Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 8 september 2024 tot 9 september 2024

C. O. Jellema, Mary Oliver

De Nederlandse dichter, essayist en germanist C. O, Jellema werd geboren op 9 september 1936 in Groningen. Zie ook alle tags voor C. O. Jellema op dit blog.

 

Als Kind

Je draait je om en ziet het kind vertrekken,
het huis al leeg, ’t legt bloemen op de trap,
springt van de stoep zodat de laatste stap
niet hoeft gezet, dan sluit het de tuinhekken,

houdt op te zijn daar, want niet op te wekken
– talitha koem – uit kinderjaren graf
zijn hond en tamme kraai, een pluche giraf:
’t beschrevene zal nooit die dingen dekken

die uit zichzelf, je weet niet waarvandaan,
jou woordloos wisten, en jij nam hen aan
zo vanzelfsprekend dat je vaak verbaasd,

vroeg iemand naar een naam, in malle haast
wat namen noemde die je maar verzon –
het kijkt niet om; je riep het als dat kon.

 

 

Waarom niet, lichaam?

Waarom niet, lichaam, heb je in jezelf geloofd
de dagen van je jeugd, je bent ten laatste
gedaante in deze vorm en je houdt op
te zijn straks – waarom niet? Heeft jou
de geest misleid alsof er wonderen
van hoger deugd, van waarheid waren te verwachten?
En jij wou steeds ook iemand anders zijn.
Nu wordt het dadelijk nacht in ons. En jij?
Doe je wat voor me om me er door heen te helpen?
Lichaam, nooit heb ik je vertrouwd,
niet aan je noden ooit geloof geschonken,
je was van mij en daarmee uit. Ik dacht
te zijn in wat geen toekomst worden wou,
dralend in daden van bedenking, overzicht.
En jij bent hier en bezig aan je sterven.
Je weet toch, lichaam, waar je nog de groeven voelt
van eiken planken toen we zittend op die brug,
we waren kind, op lange zomeravonden
boven de stroom het trage water vol
van geheimzinnig leven zagen, wieren, vissen,
ons eigen spiegelbeeld, en ik gedachtenloos
jou niet besefte, enkel opging in
een vrijheid niets te hoeven zijn dan zo?
Alleen te kijken en het rustige gesnuif
te horen in de wei van grazenden, vlakbij –
Dat evenwicht, jij was er toen nog niet
als nu, nog ongemeld, nog zwijgend in jezelf
Wij gaan voorbij, terwijl ik dat niet wil,
lichaam, je zult mijn dood nog zijn wanneer
je niet de beelden die je meedraagt in je
afstaat aan mij – maar ik, wie ben ik zonder jou?
Je hebt geen kind aan mij zolang je luistert.
Waarom, lichaam, heb ik jou nooit geprezen?

 

 

Gedachtenis

Omdat een droom mij aankeek ben ik er vandaag.
Je liep door ’t laantje naar de hertenkamp en was
even niet dood. Ik kon niet met je praten want
moest letten op mijn benen of die wel bewogen,
en haalde jou daardoor niet in. Toch was je het,
de omtrek van jouw lichaam languit uitgeknipt
tegen het overhangend loof kwam je niet verder
dan dat het eeuwig door zou gaan, een kloppend beeld

dat in het daglicht zwart wordt, ’k zit het op te schrijven
terwijl je tussen regels door verdwijnt – het is
nog vroeg met grijze hemel achter lege takken;
mij schiet het woord wüeste te binnen, woestenij,
bij Eckhart staat het voor het onuitsprekelijke
beeldloze Niets der godheid achter god. – ’t Kwam door
die film van gisteravond denk ik dat ik droomde:
zo wacht men steeds op iets en of er iemand komt.

 

 

C. O. Jellema (9 september 1936 – 19 maart 2003)

 

 

De Amerikaanse dichteres Mary Oliver werd geboren op 10 september 1936 in Maple Heights, Ohio. Zie ook alle tags voor Mary Oliver op dit blog.

 

 

Wanneer de dood komt

Wanneer de dood komt
als de hongerige beer in de herfst;
wanneer de dood komt en alle glimmende munten uit zijn beurs haalt

om mij te kopen, en de beurs dichtklapt;
wanneer de dood komt
als de mazelenpokken;
wanneer de dood komt
als een ijsberg tussen de schouderbladen,

wil ik vol nieuwsgierigheid door de deur stappen, me afvragend:
hoe zal het zijn, dat huisje van duisternis?

En daarom zie ik alles
als een broederschap en een zusterschap,
en ik zie tijd als niet meer dan een idee,
en ik beschouw de eeuwigheid als een andere mogelijkheid,

en ik denk aan elk leven als aan een bloem, zo gewoon
als een veldmadeliefje, en zo uniek,

en aan elke naam als aangename muziek in de mond,
neigend, zoals alle muziek, naar stilte,

en aan elk lichaam als aan een leeuw van moed, en iets
kostbaars voor de aarde.

Wanneer het voorbij is, wil ik zeggen: mijn hele leven
was ik een bruid die getrouwd was met verbazing.
Ik was de bruidegom die de wereld in mijn armen nam.

Wanneer het voorbij is, wil ik me niet afvragen
of ik van mijn leven iets bijzonders en echts heb gemaakt.
Ik wil mezelf niet zuchtend en bang aantreffen,
of vol met argumenten.

Ik wil niet eindigen alsof ik deze wereld alleen maar heb bezocht.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 

Mary Oliver (10 september 1935 – 17 januari 2019)

 

 

Zie voor de schrijvers van de 9 september ook mijn blog van 9 september 2020 en eveneens mijn blog van 9 september 2018 deel 1 en ook deel 2.

Geschreven door Romenu om 14:41 1 reactie Reageer op dit bericht

Elly de Waard, Mary Oliver

De Nederlandse dichteres, vertaalster, recensente en popcritica Elly de Waard werd geboren in Bergen (NH) op 8 september 1940. Zie ook alle tags voor Elly de Waard op dit blog.

 

 

Hoe is het mogelijk dat de wildernis

tot telkens ordelijker schoonheid zich verdicht?
Wie tussen sterren vloog
nu mos van stenen schraapt en wist
dat wat hem schiep hem ook bedroog?
Er rede schuil gaat in wat zich vergist?

Het waait in het glazen huis, het waait
aan binnenkant van ramen, de naald
wordt uit de groef getild, de kraan
ruist open als een radio,
met ether wordt het lege huis, dat zich
nog uitrekt in zijn gangen, gestild.

De bloemen buigen in de wind,
het bovenlijf ontbloot, onthoofd, een gesel
slaat de heggen – hoe is het ooit geweest
zonder dit ruige zeggen, zonder waaien
en zonder antwoord dat alleen
verdere vragen stelt?

Een duif duikt in zijn vlucht,
o duizeling van wie in lucht
verdrinkt zonder houvast van water.
Verheldering ontgaan bieden in adempauze
de paden hun verlokking aan –
dat ik de tuin betreed waar nooit begaan.

 

 

Godenschemering

De magistrale avondlucht
Schildert het industrieterrein

Tot Bagdad aan het IJ –
Filters van ragdun fijngemalen vuil

Waardoor de zon in balken schijnt
Versluieren de arabeske werf

En uit dit schitterend palet
Rijst er een zeeslag op van wolken.

Bezuiden dit druipt honingzoet elektrisch licht
Uit steeds meer ramen van de huizen.

Ik ben alleen –

Gekleed in flarden van gezang
Dat uit de autoradio rafelt

Achter mij aan en om mij heen
Voeg ik mij zwijgend in de rij.

De stemmen die uit deze stoet
Van water en metaal opgaan

Vertellen een tumultueus
Scheppingsverhaal van een nieuw Babylon

Waarvan de duistere contouren
Al lokken aan de horizon.

Het ozon verft het asfalt adellijk blauw
Als het ademloos door ons bewaarde bloed

Dat eens gemorst zal worden op de vloeren
Van wie de aarde van ons erven –

Geplukt is dan de oogst die wij het waard vonden
Te redden uit het avondlijke vuur

Door hem te zaaien in het uur
Waarop het sterven al was uitgerukt.

 

 

Het hoofd, een benen doos

Het hoofd, een benen doos
waarin wat wij zien als
het hoogste, kroon

op de schepping: hersens
het uitgespogen kauwsel
van de goden, de schedel

kwispedoor, waarin
een grijze kauwgom of
stinkende pruim

 

Elly de Waard (Bergen, 8 september 1940)

 

 

De Amerikaanse dichteres Mary Oliver werd geboren op 10 september 1936 in Maple Heights, Ohio. Zie ook alle tags voor Mary Oliver op dit blog.

 

DE IJSVOGEL

De ijsvogel rijst op uit de zwarte golf
als een blauwe bloem, in zijn snavel
draagt hij een zilveren blad. Ik denk dat dit
de mooiste wereld is—zolang je het niet erg vindt
om een beetje te sterven, hoe kan er dan een dag in je hele leven zijn
die geen spatje geluk kent?
Er zijn meer vissen dan bladeren
aan duizend bomen, en trouwens, de ijsvogel
werd niet geboren om erover na te denken, of over iets anders.
Als de golf over zijn blauwe kop dichtklapt, blijft het water
water—honger is het enige verhaal
dat hij ooit in zijn leven heeft gehoord dat hij kon geloven.
Ik zeg niet dat hij gelijk heeft. Noch
zeg ik dat hij ongelijk heeft. Religieus slikt hij het zilveren blad
met zijn gebroken rode rivier, en met een ruwe en makkelijke kreet
die ik niet uit mijn bedachtzame lichaam zou kunnen laten ontsnappen,
al hing mijn leven ervan af, zwenkt hij terug
boven de heldere zee om hetzelfde te doen, en wel
(zoals ik verlang om iets te doen, wat dan ook) perfect.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Mary Oliver (10 september 1935 – 17 januari 2019)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 8e september ook mijn blog van 8 september 2018 deel 1 en ook deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:33 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten