Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 31 januari 2024 tot 1 februari 2024

February (Helen Maria Hunt Jackson), Hugo von Hofmannsthal

 

Februari door Andriy Nekrasov, 2023

 

February

Still lie the sheltering snows, undimmed and white;
And reigns the winter’s pregnant silence, still:
No sign of spring, save that the catkins fill,
And willow stems grow daily red and bright.
These are the days when ancients held a rite
Of expiation for the old year’s ill,
And prayer to purify the new year’s will:
Fit days,—ere yet the spring rains blur the sight,
Ere yet the bounding blood grows hot with haste
And dreaming thoughts grow heavy with a greed
The ardent summer’s joy to have and taste:
Fit days—to take to last year’s losses heed,
To reckon clear the new life’s sterner need;
Fit days—for Feast of Expiation placed!

 

Helen Maria Hunt Jackson (18 oktober 1830 – 12 augustus 1885)
Amherst, Massachusetts, de geboorteplaats van Helen Maria Hunt Jackson

 

De Oostenrijkse dichter en schrijver Hugo von Hofmannsthal werd geboren op 1 februari 1874 in Wenen. Zie ook alle tags voor Hugo von Hofmannsthal op dit blog.

 

Liedchen des Harlekin

Lieben, Hassen, Hoffen, Zagen,
Alle Lust und alle Qual,
Alles kann ein Herz ertragen
Einmal um das andere Mal.

Aber weder Lust noch Schmerzen,
Abgestorben auch der Pein,
Das ist tödlich deinem Herzen,
Und so darfst du mir nicht sein!

Mußt dich aus dem Dunkel heben,
Wär es auch um neue Qual.
Leben mußt du, liebes Leben,
Leben noch dies eine Mal!

 

Kleine Blumen …

Kleine Blumen, kleine Lieder,
Heller Klang und bunte Pracht,
Blumen, die ich nicht gezogen,
Lieder, die ich nicht erdacht: –
Und ich selber hätte nichts,
Dir zu bringen, Dir zu danken,
Sollte heute, heute schweigen?
Ach, was mein war, die Gedanken,
Sind ja längst, schon längst Dein Eigen.

 

Blütenreife

Die Blüten schlafen am Baume
In schwüler, flüsternder Nacht,
Sie trinken in duftigem Traume
Die flimmernde, feuchte Pracht.
Sie trinken den lauen Regen,
Den glitzernden Mondenschein,
Sie zittern dem Licht entgegen,
Sie saugen es taumelnd ein:
Sie sprengen die schweigende Hülle
Und gleiten berauscht durch die Luft
Und sterben an der Fülle
Von Glut und Glanz und Duft.

Das war die Nacht der Träume,
Der Liebe schwül gärende Nacht,
Da sind mit den Knospen der Bäume
Auch meine Lieder erwacht.
Sie sprengten die schweigende Hülle
Und glitten berauscht durch die Luft
Und starben an der Fülle
Von Glut und Glanz und Duft.

 

Ballade van het uiterlijk leven

En kind’ren groeien op met vragende ogen,
Die van niets weten, groeien op en sterven,
En alle mensen gaan hun eigen wegen.

En zoete vruchten, aan den boom voldragen,
Vallen des nachts als dode vogels neder
En zijn bedorven binnen weinig dagen.

En altijd waait de wind en telkens weder
Zijn wij van vele woorden dof geworden
En voelen lust en matheid onzer leden.

En straten gaan door ’t gras en steden, dorpen
Zijn hier en daar vol fakkels, bomen, vijvers,
Soms dreigende, soms dodelijk verdorde…

Waarom zijn zij gebouwd? en zij gelijken
Elkander nooit en zijn ontelbaar vele;
Waartoe dient lachen, wenen en bezwijken?

Wat doen ons deze dingen, deze spelen,
Ons eenzamen, die zich vergeefs vermoeien
En zwervend zonder doel hun noodlot delen?

Alles gezien te hebben, wat kan ’t baten?
En toch zegt hij al veel, die ‘avond’ zegt,
Een woord, waaruit heimwee en treurnis vloeien

Als zware honing uit de holle raten.

 

Vertaald door H. W. J. M. Keuls

 

Hugo von Hofmannsthal (1 februari 1874 – 15 juli 1929)
Portret door Anton Faistauer, 1928

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 1e februari ook mijn blog van 1 februari 2022 en ook mijn blog van 1 februari 2019 en ook mijn blog van 1 februari 2015 deel 2.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Anton Korteweg, Hasso Krull

De Nederlands dichter en neerlandicus Anton Korteweg werd geboren in Zevenbergen op 31 januari 1944. Zie ook alle tags voor Anton Korteweg op dit blog.

 

ODE AAN DE FIETS

Zo roerloos als kan in beweging; met
mist op de wei nog het liefst — wel
licht is het dan maar niets is er
dat iets hoeft te zijn al, geen koe
en geen hek en geen stad in de verte;
wat er is, is alleen maar een fiets
met aan weerszij draaiende benen.

Ook trap je, hoe ver ook van huis
en hoe donker de nacht, met gemak
zelf je vriendelijk licht bij elkaar.
En is soms je koplamp kapot,
zingt altijd nog je dynamo,
wat ook al zo prettig geruststelt.

Maar vooral, als je aankomt,
je bent het dan helemaal zelf die aankomt —
leeg, opgewekt, hondsmoe.

Zo moet het straks ook vooral
jij zijn en geen ander die stilvalt.

 

EEN MAN WORDT OUDER

Moe, zappend, lusteloos en onderuit, zie
ik ze zingen: pronte knotjes, glimmende
dassen, Veluwse kelen, dat we gezond
en vrolijk in de morgenstond gewekt,
stromen van zegen klaterend als plas-
regens op onze hoofden neer ons flink
verkwikken weer. Die exultatische trompet,
trombone die potsierlijk rekt zich in
het bolle koper van een luchter, die
wat schutterige knaap in moedertrui,
met hoornen bril, achter het juichend orgel —
ik kan het nu weer hebben, ben ik bang.

 

HOE?

Als vuur dat zich gulzig vervangt steeds,
alleen naar zichzelf verlangt,
nooit eens een liggend bestaan leidt,

of als water dat diep in zichzelf
wil gaan liggen, zich rekt naar verdwijning;

als een knikker op straat, een ring in een oor,
als het rood in het grijs van Corot,
het schillende mes om een appel,
de lasso van de begeerte,

maar niet als de vierkante orde
die leidt tot behoefte aan doodslag.

 

Anton Korteweg (Zevenbergen, 31 januari 1944)
Portret van door Erwin de Vries, 1981

 

De Estse dichter Hasso Krull werd geboren op 31 januari 1964 in Tallinn. Zie ook alle tags voor Hasso Krull op dit blog.

 

Zhuangzi roept de vlinders op naar zijn doodsbed

Zhuangzi roept de vlinders op naar zijn doodsbed.
Ze komen ook. Al is het op klaarlichte dag,
ze komen toch, de nachtvlinders, de bessenvlinders,
zelfs de snorrende kolibrievlinders

dartelen om hun leraar heen. Die zegt:
‘Vandaag droomde ik
dat ik een vlinderleraar was. Ik gaf hun allemaal les,
de grote en de kleine, de lichte en de donkere,

de bonte en zelfs de harige. Mijn lessen
werkten. Allen ontwaakten. De vlinders
ontwaakten en zagen dat ze vlinders waren…’
Maar de nacht viel in.

O, die tikken om de lamp heen.
Lichte vleugeltjes in de melk. Schitterend vleugelstof
op de afgesleten tafel, mensenstemmen, -ogen,
het geknetter van een voorouderlijk vuur.

 

Vertaald door Iris Réthy en Jan Sleumer

 

Hasso Krull (Tallinn, 31 januari 1964)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 31e januari ook mijn blog van 31 januari 2019 en ook mijn blog van 31 januari 2017 en ook mijn blog van 31 januari 2016 deel 2.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten