Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Joost van den Vondel, Christopher Paolini, Max Barthel, Pierre Véry

De Nederlandse dichter en schrijver Joost van den Vondel werd geboren op 17 november 1587 in Keulen. Zie ook Zie ook alle tags voor Joost van den Vondel op dit blog.



Op Amstelredam


Het IJ en d'Amstel voeren de hoofdstad van Europe,
Gekroond tot Keizerin, des nabuurs steun en hope,
Amstelredam, die 't hoofd verheft aan 's hemels as,
En schiet, op Pluto's borst, haar wortels door 't moeras.
Wat waatren worden niet beschaduwd van haar zeilen?
Op welke markten gaat zij niet haar waren weilen?
Wat volken ziet ze niet beschijnen van de maan,
Zij die zelf wetten stelt de ganse Oceaan?
Zij breidt haar vleugels uit, door aanwas veler zielen,
En sleept de wereld in, met overladen kielen.
De welvaart stut haar Staat, zo lang d'aanzienlijkheid
Des Raads gewetens dwang zijn boze wil ontzeit.




Zomermaand


Bedaagde Zomermaand, men laat geen schaap verlegen;
Indien het gaat vermast, zo neem het op uw schoot:
Maar scheert gij ’t om de wol, zo scheer het niet te bloot,
En was het wit als sneeuw, dat u de Hemel zegen’.
Drijf, vroeg en spa, de kudde in ’t veld, en naar het hok:
Zij loont u met haar melk, en spier, en ruige lok.




Klachten des Poëets


Wat ramp, wat ongeluk plaagt nog mijn grijze haren!
Wat schande moet mij nog, eilacy! wedervaren!
Wat droefheid, wat verdriet, wat leed komt mij nog aan,
In dees mijn wintertijd, die haast zou zijn gedaan!
Wanneer ik overdenk èn ’tgeen ik was vóór dezen,
En wat ik, tot mijn smaad, moet tegenwoordig wezen;
Wanneer ik mij bezie in dees mijn hoogste nood,

Mijn lijden is te zwaar, mijn ongeluk te groot.
Maar doch, indien mij ’t leed, indien de hoge stromen
Van zo veel lijdens mij zal moeten overkomen,
Ik lijd ze, zo ik kan, ik wacht ze met geduld,
Ik voeg mij na de tijd, hoe ’t ongeval ook brult.
Maar gij, Mary! en gij, o rei der Heil’ge Maagden!
Die ’t al, èn lijf èn goed, ook voor de Godsdienst waagden,
Ai, ziet mij gunstig aan, hebt achting op mijn druk
Hebt meelij met mijn lot, en dit mijn ongeluk!
U heb ik toevertrouwd, U heb ik, al mijn dagen,
Nadat ik ben verlicht, mijn liefde toegedragen;
’k Heb U mij toegewijd, en U ik mij nog geef
Ai, maakt weer (want gij kunt), dat ’k eeuwig met U leef!




1033859-111fdbcc08cc627ac7adf0cf20699283.jpg
Joost van den Vondel (17 november 1587 – 5 februari 1679)

Borstbeeld door Lucas Hoek






De Amerikaanse schrijver
Christopher Paolini werd geboren in Los Angeles County, California, op 17 november 1983. Zie ook mijn blog van 17 november 2008 en ook mijn blog van 17 november 2009 en ook mijn blog van 17 november 2010.


Uit:
Eragon


“Eragon stood with quiet assurance in the dusky moonlight, then strode into the forest toward a glen where he was sure the deer would rest. The trees blocked the sky from view and cast feathery shadows on the ground. He looked at the tracks only occasionally; he knew the way.

At the glen, he strung his bow with a sure touch, then drew three arrows and nocked one, holding the others in his left hand. The moonlight revealed twenty or so motionless lumps where the deer lay in the grass. The doe he wanted was at the edge of the herd, her left foreleg stretched out awkwardly.

Eragon slowly crept closer, keeping the bow ready. All his work of the past three days had led to this moment. He took a last steadying breath and—an explosion shattered the night.

The herd bolted. Eragon lunged forward, racing through the grass as a fiery wind surged past his cheek. He slid to a stop and loosed an arrow at the bounding doe. It missed by a finger’s breadth and hissed into darkness. He cursed and spun around, instinctively nocking another arrow.

Behind him, where the deer had been, smoldered a large circle of grass and trees. Many of the pines stood bare of their needles. The grass outside the charring was flattened. A wisp of smoke curled in the air, carrying a burnt smell. In the center of the blast radius lay a polished blue stone. Mist snaked across the scorched area and swirled insubstantial tendrils over the stone.

Eragon watched for danger for several long minutes, but the only thing that moved was the mist. Cautiously, he released the tension from his bow and moved forward. Moonlight cast him in pale shadow as he stopped before the stone. He nudged it with an arrow, then jumped back. Nothing happened, so he warily picked it up.”




1033859-4dec3e720b7f33d94439865cf90a5041.jpg
Christopher Paolini (
Los Angeles County, 17 november 1983)






De Duitse dichter en schrijver
Max Barthel werd geboren in Dresden-Loschwitz op 17 november 1893. Zie ook mijn blog van 17 november 2008 en ook mijn blog van 17 november 2010.



Der sterbende Soldat


Ich hungerte stets vor den tragenden Stufen
vor dem Tor, das zur Erfüllung führt -
da hat mich der Krieg zu sich gerufen
und hat mich mit allem Hass geschürt. [...]
Verdammt, so ein Hund mit schwarzer Mähne
schlug mir aufbrüllend den Schädel entzwei.
Das Blut quoll bitter durch meine Zähne
ich gurgelte im wehen Geschrei.




1033859-4983b4fbb7610602eea006275da75881.jpg
Max Barthel (17 november 1893 – 28 juni 1975)





Zie voor onderstaande schrijver ook
mijn blog van 17 november 2010.


De Franse schrijver
Pierre Véry werd op 17 november 1900 in Bellon geboren. Zie ook mijn blog van 17 november 2009.

Geschreven door Romenu om 20:36 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

De blogger leest alles eerst na: je tekst verschijnt zodra die goedgekeurd is.

José Saramago, Craig Arnold, Renate Rubinstein, Danny Wallace

De Portugese schrijver José Saramago werd geboren op 16 november 1922 in het dorpje Azinhaga in de provincie Ribatejo. Zie ook alle tags voor José Saramago op dit blog.

 

Uit: Die portugiesische Reise (Vertaald door Karin en Nicolai von Schweder-Schreiner)

 

„Der Grenzbeamte kann sich nicht erinnern, so etwas schon einmal erlebt zu haben. Dieses ist der erste Reisende, der mitten auf dem Weg den Wagen anhält, mit dem Motor schon in Portugal, aber dem Tank noch in Spanien, und auf genau dem Zentimeter aus dem Fenster sieht, auf dem die unsichtbare Grenze verläuft. Und nun hört man über den dunklen, tiefen Wassern, zwischen den hohen Felswänden, die das Echo hin und her werfen, die Stimme des Reisenden, der zu

den Fischen im Fluss predigt:

«Kommt her, Fische, ihr vom rechten Ufer, die ihr aus dem Rio Douro stammt, und ihr vom linken Ufer aus dem Rio Duero, kommt alle her und sagt mir: Welche Sprache sprecht ihr, wenn ihr die Unterwassergrenzen kreuzt? Und habt auch ihr dort unten Pass und Stempel? Hier stehe ich

und blicke von der Talsperre hier oben zu euch herab, und ihr hinauf zu mir, die ihr in diesen sich mischenden Wassern lebt und bald auf der einen, bald auf der anderen Seite seid, eine große Bruderschaft von Fischen, die einander fressen, weil sie hungrig sind, und nicht, weil es der Patriotismus verlangt.

Erteilt mir, Fische, eine klare Lektion, auf dass ich sie nicht beim zweiten Schritt, den ich auf dieser meiner Reise nach Portugal tue, vergesse, denn ihr müsst wissen: Von Ort zu Ort will ich darauf achten, was gleich ist und was verschieden, mit der Einschränkung, die nur allzu menschlich und

auch euch Fischen nicht fremd ist, dass auch der Reisende Vorlieben und Sympathien hat und nicht der universellen Liebe verpflichtet ist, welche das auch nicht von ihm verlangt.

Von euch schließlich, Fische, möchte ich mich verabschieden, bis irgendwann einmal, lebt euer Leben, solange die Fischer nicht vorbeikommen, schwimmt glücklich umher und wünscht mir eine gute Reise, auf Wiedersehen, Adieu.»

 

 

 

1033163-0f927e4ff1861124be63f4afb8b51d6c.jpg
José Saramago (Azinhaga, 16 november 1922)

 

 

 


De Amerikaanse dichter
Craig Arnold werd geboren op 16 november 1967 in Temple,Californië. Zie ook mijn blog van 16 november 2008 en ook mijn blog van 16 november 2009 en ook mijn blog van 16 november 2010.

 

Made Flesh

 

FALL creeps like a slow flame
over a maple   limb by limb
leaves that once fanned their hands
open   wanting to put themselves
all over everything   begin to glow
brave vermillion and lively yellow
let at last their fingers curl
into the palm   and let go

The same fire is touching us
around the edges   licking wrinkles
into the corners of our eyes
making the skin inside our elbows
silky as old coins
      And when we lie
together   and I feel your bones
blaze    and the rose of your face unfolds
and the incandescence of your skin
crackles   like the paper at the tip
of a drawn-on cigarette   and dies
in a final fluttering of ash

Then   then we feel death
as the deepest coming   then we ease unhurried
into the bud of body   then we learn
little by little   to relinquish
gracefully   and less afraid
each time   to let each other slip
slowly out of our clasp   made
fire   made flower   made flesh.

 

 

 

1033163-09d2ab94b39f1c75856aeda86e16ca0e.jpg
Craig Arnold (16 november 1967 – 27 april 2009)

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijfster en journaliste Renate Rubinstein werd geboren op 16 november 1929 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Renate Rubinstein op dit blog.

 

Uit: Van Geel

 

„Ik ben natuurlijk geneigd te denken dat speciaal ik te dom ben om niet uit mijzelf te begrijpen wat Vasalis zo goed toelicht. Maar ik zie, ik ben de enige niet. Anthonie Donker, toch zelf eens een dichter, meent in zijn stuk dat in RAAM staat, dat Van Geel zozeer alleen over de natuur schrijft dat hij zelf wel natuur geworden lijkt. Hij citeert van Van Geel:

 

Ik hoorde lopen in de bladeren

 of vechten om elkander vast te houden?

 Stilzwijgende ronde nooit buiten adem.

 

En schrijft dan: ‘Er is in deze verzen geen verkeer meer met mensen en zelfs nauwelijks meer met zichzelf’. Het kost mij, na wat Vasalis schreef, geen moeite meer om te zien dat ook deze regels weer over mensen gaan en over een toestand in de dichter zelf.

Voor een vrolijke noot in dit nummer zorgt Wiel Kusters, in een stuk dat, ongewild, een Nabokoviaanse pastiche op de poëzieduider lijkt: een man die, koste wat koste, elk gedicht en bij voorkeur het minst toepasselijke, interpreteren wil naar zijn eigen idee fixe. Want Van Geel heeft bij uitzondering ook eens een gedicht geschreven dat niet over een dier of plant gaat, maar over een vrouw. Het heet dan ook ‘Portret’. ‘Een zangeres uit volle borst’, ‘Een gouden bromtol is ze die de lucht omspint, een egel van muziek’, etc. En juist van dit gedicht toont Kusters nu aan, met eindeloze weerlegging van elke tegenstrijdigheid, dat het helemaal niet over een vrouw gaat, maar alweer over een plant, de Lange Zonnedauw of Drosera angelica, een insektenetend heideplantje. Intussen houd je, als toeschouwer van deze merlijnse akrobatiek wel je hart vast, want de vrouw uit dit Portret, wordt ook nog genoemd ‘een vrolijk spinrok’ (wat Kusters ziet als een bevestiging van zijn duiding, omdat een spin immers insekten eet) en de bundel waar het gedicht in staat heet ‘Spinroc en andere verzen’ en is tot overmaat van ramp ook nog opgedragen aan Thérèse Cornips, wat omgekeerd gelezen Spinroc is. Dat is pijnlijk voor die man, straks wijst iemand hem erop. Overbodige fijngevoeligheid. Want in een voetnoot aan het eind van zijn stuk, geeft Kusters er blijk van dit nu ook te weten, omdat iemand van het Limburgs Dagblad het hem verteld heeft, maar het kan hem niet bommen: ‘Het is echter niet mijn bedoeling biografische gegevens, wanneer dit hier al zou kunnen, in mijn interpretatie te betrekken’. Sommige mensen zijn wel erg moeilijk te ontmoedigen.“

 

 

 1033163-4735ab0d73222a4b6b8bc79769ab70d6.jpg

Renate Rubinstein (16 november 1929 – 23 november 1990)

 

 

 

 

De Schotse schrijver, humorist, radio-en televisie presentator Daniel Frederick Wallace werd geboren op 16 november 1976 in Dundee. Zie ook mijn blog van 16 november 2008 en ook mijn blog van 16 november 2009 en ook mijn blog van 16 november 2010.

 

Uit: Yes Man

 

"Ian...I'm trying to tell you about my life-changing moment, and you're going on about Jesus in a pound shop."

"Sorry, go on. So there was this bloke on a bus last week, who wasn't a deity or a son of God, and then there was also your diary?"

Yes. There was also my diary. High up on the list, right under the bus, was my diary. A diary I had only started because I was afraid I would forget all the wonderful things I was doing. All the dazzling, crazy, hazy times. The important times, the carefree times, the times I'd look back on as the times of my life. Only when I flicked through it did I realise there was nothing to forget. Or, rather, nothing worth remembering.

Things had been different last year. Last year was a year of adventure. Of fun. Of friends. Six months into a new year I'd slowly begun to realise that all my stories were about last year. All my memories, too. I'd been cruising on past glories, dining out on better times. Well, that's not strictly true. Not true at all. I'd been dining in on them.

For a number of months I'd been labouring under the impression that everything in my life was fine. I was a single man in his midtwenties, living in one of the most exciting cities in the world. Turns out I was a single man in his pants, sitting in his flat.

It had happened to me once before, this strange sense of midtwenties crisis, but it had happened when I'd lacked direction. These days I had direction. Plenty of it. But the direction was down.

In my mind I was one of London's young, thrusting urbanites. In my mind I was always on the go, always had somewhere to be, always in the thick of things. I thought I was like something out of an advert. I probably even thought I had a moped.

I couldn't have been more wrong. Especially about the moped.

And this is what I would finally realise after I got home from talking to the man on the bus.

I'd ended up talking to the man on the bus quite by chance.

It was, until that moment, just another day working in the West End, followed by just another dash to the Tube station in what was just another hopeless attempt to beat the rush hour and get home without spending an hour on a crowded train with my cheeks pressed up against a stranger's nipples, receiving severe paper cuts every time they turned a page of their book.

 

 

 

 1033163-40f0e525d7a873b2f2d0d438dd8cab7f.jpg

Danny Wallace (Dundee, 16 november 1976)

 

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 16e november ook mijn vorige blog van vandaag.
Geschreven door Romenu om 21:11 Reageer op dit bericht

Anton Koolhaas, Chinua Achebe, Hugo Dittberner, Andrea Barrett, Henri Charrière, Jónas Hallgrímsson, Max Zimmering, Birgitta Arens

De Nederlandse schrijver Anton Koolhaas werd op 16 november 1912 in Utrecht. Zie ook alle tags voor Anton Koolhaas op dit blog.

 

Uit: Alle dierenverhalen

 

„Nu greep hij toe en op hetzelfde ogenblik was het water van de rivier van bodem tot oppervlakte in heftige beweging.

Hij greep Strilnok krakend en schurend in een zij, zodat dit beest, als zat het aan een staaldraad die hem zegevierend boven water trok, met een wrikkende beweging van zijn staart zich naar boven stootte. Uit het water schoot recht omhoog een groot deel van het lijf van Strilnok met de muil van Stroenil in de geelachtige flank gebeten. Zo hoog schoot het beest uit het water, dat ook van Stroenil een goed deel boven de oppervlakte verscheen, midden in het wilde golvende en spattende water. Van Stroenil stak echter nog een groter stuk onder water dan van het beest dat hij klem had, zodat hij met een wervelende beweging van zijn staart groter kracht kon zetten dan de ander. Hij boog zich vlug met zijn kop weer naar het water toe en wendde daarbij het lijf van zijn tegenstander met de andere zijkant naar onderen in het water terug en begon nu met zijn kop te schudden om

de flank van Strilnok open te scheuren, intussen zijn kaken klemmend met een verschroeiende kracht.

Nu wierp Strilnok zich opnieuw op en hij schudde het lijf om de kaken van Stroenil te verwrikken. Hij kon ineens gebruik maken van het feit dat op die manier de ogen van Stroenil binnen het bereik van zijn voorpoten kwamen. Hij plantte een nagel met zoveel kracht in een oog van Stroenil dat deze nu

los moest laten, wilde hij het niet verspelen. Strilnok wendde zich snel en dook omlaag om toe te bijten en nu grepende twee muilen in elkaar en begon een meting van rukken en schudden en bijten en doorklemmen van die beesten, die vervaarlijke kolkingen in de rivier tevoorschijn riep en ineens de hele omgeving met een sissend en daverend lawaai vervulde, alsof er twee brokken gloeiend staal werden gekoeld.“

 

 

 1033158-c189f305c6ab3b8c10e7903d1c25dae4.jpg

Anton Koolhaas (16 november 1912 – 16 december 1992)

Hier met Mies Bouwman in Mies en scène in 1968




 

 

De Nigeriaanse dichter en schrijver Chinua Achebe werd geboren op 16 november 1930 in Ogidi. Zie ook alle tags voor Chinua Achebe op dit blog.

 

Butterfly

Speed is violence
Power is violence
Weight is violence

The butterfly seeks safety in lightness
In weightless, undulating flight

But at a crossroads where mottled light
From trees falls on a brash new highway
Our convergent territories meet

I come power-packed enough for two
And the gentle butterfly offers
Itself in bright yellow sacrifice
Upon my hard silicon shield.

 

 

 1033158-e034b51e03af88a21a23786a0b97b1e7.jpg

Chinua Achebe (Ogidi, 16 november 1930)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver, dichter en essayist Hugo Dittberner werd geboren op 16 november 1944 in Gieboldehausen. Zie ook alle tags voor Hugo Dittberner op dit blog.

 

 

In Märkischer Schweiz?

Mit dem Kalauer Altbrecht
zum Gipfel gebracht
such ich Blumen und Wolken
im schön gehaltenen Ausblick

Das Ich ist noch da
und gedenkt der Expeditionen
mit großen Verwandten
Namen klirren im Off

Ein Leider nimmt Maß
das erbärmliche Telefon
Sofort kommt die Laune
ins Finale Schlägt sich zum Wind

Ich hätte abnehmen müssen
sagt wer Den Hörer und all das
In einer Welt ohne Geschwister
vertraut er Gewässern

Jetzt lockt Wiederholung
die Schönheit vom Steg.

 

 

 

1033158-f5464dd3c2c5d357b2d59b6d0d4db59f.jpg
Hugo Dittberner (Gieboldehausen, 16 november 1944)

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 16 november 2010.

 

 


De Amerikaanse schrijfster Andrea Barrett werd geboren in Cape Cod, Massachusetts op 16 november 1954. Zie ook mijn blog van 16 november 2008
en ook mijn blog van 16 november 2009.

 

De Franse schrijver Henri Charrière werd geboren op 16 november 1906 in Saint-Étienne-de-Lugdarès. Zie ook mijn blog van 16 november 2008.

 

De IJslandse dichter en natuurwetenschapper Jónas Hallgrímsson werd geboren op 16 november 1807 in Öxnadalur. Zie ook mijn blog van 16 november 2008.

 

De Duitse dichter en schrijver Max Zimmering werd geboren op 16 november 1909 in Pirna (Sachsen). Zie ook mijn blog van 16 november 2006. 

 

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 16 november 2008.

De Duitse schrijfster Birgitta Arens werd geboren op 16 november 1948 in Oeventrop.



Geschreven door Romenu om 21:01 Reageer op dit bericht

80 Jaar Jan Terlouw, 75 Jaar Wolf Biermann, Gerhard Hauptmann, Heinz Piontek, J. G. Ballard, Liane Dirks


80 Jaar Jan Terlouw


De Nederlandse schrijver, fysicus en voormalig politicus voor Democraten 66
Jan Terlouw werd geboren in Kamperveen op 15 november 1931. Jann Terlouw viert vandaag zijn 80e verjaardag. Zie ook mijn blog van 15 november 2010.


Uit: Oorlogswinter


„Wat was het toch allemachtig donker.

Voetje voor voetje, met één hand tastend voor zich uit, zocht Michiel zijn weg over het verharde fietspad, dat naast het karrenpad liep. In zijn andere hand droeg hij een katoenen tas, met twee flessen melk erin. ‘Nieuwe maan én zwaar bewolkt,’ mompelde hij. ‘Hier moet de boerderij van Van Ommen zijn.’ Hij tuurde naar rechts, maar hoe hij zich ook inspande, hij zag niets. De volgende keer gá ik niet meer als ik de knijpkat niet mee krijg, dacht hij. Dan zorgt Erica maar, dat ze om halfacht thuis is. ’t Is geen doen zo.

De gebeurtenissen gaven hem gelijk. Hoewel hij niet sneller liep dan een halve kilometer per uur, stootte hij met de tas tegen een van de paaltjes die hier en daar stonden, zodat de boerenwagens

niet over het fietspad konden rijden. Verdorie! Voorzichtig voelde hij met zijn hand. Nat! Een van de flessen was gebroken. Wat zonde van die kostelijke melk. Danig uit zijn humeur, maar nog behoedzamer dan eerst, ging hij verder. Mensenlief, wat zie je weinig als het zo donker is. Vijfhonderd meter van huis was hij en hij kende bij wijze van spreken iedere steen. En toch zou hij de grootste

moeite hebben om voor achten binnen te zijn.

Wacht eens even, daar zag hij een uiterst flauw lichtschijnsel. Juist, het huis van Bogaard. Die namen het niet zo nauw met de verduistering. Jammer genoeg hadden ze niet veel meer om te verduisteren

dan het licht van een kaars. Enfin, er waren nu geen paaltjes meer tot de straatweg, wist hij, en als hij eenmaal daar was, ging het gemakkelijker. Daar waren meer huizen en op de een of andere manier kwam er toch meestal wel wat licht uit. Jasses, er droop melk in zijn klomp. Liep daar iemand? Onwaarschijnlijk, ’t was op slag van achten. En om acht uur mocht er niemand meer op straat zijn. Hij voelde dat hij ander wegdek onder zijn voeten kreeg. De straatweg. Nu rechtsaf en oppassen dat hij niet in de sloot terechtkwam. Zoals hij al gedacht had, ging het nu beter. Heel, heel vaag zag hij de omtrekken van de huizen. De Ruiter, juffrouw Doeven, Zomer, de smederij, het gebouwtje van het

Groene Kruis, hij was er bijna.“



1032497-d28e0c6d67b078e9f3560b3ff5be13c8.jpg
Jan Terlouw (Kamperveen, 15 november 1931)






75 Jaar Wolf Biermann


De Duitse zanger, dichter en schrijver
Wolf Biermann werd geboren op 15 november 1936 in Hamburg. Zie ook alle tags voor Wolf Biermann op dit blog.
Wolf Biermann viert vandaag zijn 75e verjaardag.



Warte nicht auf beßre Zeiten


Manchen hör ich bitter sagen
"Sozialismus - schön und gut
Aber was man uns hier aufsetzt
Das ist der falsche Hut!"
Manchen seh ich Fäuste ballen
In der tiefen Manteltasche
Kalte Kippen auf den Lippen
Und in den Herzen Asche

Wartest du auf beßre Zeiten
Wartest du mit deinem Mut
Gleich dem Tor, der Tag für Tag
An des Flusses Ufer wartet
Bis die Wasser abgeflossen
Die doch ewig fließen

Manche raufen sich die Haare
Manche seh ich haßerfüllt
Manche seh ich in das Wolltuch
Des Schweigens eingehüllt
Manche hör ich abends jammern
"Was bringt uns der nächste Tag
An was solln wir uns noch klammern
An was? An was? An was?"

Wartest du auf beßre Zeiten
Wartest du mit deinem Mut
Gleich dem Tor, der Tag für Tag
An des Flusses Ufer wartet
Bis die Wasser abgeflossen
Die doch ewig fließen

Manche hoffen, daß des Flusses
Wasser nicht mehr fließen kann
Doch im Frühjahr, wenn das Eis taut
fängt es erst richtig an
Manche wollen diese Zeiten
wie den Winter überstehn
Doch wir müssen Schwierigkeiten
Bestehn! Bestehn! Bestehn –

Warte nicht auf beßre Zeiten
Warte nicht mit deinem Mut
Gleich dem Tor, der Tag für Tag
An des Flusses Ufer wartet
Bis die Wasser abgeflossen
Die doch ewig fließen

Viele werden dafür sorgen
daß der Sozialismus siegt
Heute! Heute, nicht erst morgen!
Freiheit kommt nie verfrüht
Und das beste Mittel gegen
Sozialismus (sag ich laut)
Ist, daß ihr den Sozialismus
AUFBAUT!!! Aufbaut! (aufbaut)

Wartet nicht auf beßre Zeiten
Wartet nicht mit eurem Mut
Gleich dem Tor, der Tag für Tag
An des Flusses Ufer wartet
Bis die Wasser abgeflossen
Die doch ewig fließen
die doch ewig fließen




1032502-dda99ab7362380c41a5ecc187400813c.jpg
Wolf Biermann (Hamburg, 15 november 1936)





De Duitse schrijver
Gerhart Hauptmann werd geboren in Obersalzbrunn (Neder-Silezië) op 15 november 1862. Zie ook mijn blog van 15 november 2008 en ook mijn blog van 15 november 2009 en ook mijn blog van 15 november 2010.


Uit:
Bahnwärter Thiel


„Allsonntäglich saß der Bahnwärter Thiel in der Kirche zu Neu-Zittau, ausgenommen die Tage, an denen er Dienst hatte oder krank war und zu Bette lag. Im Verlaufe von zehn Jahren war er zweimal krank gewesen; das eine Mal infolge eines vom Tender einer Maschine während des Vorbeifahrens herabgefallenen Stückes Kohle, welches ihn getroffen und mit zerschmettertem Bein in den Bahngraben geschleudert hatte; das andere Mal einer Weinflasche wegen, die aus dem vorüberrasenden Schnellzuge mitten auf seine Brust geflogen war. Außer diesen beiden

Unglücksfällen hatte nichts vermocht, ihn, sobald er frei war, von der Kirche fernzuhalten.

Die ersten fünf Jahre hatte er den Weg von Schön-Schornstein, einer Kolonie an der Spree, herüber nach Neu-Zittau allein machen müssen. Eines schönen Tages war er dann in Begleitung eines schmächtigen und kränklich aussehenden Frauenzimmers erschienen, die, wie die Leute meinten, zu seiner herkulischen Gestalt wenig gepaßt hatte. Und wiederum eines schönen Sonntag Nachmittags reichte er dieser selben Person am Altare der Kirche feierlich die Hand zum Bunde fürs Leben. Zwei Jahre nun saß das junge, zarte Weib ihm zur Seite in der Kirchenbank; zwei Jahre blickte ihr hohlwangiges, feines Gesicht neben seinem vom Wetter gebräunten in das uralte Gesangbuch --; und plötzlich saß der Bahnwärter wieder allein wie zuvor.

An einem der vorangegangenen Wochentage hatte die Sterbeglocke geläutet: das war das Ganze.

An dem Wärter hatte man, wie die Leute versicherten, kaum eine Veränderung wahrgenommen. Die Knöpfe seiner sauberen Sonntagsuniform waren so blank geputzt als je zuvor, seine roten Haare so wohl geölt und militärisch gescheitelt wie immer, nur daß er den breiten, behaarten Nacken ein wenig gesenkt trug und noch eifriger der Predigt lauschte oder sang, als er es früher getan hatte. Es war die allgemeine Ansicht, daß ihm der Tod seiner Frau nicht sehr nahe gegangen sei; und diese Ansicht erhielt eine Bekräftigung, als sich Thiel nach Verlauf eines Jahres zum zweiten Male, und zwar mit einem dicken und starken Frauenzimmer, einer Kuhmagd aus Alte-Grund, verheiratete.



1032497-63c4bb7b438d024b6b2b0d3a4ecb0eab.jpg
Gerhart Hauptmann (15 november 1862 - 6 juni 1946)

Portret door Lovis Corinth, 1900





De Duitse dichter en schrijver
Heinz Piontek werd geboren op 15 november 1925 Kreuzburg (Opper-Silezië). Zie ook mijn blog van 15 november 2009 en en ook mijn blog van 15 november 2010.



Bäume

für Alfred Focke


Ihr ja ihr.

Ruhig auf der dunklen
Erde fußend.

Doch verwundbar
wie wir,

die wir uns vorwärts-

kämpfen müssen.

Nützlich oder
einfach schön

und immer etwas
Neues bedeutend.

So wachsen:

in die Höhe,
in die Tiefe

und mit

ausgebreiteten Armen.




1032497-7fdc1a630c238af0815181f9faa190f5.jpg
Heinz Piontek (15 november 1925 – 26 oktober 2003)






De Britse dichter en schrijver
James Graham Ballard werd geboren in Shanghai op 15 november 1930. Zie ook
mijn blog van 15 november 2008 en ook mijn blog van 15 november 2009 en ook mijn blog van 15 november 2010.


Uit:
The Dying Fall


„Three years have passed since the collapse of the Tower of Pisa, but only now can I accept the crucial
role that I played in the destruction of this unique landmark. Over twenty tourists died as the thousands of tons of marble lost their grasp on the air and collapsed to the ground. Among them was my wife Elaine, who had climbed to the topmost tier and was looking down at me when the first visible crack appeared in the tower's base. Never were tragedy and triumph so intimately joined, as if Elaine's pride in braving the worn and slippery stairs had been punished by the unseen forces that had sustained this unbalanced mass of masonry for so many centuries.

I realise now that another element — farce — was present on that day. By chance a passing tourist on the steps of the cathedral had taken a photograph of the tower as the crack reached the third floor and a tell-tale section of cornice began its fall to earth. The photograph, endlessly published throughout the world, clearly shows the four startled tourists on the uppermost deck. Three of them are leaning back on their heels, hands raised to grip the sky, aware that the ancient campanile has moved under their feet.

Elaine, alone, has already seized the rail, and is staring at the grass waiting for her nearly two hundred feet below. Using a magnifying glass, one can see that, true to her quirky and mocking character, she shows almost no alarm. Her eyes have noticed the falling cornice, and I like to think that she is already planning to sue the municipality of Pisa for neglecting the safety of its tourists, and is collecting evidence that in due course she will present to her lawyers.

The dozen or so tourists visible on the lower floors are still making their way around its canted decks, groping past the narrow columns as they climb the 300 steps to the roof. A father and his young daughter wave to the tourists below them, two Italian sailors in uniform play the fool for their girl-friends, feigning an attack of giddiness, and an elderly couple pause to rest after climbing to the first floor, determined to complete the ascent. None of them sees the falling cornice and the fine cascade of powdered mortar.“



1032497-02d0e4df763cf7692a0331244b4a68c9.jpg
J. G. Ballard (15 november 1930 - 19 april 2009)





De Duitse dichteres en schrijfster
Liane Dirks werd geboren op 15 november 1965 in Hamburg. Zie ook alle tags voor Liane Dirks op dit blog.


Uit:
Und die liebe?frag ich sie


“Nun hab ich schon so viel gefragt, all die langen Nächte.

Sie ist müde darüber geworden und grau, der Körper sackt zusammen.

An ihren Händen trägt sie noch immer die bunten Ringe und Reifen aus Silber und künstlichem Gold. Ihr Haar ist glatt und gepflegt. Sie hat wie immer Puder aufgelegt.

Auf dem Tisch stehen ein Tee- und ein Cognacglas, mein kleines schwarzes Tonband dazwischen.

Die Vorhänge sind offen, noch ist es hell.

Die Liebe, wiederholt sie.

Ja, sage ich.

Wir werden aufhören danach, nicht wahr?

Ja, sage ich. Bitte! Noch die Liebe. Es wird das letzte sein.

Sie strafft sich, spannt die Muskeln an. Sie stöhnt erneut.

Gut, sagt sie, es gab sie. Und ich drücke den roten Aufnahmeknopf vom Tonband.

Es gab eine Nacht, ich erzähl sie dir, aber es wird unser letztes Band.

Es gab eine Nacht. Ich habe es noch nie erzählt, und ich mache es nur einmal.

Der Anfang war leicht.

Ich kam durch einen Tunnel und sah sie in der Ferne sitzen. Wie eine junge Frau auf einem Mäuerchen, die Beine übereinandergeschlagen, der linke Fuß wippte. Sie trug einen Plisseerock in den Farben Sand und Grau. Ihr Haar war kinnlang, dick und schwer, neben ihr stand ein Mann, mit dem sie kokettierte.

Das Licht war klar an jenem Tag, als hätte ich es mitgebracht von meiner Reise, und warme Luft umstrich noch meinen Körper, der mager war, und meine Seele, die wußte, daß etwas begann.

Darf ich euch vorstellen? fragte der Mann.

Sie lächelte, ich habe schon von Ihnen gehört.

Das wunderte mich, denn von mir gab es noch nicht so viel zu hören.

Wir lasen gemeinsam Texte in einer Schule vor.

Sie von einem Arbeitslosen, der sich bei der Stellenvermittlung als Schwein bewarb, ich irgend etwas in meiner Erinnerung eher Pathetisches von einer Frau, die für immer wegfahren wollte. Was ja schon ein Widerspruch in sich ist, »immer« und »weg«, weil man nicht immer weg sein kann, höchstens und bestenfalls immer da. Den Text hab ich später zerrissen.”



1032497-5a14d195661c06837c8168e0c91685b9.jpg
Liane Dirks (Hamburg, 15 november 1965)




Zie voor nog meer schrijvers van de 15e november ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 19:46 Reageer op dit bericht

Marianne Moore, Antoni Słonimski, Elizabeth Arthur, Carlo Emilio Gadda, Janus Secundus, Richmal Crompton, Emmy von Rhoden, Madeleine de Scudéry, José de Lizardi

De Amerikaanse dichteres Marianne Moore werd geboren op 15 november 1887 in Kirkwood, Missouri. Zie ook mijn blog van 15 november 2008 en ook mijn blog van 15 november 2009 en ook mijn blog van 15 november 2010.

 

 

Roses Only

 

You do not seem to realize that beauty is a liability rather

than

an asset - that in view of the fact that spirit creates form

we are justified in supposing

that you must have brains. For you, a symbol of the

unit, stiff and sharp,

conscious of surpassing by dint of native superiority and

liking for everything

self-dependent, anything an

 

ambitious civilization might produce: for you, unaided, to

attempt through sheer

reserve, to confuse presumptions resulting from

observation, is idle. You cannot make us

think you a delightful happen-so. But rose, if you are

brilliant, it

is not because your petals are the without-which-nothing

of pre-eminence. Would you not, minus

thorns, be a what-is-this, a mere

perculiarity? They are not proof against a worm, the

elements, or mildew;

but what about the predatory hand? What is brilliance

without co-ordination? Guarding the

infinitesimal pieces of your mind, compelling audience to

the remark that it is better to be forgotten than to be re-

membered too violently,

your thorns are the best part of you.

 

 

 1032489-01550674d88514cae211321527f3da8a.jpg

Marianne Moore (15 november 1887 – 5 februari 1972)

 

 

 

 

De Poolse dichter en schrijver Antoni Słonimski werd geboren op 15 november 1895 in Warschau. Zie ook mijn blog van 15 november 2009 en ook mijn blog van 15 november 2010.

 

Uit: On Jewish Sensivity (Vertaald door Mariusz Wesolowski)

 

“One of the cardinal and predominant characteristics of the Jewry is the contempt for the greatest achievements of the human spirit. The Jews disdain everything: they butcher the language they speak, they ignore the purity of speech, body and heart, while attaching an irrational value to money. "An important difference!" - one hears this silly phrase from every other Israelite in the street. To say "Rataj cigarettes" instead of "Seraj cigarettes" is a detail not worth the slightest attention. This disdain for language precipitates the disdain for literature. A realistically thinking merchant says to a non-realistically thinking salesman, "Go read Sienkiewicz!"

A similar attitude is also noticeable in the Polish society, but among the Jews it is significantly more pronounced. I doubt if one can find in any other milieu the type of a poet who does not believe in the existence of poetry and thinks that writing good poems is just a matter of flashy technique and conforming to current fashions. A certain young writer of this kind quite seriously asked me to tell him the secret of creating poems that would be easy to publish and which would be "much talked about later".

The Jewish indifference to physical insults - I have witnessed Jews in coffee shops slapping one another's faces and then resume their business without even getting up - is related to their contempt for physical labour. Hard manual work is good only for the "roughnecks". Physical laborers are almost non-existent among the Jews, because theirs is a non-productive nation, active by and large in commerce and middlemanship. Ninety per cent of the white-slave traffickers are Jewish. In reply to such accusations they typically state that it is the result of the conditions in which they are forced to live. Perhaps the Jews are oppressed and barred from many positions of employment but certainly not to such a degree that they would have to engage in white slavery.”

 

 

 1032489-60dddefbbd1aa107375a54353064052b.jpg

Antoni Słonimski (15 november 1895 – 4 juli 1976)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijfster Elizabeth Arthur werd geboren op 15 november 1953 in New York. Zie ook mijn blog van 15 november 2009 en ook mijn blog van 15 november 2010.

 

Uit: Bring Deeps

 

„I walked, and thought. Tried not to think of Bastian, although I thought of little else. Though I was angry, still, I longed for him, and wanted him beside me as I walked the streets of Kirkwall. I felt defenseless in the face of all these new impressions, which I drew in as if I were a sponge, attached to firth-bound rocks, and water-hungry. On doors and windows, I saw notices of funerals. And not just on the doors of flower shops, or undertakers, but on the windows of the grocers, bakers. On the same windows, there were notices of celebrations, revels; the daily paths of life announced the dying. I longed for Bastian to explain, to point things out, to bring me fully to this place he'd brought me. As he was not there in his body, I tried to think what he might say about these things. I thought of how the people whom Sebastian studied had had no fuels like coal and peat; in that way, too, their time was different. They had no written language, no notices announcing death, and as for fuel, just wood which drifted onto Orkney's shores, or oil derived from whales and seals and fishes. All surface things, however. Nothing to burn which came from down below them.

And what had that been like? To live upon an earth whose skin had never once been torn? Where only shallow plows had tickled it, and little spades had nudged it, to let it take into itself the seed of things to come? The world had been, I thought, quite like an infant child, kept dry by its earth swaddling cloths, and those who'd walked upon it had never dreamed that this would change, any more than they had dreamed that after they were gone there would be written language. Then everything had changed. Then bronze had come, not quite as strong as iron, but still drawn forth out of the body of the earth as copper. And no coincidence, perhaps, that as the bronze had come, the climate changed, and peace and plenty vanished. As people tried to move to better land, the people who lived already on that land built stone towers — brochs — to stand within and fight, and those stone brochs, signs of the age when neighbor had fought neighbor, still stood in many places in Orkney. All that because of changing winds, and bronze, torn out of secret places in the virgin body of the earth, just like the peat and coal that blew above me.“

 

 

 1032489-88e0f7c59aca4e2136e46508eda61dcf.jpg

Elizabeth Arthur (New York, 15 november 1953)

 

 

 

 

De Italiaanse schrijver Carlo Emilio Gadda werd geboren op 15 november 1893 in Milaan. Zie ook mijn blog van 15 november 2008 en ook mijn blog van 15 november 2009 en ook mijn blog van 15 november 2010.

 

Uit: That Awful Mess on the via Merulana (Vertaald door William Weaver)

 

„The tight garters, curled slightly at the edges, with a clear, lettuce-like curl: the elastic of lilac silk, in that hue that seemed in itself to give off a perfume, to signify at the same time the frail gentleness both of the woman and of her station, the spent elegance of her clothing, of her gestures, the secret manner of her submission, transmuted now into the immobility of an object, or as if of a disfigured dummy. Taut, the stockings, in a blond elegance like a new skin, given to her (above the created warmth) by the fable of our years, the blasphemy of the knitting machines: the stockings sheathed the shape of the legs with their light veil, modeling of the marvelous knees: those legs slightly spread, as if in horrible invitation. Oh! the eyes! where, at whom were they looking? The face! . . . Oh, it was scratched, poor object! Under one eye, on the nose! Oh that face! How weary it was, weary, poor Liliana, that head in the cloud of hair that enfolded it, those strands performing a final work of mercy. Sharpened in its pallor, the face: worn, emaciated by the atrocious suction of Death.

A deep, a terrible red cut opened her throat, fiercely. It had taken half the neck, from the front toward the right, that is, toward her left, the right for those who were looking down: jagged at its two edges, as if by a series of blows, of the blade or point: a horror! You couldn't stand to look at it. From it hung red strands, like thongs, from the black foam of the blood, almost clotted already; a mess! with some little bubbles still in the midst. Curious forms, to the policemen: they seemed holes, to the novice, like red-colored little maccheroni, or pink. "The trachea," murmured Ingravallo, bending down, "the carotid, the jugular! . . . God!"


 
1032489-245c39357ab3843996b7eb5f52724ff2.jpg
Carlo Emilio Gadda (15 november 1893 – 21 mei 1973)

 


 

 

 

De Nederlandse humanistische dichter Janus Secundus (eigenlijk Jan Everaerts) werd geboren in werd geboren in Den Haag op 15 november 1511. Zie ook mijn blog van 15 november 2009 en ook mijn blog van 15 november 2010.

 

Het II. kvsken

Bij Douza

 

Mocht ick (o liefsten) eens uw welgedrongen hals

In mijnen armen zulx bestricken,

Oft ghij mij met de uw zo nauw bekruypen, als

Men om den Elst het loof ziet quicken

Des wijngarts, oft de klijf wutwendich om zijn micken

Nieu wegen met zijn telgen sporen,

Zo wild' ick zonder rust, deed kuskens stadich slicken

Oick deur gheen lust van dranck oft koren,

Oft, dat de zoete vaeck ons d'oghen mocht bekoren,

Mij van uw keel niet laten rucken

Och oft mij Venus eens in dezen wou verhoren,

End ons zodaenen bandt mocht lucken,

Bandt, welck noch Hel, noch Doot konst ummer slaen in stucken

Maer kleevend' aen malcander zouwen,

Zulx als wij zyn gemaickt, een ewighe vreucht plucken,

End' onbeschreumt van Charons snauwen

Met d'algemeijne Schuijt ons over laten stauwen

De swarte Phlegetonsche Veeren.

Van waer wij wouden voorts de zalighe Landouwen

Des Elysijnsche Velts passeren.

Aldaer heur' oude liefd noch naer haer doot hanteren

De vorighe Amoreuze Hanßen

Elck met zyn bruijt gepairt; niet doende dan hoveeren,

Met zoenen, zinghen, ende danßen.

 

 

 1032489-af50c4ece77c54123c40d1b2db2d5970.jpg

Janus Secundus (15 november 1511 - 1536)

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 15 november 2010.

 

 

De Engelse schrijfster Richmal Crompton Lamburn werd geboren op 15 november 1890 in Lancashire. Zie ook mijn blog van 15 november 2008.

 

De Duitse schrijfster Emmy von Rhoden (eig. Emilie Auguste Karoline Henriette Friedrich geb. Kühne)  werd geboren op 15 november 1829 in Magdeburg. Zie ook mijn blog van 15 november 2009.

 

De Franse schrijfster Madeleine de Scudéry werd geboren op 15 november 1607 in Le Havre. Zie ook mijn blog van 15 november 2008 en ook mijn blog van 15 november 2009.

 

De Mexicaanse dichter en schrijver José Joaquín Fernández de Lizardi werd geboren in Mexico-stad op 15 november 1776. Zie ook mijn blog van 15 november 2008.

Geschreven door Romenu om 19:33 Reageer op dit bericht

Astrid Lindgren, P.J. O'Rourke, Jonathan van het Reve, Karla Schneider, Jurga Ivanauskaitė

De Zweedse schrijfster Astrid Lindgren werd als Astrid Ericsson geboren op 14 november 1907 en groeide op op de boerderij Näs in Vimmerby in Småland. Zie ook alle tags voor Astrid Lindgren op dit blog.

 

Uit: Pippi Langstrumpf (Vertaald door Cäcilie Heinig)

 

„Am Rand der kleinen, kleinen Stadt lag ein alter verwahrloster Garten. In dem Garten stand ein altes Haus und in dem Haus wohnte Pippi Langstrumpf. Sie war neun Jahre alt und sie wohnte ganz allein dort. Sie hatte keine Mama und keinen Papa, und eigentlich war das sehr schön, denn so gab es niemanden, der ihr sagen konnte, dass sie schlafen gehen sollte, wenn sie gerade mitten im schönsten Spiel war, und niemand, der sie zwingen konnte, Lebertran zu nehmen, wenn sie lieber Bonbons essen wollte.

Prinzessin Pippi Früher hatte Pippi mal einen Papa gehabt, den sie schrecklich lieb hatte. Ja, sie hatte natürlich auch eine Mama gehabt, aber das war so lange her, dass sie sich gar nicht mehr daran erinnern konnte. Die Mama war gestorben, als Pippi noch ein ganz kleines Ding war, das in der Wiege lag und so furchtbar schrie, dass es niemand in ihrer Nähe aushalten konnte. Pippi glaubte, dass ihre Mama nun oben im Himmel war und durch ein kleines Loch auf ihr Mädchen runterguckte, und Pippi winkte oft zu ihr hinauf und sagte:

"Hab keine Angst um mich! Ich komm immer zurecht!"

Ihren Papa hatte Pippi nicht vergessen. Er war Kapitän und segelte über die großen Meere, und Pippi war mit ihm auf seinem Schiff gesegelt, bis er einmal bei einem Sturm ins Meer geweht worden und verschwunden war. Aber Pippi war ganz sicher, dass er eines Tages zurückkommen würde. Sie glaubte überhaupt nicht, dass er ertrunken sein könnte. Sie glaubte, dass er auf einer Insel an Land geschwemmt worden war, wo viele Eingeborene wohnten, und dass ihr Papa König über alle Eingeborene geworden war und jeden Tag eine goldene Krone auf dem Kopf trug.“

 

 

 1031807-e0b39d51ad109f08cfb4e7e55027f260.jpg

Astrid Lindgren (14 november 1907 -  28 januari 2002)

Standbeeld in Stockholm

 

 


De Amerikaanse journalist en schrijver P.J. O'Rourke werd geboren op 14 november 1947 in Toledo, Ohio. Zie ook alle tags voor P.J. O'Rourke op dit blog.

Uit: Parliament of Whores

 

„What is this oozing behemoth, this fibrous tumor, this monster of power and expense hatched from the simple human desire for civic order? How did an allegedly free people spawn a vast, rampant cuttlefish of dominion with its tentacles in every orifice of the body politic?
The federal government of the United States of America takes away between a fifth and a quarter of all our money every year. That is eight times the Islamic zakat, the almsgiving required of believers by the Koran; it is double the tithe of the medieval church and twice the royal tribute that the prophet Samuel warned the Israelites against when they wanted him to anoint a ruler:
This will be the manner of the king that shall reign over you. . . . He will take the tenth of your seed, and of your vineyards. . . . He will take the tenth of your sheep. . . . And ye shall cry out in that day because of your king. . ..
Our government gets more than thugs in a protection racket demand, more even than discarded first wives of famous rich men receive in divorce court. Then this government, swollen and arrogant with pelf, goes butting into our business. It checks the amount of tropical oils in our snack foods, tells us what kind of gasoline we can buy for our cars and how fast we can drive them, bosses us around about retirement, education and what’s on TV; counts our noses and asks fresh questions about who’s still living at home and how many bathrooms we have; decides whether the door to our office or shop should have steps or a wheelchair ramp; decrees the gender and complexion of the people to be hired there; lectures us on safe sex; dictates what we can sniff, smoke and swallow; and waylays young men, ships them to distant places and tells them to shoot people they don’t even know.
The government is huge, stupid, greedy and makes nosy, officious and dangerous intrusions into the smallest corners of life—this much we can stand. But the real problem is that government is boring. We could cure or mitigate the other ills Washington visits on us if we could only bring ourselves to pay attention to Washington itself. But we cannot.“

 

 

 1031807-8850856c014ea13e59f1173c3aab7ff0.jpg

P.J. O'Rourke (Toledo, Ohio,  14 november 1947)

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver en columnist Jonathan van het Reve werd geboren op 14 november 1983 in Amsterdam. Zie ook mijn blog van 14 november 2008 en ook mijn blog van 14 november 2009 en ook mijn blog van 14 november 2010.

 

Uit: De boot en het meisje

 

“We gaan aan tafel zitten. Ik pak de wijn en maak hem open, terwijl Rosa de coquilles bakt.
'Kan ik je ergens mee helpen?' roept Bart.
'Ja, eigenlijk wel, heel graag.' roept Rosa uit de keuken.
Bart staat op en laat mij alleen met Rachel.
Ze kijkt ietsje minder bang dan daarnet, maar helemaal op haar gemak lijkt ze nog niet.
'Lekkere wijn,' zegt ze.
'Ja,' zeg ik. Ik draai een beetje met mijn glas. 'Hij ruikt naar noten, vind je niet?'
'O, ik heb echt totaal geen verstand van wijn hoor! Ik vind hem gewoon lekker smaken. Ik zou echt niet weten wat voor wijn dit is.' Ze kijkt naar het etiket. 'Ik koop normaal altijd wijn in de supermarkt, en dan weet ik nog niet wat ik moet kopen. Ik ken ook geen namen van wijnen. Maar ik weet wel wat ik lekker vind.'
'Wat dan?'
'Nou, dit dus. Maar ik haat Chardonnay. Chileense wijn vind ik wel lekker.'
'O ja. Ik weet er ook niet zo veel van, hoor.' Ik neem een slokje. 'Wat doe je eigenlijk?'
'Rietveld, laatste jaar.'
'Wat voor richting?'
'Voorheen Audio-Visueel.'
'Gekke naam is dat toch. Wanneer is de eindtentoonstelling?'
'Volgende maand al.' Haar ogen worden groot. 'Echt stressen nog. Ik moet nog heel veel monteren.'
'Wat voor filmpje heb je gemaakt?'
'Ja, het is een beetje raar hoor, maar het gaat over imperialisme, of misschien wel over heel veel dingen. Het komt erop neer dat ik een stuk steen van het Colosseum in Rome meeneem naar Madison Square Garden in New York. Daarom waren wij daar ook. Om aan te geven dat de Amerikanen een beetje de Romeinen van deze tijd zijn. Qua politiek dan. En hoe ze hun cultuur opdringen aan de rest van de wereld.'
'Hoe heet het?'
'Romans through the time. A rock's quest of entertainment now and then.' “

 

 

 1031807-97241b2f5cd7ed24e7c925ea673cdcd7.jpg

Jonathan van het Reve (Amsterdam, 14 november 1983)

 

 

 

 


De Duitse schrijfster Karla Schneider werd op 14 november 1938 geboren in Dresden. Zie ook mijn blog van 14 november 2008 en ook mijn blog van 14 november 2009 en ook mijn blog van 14 november 2010.

 

Uit: Glückskind

 

„Mitten in der Rechenstunde klopfte es an die Tür der Klasse 4a.

Voller Freude über die Unterbrechung legten alle Schüler und Schülerinnen ihre Füller hin. Nur Frau

Spalteholz, die Lehrerin, war nicht begeistert. Sie hasste Unterbrechungen. Hinterher hatten die

Schüler immer alles vergessen, was sie ihnen vor der Unterbrechung erklärt hatte.

Die Tür wurde schwungvoll aufgerissen und über die Schwelle trat der Direktor. In seiner Begleitung

befand sich eine Frau. Sie war nicht mehr jung, aber auch nicht direkt alt. Ihr Rock fegte den Boden.

Ihre Haare hingen offen bis zum Gürtel und waren blond mit schon vielen grauen Strähnen. Ein bisschen sah sie aus wie eine Fee. Aber auch ein bisschen wie eine Hexe.

»Darf ich euch Frau Fortuna vorstellen«, sagte der Direktor. »Sie hat sich eure Klasse ausgesucht,

umeine kleine Befragung durchzuführen. Ich hoffe, ihr gebt Frau Fortuna auf ihre Fragen klare und

deutliche Antworten.«

»Und ich hoffe, es wird nicht allzu lange dauern«, fügte Frau Spalteholz hinzu. »Die Klasse kann

es sich nicht erlauben, eine Mathestunde einzubüßen.« Dann zog sie sich ans Fenster zurück und verschränkte die Arme zu einer Brezel.“

 

 

 1031807-4a0b093ea9706c7a4c69cc18de65eb90.jpg

Karla Schneider (Dresden, 14 november 1938)

Dresden bij avond 

 

 

 


De Litouwse schrijfster Jurga Ivanauskaitė werd geboren in Vilnius op 14 november 1961. Zie ook mijn blog van 14 november 2008 en ook mijn blog van 14 november 2009 en ook mijn blog van 14 november 2010.

 

Uit: The Red Dress (Vertaald door Kristina Sakalavičiūtė)

 

„This is how Nora fell into the classical situation of Cinderella. Many stars of the stage, according to theater critics, got their start this way. Needless to say, Nora was anxious and paced back and forth in Elegija's dressing room. She walked up to the window many times and looked out into the yard, where children were noisily chasing a bright-red ball through yellow leaves. Snapping her fingers rhythmically, she would then go back to the closet, where the dress hung on a door handle, and caress it with the palm of her hand before returning to the window.

Eventually, Nora sat down in the swivel chair, upholstered in yellow plush. She looked around to see if anyone was watching and began to rummage through Elegija's dressing table drawers. She took out the Salome script; it was stained with something red. Sniffing it, Nora decided against it being wine. She thumbed through the pages, of which several had cigarette burns. Elegija's comments, question marks and exclamation points, made with felt markers of varying colors, filled the text. In the other drawer, Nora found a small book covered in newspaper. She opened it to where a candy wrapper marked the page and read aloud, unconsciously imitating Elegija's intonations, a paragraph underlined in red pencil:

—"I am the Alpha and the Omega, the very first and the very last, the beginning and the end. Blessed are those who wash their clothes in the Blood of the Lamb to gain power from the tree of life and pass through the gates into the city. Outside there are scoundrels, sorcerers, shameless cretins, murderers, idolaters and all who love and live by lies..."

She closed the book, irritated and dissatisfied because the underlined phrase was full of meaning, but just as equally senseless. Even though Nora had secretly expected the book to explain the mystery of Elegija's disappearance, it was no help at all. She opened another drawer and smiled, catching herself looking for one more clue to Elegija's disappearance. In the drawer was a desiccated plant with a note tied to it with a red ribbon. Nora, of course, read it: "To Elegija—the Touch-Me-Not (cf. The Soviet Lithuanian Encyclopedia)—from the 21st Graduating Class of the Donelaitis School." In the same drawer, several tubes of lipstick rolled about and Nora painted her lips with one of them. She looked at the mirror, first puckering her lips, then stretching them wide, and finally smiling. At last she frowned because the color was so unbearably bloody. She darted a glance at the dress and realized at once that the lipstick was the same color and Elegija had bought it especially for the performance.“

 

 

  

 1031807-83152b5631ff8eae4f9c33027b1984e1.jpg

Jurga Ivanauskaitė (14 november 1961 - 17 februari 2007)




Zie voor nog meer schrijvers van de 14e november ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 18:23 Reageer op dit bericht

Fondane Benjamin, Eric Malpass, Taha Hussein, Aleardo Aleardi, Adam Oehlenschläger, Herbert Zand, Jakob Schaffner

De Roemeens-Franse dichter, toneelschrijver, literair criticus, regisseur en vertaler Fondane Benjamin (eig. Benjamin Wechsler) werd geboren op 14 november 1898 in Iaşi. Zie ook mijn blog van 14 november 2010.

 

 

Préface en prose (Fragment)

 

C’est à vous que je parle, homme des antipodes,

Je parle d’homme à homme,

avec le peu en moi qui demeure de l’homme

avec le peu de voix qui me reste au gosier,

mon sang est sur les routes, puisse-t-il, puisse-t-il

ne pas crier vengeance !

L’hallali est donné, les bêtes sont traquées,

laissez-moi vous parler avec ces mêmes mots

que nous eûmes en partage –

il reste peu d’intelligibles !

 

Un jour viendra, c’est sûr, de la soif apaisée,

nous serons au-delà du souvenir, la mort

aura parachevé les travaux de la haine,

je serai un bouquet d’orties sous vos pieds,

- alors eh bien sachez que j’avais un visage

comme vous. Une bouche qui priait, comme vous.

 

Quand une poussière entrait, ou bien un songe,

dans l’oeil, cet oeil pleurait un peu de sel. Et quand

une épine mauvaise égratignait ma peau,

il y coulait un sang aussi rouge que le vôtre !

Certes, tout comme vous j’étais cruel, j’avais

soif de tendresse, de puissance, d’or, de plaisir, de

douleur.

Tout comme vous j’étais méchant et angoissé

solide dans la paix, ivre dans la victoire,

et titubant, hagard, à l’heure de l’échec !

 

Oui, j’ai été un homme comme les autres hommes,

nourri de pain, de rêve, de désespoir. Eh oui, j’ai

aimé, j’ai pleuré, j’ai haï, j’ai souffert,

j’ai acheté des fleurs et je n’ai pas toujours

payé mon terme. Le dimanche j’allais à la

campagne pêcher, sous l’oeil de Dieu, des poissons

irréels,

je me baignais dans la rivière

qui chantait dans les joncs et je mangeais des frites

le soir. Après, après, je rentrais me coucher

fatigué, le coeur las et plein de solitude,

le coeur plein de pitié pour moi,

plein de pitié pour l’homme,

cherchant, cherchant en vain sur un ventre de

femme cette paix impossible que nous avions

perdue naguère, dans un grand verger où fleurissait

au centre, l’arbre de la vie …

 

 


1031803-013bcee73fbc2afad67c4ea2578d6973.jpg
Fondane Benjamin (14 november 1898 - 2e of 03 oktober 1944)

Portret door Victor Brauner



 

De Engelse schrijver Eric Lawson Malpass werd geboren op 14 november 1910 in Derby. Zie ook mijn blog van 14 november 2010.

 

Uit: Morgens um sieben ist die Welt noch in Ordnung (Vertaald door Brigitte Roeseler)

 

„Morgendämmerung und ein Himmel wie kalter Haferbrei. In den Winkeln des Daches noch

ein paar Flecken nassen Schnees.

In dem großen, weitläufigen Haus lag die Familie im sonntagmorgendlichen Winterschlaf,

eingekuschelt gegen die Kälte und den kommenden Tag.

Aber Gaylord war gegen Kälte unempfindlich. Der junge Gaylord Pentecost war gegen die

meisten Dinge unempfindlich. Gleich nach dem Aufwachen hopste er erst mal ein bisschen auf

dem Bett herum. Als ihm das langweilig wurde, zog er die Schlafanzughose auf seine nicht vorhandene Taille herauf und machte sich auf eine Besuchstour durch das Haus.

Zuerst war Opa an der Reihe. In seinem Zimmer war es noch dunkel. Gaylord zog die Vorhänge

auf. Die Vorhänge hingen an Messingringen. Wenn andere sie zurückzogen, klapperten

sie wie Kastagnetten. Wenn Gaylord sie zurückzog, klang es wie eine Maschinengewehrsalve.

Opa öffnete nicht einmal die Augen. «Verschwinde, zum Teufel noch einmal», sagte er.

Opa wirkte unter der Bettdecke wie ein massiver, kleiner runder Berg. Gaylord nahm einen

Anlauf und landete mitten auf dem Berg. «Ich bin ein Ritter», schrie er. «Und du bist mein

Schlachtross.»

«Ich bin kein Schlachtross», sagte Opa. «Ich bin ein alter Mann, der seine Ruhe haben will.

Herrgott nochmal.»

Neugierig berührte Gaylord mit dem Finger eins der faltigen Augenlider. Er schob das Lid

nach oben und betrachtete nachdenklich das gelbe, Unheil verkündende Auge. Er ließ das

Lid wieder herunterklappen. «Soll ich dir eine Tasse Tee machen?»

«Wenn du recht lange dazu brauchst, ja»,

sagte Opa. Gaylord kletterte von ihm herunter.

«Geht wie der Blitz», antwortete er vergnügt.

«Bitte, lass dir Zeit», sagte Opa.

Gaylord spazierte weiter zu Großtante Marigold.

«Willst du eine Tasse Tee haben?», schrie er von der Tür her.“

 

  

 

 1031803-4a3f1d53818abb43f0284366122a64b3.jpg

Eric Malpass (14 november 1910 - 16 oktober 1996)

 

 


 

 

De Egyptische schrijver Taha Hussein werd geboren in Al Minya in Egypte op 14 november 1889. Zie ook alle tags voor Taha Hussein op dit blog.

 

Uit: The Days

 

“From that day our lad's outlook on life was completely changed. He really knew God and was at great pains to draw near to Him by every possible means, from alms-giving to earnest prayer and the recitation of the Qur'an... From that day the lad knew what night vigils were, for many a time he would spend the dark hours of a whole night, either thinking about his brother or reciting Surat al-Ikhlas [chapter of Qur'an] thousands of times.

(…)

 

They start the Zikr sitting in silence. Then they begin to move their heads and raise their voices a little. Then a shudder runs through their bodies and lo! they are all standing, having leapt into the air like jacks-in-the-boxes. . The sheikhs move about the circle, reciting the poetry of Ibn Farid and similar poems.”

(…)

 

Now the connection of the family with one of the Sufi sects was strong and lasting. It left among them many lasting traces in the way of information, stories and talk about miracles and supernatural events.”

 

 


1031803-003bfb487867ab63504c559124d57ebd.jpg
Taha Hussein (14 november 1889 – 28 oktober 1973)

 

 

 

 

De Italiaanse dichter Aleardo Aleardi werd geboren op 14 november 1812 in Verona. Zie ook alle tags voor Aleardo Aleardi op dit blog.

 

 

Cowards

 

In the deep circle of Siddim hast thou seen,
Under the shining skies of Palestine,
The sinister glitter of the Lake of Asphalt?
Those coasts, strewn thick with ashes of damnation,
Forever foe to every living thing,
Where rings the cry of the lost wandering bird
That on the shore of the perfidious sea
Athirsting dies,--that watery sepulchre
Of the five cities of iniquity,
Where even the tempest, when its clouds hang low,
Passes in silence, and the lightning dies,--
If thou hast seen them, bitterly hath been
Thy heart wrung with the misery and despair
Of that dread vision!
                      Yet there is on earth
A woe more desperate and miserable,--
A spectacle wherein the wrath of God
Avenges Him more terribly. It is
A vain, weak people of faint-heart old men,
That, for three hundred years of dull repose,
Has lain perpetual dreamer, folded in
The ragged purple of its ancestors,
Stretching its limbs wide in its country's sun,
To warm them; drinking the soft airs of autumn
Forgetful, on the fields where its forefathers
Like lions fought! From overflowing hands,
Strew we with hellebore and poppies thick
The way.

 

 

 1031803-27072218ce5d82c37136ebdbb0e1cb6e.jpg

Aleardo Aleardi (14 november 1812 – 17 juli 1878)

Standbeeld in Verona 

 

 

 

 

De Deense dichter en schrijver Adam Gottlob Oehlenschläger werd geboren op 14 november 1779 in Vesterbro, Kopenhagen. Zie ook mijn blog van 14 november 2009 en ook mijn blog van 14 november 2010.

 

 

Christ's Birth

 

Each year when vapours melt and wane,

Child Jesus Christ is born again;

The Angel in air, in grove, in sea.

It is the Saviour, it is He.

Wherefore all Nature, with serene

Rejoicing, buds in hopeful green.

 

Now the young stainless shepherd lads.

Watching the stars' high myriads,

See God's angels in fields of night

Assemble, trembling in cool moonlight.

"To-day a Saviour is born," they sing,

"From gentle Mary's womb, from spring.

 

"His only drink is the earliest dew.

His eyes gaze heavenward into the blue,

His hands reach heavenward; they are bound

With garlands of roses to the ground.

His cry is the breeze, in the straw he lies,

Blue heaven mirrored in his eyes.

 

"Ah shepherds, go to Bethlehem;

Seek the cold-hearted, counsel them

To go into the fields, and find

The laughing Child, green grass-entwined,

And hear his voice, and see his smile.

That heaven may lift the earth awhile."

 

The hovering angels reascend.

To Bethlehem the shepherds wend.

And tell their happy news, but they

Are scorned, and mocked, and turned away

Back to the meadows, where the sod

Blooms with the new-born Child of God.

 

The stars stretch forth their silver hands

And beckon the kings of the eastern lands ;

The rays come singing with holy sound

And humbly sink to the living ground.

Praising the Lord made manifest.

Who smiles from the Mother's lovely breast.

 

They rise again from the darkened mould

In petals of purple, crimson, and gold,

Innocent children, devout and fair.

Half-lifted, half-bent to the earth in prayer,

Holding their yellow urns astir

With the sweetness of frankincense and myrrh.

 

 

 

 1031803-ef5b4abd7cc331161698d8e9ec219a5e.jpg

Adam Oehlenschläger (14 november 1779 – 20 januari 1850)

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 14 november 2010.

 

 

De Oostenrijkse dichter, schrijver, essayist en vertaler Herbert Zand werd geboren op 14 november 1923 in Knoppen. Zie ook mijn blog van 14 november 2008.

 

De Zwitserse schrijver Jakob Schaffner werd geboren op 14 november 1875 in Basel. Zie ook mijn blog van 14 november 2008.

Geschreven door Romenu om 18:14 Reageer op dit bericht

Chloe Aridjis

De Engels-Mexicaanse schrijfster Chloe Aridjis werd geboren in New York op 14 november 1971. Zij groeide op in Mexico City en Nederland, waar haar vader werkzaam was als ambassadeur van Mexico. Aridjis studeerde vergelijkende literatuurwetenschap aan Harvard en promoveerde aan de Universiteit van Oxford. Haar boek essays over magie en poëzie in negentiende-eeuws Frankrijk werd uitgebracht in 2005. Ze publiceerde in tijdschriften en kranten in Engeland en Mexico en woont na vijf jaar in Berlijn momenteel in Londen, waar ze werkt aan een roman en een verhalenbundel. Haar eerste roman "Book of Clouds" werd gepubliceerd in 2009. In november 2009 won haar Book of Clouds de Prix du Premier Roman Etranger in Frankrijk.

 

Uit: Book of Clouds

 

„I saw Hitler at a time when the Reichstag was little more than a burnt, skeletal silhouette of its former self and the Brandenburg Gate obstructed passage rather than granted it. It was an evening when the moral remains of the city bobbed up to the surface and floated like driftwood before sinking back down to the seabed to further splinter and rot.

 Berlin was the last stop on our European tour — we'd worked our way up from Spain, through France, Belgium and the Netherlands — and soon we would be flying home, back across the Atlantic, to start the new school year. My two brothers, still thrumming with energy, lamented that we had to leave. In every town and city they'd wandered off into the night and not returned until breakfast, answering in cranky monosyllables, between sips of coffee, whenever anyone commented on the amount of money being wasted on hotel rooms. My two sisters, on the other hand, weighed down by stories and souvenirs, were desperate to unload, and my parents too felt weary and ready for home. Not to mention that we'd used up 60 percent of the money we'd just inherited from my grandfather, and the remaining 40 had allegedly been set aside for our ever-expanding deli.

 On our final evening, after an early dinner, our parents announced they were taking us to a demonstration against the Berlin Wall to protest twenty-five years of this "icon of the Cold War." Wherever you went in Berlin, sooner or later you would run into it, even on the day we visited Hansa Studios where Nick Cave and Depeche Mode used to record, or the secondhand shop that sold clothes by the kilo. No matter where you went — east, west, north, south — before long you hit against the intractable curtain of cement and were able to go no further. That was our impression, anyway, so we figured that we too might as well protest against this seemingly endless structure that limited even our movement, though we were just seven tourists visiting the city for the first time.“

 

 

 1114687-065367745196f1f5b2778025e99cd880.jpg

Chloe Aridjis (New York, 14 november 1971)
Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

José Carlos Somoza, Peter Härtling, Inez van Dullemen, Timo Berger, Hadjar Benmiloud

De Spaanse schrijver José Carlos Somoza werd geboren in Havana, Cuba op 13 november 1959. Zie ook alle tags voor José Carlos Somoza op dit blog.

 

Uit: The Athenian Murders (Vertaald door Sonia Soto)

 

"Your report, Physician?"

The doctor, Aschilos, took his time to answer, not even looking up at the captain. He disliked being addressed as "Physician," even more when the speaker seemed contemptuous of every man save himself. Aschilos might not be a soldier, but he came from an old aristocratic family and had had a most refined education: He was conversant with The Aphorisms, observed the Hippocratic oath, and had spent long periods on the island of Cos, studying the sacred art of the Asclepiads, disciples and heirs of Asclepius. He was not, therefore, someone a captain of the border guard could easily humiliate. And he already felt insulted: He had been awakened by soldiers in the dark hours of the early morning and called to examine, in the middle of the street, the corpse of the young man brought down on a litter from Mount Lycabettus. And he was no doubt expected to draw up some kind of report. But as everyone well knew, he, Aschilos, was a doctor of the living, not the dead, and he believed that this shameful task discredited his profession. He lifted his hands from the mangled body, trailing a mane of bloody humors. His slave hurriedly cleansed them with a cloth moistened with lustral water. He cleared his throat twice and said, "I believe he was attacked by a hungry pack of wolves. He's been bitten and mauled . . . The heart is missing. Torn out. The cavity of the hot fluids is partially empty."

The murmur, with its long mane, ran through the crowd.

"You heard him, Hemodorus," one man whispered to another. "Wolves."

"Something must be done," his companion replied. "We will discuss the matter at the Assembly."

"His mother has been informed the captain announced, the firmness of his voice extinguishing all comments. "I spared her the details; she knows only that her son is dead. And she is not to see the body until Daminus of Clazobion arrives. He is the only man left in the family, and he will determine what is to be done." Legs apart, fists resting on the skirt of his uniform, he had a powerful voice, accustomed to imposing obedience. He appeared to address his men, but also evidently enjoyed having the attention of the common people. "As for us, our work here is done!"

He turned to the crowd of civilians and added, "Citizens, return to your homes! There is nothing more to see! Sleep if you can . . . Part of the night remains!"

 

 

 1031197-4680841f380d2cb5a0e402914075473c.jpg

José Carlos Somoza (Havana, 13 november 1959)

 

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Peter Härtling is geboren op 13 november 1933 in Chemnitz. Zie ook alle tags voor Peter Härtling op dit blog.

 

 

Ein Balkon aus Papier

 

 

Ein Balkon aus Papier,

handtellergroß,

für jeden Morgen.

Das ist kein Kinderspeil.

Diese ein wenig

fahrige Mühe,

den Tag zu gewinnen,

dem ersten Satz zu trauen,

ohne ich auzusprechen,

Sonnenflecken zu zählen,

den Atem zu hören,

und den Eauch der Zigarette

gegen die offene Hand

zu blasen.

Jeder Morgen

Könnte mir fehlen.

 

 

 

 

Christian Wagner in seinem Haus

 

Die Stube geweißnet,
die Sätze ausgeschickt, alle,
die Geiß gemolken,
den Himmel übers Haus gespannt,

 

jetzt
kann er die Antworten
einsammeln
und unter die Türschwelle
legen:
Ihr seid alle
willkommen.

 

 

 

 

Windgedicht

 

Ein Pubs
ist ein Wind,
mein Kind,
der schwer aus dem Bauche find'
und darum
knallt oder knattert -
was alle andern verdattert.

 

 

 

1031197-486684df8d0686ebfee96e0581b2e329.jpg
Peter Härtling (Chemnitz, 13 november 1933)

 

 

 

 


De Nederlandse schrijfster 
Inez van Dullemen werd op 13 november 1925 in Amsterdam geboren. Zie ook alle tags voor Inez van Dullemen op dit blog.

 

Uit: Het land van rood en zwart.

 

‘ ‘We moeten slapen, Kayum.’ ‘Ja.’ ‘Wat heb je daar?’ ‘De bijbel.’ ‘Wat moet je daarmee?’ Kayum ging overeind zitten, sloeg het boek open en tikte met zijn wijsvinger op een opengeslagen pagina: ‘Ik ken nu de waarheid. Die lees ik in dit boek...’ ‘En wat mag die waarheid dan wel zijn?’ vroeg ze. ‘Als mijn vader ziek is en copal brandt voor K'ák, de god van vuur en koorts, dan wordt hij niet beter, maar als ik bid tot Jesucristo dan word ik beter. Jesucristo houdt van mij.’ In de plechtstatige klank van zijn stem herkende zij die van de protestantse missionaris die de Lacandones van Lacanjá gekerstend had zodat deze nu om strijd een transistorradiootje aan hun oor klemden om toch maar het toverwoord  Jesucristo op te kunnen vangen te midden van die brij van vreemde woorden uit onbekende plaatsen buiten hun oerwoud. Jesucristo, Jesucristo, hij komt, komt... alsof zij een kosmonaut van een verre planeet verwachtten die hun maïs, bonen, eeuwigdurende gezondheid, munitie en lekkernijen zou brengen, en ja, bij voorkeur ook nog een truck... Maar wat voor zin zou het hebben met Kayum in discussie te gaan? ‘Kom, wij moeten slapen.’ ’

 

 

 

 1031197-002f427984f332323c680e888d6bd90a.jpg

Inez van Dullemen (Amsterdam, 13 november 1925)

 

 

 

 

DeDuitsedichter,schrijverenvertalerTimo Berger werdgeborenop 13 november1974in Stuttgart. Zie ook mijn blog van 13 november 2010.

 

 

Botanischer Garten

 

Kein Papageiengespött, kein nackter

Wilder, die ersten Bilder von der Stadt

am Januarfluss stellen sich mit leichtem

Rotstich ein: Giselle und ihre Auto

 

Liebe: ein landeifarbener Käfer trägt

die Nouvelle Vague heiser schnurrend

durch die Kurven: in dieses Gefährt

macht mir kein Taxi-Boy Flecken

 

Gegen den Rückspiegel klatscht Elvis

The King, aus Hartgummi, ein Sex

Versprechen, während sich hinter uns

eine weiß gelackte Schranke senkt

 

Der erste Sicherheitsring, wir leben

sagt Giselle, auf der Habenseite

der Stadt, die unten in den Tälern

jede Nacht die Nacht überfällt

 

 

 

 

Naherholung

 

Lagune. Der lange Lauf zur Schönheit

der Jogger am Ufer

 

Saum sonntags. Der einstudierte Hüftschwung

im Aerobic-Areal. Hula-Hoop

 

An der Salzwasserscheide. Männer mit nackten Brüsten

und ausgeworfenen Netzen

 

Mützen von Hering. Man fischt für den Stadtteil-Grill

oder die Polaroids der Greencard-Gringos

 

 

 

 1031197-7b45c5f81e1a009cf9256ce22e45c9ce.jpg

Timo Berger (Stuttgart, 13 november 1974)

 

 

 

 

De Nederlandse schrijfster, columniste en radiopresentatrice Hadjar Benmiloud werd geboren in Amsterdam op 13 november 1989. Zie ook mijn blog van 13 november 2010.

 

Uit: Nepmamma

 

„Sinds kort is mijn fiets uitgerust met eenkinderzitje. Niet omdat ik tienermoeder ben geworden, maar omdat er delaatste tijd zo onwaarschijnlijk veel fietsen van me zijn gejat, dat ikhet nut van peperdure hangsloten niet meer inzie. Nu woon ik in hetpauperige Amsterdam Oost, en dan ook nog recht tegenover het Leger desHeils, dus op een beetje fietsendiefstal was ik wel voorbereid. Maardat ik bijna vaker de deur uit moest voor een nieuwe tweewieler danvoor voedsel, werd toch behoorlijk irritant. Vandaar het kinderzitjedus, een fraai exemplaar met olifantjes, dat ik op advies van eenvindingrijke vriendin op mijn bagagedrager schroefde.
Misschien hebben junks kleinere hartjes dan gedacht envinden ze het zielig als moeders hun kinderen niet naar school kunnenbrengen. Waarschijnlijker is dat ze simpelweg geen brood (of crack)zien in fietsen met kinderzitjes, omdat hun klantenkring voornamelijkuit studenten bestaat. De aanpak lijkt hoe dan ook te werken: ik rijdal weken op dezelfde fiets. Maar niet alleen is het vrolijke stoeltjeboefafstotend, het komt ook praktisch goed van pas. Zo hoef ik nu nooitmeer mijn longen uit mijn lijf te trappen met een luie donder achterop,want de gemiddelde bilomvang van mijn vrienden is minstens twéékinderzitjes.“

 

 

 1031197-57a0bff0154e129b3b10db3090271eaf.jpg

Hadjar Benmiloud (Amsterdam, 13 november 1989)

 

 

  

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 13e november ook mijn vorige blog van vandaag en eveneens mijn eerste blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 19:26 Reageer op dit bericht

Nico Scheepmaker, Stanisław Barańczak, Humayun Ahmed, Dacia Maraini

De Nederlandse dichter, journalist en columnist Nico Scheepmakerwerd geboren in Amsterdam op 13 november 1930. Zie ook alle tags voor Nico Scheepmaker op dit blog.

 

 

Dommepraat

 

Ik lees nog wel zo lief een detective
als de memoires van Nadjezda Mandelstam.
Een mens wordt wel eens moe van het gedram
waarmee zo’n boek de mensheid wil gerieven.

En dat geldt idem dito voor de beelden
waarmee de televisie ons ontwricht.
Met uppercuts slaat zij de ogen dicht
van wie zich bij Mies Bouwman niet verveelden.

Natuurlijk is dit dommepraat. En rechts.
Ik ben het ook oneens met wat hier staat
zolang het om het een óf ander gaat.

Het werkelijke leven ken je slechts
als je behalve Mandelstams memoires
ook onderkent dat Pietje Keizer waar is.

 

 

 

Een blijvertje

 

Het feit dat ik in Holland ben geboren,
en bovendien precies in Amsterdam,
bewijst toch wel dat ik ben uitverkoren:
ik kreeg de hamvraag en ik won de ham.

Een ander wordt geboren in Vietnam
of raakt bij voorbaat in Algiers verloren,
maar ik, die zo terloops ter wereld kwam,
mag rustig tot de blijvertjes behoren.

En ook het tijdstip was perfect gekozen:
te jong voor crisis, oorlog en verzet.
Wat dat betreft zat ik dus ook op rozen,
want niemand gaf mij later een brevet
van onvermogen in het goede of boze.

Mijn leven is een aangenaam verpozen,
een ander krijgt de schillen en de dozen.

 

 

 

 1031191-3b1348a7dbd736f60105186daa988d22.jpg

Nico Scheepmaker (13 november 1930 - 5 april 1990)

 

 

 

De Poolse dichter, vertaler en literatuurwetenschapper Stanisław Barańczak werd geboren op 13 november 1946 in Poznań. Zie ook mijn blog van 13 november 2008 en ook mijn blog van 13 november 2009 en ook mijn blog van 13 november 2010.

 

Uit: Garden Of Amzing Delights (Bespreking van Unattainable Earth van Czeslaw Milosz.)

 

„On the other hand, Mr. Milosz's certainty that the earth is something real and tangible is coupled with his incessant awareness that the earth is ''unattainable,'' ''too huge to be grasped.'' We humans have our share in it, but we are separated from its essence by the dim screens of our imperfect senses, our fallible memory, our limited language: Consciousness enclosed in itself every separate birch And the woods of New Hampshire, covered in May with green haze. The faces of people are in it without number, the courses Of planets, and things past and a portent of the future. Then one should extract from it what one can, slowly, Not trusting anybody. And it won't be much, for language is weak. Even what is enclosed in our consciousness can be only partly expressed, since our human consciousness is ''weak'' and limited itself. We are able to perceive solely the external surface of things, and we only vaguely sense the existence of its ''other side'': Fat and lean, old and young, male and female, Carrying bags and valises, they defile in the corridors of an airport. And suddenly I feel it is impossible. It is the reverse side of a Gobelin And behind there is the other which explains everything.

Here we encounter the metaphysical and religious poet, one who is able to note down, apparently with an approving nod, this statement from the philosopher Rene Le Senne: ''For me the principal proof of the existence of God is the joy I experience any time I think that God is.'' But Mr. Milosz is also able to record this thought: ''A decent man cannot believe that a good God wanted such a world.'' That is because the world - both the world of nature and the world of human history - is tainted by the constant presence of evil. In other words, the earth is unattainable to our imperfect senses, intellect or language; it is unattainable because the coexistence of a good God and unwarranted suffering is something beyond our comprehension.“

 

 

 

 1031191-1a4ea80dba0c15863f1eaa9fdf7d0a93.jpg

Stanisław Barańczak (Poznań, 13 november 1946)

V.l.n.r. Wojciech Wołyński, Stanisław Barańczak, Adam Zagajewski, Josif Brodski, Barbara Toruńczyk



 

 

 

De Bengaalse schrijver Humayun Ahmed werd geboren op 13 november 1948 in Kutubpur in het toenmalige Oost-Pakistan, nu Bangladesh. Zie ook mijn blog van 13 november 2008 en ook mijn blog van 13 november 2010.

 

Uit: Now Cloud, Now Sunshine

 

„Village. Jorina and her mother. Jorina has sat to eat rice. She has placed her doll beside her.

There is rice on Jorina’s plate. She passed some rice to the empty plate in front of the doll.

Mother: That’s enough Jorina! Playing with the doll is not same as doting on her.

Mother took back the rice from the doll’s plate to Jorina’s plate.

Mother (grunting): Like father like daughter! The girl is just like her father.

Jorina: Is my father dotty?

Mother: You dote on your doll whereas your dad dotes on his flute. Spending time in the woods

with flute and hoping to conjure up a fairy from the sky! He would flirt with the fairy!

Jorina: Father is not in the woods now. He has gone to Dhaka.

Mother: Don’t be so insolent. He has redeemed me by going to the city! No word from him,

neither any money.

Jorina: You left the village too.

Mother: Did I have an option? You want me to gorge myself with the soil of our village home?

Jorina: Hu!

Mother: What did you say?

Jorina: The two of us yearn to go to Shuvopur.

Mother (surprised): The two of you? Who is the other one?

Jorina: My doll. She cries for going to Shuvopur.

[Mother is staring in utter astonishment]

 

2

Daytime. Village. Rafik has come to village. He got puzzled after entering into his house. Empty

house. No one’s around.

Rafik: Jorina? Where are you all?

A little boy from the neighboring house showed up.

Little Boy: They are gone.

Rafik: Where?

Little Boy: I don’t know.

Bedazzled Rafik sat down.“

 

 

 

 1031191-b84595b20efee45e6ef0a04120fb82e1.jpg

Humayun Ahmed (Kutubpur, 13 november 1948)

 



 

 

De Italiaanse schrijfster Dacia Maraini werd geboren op 13 november 1936 in Fiesole. Zie ook mijn blog van 13 november 2008 en ook mijn blog van 13 november 2009 en ook mijn blog van 13 november 2010.

 

Uit My Husband (Vertaald door Vera F. Golini)

 

„My husband is blond, has a receding hairline, white teeth and light skin, with big brown freckles. My husband is elegant, dresses with care, and always scents his hair with cologne. He oversees the

work of tellers in a bank and earns a good monthly salary.

W h e n e ver my husband speaks I listen carefully. His voice is soft, velvety, and a bit tense. The things he says are always very precise and correct. I’ve never heard him say anything out of place or foolish.

My husband is loved by his friends and respected by superiors; whenever he wishes he can also be a man of the world. He can sit right in the centre of a circle of people and just talk or discuss things. He defends the truth and checks his friends’ enthusiasm, driven as he always is by perfectly

good sense.

My husband is a man of class, but he loves practical jokes. Sometimes I find a toad in my bed, or jam in my slippers. Once he even served me a dessert he’d made with a dead mouse inside.

My husband is a stamp collector. Sometimes he steals the neighbours’ mail and cuts out the stamps for his collection. He has two albums, thick as phone books, stuffed with valuable stamps. He says some day he’ll sell his stamps and with the money he’ll build us a house in the country.

In those albums, besides the stamps, my husband keeps new banknotes fresh from the mint. He says that the first of a new issue brings good luck. So he sneaks them from the cash box, slips them into small transparent light blue envelopes, and affixes them to the pages of the album with Scotch tape.

His colleagues think he’s very wise and intelligent, so they come to the house to confide in him, ask his advice. They come on Sundays for the most part, and I’m usually the one who answers the door. When I fin d myself staring at a stuffed and dumb face, eyes rolling nervously around, I know it’s one of Mario’s colleagues and immediately show him to the living room.

 

 

 

 1031191-053b0a92fbbc6d90fd40223d3d5aac89.jpg

Dacia Maraini (Fiesole, 13 november 1936)

Geschreven door Romenu om 19:18 Reageer op dit bericht

William Gibson, Gérald Godin, Karl Jakob Hirsch, Robert Louis Stevenson, Esaias Tegnér

De Amerikaanse schrijver William Gibson werd geboren op 13 november 1914 in New York. Zie ook mijn blog van 13 november 2010.

 

Uit: A Cry Of Players

 

„Ned: "Listen to them. Today they guffawed at the death scene."
Will: "Oafs, yes, I agree with ..."
Heming: "Ned thinks we'd have a glorious stage if we'd only get rid of the damned audience."
Pope: "Wasn't the scene, Willie (Kemp) was ogling a wench in the front."
Ned: "Ogling a..."
Kemp (Willie): "I wasn't ogling a wench."
Ned: "What were you doing?"
Kemp (Willie): "Humoring the scene."
Ned (shocked): "Humoring a death scene? Willie ..."
Kemp (Willie): "Well, don't draw it out so."

(...)

 

Ned: "Why can't he watch?"
Kemp (chortling): "He can, he can! Watch, act, rule the realm, he'll talk his way into anything. Midnight?"
Will: "Midnight." (They are setting the time to go poaching for deer)
Ned: "It's exactly that, and the issue is are we to compromise it to entertain the vulgar, or..." Pope: "For God's sake, what's wrong with entertaining the folk? It's what we're for."
Ned: "It's not what I am for."
Kemp: "It's what he's against. Ned, there's your throne."
Ned: "No, we're either practitioners of an art going back to the ancients or a pack of clowning beggars, and I won't be bound to the level of a herd of dolts."


1031184-759f2702378f238f57dc789de30f8ead.jpg
William Gibson (13 november 1914 - 25 november 2008)

 

 

 

De Frans-Canadese dichter en politicus Gérald Godin werd geboren op 13 november 1938 in Trois-Rivières, Quebec. Zie ook mijn blog van 13 november 2008 en ook mijn blog van 13 november 2009 en ook mijn blog van 13 november 2010.

  

CantouqueS" - Cantouque sans recours

 

Comment pourrais-je coucher avec toi
m'allonger du long de ton flanc doux
t'embrasser les seins te mordiller les tétins
si je n'étais indépendantiste ô mon amour
comment pourrais-je porter mes chnolles
et m'en servir au besoin quand le désir me vient
être un homme et me tenir debout et droit
si je n'étais indépendantiste ô mon amour
comment pourrais-je parler français
comme mes voisins mes pareils
fouler la boue du pays l'appeler mienne
la traîner à mes semelles m'en targuer m'en vanter
m'en mettre plein la vue m'en ennuyer
me sentir chez moi sinon aujourd'hui du moins demain
si je n'étais indépendantiste ô mon amour
comment pourrais-je vivre oser respirer encore
l'air pollué de mon pays vaincu
l'avenir bouché de mon pays anglichié
supporter la brûlure des Plaines l'incendie des drapeaux
le bris des épées l'exil de trente-sept
comment pourrais-je oser t'aimer te toucher
même lever les yeux vers toi
connaître ne serait-ce que ton nom
si je n'avais à coeur qu'un jour sinon nous du moins nos fils
soient ici chez eux sur la terre que d'aïeul à petit-fils
nous aimons

 

 

 

 1031184-8d388569e9ddfa304894f94f1332d63c.jpg

Gérald Godin (13 november 1938 – 12 okrober 1994)

Hier met zijn vrouw  Pauline Julien

 

 

 


De Duitse schrijver en kunstenaar
Karl Jakob Hirsch werd op 13. November 1892 in Hannover geboren. Zie ook mijn blog van 13 november 2010.

 

  

 1031184-017e298b3e033074eaccd7dd4aa3e03d.jpg

Karl Jakob Hursch: Madonna


 Uit: Revolutinäre Kunst


1031184-a53f0e5e9d9fcda0dd56e504b31fdf9d.gif

 

 1031184-e5ef6a2324ab827dfb1147e576efc4c6.jpg

Karl Jakob Hirsch (13. November 1892 - 8. Juli 1952)

 

 

 

 

 

De Schotse schrijver Robert Louis Stevenson werd geboren in het Schotse Edinburgh op 13 november 1850. Zie ook alle tags voor Robert Louis Stevenson op dit blog.

 

 

As from the house your mother sees

 

As from the house your mother sees
You playing round the garden trees,
So you may see, if you will look
Through the windows of this book,
Another child, far, far away,
And in another garden, play.
But do not think you can at all,
By knocking on the window, call
That child to hear you. He intent
Is all on his play-business bent.
He does not hear, he will not look,
Nor yet be lured out of this book.
For, long ago, the truth to say,
He has grown up and gone away,
And it is but a child of air
That lingers in the garden there.

 

 

 

 

Now when the number of my years

 

Now when the number of my years

Is all fulfilled, and I

From sedentary life

Shall rouse me up to die,

Bury me low and let me lie

Under the wide and starry sky.

Joying to live, I joyed to die,

Bury me low and let me lie.

 

Clear was my soul, my deeds were free,

Honour was called my name,

I fell not back from fear

Nor followed after fame.

Bury me low and let me lie

Under the wide and starry sky.

Joying to live, I joyed to die,

Bury me low and let me lie.

 

Bury me low in valleys green

And where the milder breeze

Blows fresh along the stream,

Sings roundly in the trees -

Bury me low and let me lie

Under the wide and starry sky.

Joying to live, I joyed to die,

Bury me low and let me lie.

 

 

 

1031184-d1bfc02458f7e5e2b5c6a4edd39b4dde.jpg
Robert Louis Stevenson (13 november 1850 – 3 december 1894)

Beeld in Kelvingrove Art Gallery and Museum. Glasgow

 

 

 



De Zweedse dichter
Esaias Tegnér werd geboren op 13 november 1782 in Kyrkerud. Zie ook mijn blog van 13 november 2008 en ook mijn blog van 13 november 2010.

 

Uit: Fridthjof’s Saga

 

Fridthjof and Ingeborg. (Fragment)

 

How joyful 'twas, how lovely too,

When firs[ he learned his futhorc through;

No kings had e'er such honor brought them

As when to Ingeborg he taught them. 

 

How joyously his boat would glide

With those two o'er the dark blue tide:

While he the driving sail was veering,

Her small white hands gave hearty cheering.

 

No bird's nest found so high a spot,

That he for her could find it not;

The eagle's nest from clouds he sundered,

And eggs and young he deftly plundered.

 

However swift, there ran no brook,

But o'er it Ingeborg he took;

How sweet when roaring torrents frighten,

To feel her soft arms round him tighten.

 

The first; spring flowers by sunshine fed,

The earliest berries turning red,

The first of autumn's golden treasure,

He proffered her with eager pleasure.

 

********************

 

But quickly sped are childhood's days,--

There stands a youth whose ardent gaze

With pleading and with hope is laden,

And there, with budding charms, a maiden.

 

Young Fridthjof followed oft the chase,

Which led to many a fearful place;

With neither spear nor lance defended,

The wild bear's life he quickly ended.

 

 

 

 1031184-10e6f185489af93be5b15755ec8e05f1.jpg

Esaias Tegnér (13 november 1782 – 2 november 1846)

Standbeeld in Lund

Geschreven door Romenu om 19:12 Reageer op dit bericht

Daniël Dee, Johnny van Doorn, Cristina Peri Rossi, Naomi Wolf, Michael Ende

De Nederlandse dichter Daniël Dee werd geboren op 12 november 1975 in Empangeni, Zuid-Afrika. Zie ook mijn blog van 12 november 2010 en eveneens alle tags voor Daniël Dee op dit blog.

 

 

 

Actuele stemming in weer een interbellum

Omdat de dingen zijn zoals ze zijn, zullen de dingen nooit blijven zoals ze zijn.
– Bertold Brecht –


in één van die slapeloze nachten
waar geen troostbeer aan hielp
met het verlangen naar een slee
zonder remmen in het ijsselmeer
en meer van zulks benauwde
als bootvluchtelingen aan de kust
van mijn overstromende brein

(toen jij voor het eerst langskwam
had je iemand nodig die er voor je
was die je vasthield wanneer je je
knokkels stuksloeg op de gesausde
muur het mes op je aders zette

jij liet me achter in de puinhopen
van een postrelationele depressie

wie won wie verloor
wie deed wat aan wie
wie kreeg wat wanneer en hoe
in het sobere licht van een doodlopende derde weg)

in fijn stof en het natriumoranje schijnsel van lichtmasten
op de ringweg voor mijn slaapkamerraam schilderde ik
hartstochtelijk op een spandoek de tekst eigenzinnig eerst

 

 

 

 

Maaskant

 

maria omschreef mij het uitzicht van hotel new york
drijvende dokken een kraan tilde hout als een baby omlaag
ze vroeg zich af wat ze moest doen om dichtbij hem te blijven

 

ik kende dat uitzicht wel dus ik vertelde
zag je dat verliefde stel dat is allang uit elkaar
zij wilde hem perse leuk vinden maar het werkte niet

 

verder vertelde ik haar het was reeds vijf in de morgen
zag je die bedrukte voorman die zolang heeft gezworven
hij wilde perse rijk worden maar hij werkte niet

 

waar wij nu zitten kijk hier bij de rivier
met zalm op het bord en wijn in het glas
volgens maria de mooiste plek langs de kade

 

de enige constante in deze transithaven
de richting van de maas naar de noordzee
een wapperende wimpel op de landkaart

 

altijd klotsend tegen de kant van het terras
de beukende hartslag van het nieuw rotterdam
een meisje kust haar vriend een voorman fluit

 

dit is de dag om even dichtbij me te blijven

 

 

 1030506-0940f906cbd2f36df2641a8b075dc638.jpg

Daniël Dee (Empangeni, 12 november 1975)

 

 

 

 

De Nederlandse dichter Johnny van Doorn (The Selfkicker) werd geboren op 12 november 1944 in Beekbergen en groeide op in Arnhem. Zie ook mijn blog van 12 november 2008 en ook mijn blog van 12 november 2009 en ook mijn blog van 12 november 2010  

 

 

De jasmijn

 

Op een grote platte zwerfsteen
Mijmert hij in lotuszit over
De verfrissende geur van
De lente die hij ondermeer
Weerspiegeld ziet in de
Zachtjes op het water van
Een goudvissenvijver
Wiegelende blaadjes die
Afkomstig zijn van een
Bloeiende Japanse Kers &
Een wijsgerige glimlach
Komt over zijn lippen
Als hij laag over het
Wijde glooiende landschap
Een zwarte wolk naderbij
Ziet komen waaruit op
Een bepaald moment
Zoveel regen valt dat
Hij genoodzaakt is om
Te schuilen in een
Dichtbij gelegen drank-
Lokaal dat uitsluitend
Wordt bevolkt door
Schilderachtige lieden
Die allen aandachtig aan
Het luisteren zijn naar
Een demonische muziek
Die in de vorm van
Uitzinnige klanken
Door een handjevol
Losbandige muzikanten
Ten gehore wordt gebracht &
Onder de bedwelmende
Invloed hiervan krijgt
Hij afgrijselijke
Visioenen door van
Bloedige taferelen die
Zo afschuwelijk zijn
Dat hij met trillende benen
Het duistere gebouw
Verlaat om in de frisse
Buitenlucht weer op
Krachten te komen door
Hardnekkig en met volle
Overgave zich te laten
Doordrenken met de
Verrukkelijke geur van
De door hem tot heilige
Bloesem uitgeroepen JASMIJN

 

 

 1030506-6a8e5ce9eff5f92f5742053dbe594d76.jpg

Johnny van Doorn (12 november 1944 – 26 januari 1991)

 

 

 

 

 

De Uruguayaanse schrijfster, vertaalster en journaliste Cristina Peri Rossi werd geboren op 12 november 1941 in Montevideo. Zie ook mijn blog van 12 november 2008 en ook mijn blog van 12 november 2009 en ook mijn blog van 12 november 2010  

 


Playstation

Spiritual Experience

She told me that she was looking for a spiritual experience
a very serious thing
in the world there were some two thousand religions
without taking into account the sects

 

but she wanted something else
“I want a spiritual experience”
she told me

 

I believe that I hadn’t had that
I had had war experiences
and revolutions sensorial experiences

musical experiences work experiences

 

unless we consider that being in ecstasy in front of a Turner or
Caspar David Friedrich shipwreck

 

was a spiritual experience

 

unless reading J.G. Ballard
or Vallejo’s poems
were spiritual experiences

 

I had also had several experiences with sunsets
splendid in the port of Santa Maria
the Southern light, the brilliant light of the South,

 

but she told me that it wasn’t about any of that
it wasn’t about the sadness that Chopin’s études caused me
or Satie’s Gymnopédies which now are in the cell phones

 

she told me it was something else

 

Then she went to India
and I didn’t follow her
because I have seen much misery in this world

 

without reaching the necessary degree of spirituality

 

She spent some two years in India
and when she returned she was slimmer
How are you doing? she asked me
The usual, I answered

 

I write a bit read some play mahjong in the internet

 

sometimes a car hits me

 

but in general, I continue without having spiritual experiences
so I asked her how had it been in India
and she answered that well
very well
she had had a spiritual experience

 

-she said-

 

that turned all orgasms
frivolous and ridiculous

 

I thought that for that it wasn’t necessary to go to India
it was enough having reached menopause.

 

 

 

Vertaald door Diana Decker

 

 

 1030506-6d69c66b58521bae87705e7ad5ffd387.jpg

Cristina Peri Rossi (Montevideo, 12 november 1941)

 

 

 

 

De Amerikaanse, feministische schrijfster Naomi Wolf werd geboren in San Francisco op 12 november 1962. Zie ook mijn blog van 12 november 2008 en ook mijn blog van 12 november 2009 en ook mijn blog van 12 november 2010 
 

Uit: How I was arrested at Occupy Wall Street

 

“Last night I was arrested in my home town, outside an event to which I had been invited, for standing lawfully on the sidewalk in an evening gown.

Let me explain; my partner and I were attending an event for the Huffington Post, for which I often write: Game Changers 2011, in a venue space on Hudson Street. As we entered the space, we saw that about 200 Occupy Wall Street protesters were peacefully assembled and were chanting. They wanted to address Governor Andrew Cuomo, who was going to be arriving at the event. They were using a technique that has become known as "the human mic" – by which the crowd laboriously repeats every word the speaker says – since they had been told that using real megaphones was illegal.

In my book Give Me Liberty, a blueprint for how to open up a closing civil society, I have a chapter on permits – which is a crucial subject to understand for anyone involved in protest in the US. In 70s America, protest used to be very effective, but in subsequent decades municipalities have sneakily created a web of "overpermiticisation" – requirements that were designed to stifle freedom of assembly and the right to petition government for redress of grievances, both of which are part of our first amendment. One of these made-up permit requirements, which are not transparent or accountable, is the megaphone restriction.

So I informed the group on Hudson Street that they had a first amendment right to use a megaphone and that the National Lawyers' Guild should appeal the issue if they got arrested. And I repeated the words of the first amendment, which the crowd repeated.“

 

 

 1030506-136dd50c63c80da14ebf83dea8721c89.jpg

Naomi Wolf (San Francisco, 12 november 1962)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver Michael Ende werd geboren in Garmisch-Partenkirchen op 12 november 1929. Zie ook mijn blog van 12 november 2008 en ook mijn blog van 12 november 2009 en ook mijn blog van 12 november 2010 
 

Uit: Momo

 

„Die Rechnung ist falsch und geht doch auf
Es gibt ein großes und doch ganz alltägliches Geheimnis. Alle Menschen haben daran teil, jeder kennt es, aber die wenigsten denken je darüber nach. Die meisten Leute nehmen es einfach so hin und wundern sich kein bisschen darüber. Dieses Geheimnis ist die Zeit.
Es gibt Kalender und Uhren, um sie zu messen, aber das will wenig besagen, denn jeder weiß, dass einem eine einzige Stunde wie eine Ewigkeit vorkommen kann, mitunter kann sie aber auch wie ein Augenblick vergehen -Je nachdem, was man in dieser Stunde erlebt.
Denn Zeit ist Leben. Und das Leben wohnt im Herzen.
Und genau das wusste niemand besser als die grauen Herren. Niemand kannte den Wert einer Stunde, einer Minute, ja einer einzigen Sekunde Leben so wie sie.
Freilich verstanden sie sich auf ihre Weise darauf, so wie Blutegel sich aufs Blut verstehen, und auf ihre Weise handelten sie danach.
Sie hatten ihre Pläne mit der Zeit der Menschen. Es waren weit gesteckte und sorgfältig vorbereitete Pläne.
Das Wichtigste war ihnen, dass niemand auf ihre Tätigkeit aufmerksam wurde. Unauffällig hatten sie sich im Leben der großen Stadt und ihrer Bewohner festgesetzt. Und Schritt für Schritt, ohne dass jemand es bemerkte, drangen sie täglich weiter vor und ergriffen Besitz von den Menschen.
Sie kannten jeden, der für ihre Absichten in Frage kam, schon lange bevor der Betreffende selbst etwas davon ahnte. Sie warteten nur den richtigen Augenblick ab, in dem sie ihn fassen konnten. Und sie taten das Ihre dazu, dass dieser Augenblick eintrat.
Da war zum Beispiel Herr Fusi, der Friseur. Er war zwar kein berühmter Haarkünstler, aber er war in seiner Straße gut angesehen. Er war nicht arm und nicht reich. Sein Laden, der mitten in der Stadt lag, war klein und er beschäftigte einen Lehrjungen.“

 

 

 1030506-c085cdbe537fd68807ed13b4d6b0e3d6.jpg

Michael Ende (12 november 1929 – 28 augustus 1995)




Zie voor nog meer schrijvers van de 12e november ook mijn vorige blog van vandaag.
Geschreven door Romenu om 18:55 Reageer op dit bericht

Hans Werner Richter, Roland Barthes, Juana Inès de la Cruz, Oskar Panizza, Jacobus Bellamy

De Duitse dichter en schrijver Hans Werner Richter werd geboren op 12 november 1908 in Bansin op het eiland Usedom. Zie ook mijn blog van 12 november 2010 en eveneens alle tags voor Hans Werner Richter op dit blog.

 

Uit: Mit vierzig Mark begannen wir eun neues Leben (In Der Spiegel n.a.v. 20 jaar D-Mark, 1968)

 

„Das Fest, auf dem ich mich in der Nacht der Währungsreform befand, hatte zwei Anlässe: den Abschluß einer internationalen Jugendwoche in München und die ab Mitternacht eintretende Geldumstellung. Man trank schlechten Alkohol und amüsierte sich in diesem Zwischenstadium, in dieser Nacht zwischen den Zeiten, leichtsinnig und ohne jeden Gedanken an das Morgen. Ab Mitternacht häuften sich die Reichsmarkscheine auf der Toilette, aufgespießt auf einen Haken, als Toilettenpapier. Es machte anscheinend jedermann Vergnügen, sich damit- Verzeihung -- den Arsch zu wischen.

Mit dem neuen Geld kamen wir uns am anderen Morgen noch armseliger vor als in den vergangenen Jahren. Zwar gefielen uns die Scheine, sie fühlten sich zuverlässig an und sahen wertbeständig aus, aber vierzig Mark und das für viele Wochen, Monate vielleicht? So gaben wir sie sofort aus.

Denn als wir zurück zu unserer Einzimmerwohnung gingen, erlebten wir die große Überraschung: Alle Geschäftsauslagen waren vollgestopft mit Waren, die wir seit Jahren nicht mehr gesehen hatten. Heinzelmännchen oder sonstige Wunderwesen mußten sie über Nacht herangeschafft haben. Niemand wußte, wo sie plötzlich herkamen. Jetzt packte uns eine Freß-, Sauf- und Kaufgier ohnegleichen. Morgen schon oder in einer Stunde konnte alles wieder ebenso geheimnisvoll verschwunden sein.

Wir kamen an einem Gemüsegeschäft vorbei, in dem es bis dahin kaum eine Schwarzwurzel gegeben hatte, aber jetzt lag alles vor der Tür: Radieschen, Spinat, Kohlrabi, Rotkohl, Wirsingkohl, Weißkohl, Kartoffeln, Rettich. Meine Frau konnte nicht widerstehen. Sie lief auf das Geschäft zu und begann hemmungslos zu kaufen. Sie kaufte -- und ich weiß es noch genau -- für 18,90 Mark. Es war viel zuviel Gemüse, aber sie konnte es nicht lassen, sie sagte immer wieder: "Morgen gibt es das doch nicht mehr."

 

 

1030503-0e00eaeb225890c809f31d6392e82a47.jpg 

Hans Werner Richter (12 november 1908 – 23 maart 1993)

 

 

 

 

De Franse schrijver en filosoof  Roland Barthes werd geboren op 12 november 1915 in Cherbourg. Zie ook mijn blog van 12 november 2006. Zie ook mijn blog van 12 november 2008 en ook mijn blog van 12 november 2010

 

Uit: The Death Of The Author (Vertaald door Richard Howard)

 

„In his story Sarrasine, Balzac, speaking of a castrato disguised as a woman, writes this sentence: "It was Woman, with her sudden fears, her irrational whims, her instinctive fears, her unprovoked bravado, her daring and her delicious delicacy of feeling" Who is speaking in this way? Is it the story's hero, concerned to ignore the castrato concealed beneath the woman? Is it the man Balzac, endowed by his personal experience with a philosophy of Woman? Is it the author Balzac, professing certain "literary" ideas of femininity? Is it universal wisdom? or romantic psychology? It will always be impossible to know, for the good reason that all writing is itself this special voice, consisting of several indiscernible voices, and that literature is precisely the invention of this voice, to which we cannot assign a specific origin: literature is that neuter, that composite, that oblique into which every subject escapes, the trap where all identity is lost, beginning with the very identity of the body that writes.

...

Probably this has always been the case: once an action is recounted, for intransitive ends, and no longer in order to act directly upon reality — that is, finally external to any function but the very exercise of the symbol — this disjunction occurs, the voice loses its origin, the author enters his own death, writing begins. Nevertheless, the feeling about this phenomenon has been variable; in primitive societies, narrative is never undertaken by a person, but by a mediator, shaman or speaker, whose "performance" may be admired (that is, his mastery of the narrative code), but not his "genius" The author is a modern figure, produced no doubt by our society insofar as, at the end of the middle ages, with English empiricism, French rationalism and the personal faith of the Reformation, it discovered the prestige of the individual, or, to put it more nobly, of the "human person"

 

  

 1030503-93c4e544a29a784a3e4bb1414db45ab5.jpg

Roland Barthes (12 november 1915 – 25 maart 1980)

Gefotografeerd door Henri Cartier-Bresson, 1963

 

 

 

 

De Mexicaanse dichteres en moniaal Juana Inés de la Cruz de Asbaje y Ramírez, ook bekend als Sor Juana, werd geboren in San Miguel Nepantla op 12 november 1648 of 1651. Zie ook mijn blog van 12 november 2006 en ook mijn blog van 12 november 2008 en ook mijn blog van 12 november 2010

 

 

I approach, and I withdraw

 

I approach, and I withdraw:
who but I could find
absence in the eyes,
presence in what's far?

From the scorn of Phyllis,
now, alas, I must depart.
One is indeed unhappy
who misses even scorn!

So caring is my love
that my present distress
minds hard-heartedness less
than the thought of its loss.

Leaving, I lose more
than what is merely mine:
in Phyllis, never mine,
I lose what can't be lost.

Oh, pity the poor person
who aroused such kind disdain
that to avoid giving pain,
it would grant no favor!

For, seeing in my future
obligatory exile,
she disdained me the more,
that the loss might be less.

Oh, where did you discover
so neat a tactic, Phyllis:
denying to disdain
the garb of affection?

To live unobserved
by your eyes, I now go
where never pain of mine
need flatter your disdain.

 

 

 1030503-ff5862b7d3bbf7dbaf27e6cd69e81846.jpg

Juana Inés de la Cruz (12 november 1648 of 1651 - 17 april 1695)

 

 

 

 

De Duitse schrijver en satiricus Oskar Panizza werd geboren op 12 november 1853 in Kissingen. Zie ook mijn blog van 12 november 2008 en ook mijn blog van 12 november 2010

 

Uit: Das Wachsfigurenkabinett

 

„Es war im alten Nürnberg. Ich war auf der Reise und hatte etwas Eile. Wir mochten um Anfang Oktober sein. Auf dem Marktplatz war ein großer Jahrmarkt aufgeschlagen, eine »Dult«, wie dort die Leute sagen. Es war schon gegen Abend und bei der vorgerückten Jahreszeit schon etwas dunkel. Trotzdem war der Verkehr zwischen den Buden noch ziemlich rege. Nach Abschluß meiner Geschäfte führte mich mein Weg über den Marktplatz, und ich war eben im Begriff, nach Hause zu gehen, als ich auf einer der Schaubuden, vor der zu meiner Verwunderung kein Ausschreier stand, die Überschrift: »Leiden und Sterben unseres Heilandes Jesu Christi« las. – Ich bin von Haus aus allen religiös-theatralischen Vorstellungen abgeneigt und wollte mich mit Abscheu von der Idee abwenden, einen so heiligen Stoff mitten in diesem Jahrmarktsgetriebe fest, plastisch oder beweglich, mit Drahtpuppen, gemalt, geformt, geschnitzt oder gar tragiert dargestellt zu sehen. Gleich darauf kamen aber in meinem Kopf Schlagwörter wie »Nürnberg«, – »Spielwaren«, – »Puppen«, – »Figuren auf Lebkuchen« zum Vorschein. Ich erinnerte mich des großen Rufes, den die Nürnberger Arbeiten der Art genießen, und mehr aus Interesse für den mechanischen Apparat, mehr aus Neugier für die Marionettenkünste kehrte ich um und schritt auf die Bude zu. – »Leiden und Sterben unseres Heilandes Jesu Christi« las ich noch einmal auf der gemalten Überschrift.

Nur einzelne Leute standen vor der sehr primitiv gehaltenen Baracke. Und diese gafften, wie das so Brauch ist. Der Preis schien mir etwas höher als bei den anderen künstlerischen Veranstaltungen. Ich trat ein. Ein segeltuchüberspannter, mit Lampen etwas düster beleuchteter Raum, in dem sich ein Dutzend Menschen beiderlei Geschlechts und aus allen Ständen des Volkes befand. »Sie kommen gerade recht«, sprach mich der Budenbesitzer, der ein Sachse war, an, »soeben beginnt die Vorstellung.« Im Hintergrund der Bude, in den alles erwartungsvoll blickte, befand sich ein erhöhtes Gerüst, eine Art Bühne, die aber geschlossen war. Doch sah man an den durchschimmernden Lampen, daß sich dort etwas vorbereitete. Und eben, als der Budenbesitzer die Worte gesprochen hatte, ging der Vorhang auf, und alles drängte nun vor bis zur Rampe.

 

 

 1030503-b915acb12182863b1641101ce54ae26c.jpg

Oskar Panizza (12 november 1853 – 28 september 1921)

 

 




De Nederlandse dichter
Jacobus Bellamy werd geboren in Vlissingen op 12 november 1757. Zie ook mijn blog van 12 november 2008 en ook mijn blog van 12 november 2010

 

 

De dood

 

Gelijk een man, die van verlangen gloeit,
om bij zijn vriend te zijn,
Die op het land, aan de andre zij des meirs,
zijn stille woonplaats heeft;
op ‘t zien der zee, die hevig bruist en woedt,
Een koude sidd’ring voelt;
zijn angstig oog ziet starend op het schip,
dat sling’rend rijst en daalt;
De stormwind giert en snort door ‘t hoge tuig
en beukt het dond’rend zeil;
De stuurman wenkt – de man verwint zijn schrik,
Hij denkt aan zijne vriend,
en stapt gerust in ‘t worstelende schip,
En steekt naar de and’re zij!

Zo zal ik ook, wanneer de koude hand
des doods, mijn boezem drukt,
een lichte schrik gevoelen in mijn ziel
doch, die verdwijnen zal,
In Jezus onze vriend.

 

 

 

De Liefde

 

Wanneer vertoont de Liefde
Zich op het allerschoonste,
In 't hijgende verlangen,
Of na het gul genieten? -
Wij smaakten het genot reeds
In de armen der verbeelding,
Wanneer wij nog verlangen.
Maar, na het vrij genieten,
Wanneer, door al de vreugde,
De snaren der verbeelding
Geheel zijn overspannen,
Dan heerst in onze ziele
Een sombere verwarring.
Dan geeft het droevig denkbeeld:
Wij hebben reeds genoten!
Der ziele een matte houding.
Maar, geeft een blik der hope
Weer leven aan 't verlangen,
Dan leeft de ziel, en schept zich,
Uit loutre hersenschimmen,
Wel duizend vreugdebeelden.

 

 

 

 1030503-647f678712e216fa755ad33dd4473e51.jpg

Jacobus Bellamy (12 november 1757 - 11 maart 1786)

Plaquette aan zijn geboortehuis in Vlissingen

Geschreven door Romenu om 18:49 Reageer op dit bericht

Hans Magnus Enzensberger, Mircea Dinescu, Carlos Fuentes, Kurt Vonnegut, Nilgün Yerli

De Duitse dichter en schrijver Hans Magnus Enzensberger werd geboren op 11 november 1929 in Kaufbeuren. Zie ook mijn blog van 11 november 2010 en eveneens alle tags voor Hans Magnus Enzensberger op dit blog.

 

 

Call it love

 

Jetzt summen in den nackten Häusern die Körbe

auf und nieder

                       lodern die Lampen

                                                    betäubend

schlägt der April durchs gläserne Laub

springen den Frauen die Pelze im Park auf

ja über den Dächern preisen die Diebe den Abend

als hätte wie eine Taube aus weißem Batist

als hätte unvermutet und weiß und schimmernd

die Verschollene hinter den Bergen, den Formeln,

die Ausgewiesne auf den verwitterten Sternen,

ohne Gedächtnis verbannt

                                          ohne Paß ohne Schuhe

sich niedergelassen auf ihre bittern

todmüden Jäger

                          Schön ist der Abend.

 

 

 

 

Das Nelkenfeld

 

Wie dein Gesicht, eine tausendblättrige Alba, so hell,

eine Schar sich öffnender Tage:

und ich, mich freuend an dem was unzählig ist, zähle,

bis es dunkel wird, den Duft dieser Wimpern,

wie sie die kurze Zeit bebend blühn in der Brise,

und rate ratlos, wohin

wird das Unglück die Schneisen zeichnen

für den Einflug der Fledermäuse,

die fallen herab ins zarte Feld

wie Neurosen des Himmels,

ins zarte Feld, das nichts verderben kann,

und nichts kann es retten,

das nichts und niemand erretten kann,

und niemand kann es verderben.

 

 

 

 

Obsession

 

Im Rauch, auf seinem Schleudersitz denkt der Pilot,

im Sturzflug, auch in seiner Zelle der Ausgehungerte,

auch der betäubte Greis in der Klinik, auch der Einsiedler

in der Wüste denkt, wie ich, wie der überflüssige,

der auf den Füßen geht über den trüben Boulevard

 

an Frauen, an dunkle Frauen, die blond sind, fieberhaft,

an ihren Geruch, an das Perlmutt der Fingernägel

auf dem blonden Haar der dunklen Frauen, die schlaflos

und matt an den heiligen Mann in der Klinik denken,

an den Stürzenden auf seinem Strohsack, in seinerWüste,

selbst an den überflüssigen denken sie flüchtig, der wirr

und süchtig auf demWeg zum Fluß mit sich selber spricht

und an nichts denken kann, nur an die Frauen,

die dunklen Frauen, die jetzt vielleicht an ihn denken,

wie er hungrig über die Brcke taumelt im Dunkeln.

 

 

 1029896-a4dc10e79afb86523d9fbfb1191ba37e.jpg

Hans Magnus Enzensberger (Kaufbeuren,11 november 1929)

 

 

 

 

De Roemeense dichter en schrijver Mircea Dinescu werd geboren op 11 november 1950 in Slobozia. Zie ook mijn blog van 11 november 2010 en eveneens alle tags voor Mircea Dinescu op dit blog.

 

 

Exil

 

Les pommes de terre ont fleuri en Marmatie
et c'est maintenant que vous prenez le chemin du sud
quand le ciel bat la campagne éperdu
quand se confondent les pleurs et le pays ?

Vous inventerez la douleur comme une terre
vous trouverez peut-être une tombe plus chaude
nous déterrons, nous déterrons les pommes d'émeraude,
ces pierres précieuses mes pauvres pommes de terre.

Quel dieu conservé dans les saumures divines
viendra encore nous ramasser tous à nouveau ?
Chez nous chez vous on pleure près des tombeaux
chez vous chez nous une histoire se termine.

 

Vertaald door Sanda Stolojan

 

Sad Song

 

Do you remember how I used to call you?
"an icon with long legs"...

 

you used to come down the river or you were a river yourself,
flowing through me until you reached heaven

 

with your whip-like tongue,
I used to chase small hares

 

I would mow honey-like hey,
you were like a scent, I was alive

 

But, oh, oh, oh, a bush full of eyes,
now three priests are carrying me

 

my flesh now smells
like black locust lumber

 

while you bite the horses as a colt
the earth is calling me

 

the clay pot calls me a bowl,
love - a rolled over apple

 



1029896-a7eff81f54900ce21cad20fc4f213cba.jpg

Mircea Dinescu (Slobozia, 11 november 1950)  

 

 

 

 

De Mexicaanse dichter en schrijver Carlos Fuentes Macías werd geboren op 11 november 1928 in Panama-Stad. Zie ook mijn blog van 11 november 2010 en eveneens alle tags voor Carlos Fuentes op dit blog.

 

Uit: Woran ich glaube (Vertaald door Sabine Giersberg)

 

„Was wir selbst nicht haben, finden wir im Freund. Ich glaube an diese Gabe der Freundschaft und kultiviere sie seit meiner Kindheit. Darin unterscheide ich mich nicht wesentlich von den anderen Menschen. Die Freundschaft ist das erste große Band zwischen dem Heim und der Welt. Das Zuhause, ob glücklich oder unglücklich, ist der Hörsaal, in dem wir unser Urwissen erwerben; in der Freundschaft können wir es erproben. Von der Familie empfangen wir, in der Freundschaft bestätigen wir. Die Unterschiede oder Ähnlichkeiten zwischen der Familie und den Freunden bestimmen die widersprüchlichen Wege unseres Lebens. Obwohl wir unser Heim lieben, kommt für jeden von uns der Moment, in dem es uns voller Unruhe zu anderen Ufern drängt. Das Verlassen des Heims wird nur durch die Freundschaft ausgeglichen. Mehr noch: ohne Freundschaft von außen würde das, was das Heim in uns geschaffen hat, in sich zusammenfallen. Die Freundschaft macht der Familie die Anfänge des Lebens nicht streitig. Sie bestätigt, festigt, verlängert. Die Freundschaft schafft den Gefühlen Raum, die nur außerhalb des Schoßes der Familie gedeihen können. Eingeschlossen im Haus der Familie, würden sie eingehen wie Pflanzen ohne Wasser. Wenn die Türen des Hauses offenstehen, entdecken wir die Liebe, die das Zuhause mit der Welt verbindet. Und das ist Freundschaft.
Da ich an diese Initiationsfunktion von Freundschaft glaube, fällt mir der philosophische Zynismus besonders auf, der sie mit einer schwarzen Wolke umgibt. Oscar Wilde verwendete seine gefürchtete Begabung zum Paradox, über Bernard Shaw zu sagen, er habe nicht einen einzigen Feind auf der Welt, aber keiner seiner Freunde würde ihn lieben. Für Byron ist die Freundschaft traurigerweise Liebe ohne Flügel. Und wenn aus Freundschaft Liebe werden kann, so ist es doch eher selten, daß aus Liebe Freundschaft wird. Den Freund, so sagt die Volksweisheit, muß man mit Freuden empfangen und eilig verabschieden. Wenn er zu Gast ist, beginnt er wie ein Leichnam nach drei Tagen zu stinken.“

 

 

1029896-24e4726fb39fd49522eca8298cfdc346.jpg
Carlos Fuentes (Panama-Stad, 11 november 1928)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver en schilder Kurt Vonnegut werd op 11 november 1922 geboren in Indianapolis. Zie ook mijn blog van 11 november 2010 en eveneens alle tags voor Kurt Vonnegut op dit blog.

 

Uit: Slaughterhouse-Five

 

“I think of how useless the Dresden part of my memory has been, and yet how tempting Dresden has been to write about, and I am reminded of the famous limerick: There was a young man from Stamboul, Who soliloquized thus to his tool: "You took all my wealth And you ruined my health, And now you won't pee, you old fool." And I'm reminded, too, of the song that goes: My name is Yon Yonson, I work in Wisconsin, I work in a lumbermill there. The people I meet when I walk down the street, They say, "What's your name?" And I say, My name is Yon Yonson, I work in Wisconsin . . ." And so on to infinity. Over the years, people I've met have often asked me what I'm working on, and I've usually replied that the main thing was a book about Dresden. I said that to Harrison Starr, the movie-maker, one time, and he raised his eyebrows and inquired, "Is it an anti-war book?" "Yes," I said. "I guess." "You know what I say to people when I hear they're writing anti-war books?" "No. What do you say, Harrison Starr?" "I say, 'Why don't you write an anti-glacier book instead?'" What he meant, of course, was that there would always be wars, that they were as easy to stop as glaciers. I believe that, too. And even if wars didn't keep coming like glaciers, there would still be plain old death.”

 

 

 1029896-9d1c0810723f927d62e2a99d7fa2b1c7.jpg

Kurt Vonnegut (11 november 1922 – 11 april 2007)

 

 

 

De Turks-Nederlandse schrijfster Nilgün Yerli werd op 11 november 1969 geboren in Kirsehir,Turkije. Zie ook mijn blog van 11 november 2008.

 

Uit: Acht jaargetijden

 

„Bent u weleens teleurgesteld?, vroeg ik aan de man die naast me zat, op de bank in het Vondelpark. Die vraag heeft nog nooit iemand me zomaar gesteld, zei hij.
Dat kon ik wel merken ook want hij begon de vraag te beantwoorden en er kwam geen eind aan. Maar als je iemand zo'n vraag stelt moet je haast wel incalculeren dat het antwoord of heel kort kan zijn of heel lang.
Nou weet je wat het is, begon hij smeuïg, het allerbelangrijkste van een teleurstelling is dat je er niet in blijft hangen, en vooral je vertrouwen niet kwijt raakt want als je dat wel doet en je angsten niet kan overwinnen om eventueel teleurgesteld te worden dan durf je nooit meer aan iets te beginnen of iemand iets toe te vertrouwen.
Wat wijs, zei ik.
Nou, ik heb deze theorie natuurlijk niet zomaar verzonnen, ik heb ernaar geleefd, gehandeld en ondervonden.
Weet je, mijn grootste teleurstelling in mijn leven was, mijn allereerste liefde. Ik hield zoveel van haar...
Hoe oud was u toen?
Ik was 22 jaar en ontmoette haar in de bergen, in de Zwitserse bergen. Ik werkte daar als dierenarts, en op een dag bij een bergwandeling ontmoette ik Annemarijn. Ze had prachtig lang, dik blond haar met haar lange wimpers en helder blauwe kijkers eronder. Haar glimlach was zo krachtig als een rots en zwoel als een zomernacht... dat moet wel een enorme glimlach geweest zijn bedacht ik me...
Ze kwam uit Nederland, en was er op vakantie.
Ik had geluk gehad want het was haar tweede dag en ze zou nog 16 dagen blijven. Meteen had ik berekend dat ik al die dagen nog had om haar ten huwelijk te vragen“

 

.

 1029896-a09f5e8ae78d1d88158e46dbb4e012d6.jpg

Nilgün Yerli (Kirsehir, 11 november 1969)

 

 



Zie voor nog meer schrijvers van de 11 november ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 20:16 Reageer op dit bericht

Luigi Malerba, Christina Guirlande, Andreas Reimann, Noah Gordon, Louis de Bougainville

De Italiaanse schrijver Luigi Malerba werd geboren op 11 november 1927 in Berceto. Zie ook mijn blog van 12 november 2006 en ook mijn blog van 11 november 2008 en ook mijn blog van 11 november 2010

 

Uit: Het meisje in het grijs (Vertaald door Marc Vingerhoedt)

 

„Ik ben het in het grijs geklede meisje dat elke vrijdagavond links op het televisiescherm te zien is in het reclamespotje voor ‘Multigust’-snoepgoed. Dat andere meisje, altijd rechts op het scherm, met kleurige kleren en strikjes in haar haar als een vogelverschrikker, ken ik niet, ik weet alleen dat ze in porno-

films gespeeld heeft, van die zogenaamde hard porno, en dat ze dat snoepgoedspotje gedaan heeft om reclame te maken voor zichzelf. Acteurs moeten te pas en te onpas hun gezicht laten zien, anders vergeet het publiek ze en is het afgelopen met hun carrière. De benen tellen ook mee, uiteraard, maar het gezicht is het belangrijkst. Als je het publiek alleen de benen van een heel beroemde actrice laat zien, is er niemand die ze herkent. Benen kunnen mooi of lelijk zijn, maar ze hebben geen persoonlijkheid.

Toen ze mij die reclame voor ‘Multigust’-snoepgoed aanboden, heb ik meteen enthousiast toegezegd, niet alleen omwille van het geld, maar omdat ik zes maanden lang eenmaal per week op televisie zou verschijnen, op een piekuur, vlak voor het nieuws. Miljoenen en miljoenen kijkers. Ik tekende een contract voor een maand werk en met het voorschot deed ik de eerste afbetaling voor een kleurentelevisie.

De avond dat mijn spotje voor het eerst werd uitgezonden, nodigde ik twee vriendinnen uit. Ik was nogal nerveus en terwijl we op de uitzending wachtten, at ik een zakje ‘Multigust’-snoepjes leeg.

Ze zijn lekker, al schijnen ze vol kleurstoffen te zitten. En nu komt het: mijn probleem. Toen ik mezelf daar op het scherm zag, verstarde ik. Niet alleen mijn kleren waren grijs, ik was helemaal grijs, ook mijn gezicht en ook mijn benen. Ik weet niet hoe ze het gedaan hebben en wat voor trucs ze allemaal gebruikt hebben, maar had ik het geweten, ik had de opdracht denkelijk nooit aanvaard, of ik had mij het dubbele laten betalen. Ik zou in ieder geval geen geld hebben uitgegeven aan een kleurentelevisie, mijn zwart-wit-toestel was meer dan goed genoeg. Ik denk dat ze tijdens de opnamen speciale lichteffecten of zoiets gebruikt hebben, maar het resultaat was ronduit afschuwelijk. In het spotje ben ik natuurlijk degene die geen ‘Multigust’-snoepjes eet, terwijl dat andere meisje, dat met die kleuren, aldoor zit te snoepen.“

 

  

 1029893-e4731bce8d4a2cca6ff6cb96cb93ca69.jpg

Luigi Malerba (11 november 1927 – 8 mei 2008)

 

 

 



De Belgische dichteres en schrijfster
Christina Guirlande werd als Godelieve De Beule geboren te Moerzeke bij Dendermonde op 11 november 1938. Zie ook mijn blog van 11 november 2010 en eveneens alle tags voor Christina Guirlande op dit blog.

 

 

 

De engel met de glimlach

 

Al het geraas van werelden
en eeuwen ligt aan zijn stenen
ongeschoeide voet. Hij nijgt
het hoofd en lacht, spreidt wijd

zijn nutteloze vleugels in de
breedte van de nis. Waarom hij
glimlacht in de duisternis,
onder het hevig zonnevuur van

zomers, geslagen door de hagel
en de wind, in nacht en ontij
onberoerd door dood of door
het leven. Alsof hij ademt,

even, wanneer een vederlichte
duif zijn hand bewiegt. Alleen
zijn opdracht: gul zijn glimlach
geven, belet hem dat hij vliegt.

 

 

 
1029893-3ed12daa05490e75afb455df60b9a2bd.jpg
Christina Guirlande (Moerzeke, 11 november 1938)

Ritakapel op de Bootdijk in Moerzeke

 

 

 

 

De Duitse dichter, schrijver en graficus Andreas Reimann werd geboren in Leipzig op 11 november 1946. Zie ook mijn blog van 11 november 2008 en ook mijn blog van 11 november 2010

 

 

Überfahrt

Als wir, dem Strand zu entkommen,
in die ruder uns legten
(denn schlaff hing das dreifarbne Segel
mit dem loch in der mitten
vom astlosen baume herab),
sahn wir beglückt, wie das ufer
verschwand gleich den lippen, wenn einem
ausfallen die zähne.

O dieser anblick des in der ferne
langsam verschwimmenden bissigen mauls!

Aber wohin wir ruderten stracks:
mit unseren hinterköpfen
sahen wirs nicht.

 

 

 

 1029893-03051571e5915fab78d44fffce2f8e46.jpg

Andreas Reimann (Leipzig, 11 november 1946)

 

 

 

 


De Amerikaanse schrijver
Noah Gordon werd geboren op 11 november 1926 in Worcester, Massachusetts. Zie ook  Zie ook mijn blog van 11 november 2008 en ook mijn blog van 11 november 2010

 

Uit: Die Erben des Medicus (Vertaald door Klaus Berr)

“R. J. wachte auf. Ihr Leben lang würde sie immer wieder mitten in der Nacht die Augen aufschlagen und mit der beklemmen­den Gewißheit in die Dunkelheit starren, noch eine überarbei­tete Assistenzärztin am Lemuel Grace Hospital in Boston zu sein, die sich während einer Sechsunddreißig-Stunden-Schicht in einem leeren Krankenzimmer ein kurzes Nickerchen erschli­chen hat. Sie gähnte, während die Gegenwart in ihr Bewußt­sein sickerte und ihr zu ihrer großen Erleichterung dämmerte, daß die Assistenzzeit schon Jahre zurücklag. Aber sie verschloß sich vor der Wirklichkeit, denn die Leuchtzeiger ihres Weckers sagten ihr, daß sie noch zwei Stunden liegenbleiben durfte, und in dieser längst vergangenen Assistenzzeit hatte sie gelernt, jede Minute Schlaf zu nutzen.
Zwei Stunden später wurde sie, bei grauer Morgendämmerung und diesmal ohne Schrecken, wieder wach und schaltete den Wecker aus. Sie wachte immer auf, kurz bevor er klingelte, trotz­dem stellte sie ihn regelmäßig am Abend zuvor, für alle Fälle. Aus dem Massageduschkopf trommelte ihr das Wasser fast schmerz­haft auf den Schädel, was so belebend war wie eine zusätzliche Stunde Schlaf. Die Seife glitt über einen Körper, der ein wenig fül­liger war, als sie es für erstrebenswert hielt, und sie wünschte sich, sie hätte Zeit zum Joggen, doch die hatte sie nicht.

Während sie sich die halblangen schwarzen, noch immer dich­ten und kräftigen Haare fönte, begutachtete sie ihr Gesicht. Ihre Haut war glatt und rein, die Nase schmal und etwas lang, der Mund groß und voll. Sinnlich? Groß, voll und seit langem un­geküßt. Sie hatte Ringe unter den Augen.“

 

 

 

1029893-bf0d18cdbba9afb15f3a2e291d131bd2.jpg
Noah Gordon (Worcester, 11 november 1926)

 

 

 

 


De Franse schrijver, ontdekkingsreiziger, wereldreiziger en militair
Louis Antoine de Bougainville werd geboren in Parijs op 11 november 1729. Zie ook  Zie ook mijn blog van 11 november 2008 en ook mijn blog van 11 november 2010

 

Uit: Voyage autour du monde

 

“L'Hermite mourut en sortant du détroit de la Sonde, et son vaisseau, presque seul de sa flotte, ternit au Texel le 9 juillet 1626.
En 1683, Cowley, Anglais, partit de la Virginie ; il doubla le cap de Horn, fit diverses courses sur les côtes espagnoles, se rendit aux Larrones, et revint par le cap de Bonne-Espérance en Angleterre, où il arriva le 12 octobre 1686. Ce navigateur n'a fait aucune découverte dans la mer du Sud ; il prétend avoir découvert dans celle du Nord, par quarante-sept degrés de latitude australe et quatre-vingts lieues de la côte des Patagons, l'île Pepis. Je l'ai cherchée trois fois, et les Anglais deux, sans la trouver.
Wood Roger, Anglais, sortit de Bristol le 2 août 1708, passa le cap de Horn, fit la guerre sur les côtes espagnoles jusqu'en Californie, d'où, par une route frayée déjà plusieurs fois, il passa aux Larrones, aux Moluques, à Batavia et, doublant le cap de Bonne Espérance, il ternit aux Dunes le 1er octobre 1711.
Dix ans après, Roggewin, Mecklembourgeois, au service de la Hollande, sortit du Texel avec trois vaisseaux, il entra dans la mer du Sud par le cap de Horn, y chercha la Terre de Davis sans la trouver ; découvrit dans le sud du tropique austral l'île de Pâques, dont la latitude est incertaine ; puis, entre le quinzième et le seizième parallèle austral, les îles Pernicieuses, où il perdit un de ses vaisseaux ; puis à peu près dans la même latitude, les îles Aurore, Vespres, le Labyrinthe composé de six îles, et l'île de la Récréation, où il relâcha. Il découvrit ensuite, sous le douzième parallèle sud, trois îles, qu'il nomma îles de Bauman, et enfin, sous le onzième parallèle austral, les îles de Thienhoven et Groningue ; naviguant ensuite le long de la Nouvelle-Guinée et des Terres des Papous, il vint aborder à Batavia, où ses vaisseaux furent confisqués.”

 

 

 1029893-9d093b84ece11e58168ffa0dde9243b9.jpg

Louis de Bougainville (11 november 1729 - 20 augustus 1811)

Geschreven door Romenu om 20:08 Reageer op dit bericht

Friedrich Schiller, Rick de Leeuw, Jan van Nijlen, Arnold Zweig, Jacob Cats

De Duitse dichter en schrijver Johann Christoph Friedrich von Schiller werd geboren op 10 november 1759 in Marbach. Zie ook mijn blog van 10 november 2010 en eveneens alle tags voor Friedrich Schiller op dit blog.

 

Uit: Der Verbrecher aus verlorener Ehre

 

„In der ganzen Geschichte des Menschen ist kein Kapitel unterrichtender für Herz und Geist als die Annalen seiner Verirrungen. Bei jedem großen Verbrechen war eine verhältnismäßig große Kraft in Bewegung. Wenn sich das geheime Spiel der Begehrungskraft bei dem matteren Licht gewöhnlicher Affekte versteckt, so wird es im Zustand gewaltsamer Leidenschaft desto hervorspringender, kolossalischer, lauter; der feinere Menschenforscher, welcher weiß, wie viel man auf die Mechanik der gewöhnlichen Willensfreiheit eigentlich rechnen darf und wie weit es erlaubt ist, analogisch zu schließen, wird manche Erfahrung aus diesem Gebiete in seine Seelenlehre herübertragen und für das sittliche Leben verarbeiten.

Es ist etwas so Einförmiges und doch wieder so Zusammengesetztes, das menschliche Herz. Eine und eben dieselbe Fertigkeit oder Begierde kann in tausenderlei Formen und Richtungen spielen, kann tausend widersprechende Phänomene bewirken, kann in tausend Charakteren anders gemischt erscheinen, und tausend ungleiche Charaktere und Handlungen können wieder aus einerlei Neigung gesponnen sein, wenn auch der Mensch, von welchem die Rede ist, nichts weniger denn eine solche Verwandtschaft ahndet. Stünde einmal, wie für die übrigen Reiche der Natur, auch für das Menschengeschlecht ein Linnäus auf, welcher nach Trieben und Neigungen klassifizierte, wie sehr würde man erstaunen, wenn man so manchen, dessen Laster in einer engen bürgerlichen Sphäre und in der schmalen Umzäunung der Gesetze jetzt ersticken muß, mit dem Ungeheuer Borgia in einer Ordnung beisammen fände.

Von dieser Seite betrachtet, läßt sich manches gegen die gewöhnliche Behandlung der Geschichte einwenden, und hier, vermute ich, liegt auch die Schwierigkeit, warum das Studium derselben für das bürgerliche Leben noch immer so fruchtlos geblieben. Zwischen der heftigen Gemütsbewegung des handelnden Menschen und der ruhigen Stimmung des Lesers, welchem diese Handlung vorgelegt wird, herrscht ein so widriger Kontrast, liegt ein so breiter Zwischenraum, daß es dem letztern schwer, ja unmöglich wird, einen Zusammenhang nur zu ahnden. Es bleibt eine Lücke zwischen dem historischen Subjekt und dem Leser, die alle Möglichkeit einer Vergleichung oder Anwendung abschneidet und statt jenes heilsamen Schreckens, der die stolze Gesundheit warnet, ein Kopfschütteln der Befremdung erweckt.“

 

 

 

 1029225-3255f4fedf15de83fe3ee1c59e3dcc43.jpg

Friedrich Schiller (10 november 1759 - 9 mei 1805)

Anton Graff werkte tussen 1786 en 1791 aan dit portret: „Er hatte kein Sitzfleisch,“ zei hij over Schiller.

 

 

 

 


De Nederlandse dichter
schrijver, zanger en producer Rick de Leeuw werd geboren in Haarlem op 10 november 1960. Zie ook mijn blog van 10 november 2010 en eveneens alle tags voor Rick de Leeuw op dit blog.

 

 

Van dichtbij

 

van dichtbij is alles anders
niet noodzakelijk mooier
of beter
lelijker
of meer of minder interessant
maar anders

of dat op zich niet
- man, wat kan jij zeuren -
al meer dan voldoende is

 

 

 

Aan tafel

thuis aan tafel
schaamteloos weemoedig
breng ik mezelf terug naar de bossen
om hand in hand te wandelen
met de herinnering aan wat je zei
en wat ik zei en hoe je lachte
en hoe ik lachte en toen al wist
hoe ik later thuis aan tafel
zou denken aan nu
aan hoe we leven in flarden en
altijd op weg naar wat komt
achterlaten wat ons thuis aan tafel
zo schaamteloos weemoedig maakt

 

 

 

 1029225-df02e6a58df96d4ac1d2f3acce6c9fa5.jpg

Rick de Leeuw (Haarlem, 10 november 1960)

 

 

 

 


De Vlaamse dichter en schrijver Jan van Nijlen werd geboren op 10 november 1884 in Antwerpen. Zie ook mijn blog van 10 november 2010 en eveneens alle tags voor Jan van Nijlen op dit blog.

 

 

Ziekenhuis

 

Van zorgen kan ik deze nacht niet slapen.
Ik staar door 't venster doelloos voor mij uit...
Werd zó de wereld van eerstaf geschapen
Met maan en wolken, zonder een geluid

En zonder licht? Waar ik vanmorgen zag
De bomen met hun gele en groene verven
Raad ik het ziekenhuis, waar dag aan dag
Gemartelden in duizend angsten sterven.

't Is anders, overdag, een rustge buurt,
Mijn buren hebben tuinen met veel peren,
Maar met mijn woning heb ik niet gehuurd
De vrede die ik immer moet ontberen.

Nu glimt alleen het lage, doffe licht
Van 't somber huis waar altijd wordt gewaakt,
En 'k vraag mij af, bij dit verdoemd gezicht,
Wat mij zo week en zo lafhartig maakt.

 

 


De cactus

 

Kaal staat hij voor de blankheid der gordijnen,
verschrompeld in wat kiezel en wat zand
en mist zijn ziel: het alverschroeiend schijnen
der eeuwge zomers van zijn vaderland.

Maar aan het einde van zijn lijdzaam dulden,
spruit op een lichte morgen, als een vlam
van 't heet verlangen dat hem gans vervulde,
een bloem van heimwee uit zijn dorre stam.

Hij bloeit; en in die onverwachte droom
laat hij een stond zijn heimlijk wezen blinken
in 't graf van broze bloembad en aroom,

zoals de dichter die, na harde strijd,
zijn innigst voelen in een lied doet klinken
en weerkeert tot zijn oude eenzelvigheid.

 

 

 

 

's Mensen begin en einde

 

Wij eindigen zoals wij zijn begonnen:
Kaal en onmondig en sentimenteel.
Alles wat leeft keert weer naar de oude bronnen
Van 't paradijs. En dan? Ach, weet ik veel.

 

 

 

1029225-c5ddc7d77396a92519e072f5317ef9ca.jpg
Jan van Nijlen (10 november 1884 – 14 augustus 1965)

Rond 1912

 

 

 

 

De Duitse schrijver Arnold Zweig werd op 10 november 1887 in een gematigd religieuze joodse familie geboren in Glogau, Neder-Silezië (nu Głogów, Polen). Zie ook mijn blog van 10 november 2008 en ook mijn blog van 10 november 2009 en ook mijn blog van 10 november 2010

 

Uit: Komm her, wir lieben dich. Briefe einer ungewöhnlichen Freundschaft zu dritt (Briefwisseling van het echtpaar Zweig mit Helene Weyl)

 

27. August 1914

„Wir, Menschen die so gerne achten und das Achtbare und Echte überall suchten, sehen uns mit einem manchmal wahrhaft heißen Glück plötzlich, über Nacht, aus einem Volk ichsüchtiger Krämer und patriotisch-politischer Phrasendrescher das große tüchtige deutsche Volk erwachen; der fette Bürger, unser Antagonist, lernt plötzlich wieder sich einordnen, opfern, echt fühlen – er verliert seine moralische Hässlichkeit, er wird schön! Dies schon beglückt; und so genügt es zu sagen, dass die Haltung des Heeres, des Einzelnen wie der Gesamtheit, des Gemeinen wie der Leitung, der Zurückgebliebenen wie derer in der Front, ganz herrlich ist – ein jauchzendes, tollkühnes Entzücken vibriert in mir, wenn ich die Zeitungen lese,“

 

28. März 1918

Ich bin der Überzeugung 1) dass schon vor dem Kriege alle Tendenzen des internationalen Lebens stetig wachsend auf Ausschaltung der blutigen Gewalt hinwirkten, 2) dass der Krieg einen Hass gezeitigt hat, der nur in einem Jahrhundert besiegbar sein wird, 3) dass der Friedensschluss, der diesen Krieg beendet, nicht jene neue Lage schaffen wird, die das neue Europa ermöglicht und 4) dass ethische, rechtliche, aesthetische, und religiöse Kultur und dass alle Zivilisation – Reise-, Wohnungs-, Kleidungs-, Nahrungs-, Reinigungsmittel – auf den Stand von 1850 ohne die sichere Kulturtradition jener Biedermeierzeit zurückgeworfen ist.“

 

 

 1029225-4bc9fd699fc92410808aeade4dffd4ef.jpg

Arnold Zweig (10 november 1887 – 26 november 1968)

 

 

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Jacob Cats werd geboren op 10 november 1577 in Brouwershaven. Zie ook mijn blog van 10 november 2010 en eveneens alle tags voor Jacob Cats op dit blog.

 

 

Sorgh-vliet

 

Ik wil hier mijnen geest in vrijheid laten zweven,
En laat, al die het lust, bij vorst of prinsen leven;
Want die een hoge staat, of wichtig ambt bekleedt,
Is nimmer buiten zorg, en zelden buiten leed.
Ik neme deze plaats tot afkeer van de zorgen,
Om daar bevrijd te zijn, om daar te zijn verborgen
Voor streken van het hof, voor steken van de haat,
En wat er in den Haag niet zelden ommegaat.
O! waar mij dit vertrek, en volle macht gegeven,
Om daar met stille geest mijn dagen af te leven,
Ja, om nooit met een Haag voortaan te zijn gemoeid,
Als met de haag alleen, die hier bijwijlen bloeit.

 

 

 

De netten van de spin

 

De netten van de spin, die in de vensters hangen,
En kunnen maar alleen de kleine muggen vangen:
De wespe met de bij, en al wat hoger zweeft,
Maakt dat het broze rag op hen geen vat en heeft.

Wat kan een moedig hart zijn goede weg beletten?
Al wat de wereld spint en zijn maar boze netten.
En acht, o waarde ziel! en acht geen losse waan,
De wind verstrooit het kaf, maar niet het wichtig graan.



 

 

 1029225-c5060601501fdbd5fe99160c7d456e0a.jpg

Jacob Cats (10 november 1577 – 12 september 1660)

Portret door Michiel Jansz van Mierevelt, 1634


Zie voor nog meer schrijvers van de 10e november ook mijn vorige blog van vandaag.
Geschreven door Romenu om 19:42 Reageer op dit bericht

Aka Morchiladze, August De Winne, Oliver Goldsmith, Alejandro Zambra, Werner Söllner, Willem Penning, Pieter Frans van Kerckhoven

De Georgische schrijver Aka Morchiladze werd geboren op 10 november 1966 in Tbilisi. Zie ook mijn blog van 10 november 2008 en ook mijn blog van 10 november 2010

 

Uit: Santa Esperanza

 

„As I had saved a considerable sum of money long beforehand, and had a strong intention to visit the Isles once more, I decided to avoid the "human bondage" of getting the British visa, then going to London and suffering a lot more from getting the Johnish visa, and found a shorter and safer way: I planned an easier trip to Istanbul, where I would search for the Office of the third Supreme Commissioner.
The Commissioner hated Georgians… Or rather didn't very much approve of them (to put it mildly to sound more European). He might have had some serious reasons for his disapproval, but he didn't trouble much to reveal those to me. Strangely enough, he was a Georgian himself, but spoke exceptionally English.
In the course of our conversation, I inserted a couple of Georgian words into my speech, as I felt rather short of my English. But the man replied in English, saying he didn't understand my Georgian (he himself spoke the Johnish variety of the language). In the end, he ordered me to come back three hours later.
When I was back to his office, he kept inquiring, for good twenty minutes, about my occupation and the reasons for my need of a six-month visa. I did my best to make my answers sound impressive. The whole procedure felt like being at an exam, a rather stiff one. He made me answer numerous questions from the history of his own country. My answers must have sounded too ambiguous, for the only information I had about the past of the country had been obtained from a tiny brochure by a Mr. Nebieridze. I was quite certain though, that the Commissioner had already given me the visa, and even stamped it in my passport, but he hated to tell me about it.
In the end he somehow managed to give the passport to me, and advised me to go by sea. That was a really good piece of advice, for it proved to be much cheaper that way.
So, this is how I went to John's Isles for the second time and stayed there for half a year.
During the last two months of my stay, I had been living in a rented apartment in the coastal quarter.
February was already there, and I had to return home. The winters are generally very mild on those Isles, and one doesn't actually have to think about the frost at all. On the other hand, it's rather damp all around, especially for those who dwell near the sea, but it's always dry downtown. The sea is often stormy, and along the shore, twenty feet into the land, it seems to be drizzling non-stop. The sun is very rare in this season, but very welcome and very lovely. Such is the winter in Santa City.“

 

 

 1029214-c2d42695a5a6b74ec9ad02cb9daa5679.jpg

Aka Morchiladze (Tbilisi, 10 november 1966)

 

 

 

 

 

De Belgische schrijver August De Winne werd geboren in Brussel op 10 november 1861. Zie ook mijn blog van 10 november 2008 en ook mijn blog van 10 november 2010

 

Uit: Door arm Vlaanderen (De werklieden van St-Nikolaas)

 

„Beerblock en ik, wij bevinden ons te Sint-Nikolaas, zeer belangrijk vlasdistrikt en groote markt der voortbrengselen van het Land van Waas. De werkersbevolking is er talrijk, en de meest verschillende nijverheden worden er uitgeoefend. In de vlas- en katoenspinnerijen worden talrijke werklieden, bereiders van stoffen, gebruikt. Daarenboven vindt men er kousen- en lintenfabrieken, sigarenmakerijen, laken- en kantweverijen, potten- en steenbakkerijen, ververijen, houtzagerijen en werkhuizen van klompenmakers.

De twee socialisten der stad, die ons vergezellen, leiden ons eerst de breisters te huis bezoeken. Deze werksters arbeiden op onderneming, Zij zegden ons gemiddeld tien tot elf franken per week te winnen, voor ongeveer 72 uren arbeid. In de fabriek bedraagt het loon slechts acht of negen franken.

Terwijl wij aldus van huis tot huis gingen, zegde ik tot de twee werklieden die ons begeleidden:

De meesten der patroons, hier ter plaats, moeten katholieken zijn?

Bijna allen, en dan nog dweepzuchtige katholieken. Bij M. Janssens, gewezen afgevaardigde der christen-democraten, zijn de werklieden verplicht te bidden alvorens het werk te beginnen. In vele fabrieken komen de pastoors binnen, evenals in hun huis. Gedurende de kiesstrijden geven zij er voordrachten, terwijl wij er menigmaal zelfs niet in gelukken, eene zaal te vinden om onze vergaderingen te houden. Zij verplichten de werklieden de klerikale kringen en patroonschappen te bezoeken, op straf van wegzending. De socialistische, of van socialisme verdachte werklieden zouden ergeen werkkunnen vinden.“

 

 

 1029214-eeda9cba437273943d63236d55135925.jpg

August De Winne (10 november 1861 – 23 mei 1935)

“Een doodende nijverheid”, illustratie uit het boek

 

 

 

 

De Ierse dichter en schrijver Oliver Goldsmith werd geboren in Pallas (Ierland) op 10 november 1730. Zie ook mijn blog van 10 november 2008 en ook mijn blog van 10 november 2010

 

 

An Author's Bedchamber

 

WHERE the Red Lion flaring o'er the way,

Invites each passing stranger that can pay;

Where Calvert's butt, and Parsons' black champagne,

Regale the drabs and bloods of Drury-lane;

There in a lonely room, from bailiffs snug,

The Muse found Scroggen stretch'd beneath a rug;

A window, patch'd with paper, lent a ray,

That dimly show'd the state in which he lay;

The sanded floor that grits beneath the tread;

The humid wall with paltry pictures spread:

The royal game of goose was there in view,

And the twelve rules the royal martyr drew;

The seasons, fram'd with listing, found a place,

And brave prince William show'd his lamp-black face:

The morn was cold, he views with keen desire

The rusty grate unconscious of a fire;

With beer and milk arrears the frieze was scor'd,

And five crack'd teacups dress'd the chimney board;

A nightcap deck'd his brows instead of bay,

A cap by night--a stocking all the day!

 



 

1029214-0d121a5bc1296149d395b886ef99763a.jpg
Oliver Goldsmith (10 november 1730 - 4 april 1774)

Standbeeld van John Henry Foley uit 1864, Trinity College, Dublin

 

 



Onafhankelijk van gebooortedata:

 

De Chileense schrijver Alejandro Zambra werd in 1975 geboren in Santiago de Chile, waar hij  ook opgroeide. Zie ook mijn blog van 10 november 2010

 

Uit: The Private Lives of Trees (Vertaald door Megan McDowell).

 

„Verónica was studying for an Art degree—she was in her second year—when Daniela arrived and threw everything off course.
Anticipating the pain was her way of experiencing it—a young pain that grew and grew and sometimes, throughout certain especially warm hours, tended to disappear. During the first weeks of her pregnancy, she decided to keep the news to herself; she didn’t even tell Fernando or her best girlfriend, although she didn’t have, exactly, a best friend. That is, she had many girlfriends who inevitably came to her for advice, but their confidence was never entirely reciprocated. That time of silence was one last luxury that Verónica could give herself, an addedon privacy, a space in which to construct her decisions with an uncertain calm. “I don’t want to be a student/pregnant woman. I don’t want to be a mother/student,” she thought; she definitely didn’t want to find herself, in a few months time, wrapped in a wide and flowery dress, explaining to the professor that she hadn’t been able to study for the test, or later, two years on, leaving the baby in the librarians’ care. Imagining the faces of the librarians, enraptured with their role as the faithful guardians of other people’s children, sent her into a panic.
During that time she went to dozens of art galleries, shamelessly questioned her professors, and lost many hours to letting herself be pursued by upper-level students, who, as was to be expected, turned out to be insufferable nice guys—nice guys who claimed to be bad and nevertheless found success faster than their civil engineer brothers or their educational psychologist sisters.
Sooner rather than later, Verónica found the resentment she was looking for: this was not a world she wanted to be a part of—this wasn’t a world, not even close, she could be a part of. From then on, every time she was knocked down by a dark thought about her abandoned vocation, she retrieved the counter-examples she had hoarded away. Instead of thinking about the healthy disdain some of her professors felt for artistic fads, she remembered the classes she took from two or three charlatans of the type that always seem to hover around art departments. And instead of thinking about the honest, true works of some of her classmates, she preferred to return to the naïve galleries where the advanced members of the class exhibited their discoveries.“

 

 

1029214-cafa416ce891d543aa01a471eebbdbee.jpg
Alejandro Zambra (Santiago de Chile, 1975)

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 10 november 2010.

 

De Duitse dichter, schrijver en vertaler Werner Söllner werd geboren op 10 november 1951 in Arad, Roemenië.

 

De Nederlandse schrijver en dichter Willem Levinus Penning werd geboren in Schiedam op 10 november 1840. Zie ook mijn blog van 10 november 2008.

 

De Vlaamse schrijver Pieter Frans van Kerckhoven werd geboren in Antwerpen op 10 november 1818. Zie ook mijn blog van 10 november 2008.

Geschreven door Romenu om 19:37 Reageer op dit bericht

In Memoriam F. Springer

In Memoriam F. Springer

 

De Nederlandse schrijver en oud-diplomaat F. Springer, pseudoniem van Carel Jan Schneider, is maandagavond op 79-jarige leeftijd in Den Haag overleden. Dat heeft uitgeverij Querido dinsdag bekend gemaakt.  F. Springer debuteerde in 1962 met de verhalenbundel Bericht uit Hollandia. Daarna schreef hij onder meer de romans Bougainville (1981), Bandoeng-Bandung (1993) en Kandy (1998). In 1990 schreef hij het Boekenweekgeschenk Sterremeer. Voor zijn gehele oeuvre ontving Springer in 1995 de Constantijn Huygensprijs. Zie ook mijn blog van 15 januari 2011.

 

Uit: Bougainville

 

“Ze ging door. Haar stralende herinnering aan die vierentwintig uur in het Marriott Hotel veranderde na enige tijd in irritatie. De heer Vaulant was zijn streken dus nog niet kwijt. Waarom had zij kunnen denken dat wij op ons vijfenveertigste anders handelen dan wanneer we twintig zijn. Les jeux sont faits, nietwaar? Ze dacht, barst Tommie Vaulant, minnaars genoeg, bewonderaars bij het dozijn, jawel, niet lachen Bo (ik lachte niet), dus een hele drukke tijd, veel reizen, veel aanloop van buitenlandse relaties op het kantoor in Amsterdam, hij kon barsten, Tommie Vaulant. Dagen achtereen dacht ze geen seconde aan hem, arrogante big shot van de Verenigde Naties.

Maar die vierentwintig uur: als ze een enkele keer alleen thuis zat, omdat er werkelijk niets meer te verzinnen was aan werk, uitgaan, weg zijn, dan kwamen die vierentwintig uur glashelder terug, minuut na minuut. Er waren ogenblikken dat ze het zo allemaal had kunnen opschrijven. (O god, ook zij, dacht ik, en misschien zou zij haar opstel dan ook wel bij haar vriendje Bo inleveren.) Maar het zou er nooit van komen. September vorig jaar, vlak na een teleurstellende ervaring met een zogenaamd begripvolle minnaar had ze, eigenlijk toch nijdig op zich zelf, toegegeven aan haar verlangen en een brief naar New York geschreven, naar Mr Vaulant in het hoofdkwartier van de VN. Er kwam een briefje terug. De inhoud kende ze uit haar hoofd. ‘Dear Madam, I sincerely regret to inform you that Mr Thomas Vaulant met with a fatal accident while on a recent official mission in South East Asia. I herewith duly return your letter.’

Haar auto stond op de Gevers Deynootweg. Ik zoende haar wangen. Tak Tong Hie, bonsde het belachelijk in mijn hoofd. Tak Tong Hie.

‘Madeleen,’ zei ik, ‘wat ik nog...’

‘Je bent lief, Bo,’ zei ze, een vinger tegen mijn lippen leggend, ‘je bent altijd lief geweest en jij kunt er ook niets aan doen. Ik weet zeker dat je van onze reünie vanavond een heel mooi verhaal zult maken.’

Ze stapte in, startte de motor, draaide het raampje open. ‘Good luck, Bo,’ zei ze. Ik streelde haar nog even over haar haren. Ze gaf al gas voordat ik nog iets kon zeggen om haar tegen te houden.

‘Bougainville,’ had ik willen zeggen, ‘Bougainville, Bougainville.’

 

 

 

 1028930-c1ec551a3960bc23d4f8584494c8cc6b.jpg

F. Springer (15 januari 1932 –  7 november 2011)

Geschreven door Romenu om 11:48 Reageer op dit bericht

Ivan Toergenjev, Erika Mann, Jan Decker, Velemir Chlebnikov, Anne Sexton, Karin Kiwus

De Russische schrijver Ivan Sergejevitsj Toergenjev werd geboren op 9 november 1818 in Orjol, in de Oekraïne. Zie ook mijn blog van 9 november 2010 en eveneens alle tags voor Ivan Toergenjev op dit blog.

 

Uit: Faust (Vertaald door Dorothea Trottenberg)

 

“Von Pavel Aleksandrovič B… an
Semjon Nikolaevič V…
Landgut M., 6.Juni 1850
Vor drei Tagen bin ich hier angekommen, lieber Freund, und wie versprochen, greife ich zur Feder und schreibe Dir. Seit dem Morgen geht ein leichter Sprühregen nieder: Man kann nicht nach draußen; außerdem will ich mit Dir plaudern. Da bin ich nun wieder in meinem alten Nest, wo ich – ich getraue mich kaum, es zu sagen – neun ganze Jahre nicht gewesen bin. Was ist nicht alles geschehen in diesen neun Jahren! Wahrhaftig, wenn man so überlegt, ist es, als sei ich ein anderer Mensch geworden. Und tatsächlich, ich bin ein anderer: Erinnerst Du Dich noch an den kleinen, angelaufenen Spiegel meiner Urgroßmutter im Salon, den mit den seltsamen Schnörkeln in den Ecken– Du hast immer überlegt, was er wohl vor hundert Jahren gesehen haben mag – ; gleich nach meiner Ankunft stellte ich mich davor und war unwillkürlich betroffen. Plötzlich sah ich, wie alt ich geworden bin und wie ich mich in letzter Zeit verändert habe. Im übrigen bin nicht nur ich älter geworden. Mein Häuschen, schon lange baufällig, steht gerade eben noch, es ist krumm und schief und in den Boden eingesunken. Meine gute Vasiljevna, die Beschließerin (Du hast sie sicher nicht vergessen: Sie hat Dich immer mit so feiner Konfitüre bewirtet), ist ganz mager geworden und hat einen krummen Rücken bekommen; als sie mich sah, konnte sie nicht einmal rufen oder weinen, sondern sie ächzte und hustete nur, setzte sich erschöpft auf einen Stuhl und winkte ab. Der alte Terentij ist noch ganz munter, er hält sich gerade, wie früher, und stellt beim Gehen die Füße nach außen, die Beine noch immer in die gleichen gelblichen NankingHosen gekleidet, die Füße noch immer in den gleichen knarzenden Ziegenlederschuhen mit dem hohen Spann und den Schleifen, über die Du oftmals ganz gerührt warst… Aber mein Gott! Wie diese Hosen jetzt um seine mageren Beine schlottern! Wie weiß sein Haar geworden ist! Und sein Gesicht ist auf Faustgröße zusammengeschrumpft; aber als er anfing, mit mir zu sprechen, als er anfing, im Nachbarzimmer Anweisungen und Befehle zugeben, da mußte ich über ihn lachen, und gleichzeitig tat er mir leid. Alle Zähne sind ihm ausgefallen, und er nuschelt pfeifend und zischend vor sich hin. Dafür ist der Garten wunderschön geworden: Die kleinen bescheidenen Sträucher, der Flieder, die Akazien, das Geißblatt (weißt Du noch, wir haben sie zusammen gepflanzt) sind zu prachtvollen, dichten Büschen herangewachsen; die Birken, die Ahornbäume – sie alle sind in die Höhe geschossen und in die Breite gegangen; die Lindenalleen sind besonders schön geworden.”

 

  

 

 1028515-db229dbc8aad6106a80214a446611c3e.jpg

Ivan Toergenjev (9 november 1818 – 3 september 1883)

Borstbeeld in Baden-Baden

 

 

 

 

De Duitse schrijfster Erika Mann werd geboren op 9 november 1905 in München als oudste dochter van de Duitse schrijver Thomas Mann. Zie ook mijn blog van 9 november 2010 en eveneens alle tags voor Erika Mann op dit blog.

 

Uit: Erika Mann (Biografie door Irmela von der Lühe)

 

„Über die erste Begegnung zwischen Thomas Mann und Katia Pringsheim, über das alltägliche Leben im Hause der Thomas-Mann-Familie, über Kindheitserlebnisse und jugendliche Abenteuer im München der Weltkriegsjahre haben nicht nur die Thomas-Mann-Biographen viel und häufig ähnlich geschrieben. Klaus Manns Autobiographien, zahlreiche Interviews Erika Manns aus späteren Jahren und auch Katia Manns Ungeschriebene Memoiren haben ein Bild vom Leben in der Poschingerstraße und in Bad Tölz entstehen lassen, das harmonisierende, verklärende Züge trägt; gerade dann, wenn von extravaganten Streichen und verrückten Unternehmungen der Geschwister Erika und Klaus die Rede ist.

Die Biographin steht vor der Schwierigkeit, all diese Geschichten, die Kennern der Mann-Familie bis zum Überdruss geläufig sein mögen, noch einmal zu erzählen. Zur fehlenden Originalität gesellt sich ein zweiter Mangel: Verlässliche Quellen, Aufzeichnungen gar oder zuverlässige mündliche Mitteilungen darüber, wie es im Hause des häufig schweigsamen, stets auf Etikette und bürgerliches Wohlleben bedachten Vaters denn wirklich zuging, finden sich nur selten. Einiges ist den 1931 einsetzenden Tagebüchern Klaus Manns zu entnehmen, der selbst indes durch seine in wissenschaftlichen und populären Darstellungen immer wieder ausgeschriebene Autobiographie Kind dieser Zeit (1932) nicht unerheblich zur Legendenbildung beigetragen hat. Es fällt nicht schwer, sich auch die Gegenseite der im Folgenden wiederholten Schilderungen vorzustellen: familiäre Zwänge, autoritäre Reaktionen, kränkende Erlebnisse und wohl auch bedrückend öde Tage, die vom vornehmen Desinteresse des Vaters an seiner Familie bestimmt waren.

Als «Audienz» hat Hans Sahl einen Besuch im Hause Thomas Manns während des Exils in der Schweiz empfunden und hinzugefügt:

«Es schien mir, als ob Thomas Mann Wert darauf legte, sogar ein Gespräch mit seiner Familie wie eine Buchseite zu komponieren. Da wurde nicht durcheinandergeredet, jeder kam an die Reihe zu gegebener Zeit.»

  

 

 1028515-642513528c5de667539442d7bffeaf8a.jpg

Erika Mann (9 november 1905 - 27 augustus 1969)

Katia, Thomas en Erika Mann in Stockholm

 

 

 

 

De Duitse schrijver Jan Decker werd geboren op 9 november 1977 in Kassel. Zie ook mijn blog van 9 november 2010

 

 

Der Abdecker

 

Sie fanden den Abdecker nach drei Tagen. An einem Ort, der als der naheliegendste und zugleich entfernteste erschien: in der Grube bei den Tieren. Die Lage seines Körpers, so der Gastwirt, eingebettet in einen Stoß Gemsen, von einer Tanne bedeckt, habe ein früheres Auffinden ungleich erschwert.

Ich hatte den Abdecker nur flüchtig gekannt: flüchtig, was Anzahl und Inhalt unserer Gespräche zukam. In letzteren erwähnte er stets das Wort Verwesungsprozess – er sprach genauer von einem geistigen Prozess der Verwesung, in dessen Verlauf sich der Mensch unweigerlich dem Tier zusenke. Dem Tier, das ihm ja von Natur aus das Nächste sei.

Einmal zeigte er mir in seinem Haus, was er als sein Lebenswerk bezeichnete: Dunkel beschriebene Manuskriptseiten in loser Ordnung, die, so der Abdecker, nichts weniger als die Summe aller Philosophie darstellten, indem sein Lebenswerk gleichsam die Geschichte, schlicht die Notwendigkeit jeder Philosophie verneine.

Es dürfe mich nicht verwundern, fügte er an, dass gerade er, der Abdecker, sich mit den höchstgeistigsten Dingen beschäftige, hätten doch diese Dinge ihre natürliche Entsprechung in seinem täglichen Tun, dem Schächten und Verwerten von Kadavern. Es seien schließlich beide nur Ausfällungen der geistigen wie körperlichen Verwesung, und von daher nichts als nichtig.

Am vierten Tag hoben sie den Abdecker aus der Grube. Wie der Gastwirt schilderte, habe der Frost eine schnelle Grablegung des Leichnams vereitelt. Selbst die Schusswaffe konnte erst nach Stunden

der Lagerung im Totenhaus aus der Hand des Abdeckers befreit werden. Dennoch, so der Gastwirt, haben sich Totenschau und Grablegung noch am selben Tag abwickeln lassen können.“

 

 

 

 1028515-5719971ba226ffc5c5d915bf84064237.jpg

Jan Decker (Kassel, 9 november 1977)

 

 

 

 


De Russische dichter en schrijver
Velemir Chlebnikov werd geboren op 9 november 1885 in Tundotovo. Zie ook mijn blog van 9 november 2010 en eveneens alle tags voor Velemir Chlebnikov op dit blog.

 

 

Die Wolkichtigen zogen und weinten

 

Die Wolkichtigen zogen und weinten
Über den hohen Fernen der Weiten.
Den Wolkichtigen Schatten enteilten
Über den traurigen Fernen der Weiten.
Die Wolkichtigen Schatten verstreuten
Über den traurigen Fernen der Weiten.
Die Wolkichtigen zogen und weinten
Über den hohen Fernen der Weiten.

 

 

 

Finsteres

 

Ich werfe zu Zeiten der inneren Öde
Mich in die glänzende goldene Sonne.
Mein Flügeln mischt rauschend in lichter Höhe
Hiesigen Hohn mit heiliger Wonne.
Ich starb, ich starb, in reißendem Strome
Bedeckte die Rüstung mein blutiger Schrecken.
Manchmal dann, wenn ich erneut zu mir komme,
Mustert euch kritisch das Auge des Recken.

 

 

 

 

Und ich schallte gemein mit meiner Schalmei

                       

Und ich schallte gemein mit meiner Schalmei
Und holte die Welt in mein Hotel.
Mir gehorsam zogen Sterne im ruhigen Kreis.
Ich schallte gemein mit meiner Schalmei, zu erfüllen das Schicksal der Welt.

 

 


Vertaald door Eric Boerner

 

 

 

1028515-0f576c3d47ec5a816e21ed59186b8129.jpg
Velemir Chlebnikov (9 november 1885 - 28 juni 1922)

 

 

 

 

De Engelse dichteres en schrijfster Anne Sexton werd geboren op 9 november 1928 in Newton, Massachusetts. Zie ook mijn blog van 9 november 2008 en ook mijn blog van 9 november 2009 en ook mijn blog van 9 november 2010

 

 

Courage

 

It is in the small things we see it.
The child's first step,
as awesome as an earthquake.
The first time you rode a bike,
wallowing up the sidewalk.
The first spanking when your heart
went on a journey all alone.
When they called you crybaby
or poor or fatty or crazy
and made you into an alien,
you drank their acid
and concealed it.

 

Later,
if you faced the death of bombs and bullets
you did not do it with a banner,
you did it with only a hat to
cover your heart.
You did not fondle the weakness inside you
though it was there.
Your courage was a small coal
that you kept swallowing.
If your buddy saved you
and died himself in so doing,
then his courage was not courage,
it was love; love as simple as shaving soap.

 

Later,
if you have endured a great despair,
then you did it alone,
getting a transfusion from the fire,
picking the scabs off your heart,
then wringing it out like a sock.
Next, my kinsman, you powdered your sorrow,
you gave it a back rub
and then you covered it with a blanket
and after it had slept a while
it woke to the wings of the roses
and was transformed.

 

Later,
when you face old age and its natural conclusion
your courage will still be shown in the little ways,
each spring will be a sword you'll sharpen,
those you love will live in a fever of love,
and you'll bargain with the calendar
and at the last moment
when death opens the back door
you'll put on your carpet slippers
and stride out.

 

 

 

1028515-a0a9d5d4847a7b576e124e8b5e2d20c8.jpg
Anne Sexton (9 november 1928 – 4 oktober 1974)

Gefotografeerd rond 1970 door Elsa Dorfman

 

 

 

 

 Zie voor nog meer schrijvers van de 9e november ook mijn vorige blog van vandaag.
Geschreven door Romenu om 18:56 Reageer op dit bericht

Roger McGough, Mohammed Iqbal, Karin Kiwus, Imre Kertész, Carl Sagan, Raymond Devos

De Engelse dichter en schrijver Roger Joseph McGough werd geboren op 9 november 1937 in Litherland, Lancashire. Zie ook mijn blog van 9 november 2008 en ook mijn blog van 9 november 2009 en ook mijn blog van 9 november 2010

 

 

The Leader

 

I wanna be the leader

I wanna be the leader

Can I be the leader?

Can I? I can?

Promise? Promise?

Yippee I'm the leader

I'm the leader

 

 

 

The Identification

 

So you think its Stephen?

Then I'd best make sure

Be on the safe side as it were.

Ah, theres been a mistake. The hair

you see, its black, now Stephens fair ...

Whats that? The explosion?

Of course, burnt black. Silly of me.

I should have known. Then lets get on.

 

The face, is that the face mask?

that mask of charred wood

blistered scarred could

that have been a child's face?

The sweater, where intact, looks

in fact all too familiar.

But one must be sure.

 

The scoutbelt. Yes thats his.

I recognise the studs he hammered in

not a week ago. At the age

when boys get clothes-conscious

now you know. Its almost

certainly Stephen. But one must

be sure. Remove all trace of doubt.

Pull out every splinter of hope.

 

Pockets. Empty the pockets.

Handkerchief? Could be any schoolboy's.

Dirty enough. Cigarettes?

Oh this can't be Stephen.

I dont allow him to smoke you see.

He wouldn't disobey me. Not his father.

But that's his penknife. Thats his alright.

And thats his key on the keyring

Gran gave him just the other night.

Then this must be him.

 

I think I know what happened

... ... ... about the cigarettes

No doubt he was minding them

for one of the older boys.

Yes thats it.

Thats him.

Thats our Stephen.

 

 

 1028509-559055e5bb958ddd34e004a8b6aaffe7.jpg

Roger McGough (Litherland, 9 november 1937)





De Indische dichter en schrijver Mohammed Iqbal werd geboren op 9 november 1877 in Sialkot in het tegenwoordige Pakistan. Zie ook mijn blog van 9 november 2006 en ook mijn blog van 9 november 2008 en ook mijn blog van 9 november 2010

 

Uit: Javid Nama (Book of Eternity, vertaald door Arthur J. Arberry)


Life out of the delight of absence and presence

fashioned forth this world of near and far;

 so snapped asunder the thread of the moment

and mixed the hues of Time’s house of amazement.

On all sides, out of the joyous yearning for habitude

arose the cry: ‘I am one thing, you are another.’

The moon and the stars learned the way to walk,

a hundred lamps were kindled in the firmament.
In the azure heavens the sun pitched

its gold-cloth tent with its silver ropes,

 raised its head over the rim of the first dawn

and drew to its breast the new-born world.

Man’s realm was a heap of earth, no more,

an empty wilderness, without a caravan;

not a river wrestled in any mountain,

not a cloud sprinkled on any desert,

no chanting of birds among the branches,

no leaping of deer amidst the meadow.

Sea and land lacked the spirit’s manifestations,

a curling vapour was the mantle of earth’s body;

the grasses, never having known the breeze of March,

still slumbered within the depths of earth.

The azure sky then chided the earth, saying:

‘I never saw anyone pass so miserable a life!

In all my breadth what creature is so blind as you?

What light is yours, save that drawn from my lamp?

Be earth high as Alvand, yet it is only earth,

it is not bright and eternal as the skies.

 

 

 1028509-8ae0aa8a4c406f92b16627879b12a876.jpg

Mohammed Iqbal (9 november 1877 – 21 april 1938)

 

 


 

De Duitse dichteres en schrijfster Karin Kiwus werd geboren op 9 november 1942 in Berlijn. Zie ook mijn blog van 9 november 2008 en ook mijn blog van 9 november 2009 en ook mijn blog van 9 november 2010



Phantom


Wenn nichts mehr

Übrigbleibt außer

Einer Müdigkeit,

Die sich wortlos,

Allein

Zurückziehen will von allem

Dann wäre es vielleicht

Doch gut, manchmal

Wenigstens

Einen Namen

Zu wissen, den man

Murmeln könnte,

Ohne im Geringsten

Eine Erscheinung

Noch zu erwarten.




Schon genug


Unterwegs pickt der Spatz

Schnell noch mal

An der Bananenschale herum,

Setzt mit drei Sprüngen,

Von der Bahnsteigkante zur nächsten Pfütze

Trinkt ein paar Schluck,
Wartet den Schnabel erhoben

Bis die Kurswagen vorbei ziehn,

Schwingt sich dann

Leicht über die Gleise,

Landet in Fahrtrichtung

Und scheißt

Auf eine blanke Schiene




1028509-adac439620204283a1a50d6ff99716e5.jpg
Karin Kiwus (Berlijn, 9 november 1942)

Berlijn, Unter den Linden




De joods-Hongaarse schrijver Imre Kertész werd geboren op 9 november 1929 in Boedapest. Zie ook mijn blog van 9 november 2006 en ook mijn blog van 9 november 2008 en ook mijn blog van 9 november 2010

 

Uit: Fateless

 

„I know of three means of escape from a concentration camp, because I either saw, heard, or experienced them. I lived by the first one, the most modest, perhaps: there is one aspect of human nature that, I had learned in school, is also a person's inalienable right. It is true that our imagination remains free even in captivity. I could, for instance, achieve this freedom while my hands were busy with a shovel or a pickax — with a moderate exertion, limiting myself to the most essential movements only. I myself was simply not there. But still, imagination is only free within certain boundaries . . . .

Everybody knew full well what could result when a wake-up call in a concentration camp failed to wake up those who no longer wanted to be wakened. And there were those. This was the second route of escape. Who was not tempted — once, at least once — to do this? . . .

Finally there is the third, the most literal meaning of escape to consider. It seems there had been one example of that, only once, in our camp. There were three real escapees, all three Latvians, who were experienced and versed in the geography of the area and the German language, secure in what they were doing — so the rumor went. . . . The next evening on their return I tried not to look to the right. For there stood three chairs, and on them were three men, or rather three manlike creatures. . . . I also saw some kind of a construction . . . with three looped ropes hanging down from them, and I understood that this was a gallows...

Here three months sufficed for my body to desert me. I can say for certain that nothing is more awkward, nothing more discouraging, than noticing day after day, keeping track day after day, of how much we have rotted away. . . .

Let's not exaggerate things, for this is precisely the hurdle: I am here, and I know full well that I have to accept the prize of being allowed to live. Yes, as I look around me in this gentle dusk in this square on a storm-beaten yet full-of-thousands-of-promises street, I already begin to feel how readiness is growing, collecting inside me. I have to continue my uncontinuable life. My mother is waiting for me.“

 

 

 1028509-6690c6f4f965084af34f1deb3180b955.jpg

Imre Kertész (Boedapest, 9 november 1929)

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 9 november 2010.

 

De Amerikaanse schrijver, astronoom en populariseerder van de wetenschap Carl Edward Sagan werd geboren in New York op 9 november 1934. Zie ook mijn blog van 9 november 2008.

 

De Belgische humorist, cabaretier en schrijver Raymond Devos werd geboren in Moeskroen op 9 november 1922. Zie ook mijn blog van 9 november 2008.

 

Geschreven door Romenu om 18:46 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten