Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 10 maart 2024 tot 11 maart 2024

Karl Krolow, Willem Claassen

De Duitse dichter en schrijver Karl Krolow werd geboren op 11 maart 1915 in Hannover. Zie ook alle tags voor Karl Krolow op dit blog.

 

VATERLAND

1

Eisige Insel! Und es knallt der Wind
Wie Türen schlagen. Meine Augen muß ich
Hinhalten in die Schlacht, den Engelkampf,
Hinhalten wie zwei Löcher, rund und rußig,

Und nach dir ausschaun. Doch du treibst vorbei
Im Flusse Heraklits, vergessen schon.
Du blähst als schwarzes Wrack im Nachtchoral
Der Wasser, die dich zu verschlingen drohn.

Du fernes Tibet, in das Nichts verschollen!
Du trittst als Frost mir unter meine Haut.
Ich rufe nach dir leise aus dem Fieber:
Erloschnes Land, ins Windgestrüpp gebaut.

Du Frucht aus Mitternacht, die sich beschreibt
Im Leeren, unter einem schartigen Himmel,
Ich rufe Wehe in die Marschmusik
Des wilden Leids, in alles Qualgewimmel.

Im Draht der Schmerzen halt’ ich mühsam aus,
Der sich mir langsam durch die Brust gespannt.
Wie du mich anglühst aus verkohltem Blick
— Du Reich, verlorener als Feuerland,

Bestickt mit Sternen und mit fremdem Mond —
Steigt mir das Schluchzen lautlos kehlenhin.
Ich sitz und traure, hör der Vene zu,
Vom Blut durchrauscht und deinem alten Sinn.

 

II
Du bist der Pesthauch hinter gelben Zähnen
Und wirfst dich über mich und deckst mich zu.
Den Mund brichst du mir auf, erstickst in Gähnen
Was ich erfand an flötensüßer Ruh.

Auf deinem schwarzen Blut gleit ich in Nacht,
Halt meiner Glieder eisernes Gestänge,
Den Schädelkürbis aufwärts ins Gedränge,
Ins Keuchen einer schattenhaften Schlacht,

Die lautlos treibt auf deinem Geisterboden,
Auf dem Kadaver, den du ausgestreckt,
Der Totenlandschaft zwischen Haupt und Hoden;
Und schrei, von deinen Schreien angesteckt:

Du Vaterland der herrenlosen Hunde,
Die deinen Namen wie den Mond verbellen,
Mit ihren Schnauzen wühlen in der Wunde
Und schmatzend deinen blinden Leib entstellen!

Unnütze Leiche, Aalen preisgegeben,
Die langsam sich durch die Gewebe bohren!
Als Wolke Unrat seh ich dich entschweben.
Und an kein Jenseits himmelan verloren,

Ziehst du ins Nichts, ins träumelose Nimmer.
Du flüsterst nicht als Widerhall im Gras,
Als Sternbild nicht, das flutet mit Geflimmer.
Denn du vergingest flüchtiger als Gas.

 

ELEGIE VON DEN SOLDATEN

Unter den Lumpen tragen verbrannt sie die Haut,
Haben sie Fleisch, schwarz und vom Eisen zerrissen,
Blecken die großen Zähne, grölen mit Stimmen laut
Fremde Gesänge, vor denen den Frauen graut,
Und frieren im Ungewissen.

Im zerbrochenen Gebüsch sind ihre Leiber gehangen,
Heiter in Stricken, die sie sich selber geknüpft,
Staken die Köpfe wie Kürbisse gelb auf den Stangen,
Wehten die Bärte im Winde oben und sangen
Ihnen die Raben, wie sie den Wolken entschlüpft.

Aber sie lebten — erschossen oder an Galgen gehenkt —
Weiter und husten und stoßen die Zunge vor,
Haben die Arme im weißen Lichte geschwenkt,
Tod unterm Lid, das die Feuer der Schlachten versengt,
Lächelnd im Schein von Karbid und von grünlichem Chlor.

Und sie speien die Hoffnung wie Tabak, im Munde gekaut,
In den Schlamm vor die Füße und hinken vorbei,
Verzieht’ die gesprungenen Lippen und gehn ohne Laut
Unter im Schweigen, im knisternden Scharbockskraut,
Im Ohr das Gemurmel der höllischen Weissagerei.

 

Het obstakel van het leven

Het obstakel van het leven −
een terloopse notitie van Kant.
Men moet ook vandaag nog
met burgerlijke melancholie rekening houden.
In de buurt van tuinen
behoort het ogenblik tot de verbeelding:
een tulpenbed, een terras
met amandelbomen,
terwijl het onvermogen om iets te doen
voortduurt
Pijn en tegenpijn −
mijn hart heb ik alleen,
schrijft Werther, hoe men
zijn constitutionele depressie
behoudt of
het aanbreken van de nacht
een afschaffing van de orde
teweegbrengt.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Karl Krolow (11 maart 1915 – 21 juni 1999)

 

Onafhankelijk van geboortedata:

De Nederlandse schrijver Willem Claassen werd geboren in Beuningen in 1982. Zie ook alle tags voor Willem Claassen op dit blog.

Uit: In het moment

“Vroeg in de ochtend, op mijn eerste dag in Oostburg, vindt er een prachtig, bewegend schouwspel plaats op de tafel waaraan ik eet en schrijf. Het wordt veroorzaakt door het zonlicht dat langs de wuivende bladeren van de boom door het raam op het tafelblad belandt. De koelkast naast de tafel zoemt zachtjes en ik vraag me af: speelt het licht met de bladeren, of spelen de bladeren met het licht?
Ik ben hier gekomen om de juiste balans te vinden tussen rust en schrijven, zoals waarschijnlijk veel residenten voor mij. ‘You can’t rush art,’ leerde ik eens van mijn toenmalige vriendin. Het is een quote uit Toy Story 2. Tenminste, als ik Google mag geloven. Al jaren moet ik mezelf steeds opnieuw aan die woorden herinneren, omdat iets in mij – een koppig, hardnekkig deel – ervan overtuigd is dat met rush wel degelijk iets moois te maken valt.
Zeeuws-Vlaanderen nodigt uit om rust te vinden. De warmte ligt als een zacht vlies over het landschap en dempt alles een beetje. Een man rent in het water, een fietser speelt met zijn fietsbel, een oma roept haar kleinkinderen, een vrachtwagen rijdt rustig voorbij, een vogel kwettert, een egel ligt dood in de berm, een lege streekbus slaat rechtsaf, een oliebollenkraam heeft de luiken nog dicht.
Ik noteer:
Als je aan het schrijven bent, leef je helemaal niet in het moment. Je bent ver, ver weg in je eigen geschapen wereld en de tijd verstrijkt zonder dat je je er bewust van bent. Maar als je even opkijkt van je laptop of papier, en vanuit je schrijfroes de omgeving tot je neemt, ben je juist helemaal in het moment. Veel meer dan wanneer je een wandeling door het park maakt of de afwasmachine inruimt. Het is voor een schrijver, of helemaal uit het moment, of er helemaal in.
Achteraf ben ik blij dat ik niet een dag eerder ben aangekomen, want dat was de dag van Wagner. Terwijl ik mijn tas probeerde in te pakken, trok Prigozjin met zijn huurlingenleger richting Moskou. Mijn journalistieke en geschiedkundige hart ging tekeer. Het inpakken nam veel tijd in beslag, want ik was totaal afgeleid door de muiterij, vrat alles wat erover naar buiten kwam. Tot ’s avonds de opstand uit het niets ophield te bestaan. Ook voor mij was het ineens klaar en koos mijn hart een kalmer tempo.”

 

Willem Claassen (Beuningen, 1982)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 11e maart ook mijn blog van 11 maart 2020 en eveneens mijn blog van 11 maart 2019 en ook mijn blog van 11 maart 2018 deel 3.

Geschreven door Romenu om 17:09 Reageer op dit bericht

John Rechy, Naomi Shihab Nye

De Amerikaanse schrijver John Rechy werd geboren op 10 maart 1934 in El Paso, Texas. Zie ook alle tags voor John Rechy op dit blog.

Uit: The Fourth Angel

“Shell lies on the resurrected grass of Memorial Park. His legs straddling her, Cob’s body grinds over hers. But she’s not looking at him–she stares at the sheet of azure sky, determined that it hold her total attention. And although his thighs press fiercely against her torso and one of his hands draws her face roughly to him from the neck, Cob doesn’t look at her either. Instead, locked behind large, deep-purple sunglasses, his dark, dark eyes search the park. Both sixteen, they thrust coldly against each other as if engaged in a deadly struggle.
‘do you see him yet?” she asks him, her gaze still nailed to the sky.
“No, man, not yet,” he answers curtly.
Shell’s hair is long, very long, brown, streaked blond; dark-lashed, her eyes are leonine yellow. Conveying premature scorn and too large for the rest of her chiseled features, her lips incongruously complete her stark beauty.
She twists her full but slender body under the weight of Cob’s. “Cool it, man; you’re fucking hurting me,” she says. Her voice is husky beyond her years.
Cob pushes his hair, long to his shoulders, behind his ears. His eyes move in an arc. Almost too thin, he has icy good looks–face sharp of features, sensual–the dark sensuality of barely contained violence.
The El Paso, Texas, sky is magic blue. Only the film of dusty gray which lingers on the horizon hints of the season of howling wind just passed, when the wind rampaged the city with racking regularity, the sun a dull whitish smear for days, dust settling only at night like filthy lace.
Now, a late summer, the sun spreads its warmth like an electric halo.
The grass on which they lie has lost its winter brittleness, assuming a velvet sheen. Here and there, trees on this truncated hill overlooking the rest of the park create alcoves, grottos. It’s four o’clock. Shadows engraved by the bright stare of the sun provide pools for lovers.
But Cob and Shell lie in a clearing.
“You see him yet?” Shell demands impatiently.
“No–cool it.” Cob’s legs curl about her more intimately.
‘maybe he fucking isn’t here,” Shell says.
“I saw his fucking car,” Gob says.
“You’re pressing too hard!” Shell repeats.
“Then why the fuck don’t you get on top?” His dark eyes are intense periscopes.
In one quick motion, Shell mounts him. “Like this?” A sudden bolting anger in her gesture, she arches her body over his, lunging downward fiercely from her hips.”

 

John Rechy (El Paso, 10 maart 1934)

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Naomi Shihab Nye werd geboren op 12 maart 1952 in St. Louis, Missouri. Zie ook alle tags voor Naomi Shihab Nye op dit blog.

 

Zoveel geluk

Het is moeilijk om te weten wat je met zoveel geluk moet doen.
Bij verdriet is er iets om tegenaan te wrijven,
een wond die moet worden verzorgd met zalf en een doekje.
Als de wereld om je heen instort, moet je stukken oprapen,
iets om in je handen te houden, zoals kaartjes of wisselgeld.
Maar geluk zweeft.
Je hoeft het niet ingedrukt te houden.
Het heeft niets nodig.
Geluk landt op het dak van het volgende huis, zingend,
en verdwijnt wanneer het wil.
Je bent hoe dan ook gelukkig.
Zelfs het feit dat je ooit in een vredige boomhut woonde
en nu boven een steengroeve woont van lawaai en stof
kan je niet ongelukkig maken.
Alles heeft een eigen leven,
en zou ook wakker kunnen worden vol mogelijkheden
van koffiecake en rijpe perziken,
en zelfs kunnen houden van de vloer die geveegd moet worden,
het vuile linnengoed en de platen met een kras…..
Omdat er geen plek is die groot genoeg is
om zoveel geluk te bevatten,
haal je je schouders op, je steekt je handen op en het stroomt uit je
in alles wat je aanraakt. Jij bent niet verantwoordelijk.
Jij gaat niet strijken met de eer, net zoals de nachtelijke hemel geen eer opeist
voor de maan, maar haar blijft vasthouden en delen,
en op die manier, gekend wordt.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Naomi Shihab Nye (St. Louis, 12 maart 1952)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 10e maart ook mijn blog van 10 maart 2020 en eveneens mijn blog van  10 maart 2019 deel 1 en ook deel 2.

Geschreven door Romenu om 17:03 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten