Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 17 juli 2026 tot 18 juli 2026

Joachim Meyerhoff, Steffen Popp

De Duitse schrijver, regisseur en acteur Joachim Philipp Maria Meyerhoff werd geboren op 18 juli 1967 in Homburg, Saarland. Zie ook alle tags voor Joachim Meyerhoff op dit blog.

Uit: Die Zweisamkeit der Einzelgänger

„Willst du dich umbringen?« Das war der erste Satz, den sie zu mir sagte, und ich habe mich später noch oft gefragt, ob mir das eine Warnung hätte sein sollen. Ich hatte sie den ganzen Abend über während der faden Premierenfeier beobachtet, fasziniert von ihrem Aussehen. Zu große Zähne, zu große Augen, zu platte Nase, verdammt kurze Haare. Sie gefiel mir sofort. Immer wieder sahen wir uns an und tatsächlich – sie lächelte ein bisschen. Ihr Kopf bewegte sich seltsam mechanisch, auch die Arme und Hände, alles wie einzeln, unabhängig voneinander, als passe kein Körperteil zum anderen. Dadurch sah ich sie aber umso deutlicher. Elegant, aber doch auch steif, ja fast ein wenig roboterhaft hob sie die Bierflasche zum Mund. Ihr eines Auge wurde je nach Kopfhaltung mal mehr, mal weniger von fallenden Strähnen verdeckt, das Haar im Nacken hingegen war ausrasiert. Sie trug eine weiße Bluse mit eigenwilligem Kragen, einen dunkelblauen Bundfaltenrock, dessen Kanten und Knicke in gut organisierten Wellen hin und her schwangen, eine dunkle Strumpfhose und altmodische Schuhe mit abgerundeten Schuhspitzen. Es kostete mich einige Mühe, sie momentweise aus den Augen zu lassen, sie nicht ununterbrochen anzustarren. Etwas an ihr war komplett eigenartig. Aber was es genau war, konnte ich nicht sagen. War es die von Sommersprossen überstreuselte, wie von einem schweren Boxhieb eingedrückte Nase oder der sehr rot geschminkte, aufgeworfene Mund? Waren es die etwas zu dick gezogenen schwarzen Lidstriche? Seltsam zusammengewürfelt war dieses Gesicht: Mund, Augen, Nase überdimensioniert, und in der Summe hätte diese Anordnung leicht ein grobschlächtiges Gesamtes ergeben können. Tat sie aber nicht. Ich war mir nicht sicher, sah sie fantastisch aus oder grotesk?
Egal, wo ich mich während der Feier aufhielt, ich wusste immer, wo sie war. Eine innere Magnetnadel zeigte stur in ihre Richtung. Drehte ich mich ab, musste ich das gegen einen Widerstand tun, so als würde ich versuchen, mich aus einem Kraftfeld herauszuarbeiten. Drehte ich mich wieder zu ihr, wirbelte es mich regelrecht herum. Im Laufe des Abends wuchs ihre Gravitation auf mich.“

 

 

2712965-2da45cf9fb8929974fb58e1e0097582e.jpg
Joachim Meyerhoff (Homburg, 18 juli 1967)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Steffen Popp werd geboren op 18 juli 1978 in Greifswald. Zie ook alle tags voor Steffen Popp op dit blog.

 

 

Plotseling, op een vlinderpunt,
eindigt het spoor, neemt verval het over.
Sluit je ogen: tot ziens, binnen.
Stilte, geworpenheid, op het bed pluizen
asters, paars, hun gekwetter is een suite.
Onverschrokken oefen je trappen, giet onder de
idiote maan kusjes: zelfvertrouwen verzacht de
aanwezigheid, stilstaand nu, we knipperen
slaapdronken in de buisbloemen.
Maar goed, dit niezen, denk ik, is liefde.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

2712965-7725da38709ab35b43d47f4c84e0d66f.png
Steffen Popp (Greifswald, 18 juli 1978)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 18e juli ook mijn blog van 18 juli 2024 en ook mijn blog van 18 juli 2020 en eveneens mijn blog van 18 juli 2019.

Geschreven door Romenu om 16:40 Reageer op dit bericht

Tsead Bruinja, Judith Beveridge

De Nederlandse dichter Tsead Bruinja werd geboren in Rinsumageest op 17 juli 1974. Zie ook alle tags voor Tsead Bruinja op dit blog.

 

 

Zon op de bunker

een man uitkleden in een bunker
en zeggen

goochelen

goochelen zonder handen
goochelen zonder iets te hebben geleerd
goochelen zonder trúcjes
goochelen zonder kleren aan
goochelen zonder apparaten

de man een glimlach

glimlach glimlach glimlach
glimlach glimlach glimlach

droge ogen

bewakers die elkaar aankijken
en opeens twee kommetjes

handen onder de neus geduwd
krijgen vol vocht

nu kijkt hij ze aan

kwaad

ze slikken als honden
zijn handen leeg

ik heb niet gezegd dat ik vond
dat dit niet kan of dat dit zo is
ik heb niet gezegd dat de man
gestuurd wordt of sympathiek is

goochelen

de man lacht
de bewakers kijken elkaar aan
en zijn handen blijven leeg

of

de man lacht
de bewakers kijken elkaar aan
zijn handen blijven leeg
de bewakers trekken de deur met
de tralies dicht

en terwijl de man naar zijn
handen kijkt lopen ze vol

de man lacht
en de nerveuze vingers
van de bewakers
halen de trekker over

het water valt op de grond

de bewakers zien het water
en proberen de man
bij bewustzijn te brengen

hun vingers wroeten naar de kogels
in de wonden

of een van hen
doet dit
terwijl de andere de deur
uitloopt

een groot roestig
containerschip koopt
en een kat

met beide de zee
afstruint

dat hij ooit een man was
die als jongetje trots van
de botsauto’s thuiskwam
nooit was geraakt

de andere hakte de rest
van de bomen
in het bos om

en werd een wijs man

 

2712867-00d4408b7064000d3966e5bb8c316c33.jpg
Tsead Bruinja (Rinsumageest, 17 juli 1974)

 

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Australische dichteres en schrijfster Judith Beveridge werd geboren in 1956 in Londen, Engeland. Zie ook alle tags voor Judith Beveridge op dit blog.

 

 

Steenbok

Door de bodem van een oude colafles volgt hij
de vlucht van een stormvogel, totdat deze wordt verscheurd door
zeewind en een nieuwe, wazige afdruk van de zon.
Langs de pier hoort hij de mannen met hun
molens, met hun valuta van vochtig zand. Zijn hengel
trilt – niet verzwaard met vis, maar met

de namen van stormen: Harmattan, Vendavales –
turbulente winden die de voorhoede vormen van
gevaarlijke zeestraten. Hij trapt tegen een hoop visschubben:
galeonballast, een schat aan dukaten gemorst
uit een oude Hollandse dogger. De mannen zullen hem weldra
wegjagen, deze luidruchtige held die

brigs plundert. Maar nu is de fles een hoorn waarin
hij zoveel adem uitblaast, en de lucht heeft
een klank geleend van een luchtgat, van wind
die door de roestende steunbalken van een brug zingt.
Een krab zeeft zandkorrels voor zijn hol; Zijn klauw,
een oude zeeroverhaak, deelt

dubloenen en dreigementen uit. Ach, maar weet je – als je
de hand van dit kind zou nemen, als je
zijn blik in de jouwe zou houden en zou wachten op
elke circulatie van zijn ademhaling; als je
de gepiratiseerde scènes van dagdromen zou bekijken
die zich afspelen door een stortvloed aan glas – dan

zou je de koperkleurige zon zien. Je zou lang
over dit strand lopen met je gedachten
handelend in weer en wind, de stormvogels die
gelijke tred houden met de grillige lijnen van dromen
die binnenvaren met de klinkerstormen. Het verleden
en het heden zouden geen depressies zijn

tegenover elkaar, noch zouden er zandkorrels zijn
die je lot afschuren… Op de kust,
een meeuw, gedood door de storm van de nacht. Met zijn hengel
werpt de jongen hem omhoog, de handschoen van een duellist
waarin hij zojuist het Zorroteken kerfde met zijn zwaard… Nee, de wereld
zou geen golf zijn die zijn ineenstorting herhaalt,
maar welke schat aan verhalen een jongen ook maar kan vinden
tussen visschubben, zand en de gewone
uitstroom van wind; een jongen die niets weet
van de verbanden tussen stormen; noch van
de mannen die het snelle verval van het weer registreren
in maatstaven van misbruik; die niets weet
over het betalen voor die oude reis naar de dood.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 

2712867-c43565bd1cf4d20128463255760d30cf.jpeg
Judith Beveridge (Londen, 1956)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 18e juli ook mijn blog van 17 juli 2023 en ook mijn blog van 18 juli 2020 en eveneens mijn blog van 18 juli 2019.



Geschreven door Romenu om 15:30 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten