Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 28 februari 2025 tot 1 maart 2025

Maart (C. S. Adama van Scheltema), Jan Eijkelboom, Elisabeth Borchers

 

Bij het begin van maart

 


March Light door Ann Larsen, 2018

 

 

 

Maart

Nou is de Winter weggeruimd.
Die aan de aard zat vastgevroren.
Nou is het vuil er afgeschuimd
En komt de blote grond te voren.

Maart heeft de korst al schoongespoeld
En blaast er op om ’t af te drogen;
Zijn eigen borst is blootgewoeld –
Daar gaat die knaap: – zijn donkre ogen.

Als vijvers waar een bloem in drijft
– Maar waar geen bodem is te schouwen
En ’t wijze water doodstil blijft –
Kijken in ledige landouwen;

Hij houdt een dood blad in zijn mond.
En blaast het weg – een vreemde vlinder! –
Dan zoekt hij ijvrig aan de grond: –
Hij is de mooie bloemenvinder.

Waarnaar de eerste krokus gluurt
En opkijkt uit haar winterdromen –
Luister! een lijster tureluurt
Al ginder in de hoge boomen!

Die heeft het gure tij al lief!
Die roept het licht om mee te spelen:
Wat zou zo’n boze lentedief
Anders dan zonnestralen stelen?

Daar zijgt de zon in ’t waterland
En lacht een rimpling in de sloten, –
De jonge Maart slaapt aan de kant,
Met de eerste bloem, bij de eerste loten.

De schrale aard leek uitgeteerd
En afgeleefd in al haar naden
En zwarte voegen, – zie: nou keert
Haar jeugd uit de geleden schade!

Zij heeft gedragen en gebaard,
Al zoveel eindeloze malen –
Nou staat haar stil gelaat verklaard
En gaat zij rustig ademhalen.

Zoo’n lieve lach heeft ook een vrouw,
Als ze uit het bleke bed weer ’t leven
Ziet en aanneemt en weer de vouw
Van naar verdriet heeft gladgewreven.

Als aard en akker draagt ons hoofd
De voren van zijn wil en werken, –
Geen hand, die uit die voegen rooft,
Geen wind, die ons de diepe merken

Van ’t leven en het weten neemt!
Leun gij dan, maat, op de oude spade!
Zie naar die gaard en klare beemd,
En lees de vrucht van al uw daden

En al uw kommer in de lach
Van wat vergaat en wordt geboren: –
Uw leven is een dorre dag. –
Hebt gij een dode schijn verloren –

Zij gij ’t die de eerste paasbloem vindt
Om daar de aard mee af te romen,
Tot de eerste Mei uw dorstig kind
Over zijn bloesems heen ziet komen,

En gij in de geruste schoot
Van Holland’s wei u leit te slapen; –
Maar ’t leven verft uw lijf nog rood!
En roept uw klare geest te wapen

In ’t werktuig dat uw leger teelt,
In ’t voorjaar dat uw moed zal dragen.
Uw onder-gang en op-tocht beeldt
In de gedaante van de dagen.

Wier ring in u zijn orde herschept.
O gij: gedenk de stille maaier,
Die vroeg genoeg zijn voeten rept! –
Zie! zie: daarginder gaat een zaaier!

 

 


C. S. Adama van Scheltema (26 februari 1877 – 6 mei 1924)
Gezicht op de Oudezijds Voorburgwal te Amsterdam door Karel Klinkenberg (1852-1924). Amsterdam is de geboorteplaats van Adama van Scheltema.

 

 

De Nederlandse dichter, vertaler en journalist Jan Eijkelboom werd op 1 maart 1926 in Ridderkerk geboren. Zie ook alle tags voor Jan Eijkelboom op dit blog.

 

De kunst

In die tijd trokken amateurs
met zwarte kastjes erop uit
om in een poortdoorgang
het tegenlicht te vangen

dat door de lindeblaadjes scheen.
Of ze betraden gretig het park
op de dag van de eerste sneeuw.
Vanaf meegenomen keukentrapjes

legden zij vast hoe ijzel of rijp
van takjes toverstokjes maakte.
Ook ik verbalisant betrapte

dat voortvluchtig licht en
sloot het op in een sonnet
waaruit het ijlings is ontsnapt.

 

 

Itsukushima

Gewapend tegen de havenvis staat
een dozijn hengelaars langs de kade.
Roeiboten, een meter of wat van de oever
leeg gemeerd, halen verbaasd hun schouders op.

Grote trommen, zout-doordrenkt hout,
vullen de kamers van de schrijn,
gebouwd op dikke palen als een pier:
ik zie het nut van een eredienst hier.

Beneden dansen de kleine, tedere krabben
de tango in ’t ondiepe, riskeren het land,
schieten naar gaten van slikkerig zand.

Schimmen van groen zeewier, een bierblik, dronken,
worden getrokken door het tij… Zegen, gij Niets,
mij in bijna-niets.

(naar Christopher Reid)

 

 

De kleine komedie

1

Inferno

Nel mezzo del cammin di nostra vita

Toen schrok ik wakker in een donker bos.
Ik was verdwaald in ’t midden van mijn leven.
Dat wat ik vasthield liet mij zomaar los.

Van kindsbeen was de lief de mij gegeven.
Leven had niet veel pijn gekost.
Toch was mij alles nu om ’t even.

Wel had ik nooit iets opgelost,
altijd maar liever meegegeven,
en wás er iets, dan had ik dorst.

Rond liep ik in een gouden nevel,
van gods gebod naar ’t scheen verlost.
Maar daar is niets van heel gebleven.

Erger dan wanhoop is het kwaad
dat mij hier doodstil gadeslaat

 


Jan Eijkelboom (1 maart 1926 – 28 februari 2008)
Portret door Rein Dool, z.j

 

 

De Duitse schrijfster en dichteres Elisabeth Borchers werd geboren in Homberg op 27 februari 1926. Zie ook alle tags voor Elisabeth Borchers op dit blog.

 

 

Juni

Er komt een tijd
dan zijn de vissen blauw.

De blauwe vissen komen
in de kleine en de grote
beken stroomafwaarts.
Ze reizen door rivieren
en meren.
Ze willen allemaal de zee in.

Als we heel snel rennen
naar de beek,
naar de rivier,
naar het meer,
komt een blauwe vis langs.

Wij vragen hem:
Waarheen wil je, vis?
En hij antwoordt niet.

Wij vragen de vis:
Ben je stom?
En de vis zegt:
Ja, ik ben stom.

En hij is weg.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 


Elisabeth Borchers (27 februari 1926 – 25 september 2013)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 1e maart ook mijn blog van 1 maart 2021 en ook mijn blog van 1 maart 2020 en ook mijn romenu blog van 1 maart 2019  en ook mijn blog van 1 maart 2015 deel 1 en ook deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 11:48 Reageer op dit bericht

Bart Koubaa, Howard Nemerov

De Vlaamse schrijver Bart Koubaa (pseudoniem van Bart van den Bossche) werd geboren op 28 februari 1968 in Eeklo. Zie ook alle tags voor Bart Koubaa op dit blog.

Uit: De vogels van Europa

“Statistisch gezien was de kans vrij groot dat ik op maandagochtend op weg naar het werk een aalscholver met gespreide vleugels op een lantaarnpaal naast de Leie zou zien zitten; de kwaliteit van de Vlaamse rivieren is erop vooruitgegaan waardoor er opmerkelijk veel palingen en snoekbaarzen in het Gentse binnenwater rondzwemmen. Dat ik daarna gehinderd werd door een man en een jongetje op de fiets, zodat ik bruusk remde, waardoor mijn achterwiel slipte en uit mijn mond een kreet ontsnapte waarop de man reageerde men Achterlijke boer, terwijl twee jongensoogjes me beduusd aankeken vanonder een fietshelm in de vorm van een witte haaienkop, die kans was nihil, maar toch gebeurde her. Het vond plaats. En dat plaatsvinden ging onafgebroken verder… Ik stond afwezig in de lift, zat afwezig aan mijn bureau gegevens in te vuren, was er niet bij in de kantine tijdens de middagpauze en beantwoordde geen enkele mail. Ik had de hele tijd een opgeblazen gevoel, alsof mijn maag voortdurend aan het geeuwen was, en zat volgens mijn collega te neuriën en te fluiten. Om twee uur stipt stapte ik naar het bureau van mijn baas, zei hem dat ik me niet al te best voelde – ‘Ik voel me een beetje…’- vroeg hem een maagtabletje – ‘Heb jij soms een euh…’en reed naar huis. Thuis nam ik een lange douche en ging op mijn rug op bed liggen. Rond halfzes ging de telefoon; ik was vergeten dat ik mijn dochter beloofd had naar haar wasmachine te kijken. Pas een kleine week later, toen de wasmachine van mijn dochter weer zwierde en mijn vrouw en ik voor de televisie zaten, maakte die afwezigheid, die de hele tijd als een lege reddingssloep in mij had rondgezwalkt, zich kenbaar: ‘Eddie’ riep ik verdwaasd toen er na het nieuws een foto van een man op het scherm verscheen, ‘ik heb samen met hem in het koor gezeten… Eddie Bonte…’Er ontsnapte een ongecontroleerde langgerekte boer uit mijn mond.
‘Heb jij in een koor gezeten?’ Ik legde mijn wijsvinger op mijn mond en gebaarde mijn vrouw te zwijgen. ‘…de heer Bonte is 1,83 meter lang en normaal gebouwd. Hij is licht kalend en heeft een litteken op de biceps van de rechterarm. Op het moment van de verdwijning droeg hij een schildersbroek met kniestukken, witte werkschoenen, een grijs sweatshirt en een kaki vest zonder mouwen. Als u meer informatie hebt, kunt u contact opnemen met de rechercheurs via het gratis nummer 0800-30300…’ ‘Ja zeg, vermist verdomme…’ Er volgde nog een boer; ik perste mijn lippen op elkaar, verontschuldigde me met mijn hand. ‘Wil je thee?’

 

 


Bart Koubaa (Eeklo, 28 februari 1968)

 

 

De Amerikaanse dichter en literatuurdocent Howard Nemerov werd geboren op 29 februari 1920 in New York. Zie ook alle tags voor Howard Nemerov op dit blog.

 

September De eerste schooldag

I

Mijn kind en ik houden elkaars hand vast op weg naar school,
En als ik hem bij de deur van de eerste klas achterlaat
huilt hij een beetje, maar is dapper; hij laat
me los.
Mijn egoïstische tranen herinneren me eraan hoe
ik een leven geleden voor die deur huilde.

Ik heb het misschien moeilijk gehad om los te laten.

Elke herfst moeten de kinderen samen doorstaan
Wat elk kind ook alleen doorstaat:
Het alfabet leren, de gehele getallen,
Drie dozijn stukjes en beetjes van een ding
Zo willekeurig, zo gebiedend,
Dat werelden onzichtbaar en zichtbaar

Ervoor buigen, zoals in Jozefs droom
De schoven bogen en toen bogen de sterren
Voor de droom van een kleine jongen.

Die droom bezorgde hem zoveel haat van zijn broers
Dat het hem grootste deel van zijn leven kostte om te herstellen,
En toch kwam er uiteindelijk grote goedheid uit voort.

 

Vertaald door Frans Roumen

 


Howard Nemerov (29 februari 1920 – 5 juli 1991)

 

 

Zie voor meer schrijvers van de 28e en de 29e februari ook mijn blog van 28 februari 2021 en ook mijn blog van 28 februari 2020 en ook mijn blog van 28 februari 2019 en eveneens mijn blog van 28 februari 2018 deel 2.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten