Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 28 juli 2024 tot 29 juli 2024

Guillermo Martínez, Thomas Rosenlöcher

De Argentijnse schrijver en wiskundige Guillermo Martínez werd geboren in Bahía Blanca op 29 juli 1962. Zie ook alle tags voor Guillermo Martinez op dit blog.

Uit: De Openbaring Van Roderer (Vertaald door Peter Valkenet)

“We gingen aan de achterste tafel zitten. Met twee pionnen lootten we om de kleur; ik bleek wit te hebben. Roderer zette zijn stukken heel langzaam neer; ik vermoedde dat hij het spel nauwelijks beheerste, en omdat ik door een van de spiegels zag dat Nielsen was binnengekomen, opende ik met e2-e4 in de hoop de partij snel met een gambiet te kunnen beslissen. Roderer dacht lang na, tergend lang, en bracht zijn koningspaard naar f6. Een onaangename verrassing: sinds enige tijd was ik juist die opening, de Aljechinverdediging, aan het bestuderen om met zwart te gebruiken tijdens het jaarlijkse Open Schaaktoernooi. Ik was daar bijna per toeval op gestuit in de Schaakencyclopedie en onmiddellijk had alles eraan mijn bewondering gewekt: die eerste zet met het paard, die op het eerste gezicht nogal extravagant leek, of zelfs kinderlijk; de heroïsche, bijna hoogmoedige wijze waarop zwart vanaf de eerste zet de meest begeerde trofee van de opening prijsgaf — de controle over het centrum — in ruil voor een onbestemd en mistig positioneel voordeel, en vooral, en dat was de reden waarom ik deze opening grondig was gaan bestuderen, het feit dat dit de enige opening was die wit niet kon afwijzen of een andere richting op kon sturen. In Puente Viejo, waar de Spaanse opening, het klassieke damegambiet of op zijn hoogst een variant van het Siciliaans werd gespeeld, kende uiteraard niemand de Aljechinverdediging; ik hield mijn nieuw verworven kennis angstvallig voor me tot het toernooi zou beginnen. En ineens, waar iedereen bij was, speelde deze nieuweling hem tegen mij. Natuurlijk bestond altijd de mogelijkheid — en aan die gedachte gaf ik de voorkeur — dat de zet met het paard uit onbeholpenheid voortkwam, dat het een beginnerszet was. Ik schoof mijn pion door naar e5 en Roderer dacht weer veel te lang na voordat hij zijn paard naar d5 verplaatste. Dit ging zo verschillende zetten door: ik volgde nauwgezet de variant uit de Schaakencyclopedie en Roderer nam heel lang de tijd voor zijn tegenzet, maar koos uiteindelijk altijd precies de juiste, zodat ik onmogelijk kon besluiten of hij de opening kende of dat zijn zetten hem werden ingegeven door een bepaalde trefzekere intuïtie, die hem bij de eerste serieuze aanval ongetwijfeld al snel in de steek zou laten. Langzaam lieten we alle zekerheden los en betraden we het niemandsland dat zich uitstrekt na de openingszetten, dat open terrein waarin het spel pas echt begint. Het geroezemoes uit het andere gedeelte van de zaal drong nog maar nauwelijks tot me door, alsof het ergens halverwege werd gedempt. De kaarttafels, die blauw stonden van de rook, leken op een fantastische manier heel ver van ons vandaan te staan en zelfs de belangstellenden die bij onze tafel waren komen staan, om de partij te volgen, al die bekende gezichten, vervaagden en leken zich op grote afstand te bevinden, zoals je de mensen op het strand ziet wanneer je de zee in bent gezwommen. Ik keek weer naar Roderer. Ik weet dat er later vrouwen in het dorp waren die hevig naar hem verlangden; ik weet dat mijn zusje wanhopig van hem hield. Hij had donkerblond haar, waarvan een lok voortdurend over zijn voorhoofd viel.”

 

 

Guillermo Martínez (Bahía Blanca, 29 juli 1962)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Thomas Rosenlöcher werd geboren op 29 juli 1947 in Dresden. Zie ook alle tags voor Thomas Rosenlöcher op dit blog.

 

 

De Elbe

De oever, ’t pad erlangs, de berm, de stenen.
Aan zwarte muren zwarte industrie
ontlast zich zwijgend in het zwarte water.
Maar weiden trekken mee, de helling, eenmaal
trouw metgezel, welhaast in schoonheid opgaand,
rolt nog zijn groen over de rode daken
voorbij een villa met wijdopen ramen;
muziek waait naar mij over en van ver,
waar wordt gebouwd, een continu klip-klap,
als gold het de rivier te dirigeren,
zodat, helderder kolkend aan de randen,
zij over gladde stenen opwaarts vloeit
dat de brij op de bodem zacht beweegt
en in het midden sneller, naar beneden,
geluidloos kettingknarsen, pijpgebrul.
Wat is er met mij. ’t Gaat toch, alles gaat toch.
Zelfs nog de dode stroom stroomt voort.

 

 

Vertaald door Ad den Besten

 

Thomas Rosenlöcher (29 juli 1947 – 13 april 2022) 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 29e juli ook mijn blog van 29 juli 2022 en ook mijn blog van 29 juli 2017 deel 1 en ook deel 2.

Geschreven door Romenu om 14:46 Reageer op dit bericht

Remco Campert, Claudia Gabler

De Nederlandse dichter en schrijver Remco Campert werd op 28 juli 1929 in Den Haag geboren. Zie ook alle tags voor Remco Campert op dit blog

 

Brieven

Die moet ik nog schrijven, en die
dat ik gezond ben
dat ik gisteren dronken was in een grieks café
daarna in een turks café, in een noors

dat ik me instel op ene hoge
zeer hoge gasrekening

en andere dingen aan anderen –
grasduinen in een steeds onverklaarbaarder wereld

dat iemand zei:
gij hollanders, ge zijt allemaal hetzelfde
terwijl ik toch had betaald
en een franse bril op had
en een duitse gedichtenbundel op zak
en thuis op mijn tafel
Anne Sexton’s onovertrefbare gedicht
‘wanting to die’

en luister hoe ik de stoppen vernieuwde
en het licht opeens weer brandde
en zij op de bank lag te slapen
onder de blauwe deken

Aan deze en gene moet ik schrijven
dat ik het niet doe
dat ik weiger
dat ik ga procederen
dat de dagen hier in de regen verslijten

en de wereld nooit groter is dan een stad
dan ik in die stad
mijn voeten op die stenen
en wat ik zie als ik knipper met mijn ogen
en ik moet vragen hoe het gaat
of het huis al gebouwd is
het stuk goed vertaald
of de kinderen voorspoedig groeien
en de vrouwen niet al te ongelukkig zijn

 

 

1975

Rare jaren, deze jaren,
niets komisch veel mislukt
rollende stenen zonder mos.

Kreupel zoekt de poëzie het huis weer op
de warme lamp
het kleine leed van pappie-mammie roepen
verdriet om de voorbije verjaardag
wéér troost de natuur
wéér komt op de proppen die ellendige God
vermomd nu als VU-student
of Nijmeegse nitwit.

Maar ook wij
toen we een gooi naar het grootse deden
hadden niemand iets te bieden
dat een schuilplaats gaf
voedsel in een maag
een schaar om prikkeldraad door te knippen
nauwelijks een doek voor het bloeden
of schoonheid die een gedicht verbrandt.

Verwilderd in besneeuwde vlaktes
woestijnen in muren gevangen
de kampen kelders en kooien
waar de ene mens de andere onmens wordt.

Al die dromen al die jaren
steeds weer dat kind op ’t platgebrande station
het hoge gillen in de kazerne
waar je stem, die mooie vaas
werd stukgetrapt.

En buiten de hekken
de koude cameraman
altijd bezorgd om z’n materiaal.

Schrijven, die lullige luxe
waar ademen al een weelde is
en eten, je bordje leeg.

De beste talenten aan de drank
aan de roem, aan de ijdelheid
aan de spuit
of in ’t gesticht
met een positie in een commissie
of uit het raam gesprongen
of geschrokken hokkend bij moeder de vrouw
of zich verliezend in analyses:
napalm van woorden
over het vel van de taal.

Ach
sla ons om de oren
dat we wakker worden
dat niet onze ontroering
in klein geblaat verloren gaat
dat we weer ons bed opnemen
en zwerven met de bedeljongen
.

 

 

Remco Campert (28 juli 1929 – 4 juli 2022)

 

 

De Duitse dichteres Claudia Gabler werd op 28 juli 1970 geboren in Lörrach. Zie ook alle tags voor Claudia Gabler op dit blog.

Het was precies de opstelling van de banken

Het was precies de opstelling van de banken die ik altijd had gewenst. Maar de vrouw naast hem was een beetje te bleek en haar lippenstift te perfect. Ik vermoedde dat er hier geen raam was. Niet om open te maken en niet om je erdoor op straat te werpen. De man in de hoek vulde slechts een klein deel van de kamer. Op het eerste gezicht kon hij alleen maar dirigent zijn, of gewoon een muzikant, of een eenvoudige werkman. Ondanks de taken die hem te wachten stonden, oogde hij gelukkig. Zijn knieën waren de mooiste knieën die ooit het daglicht hadden gezien. Met deze knieën kon hij eigenlijk niets anders worden dan acteur. Maar hij had immers al een baan.

De man had een glas cola op de vloerbedekking gemorst. Maar misschien was het ook alleen maar de omtrek van zijn lichaam dat als een schaduw ooit diagonaal door de kamer was gaan liggen. Soms oogde hij ook als een medewerker die de hotelgasten aan het lachen moest maken. Daartoe had hij al het haar afgeschoren dat op zijn perfect getrimde lichaam woekerde. Hij zag er nu uit als iemand die zwemt voor de kost. Ik bedoel dus: die om professionele redenen snel zwemt.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Claudia Gabler (Lörrach, 28 juli 1970)

 

 

Zie voor de schrijvers van de 28e juli ook mijn blog van 28 juli 2020 en eveneens mijn blog van 28 juli 2019 en ook mijn blog van 28 juli 2017 en ook mijn blog van 28 juli 2011 deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:48 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten