Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 9 augustus 2026 tot 10 augustus 2026

Kees van Kooten, Mark Doty

De Nederlandse schrijver en cabaretier Kees van Kooten werd geboren op 10 augustus 1941 in Den Haag. Zie ook alle tags voor Kees van Kooten op dit blog.

Uit: Hedonia

“Kees van Kooten stond voor het raam, denk ik hardop; hij stond voor het raam, keek in de nacht en is dronken. Hij had een groot huis, twee gezonde kinderen, vier dito dieren en een knappe vrouw. Het huis is stil, de kinderen slapen en de vrouw is weg. — Maar daarom niet getreurd, bromt hij door het raam naar zijn spiegelend buitenbeeld, vaak kan even weg zijn heel verfrissend werken! Nu geen letargisch lanterfanten — laat ik liever leuke dingen doen! Hij draait zich om en ziet zijn riante kamers rond. De schuifdeuren staan open, waardoor je een geheel krijgt. Ongelooflijk luxe, leuke en moderne dingen laten zich doen, in dit geheel. Ze hebben hier radio, grammofoon, vijfhonderd platen, vier maal zoveel boeken, televisie, video en piano. Door het hele huis hangen leuke schilderijen, litho’s, etsen, tekeningen en zeefdrukken te kijken. Toch weet Kees van Kooten niet wat hij nu voor leuks zou willen doen en dit al voor de derde avond sinds zij weg is! Het leukste wat hij durft bedenken is nu de deur uitgaan, naar Amsterdam, en verder maar zien hoe het loopt. Maar ja, de kinderen. Hij zet zich aan de piano en probeert iets vrolijks te spelen. Dit lukt niet, want ik kan geen piano spelen. Als ik het wel kon, sloop toch in ieder loopje de larmoyante blue note. Ik zet My Favourite Classics op de klep — een muziekboek met Sixty Level One Easy Keyboard Masterworks, bedoeld voor kinderen van twee tot zeven jaar. Ik open met Melody van Friedrich Baumfelder, vervolg met The Fair van Carl Czerny en speel als uitsmijter de Russian Folk Song van niemand minder dan Ludwig van Beethoven. In de anderhalf jaar die ik Van Kooten nu pianoles geef, hebben mens en dier deze drie stukjes al zo vaak gehoord dat ze er dwars doorheen slapen, maar niet zodra begin ik te improviseren of de tent schrikt wakker. Dus dek ik de toetsen toe en druk de radio aan. Ik krijg een wanne oorvijg van een gemaskerde vrouwenstem die zingt: you can do what you want, you can tell me lies, but hold me tight tonight. Carly Simon, schat ik. Ik klap de klep weer open en stuur mijn rechterwijsvinger om de juiste noten. Niet van de melodie, maar die van de veiliger tegenstem. Zo loop ik, als ik niet oppas, bij excursies altijd een paar meter voor mijn gezin uit en wanneer ik meet ik met een muziekje is dat op de vrijblijvende afterbeat Ik ben het wijsje bijna op het spoor wanneer de plaat afloopt en de presentatrice met haar zwaar geschminkte nachtstem zegt: Hè, heerlijk moet dat zijn, om je zo helemaal uit te kunnen spreken en vooral uit te kunnen zingen. Wat een vrouw, die Emmylou Harris! En wie hebben wij daar? Elton John.”

 

2715716-9ffec08ca56eef34c83e9307b2faebae.jpg
Kees van Kooten (Den Haag, 10 augustus 1941)

 

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Mark Doty werd geboren op 10 augustus 1953 in Maryville, Tennessee. Zie ook alle tags voor Mark Doty op dit blog.

 

 

ARARAT

In goudfolie gewikkeld, in de zoektocht
en het gejuich van Paaszondag,
was het de bal van de prinses,
was het het lichaam van de farao
slapend in zijn gouden kist.
Aan de voet van de schutting,
in het gras dat slap was van de ochtendregen,
was het een prijs van de zondagsschool,
zilver voor de tweede plaats, goud
voor de triomfantelijke kleine koepel
van Ararat, en mijn zus
nam me bij de hand en leidde me
naar buiten, het brede, natte gazon op,
en liet me zien hoe ik moest bukken in de dichte nesten
van gras, in het donkerste groen.
Later moest ik het teruggeven,
in ruil voor een prijs,
hoewel ik het ei liever had gehouden.
Wat zou er binnenin gekruld hebben —
krokussen strak op hun klokveren?
Een vogel die zichzelf tot een engel zou zingen
in de hoogste regionen van de tuin,
de vlammende pijl van de ochtend?
Elk klein ding kan je redden.
Omdat het gouden ei ooit in mijn mandje
glinsterde, ook al werd mijn kindertijd
een immense, donker wordende laag water
was ik Noach, en ik was zijn ark,
en er waren twee van elk dier in mij.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

2715716-bcfbd8fc15ed596b687b95f98e1c5c17.jpg
Mark Doty (Maryville, 10 augustus 1953)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 10e augustus ook mijn blog van 10 augustus 2019 en eveneens mijn blog van 10 augustus 2017 en ook mijn blog van 10 augustus 2014 deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 16:01 Reageer op dit bericht

August (Lizette Woodworth Reese), Luuk Gruwez, Philip Larkin

 

 

 

2715587-d2a684417de3d3600268255466b68d55.jpg
Reflections of August door Emil Atanasov, 2022

 

 

August

No wind, no bird. The river flames like brass.
On either side, smitten as with a spell
Of silence, brood the fields. In the deep grass,
Edging the dusty roads, lie as they fell
Handfuls of shriveled leaves from tree and bush.
But ’long the orchard fence and at the gate,
Thrusting their saffron torches through the hush,
Wild lilies blaze, and bees hum soon and late.
Rust-colored the tall straggling briar, not one
Rose left. The spider sets its loom up there
Close to the roots, and spins out in the sun
A silken web from twig to twig. The air
Is full of hot rank scents. Upon the hill
Drifts the noon’s single cloud, white, glaring, still.

 

 

2715587-e2ef726fd7bdcbb0503b1d0d9d801826.jpg
Lizette Woodworth Reese (9 januari 1856 – 17 december 1935)
Waverly, Baltimore, de geboorteplaats van Lizette Woodworth Reese

 

 

De Vlaamse dichter, prozaïst en essayist Luuk Gruwez werd geboren op 9 augustus 1953 te Kortrijk. Zie ook alle tags voor Luuk Gruwez op dit blog.

 

 

Kapper

Hij weet niet wie er woont onder mijn schedel,
maar zorgt met schaar en scheermes en tondeuse
dat het er onherbergzaam wordt en ieder mij
verlaat en op de vlucht slaat naar de verre plek

waar men maar beter zonder mij kan wonen.
Mijn kapper zwijgt zo traag dat hij zich peinzen
hoort en vraag na vraag welt pijnlijk in hem op.
O, alle vragen die hij mij niet stelt.

Maar sta ik uit zijn kapstoel op, voel ik mij
niettemin beroofd en kaal en leeggevraagd.
Daar waait mijn laatste engel uit mij weg: zie hoe
die zich te pletter vliegt tegen het spiegelglas.

 

 

Solo e pensoso

Ben ik een zanger of een godje uit een shoarmatent,
een mankementige charmeur, een potentaat?
Ik slenter op een vrijdagochtend in april
met opgezette kraag langs de kapellen

van de wellust in de Aarschotstraat. Ik gluurde en loer
als was ik op een jachtrevier waar ik die lepe rotnatuur
incognito betrappen wil op – zonder meer –
haar mooiste wild. En dat het hier niet Brussel is,

ondermaans en vies en met een lucht van pis,
maar een welriekend hemel dal bij Avignon
in dertienhonderd zevenentwintig, heel precies:
dit alles leert mij, domme dichter, mijn lectuur.

Toch wenkt er mij van tijd tot tijd een draadloze pausin
met gsm die achter glas daareven nog te breien zat
en die in Blue Lagoon of in Bar Edelweiss
een kusmond zet (als van een goudvis in een kom)

en naar mij glimlacht met haar hedendaagse kont.
Maar het is Lore niet die naar mij lonkt.
Mijn Lore ging compleet voor mij verloren
vanaf het ogenblik dat ik haar vond.

 

 

Zuster maan

Mijn zus hield in haar nachtkastje een regenboog
gevangen. Een regenboog en een dood paard.
Tussen tampons en maandverband.
Ik kon, ik wilde haar maar niet geloven.

Zo kwam het dat ik minder van haar hield.
Een regenboog en een dood paard. In haar nachtkastje!
Gevangen! Zij had het sleuteltje aan een halssnoer gehangen,
pal tussen pas begonnen borsten, veelbelovend,

die zij bewaarde en liet groeien voor een latere.
Geen mens heeft ooit zo’n zus gehad als ik,
zo een die wapperde met haar gedachten
of borsten kweekte voor de allerbeste

en kwispelstaartte met haar liefdesverdriet.
Tot zij hoogzwanger in de hitte van augustus
in een madammenjurk van Pierre Cardin
onder de intercity tussen Gent en Kortrijk liep.

 

2715587-464692e6e2a9b42942f49464e3ec2379.jpg
Luuk Gruwez (Kortrijk, 9 augustus 1953)

 

 

De Engelse dichter Philip Larkin werd op 9 augustus 1922 geboren in Coventry. Zie ook alle tags voor Philip Larkin op dit blog.

 

Naar de kerk

Zodra ik zeker weet, dat ik alleen ben
stap ik hier binnen, trek de deur achter me dicht.
Alweer zo’n kerk met rijen banken, oude steen,
overal boekjes; bloemen, afgeknipt
voor zondag, nu verkleurd; glimmende dingen,
daar, waar het heilige gebeurt; een orgeltje;
een oude stilte, vol tastbare spanning
die, God weet al hoe lang, hier hangt. Ik heb geen hoed
maar haal beleefd de fietsklem van mijn broek

en loop naar voren, strijk over het doopvont.
Het dak ziet er, van onderaf gezien, goed uit.
gerestaureerd? Geverfd? Ik weet het niet, hoe het komt.
Ik ga de preekstoel op. Ik declameer
een paar loodzware verzen, en besluit
met tot zover. Ik klink toch harder dan ik dacht.
De echo doet me na, en ik loop naar de uitgang,
teken het boek, doneer een klein bedrag,
ik weet niet goed meer waar ik hier voor kwam

en toch kwam ik hier weer. Zoals in feite vaak
en altijd weer zonder idee, uiteindelijk,
niet wetend waar te kijken, met de vraag,
als kerken ooit volledig uit de tijd zijn,
wat wij met die gebouwen doen, houden we dan
sommige kathedralen open voor publiek,
met al dat heiligs mooi tentoongesteld,
en sloopt de regen en het vee de andere –
wil niemand dan nog op die onheilsplaatsen komen?

Of komen in de nacht dan vreemde vrouwen
hun kinderen een steen aan laten raken
om zo van kanker te genezen; zouden ze
een dode rond zien lopen, ’s avonds laat?
Iets van de kracht zal wel blijven bestaan
in spelletjes en schijnbaar onlogische namen;
maar bijgeloof, net als geloof, dat blijft niet duren,
wat blijft, als ook het ongeloof voorbijgegaan is?
Gras, onkruid op de tegels, een paar muurtjes, lucht

en elke week iets minder van de vorm,
een minder duidelijke functie. Wie,
vraag ik me af, is dan de laatste die hier komt,
voor wat dit was. Iemand, misschien, die
wat op het hout klopt, weet dat dit het koor heet?
Een zuiplap, zoekend naar antiek,
een kerstliefhebber, die nog hoopt
op het geluid van orgels en de lucht van wierook?
Of iemand namens mij, meer zoals ik,

die hier verveeld en ondeskundig komt, maar weet
wat het gehalte geest is op dit kruispunt, deze grond,
die hier, gemengd met stadsstof, zuinig is geweest,
die heeft bewaard wat nu alleen nog voorkomt
in afscheid, trouwerijen en geboortes,
in dood en denken aan de dood – omdat daarvoor
dit ding gebouwd is? Ik heb geen idee
wat deze opgetuigde klamme huls nog waard is,
ik sta hier graag in stilte, en alleen.

Een serieus gebouw op serieuze grond,
hier hangt de lucht van al onze obsessies
die hier, als noodlot aangekleed, tot rust komen.
En dat is dan toch iets dat niet verdwijnt,
want steeds is er weer iemand die zichzelf verrast
met de behoefte voortaan serieus te zijn,
zijn aandacht zal op deze grond worden gericht:
hij hoorde, dat dit goede grond voor wijsheid was,
alleen al door de vele doden die hier liggen.

 

 

Vertaald door Menno van der Beek

 

2715587-966c1fd17ea3a52a900dc0c9012432d7.png
Philip Larkin (9 augustus 1922 – 2 december 1985)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 9e augustus ook mijn blog van 9 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 9 augustus 2019 en ook mijn blog van 9 augustus 2017 en ook mijn blog van 9 augustus 2015 deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:02 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten