Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 30 juni 2026 tot 1 juli 2026

Remco Ekkers, Denis Johnson

De Nederlandse dichter en schrijver Remco Ekkers werd geboren op 1 juli 1941 in Bergen. Zie ook alle tags voor Remco Ekkers op dit blog.

 

Anish Kapoor

Ik ben in een echt bloedmoment
rood is altijd in het middelpunt geweest

hoewel ik veel treurige dingen heb gedaan
toch was er rood en vreugdevol

rood is lichamelijk, maar het gaat
naar zwart diep naar binnen

rood is een afdaling naar de hel
de onbekende eeuwige herhaling

rood gaat ook naar geel
waar het licht is, het leven

rood gaat van dood naar leven

 

 

Inua

Zie, ik sta als een trillende snaar voor u
Raak mij aan, kalmeer mijn beven.

Bent u mijn god, ben ik uw schepsel
Of ben ik de vrouw voor haar man
De dichter voor zijn lezer?

Is dit de bestemming, het doel van mijn zingen?
Wij groeien apart samen in bewustzijn.

 

 

Poolhaas

Hij zit, zeer wit, tussen de scherpe stenen
van de eindmorene, zijn oren gespitst
vangen de stilte, het geluidloos zwerven
van de poolvos boven hem op de gletsjer
het zweven van de sneeuwuil in de schemer.

Dit is zijn wereld, hij is tevreden met zijn vacht.
Zijn sterke achterpoten trommelen bij gevaar.
Voor de ijsbeer duikt hij weg in spleten
vindt daar nog uitlopers van wilgen
korstmos en als de kust weer veilig is
rent hij snel naar het water, knabbelt aan zeewier.

Een raadsel is: waarom raakt bij het paren
de moerhaas ernstig gewond?

 

2710961-7a87bb5772456037a6c3b6495ff0fc22.jpg
Remco Ekkers (1 juli 1941 – 4 juni 2021)

 

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Denis Hale Johnson werd geboren op 1 juli 1949 in München. Zie ook alle tags voor Denis Johnson op dit blog.

 

 

De man die werd gedood

Wat de wind ook zegt die het oppervlak
van de rivier verdeelt

in kleine, opwaartse gebaren van verbazing
is onbekend, is niet hier

bij mij aan de oever. Ik heb me hetzelfde
afgevraagd voor de winterse gezichten van voetgangers,

ik heb me afgevraagd hoeveel hiervan
waanzin is en hoeveel echt. Hij moet

de wind hebben gehoord, om zo diep
geschrokken te zijn toen de kogel

uit de handen van de moordenaar vloog. Hij herinnert zich altijd
hoe het was om te ademen. Zijn blik

dwaalt door de straten van de stad,
door de regen, door de dromen na zijn leven.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

2710961-a71b2f84bf8e89360c7b5afa1685bedd.jpg
Denis Johnson (1 juli 1949 – 24 mei 2017)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 1e juli ook mijn blog van 1 juli 2020 en eveneens mijn blog van 1 juli 2019 en ook mijn blog van 1 juli 2018 en ook mijn blog van 1 juli 2017 deel 2.

Geschreven door Romenu om 17:48 Reageer op dit bericht

Czeslaw Milosz

De Poolse dichter, schrijver en Nobelprijswinnaar Czesław Miłosz werd geboren in Šeteniai op 30 juni 1911. Zie ook alle tags voor Czeslaw Milosz op dit blog.

 

 

In Szetejnie

1

Jij was mijn begin en nu ben ik weer met jou, hier waar ik de vier
windstreken heb leren kennen.

Laag, achter de bomen, de streek van de Rivier, achter mij en de
gebouwen de streek van het Bos, rechts de streek van de Heilige
Voorde, links die van de Smidse en het Veer.

Waar ik ook heb gezworven, over welke continenten ook, altijd hield ik
mijn gezicht gericht naar de Rivier

en onderging de geur en smaak van de doorgebeten wit-rode sappigheid
van de kalmoes,

en hoorde de oude heidense liederen van de oogsters, van het veld
komend wanneer de zon van de warme avonden achter de heuvels
doofde.

In het verwilderde groen zou ik de plaats van het tuinhuisje kunnen
aanwijzen, waar jij me dwong om mijn eerste scheve letters te zetten.

Maar ik probeerde me los te rukken, vluchtte in mijn verstopplaatsen,
want ik wist zeker dat ik het letters schrijven nooit zou leren.

Ik verwachtte echter niet daarnaast deze kennis: dat botten tot stof
vervallen, tientallen jaren verstrijken, maar de aanwezigheid dezelfde is.

Dat wij, zoals jij en ik, in het land van de eeuwige spiegels kunnen
verblijven, tegelijkertijd wadend door ongemaaid gras.

 

2

Jij hield de leidsels en getweeën reden we met één paard voor de brik
naar het grote dorp bij het bos.

De takken van de appel- en perenbomen doorbuigend onder hun
overdaad, veranda’s met houtsnijwerk, wakend over malven en wijnruit.

Je oud-leerlingen, nu boeren, onderhielden ons met een gesprek over de
oogst, de vrouwen lieten hun weefgetouwen zien en jullie delibereerden
lang over de kleuren van schering en inslag.

Op tafel ham en worst, een honingraat in een lemen kom, en ik dronk
broodkwas uit een blikken kroes.

Ik verzocht de directeur van de kolchoz om mij het dorp te tonen, hij
nam me mee in de auto naar lege akkers die zich tot het bos uitstrekten,
en stopte voor een groot rotsblok.

‘Hier was het dorp Peiksva’, zei hij niet zonder triomf in zijn stem,
zoals iemand spreekt die altijd met de overwinnaars is.

Ik merkte op dat een deel van het blok was afgehouwen, men had de
steen dus met een hamer willen breken om zelfs dat spoor te doen verdwijnen.

 

3

In de zomerdageraad rende ik het vogelrumoer in, ik kwam terug, en
tussen moment en moment heb ik mijn werk geschreven.

Al was het moeilijk om de poot van de n door te trekken en met die van
de u te verbinden, en een waagstuk om de brug tussen de r en de z op te gaan.

Ik hield de penhouder zo dun als een rietje en doopte de pen in de inkt,
een zwervende klerk met een inktpot aan de riem.

Nu denk ik dat mijn werk de plaats van het geluk inneemt en dat het
door afgrijzen en medelijden wordt aangetast.

Toch moet de geest van deze plek erin zijn, zoals hij in jou is die hij
van kinds af leidde.

Kransen van eikenbladeren, de klok van het ave in de vork van de linde,
luidend voor de meidienst, ik wilde goed zijn en niet tussen de
zondaren lopen.

Maar wanneer ik me nu probeer te herinneren hoe het was: alleen de
put en daar zo donker dat ik niets begrijp.
We weten alleen: de zonde bestaat, en de straf, wat de filosofen ook zeggen.

Moge mijn werk de mensen tot nut zijn en zwaarder wegen dan mijn kwaad.

Jij, wijs en rechtvaardig, bent de enige die me gerust zou weten te
stellen, uitleggend dat ik gedaan heb zoveel als ik kon.

Dat het hek van de Zwarte Tuin dichtgaat, vrede, vrede, dat wat ten
einde is, ten einde is.

 

Vertaald door Gerard Rasch

 

2710948-277f0209113e04b142a196323804150a.png
Czeslaw Milosz (30 juni 1911 – 14 augustus 2004)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 30e juni ook mijn blog van 30 juni 2019 en ook mijn blog van 30 juni 2018 en ook mijn blog van 30 juni 2014 en eveneens mijn blog van 30 juni 2013 deel 1 en eveneens deel 2.



Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten