Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 10 april 2024 tot 11 april 2024

Leonard Nolens, Mark Strand

De Belgische dichter en schrijver Leonard Nolens werd geboren in Bree op 11 april 1947. Zie ook alle tags voor Leonard Nolens op dit blog.

 

Harmonie der sferen

Door het traliewerk der jaloezieën kotst de volle maan
Mijn kamer onder, braaksel gutst tot op het bed.
Ik lig er brandend als een oog dat nooit meer dicht kan,
Een kleine plas vlees, een wees ter grootte van een oor.

Beneden knallen jongelui door de garageboxen, stallen
Gillend hun vernikkelde geslachtsdelen in een schoot
Van baksteen, smijten ruiten in en ratelen met luiken
Om de nacht te pesten en de buurt, de godganse wereld.

Nadien het treiterend gedruppel van seconden
In de zinken goten. Dippedie. Dippedie. Dap. En diep
Daarginder in de zwartgeblakerde en uitgestorven tuinen
De jankende onzichtbaarheid van krolse katten.

Sinds ik hier woon verzend ik lange brieven
Naar mijn vorig huis. Ik kon er slapen, waken, stil
En donker was het daar, als in de ritmisch en redderig
Lokkende leegte van ongeschreven gedichten.

 

 

Ik ben geen zoon, geen ziener meer…

Ik ben geen zoon, geen ziener meer.
Mijn ouders ken ik nog
als een toevallig opgeslagen semanteem.
De plaatsen waar zij samenliggen
uit de wind, noordoostwaarts van mijn hand,
heb ik op deze kaart gemerkt met rood
zoals een dromer doet die nooit vertrekt.

Ik ben geen man, geen minnaar meer.
De metastase van het eerste woord
heeft alles aangetast, het week geslacht
ligt ergens opgerold in de bestofte vouwen
van mijn stem, de tranen kwamen
zelden, welden op als een natuurlijke behoefte
waar geen plaats voor is.

Ik ben geen dichter, geen verdichtsel meer
van wat ons ooit gescheiden hield.
De metaforen die ik om ons heb gebouwd
begeven het als een uitgewoond vertrek
waarin mijn ogen en mijn vuisten openvallen
in de klaarte van de laatste dag.

 

Atavisme

We blijven alleen met ons binnenste oor,
Het nooit ontbloot horloge van ons bloed.
Zijn generaties droomgetallen slapen door
Wanneer we wakker worden, zijn horende vloed
Beklopt de nieuwe dag en overspoelt hem
Met zijn stromende blik, het enig juiste oog.
We zijn thuis in het eenzaam heelal van zijn stem.

 

Leonard Nolens (Bree, 11 april 1947)

 

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Mark Strand werd geboren op 11 april 1934 in Summerside, Prince Edward Island, Canada. Zie ook alle tags voor Mark Strand op dit blog.

 

 

Snelle Weilanden

Ik kan nu zeggen dat niets mogelijk was
dan het huis uitlopen en ervoor staan en zolang
als ik kon het dal in staren. Ik wist dat een trein
die een sjerp rook meetrok, aan zou komen, dat het spoedig
zou regenen.
Een fries wolken liet een schaduw zakken over de stad
en een stuwende wind blies de graslanden vlak die zich strekten
langs olijfbomen en bedden met stokroos en brem.
De lucht rook zoet en een meisje zwaaide een stok
naar wat kraaien zo ver weg dat ze vliegen leken.
Haar moeder, die een cape droeg en een sjaal, hield haar hand
boven haar ogen.
Ik vroeg me af waarom, zon was er niet. Toen verscheen
iemand en zei: ‘Kijk naar die wolken die een muur vormen,
die kraaien
die uit de lucht vallen, die velden, bleekgroen, groengeel,
die weggolven, en dat meisje en haar moeder die wuiven ten
afscheid.’
Opeens was de hemel bevlekt met een roodachtig waas
en was degene naast me bezig weg te rennen. Schemering.
Lichten in de stad gingen aan en ik zag, onscherp eerst,
bij het kerkhof omgrensd door rijen buigende cypressen
het meisje en haar moeder naast elkaar
roken, hun hakken de grond in draaien.

 

 

Vertaald door Esther Jansma

 

 

Mark Strand (11 april 1934 – 29 november 2014)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 11e april ook mijn blog van 11 april 2020 en eveneens mijn blog van 11 april 2019 en mijn blog van 11 april 2017 en ook mijn blog van 11 april 2015 deel 1 en eveneens deel 2 en deel 3.

Geschreven door Romenu om 15:03 Reageer op dit bericht

Leo Vroman, Johannes Bobrowski

De Nederlandse dichter Leo Vroman werd op 10 april 1915 in Gouda geboren. Zie ook alle tags voor Leo Vroman op dit blog.

 

De dichter en het zwarte gat

‘Zwart ruimtegat, is het echt waar
dat je zo klein bent en zo zwaar?

Dat zonnen in zichzelf verdrinken
en tot zo’n puntje moeten slinken,

dat hun planeten, hun nog verse
leven zich die punt in laten persen?’

‘Ja, maar wat leeft voelt zich zo zacht
als zeepschuim in elkaar gebracht.’

‘En ben je zwart doordat geen licht
weg kan stralen uit je gewicht?’

‘Ja maar je hebt me toch gevonden?
Een stofje van miljoenen ponden,

ik zoog slechts leegte uit de dingen,
en die niets waren, die vergingen
maar nu zie je eigenlijk pas
het zonnestelsel dat ik was.

Daar leefde ook een aarde bij
met lange dieren zoals jij.
Hun kinderen en hun meesterwerken
daar kan je nu pas iets van merken.
Als straks jouw land hier binnengaat
zal je eens zien wat niet bestaat.’

‘En Tineke? Moet zij met al
mijn grote verzen tot een bal
en met New York tot een zwart
puntje verkleind, verhit, verhard?’

‘Ik maak daarvan het mooist gedicht:
het kleinste met het grootst gewicht
donker van de dorst naar licht,
daarbinnen vindt ze ook jouw gezicht,
daar kan je krimpende beminde
haar liefde opgesomd hervinden!’

Moraal

Niets te worden is niet zo naar
zolang je weet waarmee en waar.

Of

Ach windeiberg van atomen,
hoe dicht wil je bij mij komen?

 

 

Het water en de lucht

Het was nogal een warme dag.
De lucht stond stil, het water lag.

De lucht – want zonder wind of kou –
was er niet, behalve blauw.

En door daarvan de spiegeling
leek ook het water vrij gering.

Het hijgde zich dus van eenzaamheid
de lucht in en de aarde kwijt.

‘Ha’ dacht het water van voorheen en
riep: ‘ik ben verdampt! Verdwenen!’

De zon ging neer, de lucht werd rood,
koel als een huid, te jong ontbloot.

En daar dreef in het avondgloren
een wolk, uit de damp geboren.

Moraal

Als ik mijn armen om je leg
zeilen wij straks ook zichtbaar weg.

 

 

De egel en de tennisbal

Een egel en een tennisbal
ontmoetten eens elkaar nogal.

De egel was geërgerd dat
de tennisbal geen stekels had.

‘Laat je prikkels toch naar buiten
en steek die schoften in hun kuiten!

Volgens mijn dokter hoort het prikken
tot de gezondste ogenblikken!’

De tennisbal, wie weet waarom,
hield zich doof en blind; of stom.

Toen er kinderen nader kwamen
rolde de egel zich te zamen.

Maar de bijna menselijk zachte
tennisbal bleef rustig wachten,

en zodra de troep hem vond
vloog hij vrolijk in het rond

om dan weer in die kinderhanden
vuil maar warm te belanden.

Wat een feest! en voor de grap
kreeg de egel ook een trap.

Moraal

Wat je voelt is wat je kent,
en wat je kent is wat je bent.

 

 

Leo Vroman (10 april 1915 – 22 februari 2014)
Zelfportret, 1950

 

 

De Duitse schrijver, dichter en essayist Johannes Bobrowski werd geboren op 9 april 1917 in Tilsit. Zie ook alle tags voor Johannes Bobrowski op dit blog.

 

 

Roepende stemmen

Over de brede helling –
de weide, de heiningen, over
de palen – ik was de wind
en van de stroom beneden
het onophoudende spreken, ik kwam
met kalmoeshanden, ik was
geluidloos, ik lag
in het gras met geopende slapen,
de krekels omsnoerden
mijn haar.

Eén, altijd, die
neemt mij op, die is
gevlogen over de winden, die gaf
gehoor aan het spreken
in het oeverzand, waar de koude
brandt, op jouw oog
hechtte zich rijp, van een bloem
zwijgend ijs, een traan
in de middag.

Die
heeft mij gehoord. Ik zag niet
de man die dieper
zijn visangel uitwierp, de vrouwen
spoelden langs scheepsboord de was,
dan kwam op de oeverweg
die ander met paarden, in damp,
over de heiningen ging
het gezang van twee roepen, helder
klonk één en het antwoord
diep, maar dat raakte ’s avonds
verstrikt in de wind.

 

 

Vertaald door C. O. Jellema

 

 

Johannes Bobrowski (9 april 1917 – 2 september 1965)
Cover Verzamelde brieven

 

 

Zie voor de schrijvers van de 10e april ook mijn blog van 10 april 2020 en eveneens mijn blog van 10 april 2019 en ook mijn blog van 10 april 2016 deel 2.

Geschreven door Romenu om 14:58 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten