Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 29 maart 2025 tot 30 maart 2025

Gerrit Komrij, Paul Verlaine

De Nederlandse dichter, schrijver, criticus, polemist en toneelschrijver Gerrit Komrij werd geboren op 30 maart 1944 in Winterswijk. Zie ook alle tags voor Gerrit Komrij op dit blog.

 

 

Souvenir

Het huis waarin ik zo lang heb gewoond
Woont ook in mij. De fiere gevel die
Zich aan de straatkant scherp aftekent troont
Daarboven met dezelfde acribie.

Daarboven in mijn hoofd. De lange gangen
Vol schemering en half-gedoofde stappen
Doorsnijden hersenen en huis, behangen
Met kille doeken en met lampenkappen.

Het zolderraam dat oorverdovend beeft
Wanneer een vrachtauto passeert, ziet uit
Op een verlaten park. Erover zweeft
Het gruis van een oud feest, zonder geluid.

 

 

Niet naar de dierentuin

We plukten appels van wildvreemde bomen
En dachten wonder wat van onze kunst,
Van pere-, pruime- en granaatappelbomen,
Wie zei dat het niet kon, was uit de gunst.

We plukten zeer gepast, zonder een vaste lijn,
En geen dode ziel waagde ons op te hitsen,
Behalve ’n mannetje, dat ons, met venijn
Probeerde een kaartje in de maag te splitsen:

Voor de dierentuin: er was een karekiet,
Een giraffe, een sidderrog, een hele massa
Dieren, alleen een olifant was er niet,
En er zat een mongooltje achter de kassa.

 

 

Vergeetachtigheid

Wee mijn Jozef, driemaal as op mijn hoofd!
Daar was ik vergeten om je op te bellen.
Omdat ik wist, hoe ik het je had beloofd,
Gingen mijn oren tuiten als gazellen.

Ik kreeg, dat weet God, goddank dank zij
Het feit dat mijn geheugen uit de tweede
Hand nog tikken ging, geen last van averij.
Maar ik had geen minuut om me om te kleden

En wist niet of ik wel de tram zou halen.
Mijn das scheef, kam weg, helemaal konfuus.
Ik zou, ha! met konfetti en met kralen
Mijn lul moeten versieren als ekskuus.

 

 


Gerrit Komrij (30 maart 1944 – 5 juli 2012)

 

 

De Franse dichter Paul Marie Verlaine werd geboren in Metz op 30 maart 1844. Zie ook alle tags voor Paul Verlaine op dit blog.

 

Bibliofilie

Het oude boek dat jij al zó vaak hebt herlezen!
Geknakt, mismaakt, gebroken in gebruikte staat.
Ziedaar, het heeft ineens een sprankelend gelaat,
Het voelt weer zacht en oogt in fijnheid onvolprezen.

Dit dood gewaande boek, dit duister, treurig wezen,
Herrees – voor ingewijden geenszins wonderbaar:
Zij weten, Binder, magiër en kunstenaar,
Hoezeer je jouw sublieme kunde hebt bewezen.

Je neemt het boek, in al zijn prilheid, weer ter hand,
Alsof een eens beminde op je schoot belandt,
Dankzij een goede fee hermaagd teruggekeerd.

Je leest alsof je weer de stem der Muze hoort,
Voorheen welluidend, door de wrede tijd verweerd:
Wij worden door haar klaarheid andermaal bekoord.

 

Vertaald door Martin Hulseboom

 


Paul Verlaine (30 maart 1844 – 8 januari 1896)
Portret door Eugène Carrière, 1890

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 30 maart ook mijn blog van 30 maart 2022 en ook mijn blog van 30 maart 2020 en eveneens mijn blog van 30 maart 2019 en ook mijn blog van 30 maart 2018 en mijn blog van 30 maart 2017 en eveneens mijn blog van 30 maart 2014 deel 2 en ook deel 3.

Geschreven door Romenu om 16:39 Reageer op dit bericht

Geert van Istendael, Ada Limón

De Vlaamse schrijver, dichter en essayist Geert van Istendael werd geboren in Ukkel op 29 maart 1947. Zie ook alle tags voor Geert van Istendael op dit blog.

 

Het groene paard. Het draaft de vlakte over

Het groene paard. Het draaft de vlakte over.
Daar staat zij, waaiend aan de horizon.
En in de kamer week ze terug. Je hand
werd weggeduwd. Nee, nee. En toch. De branden

in haar ogen. Ver loopt het paard, een stip.
In modder komt het teruggestampt. Je ploetert.
Bij de gordijnen, zij. Begerig kleine
pasjes achteruit. Je moest verdwijnen.

In jou. In mij? Het paard dat bij haar steigert,
groen als nieuw gras. Zij, wit als wolken. Ik.

Een klap. Een ruk opzij. Een val. Ze lacht.
Dat had je niet gedacht. Draaf niet zo door.

Kom hier. Loop heen. Ik en het paard en zij.
De wolken in haar haren als ik rij.

 

 

Per ipsam et cum ipsa et in ipsa

Je geeft je over aan het stoten
van je achterlijf. Ik ben
je instrument, je overdosis.
Hardvochtig offer je jezelf,

je duikt glimlachend naar de bodem
van je genieting, raakt ontredderd
van vlezigheid, kijkt bijna vroom.
Je laat je niet tot inkeer brengen.

Het is door haar, met haar, in haar
dat dit aan mij gebeurt. Ik waak.
Genot bonkt op haar schedewand,
nooit breekt het uit haar vel. Een man,
een vrouw, nooit één. Ze schokt nog na
als ik haar wilde haren aai.

 

 

De blijdschap zit gevangen in de oogbol

De blijdschap zit gevangen in de oogbol,
je droefheid reikt tot net achter het hoornvlies.
Je ziet alleen het regenboogvlies,
daarachter is de oogkas overvol.

Zenuwimpulsen flitsen door elkaar
in het glasachtig lichaam. Niets verraadt
wat achter de pupil schuilt, liefde of haat,
en wat je waarneemt is niet altijd waar.

Haar ogen staan zo innig. Oh, je ziet
haar liefde. Zij weet dat je dat verwacht,
wie weet welk overspel je tegenlacht.
Denk niet. Bekijk haar irissen. Geniet.

 

 


Geert van Istendael (Ukkel, 29 maart 1947)

 

 

De Amerikaanse dichteres Ada Limón werd geboren op 28 maart 1976 in Sonoma, Californië. Zie ook alle tags voor Ada Limón op dit blog.

 

FORSYTHIA

Rond de blokhut in Snug Hollow aan de McSwain Branch Creek, net lente, zijn alle dieren in de weer, en mijn geliefde en ik liggen in bed in een gedempte stilte. We praten erover dat we overal waar we heengaan zoveel mensen bij ons dragen, dat zelfs eenvoudig leven, deze onverdiende momenten, een eerbetoon zijn aan de doden. Allebei verwachten we een uil te horen als het donker dieper wordt. De hele middag lang, vanaf de veranda, hadden we zitten kijken hoe een roodflanktowie verwoed haar nest bouwde in de ongetemde forsythia waarvan het geel uitliep in de horizon. Ik vertelde hem hoe ik de naam forsythia onthield, dat toen mijn stiefmoeder Cynthia stervende was, die laatste week, ze volkomen helder, maar raadselachtig zei: Meer geel. En ik dacht, ja, meer geel en knikte omdat ik het met haar eens was. Natuurlijk, meer geel. En daarom zeg ik nu in mijn hoofd, als ik die gele kluwen zie: Voor Cynthia, voor Cynthia, forsythia, forsythia, meer geel. Het is nacht nu. En de uil komt uiteindelijk niet, alleen meer van de nacht en wat zich in de nacht herhaalt.

 

Vertaald door Jeske van der Velden

 

 


Ada Limón (Sonoma, 28 maart 1976)

 

Zie voor de schrijvers van de 29e maart ook mijn blog van 20 maart 2023 en ook mijn blog van 29 maart 2020 en eveneens mijn blog van 29 maart 2019 en ook mijn blog van 29 maart 2015 deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:41 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten