Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 6 maart 2019 tot 7 maart 2019

Bret Easton Ellis, Robert Harris, Jürgen Theobaldy, Georges Perec, Abe Kōbō, Reinhard Kaiser, Manfred Gregor, Jan Frederik Helmers, Alessandro Manzoni

De Amerikaanse schrijver Bret Easton Ellis werd geboren op 7 maart 1964 in Los Angeles. Zie ook alle tags voor Bret Easton Ellis op dit blog.

Uit: The Rules of Attraction

“FALL, 1985 and it’s a story that might bore you but you don’t have to listen, she told me, because she always knew it was going to be like that, and it was, she thinks, her first year, or, actually weekend, really a Friday, in September, at Camden, and this was three or four years ago, and she got so drunk that she ended up in bed, lost her virginity (late, she was eighteen) in Lorna Slavin’s room, because she was a Freshman and had a roommate and Lorna was, she remembers, a Senior or a Junior and usually sometimes at her boyfriend’s place off-campus, to who she thought was a Sophomore Ceramics major but who was actually either some guy from N.Y.U., a film student, and up in New Hampshire just for The Dressed To Get Screwed party, or a townie. She actually had her eye on someone else that night: Daniel Miller, a Senior, a Drama major, only a little gay, with blond hair, a great body and these amazing gray eyes, but he was seeing this beautiful French girl from Ohio, and he eventually got mono and went to Europe and never finished his Senior year. So this guy (she doesn’t even remember his name now – Rudolph? Bobo?) from N.Y.U. and her were talking under, she remembers this, a big poster of Reagan that someone had drawn a moustache and sunglasses on, and he was talking about all these movies, and she kept telling him that she’d seen all these movies even though she hadn’t, and she kept agreeing with him, with his likes, with his dislikes, all the time thinking that he might not be a Daniel Miller (this guy had spiky blueblack hair, paisley tie, and, unfortunately, the beginnings of a goatee) but was still cute enough, and she was sure she was mispronouncing all these filmmakers’ names, remembering the wrong actors, naming the wrong cinematographers, but she wanted him and she could see that he was looking over at Kathy Kotcheff, and she was looking back at him and she was getting incredibly smashed and kept nodding and he went over to the keg to get them some more beer and Kathy Kotcheff, who was wearing a black bra and black panties complete with garter belt, started talking to him and she was getting desperate. She was going to go over and drop some names, mention Salle or Longo, but felt it would be too pretentious, so she walked up behind him and simply whispered that she had some pot in her room, even though she didn’t but hoped that Lorna did and so he smiled and said that seemed like a good idea. On the way up the stairs she bummed a cigarette that she was never going to smoke from someone and they went to Lorna’s room. He closed the door and locked it. She turned the light on.”

 

 2221264-00ebc67475f66357b38357658f4cf157.jpg
Bret Easton Ellis (Los Angeles, 7 maart 1964)

 

 

De Britse schrijver en journalist Robert Dennis Harris werd geboren op 7 maart 1957 in Nottingham. Zie ook alle tags voor Robert Harris op dit blog.

Uit: Conclaaf (Vertaald door Reintje Ghoos en Jan Pieter van der Sterre)

“In het gastenverblijf hing een sobere, antiseptische sfeer, als in een privékliniek. Meer dan tien priesters stonden verspreid in de witmarmeren hal, van wie er drie in kamerjas waren. Ze hadden een verbijsterde blik in de ogen, alsof er brandalarm had geklonken en ze niet precies wisten wat de regels waren om daarop te reageren. Lomeli aarzelde toen hij op de drempel stond, voelde iets in zijn linkerhand en zag dat hij zijn rode kalotje omklemde. Hij kon zich niet herinneren dat te hebben meegepakt. Hij vouwde het open en legde het op zijn hoofd. Zijn haar voelde enigszins vochtig.
Een Afrikaanse bisschop probeerde hem op weg naar de lift staande te houden, maar Lomeli knikte hem enkel toe en liep door. Het duurde eindeloos voordat de lift verscheen. Hij had de trap moeten nemen. Maar hij was te veel buiten adem. Hij voelde de blikken van de anderen in zijn rug. Hij zou iets moeten zeggen. Daar was de lift. De deuren schoven open. Hij keerde zich om en stak een zegenende hand omhoog. ‘Bidden,’ zei hij.
Hij drukte op de knop voor de tweede verdieping; de deuren gingen dicht en hij begon omhoog te gaan. Als het Uw wil is om hem bij U te roepen en mij achter te laten, geef me dan ten minste de kracht om een toeverlaat voor anderen te zijn.
In de spiegel zag zijn ingevallen gezicht onder het gele licht er grauw en vlekkerig uit. Hij snakte naar een teken, naar een ingeving die kracht gaf. De lift kwam met een ruk tot stilstand, maar zijn maag leek te blijven stijgen; hij moest de metalen leuning vastgrijpen om zijn evenwicht te hervinden. Hij herinnerde zich hoe hij in de begintijd van het pausdom van de Heilige Vader precies in diezelfde lift had gestaan en dat er twee al wat oudere monseigneurs instapten. Overweldigd door de lijfelijke aanwezigheid van Christus’ vertegenwoordiger op aarde vielen ze meteen op hun knieën, waarop de paus in de lach schoot en zei: ‘Maakt u zich geen zorgen, sta op, ik ben gewoon een oude zondaar, niet beter dan u beiden…"

 

 2221264-f82a83a872f8071d15e6cb68474caa69.jpg
Robert Harris (Nottingham, 7 maart 1957)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Jürgen Theobaldy werd geboren op 7 maart 1944 in Straatsburg. Zie ook alle tags voor Jürgen Theobaldy op dit blog

Uit: Aus nächster Nähe

„Der Himmel hing tief, seit Tagen schon, die Wolkendecke war grau, verwischtes Marmor kurz vor Silvester, und bevor es richtig hell werden konnte, dämmerte es von neuem. Kachelofenniederschlag, ein nordisch fahles Nachleuchten, unter dem Richard diesmal einfach mitgetrottet war, ins Kaufhaus der vier Winde, so nannte Gunter das KaDeWe seit den Breschen in der Mauer. Ganz oben, zwischen den Delikatessen, musste man, wie Gunter ihn einführte, die volle Tüte im Auge behalten, wenn man seinen Fischzug mit einem Prosecco an der Bar beschloss, und Richard stand daneben, als Gunter das Angebot in den Regalen musterte, wählerisch, als hätte er sonst selten die Wahl, auf seiner Suche nach Beigaben für einen safranbeseelten Risotto. An solchen Tagen, an denen Richard, höchstens neugierig auf das Staunen der Ankömmlinge vor den luxuriösen Glanzlichtern im Westen, sich derart treiben ließ, traf er meistens auf ein Gesicht aus früheren Versammlungen und vollgequalmten, inzwischen verödeten Kneipen: Zufälle, die ihm als unvermeidliche fast berechenbar schienen.
Deshalb hielt Richard eine persönliche Statistik für möglich, nur fehlte ihm der Abstand, sie einzusehen, und er wollte keine statistische Größe sein. Das gab er an der Bar weiter, als er dort auf Plettner stieß, den Pletti, seit gut zehn Jahren nicht mehr gesehen, den nachlässigen Volkswirtschaftler damals im Studentenheim, draußen neben den Mais- und Rübenfeldern am Rand von Heidelberg, wohin Richard so oft gefahren war. Das Zimmer von Mona war auf demselben Stockwerk wie Plettners Zimmer gelegen, und ein paar Semester später war Pletti, heute rotbäckiger Enddreißiger mit börsennotierten Interessen, wie Richard schien, früher jedoch an revolutionären Umtrieben interessiert, allzu oft bei Mona in der Wohngemeinschaft aufgetaucht; ja er war ihr sogar ein enger Vertrauter geworden, vorsichtig gesagt, und eigentlich freute sich Richard, dass er wenigstens ihn wieder vor sich sah. Die Hand halb verlegen, halb gönnerhaft ihm auf der Schulter, fühlte Richard sich selbst, zu Recht, wie ihm sofort überlief, gönnerhaft behandelt, doch er musste nach Mona fragen, ganz egal, was Plettner dazu durch den Kopf ginge. »Die Mona«, wiederholte Plettner, »die soll ja lange in Säo Paulo gewesen sein und dort im Labor gearbeitet haben.« »Also hal- sie ihrenlAbschluss nicht umsonst gemacht."

 

 2221264-5e13e6535176e38b7b9540ea80173904.jpg
Jürgen Theobaldy (Straatsburg, 7 maart 1944)
Cover 

 

 

De Franse schrijver Georges Perec werd geboren op 7 maart 1936 in Parijs. Zie ook alle tags voor Georges Perec op dit blog.

Uit: Les choses

« Pouvez-vous me décrire un homme qui aime les pâtes? Que pensez-vous de votre machine à laver? Est-ce que vous en êtes satisfaite? Est-ce qu'elle ne mousse pas trop? Est-ce qu'elle lave bien? Est-ce qu'elle déchire le linge? Est-ce qu'elle sèche le linge? Est-ce que vous préféreriez une machine à laver qui sécherait votre linge aussi? Et la sécurité à la mine, est-elle bien faite, ou pas assez selon vous? (Faire parler le sujet: demandez-lui de raconter des exemples personnels; des choses qu'il a vues; est-ce qu'il a déjà été blessé lui-même? comment ça s'est passé? Et son fils, est-ce qu'il sera mineur comme son père, ou bien quoi?)
Il y eut la lessive, le linge qui sèche, le repassage. Le gaz, l'électricité, le téléphone. Les enfants. Les vêtements et les sous-vêtements. La moutarde. Les soupes en sachets, les soupes en boîtes. Les cheveux: comment les laver, comment les teindre, comment les faire tenir, comment les faire briller. Les étudiants, les ongles, les sirops pour la toux, les machines à écrire, les engrais, les tracteurs, les loisirs, les cadeaux, la papeterie, le blanc, la politique, les autoroutes, les boissons alcoolisées, les eaux minérales, les fromages et les conserves, les lampes et les rideaux, les assurances, le jardinage.
Rien de ce qui était humain ne leur fut étranger.
Pour la première fois, ils gagnèrent quelque argent. Leur travail ne leur plaisait pas: aurait-il pu leur plaire? Il ne les ennuyait pas trop non plus. Ils avaient l'impression de beaucoup y apprendre. D'année en année, il les transforma.
Ce furent les grandes heures de leur conquête. Ils n'avaient rien; ils découvraient les richesses du monde.
Ils avaient longtemps été parfaitement anonymes. Ils étaient vêtus comme des étudiants, c'est-à-dire mal. Sylvie d'une unique jupe, de chandails laids, d'un pantalon de velours, d'un duffle-coat, Jérôme d'une canadienne crasseuse, d'un complet de confection, d'une cravate lamentable. Ils se plongèrent avec ravissement dans la mode anglaise. Ils découvrirent les lainages, les chemisiers de soie, les chemises de Doucet, les cravates en voile, les carrés de soie, le tweed, le lambswool, le cashmere, le vicuna, le cuir et le jersey, le lin, la magistrale hiérarchie des chaussures, enfin, qui mène des Churchs aux Weston, des Weston aux Bunting, et des Bunting aux Lobb."

 

 2221264-108b1c5cbf8b776f3f2a071c12547e5e.jpg
Georges Perec (7 maart 1936 – 3 maart 1982)
Cover biografie

 

 

De Japanse schrijver Abe Kōbō werd geboren op 7 maart 1924 in Tokyo. Zie ook alle tags voor Abe Kōbō op dit blog.

Uit: The Ark Sakura

“Once a month I go shopping downtown, near the prefectural offices. It takes me the better part of an hour to drive there, but since my purchases include a lot of specialized items--faucet packing, spare blades for power tools, large laminated dry cells, that sort of thing--the local shops won't do. Besides, I'd rather not run into anyone I know. My nickname trails after me like a shadow.
My nickname is Pig--or Mole. I stand five feet eight inches tall, weigh two hundred fifteen pounds, and have round shoulders and stumpy arms and legs. Once, hoping to make myself more inconspicuous, I took to wearing a long black raincoat--but any hope I might have had was swept away when I walked by the new city hall complex on the broad avenue leading up to the station. The city hall building is a black steel frame covered with black glass, like a great black mirror; you have to pass it to get to the train station. With that raincoat on, I looked like a whale calf that had lost its way, or a discarded football, blackened from lying in the trash. Although the distorted reflection of my surroundings was amusing, my own twisted image seemed merely pitiful. Besides, in hot weather the crease in my double chin perspires so much that I break out in a rash; I can't very well cool the underside of my chin against a stone wall the way I can my forehead or the soles of my feet. I even have trouble sleeping. A raincoat is simply out of the question. My reclusion deepens.
If I must have a nickname, let it be Mole, not Pig. Mole is not only the less unappealing of the two but also more fitting: for the last three years or so I've been living underground. Not in a cylindrical cave like a mole's burrow but in a former quarry for architectural stone, with vertical walls and level ceilings and floors. The place is a vast underground complex where thousands of people could live, with over seventy stone rooms piled up every which way, all interconnected by stone stairways and tunnels. In size the rooms range from great halls like indoor stadiums to tiny cubbyholes where they used to take test samples. Of course there are no amenities like piped water or drainage, or power lines. No shops, no police station, no post office. The sole inhabitant is me. And so Mole will do for a name, at least until something better suggests itself.”

 

 2221264-b4892c36ae71ee20b190150c71d47617.jpg
Abe Kōbō (7 maart 1924 – 22 januari 1993)
Cover

 

 

De Duitse schrijver Reinhard Kaiser werd geboren op 7 maart 1950 in Viersen. Zie ook alle tags voor Reinhard Kaiser op dit blog.

Uit: Der glückliche Kunsträuber. Das Leben des Vivant Denon

“Historische Achse — Seit es sie gibt, scheint die gläserne Pyramide des Louvre in Paris den Ausgangspunkt einer Geraden zu bilden, die wie mit dem Lineal gezogen in westlicher Richtung durch die französische Hauptstadt verläuft. Zunächst passiert diese Gerade einen Triumphbogen römischen Formats, schneidet dann – auf der Place de la Concorde – einen echten, altägyptischen Obelisken und unterquert noch einen zweiten Triumphbogen, diesmal von napoleonischen Ausmaßen, bevor sie sich hinter der so gut wie quadratischen Öffnung einer Baulichkeit im Weiten verliert, die seltsamerweise ebenfalls «Bogen» – sogar «Großer Bogen», Grande Arche – genannt wird und allein zu dem phantastischen Zweck errichtet scheint, ein Stück Himmel einzurahmen und gleichsam an die Erde zu heften. Genau genommen beginnt diese «historische Achse», wie sie in Frankreich genannt wird, allerdings nicht bei der gläsernen Pyramide, sondern bei einem schräg vor ihr stehenden Reiterstandbild Ludwigs XIV. Die Pyramide und der ganze Louvre liegen nämlich ein wenig versetzt zu ihr. Trotzdem ergibt sich der Eindruck, dass zwischen all diesen Denk- und Sehenswürdigkeiten, über Räume und Zeiten hinweg, ein Zusammenhang besteht, und dieser Eindruck täuscht nicht. Auch die gläserne Pyramide dient einem phantastischen Zweck. Sie markiert und beschirmt einen Zugang zur Kunst, wie es keinen zweiten auf der Welt gibt. Sie eröffnet den Weg in eine Sammlung von Sammlungen, die nicht ihresgleichen hat. Wenn der Besucher in die Pyramide getreten ist, bleibt ihm nach der Sicherheitskontrolle nichts anderes übrig, als erst einmal hinabzusteigen auf eine tiefer gelegene, dank des durchsichtigen Zeltes über ihm aber dennoch lichte Ebene. Dort unten hat er
dann die Wahl. Drei Wege führen von hier zur Kunst. Entscheidet er sich für den, der nach rechts, nach Süden, in Richtung der Seine, zum ältesten Teil des Museums abzweigt, so gleitet er nach einigen Schritten auf einer nun wieder in die Höhe führenden Rolltreppe den Buchstaben D-E-N-O-N entgegen und kann dann, unter ihnen hindurchgehend, seinen Weg fortsetzen – zu den römischen und griechischen Antiken im Erdgeschoss oder hinauf nach der Beletage, zu den italienischen Meistern in der Grande Galerie, zur Mona Lisa und zu den großformatigen Franzosen des 19. Jahrhunderts in den angrenzenden Sälen.
Der Louvre hat in den zweieinhalb Jahrzehnten seit der Eröffnung der Pyramide und mit all den Erweiterungen, die ihr folgten, einen Glanz erlangt, der ungeheuerlich und unvergleichlich erscheint. Doch dieser Eindruck täuscht. So viel Strahlkraft, wie er heute hat, ist schon einmal von ihm ausgegangen – kurz nachdem das einstige Königsschloss zu Beginn der revolutionären Schreckensherrschaft, im Sommer 1793, in ein Kunstmuseum umgewandelt worden war. Während der ersten beiden Jahrzehnte seines Daseins stand dieser Louvre in seiner Pracht und seiner Anziehungskraft hinter dem von heute nicht zurück, und was die – nach dem Urteil der Zeitgenossen – großartigen Gemälde und Skulpturen allerhöchsten Ranges anging, die er damals beherbergte, so übertraf ihre Zahl und ihre Qualität sogar die Bestände des heutigen Museums. Nachher allerdings ging es dann sehr plötzlich und steil bergab.“

 

 2221264-bbda17fc19cff5598a3ab10258560447.jpg
Reinhard Kaiser (Viersen, 7 maart 1950)
Cover

 

 

De Duitse schrijver Manfred Gregor (pseudoniem van Gregor Dorfmeister) werd geboren op 7 maart 1929 in Tailfingen. Zie ook alle tags voor Manfred Gregor op dit blog.

Uit: Die Brücke

„Jahrgang 1905. Vorname Alois, Alois Schaubeck also. Berufssoldat. Spezialist im Umgang mit Menschen und Material, Weibern und Alkohol. Legt keinen Wert auf Qualität, weder bei den Weibern noch beim Alkohol. Hauptsache viel und möglichst noch mehr. Schönste Zeit: Nachturlaub. Wie war das doch damals mit Schaubeck? Wie war das doch? Ach ja, Schaubeck hatte geheiratet. Ganz schnell. Vier oder fünf Tage hatte er Kitty gekannt: »Aber Mensch, Kitty, Kitty ist ja ’n süßer Name, aber du kannst doch nicht Kitty heißen, sagen wir Käthi, klar?« Kriegstrauung. Das dauerte vier Wochen. Dann kam Schaubeck nicht mehr nach Hause. Oder nur noch selten. Kitty ging wieder ihrer Arbeit nach und Schaubeck dem Alkohol und den Weibern. Und wenn er mit einem Kumpel in die Orlandobar kam und von seinem Tisch aus hin und wieder einen Blick zur Kitty hinter der Messingtheke sandte, konnte es nach der zweiten, dritten Flasche Wein passieren, dass Schaubeck sagte: »Siehst du die Rote hinter der Bar? Das ist die Kitty, musst du wissen. War mal meine Frau, ’ne feine Sache, musst du wissen. Tolle Feste gefeiert, hahahaha!« Und dann konnte Schaubeck lachen. Kollernd und polternd. Und dann konnte er trinken. Und wenn er genug getrunken hatte, zeigte er, dass er auch Einblick in die höhere Literatur gewonnen hatte: »Kennste den … Frau Wirtin hatte …? Hahahaha, hahaha!«
Aber das ist nicht alles über Alois Schaubeck. Die Darstellung wäre unvollständig, würde man nicht erwähnen, dass er seinen Haufen in mustergültiger Ordnung hatte. Dass ihn seine Vorgesetzten nicht schätzten, aber die Erfolge seiner Ausbildung anerkannten. Dass kein Mann sich so schnell exakt in den Dreck schmeißen konnte wie einer, der durch Schaubecks Schule gegangen war. Schaubeck verbrachte den Krieg in der Heimat. Manchmal prahlte er mit einer Verwundung, aber hin und wieder hatte er das Pech, dass einer zuhörte, der es besser wusste. Dann hieß es: »Halt bloß die Luft an, Schaubeck, sonst wirst du gleich noch mal verwundet!« Schaubecks Verwundung stammte von einem Verkehrsunfall. Aber das wusste Ernst Scholten nicht.“

 

 2221264-4a37669ff0c7225a9b1ceb7144ee5620.jpg
Manfred Gregor (Tailfingen, 7 maart 1929)

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Jan Frederik Helmers werd geboren op 7 maart 1767 in Amsterdam. Zie ook alle tags voor Jan Frederik Helmers op dit blog.

De Dichter (Fragment)

Neen, tot geen dier, geen plantenleven,
Is *t menschdom door natuur bestemd.
Hij zal zijn woesten staat ontzweven:
Door 't heilig juk der wet word ras zijn drift getemd.
Maar wie, wie zal de schors verbreeken,

Die hem omsluit? de toorts ontsteken
Van *t licht, waarmeê hij is begaafd?
Wie is die halvegod, en eerste volksverlichter?
Wie vaagt de nevlen weg? het is alleen de Dichter,
Die *t woeste menschdom *t eerst beschaaft.

Dring de eeuwen door! Zie Orfeus nadert.
't Verbasterd menschdom hoort zijn taal;
't Ligt luistrend aan zijn' voet vergaderd,
En voelt, ó Wonder! thans zich zelv' voor de eerstemaal.
Barbaarsheid vlucht! en zagte zeden

En kunsten, en bevalligheden
Doorzweven 't nieuw geschapen land.
De steden rijzen op, en Ceres kroont de velden,
Terwijl met lieve lach de maagdenreien melden
Loo De wond'ren van des dichters hand.

Verwijderd van het stadgewemel,
Bij 't plegtig duister van den nacht,
Gedekt door d'eeuwgen starrenhemel,
Verheft een dichter zich met ongekende kragt.
Aan 't strand der zee, zich zelv' verliezend'

Daar op een rots zijn standplaats kiezend'.
Ziet hij de schepping uitgebreid.
Zijn geest ontwringt zich de aard', van heilige aandrift zwanger,
Vat hij de lier, elk hoort na de opgetogen zanger,
En hij zingt voor de onsterflijkheid.

 

 2221264-b1b7e44f872653b6be82c43f8640ff8a.jpg
Jan Frederik Helmers (7 maart 1767 – 26 februari 1813) 
Gedenkplaat in Amsterdam aan het begin van de Tweede Helmersstraat

 

 

De Italiaanse dichter en schrijver Alessandro Francesco Tommaso Manzoni werd geboren op 7 maart 1785 in Milaan.Zie ook alle tags voor Alessandro Manzoni op dit blog.

 

The fifth of May (Fragment)

He made a name, two centuries, set
Armed against each other and
To him turned as for their fate,
Waited a signal of his hand.
He sat between them, hushed them still,
Made arbiter his iron will;

    And disappeared; his empty days
Mured within that narrow bound,
Mark for envy's fiercest rays,
Pity's sympathy profound,
Inextinguishable hate,
And love unsubdued by fate.

    As on the shipwrecked sailor's head
The wave is wrapped and weighs him down,
The wave upon whose lofty spread
His strained sight was lately thrown,
Scanning to discern once more
The distant and evading shore;

    Such on that soul the massy weight
Of memories descended, when --
How many times! -- he would narrate
What he has been to coming men;
And on the eternal page remained
Fallen the palsied, nerveless hand!

 

 2221264-b7bfea2c8a49d01398035fb2b6b44a6f.jpg
Alessandro Manzoni (7 maart 1785 – 22 mei 1873)
Giuseppe Garabaldi bezoekt Alessandro Manzoni op 15 maart 1862 - door Sebastiano de Albertis, 1863

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 7e maart ook mijn blog van 7 maart 2016 en ook mijn blog van 7 maart 2015 deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:22 Reageer op dit bericht

Ash Wednesday III (T. S. Eliot), Patrick deWitt, Akwasi, Gabriel García Márquez, Jeremy Reed, Marijke Hanegraaf, Thomas Acda, Ada Christen

 

Dolce far niente - Bij Aswoensdag

 

 2221017-6dc0e156aeb70507e19505e1dc320caf.jpg
Aschermittwoch II door Hildegard Böhme, 1982

 

 

Ash Wednesday

III
At the first turning of the second stair
I turned and saw below
The same shape twisted on the banister
Under the vapour in the fetid air
Struggling with the devil of the stairs who wears
The deceitul face of hope and of despair.

At the second turning of the second stair
I left them twisting, turning below;
There were no more faces and the stair was dark,
Damp, jaggèd, like an old man's mouth drivelling, beyond
repair,
Or the toothed gullet of an agèd shark.

At the first turning of the third stair
Was a slotted window bellied like the figs's fruit
And beyond the hawthorn blossom and a pasture scene
The broadbacked figure drest in blue and green
Enchanted the maytime with an antique flute.
Blown hair is sweet, brown hair over the mouth blown,
Lilac and brown hair;
Distraction, music of the flute, stops and steps of the mind
over the third stair,
Fading, fading; strength beyond hope and despair
Climbing the third stair.


Lord, I am not worthy
Lord, I am not worthy

but speak the word only.

 

 

2221017-0e74973fae56396b47b5a575990de444.jpg
T. S. Eliot (26 september 1888 – 4 januari 1965)
De basiliek van St Louis, de geboorteplaats van T. S. Eliot

 

 

De Canadese schrijver en scenarist Patrick deWitt werd geboren op 6 maart 1975 op Vancouver Island. Zie ook alle tags voor Patrick deWitt op dit blog.

Uit: The Sisters Brothers

“Charlie climbed onto Nimble and we rode away, heading for the Pig-King. It had been only two months since our last visit to Oregon City but I counted five new businesses on the math street and each of these appeared to be doing well. 'An ingenious species,' I said to Charlie, who made no reply. We sat at a table in the back of the King and were brought our usual bottle and a pair of glasses. Charlie poured me a drink, when normally we pour our own, so I was prepared for bad news when he said it: 'I'm to be lead man on this one, Eli.' `Who says so?' `Commodore says so.' I drank my brandy. 'What's it mean?' `It means I am in charge.' `What's it mean about money?' `More for me.' `My money, I mean. Same as before?' `It's less for you.' `I don't see the sense in it.' `Commodore says there wouldn't have been the problems with the last job if there had been a lead man.' `It doesn't make sense.'
`Well, it does.' He poured me another drink and I drank it. As much to myself as to Charlie I said, 'He wants to pay for a lead man, that's fine. But it's bad business to short the man underneath. I got my leg gouged out and my horse burned to death working for him.' `I got my horse burned to death, too. He got us new horses.' `It's bad business. Stop pouring for me like I'm an invalid.' I took the bottle away and asked about the specifics of the job. We were to find and kill a prospector in California named Hermann Kermit Warm. Charlie produced a letter from his jacket pocket, this from the Commodore's scout, a dandy named Henry Morris who often went ahead of us to gather information: 'Have studied Warm for many days and can offer the following in respects to his habits and character. He is solitary in nature but spends long hours in the San Francisco saloons, passing time reading his science and mathematics books or making drawings in their margins. He hauls these tomes around with a strap like a schoolboy, for which he is mocked. He is small in stature, which adds to this comedy, but beware he will not be teased about his size. I have seen him fight several times, and though he typically loses, I do not think any of his opponents would wish to fight him again. He is not above biting, for example. He is bald-headed, with a wild red beard, long, gangly arms, and the protruded belly of a pregnant woman. He washes infrequently and sleeps where he can—barns, doorways, or if need be, in the streets. Whenever he is engaged to speak his manner is brusque and uninviting. He carries a baby dragoon, this tucked into a sash slung around his waist.”

 

 2221017-4a9b1d3a8ebfe8d35d6ebb4bf74cdef0.jpg
Patrick deWitt (Vancouver Island, 6 maart 1975)
Scene uit de gelijknamige film uit 2018 met Jake Gyllenhaal (John Morris), Joaquin Phoenix (Charlie), John C. Reilly (Eli) en Riz Ahmed (Hermann Kermit Warm)

 

 

De Nederlandse rapper, columnist, schrijver en acteur van Ghanese afkomst Akwasi Owusu Ansah (artiestennaam Akwasi) werd geboren in Amsterdam op 6 maart 1988. Zie ook alle tags voor Akwasi op dit blog.

 

voicemail

hallo
is dit je voicemail

ik wilde eigenlijk iets inspreken
is het goed als ik bel
en je dan niet opneemt

dat praat wat makkelijker

 

 

moeder

we zien elkaar steeds meer via de telefoon
en steeds minder in het echt
ze heeft genoeg van haar moederskindje gehoord
dus besluit ze op te hangen in zijn oor

ik dacht eerst dat het lag aan een slecht netwerk
nu weet ik wel beter
wanneer ze de verbinding verbreekt
wil ze het er even niet over hebben

 

 2221017-178beeb41a04d0e58f51134009948102.jpg
Akwasi (Amsterdam, 6 maart 1988)

 

 

De Colombiaanse schrijver Gabriel García Márquez werd op 6 maart 1928 in de kustplaats Aracataca geboren. Zie ook alle tags voor Gabriel García Márquez op dit blog.

Uit: The General in His Labyrinth (Vertaald door Edith Grossmann)

“José Palacios, his oldest servant, found him floating naked with his eyes open in the purifying waters of his bath and thought he had drowned. He knew this was one of the many ways the General meditated, but the ecstasy in which he lay drifting seemed that of a man no longer of this world. He did not dare come closer but called to him in a hushed voice, complying with the order to awaken him before five so they could leave at dawn. The General came out of his trance and saw in the half-light the clear blue eyes, the curly squirrel-colored hair, the impassive dignity of the steward who attended him every day and who held in his hand a cup of the curative infusion of poppies and gum arabic. The General's hands lacked strength when he grasped the handles of the tub, but he rose up from the medicinal waters in a dolphinlike rush that was surprising in so wasted a body.
"Let's go," he said, "as fast as we can. No one loves us here."
José Palacios had heard him say this so many times and on so many different occasions that he still did not believe it was true, even though the pack animals were ready in the stables and the members of the official delegation were beginning to assemble. In any event, he helped him to dry and draped the square poncho from the uplands over his naked body because the trembling of his hands made the cup rattle. Months before, while putting on a pair of chamois trousers he had not worn since his Babylonian nights in Lima, the General discovered he was losing height as well as weight. Even his nakedness was distinctive, for his body was pale and his face and hands seemed scorched by exposure to the weather. He had turned forty-six this past July, but his rough Caribbean curls were already ashen, his bones were twisted by premature old age, and he had deteriorated so much he did not seem capable of lasting until the following July. Yet his resolute gestures appeared to be those of a man less damaged by life, and he strode without stopping in a circle around nothing. He drank the tea in five scorching swallows that almost blistered his tongue, avoiding his own watery trail along the frayed rush mats on the floor, and it was as if he had drunk the magic potion of resurrection. But he did not say a word until five o'clock had sounded in the bell tower of the nearby cathedral.”

 

 2221017-e8973a1133adb43cc4225a1fff188266.jpg
Gabriel García Márquez (6 maart 1928 – 17 april 2014)
Cover

 

 

De Nederlandse dichteres Marijke Hanegraaf werd op 6 maart 1946 geboren in Tilburg. Zie ook alle tags voor Marijke Hanegraaf op dit blog.

 

Vertrek

Mathilde trok achter de kat aan.
Geduldig wachtte hij op iedere hoek.
Gloednieuw klonken de klinkers
onder de driewieler van Mathilde.

Ze reed de Proefsteen uit
vertrouwde straat met de verbanden
die we huizen noemen, dreef
van haar kamertje vandaan.

Onafgebroken verschilde ze
van de Mathilde in het kamertje:
ze rekt haar genen, volgt haar gids.

Hij is bekwaam, zit wijd in zijn geur
verdraagt verkeer. Hij waagt, is niettemin
voorzichtig tot op het schichtige.
Hij likt de stenen.

 

 

Kruiswegstatie

Aan een roede hangt een doek.
Het werpt zijn schaduw op de muur
en er is schaduw ingeweven.

In vezels, de allerfijnste
staat tegenover zijn moeder
een kind op sterven en nu

is hun ontzetting draad na draad
door het doek gehaald.
Zit er schuld in de structuur.

 

 2221017-fd2ae050badefaacd581acc96f9481f6.jpg
Marijke Hanegraaf (Tilburg, 6 maart 1946)

 

 

De Engelse dichter en schrijver Jeremy Reed werd geboren op 6 maart 1951 op Jersey. Zie ook alle tags voor Jeremy Reed op dit blog.

Uit: The Nice (Vertaald door pociao)

„20. Juni 1964. Der DJ des Scene Club, total high, unterhielt sich draußen im Ham Yard mit einem Speed-Dealer über James Browns »Night Train«, so schnell, dass man den Stoff fast hören und den schwindelerregenden Schub in seinen Adern verfolgen konnte. Guy Stevens, in einem schwarzen italienischen Wollanzug, cool wie ein Pinselstrich, weißes Hemd, schmale schwarze Lederkrawatte, quasselte ohne Punkt und Komma: Prince Buster, The Supremes, The Temptations. Ein Trupp Mods der zweiten Welle, abschätzig »Tickets« genannt, stand in Grüppchen hier draußen, alle sorgfältig aufgemacht, voll im Trend, aber schon aufgrund ihrer Zahl hatte man ihnen den Zugang zu dem überfüllten Kellerclub verweigert. In der warmen Dunkelheit von Soho konnten sie den rauen, subversiven Klang von Mick Jaggers Harmonika hören: ein gesetzloses Geheul von eingeübter Anarchie, ein rhythmisch mit Maracas vorwärtsgepeitschtes Remake von Buddy Hollys Stück »Not Fade Away«, all die geballte, primitive Kraft des punkigen R&B der Sixties. Face, der an der Tür stand und versuchte, etwas mitzukriegen, erkannte beim ersten Ton den smarten Londoner Sound, besser als Motown, Ska und importierter Rhythm and Blues, das war pures Dartford, eine Südlondoner Blues-Version, die das Publikum anstachelte, bis es anfing, die Bühne auseinanderzunehmen.
Die Stones konnten keinen Set von Anfang bis Ende durchhalten; die Clubleitung pfiff sie nach zwanzig Minuten aus Sicherheitsgründen unweigerlich zurück. Nicht nur der Sänger, silberner Crewneck, weiße Hüfthosen, geschminkte Lippen wie eine Wunde, auch der spöttisch grinsende Gitarrist, die Augen hinter blonden Fransen versteckt, der dem Publikum in regelmäßigen Abständen sein Tamburin ins Gesicht schlug, lösten bei den Fans ein absolutes R&B-High aus. Das Phänomen Jagger, schlaksig, sexy, optimaler Inbegriff von Affektiertheit, war einfach unnachahmlich. Faces wollten nicht so aussehen wie er, sie hatten ihren eigenen Stil, aber seine berechnende, tänzelnde Unverfrorenheit faszinierte sie.“

 

 2221017-0bd40c114be35239d36677435d299384.jpg
Jeremy Reed (Jersey, 6 maart 1951)
Cover

 

 

De Nederlandse cabaretier, acteur, schrijver en zanger Thomas Acda werd geboren in Amsterdam op 6 maart 1967. Zie ook alle tags voor Thomas Acda op dit blog.

Uit: Onderweg met Roadie

“Gebruinde buitenbeesten zijn we geworden. Er is veel gebeurd. Veel zekerheden zijn gesneuveld en er zijn een paar geweldige nieuwe inzichten bij gekomen. Wat een reis. Ik stop om te plassen. Midden op de weg. Mocht er iemand aankomen, dan heb ik nog steeds drie kwartier om af te knijpen en weg te rijden. Roadie blijft deze keer wijselijk weg bij de cactussen en kiest voor een steen. Die is zo heet dat de urine al verdampt is voor Roadie weg drentelt. Ik doe mijn drie shakes — ooit door een rechter in het leven geroepen nadat George Michael betrapt was op homoseksueel contact in een openbaar urinoir in Los Angeles. Of vervelend gestoord werd bij het hebben van seks, als je uit mijn land komt. De rechter in die zaak bepaalde dat je als 'normale' man drie keer mocht afschudden. Deed je het vier keer dan stond je je kennelijk af te trekken terwijl je naar plassende mannen keek. Rechters zijn in dit land al heel lang de nieuwe comedians. Met advocaten als aangevers. Teruggekomen bij de auto zit Roadie achter het stuur. Uiteraard. Als altijd klaar om weggestuurd te worden. Ik ga op de bijrijdersstoel zitten en kijk recht vooruit. Een zacht S cooby-Doogeluidje ontglipt zijn keel. Vragende hondenogen kijken me aan. `Nou, rijden, dawg!' Honden kunnen prachtig vragend kijkend. Als kinderen die eigenlijk al te oud zijn om nog met zo'n kinderachtig gebaar aan te komen. `Ja, jij ja. Of zie jij nog meer lelijke dingo's die al sinds New York op de bestuurdersplek azen?' Ik gooi mijn been over de versnellingspook en druk het rempedaal in. Dan start ik de auto. Man, wat kan die hond dom kijken. Ik zet de auto in 'drive' en we rijden. Langzaam, en over een weg waar een blind paard nog geen schade kan aanrichten, maar we rijden! Met een hond achter het stuur. Links woestijn, rechts woestijn en voor ons kilometers prachtig Amerikaans asfalt. Ik moet lachen. Zelden heb ik een hond zo dom zien kijken. Voorpoten op het stuurwiel en tong uit de mond. En op dat moment begint Roadie te lachen. Ooit een hond horen lachen? Grommend zwaar en met korte stoten. Een dikke rokerslach. Zo'n vette-vijftiger-in-rode-broek-lach. Veel te vol cognacglas in de hand en waarschijnlijk op een haringparty. Dat geluid, maar dan van een hond. Ik doe Roadie na: 'Hag hag hag hag!' Dit vindt hij kennelijk zo grappig dat er ook nog een grijns bij komt. Ik spring de auto uit en ga ernaast joggen. En voor de auto uit, en om de auto heen. Een diesel rijdt vanzelf. Het gaat niet hard, maar dat geeft niets. Ik spring de auto weer in, eruit, over de achterbank heen. En Roadie maar sturen en lachen. Dan spring ik op de achterbank, en laat me rijden. Eindelijk zijn we vrienden, Roadie en ik.”

 

 2221017-92dacbe7bd10fd58cbd544f70ce0f1ed.jpg
Thomas Acda (Amsterdam, 6 maart 1967)
Cover

 

 

De Oostenrijkse dichteres en schrijfster Ada Christen werd geboren op 6 maart 1839 in Wenen. Zie ook alle tags voor Ada Christen op dit blog.

 

Aus dunklen Stunden
 
 I.
Was ich gethan und was ich ließ,
Ihr werdet es einst nicht verbuchen,
Wie meines Lebens Rätsel hieß,
Nicht noch in meinem Staube suchen.
 
Ich weiß, es wird Vergessenheit
Mein Los, wie heute sie mein Hoffen,
Seit einer trostlos langen Zeit,
Die ich durchlebt, zu Tod getroffen.
 
Vergessen, rasch vergessen wird,
Des heißen Herzens wirres Klagen,
Der Schmerz nur durch die Lüfte irrt,
Den meine Seele stumm getragen.
 
 
II.
Mit einem Wort ersteht mir plötzlich
Was hinter mir lag tot und weit ....
Was qualvoll-süß und herb-ergötzlich,
Die Träume meiner Jugendzeit.
 
Dein Name brach das alte Siegel,
Als jählings an mein Ohr er schlug,
Und wie in einem Zauberspiegel
Wallt nun vorbei der Schemenzug ....
 
Ach Tote nur! ... und schon verschwebend
Mahnt noch dein liebes Angesicht:
Verblute nicht im Kampfe lebend,
Neig still dein Haupt und ringe nicht.

 

 2221017-4c1edbc8e70c05d074e90c79261765f8.jpg
Ada Christen (6 maart 1839- 19 mei 1901)
Cover

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 6e maart ook mijn blog van 6 maart 2018 en ook mijn blog van 6 maart 2016 deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 18:16 Reageer op dit bericht

Paul Hetherington

De Australische dichter en academicus Paul Hetherington werd geboren op 6 maart 1958 in Rose Park, Adelaide. Hij groeide daar op met zijn tweelingbroer Mark en zijn jongere zus Naomi totdat zijn familie in 1966 naar Perth verhuisde toen zijn vader een baan accepteerde aan de sectie Politiek van de University of Western Australia Zijn vader werd later een West-Australisch parlementslid. Zijn moeder was historica gespecialiseerd in de Afrikaanse geschiedenis en de geschiedenis van de vrouw, die aan de universiteit van West-Australië werkte. Hetherington volgde zijn eigen undergraduate studies aan de Universiteit van West-Australië. Hij voltooide een proefschrift aan dezelfde universiteit in 1989 over het onderwerp '"The Representative of the Verse": Death, Crisis and Versions of the Self in the Poetry of Emily Dickinson'. Toen hij in de twintig was schreef hij voor verschillende amateurtheatergroepen waarvoor hij ook als regisseur werkte. Hij trouwde in 1985 met Michelle Frances Combs en kreeg twee dochters. Hetherington werkte als tutor terwijl hij een postdoctorale studie volgde en aanvaardde vervolgens de baan van Publications and Events Coordinator bij Fremantle Arts Centre in 1989. In 1990 verhuisde hij naar de National Library als Education Manager en redacteur van National Library News (1990 tot 2009). In 1994 werd hij directeur van de Publications Branch van de Library en van 1999 tot 2009 voor de Publications and Events Branch, waar hij onder andere verantwoordelijk was voor het uitgeven van boeken, het ontwikkelen van websites en een conferentieprogramma. Na zijn vertrek uit de National Library of Australia werd hij in 2010 universitair docent Schrijven aan de faculteit Arts and Design aan de Universiteit van Canberra en is hij nu hoogleraar Schrijven daar. Hij is hoofd van het International Poetry Studies Institute (IPSI) at mede werd opgericht met Jen Webb en post-doc Paul Munden. Ook is hij mede-oprichter van het International Prose Poetry Project. Hetherington bekleedde daarnaast nog tal van andere functies. Hetherington's carrière als schrijver omvat meer dan 30 jaar, en hij heeft 12 volwaardige dichtbundels en zes poëzie chapbooks gepubliceerd, samen met talrijke academische artikelen. Hij heeft op 11-jarige leeftijd al gezegd dat hij poëzie wilde schrijven. Zijn eerste bundel Acts “Themselves Trivial”verscheen in 1991.Voor “Shadow Swimmer” ontving hij in 1996 de ACT Book of the Year Award. Er volgden nog diverse prijzen en onderscheidingen.

 

Shadows

I was caught again in days I long ago
shuffled off, away, away, caught

in the dappled wind-stretched pool, the close
enfolding hum of insects. As I move

through the shadows of my years I am
a boy who is looking for a new sensation,

a purity of feeling, the wind's light-fingered
touch, the gentle sway of lingering

in a stolen boat, and the voice of my friend
unfolding, my adulthood approaching

in the touch of fingers softer than the wind.

 

 

Writing

We've come into a place described by trees,
and a straggling beauty: callistemons,
acacias and eucalypts, in bloom,
in winter, in the warmth of autumn, come
where there's a chance at slowly forgetting
the nagging of others and high abstractions —
a step into our tangled colloquialisms,
a hesistant discourse with our language —

of love, of daily dissatisfaction,
of joy, of perennial uncertainty,
of passion muted, domestic distractions,
of perceptions spoiled by the monotony of chores,
then fattening suddenly on a child's love.

We've come into an edgy, simpler life
than the intellect can ever offer,
found in the making of a daily balance,
hard-worked and fragile, to stabilize
our simultaneous looking near and far,
and our searching emotions that range
over all we have and think on, to locate
our love of words, our stepping towards them.

 

 

By Her Children

By her playing children her soft pride
was mortified within her, as her beauty
slowly declined towards these ceaseless tasks:
folding, planting, washing, cooking, while

her three children defied and challenged her—
how had they been made? Could she shape them?
How did she maintain imagination?
She felt a yearning for something undefined.

Her past preoccupied, though she was free
from her father's distant perplexity and presence,
her mother's law. What could now repel
her sense of self from her constructed life?

She saw herself in heat-hazed fields and laughed,
washing the dishes. She looked out on the trees
which she had nurtured—so very many of them
and so much green. And inwardly she yearned.

 

 2248377-f4714135b3dff6f3600b52a7381203b2.jpg
Paul Hetherington (Adelaide., 6 maart 1958)



Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten