Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Donald Hall, Javier Marías, Cyriel Buysse, Upton Sinclair

De Amerikaanse dichter en schrijver Donald Hall werd geboren in Hamden, New Haven County, Connecticut op 20 september 1928. Zie ook mijn blog van 20 september 2010 en eveneens alle tags voor Donald Hall op dit blog.

 

 

Gold

 

Pale gold of the walls, gold
of the centers of daisies, yellow roses
pressing from a clear bowl. All day
we lay on the bed, my hand
stroking the deep
gold of your thighs and your back.
We slept and woke
entering the golden room together,
lay down in it breathing
quickly, then
slowly again,
caressing and dozing, your hand sleepily
touching my hair now.

We made in those days
tiny identical rooms inside our bodies
which the men who uncover our graves
will find in a thousand years,
shining and whole.

 

 

 

 

Je Suis une table

 

It has happened suddenly,
by surprise, in an arbor,
or while drinking good coffee,
after speaking, or before,

that I dumbly inhabit
a density; in language,
there is nothing to stop it,
for nothing retains an edge.

Simple ignorance presents,
later, words for a function,
but it is common pretense
of speech, by a convention,

and there is nothing at all
but inner silence, nothing
to relieve on principle
now this intense thickening.

 

 

 

 1240091-e75e0dd5e1b44d630b4adcdcb42038b5.jpg

Donald Hall (Hamden, 20 september 1928)

 

 

 

 

 

De Spaanse schrijver Javier Marías Franco werd op 20 september 1951 in Madrid geboren. Zie ook mijn blog van 20 september 2010 en eveneens alle tags voor Javier Marías op dit blog.

 

Uit: Your Face Tomorrow. Poison, Shadow and Farewell (Vertaald door Margaret Jull Costa)

 

“It’s true that there are still a few people who harbor this deep - seated belief and to whom it does matter, and they are, in fact, acting so that the person they are saving can bear witness, so that he or she will think well of them and remember them with eternal admiration and gratitude; what they don’t realize at that decisive moment, or at least not fully, is that they will never enjoy that admiration or gratitude because they will be the ones who, a moment later, will be dead.’

And what came into my head while he was talking was an expression that was both diffi cult to grasp and possibly untranslatable, which is why, at fi rst, I didn’t mention it to Tupra, it would have taken me too long to explain. My initial thought was: ‘It’s what we call “vergüenza torera,” literally “a bullfi ghter’s sense of shame,” ’ and then: ‘Because bullfi ghters, of course, have loads of witnesses, a whole arenaful, plus sometimes a TV audience of millions, so it’s perfectly understandable that they should think: “I’d rather leave here with a ruptured femoral artery or dead than be thought a coward in the presence of all these people who will go on to talk about it endlessly and forever.” Bullfi ghters fear narrative horror like the plague, that fi nal defi ning wrong move, they really care about how their lives end, it’s the same with Dick Dearlove and almost any other public fi gure, I suppose, whose story is played out in full view of everyone at every stage or chapter, right up to the dénouement that can mark a whole life and give it an entirely false and unfair meaning.’ And then I couldn’t help saying it out loud, even though it meant briefl y interrupting Tupra. But it did, after all, add to what he was saying and was also a way of pretending that this was a dialogue:

‘That’s what we call “vergüenza torera.” ’ And I said the two words in Spanish, then immediately translated them. ‘I’ll explain to you exactly what it means another day, since you don’t have bullfighters here.’ Although at that moment, I wasn’t even sure there would be another day, another day at his side, not one.

‘OK, but don’t forget. And no, you’re right, we don’t have bullfi ghters here.’ Tupra was always curious to hear the turns of phrase in my own language about which I occasionally enlightened him, whenever they seemed relevant or were particularly striking. Now, however, he was enlightening me (I knew where he was heading, and both he and the path he was taking aroused my curiosity over and above the foreseeable revulsion I would feel at the end of the journey), and so he continued: ‘From there to letting someone die in order to save yourself is only a step, and trying to ensure that someone else dies in your place or even bringing that about (you know the kind of thing, it’s him or me) is just one more short step, and both steps are easily taken, especially the fi rst, in fact, in an extreme situation, almost everyone takes that step.”

 

 

 1240091-8d8873036a21da37c09e1d71b2a49a4d.jpg

Javier Marías (Madrid, 20 september 1951)

 

 

 

 

 

De Vlaamse schrijver Cyriel Buysse werd geboren op 20 september 1859 in Nevele. Zie ook mijn blog van 20 september 2007. Zie ook mijn blog van 20 september 2010 en eveneens alle tags voor Cyriel Buysse op dit blog.

 

Uit: De zwarte kost

 

“Het sloeg juist elf, die zondagmorgen, en in de enkele straat van het dorpje was alles stil en vreedzaam, toen, in een plotselinge opschudding, van huis tot huis de deuren openvlogen, en de bewoners met uitroepingen van verbazing op hun dorpels kwamen.

Er moest voorwaar geen gewichtige gebeurtenis in het rustig Akspoele plaatsgrijpen, om er terstond de lieden op de straat te lokken: de enkele voorbijtocht van een ongewoon rijtuig of de verschijning van een onbekende waren daartoe ruim voldoende. Doch ditmaal gold het iets zó buitengewoon ontzettends, dat het er terstond als een klein oproer werd.

Dáár, aan het uiteinde van de straat, komend in het dorp langs de weg van het station Bavel, naderde met rasse tred, vergezeld van een joelende bende knapen en meisjes, een groep van drie personen.

Hij, die in het midden liep, werd dadelijk herkend. Het was Massijn, Fortuné Massijn, de klerk van notaris Potvlieghe. Maar of de twee anderen mensen of dieren waren, dat konden de stomverbaasde dorpelingen nog niet bevestigen.

Zij hadden de gestalte en de lichaamsvormen van twee magere, te vroeg opgeschoten vijftienjarige knapen. Beiden droegen een zwartfluwelen pak, met korte broek en koperen knopen op het wambuis; beiden hadden lange rode kousen aan, en op het hoofd een zonderlinge rode pet, met zwarte, schuins afhangende kwast. Doch wat volstrekt op niets menselijks meer leek was hun gezicht: een glimmend-zwarte, monsterlelijke tronie met vervaarlijke ogen en vingerdikke lippen; en hun handen: afschuwelijke handen, zwart, lang en mager gelijk beestenklauwen. Een soort van zwarte, dicht-kroezende wol bedekte hun slapen; en door hun oorlellen staken overgrote koperen ringen, woest schitterend in de ochtend-zonneglans.

Massijn was in het dorp bekend als een allerzonderlingste kerel. Het greintje hoogmoedswaanzin, waaraan hij laboreerde, openbaarde zich bij hem in een zeer curieus verschijnsel: hij was bezeten door de manie der kennismaking met vreemdelingen. Men wist maar niet waar hij die steeds vandaan haalde, doch weinig zondagen gingen er voorbij dat hij niet de een of andere onbekende bij zich had, waarmee hij, opgeblazen van trots, de herbergen van Akspoele bezocht, met zijn verwarde uitspraak van hakkelaar de vreemdeling aan zijn kennissen voorstellend als ‘zij...ijn bêêêsten vri...iend’ van deze of gene, door de dorpelingen nooit gehoorde stad of streek; hem gul onthalend op al wat hij maar drinken wilde; hem eindelijk aan tafel uitnodigend en hem zelfs vaak met een rijtuig naar het naastgelegen station terugbrengend, dit alles tot grote ergernis van zijn moeder en zuster, die in dergelijke kennismakingen niet het minste genoegen vonden, en er integendeel zeer tegen opzagen een deel van het beperkt huiselijk inkomen zo nutteloos te zien verspillen.

 

 

 

 1240091-f8ad2977c1fd9d42fba07abb3c55f1aa.jpg

Cyriel Buysse (20 september 1859 - 25 juli 1932)

Gedenkplaat van Cyriel Buysse aan zijn voormalige woning in Nevele.

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Upton Beall Sinclair werd geboren op 20 september 1878. Zie ook mijn blog van 20 september 2010 en eveneens alle tags voor Upton Sinclair op dit blog.

 

Uit: The Jungle

 

"Z. Graiczunas, Pasilinksminimams darzas. Vynas. Sznapsas. Wines and Liquors. Union Headquarters"—that was the way the signs ran. The reader, who perhaps has never held much converse in the language of far-off Lithuania, will be glad of the explanation that the place was the rear room of a saloon in that part of Chicago known as "back of the yards." This information is definite and suited to the matter of fact; but how pitifully inadequate it would have seemed to one who understood that it was also the supreme hour of ecstasy in the life of one of God's gentlest creatures, the scene of the wedding feast and the joy-transfiguration of little Ona Lukoszaite!

She stood in the doorway, shepherded by Cousin Marija, breathless from pushing through the crowd, and in her happiness painful to look upon. There was a light of wonder in her eyes and her lids trembled, and her otherwise wan little face was flushed. She wore a muslin dress, conspicuously white, and a stiff little veil coming to her shoulders. There were five pink paper roses twisted in the veil, and eleven bright green rose leaves. There were new white cotton gloves upon her hands, and as she stood staring about her she twisted them together feverishly. It was almost too much for her—you could see the pain of too great emotion in her face, and all the tremor of her form. She was so young—not quite sixteen—and small for her age, a mere child; and she had just been married—and married to Jurgis,* (*Pronounced Yoorghis) of all men, to Jurgis Rudkus, he with the white flower in the buttonhole of his new black suit, he with the mighty shoulders and the giant hands.

Ona was blue-eyed and fair, while Jurgis had great black eyes with beetling brows, and thick black hair that curled in waves about his ears—in short, they were one of those incongruous and impossible married couples with which Mother Nature so often wills to confound all prophets, before and after. Jurgis could take up a two-hundred-and-fifty-pound quarter of beef and carry it into a car without a stagger, or even a thought; and now he stood in a far corner, frightened as a hunted animal, and obliged to moisten his lips with his tongue each time before he could answer the congratulations of his friends.

 

 

 1240091-c62dad7e41215c85d6c68c5972981725.jpg

Upton Sinclair (20 september 1878 – 25 november 1968)

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 20e september ook mijn blog van 20 september 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 19:55 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

De blogger leest alles eerst na: je tekst verschijnt zodra die goedgekeurd is.

Crauss, William Golding, Ingrid Jonker, Orlando Emanuels

De Duitse dichter en schrijver Crauss werd geboren in Siegen op 19 september 1971. Zie ook mijn blog van 19 september 2010 en eveneens alle tags voor Crauss op dit blog.

 

 

WETTERUMSCHWUNG

 

jetzt regnet es,

jetzt liegt wieder schnee, und

jetzt bilden sich kristalle

in deinem auge. ich

versuche, zurück zu gelangen,

die stapfen im matsch aber

sind nirgends zu finden.

 

 

jetzt erinnere ich wind,

der so mild war, dass er uns formte.

versuche, mit meinem herzschlag

die reifwirbel zu wärmen.

ich drehe mich um und

                wir brechen.

 

 

 

 

 

DEIN NAME

 

ich habe deinen namen

an die wand meines zimmers gekritzelt: hungrig halb

über den akt über das photo ein brettbauch

schwarz weiss und ein schwanz

wie ich ihn schöner nicht mag. dein name bricht auf daran

wie ein brot und ich speise die träne aus beidem

der akt ist ganz kopflos wie ich er hat einen arm

den darf man nicht streichen will man

das licht nicht zerstören das aufliegt.

man denkt ja vor ebenmasz garnicht an haare an härchen

mit diesem arm gibt es kein pärchen (der akt ist nur halb)

und ich liege unterleibfrei mit stift in der hand (ein edding,

fett) und denke den arm, nicht das photo:

den namen kann man wohl streichen.

 

 

 

 

 

RUSSISCHE VLECHT/EN DAN IN NOVEMBER


iemand kijkt sceptisch naar je

cacao en gaat pissen. heel gele gestalten stromen

vanaf het trottoir het lokaal in, de heupbenige jongen
kan amper waarmaken wat de schommelende jeans je

beloven. twee kaneelwangen lijken ’t te weten,

aan de muur straalt egoïste in enorme minuskels,

blauw, breed, dronken zoekt iemand een plaats, dan

mateloze regen, vrouw sredzki, verdiept, aan de arm van een

gouden rushhour.

 

iemand eigent zich iets toe, rent hard ervandoor

naar de husemannstrasse, de russische lokken al

nat, dan een pauze in het vermoeide geklater, de

stemming heel mild, de blaas alleen vol, wie net nog

lachte, bestelt snel opnieuw, de dorstige spuugt, dan

komt er iets vrij, (jouw cacao bijna koud). een paartje staat stil:

het venster weerspiegelt de appelrode kroegbazenzoon.

het staande betalen, de balans op de terugweg – het is

overal mooi, alleen hier is het eender.

 

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 

 

 1239448-64b7f5486cff196edee23a55c1b36e6e.jpg

Crauss (Siegen, 19 september 1971)

 

 

 



De Engelse schrijver
Sir William Gerald Golding werd geboren in St. Columb Minor, Newquay, Cornwall, op 19 september 1911. Zie ook mijn blog van 19 september 2010 en eveneens alle tags voor William Golding op dit blog.

 

Uit: Lord of the flies

 

„Out there, perhaps a mile away, the white surf flinked on a coral reef, and beyond that the open sea was dark blue. Within the irregular arc of coral the lagoon was still as a mountain lake-blue of all shades and shadowy green and purple. The beach between the palm terrace and the water was a thin stick, endless apparently, for to Ralph’s left the perspectives of palm and beach and water drew to a point at infinity; and always, almost visible, was the heat.

   He jumped down from the terrace. The sand was thick over his black shoes and the heat hit him. He became conscious of the weight of clothes, kicked his shoes off fiercely and ripped off each stocking with its elastic garter in a single movement Then he leapt back on the terrace, pulled off his shirt, and stood there among the skull-like coconuts with green shadows from the palms and the forest sliding over his skin. He undid the snake-clasp of his belt, lugged off his shorts and pants, and stood there naked, looking at the dazzling beach and the water.

  

 

1239448-d13f277fefe3284f4dd0a383f97f0dec.jpg
Scene uit de film van Harry Hook uit 1990

 

 

He was old enough, twelve years and a few months, to have lost the prominent tummy of childhood; and not yet old enough for adolescence to have made him awkward. You could see now that he might make a boxer, as far as width and heaviness of shoulders went, but there was a mildness about his mouth and eyes that proclaimed no devil. He patted the palm trunk softly, and, forced at last to believe in the reality of the island, laughed delightedly again and stood on his head. He turned neatly on to his feet, jumped down to the beach, knelt and swept a double armful of sand into a pile against his chest. Then he sat back and looked at the water with bright, excited eyes.

   “Ralph-”

   The fat boy lowered himself over the terrace and sat down carefully, using the edge as a seat.

   “I’m sorry I been such a time. Them fruit-”

   He wiped his glasses and adjusted them on his button nose. The frame had made a deep, pink “V” on the bridge. He looked critically at Ralph’s golden body and then down at his own clothes. He laid a hand on the end of a zipper that extended down his chest.

   “My auntie-”

   Then he opened the zipper with decision and pulled the whole wind-breaker over his head.

   “There!”

   Ralph looked at him sidelong and said nothing.“

 

 

 

 1239448-8cb6b900b3f72a8199a0185409911920.jpg

William Golding (19 september 1911 – 19 juni 1993)

 

 

 

 

De Zuidafrikaanse dichteres en schrijfster Ingrid Jonker werd geboren op 19 september 1933 bij Komberley (Noord Kaap). Zie ook mijn blog van 19 september 2010 en eveneens alle tags voor Ingrid Jonker op dit blog.

 

 

Ik had gedacht

 

Ik had gedacht dat ik je kon vergeten,
en in de zachte nacht alleen kon slapen,
maar in mijn onschuld heb ik niet geweten
dat ik bij elke windvlaag zou ontwaken:

Dat ik de lichte trilling van je hand
weer langs mijn sluimerende hals zou voelen -
Ik dacht dat het vuur dat in me brandde
als de witte sterrenbaan zou zijn afgekoeld.

Nu weet ik dat onze levens zijn als een lied
waarin de smarttoon van onze scheiding klinkt
en waar alle vreugde terugvloeit in verdriet
en uiteindelijk in onze eenzaamheid verzinkt.

 

 

 

 

Tokkelliedje

 

Waar ik maar ga
ligt een pad voor me open
secuur in mijn blik
zoals littekens lopen

Hoe de dag ook verblauwt
of opvlamt om mij
ik volg niets dan mijn hartzeer
en het naambord ben jij

 

 

 

 

 1239448-4f08ea5c1289fa5e3176d4eb55c24dfb.jpg

Ingrid Jonker (19 september 1933 – 19 juli 1965)

Carice van Houten als Ingrid Jonker in de film Black Butterflies uit 2011

 

 

 

 

 

De Surinaamse dichter en schrijver Orlando Emanuels werd geboren in Paramaribo op 19 september 1927. Zie ook mijn blog van 19 september 2010 en eveneens alle tags voor Orlando Emanuels op dit blog.

 

Uit: Getuige à decharge

 

 

When before long
you bid us farewell
is it fare well of pocket
you're running after
neglecting fare well of soul,

 

you bid us farewell
dumping worn out shoes
a dirty towel
ragged shirts,
beware of the dustbin
collecting also memories
and love.

 

Don't defile yourself
turn not your back
upon this country
walk softly
when before long you bid us farewell.

 

 

 

Vertaald door Monique S. Pool

 

 

 

 

Soms schrijf ik gedichten

met water in mijn pen

en uit ik beschuldigingen

achter gesloten deuren

in tegenwoordigheid van

slechts één luisteraar

die uit de spiegel

beschaamd

naar mij blikt

Met mij zijn er zoveel

levende lafaards

die niet als dode held

de historie verkiezen

Zelfchantage als overlevingsmiddel

is ons niet vreemd

 

 

 

 1239448-edcc7390bfaa15b86499e2ae51129b95.jpg

Orlando Emanuels (Paramaribo, 19 september 1927)

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 19e september ook mijn blog van 19 september 2011 deel 1 en eveneens deel 2.
Geschreven door Romenu om 19:24 Reageer op dit bericht

Armando, Ton Anbeek, Michaël Zeeman

De Nederlandse kunstschilder, beeldhouwer, dichter, schrijver, violist, acteur, journalist, film-, televisie- en theatermaker Armando werd geboren op 18 september 1929 in Amsterdam. Zie ook mijn blog van 18 september 2010 en eveneens alle tags voor Armando op dit blog.

 

 

Licht

 

Terwijl het licht zich probeert te
ontvouwen, is de stad opstandig,
de verschrikking heeft zichzelf overleefd,
het einde nadert de onderdanen,
nadert de onontkoombaarheid.

Het grillige licht wil bezitten
wil veinzen,
maar het licht is machteloos,
het licht is ontmanteld.

 

 

 

 1238848-97a4ae77116295f070af7417fac64d9e.jpg

Armando, Paysage criminel, 1955

 

 

 

 

Het laatste gesprek

 

'Heer, herken ik u? Zijn wij niet dezelfde van weleer?'
'Wie riep mij dan? Zijn uw wapens niet de mijne?'
'Ik wacht op woorden, Heer.'
'Ik was Dader, u het Offer. De medemens is leeg.'
'Sterven Daders niet.'
'Neen. Zij kunnen niet. Zij verwoorden.'
'Heeft u ginds gesproken, Heer?'
'De dagen zijn beschreven.'
'Heeft de Tijd nog kwaad gewild?'
'Ja, het slagveld is begroeid.'
'Geen spoor van oorlog meer?'
'Geen. Maar ik doorzie de stilte. Oog en oor vergaan.'
'Nadert weer de Dood, o heer?'
'Neen. Hij was er al.'

 

 

 

1238848-4cdfdef13cc5737093d147b8bb194049.jpg 

Armando (Amsterdam, 18 september 1929)

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver en letterkundige Ton Anbeek werd geboren in Ede op 18 september 1944. Zie ook mijn blog van 18 september 2010 en eveneens alle tags voor Ton Anbeek op dit blog.

 

Uit: Vestdijks beeld van de tweede wereldoorlog: ‘Pastorale 1943’ en ‘Bevrijdingsfeest’

 

“Intussen verscheen in het tijdschrift Centaur in afleveringen de roman van Vestdijk, Pastorale 1943, die pas in 1948 in boekvorm uitkwam. Vestdijk kan men moeilijk van clichématigheid beschuldigen. In het derde hoofdstuk staat het zinnetje: ‘Sommige Nederlanders werden door de oorlog helden, anderen misdadigers, weer anderen grote kinderen (...)’ (p.26). Je zou kunnen zeggen dat in Pastorale vooral de derde categorie, die van de grote kinderen, de aandacht krijgt.Natuurlijk, Vestdijk is een meester van de ironie (men moet er niet aan denken met welke besmuikte spot hij een gezelschap dat alleen om wille van zijn werk bijeenkomt, zou hebben beschreven), maar ik ken geen boek van hem dat zo van de eerste tot de voorlaatste bladzijde ironisch is.Het is ironisch in zijn beschrijvingen, en dan met name als het gaat om de verzetsmensen die de aanslag op Poerstamper beramen en uitvoeren. ‘“Bij de distributieoverval”, zei Eskens, “plakten we knevels en baardjes op ons gezicht, en smeerden ons gezicht zo'n beetje in. Ik had  'n hangsnor, Mertens, die stakker, 'n soort Hitlersnorretje, maar dan in 't blond. En we hadden zwarte maskers voor onze ogen, dat wil zeggen niet in de auto natuurlijk. Je moet zo iets niet te gek maken, anders trekt 't juist de aandacht...”’ (p. 162).En dus moet Schults alles doen om al te gekke maskerades te voorkomen: ‘Met veel moeite was hij erin geslaagd het aantal snorren zoveel mogelijk te beperken: Ballegooyen mocht zijn baard houden, Eskens werd toegestaan het blonde Hitlersnorretje van Mertens te gebruiken, dat hij van diens vrouw had losgekregen; zelf droeg hij een snor; maar Hammer en Van Dale hadden zich op een andere manier moeten toetakelen’ (p. 165).De aanslag mislukt, zoals men weet, tot twee keer toe: eerst omdat de zoon van Poerstamper verschijnt, de tweede keer omdat men in de haast slordig schiet. De hele onderneming is buitengewoon amateuristisch, en Vestdijk laat geen kans voorbijgaan om de knulligheid van de actie te onderstrepen.”

 

 

1238848-82550a2c9938e37a849e743072f25671.jpg 

Ton Anbeek (18 september 1944)

 

 

 

 

 

De Nederlandse dichter, schrijver, journalist en literair criticus Michaël Zeeman werd geboren op Marken op 12 september 1958. ook mijn blog van 18 september 2010 en eveneens alle tags voor Michaël Zeeman op dit blog.

 

 

De canapé van Pamela

 

Zo dichtbij als mijn kamerjas,
vanwege de kou onder de deken
gelaten en tegen mij aan gelegd,
voor de morgen, als zijn komst
zo betrouwbaar,

zo naast mij in aarzelende zinnen
van adem in en adem weer uit met
telkens dat even onneembare obstakel
dat weloverwogen weg wordt geslapen,
zo luisterrijk,

zo naar binnen gedropen als muziek,
al die adem samengekruld en deinend
van minuut tot minuut op een snaar
in mijn hoofd, een spinnende fuga,
zo nabij.

 

 

 

Uit: Halverwege, de liefde; halverwege, de dood

 

Halverwege, de liefde

Nooit stort men zich zo vol overgave

op haar staart, om haar hals en moeiteloos

neer op haar bed, legt het hoofd

in haar schoot, de buik in haar billen,

de handen als rijglijf om haar borsten,

 

en ook nooit zal zij zo geduldig ontvankelijk,

noch mededeelzaam en mild en tevreden,

evenmin goed gemutst en opgeruimd,

van belangstellend naar gretig naar gulzig,

naar ruggelings buitelend in vergetelheid,

 

Men is de vogel en de vogelaar, de twijfel

en de twijfelaar, het scherm en de kijker.

Men loopt als een eend en koert als een duif,

men paart als een reiger en schreeuwt als een meeuw.

 

 

 

 1238848-4f877d66433262bf4daea82e2a8db42e.jpg

Michaël Zeeman (18 september 1958 - 27 juli 2009)

 

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 18e september ook mijn blog van 18 september 2011 deel 1 en eveneens deel 2.
Geschreven door Romenu om 19:27 Reageer op dit bericht

H.H. ter Balkt, William Carlos Williams

De Nederlandse dichter H.H. (Herman Hendrik) ter Balkt werd geboren in Usselo op 17 september 1938. Zie ook mijn blog van 17 september 2010 en eveneens alle tags voor H. H. Ter Balkt op dit blog.

 

 

Hoera! De Herfst komt

 

De roodkoperen kont van de kunst
wordt door velen gekust,
zo komen ook op de 60watts gloeilamp
vliegen en torren af bij miriaden

denkend: waar 't licht is is 't lekker
De schrik van de torren ontlaadt zich
in minuscule stippen, hun altaren
die zij bouwen op het glas van de gloeilamp

Hoera! de herfst komt! veel duister
veel lampen veel vleugelslag
Lezer onder je gloeil  amp hef je hoofd op:
de trekvogels gaan, de uiltjes komen.

 

 

 

IJzel en brem

 

In de hoekjes van de ogen huilt het
Zienderogen werd de winter een keel
Het is de keel van de winter die krast
De brem op de akkerrand lijkt bevroren

De brem op de akkerrand leek geelzwart
Winter hurkte als een kraai op het dak
Zwart en geel en kraste uitzinnig
Toen ijzel op de straatweg tokkelde

IJzel tokkelde op de straatwegen toen
De gele brem strakgespannen, een harp!
Twijgen hingen zwaarder van de ijzel
Tokkelend in de benige oostenwind

In de dunvingerige wind tinkelend
Zulke ijle muziek klonk op uit de tuinen
Brem bij je akker weersta de winter!
In de hoekjes van de ogen huilde het

 

 

 

 

Urnenvelden; hazenhemelen

 

Wit wollegras, lavendelheide gluurden uit
hun hoogveen naar aaneengestikte hazenvellen
grauw als de vergleden en naderende eeuwen
boven nederzettingen, rechthoekig, met

twee ingangen in de lange zijden; middenin
die hoeven één rij dragende palen: dat is wat
wij vonden en dat hun bewoners de as van hun
doden in urnen bewaarden, de urnen bijzetten

in heuvels, altijd door kringgreppels omringd.
Hier en daar in 't zand een vorstengraf, met
koninklijke gaven: geknakt zwaard; paardentuig.

Soms zag een kiespijnlijder of visionair tegen
de hazenvellenhemel metropolen geprojecteerd;
neon; en op de urnenvelden drupte zijn lach.

 

 

 

 1238227-b3a21885b3f6966608db3c284676cf61.jpg

H.H. ter Balkt (Usselo, 17 september 1938)

 

 

 

 

De Amerikaanse dichter William Carlos Williams werd geboren in Rutherford (New Jersey) op 17 september 1883. Zie ook mijn blog van 17 september 2010 en eveneens alle tags voor William Carlos Williams op dit blog.

 

 

On Gay Wallpaper

 

The green-blue ground
is ruled with silver lines
to say the sun is shining

And on this moral sea
of grass or dreams lie flowers
or baskets of desires

Heaven knows what they are
between cerulean shapes
laid regularly round

Mat roses and tridentate
leaves of gold
threes, threes and threes

Three roses and three stems
the basket floating
standing in the horns of blue

Repeating to the ceiling
to the windows
where the day

Blows in
the scalloped curtains to
the sound of rain

 

 

 

 

Backward

 

A three-day-long rain from the east--
an terminable talking, talking
of no consequence--patter, patter, patter.
Hand in hand little winds
blow the thin streams aslant.
Warm. Distance cut off. Seclusion.
A few passers-by, drawn in upon themselves,
hurry from one place to another.
Winds of the white poppy! there is no escape!--
An interminable talking, talking,
talking . . .it has happened before.
Backward, backward, backward.

 

 

 

Thursday

 

I have had my dream--like others--
and it has come to nothing, so that
I remain now carelessly
with feet planted on the ground
and look up at the sky--
feeling my clothes about me,
the weight of my body in my shoes,
the rim of my hat, air passing in and out
at my nose--and decide to dream no more.

 

 

 

 

 1238227-a4ff30ecfd4e437b4bd549173b8fa848.jpg

William Carlos Williams (17 september 1883 - 4 maart 1963)

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 17e september ook mijn blog van 17 september 2011 deel 1 en eveneens deel 2.
Geschreven door Romenu om 19:52 Reageer op dit bericht

Dolce far niente (Daan de Ligt, Jan Kal)

Dolce far niente



1237567-e57407959d9c54d7ae0366f8a432464c.jpg
De "Zes min" van Bisschoppelijk College Schöndeln, Roermond

 

 

 

Reünie

 

de lange gangen met de vale tegels
-er hing nog steeds de geur van natte jassen-
leidden onveranderd naar de klassen
waar ik zuchtte onder strenge regels

ik had gezworen nooit terug te keren
tot ik die lijst zag met daarop jouw naam
het stille meisje bij het hoge raam
dat mij geduldig hielp Latijn te leren

je ogen glansden vurig als voorheen
dezelfde zachte stem, nog steeds verlegen
waarom gingen de wegen toch uiteen

ik voelde het werd tijd voor klare wijn
en zei wat ik die jaren had verzwegen:
we zijn nog niet aan ‘t eind van ons Latijn

 

 

 

 1237567-001f56a8580c7f275e32631f5b70d104.jpg

Daan de Ligt (Den Haag, 1953)

 

 

 

 

Oud-leerlingenorkest, eerste repetitie

 

'Violen zijn de glans van een orkest,'
zei dirigent Ed Spanjaard, en ik kleurde.
Hoewel verguld dat hij mij waardig keurde,
vind ik het notenbeeld een rohrschachtest.

Maar naast me horend waar mijn blik naar speurde,
wordt Verdi mij na één keer manifest.
Tsjaikovski en Vivaldi volg ik best.
Poulenc is lastiger. En dan Van Beurden!

Ed, dat ik mee mag doen op mijn viool
bij 't zesde eeuwfeest onzer oude school,
doet mij nog meer dan dat ik toch al wist.

Maar na 't concert berg ik hem in de kist
tot over tien of vijfentwintig jaar.
Ben ik niet zelf gekist, dan zit ik klaar.

 

 

 

1237567-3b98a4679a79cb579189fbeb8538e49f.jpg
Jan Kal (
Haarlem, 18 december 1946)

 

 

 

Zie voor de schrijvers van de 16e september ook mijn blog van 16 september 2011 deel 1 en eveneens deel 2.
Geschreven door Romenu om 20:30 Reageer op dit bericht

Frans Kusters

De Nederlandse schrijver Frans Kusters werd geboren in Nijmegen op 16 september 1949. Zie ook alle tags voor Frans Kusters op dit blog.

 

Uit: Hachee met sambal

 

‘En toen, ruim een jaar later, kreeg ik die prijs en verscheen mijn debuut en mijn kop stond in de kranten en die schreven dat het een interessant boek was en toen riepen zij, de vrienden en vriendinnen, dat zij het altijd al prachtig hadden gevonden.’
‘Ach ja, debuten’, merkte de uitgever op. Het zonlicht was uit de kamer verdwenen. Weer zwegen wij, om beurten naar Willem kijkend, zodat het erop leek dat we iets vermakelijks voor hem hadden ingestudeerd en het moment afwachtten waarop we hem daarmee konden verblijden.

(…)

 

‘Ach ja, debuten’, merkte de uitgever op.
Het zonlicht was uit de kamer verdwenen. Ik stond op en liep naar het erkerraam. Ik moest Vera bellen, nu, ogenblikkelijk, Frank zou mij met alle plezier voor een paar minuten in zijn kamer alleen willen laten, hortend en stotend en desnoods geloofwaardig jankend zou ik (eindelijk) bekennen dat ze gelijk had, dat ik niet zomaar vanwege het minste of geringste van haar weg kon gaan en dat de vertoning lang genoeg had geduurd. Ik liep terug naar mijn stoel en ging weer tegenover hem zitten. We bleven zwijgen, om beurten naar Willem kijkend, zodat het erop leek dat we iets vermakelijks voor hem hadden ingestudeerd en het moment afwachtten waarop we hem daarmee konden verblijden.

 

 

1280268-f9366b856bcac7b5bc1a3c4e059c7d23.jpg
Frans Kusters (Nijmegen, 16 september 1949)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Jan Slauerhoff, Lucebert, Chimamanda Ngozi Adichie, Agatha Christie

De Nederlandse dichter en schrijver Jan Jacob Slauerhoff werd geboren in Leeuwarden op 15 september 1898. Zie ook mijn blog van 15 september 2010 en eveneens alle tags voor Jan Slauerhoff op dit blog.

 

 

De laatste herfst

 

Ver stond de strakke lucht
Als een grijszijden scherm
Gespannen voor de dood.
Aan deze zijde een vlucht
Vogelen met gekerm,
Onze hoofden over, vlood.

De grond bekroop wat groen.
Schril staken stengels riet.
De wereld stond ontbladerd
Uitstervend in seizoen,
Dat zon voorgoed verliet,
Weer tot de maan genaderd.
Wij vonden nog een zoen.
Ergens zijn wij ons toen
Ontweken of genaderd?

 

 

 

 

Eenzaamheidsverlangen

 

Ik wilde alleen zijn met mijn droefenis
En ik verborg mij in 't gewoekerd gras.
Maar tevergeefs: mijn droefenis verried mij,
Mijn smartkreet overstemt de roep der vogels.
Waarom kan men niet lijden ongehoord
En ongezien, terwijl men toch alleen,
Alleen de lange levensweg moet gaan,
En toch nooit eenzaam leven kan: altijd
Zijn broeders, zusters, zonen, dochters, ouders
Aanwezig en bewijzen zorg en aandacht.
Ontvlucht men in de tempel, dan moet men
Voorouders aandacht wijden, offers brengen,
Om door demonen niet omringd te worden.
Ach, alles, eer en welstand, wilde ik offren
Om met mijn droefenis alleen te zijn.

 


 

 

De wijze

 

Mijn huis is vuil, mijn kinderen, talrijk, krijsen.
De varkens wroeten ronkend in de hof.
Maar bergen, blauw en ver verheven, eisen
Mijn aandacht op, die stijgt uit stank en stof.

 

 

 

1236413-08961d97326a91fda0f4996e06256027.jpg 

Jan Slauerhoff (15 september 1898 – 5 oktober 1936)

 

 

 

 

 

De Nederlandse dichter Lucebert werd in Amsterdam geboren op 15 september 1924 onder de naam Lubertus Swaanswijk. Zie ook mijn blog van 15 september 2010 en eveneens alle tags voor Lucebert op dit blog.

 

 

Van de econoom

 

onverschrokken bij braindrain de schoonprater
springt van nest naar vogel en blijft opgetogen
in de spaghetti van glossolalie lepelen

bepaalde aspecten moeten worden meegenomen
als je niet bepaalde effecten voorkomt
maar kunnen ook blijven liggen als vorm van antwoord
zoals de schepping ook is bepaald die met mensen in de supermarkt
al te toevallige offers heeft afgewend daar komen we onszelf tegen
in de ethiek van het economisch leven

zorgvuldig produceren en consumeren
er is een omslag ontstaan in de omgang
een kwestie van gewenning
invulling van verantwoordelijkheden meer vulsel
dat uitspruit tot vullus
toegevoegde waarde
strijkstok van strijkages

 

 

1236413-14431cba4fd65da1e7f939128bde1e55.jpg 

Lucebert, ‘I can’t dance I’ve got ants in my pants’, 1984

 

 

 

Landjuweel

 

met een broodkorst als corsage gaat
de blijde zwerver door het wijde land
hij wuift naar de koeien in de weiden
naar het bloeiende koren hem terzijde
terwijl leeuweriken eten uit zijn hand

's avonds stralend staan de boerenmaagden
aan de dorpspomp en brengen hem hun groet
zij kussen zijn bewete konen zelfs bedaagde
maagden vlijen warm hun harten aan zijn voet
omdat hun oude moeders zeggen dat het moet

laat in het hooi prevelt de zwerver zijn gebeden
en leest wat lezenswaardigs in het oude boek
terwijl pooiers en hoeren strompelen door de steden
hun gore ratten rennen radeloos van hoek naar hoek
strekt hij verzadigd zijn gelooide leden

 

 

 

het lied van een eenzame vrouw

 

toen haar gelaat nog maar een kamerplant was
en zijn wrokkig gezicht een ondoordringbare baard
en de laatste resten van het wrak
door de kinderen verbrast
verging ook dit gezin
tot nog maar een herinnering
aan lentedagen op een zonnig terras
toen alle bomen donker opvlogen
achter blakende oogkleppen
een een noodklok bombamde
tussen blozende dovemansoren

 

 

 

 1236413-1abac4d3a9e574b39f03368104aeb090.jpg

Lucebert (15 september 1924 - 10 mei 1994)

 

 

 

 

 

De Nigeriaanse schrijfster Chimamanda Ngozi Adichie werd geboren op 15 september 1977 in Enugu. Zie ook mijn blog van 15 september 2010 en eveneens alle tags voor Chimamanda Ngozi Adichie op dit blog.

 

Uit: Half of a Yellow Sun

 

"I told Master you will learn everything fast, osiso-osiso," his aunty said. Ugwu nodded attentively although she had already told him this many times, as often as she told him the story of how his good fortune came about: While she was sweeping the corridor in the mathematics department a week ago, she heard Master say that he needed a houseboy to do his cleaning, and she immediately said she could help, speaking before his typist or office messenger could offer to bring someone.

"I will learn fast, Aunty," Ugwu said. He was staring at the car in the garage; a strip of metal ran around its blue body like a necklace.

"Remember, what you will answer whenever he calls you is Yes, sah!"

"Yes, sah!" Ugwu repeated.

They were standing before the glass door. Ugwu held back from reaching out to touch the cement wall, to see how different it would feel from the mud walls of his mother's hut that still bore the faint patterns of molding fingers. For a brief moment, he wished he were back there now, in his mother's hut, under the dim coolness of the thatch roof; or in his aunty's hut, the only one in the village with a corrugated iron roof.

His aunty tapped on the glass. Ugwu could see the white curtains behind the door. A voice said, in English, "Yes? Come in."

They took off their slippers before walking in. Ugwu had never seen a room so wide. Despite the brown sofas arranged in a semicircle, the side tables between them, the shelves crammed with books, and the center table with a vase of red and white plastic flowers, the room still seemed to have too much space. Master sat in an armchair, wearing a singlet and a pair of shorts. He was not sitting upright but slanted, a book covering his face, as though oblivious that he had just asked people in.

"Good afternoon, sah! This is the child," Ugwu's aunty said.

Master looked up. His complexion was very dark, like old bark, and the hair that covered his chest and legs was a lustrous, darker shade. He pulled off his glasses. "The child?"

"The houseboy, sah."

 

 

 

 1236413-559b0bb12335930638285b796d2ee3ac.jpg

Chimamanda Ngozi Adichie (Enugu, 15 september 1977)

 

 

 

 

De Britse schrijfster Agatha Christie werd geboren in Torquay (Devon) op 15 september 1890. Zie ook mijn blog van 15 september 2010 en eveneens alle tags voor Agatha Christie op dit blog.

 

Uit; The Clock

 

I sidled through the doorway. It was necessary to sidle, since precariously arranged books impinged more and more every day on the passageway from the street. Inside, it was clear that the books owned the shop rather than the other way about. Everywhere they had run wild and taken possession of their habitat, breeding and multiplying and clearly lacking any strong hand to keep them down. The distance between bookshelves was so narrow that you could only get along with great difficulty. There were piles of books perched on every shelf or table. On a stool in a corner, hemmed in by books, was an old man in a pork-pie hat with a large flat face like a stuffed fish. He had the air of one who has given up an unequal struggle. He had attempted to master the books, but the books had obviously succeeded in mastering him. He was a kind of King Canute of the book world, retreating before the advancing book tide. If he ordered it to retreat, it would have been with the sure and hopeless certainty that it would not do so.

 

 

 1236413-f254dc01522472ed06466b9924fd3e03.jpg

Agatha Christie (15 september 1890 – 12 januari 1976)

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 15e september ook mijn blog van 15 september 2011 deel 1 en eveneens deel 2.
Geschreven door Romenu om 08:29 Reageer op dit bericht

Hans Faverey, Theodor Storm, Leo Ferrier, Corly Verlooghen

De Nederlandse dichter Hans Faverey werd op 14 september 1933 geboren in Paramaribo. Zie ook mijn blog van 14 september 2010 en eveneens alle tags voor Hans Faverey op dit blog.

 

 

 

Aan zijn zeer netelige draad

 

Aan zijn zeer netelige draad
daalt neer in de afgrond

een kleine soevereine spin en schuift
mijn lichaam terzijde. Het is een spin,

die zijn landing opschort tot ik mij
uit zijn kloof heb verwijderd. Zodra hij

de bodem heeft bereikt, is dat het teken
dat de rivier zijn bron heeft bestormd.



 

 

 

Zodra de steen er ligt herneemt

 

Zodra de steen er ligt herneemt
zijn lot haar loop. De steen weet niet
van opgeven: hij herhaalt zich;

zijn blinde hoort hem. Deze weet
vooreerst nog niet wat te doen met wat

hem vreemd is. Hij legt beide handen
op de toetsen, hij herhaalt wat hem
is geleerd. Hij brengt wijzigingen aan;
hij herneemt zich, raakt ontroerd.


 

 

 

Chrysanten

 

De chrysanten,
die in de vaas op de tafel
bij het raam staan: dat

zijn niet de chrysanten
die bij het raam
op de tafel
in de vaas staan

De wind die je zo hindert
en je haar door de war maakt,

dat is de wind die je haar verwart;
het is de wind waardoor je niet
meer gehinderd wilt worden
als je haar in de war is.

 

 

 

 

 1236378-1102efa469983959b622cae722ce3096.jpg

Hans Faverey (14 september 1933 – 8 juli 1990)

Hans Faverey, C. Buddingh' en Remco Campert

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Theodor Storm werd geboren in Husum op 14 september 1817. Zie ook mijn blog van 14 september 2010 en eveneens alle tags voor Theodor Storm op dit blog.

 

Uit: Die Regentrude

 

„Einen so heißen Sommer, wie nun vor hundert Jahren, hat es seitdem nicht wieder gegeben. Kein Grün fast war zu sehen; zahmes und wildes Getier lag verschmachtet auf den Feldern.

Es war an einem Vormittag. Die Dorfstraßen standen leer; wer nur konnte, war ins Innerste der Häuser geflüchtet; selbst die Dorfkläffer hatten sich verkrochen. nur der dicke Wiesenbauer stand breitspurig in der Torfahrt seines stattlichen Hauses und rauchte im Schweiße seines Angesichts aus seinem großen Meerschaumkopfe. Dabei schaute er schmunzelnd einem mächtigen Fuder Heu entgegen, das eben von seinen Knechten in die Diele gefahren wurde. – Er hatte vor Jahren eine bedeutende Fläche sumpfigen Wiesenlandes um einen geringen Preis erworben, und die letzten dürren Jahre, welche auf den Feldern seiner Nachbarn das Gras versengten, hatten ihm die Scheuern mit duftendem Heu und den Kasten mit blanken Krontalern gefüllt.

So stand er auch jetzt und rechnete, was bei den immer steigenden Preisen der Überschuß der Ernte für ihn einbringen könne. »Sie kriegen alles nichts«, murmelte er, indem er die Augen mit der Hand beschattete und zwischen den Nachbarsgehöften hindurch in die flimmernde Ferne schaute; »es gibt gar keinen Regen mehr in der Welt.« Dann ging er an den Wagen, der eben abgeladen wurde; er zupfte eine Handvoll Heu heraus, führte es an seine breite Nase und lächelte so verschmitzt, als wenn er aus dem kräftigen Duft noch einige Krontaler mehr herausriechen könne.

In demselben Augenblicke war eine etwa fünfzigjährige Frau ins Haus getreten. Sie sah blaß und leidend aus, und bei dem schwarzseidenen Tuche, das sie um den Hals gesteckt trug, trat der bekümmerte Ausdruck ihres Gesichtes nur noch mehr hervor. »Guten Tag, Nachbar«, sagte sie, indem sie dem Wiesenbauer die Hand reichte, »ist das eine Glut; die Haare brennen einem auf dem Kopfe!«

»Laß brennen, Mutter Stine, laß brennen«, erwiderte er, »seht nur das Fuder Heu an! Mir kann's nicht zu schlimm werden!«

»Ja, ja, Wiesenbauer, Ihr könnt schon lachen; aber was soll aus uns andern werden, wenn das so fortgeht!«

Der Bauer drückte mit dem Daumen die Asche in seinen Pfeifenkopf und stieß ein paar mächtige Dampfwolken in die Luft. »Seht Ihr«, sagte er, »das kommt von der Überklugheit. Ich hab's ihm immer gesagt; aber Euer Seliger hat's allweg besser verstehen wollen. Warum mußte er all sein Tiefland vertauschen! Nun sitzt Ihr da mit den hohen Feldern, wo Eure Saat verdorrt und Euer Vieh verschmachtet.«

 

 

1236378-ff1f29e421bb58b53c8c7f7a32c27ac5.jpg
Theodor Storm (14 september 1817 - 4 juli 1888)

 

 

 


De Surinaamse schrijver
Leo Henri Ferrier werd geboren in Paramaribo op 14 september 1940. Zie ook mijn blog van 14 september 2010 en eveneens alle tags voor Leo Ferrier op dit blog.

 

Uit: Hoogtij overzee ( Notities van een vriend)

 

„Ik kan er niet meer tegen. Dit is al de achtste inbraak! Alle koperen antiek gestolen, die ik van mijn grootvader gekregen heb. Hij is vijfentachtig. De afgelopen vijf weken was er iedere keer een deur of raam geforceerd. Nu hebben ze weer hun slag geslagen. En dan te weten dat alle kamers apart op slot zijn! Al dat gezeur met die sleutels. Ook iets om een zenuwinzinking van te krijgen. Ze zijn gewoon door zo'n spleet boven een deur weet je, wel van twintig centimeter muskietengaas gekropen.

De rest van alle ellende. Ik kán het niet! Ik kan niet schrijven. Nergens deug ik voor. De hele werkkast ligt nu vol met tiksels voor drie nieuwe boeken. Ik heb nog nooit zoveel geschreven. Toch zou ik die hele rotzooi de rivier in willen smijten. Ik kan er niet eens één, laat staan drie behoorlijke boeken van maken. Bijna twee jaar terug in Suriname. Niemand! Niets!! Geen vrienden. Steeds erger ervaar ik mijn alleen zijn als een hinderlijke eenzaamheid, die ik niet langer wens te aanvaarden. Waarom heb ik niemand? Gewoon een ander, die voor mij een ‘iemand’ is. Maar ja, je weet wel hoe het met dit soort verlangens gaat.

Ik ontmoet straks inderdaad een vriend om mee te leven. Gaat eindelijk schitterend met hem, juicht een ieder die het hopelijk echt met me meent. Maar jawel hoor, na drie maanden of zo lig ik dan met een maagzweer of longkanker in het ziekenhuis. En, afgelopen natuurlijk. Ik zal dan ook nog zo stom zijn het optimaal te gaan aanvaarden, zoals ik dat met alles doe. Altijd maar stilblijven. Nooit eens klagen, verdomme! Ik walg van mezelf. Flinkdoenerij allemaal! Ondertussen heb ik hier twee jaar van dat schijtsalaris al maar een bankschuld zitten afbetalen. Nu moet ik ze gewoon smeken voor een goed instrument. Niet eens een beetje geld voor een leuk hemd of een hippe broek. (De buit van de eerste diefstal bestond uit alle en dan ook alle mooie overhemden en zelfs mijn ondergoed.) Anderen rijden met gemak in auto's. Ik kan niet eens een tweedehands fiets kopen!“

 

 

 1236378-559bb8899f4706a28aff084e86bf5c0c.jpg

Leo Ferrier (14 september 1940 - 30 juli 2006)

 

 

 

 

 

De Surinaamse dichter, schrijver, journalist en muziekpedagoog Corly Verlooghen werd geboren op 14 september 1932 in Paramaribo. Zie ook mijn blog van 14 september 2010 en eveneens alle tags voor Corly Verlooghen op dit blog.

 

 

Prikkeldraad

 

Ik verlang van bloedswege

bij je te horen uiteindelijk

en niets meer dan in

de broeikas der eerlijkste

emotie het feestlicht

op duizend kilowatt

te draaien

 

maar om jou heen hebben

de goden hun prikkeldraad

gespannen op alle hoeken

het sein op rood gezet.

 

 

 

Hier hoor ik thuis

 

Hier hoor ik thuis

en is mijn adem één

met het parfum der zonnebloemen

hier spiegelt in de stroom

der mijmering de boom

der glimlach bronzen dromen

van een ontloken mulattin

 

ik noem haar Surinette zo creools

als de tamtam-cadans waarop

onder de maanverlichte palmen

haar warme heupen gaan

 

hier hoor ik thuis

in de placenta van West-Indië

voedt zich het nieuw Guyanakind

de schoonste vrouw van Suriname

heeft eens oprecht bemind daarom

hier hoor ik thuis...

 

 

 

 1236378-c71a2c9d1480eb94564e8bbd4adf3b70.jpg

Corly Verlooghen (Paramaribo, 14 september 1932)

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 14e september ook mijn blog van 14 september 2011 deel 1 en eveneens deel 2.
Geschreven door Romenu om 19:39 Reageer op dit bericht

Tõnu Õnnepalu, Janusz Glowacki, Julian Tuwim, Nicolaas Beets, Roald Dahl

De Estische dichter, schrijver en vertaler Tõnu Õnnepalu werd geboren op 13 september 1962 in Tallin. Zie ook mijn blog van 13 september 2010 en eveneens alle tags voor Tõnu Õnnepalu op dit blog.

 

Uit: Das Boskop-Land (Vertaald door Horst Bernhardt)

 

„Neulich träumte ich, ich sei wieder in Feldafing am Starnberger See. Ich gehe die Himmelsleiter – so heißt der Weg tatsächlich – hinauf zur Villa Waldberta. Schneebedeckte Berggipfel strahlen von Ferne in einem mystischen gelben Licht. Und ich weiß, dass ich in Indien bin. Ich bin nie in Indien gewesen und werde vielleicht auch nie dorthin kommen. Ich habe Filme gesehen und Bücher darüber gelesen, aber ich weiß, dass das nicht viel nützt.

Im 13. Jahrhundert lebte in Deutschland der Franziskanermönch Bartholomäus Anglicus, Verfasser der Enzyklopädie Liber de proprietatibus rerum, in der er das damals gerade christianisierte Estland beschreibt. Bartholomäus war nie dort gewesen, er schrieb über ein Land, das er nur vom Hörensagen kannte. „Vironia“, so berichtet er über den nördlichen Teil von Estland, „ist eine kleine Provinz, von Dänemark gen Osten gelegen. Die Bewohner des Landes waren früher wilde, rohe und primitive Barbaren. Jetzt aber sind sie den dänischen Königen und Gesetzen unterworfen. Dieses Land ist von den Nowgorodern und den Russen durch einen gewaltigen Fluss mit Namen Narwa getrennt.“

Jetzt, kurz vor dem EU-Beitritt, kommen viele Journalisten und Fernsehteams aus dem „alten Europa“ nach Estland, die, ähnlich wie seinerzeit Bartholomäus Anglicus, einen knappen, griffigen Überblick über eine relativ unbekannte Gegend geben wollen. Viel weiter als er scheinen sie es dabei nicht zu bringen. Alle wollen unbedingt einen Blick auf den „gewaltigen“ Fluss Narwa (und die dazugehörige Festung) werfen, die künftige Grenze der Europäischen Union. Und Estland ist immer noch eine abgelegene „wilde“ Provinz (wenn auch inzwischen „Königen und Gesetzen unterworfen“) irgendwo im Osten, hinter der Russland beginnt. Grenzland. Und damit ist eigentlich schon alles gesagt.”

 

 

 1235773-8c50fbd8cecf610091a50f5444763f16.jpg

Tõnu Õnnepalu (Tallin, 13 september 1962)

 

 

 

 

De Poolse schrijver Janusz Glowacki werd geboren op 13 september 1938 in Poznań. Zie ook mijn blog van 13 september 2010 en eveneens alle tags voor Janusz Glowacki op dit blog.

 

Uit: Good night, Jerzy (Vertaald door David Frick)

 

“Perhaps,” sighed Roger, pouring us some more Chilean black wine.  “Perhaps.  But what do you really want to say about him that’s new?”
We were sitting in comfortable cane armchairs.  It was October, in other words, what they call Indian Summer here.  Fog was rising from over the Hudson, the ships had already sailed away, and the lights of New Jersey had become less distinct.  Roger had put on a little weight lately, but for seventy he looked great.  His watery round eyes were attentive, and his lips were in constant motion.  He would eat napkins, theater tickets, and parking stubs.  There was often quite a lot of trouble on account of this.
“Because we all know he told lies,” Raul added.  “And it is also obvious that he left almost no literary legacy.”
A fat black tomcat jumped up on Raul’s lap.  It nudged him in the stomach, demanding to be petted.  And Raul devoted himself completely to the cat, which was in ecstasy, stiffened, raised its tail, and stuck its rear in the air.  And when Raul obediently began to scratch it in the vicinity of the tail, it began to whine, more like a dog than a cat.
“He was definitely intelligent, in fact, very much so,” said Roger, affectionately watching the cat’s contortions.  “Perhaps even intelligent enough to suspect that the majority of what he wrote was worthless, and that it would fall apart like a house of cards with the slightest breeze.”  He leaned toward Raul and blew on the cat’s rear.  “And that is why he needed some sort of big final spectacle.  Do you remember, Raul?  Jerzy often said suicide is the best method for prolonging your life.”
For a moment we all watched what was going on with the black cat.  The other three cats were watching him too.  They were no longer indifferent; they were starting to stretch and stiffen in their armchairs.
“If that’s so,” I asked, “then why did all of you fall on your knees before him?  You wrote that Jerzy was a cross between Beckett and Dostoyevsky, Genet and Kafka.”

 

 

 1235773-841477f9ba29df6318c50a45076e6e8f.jpg

Janusz Glowacki (Poznań, 13 september 1938)

 

 

 

 

De Poolse dichter Julian Tuwim werd geboren in Łódź op 13 september 1894. Zie ook mijn blog van 13 september 2010 en eveneens alle tags voor Julian Tuwim op dit blog.

 

 

The Common Man

 

When plastered billboards scream with slogans
'fight for your country, go to battle'
When media's print assults your senses,
'Support our leaders' shrieks and rattles...
And fools who don't know any better
Believe the old, eternal lie
That we must march and shoot and kill
Murder, and burn, and bomb, and grill...

When press begins the battle-cry
That nation needs to unify
And for your country you must die...
Dear brainwashed friend, my neighbor dear
Brother from this, or other nation
Know that the cries of anger, fear,
Are nothing but manipulation
by fat-cats, kings who covet riches,
And feed off your sweat and blood - the leeches!
When call to arms engulfs the land
It means that somewhere oil was found,
Shooting 'blackgold' from underground!
It means they found a sneaky way
To make more money, grab more gold
But this is not what you are told!

Don't spill your blood for bucks or oil
Break, burn your rifle, shout: 'NO DEAL!'
Let the rich scoundrels, kings, and bankers
Send their own children to get killed!
May your loud voice be amplified
By roar of other common men
The battle-weary of all nations:
WE WON'T BE CONNED TO WAR AGAIN!

 

 

 

 1235773-bbfb33fec16bb1f8198490221da4ad9f.jpg

Julian Tuwim (13 september 1894 – 27 december 1953)

 

 



De Nederlandse dichter, predikant en hoogleraarr Nicolaas Beets werd geboren op 13 september 1814 in Haarlem. Zie ook mijn blog van 13 september 2010 en eveneens alle tags voor Nicolaas Beets op dit blog.

 

 

Najaarslied

 

Ik ken geen schoner kleuren
Dan die van 't Hollands bos
In bruine najaarsdos;
Ik ken geen zoeter geuren,
Dan die uit droge mos,
Uit geelrode eikenbladeren
En varenkruid dat bloeit,
Mij op het koeltje naderen,
Dat met mijn lokken stoeit.

Ik ken geen schoner zangen
Dan vink en lijster slaakt,
Bij 't morgenlicht ontwaakt,
Eer hen de strikken vangen,
Door al wat zingt gewraakt:
De wildzang uit de twijgen
Met vochtig rag omstrikt,
Dat, als de dampen stijgen,
Met parels blijft bestikt.

Ik ken geen schoner luchten
Dan waar de herfst mee praalt,
Als 't zonlicht nederdaalt
En dorpen en gehuchten
In goud en kleuren maalt.
Dan rijzen blanke rotsen
En donkre bergen op,
Begroeid met ruige bossen,
Verguld aan rand en top.

Dan spelen alle verven
Dooreen met stille pracht,
Tot dat ze, schoon en zacht,
Versmelten en versterven,
En zeggen: ‘Het wordt nacht!
Weer is een dag vervlogen;
Welhaast een jaargetij:
Een jaar gaat voor uwe ogen,
Gelijk een damp voorbij.’

 

 

 

 1235773-3be38a08525170ba622743918539876a.jpg

Nicolaas Beets (13 september 1814 – 13 maart 1903)

 

 

 


De Britse schrijver
Roald Dahl werd geboren op 13 september 1916 in Llandalf, Zuid-Wales. Zie
ook mijn blog van 13 september 2010 en eveneens alle tags voor Roald Dahl op dit blog.

 

Uit: The Magic Finger

„And when she turned around to write something on the blackboard, we saw that she had grown a tail as well! It was a huge bushy tail!

I cannot begin to tell you what happened after that, but if any of you are wondering whether Mrs. Winter is quite all right again now, the answer is No. And she never will be.

The Magic Finger is something I have been able to do all my life.

I can’t tell you just how I do it, because I don’t even know myself.

But it always happens when I get cross, when I see red …

Then I get very, very hot all over …

Then the tip of the forefinger of my right hand begins to tingle most terribly …

And suddenly a sort of flash comes out of me, a quick white flash, like something electric.

It jumps out and touches the person who has made me cross …

And after that the Magic Finger is upon him or her, and things begin to happen ….“

 

 

 

1235773-ede1b1bf7fb3f4d93a05e535c1b965b7.jpg 

Roald Dahl (13 september 1916 – 23 november 1990)

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 13e september ook mijn blog van 13 september 2011 deel 1 en eveneens deel 2.
Geschreven door Romenu om 20:13 Reageer op dit bericht

Michael Ondaatje, James Frey, Louis MacNeice, Hannes Meinkema, Gust Van Brussel

De Canadese dichter en schrijver Philip Michael Ondaatje werd op 12 september 1943 geboren in Colombo, Ceylon (nu Sri Lanka). Zie  ook mijn blog van 12 september 2010 en eveneens alle tags voor Michael Ondaantje op dit blog.

 

 

Application For A Driving License

 

Two birds loved
in a flurry of red feathers
like a burst cottonball,
continuing while I drove over them.
I am a good driver, nothing shocks me.

 

 

 

Bearhug

 

Griffin calls to come and kiss him goodnight
I yell ok. Finish something I'm doing,
then something else, walk slowly round
the corner to my son's room.
He is standing arms outstretched
waiting for a bearhug. Grinning.

Why do I give my emotion an animal's name,
give it that dark squeeze of death?
This is the hug which collects
all his small bones and his warm neck against me.
The thin tough body under the pyjamas
locks to me like a magnet of blood.

How long was he standing there
like that, before I came?

 

 

 

 1235100-a180f6fdc3a672e061a8c6622b904f7a.jpg

Michael Ondaatje (Colombo, 12 september 1943)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver James Frey werd geboren op 12 september 1969 in Cleveland. Zie ook mijn blog van 12 september 2010 eveneens alle tags voor James Frey op dit blog.

 

Uit: The Final Testament of the Holy Bible

 

„Some people just ain’t made for the world. Can’t fucking take it. Can’t deal with Momma and Dadda and school teaching you nothing and a fucking job with some motherfucking boss going blah blah blah and bills and neighbors and some kind of bullshit church and having a good credit score and a mortgage and getting married with kids and some kind of mysterious motherfucking retirement plan that don’t ever let you do nothing but put more in and get none back. Lotta people ain’t made for it. They the people you see on the streets, in dirty clothes, talking to themselves, screaming on the corner like they demonized, mumbling and crying, they the ones in your family and your town you always scared of and feeling sorry for and making excuses about, the ones you don’t even thinks is fucking human. They is, they just ain’t made like the rest of you and they can’t deal with it so they go to drinking and getting fucking high and being criminal and getting locked-the-fuck-up and just saying who gives a fuck to all of it. People be thinking they’re crazy and be needing some kind of fucking help, but the help ain’t nothing ’cause a motherfucking soup kitchen or some kind of shelter that can’t hold enough or a nuthouse where we get beat or some charity that’s really about motherfuckers’ friends knowing how good they is and how much they care ain’t nothing but bullshit. And don’t even bring up that made-up motherfucker people be calling God, ’cause that motherfucker don’t even exist, and don’t be bringing up all these so-called houses of God, ’cause they more about killing and hating than they is about helping and loving. Sorry to break the motherfucking news if you ain’t heard it, but that’s it motherfucker, that’s the fucking news.“

 

 

 1235100-e104e7b31586163aaf1df4d133d19f34.jpg

James Frey (Cleveland, 12 september 1969)

 

 

 

 

De Ierse dichter en schrijver Louis MacNeice werd geboren op 12 september 1907 in Belfast. Zie ook ook mijn blog van 12 september 2010 en eveneens alle tags voor Louis MacNeice op dit blog.

 

 

Soap Suds

 

This brand of soap has the same smell as once in the big
House he visited when he was eight: the walls of the bathroom open
To reveal a lawn where a great yellow ball rolls back through a hoop
To rest at the head of a mallet held in the hands of a child.

And these were the joys of that house: a tower with a telescope;
Two great faded globes, one of the earth, one of the stars;
A stuffed black dog in the hall; a walled garden with bees;
A rabbit warren; a rockery; a vine under glass; the sea.

To which he has now returned. The day of course is fine
And a grown-up voice cries Play! The mallet slowly swings,
Then crack, a great gong booms from the dog-dark hall and the ball
Skims forward through the hoop and then through the next and then

Through hoops where no hoops were and each dissolves in turn
And the grass has grown head-high and an angry voice cries Play!
But the ball is lost and the mallet slipped long since from the hands
Under the running tap that are not the hands of a child.

 

 

 

Snow

 

The room was suddenly rich and the great bay-window was
Spawning snow and pink roses against it
Soundlessly collateral and incompatible:
World is suddener than we fancy it.

World is crazier and more of it than we think,
Incorrigibly plural. I peel and portion
A tangerine and spit the pips and feel
The drunkenness of things being various.

And the fire flames with a bubbling sound for world
Is more spiteful and gay than one supposes–
On the tongue on the eyes on the ears in the palms of your hands–
There is more than glass between the snow and the huge roses.

 

 

 

 1235100-790496c8c1e6e2e6fd04f00362209026.jpg

Louis MacNeice (12 september 1907 – 3 september 1963)

 

 

 

 

 

De Nederlandse dichteres en schrijfster Hannes Meinkema werd op 12 september 1943 geboren in Tiel. Zie ook mijn blog van 12 september 2010 en eveneens alle tags voor Hannes Meinkema op dit blog.

 

Uit: Een verkenning van ‘Eva’

 

„Uit het feit dat Prometheus vorig jaar en Eva onlangs herdrukt is, mogen we afleiden dat er weer belangstelling is voor Carry van Bruggen's werk. Of we van een herontdekking kunnen spreken moet echter nog worden afgewacht. De betoogtrant van Prometheus is niet van dien aard, dat enthousiasme bij de lezer van 1975 vanzelfsprekend moet worden geacht, maar met de roman Eva zou dat wel eens heel anders kunnen gaan.

Eva was in 1927 de tijd al ver vooruit, en ook nu nog is het een van de mooiste romans die in de Nederlandse literatuur door vrouwen geschreven zijn.

Carry van Bruggen is nooit helemaal uit de belangstelling verdwenen. Nog in 1962 verscheen een omvangrijke studie van M.A. Jacobs, die volledig aan haar leven en werk is gewijd. Helaas lijkt het wel, of Jacobs zich met dit onderwerp niet bijzonder gemakkelijk heeft gevoeld. Zo deelt Jacobs bv. de boeken die tussen 1915 en 1924 verschenen doodleuk in twee kolommen in, die resp. de titels ‘goed’ en ‘minderwaardig’ krijgen. Af en toe gaat de biografie over in regelrechte roddel, en wat de roman betreft identificeert Jacobs de hoofdpersonen volledig met de schrijver. Het is dan ook geen wonder, dat Sicking ons waarschuwt: ‘deze studie dient [...] zeer kritisch gelezen te worden.’

Carry van Bruggen beschouwde zichzelf niet in de eerste plaats als romanschrijver. In een interview met André de Ridder in 1915 zegt zij: ‘Ik geloof dat ik eigenlijk niet een geboren artist ben, maar veeleer iemand die van huis uit goed denken kan. Het element denker lijkt me sterker ontwikkeld in me dan het element artist en 't is het plastische deel dat bij mij het slechtst tot zijn recht komt. Merk bijv. op, hoe mijne metaforen nooit uitbeeldend zijn, maar ethische gelijkenissen. De compositie ook, geloof ik, is niet heelemaal in orde in mijne boeken.’

Deze laatste opmerking is onjuist, zeker wat betreft Eva (dat ten tijde van dit interview nog niet bestond). Carry van Bruggen's visie op haar eigen werk is die van iemand die spontaan opschrijft en niet structureert: ‘Literatuur bij mij is niet een métier, gelijk bij vele Hollandsche auteurs, maar een spontane uiting...”

 

 

 1235100-e051d230431b5c45f3805930c5bcd5ad.jpg

Hannes Meinkema (Tiel, 12 september 1943)

 

 

 

 


De Vlaamse schrijver
Gust Van Brussel werd geboren in Antwerpen op 12 september 1924. Zie
ook mijn blog van 12 september 2010 en eveneens alle tags voor Gust van Brussel op dit blog.

 

Uit: Keizer Sus den eerste

 

“Zo vergaat het leven en kiest het zijn weg voor ons. Gelijk de windroos draait. Nu eens naar de liefde, soms naar het verdriet. Soms met veel tranen soms zelfs met een lach. Wie die windroos doet draaien weet geen mens. Ook een schrijver, die naar de mensen luistert, zal het nooit weten. Noch voor de mensen die hij rondom zich bezig ziet en zelfs noch het minst van al voor zichzelf.
Ondertussen stroomt de Schelde onverdroten doos ons platte land In de schaduw van de kathedraal met zijn lichtgrijze reuzengestalte, met zijn gonzende Grote Markt. Met aan de ene kant het stemmig eilandje en aan de andere kant Sint-Anneke en de nieuwstad, boort zij zich een weg langs sluizen en terminals, wipbruggen en kanaaldokken, stapelhuizen, torens containers, kranen en laadbruggen, langs de tientallen havenbedrijven, die de Antwerpenaar uit de slijkgrond heeft gestampt om miljoenen mensen in de wereld te dienen. Langs mastodonten als Bayer, Degussa, Monsanto en Solvay, de raffinaderijen, Air Liquide en Electrabel, tot verder dan het oog van een mens kan zien. Tot ginder ver de Schelde ons ontsnapt en stilaan zee zal worden en daarna oceaan, waar de witte, de zwarte en de rode boten met hun thuisvlaggen op varen van overal ter wereld, om op een schone dag hun boeg te wenden naar het aloude Steen, dat nog Romeinen en Noormannen gekende heeft. Spaanse, Oostenrijkse, Franse, Hollandse en Duitse bezetters gehad heeft, maar dat uiteindelijk de geest van Antwerpen van vandaag bleef. Met het eerste tij zullen de zeereuzen de haven binnengeloodst worden langs de nieuwe dokken. Beladen met miljoenen containers. Met alles wat een mens nodig heeft om te leven.”

 

 

 1235100-a1cd3b9868e5c30c2b657d3fa92c5aac.jpg

Gust Van Brussel (Antwerpen, 12 september 1924)

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 12e september ook mijn blog van 12 september 2011 deel 1 en eveneens deel 2.
Geschreven door Romenu om 19:03 Reageer op dit bericht

Murat Isik, D.H. Lawrence, Eddy van Vliet, David van Reybrouck, Barbara Bongartz, Tomas Venclova

De Nederlands-Turkse schrijver, columnist en journalist Murat Isik werd geboren in Izmir op 11 september 1977. Zie ook mijn blog van 11 september 2010 en eveneens alle tags voor Murat Isik op dit blog.

 

Uit: Verloren grond

 

„De schreeuw veranderde mijn vader voor altijd in een breekbare man.
Ik zat in de wachtkamer van het ziekenhuis in Mus en kromp ineen toen ik het geluid van de zaag hoorde die met moeite doordrong in het bot. Daarna klonk de wanhopige schreeuw van mijn vader die na een paar halen van het stuk staal met de scherpe tanden, overging in een ander geluid dat eerst iets dierlijks en daarna monsterachtigs had. Langzaam veranderde het in een bizar gekrijs, afgewisseld met luguber gegorgel. Het was alsof mijn vader de pijn uit zijn lichaam perste en een deel van zijn ziel een uitweg zocht uit het diepste van zijn wezen.
Ik rende weg om te ontsnappen aan het geluid, maar het bleef me achtervolgen. Zelfs toen ik buiten stond en mijn oren dichtdrukte, hoorde ik het nog.
Soms, als ik mijn ogen sluit en alleen word omringd door stilte, hoor ik het weer: de schreeuw die ons leven voorgoed veranderde.

 

1

Ik ben geboren in de zomer van 1953 op een yayla op ruim tweeduizend meter hoogte. Mijn moeder beweerde dat ik niet huilde maar glimlachte toen ze me voor het eerst in haar armen nam, en dat mijn zwarte donshaar wapperde in de bergwind toen ze me omhooghield en riep: ‘Jij zult wel leven! Jij zult oud en sterk worden en ons eeuwige voorspoed brengen!’
Ik kreeg de naam van mijn grootvader: Miran. Met die naam werd ik de eerste tien jaar van mijn leven aangesproken tot ik plotseling een andere naam kreeg. Het was geen toeval dat ik op de yayla op de wereld werd gezet. Iedere zomer, als de hitte in ons dorp Sobyan ondraaglijk werd en de huizen in brand leken te staan, trokken de vrouwen met hun kinderen en het vee naar de hoogvlakte, waar de koele berglucht hen uit hun zomerslaap wekte.“

 

 

 1234586-831c963fc97cd45ac587044b62a17cfc.jpg

Murat Isik (Izmir, 11 september 1977)


 

 

 

De Engelse dichter en schrijver D.H. Lawrence werd geboren op 11 september 1885 in Eastwood (Nottinghamshire). Zie ook mijn blog van 11 september 2010 en eveneens alle tags voor D. H. Lawrence op dit blog.

 

Uit: Sons and lovers

 

"THE BOTTOMS" succeeded to "Hell Row". Hell Row was a block of thatched, bulging cottages that stood by the brookside on Greenhill Lane.  There lived the colliers who worked in the little gin-pits two
fields away. The brook ran under the alder trees, scarcely soiled by these small mines, whose coal was drawn to the surface by donkeys that plodded wearily in a circle round a gin. And all over the countryside were these same pits, some of which had been worked in the time of Charles II, the few colliers and the donkeys burrowing down like ants into the earth, making queer mounds and little black places among the corn-fields and the meadows.  And the cottages of these coal-miners, in blocks and pairs here and there, together with odd farms and homes of the stockingers, straying over the parish, formed the village of Bestwood.

Then, some sixty years ago, a sudden change took place.  The gin-pits were elbowed aside by the large mines of the financiers. The coal and iron field of Nottinghamshire and Derbyshire was discovered. Carston, Waite and Co. appeared.  Amid tremendous excitement, Lord Palmerston formally opened the company's first mine at Spinney Park, on the edge of Sherwood Forest.

About this time the notorious Hell Row, which through growing old had acquired an evil reputation, was burned down, and much dirt was cleansed away.

Carston, Waite & Co. found they had struck on a good thing,
so, down the valleys of the brooks from Selby and Nuttall, new mines were sunk, until soon there were six pits working. From Nuttall, high up on the sandstone among the woods, the railway ran, past the
ruined priory of the Carthusians and past Robin Hood's Well, down to Spinney Park, then on to Minton, a large mine among corn-fields; from Minton across the farmlands of the valleyside to
Bunker's Hill, branching off there, and running north to Beggarlee and Selby, that looks over at Crich and the hills of Derbyshire: six mines like black studs on the countryside, linked by a loop of fine chain, the railway.“

 

 

 1234586-bc11e75d0fcbe65c4fb4aef97b5a379a.jpg

D.H. Lawrence (11 september 1885 – 2 maart 1930)

Met zijn vrouw Frieda, Beieren 1929

 

 

 

 

De Vlaamse dichter Eddy van Vliet werd geboren op 11 september 1942 in Antwerpen. Zie ook mijn blog van 11 september 2010 en eveneens alle tags voor Eddy van Vliet op dit blog

 

 

De Vlieger

 

Zijn zilveren staart sleept over de grond:
een gewonde vlinderrog. Boven het water-
oppervlak trekt een visser hem moeizaam op.

Het touw rukt aan de snede in mijn hand.
Om de illusie te beamen, springt hij nu
en dan in de lucht, leunt op een onzichtbaar kussen
dat ik betoveren wil en keert terug
naar zijn eigen striemen in het zand.

Mijn vader ziet toe. Hij beheerst de wind.
Ik weiger te falen en ren, doorweekt van glorie-
daden, zo hard als ik kan over het strand.

 

 

 

Ochtend

 

Liefst hoor ik het geritsel van kleren
als zij opnieuw de vorm aannemen
waaruit liefde hen gedurende uren verdreef.

En buiten: de kou die de bakstenen roder maakt,
de kinderen dichter bij elkaar doet kruipen.

Liefst hoor ik het geritsel van kleren,
als de slaap zich langzaam aan onze ogen onttrekt
en de glazen toekijken hoe het licht
zich opdringt aan de ramen.

Op zo'n ochtend zal het zijn dat zij,
van wie wij de uniformen niet kunnen raden,
zullen komen zeggen: jullie gaan mee.

 

 

 

 1234586-f17f30286a1c9a473e5c69d887b4dd68.jpg

Eddy van Vliet (11 september 1942 – 5 oktober 2002)

 

 

 

 

De Vlaamse dichter, schrijver en wetenschapper David Van Reybrouck werd geboren in Brugge op 11 september 1971. Zie ook mijn blog van 11 september 2010 en eveneens alle tags voor David van Reybrouck op dit blog.

 

Uit: Pleidooi voor populisme

 

„Voor de socialist is de geëmancipeerde arbeider een soort monster van Frankenstein geworden dat zich tegen zijn maker heeft gekeerd toen het op eigen benen kon staan. Van de weeromstuit ging links zich ontfermen over een nieuwe en schrijnendere groep nooddruftigen: de migranten. En dat bezegelde pas goed de boedelscheiding tussen de progressieve elite en het inheemse proletariaat. Dat een nieuwe generatie socialisten de autochtone arbeider vervolgens ook nog eens racisme verweet omdat hij het aandurfde kanttekeningen te plaatsen bij het multiculturele ideaal, zorgde voor een ware leegloop. De rode steden en gemeenten van Vlaanderen kleurden vanaf de jaren negentig zwart. Anders dan in Nederland met zijn SP had je als laaggeschoolde arbeider in Vlaanderen ter linkerzijde niets meer te zoeken. De socialisten, en zeker de groenen, waren voortaan bevolkt door 'mannen en madammen met een diplom'.
Wat een contrast met niet zo heel lang geleden! Het socialisme bekommerde zich ooit om de emancipatie van de arbeider, zowel stoffelijk als geestelijk. Behalve een fatsoenlijk pensioen kreeg de arbeider ook toegang tot Tolstoj, Brecht en Eisenstein. Er waren cursussen over Marcuse en Gramsci en filmavonden rond Fellini en Kubrick. Cultuureducatie was een kerntaak van zowat elke zuil. Het doel was volksverheffing: arbeiders werden gevormd tot mondige burgers met een eigen oordeelsvermogen. Maar enkele decennia van cultuurrelativisme eind vorige eeuw hebben dat engagement volledig van tafel geveegd. Welk recht hadden de hoogopgeleiden, vroeg men zich af, om hun culturele en ethische voorkeuren op te leggen aan de lagere klasse? Was de arbeider, zeker gezien zijn toegenomen welvaart, inmiddels zelf niet in staat om te beslissen wat goed was en wat niet?
Op dat moment heeft de socialistische beweging de autochtone arbeider laten schieten. De misplaatste schroom van de culturele elite ontwikkelde zich op het moment dat de commerciële media als paddenstoelen uit de grond schoten en gretig naar de gunst van de laaggeschoolde dongen. Het cultuurrelativisme heeft de laaggeschoolden daardoor aan de markt cadeau gedaan nog lang voor het proces van culturele emancipatie was voltooid.“

 

 

 1234586-0c7c6fd347eae4150030597245696004.jpg

David van Reybrouck (Brugge, 11 september 1971)

 

 

 

 

De Duitse schrijfster Barbara Bongartz werd geboren op 11 september 1957 in Keulen. Zie ook mijn blog van 11 september 2010 en eveneens alle tags voor Barbara Bongartz op dit blog.

 

Uit: Perlensamt

 

„Gestern entschloß ich mich, das gesamte Material zu vernichten, das Perlensamts Familiengeschichte dokumentiert. Es war noch nicht spät. Kurz nach acht vielleicht. Das aus dem Garten einfallende Licht warf lila Flecken auf die Fliesen vor dem Kamin. Ich kniete mich vor die Feuerstelle, schichtete

Holz, Reisig und Papier übereinander und zündete das bizarre Gebilde an. Jedes Mal läuft mir ein Schauer über den Rücken, wenn ich sehe, wie die Flammen sich rasch durch zerknülltes Papier fressen, dann an den Zweigen zu nagen beginnen und schließlich am Holz. Ich hatte mir immer einen Kamin gewünscht, schon als Kind. Ein Haus mit Kamin ist für Ereignisse begabt. In seiner Gegenwart neigt man dazu, sich szenischzu bewegen. Man stellt sich vor, was bereits geschehen sein könnte. Wer wen am Kamin beschimpft hat, halb betrunken und mitten in der Nacht. Man sieht die Anträge vor

sich, die in verschiedenen Posen gemacht und abgelehnt oder schlimmer noch angenommen worden sind. Die Katastrophen, zu denen sie führten. Zärtlicher Haß, jahrzehntelang. Sehnsuchtsvolle Qual. Als Kind hätte ich gern Marshmallows und Würstchen im Kamin gegrillt. Aber man fragt sich auch,

was spurlos im Feuer verschwindet. Testamente, beweisträchtige Notizen, eine Photographie.

Ich lernte Perlensamt an einem glühend heißen Nachmittag kennen. Ungefähr ein Jahr ist das her. Es war Ende August.

Ich hatte Ärger im Büro gehabt und wollte mir die Beine vertreten. Von frischer Luft konnte allerdings keine Rede sein. Auch die Bewegung brachte bei der Hitze nicht die erhoffte Entlastung.“

 

 

1234586-03a7e97d0b888c9a746ce8440fb27cd9.jpg
Barbara Bongartz (Keulen, 11 september 1957)

 

 

 


De Litouwse dichter, schrijver en vertaler Tomas Venclova werd geboren op 11 september 1937 in Klaipeda, Litouwen. Zie ook mijn blog van 11 september 2010 en eveneens alle tags voor Tomas Venclova op dit blog.

 

 

A Poem Abour Architecture

 

here the days are all so loyal

and all so light, my friend,

like the heights of the bell towers and steeples

at whose bottom we wait for darkness;

so tell me, how will we struggle against

the springs found in the clay,

the meteorite mints on the porch,

the dynasty of islands and straits?

 

and so then we, who pick the luxurious apple

which did not grow for us in the deserts,

who have divided the glory of the dead

like a giant linen shawl,

who have declared freedom's moratorium,

who have learned to repeat

the history of heaven's unliving in the storm,

the geometry of resurrection;

 

and so the beginning, and the foam in the boat

beyond the smoking red embankment

(boulevards, sailboats and the Baltic

breathe deeply and accept) �

though the city stones constrict us,

with new names we named forever

the waves, middle-age, middle-earth,

winters and the water full of birds;

 

and so our homeland; defend yourself;

its gothic doors are ajar,

and the airless distances are so close,

and the heavens are like smokeless gunpowder

 

 

 

Vertaald door Jonas Zdanys

 

 

 

 1234586-63b201fdf6b8c0deabd7d8a56ac42177.jpg

Tomas Venclova (Klaipeda, 11 september 1937)


 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 11e september ook mijn blog van 11 september 2011 deel 2 .
Geschreven door Romenu om 20:27 Reageer op dit bericht

Andreï Makine, Franz Werfel, Paweł Huelle, Mary Oliver

De Franse schrijver van Russische afkomst Andreï Makine werd geboren in Krasnojarsk op 10 september 1957. Zie ook mijn blog van 10 september 2010. en eveneens alle tags voor Andreï Makine op dit blog.

 

Uit: Dreams of My Russian Summers (Le Testament français, vertaald door Geoffrey Strachan)

 

„While still a child, I guessed that this very singular smile represented a strange little victory for each of the women: yes, a fleeting revenge for disappointed hopes, for the coarseness of men, for the rareness of beautiful and true things in this world. Had I known how to say it at the time I would have called this way of smiling "femininity."...But my language was too concrete in those days. I contented myself with studying the women's faces in our photograph albums and identifying this glow of beauty in some of them.

For these women knew that in order to be beautiful, what they must do several seconds before the flash blinded them was to articulate the following mysterious syllables in French, of which few understood the meaning: "pe-tite-pomme."...As if by magic, the mouth, instead of being extended in counterfeit bliss, or contracting into an anxious grin, would form a gracious round. The whole face was thus transfigured. The eyebrows arched slightly, the oval of the cheeks was elongated. You said "petite pomme," and the shadow of a distant and dreamy sweetness veiled your gaze, refined your features, and caused the soft light of bygone days to hover over the snapshot.

This photographic spell had won the confidence of the most diverse women: for example, a relative from Moscow in the only color photo in our albums. Married to a diplomat, she spoke through clenched teeth and sighed with boredom before even hearing you out. But in the photo I could immediately identify the "petite pomme" effect.

I observed its aura on the face of a dull provincial woman, some anonymous aunt, whose name only came up when the conversation turned to the women left without husbands after the male slaughter of the last war. Even Glasha, the peasant of the family, in the rare photos that we still possessed of her, displayed the miraculous smile. Finally there was a whole swarm of young girl cousins, puffing out their lips while trying to hold on to this elusive French magic during several interminable seconds of posing. As they murmured their "petite pomme," they still believed that the life that lay ahead would be woven uniquely from such moments of grace.... „

 

 

 1233882-f64e69844564ebf87516bb498306becd.jpg

Andreï Makine (Krasnojarsk, 10 september 1957)

 

 

 


De Oostenrijkse dichter en schrijver
Franz Werfel werd op 10 september 1890 in Praag geboren. Zie ook mijn blog van 10 september 2010 en eveneens alle tags voor Franz Werfel op dit blog.

 

Uit: Die Entfremdung

 

„Keine Schmerzen hatte sie mehr, als sie, weiß umhüllt, auf der Tragbahre lag, um in den Operationssaal gebracht zu werden. Sie empfand nur ein fremdes, ein stürmisches Mitleid mit ihrem armen Körper, aber so, als wäre es nicht ihr eigener, sondern der Leib einer andern Frau. Während man sie an irgendeinem Spiegel vorbeitrug, erhaschte Gabriele einen Schein von ihrem Gesicht, von ihrem Kopf, den eine weiße Binde (wie eine Nonnenhaube) umschnürte. Das viele Weiß, fand sie, stände ihr gut. Trotz des furchtbaren Augenblicks überkam sie ein leidvolles Wohlgefallen an sich selbst:
»Jetzt bin ich nicht schlecht angezogen. Vielleicht würde auch Judith nichts einzuwenden haben...«

Der Assistenzarzt, der den Zug begleitete, glaubte, die Kranke wolle sprechen und könne es nicht. Da ergriff er ihre Hand und streichelte sie. Gabriele schmiegte sich in die Kraftströme, die von dieser gesunden und markigen Hand herfluteten.

Als sie noch Kinder waren, sie und ihr Bruder, hatte Erwins Hand so oft die ihre gehalten. Die unruhige und gierige Knabenhand hatte Gabrieles Hand gedrückt, gepreßt, an ihr genascht, wie an einer Frucht...

Dieses Arztes harte Hand aber war so ruhig, so zuverlässig. Gabriele atmete tief. Die Hand tat ihr wohl.
Nun lag sie auf dem Schmerzenstisch.

Die Schwestem schlugen vorsichtig die Tücher zurück, mit denen sie bedeckt war:
Wie ein Paket, in dem etwas Zerbrochenes liegt. Sie sah nicht an sich herab,
um von dem Furchtbaren nichts zu wissen. Und wirklich, sie wußte jetzt nichts von der Macht, die sie zerschmettert
hatte, als wäre das Unglück nicht vor zwei Stunden geschehn, sondern in einer unausdenklichen Vorzeit...“

 

 

 1233882-f2403dc1e660a7643d58cfd3e2010995.jpg

Franz Werfel (10 september 1890 – 26 augustus 1945)

 

 

 

 

De Poolse schrijver Paweł Huelle werd geboren op 10 september 1957 in Gdańsk. Zie ook mijn blog van 10 september 2010 en eveneens alle tags voor Pawel Huelle op dit blog.

 

Uit: Cold Sea Tales (Vertaald door Antonia Lloyd-Jones)

 

“The trams and buses weren’t running any more, so there was a terrible crush in the local train. There was no other way to reach the centre of Gdańsk, and of course that was where everyone wanted to go, to the main station, from where it only took seven minutes to get to the shipyard gates. And either in a whisper or in a lowered tone everyone really was talking about the same thing: so far they’re not shooting yet! But they’re sure to start, there can be no doubt, the only question is when? I too could remember that December, exactly ten years ago: my father and I had gone up to the loft to listen for noises from the city centre through the open mansard window. The frosty air carried the boom of single shots, ambulance sirens and the rumble of tanks. The glow of fire shone red over the city. Now and then a helicopter appeared in the gloomy expanse behind it, firing flares, and then, in the brief flash of light, we could clearly hear two or three bursts of heavy machine-gun fire. There were moments when all these noises stopped, and we thought we could hear the shouts of the crowd repeatedly rising and falling.
“Just remember,” my father had said as we made our way down two floors to our flat, “this is the beginning of their end.” Naturally when he said “their” he wasn’t thinking of the workers. A few days later I saw the burned-down Party headquarters from the tram window, once the curfew had been lifted. At the Hucisko crossroads, right by the tram stop, I found a shipyard helmet flattened like a matchbox. The stench of burning and teargas was everywhere. The food price hikes had been withdrawn and people were hurriedly doing their Christmas shopping. Just as hurriedly the portraits of the leaders who had been ejected from their posts were being removed from all the classrooms at my school. Our art teacher turned a blind eye as we burned them on a big pyre next to the school dump.”

 

 

1233882-103a8e79409a4c893a9ceeba2c12f8c4.jpg 

Paweł Huelle (Gdańsk, 10 september 1957)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse dichteres Mary Oliver werd geboren op 10 september 1936 in Maple Heights, Ohio. Zie ook mijn blog van 10 september 2010 en eveneens alle tags voor Mary Oliver op dit blog.

 

De wilde ganzen


Je hoeft niet goed te zijn.
Je hoeft niet op je knieën honderd kilometer
door de woestijn te kruipen uit berouw.

Je hoeft alleen maar het zachte dier van je lichaam
lief te laten hebben waar het van houdt.

Vertel me over wanhoop, die van jou, en ik vertel je de mijne.

Maar intussen draait de wereld door.
Intussen trekken de zon en zachte blaadjesregen 
dwars door het landschap,
over velden en buigende bomen,
bergen en rivieren.

Intussen gaan de wilde ganzen hoog in de helderblauwe lucht,
weer op huis aan.

Wie je ook bent, hoe eenzaam ook,
de wereld biedt zichzelf aan,  aan jouw verbeeldingskracht,

Roept je zoals de wilde ganzen, schril en opwindend, keer op keer.
wijst je jouw plek
in de onvoorwaardelijkheid
van de dingen om je heen.

 

 

Vertaald door Maarten Schild

 

 

 

Song of the Builders

 

On a summer morning
I sat down
on a hillside
to think about God -
a worthy pastime.
Near me, I saw
a single cricket;
it was moving the grains of the hillside
this way and that way.
How great was its energy,
how humble its effort.
Let us hope
it will always be like this,
each of us going on
in our inexplicable ways
building the universe.

 

 

 

 

Morning Glories

 

Blue and dark-blue
rose and deepest rose
white and pink they

are everywhere in the diligent
cornfield rising and swaying
in their reliable

finery in the little
fling of their bodies their
gear and tackle

all caught up in the cornstalks.
The reaper's story is the story
of endless work of

work careful and heavy but the
reaper cannot
separate them out there they

are in the story of his life
bright random useless
year after year

taken with the serious tons
weeds without value
humorous beautiful weeds.

 

 

 

 1233882-82b95fd86fd8a849644e18471cad5f0e.jpg

Mary Oliver (Maple Heights, 10 september 1935)

 

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 10e september ook mijn blog van 10 september 2011 deel 1 en eveneens deel 2.
Geschreven door Romenu om 21:43 Reageer op dit bericht

C. O. Jellema, Leo Tolstoj, Gentil Th. Antheunis, Gaston Durnez

De Nederlandse dichter, essayist en germanist C. O, Jellema werd geboren op 9 september 1936 in Groningen. Zie ook mijn blog van 9 september 2010 en eveneens alle tags voor C. O. Jellema op dit blog.

 

 

Een stralende dag

 

Waar zullen we heen gaan vandaag,
welk overjarig verlangen achterna,
met wat voor verwachting belast of
om welke eensklapse ingeving
opspringen, zeggen jullie het maar -

Zit, benen, in jullie onrust
naar buiten of, ogen, zijn jullie belust,
toch niet jij soms, geslacht, dat zich slecht
met zijn naderend onnut verdraagt?

Stel maar wat voor voor vandaag:
een veldweg om lopend landschap te worden,
in de stad een terras om ons steels te vergapen,
onbespied in een rietkraag ons weer het geliefde
lichaam te binnen brengen dat wegstierf -

Ook jullie, gedachten, die het onderling nooit
kunnen vinden, nooit eens eens zijn, alsjeblieft,
geen geliever van zus nu of zo, wees vandaag
domweg mij die hier zit en zich uitstelt,
op post wacht, een brief die hem
kent als beste, groet met
tot gauw.

 

 

 

Nieuwe wijk

 

Motortje spelen met hun autopedden,
tussen de vuilnisemmers die in groepen staan.
Erboven kloppen moeders kleine bedden.
De straatverlichting is vergeten uit te gaan.

De dag lang is men bezig met ontwaken,
telkens het hoofd oprichtend met een ruk.
De resten van 't ontbijt nog op het laken,
het brood verkruimeld en de beker stuk.

Maar op het dak zie ik de vogels zitten,
verwelkt, met snavels open waar de schreeuw in stikt.
Wij mensen moesten voor de vogels kunnen bidden.
Ik hoor de dauw die van de bomen tikt.

 

 

 

Als huis

 

Je droomt je thuis: een veiligheid van stemmen
die 't onbegrepene gerust bespreken,
je zit aan tafel en je hebt gekeken
hoe de markiezen zomerzonlicht stremmen

tot warmtekleur op het gestreken linnen -
gedachteloos, betekenissen teken
dat dingen weer niet zijn waarop ze leken,
hun buitenkant een bijna angstig binnen.

Het staat er nog, je kunt het nergens vinden,
het witte hek, het pad tussen jasmijnen,
jijzelf de toegang tot dit droomgebied

achter een gevel met gesloten blinden;
en ook de tuin waarin je kon verdwijnen
blijkt een gedicht dat jou vergeefs verliet.

 

 

 

 1233185-85955aba50e41e7770fe30ac0c84c5a5.jpg

C. O. Jellema (9 september 1936 – 19 maart 2003)

 

 

 

 

 

De Russische schrijver Leo Tolstoj werd geboren op 9 september 1828 op het landgoed Jasnaja Poljana, in de buurt van Toela. Zie ook mijn blog van 9 september 2010 en eveneens alle tags voor Leo Tolstoj op dit blog.

 

Uit: Anna Karenina (Vertaald door Fred Ottow)

 

„Alle glücklichen Familien ähneln einander; jede unglückliche aber ist auf ihre eigene Art unglücklich.

Bei den Oblonskijs herrschte allgemeine Verwirrung. Die Frau des Hauses hatte von der Liebschaft ihres Mannes mit der früheren Gouvernante ihrer Kinder Kenntnis erhalten und erklärt, daß sie unter diesen Umständen nicht länger mit ihm unter einem Dache leben könne. Qualvoll lastete diese Situation nun schon drei Tage nicht nur auf den Ehegatten selbst, sondern auch auf den anderen Familienmitgliedern und den übrigen Hausgenossen. Alle fühlten, daß ihr Zusammenleben sinnlos geworden war, ja, daß in einem Gasthof zufällig versammelte Leute enger miteinander verbunden sein müßten als sie, die Angehörigen der Familie Oblonskij und ihre Hausangestellten.

Die Dame selbst blieb in ihren Zimmern, ihr Gatte war drei Tage nicht mehr zu Hause gewesen. Die Kinder liefen verlassen herum. Die englische Erzieherin hatte sich mit der Haushälterin verzankt und einer Freundin geschrieben, ihr eine andere Stelle zu verschaffen. Der Koch war gestern während des Mittagessens einfach davongelaufen; das Küchenmädchen und der Kutscher hatten gekündigt.

Am vierten Morgen nach der Auseinandersetzung mit seiner Frau erwachte Fürst Stepan Arkadjewitsch Oblonskij — Stiwa wurde er in der großen Welt genannt — wie gewöhnlich um acht Uhr morgens, aber nicht im ehelichen Schlafzimmer, sondern in seinem Arbeitskabinett auf dem mit Saffianleder bezogenen Diwan. Er wälzte seinen fülligen, gepflegten Körper auf die andere Seite, als wolle er noch weiterschlafen, umfaßte das Kopfkissen und preßte seine Wange hinein. Plötzlich aber fuhr er zusammen, setzte sich aufrecht hin und öffnete die Augen.

Ja, wie war das doch gewesen ? dachte er und suchte sich auf seinen Traum zu besinnen. Wie war es ... Richtig, Alabin hatte ein Diner gegeben, in Darmstadt. Nein, nicht in Darmstadt — es war wohl etwas Amerikanisches, oder lag Darmstadt in Amerika ? Nun, gleichviel — Alabin gab ein Diner auf gläsernen Tischen, und da standen kleine Karaffen, die ,Il mio tesoro` sangen — oder nicht gerade ,Il mio tesoro`, sondern etwas noch sehr viel Hübscheres. Und dann — entsann er sich — waren

es nicht Karaffen, sondern Frauen. Die kleinen Karaffen hatten sich in Frauen verwandelt.“

 

 

 1233185-299f49a8ddab787965aa75f5b216c5a6.jpg

Leo Tolstoj (9 september 1828 – 20 november 1910)

 

 

 

 

De Vlaamse dichter en componist Gentil Theodoor Antheunis werd geboren te Oudenaarde op 9 september 1840. Zie ook mijn blog van 9 september 2010 en eveneens alle tags voor Gentil Th. Antheunis op dit blog.

 

 

Er woont een Vogel

Lied.

 

Er woont een vogel in mijn hart,

Sinds mijne jongste jeugd;

Hij zingt, hij zingt bij ieder vreugd,

Hij zingt bij ieder smart.

Maar alles smelt in eenen toon,

De smart, de vreugd, zoo wonderschoon

Wanneer hij zingt van liefde.

 

Ja! 't lijden wordt door hem getart.

Bij 't lijden heeft zijn stem

Den diepsten toon, de meeste klem,

En klinkt uit 't volle hart.

Maar wat mijn boezem hijgen doet,

En wat den vogel zwijgen doet

Is ontrouw in de liefde.

 

Nochtans, al zij 't gemoed zoo hard,

Door wilskracht zelfs versteend,

Hoe dikwijls heeft het oog geweend

Verwonnen door de smart.

Dan schalt des vogels rijkste akkoord!

Zoo leeft en lijdt en zingt hij voort

Van liefde, louter liefde.

 

 

 

Zomeravond

 

De lucht was zoo lauw en zoo kalm de natuur.

Hij stond voor het venster te denken;

Hij blikte naar boven en dacht aan het uur,

Waarop hem de dood eens de ruste zoo duur,

Na 't zwoegen des levens zou schenken.

 

Hij blikte naar boven - en ginds in het blauw,

Daar vonkelde een eenzame sterre;

Zij wenkte zoo vriendlijk en fluisterde: ‘Gauw!

t Heelal is zoo wijd en uw aarde zoo nauw!

Wat toeft gij? Waar blijft gij zoo verre?’

 

‘Hoe plechtig is de avond! Hoe lauw is de lucht!

Het leven, hoe schoon voor ons beide!’

Zoo sprak zijn geliefde vol zalig genucht:

‘O sterre, zoo lispelde hij met een zucht,

Gij ziet het waarom ik verbeide.’

 

 

 

 1233185-dee503799aec15362ad282b416808672.jpg

Gentil Th. Antheunis (9 september 1840 – 5 augustus 1907)

Oudenaarde

 

 

 

 

De Vlaamse schrijver, dichter en journalist Gaston Cyriel Durnez werd geboren in Wervik. Zie ook mijn blog van 9 september 2010 en eveneens alle tags voor Gaston Durnez op dit blog.

 

Uit: Mijn leven onder de Belgen

 

“De Nederlandse metode is hiermee verwant. Zij legt alleen meer nadruk op de studie en zij zorgt voor vlotten en drijfkranen, want praktisch alle Hollandse wegen liggen in het water.

Lijnrecht daartegenover staat de zogenaamde ‘Zuidelijke Opvatting’, waarvan de Belgische werkwijze een wat geperfektioneerde uitloper is. In grote lijnen komt zij hierop neer.

Een afzonderlijk gat in een weg wordt een tijdlang genegeerd, ten einde de politieke partijen elk een gelijke kans te geven, de zaak bij de gemeenteraad, de provincieraad of het parlement aanhangig te maken en de verkiezingen met vertrouwen tegemoet te gaan.

Daarna volgt een min of meer lange periode van observatie, naargelang de belangrijkheid van het geval, door een bediende die er enkele keren opzettelijk voorbijfietst.

Uiteindelijk wordt een rapport opgesteld, waarvan de konklusie luidt dat de hypotese van het eerste onderzoek bewaarheid is en dat het gat geen geisoleerd geval kon blijven. Ondergronds is er enige beroering ontstaan, waardoor nog andere gaten zich op min of meer gelijke afstand hebben gemanifesteerd.

Dat is het ogenblik voor de eerste, fundamentele maatregel.

Er wordt een vrachtwagen met enkele arbeiders uitgezonden, die aan beide uiteinden van de getroffen strook een bord met de driehoek en de twee bulten gaan plaatsen. (Uitholling overdwars. Cassis.)

Soms dagen er bij de behandeling van de zaak wel biezondere moeilijkheden op.

Er lopen in het koninkrijk verscheidene soorten van wegen: een bepaalde kategorie hangt af van de gemeente besturen, een tweede serie ligt onder de bevoegdheid van de provincieraden en een derde bundel wordt door het Rijk beheerd.

Wat gebeurt er nu, als een aangetaste weg niet tijdig door zijn voedstervader wordt gekontroleerd?

De gemeenten laten er de gebruikelijke tijd overheen gaan. Zij schrijven brieven en zenden hun volksvertegenwoordigers op weg met sigaren en borreltjes. Komen die niet meer levend terug, dan bakenen de gemeenten onmiddellijk de verantwoordelijken af en nemen zelf het initiatief. Dit initiatief bestaat erin, op een héél groot bord in sterk aanklagende letters te laten schilderen:

‘Deze STAATSWEG is in zeer slechte staat.’

 

 

 1233185-f3f8413b39bd5b3f8ece718da22e4cc3.jpg

Gaston Durnez (Wervik, 9 september 1928)

 


 

Zie voor nog meer schrijvers van de 9e september ook mijn blog van 9 september 2011 deel 1 en eveneens deel 2.
Geschreven door Romenu om 18:37 Reageer op dit bericht

Clemens Brentano, Wilhelm Raabe, Siegfried Sassoon, Eduard Mörike

De Duitse dichter en schrijver Clemens Brentano werd geboren op 8 september 1778 in Ehrenbreitstein. Zie ook mijn blog van 8 september 2010 en eveneens alle tags voor Clemens Brentano op dit blog.

 

 

Abschied vom Rhein

 

Nun gute Nacht! mein Leben,

Du alter, treuer Rhein.

Deine Wellen schweben

Klar im Sternenschein;

Die Welt ist rings entschlafen,

Es singt den Wolkenschafen

Der Mond ein Lied.

 

Der Schiffer schläft im Nachen

Und träumet von dem Meer;

Du aber, Du mußt wachen

Und trägst das Schiff einher.

Du führst ein freies Leben,

Durchtanzest bei den Reben

Die ernste Nacht.

 

Wer dich gesehen, lernt lachen;

Du bist so freudenreich,

Du labst das Herz der Schwachen

Und machst den Armen reich.

Du spiegelst hohe Schlösser

Und füllest große Fässer

Mit edlem Wein.

 

Auch manchen lehrst du weinen.

Dem du sein Lieb entführt;

Gott wolle die vereinen,

Die solche Sehnsucht rührt:

Sie irren in den Hainen,

Und von den Echosteinen

Erschallt ihr Weh.

 

Und manchen lehret beten

Dein tiefster Felsengrund;

Wer dich im Zorn betreten,

Den ziehst du in den Schlund:

Wo deine Strudel brausen,

Wo deine Wirbel sausen,

Da beten sie.

 

Mich aber lehrst du singen:

Wenn dich mein Aug ersieht,

eine freudeselig Klingen

Mir durch den Busen zieht;

Treib fromm mir meine Mühle,

Jetzt scheid ich in der Kühle

Und schlummre ein.

 

Ihr lieben Sterne, decket

Mir meinen Vater zu.

Bis mich die Sonne wecket,

Bis dahin mahle du:

Wirds gut, will ich dich preisen,

Dann sing in höhern Weisen

Ich dir ein Lied.

 

Nun werf ich dir zum Spiele

Den Kranz in deine Flut:

Trag ihn zu seinem Ziele,

Wo dieser Tag auch ruht.

Gut Nacht, ich muß mich wenden,

Muß nun mein Singen enden,

Gut Nacht, mein Rhein!

 

 

 

 1232796-ef635db7b63dde29fb2b50c89106bb4d.jpg

Clemens Brentano (8 september 1778 – 28 juli 1842)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver Wilhelm Raabe werd op 8 september 1831 in Eschershausen geboren. Zie ook mijn blog van 8 september 2010 en eveneens alle tags voor Wilhelm Raabe op dit blog.

 

Uit: Holunderblüte

Eine Erinnerung an das Prager Ghetto

 

„Ich bin Arzt, ein alter Praktiker und sogar Medizinalrat. Seit vier Jahren besitze ich die dritte Klasse des Roten Adlerordens; dem Jahrhundert schreite ich um einige Jahre voran und stehe deshalb dem biblischen Lebenspunktum ziemlich nahe. Ich war verheiratet; meine Kinder sind gut eingeschlagen; die Söhne sind auf ihre eigenen Füße gestellt, meine Tochter hat einen guten Mann. Über mein Herz und meine Nerven habe ich mich nicht zu beklagen, sie bestehen aus zähem Material und halten gut bei manchen Gelegenheiten, wo andere Leute ihren Gefühlen nicht mit Unrecht unterliegen. Wir Ärzte werden, sozusagen, innerlich und äußerlich gegerbt, und wie wir unempfindlich werden gegen den Ansteckungsstoff der Epidemien, so hindert uns nichts, inmitten des lauten Schmerzes und der stummen Verzweiflung den ergebenen und gelassenen Tröster zu spielen. Jedermann soll seine Pflicht tun, und ich übe hoffentlich die meinige nach bestem Vermögen. Das sind schlechte Doktoren, die da glauben, daß ihre Aufgabe gelöst sei, wenn sie in ihrer Krankenliste ein Kreuz oder irgendein anderes Zeichen hinter dem Namen eines Patienten gemacht haben. Unsere schwierigste Aufgabe beginnt sehr oft dann erst; wir, deren Kunst und Wissenschaft sich so machtlos erwiesen, wir, die wir so oft von den Verwandten und Freunden unserer Kranken nicht mit den günstigsten und gerechtesten Augen angesehen werden, wir sollen noch Worte des Trostes für diese Freunde und Verwandten haben. Die Stunden und Besuche, welche wir, nachdem der Sarg aus dem Hause geschafft ist, den Überlebenden widmen müssen, sind viel peinlicher als die, welche wir am Lager des hoffnungslosen Kranken zubrachten.

Doch das hat eigentlich nichts mit diesen Aufzeichnungen zu tun; ich will nur an einem neuen Beispiele zeigen, welch ein wunderliches Ding die menschliche Seele ist. Nicht ohne guten Grund überschreibe ich dieses Blatt: Holunderblüte; der Leser wird bald erfahren, was für einen Einfluß Syringa vulgaris auf mich hat.

Es war ein klarer, kalter Tag im Januar; die Sonne schien, der Schnee knirschte unter den Füßen der Wanderer, die Wagenräder drehten sich mit einem pfeifenden, kreischenden Ton. Es war ein gesunder, herzerfrischender Tag, und ich holte noch einmal aus voller Brust Atem, ehe ich um die dritte Nachmittagsstunde die Türglocke eines der ansehnlichsten Häuser in einer der ansehnlichsten Straßen der Stadt zog.“

 

 

  

1232796-1a3f3dde2a408e3db2686afac4024d13.jpg 

Wilhelm Raabe (8 september 1831 - 15 november 1910)

Standbeeld in Eschershausen

 

 

 

 

De Engelse dichter Siegfried Sassoon werd geboren op 8 september 1886 in Brenchley, Kent. Zie ook mijn blog van 8 september 2010 en eveneens alle tags voor Siegfried Sassoon op dit blog.

 

 

A Whispered Tale

 

I’d heard fool-heroes brag of where they’d been,
With stories of the glories that they’d seen.
But you, good simple soldier, seasoned well
In woods and posts and crater-lines of hell,
Who dodge remembered ‘crumps’ with wry grimace,
Endured experience in your queer, kind face,
Fatigues and vigils haunting nerve-strained eyes,
And both your brothers killed to make you wise;
You had no babbling phrases; what you said
Was like a message from the maimed and dead.
But memory brought the voice I knew, whose note
Was muted when they shot you in the throat;
And still you whisper of the war, and find
Sour jokes for all those horrors left behind.

 

 

 

Companions

 

Leave not your bough, my slender song-bird sweet,
But pipe me now your roundelay complete.

Come, gentle breeze, and tarrying on your way,
Whisper my trees what you have seen to-day.

Stand, golden cloud, until my song be done,
(For he’s too proud) before the face of the sun.

So one did sing, and the other breathed a story;
Then both took wing, and the sun stepped forth in glory.

 

 

 

Dreamers

 

Soldiers are citizens of death's gray land,
Drawing no dividend from time's to-morrows.
In the great hour of destiny they stand,
Each with his feuds, and jealousies, and sorrows.
Soldiers are sworn to action; they must win
Some flaming, fatal climax with their lives.
Soldiers are dreamers; when the guns begin
They think of firelit homes, clean beds, and wives.

I see them in foul dug-outs, gnawed by rats,
And in the ruined trenches, lashed with rain,
Dreaming of things they did with balls and bats,
And mocked by hopeless longing to regain
Bank-holidays, and picture shows, and spats,
And going to the office in the train.

 

 

 

1232796-ebfc54dfbf9af0003b311fe50006aa67.jpg
Siegfried Sassoon (8 september 1886 – 1 september 1967)

Cover

 

 

 


De Duitse dichter en schrijver
Eduard Mörike werd geboren op 8 september 1804 in Ludwigsberg. Zie ook mijn blog van 8 september 2010 en eveneens alle tags voor Eduard Mörike op dit blog.

 

 

 

Der Knabe und das Immlein

 

Im Weinberg auf der Höhe
Ein Häuslein steht so windebang;
Hat weder Tür noch Fenster,
Die Weile wird ihm lang.

Und ist der Tag so schwüle,
Sind all verstummt die Vögelein,
Summt an der Sonnenblume
Ein Immlein ganz allein.

Mein Lieb hat einen Garten,
Da steht ein hübsches Immenhaus:
Kommst du daher geflogen?
Schickt sie dich nach mir aus?

"O nein, du feiner Knabe,
Es hieß mich niemand Boten gehn;
Dies Kind weiß nichts von Lieben,
Hat dich noch, kaum gesehn.

Was wüßten auch die Mädchen,
Wenn sie kaum aus der Schule sind!
Dein herzallerliebstes Schätzchen
Ist noch ein Mutterkind.

Ich bring ihm Wachs und Honig;
Ade! - ich hab ein ganzes Pfund;
Wie wird das Schätzchen lachen,
Ihm wässert schon der Mund."
Ach, wolltest du ihr sagen,
Ich wüßte, was viel süßer ist:
Nichts Lieblichers auf Erden
Als wenn man herzt und küßt!

 

 

 

 

Rat eines Alten

 

Bin jung gewesen,
Kann auch mit reden,
Und alt geworden,
Drum gilt mein Wort.

Schön reife Beeren
Am Bäumchen hangen;
Nachbar, da hilft kein
Zaun um den Garten:
Lustige Vögel
Wissen den Weg.

Aber, mein Dirnchen,
Du laß dir raten:
halte dein Schätzchen
Wohl in der Liebe,
Wohl im Respekt!
Mit den zwei Fädlein,
In eins gedrehet,
Ziehst du am kleinen
Finger ihn nach.

Aufrichtig Herze,
Doch schweigen können,
Früh mit der Sonne
Mutig zur Arbeit,
Gesinde Glieder,
Saubere Linnen -
Das machet Mädchen
Und Weibchen wert.

Bin jung gewesen,
Kann auch mit reden,
Und alt geworden,
Drum gilt mein Wort.

 

 

 

 1232796-62752277424786589981aa8111a12841.jpg

Eduard Mörike (8 september 1804 – 4 juni 1875)

Standbeeld voor Mörikes woonhuis in Lorch

 

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 8e september ook mijn blog van 8 september 2011 deel 1 en eveneens deel 2.
Geschreven door Romenu om 22:10 Reageer op dit bericht

Edith Sitwell, Michael Guttenbrunner, Anton Haakman, Willem Bilderdijk, Jenny Aloni

De Engelse dichteres en schrijfster Edith Sitwell werd geboren op 7 september 1887 in Scarborough. Zie ook mijn blog van 7 september 2010 en eveneens alle tags voor Edith Sitwell op dit blog.

 

 

Answers

 

I kept my answers small and kept them near;
Big questions bruised my mind but still I let
Small answers be a bullwark to my fear.

The huge abstractions I kept from the light;
Small things I handled and caressed and loved.
I let the stars assume the whole of night.

But the big answers clamoured to be moved Into my life.

Their great audacity
Shouted to be acknowledged and believed.

Even when all small answers build up to
Protection of my spirit, still I hear
Big answers striving for their overthrow.

And all the great conclusions coming near.

 

 

 

 

Portrait Of A Barmaid

 

Metallic waves of people jar
Through crackling green toward the bar

Where on the tables chattering-white
The sharp drinks quarrel with the light.

Those coloured muslin blinds the smiles,
Shroud wooden faces in their wiles —

Sometimes they splash like water (you
Yourself reflected in their hue).

The conversation loud and bright
Seems spinal bars of shunting light

In firework-spurting greenery.
O complicate machinery

For building Babel, iron crane
Beneath your hair, that blue-ribbed mane

In noise and murder like the sea
Without its mutability!

Outside the bar where jangling heat
Seems out of tune and off the beat —

A concertina's glycerine
Exudes, and mirrors in the green

Your soul: pure glucose edged with hints
Of tentative and half-soiled tints.

 

 

 

 1232124-f887a41166aadae24b5ef7a6639493cf.jpg

Edith Sitwell (7 september 1887 - 9 december 1964)

 

 

 

 


De Oostenrijkse dichter en schrijver
Michael Guttenbrunner werd geboren op 7 september 1919 in Altenhofen. Zie ook mijn blog van 7 september 2010 en eveneens alle tags voor Michael Guttenbrunner op dit blog.

 

 

Im Ballhaus liegt die Leiche

 

Im Ballhaus liegt die Leiche
des ermordeten Kanzlers,
der Floridsdorf und Heiligenstadt
bescjießen ließ. Fliegen
sind Kerzenwächter, Tintenfische
umkreisen mit qualmenden Stößen
den gelöschten Turm.
Das schwarmfertige Volk
wünscht dem Mörder Heil

 

 

 

Auch die Kleinen sind gleich

 

Auch die Kleinen sind gleich,
und es wird immer wieder
so sein wie damals,
als Deutschland Böhmen und Mähren würgte
und die Slowakei:
da liefen ihre Nachbarn,
Polen und Ungarn, herbei
und wollten auch etwas haben.
Sie kriegten nichts;
kamen bald selber dran.

 

 


1232124-ae6eff0d7b8099fec572cfacee0e1bc9.jpg
Michael Guttenbrunner (7 september 1919 – 12 mei 2004)

Cover

 

 

 


De Nederlandse schrijver
Anton Haakman werd geboren op 7 september 1933 in Bussum. Zie ook mijn blog van 7 september 2010 en eveneens alle tags voor Anton Haakman op dit blog.

 

Uit: Extatische reizen naar hemel en hel

 

„Ook na 1969 is het reizen naar de maan science fiction gebleven, met de nadruk op fictie. Wij hebben op de televisie, lang geleden alweer, gezien hoe twee robots rare sprongen maakten op een onbepaalbaar stuk grond. Tijdens het amateurfilmfestival van Harlingen werd een 8-mm-filmpje vertoond van een meneer uit Hengelo die een maanreis met behulp van speelgoed geloofwaardiger wist voor te stellen dan dat tv-programma. Een enkele oplichter, hier te lande, viel door de mand toen hij deed alsof hij vanuit Amerika ooggetuigeverslagen gaf terwijl hij thuis zat; de anderen hebben we niet kunnen ontmaskeren, maar de twijfel is gebleven. De Amerikanen hadden kennelijk niets beters weten te verzinnen dan een dure verfilming van Jules Verne's ‘Reis naar de maan’: Ook een militair project, basis Cape Kennedy, Florida, in de nabijheid van Verne's Stone Hill; stuurraketten; de terugreis niet meer dan een duizelingwekkende val in zee - maar zo kwam Icarus immers ook al terug van zijn ruimtereis. Daarna de triomftocht. Het thuisfront, bij Verne volumineus belichaamd door de heer Maston, was op eigentijdse wijze vervangen door een aantal anonymi in een computercentrum, en kanonnen beginnen nu ook echt uit de tijd te raken, maar verder leek het alsof Vernes profetie zichzelf in vervulling had laten gaan. Sinds de uitvinding van de film wordt nu eenmaal ieder bedenksel zo snel mogelijk gerealiseerd, zelfs als het zo zinloos is als de ruimtevaart.“

 

 

 1232124-65ac660ffb3c2f1e30676e78371aa86a.jpg

Anton Haakman (Bussum, 7 september 1933)

Bussum, Bilderdijkpark

 

 


 

De Nederlandse dichter en schrijver Willem Bilderdijk werd geboren op 7 september 1756 in Amsterdam. Zie ook mijn blog van 7 september 2010 en eveneens alle tags voor Willem Bilderdijk op dit blog.

 

 

Wijn

 

Eerst een luchthart maakt de wijn,
dan een ekster, dan een zwijn;
maar verheert hij eens ’t gemoed,
ieder drup kost mensenbloed.
Weg die beker! Weg van mij!
Liever dood dan razernij.

 

 

 

' t Menselijk verstand

 

Wat is des mensen geest beperkt! -
Hoe lang, hoe zwaar hij zwoegt en werkt,
Hoe vlijtig hij doorzoekt, hoe kloek hij is in 't gissen,
Van niets is hij gewis, niets weet hij in de grond.
't Is al voor hem omringd van dichte duisternissen,
Waar in nooit schemer daagt van 't licht der morgenstond.

Dat vrij de toorts der wetenschap
In de ogen flikker', vlamm', en knapp'!
Het is om 't waarheidspoor voor dat des waans te missen.
En slimmer duizendwerf waar hij zijn dwaallicht spreidt,
Dan 't donker van de onwetendheid,
Te dom, om smaaklijk gift voor voedsel op te dissen!

o Dwalingen, wier tal en maat
Het zand der zee te boven gaat,
En vasthoudt aan elkaar als saamgekleefde klissen;
Gij door die stalkaars voortgebracht,
Gij toont ons, dat die zucht die steeds naar kennis tracht,
Slechts enkel twijflen leert of roekeloos beslissen!

 



Hier ligt het overschot van 't hartbekoorlijkst wichtje

 

Hier ligt het overschot van 't hartbekoorlijkst wichtje,
Voor 't uur des kwaads ontroofd aan de Ouderlijke min,
De onsterflijkheid reeds rijp bij 's levens aanbegin;
En ruilde 's Moeders schoot voor 't kille grafgestichtje.

De droeve Vader, die van 't minnelijk aangezichtje
Nooit kinderlachje won noch lonkend ogenlichtje,
Schreef zelf op 't doods verdek dit treurig denkgedichtje,
En sloot de helft zijns hart bij 't dierbaar lijkje in.

 

 

 

 1232124-60e0a230a691b1570fe7e3806b62af9c.jpg

Willem Bilderdijk (7 september 1756 – 18 december 1831)

Plaquette aan het huis in Leiden, waar Bilderdijk 4 jaar woonde

 

 


 

De Duits – Israëlische dichteres en schrijfster Jenny Aloni (eig. Jenny Rosenbaum werd geboren op 7 september 1917 in Paderborn. Zie ook mijn blog van 7 september 2010 en eveneens alle tags voor Jenny Aloni op dit blog.

 

 

Oh, Chamssintage in spätem Mai, wenn Sandkörner

 

aus Osten mit Granaten und ersten reifen Pflaumen
durch zur Sonne strebende Zweige auf glühendes
Wüstenstroh fallen zwischen an Disteln gekittete
Ghäuse übersommernder Schneckenkolonien, bleich
wie das von Zangen rundköpfiger Ameisen kahl
geschälte Grätenskelett der harmlosen Schlange,
die du gestern mit einem Feldstein erschlagen hast.

 

Oh, Chamssintage im späten Mai, wenn Wind das
Knistern der Grasfeuer mit Maschinengewehrrattern
und Melodien der Stieglitze über das Giebeldach
deines Hauses rollt, und du gehst und tust, als
gäbe es kein Gewehrknattern inmitten Gesang der
Vögel, – oder Vogelgesang inmitten Knattern von
Gewehren.

Oh, Chamssintage in spätem Mai, wenn Säuglinge und
wilde Chrysanthemen am heißen Atem der Wüste
vertrocknen, wenn grelle Feuer durch die Nächte lohen
und böse Ahnungen über unruhige Schläfer wälzen,
die von Kadavern und kühlen Lüften träumen.

Oh, Chamssintage im späten Mai, wenn Liebe sich in
Risse gespaltener Erde verkriecht, und der Wüstenwind
zerrt sie hervor, und er packt sie, und er
würgt sie. Und auf abgebranntem Ährenfeld bleibt
nur Asche verfallener Hoffnungen.

 

 

 

 1232124-e0da1c547ee76f85648c4bd817c555f6.jpg

Jenny Aloni (7 september 1917 – 30 september 1993)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 7e september ook mijn blog van 7 september 2011.
Geschreven door Romenu om 19:47 Reageer op dit bericht

Aart G. Broek

De Nederlandse dichter en schrijver Aart G. Broek werd op 6 september 1954 geboren in Maasland. Zie ook alle tags voor Aart G. Broek op dit blog.

 

 

Het onsterfelijke rif

 

1
En de golven, woest van onmacht, vraten de stranden
uit de gekartelde kust en kotsten het zielloze zand
over het wiegende koraal, dat stikkend stierf, verschoot
tot vale schijn van diepten die slechts het verlangen
naar het tijdloos strelen van het zilte zonlicht
uit onbereikbare hoogten koesterden. Versteend
de lust door de kolkende geseling die ooit ook leven
schonk, maar vrat en vretend verstikte wat waaide
in kleurig nijgen: een tintelend kussen zonder lippen.

 

 

 

1382183-637603ccec4958e3da5c53db625d4c7b.jpg 

Aart G. Broek (Maasland, 6 september 1954)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Alice Sebold, Christopher Brookmyre, Jennifer Egan, Julien Green, Jessica Durlacher

De Amerikaanse schrijfster Alice Sebold op 6 september 1962 in Madison, Wisconsin. Zie ook mijn blog van 6 september 2010 en eveneens alle tags voor Alice Seebold op dit blog.

 

Uit: The Lovely Bones

 

„My murderer was a man from our neighborhood. My mother liked his border flowers, and my father talked to him once about fertilizer. My murderer believed in old-fashioned things like eggshells and coffee grounds, which he said his own mother had used. My father came home smiling, making jokes about how the man's garden might be beautiful but it would stink to high heaven once a heat wave hit.
But on December 6, 1973, it was snowing, and I took a shortcut through the cornfield back from the junior high. It was dark out because the days were shorter in winter, and I remember how the broken cornstalks made my walk more difficult. The snow was falling lightly, like a flurry of small hands, and I was breathing through my nose until it was running so much that I had to open my mouth. Six feet from where Mr. Harvey stood, I stuck my tongue out to taste a snowflake.
"Don't let me startle you," Mr. Harvey said. Of course, in a cornfield, in the dark, I was startled. After I was dead I thought about how there had been the light scent of cologne in the air but that I had not been paying attention, or thought it was coming from one of the houses up ahead.

"Mr. Harvey," I said. "You're the older Salmon girl, right?" "Yes." "How are your folks?"
Although the eldest in my family and good at acing a science quiz, I had never felt comfortable with adults.
"Fine," I said. I was cold, but the natural authority of his age, and the added fact that he was a neighbor and had talked to my father about fertilizer, rooted me to the spot.
"I've built something back here," he said. "Would you like to see?"
"I'm sort of cold, Mr. Harvey," I said, "and my mom likes me home before dark."
"It's after dark, Susie," he said.
I wish now that I had known this was weird. I had never told him my name. I guess I thought my father had told him one of the embarrassing anecdotes he saw merely as loving testaments to his children. My father was the kind of dad who kept a nude photo of you when you were three in the downstairs bathroom, the one that guests would use.“



 1231791-809a7e98ffe97204871adf3b0826ee01.jpg

Alice Sebold (Madison, 6 september 1962)

 

 

 

 

De Schotse schrijver Christopher Brookmyre werd geboren op 6 september 1968 in Glasgow. Zie ook mijn blog van 6 september 2010 en eveneens alle tags voor Christopher Brookmyre op dit blog.

 

Uit: One Fine Day In The Middle Of The Night

 

‘“An oil rig is a platform, Eddie. Oil rig, oil platform. Same thing.”
“Aye, but I mean, they’ve stripped it doon tae just the platform, then built everythin’ up again fae there. I read somethin’ aboot it in the paper.”
“But whit’s the point? Buildin’ a hotel or whatever on a big hunk o’ metal? Whit’s wrang wi’ dry land?”
“It’s so it’s exclusive, big man. So’s scrotes like you an’ maself cannae get near the fuckin’ thing. Like wan o’ thae wee islands, whit dae ye cry them? There’s hunners o’ them. The Endives.”
“Maldives, ya fuckin’ eejit. Endives are in salad.”
“So that would be thousands of islands then?”
“Aye, very fuckin’ funny, Eddie.”
“Anyway, in the Maldives, ye’ve tae get a boat oot tae your hotel, an’ your hotel is aw that’s on the island. You’re isolated, away fae it aw. So they’ve used this oil platform affair instead of an island. It’s like buildin’ an island.”
“Be fuckin’ freezin, but, will it no? The Cromarty Firth’s no exactly the South Pacific. Cannae see many folk lyin’ oot in their bikinis in May. Have tae wipe the snaw aff the sunloungers first.”
“Have you been listenin’ tae a word I’ve said? It’s no stayin’ in the Cromarty Firth. That’s just where they’ve been rebuildin’ it. Fittin’ it oot, an’ that. When that’s aw done, they’re towin’ the whole shebang aff tae somewhere it’s warm aw year roon. Coast of Africa, I think.”
“Oh, I get you noo. Wee bit hotter than Rosstown, then. Still, whit’s the point o’ gaun aw that way, tae Africa like, an’ then coupin’ yoursel’ up in this wan wee place the whole time? Seems a bit ay a waste, to me.”
“Well, Charlie, that’s how we’ve no’ made millions oot the tourist business and Gavin Hutchison has. I mean, personally, I think it’s the stupitest fuckin’ idea I’ve ever heard in my life, but that just proves I know fuck-all.”
“It doesnae take an oil-platform holiday-resort to prove you know fuck-all Eddie.”
“Aye, very good.”
“But I take your point. I wouldnae be seen deid in the place if it wasnae aw bein’ laid on.”
“You couldnae afford it if it wasnae aw bein’ laid on.”
“Good shout, aye. But you know what I mean, Eddie. It sounds hellish.”



1231791-db6d35977d2dd0b96fd31f83f6a09bf5.jpg 

Christopher Brookmyre (Glasgow, 6 september 1968)

 

 

 

 


De Amerikaanse schrijfster
Jennifer Egan werd geboren in Chicago op 6 september 1962. Zie ook mijn blog van 6 september 2010 en eveneens alle tags voor Jennifer Egan op dit blog.

 

Uit: The Keep

 

„Danny: I’m still trying to get this straight-is your hotel in Austria, Germany, or the Czech Republic?

Howie: Tell you the truth, I’m not even clear on that myself. Those borders are constantly sliding around.

Danny (thinking): They are?

Howie: But remember, it’s not a hotel yet. Right now it’s just an old-

The line went dead. When Danny tried calling back, he couldn’t get through.

But his tickets came the next week (blurry postmark)-plane, train, bus-and seeing how he was newly unemployed and had to get out of New York fast because of a misunderstanding at the restaurant where he’d worked, getting paid to go somewhere else-anywhere else, even the fucking moon-was not a thing Danny could say no to.

He was fifteen hours late.

He left his Samsonite and satellite dish by the gate and circled the left tower (Danny made a point of going left when he had the choice because most people went right). A wall curved away from the tower into the trees, and Danny followed that wall until woods closed in around him. He was moving blind. He heard flapping and scuttling, and as he walked the trees got closer and closer to the wall until finally he was squeezing in between them, afraid if he lost contact with the wall he’d get lost. And then a good thing happened: the trees pushed right through the wall and split it open and gave Danny a way to climb inside.

This wasn’t easy. The wall was twenty feet high, jagged and crumbly with tree trunks crushed into the middle, and Danny had a tricky knee from an injury connected to the misunderstanding at work. Plus his boots were not exactly made for climbing-they were city boots, hipster boots, somewhere between square-tipped and pointy-his lucky boots, or so Danny thought a long time ago, when he bought them. They needed resoling. The boots were skiddy even on flat city concrete, so the sight of Danny clawing and scrambling his way up twenty feet of broken wall was not a thing he would’ve wanted broadcast. But finally he made it, panting, sweating, dragging his sore leg, and hoisted himself onto a flat walkway-type thing that ran on top of the wall. He brushed off his pants and stood up.“

 

 

 1231791-2886b4ffb96f6622ae4eeb35f77e5678.JPG

Jennifer Egan (Chicago, 6 september 1962)

 

 

 

 

De Frans – Amerikaanse schrijver Julien Green werd geboren op 6 september 1900 in Parijs. Zie ook ook mijn blog van 6 september 2010 en eveneens alle tags voor Julien Green op dit blog.

 

Uit: Partir avant le jour

 

“Ma mère me fit apprendre par coeur le psaume XXII. Ces phrases si simples, ces phrases d'enfants se logèrent sans difficulté dans ma mémoire, et si mystérieux que fût leur sens, il ne me venait pas à l'esprit de rien mettre en question, ni l'huile répandue sur ma tête, ni le banquet préparé pour moi en face de mes adversaires. Je croyais ce que croyait ma mère et, autant que je m'en souvienne, elle ne m'expliquait rien, elle me faisait répéter chaque verset après elle, puis le psaume entier, et tout cela formait dans mon cerveau des images merveilleuses dont je puis dire que je m'enivrais. Je voyais le berger, je voyais la vallée de l'ombre de la mort, je voyais la table dressée. Il ne m'en fallait pas plus à cet âge. Quelque chose se passait en moi qui ne s'abolirait jamais. Quelque chose m'était donné, et je m'en aperçois aujourd'hui, je n'en sais pas beaucoup plus long qu'aux minutes où je dis pour la première fois ces paroles d'une familiarité si majestueuse. En les prononçant, même de ma voix encore hésitante, j'avais l'impression de suivre pas à pas quelqu'un et d'avancer avec lui vers un vaste palais tout baigné de lumière, d'où je ne sortirais jamais plus, mais il fallait d'abord traverser la région obscure et ne pas trembler. Que de fois, dans des heures d'angoisse, je me suis souvenu de la houlette réconfortante qui écarte de nous le danger ! Chaque jour, je récitais ce petit poème prophétique dont je n'épuiserai jamais les richesses...."

 

 

 1231791-052c9566b02e2a970778a6fe3df2840c.jpg

Julien Green (6 september 1900 - 13 augustus 1998)

Cover 

 

 

 

De Nederlandse schrijfster Jessica Durlacher werd geboren in Amsterdam op 6 september 1961. Zie ook mijn blog van 6 september 2010 en eveneens alle tags voor Jessica Durlacher op dit blog.

 

Uit: De Dochter

 

“Ik mocht toen der tijd niet de allersubtielste of aardigste zijn van de jongens die ik indertijd tot mijn vrienden rekende, bot kon je me nu ook weer niet noemen. Ik kon die blik toen eenvoudigweg niet op de juiste manier duiden. Nieuwsgierig keek ze, verlegen en tegelijkertijd beschermend, alsof ze me kende, alsof ze iets in me opmerkte dat ik zelf was vergeten. Ik voelde me erdoor betrapt zonder dat ik iets had willen verbergen, en dat nam ik haar aanvankelijk kwalijk. Later begreep ik dat ik het misschien vooral mezelf kwalijk nam, en dat het een vorm van opzet is als je je laat betrappen, zelfs op je eigen gedachten. Ook voor de ergste gedachten ben je uiteindelijk zelf verantwoordelijk.”

 

 

 1231791-8c2eefcc56c3246b202704fc3958281b.jpg

Jessica Durlacher (Amsterdam, 6 september 1961)

 

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 6e september ook mijn blog van 6 september 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Marcel Möring, Herman Koch, Jos Vandeloo, Peter Winnen, Margaretha Ferguson, Heimito von Doderer

De Nederlandse dichter en schrijver Marcel Möring werd geboren in Enschede op 5 september 1957. Zie ook mijn blog van 5 september 2010 en alle tags voor Marcel Möring op dit blog.

 

Uit: In Babylon (Vertaald door Stacey Knecht)

 

“The last time I ever saw Uncle Herman, he was lying on a king-size bed in the finest room at the Hotel Memphis, in the company of six people: the hotel manager, a doctor, two police officers with crackling walkie-talkies, a girl who couldn't have been more than eighteen, and me. The manager conferred with the policemen about how the matter might be settled as discreetly as possible, the doctor stood at the foot of the bed regarding my uncle with a look of mild disgust, and I did nothing. It was just past midnight and Herman lay stretched out, his white body sinewy and taut, on that crumpled white catafalque. He was naked and dead.
He had sent up for a woman. She had arrived, and less than an hour later his life was over. When I got there the young hooker, a small blond thing with crimped hair and childishly painted lips, sat hunched in one of the two white leather chairs next to the ubiquitous hotel writing table. She stared at the carpet, mumbling softly. Uncle Herman lay on his back on the big bed, his pubic hair still glistening with ... all right, with the juices of love, a condom rolled halfway down his wrinkled sex like a misplaced clown's nose. His pale, old man's body, the tanned face with the shock of grey hair and the large, slightly hooked nose evoked the image of a warrior fallen in battle and laid in state, here, on this dishevelled altar.

I stood in that room and thought of what Zeno, with a touch of bitterness in his voice, had once said, long ago, that you could plot family histories on a graph, as a line that rippled up and down, up and down, up and down; people madetheir fortune, their offspring benefited from that fortune, the third generation squandered it all, and the family returned to the bottom of the curve and began working its way back up.”

 

 

 1230898-84fc967c2220796d024e167fc6e0552a.jpg

Marcel Möring (Enschede, 5 september 1957)

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver en acteur Herman Koch werd geboren in Arnhem op 5 september 1953. Zie ook mijn blog van 5 september 2010 en eveneens alle tags voor Herman Koch op dit blog.

 

Uit: Why do you write?

 

‘Are there any questions from the audience?’ the interviewer asks. ‘The author is quite happy to answer all your burning questions.’
    The neon strip lights are on. Eighty coffee cups are laid out and there are biscuits in a plastic container. Raindrops make their way down the library windows.
    ‘It’s always difficult being the first,’ says the interviewer.
    They have been listening to readings from the author’s work. The interviewer moved on to ask him about recurrent themes. He just about managed to restrain himself from asking about the same old recurrent themes.
    ‘There are two kinds of writers,’ the author had replied. ‘One attempts a new approach with each book. The other keeps rewriting the same novel.’
    He had glanced across his audience. He thought his answer had resembled a clock that chimes precisely twelve times at twelve o’clock. Yet members of the audience – most of them were women sporting a sensible haircut – looked on earnestly.
    A smell of coffee now wafts up towards the strip lights. The author is looking forward to drinking a bottle of beer. This will require some effort: after an extensive search through corridors, on bookshelves and behind copiers, the librarian will eventually locate a bottle of beer.
    ‘There was just one left,’ she will say.
    The search is on for a bottle opener. After fifteen minutes they manage to find an opener. The beer is served at room temperature.
    ‘Someone would have put it in the fridge for you,’ the librarian will explain, ‘but she phoned in sick this morning. We have quite a few people off at the moment.’
    A bluebottle has made its way into the library and is bumping against the fluorescent light bulbs.“

 

 

 1230898-7a2d0e37a5675900203a0717f77b015e.jpg

Herman Koch (Arnhem, 5 september 1953)

 

 

 

 

De Belgische schrijver Jos Vandeloo werd geboren op 5 september 1925 in Zonhoven, Belgisch-Limburg. Zie ook mijn blog van 5 september 2010 en eveneens alle tags voor Jos Vandeloo op dit blog.

 

 

Willem Elsschot

Quinten Matsijs
Het stokoude café
Quinten Matsijs
405 jaar oud
bruingerookt interieur
is haast onvindbaar
in de nauwe straatjes
van de oude stad
en beroemd om zijn donker
bier De Koninck
en zijn gezoden worst

Over de Quinten Matsijs
schreef Werumeus Buning
anders dan over Maria Lécina
en zonder porqué? ook
maar even hartveroverend
meeslepend en poëtisch
je merkt het echter niet
aan de doodgewone mensen
die er komen en gaan
als dat laatste nog lukt.

In de Quinten Matsijs
zat de heer De Ridder
een Antwerpse burgerman
met zijn schaarse vrienden
soms te kaarten
zij noemden hem beleefd
zoals het hoort in dit milieu
meneer De Ridder
of kortweg Fons
na enig bierverbruik.

Bij het einde van het spel
dronk meneer De Ridder
zijn glas leeg en betaalde
mompelde een spaarzame groet
en ging naar buiten
altijd in zijn eentje
tussen licht en donker
de eenzame weg naar huis
met jas en hoed
en soms een zwarte paraplu.

Over de trapgevels
van de bruine huizen
daalde de grijze mist
onvermijdelijk als altijd
naar beneden in de smalle
straatjes van de oude stad
de rivier was voelbaar nabij
op dat moment werd plots
alles mogelijk en magisch.

Drie Indische rijstkakkers
liepen op een rijtje
zoekend door de straat
een briefje in de hand
aan de overkant
van diezelfde straat liep
meneer De Ridder nadenkend
zij staken alle drie
(de eerste met het briefje)
op een rijtje als eenden
de straat over
ze hadden hem nodig.

De drie Indiërs waren
zwart van huid en verdwaald
en bovendien heel verlegen
wat nog veel erger is
maar meneer De Ridder begreep ze
hij wist wat ze dachten
misschien ook wat ze zochten
ook hij was al op zoek geweest
naar onvindbare droomdingen
in grote vreemde steden.

Precies op dat moment
werd meneer De Ridder
of kortweg Fons
voor de schaarse vrienden
met een onmerkbaar schokje
Willem Elsschot
en in dat ene kostbare
ondeelbare onsplitsnare ogenblik
schreef hij in één ademruk
als een bezielende flits
zijn tijdeloze boek 'Het dwaallicht'...

...pas toen toonde een der
Indiërs hem het briefje

 

 

 

 1230898-77136a1b33236f93eccc11f6f47e2867.jpg

Jos Vandeloo (Zonhoven, 5 september 1925)

Vereerde schrijvers bij Quinten Matsijs in Antwerpen, links boven Elschot, rechtsboven Vandeloo

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver en wielrenner Peter Winnen werd geboren op 5 september 1957 in Ysselsteyn. Zie ook mijn blog van 5 september 2010. en eveneens alle tags voor Peter Winnenn op dit blog.

 

Uit: De kindervriend of de dierenvriend? (Column)

 

„Voor wie ben ik, voor Evans of voor Sastre? Ik bedoel, wanneer vanmiddag de tussentijden als keiharde feiten bekend gemaakt worden, wil ik gaarne zwelgen in de subjectiviteit. Ik wil deinen op de golven van de irrationele voorkeur. Juichen of huilen, daar gaat het om. En om meefietsen, uiteraard. Een tandje erbij steken waar het niet kan, bovenmenselijke power in de poten manifesteren. De kilometers vreten of het dropjes zijn. Maar ik heb nog niet gekozen. Het wordt tijd.

Ik heb een zwak voor Australiërs. Een paar van die rugzakfietsers heb ik als ploeggenoten meegemaakt. Phil Anderson, bijvoorbeeld. Wat die jongens in hun kop hebben, hebben ze niet in hun kont. Tot het gaatje gaan ze altijd maar weer; een levensfilosofie die onder de teennagels bestorven ligt. Het saaie rijden van Evans is voor hem het absolute maximum. Ik kan daar ook wel weer van genieten. Maar wat heeft hij het zichzelf moeilijk gemaakt.

Van die bodyguard die als een bokstrainer over hem heen bleef hangen, zelfs als er geen mens in de buurt was, heeft hij alleen maar last gehad. En dan de fobieën waar hij onder gebukt gaat. Op de tweede rustdag weigerde hij een journalist uit hygiënische motieven een hand te geven. En tegelijkertijd zijn hondje als therapeut presenteren, een rustoord voor bacterien. Dit beet hij een andere journalist toe: “Als je op mijn hondje gaat staan, hak ik je kop eraf”. Cadel Evans is een dierenvriend, en dat pleit voor hem.

Carlos Sastre is mooi in breekbaarheid. Nadat hij op L’Alpe d’Huez de trui pakte werd hij geïnterviewd. Ik zag een kromgebogen mannetje met de droevigste ogen die je je maar kunt voorstellen. Sastre is de vleesgeworden tranentrekker.”

 

 

 1230898-c789e1336594b2f8259d15b7aa93b297.jpg

Peter Winnen (Ysselsteyn, 5 september 1957)

 

 

 


De Nederlandse schrijfster
Margaretha Ferguson werd geboren op 5 september 1920 in Arnhem. Zie ook mijn blog van 5 september 2010. en eveneens alle tags voor Margaretha Ferguson op dit blog.

 

Uit: Mammie ik ga dood. Aantekeningen uit de Japanse tijd op Java 1942-1945

 

„8 maart 1942

Gisteren sukkelde ik langs het Koningsplein in een delemannetje. Dat is langzamerhand een luxe-vervoermiddel. Bij het station lagen honderden Japanners in het gras. De straat werd door hen bewaakt. Ze keken natuurlijk allemaal naar het onschuldige eenzame sado'tje maar blikken doen geen kwaad en de wachtpost liet ons met het geweer schuin voor zich op de grond voorbij hobbelen. Ik heb zelfs een Japanner met een gezicht gezien. Iemand die voorbijreed op een vrachtauto en naar de lucht keek en een snor had en op Clark Gable leek. Ik begin ze langzamerhand wat te onderscheiden. Ik kan ze niet haten, noch appreciëren. Totnutoe zijn ze me persoonlijk zo onverschillig als iedere onbekende. Het is moeilijk om mijn houding te bepalen.Ik neem een Japanner niets kwalijk zolang hij niets beroerds doet. En wat de oorlog betreft, deze massale waanzin, daaraan zijn we allemaal schuld, omdat we dom en kortzichtig waren. Ik onderga dit alles vrij passief. Of Java aan de Hollanders komt of aan de Japanners, het gaat om de wereld, niet om een vaderland. Maar wanneer ik bedenk dat de Japanse regeringsvorm nog minder verlicht is dan de onze geloof ik wel dat toch van ons de redding moet komen. Ergens moet een begin gemaakt worden naar een andere wereld.
Het is zondag. Mensen en kinderen lopen op straat in de zon te drentelen, de vliegtuigen boven ons hoofd zijn nu Japanse die op weg zijn onze vrienden en geliefden, elders op Java, dood te bombarderen. Wat een onwezenlijke gedachte, hier, midden in deze zondag die nog altijd is vervuld van sigarenrook en gezelligheid, een hatelijke zondag als zovele in vredestijd! In deze leegte, deze vreselijke, dode leegte. . . daarin moet ik vechten om te blijven voelen dat ik mijn Lucas niet werkelijk heb verloren. Soms is het me of ik hem in mijn borst heb teruggenomen.“

 

 

 1230898-f6224f1f1255675a25648ef5608297d9.jpg

Margaretha Ferguson (5 september 1920 - 8 mei 1992)

 

 

 

 

 

De Oostenrijkse schrijver Franz Carl Heimito von Doderer werd geboren op 5 september 1896 in Weidlingau, Oostenrijk. Zie ook mijn blog van 5 september 2010 en eveneens alle tags voor Heimito von Doderer op dit blog.

 

Uit: Ein Mord den jeder begeht

 

„In der Ferne gab es Fabrikschornsteine, gereiht wie Pfeile in einem Köcher, und daneben noch die breiten und stumpfen Erhebungen der Gasometer, hinter deren von Gitterwerk überhöhtem metallischen Glänzen winters der Nebel, sommers das aufgekrauste Gewölk eines dampfigen Himmelsrandes lag.

In dem letzten Hause jener einseitigen Häuserzeile am Kanal wohnten Conrads Eltern im dritten Stockwerk, das sie allein als recht geräumige Behausung innehatten. Der Vater, Lorenz Castiletz, stellte zwar keinen reichen Mann vor, immerhin aber das, was man vermöglich zu nennen pflegt. Sein Arbeitsgebiet war der Tuchhandel, und er hatte zudem seit langem die Vertretung zweier holländischer Firmen, um welche man ihn nicht wenig beneidete, denn sie allein machten eine starke Stellung aus. Mit diesem Umstande und ferner damit, daß man unweit der Stadt eine an Grund und Boden, Haus und Hof, in ländlicher Weise begüterte Tante besaß, hing es zusammen, daß „Kokosch“,

noch dazu als das einzige Kind, welches er war, auch während der Kriegszeit und der schlimmen ersten Jahre nach dieser, niemals nennenswerten oder gar seine Gesundheit bedrohenden Mangel litt. Jene Ereignisse gingen überhaupt am Hause Castiletz mehr auswärts vorüber. Der Vater, welcher sich auf eine merkwürdige Art – nämlich durch ein in längst vergangenen Jugendjahren allzu hingebungsvoll ausgeübtes Säbelfechten – einen Herzfehler zugezogen hatte, stand bei Kriegsanbruch nicht mehr im unmittelbar waffenpflichtigen Alter, und zudem wäre er aus dem erwähnten Grunde allein zum Felddienst untauglich gewesen. Zwischen Lorenz Castiletz und seinem Söhnchen klaffte ein Altersunterschied von siebenundvierzig Jahren.

Der Vater war ein großer und schöner Mann, mit langem, schwarzem Lockenhaar und einem kräftigen Schnurrbart, beides in anmutiger, ja beinahe koketter Weise von silbernen Fäden und Strähnen durchsetzt. Gutartig, freundlich und außerhalb seiner Geschäfte sehr zerstreut und unordentlich, konnte es jedoch bei ihm unversehens geschehen, daß er, von einem brutalen und wie nach innen gekehrtem Zorne plötzlich erfaßt, sozusagen schwarz wie Ebenholz wurde vor Wut und die unheimlichsten Beschimpfungen von sich gab. Die Wohnung verwandelt sich in solchen Fällen geradezu in einen Hohlraum des Schreckens, bis plötzlich der Vater bei irgendeiner Türe freundlich lächelnd ins Zimmer trat, bereit, sich bei jedermann zu entschuldigen, sei es bei der Mutter, die er küßte, sei es bei Kokosch, den er auf die Knie nahm. Aber das Erlebnis des plötzlich so tief verfinsterten Vaters wirkte bei dem Knaben nachhaltiger als die folgenden Tröstungen.”

 

 

 1230898-486a9ca71a82828ed4d53d043cce25ec.jpg

Heimito von Doderer (5 september 1896 – 23 december 1966)

Hadersdorf / Weidlingau, ansichtkaart uit de jaren 1940



Zie voor nog meer schrijvers van de 5e september ook mijn blog van 5 september 2011 deel 1 en eveneens deel 2.
Geschreven door Romenu om 21:09 Reageer op dit bericht

Helga Ruebsamen, Antonin Artaud, René de Chateaubriand, Constantijn Huygens

De Nederlandse schrijfster Helga Ruebsamen is op 4 september 1934 geboren in Batavia, in Nederlands lndië. Zie ook mijn blog van 4 september 2010 en eveneens alle tags voor Helga Ruebsamen op dit blog.

 

Uit: De Indische kamer

 

„Mijn moeder had bijna haar hele leven in Nederlands-Indië gewoond, ik had er slechts mijn eerste zes jaren doorgebracht. We waren in 1939 voor een jaartje naar Nederland toe gegaan en toen brak de Tweede Wereldoorlog uit en konden we niet meer terug. Ondertussen werd het 1959 en zij zat daar maar, zich nog altijd van alles te herinneren.
De herinneringen van mijn moeder begonnen als verhalen die ze als het ware uit de lucht greep. Ze had er niet eens een boek of een atlas en zelfs geen foto’s voor nodig om vlot te beginnen met bijvoorbeeld de kleine geschiedenis van mijn speelgoedolifant. Die had mijn lievelingsoom voor mij op de pasar gambir gewonnen, met een welgemikt schot, maar we konden hem eigenlijk niet meenemen omdat hij veel te groot was. Toen had mijn oom de olifant in mijn wandelwagentje gezet en hij duwde dit voort terwijl hij mij op zijn arm torste. Dat was een grappig gezicht, een speelgoedolifant in een wagentje, het had op de pasar voor grote hilariteit gezorgd. Langzaamaan had zich een giechelende, fluisterende stoet achter ons gevormd, het leek wel of oom de Rattenvanger van Hamelen was.
Ik vroeg me af hoe groot die olifant dan wel was en welke kleur hij had en waarom ik me zijn naam niet kon herinneren. Al mijn speelgoeddieren had ik namen gegeven en volgens mij wist ik die nog allemaal. Maar ik moest oppassen met zulke vragen hardop te stellen, want een vraag die in verkeerde aarde viel kon een heel verhaal torpederen.
‘En waar is de olifant gebleven?’
‘Die staat gewoon nog thuis, hoor, in je kamertje.’

Ze bedoelde mijn kamertje in Bandoeng. Dat had ik ook nog altijd, al was het 1959 en zou ik het nooit meer zien. Ik wist zeker dat het niet meer bestond, maar het bleef ongerept aanwezig in de verhalen van mijn moeder, zoals ons hele huis telkens opnieuw verrees en niet stuk was te krijgen. De weelderige tuin van vroeger evenmin. En het zwembad van villa Isola niet te vergeten.

 

 

1230278-7bfba71b9a958beca0723d8f6238a438.jpg
Helga Ruebsamen (Batavia, 4 september 1934)

Hier met Abdelkader Benali (l)

 

 

 

 

 

De Franse schrijver Antonin Artaud werd geboren op 4 september 1896 in Marseille. Zie ook mijn blog van 4 september 2010 en eveneens alle tags voor Antonin Artaud op dit blog.

 

 

Invocation à la Momie

 

Ces narines d’os et de peau
par où commencent les ténèbres
de l’absolu, et la peinture de ces lèvres
que tu fermes comme un rideau

 

Et cet or que te glisse en rêve
la vie qui te dépouille d’os,
et les fleurs de ce regard faux
par où tu rejoins la lumière

 

Momie, et ces mains de fuseaux
pour te retourner les entrailles,
ces mains où l’ombre épouvantable
prend la figure d’un oiseau

 

Tout cela dont s’orne la mort
comme d’un rite aléatoire,
ce papotage d’ombres, et l’or
où nagent tes entrailles noires

 

C’est par là que je te rejoins,
par la route calcinée des veines,
et ton or est comme ma peine
le pire et le plus sûr témoin.

 

 

 

Qui suis-je ?

 

Qui suis-je ?
D’où je viens ?
Je suis Antonin Artaud
et que je le dise
comme je sais le dire
immédiatement
vous verrez mon corps actuel
voler en éclats
et se ramasser
sous dix mille aspects
notoires
un corps neuf
où vous ne pourrez
plus jamais
m’oublier.

 

 

 1230278-c39d90ad9a65fd796414fa8d5a34e9dc.jpg

Antonin Artaud (4 september 1896 - 4 maart 1948)

 

 

 

 

 

De Franse schrijver François René de Chateaubriand werd geboren op 4 september 1768 in Saint Malo. Zie ook mijn blog van 4 september 2010 en eveneens alle tags voor René de Chateaubriand op dit blog.

 

 

La mer

 

Des vastes mers tableau philosophique,
Tu plais au coeur de chagrins agité :
Quand de ton sein par les vents tourmenté,
Quand des écueils et des grèves antiques
Sortent des bruits, des voix mélancoliques,
L'âme attendrie en ses rêves se perd,
Et, s'égarant de penser en penser,
Comme les flots de murmure en murmure,
Elle se mêle à toute la nature :
Avec les vents, dans le fond des déserts,
Elle gémit le long des bois sauvages,
Sur l'Océan vole avec les orages,
Gronde en la foudre, et tonne dans les mers.

Mais quand le jour sur les vagues tremblantes
S'en va mourir ; quand, souriant encor,
Le vieux soleil glace de pourpre et d'or
Le vert changeant des mers étincelantes,
Dans des lointains fuyants et veloutés,
En enfonçant ma pensée et ma vue,
J'aime à créer des mondes enchantés
Baignés des eaux d'une mer inconnue.
L'ardent désir, des obstacles vainqueur,
Trouve, embellit des rives bocagères,
Des lieux de paix, des îles de bonheur,
Où, transporté par les douces chimères,
Je m'abandonne aux songes de mon coeur.

 

 

 

 1230278-4515adf06602daeba92865a91fbd5356.jpg

René de Chateaubriand (4 september 1768 – 4 juli 1848)

Portret door Anne-Louis Girodet de Roussy-Trioson

 

 

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Constantijn Huygens werd geboren op 4 september 1596 in Den Haag. Zie ook mijn blog van 4 september 2010 en eveneens alle tags voor Constantijn Huygens op dit blog.

 

 

 

Enchuysen


Van enckel’-Huysen is groot Roomen opgegroeyt,
En ick van enckele. Groot Roomen heeft gegloeyt,
En ick ben platt gebrandt: groot Roomen is herboren,
En ick van niews herbouwt, bey beter dan te voren:
Groot Roomen heeft sijn jock den Spagnart opgedruckt,
En ick mijn’ vrijen hals het Spaensche jock ontruckt.
Noordholland, hebt uw deel in d’eere van uw’ vrijheit,
Maer weet dat d’eerste steen van ’tgroote werck in mij leit,
En, quam de heele buert te deinsen tot den vall
Weet dat ick daer toe noyt den laesten leggen sal.

 

 

 

 

Sondagh


   
IS ’t Sabbath-dagh, mijn Ziel, of Sondagh? geen van tween.
De Sabbath is voorby met zijne dienstbaerheden:
En de Son die ick sie scheen gisteren als heden.
    Maer die ick niet en sie en schijnt niet soo se scheen.
    Son, die ick niet en sie als door mijn’ sonden heen.
Soon Gods, die desen dagh het aerdrijck weer betreedden,
Fier als een Bruydegom ter loop-baen ingereden,
    ’k Sie Sondagh sonder eynd door dijne wonden heen.
’t Zy dan oock Sondagh nu, men magh ’t Gods Soon-dagh noemen,
Ia, en Gods Soen-dagh toe. Maer, laet ick ons verdoemen,
    Waer ick van dryen gae, ick vind ons inde schuld.
    God Son, God Soon, God Soen, hoe langh duert dijn geduld?
Hoe langhe lijdt ghy, Heer, dijn’ Soon-dagh, Soen-dagh, Sondagh
Ondanckbaerlick verspilt, verspeelt, verspelt in Sond-dagh?

 

 

 

 1230278-354b8c7e5b2df56bbb64072244a73fec.jpg

Constantijn Huygens (4 september 1596 — 28 maart 1687)

Enkhuizen, de Drommedaris

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 4e september ook mijn blog van 4 september 2011.
Geschreven door Romenu om 21:49 Reageer op dit bericht

Kiran Desai, Eduardo Galeano, Alison Lurie, Sergej Dovlatov, Lino Wirag

De Indische schrijfster Kiran Desai werd geboren op 3 september 1971 in New Dehli. Zie ook mijn blog van 3 september 2010 en eveneens alle tags voor Kiran Desai op dit blog.

 

Uit: The Inheritance of Loss

“She shut the magazine and walked out into the garden. The forest was old and thick at the edge of the lawn; the bamboo thickets rose thirty feet into the gloom; the trees were moss-slung giants, bunioned and misshapen, tentacled with the roots of orchids. The caress of the mist through her hair seemed human, and when she held her fingers out, the vapor took them gently into its mouth. She thought of Gyan, the mathematics tutor, who should have arrived an hour ago with his algebra book.
But it was 4:30 already and she excused him with the thickening mist.
When she looked back, the house was gone; when she climbed the steps back to the veranda, the garden vanished. The judge had fallen asleep and gravity acting upon the slack muscles, pulling on the line of his mouth, dragging on his cheeks, showed Sai exactly what he would look like if he were dead.
“Where is the tea?” he woke and demanded of her. “He’s late,” said the judge, meaning the cook with the tea, not Gyan.
“I’ll get it,” she offered.
The gray had permeated inside, as well, settling on the silverware, nosing the corners, turning the mirror in the passageway to cloud. Sai, walking to the kitchen, caught a glimpse of herself being smothered and reached forward to imprint her lips upon the surface, a perfectly formed film star kiss. “Hello,” she said, half to herself and half to someone else.
No human had ever seen an adult giant squid alive, and though they had eyes as big as apples to scope the dark of the ocean, theirs was a solitude so profound they might never encounter another of their tribe. The melancholy of this situation washed over Sai.
Could fulfillment ever be felt as deeply as loss? Romantically she decided that love must surely reside in the gap between desire and fulfillment, in the lack, not the contentment. Love was the ache, the anticipation, the retreat, everything around it but the emotion itself.”

 

 

 1229648-f72ba9fbb9cca0d1a82b63e00f1082fb.jpg

Kiran Desai (New Dehli, 3 september 1971)

 

 

 

 

De Uruguayaanse schrijver, essayist en journalist Eduardo Hughes Galeano werd geboren op 3 september 1940 in Montevideo. Zie ook mijn blog van 3 september 2010 en eveneens alle tags voor Eduardo Galeano op dit blog.

 

Uit: Voices Of Time (Vertaald door Mark Fried)

 

Witnesses
The professor and the journalist walk in the garden.
The professor, Jean-Marie Pelt, stops, points, and says, "Allow me to introduce you to our grandparents."
The journalist, Jacques Girardon, crouches down and finds a ball of foam peeking out from the blades of grass.
The ball is a town of microscopic blue algae. On very humiddays, the blue algae allow themselves to be seen. They look like a wad of spit. The French journalist wrinkles his nose; the origin of life isn't what we might call attractive, but from that spittle, from that mess, come all of us who have legs or roots or wings.
Before there was a before, when the world was barely a baby, without color or sound, there was blue algae. Streaming oxygen, they gave color to the sea and the sky. Then one fine day, a day that lasted millions of years, some blue algae decided to turn green. And bit by tiny bit, the green algae begat lichens, mushrooms, mold, medusas, and all the color and sound that came later, as did we, to unsettle the sea and the land.
Other blue algae preferred to carry on as they were.
And still are.
From the distant world that was, they observe the world that is.
What they think of it we do not know.

Greeneries
When the sea became the sea, the land was still nothing but naked rock.
Then lichens, born of the sea, made meadows. They invaded the kingdom of stone, conquered it, turned it green.
That happened in the yesterday of yesterdays, and it is still going on. Lichens live where no one lives: on the frozen steppe, in the burning desert, on the peaks of the highest mountains.
Lichens live only as long as the marriage lasts between an alga and her son, the mushroom. If the marriage breaks up, the lichens break down.
Sometimes, fighting and disagreements lead the alga and mushroom to part. She complains that he keeps her hidden from the light. He says she makes him sick, feeding him sugar day and night.

 

 

 1229648-ad96c27c2adac588305b085d3e67407e.jpg

Eduardo Galeano (Montevideo, 3 september 1940)

 




De Amerikaanse schrijfster en literatuurwetenschapster
Alison Lurie werd geboren op 3 september 1926 in Chicago, Illinois. Zie
ook mijn blog van 3 september 2010 en eveneens alle tags voor Alison Lurie op dit blog.

 

Uit: Familiar Spirits

 

„Jimmy and I might never have met again if we hadn't both found ourselves in Amherst, Massachusetts, five years later. I came in September 1954, as part of the baggage of my first husband, an Amherst College instructor in English. Jimmy, who had graduated from the college in 1947, arrived the following fall as a visiting writer, accompanied by his new friend David Jackson.

In 1955 Jimmy, though less nervous, was still thin and pale, with flat dark hair and something of the air of a clever, inquisitive bird. Later, when I learned that the name "Merrill" could be traced back to the French merle, or "blackbird," this seemed appropriate. He no longer casually paraded his superior learning and sophistication; he had become more sensitive to social situations and able to employ the perfect good manners he had learned as a child from his mother and governess. These good manners were one of his most striking qualities, and they carried over into his work. As he told an interviewer in 1967:

Manners for me are the touch of nature,... Someone who does not take them seriously is making a serious mistake....

The real triumph of manners in Proust is the extreme courtesy towards the reader, the voice explaining at once formally and intimately.

By 1955 Jimmy had also become something of a dandy. Though he wore conventional suits and shirts and neckties to official academic occasions, his everyday clothes were elegant but odd, sometimes slightly comic. He had a subtle, rather Art Nouveau color sense: he liked mauve and purple and apricot and turquoise silk or Egyptian-cotton shirts, and bright flowered ties. At home he often cooked breakfast in a Japanese kimono and sandals. I remember especially some red straw and silk sandals and a gray-striped silk kimono with deep sleeves cuffed in black.“

 

 

 1229648-dbd64e6b53c685d8762988ddba1eccbf.jpg

Alison Lurie (Chigaco, 3 september 1926)

 

 

 


De Russische schrijver Sergej Dovlatov werd geboren op 3 september 1941 in Ufa, in het zuiden van Rusland. Zie ook mijn blog van 3 september 2010 en eveneens alle tags voor Sergej Dovlatov op dit blog.

 

Uit: Ours (Vertaald door Anne Frydman)

 

“Once Lena was at work while I was held up at home. I was looking for some necessary papers, as usual - a copy of an editorial contract, if I’m not mistaken. I dug around in the chests. Yanked drawers out of the desk. I even looked in the night table.

Then, under a pole of books, magazines, and old letters, I found an album. A small, almost pocket-sized photograph album - about fifteen sheets of thick cardboard with a dove embossed on the cover.

I opened it. The early photographs were yellowed and cracked. Some were missing corners. In one, a round-faced little girl cautiously petted a shaggy dog with its ears back. In another, a girl of about six hugged a homemade doll. Both looked sad and lost.

Next was a family photo - mother, father, and daughter. The father was wearing a long raincoat and a straw hat. Just the tips of his fingers showed below the sleeves. His wife wore a heavy sweater with puffed sleeves, and she had curls tucked into a sheer kerchief. The girl had turned sharply making her short fall coat fly open. Something had caught her attention outside the frame - maybe a stray dog. Behind them, through the trees, was the facade of Pushkin’s lycee in Tsarskoe Selo.

Later came relatives with tense, artificial smiles: an elderly, mustachioed railroad man in uniform, a lady beside a bust of Lenin, a youth on a motorcycle. Then came a sailor, or a student. Even in the picture you could see how carefully he had shaved. A girl holding a bouquet of lilies of the valley was peering into his face.

One whole page was taken up by a glossy school photo, four rows of frightened, tense, frozen faces. Not a single cheerful child. In the center was a group of teachers, who with medals - veterans, probably - and the class matron. She was easy to spot. The old woman was embracing two schoolgirls who had forced smiles. On the left in the third row was my wife - the only one not looking at the camera.“

 

 

 1229648-e48e2cacbcf8a0cda93a7ce7c2770107.jpg

Sergej Dovlatov (3 september 1941 - 24 augustus 1990)

 

 

 

 

Onafhankelijk van geboortedata:

 

 

De Duitse dichter, schrijver en striptekenaar Lino Wirag werd geboren in 1983 in Pforzheim. Zie ook mijn blog van 3 september 2010 en eveneens alle tags voor Lino Wirag op dit blog.

 

Uit: Angel

 

“Sie sieht schlecht aus, trotzdem erkennst du sie sofort, wer kennt sie nicht,

hier im Adlon? Sicher kommt sie aus einem ihrer Meetings mit faltigen Bürokraten, wo sie den Sozialstaat neu formen oder die Rasenmäher-Abgasbestimmungen. Sie ist reich, sie hat Erfolg, jeder kriecht ihr in den Arsch. Du willst nicht mit ihr tauschen.

Vor ihr steht ein Glas Milch, goldfarbener Alkohol schimmert durchs Weiß. Sie ist schnell gealtert, das tun alle in ihrem Job. Sie sah schon vor fünfzehn Jahren aus wie 55. Doch da sind immer noch die Lachfältchen um die Augen, die du charmant findest, und für die Mundwinkel kann sie nichts. Du denkst an diese Geste, die sie immer macht, wenn sie spricht, sie heißt „der kleine Zeigefinger“, es sieht immer ein wenig so aus, als wolle sie sich melden, wie die Thälmann-Pionierin aus der Polytechnischen Oberschule in Templin, die sie nie ganz abschütteln konnte. Jetzt bestellt sie mit dem kleinen Zeigefinger noch eine Milch mit Schuss.

Udo Walz hat ihre Haare im Stich gelassen, wie eine ertrunkene Katze hängen sie auf ihre Schultern. Du denkst an die Bilder, die alle von ihr gesehen haben, hässliche Bilder, schlimmer, schmerzhafter als das Rumgerutsche der unzähligen Gina Lisas. Du denkst an die Schweißflecken von Bayreuth

2005, an die Brüste von Oslo 2008, du hast im Sommer sogar die Bruno-Banani-Plakate gesehen, riesig den ganzen Kudamm hinab, auf denen sie in einem blauen Photoshop-Dessous zu sehen war.

Damals hast du geschmunzelt, hast gedacht: Warum nicht? Ihre Gefühle waren dir egal. Sie war nur ein Körper für dich, ein Volkskörper. Doch ihre Seele hat gelitten, denkst du jetzt. Das Gewicht einer Nation hängt an diesen Tränensäcken. Unter ihrer vertrockneten Schale verbirgt sich ein weicher

Kern, das erkennst du sofort.”

 

 

 1229648-aa44f9a2d674373cd744cd0abb90e281.jpg

Lino Wirag (Pforzheim, 1983)
Geschreven door Romenu om 19:33 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten