Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 5 april 2019 tot 6 april 2019

Annejet van der Zijl, Kazim Ali, Uljana Wolf, Iulian Cioca, Günter Herburger, Jakob Ejersbo, John Pepper Clark, Brigitte Schwaiger, Julien Torma

De Nederlands schrijfster en historica Annejet van der Zijl werd geboren in Leeuwarden op 6 april 1962. Zie ook alle tags voor Annejet van der Zijl op dit blog.

Uit; Anna. Het leven van Annie M.G. Schmidt

“... ik moet een jaar of drie geweest zijn toen mijn moeder riep: ‘Gauw, gauw, kom kijken, paardenvolk!’ Eerste Wereldoorlog. Mobilisatie. Ons dorp was vol uniformen. Er was niets angstaanjagends aan. Integendeel, het had iets vrolijks en ik begreep uit mijn vaders uitleg dat we niet bang hoefden te zijn. Oorlog bestond alleen in hele verre landen, zoals België, niet bij ons.
Terwijl op nauwelijks honderd kilometer afstand hele generaties jonge mannen in de loopgraven van Ieper en Verdun werden uitgeroeid, hernam het dagelijks leven in het Zeeuwse dorp al snel zijn vertrouwde gang. De vluchtelingen verdwenen naar andere provincies of terug naar België, de militairen werden een vertrouwd deel van het straatbeeld. Ter gelegenheid van haar vijfde verjaardag kreeg Annie door het raam van de salon een cadeautje aangereikt van een in Kapelle gelegerde majoor, die kennelijk vriendschap had gesloten met haar moeder.
Uit het pakje kwam een poppenbadje. Er bestond nog geen plastic, het was van celluloid. Er zat een klein bloot celluloid poppetje in. Het kraantje kon echt lopen als je water deed in het tankje bovenin.
Nooit in m’n verdere leven heb ik zo’n verrukkelijk cadeau gehad.
Het paard brieste en stampte, de majoor lachte vrolijk. Geuren van meibloesem woeien naar binnen en de zon scheen op ons alle drie. Alle vier eigenlijk, als je het paard meerekent.
De zon? Onzin. De salon lag pal op het noorden; er kwam nooit een straaltje zon naar binnen. Er moet iets anders geweest zijn waardoor de wereld van goud leek.
Haar eerste jeugdjaren bracht Annie in grote geborgenheid door. Truida Schmidt concentreerde al haar liefde, aandacht en zorg op het dochtertje dat ze op de valreep nog gekregen had. ‘Ik zou je ’t liefste in een doosje willen doen’, zoals ze zei. ‘Als een dikke spinnende moederpoes’ die alles wegblaast, dribbelde ze om Annie heen. ‘Ik was een kostbaar kleinood dat bewaakt en afgeschermd moest worden.’ Urenlang zat ze haar voor te lezen en liedjes met haar te zingen, en al snel was het kind zelf in staat Ot en Sien te spellen. Op vierjarige leeftijd zou ze zelfs haar eerste gedichtje gemaakt hebben:

Er was eens een hond,
die zat op z’n kont
er was eens een kat
die zat op z’n gat.

Dat haar vader iets bijzonders was binnen het dorp, besefte Annie al vroeg. ‘Hij was de baas van de kerk. En de kerk met z’n hoge toren was het middelpunt van het heelal. Elke middag om twaalf uur luidde de koster eigenhandig de torenklok.”

 

 2228907-d8af4c39d31797892cffcbbf96d9c59a.jpg
Annejet van der Zijl (Leeuwarden, 6 april 1962)
Cover

 

 

De Amerikaanse dichter, schrijver en essayist Kazim Ali werd geboren op 6 april 1971 in Croydon, Engeland. Zie ook alle tags voor Kazim Ali op dit blog.

 

The Earthquake Days

In the earthquake days I could not hear you over the din or it might have been
the dinner bell but that’s odd
because I’m usually the one
cooking if not dinner then
a plan to build new fault lines through the dangerous valley.

I can’t give you an answer right now because I’m late for my 
resurrection,
the one where I step into my angel offices and fuck
the sun senseless.
That eclipse last week? Because of me.
You’re welcome.

The postman rattles up with your counter offer and I’m off
to a yoga class avoiding your call yes like the plague
because son you can read
in the dark and I have no
hiding place left.

You know me too well and you know it.
We walk hand in hand down the hill
into the Castro
avoiding the nudist protest not because we are afraid but
because we already know all about this city, its engineered 
foundations,
the earthquake-proofed buildings, the sea walls.

No tempest will catch us unaware
while we claim our share of
the province of penumbral affections.
You have no reason
to trust me but I swear I lie

down in this metal box as it thunders and looks
inside my brain. I am terrified nothing
is wrong because otherwise
how will I rewrite the maps unmoored
a deep sea a moor a cosmonaut

Who needs saving more
than the one who forgot
how the lazy cartographer mislabeled
his birthplace as Loss?
Riding the bus out to the end of the lines and back

I collect trash for art, oil spill, spent forest, the mind
is at work and everything is at stake. I demand
statehood for my states of mind, senators
for my failure, my disappointment, the slander
and my brain unmapped reveals no

explanation for danger the ground untamed.
I make paintings of nothing and
stand before them like mirrors.
I recently became a man but I do
not want to let go of my weakness,

instead want to meet God in heaven and in long psychotropic odes
have Him send me again digging in the dirt to unleash
tantric animal governors to lay down
the orgasmic law twice skewered and miserable
in the old photographs, miserable in my body, huddled

next to my mother, recently permed and aglow so unaware
of what is about to hit her. I am the answer to Bhanu’s question:
“Who is responsible for the suffering of your mother?” and so sick
I considered that sickness

could bring us closer and Shahid and Allen in heaven
slap me silly because they want me to know that
this world is worth its
trembling. At the next table over a mother
tries to reconcile her bickering sons. I have
no brother but the one

I invent has always got my back, he drowns
out the mullahs so my mother can
hear me finally. In a different book Jesus
never suffered, never was flogged or died
went whole into heaven without passion.

Shall I then deny myself passport through the stark places
unsalvageable, imagine it, the Mother
of Sorrows did never grieve in the new season
trees smell of semen and the tectonic plates
make their latest explosive move:

to transubstantiate my claim
by unveiling this city down to its stone.

Everyone I know wants to douse
the hungry flames, flee the endless aftershocks,
unravel every vexing question.

You owe me this witness.
I owe you the fire.

 2228907-dd9ad314f879ac6ab3c2b3439ccff864.jpg
Kazim Ali (Croydon, 6 april 1971)

 

 

De Duitse dichteres Uljana Wolf werd geboren op 6 april 1979 in Berlijn. Zie ook alle tags Uljana Wolf op dit blog.

 

dust bunnies

wir wollten über kleine tiere sprechen, wollten auf die knie gehen für die kleinen tiere, jene aus staub und schlieren, in ritzen und dielen, jene, die in grauen, feilen frieren, unsere tiere aus nichts, wir wollten auch ganz nah in deiner spräche und in meiner hauchen, sag mir liebes, hast du heute schon gesaugt, nein, wir wollten unsere tiere nicht erschrecken, klein wie flecken, sind das flecken, haben sie nicht puschelscbwänze, lange löffel, oder lange schwänze, tuschelohren, wollten wir nicht weniger rauchen, weniger husten, weniger entweder oder sein, gestern war die zimmerecke einsam in ihrer knarzenden öde. heute ist sie hort, heute zärtlichen horden ein port, wir wollen also still sein, auf den knien lauschen: unsere kleinen tiere, wie sie ihre wollenen, mondgrauen namen tauschen.

 

bougainville

0
gestippelde ochtend hoe die vanonder de mist
opstijgt alsof ’t door vloeiblad heen weekt
waterverven, val van bladpunten, val van tuiten
als van tule, een twijgje schilt zich uit het kostuum
heeft geen lijf, rekt zich, bezint zich op (groen) en
de zenuwpunten in de schouder van het dal groeten
het bewegen, de arm, ze leggen de hand op tafel
bij de knoppen, bloesems, de niet te vatten lucht –


1
ontbreken de steunbladeren ontbreekt de bevattelijke
grond om je heen en is zo één verhouten complot
een plaats delict van beschrijving: vliezig, geribd, zo
is vaak de griffel bezet met papillen, snap dat, zonder
een kijken naar, blootgesteld enkel aan het op elkaar
botsen van vocalen tussen haren, doorns, kan dat vergroeien
laat zich dat binnenhalen, gerafelde zoom fluweel soms
lancetachtige bladschijf, kopieer dat, tweeslachtige signalen –

 

Vertaald door Annelie David

 

 2228907-9231c477b01266868e45558f7b7a8abe.jpg
Uljana Wolf (Berlijn, 6 april 1979) 

 

 

De Roemeense schrijver, journalist en literair criticus Iulian Ciocan werd geboren op 6 april 1968 in Chisinau, in de toenmalige Sovjet Socialistische Republiek Moldavië. Zie ook alle tags voor Iulian Ciocan op dit blog.

Uit: The Queen of Hearts (Vertaald door Alistair Ian Blyth)

“Sergeant Jora Kureki was summoned to the Telecentru Sector Police Station to be entrusted with a new mission: he was to patrol the danger zone around the huge pit day and night. Captain Putinelu, with his permanently puffy face, affectionately put his arm around Kureki’s shoulders, trying to mollify his disgruntlement.
“It’s an order from the top, Jora . . . we haven’t got any choice . . . you’ll stroll around that damned pit, you’ll warn people out walking late not to get too close to the edge, you’ll shoo away drunkards, so that they won’t tumble into the chasm. You’ll even be able to take quick naps on a bench. It’s summer, it’s warm, it’s pleasant to be out at night, Jora!”
Captain Putinelu gave an understated smile and studied Kureki closely with his eyes.
“Yes . . . but, why do I have to go and walk around in the middle of the night, boss?” grumbled Jora Kureki. “I’m busy with the case of the dustbin that went missing from the yard of the Prosecutor’s Office —”
“I told you the order came from the top, Jora. And in that order, it says quite clearly that the policeman assigned to patrol the danger zone is sergeant Kureki. Or maybe you’d like me forget about the whole thing and find a replacement for you?”
Captain Putinelu cast his dissatisfied subaltern a reproving look.
“Yes, but . . . how many nights am I going to have to hang around the pit?”
“I’ve got no idea, Jora! As long as it takes. In other words, for as long as there’s a pit.”
“But it’s a bit big, boss . . . who knows how long it’ll be there. What are we supposed to do? Walk around the pit like lunatics for months or even years?”
“You’ve started to talk out of turn, lately, Jora. Do what you’re told and be thankful that you’ll be getting overtime! Now, get out of here, because I don’t have time to listen to your moaning,” said the captain with the permanently puffy face, raising his voice.”

 

 2228907-70dcf97584cbcc3cc0f9d14fba5f9b3c.jpg
Iulian Ciocan (Chisinau, 6 april 1968)

 

 

De Duitse schrijver en dichter Günter Herburger werd geboren op 6 april 1932 in Isny im Allgäu. Zie ook alle tags Günther Herburger op dit blog.

Uit: Das Glück: Eine Reise in Nähe und Ferne. Photonovelle

„Der nächste Winter Frühmorgens, die Kälte sickerte in die Poren, sahen Wege aus wie Pfeile, die sich irgendwo verloren. Milchtanker, denen ich begegnete, fuhren hart am Rand und scheuchten in den Schnee. Als ein Astronaut landen wollte, rief er in sein Mikrophon oder Belebungsgerät, die Ebene kenne er schon! Es war eine Enklave zwischen dem Weiler Neutrauchburg und den Menelzhofener Höhen im Allgäu. Meine beiden Großmütter - die eine trug Ringe aus abgeschnittenen Stielen silberner Teelöffel, die andere war Erbauerin begehbarer Schränke - flüsterten aus dem Gezweig: Ras Alhague und Ras Alghet. Ich schlug im Sternenatlas nach und fand Nachbarschaften wie Regulus und Krebs, Bellatrix und Beteigeuze, verbunden durch Entfernungen, die wir nicht begreifen. Im vormaligen Pulverturm arbeitet noch ein Töpfer, dessen Haare schwinden. Er lädt zu Kursen ein, und wenn die Teilnehmer, es sind meist Frauen, laut werden, zeichnet er mit Kreide eine Höhle auf die Tafel, die Dschebel Kafzeh heiße, ein Fundort bei Nazareth für menschliche Skelette aus der Riß-Würm-Warmzeit. Weit weg in der Kälte wurde ein Gehäuse aus Eisenblech, das früher einen Wasserfall mit einer Flachsspinnerei verband, aufgerichtet. Das hohle Monstrum scheint, je näher wir kommen, zu wachsen. Wo ich geboren wurde, werde ich wieder sein. Es gibt noch enge Gassen, alle Mauern sind alterslos getüncht, doch dahinter gewinnen träumerische Gesänge an Macht. Draußen hat sich wieder Kälte ausgebreitet, so daß die Säume der Wälder Jackenfutter gleichen. Füchse, die vorbeikommen, stellen ihren Schwanz hoch und schnaufen verächtlich. Aas, das am Weg liegt, ist kaum mehr zu riechen. Kettensägen und Schaufelbagger sind vorrätig im Wald, der, solang er noch steht, Wind und Frost in sich behält. Wer seine Handschuhe auszieht, wird daran erinnert.”

 

 2228907-ba3c587dac3a9d95f5f075560338d85a.jpg
Günter Herburger (6 april 1932 – 3 mei 2018) 

 

 

De Deense schrijver en journalist Jakob Ejersbo werd geboren in Rødovre op 6 april 1968. Zie ook alle tags voor Jakob Ejersbo op dit blog.

Uit: Liberty (Vertaald door Ulrich Sonnenberg)

„Vor drei Monaten begann Vater als Chef der Buchhaltung einer Zuckerplantage, die TPC heißt – Tanzania Planting Corporation. Sie gehörte der Reederei Mærsk, wurde aber von der tansanischen Regierung verstaatlicht. Doch für die nächsten Jahre hat Mærsk noch einen Vertrag und soll den Eingeborenen beibringen, die Plantage zu betreiben. Sie liegt ein Stück südlich der Stadt Moshi, in der auch die Schule ist. Vater dreht sich auf dem Vordersitz um. »Bist du okay, Christian?« »Wann fahren wir zu unserem Haus?«, möchte ich wissen. »Später«, sagt Vater. »Es ist erst sieben.« Er hat mir erzählt, dass die Dunkelheit am Äquator früh und sehr plötzlich kommt. Mein Kopf fühlt sich leicht an. Ich könnte töten für eine Zigarette. »Okay«, sage ich und schaue aus dem Fenster, der Himmel ist mit klaren Sternen übersät, die sich bis zum Horizont erstrecken. Wir erreichen eine T-Kreuzung, an der Holzschuppen und kleine gemauerte Häuser ein schwaches Licht in die Dunkelheit werfen. Es sind Läden auf bloßem Erdboden. Dunkle Gestalten bewegen sich zwischen ihnen. Wir biegen rechts ab in Richtung Moshi. »Dies ist eine der besten Straßen des Landes«, erklärt mir mein V ater. »Fast keine Schlaglöcher.« Die Dunkelheit hüllt uns völlig ein. Es gibt so gut wie keinen Verkehr, und Katriina fährt schnell. Die Straße beginnt, kurviger zu werden, und führt bergab in eine Schlucht – die vorderen Scheinwerfer erleuchten steile Felswände auf beiden Seiten. »Was ist das denn!?«, stößt Katriina aus und tritt die Bremse durch, gleichzeitig reißt sie das Lenkrad herum, um einem großen belaubten Ast auszuweichen, der auf unserer Seite der Straße liegt. Die Bremsen blockieren, der Wagen rutscht auf den Ast und schiebt ihn vor sich her, bis wir zum Stehen kommen.
»Dort hält jemand«, sagt Vater. Ein Stück weiter vorn kann ich undeutlich einen dunklen Kasten erkennen, die Scheinwerfer liefern nur ein diffuses Licht durch das Laub des Asts. »Straßenräuber?«, fragt Katriina. »Glaub ich nicht«, erwidert Vater und öffnet die Tür. »Der Ast ist ein tansanisches Warndreieck.« Ich steige ebenfalls aus und helfe ihm, den Ast von der Frontpartie des Wagens zu ziehen, während K atriina zurücksetzt. Wie ich jetzt erkennen kann, handelt es sich bei dem Kasten um einen Lastwagen, der an eine der Felswände geprallt ist und quer auf der Fahrbahn steht – ein großer frischer Zweig steckt an der hinteren Stoßstange. Wir schleppen den Ast wieder an seinen Platz auf der Fahrbahn. Bei dem verunglückten Lastwagen sehe ich niemanden mehr.“

 

 2228907-f03c47833fd0b2d43907c4744c56dac1.jpg
Jakob Ejersbo (6 april 1968 – 10 juli 2008)
Cover

 

 

De Nigeriaanse dichter en schrijver John Pepper Clark werd geboren op 6 april 1935 in Kiagbodo, Nigeria. Zie ook alle tags John Pepper Clark op dit blog.

Uit: Song Of A Goat

“ZIFA: ...You
Said I should make sacrifice to the gods.
These past several years we have none of us
Followed your word. Being the elder,
I agree, I am to blame for this.
But now I obey you and will make instant
Sacrifice to the gods.
ORUKORERE: But you are
As yet not cleansed, and for that matter all
The concession is reeking with rot and
Corruption.
ZiIFA: In that case, it needs drastic
Cleansing, which is what we shall now all perform.
ORUKORERE: Be careful, son, and do nothing that is
Rash. When the gods ask for blood it is
Foolish to offer them oil.
(…)

ORUKORERE: Take away The light.
Will you take away your lamp?
What, am I become so like a statue
That discovered among ruins in
The sun-set day, you wonder at
Yet will not bow down to? I know
I have lost both my face and limbs.
Recognition therefore's become a thing
For houseflies and bats, has it? I say
Let there be no light again in this house.”

 

 2228907-0c2740e4da1eee292b3750e8a6d5b6af.jpg
John Pepper Clark (Kiagbodo, 6 april 1935)
Cover;

 

 

De Oostenrijkse schrijfster Brigitte Schwaiger werd geboren op 6 april 1949 in Freistadt. Zie ook alle tags voor Brigitte Schwaiger op dit blog.

Uit: Lange Abwesenheit

„Und wie überlegen du mir jetzt schon wieder bist. Aber ich glaube nicht, dass du dich hast aufnehmen lassen in die große Gemeinschaft der Heiligen. Du sitzt irgendwo allein und verfluchst Mutter, weil sie dir nicht die Wärmflasche bringt. Du willst nicht zusammen mit den gewöhnlichen Toten rund um den Herrgott sitzen. Wenn es einen Herrgott gibt, sagtest du einmal, dann soll er die Krankheiten abschaffen! Der Herrgott sollte dir lieber eine Wärmflasche geben, Kamillentee und Schafwollsocken. Und eine Zeitung. Aber hab Geduld, wir kommen ja nach. Großmutter ist schon recht alt. Und wir sind auch sterblich. Dann bringen wir dir Zigaretten und lassen uns wieder von dir erzählen, wie du geritten bist am norwegischen Eismeer, was für dicke Lachse du gefischt hast, und wir bewundern dich. Und wenn Mutter und die Schwestern schlafen gegangen sind, bleibe ich in der Küche sitzen und frage dich, ob du dich erinnerst an das weiße Kleid, wie ich im weißen Kleid zu dir gekommen bin, wie du das sagtest von der kleinen Geliebten, wie eine kleine Geliebte, wie eine heimliche Geliebte, und du antwortest: Ja, ja. Dann gehst auch du schlafen, und ich sitze allein in der Küche, trinke den Bierrest aus deinem Glas, werfe deine Zigarettenstummel weg, schaue nach, von wem die Ansichtskarten sind, die an der Holzleiste hinter deinem Essplatz stecken. Patienten, die auf ihren Urlaubsreisen an dich dachten, Sportfliegerfreunde, Kriegskameraden, lauter Menschen, die einen besseren Weg zu dir wussten als ich. Meine Briefe hast du nie beantwortet. Wer war ich denn. Nur eine von den vier Töchtern, die dir das Leben vergällten. Gute Nacht, sage ich. Gute Nacht, sagst du in dem Ton, der zugleich ein lautes Seufzen ist, ein Vorwurf von dir an dich selbst, uns gezeugt zu haben. Du tatest mir oft leid, wenn ich uns so anschaute. Aber auch wir haben uns dich und Mutter nicht ausgesucht. Ich hasse mich selbst, wie ich jetzt kerzengerade stehe vor einem Fleck Erde, unter dem du wahrscheinlich kerzengerade liegst. Jeder an seinem vorläufigen Platz. Ein rechter Winkel zwischen dir und mir. Ich bin gekommen, um Andacht zu halten. Aber du sagst nichts, und ich spüre nur mein Lebendigsein. Papa, lieber. Wir haben ein Papier bedrucken lassen mit deinem Namen und deinem Bild. Sympathisch bist du da, blickst ernst und pflichtbewusst. Der gute Arzt. Ich trage dich in meiner Handtasche herum. So ein Vater, den man auseinanderfalten und herzeigen kann.“

 

 2228907-f0e661c3fa499619b244baf40fa60b6b.jpg
Brigitte Schwaiger (6 april 1949 – 26 juli 2010)

 

 

De Franse schrijver, dramaturg en dichter Julien Torma werd geboren in Cambrai op 6 april 1902. Zie ook alle tags voor Julien Torma op dit blog.

 

Antiques

Olympie, ô l'impie,
je rêve aux rives
de la saine Seine

Qui vive ?
Il y a des pies
à Olympie.

Les pies prient
les aines saines
loin des arbres

Les impies expient
le bris des débris
dans les abris des marbres

Au bruit des bris
les pies pépient et fuient
dans les arbres

Les rives des aines
rivent leurs plis
sans haine.

 

 

Le devoir des victimes

La toile cirée se lève
Sur L'Acte Zéro du Drame

Condamnés à mort, pelotez les guillotines en soutien-gorge
Dressées sur des soucoupes !
François-Donatiens, raffinez le suc des crèmes fouettées
Dans les châteaux mollets de la Rostopchine !

L’exécution capitule

Éclairant sa dent creuse d'un mégot à vif
Le cœur coincé entre l'omoplate et la glande pinéale
A travers les socs morts
Et les escouffes de la barbe d'Adam
Sous les coups de feu de la sentinelle
(très vite) Le loulou loue l'août lourd.

 

 2228907-109c6546d699f153108521aac11153d2.jpg
Julien Torma (6 april 1902 – 17 februari 1933) 

  

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 6e april ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 14:14 Reageer op dit bericht

Alfred Hegenscheidt, Nicolas Chamfort, Levon Shant, Aasmund Olavsson Vinje, Dan Andersson, Erich Mühsam, Georges Darien, Jean-Baptiste Rousseau, Alexander Herzen

De Belgische dichter, schrijver en geoloog Alfred Fréderic Hegenscheidt werd geboren in Sint-Jans-Molenbeek op 6 april 1866.Zie ook alle tags voor Alfred Hegenscheidt op dit blog.

 

Avond aan Zee

De gladde golven glippen naar de rede
Met klaterend even, weer gesmoord gekoos,
De hemel schemert over zee, en mede
Is vrede wijd en zijd en tijdeloos.

En uit de haven komen zij gegleden
De boten met hun zeilen roereloos,
Een kantige schaduw tegen donkerheden,
In 't spiegelende nat een schaduw broos.

De nacht is peilloos; waar de verte zwicht,
Verschijnt, verdwijnt het wezenloze licht
Van ene baken in de zee verloren.

De boten, onbeweeglijk, gaan te lore.
Ginds in de nachtelijke wederschijn,
Schaduw en schaduwbeeld verschemerd zijn.

 

 

Marialiedje

Ik heb u lief en ken u niet,
Ik weet niet wat me in 't hart geschiedt
Als in uw oogjes klaar en blauw
Mijn eigen aanschijn ik aanschouw.

Gij zijt van mij, ik voel het toch
En toch zoo vreemd weer, vreemder nog
Dan al wat van u, kindje zoet,
Ik gissen durfde en heb vermoed.

Ik droomde van u meen'gen nacht
Toen de engel boodschap had gebracht,
En toen verstond ik beter u
Dan 't vleesch en bloed dat gij zijt nu.

Uw oogen zijn zoo eindloos diep,
't Is of uit hen Gods stem me riep,
Zeg, kindeken, blijft gij bij mij,
Of keert weldrâ gij tot Gods zij?

 

 2228904-5ba412a953641eacc762cd07da4620fd.jpg
Alfred Hegenscheidt (6 april 1866 — 9 februari 1964)

 

 

De Franse schrijver en aforist Nicolas Chamfort, pseudoniem van Sébastien Roch Nicolas, werd geboren op 6 april 1740 in Clermont – Ferrand. Zie ook alle tags voor Nicolas Chamfort op dit blog.

Uit: Des femmes, de l’amour, du mariage et de la galanterie (Maximes et Pensées)

 

« CCCLXVIII
L’amour le plus honnête ouvre l’âme aux petites passions. Le mariage ouvre votre âme aux petites passions de votre femme, à l’ambition, à la vanité, etc.

CCCLXIX
Soyez aussi aimable, aussi honnête qu’il est possible, aimez la femme la plus parfaite qui se puisse imaginer, vous n’en serez pas moins dans le cas de lui pardonner ou votre prédécesseur, ou votre successeur.

CCCLXX
Peut-être faut-il avoir senti l’amour pour bien connaître l’amitié.

CCCLXXI
Le commerce des hommes avec les femmes ressemble à celui que les Européens font dans l’Inde ; c’est un commerce guerrier. »

 

 2228904-2882015221d020442af9c664360b832b.jpg
Nicolas Chamfort (6 april 1740 – 13 april 1784)
Het bekendste aforisme van Chamfort in het Engels op een t-shirt

 

 

De Armeense dichter en schrijver Levon Shant werd geboren als Levon Seghposian in Konstantinopel op 6 april 1869. Zie ook alle tags voor Levon Shant op dit blog.

Uit: Ancient Gods (Vertaald door Anne T. Vardanian)

“MAN IN WHITE
Suffering is the submission to a life of pain; and the willful waste of life is death.
FATHER SUPERIOR
Through you speaks primitive mankind.
MAN IN WHITE
It is ailing mankind that speaks through you!!!
FATHER SUPERIOR
Enough! Who are you that speaks so profanely? Begone! There is no place on this island for you and your gods.
MAN IN WHITE
This island, too, is the world, and very much like the rest of the world. Oh, you bewildered, pay homage to the eternal gods!!!
FATHER SUPERIOR
Go away!
MAN IN WHITE
Confess, and pay homage!
FATHER SUPERIOR
Go away!
MAN IN WHITE
The day will come and you will confess. (He disappears.)
FATHER SUPERIOR (looks about uncomfortably)
Who was that? He vanished! An apparition, a doubt? No, never! The world cannot enter this island. The world shall never enter this island. No!”

 

 2228904-38caf416086cbbc2c126d7c1fc44fc9f.JPG
Levon Shant (6 april 1869 – 29 november 1951)
Borstbeel in Beiroet

 

 

De Noorse dichter en journalist Aasmund Olavsson Vinje werd geboren op 6 april 1818 in Vinje, Telemark. Zie ook alle tags voor Aasmund Olavsson Vinje op dit blog.

 

Der Wald

Du beugst, o Wald, Dich niederwärts
Und küssest jene schwarze Flut,
Die nagend frisst Dein Wurzelherz
Und saugt und trinkt von Deinem Blut.

Wie Dich hab' Manchen ich gekannt,
Der Lenz und Lust im Herzen trug
Und dennoch küsste jene Hand,
die ach! ihm tiefste Wunden schlug.

 

 

Mein Herz

Mein Herz hat gestanden im Lebensstreit
und manchen Schlag hingenommen.
Sein Schicksal war lauter Feindseligkeit
und doch ist es bis zu dieser Zeit
mit dem Leben davon gekommen.

Doch Narb' um Narb' in der Jahre Lauf,
Die zeugen von mancher Wunde,
Die brechen in jeglichem Frühling auf,
Wenn das Eis zerschmilzt und es grünt darauf
Und der Kukuk bringt frohe Kunde.

Doch Blumen entspriessen der Narben Spur,
Wenn Thränen sie heimlich begossen.
So geht es ja auch mit Gottes Natur:
Wenn Regenwetter vom Himmel fuhr,
lässt Blumen aus Wunden sie sprossen.

 

Vertaald door Wilhelm Henzen

 

 2228904-aa81fbc562b9124ee4e8a6950f95cff4.jpg
Aasmund Olavsson Vinje (6 april 1818 – 30 juli 1870)
Monument in Granavollen, Gran, Noorwegen

 

 

De Zweedse dichter en schrijver Dan Andersson werd geboren op 6 april 1888 in Skattlösberg (Dalarna). Zie ook alle tags Dan Andersson op dit blog.

 

For My Sister

Now on the bog in yellow sedge there is a wind of spring
and legends rise around the island in the Berga Falls
Excuse a touch of bitter joy, to my guitar I'll sing
the strength to cure us like the tender sweet gale health recalls

A song for you my sister when the earth's expecting spring
Luossa's heather's full of lively wind and frantic bees
that's where we learnt in infancy the walk of suffering
and how to drain our childhood's cup of sorrow to the lees

But glorious glorious spring came on each year in roses veiled
though stinging sorrow found our hearts and whitened our cheeks
One day you knelt before the King, one night your courage failed
and then you drank salvation out of mountains, hills and creeks

Come out when storm is raging in the fruit and willow trees
Look at the burning skies of spring our Lord and stars to praise
the mignonette outside your wall to your sweet slumber sees
then roses cry, come out to us and sleep in our embrace!

 

Vertaald door Ake Helgesson

 

 2228904-b53790f2fdf65b23a3d667edc3c64eb5.jpg
Dan Andersson (6 april 1888 – 16 september 1920)
Cover

 

 

De Duitse dichter, schrijver, anarchist en activist Erich Mühsam werd geboren in Berlijn op 6 april 1878. Zie ook alle tags Erich Mühsam op dit blog. 

 

Babette

Folg mir in mein Domizil,
liebes Kind, und frag nicht viel.
Wirst schon alles lernen,
wirst schon alles sehn,
liest nicht in den Sternen,
was dir heut noch alles kann für Heil geschehn.

Stehst herum in Nacht und Wind.
Komm! Bei mir ist's warm, mein Kind.
Geb dir einen Taler,
koch dir ein Glas Tee.
Einen Emmentaler
essen wir selbander auf dem Kanapee.

Bleibst bei mir bis früh am Tag.
Geht dann jeder, wo er mag.
Ich zum Redaktöre,
du, wohin dich's treib.
Morgen küsst, ich schwöre,
dich mein guter Nachbar, ich des Nachbars Weib.

 

 

Durch Ekel fahr ich...

Durch Ekel fahr ich meinen Lebenskarren.
Der Kutschbock kracht. Es ist ein elend Holpern.
Die Gäule, die man Jahre heißt, sie stolpern
in faulem Trott, und alle Fugen knarren.

Aus ungeölten Speichen quiekt mein Gott -
kein Witz hilft, den ich in die Deichsel träufl! -
So klappert’s durch die Welt. - Als Hüh und Hott
keif peitschend ich den Mähren zu: Pfui Teufel!

 

 2228904-945c1f00f5a8ab20e0872c58c950a14c.jpg
Erich Mühsam (6 april 1878 – 10 juli 1934)
Cover CD

 

 

De Franse, anarchistische, schrijver Georges Darien werd geboren als Georges Hippolyte Adrien op 6 april 1862 in Parijs. Zie ook alle tags Georges Darien op dit blog.

Uit: Biribi, discipline militaire

« L’armée, c’est le cancer social, c’est la pieuvre dont les tentacules pompent le sang des peuples et dont ils devront couper les cent bras, à coups de hache, s’ils veulent vivre.
Ah ! je sais bien : le patriotisme !… Le patriotisme n’a rien à faire avec l’armée, rien ; et ce serait grand bien, vraiment, s’il n’était plus l’apanage d’une caste, la chose d’une coterie, l’objet curieux que des escamoteurs ont caché dans leur gibecière, et qu’ils montrent de temps en temps, mystérieux et dignes, à la foule béante qui applaudit. Ce sentiment-là, je crois, n’est pas forcément cousu au fond d’un pantalon rouge. Il y a peut-être autant de patriotisme dans l’écrasement banal d’un maçon qui tombe d’un échafaudage ou dans la crevaison ignorée d’un mineur foudroyé par un coup de grisou, que dans la mort glorieuse d’un général tué à l’ennemi. Et il y a de bons patriotes, voyez-vous, qui haïssent la guerre, mais qui la feraient avec joie ― si l’on tentait d’assassiner la France ― parce qu’ils auraient l’espoir grandiose, ceux-là, non pas d’écraser un peuple, mais d’anéantir, avec le gouvernement qui le régit, toutes les tendances rétrogrades, féodales, anachroniques ― le caporalisme.
Je réfléchis longtemps à ces choses. Je pense aussi aux trois années que j’ai passées ici, à mon existence de paria ! Quelle vie ! quel spectacle !…
Et, lorsqu’ils ont défilé devant mes yeux, bien en lumière, tous ces affreux tableaux que j’évoque avec horreur, je m’aperçois que je n’en ai vu nettement qu’un côté, jusqu’à présent, et qu’une partie m’en a échappé, ― la partie la plus ignoble, sans doute, de ces conséquences de la compression.
Emporté par la passion, aveuglé par la haine, je n’ai jamais senti à mes côtés, parmi mes compagnons de servitude, que les insoumis, que ceux qui résistaient, ne voulaient pas plier ; les seuls événements qui aient frappé mon esprit sont ceux grâce auxquels s’est affirmée la lutte de l’homme qui veut rester libre contre la discipline abjecte. Les journées remplies de la farce grossière de l’existence servile n’ont rien laissé en moi. Je les ai subies, tout simplement. Et quant au grand troupeau des disciplinés, des soumis, des domestiqués, je ne l’ai même pas dédaigné, je ne l’ai point vu. Qu’une bassesse de ces malheureux, par-ci par-là, m’ait fait hausser les épaules, qu’une de leurs vilenies m’ait fait lever le cœur, c’est possible. Rien de plus.”

 

 2228904-ca68c0f8401d7b7e07cb242a6fe4d250.jpg
Georges Darien (6 april 1862 – 19 augustus 1921)
Cover

 

 

De Franse dichter en schrijver Jean-Baptiste Rousseau werd geboren op 6 april 1671 in Parijs. Zie ook alle tags Jean-Baptiste Rousseau op dit blog.

Uit: La Ceinture Magique

« Scène I
Mme MERLUCHE, LUCETTE, BALIVERNE.
MADAME MERLUCHE.
Or ça, mes nièces, parlons un peu d'affaires. Vous commencez à devenir grandes filles, mes enfants; et à votre âge, je le sais par mon expérience, les jours sont longs et les années sont
courtes. Je crois qu'il est temps, ou jamais, de songer à vous pourvoir. Feu monsieur Goguelu, votre père, se voyant près d'aller rendre ses comptes en l'autre monde, s'avisa de faire un
testament. Il eût bien mieux fait de mourir subitement, le pauvre homme! Il n'eut pas cet esprit-là. Il vous laissa sous la tutelle, vous du Capitan, et vous du seigneur Trufaldin; deux aussi grands benêts, sans les flatter, qu'il y en ait dans le pays. En cette qualité, il a réglé qu'ils pourraient vous épouser au bout de l'an, ou bien vous marier à leur fantaisie. Voilà l'année finie. Quelle est votre intention à toutes deux?
LUCETTE.
Hé mais, ma tante pour ce qui est de moi, dame, je ne sais pas que vous dire, car, voyez-vous une fille, enfin, vous comprenez bien.
MADAME MERLUCHE.
Voilà une réponse fort claire. Et vous?
BALIVERNE.
Ah ma tante, en vérité, vous demandez là des choses bien extraordinaires. Comment voulez-vous qu'on vous réponde? Et le moyen d'acheminer la pudeur et la bienséance aux termes d'une déclaration comme celle-là.
MADAME MERLUCHE.
Oui? Voilà donc votre réponse, mademoiselle Lucette? Et vous, mademoiselle Baliverne, est-ce là tout ce que vous avez à me dire?
BALIVERNE.
Nous ne disons pas cela, mais enfin. »

 

 2228904-bfd4610a8e6288f1d08d798209fffdb1.jpg
Jean-Baptiste Rousseau (6 april 1671 – 16 maart 1741)
De werken van Rousseau 

 

 

De Russische schrijver, filosoof en publicist Alexander Herzen werd geboren op 6 april 1812 in Moskou. Zie ook alle tags voor Alexander Herzen op dit blog.

Uit:From the Other Shore

“In 1852 I met in London the most sharp-witted of my opponents, Solger1; he was packing in order to leave for America straight away; in Europe, it seemed, there was nothing for him to do. ‘Circumstances seem to have convinced you,’ I remarked, ‘that I was not altogether mistaken?’ ‘I didn't need all that,’ replied Solger, laughing amiably, ‘to realize that I was writing sheer nonsense at the time.’
In spite of this charming admission, the general consensus of opinion, the abiding impression went, if anything, against me. Does not this feeling of irritation indicate the imminence of danger, fear of the future, the desire to conceal one's weakness, a peevish, petrified old age ? . . . But where there is danger there is hope! It is the peculiar destiny of the Russians to see further than their neighbours, to see in darker colours and to express their opinions boldly—Russians, those ‘mutes’ as Michelet once called them.
This is what one of our compatriots wrote long before:
‘Who, more than we, extolled the virtues of the eighteenth century, the light of philosophy, the softening of manners, the universal spread of public spirit, the close and friendly ties binding the peoples, the mildness of rulers? . . . Though a few black clouds still appeared on humanity's horizon, yet hope's bright ray gilded their tips . . . we considered the end of our century would mark the end of the chief ills of mankind, and thought to see in it the fusion of theory and practice, of thought and action . . . where now is this most comforting system?
‘It destroyed itself in the making; the eighteenth century is ending and the miserable philanthropist takes but two strides to measure his grave, to lay himself down in it with his heart lacerated and betrayed, and close his eyes for ever.”

 

 2228904-497d2a63e4daf65543bc15896f4658de.jpg
Alexander Herzen (6 april 1812 – 21 januari 1870)
Portret van Alexander Herzen met zijn zoon door Alexander Lavrentievich Vitberg, 1840

Geschreven door Romenu om 14:13 Reageer op dit bericht

Hugo Claus, Martin Reints, Mieke van Zonneveld, Vítězslav Hálek, Algernon Swinburne, Bora Ćosić, Werner J. Egli, Richard Eberhart, Marente de Moor

De Vlaamse schrijver Hugo Claus werd in Brugge geboren op 5 april 1929. Zie ook alle tags voor Hugo Claus op dit blog.

 

Als dan het koperen keteltje

Als dan het koperen keteltje vol as
van wat ik was wordt leeggeschud
over het geduldig gras
mijn lief, sta daar niet voor schut

en veeg de rimmel van je wangen.
Denk aan de vingers die deze regels schreven
in onze tijd van verlangen
en die je streelden tijdens hun leven.

En lach om wat ik was, onder meer
het gesnurk in de bioscoop,
de onderbroek die steeds afzakte,

de debiele grap en de logge loop
naar jou keer op keer
toen ik je nu warme weelde pakte.

 

 

Een verteller

Hij zei dat zij zei dat hij zei -
En toen, en toen, en toen?
Het was in de tijd dat de padden dansten.
Het was in het Jaar Zoveel.

Met meer voeten in de aarde
dan je dromen kan
verenigt de verteller nonnen en stieren,
hermelijn en geweren,
karren en kentauren,
en wekt bliksem in de melk. En zet
een weerhaak in het vel
van wie alleen vermoeden wil.

 

 

De zanger

Vrij is de zanger niet
Maar vlug en schamper en toppen scherend als een
baard.

Vrij is hij niet want zijn doorboord geklater
En zijn sprekend wormhout hangen in zijn mond,
huig en zijn tong.
Losgelaten in zijn huid, dit huis,
Groet de zanger koekoek noch vinkenvanger

Noch de schuwe spieders in het laagland.

De zanger is zijn lied.

 

 2228716-5c7cc3a795d99ef2c0c259bd3945493f.jpg
Hugo Claus (5 april 1929 – 19 maart 2008)
Op de cover van De Rode Vaan, 1985

 

 

De Nederlandse dichter en essayist Martin Reints werd geboren op 5 april 1950 in Amsterdam. Zie ook alle tags voor Martin Reints op dit blog.

 

Hoofd

Aandacht volgt op ontspanning
zoals de nacht volgt op de dag
en de droomslaap volgt op de kalme slaap

ik lig met mijn hoofd op mijn arm voor het toetsenbord:
de deadlines naderen, de deadlines komen voorbij

terwijl er - zoals dat aanvoelt - een weiland in mijn hoofd is

en een rij koeien die daar voortschrijdt, langzaam
naar het hek waar we ze staan op te wachten

door een deur die kennelijk ergens openwaait
komt er een luidruchtige vergadering mijn hoofd in golven
en ik mag kiezen:

nadenken over wat er gezegd wordt en die zaal binnenlopen

of me bewegen en mijn ogen weer open doen
en zo terugkeren naar het toetsenbord en mijn agenda
en de opengeslagen boeken om me heen

de koeien werpen hun koppen naar achteren om de vliegen te verdrijven
en de slierten kwijl aan hun lippen gaan heen en weer
als de slingers van oude uurwerken

nu kijken door hun ogen
kennelijk vanuit een wereld waar zij zijn
anderen ons in de ogen.

 

 

Schelp

Nu je voeten koud zijn geworden
de wreven van je voeten, je enkels, je scheenbenen
nu je de televisie uitzet
en je blik langs de meubels gaat

nu merk je de tocht die over
de vloer trekt, die hoe lang al
aan het trekken is en die je
aan jezelf komt herinneren, in dit huis

uit de schelp in de boekenkast
wentelt het ademhalen van Triton omhoog

en in die adem: de schemering van alleenspraak,
zonder klacht, zonder vreugde
verhaal voor wie bestemd, indien niet voor jou:

over verre tijden, oude stranden in de wind:
wind over zeesterren en door neusfluiten, langs
een vergeten gyroscoop zingend op de rand van een glas,
over sleutels van zolder en sleutels van,
ja, van wat?

en je staat met je schelp aan je oor
zoals dat je ooit is voorgedaan
en hij blaast je omver
en roept: niet laten vallen!

 

 2228716-2750a810581b3d4078fbc6627478f9a2.jpg
Martin Reints (Amsterdam, 5 april 1950)

 

 

De Nederlandse dichteres en critica Mieke van Zonneveld werd op 5 april 1989 geboren in Hilversum. Zie ook alle tags voor Mieke van Zonneveld op dit blog.

 

Dagboek van een lentemeisje

ik wilde wel vergaan
in 't licht te loore
(Gorter)

I

Er was in mijn ogen de glinstering van één
die verlangend uit wandelen ging, het zonlicht
wenkte hoog en ver, ik wilde nooit meer
bij hem weg, er waren ook vogels en ergens
een vos, ik kon bij mijn leven niet meer
van hem los, de vogels waren opgestegen
ik kwam hem in hun hoogvlucht tegen,
de vos was in een struik gekropen
ik ben er rond om heen gelopen
de wind deed als devote zang
door heel de wereld ommegang

Alle dingen zijn zo vol verwachting en
mijn handen nog verlangensleeg
zo open vergeefs.

Hij had ook hele blauwe ogen die mij
aanblikten van boven en zijn aanraking
was zacht. Toen wilde ik verdwijnen in
de opbloeiende lentepracht.

 

 

Zelfportret als klaproos

nec meum respectet, ut ante, amorem,
qui illius culpa cecidit velut prati
ultimi flos, praeter eunte postquam
tactus aratrost.
(Catullus, carmen 98)

‘Ze noemt je,’ zegt hij, ‘Lilith in habijt, de sluipwesp
die ik huisvest en de slang die mij verleidt.
Als God jou tot de orde roept, span jij Hem
als een tam paard voor jouw kar
en de straat ligt geplaveid met echtgenotes.’

Dat ik niet uit mijn lijst breek en dit stilleven
tegenspreek. Dat ik de betere beelden verzwijg.

Barsten in een slakkenhuis van calciumcarbonaat
een sok op een bergtop, een handschoen op straat
een bloem benoemd tot onkruid en dan resoluut gemaaid.

 

 2228716-10ec75e1d7ac295ab5cd05fb1e7657bc.jpg
Mieke van Zonneveld (Hilversum, 5 april 1989)

 

 

De Tsjechische dichter, schrijver en journalist Vítězslav Hálek werd geboren op 5 april 1835 in Dolínek Mělníka. Zie ook alle tags voor Vítězslav Hálek op dit blog.

 

Eveningsongs

IX
Should I tell Thee the secret tale
As nightingale in the oak forest —
Or should I weep in bitter tears
What sways my heart and gives it no rest?

Or, kneeling down, with ardent words
Should I in prayer spell my passion —
Or in a fair and tranquil night
Out of my dream breathe my confession?

Or should the hidden paradise
Sleep in my heart's depth, never uttered,
Like in a grave, and far from Thee
My love in secret be but muttered?

O angel mine, I do confess
My love for mankind, never dying;
But toward Thee — O, don't chide me.
That my mind's weak and undefying!

 

X
My sweetheart, come, kneel down with me,
Now is the time for us to pray —
The moon has risen o'er the woods,
And my time has just passed away.

But, darling, do not clasp Thy hands;
Embrace me as I Thee with mine —
And thus, instead of clasping hands,
Two hearts will in one prayer join.

Thy lips then press Thou close to mine;
From one mouth let the prayer rise —
Let me the words press on Thy lips,
And Thou send them to Paradise.

Our prayer shall be strong, indeed.
Our offer purest in that case —
For angels, too, when they do pray,
Are praying just in such embrace.

 

Vertaald door Joseph Stybr

 

 2228716-630638c2ec4838f7764b695c66ff6740.jpg
Vítězslav Hálek (5 april 1835 – 8 oktober 1874)
Monument in Praag 

 

 

De Engelse schrijver en dichter Algernon Charles Swinburne werd geboren op 5 april 1837 in Londen. Zie ook alle tags voor Algernon Swinburne op dit blog.

 

A Forsaken Garden (Fragment)

The sun burns sere and the rain dishevels
One gaunt bleak blossom of scentless breath.
Only the wind here hovers and revels
In a round where life seems barren as death.
Here there was laughing of old, there was weeping,
Haply, of lovers none ever will know,
Whose eyes went seaward a hundred sleeping
Years ago.

Heart handfast in heart as they stood, "Look thither,"
Did he whisper? "look forth from the flowers to the sea;
For the foam-flowers endure when the rose-blossoms wither,
And men that love lightly may die—but we?"
And the same wind sang and the same waves whitened,
And or ever the garden's last petals were shed,
In the lips that had whispered, the eyes that had lightened,
Love was dead.

Or they loved their life through, and then went whither?
And were one to the end—but what end who knows?
Love deep as the sea as a rose must wither,
As the rose-red seaweed that mocks the rose.
Shall the dead take thought for the dead to love them?
What love was ever as deep as a grave?
They are loveless now as the grass above them
Or the wave.

All are at one now, roses and lovers,
Not known of the cliffs and the fields and the sea.
Not a breath of the time that has been hovers
In the air now soft with a summer to be.
Not a breath shall there sweeten the seasons hereafter
Of the flowers or the lovers that laugh now or weep,
When as they that are free now of weeping and laughter
We shall sleep.

Here death may deal not again for ever;
Here change may come not till all change end.
From the graves they have made they shall rise up never,
Who have left nought living to ravage and rend.
Earth, stones, and thorns of the wild ground growing,
While the sun and the rain live, these shall be;
Till a last wind's breath upon all these blowing
Roll the sea.

Till the slow sea rise and the sheer cliff crumble,
Till terrace and meadow the deep gulfs drink,
Till the strength of the waves of the high tides humble
The fields that lessen, the rocks that shrink,
Here now in his triumph where all things falter,
Stretched out on the spoils that his own hand spread,
As a god self-slain on his own strange altar,
Death lies dead.

 

 2228716-3574a711ae2e47fae50c776492a540b4.jpeg
Algernon Swinburne (5 april 1837 – 10 april 1909) 
Cover

 

 

De Servische dichter en schrijver Bora Ćosić werd geboren op 5 april 1932 in Zagreb. Zie ook alle tags voor Bora Ćosić op dit blog.

Uit: Lange Schatten in Berlin (Vertaald door Brigitte Döbert)

„Stempel
Meine Wohnungstür ist mit geometrischen Mustern verziert, mit Vertiefungen in Form von Quadraten, Rhomben und Ellipsen, die die Ornamentik am Anfang des Jahrhunderts bildeten. Ich habe das untrügliche Gefühl, dass in diesem Haus eine zweite Tür existiert, die mit Erhebun-gen verziert ist, als habe die aus meiner Wohnung im noch weichen Zustand an jener geleimt, was den Unterschied erklären würde. Ähnlich wie man es von unserem eurasischen Kontinent an-nimmt, der sich einst, heißt es, an die amerikani-sche Platte schmiegte. Viele Dinge tragen so die Erinnerung an etwas Ähnliches, mehr oder weni-ger weit Entferntes in sich. In diesem Sinn haben alle Erscheinungen die Struktur von männlichen und weiblichen Körpern, die sich nur darin unter-scheiden, ob bestimmte Segmente ausgestülpt oder eingedellt sind. So enthüllt die Gegenständlich-keit der Welt ihre Herkunft, die sich wohl von der bürokratischen Gepflogenheit des Stempelns her-leitet. 1 )ie Entdeckung der Abhängigkeit zwischen einem Stempel und dessen Abdruck auf einem
Blatt Papier dürfte auf eine Kanzlei zurückgehen. Die kleine Handbewegung will den Entwicklungs-gang einiger Gedanken beglaubigen und keines-wegs nur ein iiberraschendes Zeichen setzen, das wir als eigenständige Verzierung bewundern.“

 

2228716-b830dfc2190ea751c90c6452a0f11c8f.jpg
Bora Ćosić (Zagreb, 5 april 1932)

 

 

De Zwitserse schrijver Werner J. Egli werd geboren in Luzern op 5 april 1943. Zie ook alle tags voor Werner J. Egli op dit blog.

Uit: Tarantino

„Im Bachbett floss zu dieser Jahreszeit nur ein zähflüssiges Rinnsal, auf dem sich, wie geschwürbedeckte Riesenkrabben, schmutzige Schaumkronen bewegten. Es stank erbärmlich nach Fäulnis und Verwesung. Es stank nach Tod und Verderben.
Tarantino spürte, wie ihm die Beine einschliefen. Fast eine halbe Stunde lang befand er sich schon einige Schritte von seiner Schwester und von Jacinto entfernt und verharrte dort in der gleichen Stellung. Von seinem Versteck aus konnte er die Brücke sehen. Es war eine Brücke aus Beton. Scheinbar für die Ewigkeit gebaut. Der Bach floss unter ihr hindurch.
Tarantino versuchte das linke Bein auszustrecken. Dazu musste er sein Gewicht verlagern. Als er sich etwas aufrichtete, lösten sich Steine. Sie kollerten zwischen seinen Beinen hindurch in das Bachbett hinein und verschwanden im Schaum, der sich zwischen alten Autoreifen und einem verbeulten Kühlschrank staute. Rechts von Tarantino bewegte sich ein Schatten. Es war Jacinto.
„He", flüsterte Jacinto.
„He", gab Tarantino leise zurück. Das war alles. Sie mussten sich still verhalten. Absolut still. Dieser Grenzabschnitt war berüchtigt. Es gab hier mehrere Löcher im Zaun, die von den Drogenschmugglern genauso benutzt wurden wie von den Flüchtlingen. Manchmal gab es Streit. Oft fielen Schüsse und es gab Tote auf beiden Seiten des Zaunes.
Irgendwann würde auf der Brücke el indicador, ein Mann auf einem Motorrad, der ihnen als Wegweiser ein Zeichen geben sollte, wenn alles in Ordnung war, um dann sofortwieder zu verschwinden.
So war es ausgemacht. Und wenn die Luft rein war, würden sie den Bach durchqueren und zum Zaun laufen, durch das Loch im Maschendrahtzaun, an dem allerhand stinkendes Zeug hing, und auf der anderen Seite, in Amerika, würde ein anderer Gringo mit einem Auto warten, um sie aus der Gefahrenzone heraus zu bringen, Und sobald sie in Sicherheit waren, konnten sie endlich aufatmen und sich umarmen und vor Glück weinen, denn dann waren sie endlich drüben in Amerika, und für Marcela und Tarantino und natürlich auch für Jacinto würde ein neues und gutes Leben beginnen.“

 

 2228716-87b2aaab59faaf898cf9c5fa494cf90a.jpg
Werner J. Egli (Luzern, 5 april 1943)
Cover

 

 

De Amerikaanse dichter Richard Ghormley Eberhart werd geboren op 5 april 1904 in Austin, Minnesota.Zie ook alle tags voor Richard Eberhart op dit blog.

 

A New England Bachelor

My death was arranged by special plans in Heaven
And only occasioned comment by ten persons in Adams, Massachusetts.
The best thing ever said about me
Was that I was deft at specifying trump.
I was killed by my father
And married to my mother
But born too early to know what happened to me,
And as I was an only child
I erected selfishness into a personal religion,
Sat thinking forty years saying nothing.
I observed all. I loved to drink gin,
Would not have thought to go farther
Into arcane episodes of the heavier drugs,
And, being New England, always remained sober.
However, I confess now, I was
Always afraid of women,
I don't know why, it was just the way it was,
I could never get very close to any woman.
Knowledge and intelligence allowed me
The grand rationalization of this; also, I respected
Delicacy, but would not go too far in any direction.
I thought I was a good man. I was.

I did not obstruct the state, nor religion,
But I saw through both and maintained my independence.
I kept my counsels among the learned.
My learning was more private and precious than worldly.
The world had no sense of the devious,
So my private vicissitudes were mine alone.

I say all this with a special sort of grace
For I avoided many of the pitfalls of fallen man
And while I did not have heroic size, the
Creative grandeur, or mastership of the mind
I earned my bread by cynicism alone,
And blow you all a kiss from the tomb.

 

 2228716-813db22629313f49814c6fc0f1001d36.jpg
Richard Eberhart (5 april 1904 – 9 juni 2005)

 

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Nederlandse schrijfster en columniste Marente de Moor werd geboren in Den Haag in 1972. Zie ook alle tags voor Marente de Moor op dit blog

Uit: Foon

“Ik hoor niets, maar het begint al licht te worden. Voor mij tekent zich het behang af met de kegeltjes en driehoekjes, achter mij wacht de kamer. Met de half verduisterde ramen en de gebroken vensterbanken. Met het fluwelen stoeltje waarop mijn overgooier hangt alsof ik er nog in zit. Met de eettafel, vier poten in het tapijt, de kast met de porseleinen dieren en nog maar drie kristallen glazen. Met de drempel die me zo de kolere wenst, en de gang die me zal spiegelen als een zwarte sloot. In de gang staan twee deuren op een kier, de een leidt naar de keuken met de afwas, de ander naar de kamer met hem erin.
De voordeur is goed dicht. Toch glijdt tussen deur en drempel het ijs van de veranda naar binnen en duwt tegen die veranda de tuin, waarop nog zo’n dertig centimeter sneeuw ligt. Achter de tuin staat het hek naar het pad, daarop zullen mijn voetstappen de eerste zijn en de laatste, zoals de meeste dagen. Laten we daar niet te lang bij stilstaan, laten we doorlopen, links het huis van Serpjakov passeren, met de ramen die dof en grijs zijn geworden als de ogen van een staarlijder, en rechts de bushalte, ook al verlaten. Zo’n tien jaar, schat ik, misschien langer. In ieder geval was het in hetzelfde jaar dat de bussen wegbleven en onze enige buurman vertrok. In het jaar dat ik me liever niet herinner.
We noemden hem Serpjakov de Vriendelijke. In deze streek was zijn karakter al even uitzonderlijk als zijn complete gebit. We houden het erop dat hij het zich in ieder geval kon veroorloven breeduit te lachen. En hij dronk niet, zelfs niet toen zijn vrouw overleed. We weten niet waarom hij is weggegaan, hij had juist de daklijsten van zijn huis in de lak gezet. Misschien nam hij wel die laatste bus en kon hij gewoon niet meer terug, misschien is het niet meer dan dat.
Na de bushalte komt het veld, dat eens een akker was, met nog een stuk of twintig gebouwen, kleine en grote, waaronder een schooltje, de bakkerij en de artsenpost. En daarachter ligt het complex van de oude batterijenfabriek. Alles is leeg en verlaten, en vanbinnen met hetzelfde grijze gruis bestoven.”

 

 2228716-b28e7ff6a4e9250a15f3933184e2a3a7.jpg
Marente de Moor (Den Haag, 1972)
Cover

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 5e april ook mijn blog van 5 april 2018 en eveneens mijn blog van 5 april 2016.

Geschreven door Romenu om 18:27 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten