Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Karel N.L. Grazell

De Nederlandse schrijver en dichter Karel N.L. Grazell werd geboren in Amsterdam,op 3 april 1928. Grazell 'debuteerde’ rond 1938 met onder andere een rijmpje in huis-aan-huis blad De Bosrand, publiceerde gedichten (en proza) in Propria Cures (1946-1950 onder pseudoniemen Leins Janema, L. Grane, ZEC, en anoniem), werd door W.F. Hermans gelanceerd in literair tijdschrift Criterium (1948). Gedichten in Podium, Braak e.d., in diverse bloemlezingen (onder andere De Spiegel der Nederlandse poëzie) en op verschillende websites. Grazell publiceerde diverse bundels poëzie bij een aantal uitgevers (onder andere Poëziereeks De Windroos no. 50), en ook verhalend / anekdotisch proza. Hij trad onder meer een tijdlang op met het ‘leseriek’ collectief (integratie poëzie en beeld) en schreef en schrijft onder andere literaire columns. Hij studeerde economie, communicatie, massapsychologie (niet af), werkte als aardappelrooier, assistent belastingconsulent, journalist/verslaggever, correspondent, organisator literaire aonden, was medeoprichter van de NiKa avonden, juridisch adviseur, maker van pick-up elementen, afdelingschef ten stadhuize, copywrite voor reclamebureaus, marketingmanager, account-executive, below-the-line adviseur, en regisseerde audio-video. Na z’n loopbaan bleef hij als vrijwilliger actief in tal van functies en op velerlei gebied. Op 1 oktober 2006 werd Grazell verkozen tot eerste Stadsdeeldichter van het Stadsdeel ZuiderAmstel van de gemeente Amsterdam.

Uit: Rondom het Olympisch Stadion

“Nazomer 1945. We voetbalden op het Stadionplein, aan de zuidkant. We waren pakweg 17 jaar. Ik herinner me nog Flatow en m’n ex-klasgenoot, later hoofdredacteur Adformatie: Lidio Blankstein. We hadden al weer een bal. Soms schoot hij de fietsenstalling daar in, de trap af, en dan ging Flatow ‘m halen, want die was de naaste buurjongen. Wat ik toen uiteraard niet wist, was dat de eigenaar van die stalling veel, veel later m’n (ik maak het moeilijk) ex-stiefschoonvader zou worden.
Andere namen herinner ik me niet. Om de hoek, op de Stadionkade, kwam ik een jaartje of zo later soms even bij de befaamde zanger Bert van Dongen, omdat ik wel met z’n zusje uitging. Schande, hoe dat zusje heette. is me in de ruim 60 jaar nadien droevig ontschoten.
Ik weet nog hoe wok jongens eens speelden op het eh zal ik ‘t het Jasonpleintje noemen? De bal stuiterde voor me en ik wilde ‘m doorwippen, maar hij kwam tegen een raam aan, dat verscherfde. We renden van schrik allemaal naar onze huizen weg. Toen ik thuiskwam, realiseerde ik me dat ik m’n fiets daar op dat pleintje had laten staan. ’n Dag later stond die weer zwijgend thuis. M’n ouders hebben er nooit wat over gezegd. Hoe wisten die mensen van die ruit dat het mijn fiets was, dat ik de dader was, wat mijn naam was (waardoor ze in het telefoonboek m’n adres en telefoonnummer zouden kunnen vinden)? Ik kan verschillende oplossingen bedenken, maar ik heb het nooit geweten.
M’n ouderlijk huis stond aan de Amstelveenscheweg richting Kalfjeslaan. Als Nederland in de jaren dertig in het Olympisch Stadion voetbalde, kwamen vooraf honderden en honderden auto’s bij ons langs, op weg naar het Stadionplein om daar te parkeren. Daarna zetten we de radio aan en we hoorden het verslag van Han Hollander, die op het dak van een tribune stond. Leuk was de ervaring om het echte juichen van het Stadion te horen als er een doelpunt viel, terwijl we het tegelijk op de radio hoorden.”

 

 1626074-d21ae55a6803b51b464f10e532628d82.jpg
Karel N.L. Grazell (Amsterdam,3 april 1928)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

De blogger leest alles eerst na: je tekst verschijnt zodra die goedgekeurd is.

Thomas Glavinic, Émile Zola, György Konrád, Anneke Claus, Anne Waldman, Casanova, Hans Christian Andersen, Roberto Arlt

De Oostenrijkse schrijver Thomas Glavinic werd geboren op 2 april 1972 in Graz. Zie ook alle tags voor Thomas Glavinic op dit blog.

Uit: Das Leben der Wünsche

„Jonas spiegelte sich in seiner Sonnenbrille.
Geld? fragte Jonas.
Der Mann nahm die Brille ab, begann an einem Bügel zu nagen und sah Jonas dabei unverwandt an. Seine Augen waren wasserblau, seine Miene war ausdruckslos. Er schien zu überlegen, wie er das Gespräch eröffnen sollte. Nach einer Minute, in der er Jonas betrachtet hatte, setzte er sich mit einem Ruck zurecht und schob sich die Brille wieder auf die Nase.
Jonas, ich erfülle Ihnen drei Wünsche.
Wie wäre es damit: Sie vergessen, was Sie wissen, lassen mich gehen und erschrecken mich nie wieder?
Ich meine es ernst. Drei Wünsche.
Hören Sie auf. Was wollen Sie?
Ich will Ihnen drei Wünsche erfüllen.
Ich kann mich täuschen, aber ich glaube, im Märchen verströmt die Fee nie so einen Biergeruch.
Ich bin keine Fee, und das hier ist kein Märchen. Ich erfülle Ihnen drei Wünsche. Nennen Sie sie!
Sie meinen das wirklich ernst?
Vollkommen.
Ach du je. Lassen Sie mich mal überlegen.
Nur zu.
Der Mann sah mit ausladender Geste auf die Uhr und verschränkte die Hände im Nacken. Er wirkte teilnahmslos. Die Kinder, die auf der Wiese Frisbee spielten, schienen ihn ebenso wenig zu interessieren wie der ungeschickte Jongleur gegenüber oder die grölenden Betrunkenen an der Wurstbude am Ende des Parks. Jonas wartete, aber der Mann sagte nichts.
Im Brunnen hinter ihnen plätscherte Wasser. Die Sonne brannte Jonas auf den Rücken, sein Hemd hatte er längst durchgeschwitzt. Sollte er einfach weggehen? Was der Mann da erzählte, war verrückt. Er sah allerdings nicht wie ein Verrückter aus. Und er wusste von Marie.“

 

 1575591-3b98823d37b624393b6a3e2c56786f80.jpg
Thomas Glavinic (Graz, 2 april 1972)

 

 

De Franse schrijver Émile Zola werd geboren op 2 april 1840 te Parijs. Zie ook alle tags voor Émile Zola op dit blog.

Uit: The Belly of Paris (Le Ventre de Paris, vertaald door Mark Kurlansky)

“In the silence of a deserted avenue, wagons stuffed with produce made their way toward Paris, their thudding wheels rhythmically echoing off the houses sleeping behind the rows of elm trees meandering on either side of the road. At the pont de Neuilly, a cart full of cabbages and another full of peas met up with eight carts of turnips and carrots coming in from Nanterre. The horses, their heads bent low, led themselves with their lazy, steady pace, a bit slowed by the slight uphill climb. Up on the carts, lying on their stomachs in the vegetables, wrapped in their black-and-gray-striped wool coats, the drivers slept with the reins in their fists. Occasionally the light from a gas lamp would grope its way through the shadows and brighten the hobnail of a boot, the blue sleeve of a blouse, or the tip of a hat poking from the bright bloom of vegetables—red bouquets of carrots, white bouquets of turnips, or the bursting greenery of peas and cabbages.
All along the road and all the nearby routes, up ahead and farther back, the distant rumbling of carts told of other huge wagons, all pushing on through the darkness and slumber of two in the morning, the sound of passing food lulling the darkened town to stay asleep.
Madame François’s horse, Balthazar, an overweight beast, led the column. He dawdled on, half asleep, flicking his ears until, at rue de Longchamp, his legs were suddenly frozen by fear. The other animals bumped their heads into the stalled carts in front of them, and the column halted with the clanking of metal and the cursing of drivers who had been yanked from their sleep. Seated up top, Madame François, with her back against a plank that held the vegetables in place, peered out but saw nothing by the faint light of the little square lantern to her left, which barely lit one of Balthazar’s glistening flanks.”

 

 1575591-7074199256760085c9e35773d111bd78.jpg
Émile Zola (2 april 1840 - 29 september 1902)

 

De joods-Hongaarse schrijver György Konrád werd geboren op 2 april 1933 in Berettyóújfalu (bij Debrecen). Zie ook alle tags voor György Konrád op dit blog.

Uit: Pro Europa

“The central power of a nationalist state towers up to a point like a pyramid, but all the same it is directed inward and necessarily remains provincial, an entire world in itself. In fact, even today it resembles a royal court, with its corresponding array of many smaller organs of local power. Those who think big may hover around the court, but it is also understandable if small-town people are less than thrilled by the prospect of the more complicated relationships of a wider stage, because they find greater satisfaction in a familiar, transparent intimacy.
There is a tension between the greater European enterprise and the personal interests of its players. The safety of the nest, the preservation of the familiar, resistance to the intrusion of the outside world, even self-imposed isolation – these are passions every bit as strong as openness, discovery, and adventure. For a brief while, there was a willingness to open up the house and spread our arms wide to the world, but more common these days are the desire for security and the installation of alarm systems wired to the police department. A tolerance for the influx of the outside world and a willingness to be helpful have proven to have their limits; people prefer to cling to their peaceful existence, regarding noisy intrusion and conspicuous differences as forms of aggression. Integration is a new and experimental kind of balance between isolation and acceptance of the new.”

 

 1575591-7d9653e8e687f7fe4c1ff5ce67e275ab.jpg
György Konrád (Berettyóújfalu, 2 april 1933)

 

 

De Nederlandse dichteres en schrijfster Anneke Claus werd geboren op 2 april 1979 in Doetinchem. Zie ook alle tags voor Anneke Claus op dit blog.

 

Saalien blues

Het was een hels kabaal toen de gletsjers
de Hondsrug omhoog duwden –

Daar lag hij: een blinde zandworm in de klei –

en toen daaruit, huis voor huis, het dorp verrees.
De veldkeien weg, onvermijdelijk de ratelwagens

motorvoertuigen, fanfares.

De natte brug weet er alles van
dat kun je horen aan hoe diep hij zwijgt.

Vanmorgen heeft een vakkenvuller me 'fossiel' genoemd.
Niet met zoveel woorden, maar wel bijna.

'Mevrouw, ik heb het idee dat u al sinds de prehistorie
in deze Super komt, klopt dat?'

Die brug en ik, denk ik
wij begrijpen elkaar.

 

 1575591-5c7cc3a795d99ef2c0c259bd3945493f.jpg
Anneke Claus (Doetinchem, 2 april 1979)

 

 

De Amerikaanse dichteres Anne Waldman werd geboren op 2 april 1945 in Millville, New Jersey. Zie ook alle tags voor Anne Waldman op dit blog.

 

Fast Speaking Woman (Fragment)

woman never under your thumb, says
skull that was a head, says
bloodshot eyes, says

I’m the Kali woman the killer woman
women with salt on her tongue

fire that cleans
fire that catches
fire burns hotter as I go

woman traded her secrets never, says
woman reversed the poles, says
woman never left America to know this
but she did, says, she did leave

woman combs snakes out of her hair
woman combs demons out of her hair

woman lies down with the cobra
     then meditates under cobra canopy

woman had a bone in her throat, says
was it yours? says
she admits she has a taste for you, says
     she’s cannibal woman, Kali woman

woman’s tongue once split in ten directions
one: I’m a savage woman
two: I’m the rutting woman
three: I’m the fire dancer with coal-black feet
four: Im the old-time thinker
five: poseur woman
six: I’m the redacteur
seven: auteur
eight: I haunt you with my songs
nine: I was the nun
     now I am bound by desire again
ten: I’m the cittipatti woman
     the dancing-skull woman

mouth is moving, says
skull-mouth moving, says
says these things
says terrible things as I go

 

 1575591-dee4d73159bba43bbb50b3e3accf0647.jpg
Anne Waldman (Millville, 2 april 1945)
Cover 

 

 

De Italiaanse schrijver en avonturier Giacomo Girolamo Casanova werd geboren in Venetië op 2 april 1725. Zie ook alle tags voor Giacomo Casanova op dit blog.

Uit:The memoirs of Jacques Casanova de Seingalt (Vertaald door Arthur Machen)

“Sunday had come; Bettina had made a good dinner, but she had been frantic all through the day. Towards midnight her father came home, singing Tasso as usual, and so drunk that he could not stand. He went up to Bettina’s bed, and after kissing her affectionately he said to her: “Thou art not mad, my girl.”
Her answer was that he was not drunk.
“Thou art possessed of the devil, my dear child.”
“Yes, father, and you alone can cure me.”
“Well, I am ready.”
Upon this our shoemaker begins a theological discourse, expatiating upon the power of faith and upon the virtue of the paternal blessing. He throws off his cloak, takes a crucifix with one hand, places the other over the head of his daughter, and addresses the devil in such an amusing way that even his wife, always a stupid, dull, cross- grained old woman, had to laugh till the tears came down her cheeks. The two performers in the comedy alone were not laughing, and their serious countenance added to the fun of the performance. I marvelled at Bettina (who was always ready to enjoy a good laugh) having sufficient control over herself to remain calm and grave. Doctor Gozzi had also given way to merriment; but begged that the farce should come to an end, for he deemed that his father’s eccentricities were as many profanations against the sacredness of exorcism. At last the exorcist, doubtless tired out, went to bed saying that he was certain that the devil would not disturb his daughter during the night. »

 

 1575591-11f0f683a671a54a6eddeb95ac5f0d33.jpg
Giacomo Casanova (2 april 1725 – 4 juni 1798)
Heath Ledger als Casanova in de gelijknamige film uit 2005

 

 

De Deense schrijver en dichter Hans Christian Andersen werd geboren op 2 april 1805 in Odense. Zie ook alle tags voor Hans Christian Andersen op dit blog.

Uit: De standvastige tinnen soldaat

“Er was eens een jongetje dat op zijn verjaardag tinnen soldaatjes kreeg. Niet één, niet twee, maar vierentwintig tinnen soldaatjes.
Wat zagen die soldaatjes er dapper uit! Ze droegen een prachtig uniform en hadden elk een geweertje aan de schouder.
"Ze zijn net echt!" riep het jongetje blij, toen het de soldaatjes één voor één in zijn hand nam.
Toen hij het laatste soldaatje vastpakte, zag het jongetje iets heel bijzonders. Het was een soldaatje met maar één been. Maar omdat het even flink rechtop stond als de andere soldaatjes, vond het jongetje hem het mooiste en dapperste van allemaal. Want op één been staan is veel moeilijker dan op twee.
Net zoals de andere tinnen soldaatjes, keek het soldaatje met één been steeds recht voor zich uit, zoals het hoort voor een soldaatje dat in de houding staat.”

 

1575591-f7554c3ce63d4669931ac220634eb408.jpg
Hans Christian Andersen (2 april 1805 - 4 augustus 1875)
Standbeeld in Odense

 

 

De Argentijnse schrijver Roberto Godofredo Arlt werd geboren op 2 april 1900 in Buenos Aires. Zie ook alle tags voor Roberto Arlt op dit blog.

Uit: The Mad Toy (Vertaald door Michele McKay Aynesworth)

“The hot siesta hour weighed on the streets, and I was sitting on a cask of gaucho tea talking to Hipolito, who took advantage of his father's naps to build bamboo airplanes. Hipolito wanted to be a pilot, but first, he said, he needed to solve the problem of "spontaneous stability." Sometimes he would be wrestling with the thorny question of perpetual motion, and we would mull over possible solutions together.
With his elbows propped on pork-stained newspapers laid out between the cheese bin and the red poles of the cashier's box, Hipolito would be all ears as he listened to my ideas.
"Clock parts make lousy propellers. Use a little 'lectric motor and put some dry cells in the fuselage."
"Like submarines ..."
"What submarines? The only danger is the current could burn up your motor, but the plane'll fly smoother, and it'll be a while 'fore the batteries conk out."
"Hey, what if we hooked up the motor to a wireless telegraph? You should study that invention. Wouldn't it be sweet?"
At that moment Enrique came in.
"Che, Hipolito, Mama says can you spare half a kilo of sugar, pay you later."
"I can't; my old man told me till your bill is paid ..."
Enrique frowned ever so slightly. "I'm surprised at you, Hipolito!"
Hipolito continued in soothing tones, "I wouldn't have any problem, you know that.... It's my old man." And pointing at me, happy to change the subject, he said to Enrique, "Say, you don't know Silvio, do you? He's the one who made the cannon."

 

 1575591-9d1f4f987929dcb3ca35997787cb2a29.jpg
Roberto Arlt (2 april 1900 – 26 juli 1942)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 2e april ook mijn blog van 2 april 2012 deel 1 en ook deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:56 Reageer op dit bericht

Milan Kundera, Nikolaj Gogol, Arnold Aletrino, Max Nord, Urs Allemann, Rolf Hochhuth, John Wilmot

De Tsjechische schrijver Milan Kundera werd geboren in Brno op 1 april 1929. Zie ook alle tags voor Milan Kundera op dit blog.

Uit: The Unbearable Lightness of Being (Vertaald door Michael Henry Heim)

“The idea of the eternal return is a mysterious one, and Nietzsche has often perplexed other philosophers with it: to think that everything recurs as we once experienced it, and that the recurrence itself recurs ad infinitum! What does this mad myth signify?
Putting it negatively, the myth of eternal return states that a life which disappears once and for all, which does not return, is like a shadow, without weight, dead in advance, and whether it was horrible, beautiful, or sublime, its horror, sublimity, and beauty mean nothing. We need take no more note of it than of a war between two African kingdoms in the fourteenth century, a war that altered nothing in the destiny of the world, even if a hundred thousand blacks perished in excruciating torment.
Will the war between two African kingdoms in the fourteenth century itself be altered if it recurs again and again, in eternal return?
It will: it will become a solid mass, permanently protuberant, its inanity irreparable.
If the French Revolution were to recur eternally, French historians would be less proud of Robespierre. But because they .deal with something that will not return, the bloody years of the Revolution have turned into mere words, theories, and discussions, have become lighter than feathers, frightening no one. There is an infinite difference between a Robespierre who occurs only once in history and a Robespierre who eternally returns, chopping off French heads.
Let us therefore agree that the idea of eternal return implies a perspective from which things appear other than as we know them: they appear without the mitigating circumstance of their transitory nature. This mitigating circumstance prevents us from coming to a verdict. For how can we condemn something that is ephemeral, in transit? In the sunset of dissolution, everything is illuminated by the aura of nostalgia, even the guillotine.”

 

 1574882-138f2543e70e3278dc13aa2bce93528e.jpeg
Milan Kundera (Brno, 1 april 1929)

 

 

De Russische schrijver Nikolaj Vasiljevitsj Gogol werd geboren in Poltawa, Oekraïne, op 1 april 1809. Zie ook alle tags voor Nikolaj Gogol op dit blog.

Uit: De neus (Vertaald door Arie van der Ent)

“Op 25 maart vond er in Petersburg een buitengewoon eigenaardig voorval plaats. Barbier Ivan Jakovlevitsj, woonachtig aan de Hemelvaartlaan (zijn achternaam is verloren gegaan, en zelfs op zijn uithangbord – met daarop een heer met ingezeepte wangen en het opschrift: Ook voor aderlatingen
– stond niets meer), barbier Ivan Jakovlevitsj werd nogal vroeg wakker en rook de geur van gebakken brood. Toen hij iets overeind kwam in bed zag hij dat zijn echtgenote, een nogal achtenswaardige dame die erg van koffiedrinken hield, zojuist gebakken broden uit de oven haalde.
‘Ik drink vandaag geen koffie, Praskovja Osipovna,’ zei Ivan Jakovlevitsj, ‘maar ik heb wel trek in een warm broodje ui.’
(Dat wil zeggen, Ivan Jakovlevitsj had best allebei gewild, maar hij wist dat het uitgesloten was om twee dingen tegelijk te willen, want Praskovja Osipovna hield nu eenmaal niet van dat soort fratsen.) Laat die sukkel maar brood eten, des te beter voor mij, dacht zijn echtgenote, dan heb ik een extra portie koffie. En ze smeet een klein brood op tafel.
Voor het fatsoen deed Ivan Jakovlevitsj zijn rok over zijn nachthemd aan, zette zich aan tafel, strooide wat zout neer, maakte twee uien klaar, nam een mes ter hand en ging met een gewichtig gezicht het brood zitten snijden. Toen hij het brood in twee helften had gesneden, keek hij in het midden en zag tot zijn verbazing iets wits afsteken. Ivan Jakovlevitsj peuterde er voorzichtig met zijn mes aan en voelde met zijn vinger. ‘Het is hard!’ zei hij bij zichzelf, ‘wat zou dat voor iets zijn?’
Hij stak zijn vingers in het brood en trok... een neus tevoorschijn! Ivan Jakovlevitsj wist niet hoe hij het had. Hij wreef zich de ogen uit en voelde eens: het was een neus, een heuse neus! En nog een bekende ook, zo leek het. Op het gezicht van Ivan Jakovlevitsj stond ontzetting te lezen. Maar deze ontzetting was niets vergeleken bij de verontwaardiging die zich van zijn echtgenote had meester gemaak.”

 

 1574882-9e327efa7de2690df5a85c964b340e55.jpg
Nikolaj Gogol (1 april 1809 – 4 maart 1852)
Monument in Velyki Sorochyntsi

 

 

De Nederlandse schrijver Arnold Aletrino werd geboren in Amsterdam op 1 april 1858. Zie ook alle tags voor Arnold Aletrino op dit blog.

Uit:Gasthuis-schetsen

“Toen de dokter zijn nachtvisite had gemaakt, stak hij een cigaar op en wandelde den tuin in.
De regen was opgehouden, de lucht was voor een oogenblik opgeklaard. Losse, waterige wolken dreven in een gelijkmatige vaart langs den hemel, waartegen een groote, glanzendgroene maan een helder licht gaf. Telkens verdween het licht en kwam weêr, nu eens doorvallend tusschen een breede scheur in de wolken, dan weêr wijduitschijnend tusschen twee groote vlekken zwart, die elkaâr nadreven over de ijle vlakte. Heel in de verte naderde een reeks brokkige, kleine wolkjes, dikkig en aan de randen verlicht, in één stuk aan elkaâr hangend, kalm voortdrijvend in 't licht.
Wanneer de wind over den tuin blies, ruischten de zwarte vlekken der boomen een regen van druppels over den grond, klikkend en tikkelend neêrvallend op de steenen van de plaats, dof plekkend op de zachte aarde van de bloemperken. Dan was alles stil; alleen 't geluid van een lekkende dakgoot klokte weemoedig, zilverluidend in de duisternis.
In het late uur stonden de gebouwen van het gasthuis loom en zwaar in een donkere rust. Een enkel verlicht venster, waarvoor 't gordijn was neêrgelaten, peinsde bewegingloos, weemoedig starend in den nacht als een groot oog dat dof is van stille tranen.
Langzaam, met klinkende stappen, wandelde hij op en neêr door den tuin, soezend over de zieken op zijn zaal. Zoo even had hij het lijk geschouwd van een patient die een uur geleden was gestorven en had hij de doodsbriefjes afgeteekend.
't Was niet de eerste keer dat hij dat had gedaan bij de nachtvisite; hij was er nu over heen, over 't angstige van het laken op te slaan en bij het kaarslicht waarmêe de verpleegster hem bijlichtte, de halfgesloten oogleden van 't lijk op te lichten en in de doffe oogen te kijken.”

 

 1574882-623d669b1fb0c298f4d40f30c892b1a7.jpg
Arnold Aletrino (1 april 1858 - 17 januari 1916)
Portret door Jan Veth, 1885 

 

 

De Nederlandse dichter en journalist Max Nord werd geboren in Gorinchem op 1 april 1916. Zie ook alle tags voor Max Nord op dit blog.

 

De spiegel

Hier is haar borstel, is haar kam,
hier is de spiegel die zij nam
en hief, ik zag het zwarte haar
en hoe zij keek, en keek ernaar.
Ik ben de ogen die zij zag,
ik die het beeld van haar bewaar,
ik die de nachten naast haar lag
en nu alleen ben, zonder haar.
En nu ik in haar spiegel staar,
mijzelf niet zie maar altijd haar,
- kristallen tranen is het glas
nooit wist ik wie zij voor mij was -
nu ligt zij daar, nu ligt zij daar.

 

 1574882-88247415e94a2d68148b1b750008dd58.jpg
Max Nord (1 april 1916 - 28 februari 2008)

 

 

De Zwitserse schrijver en dichter Urs Allemann werd geboren op 1 april 1948 in Schlieren. Zie ook alle tags voor Urs Allemann op dit blog.

 

Rührendes

brüllt das papier an bis die schwärze es
reist hin wo durch die bloss nicht weisse jetzt reisst
die blösse des des „genietiefs?“ brüllt das das papier
anbiss die reisszwecke zwecken müsste es heissen mit oder
kalten mitteln brüllen dasen papieren annen / „osolieb!“ / nur
(auch bloss repetier mögl art les gewehr wesen ich):
rechteckige mösen lehnt der schreier ab / und scheidet sich
an ann gerissen falls es es komm! ihm! ihr! kommunizierendes
röhren! fir din a dein o
brrr! flächen deckend es streich den schied
weiss schrein schwarz brülln er es ihr unter „la papp“.

 

 1574882-c37adfbfe482ce2f324358fceabb8cfe.jpg
Urs Allemann (Schlieren, 1 april 1948)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Rolf Hochhuth werd geboren op 1 april 1931 in Eschwege. Zie ook alle tags voor Rolf Hochhuth op dit blog en ook mijn blog van 1 april 2011.

 

Schweigen

Daß man nicht mitstirbt
- sondern nur verödet!
Wie man um Worte, Blicke wirbt:
bist ja noch warm ... was Dich getötet

Ich weiß es, doch nichts deutet darauf hin
- nichts als Dein fürchterliches Schweigen.
Daß ich noch hier, noch bei Dir bin
- es ist absurd: will ich Dir zeigen!

Jetzt öffnet Deinen Mund der Tod. Dich halten,
ich will es dennoch, Dich noch fragen ...
Selbst als Dir Finger schon und Stirn erkalten,
begreife ich noch nichts als - nichts mehr sagen.

 

 1574882-1f48b41fe52097cfecf0b05f52541212.jpg
Rolf Hochhuth (Eschwege, 1 april 1931)
In 2009

 

 

De Engelse dichter en schrijver John Wilmot, 2e graaf van Rochester werd geboren in Ditchley, Oxfordshire, op 1 april 1647. Zie ook alle tags voor John Wilmot op dit blog.

 

The Dying Lover

I cannot change, as others do,
Though you unjustly scorn;
Since that poor swain that sighs for you,
For you alone was born.
No, Phyllis, no, your heart to move
A surer way I'll try:
And to revenge my slighted love,
Will still love on, will still love on, and die.

When, killed with grief, Amintas lies
And you to mind shall call,
The sighs that now unpitied rise,
The tears that vainly fall,
That welcome hour that ends this smart
Will then begin your pain;
For such a faithful tender heart
Can never break, can never break in vain.

 

 1574882-e3fe027da0dc62680255006c227ee3f3.jpg
John Wilmot (1 april 1647 – 26 juli 1680)
Portret door Peter Lely, ca. 1677

Geschreven door Romenu om 19:11 Reageer op dit bericht

Stefan Hertmans

De Vlaamse dichter, schrijver en essayist Stefan Hertmans werd geboren in Gent op 31 maart 1951. Hertmans doceerde aan de Koninklijke Academie voor Schone kunsten (KASK, Hogeschool Gent), leidde er het Studium Generale tot oktober 2010 en gaf lezingen aan de Sorbonne, de universiteiten van Wenen, Berlijn en Mexico City, Library of Congress (Washington), University College London. Zijn werk verscheen onder meer in The literary Review (Madison, USA) The Review of contemporary fiction (Illinois, USA) en Grand Street (New York). Hertmans werkte mee aan tijdschriften zoals Raster, De Revisor, Het Moment, NWT, Yang, Dietsche Warande & Belfort, Poëziekrant, Parmentier. Van 1993 tot 1996 was hij redacteur van het Nederlandse tijdschrift De Gids, hij recenseerde voor De Morgen en schreef de boekenbijlage van de De Standaard. In Nederland publiceerde hij in Trouw. Hertmans publiceert romans, verhalenbundels, essayboeken, theaterteksten en poëzie. Zijn eerste publicatie was de roman “Ruimte” (1981). De bundel “Sneeuwdoosjes” bevat essays over onder meer Walter Benjamin, Jorge Luis Borges, Marguerite Duras, Ernst Jünger, W.H. Auden en Igor Stravinski. De roman “Naar Merelbeke” (1994) werd genomineerd voor de Librisprijs en voor de Schrijvers-van-Nu-prijs van ECI. De dichtbundel “Muziek voor de overtocht” werd genomineerd voor de VSB-poëzieprijs en kreeg in 1995 de Prijs van de Vlaamse Gemeenschap voor Poëzie en de Paul Snoek-prijs 1996. De essays in “Fuga's en pimpelmezen” (1996) mengden zich in het debat over fundamentalisme, de oorlog in Bosnië en ideologieën. Het reisverhaal “Steden, verhalen onderweg verscheen” in 1998. In opdracht van het Kaaitheater Brussel en Brussel 2000 schreef hij een theatertekst rond het motief van de Griekse vrouwen in de antieke tragedie. Hertmans maakte het thema radicaal en eigentijds in “Mind the Gap”. In het najaar van 2002 verschenen de essayboeken “Het Putje van Milete” en “Engel van de metamorfose”. In 2003 verscheen de dichtbundel “Vuurwerk zei ze”. In 2006 verscheen “Muziek voor de overtocht, Gedichten 1975-2005”, een herziene uitgave van alle dichtbundels, een selectie verspreide gedichten en een selectie uit een eerste, nooit tevoren gepubliceerde bundel. Najaar 2008 verscheen de roman “Het verborgen weefsel”, in 2010 de dichtbundel “De val van vrije dagen”. “Oorlog en terpentijn” is gebaseerd op een paar cahiers die Hertmans in de jaren 1980 kreeg van zijn grootvader, een gedecoreerde held uit de Eerste Wereldoorlog, een plichtsbewuste en gedisciplineerde soldaat. De roman reconstrueert het leven van Urbain Martien. Zijn leven begint in een Gentse volksbuurt tijdens de belle époque en krijgt een onvoorziene wending tijdens de Eerste Wereldoorlog.Hertmans gedichten en verhalen verschenen in het Frans, Spaans, Italiaans, Roemeens, Kroatisch, Duits, Bulgaars,

 

Kinderhand

Omdat ze gauw gevuld is
- het dons van een kwartel
is genoeg, een herfstblad in
de lente, een blauwe knikker
in de palm -

sprong plots iets donkerroods
hem in de ogen, een vingertop,
een snee van niets,

een net te snel langs
grote grassen strijken

en wat zich opent
is zijn ogenblik.
Het lichaam moet
gesloten blijven.

Zo was het hem beloofd.

Maar als de palm plots opengaat,
En aders even gapen,
Dan sluit een kramp
Hem in mijn hand
Totdat hij gilt.

Want bloeden doen we samen.

 

 

Gelukstraat, Gent

Het was in een oud schooltje,
en de ramen waren hoog, dat zich
de schaduw van een man tot in de
lichtkring van oud stof voorover boog.

Linden, kinderen in een onverstaanbaar
nieuwe taal, herkenning van een uitzicht
bij het raam; en binnen trekt het pleisterwerk
zijn eigen krijtkring in een oud lokaal.

De schim van lang verloren leven
kan iemand in de armen nemen,
maar niet het waaiend lichtland
in zijn hoofd.

O paradijselijk vergeten op gewone
dagen, zij geloofd. En bij het poortje,
in de wind, staat nog een ander kind -
dat, wat ooit zijn moeder was beloofd.

 

 

Mijn beurt

De kaas moet vers uit Parma komen;
De pepers rood uit Pomerigio
De mascarpone moet geel-romig zijn
En jij moet zingen bij de wijn.

Ik zal een jonge kwartel eten,
Gestufft met mortadella en Toscaanse weed.
Je bloes hangen we voor het venster
Tegen inkijk en insecten.

Het fruit zal branden in je mond,
En wat je zingt wordt stilaan honger,
Branie, geblaf van een jachtige hond.

Je buik met peperoni ingewreven
Lig je op tafel en je beeft.
Vorken en messen zijn verdeeld.

De koffie met kaneel gaat met
Onspreekbare syllaben door je keel.

 

 

 1679572-7cd5326bff55a4d6e00c72d073ef7b7a.jpg
Stefan Hertmans (Gent, 31 maart 1951)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

In Memoriam Erik Menkveld

 

In Memoriam Erik Menkveld

Op zondag 30 maart is de Nederlandse dichter en schrijver Erik Menkveld overleden. Erik Menkveld werd geboren in Eindhoven op 25 april 1959. Zie ook alle tags voor Erik Merkveld op dit blog.

 

Ik ben al bijna bij je

Hoe nabij ik ook toesla, na een tijdje
lijk ik weer verdwenen als altijd.

Maar hoe ver ik ook wegtrek uit je veilige
heden, altijd ben ik naar je onderweg

en blijf ik in je aan het woord, net
niet verstaan door je schichtige oren

die van geen stilte mij onderscheiden.
En voor je het weet ga ik weer in je

tekeer en flakkert je denken als kaarslicht
onder mijn maanloze vlagen. Hoor maar.

Kom ik als ziekte dan snoep ik al aan je.
Kom ik als diepte, dan zul je mijn bodem

nooit raken. Kom ik als water dan lijken
mijn oevers in niets op een kade.

Ik ben al bijna bij je. Als een zuigeling
een wereldoorlog zul je mij smaken.

 

 

 1574958-6278c24571ecfb96d036afab73f9b788.jpg
Erik Menkveld (25 april 1959 – 30 maart 2014)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Octavio Paz, Asis Aynan, Martijn Teerlinck, Marga Minco, Enrique Vila-Matas, Rob Boudestein

De Mexicaanse schrijver, dichter, en diplomaat Octavio Paz werd geboren op 31 maart 1914 in Mixcoac, tegenwoordig een deel van Mexico-stad. Zie ook alle tags voor Octavio Paz op dit blog.

 

Summit And Gravity

There's a motionless tree
And another one coming forward
A river of trees
Hits my chest
The green surge
Is good fortune
You are dressed in red
You are
The seal of the scorched year
The carnal firebrand
The star fruit
In you like sun
The hour rests
Above an abyss of clarities
The height is clouded by birds
Their beaks construct the night
Their wings carry the day
Planted in the crest of light
Between firmness and vertigo
You are
Transparent balance

 

 

The Bridge

Between now and now,
between I am and you are,
the word bridge.

Entering it
you enter yourself:
the world connects
adn closes like a ring.

From one bank to another,
there is always
a body stretched:
a rainbow.
I'll sleep beneath its arches.

 

 

Counterparts

In my body you search the mountain
for the sun buried in its forest.
In your body I search for the boat
adrift in the middle of the night.

 

 

 1574173-b34180c11cf8d48efc153bb4edd34ea0.jpg
Octavio Paz (31 maart 1914 – 19 april 1998)
 

 

 

De Nederlandse schrijver Asis Aynan werd geboren in Haarlem op 31 maart 1980. Zie ook alle tags voor Asis Aynan op dit blog.

Uit: Veldslag

“In onze straat staat een aanhangwagen met twee lekke banden. Het hout van de bijwagen is door de tanden des tijds flink aangetast. De bak gebruiken wij als vergaderruimte. Belangrijke zaken worden daar besproken. Met z’n zessen zitten wij in de aanhangwagen: zus Rama, broer Mohammed en ik, met onze Turkse speelvriendjes Hulye, Yusuf en Ulker. Ons gesprekonderwerp van vandaag is wie het dichtst bij de oorsprong van onze religie staat. De Turkse vrienden zijn er stellig van overtuigd dat zij meer moslim zijn dan wij. Zij hebben ten slotte een poster aan de muur met een afbeelding van de heilige Mekkaanse moskee, waar elk jaar miljoenen mensen ter bedevaart gaan. Wij zijn het totaal niet eens met die conclusie. Hoe kan een affiche je meer moslim maken? Een moslim die de film Rissalah niet in zijn bezit heeft, kan geen goede moslim zijn. De film toont de opmars van de profeet Mohammed, zonder dat hij in beeld komt. Wij hebben de videoband thuis en zij niet. Bovendien, de moskee van Mekka was toen nog niet gebouwd, dat hadden we in de film gezien. Wij zijn moslims van ver vóór de moskee. Het moge dus duidelijk zijn wie er meer moslim is. De sfeer is omgeslagen. Wat net nog een gesprek was, lijkt nu een grimmige strijd. Yusuf en Mohammed concluderen dat er niets anders op zit dan een veldslag. Ik ben het ermee eens, want waar slaat het allemaal op? Wij hebben toch de videoband Rissalah en zij niet. Ik zal strijden voor mijn overtuiging. Hulye en Yusuf zijn te groot, maar Ulker is net als ik zeven.”

 

 1574173-c3e3c858fb1ffb231933dba474519521.jpg
Asis Aynan (Haarlem, 31 maart 1980)

 

 

De Vlaamse dichter en muzikant MartijnTeerlinck werd geboren op 31 maart 1987 in Lendelede. Zie ook alle tags voor Martijn Teerlinck op dit blog.

 

slaaf

dit is het lichaam van een uitgeputte slaaf
met deze glazen schouders wordt een klok gedragen
zonder cijfers zonder cijfers zonder cijfers
slaat het jarenlang en trillen doet het glas
en zingen doet het glas en buigen doet het glas

het is een slang is wat de mensen zeggen
een glazen slang en kijk hoe hij vervelt
kijk eens hoe zijn slangenschouders in de zon bewegen
kijk hoe zij zich buigen voor de hitte

dit is het lichaam dat werkt in het licht
met deze jongensarmen worden de kleuren geplukt
en in ogen gelegd
met deze ruwe vingers
worden zonen tussen naaktbezweepte wervels geplant
om te groeien
want een opengeslagen rug is een bodem

dit is het lijf van een vermoeide slaaf
in een moeras
daar zakken deze scherpe vrijheidsbenen
langzaamaan in weg
en breken doet het glas

 

 1574173-11ffb1dbfb06d7bf1cdff01a1069b1a6.jpg
Martijn Teerlinck (31 maart 1987 – 10 december 2013)

 

 

De Nederlandse schrijfster en journaliste Marga Minco, pseudoniem van Sara Minco, werd geboren in Ginneken op 31 maart 1920. Zie ook alle tags voor Marga Minco op dit blog.

Uit: Neem je bed op en wandel (Inleiding bij de brieven van Bert Voeten aan Bert Bakker)

“Het is meer dan twintig jaar geleden dat we uit het Witsenhuis aan het Oosterpark vertrokken naar een ruimer pand in de Oosterparkstraat. Dikwijls had ik, hangend uit het achterraam van onze kleine derde etage, verlangend gekeken naar de achterkant van die herenhuizen, vooral naar het perceel met de uitspringende ronde serre. Daar kwamen we te wonen.
Het was even de hoek om. Maar we lieten alles over aan een erkende verhuizer, die met stevige takels werkte. Toch nam Bert die dag zijn Olivetti-portable in de hand en wandelde er rustig mee de straat uit naar het nieuwe huis. Het zou hem geen tweede keer gebeuren dat zijn ‘broodwinning’, zoals toen, vanuit drie hoog uit de touwen gleed en op het asfalt te pletter stortte. Met de beschrijving van die turbulente verhuizing in 1949, van de Kloveniersburgwal naar het Witsenhuis, op een zelfde vrieskoude winterdag in december, wordt dit brievenboek besloten.
Aanvankelijk was Bert begonnen brieven aan Bert Bakker te schrijven om hem van het literaire leven op de hoogte te houden. In verband met hun respectieve tijdschriften kon Bert hem uitgebreid inlichten over de nieuwe poëzie en de belangwekkende artikelen die hij als Gidsredacteur op zijn bureau binnen kreeg en waar Bakker, oprichter en enig redacteur van Maatstaf, zeer in geïnteresseerd was. Gaandeweg komen er in de brieven andere onderwerpen aan de orde, krijgen we een tijdsbeeld van die chaotische jaren vijftig, een beeld van hoe er geleefd werd met een minimum aan liquide middelen, hoe het statiegeld van melkflessen uitkomst bracht en er een brood van kon worden gekocht, of sigaretten. Hoe er roekeloos flessen wijn op de lat werden ingeslagen.
Bert Bakker zagen we in die tijd geregeld op De Kring, de Amsterdamse kunstenaarssociëteit waar hij zich door zijn chauffeur vanuit Den Haag naar toe liet rijden. Hij deelde er royaal rondjes uit, kon staande aan de toog, met luide, gedragen stem verzen uit het hoofd citeren van de met hem bevriende grote dichters, maar imponeerde nog het meest door er geen geheim van te maken over een goed gevulde portefeuille te beschikken.”

 

 1574173-c36577755300bb6a3fc7abf56977c424.jpg
Marga Minco (Ginneken, 31 maart 1920)

 

 

De Spaanse schrijver Enrique Vila-Matas werd geboren in Barcelona op 31 maart 1948. Zie ook alle tags voor Enrique Vila-Matas op dit blog.

Uit: Air de Dylan (Vertaald door André Gabastou)

« J’ai donc vu que, sous prétexte de réparer les dégâts causés par Laura Veras, je pouvais tenter d’écrire mon livre le plus libre : un voyage critique, satirique, non dépourvu d’humour et de compassion, au cœur même de la grandeur si douteuse de l’art contemporain. Parce que, l’autobiographie de Lancastre ayant été détruite par sa propre épouse, j’avais la possibilité de restituer des mémoires qui, avec leur pathétique poétique de l’absence, pouvaient être un bon portrait du pâle feu de toute la postmodernité. »
(…)

« On ne sait jamais qui on est. Ce sont les autres qui vous disent qui et ce que vous êtes. On vous explique si souvent qui vous êtes et de si différentes façons qu’on finit par ne plus savoir du tout qui on est. Chacun dit de vous quelque chose de différent. Par ailleurs, on change sans arrêt d’avis. Si on ajoute à cela qu’on s’efforce de surprendre les autres en étant plusieurs personnes à la fois, ce qui, il est vrai, finit par arriver, on en vient à n’avoir aucune notion de qui on est ou pourrait être ».

 

 1574173-e684b1c3f302cee80a8d6a502de2901a.jpg
Enrique Vila-Matas (Barcelona, 31 maart 1948)

 

 

De Nederlandse dichter Rob Boudestein werd geboren op 31 maart 1947 in Den Haag. Zie ook alle tags voor Rob Boudestein op dit blog.

 

Ansicht uit Wyobraźnia

vanaf de steenberg daalt de straat
weerszij staat in een handvol tinten grauw
een strakke rij gering bemeten huizen
er speelt geen kind
we zien geen luiers aan een lijn

links zitten in dit uitgediend decor
drie kompels – door de dood vergeten –
als stille wachters naast hun deur
de ogen op de doorsteek gefixeerd
waar nu – in kleur – het klikklakmeisje
zomaar het zonlicht binnenzwiert

exact éénduizendste seconde blijft ze staan
wanneer een vlindervleugelslag juist even
haar jurkje speels beroert

dan loopt ze door

en klinkt vanachter deze kaart
– stel ik me voor –
een vrouwenstem die niet valt te negeren
de mannen zullen traag naar binnen gaan
met stoel en al
meer valt die dag niet te beleven

 

 1574173-aa792e42d8ffcbda0f059a777021549f.jpg
Rob Boudestein (Den Haag, 31 maart 1947)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 31e maart ook mijn blog van 31 maart 2013 deel 1 en eveneens deel 2 en ook deel 3.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Gerrit Komrij, Paul Verlaine, Milton Acorn, Erika Mitterem

De Nederlandse dichter, schrijver, criticus, polemist en toneelschrijver Gerrit Komrij werd geboren op 30 maart 1944 in Winterswijk. Zie ook alle tags voor Gerrit Komrij op dit blog.

 

Antipode

Bewaar me voor de helderheid der dingen,
Het schone hemd, de reidans en de zon.
Geef mij het spiegelbeeld, herinneringen,
De vale schutskleur van het kameleon.

Ik ben er niet. Geen bloedbaan ruist in mij.
Ik leef in schaduwen, ben nameloos.
Laat me verdorren in het wintertij,
Ver van de zomers met hun hels gehoos.

Ik kan de lichte stormen niet verdragen.
Kijk niet naar me. Behoed me voor die pijn.
O camera. O beeld van welbehagen.
Laat me van dit de antipode zijn.

 

 

Dodenpark

We wandelden des avonds door de tuinen
Van het crematorium; achter heg en hazelaar
Stond laag de vroege maan; ik at wat kruimels
Van mijn vest en jij genoot van een sigaar.

Je dacht wellicht aan zeer bezwete negers
Op hete plantages in de weer. Ook aan
Je gezicht meende ik zoiets af te lezen.
Ikzelf keek door de heg naar de maan.

We spraken niet. Wat viel er ook te zeggen?
We dachten maar aan een maan en aan zweet.
O, nergens heerste er ooit zo'n rust. Slechts
Af en toe klonk uit een urn een kreet.

 

 

Invitatie

Ik lig hier als een hoer tentoon. Je kunt
Me aaien, in me kruipen en bespringen,
Me tot een bal opblazen, tot een punt
Verkleinen, me bewenen of bezingen:

Ik ben je materiaal. Besnuffel me.
Loer in mijn keel, mijn hart, mijn reet, mijn maag.
Vervloek me duizend maal of knuffel me.
Ik vind het best. Ik heb je lief vandaag.

Proef van mijn bloed. Kom sabbel aan mijn tiet.
Geloof volop in mijn bekentenis.
Ik ben er echt. En toch ben ik er niet,
Zoals je wollen trui het schaap niet is.

 

 1573571-5475b55576ca4c3111fd11b950a6ef6f.jpg
Gerrit Komrij (30 maart 1944 - 5 juli 2012)
In 1979

 

 

De Franse dichter Paul Marie Verlaine werd geboren in Metz op 30 maart 1844. Zie ook alle tags voor Paul Verlaine op dit blog.

 

Het weent in mijn hart

Het weent in mijn hart
zoals ‘t regent over de stad;
Wat is dat lusteloze
dat mijn hart doordringt?

O zacht zingt de regen
op grond en daken!
Voor een hart vol verveling
o de zang van regen!

Het weent zonder reden
in dit hart dat misselijk raakt.
Wat! Geen verraad?
Deze rouw is zonder reden.

Het is toch je reinste kwaal
niet te weten waarom
zonder liefde zonder haat
mijn hart zo’n pijn heeft!


Vertaald door Marc Tiefenthal

 

 

Like city's rain, my heart . .

The rain falls gently on the town.
Arthur Rimbaud

Like city's rain, my heart
Rains teardrops too. What now,
This languorous ache, this smart
That pierces, wounds my heart?

Gentle, the sound of rain
Pattering roof and ground!
Ah, for the heart in pain,
Sweet is the sound of rain!

Tears rain-but who knows why?-
And fill my heartsick heart.
No faithless lover's lie? . . .
It mourns, and who knows why?

And nothing pains me so--
With neither love nor hate--
A simply not to know
Why my heart suffers so.

 

Vertaald door Norman R. Shapiro

 

 

Herfstlied

Droeve tonen
van violen
die in 't najaar klinken
laten mijn hart
in verlangende smart

De keel gesnoerd,
doodsbleek, geroerd
als klokken luiden,
denk ik nog aan
wat is gegaan
en wil ik huilen.

En ik moet voort
waar wind mij voert,
mee op zijn boze pad,
van hier naar daar,
als was ik maar
een najaarsblad.

 

Vertaald door M.H. Teunissen

 

 

 1573571-7cb7f6cda4ce714d36749fc97df54ba4.jpg
Paul Verlaine (30 maart 1844 - 8 januari 1896)
Portret door Natalie Gontcharova, 1906

 

 

De Canadese dichter Milton James Rhode Acorn werd geboren op 30 maart 1923 in Charlottetown, Prince Edward Island.Zie ook alle tags voor Milton Acorn op dit blog.

 

The natural History Of Elephants (Fragment)

In the elephant's five-pound brain
The pliable trunk's a continuous diversion
That in his great innocence he never thinks of as perverse,
The pieces of the world are handled with such a thrilling
Tenderness that all his hours
Are consummated and exhausted with love.
Not slow to mate every female bull and baby
Is blessed with a gesture grandly gracious and felt lovely
Down to the sensitive great elephant toenails.

And when his more urgent pricking member
Stabs him on its horrifying season he becomes
A blundering mass of bewilderment .... No thought
But twenty tons of lust he fishes madly for whales
And spiders for copulation. Sperm falls in great gouts
And the whole forest is sticky, colonies of ants
Are nourished for generations on dried elephant semen.

In the elephant's five-pound brain
Death is accorded no belief and old friends
Are continually expected, patience
Is longer than the lives of glaciers and the centuries
Are rattled like toy drums. A life is planned
Like a brushstroke on the canvas of eternity,
And the beginning of a damnation is handled
With great thought as to its middle and its end.

 

 1573571-33206aa05c4ff6a0d449aff8882667a2.jpg
Milton Acorn (30 maart 1923 – 20 augustus 1986)

 

 

De Oostenrijkse schrijfster en dichteres Erika Mitterer werd geboren op 30 maart 1906 in Wenen. Zie ook alle tags voor Eika Mitterer op dit blog.

 

An Österreich

O hör die Stimme, welche warnend spricht:
Mit Bösem tilgest du das Böse nicht!

Wer Qual verhängt, wird nicht von Qual befreit.
Gesundet, bist du gegen Haß gefeit.

Es sterbe jeder, der einst Tod verhängte?
Den willst du schlagen, welcher dich bedrängte?

Der soll verhungern, der den Krieg begrüßte,
und keiner sei willkommen, eh er büßte ...?

Bevor du richtest, forsche in Geduld:
Wie viele unter uns sind ohne Schuld?

Und fühlst du dich im Recht und weißt dich rein,
zerreiße, Shylock, dennoch deinen Schein!

Erweckte jemals Zorn vergoßnes Blut?
Unnütze Härte macht selbst Feigen Mut!

Drum wag's noch einmal, ob man drum dich schmäht,
und ernte Liebe, wo sie Haß gesät ...

Nur Liebe tilgt die Greuel endlich aus
und schafft aus Trümmern ein verläßlich Haus!

Hör nicht das alte Wort von Zahn um Zahn
und Aug um Auge - hör das neue an,

zweitausend Jahre alt und ewig neu;
dem nie erfüllten zeige du dich treu!

O hör die Stimme, welchejubelnd spricht:
Die Finsternis erhellt sich nur - vom Licht!

Nicht in der Rachsucht qualmend-gelbem Schein,
im Liebesfeuer glüht die Welt sich rein!

 

 1573571-fa0ad9a0ce52640fcca89d4a64aaee9d.jpg
Erika Mitterer (30 maart 1906 – 14 oktober 2001)
Wenen, Burggarten met standbeeld van Mozart

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 30e maart oook mijn vorige twee blogs van vandaag.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Tom Sharpe, Uwe Timm, Gert Heidenreich, Theo Breuer, Jean Giono, Gabriela Zapolska

De Engelse schrijver Tom Sharpe werd geboren op 30 maart 1928 in Londen. Zie ook alle tags voor Tom Sharpe op dit blog.

Uit: Grantchester Grind

'And I am definitely not going anywhere near Porterhouse College. It's got a dreadful reputation for snobbery and all sorts of other things.'
'Which is why you have been given a Fellowship there To change things for the better,' said Vera. 'They need some serious scholarship, and you are going to provide it. Your salary will be more than three times what you're getting at the moment and you will be free to do your own research work with no obligation to do any teaching.'
Purefoy Osbert's silence was significant. Only that day he had had to attend an extremely boring Finance Committee meeting at which the possibility of financial cuts had been discussed with the mention of a freeze on salaries, and that had been followed by a seminar on Bentham with several students who were convinced that prisons built like Dartmoor on the panopticon principle were far more suitable for murderers and sex-offenders than the more modern open prisons Purefoy advocated. Some of them had even argued that child molesters ought to be castrated and murderers executed. Purefoy had found the seminar most distressing, particularly the way the more prejudiced students had refused to accept the facts he had given them. And now suddenly he was being offered a Fellowship that involved no teaching and with a salary that would surely satisfy Mrs Ndhlovo.
'Do you really mean that?' he asked cautiously. 'This isn't some sort of joke?'
'Have you ever known me to lie to you, Purefoy? Have you?'
Purefoy Osbert hesitated again. 'No, I don't suppose I have. All the same…you're talking about a salary-'
'Of nearly sixty thousand pounds a year, which is far more than any professor gets. Now give me the number of your fax machine and I'll send you a copy of the letter you will be receiving either tomorrow or the next day from your sponsor's solicitors, Lapline & Goodenough.'

 


 1573561-6c6590e4afb0e16a51af9362a7bdf64e.jpg

Tom Sharpe (30 maart 1928 – 6 juni 2013)

 

 

De Duitse schrijver Uwe Timm werd geboren op 30 maart 1940 in Hamburg. Zie ook alle tags voor Uwe Timm op dit blog.

Uit: Vogelweide

“DIE INSEL verlagert sich langsam nach Osten. Drei bis vier Meter im Jahr, je nach Stärke der Winterstürme und Sturmfluten. Hier, wo er jetzt stand, war vor vierzig Jahren Wasser nur und Watt.
Der Wind hatte in den letzten Stunden aufgefrischt. Eine blauschwarze Wolkenbank lag im Westen über dem Horizont. Böen rissen von den Dünen Sandfahnen hoch. Der Schaum der auslaufenden Wellen wurde in breiten grauweißen Streifen über den Strand getrieben. Möwen glitten über die Wellen, und jäh stürzte eine aufs Wasser, im Schnabel ein kurzes silbernes Aufblitzen. Am Morgen war er den Strand entlanggegangen, hundert Meter, die er jeden dritten Tag nach Treibgut absuchte. Heute waren es: eine Spraydose, ein Glasröhrchen mit Tabletten, ein blauer Sportschuh, Marke Adidas, eine Dose blauer Jachtlack - er maß die Restmenge des Inhalts, 0,5 l- und ein Becher Schokoladenmousse, ein blauer Müllsack. Er sammelte den Müll in einen Plastiksack, schaffte ihn zur Hütte, von wo er einmal im Monat bei Ebbe mit dem Pferdewagen aufs Festland gebracht wurde.
In der Hütte trug er die angeschwemmten Gegenstände in ein Protokoll ein, setzte Wasser auf, schnitt Brot, stellte Butter und Marmelade auf den Tisch und goss den Tee auf. Während der Tee zog, beobachtete er durch das Fernglas den Vogelschwarm über Nigehörn, der Nachbarinsel, Watvögel, Austernfischer, ungefähr zwei- bis dreitausend, schätzte er und notierte die Zahl.
Er hatte sich eben den Tee eingeschenkt, als der Anruf kam. Ihre Stimme erkannte er nicht sogleich. Verzerrt und von elektronischen Impulsen unterbrochen, hörte er sie sagen, sie sei in Hamburg, es wäre doch Zeit, sich einmal wiederzusehen, und dann etwas förmlich, ob er Lust und Zeit für ein Treffen habe.“

 

 1573561-cd90490ca149d3c728845c21155f86d4.jpeg
Uwe Timm (Hamburg, 30 maart 1940)

 

 

De Duitse dichter, schrijver en (radio)journalist Gert Heidenreich werd geboren op 30 maart 1944 in Eberswald. Zie ook alle tags voor Gert Heidenreich op dit blog.

Uit: Im Dunkel der Zeit

„Swoboda wandte den Blick ab von dem Toten unter den Bäumen, der auf dem Rücken im Laub lag wie ein riesiges, wachsbleiches Krippenkind, mit ausgebreiteten, zum Himmel offenen Händen.
Die Doppellage Küchenpapier, die das Becken des Leichnams bedeckte, sah aus wie das Lendentuch eines Heilands. Zumal überall am Körper Blutmale waren.
Der Kommissar war vor Entsetzen nicht fähig, sich zwischen Geburt und Kreuzigung zu entscheiden. Das Gesicht hatte Satan gemacht: tief in die Schädeldecke eingeschlagene Zimmermannsnägel standen dicht nebeneinander wie eine eiserne Punk-Frisur. Sie gingen auf der Stirn in eine Nagelmaske über, die nur den weißen Nasenrücken freiließ und über das Kinn bis zum Hals hinunterwuchs.
Die Ermittler und Tatortbeamten, die um den nackten Toten standen, fragten sich, wer fähig war, so etwas zu tun. Wie lange das Opfer gelitten hatte. Ob der Täter den ersten Nagel durch die Schädelkalotte getrieben und an dem Hirntoten sein Werk fortgesetzt oder mit einem in den Kehlkopf geschlagenen Nagel begonnen und sich aufwärts gearbeitet hatte. War ein Sadist am Werk gewesen, der seine Neigung an einem Toten befriedigte, oder einer, der sich an den Qualen eines elend Sterbenden weidete? Keiner sprach seine Fragen aus, so als hätte die morgendliche Waldstille zu schweigen geboten.“

 

 1573561-d1cb1c2a38b7292a7ddc1a004ea6d0a8.JPG
Gert Heidenreich (Eberswald, 30 maart 1944)

 

 

De Duitse schrijver en dichter Theo Breuer werd geboren op 30 maart 1956 in Zülpich. Zie ook alle tags voor Theo Breuer op dit blog.

 

örtlich schauern / nacht im kreuz

vor lauter regen überm see tagsüber viel
geschwiegen nachts dann knarren

fieser schuhe auf den stiegen
bat verlangend holz um ruhe

las in fremdländischen betten
glaubte kaum man wäre noch

zu retten klaubte augen aufgerissen
versteckte wörter in den wänden

wollte es doch wörtlich wissen
trieb trübe gegen morgen grau

trotzdem in jenes omniböse
phantasierte blau – – –

 

 

aus meinem mittelgebirgischen dorf

ich bin in meine natur geboren
mittendrin im treffpunkt der winde
es herrschte heiterkeit im garten:
trotz meiner blumen den bösen

ich bin mein spätes winterglück
pflück magritten zerbeiße mein lied
+ in meinen träumen der nacht
ist mein – – – mein echo von allem

ich bin in meinem diesseits verdoppelt
o – – – wo ist meine tiefkühle freiheit
mein augenblick aus dem fenster zum berg
mit 3 frauen zwischen den zeiten

ich bin unterwegs auf katzenkopfpflaster
mein ariel ist in der tasche – – –
maria auf dem halbmond strickt
meine kleine weltrunde masche

 

 1573561-5defc37ae7e0a19e5260d0cc88454b1a.jpg
Theo Breuer (Zülpich, 30 maart 1956)

 

 

De Franse schrijver Jean Giono werd geboren op 30 maart 1895 Manosque in het Département Alpes-de-Haute-Provence. Zie ook alle tags voor Jean Giono op dit blog.

Uit: Les Âmes fortes

« Thérèse était une âme forte. Elle ne tirait pas sa force de la vertu: la raison ne lui servait de rien; elle ne savait même pas ce que c'était; clairvoyante, elle l'était, mais pour le rêve; pas pour la réalité. Ce qui faisait la force de son âme c'est qu'elle avait, une fois pour toutes, trouvé une marche à suivre. Séduite par une passion, elle avait fait des plans si larges qu'ils occupaient tout l'espace de la réalité; elle pouvait se tenir dans ses plans quelque soit la passion commandante; et même sans passion du tout. La vérité ne comptait pas.Rien ne comptait que d'être la plus forte et de jouir de la libre pratique de la souveraineté.Être terre à terre était pour elle une aventure plus riche que l'aventure céleste pour d'autres. Elle se satisfaisait d'illusions comme un héros. Il n' y avait pas de défaite possible. C'est pourquoi elle avait le teint clair, les traits reposés, la chair glaciale mais joyeuse, le sommeil profond.
(…)

Les péchés qu'on ne commet pas sont affreux; ceux qu'on commet: zéro, poussière. Faites tout pour sembler bonne. Quand personne ne le croit plus c'est tout au moins que pendant quelque temps on l'a cru. Si vous n'en avez pas profité, c'est que vous êtes bêtes. Dans ce cas-là, rien ne sert à rien.”

 

 1573561-925636fb6a98bb0f21d8cbe6efdbf9c2.jpg
Jean Giono (30 maart 1895 – 9 oktober 1970)

 

 

De Poolse schrijfster Gabriela Zapolska werd geboren op 30 maart 1857 in Podhajce bij Łuck. Zie ook alle tags voor Gabriela Zapolska op dit blog.

Uit:Käthe. Der Roman eines Dienstmädchens

“Sie stand immer vor der Tür und war schnoddrig…“ las die Hausfrau und blätterte unwillig im Dienstbuche. „Merkwürdige Empfehlung!“ Sie legte das Buch beiseite und setzte sich auf den Rohrstuhl. – das einzige noch brauchbare Stück unter den Gerätschaften, welche die enge und dunkle Küche überfüllten.
Die noch ziemlich junge, kleine Frau trug einen blauen Morgenrock. Ihr flaches Köpfchen war wie eingedrückt und mit gelblichem Haar bedeckt, welches im harmonischen Verein mit der gelblichen Gesichtsfarbe und dem ungewissen Kolorit der Augen sich um so heller vom dunklen Küchenraum abhob. Schwarze Lava-Ohrringe zerrten die unnatürlich großen Ohren fast bis zum Halse herab und die schmalen, bleichen Lippen bedeckten das ebenso blasse Zahnfleisch. – Alles zeugte deutlich von der Kränklichkeit dieser Fleischmassen, die in den feuchten Wänden der ärmlichen Wohnung heranwuchsen: Das untätige Leben der Frau eines kleinen Beamten floß unter dieser gelblichen Haut, die so dünn und durchsichtig wie Seidengaze erschien, in trägem Laufe dahin.
Nur die zusammengepreßten, von der Feuchtigkeit der Mauern gebleichten Lippen, die fleischigen Hände und die von schweren Lidern halb bedeckten [6] Augen verrieten durch ihr Zittern die verborgene Leidenschaft eines Panthertieres, – diese Eigentümlichkeit blutarmer Frauen, deren Leben allen hygienischen Anforderungen zuwider in der Atmosphäre des an die Küche angrenzenden Schlafzimmers sich abspielt.
„Wie heißt du?“ fragte die Hausfrau das an der Tür stehende Mädchen mit träger, fetter Stimme.
Das Mädchen hob den Kopf und erwiderte: „Käthe Ölschläger!“ Dann senkte sie den Kopf wieder zur Brust herab.“

 

 1573561-e5d1b73721421488ddbb420344892377.jpg
Gabriela Zapolska (30 maart 1857 – 17 december 1921)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 30e maart oook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Luise Hensel, Anna Sewell, Herbert Asmodi, Sean O'Casey, Christine Wolter

De Duitse dichteres Luise Hensel werd geboren op 30 maart 1798 in Linum nabij Fehrbellin (Brandenburg). Zie ook alle tags voor Luise Hensel op dit blog.

 

An St. Maria Magdalena

Erfleh’ mit Lieb’ und Tränen,
Du strenge Büßerin,
Daß ich mit reinem Sehnen
Nach Jesus strebe hin!
Daß ich zu seinen Füßen
Verzeihung mög’ erflehn,
In Tränen ganz zerfließen,
In Reue ganz vergehn.

Ich hab’ ihn viel gekränket
Und hab’es wohl gewußt;
Mein Herz hab’ich ertränket
In Erdeschmerz und -lust.
Ich hab’ ihn oft vergessen,
Den ich doch früh erkannt,
Und habe ganz vermessen
Von ihm mich abgewandt.

O, gib mir deine Reue
Und deine Tränenflut,
O, gib mir deine Treue
Und deiner Liebe Glut,
Bis er mir neues Leben
Mit diesen Worten gibt:
»Geh hin, dir ist vergeben,
Weil du so viel geliebt.«

 

 1573540-bd979e46e34a7de7d4f83a4404aa566e.jpg
Luise Hensel (30 maart 1798 – 18 december 1878)

 

 

De Engelse schrijfster Anna Sewell werd geboren op 30 maart 1820 in Great Yarmouth, Norfolk. Zie ook alle tags voor Anna Sewell op dit blog.

Uit: Black Beauty

"Well, no," she said, "you must not say that; but though I am an old horse, and have seen and heard a great deal, I never yet could make out why men are so fond of this sport; they often hurt themselves, often spoil good horses, and tear up the fields, and all for a hare or a fox, or a stag, that they could get more easily some other way; but we are only horses, and don't know."
While my mother was saying this we stood and looked on. Many of the riders had gone to the young man; but my master, who had been watching what was going on, was the first to raise him. His head fell back and his arms hung down, and every one looked very serious. There was no noise now; even the dogs were quiet, and seemed to know that something was wrong. They carried him to our master's house. I heard afterward that it was young George Gordon, the squire's only son, a fine, tall young man, and the pride of his family.
There was now riding off in all directions to the doctor's, to the farrier's, and no doubt to Squire Gordon's, to let him know about his son. When Mr. Bond, the farrier, came to look at the black horse that lay groaning on the grass, he felt him all over, and shook his head; one of his legs was broken. Then some one ran to our master's house and came back with a gun; presently there was a loud bang and a dreadful shriek, and then all was still; the black horse moved no more.”

 

 1573540-dc2817ad0b91e3d3e168d54d83bda275.jpg
Anna Sewell (30 maart 1820 – 25 april 1878)
Mark Lester in een filmversie van “Black Beauty” uit 1971

 

 

De Duitse dichter, schrijver en draaiboekauteur Herbert Asmodi werd geboren op 30 maart 1923 in Heilbronn. Zie ook alle tags voor Herbert Asmodi op dit blog.

 

Sprich Scheherazade

Sprich Scheherazade
Du hast die Nacht im Haar
Der Mond im Wolkenbade
Ist ein anderer Mond als er war.

Laß mich den Tod vergessen
Und was ich vom Tod gedacht
Du hast vom Mond gegessen
Und zärtlich ist die Nacht.

Laß mich lauschen und liegen
Und in dein Antlitz sehn
Wie die Zauberteppiche fliegen
Und die bösen Wesire vergehn.

Sprich. Und halte nicht inne
Die Nächte tausend und ein
Tief tauchen Sehnsucht und Sinne
In deine Geschichten ein.

Ein Zeug von Träumen fallen
Wir hin durch Tag und Jahr
Es ist ein Wahn in allen
Und nur die Geschichten sind wahr.

Sprich weiter und drehe die Spiegel
Erden- und himmelwärts
Der Morgen steigt in die Bügel
Das Licht greift in die Zügel
O drück der Liebe Siegel
Mir trostvoll auf das Herz.

 

 1573540-0a0b4ceb43738f1f64a5f2ff62d84442.jpg
Herbert Asmodi (30 maart 1923 – 3 maart 2007)

 

 

De Ierse dichter en toneelschrijver Sean O'Casey werd geboren in Dublin op 30 maart 1880. Zie ook alle tags voor Sean O'Casey op dit blog.

Uit: Autobiographies

“The gangster, Christy Mahon, looked doubtfully at Sean when he came to the job with a navvy shovel on his shoulder. Mahon was another big and powerful man of fifty or so, wide-shouldered and deep-chested; lazy as sin, and as ignorant as a kish of brogues. Doesn’t know the name of his own religion, couldn’t recognize the number on his own hall-door, and hardly make out a bee from a bull’s balls, one of the workmen whispered to Sean, a few days later.
(…)

It has often been recorded in the press, by those who could guess shrewdly, that Sean was a slum dramatist, a gutter-snipe who could jingle a few words together out of what he had seen and heard. The terms were suitable and accurate, for he was both, and, all his life, he would hold the wisdom and courage that these conditions had given him. Wheresoever he would go, whomsoever he might meet, be the places never so grandiloquent and rich, the persons never so noble in rank and origin, he, O’Casey, would ever preserve, ever wear – though he would never flaunt it – the tattered badge of his tribe. Not that he thought of praise or blame for it, but simply because he had to bring his life around with him. But he would sew on that badge, soiled with the diseased sweat of the tenements, a coloured ribbon or two of his own making, and, maybe, fix in its centre (like the jewel in the toad’s head) a ruby or an emerald, giving the poor badge a gleam as good as any ancient order of chivalry, or that which goes with the posing piety of the Papal Court.”

 

 1573540-c3373a415d161d5d521d3e4d8c069b89.jpg
Sean O'Casey (30 maart 1880 – 18 september 1964)

 

 

De Duitse schrijfster en vertaalster Christine Wolter werd geboren op 30 maart 1939 in Königsberg. Zie ook alle tags voor Christine Wolter op dit blog.

Uit: The Rooms Of Memory (Vertaald door Isabel Cole)

“The trees grew darker, the piece of sky was still bright, the black flitter rose and fell, on into the night. The oaks, acacias and lindens merged to a softly-swaying black mass. I turned away, back to the room which had once belonged to me, but the same twilight muteness awaited me there, only gentler, homelier, more familiar, even with the emptied bookcases.
Among the books I had set aside for myself before the used book dealer came was one I had read many years ago. It had always been like a friendly affirmation when I saw the black binding and the title in the red field, a reassuring pledge, a memory of her library from those distant shared years when the two of them, curious, not without irony, had dabbled in the currents of the life, death and nature philosophies. Now the book was packed away in a carton, the gold title on the red field out of sight: DEATH AS A FRIEND.
But really, I knew, this circling, some birds’ black soaring, was not sad and not comfortless. For I did find comfort, especially on evenings like this, even if it was not enough to satisfy my thirst for it. Even this circling, now swallowed by the darkness as I turned away, was comfort. It really was, I said to myself, nothing could be better than this soundlessness. This up and down soaring in unending unrest, this migration by unalterable decree. Not the image, not this vanished sky, so like the pale and mute sky of that other day, only I was sad.“

 

 1573540-bb410af015f3dc8b2055bf5edab866ed.jpg
Christine Wolter (Königsberg, 30 maart 1939)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Geert van Istendael, Wim Brands, Eric Walz, Georg Klein, Ernst Jünger, Yvan Goll

De Vlaamse prozaschrijver, dichter en essayist Geert van Istendael werd geboren in Ukkel op 29 maart 1947. Zie ook alle tags voor Geert van Istendael op dit blog.

 

Water

Wij worstelden met elkaar in eenzaam water,
een poel, verloren in een zandverstuiving.
Wij zonken samen, het andere lichaam hatend,
niet loslatend. Wij beten in het vocht,
op wakke treden trappend in verdronken land.

Toen is een dijk gebroken. Wij lagen in het slijk,
Twee padden sleepten zich nog parend, weg,
buiten bereik van het koudvuur in onze handen.
Wij zochten elkaars halsslagader, maar onze beet
was bot. De nacht komt nader.

 

 

Bruine Theepot

Een veldspaat erodeert tot kaolien,
een wit begin. Pas onlangs kwamen mensen
met wielen en met ovens. En sindsdien
heeft thee het woonvertrek dat steeds zijn zelfde
glazuur van schuwe donkerte laat zien.

Dit aarden werk heeft bolvorm. Ornamenten
zijn onbekenden. Ware aard schenkt en hoedt.
De werken van de aarde zijn steengoed.

 

 

De huizen houden zich

De huizen houden zich op hoge krukken
meer dood dan levend overeind.
De warmte
der laatste kamers klampt zich vast aan kliffen,
de morsigheid van hun geheimenissen
wordt de voorbijgangers ten hoon getoond.
Hulp zoekend zwerft
de vuilnis door de straten.

 

 

 1572982-f486b07e66eb8678cb32869dcf60dda4.jpg
Geert van Istendael (Ukkel, 29 maart 1947)

 

 

De Nederlandse dichter, journalist en presentator Wim Brands werd geboren in Brummen op 29 maart 1959. Zie ook alle tags voor Wim Brands op dit blog.

 

Mijn broer vraagt naar een herinnering

Mijn broer vraagt naar een herinnering,
hij kan hem steeds slechter zien.
Wacht tot het voorjaar, zeg ik,

sluit je ogen, tel tot tien en haal dan
onverschrokken de jonge vogels
uit de goot, hun nesten.
In de berm. En kijk en luister naar
het geluid van rook
in een zwerm.

 

 

Zij is 's zomers een bewaarplaats

Zij is 's zomers een bewaarplaats
van oud zonlicht en een plek waar

vrijgezellen samenscholen. Meestal
leeg en onverlicht is zij de rest

van het jaar een verticale doodskist
die slechten-ter-been- droog houdt

en af en toe schreeuwt iemand in
haar binnenste een monoloog omdat

hij de verbinding niet vertrouwt.
Maar meestal leeg en altijd onverlicht

kent zij dan toch haar moment van
vrolijkheid.

Soms gaat de telefoon maar
onbekommerd over:

er wordt getoverd
in die onbemande cel.

 

 1572982-e21024afdb6d06b4327c9557fa04694d.jpg
Wim Brands (Brummen, 29 maart 1959)

 

 

 

De Duitse schrijver Ernst Jünger werd geboren in Heidelberg op 29 maart 1895. Zie ook alle tags voor Ernst Jünger op dit blog.

Uit: Kriegstagebuch 1914-1918

„4. I. 15.
Dieses schreibe ich in einem weit vorgeschobenen Erdloch, das ungefähr 150 m vom feindlichen Graben. Ab und zu saust ein feindliches oder freundliches Geschoß dicht an uns vorbei. Leider sehen wir hier keinen Franzmann, sonst könnten wir auch mal knallen. Die Fortgeschütze schießen nach Oranville und unsere Artillerie in ein Dorf an der Höhe, aus dem schon ein schwarzer Dampf aufsteigt. Höchstens 80 m vor uns liegen ca. 6–8 tote Franzosen, die ungefähr schon 2 Monate alt sind. Die gestreckten Glieder in der roten Hose und in den blauen Mänteln sehen seltsam aus; durch mein Glas bemerke ich die aschfahle, fast schwarze Verwesungsfarbe im Gesichte des einen. Nun richtet sich die franz Batterie gegen die deutsche, welche verstummt; dann aber wieder feuert. Dann kracht es wieder an 4, 5 verschiedenen Orten. Nachher rauche ich mit Priepke meine Cigarette und wir glauben, hinten auf dem Felde einen Franzosen zu sehen. Ich schieße erst mit Visier 1200, dann mit 1600, und Priepke mit noch einem andern. Dann müssen wir das Feuer einstellen, da wir sonst von den Forts eiserne Portion bekommen. Ich bin sehr neugierig, wie sich eine Shrapnellbeschießung ausmacht. Im allgemeinen ist mir der Krieg schrecklicher vorgekommen, wie er wirklich ist. Der Anblick der von Granaten zerrissenen hat mich vollkommen kalt gelassen, ebenso die ganze Knallerei, trotzdem ich einige Male die Kugeln sehr nah habe singen hören. Im allgemeinen sind mir die Kälte und die Nässe in unser Erdlöchern das unangenehmste. Währenddessen ich dieses schreibe, liege ich unter einem Unterstand mit etwas feuchtem Stroh, es regnet und der Graben hält schon einige cm Wasser. Gleich geht es wieder auf Wache. So ist man tagelang durchnäßt und nicht im geschlossenem Raume. Ich bin neugierig wann sich der unvermeidliche [Rheu]matismus einstellt. Hoffentlich wird es nichts Schlimmeres. Am Abend gingen wir zur Reservestellung, dem Faisanderie zurück. Die Faisanderie ist ein Gehöft, das hinter dem Wäldchen auf dem Berge liegt. Trotzdem sie unmittelbar in der Nähe des Granatwäldchens liegt, ist sie noch vollkommen unbeschädigt. Das soll daher kommen, daß sie [1 Wort gestrichen, unlesbar] dem franz. Oberst gehört, der mit den Batterieen uns gegenüberliegt. Nachts mußten wir hunde [Anfang der Zeile abgestoßen, vermutlich: müde] zum Schanzen von 11–4 vertieften wir einen Laufgraben. [1 Wort gestrichen, unlesbar] Dann pennten wir in etwas feudaleren Löchern, wie im Graben, die sich durch großen Gestank auszeichneten.“

 

 1572982-9ef43f93ddd6168d84b3be03feb25c82.jpg
Ernst Jünger (29 maart 1895 - 17 februari 1998)
In 1914 

 

 

De Duitse schrijver Eric Walz werd geboren op 29 maart 1966 in Königstein im Taunus. Zie ook alle tags voor Eric Walz op dit blog.

Uit: Schwule Schurken (Kaiser Heliogabal)

“Von allen Rauschmitteln, die der Mensch sich je erdacht hat, ist die Macht das gefährlichste. Überreich dargeboten, nagt sie der menschlichen Seele jedes Maß und jede Hemmung weg. Wer, egal was er tut, keinerlei Ablehnung mehr spürt, wen die Umwelt unbegrenzt verehrt und hofiert, dem kann rasch die Grenze zwischen Wahn und Wirklichkeit verloren gehen, und so bedeutet Widerstand der Umwelt zwar stets Reibung und Auseinandersetzung, aber immer auch Kontrolle und Orientierung.
Je größer die Macht, desto länger ist ihr Schatten. Die Macht des römischen Kaisers ist nahezu unbegrenzt. Von den nebligen Küsten Schottlands bis zu den sagenumwobenen Katarakten des Nils, von der glühenden maurischen Wüste bis zu den verschneiten Gipfeln des Balkans regiert er ein Reich, so groß, wie es keines davor und keines danach in Europa gegeben hat. Und doch ist es nicht nur die Größe des Imperiums, die das Kaiserdiadem so allgewaltig macht, so verführerisch für seinen Träger. Die Kaiser Roms sind nicht wie die Präsidenten unserer Tage an ein Recht gebunden, sind nicht wie die barocken Könige einem religiösen Sittenkodex unterworfen und unterstehen nicht wie die Fürsten des Mittelalters einer päpstlichen Aufsicht. Wie in Ägypten das Wort der Pharaonen, so ist auch bei den Römern das Wort des Imperators Gesetz, jeder Befehl ein Dogma. Wer schwach ist, leicht verführbar, erliegt diesen Möglichkeiten. Wie ein zorniger Golem greift sich der Cäsarenwahn aus der Reihe der hundert Kaiser ein Dutzend heraus und formt sie zu Ungeheuern: Caligula, Nero, der im Hollywood-Streifen "Der Gladiator" zu neuer Bekanntheit gelangte Commodus, um nur einige zu nennen. Aus dieser Gruppe finsterer Gestalten leuchtet Heliogabal heraus wie ein phosphoreszierendes Pop-Art-Gemälde, bunt, schrill, überspannt, eher Figuren aus einer modernen Schwulensatire ähnelnd denn einem mörderischen Tyrannen.”

 

 1572982-d8bb48a15e242a8db9559c5d3c41b656.jpg
Eric Walz (Königstein im Taunus, 29 maart 1966)

 

 

 

De Duitse schrijver Georg Klein werd geboren op 29 maart 1953 in Augsburg. Zie ook alle tags voor Georg Klein op dit blog.

Uit: Die Zukunft des Mars

„Alle mussten sterben. Bis auf den heutigen Tag ist noch ein jeder von Euch gestorben, kaum dass er bei uns eintraf. Fast allen, die Ihr geschickt habt, erlosch das Dasein gleich nach der Auffindung, als bliese ihnen unser freudig erregter Atem das Lebenslicht aus. So hat es Smosmo mir, den er zum Nothelfer gemacht hat, gefragt und ungefragt, wieder und wieder erzählt. Smosmo, mein verehrter Lehrer und Vorleser, war das letzte Mal, voll Sehnsucht, voller Sorge, erfüllt vom Weh der aufflammenden Hoffnung, am Ort des Geschehens. Keuchend inhalierte er die damals noch schmerzhaft arme Luft des freien Geländes. Smosmos bloße Hände lagen auf den knittrigen Schulterpolstern des Raumanzugs. Der Helm fehlte. Jener Helm, hinter dessen bläulich getöntem Sichtfenster dem vorletzten Angekommenen, Smosmos ältester Kollege hatte es mitangesehen, der in unseren Himmel gerichtete, noch ein knappes Weilchen kindlich staunende Blick zerbrochen war.
Allein das letzte Mal gelang es dem herbeigeeilten Bergungstrupp, den aus den Wolken Gefallenen lebend bis ins Sonnenhaus zu schaffen. Von der Transportkarre hob man ihn auf den Altar. Angeleitet von der damaligen Barmherzigen Schwester begannen die Nothelfer, Euren Abgesandten aus seinen irdischen Hüllen zu schälen. Zwei unserer Allesmacher hatten ihn nahe der Grabungsstelle für orangen Warmstein im Sand gefunden. Auf dem Kopf trug er eine enge Haube aus einem unserem Mockmockgummi ähnlichen, allerdings silbrig hellen Material. Als sie ihm vorsichtig vom Schädel geschnitten wurde, überraschte Smosmo die geringe Länge des grauen Haars.

 

 1572982-b38b86904a87e8027f5082fd01bd3ad3.jpg
Georg Klein (Augsburg, 29 maart 1953)

 

 

 

De Duits-Franse dichter en schrijver Yvan Goll (eig. Isaac Lang) werd geboren in Saint-Dié-des-Vosges op 29 maart 1891. Zie ook alle tags voor Yvan Goll op dit blog.

Uit: Sodom Berlin (Vertaald door Hans Thill)

„Berlin, Stadt des Nordens, Todesstadt, wo vereiste Fenster starren wie der Tod – kranke Augen, wo rissige Steine sich häufen, wo der Boden klafft wie der Wöchnerinnen Schoß. Stadt eisigen Wahns, ... Zementener Kopf, ... Rekrutenkopf, der bartlos und schwindsüchtig einen Attilaschnurrbart in sein Milchgesicht klebte. Tiefe Stirne, dreifach gezeichnet von des Hungers Egge und gekrönt mit aus Kartoffelblüten geflochtenem Kranz!... Land, ... wo die Blauen Blumen stinkende Gase in ihren Stempeln produzieren. Land der Ulanen und Denker! Land des göttlichen Hölderlin, der sich im Wahn die Adern öffnete, um einen Rosenstock zu begießen, Land des Schlächters Haarmann, der das Blut seiner blonden Liebesjünglinge trank, dort wo der Hals am zartesten ist.“
(…)

„Berlin, bleiche Stadt... In Angstnächten plagt sie eine Vision: Rosa Luxemburg, ihr weißes Gesicht blüht auf dem Eis des Landwehrkanals, eine tragische Seerose. Der Schatten Liebknechts flieht, auf ewig gejagt, hinter des Tiergartens schwarzes Gebüsch, wo die wilden Augen seiner Mörder leuchten.“
(…)

„Was bleibt übrig? Die Zeit lächerlich machen. Die salzige, harte, böse Ironie. Die Peitsche. Die Unerbitterlichkeit... Die Hosen runtergerissen. Die Schande offen ausgelacht. Die gesunde Rache der Kinder, die mit Steinen nachwerfen. A bas le bourgeois! Zerfetzt seinen Regenschirm! Das ist bei Gott nicht dramatisch. Aber man lacht sich selbst ein bissel tot, und der Tod ist der letzte Kitzel, der unsere Langeweile noch etwas bemeistern kann.“

 

 1572982-ecd2d517f99b468ac68d3be1e10f7263.jpg
 Yvan Goll (29 maart 1891 – 27 februari 1950)
Cover 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 29e maart ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

R. S. Thomas, Jacques Brault, Denton Welch, Marcel Aymé, R. Dobru, Jenő Rejtő, Johann Musäus

De Welshe dichter Ronald Stuart Thomas werd geboren op 29 maart 1913 in Cardiff. Zie ook alle tags voor R. S. Thomas op dit blog.

 

A Blackbird Singing

It seems wrong that out of this bird,
Black, bold, a suggestion of dark
Places about it, there yet should come
Such rich music, as though the notes'
Ore were changed to a rare metal
At one touch of that bright bill.

You have heard it often, alone at your desk
In a green April, your mind drawn
Away from its work by sweet disturbance
Of the mild evening outside your room.

A slow singer, but loading each phrase
With history's overtones, love, joy
And grief learned by his dark tribe
In other orchards and passed on
Instinctively as they are now,
But fresh always with new tears.

 

 

A Welshman to any Tourist

We've nothing vast to offer you, no deserts
Except the waste of thought
Forming from mind erosion;
No canyons where the pterodactyl's wing
Falls like a shadow.
the hills are fine, of course,
Bearded with water to suggest age
And pocked with cavarns,
One being Arthur's dormitory;
He and his knights are the bright ore
That seams our history,
But shame has kept them late in bed.

 

 1572973-bc8cecb1036d9c156668058f560b0b8d.jpg
R. S. Thomas (29 maart 1913 – 25 september 2000)

 

 

De Canadese dichter, schrijver en vertaler Jacques Brault werd geboren op 29 maart 1933 in Montreal. Zie ook alle tags voor Jacques Brault op dit blog.

 

patience

nous ne partirons pas

cette banquise neurasthénique porte l’espoir
des morts qui ne sont pas nés

si belle soit la terre promise ailleurs en d’autres mondes
ce n’est pas ici                                       

nous gèlerons sur place comme pères et mères
nous craquerons de froid de folie
nous ne partirons pas

que s’amènent les siècles les semaines les tiédeurs
de toundra     les planètes apprivoisées
nous ne partirons pas

derniers parmi les derniers plus pauvres que les plus
             pauvres
sauvages des musées galaxiques caves des cris caverneux
nous ne partirons pas                                          

assignés à demeure survolés de chimères croyables
             repoussés
de terre la plus inhabitable taxés d’insomnies vidés
d’enfants viables mal logés entre les os et les os rayés
des dictionnaires sans plus rien des choses peut-être
humaines

nous ne partirons pas
nous ne partirons pas

 

 1572973-d2f77368e860bfd2627f9a2dd8f895c9.jpg
Jacques Brault (Montreal, 29 maart 1933)

 

 

De Engelse schrijver Maurice Denton Welch werd geboren op 29 maart 1915 in Sjanghai. Zie ook alle tags voor Denton Welch op dit blog.

Uit: In Youth Is Pleasure

“Orvil took the book back with him to the crowded court and found a chair in a corner. His eye followed the glass trolleys axiously. A waiter approached and put down the teapot and hot-water jug of that frosted-looking silver found only in hotels. Orvil poured out a cup of tea and waited impatiently for the cakes. His eyes were already eating them up as the man steered the trolley towards him. The little cakes lay helpless on their plates and seemed to call to him. He took in at a glance the square ones covered with jam, sprinkled with coconut and topped with glistening cherries; the round shortbread ones with portholes to show the bright lemon curd inside; the small tarts of criss-cross lattice-work; the phallic chocolate and coffee eclairs, oozing fat worms of cream; the squares of sponge, enclosed in four hard slabs of chocolate and dressed with wicked green beauty-spots of pistachio nut.
Orvil had one of each sort put on a plate before him. He hardly dared ask for so many, and only achieved it by refusing to look at the waiter. He fixed his gaze on the distance until the waiter left him; then he bowed his head, opened the book, and began to eat.”

 

 1572973-fe6302659d11ca899cac485967dcf99d.jpg
Denton Welch (29 maart 1915 – 30 december 1948)

 

 

De Franse schrijver en toneelauteur Marcel Aymé werd geboren op 29 maart 1902 in Joigny. Zie ook alle tags voor Marcel Aymé op dit blog.

Uit: Les contes du chat  perché

« De grand matin, Marinette entrouvrit les yeux et il lui sembla qu'entre ses cils elle apercevait dans le lit de sa sœur deux grandes oreilles poilues qui bougeaient sur l'oreiller. Elle-même se sentait assez mal couchée, comme embarrassée de sa personne, empêtrée dans les draps et les couvertures. Néanmoins, le sommeil l'emporta sur la curiosité, et ses paupières se refermèrent. Delphine, tout ensommeillée elle aussi, jeta sur le lit de sa sœur un coup d'œil rapide. Elle le trouva bien volumineux, étrangement ballonné, et se rendormit néanmoins. Un instant plus tard elles se réveillaient pour de bon et louchaient sur le bas de leurs figures qui leur paraissaient s'être allongées et avoir changé d'aspect. En tournant la tête vers le lit de Marinette, Delphine poussa un cri. Au lieu de la tête blonde qu'elle croyait voir sur l'oreiller, il y avait une tête de cheval. De son côté, Marinette ne fut pas moins surprise d'avoir une face d'âne en vis-à-vis et poussa également un cri. Les deux pauvres soeurs roulant de gros yeux, tendaient le cou hors de leur lit pour se regarder de plus près et avaient peine à comprendre ce qui leur était arrivé. Chacune se demandait où avait bien pu passer sa sœur et pourquoi une bête avait pris place dans son lit. Marinette avait presque envie d'en rire, mais s'étant elle-même examinée, elle vit son poitrail, ses membres poilus munis de sabots et compris que les vœux de la veille s'étaient réalisés. Delphine regardait aussi son poil gris, ses sabots, l'ombre de ses grandes oreilles sur le drap blanc, et la vérité lui apparut. Elle poussa un soupir qui fit un grand bruit en passant sur ses lèvres molles. »

 

 1572973-dc3f74216c9691f81d8a42c7439a20b8.jpg
Marcel Aymé (29 maart 1902 – 15 oktober 1967)

 

 

De Surinaamse dichter, schrijver en politicus R. Dobru (pseudoniem van Robin Ewald Raveles)werd geboren inParamaribo op 29 maart 1935. Zie ook alle tags voor R. Dobru op dit blog.

Uit: Wan monki fri. Bevrijding en strijd

“Toen ik terug was in de stad na het familiefeest op de plantage, was ik weer een aantal ervaringen rijker. Ik wist iets meer van mijn volk. In dit geval dan van de Neger. Maar allerlei vragen bleven door mijn hoofd dwarrelen. Een heleboel oude dogma's waren weer kapotgeslagen. Ik moest antwoorden hebben. Wi Egi Sani hield toen in 1957 haar eerste kultureel kongres. Er waren afgevaardigden van de afdelingen op de Antillen en in de Verenigde Staten van Amerika overgekomen. Ik zou daar horen wat de doelstellingen waren. Eén van de inleidingen over religie zou door zekere Dr. Jan Voorhoeve worden gehouden. Wi Egi Sani is een idee, was er gezegd. Heeft niets maken met ras. Toch was het voor mij een teleurstelling toen ik merkte dat die Voorhoeve een bakra was. Ik weet niet waarom, maar ik had gedacht, dat de mensen van Wi Egi Sani blanken haatten. Naarmate de man sprak, kreeg ik meer en meer sympathie voor hem. Voor het eerst ontmoette ik een progressieve Hollander. Na de lezing stelde ik één vraag. Dat is het enige wat ik mij herinner van het hele kongres. Ik vroeg aan Dr. Voorhoeve: Is winti zonde? Een typische vraag, die kwam uit het denkschema dat ons met de paplepel was ingegeven. Het antwoord was keihard, zonder aarzeling: Neen!
Je moet weten, Voorhoeve was niet de eerste de beste Patata. Hij was hier voor het vertalen van de Bijbel in het Sranantongo. Voor de Broedergemeente! Hij trad in mijn kerk soms op als predikant. Hij had theologie gestudeerd. Ik was overdonderd. Stupéfait.
Toch was dat het antwoord dat ik wilde hebben. Ik was naar aanleiding van de ervaringen op de plantage reeds tot de konklusie gekomen, dat het doen aan winti geen afgoderij kon zijn.
Anders zouden de Bijbel en Gods naam er niet aan te pas kunnen komen. Mijn grootvader was voorlezer in de kerk van Pemba. Maar dit antwoord krijgen van een Hollander, was het laatste wat ik me had kunnen voorstellen.”

 

 1572973-8b380ea7a556068623326980bc7797b8.jpg
R. Dobru (29 maart 1935 - 17 november 1983)
Cover van een proefschrift over Dobru 

 

 

De Hongaarse schrijver Jenő Rejtő (eig. Reich Lajos) werd geboren op 29 maart 1905 in Boedapest. Zie ook alle tags voor Jenő Rejtő op dit blog.

Uit: The Embezzled Bank Teller (Vertaald door Enikö Bene)

“As a matter of fact Mr. Curzon didn't embezzle. If we wanted to portray precisely the situation we would say that this gentle, weak charactered man was left alone with twenty thousand dollars, and the money taking advantage of an unguarded moment, embezzled one of the tellers from the bank. Within the Earth's atmosphere everything is magnetic. We all know people whose relationship to objects is not dictated by their own will, but on the contrary, their actions are influenced by momentary ideas of different objects.
It is a well-known type of citizen who decides, that starting today, he will save, but the attraction of a poster in front of a cinema changes his mind. "Oh, tomorrow", he says and buys a ticket for the afternoon show. Or who doesn't know a friend with hyperacidity, who for five years every day postpones keeping a strict diet, because when he's the most decided, they serve him veal stew. "What luck! Veal stew; with a little bit of juice, and with golden dumplings!" His favorite meal! The dish attracts his will again and let us tell you that it would attract it even if it were cabbage rolls. (With sour crème and smoked pork loin.)
Things went well with Mr. Curzon too, as long as he didn't have to confront alternative possibilities. Somebody else's orders dictated his daily routine. In the first place, among these people stood Mr. Mayfield, the president of Sydney Savings Bank, an annoying, very strict, unpleasant gentleman, who welcomed the late employees with a pocket watch in his hands. Mr. Mayfield with his pocket watch was a constant vision for Mr. Curzon, who was only late twice in ten years.Despite this, Mr. Mayfield warned him that if he was late one more time in the next ten years, he would be forced to take disciplinary measures, since he couldn't tolerate repeated unpunctuality. His other despot was Mrs. Hutkins, his 170 pound land lady, who cooked her own favorite dishes for Mr. Curzon. And since her taste fluctuated between fried cod and roasted veal liver, Mr. Curzon was forced to be content with these two kinds of dishes, though he would have given everything for a schnitzel. He only tried once to go secretly to a restaurant, but Mrs. Hutkins found out about his rebellion and ever since, Mr. Curzon took heed from such a blunder. »

 

 1572973-fae5bc23f4fb47d38a94c09d59460d5f.JPG
Jenő Rejtő (29 maart 1905 – 1 januari 1943)

 

 

De Duitse schrijver Johann Karl August Musäus werd geboren op 29 maart 1735 in Jena. Zie ook alle tags voor Johann Musäus op dit blog.

Uit: Moralische Kinderklapper

„Frau Fabian in Paderborn, weiland Herrn Fabians nachgelassene Wittwe, war so reich wie unsre liebe Frau zu Loretto, und auch eben so erblos. Ihr einziger Sohn bedurfte keiner irdischen Erbschaft mehr, er war bereits in der Ewigkeit. Weil sie sich nun nicht so streng bevormunden ließ, und doch eben so mild und gutthätig war, als die welsche Himmelsköniginn, übte sie verhältnißweise mehr Werke der Wohlthätigkeit aus, als jene, ob sie gleich nicht mit dem Talent Wunder zu thun begabt war.
Bejahrte Damen und Unmündige, die wohl bey Mitteln sind, ködern leicht die Haabsucht an, sie bey lebendigem Leibe zu beerben: denn zu erben, wer sich darauf versteht, kostet nicht halb so viel Müh, als zu erwerben. Auf die reiche Wittwe in Paderborn wurde in dieser Absicht manche feine Spekulation gemacht, davon zuweilen eine gelang, manche auch mißrieth. Richter und Sachwalter streckten die gierigen Krallen nach ihrem Haab und Gut vergebens aus: sie lebte friedsam und rechtete mit niemand. Die Aerzte konnten ihr auf keiner ihrer gewöhnlichen Heerstraßen beykommen, weder oberwärts noch unterwärts: sie lebte frugal und ihre eherne Gesundheit trotzte allen Arzeneyen. Die Klerisey zog von ihr wenig Renten: sie lebte fromm, und hatte auf dem Kerbholz des Gewissens mehr an guten Werken, als Paßwa an Sündenschuld. Aber Arme und Nothleidende, Preßhafte und Gedrückte setzten ihr Mitleid fleißig in Kontribution. Menschenelend fand immer einen gebahnten Weg zu ihrem guten Herzen. Doch hatte sich die insolente Bevölkerungszunft, die für ihr Häschen gern ein Gräschen auf fremden Grund und Boden pflückt
, auch einen Schleifweg dazu gebahnt, und sprang kecklich über den Zaun ihrer Gutmüthigkeit.“

 

 1572973-1abf5237fe62676755b840a5eb30f561.jpg
Johann Musäus (29 maart 1735 – 28 oktober 1787)
Gipsen borstbeeld door Gottlieb Martin Klauer,rond 1784.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Mario Vargas Llosa, Walter van den Broeck, Chrétien Breukers, Joost de Vries, Nelson Algren, Marianne Frederiksson

De Peruviaanse schrijver Mario Vargas Llosa werd geboren op 28 maart 1936 in Arequipa. Zie ook alle tags voor Mario Vargas Llosa op dit blog.

Uit: Conversation in the Cathedral (Vertaald door Gregory Rabassa)

“There it was, recovered now, the beach of Miraflores, the waves
of Herradura, the bay of Ancón, and the images were as real, the
orchestra seats in the Leuro, the Montecarlo and the Colina, as wild,
the dance halls where he and Teté danced boleros, as those of a
technicolor movie. Are you happy? the senator asked, and he quite happy.
What a nice person he is, he thought as they went into the dining room,
and the senator that’s right, Freckle Face, just as soon as summer’s
over he’ll break his hump, did he promise? and Popeye swore he would,
papa. During lunch the senator teased him, Zavala’s daughter still
hadn’t given you a tumble, Freckle Face? and he blushed: a little bit
now, papa. You’re too much of a child to have a girl friend, his old
lady said, he should still keep away from foolishness.
What an
idea, he’s already grown up, the senator said, and besides, Teté was a
pretty girl. Don’t let your arm be twisted, Freckle Face, women like to
be begged, it had been awful rough on him courting the old lady, and the
old lady dying with laughter. The telephone rang and the butler came
running: your friend Santiago, child. He had to see him urgently,
Freckle Face. At three o’clock at the Cream Rica on Larco, Skinny? At
three on the dot, Freckle Face. Was your brother-in-law going to beat
the tar out of you if you didn’t leave Teté alone, Freckle Face? the
senator smiled, and Popeye thought what a good mood he’s in today.
Nothing like that, he and Santiago were buddies, but the old lady
frowned: that boy’s got a screw loose, don’t you think? Popeye raised a
spoonful of ice cream to his mouth, who said that? another of meringue,
maybe he could convince Santiago for them to go to his house and listen
to records and call Teté just to talk a little, Skinny. Zoila herself
had said so at canasta last Friday, the old lady insisted. Santiago was
giving her and Fermín a lot of headaches lately, he spent all day
fighting with Teté and Sparky, he’d become disobedient and he talked
back. Skinny had come out first in the final exams, Popeye protested,
what more did his old man and old lady want?”

 1572681-a5ab5af799ca9f3da6b8a195ce5bb7e2.jpg
Mario Vargas Llosa (Arequipa, 28 maart 1936)

 

 

 

De Vlaamse roman- en toneelschrijver Walter van den Broeck werd geboren in Olen op 28 maart 1941. Zie ook alle tags voor Walter van den Broeck op dit blog.

Uit: Een verliefde monnik

'Waarschijlijk was hij een West-Vlaming,' zo had de leraar ook
nog gezegd. 'Waar een h hoort te staan aan het begin van een woord,
vergeet hij ze (Abent), waar er geen hoort te staan, schrijf hij er een
(hic).'
Komaan West-Vlaming, spreek op!
Langzamerhand vormden zich
allerlei hypothesen. Hij was ongetwijfeld een kloosterling. Wie anders
kon lezen en schrijven in die tijd, en was bovendien het Latijn machtig?
Zijn versje leek mij een billet doux, gericht aan een geliefde die
waarschijnlijk geen weet had van zijn gevoelens. Toch moest hij vol van
haar zijn geweest, zelfs bij een futiele bezigheid als het proberen van
een nieuwe pen, ontsnapte hem zijn grote verzuchting: 'Al mijn oude
makkers zijn getrouwd, maar ik niet. En... zal het er ooit nog van
komen? Zij weet het niet eens. En als zij het ooit verneemt, zal ze mijn
gevoelens dan beantwoorden? En als ze mijn gevoelens beantwoord... gooi
ik dan mijn kloosterkap over de haag?'
Ik raakte plots vertederd
door die man, die waarschijnlijk dag in dag uit aan een houten lessenaar
de heilige geschriften zat te kopieren. Plots stond hij mij veel nader
dan de meeste van mijn generatiegenoten, alleen maar, besefte ik,
doordat hij 1 geschreven regel had nagelaten. 1 enkele geschreven regel.
De
hele dag liep ik te glimlachen door het huis. Ik was de houder van het
zielsgeheim van een kloosterling uit de 11de eeuw, die eigenlijk het
liefst had willen trouwen, maar de moed of de gelegenheid miste om naar
zijn geliefde toe te stappen en haar ten huwlijk te vragen. Het was in
die tijd dat ik in het geniep verliefd was op Eliane, het mooiste meisje
van de hele school. En ook zij wist het niet.”

 1572681-a0575b5fd6007756e49b588320bc24f4.jpg
Walter van den Broeck (Olen, 28 maart 1941)

 

 

De Nederlandse dichter Chrétien Breukers werd geboren op 28 maart 1965 in het Limburgse Leveroy. Zie ook alle tags voor Chrétien Breukers op dit blog.

Zwarte hoek

Hier begint het land, in deze zwarte hoek. Het water
bij De Zwarte Haan ligt bijna spiegelglad. Kleine
rimpels in mijn spiegelbeeld. Ootmoed en geluk
gaan kalm in mij tekeer. Sint Jabik legt zijn hand
op deze vlek. Een vonk ontsteekt de zon. Reislust

suddert op het kleinste pitje gaar. Mijn pelerine en
mijn schoenen zijn behaaglijk aan het stramme lijf.
In het water van de zee doop ik de staf -
oh hoed, bescherm mijn ogen tegen almaar meer,
onstuimig licht, als ik de eerste stappen zet.

 

Huis

geen deur komt ergens op uit;

dit is een deur met zomaar wat deuren
die je niet mag openen.

Dit huis is groter dan je je herinnert,
je hebt er al gewoond.

In deze kamer tochtte het, de ramen
stonden open. Geur van voorjaar.

Of van najaar. Of een tijd daar tussenin.
Huis met zomaar wat deuren.

 

 1688639-8a764232a7502ade9b6dd5814bdf7896.jpg
Chrétien Breukers (Leveroy, 28 maart 1965)
Sint Barbarakerk, Leveroy

 

 

 De Nederlandse schrijver Joost de Vries werd geboren op 28 maart 1983 in Alkmaar. Zie ook alle tags voor Joost de Vries op dit blog.

Uit: De republiek

 “Volgens Romero waren dit soort onorthodoxe
namen het gevolg van een antiklerikale golf die in de jaren twintig en
dertig door de Chileense politiek en media ging: ‘Je moet je voorstellen
hoe het Chileens staatsburgerschap eruitzag in de vroege twintigste
eeuw. Enorme hoeveelheden immigranten kwamen dit land binnen, de grote
steden waren een melting pot van Duits, Italiaans, Spaans, Iers, Grieks,
noem maar op. Om geen religie te bevoordelen en zo etnische spanningen
in de hand te werken, voerde de overheid al vroeg een rigide beleid van
scheiding van kerk en staat. Wat je ziet is dat de gebruikelijke namen —
veelal verwijzingen naar heiligen en martelaren — in die tijd massaal
verdwenen, ten faveure van seculiere namen, soms ingegeven door
politiek, maar vaker ingegeven door de Amerikaanse popcultuur die vanaf
de jaren veertig een ongekende opmars maakte. Zo’n big deal was Hitler
niet.’
Haar theorie kwam overeen met een onderzoek uitgevoerd door
een van Briks studenten, die behalve Hitlers ook vijf Stalins, drie
Churchills en twee Mussolini’s in het telefoonboek telde. Alsnog liep de
snelheid van mijn aantekeningen achter bij Romero’s privecollege,
waardoor ze soms moest pauzeren. Ik dacht niet dat ze oog had voor mijn
jetlag en vond dat het niet heel flink zou zijn om erover te beginnen,
maar opeens doorbrak ze haar vacante gezicht met een glimlach en zei:
‘Hee chico, ga toch lekker slapen.’ Ik knikte, ik straalde, ik was
altijd bereid me te laten bemoederen. — Morgen moet ik naar Aquila
rijden.
— Dat is heel ver.
— Ik heb een interview met iemand die Hitler heet, en die zijn zoon ook Hitler heeft genoemd. Hitler Lima.
— Dat is best een beruchte naam, zei ze. Doe voorzichtig.”

 1572681-171dfaf74a2fc57f9fa7a33dd20f7332.jpg
Joost de Vries (Alkmaar, 28 maart 1983)

 

 

De Amerikaanse schrijver Nelson Algren werd geboren op 28 maart 1909 in Detroit. Zie ook alle tags voor Nelson Algren op dit blog.

Uit: The Man With the Golden Arm

“Louie glanced at Frankie slyly. ‘You know that awready, Dealer?
You know how he don't die? It's what they say awright, the monkey never
dies. When you kick him off he just hops onto somebody else's back.'
Behind the film of glaze that always veiled Louie's eyes Frankie saw the
twisted look. ‘You got my monkey, Dealer? You take my nice old monkey
away from me? Is that my monkey ridin' your back these days, Dealer?'
The
color had returned to Frankie's cheeks, he felt he could make it almost
any minute now. ‘No more for me, Fixer,' he assured Louie confidently.
‘Somebody else got to take your monkey. I had the Holy Jumped-up-Jesus
Horrors for real this time -' n I'm one guys knows when he got enough. I
learned my lesson but good. Fixer - you just give the boy with the
golden arm his very lastest fix.'
‘What time you have to be by Schwiefka?' Louie wanted to know.
Frankie
brushed the hair, matted by drying sweat, off his forehead and glanced
at his watch. Sweat had steamed the crystal, he couldn't read the hands.
He dried it on the bedcover, for his shirt was still wringing damp.
‘Nine-thirty - I got an hour and a half. I'll make it.'
‘Crawl your dirty gut over to the table,' Louie advised him. ‘Can you take coffee?'

 1572681-ec0dd34e7bb20fefbaebbed02bac890c.jpg
Nelson Algren (28 maart 1909 - 9 mei 1981)

 

 

De Zweedse schrijfster Marianne Fredriksson werd geboren in Göteborg op 28 maart 1927. Zie ook alle tags voor Marianne Fredriksson op dit blog.

Uit: Hanna's Daughters (Vertaald door Joan Tate)

“Last of all came the astonishing realization that Mother had somehow been touched by the questions she'd asked.
She stubbed out her cigarette in the rusty tray at the far end of the  table. God, how tired she was. Mother, she thought, dear wonderful  Mother, why can't you show pity and die?
Frightened, she glanced out over the nursing home grounds where the Norway maples were in flower and
smelling of honey. She drew in the scent with deep breaths, as if seeking consolation in the spring, but her senses were dulled. I'm as if dead, too, she thought as she turned on her heel and walked
determinedly to the ward sister's door. She knocked and just had time to think, please let it be Märta.
It was Sister Märta, the only one she knew here. They greeted each other like old friends, then the daughter
sat in the visitor's chair and was just about to start asking when she was overwhelmed by emotion.
"I don't want to start crying," she said, then did.
"It's not easy," said the sister, pushing the box of tissues across.
"I want to know how much she understands," said the daughter, adding her  hope of being recognized and the questions she'd asked her mother, who didn't understand, yet did.
Sister Märta listened with no surprise. "I think the old understand in a way we find difficult to grasp. Like
newborn infants. You've had two babies yourself, so you know they take everything in, anxieties and joys. Well, you must remember?"

 1572681-20ba555b7d8ab0ec4653ea57b92f7aeb.jpg
Marianne Frederiksson (28 maart 1927 – 11 februari 2007)
Cover

Zie voor nog meer schrijvers van de 28e maart ook mijn blog van 28 maart 2012.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Heinrich Mann, Golo Mann, Carolina Trujillo, Patrick McCabe, Bob den Uyl, Dubravka Ugrešić, Shusaku Endo, Alfred de Vigny

De Duitse schrijver Heinrich Mann werd geboren op 27 maart 1871 in Lübeck. Zie ook alle tags voor Heinrich Mann op dit blog.

Uit: Professor Unrat

„Er nahm die Treppe in fünf Sätzen, riß die Klassentür auf, hastete zwischen den Bänken hindurch, schwang sich, in das Katheder gekrallt, auf die Stufe. Da blieb er bebend stehn und mußte Atem schöpfen. Die Sekundaner hatten sich zu seiner Begrüßung erhoben, und äußerster Lärm war jäh in ein Schweigen versunken, das förmlich betäubte. Sie sahen ihrem Ordinarius zu, wie einem gemeingefährlichen Vieh, das man leider nicht totschlagen durfte, und das augenblicklich sogar einen peinlichen Vorteil über sie gewonnen hatte. Unrats Brust arbeitete heftig; schließlich sagte er mit seiner begrabenen Stimme:
»Es ist mir da vorhin immer mal wieder ein Wort zugerufen worden, eine Bezeichnung – ein Name denn also: ich bin nicht gewillt, ihn mir bieten zu lassen. Ich werde diese Schmähung durch solche Menschen, als welche ich Sie kennen zu lernen leider Gelegenheit hatte, nie dulden, merken Sie sich das! Ich werde Sie fassen, wo immer ich es vermag. Ihre Verworfenheit, von Ertzum, nicht genug damit, daß sie mir Abscheu einflößt, soll sie an der Festigkeit eines Entschlusses wie Glas zerbrechen, den ich Ihnen hiermit verkünde. Noch heute werde ich von Ihrer Tat dem Herrn Direktor Anzeige erstatten, und was in meiner Macht steht, soll – traun fürwahr – geschehen, damit die Anstalt wenigstens von dem schlimmsten Abschaum der menschlichen Gesellschaft befreit werde!«
Darauf riß er sich den Mantel von den Schultern und zischte:
»Setzen!«
Die Klasse setzte sich, nur von Ertzum blieb stehn. Sein dicker, gelb punktierter Kopf war jetzt so feuerrot wie die Borsten oben darauf. Er wollte etwas sagen, setzte mehrmals an, gab es wieder auf. Schließlich stieß er heraus:
»Ich bin es nicht gewesen, Herr Professor!«
Mehrere Stimmen unterstützten ihn, opferfreudig und solidarisch:
»Er ist es nicht gewesen!«

 

 1572249-64ff53fb8e3660f64c72c96184474ec2.jpg
Heinrich Mann (27 maart 1871 – 12 maart 1950)
Professor Unrat wird verfilmd door Josef von Sternberg als „Der blaue Engel“, 1930

 

 

De Duitse schrijver en historicus Golo Mann werd geboren in München op 27 maart 1909. Zie ook alle tags voor Golo Mann op dit blog.

Uit: Deutsche Geschichte des 19. und 20. Jahrhunderts

»Wer sich in die Geschichte der deutschen Nation vertieft, der hat leicht den Eindruck eines unruhigen Lebens in Extremen ... Einmal erreichen deutsche Gestalten die höchsten geistigen Höhen, auf denen je Menschen gelebt haben, indessen gleichzeitig trübe Mittelmäßigkeit den öffentlichen Ton beherrscht. Von apolitischer Ruhe wendet Deutschland sich zur aufgeregtesten politischen Tätigkeit, von buntscheckiger Vielgestalt zu radikaler Einheitlichkeit; aus Ohnmacht erhebt es sich zu aggressiver Macht, sinkt zurück in Ruin, erarbeitet sich in unglaublicher Schnelle neuen, hektischen Wohlstand. Es ist weltoffen, kosmopolitisch, mit Bewunderung dem Fremden zugeneigt; dann verachtet und verjagt es das Fremde und sucht das Heil in übersteigerter Pflege seiner Eigenart. Die Deutschen gelten als das philosophische, spekulative Volk, dann wieder als das am stärksten praktische, materialistische, als das geduldigste, friedlichste, und wieder als das herrschsüchtigste, brutalste. Ihr eigener Philosoph, Nietzsche, hat sie das 'Täusche-Volk' genannt, weil sie die Welt immer wieder mit Dingen überraschen, die man gerade von ihnen nicht erwartet.«

 

 1572249-119811226db2972fa53f5aebcceeef71.jpg
Golo Mann (27 maart 1909 - 7 april 1994)

 

 

De Uruguayaans-Nederlandse schrijfster Carolina Trujillo werd geboren in Montevideo, Uruguay, op 27 maart 1970. Zie ook mijn blog van 27 maart 2011.

Uit: De bastaard van Mal Abrigo

‘De wetenschap is gearriveerd,’ fluisterde Marta in trance. De wetenschap was een communist die een rustiger plekje opzocht.
Marta wilde zich voortplanten, ze hoefde geen romance met de wetenschap, laat staan een langduri­ge relatie of iets dergelijks. Ze wilde alleen wat in wetenschap geweekt zaad. Ze was al bijna zesentwintig jaar en wist ze dat ze zich niet veel kieskeurigheid meer kon veroorloven. Dokter Romero was de beste kans die zich in Mal Abrigo kon voordoen. Over de sporen van inteelt, die onder de bevolking sluimerden, zou ze zich ook geen zorgen hoeven maken. Toen ze zijn kindje zag wist ze het zeker. De kleine Gerardo Romero was een gezonde baby van één jaar. Hij keek pienter uit zijn ogen die leken te vragen om een broertje, eentje die net als hij pienter uit de oogjes keek. Pienterder dan die dorpssufferds die haar niet eens durfden na te fluiten denkend dat ze hek­senkracht bezat. Marta bezat maar twee dingen: een kaar­sen­winkel en weten­schap.
‘Ik ben het bijgeloof in Mal Abrigo,’ had ze zich bij de dokter geïntroduceerd, ‘ik heb begrepen dat u de wetenschap bent.’ Ze wachtte om te zien of hij zijn vaardigheden, zoals beleefdheid, nog beheerste. Hij kon haar tegenspreken, zeggen dat haar werkterrein allang niet meer als bijgeloof werd beschouwd, dat ze collega’s waren maar dokter Romero staarde haar aan alsof dat zijn laatste vaardigheid was en dat was ook goed.

 

 1572249-29fccfb08a49ae6d6666c63ac116d3e3.jpg
Carolina Trujillo (Montevideo, 1970)

 

 

De Ierse schrijver Patrick Joseph McCabe werd geboren op 27 maart 1955 in Clones, Monaghan. Zie ook alle tags voor Patrick Mc Cabe op dit blog.

Uit: The Butcher Boy

“You needn't think we don't know what goes on in this house oh we know all right! Small wonder the boy is the way he is what chance has he got running about the town at all hours and the clothes hanging off him it doesn't take money to dress a child God love him it's not his fault but if he's seen near our Philip again there'll be trouble. There'll be trouble now mark my words!
After that ma took my part and the last thing I heard was Nugent going down the lane and calling back Pigs--sure the whole town knows that!
Ma pulled me down the stairs and gave me the mother and father of a flaking but it took more out of her than it did out of me for her hands were trembling like leaves in the breeze she threw the stick from her and steadied herself in the kitchen saying she was sorry over and over. She said there was nobody in the world meant more to her than me. Then she put her arms around me and said it was her nerves it was them was to blame for everything. It wasn't always like this for your father and me she said. Then she looked into my eyes and said: Francie you would never let me down would you?
She meant you wouldn't let me down like da did I said no I wouldn't let her down in a hundred million years no matter how many times she took into me with the stick. She said she was sorry she had done that and she would never do it again as long as she lived.
She said that was all there was in this world, people who let you down. She said when Mrs Nugent came to the town first there was nobody like her. I used to be up the town with her every day she said. Then she started crying and saying this awful place and dabbing at her eyes with a tiny bit of tissue out of her apron pocket. But it was no use it just frittered away into little pieces.
The light slanting in the window and you could hear the children playing outside in the lane. They had set up a shop and were paying for groceries with pebbles. They had empty soap powder boxes and bean tins. No--its my turn one of them said. Grouse Armstrong scratched his ear and yelped running in and out among them.”

 

 1572249-a26226eafe856be2858d3028c3e0bda3.jpg
Patrick McCabe (Clones, 27 maart 1955)

 

 

De Nederlandse schrijver Bob den Uyl werd geboren in Rotterdam op 27 maart 1930. Zie ook alle tags voor Bob den Uyl op dit blog.

Uit:De verbanning

“De dagen gaan hier rustig voorbij.
Er is mij bij voorbaat alle medewerking toegezegd als ik mijn cel een andere kleur zou willen geven. Ik laat hem wit. Een kleurige wand is wel aardig maar gaat mischien op de duur vervelen. Wit kan je vergeten. Toch is het aardig er af en toe over na te denken, er is tijd genoeg voor.
Een leven zonder grote zorgen. Kleine problemen zijn er genoeg, die worden juist door mij opgeroepen. Het is prettig je een beetje druk te maken over onderwerpen die er eigenlijk niet toe doen. Want al ben je nog zo tevreden en verveel je je eigenlijk niet, een onderbreking van de dagelijkse gang van zaken is altijd welkom.
Zo heb ik me van tijd tot tijd druk gemaakt om verschillende dingen die, hoe licht ook, soms op mijn stemming inwerkten. Het eten bij voorbeeld, mijn bed, de slechte kwaliteit w.c.-papier. Het eten wordt goed klaargemaakt, eenvoudig en voedzaam. Alleen zonder de minste fantasie, een voor de hele week vaststaand menu, traag wisselend met de seizoenen. Natuurlijk heb ik niets tegen een degelijke maaltijd en ik eet er altijd smakelijk van. Maar toch, waarom nu nooit eens wat anders dan aardappelen, groente en een klein stukje rundvlees of bal gehakt. Men zou toch, zonder veel extra kosten of misschien wel goedkoper, eens, een kleine stap naast het vaste rooster kunnen doen. Waarom nooit eens mosselen, een halve kip, spaghetti of zoiets. Mijn wensen op dit gebied zijn heel bescheiden, ik eis geen grote biefstukken of uitgebreide rijsttafels; alleen geringe afwijkingen in de sleur waardoor je met enige verwachting naar het etensuur gaat uitzien. Mijn voorstellen hierover worden altijd welwillend aangehoord, zoals men aan al mijn voorstellen de nodige aandacht lijkt te schenken. Nooit zal men enige tegenwerpingen maken, ik krijg gelijk, mijn voorstel zal worden doorgegeven en behandeld. Verder blijft dan alles bij het oude, een enkele uitzondering daargelaten. Als er dan wat tijd overheen is gegaan, vergeet ik het zelf ook weer. Je denkt er nog wel eens aan, maar toch ontbreekt de ware lust om er weer eens over te beginnen.”

 

 1572249-d0be07b6d83278145646408a69c9cd5e.jpg
Bob den Uyl (27 maart 1930 - 14 februari 1992)

 

 

De Kroatische schrijfster Dubravka Ugrešić werd geboren op 27 maart 1949 in Kutina in Joegoslavië. Zie ook alle tags voor Dubravka Ugrešić op dit blog.

Uit: The Ministry of Pain (Vertaald door Michael Henry Heim)

“Goran could not make his peace with what had happened. He was a fine mathematician and much loved by his students, and even though his was a ‘neutral’ field he’d been removed from his post overnight. Much as people assured him that it was all perfectly ‘normal’ – in times of war your average human specimen always acted like that, the same thing had happened to many people, it happened not only to Serbs in Croatia but to Croatians in Serbia, it happened to Muslims, Croats and Serbs in Bosnia, it happened to Jews, Albanians and Roma, it happened to everybody everywhere in that unfortunate former country of ours – they failed to make a dent in his combined bitterness and self-pity.
Had Goran really wanted to, we could have put down roots in Germany. There were thousands upon thousands like us. People would begin by taking any job they could muster, but they eventually rose to their own level and life went on and their children adapted. We had no children, which probably made our decision easier. My mother and Goran’s parents lived in Zagreb. After we left, our Zagreb flat – mine and Goran’s – was requisitioned by the Croatian Army and the family of a Croatian officer took it over. Goran’s father had tried to move our things out, the books at least, but failed. Goran was a Serb, after all, which I suppose made me ‘that Serbian bitch’. It was a time of fierce revenge for the general misfortune, and people took their revenge where they could find it, more often than not on the innocent.”

 

 1572249-e26ae0a1b329aed32a2bfef68e6557f3.jpg
Dubravka Ugrešić (Kutina, 27 maart 1949)

 

 

De Japanse schrijver Shusaku Endo werd geboren in Tokio op 27 maart 1923. Zie ook alle tags voor Shusaku Endo op dit blog.

Uit: Stilte (Vertaald door C.M. Steegers-Groeneveld)

““… En God zwijgt, net als de zee. Hij blijft maar zwijgen. Ik schudde mijn hoofd, dat was onmogelijk. Als er geen God was, zou de mens de monotonie van de zee of haar onheilspellend gebrek aan emotie toch niet kunnen verdragen? (‘Maar als nou toevallig… natuurlijk is het een kans van één op duizend , maar stel je voor…’ fluisterde toen een ander stemmetje heel diep in mijn hart, ‘als er nu geen God bestaat…’) Dit was een vreselijke gedachte. Wat een grap zou dat zijn als Hij niet bestond. Wat voor een absurd drama was het leven van Mokichi en Ichizõzo dan geweest, vastgebonden aan staken en gewassen door de zee! Wat voor een idiote illusie hadden de missionarissen dan nagejaagd, die er drie jaar voor nodig hadden om dit land te bereiken, over vele zeeën? En ik? Met wat voor absurde activiteiten hield ik me dan bezig, nu ik door gebergte zwierf waar geen mens te vinden was?...”.

 

 1572249-43875e17f553fd9b55d2d96c0f1e45c6.jpg
Shusaku Endo (27 maart 1923 – 29 september 1996)

 

 

De Franse dichter en schrijver Alfred de Vigny werd geboren op 27 maart 1797 te Loches (departement Indre-et-Loire). Zie ook alle tags voor Alfred de Vigny op dit blog.

 

Paris (Fragment)

— Un fleuve y dort sans bruit, replié dans son cours,
Comme dans un buisson la couleuvre aux cent tours.
Des ombres de palais, de dômes et d’aiguilles,
De tours et de donjons, de clochers, de bastilles,
De châteaux-forts, de kiosks et d’aigus minarets ;
De formes de remparts, de jardins, de forêts,
De spirales, d’arceaux, de parcs, de colonnades,
D’obélisques, de ponts, de portes et d’arcades,
Tout fourmille et grandit, se cramponne en montant,
Se courbe, se replie, ou se creuse ou s’étend.
— Dans un brouillard de feu je crois voir ce grand rêve.
La Tour où nous voilà dans ce cercle s’élève ;
En le traçant jadis, c’est ici, n’est-ce pas,
Que Dieu même a posé le centre du compas ?
Le vertige m’enivre, et sur mes yeux il pèse.
Vois-je une Roue ardente, ou bien une Fournaise ? »

 

 1572249-6592f4ac197a761dab0aa78481eb0000.jpg
Alfred de Vigny (27 maart 1797 – 17 september 1863)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 27e maart ook mijn blog van 27 maart 2012 deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 18:45 Reageer op dit bericht

Tennessee Williams, Gregory Corso, Hwang Sun-won, Martin McDonagh, Robert Frost, Patrick Süskind

De Amerikaanse schrijver Tennessee Williams (eigenlijk Thomas Lanier Williams) werd geboren in Columbus, Mississippi, op 26 maart 1911. Zie ook alle tags voor Tennessee Williams op dit blog.

Uit: Something Cloudy, Something Clear

“KIP. [extending his hand through the window] Oh. Yes, we met last night. Do you have any drinking water in here?
AUGUST. A bottle of tepid soda.
KIP. Fine. Anything wet but not salty.
CLARE. [to Kip] I’m about to deliver a lecture to him on making concessions in art.
KIP. For or against?
CLARE. I think any kind of artist — a painter like Van Gogh, a dancer like Nijinsky –
AUGUST. Both of them went mad.
CLARE. But others didn’t, refused to make concessions to bad taste and yet managed survival without losing their minds. That’s purity. You’ve got to respect it or not.

 

 1571749-656fa6e3e0c42638f24488f311402e9d.jpg
Kayal Khanna als Kip in een uitvoering in het Theatre Rhinoceros, San Francisco, 2013

 

AUGUST. I do, I will. But it will be years before I’ve mastered the craft of my work. I’ll try to survive the time till then.
CLARE. You’re young and strong and healthy. I don’t know your talent, but if you do and it’s good — forget concessions.
AUGUST. You have a rather precocious — knowledge of such things.
CLARE. Had to have that, exigency of –
AUGUST. — Survival?
CLARE. Had to have that early.
AUGUST. Why so early?
CLARE. My family in Newport, Rhode Island, were shocked by my lack of the conventions they valued too much.
KIP. Wow! I’ll continue my exercises. [He returns to the platform. Over the following he begins a series of slow, lyrical warmup exercises which will blend gracefully, later, into the pavane]".

 

 1571749-e27725be180426fea72328849015c775.JPG
Tennessee Williams (26 maart 1911 – 25 februari 1983)
Portret door Juan Fernando Bastos, 2005

 

 

De Amerikaanse dichter Gregory Corso werd geboren in New York op 26 maart 1930. Zie ook alle tags voor Gregory Corso op dit blog.

 

The American Way

1
I am a great American
I am almost nationalistic about it!
I love America like a madness!
But I am afraid to return to America
I'm even afraid to go into the American Express—


2
They are frankensteining Christ in America
in their Sunday campaigns
They are putting the fear of Christ in America
under their tents in their Sunday campaigns
They are driving old ladies mad with Christ in America
They are televising the gift of healing and the fear of hell
in America under their tents in their Sunday
campaigns
They are leaving their tents and are bringing their Christ
to the stadiums of America in their Sunday
campaigns
They are asking for a full house an all get out
for their Christ in the stadiums of America
They are getting them in their Sunday and Saturday
campaigns
They are asking them to come forward and fall on their
knees
because they are all guilty and they are coming
forward
in guilt and are falling on their knees weeping their
guilt
begging to be saved O Lord O Lord in their Monday
Tuesday Wednesday Thursday Friday Saturday
and Sunday campaigns

 

 1571749-4ebe2157141d1e06ff0aa7aaa8eb40c4.jpg
Gregory Corso (26 maart 1930 – 17 januari 2001)
In 1961 in Tangier

 

 

De Zuid-Koreaanse dichter en schrijver Hwang Sun-won werd geboren op 26 maart 1915 in Taedong, Zuid-Pyongan, in het hedendaagse Noord-Korea. Zie ook alle tags voor Hwang Sun-won op dit blog.

Uit: A Shower (Vertaald door broeder Anthony van Taizé)

“The white pebble came flying over.
The boy found himself standing up.
Shaking her bobbed hair, she goes running off. She took the path between the reed beds. Then there was nothing but pale reed heads shining bright in the clear autumn sunlight.
The girl would soon reappear on the far side of the reeds. Then he began to think she was taking a long time. Still she did not appear. He stood on tiptoe. And he began to think she was taking an extremely long time.
Far away on the other side of the patch of reeds, a bunch of reeds was moving. The girl was hugging the reeds. Now she was walking slowly. The exceptionally bright sunshine shone on the girl’s reed-like hair. It was as if a reed, not the girl, was walking across the fields.
The boy remains standing there until that reed can no longer be seen. Suddenly he looked down at the pebble she had thrown at him. The moisture had dried. He picked it up and put it in his pocket.
Starting the next day, he came down to the stream a little later. There was no trace of her. A good thing, too.
It was strange, though. As the days without a sign of her went by, somewhere in the boy’s breast a feeling of loneliness was growing. He got into the habit of fingering the pebble in his pocket.
One day, the boy sat down in the middle of the stepping stones, just where the girl had sat playing with the water. He dipped his hand in the water. He wiped his face. He stared into the water. His darkly tanned face looked back at him. He hated it.
The boy grabbed at the face in the water with both hands. Several times he grabbed at it. Then he suddenly sprang up in surprise. Why, the girl is coming, walking in this direction!”

 

 1571749-6ed6fa8d704fe8573e6087708f964663.jpg
Hwang Sun-won (26 maart 1915-14 september 2000)

 

 

De Engels-Ierse schrijver en regisseur Martin McDonagh werd geborenop 26 maart 1970 in Camberwell, Londen. Zie ook alle tags voor Martin McDonagh op dit blog.

Uit: The Lieutenant of Inishmore

„Davey And I wasn’t hairing at all, I was going slow. And a black lump ahead in the road I saw, and what the devil’s that, I said to meself. . .
Donny After you’d rode over him, aye, and then probably reversed!
Davey Ahead in the road, I’m saying, and don’t be slinging reversed at me.
Donny I’ll be slinging what I like!
Davey And I was off me bike be that time anyway and just wheeling it along, and when I saw it was Wee Thomas didn’t I scoop him up and run him into you as quick as me legs could carry me?
Donny The first thing the books say is don’t be moving an accident victim till professional fecking help arrives, and a fool knows that!
Davey Well, I don’t be reading books on cats being knocked down, Donny!
Donny Well, maybe you should, now . . .
Davey Because there are no such books!
Donny . . . And maybe Thomas would still be with us then.
Davey A car it must have been clobbered him.
Donny No cars have been down that road all day, and when do cars ever come down that road? You’re the only bastard comes down that lonely road and why? Because you’re a cowshite eejit with nothing better to do than roar down roads on your mam’s bicycle for no reason other than to feel the wind in that girl’s mop o’ hair of yours!”

 1571749-c1af931bc4c181a7d8e63f50a76318f9.jpg
Martin McDonagh (Camberwell, 26 maart 1970)

 

 

De Amerikaanse dichter Robert Lee Frost werd geboren op 26 maart 1874 in San Francisco. Zie ook alle tags voor Robert Frost op dit blog.

 

Flower-Gathering

I left you in the morning,
And in the morning glow,
You walked a way beside me
To make me sad to go.

Do you know me in the gloaming,
Gaunt and dusty gray with roaming?
Are you dumb because you know me not,
Or dumb because you know?

All for me and not a question
For the faded flowers gay
That could take me from beside you
For the ages of a day?

They are yours, and be the measure
Of their worth for you to treasure,
The measure of the little while
That I've been long away.

 

 

Gathering Leaves

Spades take up leaves
No better than spoons,
And bags full of leaves
Are light as balloons.

I make a great noise
Of rustling all day
Like rabbit and deer
Running away.

But the mountains I raise
Elude my embrace,
Flowing over my arms
And into my face.

I may load and unload
Again and again
Till I fill the whole shed,
And what have I then?

Next to nothing for weight,
And since they grew duller
From contact with earth,
Next to nothing for color.

Next to nothing for use.
But a crop is a crop,
And who's to say where
The harvest shall stop?

 

 1571749-fb49adf4d98ada5d49fd3aa8b9bd3b0c.jpg
Robert Frost (26 maart 1874 – 29 januari 1963)
Standbeeld bij de Plymouth State University, New Hampshire

 

 

De Duitse schrijver Patrick Süskind werd geboren in Ambach op 26 maart 1949. Zie ook alle tags voor Patrick Süskind op dit blog.

Uit: Der Kontrabass

„Zwölf Kontrabässe, wenn die wollen – theoretisch jetzt –, die können Sie mit einem ganzen Orchester nicht in Schach halten. Schon rein physikalisch nicht. Da können die andern einpacken. Aber ohne uns geht erst recht nichts. Können Sie jeden fragen. Jeder Musiker wird Ihnen gern bestätigen, dass ein Orchester jederzeit auf den Dirigenten verzichten kann, aber nicht auf den Kontrabass. Jahrhundertelang sind Orchester ohne Dirigenten ausgekommen. Der Dirigent ist ja auch musikentwicklungsgeschichtlich eine Erfindung allerjüngsten Datums. Neunzehntes Jahrhundert
(...)


Nein, geboren wird man wirklich nicht zum Kontrabass. Der Weg dorthin führt über Umweg, Zufall und Enttäuschung. Ich darf sagen, dass bei uns im Staatsorchester von acht Kontrabassisten nicht einer ist, den das Leben nicht gebeutelt hätte und dem die Schläge, die es ihm ausgeteilt hat, nicht noch heute ins Gesicht geschrieben stünden. Ein typisches Kontrabassistenschicksal ist zum Beispiel meines: Dominanter Vater, Beamter, unmusisch; schwache Mutter, Flöte, musisch versponnen; ich als Kind liebe die Mutter abgöttisch; die Mutter liebt den Vater; der Vater liebt meine kleinere Schwester; mich liebte niemand – subjektiv jetzt. Aus Hass auf den Vater beschließe ich, nicht Beamter, sondern Künstler zu werden; aus Rache an der Mutter aber am größten, unhandlichsten, unsolistischsten Instrument.“

 

 1571749-a5ccaa4cf5928c7d73de4f19f7278271.jpg
Patrick Süskind (Ambach, 26 maart 1949)
Cover Hoorspel CD

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 26e maart ook mijn blog van 26 maart 2012 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:45 Reageer op dit bericht

Pol Hoste, Flannery O'Connor, Jaime Sabines, Peter Van Straaten, Toni Cade Bambara, Jacques Bens

De Vlaamse schrijver Pol Hoste werd geboren in Lokeren op 25 maart 1947. Zie ook alle tags voor Pol Hoste op dit blog.

 

Oranje

We gaan voorbij aan conjuncturen, genietend van
verfijnd textiel, lezen bedrukte stof uit verre
loonlanden en eten zandgebak. Soms komt een liedje
aangewaaid, een stem of pauk of gamelan. Dan verliezen
we de draad. De naald wijst naar het noorden.

 

Sepia

Een plantkundige snijdt een fluit van rozelaar,
meeldauw smaakt naar torren. Ter bestudering van de
biotoop tript in zijn spoor de cocaïnehoer. Zij spant
haar nylondraden. Mijn tongpunt glijdt langs feilloos
werk, het zuiverste gekoelde boren, een zilverpijn.
Ieder heeft zijn werktuigen.

 

 1571269-d5e6ee52216ac6b8d0b169712203e774.jpg
Pol Hoste (Lokeren, 25 maart 1947)

 

 

De Amerikaanse schrijfster Flannery O'Connor werd geboren op 25 maart 1925 inSavannah, Georgia. Zie ook  alle tags voor Flannery O'Connor op dit blog.

Uit: A Good Man Is Hard to Find and Other Stories

“The grandmother didn't want to go to Florida. She wanted to visit some of her connections in east Tennes- see and she was seizing at every chance to change Bailey's mind. Bailey was the son she lived with, her only boy. He was sitting on the edge of his chair at the table, bent over the orange sports section of the Journal. "Now look here, Bailey," she said, "see here, read this," and she stood with one hand on her thin hip and the other rattling the newspaper at his bald head. "Here this fellow that calls himself The Misfit is aloose from the Federal Pen and headed toward Florida and you read here what it says he did to these people. Just you read it. I wouldn't take my children in any direction with a criminal like that aloose in it. I couldn't answer to my conscience if I did."
Bailey didn't look up from his reading so she wheeled around then and faced the children's mother, a young woman in slacks, whose face was as broad and innocent as a cabbage and was tied around with a green head-kerchief that had two points on the top like rabbit's ears. She was sitting on the sofa, feeding the baby his apricots out of a jar. "The children have been to Florida before," the old lady said. "You all ought to take them somewhere else for a change so they would see different parts of the world and be broad. They never have been to east Tennessee."
The children's mother didn't seem to hear her but the eight-year-old boy, John Wesley, a stocky child with glasses, said, "If you don't want to go to Florida, why dontcha stay at home?" He and the little girl, June Star, were reading the funny papers on the floor.
"She wouldn't stay at home to be queen for a day," June Star said without raising her yellow head.
"Yes and what would you do if this fellow, The Misfit, caught you?" the grandmother asked.
"I'd smack his face," John Wesley said.”

 

 1571269-7252f0ae56f7a7879447e4a511c32919.jpg
Flannery O'Connor (25 maart 1925 – 3 augustus 1964)

 

 

De Mexicaanse dichter en schrijver Jaime Sabines Gutiérrez werd geboren op 25 maart 1926 in Tuxtla Gutiérrez, Chiapas. Zie ook alle tags voor Jaime Sabines op dit blog.;

MY HEART EMBARKS from my body to your body
on its last voyage.
Offspring of light,
ageless waters that in you, woman astray, are born.
Come to my thirst. Now.
After everything. Before.
Come to my thirst long savoured
in mouths, scarce well-springs.
I love that rapt harp that lulls wild children
in your womb.
I love that taut moisture that arouses you,
that watery moisture that burns you.
Woman, gentle muscle.
The skin of a kiss between your breasts’
darkened surf
roams in my mouth
and measures blood.
You, too. And it isn’t too late.
We can still die in each other’s arms:
this no-man’s land is yours and mine.
Woman, hatred’s tenderness, ancient mother,
poison, flame, absence, bitter,
bitter sea, I want to enter,
penetrate, cross you.
Each cell is female, open country,
parted waters—a thing that opens.
I was born to enter you.
I’m the arrow lodged in the loin of a dying gazelle.
I’m poised to know you,
grain of anguish in a bird’s heart.
I’ll be upon you, and every woman
everywhere will have a man on top of her.

 

Vertaald door Colin Carberry

 

 1571269-fcd4c9931c673bc9dd9b475b4fc0c764.jpg
Jaime Sabines (25 maart 1926 – 19 maart 1999)
Cover

 

 

De Nederlandse cartoonist en striptekenaar Peter van Straaten werd geboren in Arnhem op 25 maart 1935. Zie ook alle tags voor Peter van Straaten op dit blog.

 

 1571269-6c89537eca465bc82b6c2f73dae3effd.jpg
“Ben jij een kúnstenaar?! Maar dat is tegenwoordig toch verboden?”

 

 

 1571269-df934c521f6c901757de43ec9677281a.jpg
Peter Van Straaten (Arnhem, 25 maart 1935)

 

 

De Amerikaanse schrijfster en sociale activiste Toni Cade Bambara werd als Miltona Mirkin Cade geboren op 25 maart 1939 in New York. Zie ook alle tags voor Toni Cade Bambara op dit blog.

Uit:The Lesson

"This is the place, " Miss Moore say, presenting it to us in the voice she uses at the museum. "Let's look in the windows before we go in."
"Can we steal?" Sugar asks very serious like she's getting the ground rules squared away before she plays. "I beg your pardon," say Miss Moore, and we fall out. So she leads us around the windows of the toy store and me and Sugar screamin, "This is mine, that's mine, I gotta have that, that was made for me, I was born for that," till Big Butt drowns us out.
"Hey, I'm goin to buy that there."
"That there? You don't even know what it is, stupid."
"I do so," he say punchin on Rosie Giraffe. "It's a microscope."
"Whatcha gonna do with a microscope, fool?"
"Look at things."
"Like what, Ronald?" ask Miss Moore. And Big Butt ain't got the first notion. So here go Miss Moore gabbing about the thousands of bacteria in a drop of water and the somethinorother in a speck of blood and the million and one living things in the air around us is invisible to the naked eye. And what she say that for? Junebug go to town on that "naked" and we rolling. Then Miss Moore ask what it cost. So we all jam into the window smudgin it up and the price tag say $300. So then she ask how long'd take for Big Butt and Junebug to save up their allowances. "Too long," I say. "Yeh," adds Sugar, "outgrown it by that time." And Miss Moore say no, you never outgrow learning instruments. "Why, even medical students and interns and," blah, blah, blah. And we ready to choke Big Butt for bringing it up in the first damn place.”

 

 1571269-9dd8f3d3aa9d46b9c698be5a98a575de.jpg
Toni Cade Bambara (25 maart 1939 – 9 december 1995)



 

De Franse dichter en schrijver Jacques Bens werd geboren op 25 maart 1931 in Cadolive (Bouches-du-Rhône). Zie ook alle tags voor Jacques Bens op dit blog.

 

 

The Presbytery Has Lost None Of Its Charm …

The presbytery has lost none of its charm
Nor how a garden’s radiance can disarm,
Restoring hand to dog, and bridle to stallion:
But this explanation fails this mystery.
A plague on insight that cracks your talons,
The analysis that dispels your sense of alarm,
Wearing a preposterous cop’s cap for a perm,
Pointing out here the just and there the felon.
No explanation can redeem a mystery
I prefer the faded charms of the presbytery
And the sham radiance of a famous garden;
I prefer (it’s in my nature) the shuddery
Of fear obliterated by this tiny thief’s particularity
to blatancy and fame, like some lamp of Aladdin.

 

Vertaald door Laurence Petit en Ravi Shankar

 

 

 1571269-e24f3bcc919a8546dbad5fa84b83aedb.jpg
Jacques Bens (25 maart 1931 – 26 juli 2001)
Cadolive

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 25e maart ook mijn blog van 25 maart 2012 deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 18:33 Reageer op dit bericht

Am Feste Mariä Verkündigung (Annette von Droste-Hülshoff)

 

Bij Maria Boodschap

 

 1571266-54a7cd88058b304c1c128c2bed9644c9.jpg
De boodschap aan Maria door Adriaen van de Velde, 1667

 

 

Am Feste Mariä Verkündigung

Ja, seine Macht hat keine Grenzen,
Bei Gott unmöglich ist kein Ding!
Das soll mir wie mein Nordlicht glänzen,
Da meine Sonne unterging.
Und wie auf blauen Eisesküsten
Steh' ich zu starrer Winterzeit:
Wie soll ich noch das Leben fristen!
Ach, keine Flamme weit und breit!
Und sieh, er winkt' dem milden Lenzen,
Daß er die tote Erd' umfing?
Ja, seine Macht ist ohne Grenzen,
Bei Gott unmöglich ist kein Ding!

O sehet, wie von warmen Zähren
Der Erde hartes Herz zerquillt,
Wie sie, die Blumen sein zu nähren,
Mit Tau die grauen Wimpern füllt!
Auch in die längst erstorbnen Äste
Gießt sich ein Leben wunderbar,
Und alle harren seiner Gäste,
Der Blätter lebensfroher Schar.
Was soll ich denn der Hoffnung wehren,
Daß meiner Zähren Flehn gestillt,
Da ja sogar von warmen Zähren
Der Erde hartes Herz zerquillt?

Kannst du die Millionen Blätter
Aus diesen todten Ästen ziehn
Und aus dem ausgebrannten Wetter
Der Lavafelsen frisches Grün:
Was soll mein Herz zu hart dir scheinen,
Wo doch der gute Wille brennt,
Das sich dir glühend möchte einen,
Wenn es sich starrend von dir trennt?
Und soll nicht, mein allmächt'ger Retter,
Auch mir ein farblos Kraut entblühn,
Da du die Millionen Blätter
Kannst aus den toten Ästen ziehn!

O, möchte nur die Demut keimen!
Vertrocknet ist die Herrlichkeit.
Wohl durft' ich sonst mir Andres träumen;
Doch wie ein Blitz ist jene Zeit.
Zwar kann ich mich in Reue sehnen,
ich kann verwerfen meine Tat,
Doch nicht erfrischen meine Tränen,
Sie fallen sengend auf die Saat;
Und Frost und Hitze muß sich reimen,
Daß keine Blume mir gedeiht.
O, möchte nur die Demut keimen!
Vertrocknet ist die Herrlichkeit.

So ist doch von den Blumen allen
Marienblümlein milder Art;
Die Blätter erst, die Flocken fallen,
Doch freudig blüht es fort und zart.
Wenn sich des Winters Stürme brechen,
Gleich blickt es freundlich durch den Schnee,
Und naht der Lenz in Regenbächen,
Da steht es in dem kalten See.
O könnt' ich gläubig niederfallen,
Bis mir das Blümlein offenbart!
Es ist ja von den Blumen allen
Marienblümlein milder Art.

Doch wie das Volk einst vor den Schranken
Um Horebs gottgeweihte Höhn,
So fliehen bebend die Gedanken,
Da sie dies reine Bild erspähn.
Was seh' ich nur die Feuersäule,
Und nicht die Gnade Gottes drin,
Daß unermeßlich scheint die Steile
Und wie ein Abgrund, wo ich bin?
O Jesus, laß aus diesem Schwanken
Nur nicht das goldne Kalb entstehn,
Wie jenem Volke vor den Schranken
Um Horebs gottgeweihte Höhn!

Und kann ich denn kein Leben bluten,
So blut' ich Funken wie ein Stein!
Ich weiß es, wo sie stille ruhten,
Ich scheuchte sie in Schlummer ein,
Da ich gesucht, was Leben kündet.
Doch hast du, Herr, mich ausersehn,
Daß ich soll starr, doch festgegründet
Wie deine Felsenmauern stehn:
So brenne mich in Tatengluten
Wie den Asbest des Felsen rein!
Und kann ich dann kein Leben bluten,
So blut' ich Funken wie ein Stein.

 

 

 1571266-c6f809abba70bf32e156c5f8f5417fd5.jpg
Annette von Droste-Hülshoff (10 januari 1797 – 24 mei 1848)
Haus Rüschhaus, waar Annette vanaf 1826 woonde, voorjaar

Geschreven door Romenu om 18:01 Reageer op dit bericht

Menno Van der Beek

De Nederlandse dichter en vertaler Menno Van der Beek werd geboren op 25 maart 1967 in Rotterdam. Van der Beek werd opgeleid tot organisch chemicus. Hij is werkzaam als computerprogrammeur. Vanaf 2002 is hij medewerker aan een langlopend her-vertaalproject van alle Hebreeuwse psalmen. Van der Beek is sinds 2004 poëzieredacteur van het literaire tijdschrift Liter. Hij was medewerker aan o.a. Woordwerk, Zulma, Meander en Rottend Staal. In 1999 debuteerde hij met de bundel “Vergezocht”, in 2002 gevolgd door “Waterdicht”. Zijn meest recente dichtbundels zijn “Kaddisj”,uit 2006 en “Een Ziektegeschiedenis”,uit 2010.

 

Vergezocht

Er was een huis waar weinig kon gebeuren,
omdat aan bijna alles was gedacht
en iedereen een plaats had. Elke nacht
vergrendelden we ritueel de deuren.

Er kwamen brieven die ik moest verscheuren
want niemand had van buiten iets verwacht.
Wat nodig was werd achter langs gebracht,
er waren geen contacten met de buren.

Exact het midden was de boekenkast:
verzameling betrouwbare verhalen.
Herhaaldelijk vertelden we elkaar

de waarheid en daar hielden we aan vast:
wie niet vertrekt zal zeker niet verdwalen.
Ik ben op weg terug. Ik zie je daar.

 

 

SEÑOR 
 
De oren van de paus zijn een herinnering
aan hoe de oren van mijn vader waren
vlak voor het eind. Hier geeft hij, op een foto

Bob Dylan een hand. Bedankt hem voor het zingen
van zijn gelovig repertoire, en Dylan knikt;
ik wist het niet, maar blijkbaar kenden zij elkaar.

En tussen hen is geen verschil van mening
of liefdeloosheid. Men kan veilig alles kwijt.

Wat zijn uw oren groot, heilige vader,
fluistert de kleine man met de gitaar,

jaren van kraakbeen groeien aan uw hoofd:
u moet niet alles wat u hoort geloven.

 

 

 1712135-238effe3e8e317d3c2bc1b187c8c7187.jpg
Menno Van der Beek (Rotterdam, 25 maart 1967)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Martin Walser, Peter Bichsel, Dario Fo, Lawrence Ferlinghetti, Jacob van Lennep, Jeroen Mettes, Harry Prenen, Willem van Iependaal

De Duitse schrijver Martin Walser werd op 24 maart 1927 geboren in Wasserburg aan de Bodensee. Zie ook alle tags voor Martin Walser op dit blog.

Uit: Ein fliehendes Pferd

„Er verspürte eine Art hoffnungslosen Hungers nach diesen hell- und leichtbekleideten Braungebrannten. Die sahen hier schöner aus als daheim in Stuttgart. Von sich selbst hatte er dieses Gefühl nicht. Er kam sich in hellen Hosen komisch vor. Wenn er keine Jacke anhatte, sah man von ihm wahrscheinlich nichts als seinen Bauch. Nach acht Tagen würde ihm das egal sein. Am dritten Tag noch nicht. So wenig wie die gräßlich gerötete Haut. Nach acht Tagen würden Sabine und er auch braun sein. Bei Sabine hatte die Sonne bis jetzt noch nichts bewirkt als eine Aufdünsung jedes Fältchens, jeder nicht ganz makellosen Hautstelle. Sabine sah grotesk aus. Besonders jetzt, wenn sie voller Vergnügen auf die Promenierenden blickte. Er legte eine Hand auf ihren Unterarm. Warum mußten sie überhaupt dieses hin- und herdrängende Dickicht aus Armen und Beinen und Brüsten anschauen? In der Ferienwohnung wäre es auch nicht mehr so heiß wie auf dieser steinigen, baumlosen Promenade. Und jede zweite Erscheinung hier führte ein Ausmaß an Abenteuer an einem vorbei, daß das Zuschauen zu einem rasch anwachsenden Unglück wurde. Alle, die hier vorbeiströmten, waren jünger. Schön wäre es jetzt hinter den geraden Gittern der Ferienwohnung. Drei Tage waren sie hier, und drei Abende hatte er Sabine in die Stadt folgen müssen. Jedesmal auf diese Promenade. Leute beobachten fand sie interessant. War es auch. Aber nicht auszuhalten. Er hatte sich vorgenommen, Kierkegaards Tagebücher zu lesen. Er hatte alle fünf Bände dabei. Wehe dir, Sabine, wenn er nur vier Bände schafft. Er wußte überhaupt nicht, was Kierkegaard in seinen Tagebüchern notiert hatte. Unvorstellbar, daß Kierkegaard etwas Privates notiert haben konnte. Er sehnte sich danach, Kierkegaard näherzukommen. Vielleicht sehnte er sich nur, um enttäuscht werden zu können. Er stellte sich diese tägliche, stundenlange Enttäuschung beim Lesen der Tagebücher Kierkegaards als etwas Genießbares vor. Wie Regenwetter im Urlaub. Wenn diese Tagebücher keine Nähe gestatteten, wie er fürchtete (und noch mehr hoffte), würde seine Sehnsucht, diesem Menschen näherzukommen, noch größer werden. Ein Tagebuch ohne alles Private, etwas Anziehenderes konnte es nicht geben. Er mußte Sabine sagen, daß er ab morgen die Abende nur noch in der Ferienwohnung verbringen werde. Er hätte zittern können vor Empörung! Er hier auf dem zu kleinen Stuhl, Leute anstierend, während er in der Ferienwohnung ...“

 

 1570684-63a9fd65642468cbfb0ecf497e82fa54.jpg
 Martin Walser (Wasserburg, 24 maart 1927)

 

 

De Zwitserse schrijver Peter Bichsel werd geboren op 24 maart 1935 in Luzern. Zie ook alle tags voor Peter Bichsel op dit blog.

Uit:Ein Tisch ist ein Tisch

„Ich will von einem alten Mann erzählen, von einem Mann, der kein Wort mehr sagt, ein müdes Gesicht hat, zu müd zum Lächeln und zu müd, um böse zu sein. Er wohnt in einer kleinen Stadt, am Ende der Straße oder nahe der Kreuzung. Es lohnt sich fast nicht, ihn zu beschreiben, kaum etwas unterscheidet ihn von andern. Er trägt einen grauen Hut, graue Hosen, einen grauen Rock und im Winter den langen grauen Mantel, und er hat einen dünnen Hals, dessen Haut trocken und runzelig ist, die weißen Hemdkragen sind ihm viel zu weit.
Im obersten Stock des Hauses hat er sein Zimmer, vielleicht war er verheiratet und hatte Kinder, vielleicht wohnte er früher in einer andern Stadt. Bestimmt war er einmal ein Kind, aber das war zu einer Zeit, wo die Kinder wie Erwachsene angezogen waren. Man sieht sie so im Fotoalbum der Großmutter. In seinem Zimmer sind zwei Stühle, ein Tisch, ein Teppich, ein Bett und ein Schrank. Auf einem kleinen Tisch steht ein Wecker, daneben liegen alte Zeitungen und das Fotoalbum, an der Wand hängen ein Spiegel und ein Bild.
Der alte Mann machte morgens einen Spaziergang und nachmittags einen Spaziergang, sprach ein paar Worte mit seinem Nachbarn, und abends saß er an seinem Tisch.
Das änderte sich nie, auch sonntags war das so. Und wenn der Mann am Tisch saß, hörte er den Wecker ticken, immer den Wecker ticken.
Dann gab es einmal einen besonderen Tag, einen Tag mit Sonne, nicht zu heiß, nicht zu kalt, mit Vogelgezwitscher, mit freundlichen Leuten, mit Kindern, die spielten — und das Besondere war, daß das alles dem Mann plötzlich gefiel.“

 

 1570684-35fa913c2f36c7a380bd77931e8697ec.jpg
Peter Bichsel (Luzern, 24 maart 1935)

 

 

De Italiaanse regisseur, acteur en toneelschrijver Dario Fo werd geboren in Leggiuno-Sangiamo op 24 maart 1926. Zie ook alle tags voor Dario Fo op dit blog.

Uit: Mistero Buffo (Mary at the Cross, vertaald door Ed Emery)

“WOMAN: See – his mother's coming – the blessed Mary. Run and stop her. Don't let her see him hung up and crucified like a skinned goat, running with blood like a flowing fountain, like a mountain of melted snow in spring, because of the great nails that they've driven into the flesh of his hands and feet, driven right through the bone.
CHORUS: Don't let her see him! But she will not stop. She runs along the path in despair, and the four of us cannot hold her.
MAN: If four of you cannot hold her, try five, or six... She must not see this sonof hers, his body all twisted like the root of an olive tree eaten by ants.
OTHER WOMAN: Hide the Son of God, cover his face, so that his mother doesn't see who he is... We shall tell er that the man on the cross is someone else, a stranger... That it is not her son...
WOMAN: I think that even if we covered the Son of God all over ith a white sheet, his mother would still recognise him... It would need only a finger sticking out, or a lock of his hair, because all that was made by her, by his mother.
MAN: She'scoming... The blessed Mary has come... It would be more merciful by far to kill her with a knife, rather than let her see her son! Give me a stone. I shall stun her with a blow, so that she falls down and does not see...
OTHER MAN: Be quiet. Move aside... Oh, poor woman, you whom they call blessed... And how can she be blessed with this decoration of four nails that they have hammered and driven into that bleeding flesh, something you would not even do to a poisonous lizard or a bat?
WOMAN: Be quiet! Hold your breath, for now you will hear this woman scream and scream, as if grief had torn her in two, poor wretch; a pain like seven stab wounds, enough to burst her heart asunder.
MAN: Stay there. Don't say a word.. At least let her weep a bit. Let her scream! Let her give vent to the pain that is choking her!”

 

 1570684-ee63f3c5840d2862bff380fc2ee8b3bc.jpg
Dario Fo (Leggiuno-Sangiamo, 24 maart 1926)
Scene uit een uitvoering van “Mistero Buffo” in Moncton, Canada, 2013 

 

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Lawrence Ferlinghetti werd geboren op 24 maart 1919 in Yonkers, New York. Zie ook alle tags voor Lawrence Ferlinghetti op dit blog.

 

Don't let that horse

Don't let that horse
eat that violin

cried Chagall's mother

But he
kept right on
painting

And became famous

And kept on painting
The Horse With Violin In Mouth

And when he finally finished it
he jumped up upon the horse
and rode away
waving the violin

And then with a low bow gave it
to the first naked nude he ran across

And there were no strings
attached

 

 

 1570684-32a0b85f04bb95f09767ccbc2990cc7f.jpg
Lawrence Ferlinghetti (Yonkers, 24 maart 1919)

 

 

De Nederlandse schrijver Jacob van Lennep werd geboren te Amsterdam op 24 maart 1802. Zie ook alle tags voor Jacob van Lennep op dit blog.

Uit: Dagboek van mijne reis (1823)

“Zelf bewonderden wij den goeden smaak der huizen van de HH DITMARSCH en BAKKER, vooral wat de voorgevels betreft. Bij den eersten zagen wij de gang bedekt: I° met een' keurlijken ganglooper'; 2° met een linnen dekkleed; 3° met eene fraaie vloermat; 4° met eene fijl*; 5° met een lap om de voeten te veegen. De laatste heer heeft een prachtigen koepel aan het bekoorlijk meertje dat het dorp bespoelt, welke koepel hem een ton gouds kost. In de nette kerk zagen wij het heerlijk gedenkteeken aan de nagedachtenis van TRIJNTJE ... vrouw van gemelden Heer DITMARSCH. – Langs de straten van Broek mag men 's avonds geene pijp en overdag niet dan met een dopje rooken; ook moet men van 't paard stappen en het aan de toom leiden. –
Te ½ 12 ure waren wij weder in Monnikendam: een kommies aan de poort leidde ons zonder fooi uit louter welwillendheid naar den haven, en verhaalde ons veel van de tevredenheid der ingezetenen onder den burgemeester ARBMAN, van deszelfs voorspoedige lijnbaan, van de weelde der boeren enz. Aan de haven namen wij een jachtjen voor f 4 nadat men ons f 8 gevraagd had, en zeilden met heerlijk weder naar het eiland Marken; een moeras met verscheidene buurtjens en een voornamer dorp. De schippers, door de inwooners naar ons ondervraagd, antwoordden dat ik de koning was, waarop zich mannen en vrouwen om ons heen drongen, vrij bijzonder op hun wijs gekleed: doch alle gezonde, sterke, welgevormde lieden.”

 

 1570684-98545cbf53a8165410e25ff818258efa.jpg
Jacob van Lennep (24 maart 1802 – 25 augustus 1868)
Monnickendam, haven

 

 

De Nederlandse dichter, essayist en blogger Jeroen Mettes werd geboren in Valkenswaard op 24 maart 1978. Zie ook alle tags voor Jeroen Mettes op dit blog.

Uit: N30

1999 

Een dag is ook een ruimte.

En een andere man, die zich had vastgeketend, zijn de ribben ingeslagen, en een motor is over iemands benen gereden.
Piekeraars kosten de Nederlandse gezondheidszorg per jaar ±145 miljoen gulden.

Een spinnenweb trilt als ik erlangs loop.
Randstad renoveert.

Ze slaat met haar tas tegen zijn kont: ‘Opschieten!’
OPINIE IS WARE VRIENDSCHAP.

Je huid.
Het drukt niets uit.

‘Maar het gebruik van het zwaard, dat heb ik wel geleerd, en meer is voor het moment niet nodig.’
Probeer zo’n man maar eens te verhoren.

Gullit in Sierra Leone.
Overal liggen roerloos de codes.

 

 1570684-edbb6b526156f259306776ea3174f85a.jpg
Jeroen Mettes (24 maart 1978 - 21 september 2006)
Cover

 

 

De Nederlandse (gelegenheids)dichter, historicus, geschiedenisleraar, illustrator en journalist Harry Prenen werd geboren in Schoten op 24 maart 1915. Zie ook alle tags voor Harry Prenen op dit blog.

Uit: Het een en ander over Godfried Bomans

“Ook dat schijnt bij de exclusieven een ontzettend bezwaar te zijn, een encanaillering van heb ik jou daar. Ik kan het als ge wilt nog erger maken: hij heeft zelfs in ‘Asta’ geschreven, een treinlectuur-magazine met Amerikaanse moppen, breipatronen en plaatjes van schalkse juffrouwen. Inmiddels bewaar ik dat nummer nog steeds, niet om die breipatronen (en maar halvelings om die hupse dames), maar alleen in zijn verhaal ‘Is de vrouw nieuwsgierig?‘ Een prachtstuk.
Eerlijk gezegd, wat doet het er eigenlijk toe waar iemand in schrijft? (..) Is het dan beslist noodzakelijk dat alles wat waarde heeft door Stols in de Lutetia-letter gepresenteerd moet worden op extra gesteven keizerlijk Chinees papier, in een genummerde oplage van 300 exemplaren waarvan de eerste veertig door de auteur gesigneerd? Dit zijn de genoegens der bibliophielen, waarmede men echter als zodanig aan de inhoud van het geschrift geen vrijbrief verleent. Want even goed als het mogelijk is dat een nul met statie in een patriciërshuis woont, even goed is het denkbaar dat men een prul in een luxe-uitgave ter markt brengt. En dit is niet alleen denkbaar, dit is ook meermalen gebeurd.”

 

 1570684-3603180b41e7e57ba6c720f542b90731.jpg
Harry Prenen (24 maart 1915 - 20 oktober 1992)
Hier met Godfried Bomans, links

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Willem van Iependaal werd geboren in Rotterdam op 24 maart 1891. Zie ook alle tags voor Willem van Iependaal op dit blog.

 

Reims 1917

Wat hangt gij, Drager Aller Schuld,
Verstard, versteend in uw geduld,
Gekruist, doorschoten!
De heiden joeg met pin en speer
Naar uw mismaking niet zoo zeer,
Als uw zeloten.

Wat smart gij in de puinen, Heer,
Van uw geschonden kerk en leer:
"Koning der Joden!"
De heidensche verdorvenheid
Heeft slechts den edik u bereid
En aangeboden.

Begast, geblakerd en verteerd,
Gehoond, verpuind, gebombardeerd
In uwe woning...
De heiden dreef een milder spot
Met den Verlosser, Zoon van God,
En Opperkoning.

 

 1570684-faecadeec35e42839185771887538b6a.jpg
Willem van Iependaal (24 maart 1891 - 23 oktober 1970)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 24e maart ook mijn blog van 24 maart 2013 deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:43 Reageer op dit bericht

Cri Stellweg, Gary Whitehead, Yōko Tawada, Mitch Cullin, Steven Saylor, Nils-Aslak Valkeapää

De Nederlandse schrijfster en columniste Margaretha Hendrika (Cri) Stellweg (alias Saartje Burgerhart) werd geboren in Nijmegen op 23 maart 1922. Zie ook mijn blog van 27 november 2006.

Uit: Iedereen is tegenwoordig jonger dan ik

“Ziek zijn betekent afhankelijk worden. Degenen van wie je afhankelijk wordt, krijg en ongewild inzage in de geheel eigen wijze van jouw oud-zijn. Om me in mijn ziekte bij te staan moeten ze, om eens wat te noemen, mijn kasten in. Ze willen een toastje voor me maken. Ik moet toch wat eten! Een toastje en waar is dus de broodtrommel? Ách gos, da’s toch meer een koektrommeltje. ‘Mijn broodtrommel, die door de fabrikant inderdaad bedoeld was als koektrommel, wekt deernis op. Een ziek oud mens met een koektrommeltje als broodtrommel. En een broodrooster. Heb ik een brood rooster? ‘Heerejee, wat een raar ding. Zeg, die stamt zeker nog van voor we onze wereldoorlogen gingen nummeren?’... ... Waarom heb ik niet allang een andere gekocht, een moderne? Zuinigheid zeker weer? Ja, waarom niet? Hij is nog uit mijn ouderlijk huis. Geduldig zit mijn bejaarde vader in zijn driehoekig stoeltje aan de keukentafel bij de broodrooster te wachten op het warme knapperige sneetje brood. Het broodrooster trekt een lijn van zijn oud zijn naar het mijne. De verzorgers nemen kennis van eigenaardigheden waarnaar anders geen haan zou kraaien. Er moet schoon ondergoed komen. ’Waar vind ik dat?” Maar in de kast liggen twee stapeltjes. De kleinste wordt gevormd door enkele ouderwetse broek en van ferm degelijk textiel. De belendende stapel bestaat uit bijdetijdse slips, slips om in te slippen, geen broeken die je aantrekt. In de slips mag je gezien worden als iemand plotseling de wc-deur opentrekt, als de verkoopster je vergezelt in het pashok.... De broeken hebben meerwaarde. Ik wilde ze nog wat bij me houden, zo dichtbij en intiem als gedurende de nacht in bed. Ze zijn me door een boedelruiming toegevallen en spreken me van de levende gestalte wier dood ik nog betreur. Geen mens heeft daarmee te maken.
Maar hoor wat ze roepen. ‘Wat voor broek, zo’n voet balbroek toch niet?!’ Zo ga je je schamen voor bezittingen die je anders doen glimlachen....”

 

 1570113-5b5e97c1e3f8bd8d72ee12867a71215a.jpg
Cri Stellweg (23 maart 1922 - 26 november 2006)
Cover 

 

 

De Amerikaanse dichter Gary Joseph Whitehead werd geboren op 23 maart 1965 in Pawtucket, Rhode Island. Zie alle tags voor Gary Whitehead op dit blog.

 

The Garden

In the garden of the mind the best thought
will never bloom as beautifully as this
lily, lemon-yellow and freckled red,

four tongues lolling out of a single mouth
and speaking the dead language of silence.
We each take a different path: you into

the fountainous splash of asparagus;
me toward the cosmos bouncing like paper
stars in the breeze. Marriages are like this:

raveled by proximities, recited
in the vernacular of habit schooled
with the patience of bees. We hum our way

through the years, recollecting sometimes
the days when our hands and mouths, grafted
for the first time to another's, flowered

what we thought must be a whole new species.
Rooted in the tilled beds of youth, exotic,
those revelations sprang in us full-bloom.

Then, with practice, we came to realize
that planting the garden was just practice,
that our tongues and fingers, grown familiar

in the light of this world, were made to tend.
And that if desire for the original,
the virginal, slithers sometimes beneath

the leaf, it is cold-blooded, warms itself
in the promise of what's still possible,
then leaves. We meet at the end of rows—

me back from the cosmic, you from what feeds—
and find with chamberless ease the rhythm
of wingbeats between the ribs of our hands.

 

 1570113-2aa3c972caef28da53953975a24ecdc2.jpg
Gary Whitehead (Pawtucket, 23 maart 1965)

 

 

De Japanse schrijfster Yōko Tawada werd geboren op 23 maart 1960 in Tokyo. Zie alle tags voor Yōko Tawada op dit blog.

 

The Flight Of The Moon

I was singing on the toilet
when the moon
came rolling in

bare naked
on a bicycle
racing through a forest of metaphor
the moon came to meet me.

Along the road outside
a beautiful woman walks by, brushing her teeth.
On a park bench
a man in a maternity dress is drinking apple juice.
At the end of the century health is always in full phase.

A hole in the sky drops open.
Distress like the moon, a gloom like the moon are gone
and the likes
fly brightly round and round that hole.

The deep folds of the abyss smooth.
Across the now-blank suffering face
poets start to skate.

The moon... mine... another.

 

Vertaald door Bruno Navasky

 

 

 1570113-d360d08b3ae027d0f5f58ca7de96e85d.jpg
Yōko Tawada (Tokyo, 23 maart 1960)

 

 

De Amerikaanse schrijver Mitch Cullin werd geboren op 23 maart 1968 in Santa Fe, New Mexico. Zie alle tags voor Mitch Cullin op dit blog.

Uit:Whompyjawed

“I know some things. A guy can't grow up in Claude without not knowing something about the place. But what I understand best about my town is how it shuts down on game night, how dusk settles over the deserted Main Street with only the blinking of a single yellow light that sort of marks the center of Claude. And with the wind blowing dust and bits of trash along the sidewalks and gutters downtown, not a soul in sight, someone driving through on the interstate could just think a bunch of folks got tired of where they was at and decided to leave for good. Even the domino parlor gets dark and spooky and a fellow would have to strain to see all the posters and signs taped on the plate-glass window. Go by the Dairy Mart on the outskirts, all lit by fluorescent light inside showing it's open for business, but there ain't nobody eating and the parking lot is empty. That's game night. Don't want to see the game? Might as well drive to the stockyard to watch the cattle at the troughs. Might as well walk along the railroad tracks leading from town. Might as well try to learn Hindi from the new owners of the old Trail End Motel.
Not too long ago, when I was still a little kid, I used to climb the water tower on some game nights. I'd sit there with my legs sort of hanging into space, those peeling painted words over my head -- Claude, Home of the Fighting Tigers -- and I'd take in the WPA football field and park from where I was at. Way the hell up there, sometimes the wind was so dry and strong it'd get me tired, but I could see the bleachers on both sides of the field, the big lights glowing down on the grass. The cheering from below would come to me there. Sometimes I cheered too, even though I didn't know who was winning. But I could see the game. And on those Friday nights I knew everybody was there, all the old- timers and cowboys and housewives and kids and people I went to school with, all packed in and around the field, and me, no more than ten or eleven, so far above them that if I had drooled over the edge my spit would've disappeared before ever coming close to the ground.”

 

 1570113-531183d421886ca31b570d6e25e8b5a5.jpg
Mitch Cullin (Santa Fe, 23 maart 1968)

 

 

De Amerikaanse schrijver Steven Saylor werd geboren op 23 maart 1956 in Port Lavaca Texas. Zie alle tags voor Steven Saylor op dit blog..

Uit: Raiders of the Nile

“Like any young Roman who found himself living in the most exciting city on earth—Alexandria, capital of Egypt—I had a long list of things I wanted to do, but taking part in a raid to steal the golden sarcophagus of Alexander the Great had never been among them.
And yet, there I found myself, on a morning in the month we Romans call Maius, doing just that.
The tomb of the city’s founder is located in a massive, ornate building in the heart of the city. A towering frieze along one side depicts the exploits of the world conqueror. The moment of inspiration that gave birth to the city itself, some 240 years ago, is vividly depicted on the frieze: Alexander stands atop a sand dune, staring at the shore and the sea beyond while his architects, surveyors, and engineers gaze up at him in wonder, clutching their various instruments.
So realistically sculpted and painted was this massive frieze that I almost expected the giant image of the conqueror to suddenly turn his head and peer down at us as we scurried below him, heading toward the building’s entrance. I would not have been surprised to see him raise an eyebrow and inquire in a booming, godlike voice, “Where in Hades do you fellows think you’re going? Why are some of you brandishing swords? And what is that the rest of you carry—a battering ram?”
But Alexander remained immobile and mute as my companions and I rushed past him and surged into the colonnaded entranceway.»

 

 1570113-b7b6d39560247c28b2416df87b5c4553.jpg
Steven Saylor (Port Lavaca, 23 maart 1956)
Hier met de Portugese schrijver Fernando Miguel Santos (links)

 

 

De Samische dichter, schilder, musicus en fotograaf Nils-Aslak Valkeapää werd geboren op 23 maart 1943 in Palonjoensuu nabij Enontekiö. Zie alle tags voor Nils-Aslak Valkeapää op dit blog.

 

My home is in my heart (Fragment)

My home is in my heart
it migrates with me
The yoik is alive in my home
the happiness of children sounds there
herd-bells ring
dogs bark
the lasso hums
In my home
the fluttering edges of gáktis
the leggings of the Sámi girls
warm smiles

My home is in my heart
it migrates with me

You know it brother
you understand sister
but what do I say to strangers
who spread out everywhere
how shall I answer their questions
that come from a different world

How can I explain
that I cannot live in just one place
and still live
when I live
among all these tundras
You are standing in my bed
my privy is behind the bushes
the sun is my lamp
the lake my wash bow

How can I explain
that it moves with me
How can I explain
that others live there too
my brothers and sisters

What shall I say brother
what shall I say sister

 

 1570113-8d285a7fb93a9c288ec2911f1fd57fb2.jpg
Nils-Aslak Valkeapää (23 maart 1943 – 26 november 2001)



Zie voor nog meer schrijvers van de 23e maart ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 18:16 Reageer op dit bericht

Madison Cawein, Federica de Cesco, Roger Martin du Gard, Hamvas Béla, Daniel Biga, Ceija Stojka

De Amerikaanse dichter Madison Julius Cawein werd geboren in Louisville, Kentucky, op 23 maart 1865. Zie ook alle tags voor Madison Cawein op dit blog.

 

A Midsummer Day

The locust gyres; the heat intensifies'
The rain-crow croaks from hot-leafed tree to tree:
The butterfly, a flame-fleck, aimlessly
Droops down the air and knows not where it flies.
Beside the stream, whose bed in places
The small green heron flaps; the minnows flee:
And mid the blackberry-lilies, wasp and bee
Drowse where the cattle pant with half-closed eyes.
The Summer Day, like some tired labourer,
Lays down her burden here and sinks to rest,
The tan of toil upon her face and hands:
She dreams, and lo, the heavens over her
Unfold her dream: Along the boundless West
Rolls gold the harvest of the sunset's lands.

 

 

A Wet Day

Dark, drear, and drizzly, with vapor grizzly,
The day goes dully unto its close;
Its wet robe smutches each thing it touches,
Its fingers sully and wreck the rose.

Around the railing and garden-paling
The dripping lily hangs low its head:
A brood-mare whinnies; and hens and guineas
Droop, damp and chilly, beneath the shed.

In splashing mire about the byre
The cattle huddle, the farmhand plods;
While to some neighbor's a wagon labors
Through pool and puddle and clay that clods.

The day, unsplendid, at last is ended,
Is dead and buried, and night is come;
Night, blind and footless, and foul and fruitless,
With weeping wearied and sorrow dumb.

Ah, God! for thunder! for winds to sunder
The clouds and o'er us smite rushing bars!
And through wild masses of storm, that passes,
Roll calm the chorus of moon and stars.

 

 1570108-d0bdf512b45b35648241962470098190.jpg
Madison Cawein (23 maart 1865 – 8 december 1914)
In 1910

 

 

De Zwitserse schrijfster Federica de Cesco werd geboren op 23 maart 1938 in Pordenone, Zie alle tags voor Federica de Cesco op dit blog.

Uit: Tochter des Windes

„Ich werde oft gefragt, warum ich denn eigentlich in Japan lebe. Was soll ich antworten? Die Wahrheit sagen? Dass meine Frau mich verlassen und eine andere mir Wein über die Hose geschüttet hatte? »Ein Trankopfer für die Götter« lässt sich dann noch in galantem Ton hinzufügen, was bei jedem Small Talk Amüsement auslöst. Ich vereinfache natürlich. Was wirklich geschah, kann ich leider nicht in ein paar Worten zusammenfassen, und ich bin auch heute noch nicht imstande, die Ereignisse in ihrer ganzen Tragweite zu erfassen. Der Brocken war einfach zu hart für mich. Eigentlich fing alles ganz harmlos an, und der erste Anblick Japans war mir freundlich erschienen. Diesem Land hatte ich mich sogleich nahe gefühlt. Ich glitt sozusagen wie auf Flügeln in mein neues Leben. Nicht in meinen kühnsten Träumen hätte ich mir jemals vorstellen können, in eine derart verrückte Geschichte zu geraten. Eine Geschichte mit einem Spukhaus, einem Gespenst, das sich in mich verguckte, und Katastrophen jeglicher Art, bei denen die Erdachse geradezu ins Wackeln geriet. Und das meine ich nicht nur als rhetorische Floskel.
Aber zunächst stand ich, Rainer Wilhelm Steckborn, Kunsthistoriker (oder -hysteriker?), Dozent an der Universität Hamburg, Spezialist für italienische Renaissance, wie ein begossener Pudel da und schwelgte in Selbstmitleid. Den großen Crash hatte ich nicht kommen sehen.
SOS, Bauchlandung. Amalia – meine Mutter hatte mich vorgewarnt; ich aber hatte Stöpsel in den Ohren und hörte Mozart. Mutter hat ziemlich viel Lebenserfahrung. Sie hatte im Laufe der Jahre genug Munition für ihre Misanthropie gesammelt. Meinem Vater – um ihn kurz zu erwähnen – war die Welt wurscht gewesen, für ihn zählte nur die Musik. Er war freundlich, unpünktlich, total geistesabwesend. »Macht, was ihr wollt, aber lasst mich in Frieden« – so ungefähr lautete sein Motto. Die Familie nannte er sein emotionales Umfeld, was auch immer er da run ter verstand. Als er starb – Herzinfarkt –, war ich vierzehn. Worauf Mutter sich ihre längst fällige Depression mit Schlafmitteln und Alkohol leistete – auf meinen Vater, den sie sehr liebte, war ja nie Verlass gewesen –, und ich prompt durchs Examen fiel. Daraufhin färbte ich mir die Haare grün, soff, rauchte und schluckte alles Mögliche und Unmögliche."

 

 1570108-b05aaa207588d92cacd7e5431009f184.JPG
Federica de Cesco (Pordenone, 23 maart 1938)

 

 

De Franse schrijver Roger Martin du Gard werd geboren op 23 maart 1881 in Neuilly. Zie alle tags voor Roger Martin du Gard op dit blog.

Uit: Les Thibault, I, Le pénitencier

« Jacques achevait son pain en trempant de grosses mies dans l’eau noire des lentilles. Lorsqu’il eût terminé :
— « Maintenant, au plumard », dit Arthur.
— « Mais il n’est pas huit heures. »
— « Allons, dépêche ! C’est dimanche. Les copains m’attendent. »
Jacques ne répondit rien et commença à se déshabiller. Arthur, les mains dans les poches, le regardait. Il y avait, sur cette face un peu bestiale et dans ce corps trapu de blond déménageur, quelque chose d’assez doux.
— « Le frangin », fit-il sentencieusement, « voilà un bonhomme qui sait vivre. » Il fit le geste de glisser une pièce dans son gousset, sourit, prit le plateau vide, et sortit.
Lorsqu’il revint, Jacques était au lit.
— « Ça y est déjà ? » Du bout des pieds le garçon poussa les bottines sous la toilette. « Dis donc, tu ne pourrais pas ranger un peu tes affaires avant de te coucher ? » Il s’approcha du lit. « Tu entends, petite grapule ?… » Il appuyait ses deux mains sur les épaules de Jacques et riait bizarrement. Un sourire de plus en plus pénible déformait le visage de l’enfant. « Tu ne caches rien sous le polochon, au moins ? Pas de bougie ? Pas de bouquin ? »
Il avançait la main sous les draps. Mais, d’un mouvement qu’Arthur ne put ni prévoir ni retenir, le petit se dégagea et se jeta en arrière, le dos au mur. Ses yeux étaient pleins de haine.
— « Oh, oh », fit l’autre, « on est chatouilleux ce soir. » Il ajouta : « Je pourrais causer, moi aussi… »
Il parlait bas et surveillait de l’œil la porte du couloir. Puis, sans plus faire attention à Jacques, il alluma le quinquet qui restait toute la nuit en veilleuse pour la surveillance, ferma le commutateur avec son passe-partout, et sortit en sifflotant. »

 

 1570108-832a07a2ecc4b9708728e8a9b5a33195.jpg
Roger Martin du Gard (23 maart 1881 – 22 augustus 1958)

 

 

De Hongaarse schrijver Hamvas Béla werd geboren op 23 maart 1897 in Eperjes (tegenwoordig Prešov). Zie alle tags voor Hamvas Béla op dit blog.

Uit: Silentium (Vertaald door Jörg Buschmann)

“Die Erneuerung meiner Lebensordnung: Sämtliche Fragen in der Schwebe halten. Also, das Denken nicht aussperren, sondern ihm jede Türe öffnen. Die Fäden nicht zum Knoten knüpfen, sondern jeden Knoten lösen. Die Fragen nicht beantworten, sondern sie suchen, möglichst viele und möglichst gefährliche, und sie so exakt wie möglich stellen. Der Tätigkeit des Geistes die Lösungen nicht vorenthalten, sondern ihm sämtliche Fenster und Türen öffnen, damit er frei einströmt und durchzieht. Keine fixen Vereinbarungen und Festlegungen. Kein Prinzip. Keine Überzeugung. Soll die Luft doch hereinkommen und durchwehen, soll die Sonne doch scheinen. Die einzige Möglichkeit für mich zu reifen. Lösungen können, wenn sie gut sind, immer entzücken. Aber keiner soll von mir verlangen, daß ich irgend etwas löse. Nichts liegt mir ferner, als Systeme zu errichten. Und nichts amüsiert mich mehr als sogenannte Weltanschauung“

 

.1570108-2bacaeee23448c6a1fe9e8f3703ccda5.jpg
Hamvas Béla (23 maart 1897 – 7 november 1968)

 

 

De Franse dichter en schrijver Daniel Biga werd geboren op 23 maart 1940 in Nice. Zie alle tags voor Daniel Biga op dit blog.

Uit: Bienvenue à l'Athanée

«De favorite la page est maintenant ma seule amante. Sa virginité chaque fois renouvelée fait chaque union unique de notre union pour la vie. Car des vœux d’époux nous lient indissolubles. Des noces fortes de certitudes tranquilles : aucune tentation humaine n’est plus de taille ni de poids – seul le divin si tel devenait un jour son dessein pourrait nous délier…
Entré en toi dans la douceur ineffable la violence indicible de l’amour. Oui je suis entré en écriture comme on entre en religion. Comme pour d’autres évidences qu’on retrouve souvent dans une vie – flash blitz révélateurs – qu’on oublie autant. À nouveau plus solidement avançant dans l’âge – j’ose à peine dire “et la connaissance” une telle affirmaAAAtion se niant d’avance dans sa prétention – je redécouvre cette évidence : écriture comme religion – et quelques autres fleurissant dans des champs mitoyens.
Quand la page et moi nous unissons – là est l’utopie là est l’espoir – notre communion tend à l’absolu (seul ce qu’on n’atteint jamais vaut la peine du voyage). Ma semence si longtemps retenue purifiée si longtemps enfin gicle liquide sacré fluide translucide quasi transparente proche du spirituel coule à fleuves jaillit à grandes cascades chantantes…»

 

 1570108-f1c6d49411b5683b3aaf5267fd21207a.jpg
Daniel Biga (Nice, 23 maart 1940)

 

 

De Oostenrijkse schrijfster Ceija Stojka werd op 23 maart 1933 geboren in Kraubarth. Zie alle tags voor Ceija Stojka op dit blog.

Uit: Wir leben im Verborgenen

„Früher hat sie öfter zu mir gesagt: Du bist du, Ceija, du darfst keine andere sein, du mußt immer schau'n, daß du deine Art, die dir der liebe Gott gegeben hat, behältst, und daß du sagst: Ich bin ich, was willst du von mir? - Wenn man das nicht ist, wird man ein Mauerblümchen und kann aus seinem Leben nichts machen. Hätt ich mich immer verkrochen, wo wäre ich hingekommen? Wär ich wahrscheinlich in Auschwitz geblieben."
(…)

"Und in dem Moment rennen zwei Hasen vorbei, bleiben dort stehen, setzen sich auf und spielen miteinander. Ist denn so etwas möglich, hat der Karli gesagt, wenn du das jemandem erzählst, das glaubt dir kein Mensch, aber du siehst es mit deinen eigenen Augen. Mir kommt das so vor, als wären es der Kurti und unser Ossi. [..] Ja du hast recht, sie haben uns gesehen, das sind ihre Seelen. Du glaubst, sie sind in die Tiere hineingeschlüpft, um uns diese Freude zu machen. [..] Ein Bodenwind ist gegangen, ein leichter. Kein normaler Wind. Für mich war das ein Wind der Begrüßung, von den Menschen, deren Seelen dort sind. Mit dem Wind hab ich gesprochen: Ich bin eh da, wir haben es geschaft.
(…)

"Sonne, Wind, bei einer Mauer, gell. Und plötzlich kam durch das Feuchte, durch die Wärme kam der Geruch aus dem Stein raus, als wäre es jetzt genau wieder so, wie es damals war. Ja, könnt ihr das verstehen?"

 

 1570108-080c95173deed9aa8dc9a533797ded53.jpg
Ceija Stojka (Steiermark, 23 maart 1933)

Geschreven door Romenu om 18:03 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten