Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 19 januari 2024 tot 20 januari 2024

Stefan Popa, Edward Hirsch

De Nederlandsche schrijver en journalist Stefan Popa werd op 20 januari 1989 geboren in Vleuten. Zie ook alle tags voor Stefan Popa op dit blog.

Uit: In de schaduw van de eik

“Ik druk mijn duim in de noest boven mijn voorhoofd en sleep mijn huid langs de nerf, over het taaie eikenhout, tot een splinter mijn vel in sluipt en ik op mijn tong bijt om geluidloos te kermen. Omdat ik toch iets denken moet, denk ik: ’toog’ betekent zowel ‘priestergewaad’ als <bar’ Ik stop mijn duim in mijn mond en zuig het ijzer uit mijn lijf. Als de wond is gestold, vouw ik mijn handen kruislings over mijn borst en wacht net als iedereen het einde af. De mouwen van mijn gasten ruisen als zij hun kruisen slaan. Het moet me meer zorgen baren Ik hoor hoe de priester opnieuw rond mijn lichaam klingelt. Hij prevelt zoetgevooisde woorden die ik niet versta. Ingenesteld in eiken tel ik mijn grafrede af. Er zit een ruimte van twee vuisten tussen neus en deksel, maar ik heb in te veel kleine keukens gewerkt om nu nog claustrofobie te ontwikkelen. Ik lig zo stijf als ik kan. Zonder de priester te zien volg ik het geketende wierookvat in zijn handen, op en neer, heen en terug, als een pendule die de toeschouwer in hypnose leidt. Mijn ingetoomde adem stuit op de deksel en keert nog warm terug. Ik begrijp best dat je soms wordt verrast door het leven – noem het overrompeld – maar dit is niet het einde dat ik me had voorgesteld. Ik ben hier niet heen gegaan om te sterven. De priester kucht. Ik bijt me door de psalmen, hymnes, gebeden en klaagzangen.
Een hoop gedoe om niets. Ik heb heel mijn leven gezegd dat ik niet gecremeerd en zeker niet begraven wilde worden. Stoof mijn lijf in een ketel met abdijbier en voer me aan het meest misbruikte dier ter wereld: het varken. Volgende keer beter. De priester neemt een slok water voor hij preekt. Hij vervloekt de globalisering, de eindeloze nood tot consumeren die zelfs is doorgedrongen tot zijn gemeente in het hoge noorden en het gebrek aan spiritualiteit die over de moderne mens is neergedaald. Hij pauzeert kort zodat alle aanwezigen mij voor zich zien, de Alex die zij zo kort kenden. .is te vroeg, veel te vroeg, teruggeroepen: Ik houd van mijn voornaam. Van mijn voornaam wel. Alex past me. Die naam heb ik te danken aan mijn vader, die mijn vader niet was. Hij gaf me bij een poldergemeente onder zeeniveau aan als Alex Petrescu. Tegen de zin van mama, zij stond erop om mij Codrin te noemen. Dat kon ze vergeten. Mijn voornaam was de naam die hij mij wilde geven om mijn vader te spelen. Het was een eenzijdig compromis. Al hield hij wel degelijk rekening met haar geboortegrond: het ging wat hem betrof tussen Daniel, Victor, Stefan, zonder komma onder de s, en Alex. Een Alex zou tenminste werk vinden in een kantoortoren. ‘Ik begraaf meer mensen dan ik doop: zegt de priester. Hij zucht – oprecht, geloof ik. ‘Dat kan ik accepteren, dat is mijn last. Maar dit…’ Hij wijst, vermoedelijk, naar mij. Ik druk mijn achterhoofd dieper in het hoofdkussen. Met mijn vingers hamer ik rond de kloppende schotwond in mijn buik. Soms druk ik mijn wijsvinger erop, zo hard als ik aankan, om vast te stellen hoe dood ik wel niet ben.”

 

Stefan Popa (Vleuten, 20 januari 1989)

 

De Amerikaanse dichter en letterkundige Edward Hirsch werd geboren op 20 januari 1950 in Chicago. Zie ook alle tags voor Edward Hirsch op dit blog.

 

Een gedeeltelijke geschiedenis van mijn domheid

Er kwam veel verkeer van de brug af,
en ik nam de weg naar rechts, de verkeerde,
en zat urenlang vast in de auto.

De meeste nachten haastte ik me de avond in
zonder op de bomen te letten,
waarvan ik de namen niet wist,
of de vogels, die achteloos verder vlogen.

Ik kon mijn verlangens niet opgeven
of ze accepteren, en dus slenterde ik verder
als een tijger die wilde springen,
maar was nog steeds bang voor de wildernis in mij.

De ijzeren staven leken onzichtbaar voor anderen,
maar ik droeg een kooi in mij rond.

Het kon mij teveel schelen wat andere mensen dachten
en maakte opmerkingen die ik niet had moeten maken.
Ik zweeg terwijl ik had moeten spreken.

Vergeef mij, filosofen,
Ik heb de stoïcijnen gelezen, maar ze nooit begrepen.

Ik had het gevoel dat ik het verkeerde leven leidde,
geestelijk gesproken,
terwijl over de halve de wereld
duizenden mensen werden afgeslacht,
sommigen van hen door mijn landgenoten.

Dus liep ik verder – afgeleid, in gedachten verzonken –
en vergat aandacht te besteden aan degenen die leden
ver weg, dichtbij.

Vergeef me, geloof, dat ik er nooit een heb gehad.

Ik geloofde niet in God,
die mij ontging.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Edward Hirsch (Chicago, 20 januari 1950)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 20e januari ook mijn blog van 20 januari 2019 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Bert Natter, Edward Hirsch

De Nederlandse schrijver, uitgever en journalist Bert Natter werd geboren in Baarn op 19 januari 1968. Zie ook alle tags voor Bert Natter op dit blog.

Uit: Begeerte heeft ons aangeraakt

“Als je ophoudt met zingen zal ik je alles vertellen. Ons verhaal begon tien dagen geleden, toen de koningin naar het Residentieel Museum kwam om de nieuwbouw feestelijk te openen. Het paviljoen van vijftien miljoen zoals de kranten het die morgen noemden. Wisten zij veel dat het meer had gekost? Een kapitaal dat listig was losgepraat bij de overheid en het bedrijfsleven. Daar was Krystel Buwalda goed in. Ze deed haar bedelpakje aan en mannen die rijk en dik waren geworden door hun personeel uit te knijpen, sloegen hunkerend het bedrijfsspaarvarken stuk. Zij begreep niet dat een jonge man van nog geen veertig conservator bleef van wat zij noemde ‘het stilste orkest ter wereld’, terwijl ze me zes jaar eerder zelf had gepaaid en aangenomen in de functie van Hoofd Oude Muziekinstrumenten. Krystel beschouwde de collectie die ik beheerde als een kerkhof waarbij je beter niet te dicht in de buurt kon komen. Alles ‘van nu’ achtte zij altijd ‘relevanter’ dan het verleden. Ik denk dat ze van mij had verwacht dat ik bijzondere vondsten zou toevoegen aan de collectie: instrumenten die hadden toebehoord aan beroemde componisten, of die gemaakt waren door bekende bouwers, maar hoezeer ik ook in aanzien stond bij collega’s, nooit had ik een wereldschokkende ontdekking gedaan. Dat Krystel zich niet interesseerde voor de collectie zoals die was, maar vooral voor aanwinsten die publiciteit konden genereren, had ik kunnen weten, want kort voordat ik voor haar ging werken liet ze me de eerste nota lezen die ze als directeur had afgescheiden: Het Residentieel Museum moet een structureel en kernachtig beeld geven van het voortdurend in beweging zijnde en snel veranderende eigentijdse moderne-kunstlandschap in Nederland door onderdak te bieden aan cruciale en toonaangevende vormexperimenten van levende kunstenaars die de huidige maatschappelijke ontwikkelingen als vitale grondstof zien voor hun werk. Re-Muse werd het paviljoen gedoopt. Bij ‘paviljoen’ denk jij misschien aan een rustiek prieeltje in de tuinen van Versailles waar onder het getinkel van een klavecimbel gesuikerde rozenblaadjes worden geserveerd, maar Re-Muse heeft meer van een Spartaanse kazerne. Het monumentale hoofdgebouw van het Residentieel Museum verschrompelt erbij tot een verdwaalde maquette uit het naburige Madurodam. Hoogtepunt van de tentoonstelling was het laatste kunstwerk, een concept van E. Kracht, dat bestond uit een kubus zo groot als een eengezinswoning die je alleen kon betreden door in een camera inside te zeggen. De deur ging open en binnen was je gezicht terug te zien op grote schermen, vertraagd en zonder geluid. Wilde je naar buiten, dan moest je in een andere camera nothing zeggen. Ik ging de dag voor de opening rechtstreeks van Schiphol naar het museum en wilde Krystel meteen verslag doen van mijn reis.”

 

Bert Natter (Baarn, 19 januari 1968)

 

De Amerikaanse dichter en letterkundige Edward Hirsch werd geboren op 20 januari 1950 in Chicago. Zie ook alle tags voor Edward Hirsch op dit blog.

 

De taak

Je had nooit verwacht
zoveel uren door te brengen
starend naar een leeg vel
gelinieerd papier
onder de harde binnenlampen
van een nachtelijk diner,
en je hart te verpesten
boven ‘t ene na ‘t andere
kopje bittere koffie
en Meister Eckhart te lezen
of Sint-Jan van het Kruis
of een andere mysticus
van het niets
op een felgekleurde bank
naast een raam
uitkijkend
op een verlaten afrit
of onvoltooide brug
of opzichtig verlichte parkeerplaats
voorbij
Detroit of Houston
of een andere stad
verlaten om drie uur ‘s nachts
met eenlingen
en slapelozen
het hoofd biedend aan de duisternis
van een eindeloze nacht
die zich uitstrekte over maanden
en jaren.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Edward Hirsch (Chicago, 20 januari 1950)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 19e januari ook mijn blog van 19 januari 2019 deel 1 en ook deel 2.

Geschreven door Romenu om 17:14 Reageer op dit bericht

James Brasfield

De Amerikaanse dichter en vertaler James Brasfield werd geboren op 19 januari 1952 in Savannah, Georgia. Hij studeerde af aan Armstrong State College en Columbia University, met een MFA. Zijn werk is verschenen in AGNI, Chicago Review, Colorado Review, Crazyhorse, The Iowa Review, New Orleans Review, Poetry Wales, The Seattle Review en The Southern Review. Hij was van 1993 tot 1994 een Fulbright Scholar aan de Nationale Universiteit Kiev-Mohyla Academie, Oekraïne en keerde later terug naar Oekraïne om les te geven aan de Yuri Fedkovych State University in 1999. Hij gaf les aan de Western Carolina University en was gasthoogleraar aan de University of Memphis in 2008 tot 2009. Brasfield geeft momenteel les aan de sectie Engels aan de Pennsylvania State University.

 

 

Early Afternoon, Having Just Left the Chapel of San Francesco

Radiant the delayed calmness,
—Do you feel it, I said. —Yes, you said,

of what only each can know,
kernel of radiance, the globo terrestre

of a water drop, not the passing adaptations
of canonical light, but seconds stilled—

our hearts beating through the moments—centuries
of the next tick of a watch relieved,

a world enough in time to imagine
Piero walk to work across cobblestones

toward a completion, his close attention
to sunlight passing through shadows

owned by the sharp angles of buildings,
sunrays warming what they touch. 
  
Piero, first a painter, is not a monk. 
He will make what welcomes light

a source of light: slow the day
he will add lucent black wings

to white feathers of the magpie
ever alight on a roof-edge.

I found a feather on a stone, feather I thought
from the angel’s wing, that arc of light

held aloft in descent, shared with us
and Constantine in his dream. 

I think of a white egret returning home near
the high creek, through unwavering

evening light, to sleep, sleep at Sansepolcro,
where we were headed in a rental car.

 

 

Expleasure

How time slowed when any thought
or apprehension of the next instant
vanished (no obligation, then or later),

how in that long moment, all at once,
yet without surprise, how what was close
was present in a sudden suspense,

as such things rarely exist
as they did then, each apart from all,
seen as it might be truly,

and gave way to a pleasure
that had long been missing,
to expleasure, as if I were akin

to the smallest things—ribs
of a leaf, penny on a dresser—
of a saving stillness, doubtless

always here, just beyond
the scrim of what calls us
from that silent astonishment,

the more so since the feeling
dissolves with its presence of detail
merging with a distant seeing,

as when I walk through a room
and nothing is equal there to the calm
from the simply seen.

 

 

James Brasfield (Savannah, 19 januari 1952)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten