Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 15 maart 2026 tot 16 maart 2026

Dirk von Petersdorff, César Vallejo

De Duitse dichter, schrijver en literatuurwetenschapper Dirk von Petersdorff werd geboren op 16 maart 1966 in Kiel. Zie ook alle tags voor Dirk von Petersdorff op dit blog.

Uit: Wie bin ich denn hierhergekommen

„Anna lag genau im Lichtstreifen, den der Vollmond ins Zimmer warf. Tim blieb draußen vor dem Haus stehen. Durch das bodentiefe Fenster sah er sie ausgestreckt auf
dem Fußboden wie in einem Lichtrahmen. Sie hatte die Arme an den Körper gelegt und die Augen geschlossen. Als sie sich gerade kennengelernt hatten, waren sie einmal
nachts mit den Fahrrädern ans Meer gefahren und weit hinausgeschwommen, um das Mondlicht zu durchqueren, um zu wissen, wie es sich anfühlte, da hindurch zuschwimmen. War es ein Knistern im kühlen Wasser? Er versuchte, sich zu erinnern. Sie lag da im Rahmen wie ein Bild, und er rührte sich nicht draußen vor der Fensterscheibe. Das Mondlicht war hell und weiß, da kam es ihm vor, als wäre der Boden eine Marmorplatte, Anna unbewegt und still. Er ging schnell weiter zur Haustür und öffnete sie leise.
Im Ofen glühte ein Holzscheit. Mitte Mai war es noch einmal kühl geworden. Vor dem Ofen lagen im Kreis: ein Paar Socken, eine Espresso-Tasse mit Zuckerdose, ein Haarband, der Plan für die kommende Woche, wie Anna ihn immer anlegte, und ein Taschenbuch, «Einführung in den Koran». Sie kam aus ihrer Mondlicht-Ecke heraus, und
sie setzten sich auf den Dielenboden. Sie war noch benommen von ihrer Entspannungsübung, und er sah auf den Wochenplan, eine A4-Seite im Querformat. Für morgen stand dort WARZT, 8:30. Ein Termin bei dem Hautarzt, der seit Wochen ergebnislos gegen die Warzen auf den Füßen ihres Sohnes Elias ankämpfte. Für heute Nachmittag hatte sie ein «J» fürs Joggen eingetragen.
Als er auf das Buch über den Koran blickte, fing sie an zu reden: Als sie für Elias «Räuber Ratte» kaufte, habe sie das in der Buchhandlung mitgenommen, weil sie das Gefühl habe, so wenig zu wissen. «Ich verstehe nicht mal die Schaubilder zum Klimawandel bei Spiegel ONLINE. Und abends sitze ich vor einem schmalen Ofen in einer dunklen
riesigen Welt und habe keine Ahnung, was im Koran steht, nicht im Geringsten.» Sie schlürfte den Bodensatz aus ihrer Espresso-Tasse. Tim sah sich das Inhaltsverzeichnis an.“

 

 2697312-210c74203bd957369b4d6c9cc2ef9032.jpg
Dirk von Petersdorff (Kiel, 16 maart 1966)

 

 

De Peruaanse dichter César Vallejo werd geboren op 16 maart 1892 in Santiago de Chuco, Peru. Zie ook alle tags voor César Vallejo op dit blog.

 

 

Zwarte steen op een witte steen

Ik zal sterven in Parijs bij zware regen,
op een dag waaraan ik mijn herinnering al heb.
Ik zal sterven in Parijs – en ik voel geen angst –
misschien op een donderdag, als vandaag, in de herfst.

Donderdag zal het zijn, want vandaag, donderdag,
terwijl ik deze verzen schrijf, heb ik gebroken
de botten aangedaan en, vandaag als nooit tevoren,
heb ik me weerom gezien, met heel mijn weg, alleen.

César Vallejo is dood, iedereen
sloeg hem hoewel hij hen niets deed,
ze ranselden hem hard met een stok en hard

ook met een touw; getuigen zijn
de botten en de donderdagen,
de eenzaamheid, de regenbuien, de wegen…

 

 

Vertaald door Heleen Sittig en Jorge Heredia

 

 2697312-9b89e2b907527a790dd81944266ee1d3.png
César Vallejo (16 maart 1892 – 15 april 1938)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 16e maart ook mijn blog van 16 maart 2021 en ook mijn blog van 16 maart 2020 en eveneens mijn blog van 16 maart 2019 deel 1 en ook deel 2.



Geschreven door Romenu om 16:45 Reageer op dit bericht

Ben Okri, Andreas Okopenko

De Nigeriaanse dichter en schrijver Ben Okri werd geboren op 15 maart 1959 in Minna, Nigeria. Zie ook alle tags voor Ben Okri op dit blog.

Uit: Songs of Enchantment

“YES, THE SPIRIT-CHILD is an unwilling adventurer into chaos and sunlight, into the dreams of the living and the dead. But after dad’s last fight, after his magnificent dream, my adventures got deeper and stranger. My spirit-companions were the invisible causes of this deepening. They persisted in trying to lure me back to their realm, but now they chose another method, a method more terrifying than any they had employed before. They chose to draw me deeper into the horrors of ex-istence as a way of forcing me to recoil from life. But they didn’t count on the love that made me want to stay on this earth. They didn’t count on my curiosity either. It took dad a long time to recover from his mythic battle with the man from the Land of Fighting Ghosts. He became withdrawn, and something about him changed irrevocably. After dad’s fight, and after the good wind stopped blowing, a new cycle launched itself into our universe. In those days it didn’t rain, but I didn’t go to school any more. I stopped be-cause even at school my spirit-companions tormented me. Their songs distracted and confused me, and when I copied down the wrong things I got into trouble. There was a history class, for example, in which the teacher was horrified to find my exercise book covered in complex mathematical equations. I didn’t know where they had come from. When we were being taught mathematics under a dying silk-cotton tree the face of a penitent oppressor of our people stared at me from the trunk. On one day I saw the radiant face of Pharaoh Akhnaton, on another the faces of the unborn. When I stared at them, mesmerised, the teacher flogged me for not paying attention. In the English class my spirit-companions sang polyphonic chorales at me in a blending of seven traditional languages. It became impossible to concentrate. There were even times when the spirits whis-pered things in my ears and I blurted out what the teacher was going to say mo-ments before he did. The worst thing was that I seemed to know our examination questions before they were set, and I knew the answers as well. The teachers found this very peculiar. Suspicious of the accuracy of my answers, they often failed me because they thought I had been cheating. In short, my spirit-companions played havoc with my education. They made me seem strange to the other children, and so I didn’t have many friends.”

 

2697171-0e70401c72a3589df7ba530b617ecd8f.jpeg
Ben Okri (Minna, 15 maart 1959)

 

 

De Oostenrijkse dichter en schrijver Andreas Okopenko werd in Košice (Slowakije) geboren op 15 maart 1930. Zie ook alle tags voor Andreas Okopenko op dit blog.

 

 

Een proces in rode inkt

Rode inkt wordt in wit water gegoten.
In het avondlicht keert Odysseus terug naar huis in Ithaca.
In zijn parken spelen de kinderen van vreemden.

Hij stelt een vraag die jullie moeten begrijpen:
Waar zijn de lichten van het uitgebrande Chicago?
Hij stelt de vraag veelbetekenend, baardig en zwaarlijvig.

Boven zijn haar zoemen muggen van de bosrand.
De lijnen die ze trekken gloeien als venkel in de wind.
Uit het bos sjouwen mannen houten emmers met boomhars.

Aan de horizon klinkt onophoudelijk een scheepshoorn.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

2697171-f1099c9a9e08e2ed7d37640043988af7.jpg
Andreas Okopenko (15 maart 1930 – 27 juni 2010)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 15e maart ook mijn blog van 15 maart 2024 en ook mijn blog van 15 maart 2023 en ook mijn blog van 15 maart 2020 en eveneens mijn blog van 15 maart 2019 en ook mijn blog van 15 maart 2015 deel 2.



Geschreven door Romenu om 16:50 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten