Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Aart van der Leeuw

De Nederlandse dichter en schrijver Aart van der Leeuw in Hof van Delft op 23 juni 1876. Van der Leeuw, kwam uit een koopmansfamilie en volgde een gymnasiumopleiding in Delft, die hij met moeite na herexamens in 1898 wist af te ronden, toen hij al 22 jaar oud was. Van der Leeuw werd geplaagd door woordblindheid en een toenemende doofheid. Beide aandoeningen droegen bij aan de problemen die hij bij zijn studie en werk ondervond. Hij studeerde rechten aan de Gemeente Universiteit van Amsterdam, niet zozeer omdat hij zich daarvoor interesseerde, maar omdat het een korte studie was met gunstige maatschappelijke vooruitzichten. Na zijn promotie werkte hij korte tijd op het gemeentearchief van Delft, en vanaf 1903 als 'chef de bureau' bij de Levensverzekeringsmaatschappij Dordrecht. In datzelfde jaar trouwde hij met zijn vroegere schoolvriendin Antonia Johanna Kipp. Uit dit huwelijk zijn geen kinderen voortgekomen. Van der Leeuw had het bij de Dordtse verzekeringmaatschappij niet naar zijn zin. Zijn zwakke gezondheid greep hij uiteindelijk aan om in 1907 ontslag te nemen. Door het overlijden van zijn schoonouders viel hem en zijn vrouw een bescheiden erfenis ten deel, net genoeg om zelfstandig te kunnen leven. Het paar vestigde zich in Voorburg, waar Van der Leeuw zich wijdde aan het vioolspel en aan zijn schrijverschap. In 1928 werd hem de C.W. van der Hoogtprijs toegekend door de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde te Leiden.Hij schreef niet een zeer omvangrijk oeuvre, maar zijn boeken “Ik en mijn speelman uit 1927” en “De kleine Rudolf” uit 1930 worden gezien als klassiekers van de Nederlandse 20ste-eeuwse letterkunde. Opmerkelijk aan zijn poëzie is dat hij zich toelegde op het prozagedicht.

Uit: Ik en mijn speelman

“Ik houd er van, om in een bloemruiker een distel te steken, of op een fruitschaal tusschen de vruchten een schubbigen sparappel te leggen. Daarom had ik in het huis, waar voor de liefde betaald wordt, den gebochelden muzikant, die zooeven, als uit den hemel gevallen, voor mijn stilhoudenden draagstoel stond, en mij behulpzaam is geweest bij het uitstijgen, mee naar binnen genomen.
In de feestzaal war en alle kaarsen aangestoken, en deden hun lichtjes in het kristal van de spiegels, in de juweelen van kapsels, keurzen en de ge vest en der degens weertintelen. Vijf vrienden, vijf vrouwen. De komst van mijn speelman werd met handgeklap en gejubel begroet. ‘Het is maar gemakkelijk,’ werd er geroepen, ‘om je vioolkist aan je vastgegroeid bij je te dragen, zoodat er geen kans is, dat je hem ooit zult vergeten,’ en een ander vroeg hem, of hij op het hoofd kon staan als de nar van den koning. Lachend zette hij zich op een lage taboeret in een hoek van de kamer, en stemde zijn gitaar.
Ik schudde de kaarten. Ik zou de bank houden. De winst moest ons, den bezoekers, in kussen worden uitgeteld, ons verlies zou betaald worden in gouden dukaten.
Wij lieten den muzikant van den wijn brengen, en wierpen hem, zooals je een hond een brok geeft van den maaltijd, af en toe een geldstuk voor de voeten. Daarvoor zong hij met een heesch geluid de gebruikelijke liedjes, ze op zijn instrument begeleidend. Sommigen neurieden het refrein mee, anderen riepen kwinkslagen, of namen schaterend de bestraffing in ontvangst voor hun vrijpostigheden. Somtijds, plotseling, viel een stilte in, zoo een, die je weemoedig maakt en verlegen, en waarbij vergeten dingen in je herinnering komen: een groene bank onder een linde, kinderen, en het jubelend roepen van je naam in de verte. Wij schertsten dit weg, of we een lastig insect van ons afsloegen.
Het werd warm in de kamer. Wij gaven den speelman een teeken. Hij opende een venster; meteen sprong de deur uit het slot; een vochtige windvlaag voer binnen, en de kaarsen doofden uit. Wij zaten in duister. Uit den nacht werd een klacht over ons gesproken, een kreet van een vogel, een ruischen, een zuchten. Toen zong de man dat lied."

 

 1604539-09dc160643a790e27616b02294c398c8.jpg
Aart van der Leeuw (23 juni 1876 – 17 april 1931)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

De blogger leest alles eerst na: je tekst verschijnt zodra die goedgekeurd is.

Nescio, Juliën Holtrigter, Jaap Robben, Willie Verhegghe, Henry Rider Haggard, Erich Maria Remarque, Dan Brown

De Nederlandse schrijver Nescio (pseudoniem van Jan Hendrik Frederik Grönloh) werd geboren in Amsterdam op 22 juni 1882. Zie ook alle tags voor Nescio op dit blog.

 

Uit: De Uitvreter

 

“Die monsters werden weggegooid; die gingen nooit naar de klanten. Toch had ik in die dagen nog gelegenheid om een brief verkeerd in te sluiten. Natuurlijk was 't erg; de man die den brief kreeg mocht niet weten, dat de baas zaken deed met den man waaraan i geschreven was. De boekhouder was totaal van streek. Toen begreep ik, dat ik maar liever heen moest gaan. Ik kreeg een poot van den baas. Ik was zelf ook blij dat ik wegging en heb hem hartelijk de hand geschud. Ik heb gezegd, dat 't me speet, maar dat ik er niets aan doen kon en ik geloof, dat 'k 't meende. Zie je, Koekebakker, dat is handel. Ik ben daarna nog drie weken volontair geweest op een effectenkantoortje, krantjes nakijken met een boek om te zien of de stukken van de klanten waren uitgeloot. Je ergste vijand zal er voor bewaard blijven. Ze moesten me wegdoen. Ik moest daar ook copieeren. Er was geen denken aan, dat ze uit 't copieboek konden wijs worden. Ik zag wel in dat 't zoo niet ging, ik kon er mijn hoofd niet bij houden.

‘Mijn ouwe heer was ten einde raad. Hij hoopt nu, dat 't met de jaren wel beteren zal. Ik weet dat zoo niet. 't Lijkt er nog niet veel op. 'k Heb 't nog veel te goed zoo. Weet je dat Bavink pas een bom duiten heeft gemaakt? Een slootje bij Kortenhoef met een hooibergje en een kalf. Als je blieft.’ En hij haalde zijn portemonnaie voor den dag. ‘Hij puilt van de centen. Koekebakker, jong, hij puilt van de centen. Harde riksjes. Morgen ga ik op reis.’

‘Met Bavink?’ vroeg ik. ‘Neen,’ zei Japi, ‘niet met Bavink, alleen. Ik ga naar Friesland.’ ‘Midden in den winter?’ Japi knikte. ‘Wat doen?’ Hij haalde z'n schouders op. ‘Doen? Niks doen. Jelui kerels zijn zoo akelig wijs: alles moet een reden en een doel hebben. Ik ga naar Friesland, niks doen, nergens om. Zonder reden. Omdat ik er zin in heb.’

Den volgenden avond bracht ik hem weg, in donker naar den sneltrein van zevenen. Hij had een jas zonder knoopen aan, die hem veel te wijd was, een pet op, die hem een eind achter de ooren zakte en aan z'n voeten de nieuwe gele schoenen van Appi. In z'n hand hatti een papieren sigarenpijpje met een reclame. ‘Wacht even’, zei i, toen we al beneden waren. ‘Ik heb nog wat vergeten.’ Even daarna kwam i terug met een vischhengel.

Hij was weinig spraakzaam dien avond. Ik kon niet uit hem krijgen wat hij met dien vischhengel wilde. Onderweg rookte hij in een half uur vier sigaren uit zijn papieren sigarenpijpje, en toen ik aan het portier van hem afscheid nam vroeg hij me of ik niet een beetje tabak voor hem had.”

 

 

 1414011-abed3a4817e0e0b26aed4567335c5953.jpg

Nescio (22 juni 1882 – 25 juli 1961)

 

 

 

 

 

De Nederlandse dichter Juliën Holtrigter (pseudoniem van Henk van Loenen) werd geboren op 22 juni 1946 in Hilversum. Zie ook alle tags voor Juliën Holtrigter op dit blog.

 

 

ZOMER 

 

Spilzieke zomer: het grote dringen van
mensen, beesten en browsers, van al wat
zich voortplanten wil. Daarbuiten het best
bewaarde geheim van de wereld:
de eindeloosheid en wat daaromheen ijlt. 

Er zal nog het een en ander passeren,
daar kan men donder op zeggen of
vast een boek over schrijven, bladzijden vol
over stranden waar personages zich hevig
vervelen en dingen zeggen als: 

wij zijn de doolhoven door en uiterst bedreven
geraakt in het leven.
Hoe zullen ze later kijken naar ons?
Zijn mensen ooit zo gelukkig geweest? 

 

 

 

Het licht


Wakker geworden.
De blinden zijn dicht maar het licht,
soeverein,
glipt door de kieren naar binnen.

 

Ik stap naar buiten.
Ik ruik het, ga liggen.

 

Springlevend word ik gebalsemd,
gewiegd als een prehistorische koning,
geaaid als een veulen, ik adem.

 

 

 

1414011-14354a4a09f4309d9b62a6fb27770cdf.jpg 

Juliën Holtrigter (Hilversum, 22 juni 1946)

 

 

 

 

 

De Nederlandse dichter en theatermaker Jaap Robben werd geboren in Oosterhout op 22 juni 1984. Zie ook alle tags voor Jaap Robben op dit blog.

 

 

Kwukel

 

Ik ben niet bijzonder,
daar ben ik aan gewend.

 

Ik kan geen truc
die niemand kent.

 

In de stilte van mijn hoofd
bewaar ik geen geheim
dat mij de moeite maakt.

 

Voor mij bestaat zelfs geen recept
omdat mijn vlees naar lucht en water smaakt.

 

Misschien moet ik maar hopen
dat een mensenhand na duizend jaar
een paar botjes van me vindt en zegt:
'Ik weet niet wat het is geweest,
maar dit was zo te zien
een heel bijzonder beest.'

 

 

 

 

 

Knolletjes sokken

 

Gek dat mensen

sokken gevangen houden

in het donker van hun kasten.

Tot pijnlijk strakke knolletjes gedraaid

in een achterwaartse salto

flik-flak met dubbele knopen

alsof iedereen bang is

dat ze weg willen lopen.

 

Maar sokken

hoef je niet te mishandelen,

want zonder voeten

houden ze niet van wandelen.

 

 

 

1414011-d7a14da82fcfd6a466d6a6d7fb8bb5d3.jpg 

Jaap Robben (Oosterhout, 22 juni 1984)

 



 

 

De Belgische dichter en schrijver Willie Verhegghe werd op 22 juni 1947 te Denderleeuw geboren. Zie ook alle tags voor Willie Verhegghe op dit blog.

 

 

Miguel

 

Heel even maar
dacht ik aan een vlieg
tussen de kaken van een kruisspin
toen je moeder je
heel even maar
kraakte voor je uit haar weggleed:
een astronaut,
een kleine reiziger-met-de-helm-geboren.

 

En, weet je:
door het water in haar ogen
zag ik hoe fijn ze het vond
de kleur van je vlees te zien
en dat wat een jongen van je maakt.

 

Toen je uit mij in haar oversprong
- ‘n kreet, ‘n lange zachte slaap -
zat er een late ekster in de tuin
die toen reeds met zilveren woorden
over jou haar bek niet houden kon.

 

Je veel te hoge hoofd
en veel te gulzig zuigen aan de tepel:
het waren heilige tekens
op deze bijna te zonnige zondag.

 

Het land plooide voor me open
als voor de scharen van een ploeg
toen ik als een man op mijn fiets
naar je pas geboren grootouders toereed
om te zingen dat je er was.

 

Met je haar
en je blauwe ogen
en je bijna vijf kilo.

 

 

 

 1414011-641ead780ff5c70ca0fd3f4ca258c007.jpg

Willie Verhegghe (Denderleeuw, 22 juni 1947)

 

 

 

 

 

De Engelse schrijver Henry Rider Haggard werd geboren in Norfolk op 22 juni 1856. Zie ook alle tags voor Henry Rider Haggard op dit blog.

 

Uit: The Ghost Kings

 

“The afternoon was intensely, terribly hot. Looked at from the high ground where they were encamped above the river, the sea, a mile or two to her right--for this was the coast of Pondo-land--to little Rachel Dove staring at it with sad eyes, seemed an illimitable sheet of stagnant oil. Yet there was no sun, for a grey haze hung like a veil beneath the arch of the sky, so dense and thick that its rays were cut off from the earth which lay below silent and stifled. Tom, the Kaffir driver, had told her that a storm was coming, a father of storms, which would end the great drought.
Therefore he had gone to a kloof in the mountains where the oxen were in charge of the other two native boys--since on this upland there was no pasturage to drive them back to the waggon. For, as he explained to her, in such tempests cattle are apt to take fright and rush away for miles, and without cattle their plight would be even worse than it was at present.

At least this was what Tom said, but Rachel, who had been brought up among natives and understood their mind, knew that his real reason was that he wished to be out of the way when the baby was buried. Kaffirs do not like death, unless it comes by the assegai in war, and Tom, a good creature, had been fond of that baby during its short little life. Well, it was buried now; he had finished digging its resting-place in the hard soil before he went. Rachel, poor child, for she was but fifteen, had borne it to its last bed, and her father had unpacked his surplice from a box, put it on and read the Burial Service over the grave. Afterwards together they had filled in that dry, red earth, and rolled stones on to it, and as there were few flowers at this season of the year, placed a shrivelled branch or two of mimosa upon the stones--the best offering they had to make.”

 

 

 1414011-18df46f11f1713998c309d48d3f45e41.jpg

Henry Rider Haggard (22 juni 1856 - 14 mei 1925)

Portret door John Pittie, 1889

 

 

 

 

De Duitse schrijver Erich Maria Remarque (pseudoniem van Erich Paul Remark) werd geboren op 22 juni 1898. Zie ook alle tags voor Erich Maria Remarque op dit blog.

 

Uit: All Quiet on the Western Front (Vertaald door A. W. Ween)

 

 

“Towards morning, while it is still dark, there is some excitement. Through the entrance rushes in a swarm of fleeing rats that try to storm the walls. Torches light up the confusion. Everyone yells and curses and slaughters. The madness and despair of many hours unloads itself in this outburst. Faces are distorted, arms strike out, the beasts scream; we just stop in time to avoid attacking one another….

Suddenly it howls and flashes terrifically, the dug-out cracks in all its joints under a direct hit, fortunately only a light one that the concrete blocks are able to withstand. It rings metallically, the walls reel, rifles, helmets, earth, mud, and dust fly everywhere. Sulphur fumes pour in.

If we were in one of those light dug-outs that they have been building lately instead of this deeper one, none of us would be alive.

But the effect is bad enough even so. The recruit starts to rave again and two others follow suit. One jumps up and rushes out, we have trouble with the other two. I start after the one who escapes and wonder whether to shoot him in the leg-then it shrieks again, I fling myself down and when I stand up the wall of the trench is plastered with smoking splinters, lumps of flesh, and bits of uniform. I scramble back.

The first recruit seems actually to have gone insane. He butts his head against the wall like a goat. We must try to-night to take him to the rear. Meanwhile we bind him, but in such a way that in case of attack he can be released at once….

Suddenly the nearer explosions cease. The shelling continues but it has lifted and falls behind us, our trench is free. We seize the hand-grenades, pitch them out in front of the dug-out and jump after them. The bombardment has stopped and a heavy barrage now falls behind us. The attack has come.”

 

 

 1414011-aa96931bf22afc084d4d7b0ebd95ff28.jpg

Erich Maria Remarque (22 juni 1898 – 25 september 1970)




De Amerikaanse schrijver Dan Brown werd geboren in Exeter, New Hampshire, op 22 juni 1964. Zie ook alle tags voor Dan Brown op dit blog.

 

Uit: Deception Point

 

“Death, in this forsaken place, could come in countless forms. Geologist Charles Brophy had endured the savage splendor of this terrain for years, and yet nothing could prepare him for a fate as barbarous and unnatural as the one about to befall him.
As Brophy's four huskies pulled his sled of geologic sensing equipment across the tundra, the dogs suddenly slowed, looking skyward.
"What is it, girls?" Brophy asked, stepping off the sled.
Beyond the gathering storm clouds, a twin-rotor transport helicopter arched in low, hugging the glacial peaks with military dexterity.
That's odd, he thought. He never saw helicopters this far north. The aircraft landed fifty yards away, kicking up a stinging spray of granulated snow. His dogs whined, looking wary.
When the chopper doors slid open, two men descended. They were dressed in full-weather whites, armed with rifles, and moved toward Brophy with urgent intent.
"Dr. Brophy?" one called.
The geologist was baffled. "How did you know my name? Who are you?"
"Take out your radio, please."
"I'm sorry?"
"Just do it."
Bewildered, Brophy pulled his radio from his parka.
"We need you to transmit an emergency communiqué. Decrease your radio frequency to 100 kilohertz."
One hundred kilohertz? Brophy felt utterly lost. Nobody can receive anything that low.
"Has there been an accident?"”

 

 

 1414011-b940c6c891243576d61a0d8af3cc9f44.jpg

Dan Brown (Exeter, 22 juni 1964)


Zie voor nog meer schrijvers van de 22e juni ook
mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 13:51 Reageer op dit bericht

Tadeusz Konwicki, Xavier Grall, Anne Morrow Lindbergh, Johannes Baader, Ida von Hahn-Hahn, Jacques Delille

De Poolse schrijver en regisseur Tadeusz Konwicki werd geboren op 22 juni 1926 in Nowa Wilejka bij Vilnius. Zie ook alle tags voor Tadeusz Konwicki op dit blog.

 

Uit: The Calendar and the Hourglass (Vertaald door Daniel Bourne)

 

“New Year with a Bad Hangover
WHERE TO START? Maybe with the sign of the cross or a magic charm. I'm a superstitious person, and getting more and more so. Only people enjoying prosperity, people on a run of good luck, make fun of superstitions. But the longer one's life, the leaner it becomes. Towards the end it gets more and more necessary to knock on wood, spit three times, to make one's benedictions surreptitiously.
And I'm attempting something here a little absurd. For many years I've stuck to writing a story--that powerful chain that can hold together the most wild and wooly words. Whenever I have been carried away by excessive ambition--and strayed away from stories and started toying around with personal essays or whatever you might call them--each time I've ended up in abject defeat. In light of this, with great superstitious dread, I have continued to latch on to plot, to action and drama. The story leads me like a blind man through the bogs of being a writer.
But it got boring. It's as simple as that. It got boring like a monotonous, automatic action carried out for years, so I thought it might be nice to write something from time to time, from whim to whim and chance to chance. And, as bad luck would have it, my little case of boredom came at a time when fellow novelists and other drudges in this toilsome profession--when hacks everywhere had started to abandon stories on the sly as if they were pushing out ballast no longer of use to anyone, though carried along to who knows where just in case.”

 

 

1414006-5a06f166bf1e60e15f84f8bc7ac5d22f.jpg 

Tadeusz Konwicki (Nowa Wilejka, 22 juni 1926)

 

 

De Franse dichter en schrijver Xavier Grall werd geboren op 22 juni 1930 in Landivisiau (Finistère). Zie ook alle tags voor Xavier Grall op dit blog.

 

Les Déments (Fragment)

 

Par les chemins noirs

De l’Arrée

Où vont-ils les déments ?

Ils poussent des troupeaux souillés

Dans les vallons de tourbes

Et dans leurs caboches molles

Des cloches d’airain cognent

Des glas épouvantables

Et de torrides effrois

 

On les voit les déments du côté de Commana

De Botmeur et de Brasparts

Leur panse pourrie de cidres amers

Et de vinasses violettes

Effrayant les corneilles

Que les épouvantails angoissent

Ils bavent les déments comme des gargouilles

Des jurons fatidiques

Entre de hargneuses malédictions

 

Déments

Démons

Abandonnés

Boulimiques

Ethyliques

Ils traînent leur lourd célibat

Dans les hameaux sans femme

Nulle flamme ne brûle leur coeur

Nulle épouse n’attend leur pas

Ils vont dans leur propre pays

Comme des relégués et des maudits

Leurs guenilles griffées par les ronces

L’œil mi-clos la bouche torve

Ils s’impatientent d’une vie trop longue

Dans la pluvieuse misère des Monts d’Arrée

 

 

 1414006-635b207d454261f930ebcb260c083c04.jpg

Xavier Grall (22 juni 1930 – 11 december 1981)

 

 

De Amerikaanse schrijfster en luchtvaartpionier Anne Morrow Lindbergh werd geboren op 22 juni 1906 inEnglewood, New Jersey. Zie ook alle tags voor Anne Morrow Lindbergh op dit blog.

 

 

Second sowing

 

For whom
The milk ungiven in the breast
When the child is gone?
For whom the love locked up in the heart
That is left alone?
That golden yield
Split sod once, overflowed an August field,
Threshed out in pain upon September's floor,
Now hoarded high in barns, a sterile store.
Break down the bolted door;
Rip open, spread and pour
The grain upon the barren ground
Wherever crack in clod is found.
There is no harvest for the heart alone;
The seed of love must be
Eternally
Resown.

 

 

 

1414006-7d5297a7d4ce3e08d0e31507a3e9b05c.jpg 

Anne Morrow Lindbergh (22 juni 1906 - 7 februari 2001)

In 1956 

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver, dadaïst en architekt Johannes Baader werd geboren op 22 juni 1875 in Stuttgart. Zie ook alle tags voor Johannes Baader op dit blog.

 

 

Fifi

 

Maßreparatur speziell Rahmenarbeit... Fifi legt 16 Eier
in den grünen Rinnstein. Nicht Einstein. 0 du grüner
Rinnstein! Wirst du die 16 Eier ausbrüten? Bitte, bitte,
sagt Fifi.

 

Es ist grüner Dotter in meinen grünen Eiern. Und die
Küken haben grüne Glasaugen.

 

Fifi, warum nimmst du grüne, und nicht rote Grütze ins
Haarwasser?

 

Aber Fifi hört nicht und sieht nicht. Sie denkt immer
noch an den Rinnstein und seine grünen Glotzaugen.

 

Was hast du für einen großen Mund, süßer Rinnstein!
Meine Küken werden Schlagsahne essen. Ich, Fifi,
werde sie kochen. Grün kochen. Es ist alles grün, was
gelb ist. Fifi ist blau vor Freude.

 

Werde doch blau, grüner Rinnstein! Meine Küken
wollen lieber blau fressen.

 

Fifi ist verrückt geworden. Fifi will nur noch grüne
Küken braten. Fifi.

 

Maßreparatur, speziell Rahmenarbeit, singt Fifi und pfeift dazu
mit ihren blaugeränderten Fußnägeln. Fifis grüne Blauaugen
blitzen gelb durch den resedablanken Rinnstein.

 

Fifi will sich Stiefel anmessen auf der Nord-Südbahn.
Fifi kauft braune Billets für ihre 16 roten Küken und
geht die Strecke ab. 400 Millionen kostet die Nordsüd-
bahn und früher nur 32. Fifi nimmt den grünen Rinn-
stein unter den Arm, setzt sich ins Gras und singt das
graue Lied von der Nordsüdbahn:

 

O Fifi soda, fifi, fifi, fifi, ffa, ffa. O Fifi soda, fifi, fifi,
ffa, ffi, ffa, fifi, ffa, fifi, ffa.
Komm, grüner Rinnstein, setz dich in die Nordsüdbahn.
Und dann verschieben wir meine 16 Küken: eines für
siebzehn, eines für fünfzehn, eines für vierzehn Milliarden
rote Grütze.

 

 

 1414006-20b68160e58ed1e3a403134ce11c4d87.jpg

Johannes Baader (22 juni 1875 – 15 januari 1955)

 

 

 

 

De Duitse schrijfster Ida von Hahn-Hahn werd geboren op 22 juni 1805 in Tressow (Schlingendorf). Zie ook alle tags voor Ida von Hahn-Hahn op dit blog.

 

 

Leben und Lieben

 

Die Blitze, sie zucken vom Himmel herab,

Die Stürme umtoben ein einsames Grab,

Und drunten im Grabe schläft friedlich und tief

Ein Herz, das das Leben zu Schmerzen berief.

 

Wol ward es getroffen von Angst und von Pein,

Doch nimmer gebrochen durch diese allein;

Das Glück, welches Andern der Lebensbaum trägt,

Es hat dieses Herz in das Grab hingelegt.

 

Und was nicht gelungen dem Haß und dem Neid,

Die Liebe hat früh es dem Tode geweiht.

Mit "Leben und Lieben" – dem Wonnegebet -

Hat es sich ein Grab und den Frieden erfleht.

 

 

 

In der Ferne

 

Im Gebirg' du, ich am Meere,

Nur vereint durch Sehnsuchtglut,

Fühlen wir des Schicksals Schwere,

Die als Trennung auf uns ruht.

 

Wie auch Wald und Wellen rauschen,

Harmonieenreich ist's nicht,

Sinn und Seele mag nur lauschen,

Wenn die liebste Stimme spricht.

 

Mag Gebirg' und Woge prangen,

Schön von Sonn' und Mond ummalt, -

Ach, der Blick wird nur gefangen,

Wenn ins Aug' das Auge stralt.

 

Wellen ruhen, Berge schimmern

Träum'risch, wie in stiller Lust,

Und der Hoffnung Sterne flimmern

Tröstung in die heiße Brust.

 

 

 1414006-7c47e8c95fb3a8d87a1ee6202efe8576.jpg

Ida von Hahn-Hahn (22 juni 1805 – 12 januari 1880)

 

 

 

 

 

De Franse dichter Jacques Delille werd geboren op 22 juni 1738 in Clermont-Ferrand. Zie ook alle tags voor Jacques Delille op dit blog.

 

 

Les jardins (Fragment)

 

Il est des soins plus doux, un art plus enchanteur.
C'est peu de charmer l'oeil, il faut parler au coeur.
Avez-vous donc connu ces rapports invisibles
Des corps inanimés et des êtres sensibles ?
Avez-vous entendu des eaux, des prés, des bois,
La muette éloquence et la secrète voix ?
Rendez-nous ces effets. Que du riant au sombre,
Du noble au gracieux, les passages sans nombre
M'intéressent toujours. Simple et grand, fort et doux,
Unissez tous les tons pour plaire à tous les goûts
Là, que le peintre vienne enrichir sa palette ;
Que l'inspiration y trouble le poète ;
Que le sage du calme y goûte les douceurs ;
L'heureux, ses souvenirs ; le malheureux, ses pleurs.

Mais l'audace est commune, et le bon sens est rare.
Au lieu d'être piquant, souvent on est bizarre.
Gardez que, mal unis, ces effets différents
Ne forment qu'un chaos de traits incohérents.
Les contradictions ne sont pas des contrastes.

D'ailleurs, à ces tableaux il faut des toiles vastes.
N'allez pas resserrer dans des cadres étroits,
Des rivières, des lacs, des montagnes, des bois.
On rit de ces jardins, absurde parodie
Des traits que jette en grand la nature hardie ;
Où l'art, invraisemblable à la fois et grossier,
Enferme en un arpent un pays tout entier.

 

 

 1414006-07be1ba0c8203f25bb70b1acdb354a75.jpg

Jacques Delille (22 juni 1738 – 1 mei 1813)

Geschreven door Romenu om 13:38 Reageer op dit bericht

Ed Leeflang, Thomas Blondeau, Anne Carson, Adam Zagajewski, Ian McEwan, Alon Hilu

De Nederlandse dichter Ed Leeflang werd geboren op 21 juni 1929 in Amsterdam. Zie ook alle tags voor Ed Leeflang op dit blog.

 

 

Hij is prins

 

Hij is prins, hij wil geen onderdanen,
want zij zullen allen in elk geval prinsen zijn:
prins verkoper, prins bloemist,
prins huisvrouw en prins dode.

Zijn wenkbrouw spreekt,
zijn ogen vragen en op
zijn tafel staan de staatsgeheimen
van de dagen.

Kwetsbare prinsen onder elkaar
- met moeders als een tv-serie
zo benauwend vasthoudend -
iedereen wordt een wezen.

Er is geen vrouwlijkheid in deze klas,
er is slechts hoffelijkheid en hoogheid
en hevigheid van schrijven en van lezen.
Wie 's morgens binnenkomt is
een vereerde gast.

 

 

 

 

Botlopen

 

We zetten zwinnen in de zandplaat af
met warnetten en joegen stapvoets bot
en schol op, vingen emmers vol.

De kotter op de drooggevallen vlakte
hing scheef, de eerste stilte scheen
te dalen uit de zon, een oever was
er niet.

Uit water waren wij getild, samen
met gesloten schelpen, om tenminste
één keer haast te weten hoe het is: te
zijn gestrand en toch te overleven.

Twee of drie uur zou de eb ons hier
nog dulden. Dan niet meer.
Genoeg om te onthouden dat wij het
onbetwiste midden waren van de ruimte,
die wij opgelucht en nietsontziend
bevisten.

 

 

 

 

Duinen

 

Zoals altijd is er een dierenspoor.
Er staan gewone brem, slangenkruid,
ossetong en koekoeksbloemen. Sommige
konijnen begonnen een hol, maar
groeven niet door.

In de spaarbekkens hangt het water;
je zou er munten in kunnen gooien
als in het bassin van een fontein.

Bast is van jonge bomen afgeknaagd.
Zie toch hoe de dag werkelijk wentelt
en er van alles uit de tijd valt, ritselend,
hoe schelpen gaan, knerpend, hoe niemand
meer opraapt, hoe niemand meer ergens
naar vraagt, hoe de wind heengaat:
zonder geest te zijn wat hij afrukt
verwerpend.

 

 

 

1413659-7bfed2661e4301d2ed4d077f28a1eee2.jpg 

Ed Leeflang (21 juni 1929 – 17 maart 2008)

 

 

 

 

 

De Vlaamse dichter, schrijver en journalist Thomas Blondeau werd geboren in Poperinge op 21 juni 1978. Zie ook Zie ook alle tags voor Thomas Blondeau op dit blog.

 

Uit: De Barmhartigheid

 

“Hij lag op bed en om zijn angst te beheersen, dacht hij aan een beeld van vroeger. Als kind geloofde hij dat de nacht zich onder het bed verzamelde. Als mensen moe waren, gingen ze op de matras liggen en door hun gewicht vloeide het duister de kamer in. Bedden als sponzen vol met inkt. De mensen waren zwaar van alle gedachten die ze die dag hadden gehad. Dromen persten die gedachten uit, maalden ze fijn en lieten ze wegwaaien. Zo werden de mensen licht en konden de bedden zich weer vol zuigen met nacht. Het licht toonde zich en de mensen konden weer gaan nadenken. Als je overdag onder je bed keek, zag je daar het zwart schuilen. Het was beter om niet onder het bed te kijken.

Maar de herinnering hielp niet. Hij sloeg een kruisteken. En nog één en nog één. En nog drie keer en daarna nog eens. Het hielp niet. Hoorde hij zijn naam?

Hij nam zijn paternoster en draaide die drie keer om zijn penis. Schoof de kraaltjes heen en weer. Het vlees draaide zich vast in de schakels tussen de kraaltjes. Het hielp niet. Hij wist dat hij gezondigd had. Niets gaat ongestraft voorbij. Toen het licht zijn kamer inkroop, zag hij dat de paternoster dieprode vlekken naliet.

Door de verhuizing kwam hij aan als nieuweling in het vierde jaar van de middelbare school. Zijn leeftijdsgenoten hadden hun eigen vriendenkring al gevormd en niemand deed toen ook de moeite die stille te benaderen. De enige waarmee hij soms sprak was Laetitia. Een klein rossig ding met springerige krulletjes. Ze hadden kennisgemaakt omdat ze in dezelfde straat woonden en zo soms samen naar huis fietsten. Ze vond hem een rustige verschijning en zag dat als een aangename afwisseling van het imponeergedrag dat jongens van zijn leeftijd vertonen. Het bevreemdde haar dat hij nooit iets over zichzelf vertelde maar misschien waren hun fietstochtjes daarvoor te kort. Deze korte momenten van aandacht zorgden ervoor dat hij verliefd werd op haar. Voed een hongerige en hij zal je vinger aflikken, nietwaar? Toen hij werd overgeplaatst naar een andere school verloren ze contact met elkaar.”

 

 

 1413659-ee502f6ec7e2d168b041251207422f7d.jpg

Thomas Blondeau (Poperinge, 21 juni 1978)

 

 

 

 

De Canadese dichteres, essayiste en vertaalster Anne Carson werd geboren op 21 juni 1950 in Toronto. Zie ook alle tags voor Anne Carson op dit blog.

 

 

Guillermo’s Sigh Symphony

 

Do you hear sighing.

            Do you wake amid a sigh.

                        Radio sighs AM,

                                    FM.

                                                Shortwave sighs crackle in from the Atlantic.

                        Hot sighs steam in the dawn.

            People kissing stop to sigh then kiss again.

Doctors sigh into wounds and the bloodstream is changed forever.

            Flowers sigh and two noon bees float backwards.

                        Is it doubt.

                                    Is it disappointment.

                                                The world didn’t owe me anything.

                                                            Leaves come sighing in the door.

                                    Bits of girl sigh like men.

                        Forgeries sigh twice.

Balthus sighs and lies about it, claiming it was Byron’s sigh.

            A sigh may come too late.

                        Is it better than screaming.

                                    Give me all your sighs for four or five dollars.

                                                            A sigh is weightless,

                                                yet it may interrupt the broadcast.

                                    Can you abstain.

                        What is that hush that carries itself up each sigh.

            We hunt together the sigh and I,

sport of kings.

                        To want to stop is beyond us.

The more sighs shine the more I’m in trouble—some kind of silvery stuff—

                                                                                    you thought it was the sea?        

 

 

 

 1413659-aa1039ed953b5b38717c9efcc1ef2bd1.jpg

Anne Carson (Toronto, 21 juni 1950)

 

 

 

 

 

De Poolse dichter en essayist Adam Zagajewski werd geboren op 21 juni 1945 in Lwów, het huidige Lviv. Zie ook alle tags voor Adam Zagajewski op dit blog.

 

 

Probeer de verminkte wereld te bezingen.

 

Probeer de verminkte wereld te bezingen.
Denk weer aan de lange junidagen,
aan de rozijnen, de druppels van de rosé.
Aan de distels die de verlaten erven
van ontheemden stelselmatig overwoekerden.

Je moet de verminkte wereld bezingen.
Je hebt sierlijke zeiljachten en schepen gezien;
een ervan had een lange reis voor de boeg,
een ander wachtte slechts het zoute niets.

Je hebt vluchtelingen gezien die nergens heen gingen,
beulen gehoord die een lied van vreugde zongen.
Je moet de verminkte wereld bezingen.

Denk aan de momenten waarop jullie samen
in de witte kamer waren en de vitrage bewoog.
Keer terug naar dat concert, toen de muziek losbrak.

In de herfst verzamelde je eikels in het park
en de bladeren wervelden boven de littekens
van de aarde. Bezing de verminkte wereld
en het grijze veertje, dat een lijster heeft verloren,
en het zachte licht dat dwaalt en verdwijnt
en steeds terugkomt.

 

 

 

In mei

 

Toen ik bij dageraad door het woud wandelde,

in mei, vroeg ik me af waar jullie waren,

zielen van de doden. Waar zijn jullie, jonge

vermisten, waar zijn jullie,

de volledig veranderden?

In het bos heerste grote stilte,

en ik hoorde de groene bladeren dromen,

ik hoorde de droom van de schors waaruit boten,

schepen en zeilen zullen ontstaan.

Dan, langzaam, begonnen de vogels te herleven,

distelvinken, lijsters, merels, verborgen

op balkons van takken, elk in een andere taal,

elk met een andere stem, niets vragend,

zonder bitterheid of spijt.

En ik besefte dat jullie zang zijn,

onvatbaar als muziek, onbegrijpelijk

als muzieknoten, ver verwijderd van ons

zoals wij van onszelf.

 

 

 

Vertaald door Gerard Rasch

 

 

1413659-be339dbb1b75788041156dd63150cb75.jpg 

Adam Zagajewski (Lwów, 21 juni 1945)

 

 

 

 

 

De Britse schrijver Ian McEwan werd op 21 juni 1948 geboren in de Engelse garnizoensplaats Aldershot. Zie ook alle tags voor Ian McEwan op dit blog.

 

Uit: On Chesil Beach

 

“They were young, educated, and both virgins on this, their wedding night, and they lived in a time when a conversation about sexual difficulties was plainly impossible. But it is never easy. They were sitting down to supper in a tiny room on the second floor of a Georgian inn in

Dorset. In the next room, visible through the open door, was a fourposter bed, rather narrow, whose cover was pure white and stretched startlingly smooth, as though by no human hand. Edward did not mention that he had never stayed in a hotel before, whereas Florence, after many trips as a child with her father, was an old hand. Superficially, they were in fine spirits. Their wedding, at St. Mary’s, Oxford, had gone well; the service had been decorous, the reception jolly, the sendoff from school and college friends raucous and uplifting. Her parents had not condescended to his, as they had feared, and his mother had not significantly misbehaved, or completely forgotten the purpose of the occasion. The couple had driven away in a small car belonging to Florence’s mother and arrived in the early evening at their hotel on the coast in weather that was not perfect for mid-June or the circumstances but was entirely adequate: it was not raining, but nor was it quite warm enough, according to Florence, to eat outside on the terrace, as they had hoped. Edward thought that it was, but, polite to a fault, he would not think of contradicting her on such an evening.”

 

 

 1413659-f1198ca84f8e0abffc930a1eee2f0e19.jpg

Ian McEwan (Aldershot, 21 juni 1948)

 

 

 

 

 

De Israëlische schrijver Alon Hilu werd geboren op 21 juni 1972 in Jaffa. Zie ook alle tags voor Alon Hilu op dit blog.

 

Uit: House of Dajani

 

“It was not long before I procured her agreement, then that of her parents, and we were joined in holy matrimony. My joy knew no bounds. And yet, scarcely a few hours had passed from our time under the wedding canopy when the first hint of Her Ladyship's true nature became apparent. We were standing in the bridal chamber, our first moments alone as man and wife, when I unbuttoned my waistcoat and placed my top hat on the bureau while Her Ladyship remained immobile in her white wedding gown.

"Come, let man rejoice with his wife," I said to her.

"Now is not the hour," said she.

"Do you feel nothing?" I queried.

"I wish to rest awhile," came her response.

She had scarcely finished speaking when, without waiting for the lantern to be extinguished, she began removing her clothing until every last stitch was gone, and then she walked about in her nakedness, her ivory breasts and soft pink nipples taunting my impatient eyes. Her Ladyship prostrated herself in the bed, turned her back to me and fell asleep at once.

On the morrow I drew near her with words of seduction and love, and yet again she was not of a mind to take part in the intimate relations I had intended. True, she was no longer tired or fatigued; rather, the cause was in the psyche. To hear her tell it she was sunk in the despondency of a new bride faced with an act of contrariness and change, with this shift from the impetuous recklessness of life in the singular to that of the conjugal, to be husbanded by a husbanding husband.

In order to avoid causing her grief or, heaven forfend, the famed melancholy of those who place themselves in the stocks of marriage, I suppressed my desire and left her in peace. Silently I told myself that I would wait to see when Her Ladyship's loving passion would awaken and she would come to my bed with reddened cheeks and flaming nipples, her body sweet and dripping juicily.“

 

 

1413659-d1bcf2a2872b09d18f95b34180975465.jpg 

Alon Hilu (Jaffa, 21 juni 1972)

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 21e juni ook mijn blog van 21 juni 2012 deel 1 en eveneens deel 2 en ook deel 3..

Geschreven door Romenu om 19:22 Reageer op dit bericht

Vikram Seth, Paul Muldoon, Kurt Schwitters, Jean-Claude Izzo, Silke Andrea Schuemmer

De Indische schrijver Vikram Seth werd geboren op 20 juni 1952 in Kolkata. Zie ook alle tags voor Vikram Seth op dit blog.

 

Uit: A Suitable Boy

 

“Lata reflected that of the four brothers and sisters, the only one who hadn't complained of the match had been the sweet-tempered, fair-complexioned, beautiful Savita herself.

'He is a little thin, Ma,' said Lata a bit thoughtlessly. This was putting it mildly. Pran Kapoor, soon to be her brother-in-law, was lank, dark, gangly, and asthmatic.

'Thin? What is thin? Everyone is trying to become thin these days. Even I have had to fast the whole day and it is not good for my diabetes. And if Savita is not complaining, everyone should be happy with him. Arun and Varun are always complaining: why didn't they choose a boy for their sister then? Pran is a good, decent, cultured khatri boy.'

There was no denying that Pran, at thirty, was a good boy, a decent boy, and belonged to the right caste. And, indeed, Lata did like Pran. Oddly enough, she knew him better than her sister did--or, at least, had seen him for longer than her sister had. Lata was studying English at Brahmpur University, and Pran Kapoor was a popular lecturer there. Lata had attended his class on the Elizabethans, while Savita, the bride, had met him for only an hour, and that too in her mother's company.

'And Savita will fatten him up,' added Mrs Rupa Mehra. 'Why are you trying to annoy me when I am so happy? And Pran and Savita will be happy, you will see. They will be happy,' she continued emphatically. 'Thank you, thank you,' she now beamed at those who were coming up to greet her. 'It is so wonderful--the boy of my dreams, and such a good family. The Minister Sahib has been very kind to us. And Savita is so happy. Please eat something, please eat: they have made such delicious gulabjamuns, but owing to my diabetes I cannot eat them even after the ceremonies. I am not even allowed gajak, which is so difficult to resist in winter. But please eat, please eat. I must go in to check what is happening: the time that the pandits have given is coming up, and there is no sign of either bride or groom!' She looked at Lata, frowning. Her younger daughter was going to prove more difficult than her elder, she decided.

'Don't forget what I told you,' she said in an admonitory voice.

'Hmm,' said Lata. 'Ma, your handkerchief's sticking out of your blouse.'

'Oh!' said Mrs Rupa Mehra, worriedly tucking it in. 'And tell Arun to please take his duties seriously. He is just standing there in a corner talking to that Meenakshi and his silly friend from Calcutta. He should see that everyone is drinking and eating properly and having a gala time.'

 

 

1413133-df721a8c2dfea168597e9d5ff1917851.jpg 

Vikram Seth (Kolkata, 20 juni 1952)

 

 

 

 

 

De Ierse dichter en schrijver Paul Muldoon werd geboren in Portadown, County Armagh, in Noord-Ierland op 20 juni 1951, Zie ook alle tags voor Paul Muldoon op dit blog.

 

 

Hedgehog

 

The snail moves like a
Hovercraft, held up by a
Rubber cushion of itself,
Sharing its secret

With the hedgehog. The hedgehog
Shares its secret with no one.
We say, Hedgehog, come out
Of yourself and we will love you.

We mean no harm. We want
Only to listen to what
You have to say. We want
Your answers to our questions.

The hedgehog gives nothing
Away, keeping itself to itself.
We wonder what a hedgehog
Has to hide, why it so distrusts.

We forget the god
under this crown of thorns.
We forget that never again
will a god trust in the world.

 

 

 

 

A Dent

In memory of Michael Allen

The height of one stall at odds with the next in your grandfather's byre
where cattle allowed themselves to speak only at Yule
gave but little sense of why you taught us to admire
the capacity of a three-legged stool

to take pretty much everything in its stride,
even the card-carrying Crow who let out a war-whoop
now your red pencil was poised above my calf-hide
manuscript like a graip above a groop.

The depth of a dent in the flank of your grandfather's cow
from his having leaned his brow
against it morning and night

for twenty years of milking by hand
gave but little sense of how distant is the land
on which you had us set our sights.

 

 

 

 1413133-551ada35903351b2075ff0b5cf386bcd.jpg

Paul Muldoon (Portadown, 20 juni 1951)

 

 

 

 


De Duitse schrijver, dichter en kunstenaar Kurt Schwitters werd geboren op 20 juni 1887 in Hannover. Zie ook alle tags voor Kurt Schwitters op dit blog.

 

Uit: Ursonate (Fragment)

 

Fümms bö wö tää zää Uu,

                                         pögiff,

                                                     kwii Ee.        

Oooooooooooooooooooooooo,  

dll rrrrr beeeee bö

dll rrrrr beeeee bö fümms bö,                                      

     rrrrr beeeee bö fümms bö wö,

             beeeee bö fümms bö wö tää,

                        bö fümms bö wö tää zää,

                             fümms bö wö tää zää Uu:    

           

primera parte:   

tema 1:

Fümms bö wö tää zää Uu,

                                        pögiff,

                                                 Kwii Ee.         

tema 2:

Dedesnn nn rrrrr,

                           Ii Ee,

                                     mpiff tillff too,

                                                              tillll,

                                                                      Jüü Kaa?

 

 

 

 1413133-2aef41c37facf42db8fb63ace12923bd.jpg

Kurt Schwitters (20 juni 1887 – 8 januari 1948)

9 Portretten, Londen, 1944

 




De Franse schrijver Jean-Claude Izzo werd geboren op 20 juni 1945 in Marseille. Zie ook alle tags voor Jean-Claude Izzo op dit blog.

 

Uit: Chouma

 

“Au milieu de la rue Sainte-Françoise, devant le Treize-Coins, un certain José était en train de laver sa voiture, une R 21 aux couleurs de l’O.M. Bleu en bas, blanc en haut. Avec fanion assorti, accroché au rétroviseur, et écharpe des supporters sur la plage arrière. Musique à fond. Les Gipsy Kings, Bamboleo, Djobi Djoba, Amor, Amor… Le Best of.
Sicard, le cantonnier, lui avait ouvert la prise d’eau du caniveau. José avait pour lui, à volonté, toute la flotte de la ville. De temps en temps, il venait jusqu’à la table de Sicard, et s’asseyait pour boire le pastis sans quitter des yeux sa bagnole. Comme si c’était une pièce de collection. Mais peut-être rêvait-il à la pin-up qu’il allait embarquer dedans pour une virée à Cassis. En tout cas, vu le sourire content qu’il affichait, il ne pensait certainement pas à son percepteur. Et il prenait son temps, José.
Ici, au quartier, cela se passait toujours ainsi, quand on voulait laver sa voiture. Les années passaient, et il y avait toujours un Sicard qui offrait l’eau si vous payiez le pastis. Fallait vraiment être un cake de Saint-Giniez pour aller au Lavomatic.
Là, si une autre bagnole arrivait, il lui faudrait attendre que José ait fini. Y compris de passer, lentement, une peut de chamois sur la carrosserie. En espérant qu’un pigeon ne vienne pas chier dessus, juste à cet instant.
Si le conducteur était du Panier, il se prendrait tranquillement l’apéro avec José et Sicard, en parlant du championnat de foot, ironisant, bien sûr, sur les mauvais scores du PSG. Et ils ne pouvaient être que mauvais, même si les Parisiens caracolaient en tête du classement. Si c’était un "touriste", et après quelques coups de klaxon intempestifs, ils pourraient en venir aux mains. Mais c’était rare. Quand on n’est pas du Panier, on ne vient y faire d’engaste. On s’écrase et on prend son mal en patience. Mais aucune voiture ne se présenta et, Loubet et moi, on put manger tranquilles.
Personnellement, je n’avais rien contre les Gipsy Kings.”

 

 

 1413133-23e4d417cf30f5f94f9e20ae49a78c3b.jpg

Jean-Claude Izzo (20 juni 1945 – 26 januari 2000)

 

 

 

 

De Duitse dichteres, schrijfster en kunsthistorica Silke Andrea Schuemmer werd geboren op 20 juni 1973 in Aken. Zie ook alle tags voor Silke Andrea Schuemmer op dit blog.

 

 

Wind

 

II

 

Beim Fingerzeig des Schornsteins
der Antenne und des Walmdachgrats
spukt ein Rauschen um das Haus
Die Verstorbenen der Wetterhahn
die breite Mundart auch
teilen sich die erste Wolkenschicht
Drin schweben selbst die Sagen
die Gerüchte und Versprechungen
die manchmal von den Dächern falln
wie Schindeln oder Mörtelrest
Vor allem aber der Geruch
von Frischgebackenem und Tang
rutscht übers Dach
Es hängt was in der Luft
das als blasser Schatten vor den Leuten geht
Ganze Koffer voll
Einmachgläser und Münder selbst Lungen
tragen die Touristen nach Haus

 

 

 1413133-808b3fbfafc19283ff4d91be09678570.jpg

Silke Andrea Schuemmer (Aken, 20 juni 1973)
Aken, het raadhuis aan de Katschhof


 

Zie voor nog meer schrijvers van de 20e juni ook mijn blog van 20 juni 2011.

Geschreven door Romenu om 19:46 Reageer op dit bericht

Salman Rushdie, Sybren Polet, Josef Nesvadba, Osamu Dazai, José Rizal, Friedrich Huch, Gustav Schwab

De Indisch-Britse schrijver en essayist Salman Rushdie werd geboren in Bombay op 19 juni 1947. Zie ook alle tags voor Salman Rushdie op dit blog.

 

Uit: The Satanic Verses

 

“When Baal proceeded to lay out the plan for the madam, she responded: "It is very dangerous, but it could be damn good for business." While I do not wholly subscribe to the theory that authors tend to write self-fulfilling novels, it seems quite clear to me that "they" did hear and that they are indeed mad enough to "boil his balls in butter." The Ayyatollah Khomeni, who issued the fatwa for Rushdie's death, in fact stated that what Rushdie wrote about the Prophet literally made his blood boil (quoted in Appignanesi and Maitland 1990:73). The whole thing has been very dangerous, and there is little doubt but that the controversy has been "damn good for business."

The question that remains for me is why Rushdie -- being brought up as a Muslim, even a backsliding one -- did not realize what the reaction of his fellow Muslims would be (Baal was certainly not naive about how Mahound would respond to knowing whores were pretending to be his wives), or why Rushdie realized it but went ahead and did it anyway. To a certain extent Rushdie's public presentation of his private doubt came at the wrong time -- it was a convenient lightning rod at a time when anger against the West -- understandable anger at that -- needed to go somewhere.

But the key I think is found in the same passage (p. 380), where Rushdie comments: "Where there is no belief, there is no blasphemy." In an interview ironically broadcast the same day in 1989 as Khomeini's death warrant, Rushdie added: "Doubt, it seems to me, is the central condition of a human being in the 20th century" (quoted in Appignanesi and Maitland 1990:24). Here I think is the crux of the problem. We can readily identify with Rushdie on doubt as the norm in the secular as well as much of the sacred thinking of our West. We can read The Satanic Verses as an exercise in dealing with that doubt, one that Rushdie as an immigrant author in our backyard vigorously defends as viable even though it may be seen as blatant unbelief by his critics. But the problem is that Rushdie, at least up until a recent interview with

David Frost, has never claimed not to have belief. He has simply admitted to doubt.”

 

 

1412538-d5d2d2eb58e6a00a722b5acc82cc852a.jpg 

Salman Rushdie (Bombay, 19 juni 1947)

 

 

 

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Sybren Polet (pseudoniem van Sybe Minnema) werd geboren in Kampen op 19 juni 1924. Zie ook alle tags voor Sybren Polet op dit blog.

 

 

 

Trampolinepoëzie

 

Mensbeeld als wensbeeld van generatieve foetussen.

Beweeglijke gevoelshorizonten en hun zelfadaptaties.

In ons lichaam om de 120 dagen geheel nieuw bloed
waarin nog visvormen zwemmen.

Nog maar 70.000 jaar geleden waren we bijna uitgestorven.

De ramp als natuurlijk experiment.

Net als bij gifslangen niet sterven aan je eigen vergif.

Vreedzaam samenleven met je 100 biljoen bacteriën.

Resistent zijn tegen de realiteit,
realiteit
als een onlokaliseerbare bom, die
nooit ontploffend
altijd en overal zijn werking uitoefent.

 

 

 

 

Diapsalmata

 

Je loopt met de dood als een hond achter je aan.
De hond draagt een bril met drie glazen.
Je kijkt strak voor je uit. Draait je om en blikt
in het derde oog als in een duistere rede.

Je zweet geschiedenis uit. Zweert van leven.
Losse tranen lopen als kleine homunculi* voor je uit.
Met vochtige contactlenzen beschouw je het leven.
Je kunt niet zonder je leven. Dus leef je.

In lichaamsvormige luchtgraven houd je je schuil
tot de volgende holle minuut. Je zweet geschiedenis uit.

Je blikt met een voorhoofdsoog in een duistere rede.
En weer zie je álles
niet, of alleen dat
wat vaag aan de gekartelde einder opdoemt.

Je loopt met de dood als een dode hond achter je aan
en je blaft en je blaft tot je in de lucht op bent gegaan.

 

 

 

 1412538-1b8179433a2cd825f1e1e936a029c4ad.jpg

Sybren Polet (Kampen, 19 juni 1924)

 

 

 

 

 

De Tsjechische schrijver Josef Nesvadba werd geboren op 19 juni 1926 in Praag. Zie ook alle tags voor Josef Nesvadba op dit blog.

 

Uit: The Half-wit of Xeenemuende

 

“The old teacher was glad to accept Mrs. Habicht's offer. He earned a bit by coaching, because his pension was too small to allow him to buy anything on the black market, even potatoes. They didn't tell him the boy was a half-wit, though. He didn't find it out until the first day they spent together. Bruno was fifteen, with the face of a six-year-old and some of the habits of a toddler. During his first lesson he made a dive for a fly and swallowed it without turning a hair; he pushed his fountain pen up his nose and poured the ersatz coffee his mother had made for the teacher over the poor man's trousers. The latter of course got up and wanted to leave the house at once. The desperate mother spent a long time persuading him to stay; she raised his salary and offered to give him a warm supper every evening if only he would take her son on. And as if he wanted to ingratiate himself with the teacher all of a sudden, Bruno stood to attention and recited in a loud voice the multiplication table, division table, and square roots.

"He's got a wonderful head for figures," said Mrs. Habicht. "He can remember anything. He knows the Xeenemuende telephone directory off by heart." And Bruno promptly recited the first sixty names and addresses and telephone numbers. But he had no head for grammar, he was hopeless at history, and he couldn't read the simplest sentence. And he was fifteen, if you please.”

 

 

 1412538-7466bc6a5a8636212d6e0e7bae0d2ca8.jpg

Josef Nesvadba (19 juni 1926 – 26 april 2005)

 

 

 

 


De Japanse schrijver
Osamu Dazai (eig.Shūji Tsushima) werd geboren op 19 juni 1909 in Tsugaru. Zie ook alle tags voor Osamu Dazai op dit blog.

 

Uit: The setting sun (Vertaald door Donald Keene)

 

“My brother Naoji says that we are no match for Mother, and I have at times felt something akin to despair at the difficulty of imitating her. Once, in the back garden of our house in Nishikata Street — it was a beautiful moonlight evening in the beginning of autumn — Mother and I were sitting in the summer-house by the edge of the pond admiring the moon, when she got up and went into a nearby clump of flowering shrubs. She called to me from among the white blossoms with a little laugh, "Kazuko, guess what Mother is doing now."

"Picking flowers."

She raised her little voice in a laugh. "Wee-wee!"

I felt there was something truly adorable in her which I could not possibly have imitated.

This has been quite a digression from this morning's soup, but I recently learned from a book I was reading how in the days of the French monarchy the court ladies thought nothing of relieving themselves in the palace gardens or in a corner of the corridors.  Such innocence really charms me, and I wondered if Mother might not be one of the last of that kind of lady.

At any rate, this morning she let out a little cry — ah — as she sipped the soup, and I asked if it were a hair, only to be informed that it was not.

"Perhaps it was too salty."

The soup this morning was green pea, from an American can I got on the ration and made into a kind of potage. I haven't any confidence in my abilities as a cook, though it is one of the few confidences a girl should have, and couldn't help worrying about the soup, even after Mother said that nothing was wrong.

"You made it very well," Mother said in a serious tone. After she had finished the soup, she ate some rice-balls wrapped in seaweed.”

 

 

 1412538-71ab91d348a5a7359702fa9c117a1cda.jpg

Osamu Dazai (19 juni 1909 – 13 juni 1948)

 

 

 

 

 

De Filippijnse schrijver José Rizal (eig. José Protacio Rizal Mercado y Alonso Realonda) werd geboren op 19 juni 1861. Zie ook alle tags voor José Rizal op dit blog.

 

 

A Tribute to My Town

 

When I remember the days
that saw my early childhood
spent on the green shores
of a murmurous lagoon;
when I remember the coolness,
delicious and refreshing,
that on my face I felt
as I heard Favonius croon;

when I behold the white lily
swell to the wind’s impulsion,
and that tempestuous element
meekly asleep on the sand;
when I inhale the dear
intoxicating essence
the flowers exude when dawn
is smiling on the land;

sadly, sadly I recall
your visage, precious childhood,
which an affectionate mother
made beautiful and bright;
I recall a simple town,
my comfort, joy and cradle,
beside a balmy lake,
the seat of my delight.

Ah, yes, my awkward foot
explored your sombre woodlands,
and on the banks of your rivers
in frolic I took part.
I prayed in your rustic temple,
a child, with a child’s devotion;
and your unsullied breeze
exhilarated my heart.

The Creator I saw in the grandeur
of your age-old forests;
upon your bosom, sorrows
were ever unknown to me;
while at your azure skies
I gazed, neither love nor tenderness
failed me, for in nature
lay my felicity.

Tender childhood, beautiful town,
rich fountain of rejoicing
and of harmonious music
that drove away all pain:
return to this heart of mine,
return my gracious hours,
return as the birds return
when flowers spring again!

But O goodbye! May the Spirit
of Good, a loving gift-giver,
keep watch eternally over
your peace, your joy, your sleep!
For you, my fervent pryers;
for you, my constant desire
to learn; and I pray heaven
your innocence to keep!

 

 

 

 1412538-c11d2167e6c9ec88bfe88ee761b477a4.jpg

José Rizal (19 juni 1861 - 30 december 1896)

Op 18-jarige leeftijd

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Friedrich Huch werd geboren op 19 juni 1873 in Braunschweig. Zie ook alle tags voor Friedrich Huch op dit blog.

 

Uit: Enzo

 

„Ob der Junge ihm wohl selber ähnlich werden würde? Dann konnte er sich nur freuen. – Er verschob etwas den grünen Lichtschirm und trat zum Spiegel. Das war ihm ein gewohnter Gang. Er galt als einer der schönsten Männer in der Stadt und liebte es, sich dieses manchmal vor sich selber zu bestätigen.

Die Stirn war ohne Zweifel fest, stark, schön gebaut, bedeutend; sie paßte gut zu dem eben geformten, großen Mund und zu seiner untersetzten, breiten Gestalt. Auch die Nase gefiel ihm ausnehmend gut: Sie sah geradezu edel aus und bog auch nicht um die kleinste Linie nach links oder nach rechts ab. Dann begegnete er seinen Augen: Groß, schön und sanft . . . Leider etwas zu verschwommen! murmelte er wieder und seufzte leise.

Unwillkürlich sah er zum Flügel hin, auf dem seine letzte Komposition stand. Er war längst in den Reifejahren und sein Name ragte kaum über die Grenzen seines Orts hinaus. Sollte er sich mit den verkannten Genies trösten, oder war es wirklich so, wie er in heimlichen Momenten dachte: daß er zwar ein ganz guter Kapellmeister, aber kein guter Tondichter sei?

Mit halbem Widerwillen trat er zum Flügel, blätterte hie und da in dem beschriebenen Heft, und alle die ihm bis zum Überdruß bekannten, halb wirklich erfundenen, halb ausgedachten Motive starrten ihn so entsetzlich breitspurig und anspruchsvoll an! Er las weiter und immer weiter, stets im Wunsche, abzubrechen, ohne den Zeitpunkt zu finden, denn all dies Zeug hing doch innerlich zusammen, und wenn einmal ein Abschluß kam, so folgte wieder etwas Neues, das dem Vorangegangenen erst die richtige Beleuchtung gab.“

 

 

 1412538-3af14735691233e8aaeac4520a10e3ab.jpg

Friedrich Huch (19 juni 1873 – 12 mei 1913)

Braunschweig,  Altstadtmarkt

 

 

 

 

 

De Duitse dichter, schrijver en pastor Gustav Schwab werd geboren op 19 juni 1792 in Stuttgart. Zie ook alle tags voor Gustav Schwab op dit blog.

 

 

Das Gewitter

 

Urahne, Großmutter, Mutter und Kind
In dumpfer Stube beisammen sind;
Es spielet das Kind, die Mutter sich schmückt,
Großmutter spinnet, Urahne gebückt
Sitzt hinter dem Ofen im Pfühl –
Wie wehen die Lüfte so schwül!

 

Das Kind spricht: »Morgen ist’s Feiertag!
Wie will ich spielen im grünen Hag,
Wie will ich springen durch Tal und Höhn,
Wie will ich pflücken viel Blumen schön;
Dem Anger, dem bin ich hold!« –
Hört ihr’s, wie der Donner grollt?

 

Die Mutter spricht: »Morgen ist’s Feiertag!
Da halten wir alle fröhlich Gelag‘,
Ich selber, ich rüste mein Feierkleid;
Das Leben, es hat auch Lust nach Leid,
Dann scheint die Sonne wie Gold!« –
Hört ihr’s, wie der Donner grollt?

 

Großmutter spricht: »Morgen ist’s Feiertag!
Großmutter hat keinen Feiertag.
Sie kochet das Mahl, sie spinnet das Kleid,
Das Leben ist Sorg‘ und viel Arbeit;
Wohl dem, der tat, was er sollt‘!«
Hört ihr’s, wie der Donner grollt?

 

Urahne spricht: »Morgen ist’s Feiertag!
Am liebsten morgen ich sterben mag:
Ich kann nicht singen und scherzen mehr,
Ich kann nicht sorgen und schaffen schwer,
Was tu‘ ich noch auf der Welt?« –
Seht ihr, wie der Blitz dort fällt?

 

Sie hören’s nicht, sie sehen’s nicht,
Es flammet die Stube wie lauter Licht:
Urahne, Großmutter, Mutter und Kind
Vom Strahl miteinander getroffen sind,
Vier Leben endet ein Schlag
Und morgen ist’s Feiertag.

 

 

 

1412538-2a88941e929c2f5308f63e464875114f.jpg 

Gustav Schwab (19 juni 1792 – 4 november 1850)

Geschreven door Romenu om 19:43 Reageer op dit bericht

Richard Powers, Raymond Radiguet, Geoffrey Hill, Bert Schierbeek, Karin Fellner

De Amerikaanse schrijver Richard Powers werd geboren op 18 juni 1957 in Evanston, Illinois. Zie ook alle tags voor Richard Powers op dit blog.

 

Uit: The Echo Maker

 

“They converge on the river at winter’s end as they have for eons, carpeting the wetlands. In this light, something saurian still clings to them: the oldest flying things on earth, one stutter-step away from pterodactyls. As darkness falls for real, it’s a beginner’s world again, the same evening as that day sixty million years ago when this migration began.
Half a million birds—four-fifths of all the sandhill cranes on earth—home in on this river. They trace the Central Flyway, an hourglass laid over the continent. They push up from New Mexico, Texas, and Mexico, hundreds of miles each day, with thousands more ahead before they reach their remembered nests. For a few weeks, this stretch of river shelters the miles-long flock. Then, by the start of spring, they’ll rise and head away, feeling their way up to Sas-katchewan, Alaska, or beyond.
This year’s flight has always been. Something in the birds retraces a route laid down centuries before their parents showed it to them. And each crane recalls the route still to come.
Tonight’s cranes mill again on the braided water. For another hour, their massed calls carry on the emptying air. The birds flap and fidget, edgy with migration. Some tear up frosty twigs and toss them in the air. Their jitters spill over into combat. At last the sandhills settle down into wary, stilt-legged sleep, most standing in the water, a few farther up in the stubbled fields.
A squeal of brakes, the crunch of metal on asphalt, one broken scream and then another rouse the flock. The truck arcs through the air, corkscrewing into the field. A plume shoots through the birds. They lurch off the ground, wings beating. The panicked carpet lifts, circles, and falls again. Calls that seem to come from creatures twice their size carry miles before fading.”

 

 

 1412054-773c2195dbbd40c55f6f4a37cf81d7c0.jpg

Richard Powers (Evanston, 18 juni 1957)

 

 

 

 

 

De Franse schrijver Raymond Radiguet werd geboren op 18 juni 1903 in Saint-Maur-des-Fossés. Zie ook alle tags voor Raymond Radiguet op dit blog.

 

Uit: The Devil in the Flesh (Vertaald door Christopher Moncrieff)

 

“We would read together by the light of the fire, into which she often threw the letters that her husband sent her every day from the Front. Judging by their frequent expressions of anxiety I guessed that Marthe's letters to him were becoming less and less tender and less and less frequent. It was not without a certain disquiet that I watched those letters burn. For a second the fire became much brighter; the truth was I was afraid to see more clearly.
Marthe would often ask me if it was really true that I had loved her ever since our first meeting, and reproached me for not telling her before she was married. Had I done so, she said, she would never have married Jacques. For although at first she had felt a sort of love for him, it had diminished as the period of their engagement became longer and longer on account of the war. By the time she married Jacques she no longer loved him at all. She had hoped that her feelings would change during the fortnight's leave Jacques had been given

 

1412054-78ad346bf2d3ea6f541756348716261c.jpg 

Scene uit de film 'Le diable au corps' met Micheline Presle en Gérard Philipe, 1947

 

 


He was clumsy. The one who loves always annoys the one who does not. And Jacques loved her more than ever. His letters showed that he was unhappy, but that he held his Marthe too highly in his esteem to believe that she would be capable of infidelity. He blamed only himself, begging her to tell him what he had done to offend her; 'I feel so coarse when I am with you. I feel everything I say hurts you.' Marthe replied simply that this was not so and that she had nothing to reproach him with.”

 

 

1412054-f9c80561ee83ddfa9f7db20033571a77.jpg 

Raymond Radiguet (18 juni 1903 – 12 december 1923)

Portret door Jacques-Emile Blanche, 1923

 

 

 

 

 

De Engelse dichter Geoffrey Hill werd geboren op 18 juni 1932 in Bromsgrove, Worcestershire. Zie ook alle tags voor Geoffrey Hill op dit blog.

 

 

An Apology for the Revival of Christian Architecture in England

 

the spiritual, Platonic old England …
S. T. COLERIDGE, Anima Poetae


‘Your situation’, said Coningsby, looking up the green and silent valley, ‘is absolutely poetic.’
‘I try sometimes to fancy’, said Mr Millbank, with a rather fierce smile, ‘that I am in the New World.’
BENJAMIN DISRAELI, Coningsby


1 QUAINT MAZES

And, after all, it is to them we return.
Their triumph is to rise and be our hosts:
lords of unquiet or of quiet sojourn,
those muddy-hued and midge-tormented ghosts.

On blustery lilac-bush and terrace-urn
bedaubed with bloom Linnaean pentecosts
put their pronged light; the chilly fountains burn.
Religion of the heart, with trysts and quests

and pangs of consolation, its hawk’s hood
twitched off for sweet carnality, again
rejoices in old hymns of servitude,

haunting the sacred well, the hidden shrine.
It is the ravage of the heron wood;
it is the rood blazing upon the green.

 

 

 

1412054-30ae92093484c86c8b42757f23a66d97.jpg 

Geoffrey Hill (Bromsgrove, 18 juni 1932)

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver en dichter Bert Schierbeek werd geboren op 18 juni 1918 in Glanerbrug in Twente. Zie ook alle tags voor Bert Schierbeek op dit blog.

 

 

maar we zouden niet vergeten dat

 

maar we zouden niet vergeten dat
we hebben gelachen, gelachen hebben
we veel en dat zal ik niet vergeten
want we hebben gelachen en veel hè?
en dat zullen we nooit vergeten om-
dat we zoveel gelachen hebben en dat
niet vergeten gvd wat hebben we gelachen
en niet en nooit vergeten dat we zo
hebben gelachen omdat we samen waren
en zoveel gelachen hebben dat we
het nooit zullen vergeten

 

 

 

Het lied der veranderingen

Kun je me nu zien
(ik droom)
de wind waait
(verdomd hard)
en ik denk
je komt terug
(op zoveel wind)
de luiken klapperen
(je komt terug)
denk ik

kun je me nu zien?
(you know: I am with you now)

ik
ik zag me
ik zag mezelf
(zie je me nu?)
you feel it
over there
I love you

 

 

 

 1412054-b7d17744cac29394f27bcd97fae6b258.jpg

Bert Schierbeek (18 juni 1918- 9 juni 1996)



 

 

De Duitse dichteres Karin Fellner werd geboren 1970 in München, waar zij nog steeds woont. Zie ook alle tags voor Karin Fellner op dit blog..

 

 

diese kleine frau sitzt im laub

 

diese kleine frau sitzt im laub
ihres denkens und schaukelt

ohne betreff ist sie nur
lindenbollen ein baum
schwammerl außer dienst

sieht mit geschlossenem lid:
mein und dein ist ein schild
aus federn es verbläst

die körnung in der brust
die steinrüstung bestreicht
sie mit luftfäden jetzt

ist nichts mehr: besonders
platane an schnellstraße an
der scheibe verwischte fliege

zerfasert wie distelköpfe
ihr knistern: neuronal

 

 

 

 1412054-1d6abaca42533c60e0431ea19ba576fb.jpg

Karin Fellner (München, 18 juni 1970)

 

 



Zie voor nog meer schrijvers van de 18e juni ook mijn blog van 18 juni 2012 en eveneens mijn blog van 18 juni 2011 deel 2.

Geschreven door Romenu om 20:13 Reageer op dit bericht

Peter Rosei, Gail Jones, Ward Ruyslinck, Max Dendermonde, James Weldon Johnson

De Oostenrijkse dichter en schrijver Peter Rosei werd geboren op 17 juni 1946 in Wenen. Zie ook mijn blog van 17 juni 2009 en eveneens alle tags voor Peter Rosei op dit blog.

 

Uit: Wien Metropolis

 

„Es war auf dem Rückzug der deutschen Armeen in der Gegend von Allenstein in Masuren in Polen, also eher schon dem Ende der Schlachtereien des Großen Krieges zu – die kommenden Monate sollten allerdings besonders blutig werden –, daß im Wohntrakt eines Herrengutes, erst kurz zuvor war es von seinen Bewohnern geräumt worden, sich folgendes zutrug: Die Soldaten einer in Auflösung befindlichen deutschen Kompanie entdeckten ein erleuchtetes Fenster in der Nacht. In der Eile der Flucht hatten die Gutsleute wohl vergessen, gerade diese eine und letzte Lampe zu löschen. Die Soldaten brachen mit ein paar Kolbenschlägen das Hoftor auf und drangen ins Haus ein. Im Kamin im großen Salon fanden sich unter einer dünnblättrigen, brüchigen Schicht von grauer Asche – man hatte wohl Papiere verbrannt – noch Knollen von roter, wärmespendender Glut. Bald hatte einer der Männer die Treppe, die zum Vorratskeller hinunterführte, entdeckt. – Als endlich die Nachhut eintraf, angeführt von keinem anderen als dem Oberleutnant Oberkofler, der Pandura, seines Zeichens Stabswachtmeister, war bereits bei der ersten Gruppe dabeigewesen, da fand der Oberkofler seine Leute und also auch den Stabswachtmeister Pandura schon beim Plündern. Zwar hatte der Pandura alle vorgefundenen Fässer durch gezielte Pistolenschüsse zuschanden geschossen, er hatte aber im Durcheinander nicht verhindern können, daß der eine oder andere sein Kochgeschirr oder sonst ein Gefäß unter den kalt und dunkel herauspritschelnden Weinstrahl gehalten hatte. Der Oberkofler machte auch gar kein Aufhebens von der sich anbahnenden Sauferei, er sagte nur in Richtung Pandura, aber so laut, daß alle es hören konnten: »Wer morgen liegen bleibt, wird eben vom Russen erschossen.« Dann warf er seine Handschuhe auf einen Tisch, setzte sich und streckte die Beine breit aus.“

 

 

 1411500-a29a4e8f818e16ea5f08c65b89088a25.jpg

Peter Rosei (Wenen, 17 juni 1946)

 

 

 

 

De Australische schrijfster Gail Jones werd geboren op 17 juni 1950 in Harvey. Zie ook alle tags voor Gail Joenes op dit blog.

 

Uit: Five Bells

 

“Circular Quay: she loved even the sound of it.

Before she saw the bowl of bright water, swelling like something sexual, before she saw the blue, unprecedented, and the clear sky sloping upwards, she knew from the lilted words it would be a circle like no other, key to a new world.

 The train swung in a wide arc to emerge alongside sturdy buildings and there it was, the first glimpses through struts of ironwork, and those blurred partial visions were a quiet pleasure. Down the escalator, rumbling with its heavy body-cargo, through the electronic turnstile, which captured her bent ticket, then, caught in the crowd, she was carried outside.

There was confusion at first, the shock of sudden light, all the signs, all the clamour. But the vista resolved and she saw before her the row of ferry ports, each looking like a primary-colour holiday pavilion, and the boats, bobbing, their green and yellow forms toy-like, arriving, absorbing slow lines of passengers, departing. With a trampoline heart she saw the Bridge to her left: its modern shape, its optimistic uparching. Familiar from postcards and television commercials, here now, here-now, was the very thing itself, neat and enthralling. There were tiny flags on top and the silhouetted ant forms of people arduously climbing the steep bow. It looked stamped against the sky, as if nothing could remove it.It looked indelible. A coathanger, guidebooks said, but it was so much grander than this implied. The coherence of it, the embrace, the span of frozen hard-labour. Those bold pylons at the ends, the multimillions of hidden rivets.”

 

 

 1411500-bbd0e070f4d6ea1d13272364c09bccf4.jpg

Gail Jones (Harvey, 17 juni 1950)

 

 

 

 

 

De Vlaamse schrijver Ward Ruyslinck (pseudoniem van Raymond Charles Marie De Belser) werd geboren in Berchem op 17 juni 1929. Zie ook alle tags voor Ward Ruyslinck op dit blog.

 

Uit: Ten huize van… (Interview door Joos Florquin)

 

“Waarom werd Reimond Karel Maria de Belser Ward Ruyslinck?

Tja, je naam is een van die griezelige dingen die je van thuis meekrijgt en waar je normaal gesproken je leven lang mee opgescheept zit. Van je moeder krijg je de sproeten mee, van je vader de opvliegendheid en daar kun je niet veel aan doen. Je moet ermee leren leven. Maar in de keuze van een welluidender of sprekender pseudoniem kun je je wreken op het onrecht dat je ouders je hebben aangedaan door je Reimond de Belser te noemen. Als je je eigen gezicht of karakter niet kunt kiezen, dan kun je toch je eigen uithangbord kiezen.

Afgezien hiervan was er ook een praktische reden aanwezig voor de keuze van een pseudoniem. Mijn vader heeft namelijk in '39 een boek gepubliceerd onder zijn eigen naam, 't Dorpsratteken, een verhaal over een dorpsrakker. Ook een oom van me, een broer van mijn vader, publiceerde af en toe heemkundige verhandelingen, de Geschiedenis van Broechem b.v. Het getuigt misschien van hoogmoed, maar ik wou vooral niet verward worden met een van beiden.

 

U bent geboren in 1929, op 17 juni, in Berchem bij Antwerpen. U bent dus een kind van de stad maar u bent een volbloed natuurmens geworden, een romantisch natuurmens.

Marnix Gijsen noemt het platteland de kortste afstand tussen twee steden. Maar Gijsen is dan ook een verstedelijkte mens, een urbaan type. Ik niet: de stad is voor mij een inferno. Het lawaai en de overbevolking zijn een beproeving voor mijn zenuwen. Je bent trouwens nergens eenzamer dan juist in die drukke, dichtbevolkte stad, waar de mensen elkaar niet kennen, elkaar negéren. Op het platteland ontstaat veel makkelijker en spontaner menselijk kontakt.”

 

 

1411500-ec626f64a744ebb553aec84c959d647c.jpg 

Ward Ruyslinck (Berchem, 17 juni 1929)

 

 

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Max Dendermonde (pseudoniem van Hendrik Hazelhoff) werd geboren op 17 juni 1919 in Winschoten. Zie ook alle tags voor Max dendermonde op dit blog.

 

Uit: De wereld gaat aan vlijt ten onder

 

“Nooit zou een tweede-rangstroep, waar op de grote wereld ook, worden geleid door Eric T. Dall, omdat je met een scheve mond en een enigszins gemolesteerd gehoor niet helemaal geschikt was voor het toneel, vooral niet, als je je daarbij ook nog kreupel bewoog. En zo was er toch nog een eervol einde gekomen aan de loopbaan van een acteur, die de vernederingen van de tweede rang altijd met zoveel pathos had weggespeeld. Eigenlijk opgelucht begon de heer Dall een nieuw leven als kenner van het Verre Oosten, waar hij zoveel had rondgekeken, gefotografeerd en gefilmd. Zijn oude liefhebberij werd nu zijn nieuwe vak; hij liet de littekens van de acteur overgroeien door de baard van een geleerde, en een vrediger wereld zag Eric T. Dall met een stok in de hand op het projectie-doek de schoonheden van Bali aanwijzen. Zijn enigszins merkwaardig geworden uitspraak was niet al te hinderlijk en zijn organisatie-talent was viriel als altijd gebleven. Met hulp van de Unesco trok deze nieuwe Azië-kenner winter en zomer door de acht en veertig staten met zijn opvoedkundige en culturele lezingen, daarbij terzijde gestaan door de noodzakelijke assistent, die op het juiste moment de lantaarnplaatjes op het doek liet flitsen, de filmprojector liet zoemen of gamelan-klanken ten beste gaf op de electrische gramofoon-installatie. De assistent voor dit seizoen was Alec J. Weatherwood, ondanks alles een uitstekende kracht op deze lange tocht langs tientallen zomerkampen voor jongens en meisjes in de bossen van Montana en Noord Dakota.

Omstreeks drie uur in de middag, nadat de Willys Overland zeker wel vijf kwartier op zijn lijnrechte tocht geen enkele zijweg was voorbijgekomen, werd het witte betonlint gesneden door een ander, breder lint. Op het kruispunt stond een grote richtingaanwijzer en Eric T. Dall drukte weloverwogen op de voetrem.”

 

 

1411500-924c497658254e42ed61b5f4a89de474.jpg 

Max Dendermonde (17 juni 1919 – 24 maart 2004)
Winschoten


 

De Amerikaanse dichter, schrijver en diplomaat James Weldon Johnson werd geboren op 17 juni 1871 in Jacksonville, Florida. Zie ook alle tags voor James Weldon Johnson op dit blog.

 

 

A Mid-Day Dreamer

 

I love to sit alone, and dream,
And dream, and dream;
In fancy's boat to softly glide
Along some stream
Where fairy palaces of gold
And crystal bright
Stand all along the glistening shore:
A wondrous sight.

My craft is built of ivory,
With silver oars,
The sails are spun of golden threads,
And priceless stores
Of precious gems adorn its prow,
And 'round its mast
An hundred silken cords are set
To hold it fast.

My galley-slaves are sprightly elves
Who, as they row,
And as their shining oars they swing
Them to and fro,
Keep time to music wafted on
The scented air,
Made by the mermaids as they comb
Their golden hair.

And I the while lie idly back,
And dream, and dream,
And let them row me where they will
Adown the stream.

 

 

 1411500-f9fb905f9fc37c96d56787d122c0778c.jpg

James Weldon Johnson (17 juni 1871 – 26 juni 1938)

 

 

 


Zie voor nog meer schrijvers van de 17e juni ook mijn blog van 17 juli 2011 deel 2.

Geschreven door Romenu om 19:49 Reageer op dit bericht

Father (Edgar Guest)


Bij Vaderdag

 

 

 

1410899-277e4ed0ca07d8b0c918ccd8d47cb393.jpg 

Zelfportret met mijn zoon door Otto Dix, 1930

 

 

 

 

Father

 

My father knows the proper way   

The nation should be run;

He tells us children every day   

Just what should now be done.

He knows the way to fix the trusts,   

He has a simple plan;

But if the furnace needs repairs,  

We have to hire a man.

 

My father, in a day or two   

Could land big thieves in jail;

There's nothing that he cannot do,   

He knows no word like "fail."

"Our confidence" he would restore,   

Of that there is no doubt;

But if there is a chair to mend,   

We have to send it out.

 

All public questions that arise,   

He settles on the spot;

He waits not till the tumult dies,   

But grabs it while it's hot.

In matters of finance he can   

Tell Congress what to do;

But, O, he finds it hard to meet   

His bills as they fall due.

 

It almost makes him sick to read   

The things law-makers say;

Why, father's just the man they need,   

He never goes astray.

All wars he'd very quickly end,   

As fast as I can write it;

But when a neighbor starts a fuss,   

'Tis mother has to fight it.

 

In conversation father can   

Do many wondrous things;

He's built upon a wiser plan   

Than presidents or kings.

He knows the ins and outs of each   

And every deep transaction;

We look to him for theories,   

But look to ma for action.

 

 

 

 1410899-dd266533b77097aae1d77242d028cb91.jpg

Edgar Guest (20 augustus 1881 – 5 augustus 1959)

 

 

 

 

Zie voor de schrijvers van de 16e juni ook mijn drie vorige blogs van vandaag.


Geschreven door Romenu om 17:09 Reageer op dit bericht

August Willemsen, Joyce Carol Oates, Derek R. Audette, Casper Fioole, -minu, Frans Roumen

De Nederlandse schrijver essayist en vertaler August Willemsen werd geboren in Amsterdam op 16 juni 1936. Zie ook alle tags voor August Willemsen op dit blog.

 

Uit: Braziliaanse brieven

 

“Een alleraardigste man, eigenaar van de onbenulligste Portugese naam die er bestaat, José Maria da Silva, en tot nu toe de enige mens op aarde die mijn leeftijd juist wist te schatten. ‘Je krijgt er kijk op, in dit bedrijf’, was zijn verklaring. Hij bood me ten afscheid ettelijke bellen cachaça aan, zodat er niets kwam van mijn voornemen zaterdagochtend vroeg naar Rio te gaan. Achteraf viel het nog mee dat ik de bus van elf uur haalde. Aankomst zes uur. Met een taxi naar wat ik omschreef als ‘fatsoenlijk hotel met redelijke prijs’. De prijs was redelijk, maar de ambiance was van een goedkope liederlijkheid en verloedering die werkelijk tot braken noodde. Het is me intussen duidelijk geworden dat vrijwel elk hotel dat niet zéér duur is, in het centrum, een hoerenkast is. Hoererij is trouwens niet tot bepaalde straten beperkt, maar lijkt zo'n beetje in het hele centrum de gewoonte te zijn. Die kast waar ik in '73 met Noor zat was heel rustig vergeleken met het kot waar ik de eerste avond in Rio belandde. Daar komt bij dat tegenwoordig zelf de meest nederige van deze etablissementen radio op de kamers hebben met voorgeprogrammeerde popmuziek, en vaak ook nog televisie met porno en geweld, wat tot gevolg heeft dat de keet nog groter is en langer duurt dan wanneer er alleen maar wordt geneukt. Rekening houden met een ander is de mensen werkelijk volkomen vreemd. Om drie, vier, tot vijf uur in de nacht gelach en gegil, dreunende muziek, gesla met deuren - en toen ik, vroeg in de ochtend, eindelijk een beetje slaap vatte, droomde ik dat ik thuis was gekomen. Maar ik was niet alleen. Er waren vreemde mensen bij, met wie ik een opera aan het instuderen was.”

 

 

 1410884-2ce5dec0525254c209cfd1a8e3cea76f.jpg

August Willemsen (16 juni 1936 – 29 november 2007)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Joyce Carol Oates werd geboren in Lockport, New York, op 16 juni 1939. Zie ook alle tags voor Joyce Carol Oates op dit blog.

 

Uit: The Falls

 

“... Waking that morning to the rude and incontrovertible fact that she who'd slept alone all her life was yet alone again on the morning following her wedding day. Waking alone though she was no longer Miss Ariah Juliet Littrell but Mrs. Gilbert Erskine. Though no longer the spinster daughter of Reverend and Mrs. Thaddeus Littrell of Troy, New York, piano and voice instructor at the Troy Academy of Music, but the bride of Reverend Gilbert Erskine, recently named minister of the First Presbyterian Church of Palymra, New York.

Waking alone and in that instant she knew. Yet she could not believe, her pride was too great. Not allowing herself to think I am alone. Am I?

A clamor of wedding bells had followed her here. Hundreds of miles. Her head was ringed in pain as if in a vise. Her bowels were sick as if the very intestines were corroded and rotting. In this unfamiliar bed smelling of damp linen, damp flesh and desperation. Where, where was she, what was the name of the hotel he'd brought her to, a paradise for honeymooners, and Niagara Falls was the Honeymoon Capital of the World, a pulse in her head beat so violently she couldn't think. Having been married so briefly she knew little of husbands yet it seemed to her plausible (Ariah was telling herself this as a frightened child might tell herself a story to ward off harm) that Gilbert had only just slipped quietly from the bed and was in the bathroom. She lay very still listening for sounds of faucets, a bath running, a toilet flushing, hoping to hear even as her sensitive nerves resisted hearing. The awkwardness, embarrassment, shame of such intimacy was new to her, like the intimacy of marriage. The "marital bed." Nowhere to hide. His pungent Vitalis hair-oil, and her coyly sweet Lily of the Valley cologne in collision. Just Ariah and Gilbert whom no one called Gil alone together breathless and smiling hard and determined to be cheerful, pleasant, polite with each other as they'd always been before the wedding had joined them in holy matrimony except Ariah had to know something was wrong, she'd been jolted from her hot stuporous sleep to this knowledge.”

 

 

 1410884-6ff942246d25965287baffd69c76ed82.jpg

Joyce Carol Oates (Lockport, 16 juni 1939)

 

 





De Canadese dichter, artiest en musicus Derek Raymond Joseph Audette werd geboren op 16 juni 1971 in Hull, Quebec. Zie ook alle tags voor Derek R. Audette op dit blog.

 

 

A Cigarette From Frank (Fragment)

 

I used to work for a charity organization;
I didn’t volunteer or anything,
they gave me a job,
a paying job.
The hours were standard,
the pay was shit,
but it was a job.
The purpose of this particular organization
was to provide jobs to people
who couldn’t really work anymore;
who had sustained some injury,
or had some sickness
and were unable to work
in any standard sense.
This organization would provide
them with mostly menial tasks
to fill out their days
and make them feel as though
they still had a purpose,
and provide them with a small
paycheck
to supplement their
disability payments.

The jobs
they were given to do
mostly consisted of
stuffing envelopes,
collating papers,
or assembiling
cardboard boxes.

Insert tab ‘A’ into slot ‘B’

 

My job was to sort of
help out in running things
and also
sometimes
stuff envelopes
and assemble
cardboard boxes
when there wasn’t enough
disabled people there to
finish the task on time.

 

 


1410884-6cc164508c9fd6e447872d66f99eb853.jpg
Derek R. Audette (Hull, 16 juni 1971)

 

 

 

 

 

De Zwitserse schrijver en columnsit -minu (eig. Hans-Peter Hammel) werd geboren op 16 juni 1947 in Basel. Zie ook alle tags voor -minu op dit blog.

 

Uit: Wo Männer zu sabbernden Dildos werden

 

„Lino schleppte mich nun von Korsett zu Korsett. Er war auf der Suche nach dem ultimativen Bildknaller. Und da entdeckte er eine Tattoo-Landschaft, die sich vom Zehennagel über alle Rundungen bis zum Kinn ringelte. «DIE IST ES!», hauchte der Fotograf bereits in andern Sphären. Er sabberte wie unser Zwirbelhund, wenn wir mit dem Würstchen winkten. Die Dame war aber nicht gewillt, das Würstchen zu sein, und hatte Hunger: «Ich bin in einer halben Stunde zurück – ich muss mir jetzt mal etwas Warmes in den Bauch ziehen …»

ALSO VERSTEH DAS, WER WILL – jedenfalls kam dann so ein kleiner Macker angehuscht: «Hallöchen. Kann ich helfen? – Lena kommt sofort wieder und …» WER IST LENA? Diese Frage hat ihn dann total umgehauen. «SIE IST DER GRÖSSTE DEUTSCHE PORNOSTAR, MEIN HERR – IHRETWEGEN SIND 10'000 FANS IN DIESE HALLE GEKOMMEN!» «Mach alleine weiter…», sagte ich da zu Lino. Der nickte brav. Und wartete auf Lena, wie der Hund vor der Metzgerei auf seine Mutti. Ich drückte ihm dann noch das kleine Papierbildchen mit der wahren Liebe in die Hände. Damit er weiss, wo Gott und die wahre Liebe hockt. Dann kaute ich mich durch Dolly Busters Busen. Er machte mich glücklich.“

 

 

 1410884-497dc1820a0edc36de2ecaa845a713be.jpg

-minu (Basel, 16 juni 1947)

 

 

 

 

De Nederlandse dichter Casper Fioole werd geboren op 16 juni 1975. Zie ook alle tags voor Casper Fioole op dit blog.

 

Uit: Koelkastloze poëzie

 

 

Schrijver Utrecht

 

Ik gesloten man,

post gedichten,

fiets langs je

nee-nee

nee-nee

nee deur

 

huis te koop

veiling van tuin

en keuken

 

vlinder en vuurzijn huisvuil

de resteen stofwolk

van wirwardingen

 

je deur verborgenn

nee

 

vol huis

open mij

voorzichtig

 

 

 
1410884-d006671af613dd42ce6f20eca5817518.jpg

Casper Fioole (16 juni 1975)



 

 

En als toegift bij een andere verjaardag:

 

 

Mignon pensif

Zijn handen zijn al lang tot rust gekomen.
Hun lichamen zijn nu genoeg bekend.
Ooit raakte hij de wellust zo ontwend
als de vervoering van zijn stoutste dromen.

Zijn eerns alerte lijf is nu slechts loom en
verzadigd, levenloos en impotent.
Nu nadert hij berustend het moment
dat ook zijn geest elk leven wordt ontnomen.

Hij wordt nog wel verliefd, maar dat is meer
gewenst dan echt. Hij hoeft niet meer zo zeer.
Wie mooi is, weet hij, kent geen mededogen.

De passies en de dagen van weleer
zoekt hij vergeefs. De vreemde jongensogen
weerspiegelen het eigen onvermogen.

 

 

 1410884-aef148e72af8d2205c050afaee485810.jpg

Frans Roumen (Wessem, 16 juni 1957)

Jacques d’Albon, de mignon van Henri II

 

 

 

Zie ook alle tags voor Frans Roumen op dit blog.

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 16e juni ook mijn vorige blog van vandaag en ook mijn eerste blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 16:21 Reageer op dit bericht

Theo Thijssen, Ferdinand Laholli, Elfriede Gerstl, Giovanni Boccaccio

De Nederlandse schrijver en onderwijzer Theo Thijssen werd geboren in Amsterdam op 16 juni 1879. Zie ook alle tags voor Theo Thijssen op dit blog.

 

Uit: Jongensdagen

 

“Ko scharrelde even in zijn zakken. ‘Hier!’ zei hij toen ineens, en hij gaf den ander een cent. Henk aarzelde héél even; toen pakte hij gretig aan. ‘Laat mij nou de mand maar verder dragen!’ zei hij toen in zijn dankbaarheid. Ko liet hem begaan, en maakte een paar bokkesprongen en vloog een stoep op en af.

Zoo trokken ze verder naar huis; en Henk liep te denken over z'n broer, die een ‘fijne’ jongen was. En hij ging in gedachten na: alle jongens die hij kende. Wie het hardst kon loopen, waar je 't lekkerst mee spelen kon, en wie op school de beste was, en op gymnastiek. En misschien kwam het een beetje van die cent, maar Ko was de fijnste jongen dien ie wist.

Daar waren ze al thuis.

‘Net vier uur,’ zei Ko, ‘Ay is tot vijf uur op 't zand. Ga mee nog even.’

‘Goed,’ antwoordde Henk. Ze stapten den winkel weer in.

Moe was achter. ‘Jongen, jongen, da's gauw terug,’ zei ze.

Ko legde uit, hoe 't kwam; en terwijl hij 't geld voortelde, verhaalde hij het geval van de postzegels. ‘Vindt u 't niet gemeen?’ vroeg hij. Nou, Moe vònd het gemeen; en zonde van 't geld óók.

‘Die drie centen is nìks,’ beweerde Ko, ‘maar de gemeene streek!’ En hij ging wat water drinken.

 ‘Moe, hoe laat eten we?’ vroeg Henk, die Miep was gaan begroeten.

Moe keek even op de klok. ‘Met een goed uur. Heb je al honger?’

‘Nee, maar we wouen nog even naar 't zand, naar Ay.’

‘Dat 's de moeite niet meer,’ vond Moe, ‘blijf nou liever dat uurtje hier bij de deur, bij Miep. Dat 's véél aardiger.’

‘Ga mee dan,’ zei de kleine Miep al.

Daar kwam Ko weer binnen.”

 

           

1410881-6a08af7b565b6deef34e4906af019b49.jpg 

Theo Thijssen (16 juni 1879 - 23 december 1943)

 

 

 

 

 

De Albanese dichter en vertaler Ferdinand Laholli werd geboren op 16 juni 1960 in Gradishta. Zie ook alle tags voor Ferdinand Laholli op dit blog.

 

 

FEAR

 

Fear
reveals
the chasm
of error.
You must kill
your self
to save yourself
from fear.

 

 

 

Vertaald door Zana Banci en Anthony Weird

 

 

 

DIE SUCHE NACH DEM SELBST

Ich suche
nach meinem in Schweigen gehüllten Selbst,
ohne es
finden zu können,
um es überzeugen zu wollen,
dass dort nur gestorben wird.

 

 

 1410881-9a5c43dcaf988a4e2265dfb0579be0c0.jpg

Ferdinand Laholli (Gradishta, 16 juni 1960)

Cover

 

 

 

 

De Oostenrijkse dichteres en schrijfster Elfriede Gerstl werd geboren op 16 juni 1932 in Wenen. Zie ook alle tags voor Elfriede Gerstl op dit blog.

 

 

natuur – nee bedankt

 

van tijd tot tijd zie ik ze graag

de vergiftigde bomen

de aangetaste weiden

dat luizige landschap

uit het raam van mijn treincoupé

waar ik me gewapend voel

met tincturen en

                        tabletten en

                                               andere munitie

tegen de bijtgrage bacteriën

                                               de killervirussen

                                                           dat enorme vijandige leger

op mij en in mij

moet ik misschien naar buiten gaan

                        in het besmette groen

                                               waar nieuwe vijanden wachten

nee bedankt zeg ik tegen mijn vrienden

                                               de berg- en dalbeklimmers

ik heb hier binnen

                        al natuur genoeg

 

een bijwoord ontbieden

een zin neerzetten

een daad dromen

jouw mond met de mijne

                                               verwisselen

 

waar is het station alsjeblieft

ik ben vreemd in deze stad

waar is je hand naartoe

                        waar is je mond naartoe

hier ben ik niet meer

                                                           thuis

de kraaien vliegen

                        als in een gedicht

dit winterlandschap

                        is een foto achter glas

deze treinrit is een slechte

                                                           treurige film

die ik helemaal

                        moet uitkijken

 

 

 

Vertaald door Inge Arteel

 

 

 

 1410881-860a453bade20f3e6cf872cd5f18b9ba.jpg

Elfriede Gerstl (16 juni 1932 – 9 april 2009)

Wenen
 

 

 

 

De Italiaanse dichter en schrijver Giovanni Boccaccio werd geboren in Florence of Certaldoi in juni of juli 1313. Zie ook alle tags voor Boccacio op dit blog.

 

Uit: Das Dekameron (Vertaald door Karl Witte)

 

„Die Franzosen, die den Namen Ciapperello nicht verstanden und der Meinung waren, er wolle so viel sagen wie chapeau, was in ihrer Landessprache Kranz bedeutet, nannten diesen Mann, der klein von Gestalt und sehr geschniegelt war, seiner Kleinheit halber nicht Chapeau, sondern Chapelet, unter welchem Namen er denn überall bekannt war, während nur wenige wußten, daß er Ciapperello hieß.

Das Leben, das dieser Chapelet führte, war folgendermaßen beschaffen: In seinem Beruf als Notar hätte er es für eine große Schande gehalten, wenn eine der von ihm ausgestellten Urkunden, obgleich er deren wenige ausstellte, anders als gefälscht befunden worden wäre. Solcher falschen Urkunden aber machte er, soviel man nur wollte, und dergleichen lieber umsonst als rechtmäßige für schwere Bezahlung. Falsches Zeugnis legte er auf Verlangen und aus freien Stücken besonders gern ab, und da in Frankreich Eidschwüre um jene Zeit in höchstem Ansehen standen, gewann er, da er sich nicht um einen Meineid scherte, auf unrechtmäßige Weise alle Prozesse, in denen er die Wahrheit nach seinem Gewissen zu beschwören berufen ward. Ausnehmendes Wohlgefallen fand er daran, und großen Fleiß verwandte er darauf, unter Freunden, Verwandten und was sonst immer für Leuten Unfrieden und Feindschaft anzuzetteln, und je größeres Unglück daraus entstand, desto mehr freute er sich. Wurde er aufgefordert, jemand umbringen zu helfen oder an einer anderen Schandtat teilzunehmen, so weigerte er sich niemals und war der erste auf dem Platz. Oft war er auch bereit, mit eigenen Händen zu ermorden und zu verwunden. In seiner beispiellosen Jähheit lästerte er Gott und alle Heiligen um jeder Kleinigkeit willen auf das gräßlichste. In der Kirche ließ er sich niemals antreffen und verspottete alle christlichen Sakramente mit den verruchtesten Worten. Um so mehr war er dafür in den Schenken und anderen Sündenhäusern. Aus Rauben und Stehlen hätte er sich ebensowenig ein Gewissen gemacht, als ein Heiliger daraus, Almosen zu geben.“

 

 

 1410881-b673a67df500421885d00f160caf6091.jpg

Giovanni Boccaccio ( juni of juli 1313 - 21 december 1375)

Decamerone door  Franz Xaver Winterhalter, 1837    

Geschreven door Romenu om 16:14 Reageer op dit bericht

Torgny Lindgren, Erich Segal, Jean d'Ormesson, Anna Wimschneider, John Cleveland

 

De Zweedse dichter en schrijver Torgny Lindgren werd geboren op 16 juni 1938 in Raggsjö. Zie ook alle tags voor Torgny Lindgren op dit blog.

 

Uit: Bathsheba  (Vertaald door Tom Geddes)

“And Abishag from Shunem went to the King’s bed. She crept in beneath the pile of sheepskins, and those who stood nearest said they heard her whisper Tamar’s name. When her fingers brushed against a fig cake that had been laid on one of the festering sores on the King’s neck, there sprang forth from the cake a fig branch with magnificent leaves.
She remained there for twenty-eigth days, the length of time she was clean.
But not once did he have carnal knowledge of her. No , when he felt her with his withered hands he could not even distinguish the parts of her body one from another. He no longer knew for sure what was breast and stomach and pudenda, and he no longer remembered how the various parts of the body were to be used – the frost had turned his fingers blinds.
And when Abishag the Shunammite rose from the bed on the twenty-eighth day, King David had still not ceased shaking with cold. But the skin on the side of Abishag’s body that had lain against the King had become wrinkeld and dried up.
Then Bathsheba commanded them all to leave the King’s room. And she took off her cloak and slipped into his bed.
Quite soon his trembling abated, the terrible iciness retreated from his body. She lay at his left side, and he pressed himself against her like a new-born lamb against a ewe: he nestled into her warmth as if he were a little babe.
As if this warmth were the one truly godly experience of his entire life.
She could feel how shrivelled he was: his knees and pelvic bones and elbows cut into her flesh as if they were deer antlers. She lifted his head carefullly on to her arm, and she felt his breath on the lobe of her ear.
And for the first time in a very long while she heard his voice.”

 

 

1410880-e473ddcf017f86f1cf60f6e471310b84.jpg 

Torgny Lindgren (Raggsjö, 16 juni 1938)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver en literatuurwetenschapper Erich Segal werd op 16 juni 1937 in Brooklyn, New York, geboren. Zie ook alle tags voor Erich Segal op dit blog.

 

Uit: Love Story

 

“As   a kind of noblesse oblige, I have never denied them either.

Al  Redding,  Dartmouth  center,  charged  across  our blue  line and I slammed into  him, stole  the  puck  and  started  down-ice. The  fans  were roaring. I could see Davey Johnston on  my  left, but I thought I would take it all the way, their  goalie being a slightly chicken type I had terrorized since he played for Deerfield. Before I could  get  off  a  shot, both their defensemen .were on me, and I had to skate around their nets to keep hold of the  puck. There were three of us, flailing away against the boards and each other. It had always been my policy, in pile-ups like this, to lash mightily at anything wearing enemy colors. Somewhere beneath our skates was the puck, but for the moment we were  concentrating  on beating the  shit out of  each other.

 

 

1410880-1ec79787d3cbd632d4f074d9fae0d2bf.jpg 

Ryan O'Neal en Ali MacGraw in Love Story (1970)

 

 

A ref blew his whistle.

"You-two minutes in the box!"

I looked up. He was  pointing at me. Me? What  had I  done to deserve a penalty?

"Come on, ref, what'd I do?"

Somehow he wasn't interested in further dialogue. He was calling to the officials' desk-"Number seven, two minutes -and signaling with his arms.

Iremonstrated  a  bit, but  that's  de  rigueur. The  crowd  expects  a protest, no matter how flagrant the offense.  The ref waved me off. Seething with  frustration,  I  skated  toward the penalty box.  As I  climbed  in, listening to the click of my skate blades  on the wood of the floor, I heard the bark of the PA system:

"Penalty. Barrett of Harvard. Two minutes. Holding."

 

 

1410880-23bae453440c3006a17b00785382081d.jpg 

Erich Segal (New York, 16 juni 1937 – 17 januari 2010)

 

 

 

 

 

De Franse schrijver en essayist Jean d'Ormesson (eig. Jean Lefèvre, comte d'Ormesson) werd geboren op 16 juni 1925 in Parijs. Zie ook alle tags voor Jean d'Ormesson op dit blog.

 

Uit: Presque rien sur presque tout

 

“Elle est douce, fraîche, légère, lustrale, bénite, quotidienne, de vie, de rose, de fleur d'oranger, de cour, de toilette ou de table, thermale ou minérale, de Cologne ou de Seltz.   Elle peut aussi être lourde, saumâtre, meurtrière et cruelle.   Sa puissance est redoutable.   Ses colères sont célèbres.   Elle porte les navires qui n'existent que par elle, et elle leur inflige des naufrages qui font verser des larmes aux veuves de marins.   Lorsqu'elle se présente sous forme de mur, lorsqu'elle s'avance, selon la formule des poètes et des rescapés, à la vitesse d'un cheval au galop, lorsqu'elle s'abat sur les côtes et sur les villes, elle fait surgir du passé les vieilles terreurs ancestrales.

     Aussi vieille que la terre, ou plus vieille, plus largement répandue à la surface de la planète, complice des algues, des nénuphars, du plancton et du sel, fière de ses origines, consciente des services qu'elle a rendus à l'homme dont elle a longtemps abrité et nourri les ancêtres, puisque durant trois milliards et demi d'années tout ce qui vit est sous l'eau, elle considère toute matière autre qu'elle-même avec une sorte de dédain.   Comme la lumière, elle est nécessaire à la vie. Supprimez l'eau, c'est le désert, la ruine, la fin de tout, la mort.   II n'y a pas d'eau sur la Lune. Aussi peut-on assurer que ses paysages sont lunaires.”

 

 

 1410880-4dc9462a24938089d71f5ab04c4846a7.jpg

Jean d'Ormesson (Parijs, 16 juni 1925)

 



 

De Duitse schrijfster en boerin Anna Wimschneider werd geboren op 16 juni 1919 in Pfarrkirchen. Zie ook alle tags voor Anna Wimschneider op dit blog.

 

Uit: Herbstmilch

 

„Am Tag, als die Mutter starb, nahm den Kleinsten gleich die Taufpatin mit, obwohl sie nie ein Kind gehabt hatte und selbst schon alt war. Wir hatten alle Hunger und nichts zu essen. Statt dessen lagen die jüngsten Vier auf dem Kanapee, zwei nach hinten, zwei nach vorn, Joppen als Kopfkissen und als Zudekken. Wir größeren haben auch irgendwelche Kleidungsstücke zusammengesucht und uns auf die Holzbänke gelegt, die rund um die Stube gingen. Wir haben geweint, weil wir die Mutter nicht mehr hatten, und sind vor Hunger und Kummer eingeschlafen. Der Vater hat uns dann schlafend ins Bett getragen.
Der Vater suchte sofort eine Haushälterin, die kam auch. Das ging zwei Wochen mit ihr. Dann stellte sie die ganzen Zuber und Eimer, alles, was wir hatten, voll eingeweichter Wäsche auf die Bänke in der Stube und ging fort. Der Vater suchte wieder eine, die war auch nicht länger da, stellte auch die Wäsche auf die Bänke und verschwand. Wahrscheinlich hat die Wäsche jemand aus der Nachbarschaft gewaschen. Bügeln habe ich nie jemanden gesehen. Der Vater suchte dann eine Hochzeiterin, es wurde ihm diese und jene geraten, und immer stellte sich heraus, daß dieselben auch noch zwei, drei Kinder mitgebracht hätten. Da hat er sich überlegt, diese Frauen würden die ersten Kinder hinausdrücken und ihre Kinder als Erben einsetzen. Das wollte er nicht. Es ging dann überhaupt nicht mehr um. Die Kinder hatten Hunger.
Meine Mutter hatte eine Nachbarin noch auf dem Sterbebett gebeten, meine Firmpatin zu sein. Die kam dann zum Melken, und dafür bekam sie eine Schürze voll Äpfel. Es war gerade Sommer, meine Mutter ist am 21. Juli 1927 gestorben.
Es kam die Ernte, und die meiste Arbeit war da die Feldarbeit, und jeder hatte es satt, immer wieder zu helfen. Da dachte der Vater, ich muß mir selber helfen. Es blieb ihm nichts anderes übrig, als die Kinder arbeiten zu lassen.“

 

 

 1410880-616d85e776e4bcb21b06e173ab39e236.jpg

Anna Wimschneider (16 juni 1919 – 1 januari 1993)


 



 

De Engelse dichter John Cleveland werd geboren op 16 juni 1613 in Loughborough. Zie ook alle tags voor John Cleveland op dit blog.

 

 

Mark Antony (Fragment)

 

Whenas the nightingale chanted her vespers,
And the wild forester couched on the ground,
Venus invited me in th' evening whispers
Unto a fragrant field with roses crowned,
Where she before had sent
My wishes' complement;
Unto my heart's content
Played with me on the green.
Never Mark Antony
Dallied more wantonly
With the fair Egyptian Queen.

First on her cherry cheeks I mine eyes feasted,
Thence fear surfeiting made me retire;
Next on her warmer lips, which when I tasted
My duller spirits made active as fire.
Then we began to dart
Each at another's heart,
Arrows that knew no smart,
Sweet lips and smiles between.
Never Mark Antony
Dallied more wantonly
With the fair Egyptian Queen.

 

 

 

 1410880-0fced00cf7e56a76dd3a2ea508ce4485.jpg

John Cleveland (16 juni 1613 – 29 april 1658)

All Saints Church, Loughborough

Geschreven door Romenu om 16:11 Reageer op dit bericht

Frank Norbert Rieter

De Nederlandse schrijver Frank Norbert Rieter werd geboren op 16 juni 1973 in Nijmegen. Hij begon na zijn middelbare school aan een studie Algemene Literatuurwetenschap, maar voltooide deze niet omdat hij liever wilde schrijven dan studeren. Zijn debuutroman ´Het lichte hart van de mastodont´ gaf hij in 2013 uit bij zijn eigen uitgeverij ´Leviathan´. Daarnaast publiceerde hij een non-fictie reisverhaal en een verkiezingsnovelle “De tweede man”. Rieter schreef ook een tiental theaterstukken voor diverse gezelschappen en opleidingen. Naast zijn schrijfactiviteiten werkte hij twaalf jaar in het bedrijfsleven.

Uit: Het lichte hart van de mastodont

“Er werd lang en nadrukkelijk aangebeld en het lukte Gordon niet om daar doorheen te slapen. Even vreesde hij dat de buurman weer bozig voor de deur zou staan omdat de over spannen keffer van oma zijn ochtendrust verstoorde. Maar dat kon niet, want het beest had Gordon vannacht gebeten en in een reflex had hij het over de balkonrand gegooid. Zes hoog, weg ermee.
De tanden van het ondier hadden in zijn hand minuscule gaatjes achtergelaten waar een eindeloze hoeveelheid bloed uit had gestroomd. Gordon had de wondjes direct met wodka uitgewassen en met een schone theedoek verbonden.
Na het verbinden was er tijd geweest voor schrik en wroeging. Het restje wodka dat in de fles overschoot was net genoeg geweest om zichzelf mee in slaap te grienen. Stom onnozel beest. Het had nadat oma was verhuisd zijn zindelijkheid verloren en schier onophoudelijk gekeft. Het was een tragisch stukje leven, zeker omdat aan Gordon geen groot hondenfluisteraar verloren was gegaan. Het dier leefde op het balkon en kreeg dagelijks water en brokken. Gordon had zich afgevraagd wie zich hulpelozer voelde bij de situatie: het keffende beest of hijzelf. Maar dat was nu voorbij: exit Fifi.
Terwijl Gordon overeind kwam bonkte zijn hoofd. Hij had gisteravond wederom een poging gedaan zijn volwassen leven op liederlijke wijze in te luiden. Hij bekeek zijn gehavende hand: de wondjes waren inmiddels dicht. De theedoek was in zijn slaap losgeraakt. Vele donkere vegen en vlekken op zijn slaapshirt getuigden ervan dat het bloeden maar langzaam was gestelpt.
Opnieuw werd er lang en nadrukkelijk aangebeld. Gordon zocht met toegeknepen ogen zijn weg door de hal van het appartement en nam de hoorn van de intercom. ‘Wat?’ vroeg hij met een gebroken basstem.”

 

 1545400-ef3a041d18f830ce30d2f1955dc8f5db.jpg
Frank Norbert Rieter (Nijmegen, 16 juni 1973)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Joël Dicker

De Zwitserse schrijver Joël Dicker werd geboren op 16 juni 1985 in Genève als zoon van een boekhandelaar en een lerares Frans. Hij is zowel van Franse als avn Russische afkomst. Tijdens zijn jeugd speelde hij drums en richtte hij op de leeftijd van tien jaar met “La Gazette des animaux’ een eigen magazine op dat gedurende zeven jaar bleef verschijnen. Voor zijn inzet voor het milieu ontving hij de Prix Cunéo pour la protection de la nature. In Genève volgde hij het ​​Collège Madame de Staël . Op zijn 18e verhuisde hij naar Parijs, waar hij een jaar lang een toneelopleiding volgde aan de Cours Florent. Na zijn terugkeer begon hij rechten te studeren aan de Universiteit van Genève. In 2010 rondde hij deze studie succesvol af. De novelle “Le Tigre”werd in 2005 Dickers literaire debuut. In 2012 verscheen zijn tweede roman “La Vérité sur l'affaire Harry Quebert“. Het verhaal gaat over een Amerikaanse schrijver die zijn oude professor bezoekt vanwege een writer's block en vervolgens een moord oplost. De roman werd bekroond met de Prix Goncourt des lycéens, de Grand Prix du Roman en de Prix litteraire de la Vocation. Met de verkoop van de rechten in 32 talen werd het boek gepubliceerd in 45 landen.

Uit: De waarheid over de zaak Harry Quebert (Vertaald door Manik Sarkar)

“Begin 2008, dat wil dus zeggen ongeveer anderhalf jaar nadat ik met mijn eerste roman de nieuwe publiekslieveling van de Amerikaanse letteren was geworden, kreeg ik last van een heel zware aanval van writer’s block, een syndroom dat wel vaker schijnt voor te komen bij schrijvers die in één klap overweldigend succesvol zijn. De ziekte sloeg niet in één keer toe, maar kreeg langzaam vat op me. Alsof mijn hersenen besmet waren geraakt en langzaam maar zeker versteenden. Toen de eerste symptomen zich aandienden, wilde ik er geen aandacht aan besteden. Ik zei tegen mezelf dat de inspiratie vanzelf wel terug zou komen: morgen, overmorgen of de dag daarna. Maar de dagen, weken en maanden verstreken en de inspiratie bleef weg.
Mijn afdaling naar de hel verliep in drie fases. De eerste is essentieel voor iedere val van grote hoogte, namelijk een bliksemsnelle opgang: van mijn eerste roman waren twee miljoen exemplaren verkocht, en daarmee was ik op achtentwintigjarige leeftijd al een bestsellerauteur. Dat was in de herfst van 2006, toen mijn naam in een paar weken tijd een begrip werd. Ik was overal te vinden: op televisie, in de krant, op tijdschriftcovers… In metrostations hingen enorme reclameborden waarop mijn gezicht stond afgebeeld. Zelfs de meest kritische recensenten van de grote dagbladen van de Oostkust waren het met elkaar eens dat de jonge Marcus Goldman een heel groot schrijver zou worden.
Eén boek. Een enkel boek en ik zag de deuren naar een nieuw leven voor me opengaan: ik werd een jonge, rijke ster. Ik verliet mijn ouderlijk huis in Montclair, New Jersey, en betrok een luxueus appartement in de Village; ik ruilde mijn derdehands Ford in voor een gloednieuwe zwarte Range Rover met getint glas, ik at in chique restaurants en ik verzekerde me van de diensten van een literair agent die mijn agenda beheerde en baseball met me keek op het reusachtige televisiescherm in mijn nieuwe optrekje. Ik huurde een kantoor vlak bij Central Park waar een secretaresse genaamd Denise die een beetje verliefd op me was mijn post sorteerde, koffiezette en mijn papieren ordende.”

 

 1540822-5536b7d3c69748ae799f92ed76830544.jpg
Joël Dicker (Genève,16 juni 1985)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Maria Dermoût, Christian Bauman, Silke Scheuermann, Roland Dorgelès

De Nederlands-Indische schrijfster Maria Dermoût (eigenlijk Helena Anthonia Maria Elisabeth Dermoût-Ingerman) werd geboren in Pekalongan, Java, op 15 juni 1888. Zie ook alle tags voor Maria Dermoût op dit blog.

 

Uit: De tienduizend dingen

 

“‘Het witte Steentje uit de ‘mooie la’, haar kindje aan de hand; drie jonge mannen naast elkaar, Beertje, Domingoes, de Portugese matroos; het aardige kleine kind Sofie met de groene bètèt die zij haar gegeven had, haar kindermeisje dat zelf een kind was achter haar aan; een jonge Javaanse jongen tekende een prauw in de golven en hij heette Radèn Mas Soeprapto; een allerslankste Javaanse vrouw in een koetsiersjas met drie capes boven elkaar keek er naar, ‘Je hebt weer de ballast vergeten,’ zei zij – wie was zij? mevrouw van Kleyntjes kende haar niet, en waarom zij zij dat? – het Binongko-meisje van de bloemen zoog op haar bloedende lip en luisterde; op de Portugese werf aan de overkant werd aldoor getimmerd; de drie kleine meisjes, de echte, stonden op een rij, zij hadden de Slangesteen in de hand waarop de Heer Jezus stond, het mes van de matroos, en Marregie hield het ‘posthoorentje’ klaar om op te blazen; gekleurd koraal, vissen, krabben, de drie jonge zeeschilpadden; de Voordanseres met de Schelp, de witte ‘Doeckhuyve’ hoog omhoog in het maanlicht, vogels, vlinders.
De ooievaar, de vogel Lakh-Lakh met zijn lange snavel en vuurrode poten was er, en de briezende jonge leeuwen; tussen hen in zat het jongetje Himpies op zijn mat en keek toe met zijn grote verrukte ogen, en overal de kleine zilveren golven, en een stem zei langzaam met lange tussenpozen van ver weg: de baai – de binnenbaai – je zult toch – nooit – de binnenbaai – vergeten – o ziel – van - ?
Wat gebeurde er met haar, ging zij dood, waren dit haar ‘honderd dingen’?”

 

 

1410367-ab6ecb9baf9342c6d9f2e4f1b2988a93.jpg 

Maria Dermoût (15 juni 1888 – 27 juni 1962)

In 1958

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Christian Bauman werd geboren op 15 juni 1970 in Easton, Pennsylvania. Zie ook alle tags voor Christian Bauman op dit blog.

 

Uit: Voodoo Lounge

 

"You done?" Dick Wags asked. "I gotta get my shit on."

"Two minutes," Jersey said, picking up the cigarette again.

"Two and two," Dick Wags said, leaving, closing the door. Boot-sole footsteps padded down the passage then were gone. "Two and two," Jersey whispered, standing, tucking brown T-shirt deep into green, camouflage BDU pants, tightening belt, reaching for BDU top. "Two and two." They had all taped silver reflective patches to the shoulders of their uniforms and the crown of their helmets yesterday. A new system, they'd been told. Easier identification from a distance. To avoid friendly fire. "Friendly fire," Jersey whispered. "Two and two."

Dick Wags was back in two and two, as Jersey stepped into the passageway. "Friendly fire, Dick Wags," Jersey said, pressing fingertips against the patch of silver tape. "Gotta watch that friendly fire."

"No friendly fire in the Voodoo Lounge, Sergeant Roomdog," Dick Wags said.

"Sergeant, yes."

They slammed knuckled fists as they passed. They were going, going for real, trying to do it right. Two sergeants -- Jersey a very young buck sergeant, Dick Wags a staff sergeant -- going for the first time.

The cabin door closed. Jersey made for the stairs up to the galley deck. Someone was reciting the Lord's Prayer in the head. Might be Matata, hard to tell.

Pelton filled the passage at the bottom of the stairs, M-16 rifle hanging from shoulder, forehead pressed against the bulkhead, eyes clenched tight. Jersey put a hand up to the big shoulder, squeezing past, whispered, "All good, P. All good." Pelton inched forward, head not moving, skin to metal. When Jersey made the stairs and turned to look back the thick snipe was still there, hands wrapped around the rail, face to wall.

In darkened cabins soldiers sat alone, waiting. Dressed; drumming fingertips on desktops, rubbing palms on cheeks and chins. “

 

 

 1410367-421773c2c9e0262163ec2bccd0a4cd25.jpg

Christian Bauman (Easton, 15 juni 1970)

 

 

 

 

De Duitse dichteres en schrijfster Silke Scheuermann werd geboren op 15 juni 1973 in Karlsruhe. Zie ook alle tags voor Silke Scheuermann op dit blog.

 

 

Udine geht weil Hans ihre neuen Kleider nicht mehr bewundert

 

Dein Blick weg vom Körper zum Horizont

entfernt dich von mir und den Dingen

den Blutkörperchen Handhaltungen

schließlich dem Glanztrio Auge Zahn Lippe

 

führt hinter das Tageslicht in andere Räume

weit weg zu den Grabgräbern Grabrednern

den Putschisten und Kämpfern in Grosny

zu dem Regenbogen rot gelb rot

 

weil jede Wolke nur Eiter und Blut spuckt

schon meine Mutter sagte mir

schlaf nie mit einem Fotografen

sie haben schon zu viel gesehen

 

Du bist bei Hügeln aus Tulpen oder wo

Dies ist die Stadt Fußgängerzone

hier sind wir hier spaziert dein

inneres Feuer umher mit dem Wissen

 

daß zwei Personen die sich lieben

sich addieren oder subtrahieren können

Plus machen können oder wie in

diesem Fall ganz unverschuldet Minus

 

 

 

1410367-df772c162e752156fba44b488a604cb0.jpg 

Silke Scheuermann (Karlsruhe, 15 juni 1973)

Karlsruhe
 

 

 

 

De Franse schrijver en journalist Roland Dorgelès (eig. Roland Lécavelé) werd geboren op 15 juni 1885 in Amiens. Zie ook alle tags voor Roland Dorgelès op dit blog.

 

Uit: Les Croix de bois

 

“Cela pue la poudre. Les fusées qui s'épanouissent font courir des ombres fantastiques sur le cimetière ensorcelé. Près de moi, Maroux(2), en se cachant la tête, tire entre deux sacs dont la terre s'écroule. Un homme se tord dans les gravats, comme un ver qu'on a coupé d'un coup de bêche. Et d'autres fusées rouges montent encore, semblant crier : "Barrage ! barrage !".
Les torpilles(3) tombent, par volées, défonçant les marbres. Elles arrivent par salves, et c'est comme un tonnerre qui rebondirait cinq fois.
- Tirez ! tirez ! hurle Ricordeau qu'on ne voit pas.
Abasourdis, hébétés, on recharge le lebel (4) qui brûle. Demachy, sa musette déjà vide, a ramassé les grenades d'un copain tombé et les lance, avec un grand geste de frondeur. Dans le fracas, on entend des cris, des plaintes, sans y prendre garde. Il y en a certainement qui sont ensevelis. Un instant, les fusées découvrent un grand mort, couché sur une dalle, tout au long, comme un homme de pierre.
En rafale, notre barrage arrive enfin, et une haie rouge de fusants(3) crève la nuit, en tonnant. Les obus se suivent, mêlant leurs aiguillées, et cela forge une haie de fer au-dessus de nous. Percutants et fusants se plantent furieusement devant nos lignes, barrant la route, et,  empanaché de fusées, claquant d'obus, le cimetière semble vomir des flammes. D'un parapet à l'autre, les hommes courent sans savoir, trébuchant, se poussant. Beaucoup culbutent, la tête lourde, les reins pliés, et les tombes en vomissent toujours d'autres, dont les shrapnells(3) et les fusées découvrent les silhouettes traquées.”

 

 

 1410367-c430636ff8cc5f712704c157e423f27d.jpg

Roland Dorgelès (15 juni 1885 – 18 maart 1973)

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 15e juni ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 14:50 Reageer op dit bericht

Ramon Lopez Velarde, François-Xavier Garneau, Trygve Gulbranssen

De Mexicaanse dichter Ramon Lopez Velarde werd geboren op 15 juni 1888 in Jerez. Zie ook alle tags voor Ramon Lopez Velarde op dit blog.

 

 

Now, as Never...

Now, as never, you fill me with love and sorrow;
if any tear is left me, I quicken it
to wash our two obscurities.

Now, as never, I need your presiding peace;
yet already your throat is but a whiteness
of suffering, suffocating, coughing, coughing,
and our whole being but a screed of dying strokes
overflowing with dramatic farewells.

Now, as never, your essence is venerable
and frail your body's vase, and you can give
me only the exquisite affliction of
a clock of agonies, ticking for us towards
the key minute when the feet we love
must tread the ice of the funereal boat.

From the bank I watch you embark; the silent
river sweeps you away, and you distil
within my soul the climate of those evenings
of wind and dust when only the church-bells chime.

My spirit is a cloth of souls, a cloth
of souls of an eternally needy church,
it is a cloth of souls bedabbled with wac,
trample and torn by the ignoble herd.

 

I am by a penurious parish nave,
a nave where endless obsequies are held,
because persistent rain prevents the coffin
from being bought out on the country roads.

The rain without me and within the hollow
clamour of a psalmist, louder and louder;
my conscience, by the water sprinkler aspersed,
is a cypress sorrowing in a convent garden.

Now my rain is flood, and I shall not see
the sunshine on my ark, because my hear
on the fortieth night must break for good;
my eyes preserve not even a faint gleam
of the solar fire that burned my corn;
my life is nothing but continuance
of exequies under baleful cataracts.

 

Vertaald door Samuel Beckett

 

 

 
1410365-fadf64461eeb7177c0646f45e296f4fa.jpg

Ramon Lopez Velarde (15 juni 1888 – 19 juni 1921)

Portret door  Rastasaurio

 

 

 

 

De Canadese dichter en schrijver François-Xavier Garneau werd geboren op 15 juni 1808 in Ville de Québec. Zie ook alle tags voor François-Xavier Garneau op dit blog.

 

 

Au Canada (Fragment)

 

II

Ainsi chantait ma muse et sa lyre plaintive,

Comme le vent du soir, murmurait sur la rive;

Mais les échos muets étaient sourds à sa voix.

Et le peuple qu’autrefois

Enthousiasmaient ses chants, enivrait son histoire,

Peu soucieux de sa gloire,

S’endormait maintenant pour la première fois.

Hélas! dans son insouciance

Il passe comme un bruit qu’on oublie aussitôt:

Rien de lui ne dira son nom ni sa puissance;

Il s’éteindra comme un flot

Qui se brise sur le rivage,

Sans même à l’oeil du matelot

Laisser empreinte son image.

 

Où sont, ô Canada! tes histoires, tes chants?

Tes Delucs, tes Rousseaux, l’honneur de l’Helvétie,

Tous ces hommes enfin qu’illustrent les talents,

Qui font un peuple fier, grandissent la patrie,

Font respecter au loin son nom, ses lois, ses arts,

Et, pour sa liberté, lui servent de remparts?

L’étranger cherche, en vain, un nom cher à la science.

Notre langue se perd, et dans son indigence

L’esprit, ce don céleste, étincelle des Dieux,

S’éteint comme une lampe, ou comme dans les cieux

Une étoile filante au funeste présage.

Déjà, l’obscurité nous conduit au naufrage;

 

Et le flot étranger envahissant nos bords

De nos propres débris enrichit ses trésors.

Aveuglés sur le sort que le temps nous destine,

Nous voyons sans souci venir notre ruine.

Ô peuple subjugué par la fatalité,

Tu sommeilles devant l’oracle redouté.

Il rejette ton nom comme un arbre stérile,

Que l’on veut remplacer par un scion fertile.

Il dit: laissons tomber ce peuple sans flambeau,

Errant à l’aventure;

Son génie est éteint, et que la nuit obscure

Nous cache son tombeau.

 

 

 1410365-42556d8ae0706a01a61c48ee8a963350.jpg

François-Xavier Garneau (15 juni 1809 – 2 februari 1866)

 

 

 

 

 

De Noorse schrijver Trygve Emanuel Gulbranssen werd geboren in Oslo op 15 juni 1894. Zie ook alle tags voor Trygve Gulbranssen op dit blog.

 

Uit: The Wind From the Mountains (Vertaald door Naomi Walford)

 

“Unlike many priests of the time, Pastor Ramer did not mount the pulpit in order to philosophize and excuse for God being possibly--and unfortunately--in existence. He was there to hold a service and he so believed in God that the whole church lived.
Marvelously the sleigh-bells rang out and marvelously the torches flared across the snowy spaces and between the tress of the forest ridge, when they drove home.  Mighty words, suited not only to good fortune and great days, but of value also in days of adversity and death, rang in their ears through the darkness with the song of the bells and flamed in the torchlights, all the way from church to Björndal's tun.
Because of the many guests, they had eaten in the new building hitherto, but when they came home from church, the Christmas table was spread in the inner room of the old house, as in all other years, with abundance of meat and fish and other foods, as was the custom from olden times.
The guests felt something of what Adelaide had once felt at this table: reverence for the living spirit of former times and ancient power, and the genuineness and security pervading everything, from the wall-timbers and the beams in the roof to the handsomely carved chairs and the table-silver.”

 

 

 1410365-40579df9aa7b330516dd6cdda05e3c7d.jpg

Trygve Gulbranssen (15 juni 1894 – 10 oktober 1962)

Geschreven door Romenu om 14:37 Reageer op dit bericht

Lieve Joris, Laurence Yep, Peter O. Chotjewitz, Allard Schröder, Thomas Graftdijk

De Vlaamse schrijfster Lieve Joris werd geboren op 14 juni 1953 in Neerpelt. Zie ook alle tags voor Lieve Joris op dit blog.

 

Uit: Afrika en Azië: Het verhaal van een ontmoeting

 

“Ik schreef mijn tweede boek over Congo in een huis aan het water, net buiten Kisangani. Het was eind jaren negentig, de stad was in handen van Congolese rebellen en hun Rwandese en Oegandese bondgenoten; kindsoldaten struinden langs de verweerde gebouwen waartussen het gras hoog opschoot. Het huis lag achter een textielfabriek die betere tijden had gekend. Kort daarvoor had het in de frontlinie gelegen. In de tuin liepen sporen van rupsbanden en bij de waterkant was de aarde omgewoeld: daar hadden Oegandese soldaten tijdens de gevechten twee collega´s begraven, wier lichamen intussen gerepatrieerd waren.
Elf maanden heb ik daar zitten schrijven. Een parelhoen broedde haar eieren uit in een lege munitiekist, de tuinman ontdekte onder een struik een rubberlaars en stuitte, op zoek naar de tweede, op het vizier van een mitrailleur. De plek waar de gesneuvelde soldaten hadden gelegen, raakte overwoekerd door onkruid.
In die oorlogsstad doken twee jonge Indiase broers op. Ze kwamen uit Dubai en openden een winkel in het stoffige centrum – een eenvoudige nering waar het, tussen de rijst, suiker, melkpoeder en lucifers, rook naar goedkope zeep. Sachin en Vishal hadden niets van de trage, morose Indiër uit Naipauls Een bocht in de rivier, die in Kisangani aanspoelt en er hopeloos verstrikt raakt in lokale intriges.

Energieke dertigers waren ze, hun winkel een uitkijkpost, een plaats van waaruit ze de markt bestudeerden. Ze hadden een grote sociale mobiliteit, kenden de lokale diamanthandelaars en raakten bevriend met de Indiërs van de VN-Vredesmissie MONUC. Soms vertrok een van hen naar Dubai, waar hun gezinnen woonden; de ander paste dan op de winkel.”

 

 

 1409980-324801b9524c2a2deb4f25e1bada5d4d.jpg

Lieve Joris (Neerpelt, 14 juni 1953)

 

 

 

 

De Chinees-Amerikaanse schrijver Laurence Michael Yep werd geboren op 14 juni 1948 in in San Francisco. Zie ook alle tags voor Laurence Yep op dit blog.

 

Uit: City Of Death

 

“December 1941
Somewhere over the Asian steppes near the northern Kushan border

Scirye
“How fast do storms come in here?” Bayang the dragon asked, staring at the dark gray clouds boiling rapidly toward them from the east. The misty wave rolling toward them was at least a mile across and two miles long, and their shadows plunged the mountains beneath them into an ominous twilight.
Scirye and her companions were sitting on a great triangular wing that had been woven magically from straw, and Scirye tugged at a strand of her red hair as she wondered how long the flimsy mat would last in a tempest like that.
Suddenly the wing lurched upward. “Ho, fear not, lumplings,” boomed the great wind, Naue. For a wind, he was fairly pleasant company, except for a bad habit of boasting.
In Hawaii, they had saved the goddess Pele and, in return, she had helped them on their quest by summoning the Cloud Folk to weave the straw wing they rode on now. She had also charged the powerful zephyr, Naue, to carry them on their quest, and he had faithfully carried them to the Arctic and now into Asia. “No little drizzle can stop Naue the magnificent. He will just carry you above it.”
As Naue picked up speed, the sound of their passage rose to a high keening, and perhaps they would have been blown off the mat except for the magical frame of woven straw. The frame was little more than woven poles set upon four upright ones so that it resembled the sketch of a house, but its enchantment protected them as efficiently as brick walls would have.

Behind Scirye, the snow-covered steppes stretched like a huge sheet of cotton batting. It was so vast, so empty, so harsh. It had shaped her ancestors, the Kushans, into a warrior race as hard and sharp as steel. She had never appreciated just how tough they must have been—she knew that she herself could never have survived there.”

 

 

 1409980-b346f9ca640bd467520f1325953f4acf.jpg

Laurence Yep (San Francisco, 14 juni 1948)

 

 

 

 

De Duitse schrijver, vertaler en jurist Peter O. Chotjewitz werd geboren op 14 juni 1934 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Peter O. Chotjewitz op dit blog.

 

Uit: Saumlos

 

„Jetzt kam er also mit einem Gerät, das sich Fahrrad nannte. Das zweite große Ereignis vor dem ersten Weltkrieg war das Luftschiff. Auch davon sprach Frau Kümpel häufig, wenn ihr jemand direkt ins Ohr brüllte, sie solle etwas aus ihrer Jugend erzählen, denn sie hatte zwar gute Augen, war jedoch fast völlig taub.
Zuerst hatte der Postbote davon berichtet, dann hatte der Gemeindediener, der mit einer großen Glocke durchs Dorf ging, das Ereignis zweimal angekündigt. Als die Kirchenglocken zu läuten begannen, gingen alle vors Dorf für den Fall, dass das Luftschiff genau über Saumlos abstürzen sollte, und einige hatten sich sogar die Mühe gemacht, auf den Heuberg oder den Mühlberg zu steigen.
Dann kam das Luftschiff hinter den beiden Dörnbergen hervor, wurde groß und größer, schwebte gemächlich die Nüste entlang, wobei es blitzende Strahlen aussandte, und stand schließlich hoch über ihren Häuptern. Alle hatten die Köpfe tief in den Nacken gesenkt und blickten angestrengt nach oben, nur der alte Kümpel nicht, der Metzger und Landwirt war und gleich nebenan auf seinem Acker die Steine verlas.
"Du hast nicht geschaut", sagte sein Nachbar zu ihm, als das Spektakel vorbei war, "warum hast du nicht geschaut?" Der alte Kümpel hatte nur mürrisch geantwortet: "Der schaut nicht nach mir, warum soll ich nach ihm schauen."
Sie sah den beiden Männern zu und dachte an das Luftschiff, das ihr Vater nicht angeblickt hatte, und das Fahrrad. Die Männer hatten eine Leiter auf die Milchbank neben der Linde gestellt. Der eine stand auf der Leiter und hielt den Mann am Oberkörper, während der andere unten auf der Milchbank stand und die Arme hoch aufgereckt hatte. Er schien die Füße des Toten zu halten.”

 

 

 1409980-8344a217c0845a57788ff4c94db11be7.jpg

Peter O. Chotjewitz (14 juni 1934 – 15 december 2010)

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver Allard Schröder werd geboren in Haren op 14 juni 1946. Zie ook alle tags voor Allard Schröder op dit blog.

Uit: De dode arm


“De villawijk was in de vroege jaren twintig met de rug naar de rivier gebouwd. De verveling, die er als een fijne nevel tussen de huizen hing, moest al op de bouwtekening te zien zijn geweest. Nu, in de vroege jaren vijftig, was ze met haar oude, krom gegroeide eiken, welig opschietend struikgewas, geschoren gazons, bemoste rietdaken en vermoeide straten een paradijs voor kleine zangvogels, mollen en oude honden. Verten waren er niet, aan de hemel trokken vliegtuigen geruisloos hun strepen. Bejaarde echtparen schuifelden het tuinpad op en af tot op een dag de zwarte auto’s kwamen voorrijden en de gordijnen in de straat werden dichtgeschoven. ’s Zomers zaten jonge moeders achter het huis onderuitgezakt in een rotanstoel te lezen, het hoofd een beetje scheef, de blote benen meisjesachtig gestrekt of zedig over elkaar geslagen, steels gadegeslagen door de jongens van de buren, die vanuit hun kamers op de eerste verdieping vele tuinen overzagen. De echtgenoten waren ’s ochtends tegen negenen al, geurend naar after-shave, op de fiets of in hun auto’s naar hun werk vertrokken.
Het was in dit Arcadië dat Ernst Elfkind Wolkenband – laten we hem voorlopig zo maar noemen – in de naoorlogse jaren opgroeide, in een buitenwijk met stralende ochtenden en bedauwde velden, lauwe regens, laaiende zomerhitte, waarin alles wat groeide tegen het eind van de dag grijsblauw van kleur kon verschieten, waar in de verte schelle kinderstemmen klonken en liedjes van toen, die over de liefde voor the boy next door gingen en werden gezongen door die licht hese maar meisjesachtige vrouwenstemmen, waarop de jongen altijd verliefd was. De dagen duurden er langer dan elders, soms eindeloos lang, in een verlammende stilte sleepten de uren zich naar hun eind, onverwacht voelden kinderen de ouderdom in hun leden tintelen.
’s Nachts beefden de boomtoppen.”

 

 

 1409980-e5b252be93591a5b2b74108e8b28cd1a.jpg

Allard Schröder (Haren,14 juni 1946)

 

 

 

 

De Nederlandse dichter, schrijver en vertaler Thomas Graftdijk werd geboren in Amsterdam op 14 juni 1949. Zie ook alle tags voor Thomas Graftdijk op dit blog.

 

Uit: Doctor Faustus (Vertaald door Thomas Graftdijk)

 

‘Maar hoe zou het zijn wannneer de artistieke paradoxie dat de totale constructie de uitdrukking - de uitdrukking als klacht - doet ontstaan, overeenkwam met de religieuze paradox dat aan de diepste heilloosheid de hoop, al was het maar als een heel voorzichtig vragen, ontkiemt? Dit zou de hoop zijn aan gene zijde van de hopeloosheid, de transcendentie van de wanhoop, - niet het verraad daaraan, maar het wonder dat het geloof te boven gaat. Hoort het slot maar, hoort het met mij: de ene instrumentengroep na de andere trekt zich naar de achtergrond terug, en wat overblijft en waarmee het werk verklinkt, is de hoge g van een cello, het laatste woord, de laatste wegzwevende klank, langzaam in pianissimo fermaten wegebbend. Daarna is er niets meer, - zwijgen en nacht. Maar de natrillende toon die in dat zwijgen hangt, die niet meer is, waar alleen de ziel nog naar luistert en die een afsluiting van de droefheid was, is dat niet meer, verandert van betekenis, staat als een licht in de nacht.’

 

 
1409980-0b6426545fd7c0b7d3dab99fdc56ed63.jpg

Thomas Graftdijk (14 juni 1949 – 10 februari 1992)



Zie voor nog meer schrijvers van de 14e juni ook
mijn blog van 14 juni 2011 deel 2.

Geschreven door Romenu om 20:37 Reageer op dit bericht

Alex Boogers

De Nederlandse schrijver Alex Boogers werd geboren op 14 juni 1970 in Vlaardingen. Hij woont en werkt in Vlaardingen. Hij studeerde kort tijd Nederlands recht en filosofie aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam, waarna hij enige tijd Nederlandse taal en letterkunde en Indonesische talen, culturen en Oceanië studeerde in Leiden. In goed overleg met zijn partner stortte Boogers zich op het schrijven, hetgeen resulteerde in bijdragen in Renaissance, Passionate en Esquire. Niet veel later debuteerde hij onder het pseudoniem M.L. Lee met Het Boek “Estee” (1999). Drie jaar later verscheen zijn 'echte' debuut, onder zijn eigen naam. In zijn roman “Lijn 56” speelt het verhaal zich af tegen de achtergrond van de stad Vlaardingen, die Boogers steevast Het Naamloze Gat noemt. Zijn volgende roman "Het sterkste meisje van de wereld" verscheen in 2007. Boogers leverde naast zijn romanwerk creatieve bijdragen aan de documentaire 'Draak onder water', die in 1997 werd uitgezonden bij NCRV's Dokument, en 'Eat your enemy', die in 2005 in 29 theaters in Nederland heeft gedraaid en in december van hetzelfde jaar werd uitgezonden op televisie.

Uit: Het waanzinnige van sneeuw

“Een tijd geleden bezocht ik regelmatig een dokter met wie ik over mijn zus, Estee praatte. Hij moedigde me aan mijn herinneringen aan haar op te schrijven, omdat dat helend zou werken. Maar wat ik had geschreven was niks dan aanstellerij. En wie zit daar nou op te wachten? De dokter wist uit mijn verhaal op te maken dat ik veel van haar heb gehouden; dat ik haar bewonderde, dus om wie ze was en wat ze allemaal tegen me had gezegd toen ze nog leefde. Hij was een genie.
‘Nee, ik haat de trut,’ zei ik. ‘Iets op tegen? Ik haat haar meer dan mijn ergste vijand.’
Toen begon die dokter te zeuren over mijn opgekropte woede en of ik echt vijanden had en wie dat dan waren.
‘Misschien doe je er goed aan om aan sport te gaan doen,’ zei hij na een stuk of veertig sessies. Wat een vondst. ‘Welke sport heeft je interesse?’ vroeg hij.
Ik had geen idee. Ik moest natuurlijk goed nadenken en me vooral niet haasten. Ik had weinig interesse in sport. Oké, een beetje voetballen, verplicht gymles - ik muntte uit in hardlopen, maar alleen omdat ik wist dat het weer voorbij was als ik eenmaal de finish had bereikt - en heel af en toe een partijtje honkbal als een aantal jongens uit de buurt vroeg of ik zin had om mee te doen. Dan stond ik in het veld een eeuwigheid opeen bal te wachten. Ja, dat waren zo ongeveer de sporten die ik af en toe beoefende.
‘Ik zou willen leren vechten,’ zei ik ten slotte. Ik wist niet eens waarom ik het zei, het was niet dat ik er altijd al aan dacht, zo was het niet, maar toen ik het uitsprak meende ik het. Ik wilde leren vechten.”

 

 1540884-2ba5546e91800d46b704c0b3931c9fc6.jpg
Alex Boogers (Vlaardingen, 14 juni 1970)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Fernando Pessoa , Willem Brakman, William Butler Yeats, Thomas Heerma van Voss

De Portugese dichter en schrijver Fernando António Nogueira Pessoa werd geboren in Lissabon op 13 juni 1888. Zie ook alle tags voor Fernando Pessoa op dit blog.

 

 

Listen, Daisy, When I Die, Although
                        On an Orient-bound ship
                                      December 1913
                            (as Álvaro de Campos)

Listen, Daisy. When I die, although
You may not feel a thing, you must
Tell all my friends in London how much
My loss makes you suffer. Then go

To York, where you claim you were born
(But I don't believe a thing you claim),
To tell that poor boy who gave me
So many hours of joy (but of course

You don't know about that) that I'm dead.
Even he, whom I thought I sincerely
Loved, won't care.... Then go and break

The news to that strange girl Cecily,
Who believed that one day I'd be great....
To hell with life and everyone in it!

 

 

 

 

I don't Know if the Love You Give is Love You Have
                                                            (as Ricardo Reis)

I don't know if the love you give is love you have
Or love you feign. You give it to me. Let that suffice.
        I can't be young by years,
        So why not by illusion?
The Gods give us little, and the little they give is false.
But if they give it, however false it be, the giving
        Is true. I accept it, and resign
        Myself to believing you.

 

 

 

 

Vertaald door Richard Zenith

 

 

 

 1409434-2889a4b8af325821d061269b6c457d1e.jpg

Fernando Pessoa (13 juni 1888 – 30 november 1935)

 

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver Willem Brakman werd geboren op 13 juni 1922 in Den Haag. Zie ook alle tags voor Willem Brakman op dit blog.

 

Uit: De grote schok was Rilke

 

“Zijn instrumenten zijn de thema's liefde, dood en smartelijke herinnering, seine Kunst, seine kostbare Geige.

Zo kon hij onder meer op straat in het kreperen van mensen aan drank, ziekte of armoe, een heel eigen, zo niet eigenzinnige regressie ontdekken, namelijk het ontbreken van ‘der Wunsch einen eigenen Tod zu haben, einen gut ausgearbeiteten Tod’. Zelfs bij de rijken is dat zo, klaagt hij, bij de rijken die zich zo'n eigen dood toch kunnen veroorloven.

Voordat ik hiervan een voorbeeld geef, wil ik nog iets zeggen over het zoëven genoemde duistere en dreigende karakter van de werkelijkheid. De werkelijkheid bij Rilke is typisch een geschreven werkelijkheid, één die ook niet is los te denken van het schrijfproces. Het is een werkelijkheidsbeeld dat ontstaat door eenzelfde mechanisme als schuilgaat achter de droom. Uit veel van zijn brieven blijkt het grote belang dat Rilke hechtte aan de act van het schrijven zelf, het ritueel. Hij was, om het zomaar eens uit te drukken, een schrijver uit zelfbehoud en zo bediende hij zich van een proza op het scherp der snede, op de rand van de gevaarlijke doorbraak. Het was Rilke tegen Rilke. Door de vervormingen, omkeringen, vermommingen en bezweringen plotseling te vermengen met scherpe waarnemingen uit de buitenwereld, ontstonden het barokke, de collage, die zo kenmerkend zijn voor deze schrijver. Ongetwijfeld is het dit heel eigen karakter van de droom, het hermetische, het ‘langsame und abgewandte’, dat mij zo fascineerde, dat ik herkende en dat zijn door anderen zo vaak als moeilijk en donker afgedane taal zo transparant maakte.

Terug naar de eigen dood. Veel mensen, constateert Rilke, produceren wanneer hun tijd gekomen is een vreemd geluid. Een dun, jammerlijk gepiep stijgt uit hen omhoog en op de vraag ‘Wat is dat?’ luidt het antwoord: ‘Dat is de stem van de eigen kleine dood.’ Iets hiervan moeten wij kunnen navoelen, wij, die leven of liever sterven in een tijd die de dood, humaan maar zeer onteigenend, tot aan de laatste snik in pathopon verpakt.”

 

 

 1409434-75266a3d60982f93381e2e85a7f090b6.jpg

Willem Brakman (13 juni 1922 – 8 mei 2008)

 

 

 

 

De Ierse dichter, toneelschrijver en mysticus William Butler Yeats werd geboren in Sandymount bij Dublin op 13 juni 1865. Zie ook alle tags voor William Butler Yeats op dit blog.

 

 

An Irish airman foresees his death

I know that I shall meet my fate
Somewhere among the clouds above;
Those that I fight I do not hate,
Those that I guard I do not love;
My country is Kiltartan Cross,
My countrymen Kiltartan's poor,
No likely end could bring them loss
Or leave them happier them before.
Nor law, nor duty bade me fight,
Nor public men, nor cheering crowds,
A lonely impulse of delight
Drove to this tumult in the clouds;
I balanced all, brought all to mind,
The years to come seemed waste of breath,
A waste of breath the years behind
In balance with this life, this death.

 

 

 

Woorden

 

Ik dacht een tijd geleden:
'Mijn lief kan niet begrijpen wat
ik gedaan heb of wat stand hield
in dit blind bitter land.'

En ik werd lusteloos in de zon
tot mijn denken op ging klaren
en 'k mij herinnerde dat wat ik kon
gedaan werd om het duidelijk te maken;

dat ik elk jaar maar riep: 'Eindelijk
begrijpt mijn lief dit allemaal
daar ik mijn wasdom heb bereikt
en meester ben over de taal.'

Wat was, had zij aldus besloten,
er afgevallen bij het zeven?
Ik had het pover woord misschien verstoten
en was content geweest met leven.

 

 

 

Vertaald door J. Eijkelboom

 

 

 

 1409434-7af2a4a3c49f7fe902d590da7324d115.jpeg

William Butler Yeats (13 juni 1865 – 28 januari 1939)

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver Thomas Heerma van Voss werd geboren in Amsterdam op 13 juni 1990. Zie ook alle tags voor Thomas Heerma van Voss op dit blog.

 

Uit: De kraamafdeling

 

“Sindsdien was er geen dag voorbij gegaan waarop hij niet over haar had gefantaseerd. Elke avond legde hij zijn hoofd op Samantha’s buik om zijn dochter te horen trappen. Bij spelende meisjes op straat stelde hij zich voor dat hij de vader was, hij kocht babykleren, hij zette een wieg in elkaar. Leon stapt verder, een kruispunt over, een winkelstraat door. Hij zou om kunnen keren, niemand zou het merken als hij thuis bleef vandaag. Maar toch blijft hij lopen, hij kan niet anders, het is of iemand anders allang voor hem besloten heeft. Bij de ingang van het ziekenhuis hoort hij: ‘Welkom terug, meneer.’ Met de lift gaat hij naar de tweede verdieping. De eerste keer dat hij hier kwam, schoten de vragen door zijn hoofd. Zou zijn dochter dezelfde ogen hebben als hij? Zijn kaaklijn, zijn neus, zijn voorhoofd – wat zou er allemaal voortleven? Nu stelt hij zichzelf geen vragen meer. Hij controleert alleen of hij zijn Polaroid-toestel bij zich heeft, en of zijn witte jas wel goed uit het zicht is. Op de gangen ruikt het naar ontsmettingsmiddel. Een lucht waarbij Leon vanzelf begint te grijnzen. Zoals sommigen bij het ruiken van gras denken aan een ontspannen zondagmiddag, zo wordt hij elke keer gerustgesteld als hij de ziekenhuisgang ruikt. Even voelt het precies zoals de eerste keer dat hij hier kwam, even is het alsof zijn dochter weer op het punt staat geboren te worden en alles gewoon zal gaan zoals hij in zijn hoofd heeft. Zo onopvallend mogelijk loopt hij de gang door. Langs de kamer met couveuses, langs half gesloten deuren waarachter allerlei geluiden door elkaar klinken. Het gegil van vrouwen die bezig zijn moeder te worden, het gehuil van baby’s die ongevraagd op deze wereld worden gezet. Leon wurmt zich tussen de artsen en toekomstige ouders door.”

 

 

 1409434-335e32fd60c0d3ef01b80369e8002fa4.jpg

Thomas Heerma van Voss (Amsterdam, 13 juni 1990)

 

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 13e juni ook mijn blog van 13 juni 2012 deel 1 en ook mijn blog van 13 juni 2012 deel 2.

Geschreven door Romenu om 19:32 Reageer op dit bericht

Anne Frank, Christoph Meckel, Renan Demirkan, Djuna Barnes

 De Nederlandse schrijfster Anne Frank werd geboren in Frankfurt am Main op 12 juni 1929. Zie ook alle tags voor Anne Frank op dit blog.

 

Uit: The Diary of a Young Girl (Vertaald door B. M. Mooyart-Doubleday)

 

“Wednesday, 5 April 1944
My dearest Kitty,

For a long time now I didn’t know why I was bothering to do any schoolwork. The end of the war still seemed so far away, so unreal, like a fairy tale. If the war isn’t over by September, I won’t go back to school, since I don’t want to be two years behind…

I finally realized that I must do my schoolwork to keep from being ignorant, to get on in life, to become a journalist, because that’s what I want! I know I can write. A few of my stories are good, my descriptions of the Secret Annexe* are humorous, much of my diary is vivid and alive, but…it remains to be seen whether I really have talent…

Unless you write yourself, you can’t know how wonderful it is; I always used to bemoan the fact that I couldn’t draw, but now I’m overjoyed that at least I can write. And if I don’t have the talent to write books or newspaper articles, I can always write for myself. But I want to achieve more than that. I can’t imagine having to live like Mother, Mrs Van Daan* and all the women who go about their work and are then forgotten. I need to have something besides a husband and children to devote myself to! I don’t want to have lived in vain like most people. I want to be useful or bring enjoyment to all people, even those I’ve never met. I want to go on living even after my death! And that’s why I’m so grateful to God for having given me this gift, which I can use to develop myself and to express all that’s inside me!

When I write I can shake off all my cares. My sorrow disappears, my spirits are revived! But, and that’s a big question, will I ever be able to write something great, will I ever become a journalist or a writer?

I hope so, oh, I hope so very much, because writing allows me to record everything, all my thoughts, ideals and fantasies…

So onwards and upwards, with renewed spirits. It’ll all work out, because I’m determined to write!

Yours, Anne M. Frank”

 

 

1408939-4790164e6f99598143e6750b16dc8ea2.jpg 

Anne Frank (12 juni 1929 – maart 1945)

Ellie McKendrick als Anne Frank in de BBC serie „The Diary of Anne Frank”, 2009

 

 

 

 

De Duitse dichter, schrijver en graficus Christoph Meckel werd geboren op 12 juni 1935 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Christopher Meckel op dit blog.

 

 

Rede vom Gedicht

 

Das Gedicht ist nicht der Ort, wo die Schönheit gepflegt wird.

 

Hier ist die Rede vom Salz, das brennt in den Wunden.

Hier ist die Rede vom Tod, von vergifteten Sprachen.

Von Vaterländern, die eisernen Schuhen gleichen.

Das Gedicht ist nicht der Ort, wo die Wahrheit verziert wird.

 

Hier ist die Rede vom Blut, das fließt aus den Wunden.

Vom Elend, vom Elend, vom Elend des Traums.

Von Verwüstung und Auswurf, von klapprigen Utopien.

Das Gedicht ist nicht der Ort, wo der Schmerz verheilt wird.

 

Hier ist die Rede von Zorn und Täuschung und Hunger

(die Stadien der Sättigung werden hier nicht besungen).

Hier ist die Rede von Fressen, Gefressenwerden

von Mühsal und Zweifel; hier ist die Chronik der Leiden.

Das Gedicht ist nicht der Ort, wo das Sterben begütigt

wo der Hunger gestillt, wo die Hoffnung verklärt wird.

 

Das Gedicht ist der Ort der zu Tode verwundeten Wahrheit.

Flügel! Flügel! Der Engel stürzt, die Federn

fliegen einzeln und blutig im Sturm der Geschichte!

 

Das Gedicht ist nicht der Ort, wo der Engel geschont wird

 

 

 

Goldfisch

 

Seit ich den Mond und das Wasser liebe,

lebt ein Goldfisch in meinem Haar,

das verblüfft mich, und ich bemerke,

daß das bei keinem anderen Menschen

der Fall ist.

 

Seither bin ich durch viele Flüsse geschwommen,

aber das Wasser sagte ihm nicht zu,

ich bot ihn dem Mann im Mond als Geschenk,

doch er weigerte sich, im Licht der Sterne

zwischen den Wolken und Vögeln zu schwimmen,

ich führte ihn an das Rote Meer,

aber er besteht darauf,

in der Dämmerung meines Haars zu altern.

 

Ich werde ihn weitertragen,

bis seine Schuppen bröckeln,

bis er schwarz wird

und tot in eine graue Pfütze fällt

 

 

 

1408939-acda120b8ab5737f6b1f0410addbff3f.jpg 

Christoph Meckel (Berlijn, 12 juni 1935)

 

 

 

 

De Turks-Duitse schrijfster en actrice Renan Demirkan werd geboren op 12 juni 1955 in Ankara. Zie ook alle tags voor Renan Demirkan op dit blog.

 

Uit: Die Frau mit Bart

 

„Und wenn du zurückgehst, wirst du bestraft, weil du Neues mitbringst, denn Neues macht Angst, armer, toter Storch.<<
Anna zündet sich eine Zigarette an. >>Ich hab` mich auch verflogen. Als ich jünger war, fand ich das Rumflattern noch ganz amüsant, aber in letzter Zeit ahnelt mir das Ahnengehirn unverständliche Faxe. Ich rufe zurück, will fragen, reden, aber es ist immerzu besetzt, oder es gibt keine Anschluss mehr unter der Nummer. Sie sind entweder weitergezogen oder schon tot. Mein Gehirn ist ja auch das Gehirn meinen Vorfahren, und deren Nester waren auf anderen Kontinenten. Sie waren Nomaden, ich will seßhaft werden, aber ihr Flügelschlag hallt mir unter der Haut. Ich kenne das Ei, das Nest und den Ort, über dem eine kupferne Sonne und ein gläserner Halbmond gestrahlt haben. Trotzdem muß ich meine Sippengesetze irgendwo verloren haben.<< Anna dreht sich zu dem Bild. >>Oder hattest du dich in eine Kuh verliebt, du dummer Storch?<< und lehnt sich zurück auf das Kissen. >>Ich habe das Fliegen über staubigen Straßen gelernt, bin den Bussen gefolgt zum Spinnennetz der großen Bahnhöfe. Dort habe ich mir den längsten Zug ausgesucht, habe ihn verfolgt wie einen dicken, saftigen Regenwurm, aber der entpuppte sich als eine Schlange. Überall, wo er anhielt, ließ er ein kleines Schwanzstück zurück, auf Abstellgleisen. Ich flog der Lokomotive hinterher, die schob neue Wagen an bis zum nächsten Halt. Da übernahm ein anderer Kopf den Schwanz und fuhr in die entgegengesetzte Richtung wieder raus, der alte blieb zurück. Ich habe viele Bahnhöfe gesehen, auf Schlangen kann man keine Nester bauen.<<
Sie drückt die Zigarette wieder aus.

 

 

1408939-d8602c8f7b4ebee217b14f5dd4aac8a9.jpg
Renan Demirkan (Ankara, 12 juni 1955)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijfster Djuna Barnes werd geboren in Cornwall-on-Hudson, Orange County in de staat New York op 12 juni 1892. Zie ook alle tags voor Djuna Barnes op dit blog.

 

Uit: Nightwood

 

“The deep accumulation of dress fell about her in groined shadows, the train, rambling through a vista of primitive trees, was carpet-thick. She seemed to be expecting a bird. The gentleman was seated precariously on a charger. He seemed not so much to have mounted the animal, as to be about to descend upon him. The blue of an Italian sky lay between the saddle and the buff of the tightened rump of the rider. The charger had been caught by the painter in the execution of a falling arc, the mane lifted away in a dying swell; the tail forward and in, between thin bevelled legs. The gentleman's dress was a baffling mixture of the Romantic and the Religious, and in the cradling crook of his left arm he carried a plumed hat, crown out. The whole conception might have been a Mardi Gras whim. The gentleman's head, stuck on at a three-quarter angle, had a remarkable resemblance to Guido Volkbein, the same sweeping Cabalistic line of nose, the features seasoned and warm save where the virgin blue of the eyeballs curved out the lids as if another medium than that of sight had taken its stand beneath that flesh. There was no interval in the speed of that stare, endless and objective. The likeness was accidental. Had anyone cared to look into the matter they would have discovered these canvases to be reproductions of two intrepid and ancient actors. Guido had found them in some forgotten and dusty corner and had purchased them when he had been sure that he would need an alibi for the blood.

At this point exact history stopped for Felix who, thirty years later, turned up in the world with these facts, the two portraits and nothing more. His aunt, combing her long braids with an amber comb, told him what she knew, and this had been her only knowledge of his past. What had formed Felix from the date of his birth to his coming to thirty was unknown to the world, for the step of the wandering Jew is in every son. No matter where and when you meet him you feel that he has come from some place - no matter from what place he has come - some country that he has devoured rather than resided in, some secret land that he has been nourished on but cannot inherit, for the Jew seems to be everywhere from nowhere.”

 

 

1408939-09e8f20215c75e4c9eb0b643f174653c.jpg
Djuna Barnes (12 juni 1892 – 18 juni 1982)

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 12e juni ook mijn blog van 12 juni 2012 en ook mijn blog van 12 juni 2011 deel 2.

Geschreven door Romenu om 21:01 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten