Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 14 september 2026 tot 15 september 2026

Chimamanda Ngozi Adichie, Gunnar Ekelöf

De Nigeriaanse schrijfster Chimamanda Ngozi Adichie werd geboren op 15 september 1977 in Enugu. Zie ook alle tags voor Chimamanda Ngozi Adichie op dit blog.

Uit: Dream count (Vertaald door Adiëlle Westercappel)

“Ik heb er altijd naar verlangd om te worden gezien voor wie ik ben, om écht te worden gezien door een ander mens. Soms leven we jarenlang met verlangens die we niet kunnen verwoorden. Tot er een scheurtje in de lucht ontstaat en de hemd openbreekt en zichzelf aan ons openbaart, zoals met de pandemie, want het was tijdens de lockdown dat ik mijn leven begon uit te pluizen en woorden schonk aan zaken die lang niet in woorden konden worden uitgedrukt. Mijn oorspronkelijke bedoeling was om optimaal gebruik te maken van deze collectieve afzondering; als ik toch alleen maar binnen mocht blijven, zou ik elke dag mijn broze edges insmeren met olie, acht grote glazen water drinken, op de loopband rennen, overdadig lang slapen en dure serums op mijn huid deppen. Ik zou nieuwe reisverhalen schrijven op basis van ongebruikte kladjes die lagen te verstollen en als de lockdown lang genoeg zou duren, zou dat misschien eindelijk dat duwtje zijn dat ik nog nodig had voor een heel boek. Maar al in de eerste week belandde ik in een neerwaartse spiraal, verdween ik almaar dieper in een eindeloze tunnel. Woorden en waarschuwingen walsten om me heen en het voelde alsof alle vooruitgang die we als mensheid hadden geboekt omsloeg naar een eeuwenoude staat van verwarring die nu al lang en breed voorbijgestreefd had moeten zijn. Raak je gezicht niet aan, was je handen, ga niet naar buiten, gebruik ontsmettingsmiddel, was je handen, ga niet naar buiten, raak je gezicht niet aan. Wanneer ik mijn gezicht waste, telde het dan als aanraken? Ik gebruikte altijd een washandje, maar op een ochtend streek ik per ongeluk met mijn blote hand langs mijn wang en verstijfde ik terwijl het water uit de kraan bleef lopen. Het deed er niet toe, vast niet, ik was immers nooit naar buiten geweest, maar wat betekende ‘raak je gezicht niet aan’ en ‘was je handen’ wanneer niemand wist hoe dit was begonnen en wanneer het zou eindigen of zelfs maar wat het eigenlijk was? Ik werd elke dag in doodsangst wakker met een hart dat onwillekeurig in mijn borstkas bonkte en soms drukte ik mijn hand ertegenaan en hield hem daar even. Ik zat alleen in mijn huis in Maryland, in de kleinsteedse kalmte, met benauwende wegen begrensd door bomen die zelf leken geluwd door de stilte. Er reden geen auto’s. Ik keek naar buiten en zag een kudde herten voorbij schrijden over het veld dat mijn voortuin was. Een stuk of tien herten, misschien wel vijftien, heel wat anders dan de eenling die ik af en toe schichtig in het gras zag grazen. Ik werd bang van ze, van hun ongebruikelijke bravoure, alsof mijn wereld op het punt stond te worden overgenomen, niet alleen door herten maar door andere wezens die op de loer lagen en waarvan ik me geen voorstelling kon maken.”

 

2720975-ab77f03a13ef50ee09578fe5c0a6ac40.jpg
Chimamanda Ngozi Adichie (Enugu, 15 september 1977)

 

 

De Zweedse dichter en schrijver Bengt Gunnar Ekelöf werd geboren op 15 september 1907 in Stockholm. Zie ook alle tags voor Gunnar Ekelöf op dit blog.

 

 

Euforie

Je zit alleen in de tuin met een zakboek, een broodje, je fles en je pijp.
Het is nacht maar zo kalm dat de kaars zonder flikkering brandt,
een weerschijn over de ruw-planken tafel verspreidt
en glinstert in fles en glas.

Je neemt een slok, een hap, je stopt je pijp en steekt hem aan.
Je schrijft een paar regels en overpeinst een ogenblik
de veeg van avondrood op weg naar morgenrood,
de zee van wilde kervel, groenwit schuimend in de schemer van de zomernacht,
geen vlinder om de kaars maar muggenkoren in de eik,
de bladeren verstild in de lucht… En de esp die in windstilte ritselt:
De hele natuur krachtig in liefde en dood om je heen.

Als was het de laatste avond voor een lange, lange reis:
Je hebt het biljet in je zak en eindelijk alles gepakt.
En je kunt de nabijheid van verre landen voelen,
hoe alles in alles begrepen is, begin en eind tegelijk,
hoe hier en nu je vertrek en je thuiskomst zijn,
hoe dood en leven krachtig als wijn in je werken!

Ja, één zijn met de nacht, één met mijzelf, met de kaarsvlam
die mij stil in de ogen ziet, ondoorgrondelijk en stil,
één met de esp die beeft en fluistert,
één met de bloemschermen die uit de duisternis leunen en luisteren
naar wat op de punt van mijn tong lag maar nooit werd gezegd,
iets dat ik niet zou verraden zelfs als het kon.
En dat het zuiverste geluk mij doorstroomt!

En de vlam klimt… Alsof de bloemen steeds dichterbij kwamen,
dichter en dichter, in iriserende glans, bij het licht.
Een huivering speelt door de esp, het avondrood krimpt
en alles wat onuitsprekelijk en ver was is onuitsprekelijk nabij.

 

Vertaald door Rita Verschuur en H.C. ten Berge

 

2720975-ad7dfef80958e1af1b6a36b86cd45180.jpg
Gunnar Ekelöf (15 september 1907 – 16 maart 1968)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 15e september ook mijn blog van 15 september 2021 en ook mijn blog van 15 september 2020 en eveneens mijn blog van 15 september 2018 en ook mijn blog van 19 september 2011 deel 1 en eveneens deel 2.



Geschreven door Romenu om 17:28 Reageer op dit bericht

Jenny Colgan, William Carlos Williams

De Schotse schrijfster Jenny Colgan werd geboren op 14 september 1972 in Prestwick, Ayrshire. Zie ook alle tags voor Jenny Colgan op dit blog.

Uit: Boven de wolken (Vertaald door Inge Pieters)

“Mijn overgrootvader, gezagvoerder Ranald Murdo MacIntyre van het City of Aberdeen Auxiliary Squadron 612 van de Royal Air Force, was niet zo groot. De meeste mensen vermoedden dat hij daarom zo’n fel mannetje was.
Hij was wel stevig, met een compact hoofd en een blik die je bijna uitdaagde om tegen hem in te gaan, als je de consequenties tenminste aandurfde. Hij was een van die mannen voor wie de oorlog een geweldige tijd was geweest, een groot avontuur dat zijn smalle kijk op de wereld vanuit een klein stadje aan de Schotse noordkust openbrak.
Hij ging meteen in dienst, bij de luchtmacht, in een tijd dat de levensverwachting voor RAF-jongens een maand of zes was. De eerste keer dat hij opsteeg in een Spitfire was hij meteen verkocht. Hij vloog zonder een spoor van angst alles en iedereen tegemoet bij de verdediging van de Firth of Forth en scheerde vaker dan strikt noodzakelijk gevaarlijk dicht langs zijn aartsvijanden – niet de Luftwaffe, grappig genoeg, maar 602, het Glasgow Auxiliary Squadron, hun rivalen van de westkust.
Vlak voordat zijn zes maanden erop zaten en de statistiek hem te pakken kreeg – niet dat Ranald MacIntyre daar veel mee ophad – zette de RAF hem in Leuchars aan de grond om de volgende lichting op te leiden, en de volgende, een taak die hij uitvoerde met hetzelfde felle enthousiasme waarmee hij het hemelruim had bestormd. En toen de oorlog voorbij was, was de kans dat hij weer aan het werk zou gaan op het keuterboerderijtje van zijn familie definitief verkeken.
Hij vond een vliegtuigje, een Cessna die hij ergens op de kop had getikt – volgens de verhalen zou het heel goed kunnen dat de RAF hem dat ding gegeven had, gewoon om van hem af te zijn, aangezien zijn lessen in suïcidale heldenmoed voor piloten na de oorlog een iets minder populair onderdeel waren dan voorheen – en begon meteen een luchtvaartdienst in de archipel, de majestueuze keten van eilanden die boven de noordkust van Schotland uitwaaiert en die tot dan toe alleen met het vasteland was verbonden via niet al te regelmatige veerpontverbindingen, of vaak gewoon met zeil- en roeibootjes.
De eilanden vonden dat ze het prima in hun eentje redden, dank u hartelijk, en dat ze deze goddeloze, lawaaiige, naar olie stinkende verstoring in hun jaarritme niet nodig hadden, tot ze het steeds handiger begonnen te vinden om een krant in handen te krijgen die maar één dag oud was, of dat ze naar de dokter konden, of zelfs een dagje uit konden plannen in de verleidelijke grote steden Oban en Inverness, met hun flonkerende lichtjes.”

 

2720831-817570d1be1bef2968b647fa6348c18e.jpg
Jenny Colgan (Prestwick, 14 september 1972)

 

 

De Amerikaanse dichter William Carlos Williams werd geboren in Rutherford (New Jersey) op 17 september 1883. Zie ook alle tags voor William Carlos Williams op dit blog.

 

Het gedicht

Alles zit hem in
de toon. Een lied.
Zelden een lied. Het moet

een lied zijn – bestaand uit
concrete dingen, wespen,
een gentiaan – iets
directs, een open

schaar, de ogen
van een dame – wakker
centrifugaal, centripetaal

 

 

Vertaald door Huub Beurskens

 

 

2720831-5f4fb8332c14c55092500f6a3f8c9637.png
William Carlos Williams (17 september 1883 – 4 maart 1963)
In 1938

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 14e september ook mijn blog van 14 september 2020 en eveneens mijn blog van 14 september 2018 en ook  mijn blog van 14 september 2017 en ook mijn blog van 14 september 2015.

Geschreven door Romenu om 16:18 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten