Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 18 augustus 2026 tot 19 augustus 2026

Jonathan Coe, Li-Young Lee

De Engelse schrijver Jonathan Coe werd geboren op 19 augustus 1961 in Birmingham. Zie ook alle tags voor Jonathan Coe op dit blog.

Uit: De afschuwelijke eenzaamheid van Maxwell Sim (Vertaald door Otto Biersma en Willem Muilenburg)

“… De mensheid is, zoals je misschien gemerkt hebt, erg inventief geworden in het bedenken van manieren om te voorkomen dat we met elkaar praten, en ik heb me met volle overtuiging gestort op de meest recente daarvan. Ik sms liever dan dat ik de telefoon gebruik. Liever dan dat ik met een van mijn vrienden afspreek, zet ik een vrolijke, ironische update op Facebook, zodat iedereen kan zien wat voor een druk leven ik leid. En waarschijnlijk waren er mensen die ervan genoten, want ik had nu al meer dan zeventig vrienden op Facebook, merendeels volstrekt onbekenden. Maar echt persoonlijk contact, in de trant van: zullen-we-ergens-koffie-gaan-drinken-en-even-bijpraten? Het leek wel of ik vergeten was wat dat precies was…”
[…]

“… Er is één ding dat mensen van mijn leeftijd niet kunnen uitstaan, namelijk dat mensen van jouw leeftijd gaan preken over moraal. Kijk naar de wereld om je heen. De wereld die jij ons hebt nagelaten. Vind je dan dat je ook maar iets mag zeggen over principes? Ik ben het zat om te horen dat mijn generatie geen normen en waarden heeft. Dat we zo vreselijk materialistisch zijn. Dat we geen belangstelling voor politiek hebben. Weet je hoe dat komt? Doe eens een gok. Precies! Omdat jullie ons zo hebben opgevoed! Jij vindt dat we een product van Margaret Thatcher zijn, maar jullie hebben op haar gestemd, keer op keer, en daarna hebben jullie gestemd op iedereen die na haar kwam en precies hetzelfde deed. Jullie hebben hebberige zombies van ons gemaakt. Jullie hebben alle andere normen onder het tapijt geveegd. Het christendom? Niet nodig. Solidariteit? Wat heeft dat ooit opgeleverd? Echt handwerk? Dingen maken? Dat is voor losers. We laten de losers in het Verre Oosten alles voor ons maken en wij zitten op onze reet voor de tv te kijken hoe de wereld naar de verdommenis gaat, in breedbeeld en HD, dat spreekt vanzelf…”

 

 

2716944-b17633b67aad50d91630fd81777fa411.jpg
Jonathan Coe (Birmingham, 19 augustus 1961)

 

 

De Amerikaanse dichter Li-Young Lee werd geboren op 19 augustus 1957 in Jakarta, Indonesië. Zie ook alle tags voor Li-Young Lee op dit blog.

 

 

Ik vraag mijn moeder te zingen

Ze begint, en mijn grootmoeder zingt met haar mee.
Moeder en dochter zingen als jonge meisjes.
Als mijn vader nog leefde, zou hij
op zijn accordeon spelen en wiegen als een boot.

Ik ben nooit in Peking geweest, of in het Zomerpaleis,
noch heb ik op de grote Stenen Boot gestaan ​​om te zien
hoe het begint te regenen op het Kuen Ming-meer, hoe de picknickers
wegrennen in het gras.

Maar ik vind het heerlijk om het te horen zingen;
hoe de waterlelies zich vullen met regenwater tot
ze kantelen, water in water morsen,
en dan weer terug deinen en zich vullen met meer water,

Beide vrouwen beginnen te huilen.
Maar geen van beiden stopt met zingen.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

2716944-0cfc8e528551719ef7d737f8f0c3008b.jpg
Li-Young Lee (Jakarta, 19 augustus 1957)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 19e augustus ook mijn blog van 19 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 19 augustus 2019 en ook mijn blog van 19 augustus 2017 deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:06 Reageer op dit bericht

Caroline Emcke, Idea Vilariño

De Duitse schrijfster en journaliste Caroline Emcke werd geboren op 18 augustus 1967 in Mülheim an der Ruhr. Zie ook alle tags voor Caroline Emcke op dit blog.

Uit: Respekt ist zumutbar: Texte zu unserer Gegenwart

»Hüter, ist die Nacht bald hin?«, in der Zeile aus dem »Lobgesang« von Mendelssohn Bartholdy, den alten Worten aus dem Buch Jesaja, klingt das furchtsame Unbehagen an, das mancher in diesen Tagen spürt: »Hüter, ist die Nacht bald hin?« möchten wir flüstern angesichts der Nöte und Krisen, deren Zeugen wir werden. Die simultane Dringlichkeit der Konflikte zwischen der Ukraine und Russland, in Syrien und im Irak, bis vor Kurzem zwischen Gaza und Israel, die atem-beraubende Geschwindigkeit, mit der Heimaten vernichtet oder verschoben werden, und die unheimliche Entgrenzung der Gewalt, das verfolgen wir, von morgens bis nachts — und möchten nurmehr, dass es heller werde. Wir schauen zu, wie türkische Soldaten dabei zuschauen, wie Kurden in Kobanê im Kampf gegen die IS-Miliz sterben, eben jene Kurden, die fast allein die staatliche Einheit des Irak verteidigen sollen, denen aber ein eigener Staat nicht zugestanden wird. Wir schauen zu, wie Zivilisten in der Ostukraine an der Bruchlinie Europas zerrieben werden. Wir schauen zu, wie junge Studenten in Hongkong bewusstlos geknüppelt werden, während sie für Bürgerechte demonstrieren, wir schauen zu, wie junge Journalisten, muslimische oder jüdische oder katholische, gefoltert und getötet werden. Wir schauen zu, wie Flüchtlinge, die an ein Europa der Menschenrechte noch glauben, sich an unseren Grenzzäunen den Leib aufreißen oder vor unseren Stränden ertrinken. Und unsere eigene passive Zeugenschaft wird fraglich. Wie lange wollen wir so zusehen? Wie lange können wir zusehen? Wer sind wir, die wir da jeden Tag, jeden Moment, gewissermaßen im Liveticker, Menschen im Wendekreis des Elends betrachten? Wer sind wir, die wir, unbewusst oder bewusst das Leid auch noch hierarchisieren, die wir unterscheiden und werten, je nach eigener religiöser Zugehörigkeit, kultureller oder ethnischer Prägung, je nach Hautfarbe oder Geschlecht, dann noch manche Gewalt erschütternder als andere empfinden. Weil uns die einen näher sind als die anderen. Die amerikanische Autorin Susan Sontag glaubte einst noch, dass das Betrachten des Leids der anderen die Zu-schauer mitunter mit einer gewissen Erleichterung erfüllen könnte. Wie immer groß die »Tele-Intimität aus Tod und Zerstörung« (Sontag) auch sein mochte, Zuschauen bedeutete eben auch, nicht dort zu sein, nicht bedroht zu sein, nicht schutzlos zu sein, bedeutete die Gnade, verschont zu sein von jenem Leid. In dieser Hinsicht konnte sich im Leid der anderen auch das eigene Glück spiegeln.“

 

 

2716802-4761f18397c0505b07829aadd58bddbe.png
Caroline Emcke (Mülheim an der Ruhr, 18 augustus 1967)

 

 

De Uruguayaanse dichteres Idea Vilariño werd geboren op 18 augustus 1920 in Montevideo. Zie ook alle tags voor Idea Vilariño op dit blog.

 

 

De huid

Jouw aanraking
jouw huid
zacht, sterk, uitgestrekt
vreugde schenkend
gehecht
aan liefde, aan warmte.

Bleek op het voorhoofd
fijn op de botten
droevig bij de slapen
sterk in de benen
zacht in de wangen
en levendig
heet
vol vuur
levend
met een leven dat graag doorgegeven wil worden
teder
overgegeven, intiem
Dat was jouw huid
wat ik nam
wat jij gaf.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 

 2716802-4cd4f85b56f04f7c6103d663103ad396.png
Idea Vilariño (18 augustus 1920 – 28 april 2009)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 18e augustus ook mijn blog van 18 augustus 2025 en ook mijn blog van 18 augustus 2024 en ook mijn blog van 18 augustus 2018 en ook mijn blog van 18 augustus 2017 en ook mijn blog van 18 augustus 2016 en ook mijn blog van 18 augustus 2013 deel 1 en ook deel 2.



Geschreven door Romenu om 16:03 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten