Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 11 september 2019 tot 12 september 2019

Ballade van het uiterlijke leven (Hugo von Hofmannsthal)

 

Dolce far niente

 

 

 2266929-330d6da8087daae4f47ae8fadf20b5cb.jpg
Big Eye children door Christian – Montmartre, 1964 (Fragment)

 

 

BALLADE DES ÄUSSEREN LEBENS

Und Kinder wachsen auf mit tiefen Augen,
Die von nichts wissen, wachsen auf und sterben,
Und alle Menschen gehen ihre Wege.

Und süße Früchte werden aus den herben
Und fallen nachts wie tote Vögel nieder
Und liegen wenig Tage und verderben.

Und immer weht der Wind, und immer wieder
Vernehmen wir und reden viele Worte
Und spüren Lust und Müdigkeit der Glieder.

Und Straßen laufen durch das Gras, und Orte
Sind da und dort, voll Fackeln, Bäumen, Teichen,
Und drohende, und totenhaft verdorrte …

Wozu sind diese aufgebaut? und gleichen
Einander nie? und sind unzählig viele?
Was wechselt Lachen, Weinen und Erbleichen?


Was frommt das alles uns und diese Spiele,
Die wir doch groß und ewig einsam sind
Und wandernd nimmer suchen irgend Ziele?

Was frommts, dergleichen viel gesehen haben?
Und dennoch sagt der viel, der »Abend« sagt,
Ein Wort, daraus Tiefsinn und Trauer rinnt

Wie schwerer Honig aus den hohlen Waben.

 

 2266929-48e71595d96830ec6cf9aee0e075d019.jpg
Hugo von Hofmannsthal (1 februari 1874 – 15 juli 1929)

 

 

 

Ballade van het uiterlijke leven

En kinderen groeien op met diepe ogen
Die van niets weten, groeien op en sterven
En alle mensen gaan hun eigen wegen.

En bittere vruchten worden zoet en sterven
En vallen "s nachts als dode vogels neer
En liggen enkele dagen en bederven.

En altijd waait de wind en altijd weer
Vernemen wij en spreken vele woorden
En voelen lust en moeheid in de leden

En straten lopen door het gras en oorden
Zijn hier en daar, vol fakkels, bomen, dijken,
En dreigende, en dodelijk verdorde...

Waarom zijn zij toch opgebouwd?
En lijken Nooit op elkaar? En zijn ontelbaar vele?
Wat wisselt lachen, wenen en bezwijken?

Wat baat dat alles ons en deze spelen,
Daar wij toch groot en eeuwig eenzaam zijn
En zwervend door geen doel worden geboeid?

Zoveel gezien te hebben , kan dat baten?
En nochtans zegt hij veel die "avond" zegt,
Een woord, waaruit diepte en droefheid vloeit

Als zware honing uit de holle raten.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 

Zie voor de schrijvers van de 12e september ook mijn blog van 12 september 2018.

Geschreven door Romenu om 16:13 Reageer op dit bericht

De keizer van China spreekt (Hugo von Hofmannsthal)

 

Dolce far niente

 

 

2266732-2b3b716458c09721ec6c4e2d86c47d5b.jpg
Een keizerlijk portret van de Chinese imperator Xianfeng, 1855

 

 

Der Kaiser von China spricht

In der Mitte aller Dinge
Wohne Ich, der Sohn des Himmels.
Meine Frauen, meine Bäume,
Meine Tiere, meine Teiche
Schließt die erste Mauer ein.

Drunten liegen meine Ahnen:
Aufgebahrt mit ihren Waffen,
Ihre Kronen auf den Häuptern,
Wie es einem jeden ziemt,
Wohnen sie in den Gewölben.

Bis ins Herz der Welt hinunter
Dröhnt das Schreiten meiner Hoheit.
Stumm von meinen Rasenbänken,
Grünen Schemeln meiner Füße,
Gehen gleichgeteilte Ströme

Osten-, west- und süd- und nordwärts,
Meinen Garten zu bewässern,
Der die weite Erde ist.
Spiegeln hier die dunkeln Augen,
Bunten Schwingen meiner Tiere,

Spiegeln draußen bunte Städte,
Dunkle Mauern, dichte Wälder
Und Gesichter vieler Völker.
Meine Edlen, wie die Sterne,
Wohnen rings um mich, sie haben

Namen, die ich ihnen gab,
Namen nach der einen Stunde,
Da mir einer näher kam,
Frauen, die ich ihnen schenkte,
Und den Scharen ihrer Kinder,
Allen Edlen dieser Erde

Schuf ich Augen, Wuchs und Lippen,
Wie der Gärtner an den Blumen.
Aber zwischen äußern Mauern
Wohnen Völker meine Krieger,

Völker meine Ackerbauer.
Neue Mauern und dann wieder
Jene unterworfnen Völker,
Völker immer dumpfern Blutes,
Bis ans Meer, die letzte Mauer,

Die mein Reich und mich umgibt.

 

2266732-1a65509eebcc0771035742c1b6b515d4.jpg
Hugo von Hofmannsthal (1 februari 1874 – 15 juli 1929)

 

 

De keizer van China spreekt

In het midden van alle dingen
Woon ik de Zoon des Hemels.
Mijn vrouwen, mijn bomen,
Mijn dieren, mijn vijver
Sluit in de eerste muur.

Beneden ligt mijn voorgeslacht
Opgebaard met hun wapens,
Hun kronen op de hoofden,
Zoals het een ieder past,
Wonen zij in de gewelven.

Tot in't wereldhart beneden
Dreunt het schrijden van mijn hoogheid.
Stom vanaf mijn zodenbanken
Groene bankjes van mijn voeten,
Gaan stromen in gelijke delen
Oost-en west en zuid-en noordwaarts,

Om mijn tuin er te bevloeien,
Die de wijde aarde is.
Spiegelen hier de donkere ogen,
Bonte vleugels van mijn dieren,
Spiegelen buiten bonte steden,
Donkere muren, dichte wouden

En gezichten veler volkeren.
Mijn edellieden, als de sterren,
Wonen rond om mij, zij hebben
Namen, die ik hun gaf,
Namen naar dat eerste uur,
Toen er een mij nader kwam,

Vrouwen, die ik hun schonk,
En de scharen van hun kinderen ;
Alle edellieden dezer aarde,
Schiep ik ogen, groei en lippen,
Zoals de tuinman aan de bloemen.
Echter tussen buitenste muren

Wonen volkeren, mijn krijgers,
Volkeren, mijn akkerbouwers.
Nieuwe muren en dan weer
Deze onderworpen volkeren,
Volkeren van steeds doller bloed,
Tot aan de zee, de laatste muur,

Die mijn rijk en mij omgeeft.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 

Zie voor de schrijvers van de 11e september ook mijn blog van 11 september 2018.

 

Geschreven door Romenu om 16:01 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten