Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 25 augustus 2026 tot 26 augustus 2026

Paula Hawkins, Guillaume Apollinaire

De Britse schrijfster Paula Hawkins werd geboren op 26 augustus 1972 en groeide op in Salisbury (het huidige Harare in Zimbabwe) in Rhodesië. Zie ook alle tags voor Paula Hawkins op dit blog.

Uit: In het water (Vertaald door Ineke de Groot)

“Ik werd ergens wakker van. Ik stond op om naar de wc te gaan en zag dat de slaapkamerdeur van mijn ouders openstond. Toen ik naar binnen keek, zag ik dat mam niet in bed lag. Pap lag zoals altijd te snurken. Op de radiowekker zag ik dat het acht over vier was. Ik nam aan dat ze beneden zou zijn. Ze is een slechte slaper. Allebei nu wel, maar hij neemt zulke zware pillen dat je keihard in zijn oor kunt gillen en dan nog zou hij niet wakker worden. Ik liep heel stilletjes naar beneden, want normaal gesproken kijkt ze een tijdje naar van die megasaaie reclames op de tv voor apparaten waardoor je kunt afvallen of waarmee je de vloer kunt schoonmaken of groenten kunt snijden op heel veel verschillende manieren, en valt ze in slaap. Maar de tv stond uit en ze zat niet op de bank, dus moest ze wel de deur uit zijn gegaan. Dat heeft ze wel vaker gedaan, voor zover ik weet, maar ik houd verder niet bij waar ze de hele tijd zitten. De eerste keer zei ze dat ze wat was gaan wandelen om rustig te worden, maar de daaropvolgende keer dat ik wakker werd en merkte dat ze er niet was, keek ik naar buiten en zag ik dat haar auto niet zoals altijd voor de deur stond geparkeerd. Ze zal op die momenten wel langs de rivier gaan wandelen of naar Katies graf gaan, denk ik, want dat doe ik soms ook. Maar dan niet midden in de nacht. Ik ben bang in het donker, en het is ook eng, want Katie had hetzelfde gedaan: ze was midden in de nacht opgestaan, naar de rivier gelopen, en was nooit meer teruggekomen. Ik snap wel waarom mam het doet: zo kan ze dicht bij Katie zijn. Ze zit ook weleens in Katies slaapkamer. Dat weet ik, omdat Katies kamer aan de mijne grenst en ik mam kan horen huilen.
Ik zat op de bank op haar te wachten, maar ik moet in slaap zijn gevallen, want toen de deur openging, was het al licht buiten en gaf de klok op de schoorsteenmantel aan dat het kwart over zeven was. Mam deed de deur achter zich dicht en haastte zich de trap op naar boven. Ik ging achter haar aan. Ik bleef voor hun slaapkamerdeur staan en keek door de kier naar binnen. Ze zat op haar knieën aan paps kant naast het bed en ze was rood aangelopen, alsof ze had gerend. Ze haalde zwaar adem en zei: ‘Wakker worden, Alec, wakker worden: Ze schudde hem heen en weer.

 

2718269-c0100d87086ddffba7b6d5b7fafe424f.jpeg
Paula Hawkins (Salisbury, 26 augustus 1972)

 

 

De Franse schrijver en dichter Guillaume Apollinaire werd in Parijs geboren op 26 augustus 1880. Zie ook alle tags voor Guillaume Apollinaire op dit blog.

 

Een wolkenverschijning

Sinds het de dag voor de veertiende juli was
Tegen vier uur in de middag
Liep ik de straat af om de kunstenmakers te zien

Je ziet ze niet zo veel meer in Parijs
Die lui die buiten hun kunstjes doen
Toen ik jong was zag je ze vaker dan vandaag
Ze zijn massaal uit de stad weggegaan

Ik nam de boulevard Saint-Germain
En op een klein pleintje gelegen tussen Saint-Germain-des-Prés en het standbeeld van Danton
Daar trof ik de kunstenmakers

Een menigte omringde hen stil en geduldig wachtend
Ik zocht een goed plekje in die kring om alles te zien
Geweldige gewichten
Belgische steden met uitgestrekte arm opgetild door een Russische arbeider uit Longwy
Zwarte holle halters met als stang een gestolde rivier
Vingers rollen een sigaret zo bitter en zo heerlijk als het leven

Vele vuile tapijten bedekten de grond
Tapijten met plooien die nooit meer verdwijnen
Tapijten die bijna helemaal vervaald zijn door het stof
Waarop wat gele of groene vlekken zichtbaar blijven
Zoals een melodie die je achtervolgt

Zie je die magere wilde man die daar staat
Uit zijn grijzende baard kwam de as van zijn voorvaderen
Daarmee droeg hij zijn hele erfelijkheid in ’t gelaat
Hij leek te mijmeren over de toekomst
Terwijl hij werktuigelijk draaide aan een orgel
Dat wonderlijk jammerde met een trage stem
Met geklok en gekras en een gedempt gesteun

De kunstenmakers bewogen niet
De oudste droeg een tricot in die paarsachtige roze kleur van de wangen van sommige meisjes die fris maar dichtbij de dood zijn

Dat roze nestelt zich vooral in de plooien die hun monden vaak omringen
Of bij de neusvleugels
’t Is een roze vol van verraad

Die man droeg dus zo de vuile kleur
Van zijn longen op zijn rug

Armen armen overal gingen op wacht staan
De tweede kunstenmaker
Had als kleding alleen zijn schaduw
Ik keek langdurig naar hem
Zijn gezicht ontgaat mij helemaal
’t Is een man zonder hoofd

Een ander tot slot leek op een straatschooier
Op een gangster goed en een schoft tegelijk
Met zijn opgeblazen broek en met zijn sokophouders
Leek hij zo niet sprekend op een pooier trouwens

De muziek stopte en er startten onderhandelingen met het publiek
Dat op het kleed in centen opgeteld tweeëneenhalve franc neerwierp
In plaats van de drie franc die de ouwe als prijs had vastgesteld

Maar toen duidelijk was dat er niemand meer iets zou betalen
Besloot men om toch met de show te beginnen
Van onder het orgel kwam een piepkleine kunstenmaker gekleed in pulmonaal roze
Met een randje van bont om de pols en om de enkels
Hij slaakte korte kreten
En groette ons allen vriendelijk met gebogen armen
Handen gespreid

Klaar voor een kniebuiging met één been naar achteren
Salueerde hij zo richting de vier windstreken
En toen hij op een bal liep
Werd zijn dunne lijf zulk een fijnzinnige muziek dat niemand in het publiek er ongevoelig voor bleef
Een kleine onmenselijke geest
Dacht iedereen
En deze muziek van vormen
Vernielde die van van het mechanisch orgel
Gedraaid door de man met zijn voorgeslacht op het gezicht

De kleine kunstenmaker maakte een radslag
Met zo’n harmonie
Dat ’t orgel stopte met spelen
En de orgelspeler verborg zijn gezicht in zijn handen
Zijn vingers leken afstammelingen van zijn bestemming
Miniatuurfoetussen kwamen uit zijn baard
Nieuw gegil van roodhuiden
Engelenmuziek van bomen
Verdwijning van het kind

De kunstenmakers hieven hun halters met gestrekte armen
Ze jongleerden met de gewichten

Maar elke toeschouwer zocht in zichzelf het wonderbaarlijke kind
Eeuw o eeuw van wolken

 

 

Vertaald door Wouter van der Land

 

 

2718269-83532aba536fdfdf5eb63a81f51bb566.jpg
Guillaume Apollinaire (26 augustus 1880 – 9 november 1918)
La Muse inspirant le poète (dubbelportret van Apollinaire met zijn minnares Marie Laurencin) door Henri Rousseau, 1909

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 26e augustus ook mijn blog van 26 augustus 2023 en ook mijn blog van 26 augustus 2021 en ook mijn blog van 26 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 26 augustus 2018 deel 1 en eveneens deel 2.




Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Martin Amis, Charles Wright, David Szalay

De Engelse schrijver Martin Amis werd geboren op 25 augustus 1949 in Cardiff, South Wales. Zie ook alle tags voor Martin Amis op dit blog.

Uit: The Rub of Time: Bellow, Nabokov, Hitchens, Travolta, Trump.

“Saul Bellow, As Opposed to Henry James
Whereas English poetry ‘fears no one’, E.M. Forster wrote in 1927, English fic-tion ‘is less triumphant’: there remained the little matter of the Russians and the French. Forster published his last novel, A Passage to India, in 1924, but he lived on until 1970 – long enough to witness a profound rearrangement in the balance of power. Russian fiction, as dementedly robust as ever in the early years of the century (Bulgakov, Zamyatin, Bely, Bunin), had been wiped off the face of the earth; French fiction seemed to have strayed into philosophical and essayistic peripheries; and English fiction (which still awaited the crucial in-fusion from the ‘colonials’) felt, well, hopelessly English – hopelessly inert and inbred. Meanwhile, and as if in obedience to the political reality, American fic-tion was assuming its manifest destiny. The American novel, having become dominant, was in turn dominated by the Jewish-American novel, and everybody knows who dominated that: Saul Bel-low. His was and is a pre-eminence that rests not on sales figures and honorary degrees, not on rosettes and sashes, but on incontestable legitimacy. To hold otherwise is to waste your breath. Bellow sees more than we see – sees, hears, smells, tastes, touches. Compared to him, the rest of us are only fitfully sentient; and intellectually, too, his sentences simply weigh more than anybody else’s. John Updike and Philip Roth, the two writers in perhaps the strongest position
to rival Bellow, or to succeed him, have both acknowledged that his seniority is not merely a question of Anno Domini. Egomania is an ingredient of literary talent, and a burdensome one: the egomaniacal reverie is not, as many suppose, a stupor of self-satisfaction; it is more like a state of red alert. Yet American writers, in particular, are surprisingly level-headed about hierarchy. John Berry-man claimed he was ‘comfortable’ playing second fiddle to Robert Lowell; and when that old flagship Robert Frost sank to the bottom, in 1963, he said impulsively (and unsentimentally), ‘It’s scary. Who’s number one?’ But that was just a rush of blood. Berryman knew his proper place. Rather impertinently, perhaps, you could summarise the preoccupations of the Jewish-American novel in one word: ‘shiksas’ (literally, ‘detested things’). It transpired that there was something uniquely riveting about the conflict between the Jewish sensibility and the temptations – the inevitabilities – of materialist America.”

 

2717796-f1363f1eb0c0173a6a278307b3d2f796.png
Martin Amis (25 augustus 1949 – 19 mei 2023)

 

 

De Amerikaanse dichter Charles Wright werd geboren op 25 augustus 1935 in Pickwick Dam, Tennessee. Zie ook alle tags voor Charles Wright op dit blog.

 

 

Diep in de mijnen

Want ik ben iemand die bestaat uit het onverdeelde,
zei hij, en ik ben vervuld van licht.
En duisternis is daar,
waar de verdeelden staan.

Hardnekkige woorden, Geweldige, harde woorden.
Witte wolken pakken zich samen langs de bergkam.
Onder de aarde zijn we ver van huis,
of juist dichterbij.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

2717796-08ec8f32076d5452d0d02e2537bdad7c.jpg
Charles Wright (Pickwick Dam, 25 augustus 1935)

 

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Hongaars-Britse schrijver David Szalay werd geboren in 1974 in Montreal, Canada. Zie ook alle tags voor David Szalay op dit blog.

Uit: Het vlees (Vertaald door Auke Leistra)

“Als hij vijftien is, verhuist hij met zijn moeder naar een nieuwe stad en begint hij op een nieuwe school. Dat is niet makkelijk op die leeftijd – de verhoudingen op school liggen al vast en het kost hem moeite om vrienden te maken. Na enige tijd heeft hij met één jongen vriendschap gesloten, ook een eenling. Soms hangen ze na school samen rond in het nieuwe, typisch westerse winkelcentrum dat niet lang daarvoor geopend is. Heb jij het ooit gedaan?' waagt zijn vriend.Nee; zegt lstván. ‘lk ook niet; zegt zijn vriend, en op een of andere manier lijkt het of het niet eens zo moeilijk is dat toe te geven. Hij praat heel eenvoudig, heel natuurlijk over seks. Hij vertelt lstván over welke meisjes op school hij fantaseert, en wat hij in zijn fantasie met ze doet. Hij zegt dat hij zich vaak vier of vijf keer op een dag aftrekt, wat lstván het gevoel geeft dat hij tekortschiet, aangezien hij het maar één of twee keer doet. Als hij dat bekent, zegt zijn vriend: lij hebt waarschijnlijk een minder sterke behoefte aan seks: Misschien is dat wel zo, weet hij veel. Hij heeft geen idee hoe het voor andere mensen is. Hij kent alleen zijn eigen ervaring. Op een dag vertelt zijn vriend dat hij het gedaan heeft met een meisje dat aan de andere kant van het spoor woont. Het nieuws heeft iets desoriënterends.
István luistert als zijn vriend, vrij gedetailleerd, beschrijft wat er gebeurd is. Hij probeert uit te vogelen of zijn vriend de waarheid spreekt of dat hij liegt. Hij zou liever hebben dat hij loog, maar heeft toch het idee dat hij waarschijnlijk de waarheid spreekt. Sommige dingen die hij zegt zijn te specifiek, te verrassend, die kan hij nooit verzonnen hebben. Dan, een paar dagen later, zegt hij dat hij het meisje heeft gesproken en dat ze gezegd heeft dat ze het ook wel met lstván wou doen. ‘Serieus?’ zegt lstván. la; zegt zijn vriend. lstván weet niet of hij bedoelt alle drie samen, of alleen hij met dat meisje. Hij is niet zelfverzekerd genoeg om het te wagen. Diezelfde dag lopen ze na schooltijd over de voetgangersbrug naar de andere kant van het spoor. Het begint al donker te worden.”

 

2717796-9d469da171339d15d0815eb58b944bc3.JPG
David Szalay (Montreal, 1974)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 25e augustus ook mijn blog van 25 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 25 augustus 2018 deel 1 en eveneens deel 2.



Geschreven door Romenu om 16:29 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten