, das Gift der Nesselquallen, den aufsteigenden Wasserqualm der Schwarzen Raucher, das Verschlucken der Kontinente, die schwarze Stille der Tiefsee. Oft bleibt jemand an Bord – fast jeder in meiner Besatzung schloss sich so der Suche an. Sie wissen, dass wir nichts finden werden.
Die Nautilus erreicht den Grund der See. Dort unten wächst das Leben langsamer als ein Gebirge. Das Witjastief ist längst nicht mehr der tiefste Ort. Aber der Borstenwurm, der dort schwebte, ist vielleicht noch derselbe. Der Teil des Meeres, den ich erkundet habe, ist so klein wie ein Sandkorn gegen den Himmel, und so groß wie ein Planet gegen eine Sternschnuppe. Ich habe Ruinen gefunden, von denen ich nicht sagen kann, ob sie die Überreste von Atlantis sind oder eine Laune der Natur. Ich habe Städte gesehen, deren Bewohner ich nicht erkannte und deren Häuser ich nicht zählen konnte. Andere Städte trieben in der Strömung und hatten weder Häuser noch Straßen. Ich habe Metropolen entdeckt, von denen ich nicht weiß, ob sie Städte waren oder Wiederholungen einer einzigen Struktur. Vielleicht wächst auch die Zeit hier anders, und die Nautilus ist hier unten eine von ihrer Hülle begrenzte kausale Wirklichkeit, umgeben von komplexeren Zeitlichkeiten. Sie ist nichts weiter als ein Sonderfall in der Ganzheit. Aber das eigene Schiff zur Ausnahme zu erklären ist derselbe Fehler, wie die Erde zum Mittelpunkt der Welt zu erheben. Es ist vielleicht nur wenig besser, wenn ich unsere Wirklichkeit einen Einzelfall nenne, der von unendlich vielen weiteren Einzelfällen umgeben ist. Jeder dieser Einzelfälle ist, ich kann keine Gewissheit darüber haben, eine Welt mit eigenen Gesetzen.“

 

 2202828-2b9f2b865b0fd821293c351bdd4e094d.jpg
Patrick Beck (Zwickau, 24 december 1975) 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 24e december ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 10:00 Reageer op dit bericht

Adam Mickiewicz, Angelika Schrobsdorff, Stephenie Meyer,Tevfik Fikret, Matthew Arnold

De Poolse dichter Adam Mickiewicz werd geboren op 24 december 1798 in Zaosie, nabij Nowogródek. Zie ook alle tags voor Adam Mickiewicz op dit blog.

 

Konrad Wallenrod (Fragment)

O tijding der gemeente, gij arke des verbonds
Tussen oude en jongere jaren;
In U legt het volk het wapen zijns ridders,
Het geweef zijner gedachten, de bloemen van zijn gevoel
O arke! Gij zijt gebroken door geen slag,
Zolang Uw eigen volk U niet veronachtzaamt:
O lied der gemeente, gij staat op de wacht
Bij de monumenten van de kerk der natie,
Met vleugelen en stem van de aartsengel -
Bijwijlen ook houdt gij des aartsengels wapen...
De vlam verteert geschilderde historie,
Schatten, die vernielen rovers met zwaarden:
Het lied ontkomt gaaf! 't Gaat rond bij de scharen;
En wanneer lage zielen niet vermogen
Het te voeden met erbarmen en te drenken met hoop,
Dan vlucht het in de bergen, hecht zich vast aan ruïnen
En vandaar verhaalt het de oude tijden...
Zo vliegt een nachtegaal weg uit het huis,
Dat vol is van vuur; zet zich een wijle op het dak:
Als de daken instorten, vlucht hij in de wouden,
En in een kwelende zang, over puinhopen en graven,
Neuriet hij voor de reizenden het lied van de rouw.

 

 2202825-5076140b60c774a78fae6aa0c0974392.jpg
Adam Mickiewicz (24 december 1798 – 26 november 1855)
Standbeeld in Krakau

 

 

De Duitse schrijfster Angelika Schrobsdorff werd geboren op 24 december 1927 in Freiburg im Breisgau. Zie ook alle tags voor Angelika Schrobsdorff op dit blog.

Uit: Wenn ich dich je vergesse, oh Jerusalem

»Na ja, das sage ich doch«, unterbrach sie mich ungeduldig, »sie geraten durcheinander und explodieren.«
»Sollen sie«, sagte ich ermattet, denn wenn unsere Gespräche bereits an den simpelsten Themen scheiterten, wie da erst, wenn es sich um etwas so Unbegreifliches wie Computer handelte. Ich versuchte also, das Thema zu wechseln, doch das ließ sie nicht zu. Für sie, so wie für viele ihrer Generation, war die potentielle Apokalypse ein ebenso anregender Gesprächsstoff wie etwa der Simpson-Prozeß oder die Sexaffäre zwischen Clinton und Monica.
»Hältst du es für möglich«, fragte sie hoffnungsfroh, »daß die Welt untergeht?«
»Nein«, enttäuschte ich sie, »ich fürchte, das dauert noch ein Weilchen.«
Für sie wäre es zweifellos eine gute Nachricht gewesen, denn die Vorstellung, daß die Welt nach ihrem Tod noch weiter existieren könnte, empfand sie als ungerecht.
»Also sehr viele Menschen halten es für möglich«, belehrte sie mich, »besonders die Deutschen. Ich sehe doch manchmal RTL, und was man da so alles sagt! Richtig gruselig! Stell dir vor, die Flugzeuge fallen plötzlich vom Himmel und der Computerbug ist nicht mehr aufzuhalten und zerstört die ganze Technik.«
»Ich hoffe, als erstes zerstört er RTL.«
»Du scheinst das nicht ernst zu nehmen«, warf sie mir vor, »aber ich sage dir, viele kluge Leute, mit denen ich gesprochen habe und die etwas von diesen Dingen verstehen, haben große Zweifel, daß die Sache gutgeht.«
Die hatte ich nun leider nicht. »Die Welt geht nicht unter mit einem Knall, sondern mit einem Gewimmer«, hatte ein wirklich kluger Kopf einmal gesagt, und so sah ich es auch. Möglicherweise würden ein paar Pannen eintreten und die Versorgung der Stadt mit Elektrizität, Wasser und Telefon unterbrochen werden. Aber solange ich genug Katzenfutter hatte, konnte mir persönlich gar nichts passieren. Ich rief meine Tierhandlung an und bestellte vorsichtshalber hundert Dosen »Cat-Star«.
»Na ja«, sagte Harry, der seit einiger Zeit bei mir wohnte und die schwere Bürde der Katzenbetreuung mit mir teilte, »das reicht ja dann auch für uns.«

 

 2202825-4fd42ceebff975b39351ffeba2594968.jpg
Angelika Schrobsdorff (24 december 1927 – 30 juli 2016)
Cover

 

 

De Amerikaanse schrijfster Stephenie Meyer werd geboren in Connecticut op 24 december 1973. Zie ook alle tags voor Stephenie Meyer op dit blog.

Uit: New Moon

“I knew it wasn't personal, just a precaution, and I tried not to be overly sensitive about it. Jasper had more trouble sticking to the Cullens' diet than the rest of them; the scent of human blood was much harder for him to resist than the others--he hadn't been trying as long.
"Time to open presents," Alice declared. She put her cool hand under my elbow and towed me to the table with the cake and the shiny packages.
I put on my best martyr face. "Alice, I know I told you I didn't want anything--"
"But I didn't listen," she interrupted, smug. "Open it." She took the camera from my hands and replaced it with a big, square silver box.
The box was so light that it felt empty. The tag on top said that it was from Emmett, Rosalie, and Jasper. Self-consciously, I tore the paper off and then stared at the box it concealed.
It was something electrical, with lots of numbers in the name. I opened the box, hoping for further illumination. But the box was empty.
"Um . . . thanks."
Rosalie actually cracked a smile. Jasper laughed. "It's a stereo for your truck," he explained. "Emmett's installing it right now so that you can't return it."
Alice was always one step ahead of me.
"Thanks, Jasper, Rosalie," I told them, grinning as I remembered Edward's complaints about my radio this afternoon--all a setup, apparently. "Thanks, Emmett!" I called more loudly.
I heard his booming laugh from my truck, and I couldn't help laughing, too.
"Open mine and Edward's next," Alice said, so excited her voice was a high-pitched trill. She held a small, flat square in her hand.
I turned to give Edward a basilisk glare. "You promised."
Before he could answer, Emmett bounded through the door. "Just in time!" he crowed. He pushed in behind Jasper, who had also drifted closer than usual to get a good look.
"I didn't spend a dime," Edward assured me. He brushed a strand of hair from my face, leaving my skin tingling from his touch.
I inhaled deeply and turned to Alice. "Give it to me," I sighed.
Emmett chuckled with delight.
I took the little package, rolling my eyes at Edward while I stuck my finger under the edge of the paper and jerked it under the tape.”

 

 2202825-20fa2e5e3695b8be51d9e8b923e9a9aa.jpeg
Stephenie Meyer (Connecticut, 24 december 1973)

 

 

De Turkse dichter Tevfik Fikret werd geboren op 24 december 1867 in Istanbul. Zie ook alle tags voor Tevfik Fikret op dit blog.

 

Als het ochtend wordt

Als het ook in dit land eens ochtend wordt, Hauluk,
Als dat in mist gehulde noodlot van dit land
Wordt afgeschud door een krachtige, levenschenkende trilling
Doorde aanraking van een krachtige hand en als dat beslagen
Roestige gezicht van de natie een beetje lachen zal... - Die dag
Heb ik, zelfs als ik niet gestorven ben, zeker al een zeer verwelkte
Band met het leven; - Vestig op die dag geen hoop meer op mij, vergeet mij
Met mijn ellende in mijn verlamde en lege wereld; want mijn lamme
En kreupele blikken willen jou naar het verleden trekken; jij bent
Met heel jouw wezen en organisme de toekomst;
Jouw stem zingt nog steeds zachtjes liedjes in mijn oren!
Ja, het zal ochtend zijn, het wordt ochtend, de nachten
Zullen niet duren tot aan de dag des oordeels; tenslotte zal deze hemel,
Deze blauwe hemel jullie op een dag betreuren; wees niet bedroefd.
Vrolijkheidis de zon voor het leven, in droefenis vergaat de mens
Zoals wij... Jullie, o kleine zonnen
Van het universum van morgen, ontwaakt eindelijk één voor één!
De verten hebben het eeuwig verlangen naar licht.
Verlichting... Dat is de geest en de aspiratie van onze eeuw;
Verwijdert de wolken, schudt de schaduwen van de angsten af;
Rent in het licht naar een dankenswaardige bevrijding.
Dat is onze hoop; ook als wij zouden sterven, zal het vaderland
Zeker met en door jullie leven, ver van die duisternis der kerkers!

 

Vertaald door S Sötemann

 

 2202825-c24d43b0c1950edf0ae3294ace355ccb.JPG
Tevfik Fikret (24 december 1867 – 19 augustus 1915)
Borstbeeld bij het voormalige woonhuis van Fikret, nu het Aşiyan Museum in Istanboel

 

 

De Engelse dichter en cultuurcriticus Matthew Arnold werd geboren op 24 december 1822 in Laleham, Middlesex. Zie ook alle tags voor Matthew Arnold op dit blog.

 

Stanzas From The Grande Chartreuse(Fragment)

Approach, for what we seek is here!
Alight, and sparely sup, and wait
For rest in this outbuilding near;
Then cross the sward and reach that gate.
Knock; pass the wicket! Thou art come
To the Carthusians' world-famed home.

The silent courts, where night and day
Into their stone-carved basins cold
The splashing icy fountains play--
The humid corridors behold!
Where, ghostlike in the deepening night,
Cowl'd forms brush by in gleaming white.

The chapel, where no organ's peal
Invests the stern and naked prayer--
With penitential cries they kneel
And wrestle; rising then, with bare
And white uplifted faces stand,
Passing the Host from hand to hand;

Each takes, and then his visage wan
Is buried in his cowl once more.
The cells!--the suffering Son of Man
Upon the wall--the knee-worn floor--
And where they sleep, that wooden bed,
Which shall their coffin be, when dead!

 

2202825-bc1419e93444f784d633e741320fd05a.jpg
Matthew Arnold (24 december 1822 – 15 april 1888)
Karikatuur door Frederick Waddy, 1872

Geschreven door Romenu om 09:59 Reageer op dit bericht

Emile Nelligan

De Canadese dichter Emile Nelligan werd geboren in Montreal op 24 december 1879. Hij was de eerste zoon van David Nelligan, die op 12-jarige leeftijd vanuit Dublin, Ierland, in Quebec aankwam. Zijn moeder was Émilie Amanda Hudon, uit Rimouski, Quebec. Als aanhanger van het Symbolisme schreef hij poëzie die sterk beïnvloed was doorCharles Baudelaire, Paul Verlaine, Georges Rodenbach en Edgar Allan Poe. Net als Arthur Rimbaud was hij een vroegrijp talent dat zijn eerste gedichten publiceerde op de leeftijd van 16 jaar. In 1899 begon Nelligan vreemd gedrag te vertonen. Er werd gezegd dat hij luidruchtig poëzie had gereciteerd voor passerende vreemden en hij sliep in kapellen. Hij had ook last van hallucinaties en probeerde zelfmoord te plegen. Op verzoek van zijn ouders werd hij opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis. Daar werd hij gediagnosticeerd met dementia praecox (nu vaker aangeduid als schizofrenie). Hij heeft na zijn opname in het ziekenhuis geen poëzie meer geschreven. Geen enkele biografische bron die tijdens het leven van Nelligan werd gepubliceerd bevat bevestigde gegevens over het feit dat Nelligan seksuele of romantische relaties had met zowel mannen als vrouwen, hoewel sommige postume bronnen hebben gesuggereerd dat hij de minnaar was van dichter Arthur de Bussières. Binnen de kring van École littéraire de Montréal waarmee zowel Nelligan als Bussières geassocieerd waren, werd algemeen aangenomen dat Nelligan was opgenomen omdat zijn moeder hem en Bussières samen in bed had ontdekt, hoewel dit pas eind 20e eeuw op ruime schaal bekend werd en onbevestigd bleef. In 1903 werden zijn verzamelde gedichten met groot succes in Canada gepubliceerd. Nelligan was zich er misschien nooit bewust van dat hij tot de grootste dichters van de Fransen werd gerekend. Verschillende scholen en bibliotheken in Quebec zijn naar hem vernoemd, en Hotel Nelligan is een viersterrenhotel in het oude Montreal.

 

Chapelle dans les bois

Nous étions là deux enfants blêmes
Devant les grands autels à franges,
Où Sainte Marie et ses anges
Riaient parmi les chrysanthèmes.

Le soir poudrait dans la nef vide;
Et son rayon à flèche jaune,
Dans sa rigidité d'icone
Effleurait le grand Saint livide.

Nous étions là deux enfants tristes
Buvant la paix du sanctuaire,
Sous la veilleuse mortuaire
Aux vagues reflets d'améthyste.

Nos voix en extase à cette heure
Montaient en rogations blanches,
Comme un angélus des dimanches,
Dans le lointain qui prie et pleure...

Puis nous partions... Je me rappelle!
Les bois dormaient au clair de lune,
Dans la nuit tiède où tintait une
Voix de la petite chapelle...

 

 

Devant deux portraits de ma mère

Ma mère, que je l'aime en ce portrait ancien,
Peint aux jours glorieux qu'elle était jeune fille,
Le front couleur de lys et le regard qui brille
Comme un éblouissant miroir vénitien!

Ma mère que voici n'est plus du tout la même;
Les rides ont creusé le beau marbre frontal;
Elle a perdu l'éclat du temps sentimental
Où son hymen chanta comme un rose poème.

Aujourd'hui je compare, et j'en suis triste aussi,
Ce front nimbé de joie et ce front de souci,
Soleil d'or, brouillard dense au couchant des années.

Mais, mystère du coeur qui ne peut s'éclairer!
Comment puis-je sourire à ces lèvres fanées!
Au portrait qui sourit, comment puis-je pleurer!

 

 

Rêve d'une nuit d'hôpital

Cécile était en blanc, comme aux tableaux illustres
Où la Sainte se voit, un nimbe autour du chef.
Ils étaient au fauteuil Dieu, Marie et Joseph;
Et j'entendis cela debout près des balustres.

Soudain au flamboiement mystique des grands lustres,
Eclata l'harmonie étrange, au rythme bref,
Que la harpe brodait de sons en relief...
Musiques de la terre, ah ! taisez vos voix rustres!...

Je ne veux plus pécher, je ne veux plus jouir,
Car la sainte m'a dit que pour encor l'ouïr,
Il me fallait vaquer à mon salut sur terre.

Et je veux retourner au prochain récital
Qu'elle me doit donner au pays planétaire,
Quand les anges m'auront sorti de l'hôpital.

 

 2248920-59df7eb74fd7d991ef61ac7568be3a8d.JPG
Emile Nelligan (24 december 1879 – 18 november 1941)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten