Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

In Memoriam Hetty Blok


In Memoriam Hetty Blok


De cabaretière, actrice en zangeres Hetty Blok is op 92-jarige leeftijd na een kort ziekbed overleden. Ze was bij het grote publiek het meest bekend door haar rol van zuster Klivia in de tv-serie Ja Zuster, Nee Zuster van Annie M.G. Schmidt. Hetty Blok werd geboren in Arnhem op 6 januari 1920.

  

 

De kat van ome Willem is op reis geweest

 

De kat van ome Willem is op reis geweest
Op reis geweest, op reis geweest
De kat van ome Willem is op reis geweest
Waar ging die dan naar toe
Hoi

Hij is voor zeven maanden naar Parijs geweest
Parijs geweest, Parijs geweest
Zodat ie nou alleen maar Franse kranten leest
Bonjour en voulez-vouz

Hij heeft zoiets elegants
Hij geeft kopjes op z’n Frans
Hij gaat met de rozenkrans
Naar de Franse kathedraal
Allemaal
Allemaal
Allemaal
Allemaal
Ja, de kat van ome Willem is brutaal
Oh la la


1271185-3d70205a5872236db169d89bcc9bd904.jpg
Leen Jongewaard als Gerrit en Hetty Blok als zuster Klivia


Die kat is op een echte Franse school geweest
Op school geweest, op school geweest
Die kat is op een echte Franse school geweest
En zegt nou “Oh, pardon”

Hij is ook op visite bij De Gaulle geweest
De Gaulle geweest, De Gaulle geweest
Hij is ook op visite bij De Gaulle geweest
En zegt voortdurend “Non”

Zingt een liedje op z’n Frans
Over de maagd van Orléans
Hij lust enkel jus d’orange
En af en toe cognac
Op ’t dak
Op ’t dak
Op ’t dak
Op ’t dak
En hij wil alleen maar op een Franse bak
Kouwe kak

De kat van ome Willem is op reis geweest
Op reis geweest, op reis geweest
De kat van ome Willem is op reis geweest
Waar ging die dan naar toe
Hoi

Hij is voor zeven maanden naar Parijs geweest
Parijs geweest, Parijs geweest
De kat van ome Willem is op reis geweest
Bonjour en voulez-vouz
Hoi

 

 

 

Tekst: Annie M.G. Schmidt / Muziek: Harry Bannink

 

 

 

 1271185-be14be1e68023291f0fe9880f0c06a1c.jpg

Hetty Blok (6 januari 1920 - 6 november 2012)

Geschreven door Romenu om 19:44 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

De blogger leest alles eerst na: je tekst verschijnt zodra die goedgekeurd is.

Jan Vercammen

De Vlaamse dichter en schrijver Jan Vercammen werd geboren in Temse op 7 november 1906. Zie ook alle tags voor Jan Vercammen op dit blog.

 

 

Nog een dag met Eric

 

Na nog een nacht met overzeese dromen

en nog een morgen met een moe maar gaaf gebed

is met wat licht de stille man gekomen

en heeft het kistje naast uw wieg gezet.

 

Het meisje kwam uw blauwe peluw dragen,

uw bed van witte watten was gespreid,

toen aarzelde de man en wilde nog iets vragen:

- zijn handen waren weigerig en zwaar van spijt

 

toen zij u namen en u óvergleden:

een trage boog als een zeer lichte brug.

En toen gij eenzaam haar hebt overschreden,

uw moeder en uw vader riepen schrijnend u terug.

 

 

 

Voor-Herfst

 

Reeds weet ik, waar de najaarsvuren zullen branden:

over de helling staan de boeren in de schuine zon.

Ik voel de kille nacht al aan mijn stramme handen,

waarmede ik zelfs mijn oogst niet winnen kon.

 

De misten slieren onder de gezonken luchten,

(de herfst is ons zo onwaarschijnlijk dicht)

in het versterkte geuren van de rijpe vruchten

verging de ganse zomer: o! zijn warmte en zijn licht.

 

En toch (ze zeggen: hij is in de herfst geboren)

zal ik mijn hete voorhoofd betten aan zijn koele goud,

dan zal ik weer verschrikt de knal der schoten horen,

en trouw de dieren volgen in het kreupelhout.

 

En zo zal weer de jagersknaap me vinden

mijn klamme handen op een warme vacht

van of een vogel of een haas, - wellicht een hinde,

die van mijn handen 't dauwen drinkt der natte nacht.

 

't Is enkel maar een droom, die aan mijn oog zal sterven

tussen wat rulle sneeuw en wat bevroren zand;

het is een wild en vruchteloos verwerven

en slechts een groeve meer in mijn gereikte hand.

 

 

 

 1271535-48c1a753dd2cab5bdf4e207e284f24b8.jpg

Jan Vercammen (7 november 1906 – 5 augustus 1984)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Robert Musil, Michael Cunningham, Nelleke Noordervliet, Bea Vianen, Bert Vanheste

De Oostenrijkse schrijver Robert Musil werd geboren op 6 november 1880 in Klagenfurt. Zie ook mijn blog van 6 november 2010 en eveneens alle tags voor Robert Musil op dit blog.

 

Uit: Die Verwirrungen des Zöglings Törleß

 

“Dieselbe furchtbare Gleichgültigkeit, die schon den ganzen Nachmittag über allerorts gelegen war, kroch nun über die Ebene heran, und hinter ihr her wie eine schleimige Fährte der Nebel, der über den Sturzäckern und bleigrauen Rübenfeldern klebte.

Törleß sah nicht rechts noch links, aber er fühlte es. Schritt für Schritt trat er in die Spuren, die soeben erst vom Fuße des Vordermanns in dem Staube aufklafften – und so fühlte er es: als ob es so sein müßte: als einen steinernen Zwang, der sein ganzes Leben in diese Bewegung – Schritt für Schritt – auf dieser einen Linie, auf diesem einen schmalen Streifen, der sich durch den Staub zog, einfing und zusammenpreßte.

Als sie an einer Kreuzung stehen blieben, wo ein zweiter Weg mit dem ihren in einen runden, ausgetretenen Fleck zusammenfloß, und als dort ein morschgewordener Wegweiser schief in die Luft hineinragte, wirkte diese, mit ihrer Umgebung in Widerspruch stehende, Linie wie ein verzweifelter Schrei auf Törleß.

 

 1270242-32753283a6a9e50e470c2ef0ed5ae8f8.jpg

Scene uit „Die Verwirrungen des Zöglings Törleߓ door Jugendclub JUST,  Theater im Palais, Berlijn, 2011

 

 

Wieder gingen sie weiter. Törleß dachte an seine Eltern, an Bekannte, an das Leben. Um diese Stunde kleidet man sich für eine Gesellschaft an oder beschließt ins Theater zu fahren. Und nachher geht man ins Restaurant, hört eine Kapelle, besucht das Kaffeehaus. Man macht eine interessante Bekanntschaft. Ein galantes Abenteuer hält bis zum Morgen in Erwartung. Das Leben rollt wie ein wunderbares Rad immer Neues, Unerwartetes aus sich heraus ...

Törleß seufzte unter diesen Gedanken und bei jedem Schritte, der ihn der Enge des Institutes näher trug, schnürte sich etwas immer fester in ihm zusammen.

Jetzt schon klang ihm das Glockenzeichen in den Ohren. Nichts fürchtete er nämlich so sehr wie dieses Glockenzeichen, das unwiderruflich das Ende des Tages bestimmte – wie ein brutaler Messerschnitt.

Er erlebte ja nichts und sein Leben dämmerte in steter Gleichgültigkeit dahin, aber dieses Glockenzeichen fügte dem auch noch den Hohn hinzu und ließ ihn in ohnmächtiger Wut über sich selbst, über sein Schicksal, über den begrabenen Tag erzittern.

Nun kannst du gar nichts mehr erleben, während zwölf Stunden kannst du nichts mehr erleben, für zwölf Stunden bist du tot ...: das war der Sinn dieses Glockenzeichens.”

 

 

1270242-f519ff7090210418cf06d993f91e50c3.jpg 

Robert Musil (6 november 1880 – 15 april 1942)

Musil Museum in Klagenfurt 

 

 

  

 

De Amerikaanse schrijver Michael Cunningham is geboren in Cincinnati, Ohio op 6 november 1952. Zie ook mijn blog van 6 november 2010 en eveneens alle tags voor Michael Cunningham op dit blog.

 

Uit: The Hours

 

“She stands close to the edge of the river, which laps against the bank, filling the small irregularities in the mud with clear water that might be a different substance altogether from the yellow-brown, dappled stuff, solid-looking as a road, that extends so steadily from bank to bank. She steps forward. She does not remove her shoes. The water is cold, but not unbearably so. She pauses, standing in cold water up to her knees. She thinks of Leonard. She thinks of his hands and his beard, the deep lines around his mouth. She thinks of Vanessa, of the children, of Vita and Ethel: So many. They have all failed, haven‘t they? She is suddenly, immensely sorry for them. She imagines turning around, taking the stone out of her pocket, going back to the house. She could probably return in time to destroy the notes. She could live on; she could perform that final kindness. Standing knee-deep in the moving water, she decides against it. The voices are here, the headache is coming, and if she restores herself to the care of Leonard and Vanessa they won‘t let her go again, will they? She decides to insist that they let her go. She wades awkwardly (the bottom is mucky) out until she is up to her waist. She glances upriver at the fisherman, who is wearing a red jacket and who does not see her. The yellow surface of the river (more yellow than brown when seen this close) murkily reflects the sky. Here, then, is the last moment of true perception, a man fishing in a red jacket and a cloudy sky reflected on opaque water. Almost involuntarily (it feels involuntary, to her) she steps or stumbles forward, and the stone pulls her in. For a moment, still, it seems like nothing; it seems like another failure; just chill water she can easily swim back out of; but then the current wraps itself around her and takes her with such sudden, muscular force it feels as if a strong man has risen from the bottom, grabbed her legs and held them to his chest. It feels personal.”

 

 

1270242-0834783700832566e2edc26bb81e3649.jpg
Michael Cunningham (Cincinnati, 6 november 1952)

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijfster Nelleke Noordervliet werd op 6 november 1945 in Rotterdam geboren. Zie ook mijn blog van 6 november 2010 en eveneens alle tags voor Nelleke Noordervliet op dit blog.

 

Uit: ‘Niets is ooit geheel voorbij’.Over het latere historische werk van Hella S. Haasse

 

“Wanneer gesproken wordt over de ‘latere historische romans’ van Hella Haasse, is dat een aanduiding die eerder voortkomt uit haar status als romanschrijfster dan uit de werken zelf. Was zij van huis uit historica, dan zou niemand op het idee komen die boeken romans te noemen. Wel zouden haar collega-historici de wenkbrauwen hebben gefronst bij sommige beschrijvingen, interpretaties en ingrepen, maar de wetenschappelijke zorgvuldigheid bij de verzameling en interpretatie van het materiaal zouden niet zijn betwist. Maar zo min als het aangaat de ‘latere historische werken’ louter te bestempelen als ‘romans’, zo min is het juist of wenselijk ze als geschiedschrijving in de gangbare betekenis van het woord te zien. Ze bevinden zich in een gebied tussen werkelijkheid en fictie en verenigen de voordelen ervan, maar plaatsen zich daardoor ook buiten de jurisdictie van beide domeinen. De betere literaire werken ontsnappen nu eenmaal aan de conventies, waartoe ook een ‘genre’ behoort.

Literaire critici hebben zich en masse beziggehouden met de bepaling van het karakter van Hella Haasses latere historische werk. De criticus van het Utrechts Nieuwsblad is naar aanleiding van De groten der aarde (1981) het eerlijkst. Hij zit met de vraag ‘hoe je deze boeken nu moet beoordelen, dat wil zeggen van welke criteria je uit moet gaan’. Vele critici brengen het boek dat zij bespreken onder aan de hand van wat zij kenmerken van de roman, de biografie, of geschiedschrijving achten, en evalueren vervolgens, voorzichtig, want de meeste critici voelen zich op glad ijs.

Niet alleen de literaire kritiek tracht een afbakening te vinden tussen verschillende genres, ook de geschiedwetenschap is geïnteresseerd in het beschrijven van kenmerken die de historische ‘vertelling’ onderscheiden van de literaire. De historicus Ankersmit is een van de vertegenwoordigers in Nederland van het narrativisme, de stroming in de geschiedwetenschap die zich bezighoudt met de manier waarop het verleden ‘verteld’ wordt. De beoefening van de geschiedenis heeft veel weg van een kunst en een kunstenaar kan heel wel zinvolle inzichten in het verleden verschaffen.”

 

 

 1270242-78c81028b60495564dff5d13a8fbf56c.jpg

Nelleke Noordervliet (Rotterdam, 6 november 1945)

 

 



De Surinaamse dichteres en schrijfster
Bea Vianen werd geboren in Paramaribo op 6 november 1935. Zie ook mijn blog van 6 november 2010 en eveneens alle tags voor Bea Vianen op dit blog.



Palmen

 

Als ik m'n vroegere vriendjes zo'n beetje bij elkaar optel
Zijn het er zeker een stuk of zeven van wie ik houd.
Jaren niet gezien en toch niet vergeten.

Was niet altijd erotiek of zo
Maar gewoon het overrompelende of het behoudende dat in
Zo'n ontmoeting zit. Och, laat maar. Anders worden
De palmen zo jong. Zo machtig mooi.

 

 

 

 

Schullen voor de regen

 

Later toen het regende

ben ik een warenhuis binnengegaan

alsof het de winkel van een Chinees was

en de op elkaar gestapelde jutezakken

mij een steun zouden zijn in de rug

vreemd hoe alles went

 

ik kocht er een paar schoenen

uit droevige verveling en vroeg mij af

hoe je ze zou vinden

wanneer ik ze aan had en was even opgewekt

maar vond toen ik bij de draaideur was

mezelf een karikatuur van kapitalisme

waarom die weelde

terwijl het de bedoeling is naakt te liggen

in bed?

 

 

 1270242-0206f33214f28f1af734ecbbdf83ab13.jpg

Bea Vianen (Paramaribo, 6 november 1935)

 

 

 


De Vlaamse literatuurwetenschapper en auteur
Gilbert (Bert) Vanheste werd geboren in Pervijze op 6 november 1937. Zie ook alle tags voor Bert Vanheste op dit blog.

 

Uit: Hoe deviant is Meursault? Een literatuursociologische verkenning van l'Etranger

 

“In een drietal publicaties heeft P. Zima zijn ontwerp van een tekstsociologische methode gedemonstreerd aan Camus' l'Etranger. Zijn analyse van de semantische en narratieve processen moet laten zien dat deze romantekst vorm geeft aan het fundamentele probleem van de markteconomie door de ontmaskering als huichelachtig van het humanistisch-christelijke sociolect dat uitgedrukt wordt in de discurs van de officier van justitie. Deze ontmaskering zou impliciet blijken uit de confrontatie van genoemde discurs met de totale indifferentie van Meursault tegenover alle, als uitwisselbaar opgevatte, waarden. Een nauwgezette visie-analyse van Camus' roman liet evenwel zien dat Meursaults indifferentie niet totaal is en in het slothoofdstuk zelfs opgetild wordt tot het niveau van de revolte. Meursault wijst de schijnwaarden af, is minder indifferent dan deviant, is geen anti-held maar een ‘absurde’ held. In dit artikel worden de bevindingen uit de visie-analyse getoetst aan buiten-tekstuele gegevens en vervolgens geconfronteerd met Zima's interpretatie. Daaruit komt aan het licht dat Zima's zicht op de feitelijke semantische en narratieve processen beneveld werd door binnendringende a priori opvattingen over de ontwikkeling van de taal, de literatuur, het bewustzijn onder markteconomische voorwaarden.

‘Vandaag is moeder gestorven. Of misschien gisteren, ik weet het niet’. Zo begint l'Etranger, De Vreemdeling, van Albert Camus. De zoon woont de begrafenis bij, komt er toe een Arabier te doden en wordt ter dood veroordeeld. De ik-figuur -Meursault, voornaamloos symbool van de absurde mens - is ervan doordrongen dat hij leeft om dood te gaan. In het licht van dat onontkoombare lot is alles zinloos.”

 

 

1270242-630cb5505efb159c438ae8ef5321948c.jpg
Bert Vanheste (6 november 1937 - 23 februari 2007)

 

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 6e november ook mijn blog van 6 november 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:50 Reageer op dit bericht

Joyce Maynard, Andreas Stichmann, Bert Wagendorp, Hanns-Josef Ortheil

De Amerikaanse schrijfster Joyce Maynard werd geboren op 5 november 1953 in Durham, New Hampshire en volgde een opleiding aan de Phillips Exeter Academy. Zie ook mijn blog van 5 november 2010 en eveneens alle tags voor Joyce Maynard op dit blog.

 

Uit: The Good Daughters

 

And here was the other part of the story, well known to me from a hundred tellings: small as our town was—not even so much as a town, really; more like a handful of farms with a school and a general store and a post office to keep things ticking along—I was not the only baby born at Bellersville Hospital that day. Not two hours after me, another baby girl came into the world. This would be Dana Dickerson, and here my mother, if she was in earshot, joined in with her own remarks.
“Your birthday sister,” she liked to say. “You two girls started out in the world together. It only stands to reason we’d feel a connection.” 
In fact, our families could hardly have been more different—the Dickersons and the Planks. Starting with where we made our home, and how we got there.
The farm where we lived had been in my father’s family since the sixteen hundreds, thanks to a twenty-acre land parcel acquired in a card game by an ancestor—an early settler come from England on one of the first boats—with so many greats in front of his name I lost count, Reginald Plank. Since Reginald, ten generations of Plank men had farmed that soil, each one augmenting the original tract with the purchase of neighboring farms, as—one by one— more fainthearted men gave up on the hard life of farming, while my forebears endured.
My father was the oldest son of an oldest son. That’s how the land had been passed down for all the generations. The farm now consisted of two hundred and twenty acres, forty of them cultivated, mostly in corn and what my father called kitchen crops that we sold, summers, at our farm stand, Plank’s Barn. Those and his pride and joy, our strawberries.

 

 

 1269578-aaa252f4450091553b8574bfeda22bd6.jpg

Joyce Maynard (Durham, 5 november 1953)

 

 

 

 

De Duitse schrijver Andreas Stichmann werd op 5 november 1983 in Bonn geboren. Zie ook mijn blog van 5 november 2010 en eveneens alle tags voor Andreas Stichmann op dit blog.

 

Uit: Das große Leuchten

 

“Das riesige Feld der Startbahnen. Aus dem Iran-Air-Flieger heraus gesehen. Vor dem Abflug. Vom Fensterplatz, den Robert mir überlässt, obwohl es auch sein erster Flug ist. Die Spielzeugautos, die dort zwischen den Flugzeugen fahren. Die Beschleunigung, diese Urkräfte, die jetzt verbrannt werden: Das Flugzeug rollt. Der berühmte Menschentraum aus Kabeln und Drähten, in dem man sitzt, ohne selber mitgeschraubt zu haben. Und wie die Erde unter uns wegfällt und sich die Landschaft schräg ins Fenster schiebt.

Es ist Wahnsinn, aber genau so muss es sein, es ist das, was Ana auch machen würde: es einfach versuchen, auch wenn es abwegig scheint. Eben noch in der Einöde und jetzt im Himmel, um sie irgendwo da unten zu finden, unter diesen tiefgelben Lichtmassen. Wir haben exakt sechs Tage und fünf Stunden Zeit. Es ist ein Last-Minute-Flug, der Rückflug ist schon mit drin.

Ich blinzle nicht. Ich versuche jetzt, eine Minute nicht zu blinzeln. Es ist eine Beruhigungstechnik, die wahrscheinlich albern aussieht, aber sie funktioniert, die Farben und Formen hinter dem Bullauge verschwimmen – und wenn ich dann wieder zu blinzeln beginne, entsteht das Gefühl, viel deutlicher zu sehen als zuvor. Ein Klarheitseffekt, ein ruhiger Blick, den ich hier entwickle. Mit Anas Kapuzenpullover im Schoß, der immer noch ein bisschen nach ihr riecht.

Robert schickt mir sein dünnes Lächeln – diesen Blick, der auf etwas hinweisen soll, das sich zwischen den Worten befindet, auch wenn sich da gar nichts befindet, weil wir nicht reden. Er drückt mit demonstrativer Gelassenheit auf dem Bildschirm im Rücken des Vordersitzes herum, staunt über den Entertainment-Arm, der in die Lehne eingefaltet ist wie ein elektronisches Küken. Schlägt sich in die Wolldecke ein, zieht seine Sandalen aus, justiert sich im Sitz. Als wollte er mir seine Lockerheit und Reisefähigkeit beweisen. Dabei ist es offensichtlich, dass er nervös ist – wie er sich am Hals kratzt, der schon ganz gerötet ist von seinen Allergien, wie er an den Knöpfen seines durchgeschwitzten Leinenhemdes rumfummelt. ­Nebenbei erwähnt er, dass er seine Medikamente nicht im Handgepäck hat, obwohl er sie jetzt nehmen müsste. Ich sage, dass ich über so was jetzt nicht nachdenken kann, er soll sich auf unsere Aufgabe konzentrieren in den nächsten sechs Tagen, schließlich ist er mitgekommen, um zu helfen.”

 

 

 1269578-1b9314e74e488e2322c0b7869ef3861e.jpg

Andreas Stichmann (Bonn,5 november 1983)

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver en journalist Bert Wagendorp werd geboren in Groenlo op 5 november 1956. Zie ook alle tags voor Bert Wagendorp op dit blog.

 

Uit: Veren (Column)

 

“Twee jaar later schudde in Engeland Tony Blair, geïnspireerd door Wim Kok, ook zijn ideologische veren af en kwam met zijn ‘Derde Weg’, de geliberaliseerde markt als ‘dienaar van de samenleving’. Dat was een van de grootste vergissingen van de afgelopen decennia, weten we inmiddels, die ons duur is komen te staan.

Daar ging Wouter Bos’ Den Uyl-lezing over. Want wat staat ons nu te doen? Je krijgt uit zijn woorden niet de indruk dat Bos daar kraakheldere ideeën over heeft; hij is geen bezielde visionair als Den Uyl – wat die te veel had, heeft Bos te weinig.

Bos sprak over ‘het brede welvaartsbegrip’ en ‘de publieke aansturing’. Zijn lezing ademde twijfel en onzekerheid – postmoderne kwaliteiten, ik weet er alles van, maar behoorlijk lastig voor een minister van Financiën en partijleider.
Obama kondigde aan dat hij de Amerikaanse banken wil gaan splitsen en verkleinen. Het zware gespeculeer met door de overheid gegarandeerd particulier spaargeld moet afgelopen zijn.

In Obama herken je soms de Uyliaanse gedrevenheid – de neiging om met grote gebaren veranderingen te forceren. Bos stuurde Obama meteen een brief, om hem met zijn ideeën te feliciteren. Warm gebaar.
Barack Obama gelooft in maakbaarheid.
Het is te hopen dat Obama’s plannen Bos de moed geven zélf ook weer een paar ideologische veren in de kont van zijn partij te durven steken – en iets te doen.”

 

 

1269578-22ad858f44e94a3df85743d56c9ac5ed.jpg 

Bert Wagendorp (Groenlo, 5 november 1956)

 

 

 

De Duitse schrijver Hanns-Josef Ortheil werd geboren op 5 november 1951 in Keulen. Zie ook mijn blog van 5 november 2010 en eveneens alle tags voor Hanns-Josef Ortheil op dit blog.

 

Uit: Liebesnähe

 

“Er führt die schmale, hellgraue Straße entlang, die jetzt von dunklen, dichten Nadelwäldern gesäumt wird, die wenigen, vereinzelten Wolken hoch oben setzen sich scharf vom tiefen Himmelsblau ab, er fährt immer langsamer, diese stille Vorgebirgslandschaft hat etwas wohltuend Einsames. Die Straße hat keinen Mittelstreifen, und ihr heller Asphalt wirkt wie improvisiert oder bloß wie eine dünne Erdschicht, die den Weg bahnt und sich kaum abhebt von den noch schmaleren Seitenstreifen.

Er lässt die Fenster des Wagens herunter, der Wagen rollt aus und kommt dann zum Stehen.

Er stellt den Motor aber nicht ab, weil er die Fahrt nicht unterbrechen, sondern nur für einen Moment die Waldluft atmen und einen Schluck Wasser trinken will. Seit Tagen hat er sich auf diese Ankunft gefreut, und nun ist diese Freude sogar regelrecht spürbar, denn sein Herz klopft und reagiert damit instinktiv auf all diese starken Bilder.

Er trinkt Wasser aus einer Sprudelflasche, er schüttet eine kleine Ladung davon in die hohle Hand und fährt sich mit ihr durchs Gesicht, diese Frische passt genau zu der Frische der Landschaft, die an diesem Spätsommermorgen etwas Hellwaches und Aufgekratztes hat, als forderte sie einen auf, sofort aufzubrechen und auf einer langen Wanderung dem nächstbesten Pfad hinauf in die Berge zu folgen.

Er atmet tief durch, dann fährt er weiter, er lässt den Wagen bei sehr niedriger Geschwindigkeit dahinrollen, als fände er ganz alleine den Weg. Die Bäume gleiten vorbei wie ein scheues Spalier und treten dann immer weiter zurück, die Szene öffnet sich, während die Straße in leichten Schwingungen abschüssig ins Tal führt.

Dann, plötzlich, ist der Blick frei, und er sieht die Ganze Weite des Raums: Die hellgrünen, gemähten, welligen Wiesen, den sich anschließenden Ringsaum der dunkleren Nadelwälder und das Schiefergrau der hohen Berge, über deren Spitzen einige kleine Wolken verstreut sind.”

 

 

 1269578-ddd6870a3072d5c71281701700d6487d.jpg

Hanns-Josef Ortheil (Keulen, 5 november 1951)

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 5e november ook mijn blog van 5 november 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 19:23 Reageer op dit bericht

Judith Herzberg, Peter W.J. Brouwer, Arthur van Amerongen, René de Clercq

De Nederlandse dichteres en toneelschrijfster Judith Herzberg werd geboren op 4 november 1934 in Amsterdam. Zie ook mijn blog van 3 november 2010 en eveneens alle tags voor Judith Herzberg op dit blog.

 

 

Ziekenhuistuin

 

Midzomer met zijn overdonderende volte
bladergevaarte van zo moet het zijn, dit
is de vorm die elk van ons vond dit is ons
diepste groen en groen ons wezen, tak aan zijn tak
de grond op de grond, stevig, voldragen,
nergens vermoeden van molm, geen huiver
van langzaam en knisperend stuiptrekkend
stervende wespen.
Alleen wie zelf sterft wordt expert, licht
dit graafrandige voldane op en helpt
zijn bezoeker een feit verder, maar niet ver.

 

 

 

Daglicht

 

Uit de chaos van lakens en
voorgevoel opgestaan, gordijnen
open, de radio aan, was
plotseling Scarlatti
heel helder te verstaan:
Nu alles is zoals het is geworden,
nu alles is zoals het is
komt het, hoewel, misschien
hoewel, tenslotte nog in orde.

 

 

 

 

De herenfiets spreekt

 

'Madame, mijn spaken zijn gekraakt
sinds ik hier sta, mijn zadel raakte
kaal, mijn stuur lijkt nog wel stevig
maar ik sta aan de brug geleund voor eeuwig.

Daarom, Madame, wil ik u vragen
het roesten samen te verdragen
want ook het slot dat in mij knijpt
grijpt ons dan beide tegelijk.

Mijn bel begint zelfs te verruwen
laten wij samen zijn en huwen
hier is mijn wiel, Madame, en daar het Uwe
wil toch voorgoed het Uwe naast het mijne duwen.'

 

 

 

 

1268960-faba20b804f3f2c72a95cfd3743419e4.jpg 

Judith Herzberg (Amsterdam, 4 november 1934)

 

 

  

 

 

De Nederlandse dichter Peter W.J. Brouwer werd op 4 november 1965 in Eindhoven geboren. Zie ook mijn blog van 3 november 2010 en eveneens alle tags voor Peter W.J. Brouwer op dit blog.

 

 

Die wereld, dat licht

 

Wat weet je nog van die wereld, dat licht
vrouwen in het vuurrode land van de jager

waren het draagsters kwamen ze
op een open plek bijeen, was er beraad?

Hun dochters gingen in dagen van zand
het blinkende zwart van hun huid bleef in jouw oog

taal hangt stil tussen hen
armen vangen licht van een onzichtbare zon.

Herinner je je ook het koele blauw
dat je stal uit de hemel die mee reisde met jou?

 

 

 

Naakte waarheid

Ik dacht: als dit uitkomt
het diepst gekoesterd geheim
verkwanseld

dan regent het hier straks
waarheden als koeien.

Ik zag ze al
vallen

grote naakte koeien die
als puzzelstukken over elkaar heen
rolden en het gras aan de andere kant

van koeien
bestudeerden
en of dat nog groener was.

Hun uiers waren
van schande gevlekt
en gaven melk als bloed.

Maar er was niemand
die zag wat ik zag
of zin had om zijn of haar

diepste geheim te verkwanselen
voor een handvol gelijk
of kilo's naakte waarheid.

Ik zag ze grazen en dacht:
ik ken de waarheid al te goed,
ik kan haar beter laten.

 

 

 

1268960-76ec9a278b5b3f31a6e89db29a097ff1.jpg
Peter W.J. Brouwer (Eindhoven, 4 november 1965)

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver en journalist Arthur van Amerongen werd geboren op 4 november 1959 in Ede. Zie ook mijn blog van 3 november 2010 en eveneens alle tags voor Arthur van Amerongen op dit blog.

 

Uit: Mambo Jambo

 

“Carmen heeft weer eens gelekt. De obers van de loungebar kijken verschrikt naar de bloedvlek op het witte zitkussen. ik zuig mijn kokosnoot met alcoholische prut leeg en brom: ‘Hay cosas peores en la vida, mi amor, er zijn ergere dingen in het leven.’ Een stel vol tatoeages en doorboord met piercings danst in het zand op ‘Chega de Saudade’ van Chico Buarque. Op het strand voor de uitspanning krijgt een oude toerist een massage van een negerin in bikini. Af en toe neemt de papzak een slokje van zijn caipirinha. We zijn in Natal, Brazilië, het is september 2007.
‘Arturo, ik moet naar de wc, wil je vlak achter me aan lopen, por favor. Kun je de vlek goed zien?’
ik schiet in de lach: ‘Ben je gek, Carmencita, je ziet het amper. Heb je genoeg tampons bij je, of zal ik even naar de dichtstbijzijnde apotheek lopen, zoals gewoonlijk?’ Ze kijkt me hulpeloos aan. ik weet genoeg en sjok morrend naar de dorpsstraat.
‘Waar gaan we lunchen, Arturo?’ vraagt Carmen als ze een halfuur later opgelucht het toilet uitkomt. Mijn grote liefde heeft twee mantra’s: wanneer gaan we eten en wanneer gaan we op dieet. Straks, na de lunch zal ze zeggen: ‘Jo, Arturo, je hebt een pancita, als mijn ouders jou zo zouden zien, dat kan echt niet, die buik van jou, muy cutre, erg vulgair.’ Eigenlijk wil ze joder zeggen, een Spaans stopwoord dat letterlijk neuken betekent. Dat is niet netjes dus kort ze joder af tot jo. Carmen is keurig rooms-katholiek opgevoed, maar als ze zat is vloekt ze als een ketellapper. ik moet inderdaad iets aan mijn pens gaan doen, het is een flinke zwemband. Bij Carmen gaat het in haar billen zitten, en dat vind ik eigenlijk niet erg.”

 

  

 1268960-29114d816243b06292fc69888443d87d.jpg

Arthur van Amerongen (Ede, 4 november 1959)

 

 

 

 

 

De Vlaamse schrijver, dichter, politiek activist en componist René Desiderius de Clercq werd geboren in Deerlijk op 4 november 1877. Zie ook mijn blog van 3 november 2010 en eveneens alle tags voor René de Clercq op dit blog.

 

 

Vlaamse kermis

 

Bezem uit! 't Is kermis!
Knechten, meiden, vrouwen, mans,
heel de bonte zwerm is
lustig aan de dans.
Een ander groep aan tafel
eet vis en worst en wafel.
Oudwijfje schinkt,
oudventje drinkt,
oudliedje deunt en klinkt:
Ha!
Niets zo leutig-fraai en fris
als bezemboerenkerremis!
Niets zo leutig-fraai en fris
als 't Vlaamse leven is!

Zonder wufte poeders
zonder valse lok in het haar,
schoon gelijk uw moeders
over dertig jaar.
Mijn blonde, ronde deernen,
blauwe ogen lijk lanteernen!
Een mond beroosd,
een wang, die bloost,
een borst die zuchtjes loost.
Ha!
Niets zo leutig-fraai en fris,
als bezemboerenkerremis!
Niets zo leutig-fraai en fris
als 't Vlaamse leven is!

Kerels, kloek als eiken,
rode guit en bruine kwant,
treden voor en reiken
kluchtig u de hand.
Nu draven lijk de veulens!
Nu draaien lijk de meulens!
Totdat ge hijgt,
terneder zijgt,
en warme kussen krijgt.
Ha!
Niets zo leutig-fraai en fris,
als bezemboerenkerremis!
Niets zo leutig-fraai en fris
als 't Vlaamse leven is.

Trouwt en kweekt ge kindren,
wordt ge van den ouden tijd,
komt geen jonkheid hindren
als ze speelt en vrijt.
Oudmoederke en oudmanneke,
kruipt dichter bij het kanneke,
en drinkt verheugd,
op al dat deugt,
op oude en jonge jeugd.
Ha!
Niets zo leutig-fraai en fris
als bezemboerenkerremis!
Niets zo leutig-fraai en fris
als 't Vlaamse leven is!

 

 

 

1268960-40660ca5e8d5795215254b3a8916a04b.jpg 

René de Clercq (4 november 1877 - 12 juni 1932)

Herinneringsplaat aan het geboortehuis van René De Clercq 

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 4e november ook mijn blog van 4 november 2011 deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:50 Reageer op dit bericht

Ann Scott, André Malraux, Joe Queenan, Jan Boerstoel

De Franse schrijfster Ann Scott (pseudoniem) werd geboren op 3 november 1965 in Boulogne-Billancourt. Zie ook mijn blog van 3 november 2010 en eveneens alle tags voor Ann Scott op dit blog.

 

Uit: Superstars

 

„Je n'avais jamais été témoin d'autant de souffrance dans un regard. D'autant de désespoir. Un puits sans fond dans tout ce noir brouillé de larmes. Sa bouche restait entrouverte, implorante. J'aurais voulu pouvoir parler, lui dire que ce n'était plus qu'une question de secondes, que j'allais venir vers elle. Mais j'étais incapable d'émettre un son. J'étais bouleversée par cette douleur liée à moi qu'elle me laissait voir. Qu'elle acceptait de me laisser voir. Était-elle déjà proche au point de savoir combien j'en avais besoin ? Je savais comment ça s'appelait, je savais ce que ça faisait à l'autre, mais je ne savais pas fonctionner autrement. Il n'y avait que lorsqu'on me laissait approcher si loin, que je pouvais ensuite m'apaiser et commencer à être dans l'échange. J'avais besoin de voir l'autre accepter sa dépendance, besoin de lui faire du mal avant de pouvoir lui faire du bien.”

(…)

 

Elle a relevé sa tête, ses lèvres ont commencé à remuer mais j'ai aussitôt plaqué ma main sur sa bouche. Elle ne pouvait pas dire ça dès maintenant. Elle devait se retenir. Le plus longtemps possible. Jusqu'à ce qu'elle suffoque trop pour garder ces deux mots pour elle. Et alors là, seulement à ce moment-là, elle pourrait les laisser échapper, elle pourrait les hurler, même, si elle voulait.”

 

 

 1268380-abbcf0d9810ad167f2ffdbcf38ffcf49.jpg

Ann Scott (Boulogne-Billancourt, 3 november 1965)

 

 

 

 

De Franse schrijver en kunstfilosoof André Malraux werd geboren op 3 november 1901 in Parijs. Zie ook mijn blog van 3 november 2010 en eveneens alle tags voor André Malraux op dit blog.

 

Uit: Note sur l’Islam

 

“La nature d'une civilisation, c'est ce qui s'agrège autour d'une religion. Notre civilisation est incapable de  construire un temple ou un tombeau. Elle sera contrainte de trouver sa valeur fondamentale, ou elle se décomposera.

C'est le grand phénomène de notre époque que la violence de la poussée islamique. Sous-estimée par la plupart de nos contemporains, cette montée de l'islam est analogiquement comparable aux débuts du communisme du temps de Lénine. Les conséquences de ce phénomène sont encore imprévisibles. A l'origine de la révolution marxiste, on croyait pouvoir endiguer le courant par des solutions partielles. Ni le christianisme, ni les organisations patronales ou ouvrières n'ont trouvé la réponse. De même aujourd'hui, le monde occidental ne semble guère préparé à affronter le problème de l'islam. En théorie, la solution paraît d'ailleurs extrêmement difficile. Peut-être serait-elle possible en pratique si, pour nous borner à l'aspect français de la question, celle-ci était pensée et appliquée par un véritable homme d'Etat. Les données actuelles du problème portent à croire que des formes variées de dictature musulmane vont s'établir successivement à travers le monde arabe. Quand je dis «musulmane» je pense moins aux structures religieuses qu'aux structures temporelles découlant de la doctrine de Mahomet. Dès maintenant, le sultan du Maroc est dépassé et Bourguiba ne conservera le pouvoir qu'en devenant une sorte de dictateur. Peut-être des solutions partielles auraient-elles suffi à endiguer le courant de l'islam, si elles avaient été appliquées à temps. Actuellement, il est trop tard ! Les «misérables» ont d'ailleurs peu à perdre.”

 

 

 1268380-d469f7261d6ccd5ecd3625fd714d021d.jpg

André Malraux (3 november 1901 – 23 november 1976)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver, humorist en criticus Joe Queenan werd geboren op 3 november 1950 in Philadelphia, Pennsylvania. Zie ook mijn blog van 3 november 2010 en eveneens alle tags voor Joe Queenan op dit blog.

 

Uit: Balsamic Dreams: A Short but Self-Important History of the Baby Boomer Generation

 

“They had not been the first generation to sell out, but they were the first generation to sell out and then insist that they hadn't. Here was their central tragedy, the poisoned well from which all their unhappiness flowed. They were conflicted. They were flummoxed. Their center would not hold, because they were no longer centered.They could not process the information that their guilt was misplaced, that no one in the United States of America would ever blame anyone for devoting every single moment of his life to the pursuit of filthy lucre--as long as he didn't try pretending that he hadn't. The heartbreak of the Baby Boomer generation lay in the fact that they could not fully enjoy the wealth they had moved heaven and earth to acquire because they felt tainted by their ravenous greed. Baby Boomers would have turned out so much saner and happier if they had ripped a page from the Founding Fathers' playbook and said, "Yes, I chopped down that cherry tree. And then I securitized it into four equal tranches, with the first two splices reverting to the underwriter. You got a problem with that?"

Clearly, this refusal to own up to their own acquisitiveness is not the Baby Boomers' only broken promise. They said they wouldn't become crass and vulgar. But they are. They said they would never become horrid conformists. But they are. They said they would not be ruthless materialists. But then they embraced a complete Lifestyle Über Alles philosophy, carping and caviling at dinner parties over which local bakery sold the best sourdough boules, which kayak shop offered the most attractive warranties, which brand of grappa was most culturally authentic. It was a generation that once prided itself on questioning authority. Now its only questions were referred to authorities like Williams-Sonoma: "Is l'aceto di Modena superior to l'aceto di Reggio? Is Calasparra or arborio rice more desirable in preparing paella a la valencia?" Their utopian visions of peace, love and understanding had been replaced by balsamic dreams.”

 

 

 1268380-2f05dc1b633db051265ad3001841564a.jpg

Joe Queenan (Philadelphia, 3 november 1950)

 

 

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Jan Boerstoel werd geboren in Den Haag op 3 november 1944. Zie ook mijn blog van 3 november 2010 en eveneens alle tags voor Jan Boerstoel op dit blog.

 

 

Pulp

 

De houtpulp, die zo'n kleine honderd jaar
als drager dient voor al wat wordt geschreven,
begint het met de jaren te begeven,
dus vallen alle boeken uit elkaar.
De pulproman maar ook het meesterwerk,
want als de zure tand des tijds gaat zieken
stoort hij zich niet aan oordeel of kritieken,
die knaagt aan ieder genre even sterk.

En zonder wetenschappelijke hulp
zal ook dit rijm straks eindigen als pulp.

 

 

 

Spoeddebat

 

Je zou je regelrecht in Artis wanen:
een kleine kikker kwaakt en blaast zich op,
luid toegejuicht door kippen zonder kop,
de ezels huilen krokodilletranen.

Een zevenslaper zit discreet te snurken,
een zwartekousenkraai krast ach en wee,
de ratelslang heeft weer eens geen idee,
maar wijt in stilte alles aan de Turken.

Ziedaar een blik in 's lands vergaderzaal,
het onderwerp is de cultuur ditmaal.

 

 

 

1268380-824ed1be695084d413bbe01020644f90.jpg
Jan Boerstoel (Den Haag, 3 november 1944)

 

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e november ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 19:12 Reageer op dit bericht

Oodgeroo Noonuccal, Dieter Wellershoff, Hanns Heinz Ewers, William Cullen Bryant

De Australische dichteres en schrijfster Oodgeroo Noonuccal (eig. Kathleen Jean Mary Ruska) werd geboren op 3 november 1920 in Minjerribah (Stradbroke Island) in Moreton Bay. Zie ook mijn blog van 3 november 2010 en eveneens alle tags voor Oodgeroo Noonuccal op dit blog.

 

 

No More Boomerang

No more boomerang
No more spear;
Now all civilised —
Colour bar and beer.

No more corroboree,
Gay dance and din.
Now we got movies,
And pay to go in.

No more sharing
What the hunter brings.
Now we work for money,
Then pay it back for things.

Now we track bosses
To catch a few bob,
Now we go walkabout
On bus to the job.

One time naked,
Who never knew shame;
Now we put clothes on
To hide whatsaname.

No more gunya,
Now bungalow,
Paid by hire purchase
In twenty year or so.

Lay down the stone axe,
Take up the steel,
And work like a nigger
For a white man meal.

No more firesticks
That made the whites scoff.
Now all electric,
And no better off.

Bunyip he finish,
Now got instead
White fella Bunyip
Call him Red.

Abstract picture now —
What they coming at?
Cripes, in our caves we
Did better than that.

Black hunted wallaby,
White hunt dollar;
White fella witchdoctor
Wear dog-collar.

No more message-stick;
Lubras and lads.
Got television now,
Mostly ads.

Lay down the woomera,
Lay down the waddy.
Now we got atom-bomb,
End every-body.

 

 

 

1268376-fd6f1c67f02b5a55103fefa1f90d3a4d.jpg
Oodgeroo Noonuccal (3 November 1920—16 September 1993)

 

 

 

 

De Duitse schrijver en essayist Dieter Wellershoff werd geboren op 3 november 1925 in Neuss. Zie ook mijn blog van 3 november 2010 en eveneens alle tags voor Dieter Wellershoff op dit blog.

 

Uit: Das normale Leben

 

“Aber sie wußte es genau. Frank würde sie zum Essen ausführen, um mit ihr über die Reise nach New York zu reden, bei der sie ihn begleiten sollte. Danach würde er sie zu Hause absetzen und in den Villenvorort fahren, in dem er mit seiner Familie lebte. Vor zwei Jahren, als sie sich kennengelernt

hatten, war er einige Male mit hochgekommen in ihre kleine Mansarde. Dazu war er jetzt nicht mehr bereit.

»Ich bin kein Student mehr«, hatte er gesagt und ihr angeboten, etwas dazu beizutragen, daß sie in einen größeren Raum mit mehr Licht für ihre künstlerische Arbeit umziehen konnte, in dem man nicht dauernd seinen Kopf an der Dachschräge stieß. Anfangs hatte sie selbst gedacht, daß die Mansarde nur eine Übergangslösung sei. Aber sie hatte den Vorteil schätzen gelernt, daß sie von hier aus nur

einen Fußweg von zehn Minuten bis zur Hochschule hatte, und war geblieben. Frank hatte gesagt, die Mansarde sei eine Selbstbestrafung von ihr. Das war einer seiner flotten Sprüche, mit denen er vorgab, alles zu durchschauen, auch sie und ihr Schneckenhaus, wie er es nannte. Was er wirklich

von ihr wahrnahm, wußte sie nicht so genau. Sie hatte sich bei ihrer ersten Begegnung auf einer Vernissage von seinem Blick taxiert gefühlt und in einem hellsichtigen Moment geahnt, daß sie dieGeliebte dieses Manneswerden würde. Seine Selbstsicherheit und seine Ausstrahlung von

Energie hatten alles entschieden, noch bevor sie wußte, daß er ein bekannter Kunsthändler mit internationalen Geschäftsbeziehungen war. Kurz danach hatte sie auch erfahren,  daß er achtzehn Jahre älter war als sie. Und das hatte erneut den ersten Eindruck bestätigt, den er auf sie gemacht

hatte. Ganz im Gegensatz zu ihr war er ein Mensch, der seine Zeit nicht nutzlos und entschlußlos vertat, eine Eigenschaft, die sie trotz einer nicht ganz aufgelösten Befremdung an ihm bewunderte. Gleich beim ersten Essen, zu dem er sie eingeladen hatte, schlug er ihr vor, ihn für einige Tage nach London zu begleiten, wo er regelmäßig die Kunstauktionen besuchte.”

 

 

 1268376-106579e125ed23958cff0c89bbcef9b4.jpg

Dieter Wellershoff (Neuss, 3 november 1925)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver, filmmaker en cabaretier Hanns Heinz Ewers werd geboren op 3 november 1871 in Düsseldorf. Zie ook mijn blog van 3 november 2010 en eveneens alle tags voor Hanns Heinz Ewers op dit blog.

 

Uit: Vampir

 

« Er griff es schnell, klemmte es fest in der Hand. "Er löst sich auf!" lachte Frank Braun. Der Schwindsüchtige kroch zurück in die Kulissen, klammerte sich fest, schlotternd und zitternd. Doch die Menge schrie weiter und johlte. Eine Soubrette trat auf, die Musik setzte ihr Lied ein. Aber man ließ sie nicht singen. Man schrie sie an, warf allen möglichen Kram nach ihr. Sie hielt aus, so gut es ging, da schleuderte einer der Studenten einen leeren Blumenkorb hinauf. Nun riß sie aus. Und das Publikum schrie nach dem Männchen. Alle kreischten den Kehrreim: "Seht den kleinen Hampelmann, Wie der hampeln, strampeln kann -" Noch einmal kam es heraus, noch einmal sprang das Männchen. Zappelte, hopste. Fiel dann. Stand auf, überschlug sich, schwankte, rollte über den Boden. Knickte ein, schrie auf, preßte beide Hände vor den Mund. Stürzte in die Kulissen. Immer noch klatschten sie. Wurden ruhig endlich. Ließen die Soubrette ihre Zoten grölen. Die Studenten gingen. Aber einer blieb zurück, der kam erst später nach bin die Weinstube. "Ich war hinten," sagte er. "Der Kerl hat einen Blutsturz bekommen." Ein anderer fragte: "Na, was hast du angeordnet? Bist doch Mediziner!" "Nichts!" erwiderte der. "Es waren schon zwei Ärzte da." Einen Augenblick schwiegen sie. Da machte der lange Ballus seinen behäbigen alten Witz: "Daraus kann man wiederum ersehn, daß man nicht zu viel hampeln soll." Frank Braun rief: "Trinkt doch - was kümmert euch der Clown! Er hat seine Pflicht erfüllt in dem Leben da: hat mir Spaß gemacht dreiviertel Stunden lang!" So lachte er, das war seine wilde Geste. Und doch: Lüge wars! - Er hatte bebend dagesessen all die Zeit über, zitternd, ächzend, sich windend in den Schmerzen des springenden Männchens. Hatte gelitten, ah, all diese Qualen - Aber hochmütig die Maske, wüst und frech –“

 

 

 1268376-0f1a355298556c1a333e3ad84f6d560b.jpg

Hanns Heinz Ewers (3 november 1871 – 12 juni 1943)

 

 

 

 

De Amerikaanse dichter, journalist en jurist William Cullen Bryant werd geboren op 3 november 1794 in Cummington, Massachusetts. Zie ook mijn blog van 3 november 2010 en eveneens alle tags voor William Cullen Bryant op dit blog.

 

 

A Hymn of The Sea

 

The sea is mighty, but a mightier sways
His restless billows. Thou, whose hands have scooped
His boundless gulfs and built his shore, thy breath,
That moved in the beginning o'er his face,
Moves o'er it evermore. The obedient waves
To its strong motion roll, and rise and fall.
Still from that realm of rain thy cloud goes up,
As at the first, to water the great earth,
And keep her valleys green. A hundred realms
Watch its broad shadow warping on the wind,
And in the dropping shower, with gladness hear
Thy promise of the harvest. I look forth
Over the boundless blue, where joyously
The bright crests of innumerable waves
Glance to the sun at once, as when the hands
Of a great multitude are upward flung
In acclamation. I behold the ships
Gliding from cape to cape, from isle to isle,
Or stemming toward far lands, or hastening home
From the old world. It is thy friendly breeze
That bears them, with the riches of the land,
And treasure of dear lives, till, in the port,
The shouting seaman climbs and furls the sail.

But who shall bide thy tempest, who shall face
The blast that wakes the fury of the sea?
Oh God! thy justice makes the world turn pale,
When on the armed fleet, that royally
Bears down the surges, carrying war, to smite
Some city, or invade some thoughtless realm,
Descends the fierce tornado. The vast hulks
Are whirled like chaff upon the waves; the sails
Fly, rent like webs of gossamer; the masts
Are snapped asunder; downward from the decks,
Downward are slung, into the fathomless gulf,
Their cruel engines; and their hosts, arrayed
In trappings of the battle-field, are whelmed
By whirlpools, or dashed dead upon the rocks.
Then stand the nations still with awe, and pause,
A moment, from the bloody work of war.

These restless surges eat away the shores
Of earth's old continents; the fertile plain
Welters in shallows, headlands crumble down,
And the tide drifts the sea-sand in the streets
Of the drowned city. Thou, meanwhile, afar
In the green chambers of the middle sea,
Where broadest spread the waters and the line
Sinks deepest, while no eye beholds thy work,
Creator! thou dost teach the coral worm
To lay his mighty reefs. From age to age,
He builds beneath the waters, till, at last,
His bulwarks overtop the brine, and check
The long wave rolling from the southern pole
To break upon Japan. Thou bid'st the fires,
That smoulder under ocean, heave on high
The new-made mountains, and uplift their peaks,
A place of refuge for the storm-driven bird.
The birds and wafting billows plant the rifts
With herb and tree; sweet fountains gush; sweet airs
Ripple the living lakes that, fringed with flowers,
Are gathered in the hollows. Thou dost look
On thy creation and pronounce it good.
Its valleys, glorious with their summer green,
Praise thee in silent beauty, and its woods,
Swept by the murmuring winds of ocean, join
The murmuring shores in a perpetual hymn.

 

 

1268376-3b0fcf63df856cb3227bcec619fe0a23.jpg 

William Cullen Bryant (3 november 1794 – 12 juni 1878)

Geschreven door Romenu om 19:06 Reageer op dit bericht

Allerzielen, Frances Bellerby, Désanne van Brederode, E. du Perron, Kees van den Heuvel, Odysseas Elytis

Bij Allerzielen



1267679-c0ab9caec3c4782602f39db51ef8cb5f.jpg
All Souls' Day door Jakub Schikaneder, 1888



All Souls' Day

Let's go our old way
by the stream, and kick the leaves
as we always did, to make
the rhythm of breaking waves.

This day draws no breath –
shows no colour anywhere
except for the leaves - in their death
brilliant as never before.

Yellow of Brimstone Butterfly,
brown of Oak Eggar Moth –
you'd say. And I'd be wondering why
a summer never seems lost

if two have been together
witnessing the variousness of light,
and the same two in lustreless November
enter the year's night…

The slow-worm stream - how still!
Above that spider's unguarded door,
look – dull pearls…Time's full,
brimming, can hold no more.

Next moment (we well know,
my darling, you and I)
what the small day cannot hold
must spill into eternity.

So perhaps we should move cat-soft
meanwhile, and leave everything unsaid,
until no shadow of risk can be left
of disturbing the scatheless dead.

Ah, but you were always leaf-light.
And you so seldom talk
as we go. But there at my side
through the bright leaves you walk.

And yet – touch my hand
that I may be quite without fear,
for it seems as if a mist descends,
and the leaves where you walk do not stir.



1267679-31e8c25997728b9a868d3404387f0ab3.jpg
Frances Bellerby (29 augustus 29 1899 – 1975)





De Nederlandse schrijfster
Désanne van Brederode werd op 2 november 1970 in Utrecht geboren. Zie ook alle tags voor Désanne van Brederode op dit blog.


Uit: Stille zaterdag


“Sara Mijland is dood. Geschept door een personenauto. De bestuurder overschreed de toegestane maximumsnelheid niet. Het betrof een oudere heer die zich altijd zo getrouw aan de verkeersregels hield dat hij zelf al een paar maal ternauwernood aan een ongeluk was ontkomen – maar dat begrepen krantenlezers en kijkers van het Journaal pas een paar dagen na Sara’s overlijden, toen een zoon en een zus van de geschokte dader namens hem hun verklaringen aan de pers aflegden, in het bijzijn van een woordvoerder van de politie, die nog eens bevestigde dat de heer G. nog nooit was beboet wegens wegmisbruik.

Sara Mijland overleed op zaterdagmiddag 3 april 2010, rond kwart over drie in de middag, midden op straat, op nog geen zeven meter afstand van het zebrapad waar ze geen gebruik van had gemaakt. Aanvankelijk werd aangenomen dat ze haast had. Haar echtgenoot betwijfelde dit. Sara had hun huis verlaten met de opmerking dat ze nog een boodschap moest doen, en hij had zich herinnerd dat ze eerder die dag, bij het inruimen van de ijskast, had gezegd dat ze het bestelde paasbrood nog bij de bakker moest ophalen; de winkel ging om vier uur dicht. ‘Toch is er geen brood bij haar gevonden,’ zei Johan Mijland, ‘en van het personeel heeft niemand haar gezien.’

Daarna had de camera een neutraler, kalmer beeld gezocht. In plaats van een net niet huilende man: een donkerblauw, met etnische motieven versierd, waarschijnlijk Marokkaans vaasje, op een lichtblauw geverfd dressoir. Er stonden al bijna uitgebloeide witte rozen in. Ze waren misschien nog door Sara zelf gekocht.”



1267679-e0b5afb1e1a44f72bd46cab453b1c3ac.jpg
Désanne van Brederode (Utrecht, 2 november 1970)





De Nederlandse dichter, schrijver en criticus Charles Edgar (
Eddy) du Perron werd geboren op 2 november 1899 in Jatinegara (West Java). Zie ook mijn blog van 2 november 2010 en eveneens alle tags voor E. du Perron op dit blog.


Uit: Het Land van Herkomst


« Met Wijdenes denk ik soms: ‘Waarom in godsnaam trakteer je mij op die faciele paradoxen, alsof ik je niet beter kende en alsof ik de bourgeois was die erdoor moet worden geteisterd?’ Door hem tegen te spreken op een koppig andere toon, door de boutadetoon te negéren, krijg ik hem dan meestal - al is het na enig herstemmen - op de toonhoogte van zijn geschreven woord. Het zou inderdaad jammer zijn als ik moest erkennen dat zijn brieven een levender aanwezigheid vertegenwoordigden dan hij zelf.

- Je snapt toch wel, zegt hij, dat ik de zwakke kanten van Nietzsche ook door heb. Zijn Eeuwige Terugkeer mag dan diep zijn, tenslotte beschouw ik het als kul, als teosofie. Zijn Uebermensch is misschien zijn allerzwakste kant, omdat hij hier een mythe heeft gekreëerd met het gezicht van iemand die een recept geeft; resultaat: der schöne Adolf, Uebermensch voor iedere ongelikte lummel die er nooit aan getwijfeld heeft dat in hemzelf dit wonderwezen stak. Vertel Jan Rap dat de zin van het leven losbarsten zal uit Janus Opperrap en je stuurt hem naar huis met het gevoel dat hij het altijd wel gedacht heeft. Maar ik begrijp niet dat ze niet aan hun eigen woede tegen Nietzsche kunnen merken dat hij dàt nu juist niet gezegd heeft.

Heverlé heeft de gewoonte naar stopwoorden te zoeken bij de mensen; soms vindt hij bijna onmerkbare, bewerend dat die de belangrijkste zijn; hij houdt vol dat ieder mens ze heeft. Bij Wijdenes is het dan: ‘Ik begrijp niet’, aan het begin van een zin geplaatst, en tekenend inderdaad. Haastig uitgesproken, met een iets hoger geluid.

- Ze hebhen geen woede, vervolgt hij, omdat ze hem niet kennen; ze hebben Zarathustra als een opera aangehoord en aan het drama van zijn brieven komt dit hele ras eigenlik niet toe. Voor een volk is een groot man trouwens altijd alleen de grote akteur. Als er één ding is dat in hem anders niet te miskennen valt, dan is het dat hij zelf het type is van de eersterangsmens »

.

1267679-528b47945e7ce8a334ab5335770b2543.jpg
E. du Perron (2 november 1899 – 14 mei 1940)

Cover biografie





De Nederlandse dichter en vertaler
Kees van den Heuvel werd geboren op 2 november 1960 in Mill. Zie ook mijn blog van 2 november 2010 en eveneens alle tags voor Kees van den Heuvel op dit blog.



Bezwaarschrift

Geachte Heer, ik ben bepaald niet blij

Met wat als onrecht uitpakt naar mijn smaak

Omdat ik diep in de problemen raak

Dankzij Uw jongste ethische reveil


Ik die aan diefstal, af en toe een kraak

Verduistering en zakkenrollerij

En beun er soms met fraude nog wat bij

Niks groots, maar toch een leuke eenmanszaak


Dat zijn van nu af illegale dingen

Zo komt die Mozes mij vandaag vertellen

Vanwege nieuwe regels van de kerk


En daardoor zit ik eensklaps zonder werk

Gelieve mij dus schadeloos te stellen

Ik denk aan jaarlijks dertig zilverlingen




Liefdesnachten

Ik zie mijn Grote Liefde in mijn dromen

Hij leidt me door een kleurrijk sprookjesbos

En voert me van pagode naar moskee


We spelen lachend diefje met verlos

En duiken naar de bodem van de zee

Of rijden paard op gouden zomerstranden


We vliegen van New York naar Saint Tropez

We dolen uren door vergeten landen

En varen stoer op wilde waterstromen


Mijn slaap staat steeds weer bol van levenslust

Maar ’s ochtens ben ik altijd uitgeblust




1267679-f80061efb1708b34645e196dc1120739.jpg
Kees van den Heuvel (2 november 1960 – 11 januari 2010)





De Griekse dichter
Odysseas Elytis (pseudoniem voor Odysseas Alepoudhelis) werd op 2 november 1911 te Iraklion op Kreta geboren. Zie ook mijn blog van 2 november 2010 en eveneens alle tags voor Odysseas Elytis op dit blog.



The Sleep Of The Brave


They will smell of incense, and their faces are burnt by their crossing through the Great Dark Places.


There where they were suddenly flung by the Immovable


Face-down, on ground whose smallest anemone would suffice to turn the air of Hades bitter


(One arm outstretched, as though straining to be grasped by the future, the other arm under the desolate head, turned on its side,


As though to see for the last time, in the eyes of a disembowelled horse, the heap of smoking ruins)—


There time released them. One wing, the redder of the two, covered the world, while the other, delicate, already moved through space,


No wrinkle or pang of conscience, but at a great depth


The old immemorial blood that began painfully to etch, in the sky’s blackness,


A new sun, not yet ripe,


That couldn’t manage to dislodge the hoarfrost of lambs from live clover, but, before even casting a ray, could divine the oracles of Erebus...


And from the beginning, Valleys, Mountains, Trees, Rivers,


A creation made of vindicated feelings now shone, identical and reversed, there for them to cross now, with the Executioner inside them put to death,


Villagers of the limitless blue:


Neither twelve o’clock striking in the depths nor the voice of the pole falling from the heights retracted their footsteps.


They read the world greedily with eyes now open forever, there where they were suddenly flung by the Immovable,


Face-down, and where the voltures fell upon them violently to enjoy the clay of their guts and their blood.




Vertaald door Edmund Keeley en Philip Sherrard




1267679-d451b6a1badcdd9835b0946a99657a99.jpg
Odysseas Elytis (2 november 1911 – 18 maart 1996)




Zie voor de schrijvers van de 2e november ook
mijn blog van 2 november 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:40 Reageer op dit bericht

Allerheiligen, Gaston Burssens, Job Degenaar, Stefaan van Laere, Rudy Kousbroek

Bij Allerheiligen

 

 

 1267065-e004da25e52de2304524ec88402778bd.jpg

Allerheiligen, Frau Angelico, 15e eeuw, National Gallery, Londen

 

 


Allerheiligen

 

De rosse blaren van de najaarsbomen

beleggen ’t macadam met gouden zomen.

Er dwaalt een blijde stemming in de stad

van wemelende mensen, weeldezat.

De zon met gouden draden, fijn als rag

spint haar kleed voor allerheiligendag.

Ach kind er hangt

een waas van weemoed over!

zie jij ’t dan niet?

De glans van zon en lover

is niet zo helder als je meisjeslach;

‘t is immers morgen allerzielendag!

Voel jij niet dat in elke vreugde trilt

het leed om ‘t niet bezit van wat je wilt?

Het leed om ’t niet-bezit van je verlangen,

Zo dat de zon half

in de mist blijft hangen.

 

 

 1267065-c8cd11ffce9f799733a4e074c852860c.jpg

Gaston Burssens (18 februari 1896 – 29 januari 1965)

 

 

 

 

De Nederlandse dichter Job Degenaar werd geboren in Dubbeldam op 1 november 1952.Zie ook alle tags voor Job Degenaar op dit blog.

 

 

De vrouw die in mij woont


De vrouw die in mij woont
kijkt uit het raam van een stil huis
en laaft zich aan de fado
de weemoed van de cello
het vuur van de gitaar
de waaierende zang


minstens één vergeefse liefde
kent ze, een val die haar deed
wankelen en misschien
een vijand in haar vlees

mooier is ze dan haar leven
zachter haar strelen dan haar handen
dieper haar kussen dan haar mond

De vrouw die in mij woont
werd onvermijdelijk poëzie

 

 

 

Wat avond met een haven doet

 

Gewichtloos glinsterwater

de havenlichten wiegen

vissersboten liggen

in blauw verankerd

 

Een man, roerloze reiger

zit in brons gegoten

in z’n hand een schepnet

waaruit geolied daglicht lekt

 

hij verroert, slaat toe

een plons, maar niets

dan zijn silhouet met net

en het fronsen van de rivier

 

Zo leeg is het nu geworden

dat iemand sterren strooit

en het intiem rumoer me wenkt

dat uit verre bars bij vlagen aanwaait

 

 

 

 1267065-6edf3e243524f0fd3d489b8d11ac9e56.jpg

Job Degenaar (Dubbeldam, 1 november 1952)

 

 

 

 

De Belgische dichter en schrijver Stefaan van Laere werd geboren op 1 november 1963 in Wetteren. Zie ook mijn blog van 1 november 2010 en eveneens alle tags voor Stefaan van Laere op dit blog.

 

 

Terug thuis

 

Puur als een broze tango zonder muziek in de ochtendsneeuw,

zo kon ik in de klaarte van je groene ogen verhalen lezen.

Verhalen die ik mee had geschreven, je co-auteur.

Soms een dartele liefdesgod, soms nu al een ouwe zeur.

Hoe roze toch die karteling van haar plooien

het vuur van de tatoeage op haar lies glimt je toe

je bent nu voor eeuwig deelgenoot van haar geheim

en wil niets meer dan in haar schoot gaan rusten.

en met dit gedicht heb je, inderdaad, de kloof gedicht

plots draagt ze enkel nog haar lach.

Kom nader nu, krolt ze. Sust ze. Kust ze.

Echt waar. Miauw. Het mag.

 

 

 

 

Fata morgana

 

Streelzuchtig, vaak te luchtig

met de weeë smaak van zurige zomers

en het gemaaide hooi op de oppers,

een machtig staketsel.

Voor hun lusten geen beletsel.

Verhuld door zwierige bruidsluiers

zingt ze voor hem, Grace Jones à la Piazzolla

Hij denkt ongeduldig al aan de kruiers

en ziet zich pronken in La Boca.

Na het dansen genietend van het panorama.

Ze weten nu nog niet dat ze nooit

een echte twee-eenheid zullen zijn.

Geen nood, dat ontdekken ze wel

op elkaar aangewezen in de milonga.

Hun huwelijk verdort tot een fata morgana.

 

 

 

 1267065-2e7a01d1e372cefcbd878a2e5f97e845.jpg

Stefaan van Laere (Wetteren, 1 november 1963)

 

 

 

 

De Nederlandse dichter, schrijver en essayist Rudy Kousbroek werd op 1 november 1929 in Pematang Siantar in Indonesië geboren. Zie ook mijn blog van 1 november 2010 en eveneens alle tags voor Rudy Kousbroek op dit blog.

 

Uit: Tempat Soetji of de Geheime Tuin

 

„Alles was min of meer zoals in de beschrijving: de omlijsting van donkere bomen, het uitzicht op iets in het licht; wat de aandacht trok was alleen niet het huis - dat was een overgroeide ruïne - maar iets heel anders: een grote stenen vijver, een badplaats, een zwembad. En toch was het 't zelfde, een ‘tempat soetji’, een heilige plek. Iedereen stond doodstil, je hoorde alleen de vogels. Aan één kant, aan de donkere kant, was een stenen trap, groen van algen en mos, maar het water was zwart en helder, je zag er de wolken in voorbijdrijven; er groeiden lotussen in en soms zag je iets bewegen, een vis. - Hoe komen die daar, mandoer? Door de lucht, gebracht door de vogels, sinjo.

Een huis, een vijver, een zwembad - iedereen die uit Indië komt heeft wel een herinnering aan zo'n magische plek, een geheime tuin, soms letterlijk, zoals in deze passage van Maria Dermoût uit het verhaal ‘De kwade slang’ in De sirenen (1963): ‘Op de suikerplantage diep in het binnenland van Java stond nog altijd het oude huis in de oude tuin, “het grote huis” zoals het genoemd werd. Iedere familie die er woonde, de een na de nader, had aan het huis laten verbouwen, of bijbouwen. Ook de tuin was veranderd: een gemetselde vijver voor lotusbloemen was erbij gekomen, een orchideenhuisje, een logeerpaviljoen, de paden waren verlegd tussen bloemperken en bloeiende struiken. Er was op het laatst niet veel over van het oude, behalve sommige bomen, de twee waringins links en rechts van het huis, de oprijlaan van de kenaribomen. En dan nog een grote stenen tuinvaas op een voetstuk, in het midden van de moestuin op de plaats van de vroegere rozentuin. Maar links van het huis, achter de hertenkamp, in het stuk van de tuin dat glooiend naar de rivier toeliep, was niets veranderd. De tuin was daar niet meer aangelegd met grasvelden en paden en perken, er stonden alleen kokospalmen in rijen naast elkaar, als in een boomgaard. En in plaats van de tuinmuur was er een meer dan manshoge doornen bamboehaag.“

 

 

 1267065-e73f284dfadeb55b8f31246955db2a14.jpg

Rudy Kousbroek (1 november 1929 - 4 april 2010)


 

Zie voor nog meer schrijvers van de 1e november ook mijn blog van 1 november 2011 deel 1 en eveneens  deel 2.
Geschreven door Romenu om 17:56 Reageer op dit bericht

Joseph Boyden, Bruce Bawer, John Keats, Nick Stone

De Canadese schrijver Joseph Boyden werd geboren op 31 oktober 1966 in Willowdale, Ontario. Zie ook mijn blog van 31 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Joseph Boyden op dit blog.

 

Uit: Three Day Road

 

“I went alone.

I watch the beast pull up and give one last great sigh, as if it is very tired from the long journey, smoke pouring from its sides. People wave from the windows and people on the ground wave back, just as I have watched them do for days. Then men and women and children who have arrived start stepping down into the arms of others. I see a few soldiers and search among them for Elijah's face with his sly grin. The crowd begins to thin, and once again I do not see an Indian soldier with one leg.

I am turning to leave when I see through one of the windows the silhouette of a man inside. He walks slowly along the aisle, on crutches, in a uniform, a small bag slung over his shoulder. I step away from the shadow of the wall.

He wears a hat, just like the wemistikoshiw do, but this one is of their army and I cannot see his face for his looking down as he slowly makes his way down the steps on his crutches. He is an old man, I think. So skinny. This cannot be the Elijah I know. One leg of his pants is pinned up and hangs down a little way, empty.

When he is off the steps I begin to back away, thinking it is not him. He looks up and I see his face, thin and pale, high cheekbones, and ears sticking out from beneath his hat. I stumble a little, the blood rushing away from my head. The ghost of my nephew Xavier looks at me.

He sees me at the same moment, and I watch as his eyes take a long time to register what they see, but when they do he begins to rock back and forth on his crutches. He falls to the ground. I rush up to him, kneel beside him, grab his warm hands. He is no ghost. I hold him to me. His heart beats weakly. I am struck suddenly that he is very ill.

"Nephew," I whisper. "You are home. You are home."

I hug him, and when he opens his eyes, I look into them. They are glassy. Even in the shadows of the station his pupils are pinpricks.

"I was told you were dead, Auntie," he whispers.

"And I was told you were, too," I say.

We sit on the ground for a while, both of us too weak for the moment to get up. We are crying, looking at one another. A small group of wemistikoshiw gathers and stares at us. I help Nephew up so that we can get away, get to the river where he can drink water and I can better protect him.

We do not stay in the town long. It makes me too nervous. Automobiles, they are everywhere. We must cross the dusty road that they travel upon before we can get to the river where I keep my canoe. Nephew walks slowly on his crutches, his eyes cast down. People stare at us, at him.”

 

 

 1266406-0b88455ad5d288e617c2f11473759ca5.jpg

Joseph Boyden (Willowdale, 31 oktober 1966)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse dichter, schrijver en literatuurcriticus Bruce Bawer werd geboren op 31 oktober 1956 in New York. Zie ook mijn blog van 31 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Bruce Bawer op dit blog.

 

Uit: The New Quislings: How the International Left Used the Oslo Massacre to Silence Debate About Islam.

 

“It did not take long for Norway’s New Quislings to rally around a new label for their enemies: “Eurabia writers,” “Eurabia conspiracists,” “Eurabia propagandists,” or some variation thereupon. One of the first to employ this label was Sindre Bangstad, a social anthropologist at the University of Oslo, who in the Danish newspaper Politiken used Breivik’s atrocities as a club with which to beat a wide range of adversaries. He went, for example, after Walid al-Kubaisi, an Iraqi Norwegian writer whose website is called Opplyste Muslimer (Enlightened Muslims). Walid is one of the bravest people in Norway and one of its most fervent defenders of individual liberty—yet Bangstad smeared him as a “Eurabia literature propagandist” and mocked him for having assumed, in the first moments after the explosions in Oslo, that they were the work of Islamic terrorists.

What is “Eurabia”? The word refers to the book of that title by the scholar Bat Ye’or, who describes how various obscure European commissions, committees, and such have smoothed the way for the Islamization of Europe. Since July 22, the book Eurabia has repeatedly been characterized in the Norwegian media as pure fantasy; on the contrary, it is a sober work of solid documentation, and anyone who wishes to try to refute it should do so by resorting to facts, not by smearing it as baseless propaganda. Ye’or has studied a small library of obscure agreements produced by diplomat meetings, conferences, conventions, and the like over recent decades, and has found what she considers an unsettling pattern of “informal alliances” between European officials and their Mediterranean Arab counterparts that take place under the umbrella of something called the Euro-Arab Dialogue, which dates back to 1974. Bat Ye’or considers these alliances to be characterized by a European deference toward Muslim values, sensibilities, and sensitivities, a pattern she likens to the historical subordination of non-Muslims in Islamic countries.”

 

 

 1266406-5ea61057245c41a8dc93185c07ca526c.jpg

Bruce Bawer (New York, 31 oktober 1956)

 

 

 

 

 

De Engelse dichter John Keats werd geboren op 31 oktober 1795 in Finsbury Pavement in London. Zie ook mijn blog van 31 oktober 2010 en eveneens alle tags voor John Keats op dit blog.

 

 

Asleep! O Sleep A Little While, White Pearl!

 

Asleep! O sleep a little while, white pearl!
And let me kneel, and let me pray to thee,
And let me call Heaven’s blessing on thine eyes,
And let me breathe into the happy air,
That doth enfold and touch thee all about,
Vows of my slavery, my giving up,
My sudden adoration, my great love!

 

 

 

On A Dream

 

As Hermes once took to his feathers light
When lulled Argus, baffled, swoon'd and slept,
So on a Delphic reed my idle spright
So play'd, so charm'd, so conquer'd, so bereft
The dragon-world of all its hundred eyes,
And, seeing it asleep, so fled away:
Not to pure Ida with its snow-cold skies,
Nor unto Tempe where Jove griev'd a day;
But to that second circle of sad hell,
Where 'mid the gust, the whirlwind, and the flaw
Of rain and hail-stones, lovers need not tell
Their sorrows. Pale were the sweet lips I saw,
Pale were the lips I kiss'd, and fair the form
I floated with, about that melancholy storm.

 

 

 

Sonnet To Byron

 

Byron! how sweetly sad thy melody!

Attuning still the soul to tenderness,

As if soft Pity, with unusual stress,

Had touch'd her plaintive lute, and thou, being by,

Hadst caught the tones, nor suffer'd them to die.

O'ershadowing sorrow doth not make thee less

Delightful: thou thy griefs dost dress

With a bright halo, shining beamily,

As when a cloud the golden moon doth veil,

Its sides are ting'd with a resplendent glow,

Through the dark robe oft amber rays prevail,

And like fair veins in sable marble flow;

Still warble, dying swan! still tell the tale,

The enchanting tale, the tale of pleasing woe.

 

 

 

1266406-1d7f37514660c8102cde87c15300bc1c.jpg 

John Keats (31 oktober 1795 – 23 februari 1821)

Ben Whishaw als John Keats in de film Bright Star uit 2009



 

 
De Engelse schrijver Nick Stone werd geboren op 31 oktober 1966 in Cambridge. Zie ook mijn blog van 31 oktober 2009 en ook mijn blog van 31 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Nick Stone op dit blog.

 

Uit: Mr. Clarinet

“Honesty and straightforwardness weren't always the best options, but Max chose them over bullshit as often as he could. It helped him sleep at night.

"I can't," he told Carver.

"Can't or won't?"

"I won't because I can't. I can't do it. You're asking me to look for a kid who went missing two years ago, in a country that went back to the Stone Age about the same time."

Carver managed a smile so faint it barely registered on his lips yet let Max know he was being considered unsophisticated. It also told Max what kind of rich he was dealing with. Not rich, riche—old money, the worst; connections plugged in at every socket, all the lights on, everybody home—multistory bank vaults, fuck-off stockholdings, high-interest offshore accounts; first-name terms with everybody who's anybody in every walk of life, power to crush you to oblivion. These were people you never said no to, people you never failed.

"You've succeeded at far tougher assignments. You've performed—miracles," Carver said.

"I never raised the dead, Mr. Carver. I only dug 'em up."

"I'm ready for the worst."

"Not if you're talking to me," Max said. He regretted his bluntness. Prison had reformed his erstwhile tact and replaced it with coarseness. "In a way you're right. I've looked for ghosts in hellholes in my time, but they were American hellholes and there was always a bus out. I don't know your country. I've never been there and—no disrespect meant—I've never wanted to go there. Hell, they don't even speak English."

Then Carver told him about the money.”

 

 

 1266406-814e914aaea2b514eeac20e31f04cba7.jpg

Nick Stone (Cambridge, 31 oktober 1966)

 

 


Zie voor nog meer schrijvers van de 31e oktober ook mijn blog van 31 oktober 2011 deel 2.

Geschreven door Romenu om 17:33 Reageer op dit bericht

Jan Van Loy, Fjodor Dostojevski, Friedhelm Rathjen, Ezra Pound, Paul Valéry

De Vlaamse schrijver Jan Van Loy werd op 30 oktober 1964 geboren te Herentals, in de Antwerpse Kempen. Zie ook alle tags voor Jan Van Loy op dit blog.

 

Uit: Hollywood

 

„Anderhalve meter. Vier voet en elf duim om precies te zijn. Zo groot was de zeventienjarige Louie Peters in de eerste dagen van 1909. Hij hoopte, na twee jaar stilstand, nog altijd op een groeispurt.
‘Dag jochie,’ zei de magere man die Louie en zijn broer Charlie begroette toen ze in Los Angeles uit het Santa Fe-station kwamen.
Kabouter, keutel, onderkruipsel: roepnamen die Louie dikwijls had gehoord, maar ‘jochie’ vond hij de ergste.
‘De naam is Peters,’ zei hij. ‘Louie Peters.’
‘Mooney,’ zei de man. Net als Charlie was hij een kop en een hals groter dan Louie, die zich ‘de bediende’ die hen zou komen afhalen had voorgesteld als een hark in een apenpak. Mooney droeg een flaphoed en leunde in hemdsmouwen tegen een open auto met twee banken.
‘Dat alles?’ vroeg hij, met zijn kin wijzend naar het kartonnen koffertje onder Charlies arm.
Het was voldoende voor twee bannelingen die bijna heel hun garderobe aan hun lijf droegen. Louies grijze pak was goed voor alle seizoenen. Zijn bolhoed had hij vlak voor het vertrek bij een handkar gekocht. Hij leek er een beetje groter door, en met een pet kwam je nergens.
De hoogste panden in de omtrek hadden maar vier verdiepingen. Charlie keek om zich heen. ‘Is dit een buitenwijk?’
‘Sorry dat het niet op New York lijkt…’ zei Mooney.
Toch wel een beetje, vond Louie, want de exotische vormen van het stationsgebouw deden hem denken aan Coney Island. Hij ging in de auto naast zijn broer op de hoge achterbank zitten.

Mooney zwengelde de auto op gang, stapte in, nam zijn hoed af en gespte een stofbril om. De start verliep zonder horten of hobbelen. Het was niet de eerste keer dat Louie in een auto reed, maar dit was geen wankele motorkoets waarin men voortdurend een houvast moest zoeken. Opeens was hij vol verwachting over het huis.”

 

 

 1265912-d4302f10119d105bdf2b677946b5ef30.jpg

Jan Van Loy (Herentals, 30 oktober 1964)

 

 

 

 

De Russische schrijver Fjodor Michajlovitsj Dostojevski werd geboren ergens tussen 30 oktober en 11 november 1821 in Sint Petersburg. Zie ook mijn blog van 30 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Fjodor Dostojevski op dit blog.

 

Uit: De Gebroeders Karamazow

 

"ZELFS dit moet een inleiding hebben – ik bedoel een literaire inleiding,” lachte Iwan, “en daar ben ik niet zo goed in. Weet je, het speelt in de zestiende eeuw en toen – dat heb je waarschijnlijk op school geleerd – was het in de dichtkunst gebruikelijk om hemelse krachten naar de aarde te halen. Ik ga het nu niet over Dante hebben, maar in Frankrijk gaven ambtenaren en de monniken in hun kloosters regelmatig voorstellingen waarin de Madonna, heiligen, engelen, Christus en God zelf optraden. Dat was toen heel gewoon. In zijn Notre Dame de Paris laat Victor Hugo in het Hotel de Ville, tijdens de regering van Lodewijk XI, ter ere van de geboorte van de dauphin, gratis een stichtelijke voorstelling voor het volk geven. Het heette Le bon jugement de la tres sainte et gracieuse Vierge Marie, en zij verschijnt daarin zelf op het podium en spreekt haar bon jugement uit. Vóór Peter de Grote werden in Moskou af en toe ook zo’n voorstellingen, meestal ontleend aan Het Oude Testament, gegeven. Maar behalve toneelstukken deden ook allerlei legenden en balladen de ronde, waar zonodig heiligen, engelen en de hele hemelse heerschaar aan deelnamen. In onze kloosters waren de monniken druk bezig met vertalen, kopiëren en zelfs met het vervaardigen van gedichten, zelfs in de tijd van de Tataren. Een van die gedichten (natuurlijk aan de Grieken ontleend) is bijvoorbeeld De Omzwervingen van Onze Lieve Vrouw door de Hel, minstens even gedurfd beschreven als bij Dante. Daarin bezoekt Onze Lieve Vrouw de hel en de aartsengel Michael geeft haar een rondleiding langs de folterplaatsen. Ze ziet de zondaars en hoe ze worden gestraft. Ze ziet ondermeer een opmerkelijke groep zondaars in een brandend meer; sommigen zinken naar de bodem van het meer, zodat ze niet meer boven kunnen komen. Dat zijn de “Godvergetenen” - een buitengewoon diepzinnige een veelbetekenende benaming. En kijk, Onze Lieve Vrouw valt, geschokt en wenend neer voor de troon van God en smeekt om genade voor alle mensen in de hel – voor ieder die ze daar heeft gezien, zonder onderscheid.”

 

 

 1265912-5d3d98fa955ed40143e0d2b0a2afc6e7.jpg

Fjodor Dostojevski (30 oktober 1821 - 9 februari 1881)

Monument in Omsk      

 

 

 

 

De Duitse schrijver, vertaler en literauurwetenschapper Friedhelm Rathjen werd geboren op 30 oktober 1958 in Westerholz. Zie ook mijn blog van 30 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Friedhelm Rathjen op dit blog.

 

Uit: Quadratur des Kreises: wie Finnegans Wake übersetzen?

 

“Manche Leute bevorzugen es, die am wenigsten offensichtliche Sinnschicht des Textes herauszugreifen und diese Schicht in hochstilisierter Manier zu reproduzieren; dies ist Arno Schmidts Methode. Manche Leute greifen die offensichtlichste Sinnschicht des Textes heraus, übersetzen nur diese Schicht und schütten völlig neue und unangemessene koprophile Kalauer über diese Textschicht; dies ist Dieter Stündels Methode. Manche Leute lösen alle Informationsschichten voneinander, übersetzen die einzelnen Partikel und stellen die so erhaltenen Einzelbausteine hintereinander, statt alles wieder zu amalgamieren; dies ist eine Methode, die zu einem unterschiedlichen Grade mehr oder weniger von jedem Übersetzer angewandt wird (manchmal sogar von mir, wie ich zugeben muß), doch genaugenommen ist auch diese Methode einer der vielen Wege, auf denen man Finnegans Wake zerstört, während man so tut, als übersetze man es: das Besondere am Wake ist ja eigentlich nicht, daß in diesem Buch so unheimlich viele Dinge gesagt werden, sondern das Besondere ist, daß diese vielen Dinge immer gleichzeitig gesagt werden.”

 

 

 1265912-fb4dce2ec833a58654071815cbe8fdb9.jpg

Friedhelm Rathjen (Westerholz, 30 oktober 1958)

De pub Finnegans Wake in Hamburg

 

 

 

De Amerikaanse dichter Ezra Pound werd geboren in Hailey, Idaho op 30 oktober 1885. Zie ook mijn blog van 30 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Ezra Pound op dit blog.

 

 

Addendum voor C

 

De woeker is het Kwaad, neschek
de slang
neschek, wie kent hem niet, de verderver
van het ras en alles daarachter
de verderver
Dit is het hart van het kwaad, het niet aflatende vuur van de hel.
De alles verdervende woekering, Fafnir de draak
Syfilis van de staat, van al de koningrijken.
Gezwel van het publiek goed
Verwekker van knobbels, hij die alles aantast
Duistere verderver
Verdorven tweelingbroer van de begeerte,
Zevenkoppige slang, Hydra, alles doordringend
De poorten van de tempel ontwijdend, het ovale bosje van Paphos bevuilend
neschek, het kruipende kwaad
kwijlend, alles aantastend
De bederver van de wel
van alle bronnen, neschek
De slang, het kwaad gericht tegen de groie van de Natuur
Tegen de schoonheid
Duizend zijn gestorven in zijn kronkels
in de korf van palingvisser
zuiver licht, wij smeken u
Kristal, wij smeken u.

 

 

 

Before Sleep

 

The lateral vibrations caress me,
They leap and caress me,
They work pathetically in my favour,
They seek my financial good.

She of the spear stands present.
The gods of the underworld attend me, O Annubis,
These are they of thy company.
With a pathetic solicitude they attend me;
Undulant,
Their realm is the lateral courses.


Light!
I am up to follow thee, Pallas.
Up and out of their caresses.
You were gone up as a rocket,
Bending your passages from right to left and from left to right
In the flat projection of a spiral.
The gods of drugged sleep attend me,
Wishing me well;
I am up to follow thee, Pallas.

 

 

 

Ts'ai Chi'h

 

The petals fall in the fountain,
the orange-coloured rose-leaves,
Their ochre clings to the stone.

 

 

 1265912-f6d9c00020f7d04cace65628711d3ac9.jpg

Ezra Pound (30 oktober 1885 - 1 november 1972)

 

 

 

 

De Franse dichter en schrijver Paul Valéry werd geboren op 30 oktober 1871 in Sète Zie ook mijn blog van 30 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Paul Valéry op dit blog.

 

 

César

 

César, calme César, le pied sur toute chose,
Les poings durs dans la barbe, et l’oeil sombre peuplé
D’aigles et des combats du couchant contemplé,
Ton coeur s’enfle, et se sent toute-puissante Cause.

 

Le lac en vain palpite et lèche son lit rose;
En vain d’or précieux brille le jeune blé;
Tu durcis dans les noeuds de ton corps rassemblé
L’ordre, qui doit enfin fendre ta bouche close.

 

L’ample monde, au delà de l’immense horizon,
L’Empire attend l’éclair, le décret, le tison
Qui changeront le soir en furieuse aurore.

 

Heureux là-bas sur l’onde, et bercé du hasard,
Un pêcheur indolent qui flotte et chante, ignore
Quelle foudre s’amasse au centre de César.

 

 

 

Vue

 

Si la plage planche, si
L’ombre sur l’oeil s’use et pleure
Si l’azur est larme, ainsi
Au sel des dents pure affleure

La vierge fumée ou l’air
Que berce en soi puis expire
Vers l’eau debout d’une mer
Assoupie en son empire

Celle qui sans les ouïr
Si la lèvre au vent remue
Se joue à évanouir
Mille mots vains où se mue

Sous l’humide éclair de dents
Le très doux feu du dedans.

 

 

 

 1265912-8bc68525d67b7c1818123e58cd7b95fc.jpg

Paul Valéry (30 oktober 1871 – 20 juli 1945)



Zie voor nog meer schrijvers van de 30e oktober ook
mijn blog van 30 oktober 2011 deel 2.

Geschreven door Romenu om 19:37 Reageer op dit bericht

AKO Literatuurprijs voor Peter Terrin

De AKO Literatuurprijs 2012 is toegekend aan  Peter Terrin voor zijn boek ‘Post Mortem’. Hij ontving de prijs uit handen van Jozias van Aartsen, voorzitter van de jury. Het was de 26e maal dat de AKO Literatuurprijs werd uitgereikt. De feestelijke uitreiking vond plaats in de Centrale Bibliotheek van Den Haag en de winnaar werd bekendgemaakt in een rechtstreekse uitzending van het actualiteitenprogramma Nieuwsuur. Zie ook alle tags voor Peter Terrin op dit blog.

 

Uit: Post Mortem

 

“Op het schort van Arlette, de overbuurvrouw, rankten getekende bloemen, die hij niet kon thuisbrengen. Hij had alle tijd om ernaar te kijken. Voluptueuze kelken met dramatische bloembladen en uit de kluiten gewassen meeldraden. Allicht een vrije impressie. Het schort hing aan een enkel plastic haakje, voor de rest was de enige muur in de serre witgeverfd en leeg. In zijn roman zou Arlette elke dag de bloemen dragen, ook als er bezoek was, of onder haar jas in de supermarkt.

Ze was nergens te bekennen, ze moest op de bovenverdieping met iets bezig zijn dat ze niet kon laten vallen. François had al twee keer haar naam geroepen in de trapgang, en zonder antwoord af te wachten, want zijn vrouw was thuis, dat wist hij zeker, de deur weer dichtgedaan en zich naar het bezoek in de serre gehaast. "Ze komt."

De man was voor in de zeventig en hoorde bij het straatbeeld zoals Lodewijk dat deed, de andere overbuur. Zodra het weer het toeliet, leefde hij buiten, in de omgeving van het huis. Zijn vrouw daarentegen verliet de woning, bij Steegmans weten, nooit. Anders dan Lodewijk was François geen bezielde tuinier. Hij leek er het geduld niet voor te hebben.

Hij tuinierde niet, hij wérkte in de tuin. Of anders was hij in de weer met een hamer of een boormachine, of besteeg hij de ladder nog eens en zwaaide hij balancerend in de dakgoot of schrijlings op de nok gezeten gedag. Wanneer er niets meer te klussen viel, ook niet bij de overbuurvrouw, een weduwe, vouwde hij de tuinstoel open voor de garage, die in de tuin stond, en ging met de ledematen wijd, de voeten bloot en de ogen devoot gesloten de zon aanbidden.

Zo kwam het dat hij vroeg in de lente in een groen Adidasbroekje uit de jaren zeventig en een paar teenslippers, gebronsd als een Spanjaard, in de beschaduwde serre zat, waar het volgens de digitale

kleefthermometer op het oude buitenraam van het huis 15,8 graden Celsius was, met een luchtvochtigheidsgraad van 78%. Waar Steegman ook keek, de verharde, maar vooral langwerpige tepels die bij elke beweging van François als lusteloze slurfjes aan zijn stoere borst bengelden, kreeg hij niet uit zijn hoofd. Hij hield zich klaar om Renée ogenblikkelijk af te leiden, voor ze iets in de gaten kreeg en vragen kon stellen.”

 

 

 1265568-107f6fe799be249f4368c30958a92ac0.jpg

Peter Terrin (Tielt, 3 oktober 1968)

Geschreven door Romenu om 09:06 Reageer op dit bericht

In Memoriam J. Bernlef


In Memoriam J. Bernlef

 

 

Vandaag is in zijn woonplaats Amsterdam, op 75-jarige leeftijd, de schrijver en dichter J. Bernlef (pseudoniem van Hendrik Jan Marsman) overleden. Kort geleden was bij hem een ongeneeslijke ziekte vastgesteld. J. Bernlef werd geboren op 14 januari 1937 in Sint Pancras. Zie ook alle tags voor J. Bernlef op dit blog.

 

 

In deze doolhof van letters

 

in deze doolhof van letters
zoek ik naar een gaatje
om u een stukje buitenlucht te tonen
of een kinderhandje dat hoepelt.
ik kan wel schrijven akst mik strlos
en bedoelen dat ik niet te spreken ben
maar men zal toch binnenkomen
ik moet verstaanbaar uw werkelijkheid
ontvreemden als een zakkenroller.

oh ik geniet als ik u wanhopig
naar het oude evenwicht zie grijpen
apodictisch conferencier is de dichter
een mol die 's nachts uw land openwroet
en 's morgens staat u veranderd en bevreemd
naar zijn nagelaten werk te staren

het is geen kunst
als stilstaand water diepe gronden te hebben
de dode speelgoedpop met de gebarsten kop te strelen
maar onder de oppervlakte stromend
steeds weer nieuwe huid te voelen
dit gevecht is eindeloos en zonder uitzicht
daarom verlaat de dichter zijn vers als een bedelaar.

 

 

 

 

 1265316-9a0fa479c96ae85691febd6637b8b1aa.jpg

J. Bernlef (14 januari 1937 – 29 oktober 2012)

Geschreven door Romenu om 19:56 Reageer op dit bericht

Harald Hartung, Matthias Zschokke, Mohsen Emadi

De Duitse schrijver, dichter en literatuurwetenschapper Harald Hartung werd geboren op 29 oktober 1932 in Heme. Zie ook mijn blog van 29 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Harald Hartung op dit blog.

 

Uit: Der Tag vor dem Abend

 

„Gestern abend auf dem Belvedere unter den Sternen

Vor einiger Zeit blätterte ich in Kafkas Tagebüchern, in denen ich lange nicht gelesen hatte, und stieß auf eine Stelle, von der ein eigentümlicher kleiner Glanz ausging. Sie ging mir nach, und als ich sie wieder lesen wollte, entzog sie sich meinem nervösen Suchen. Das steigerte meine Faszination, leider nicht meine Geduld. Die Frage nach Kafkas Sätzen brachte mich auf die Sache zurück. Nun las ich noch einmal von Anfang und kam an vielen wunderbaren Einträgen vorüber; gleich zu Anfang der Befund »Meine Ohrmuschel fühlte sich frisch, rauh, kühl, saftig an wie ein Blatt.« Dann der berühmte Satz, daß Schriftsteller Gestank reden; oder der nicht minder berühmte, wonach ein wahllos hingeschriebener Satz – bei ihm, Kafka – bereits vollkommen sei.

Ich eilte an all dem vorüber – im Vorschein des erinnerten Glanzes. Und natürlich fand ich die Stelle, fand sie auf halber Strecke, unter dem Datum des 13. August 1913: »Gestern abend auf dem Belvedere unter den Sternen.« Das war es also, und ich war fast ein bißchen enttäuscht. Das verheißungsvolle Halbvergessene schien mir plötzlich bloß ein simples Notat. Nun gut, dachte ich, aber dann hast du wenigstens etwas, das nicht nach Kafka klingt. Man sieht, meine Ungeduld war noch immer virulent. Doch etwas hielt mich fest. Etwas wie Treue zu meinem ersten Eindruck.

Ich hatte den Gestus der Stelle unterschätzt. Kafka scheint für diese knappe Notiz frei von aller quälenden und selbstquälerischen Reflexion. Frei für einen zeitlosen Moment, frei für eine Epiphanie, die er gar nicht weiter bezeichnet. Vielleicht weil sie ihm an einem vertrauten Ziel vieler Spaziergänge erscheint, in den Kronprinz-Rudolf- Anlagen, wie sie damals hießen. Das Belvedere, das vielen Prag-Besuchern vertraute Lustschloß auf dem Hradschin, gibt nur den Fixpunkt. Von ihm aus öffnet sich der Raum.

Ganz ohne Deutung, ohne kosmische Idee. Kafka kommt ohne Kants gestirnten Himmel aus. Er sieht sich in der einfachsten, größten Konstellation: »unter den Sternen«. Das kann jeder sagen, und doch ist es hier wie zum ersten Mal gesagt. Und versiegelt dem, der es ausdeuten möchte, die Lippen.

Aus dem Wintersemester 1957/58. Als der Landvermesser K. mit Frieda in der Bierpfütze lag, wollte mein Sofa brennen. Etwas glühende Asche vom gußeisernen Ofen hatte Flämmchen an meiner zerschlissenen Wolldecke aufzüngeln lassen. Ich sprang ins Nebengemach und griff nach der Waschschüssel, in der zum Glück noch Wasser war.”

 

 

 

1265293-b917e93d656ea646d9861f13c95747df.jpg 

Harald Hartung (Herne, 29 oktober 1932)

Herne, Schloss Strünkede

 

 

 

De Zwitserse dichter, schrijver en filmmaker Matthias Zschokke werd geboren op 29 oktober 1954 in Bern. Zie ook mijn blog van 29 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Matthias Zschokke op dit blog.

 

Uit: Auf Reisen

 

“Zum Schluß beschwor sie mich geradezu, unbedingt auch das Wittumspalais anschauen zu gehen, das sei das schönste und authentischste aller Wohnhäuser, da habe Anna Amalia gewohnt, die Herzoginmutter, deretwegen Weimar heute überhaupt Weimar sei ... Und so habe ich mir im Lauf der Tage alles angeschaut, was man gesehen haben muß, und kann bestätigen: Man muß es gesehen haben.

Essen? Auf der Suche danach spazierte ich abends durchs Städtchen. Die Beleuchtung ist fahl, die Gassen sind trüb und leer, die paar Gaststätten mit thüringischen Spezialitäten funzeln vor sich hin. Der gastronomische Trübsinn der deutschen siebziger Jahre senkte sich schwer auf mich.  Um nicht vor einem tiefgekühlten Kloß mit Rotkohl zu enden, zog ich mich schließlich ins berühmte Hotel „Elephant“ zurück, mit seinem dreihundert Jahre alten Gästebuch, in dem sich ein Haufen höchst zweifelhafter Namen im Licht einiger glanzvoller zu sonnen versucht. Zuerst ging ich in die „Liszt-Bar“, einen großen, ernsten Raum, halb Bauhaus, halb Art déco, sehr ansprechend, dann auf die Toilette, eine marmorne Fürstengruft, deren Strenge mich so begeisterte, daß ich entschied, zu bleiben und ins hoteleigene Restaurant „Anna Amalia“ zu gehen, einen prachtvoll renovierten Saal – alles in diesem herrischen Stil –, wo ich ziemlich einsam saß und fabelhaft aß.

Am folgenden Abend schlich ich wieder um die dubiosen Kloß-Kneipen („Zum alten Zausel“, „Zur Siechen-Tränke“), gelangte in die Hummelstraße – ja, auch Johann Nepomuk Hummel hat hier gelebt, ebenso wie Bach –, wo ein Italiener für solche kocht, die dem wilden Osten nicht recht trauen.  Es war bei ihm so sympathisch, daß ich mir daraufhin Hummelmusik besorgte, die nun, während ich das schreibe, gefällig vor sich hin summt und brummt. Mit Sicherheit hat sie Goethe, wenn sie im Sommer durch seine geöffneten Fenster drang, beim Verseschmieden nicht abgelenkt. Außer vielleicht das Septett Opus 74, ein merkwürdig verbocktes Ding, das die klassische Glätte sprengt.  Einmal übrigens wagte ich dann doch einen thüringischen Abend, in „Sommer’s“, einer Weinstube, deren Eröffnung Goethe durchaus noch erlebt haben könnte. Die Klöße und das Fleisch waren gut, das schwarze Bier vorzüglich, der weiße Lokalwein (Saale-Unstrut) ebenfalls – und immer wieder: lauter reizende Menschen.”

 

 

 1265293-b2c6c25c1f6b6eb20b02ac88126f8ffa.jpg

Matthias Zschokke (Bern, 29 oktober 1954)

 

 

 

 

De Iraanse dichter en vertaler Mohsen Emadi werd geboren op 29 oktober 1976 in Sari. Zie ook mijn blog van 29 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Mohsen Emadi op dit blog.

 

 

The Poem

 

1

Words are the burying ground of things.

The trot of a horse through these lines

is a sound I haven't heard since childhood.

Your laughter wilted in my teenage years.

I write

as if on pilgrimage to the city of the dead.

If time by chance slips backwards,

my father's murmurs will echo

in the ears of the text, the sound of a bullet

will disturb the sleep of these lines

and a wild-haired poem will pace

a room that's been decayed for years.

Words have been arranged along the faded lines of a house:

Here is a window,

behind the window a courtyard. No one knows

which nightmare awakens the poem. It sees

sometimes, at the window, the glance of a neighbor's bride,

sometimes the swing and the bicycle,

or the wall with its cheap paintings.

It looks at them

until they come alive

then, to the inhale and exhale of living things

goes back to sleep.

 

 
Vertaald door Shirindokht Nourmanesh, Dan Veach en Sholeh Wolpé

 

 1265293-f515ace7f30a8a85a264ba15c7344adf.jpg

Mohsen Emadi (Sari, 29 oktober 1976)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 29e oktober ook mijn blog van 29 oktober 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 19:04 Reageer op dit bericht

Evelyn Waugh, JMH Berckmans, Uwe Tellkamp

De Britse schrijver Evelyn Waugh werd geboren in Londen op 28 oktober 1903. Zie ook mijn blog van 28 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Evelyn Waugh op dit blog.

 

Uit: Brideshead Revisited

 

“Finally, just as he was going, he said, “One last point. Change your rooms.” They were large, with deeply recessed windows and painted, eighteenth-century panelling; I was lucky as a freshman to get them. “I’ve seen many a man ruined through having ground-floor rooms in the front quad,” said my cousin with deep gravity. “People start dropping in. They leave their gowns here and come and collect them before hall; you start giving them sherry. Before you know where you are, you’ve opened a free bar for all the undesirables of the college.”

I do not know that I ever, consciously, followed any of this advice. I certainly never changed my rooms; there were gillyflowers growing below the windows which on summer evenings filled them with fragrance.

 

 

 1264730-c93e72922620c1948452eddc796fb784.jpg

Anthony Andrews en Jeremy Irons als Sebastian en Charles

In de tv-serie Brideshead Revisited uit 1981

 

 

It is easy, retrospectively, to endow one’s youth with a false precocity or a false innocence; to tamper with the dates marking one’s stature on the edge of the door. I should like to think—indeed I sometimes do think—that I decorated those rooms with Morris stuffs and Arundel prints and that my shelves were filled with seventeenth-century folios and French novels of the second empire in Russia-leather and watered-silk. But this was not the truth. On my first afternoon I proudly hung a reproduction of Van Gogh’s “Sunflowers” over the fire and set up a screen, painted by Roger Fry with a Provencal landscape, which I had bought inexpensively when the Omega workshops were sold up. I displayed also a poster by McKnight Kauffer and Rhyme Sheets from the Poetry Bookshop, and, most painful to recall, a porcelain figure of Polly Peachum which stood between black tapers on the chimney-piece. My books were meagre and commonplace—Roger Fry’s Vision and Design; the Medici Press edition of A Shropshire Lad; Eminent Victorians; some volumes of Georgian Poetry; Sinister Street; and South Wind—and my earliest friends fitted well into this background; they were Collins, a Wykehamist, an embryo don, a man of solid reading and childlike humour, and a small circle of college intellectuals, who maintained a middle course of culture between the flamboyant “aesthetes” and the proletarian scholars who scrambled fiercely for facts in the lodging houses of the Iffley Road and Wellington Square. It was by this circle that I found myself adopted during my first term; they provided the kind of company I had enjoyed in the sixth form at school, for which the sixth form had prepared me; but even in the earliest days, when the whole business of living at Oxford, with rooms of my own and my own cheque book, was a source of excitement, I felt at heart that this was not all that Oxford had to offer.

At Sebastian’s approach these grey figures seemed quietly to fade into the landscape and vanish, like highland sheep in the misty heathen Collins had exposed the fallacy of modern aesthetics to me: “...

 

 

 1264730-04ce82eed5ae3d34dc307ea9a4e14f75.jpg

Evelyn Waugh (28 oktober 1903 – 10 april 1966)

 

 

 

 


De Vlaamse schrijver
JMH Berckmans (Jean-Marie Henri) werd geboren in Leopoldsburg op 28 oktober 1953. Zie ook mijn blog van 28 oktober 2010 en eveneens alle tags voor JMH Berckmans op dit blog.

 

Uit: Requiem voor een gaskamerman

 

“Half vier in de nacht en hij is niet helemaal in orde.

Buiten regent het en binnen is het niet veel beter. Het is koud in de gaskamer.

Op de achtergrond eerst Barbara.

Attendez que ma joie revienne.

Et que se meure le souvenir.

Daarna Cindy Talk. De verpletterende oerschreeuw van Gordon Sharp. Vreemde smaak heeft die kerel die de nachtradio van Radio Rotzooi samenstelt.

Daarnet hefte hij z'n reet op om een schuiver van een scheet te laten en er kwam een scheut stront z'n onderbroek mee binnengescheurd en hij is te vadsig om op te staan z'n reet te wassen een schone onderbroek aan te trekken of doodgewoon als hij eenmaal z'n reet gewassen heeft in bed te kruipen en proberen ja proberen in slaap te komen.

Maar nee.

Hij zit op z'n magere monomane melomane kont op z'n gele stoel aan z'n glazen tafel en er staat nog een onvoorstelbare berg vaat op hem te wachten in de keuken en ze heeft alweer gezegd dat hij stinkt en hij heeft de hele dag geen klap uitgevoerd en in het holst van de nacht zit hij zich nota bene af te vragen wat voor zin het leven heeft en of hij niet beter alle hoop zou laten varen. Hij zou zich beter kunnen afvragen waar hij het geld voor de belastingen vandaan zal halen.

Vermits het gisteren de vierentwintigste was is het vandaag de vijfentwintigste.

En aangezien niemand nog moordt om een vrouw moet het juli zijn. Van het jaar negentienhonderdeenennegentig. Dat is het jaar dat op de kalender in de keuken staat. En hij kan zich moeilijk voorstellen dat ze een kalender van een ander jaar in de keuken zou hangen. Alleen maar om hem te belazeren. Om hem te bedonderen. Te besodemieteren.”

 

 

 1264730-70e88fddbb5bd05117b353a80583034c.jpg

JMH Berckmans (28 oktober 1953 - 31 augustus 2008)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver Uwe Tellkamp werd geboren op 28 oktober 1968 in Dresden. Zie ook mijn blog van 28 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Uwe Tellkamp op dit blog.

 

 

 

“Suchend, der Strom schien sich zu straff en in der beginnenden Nacht, seine Haut knitterte und knisterte; es schien, als wollte er dem Wind vorgreifen, der sich in der Stadt erhob, wenn der  

Verkehr auf den Brücken schon bis auf wenige Autos und vereinzelte Straßenbahnen ausgedünnt war, dem Wind vom Meer, das die Sozialistische Union umschloß, das Rote Reich, den Archipel,

durchädert durchwachsen durchwuchert von den Arterien Venen Kapillaren des Stroms, aus dem Meer gespeist, in der Nacht der Strom, der die Geräusche und Gedanken mit sich nahm auf schimmernder Oberfl äche, das Lachen und den Ernst und die Heiterkeit ins sammelnde Dunkel; Schwebstoff e hinab in die Tiefe, wo die Rinnsale der Stadt sich mischten; im Tiefseedunkel kroch das

Spülicht der Kanalisation, tropfender Absud der Häuser und VEB, in der Tiefe, wo die Lemuren gruben, stauten sich die ölig-schwere, metallische Brühe der Galvanikbäder, Wasser aus Restaurants

und Braunkohlekraft werken und Kombinaten, die Schaumbäche der Reinigungsmittelfabriken, Abwässer der Stahlwerke, der Krankenhäuser, der Eisenhütten und der Industriezonen, die verstrahlte

Beize der Uranbergwerke, Gift suppen der Chemieanlagen Leuna Buna Halle und der Kaliwerke, von Magnitogorsk und von den Plattenbaugebieten, die Toxine der Düngemittelanlagen, der Schwefelsäurefabriken; in der Nacht der Strom, weitverzweigt die Schlamm-, die Schlacke-, Erdöl-, Zellstoff -Flüsse, Wasser verschmolzen zu einem großen pechträgen Band, darauf die Schiff e fuhren, unter den rostigen Spinnweben der Brücken hindurch, in die Erzhäfen Getreidehäfen Südfrüchtehäfen die Häfen der 1000 Kleinen Dinge

 

 

 1264730-18d3bc6fb4218b8a81a3056f66d93473.jpg

Uwe Tellkamp (Dresden, 28 oktober 1968)



Zie voor nog meer schrijvers van de 28e oktober ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 20:04 Reageer op dit bericht

John Hollander, Al Galidi, Johannes Daniel Falk, Karl Philipp Conz

De Amerikaanse dichter en criticus John Hollander werd geboren op 28 oktober 1929 in New York. Zie ook mijn blog van 28 oktober 2010 en eveneens alle tags voor John Hollander op dit blog.

 

Uit: A Close Look at Robert Frost

 

“I'm going to talk this afternoon about Frost as a myth-maker, which is usually not how we think of him. I'm going to look closely at that poem of Frost's called "The Oven Bird," which I think very easy and very difficult at once.

Mythologizing any construction of nature, an animal, plant, a geological formation, a moment of process--this could be seen both as a desecration and a celebration of pragmatically considered fact. When this goes on in poetry--what Frost himself called "the renewal of words forever and ever"--it is accompanied and invigorated by a reciprocal mythologizing of the very words used in the poetic process. Literature is full of mythological, mostly composite creatures: phoenix, unicorn, basilisk, chimera, hydra, centaur. As nature is even more full of creatures totally innocent of interpretation: woodchuck, anteater, turbot, Shetland pony, jellyfish, and quail. But then, there are the fallen creatures, the intermediate ones: lion, eagle, ant, grasshopper, barracuda, fox, hyena . . . who have been infected with signification from Aesop on. It is one of the tasks of poetry to keep renewing the taxonomic class of such creatures, by luring them unwittingly into a cage of metaphor, which of course they are not aware of inhabiting. Such new reconstructions of animals are almost a post-Romantic cottage industry, even as the rehearsal, again and again, of the traditional ones, used to characterize pre-Romantic emblematic poetry. I want to look at a well-known instance of such reconstruction, in the case of Frost's "The Oven Bird."

We'll start with the unpoetic ornithology from The Field Guide to North American Birds: "Sayerus Oricopilus is a ground-walking warbler. It is common in deciduous woods. It builds a domed nest on the ground and sings from an exposed perch on the understory of the trees."

 

 

1264725-87940bde33a54170f372b5e49d70b7d5.jpg 

John Hollander (New York, 28 oktober 1929)

 

 

 

 

 

De Nederlandstalige dichter en schrijver Al Galidi (eigenlijk Rodhan Al Khalidi) is van Iraakse afkomst. Zijn geboortedatum is onbekend, omdat zulke gegevens niet geregistreerd worden en verjaardagen niet gevierd worden in zijn streek van herkomst, maar valt waarschijnlijk in 1971. Geboren werd hij in Al-Najaf(een klein dorpje in het Zuiden van Irak). Zie ook mijn blog van 28 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Al Galidi op dit blog.

 

 

Vredesbespreking van het hart van Zorro met de rust

 

Ik wil naast je liggen
zoals de golf naast de golf
Ik wil één met je worden
zoals de golf met de golf.
ik wil je volgen
zoals de golf de golf.
Ik wil in je reizen
zoals de golf in de golf.
Ik wil je leiden
zoals de golf de golf.
Ik wil in je verdwijnen
zoals de golf in de golf.
Ik wil je omhelzen
zoals de golf de golf.
Ik wil je zoals de golf,
blauw
en eeuwig reizen.

 

 

 

mooi meisje van achttien

 

Zorro zingt voor een mooi meisje van achttien dat veel naar de televisie kijkt

met een zak chips op tafel

Op de bank
met afstandsbediening in je rechter-,
afstandsbediening in je linkerhand.
Weet je dan niet dat de televisie
de rolstoel voor jouw ogen is?
Als de regen niet nu
op je lichaam valt,
als de keelpijn niet nu
op je ranke nek klopt,
als de wind niet nu
je krullende haren streelt,
wanneer dan wel?

 

 

 

 1264725-ea0f28cc64e09e553c6c04d97b6e2feb.jpg

Al Galidi (Al-Najaf, 1971)

 

 

 

 

De Duitse dichter, schrijver en theoloog Johannes Daniel Falk werd geboren op 28 oktober 1768 in Danzig. Zie ook mijn blog van 28 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Johannes Daniel Falk op dit blog.

 

 

An die Zugvögel der Ostsee

 

Vögelein

Jahr aus Jahr ein

Seh ich an der Ostsee kommen;

Keines hat mich mitgenommen

In ein fremdes Land hineim,

Vögelein, Vögelein!

 

Vögelein!

Jahr aus Jahr ein

Sitz ich hier, ich armer Knabe;

Auf der Welt ich niemand habe,

auf diesem harten Stein

Vögelein, Vögelein.

 

Vögelein,

Jahr aus Jahr ein,

Sollt ihr kommen, sollt ihr fliegen

und ich werde schlafend liegen

Unter diesem harten Stein.

Vögelein, Vögelein.

 

 


1264725-ef90534d226ec4aff8529c64f6c2fad6.jpg
Johannes Daniel Falk (28 oktober 1768 – 14 februari 1826)

Portret door  Louise Seidler, rond 1805,

 

 

 


De Duitse dichter en schrijver
Karl Philipp Conz werd geboren op 28 oktober 1762 in Lorch. Zie ook  mijn blog van 28 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Karl Philipp Conz op dit blog.

 

 

Selbstgespräche I

 

Wenn aus der Träume labyrinth'schen Irren

Des Tages Licht die Sinnen linde schreckt,

Der Hähne Kräh'n, der Tauben süsses Girren,

So mancher Laut zur Welt zurück uns weckt,

Zur Welt, von der auch wachend wir verirren,

Wenn fremd' und eigne Leidenschaft uns neckt,

Zur schönen Welt gewohnter bunter Farben,

Vor der die nächtlichen Phantom' erstarben;

 

Da fühlt sich froh der frische Geist entbunden,

Vom Liebereih des Lichtes neu durchtränkt;

Der holde Kreis der wohlbekannten Stunden,

Die Arbeit, die durch Mühe Lust uns schenkt,

An die gesellt wir krankend selbst gesunden,

Wenn trüb um uns des Mismuths Wolke hängt,

Sie mahnen neu; denn weise nur beschäftigt,

Wie oft hat sich die Seele neu gekräftigt!

 

Drum weil noch fest in ihren alten Bahnen

Die nimmer alt'en grauen Horen schreiten,

Und an Gesetz und ewig Maß uns mahnen,

Auf höhern noch, in ihrem Rhythmus deuten.

Was auch gleich sturmgetrillten Wetterfahnen

Laut raßeln jetzt die wild erregten Zeiten,

So muß der Mensch doch auch in bangen Tagen

Nicht an der Welt, nicht an sich selbst verzagen.

 

Hat nur der Kampf des Haders ausgegoren,

Wird Ruh' und Ordnung schöner wiederkehren;

Die Liebe selbst war aus dem Zorn geboren,

Und Streitendes muß stets nach Maß gebähren.

Vom alten Schutt, der vor des Todes Thoren

Eich grauend hebt, muß sich das Leben nähren.

Aus unterirdischen empörten Gluten

Stieg Rhodos auf, das Wunderkind der Fluten.

 

 

 

1264725-c1d061c8431d369b283c29b9cd321980.jpg
Karl Philipp Conz (28 oktober 1762 – 20 juni 1827)

Silhouet

Geschreven door Romenu om 19:59 Reageer op dit bericht

Dylan Thomas, Sylvia Plath, Albrecht Rodenbach

De Engelse dichter Dylan Thomas werd geboren op 27 oktober 1914 in Swansea in Wales. Zie ook mijn blog van 27 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Dylan Thomas op dit blog.

 

 

All All And All The Dry Worlds Lever

 

I

All all and all the dry worlds lever,
Stage of the ice, the solid ocean,
All from the oil, the pound of lava.
City of spring, the governed flower,
Turns in the earth that turns the ashen
Towns around on a wheel of fire.

How now my flesh, my naked fellow,
Dug of the sea, the glanded morrow,
Worm in the scalp, the staked and fallow.
All all and all, the corpse's lover,
Skinny as sin, the foaming marrow,
All of the flesh, the dry worlds lever.


II

Fear not the waking world, my mortal,
Fear not the flat, synthetic blood,
Nor the heart in the ribbing metal.
Fear not the tread, the seeded milling,
The trigger and scythe, the bridal blade,
Nor the flint in the lover's mauling.

Man of my flesh, the jawbone riven,
Know now the flesh's lock and vice,
And the cage for the scythe-eyed raver.
Know, O my bone, the jointed lever,
Fear not the screws that turn the voice,
And the face to the driven lover.


III

All all and all the dry worlds couple,
Ghost with her ghost, contagious man
With the womb of his shapeless people.
All that shapes from the caul and suckle,
Stroke of mechanical flesh on mine,
Square in these worlds the mortal circle.

Flower, flower the people's fusion,
O light in zenith, the coupled bud,
And the flame in the flesh's vision.
Out of the sea, the drive of oil,
Socket and grave, the brassy blood,
Flower, flower, all all and all.

 

 

 

I Dreamed My Genesis

I dreamed my genesis in sweat of sleep, breaking
Through the rotating shell, strong
As motor muscle on the drill, driving
Through vision and the girdered nerve.

From limbs that had the measure of the worm, shuffled
Off from the creasing flesh, filed
Through all the irons in the grass, metal
Of suns in the man-melting night.

Heir to the scalding veins that hold love's drop, costly
A creature in my bones I
Rounded my globe of heritage, journey
In bottom gear through night-geared man.

I dreamed my genesis and died again, shrapnel
Rammed in the marching heart, hole
In the stitched wound and clotted wind, muzzled
Death on the mouth that ate the gas.

Sharp in my second death I marked the hills, harvest
Of hemlock and the blades, rust
My blood upon the tempered dead, forcing
My second struggling from the grass.

And power was contagious in my birth, second
Rise of the skeleton and
Rerobing of the naked ghost. Manhood
Spat up from the resuffered pain.

I dreamed my genesis in sweat of death, fallen
Twice in the feeding sea, grown
Stale of Adam's brine until, vision
Of new man strength, I seek the sun.

 

 

1263889-0ae8be99633e8ffaaa101a60dcd544ba.jpg 

Dylan Thomas (27 oktober 1914 – 9 november 1953)

Dylan Thomas Cwmdonkin Drive, portret door Peter Ross

 

 

 

  

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Sylvia Plath werd geboren op 27 oktober 1932 in Jamaica Plain, een buitenwijk van Boston. Zie ook mijn blog van 27 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Sylvia Plath op dit blog.

 

 

Poppies In July

 

Little poppies, little hell flames,
Do you do no harm?

You flicker.  I cannot touch you.
I put my hands among the flames.  Nothing burns

And it exhausts me to watch you
Flickering like that, wrinkly and clear red, like the skin of a mouth.

A mouth just bloodied.
Little bloody skirts!

There are fumes I cannot touch.
Where are your opiates, your nauseous capsules?

If I could bleed, or sleep! -
If my mouth could marry a hurt like that!

Or your liquors seep to me, in this glass capsule,
Dulling and stilling.

But colorless.  Colorless.

 

 

 

Whitsun

 

This is not what I meant:
Stucco arches, the banked rocks sunning in rows,
Bald eyes or petrified eggs,
Grownups coffined in stockings and jackets,
Lard-pale, sipping the thin
Air like a medicine.

The stopped horse on his chromium pole
Stares through us; his hooves chew the breeze.
Your shirt of crisp linen
Bloats like a spinnaker. Hat brims
Deflect the watery dazzle; the people idle
As if in hospital.

I can smell the salt, all right.
At our feet, the weed-mustachioed sea
Exhibits its glaucous silks,
Bowing and truckling like an old-school oriental.
You're no happier than I about it.
A policeman points out a vacant cliff

Green as a pool table, where cabbage butterflies
Peel off to sea as gulls do,
And we picnic in the death-stench of a hawthorn.
The waves pulse like hearts.
Beached under the spumy blooms, we lie
Sea-sick and fever-dry.

 

 

 

Waking In Winter

 

I can taste the tin of the sky —- the real tin thing.
Winter dawn is the color of metal,
The trees stiffen into place like burnt nerves.
All night I have dreamed of destruction, annihilations —-
An assembly-line of cut throats, and you and I
Inching off in the gray Chevrolet, drinking the green
Poison of stilled lawns, the little clapboard gravestones,
Noiseless, on rubber wheels, on the way to the sea resort.

How the balconies echoed! How the sun lit up
The skulls, the unbuckled bones facing the view!
Space! Space! The bed linen was giving out entirely.
Cot legs melted in terrible attitudes, and the nurses —-
Each nurse patched her soul to a wound and disappeared.
The deathly guests had not been satisfied
With the rooms, or the smiles, or the beautiful rubber plants,
Or the sea, Hushing their peeled sense like Old Mother Morphia.

 

 

 1263889-6f1a41da29839163cb397b3f7c8a6f97.jpg

Sylvia Plath (27 oktober 1932 – 11 februari 1963)

Hier met zoontje Nicholas

 

 

De Belgische dichter en schrijver Albrecht Rodenbach werd geboren te Roeselare op 27 oktober 1856. Zie ook mijn blog van 27 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Albrecht Rodenbach op dit blog.

 

 

DE ZWANE

 

Des hemels spiegel, mild en fris,
de lucht in 't ronde lavend,
daar ligt de vijver maagdelik schoon
in stille zomeravond.

En kalm in hare avondlust,
bij 't zoet gesching der mane,
ligt langzaam drijvend op het meer
de dromerige zwane.

De dichterlike vogel mint
het maagdelike water,
en baadt wellustig, spiegelt, drinkt,
aanhoort het lief geklater.

En onbewust bemint hem 't meer
en streelt zijn blanke veder,
en klatert zacht en spiegelt hem
zo teer zijn beeldnis weder.

Doch weiger en bescheiden in
bewondering verslonden,
nooit heeft des vogels reine min
die maagdelikheid geschonden.

 

 

 

 1263889-12176d37ffd10feb1b40236f59792223.jpg

Albrecht Rodenbach (27 oktober 1856 – 23 juni 1880)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 27e oktober ook mijn blog van 27 oktober 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 14:56 Reageer op dit bericht

Jamie McKendrick

De Engelse dichter en vertaler Jamie McKendrick werd geboren op 27 oktober 1955 in Liverpool. Zie ook alle tags voor Jamie McKendrick op dit blog.

 

 

Nostalgia

 

I woke drenched in sweat and homesick
for nowhere I could think of, a feeling
scuffed and quaint as farthings or furlongs.

Then I remembered the room of the sirocco
in a Sicilian palace made of pink volcanic sugar.
There was a scent of waxed oak and pistachios.

Two maids were making up our nuptial bed,
smoothing the white linen with their dark hands.
You'd never have finished finding fault with their work

if I hadn't intervened, so that you turned on me
saying
Their family were turnip doctors
at the time o the Bourbons
~ an old enmity then,

and more imperious even than pleasure.
How to get out of that windowless room,
with not one of its walls adjoining the air

was all I could think of, from that point on.
Your voice pursued me down the marbile stairway:
Don’t think you'll ever find a home again!

 

 

 

Heimwee

 

Ik ontwaakte badend in het zweet en vol heimwee
naar ik wist niet waar, een gevoel
afgetrapt en oubollig als duiten of ellen.

Toen herinnerde ik mij de kamer van de sirocco
in een Siciliaans paleis gemaakt van roze vulkanische suiker.
Er hing een geur van boenwas en pistache.

Twee meisjes maakten ons huwelijksbed op,
streken het witte linnen glad met hun donkere handen.
Jij zou zijn blijven vitten op hun werk

als ik niet tussenbeide was gekomen, zodat je je tegen mij keerde
en zei
Hun voorouders waren knollendokters
ten tijde van de Bourbons
- een oude vijandschap dus,

en dwingender nog dan genot.
Hoe uit die raamloze kamer te komen,
waarvan geen enkele muur aan de buitenlucht grensde

was het enige waaraan ik nog denken kon.
Je stem achtervolgde mij langs de marmeren trap omlaag:
Denk maar niet dat jij ooit nog een thuis zult vinden!

 

 

Vertaald door Ko Kooman

 

 

 

 1378109-22417d8e1ea1a2fdb3b80d0322aab3a0.jpg

Jamie McKendrick (Liverpool, 27 oktober 1955)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Jan Wolkers, Marja Pruis

De Nederlandse dichter, schrijver en beeldend kunstenaar Jan Wolkers werd geboren in Oegstgeest op 26 oktober 1925. Zie ook mijn blog van 26 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Jan Wolkers op dit blog.

 

Uit: Turks fruit

 

“Ik ging naar buiten en liep in het gangetje bijna tegen Olga aan die voor haar moeder uit liep. Ze keek me niet aan en wilde zo langs me lopen naar het damestoilet. Ineens sloeg mijn vuist naar voren. Precies op haar oog. Ze week achteruit tegen de muur en bleef zo staan met gebogen hoofd alsof ze niet onder razernij wilde verbergen dat zij de schuld was van alles. (...)Thuis dook ik verdoofd van ellende op mijn bed en ik wist zelf niet of ik nou geslapen had of half bewusteloos was geweest toen ze me midden in de nacht belde. Ze zei, dat ik zeker wel begreep dat ze niet meer thuis zou komen. Dat ze er verschrikkelijk uitzag met dat blauwe oog en dat dat nu al het tweede was binnen een paar maanden (…). Ik voelde mij ineens ijskoud worden. Ik zei haar dat ze gerust in dat hotel van waaruit ze belde kon blijven slapen met die klootzak. Dat ze daar dat oog niet als vrijbrief voor hoefde aan te voeren. En dat ik haar veel geluk wenste met die getrouwde vent, want dat ik de moet in zijn vinger had gezien waar die lafbek zijn trouwring had gezeten.

(…)

 

 

1263052-641a9bbc357bebab85d9b0ecc96546b2.jpg
Scene uit de film met Rutger Hauer en Monique van de Ven,
 (Paul Verhoeven, 1973)



“Ze had daar een oudere vriendin gehad. De vrouw van een collega van haar man. Die was in het begin heel normaal geweest. Ze las wel eens wat theosofische boeken, maar daar sprak ze nooit over. Maar toen ging ze ineens als de mannen op pad waren briefjes bij de vrouwen onder de deur door schuiven waarop ze geschreven had ‘Bedwing uw begeerten! Streef naar bewuste Eenheid met het Al! De hartstocht verstoort de Harmonie in het Heelal! Liefde is de verenigende Kracht van de Grote Heelalse Magneet!’ en meer van zulk soort flauwekul.”

(…)

 

"Zei ze op een keer dat ze in Mexico een beeldje uit een opgraving voor me had gekocht. Van terra cotta. Een vrijend stel, met de aarde er nog aan. Ze had het ergens in een hotel in San Diego laten liggen. Maar later werd ze soms net een dreinend kind. Dan moest ik een paar keer op een middag aan haar voortanden voelen omdat ze dacht dat ze los gingen zitten. Midden onder het bezoekuur wilde ze me dan wegsturen om een zak turks fruit voor haar te halen omdat dat het enige was wat ze nog durfde te snoepen met die loszittende voortanden. Of ze wilde dat ik haar de hele middag hielp bij het in elkaar zetten van een legpuzzel van een even uitbundig herfstlandschap als waarvan ze me een kaart had gestuurd uit Californië".

 

 

 1263052-2b6e63eda67c7e5d530071667ab4ef1e.jpg

Jan Wolkers (26 oktober 1925 – 19 oktober 2007)

 

 

 

 

De Nederlandse schrijfster en journaliste Marja Pruis werd geboren in Amsterdam op 26 oktober 1959. Zie ook alle tags voor Marja Pruis op dit blog.

 

Uit: Kus me, straf me

 

“Wat je meestal leest is dit: de kinderen ruimen de nalatenschap van hun ouders op en stuiten op een verborgen verleden. Een pakketje onbekende foto’s, een brief met een vreemd handschrift en een bijgesloten hangertje, een boek met een intieme opdracht. Jarenlang diep weggestopt achter de breiboeken, knopendozen en garantiebewijzen, en nu knipperend tegen het daglicht blootgelegd.
Waaruit dan opeens zou blijken dat moeder ooit, toen vader op zakenreis was, en de kinderen op vakantiekamp, de deur open heeft gedaan voor een baardige fotograaf, aan wie ze na enig aarzelen de mooiste bruggen in de omgeving liet zien. Voor ze het wist lag ze zelf gewillig te poseren in het hoog opgeschoten gras. Het zilveren kruisje om haar nek blonk in haar schuchtere decolleté. ’s Avonds hakte ze met meticuleuze precisie de worteltjes voor de groentesoep, terwijl Baardmans achter haar stond, met in zijn ene hand een biertje en in zijn andere haar linkerheup.
Later op die avond liggen ze samen in het ligbad, door vader nog eigenhandig en zeer solide geplaatst onder het schuine dakraam. Buiten heerst de stille duisternis, een verre uil roept. Hij wast haar haren, terwijl zij hem op droevige toon duidelijk probeert te maken dat er geen toekomst is voor hen beiden.
Hij begrijpt het niet, stopt met haar hoofd te masseren. Ze pakt zijn hand, maar hij trekt die terug.
‘Er zijn mensen die hier hun hele leven naar zoeken,’ zegt hij. ‘Anderen denken dat het niet bestaat. En jij wilt het opgeven.’ ‘
Dat is het niet,’ zegt zij, mijn lieve moedertje. ‘Ik heb al een leven. Ik heb een man. Kinderen. Het is niet eerlijk. Niet voor hen, en niet voor jou.’

 

 

1263052-b17e2bf7570f9f55d3e42f03272c083a.jpg 

Marja Pruis (Amsterdam, 26 oktober 1959)

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 26e oktober zie ook mijn blog van 26 oktober 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 08:51 Reageer op dit bericht

Maartje Wortel

De Nederlandse schrijfster Maartje Wortel werd geboren in Eemnes op 26 oktober 1982. Ze volgde de opleiding Beeld & Taal aan de Gerrit Rietveld Academie te Amsterdam en publiceerde korte verhalen in de literaire tijdschriften Passionate Magazine, De Brakke Hond en De Gids. Maartje Wortel debuteerde in 2009 met de verhalenbundel, Dit is jouw huis, bij De Bezige Bij. In 2011 verscheen haar eerste roman Half Mens, waarvoor zij genomineerd is voor de BNG Nieuwe Literatuurprijs.

 

Uit: Reus

 

“Buiten was het nul graden Celsius. Het voelde veel kouder aan maar misschien kwam dat omdat ik moe was. Ik sliep al langer dan een jaar niet goed meer. Alsof de slaap mij liet liggen. En dat deed hij ook. Er waren dagen dat ik me daar zorgen over maakte, omdat ik wist dat een mens net als zonder eten en drinken, niet zonder slaap kan leven. Maar ik leefde nog en verder ging alles goed als je het leven goed zou willen noemen en dat zou ik willen doen.
Ik gaapte en voelde de kou mijn lichaam binnendringen als een onverwachte bezoeker. Bijna alsof iemand mij even aanraakte van binnen. Stiekem.
Om de vijf seconden keek ik naar de klok die oversprong om de temperatuur aan te geven. De tijd ging door maar het bleef nul graden. Ik zat op een bankje in een bushokje te wachten op buslijn 45.
Vroeger werd ik ’koning 45’genoemd omdat ik altijd meisjes versierde in de bus. Dat was heel makkelijk om te doen omdat niemand er rekening mee hield. Ik heb de tel niet bijgehouden maar het waren er veel. Veel meisjes. Allemaal net zo onbelangrijk. Het is erg om te zeggen misschien, maar ook dat was onbelangrijk voor me. Ik glimlachte om mijn jongensjaren alsof ik niet kon geloven dat ik met mezelf te maken had, maar terugdacht aan een oude vriend die mij een goede tijd had bezorgd.
Toen kwam er een man aanlopen. De man liep zelfverzekerd, alsof hij ertoe deed. In een rechte lijn kwam hij op mij af en bleef voor mijn voeten staan.
‘Dit is eigenlijk mijn huis,’zei hij tegen mij.
Ik keek naar hem. Hij zag er niet uit als een zwerver. In ieder geval niet meer of minder dan jij of ik. Hij droeg sportschoenen van Nike.”

 

 

1359527-f386d01c2ba13655fb42886c64cc1299.jpg 

Maartje Wortel (Eemnes, 26 oktober 1982)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten