Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 17 juni 2026 tot 18 juni 2026

Marije Langelaar, Karin Fellner

De Nederlandse dichteres en beeldend kunstenares Marije Langelaar werd geboren op 18 juni 1978 in Goes. Zie ook alle tags voor Marije Langelaar op dit blog.

Uit: In het jaar van de rode os

“Deel III – Brieven aan de condor
We rijden naar Ch’iyara, de baai van het Laramameer. We eten een eenvoudige maaltijd bij vrienden van mijn man. Het zijn grove lieden die in de mijnen werken en naar mijn borsten staren. Madre mia wat een wolven! Ze doen het alleen als mijn man niet kijkt.
Ik vind hen niet aardig, wil snel weer weg, een van hen, met een soort fonkeling in zijn ogen, geeft me een hoofdknik maar ik keur hen geen blik waardig. Na de maaltijd rijden we naar het meer. De baby leggen we op een deken naast het water. Haar bewegingen zijn opgewonden, het uitstapje doet haar zienderogen goed, we zingen liedjes voor haar en gooien druppeltjes water in haar gezicht en uiteindelijk valt ze in slaap. Mijn man bouwt een dam van stenen om haar heen zodat ze niet in het water kan rollen. Slaat met een stokje alle insecten weg.
Ik kleed me uit om te zwemmen, ik zie mijn man kijken hoe ik alle kleren afleg, ik ben zo bloot als een vis, schud mijn krullende haren los en breek het roerloze oppervlak met mijn duik. Als een mes snijd ik door het koude water, er zijn talloze vissen als zilveren ringen. Onder water is het troebel, ik zie het wier als knoperig touw bewegen en raak de steentjes op de bodem met mijn vingers. Ik schrik van een grotere vis die tegen me opbotst en hapt in mijn middel, gil overeind om te zien dat het mijn man is, we vrijen als leeuwen een beetje hard en onstuimig en bovendien na enkele golven weer klaar.
We waden terug naar de baby die nog steeds ligt te slapen. In de struiken zie ik een gestalte, sluike zwarte veren van een ineengedoken man, strakke ogen, het liefst wil ik me ergens verbergen en bedekken maar er is niets van hulsel, de enige andere mogelijkheid is dus mijn tepels te priemen richting de wolken.
Soms lieve condor, amigo de alas negras, valt het leven als mens me zwaar, het is schraal van betekenis, het ontbreekt ons aan iets en het doet ons zo’n pijn.
We rollen maar door in het veld van niet weten.
We drinken niet, al zijn we dorstig maar we drinken niet, we zijn hongerig maar eten niet, werkelijk drinken bedoel ik en werkelijk eten met iets wat onze dorst echt kan lessen, onze honger kan stillen, ons verlangen dat zo brandend is, we zijn bevangen door een grote drang om zo snel mogelijk ergens een rand te bereiken.”

 

2709418-c8c5f2d382919abe1ebe6aa35274542c.jpg
Marije Langelaar (Goes, 18 juni 1978)

 

 

De Duitse dichteres Karin Fellner werd geboren op 18 juni 1970 in München. Zie ook alle tags voor Karin Fellner op dit blog.

 

 

Cache misère

We spraken over kale bomen bij 30 graden,
over de heldere kruimels die gram voor gram verdwenen
in de subroutine,
we gooiden koekjes uit onze mouwen en spraken
over armoede alsof het geen deel uitmaakte van ons bezit.

Ook dit gesprek verliep in geluidloze meeteenheden,
we lieten elkaar de stigmata van onze honden zien,
terwijl Mem vertelde hoe vroeger zogenaamde vliegende insecten
op elk autoraam crepeerden. Over de
correlatie, over hoe… des te…spraken we niet.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 

2709418-b0444624eb9d917c485d7fd6500fcd3e.jpg
Karin Fellner (München, 18 juni 1970)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 18e juni ook mijn blog van 18 juni 2020 en eveneens mijn blog van 18 juni 2019 en ook mijn blog van 18 juni 2016 deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:31 Reageer op dit bericht

Peter Rosei, Ron Padgett

De Oostenrijkse dichter en schrijver Peter Rosei werd geboren op 17 juni 1946 in Wenen. Zie ook alle tags voor Peter Rosei op dit blog.

Uit: Unsterbliche Seelen

„Es war an der Art des Robert Perwald durchaus etwas Langsames, man hätte auch sagen können, etwas Behutsames. Sein noch jungenhaftes Ge-sicht, das zumeist vor Energie und Klugheit nur so strahlte, floss in manchen Momenten weich auseinander, die Lippen standen offen und seine blaugrauen Augen sahen dann zart und verletzlich aus. Für gewöhnlich war an seinem Gesicht wenig Besonderes, es sei denn sein waches und kluges Geschau und eben der Eindruck von Kraft, von dem es insgesamt zeugte. Seit Jahren lebte Robert jetzt mit seiner japanischen Frau Yoko in Tokyo. Bald nach der Hochzeit waren sie von Wien her übersiedelt. Yoko hatte in Wien studiert. Sie hatte sich aber eingeredet und bald auch den schwer in sie verliebten Robert davon überzeugen können, dass eine Japanerin auf Dauer im Ausland unglücklich werden muss. Dabei war sie durchaus keine Nesthockerin. Gleich nach der Hochzeit hatte sie mit Robert eine Weltreise unternommen. In Japan gelten Welt- reisen als schick. Aber wo ist das, bitte, nicht so? Im Übrigen: Die Ehe lief dann nicht sehr gut.
Heimgekehrt von einer seiner Extratouren, die immer ganz unangekündigt und grausam über Yoko hereinbrachen, fand Robert in der Diele ihres gemeinsamen Hauses in Ebisu, einem angesagten Viertel in West-Tokyo, eingeschoben unter die gewöhnlichen Poststücke, einen Schrieb seiner Frau, auf dem sie ihm das gemeinsame Leben aufkündigte. »Mach, was du willst«, schrieb sie da, »mich siehst du nicht wieder.« Was für ein Wisch, dachte Robert. Solche Botschaften von Yoko waren nichts Neues für ihn. Der Groll, der sich anfänglich in ihm regte, zerfiel aber bald zu einem Gefühl der Schwäche, einer fast kindlichen Verzagtheit: Und wenn sie es diesmal ernst meint? — Seinem gedunsenen und leicht geröteten Gesicht war von diesen Regungen freilich kaum etwas anzumerken. Ich bin einfach müde, sagte er sich. Zu müde sogar, um mich zu fürchten. Das machte ihn lächeln, und er rief dann halbherzig und halblaut ein paar Mal Yokos Namen durch das Haus.
Wo mag sie nur stecken? Er kochte sich in der Küche Kaffee, und während er so hantierte, ging er Yokos mögliche Fluchtorte und Schlupfwinkel durch, ohne indes zu einem Ergebnis zu kommen.“

 

2709415-6c26fd0e704e556ac5c1a4a3b3a40566.jpg
Peter Rosei (Wenen, 17 juni 1946)

 

 

De Amerikaanse dichter, schrijver en vertaler Ron Padgett werd geboren op 17 juni 1942 in Tulsa, Oklahoma. Zie ook alle tags voor Ron Padgett op dit blog.

 

 

Dames en heren in de ruimte

Dit is mijn filosofie:
Alles verandert (het woord “alles”
is net veranderd, net als het
woord “verandering”: het betekent nu
geen verandering”) zo
snel dat het letterlijk mijn geloof overstijgt,
er recht langs raast
zoals sommige van de gigantische
ideeën op dit gebied.
Ik had geen begin en ik zal geen einde
hebben: de lichtstraal
strekt zich voor en achter uit
en ik kook de groenten
slechts een paar minuten,
hoe korter hoe beter. Doe er boter op
en serveer. Dit is mijn
filosofie: doe er boter op en serveer.

 

 

Vertaald door Frans Roume

 

2709415-656e511d51e4bc56fad8571dbb8b49dc.jpg
Ron Padgett (Tulsa, 17 juni 1942)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 17e juni ook mijn blog van 17 juni 2020 en eveneens mijn blog van 17 juni 2019 en ook mijn blog van 17 juni 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten