Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 13 oktober 2025 tot 14 oktober 2025

Maarten van der Graaff, Katha Pollitt

De Nederlandse dichter en schrijver Maarten van der Graaff werd geboren op 14 oktober 1987 in Dirksland. Zie ook alle tags voor Maarten van der Graaff op dit blog.

 

Te oordelen

Er zal niets meer zijn.
Ik hield van je onnodige en
achteloze spierspanningen
genetisch gemodificeerd katoen
genetisch gemodificeerde rijst
Ik weet dat mijn vrienden moeten blijven waar ze zijn en met wie ze zijn.
Er wordt gegeten door beelden.
Dit wordt weergegeven.

Er ontstaat een recreatieve economie waar mijn ouders wonen.
Hier denk ik aan en zie Blondie op de fiets stappen.
Hoe moet ik het kromme krom lullen?
Wij lopen richting binnenweg. De Chinese kerk, een zaak met piano’s
waar ook bladmuziek wordt verkocht, een verlaten cocktailbar,
een cocktailbar met een meisje erin. Het meisje zegt iets tegen iemand
die ik niet zie. Is het te vroeg om te drinken of te laat? Jongen,
ik ben hier niet voor jan lul, roept een vrouw. Er wordt gegeten door beelden.
Dit wordt weergegeven.
Close-up van Kees ’t Hart in zijn werkkamer. Ik heb mijn hang-ups, zegt hij.
Precies op dat moment wordt een hoer doodgeschoten.
Er ligt een bleek cliché in een kist, het is droevig en mooi. Chinese
kerk, piano’s bladmuziek,
een verlaten cocktailbar. Geloven om te begrijpen. Ik verlang soms
naar illusieloos advies
van iemand die al lang dood is. Geen industrie om je uit te buiten.
Regent het al?

Ik ken de toekomst niet. Ik ken het verleden niet. Ik ken het heden,
ah nee, zeg het niet.
Ik ken het heden vooral als toerist. Het is fotogeniek, dat moet gezegd,
ook als het tragisch wordt.
Het heden zou een hoekig, stijlvol, licht verontrustend, album op
kunnen leveren.
De eerste zijn.
De laatste.

 

2676227-38257c7c71fbd1118e56babdee3aaf77.png
Maarten van der Graaff (Dirksland, 14 oktober 1987)

 

 

De Amerikaanse dichteres, essayiste, critica en feministe Katha Pollitt werd geboren op 14 oktober 1949 in New York. Zie ook alle tags voor Katha Pollit op dit blog.

 

 

Lichaam-geestprobleem

Als ik aan mijn jeugd denk, heb ik niet medelijden met mezelf,
maar met mijn lichaam. Het was zo direct
en eenvoudig, zo rationeel in zijn verlangens,
verlangend om aangeraakt te worden zoals een otter
van water houdt, zoals een giraffe
langs de rand van het bos wil slenteren en snuffelen
aan de tere blaadjes in de boomtoppen. Het lijkt
op de een of andere manier oneerlijk dat mijn lichaam moest lijden
omdat ik, en daarmee bedoel ik mijn geest, opgezadeld zat
met bepaalde ongelukkige, hoogdravende romantische ideeën
die ervoor zorgden dat ik het tiranniseerde en betuttelde
als een wrede middeleeuwse baron, of een ambitieuze
echtgenoot die professor Engels was en zich schaamde voor zijn vrouw –
haar liefde voor trieste films, haar goedkope ovenschotels
en regionale klinkers. Misschien
had mijn lichaam liever gehad dat een paar van onze afspraakjes,
om vier uur ’s ochtends thuiskwamen en mijn frons beantwoordden
met ‘Gaat je niks aan!’ Misschien
had het meer cadeaus gewild: zijden jurkjes, mascara. Als we een democratischer regeling hadden gehad, waren we misschien zelfs, ondanks onze verschillende achtergronden, tot een met tegenzin gedragen respect voor elkaar gekomen, zoals Tony Curtis
en Sidney Poitier die samen geboeid vluchten,
in plaats van de huidige merkwaardige machtsverschuiving
waarin ik merk dat ik met tegenzin
door mijn lichaam word meegesleurd, alsof het een
snelle en krachtige hond is. Hoe gretig
springt het vooruit, zonder ergens voor te stoppen,
alsof het precies weet waar we naartoe gaan.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 

2676227-a817b3eac9aff8d9d71348434b3f3f4a.jpg
Katha Pollitt (New York, 14 oktober 1949)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 14e oktober ook mijn blog van 14 oktober 2018 deel 1 en eveneens deel 2.



Geschreven door Romenu om 14:38 Reageer op dit bericht

Colin Channer, Jeet Thayil

De Jamaicaanse dichter en schrijver Colin Channer werd geboren op 13 oktober 1963 in Kingston. Zie ook alle tags voor Colin Channer op dit blog.

 

 

Spumante

Weeks diffuse into each other like
they’re sprayed; jetted, they shoot certain:
days, times, doodles, kept appointments,
next is lull, pool, fading, flash-disperse.

I was shook and shocked by death,
chanced upon it on a winter walk,
proof of plod for miles behind me
swept in fog, a wet so thick

it blended with the snow that
settled plenty on the sand. It
was not yet daybreak, and I’d driven
miles to walk and think,

find peace in sweat and sea racket,
that ancient wise asthmatic sound.
The light took its lazy time for lifting.
In the shift I saw a darker shaping

than the gray—at two miles a boat
of some proportion, at quarter mile a whale.
Since then I’ve been lamenting,
moving as if held in gel.

At night I dream it, see it stretched
across the wrack of high tide,
belly to the stars—flung shells and gravel—
throat-part grooved, fins unflappable,

balletic flukes symmetric
in their pointing, how they fused:
all this in half-light, all this in sea dirge,
wet air matte, toned silver,

and I hunched in the hood of my parka,
God-awed before shavasana,
stilled as if the glassy eye that looked to me
had fixed me in a century of tintype.

Ah-gah-pay. I’ve only recently discovered
love of animals—well, Kili, Nan, and Rebus,
three dogs. Now I’ve partly taken leave
of language, have given incoherence due.

I know what it’s like to be mammal
filled with deepest ocean sounds:
oblivion, solitude, stillness
intermitted by quake roar,

tectonic slipping, lava fissures,
ship propellers drilling,
the human croons of whales.
There is slave in me, fat heritage,

no fluke I’m invested with hurt,
echo of the hunted, located, natural
rights redacted, meagered to resource.
All is flux as I’m collapsing

love and distance, moving through the gel,
my life, edging the canals of my city,
clomping up its hills, memory aerosol,
head in self cloud, getting Melville

as I should have, watching at him
contemplate the vista from a landlocked house,
hills becoming pods of transmigrating giants:
Greylock. Berkshire range.

There’s thirst for music in this less than solid
state. Ampless back in my office,
I knee-prop my Fender, ancient black thing.
Strum it casual, weep;

suck salt in darkness, fingers guessy,
lazing up the sound. Still, something
brusque runs up me: shuddered
wood, that deep flesh shook

that makes string music fuse to you.
The thumbing further breaks the thing in me.
I know what now love is,
know tentative for sure its

incoherence, jelly analog, is mine for life.
The windows stay black and phlegmatic
as the air outside begins to heave with rain.
I hum, thumbing, fashion something of a home,

some succor, pulse quick but steady as I deep dive
to dub. With it comes the baleen
wheeze of mouth organs, plangent blue whoop.
I am dub and dub is water.

Exile, I wish you could have lived in me,
plunging, life spumante. I’d slip my hold
on you like magma shot for islands
every single time you breach.

 

2676081-27fc32b37f965c121fea8f1ac0c75260.jpg
Colin Channer (Kingston, 13 oktober 1963)

 

 

De Indiase dichter, schrijver, librettist en muzikant Jeet Thayil werd geboren op 13 oktober 1959 in Kerala. Zie ook alle tags voor Jeet Thavil op dit blog.

 

INTENTIEVERKLARING

Je lippen gaan in één zucht van zonnetje naar zelfmoord.
Je bent elke sluipschutter te snel af.
Je weet wanneer je moet gaan liggen en moet blijven liggen.
Wanneer je de deur uitgaat, triomferen of bezwijken legers door je ogen.
Je soldaten zijn van alle leeftijden, geslachten en godsdienstige gezindten.
Het enige wat ze delen is het beeld van jou
gedragen in geheime medaillons, of gebrand in hun derde, nooit knipperende oog,
of getatoeëerd in de oksel, op de haargrens en tussen de tenen.
Als je een blik werpt op jezelf terwijl je gekust wordt, rukt de spiegel zijn eigen ogen uit,
want geen enkel ander beeld zal ooit nog goed genoeg zal zijn.
Je wordt gekust en nog eens gekust. Je wordt altijd gekust.
Je wordt wakker met een kus en valt ermee in slaap. Daartussen: kussen.
Je zegt je dromen met een verrukte, zachte stem
die hoort tot de andere wereld.
Je stiltes zijn ijzig, de ouderdom smelt zijn vasteland vast aan je adem,
met je tranen eindigen seizoenen.
Soms, op een roltrap, als je praat tegen jezelf,
laten je ongehoorde woorden een vreemde verdrietig stoppen.
Je macht is duurzaam en biologisch afbreekbaar.
Je groen blijft langer goed dan plastic.
Je vond de elektriciteit uit. De netwerken behoren aan jou toe.
Ze bazuinen je lof, zichtbaar vanaf ruimteschip en satelliet.
Wanneer je de stad ontvlucht, zegt de wind in de straat je naam.
Ah, zegt hij. Kang. Sha.
Niemand ontsnapt aan je invloed.
Eens, in mijn waanzin, probeerde ik het, maar het gras versperde me de weg.
En de sterren zwierven uit hun hokken.
En God ademde uit.
En de wereld was alle geloof verloren.

 

Vertaald door Jabik Veenbaas

 

2676081-55662ac18e13ae28c9caef95e7620e7f.jpg
Jeet Thayil (Kerala, 13 oktober 1959)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 13e oktober ook mijn blog van 13 oktober 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:26 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten