Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Easter Communion (Gerard Manley Hopkins)

 

Aan alle bezoekers en mede-bloggers een Vrolijk Pasen! 

 

1746915-b48aa2a6e74c5fc5b727a49a54bd6ac8.jpg
De opstanding van Christus door Angolo Bronzino, 1548-1552

 

 

Easter Communion

Pure fasted faces draw unto this feast:
God comes all sweetness to your Lenten lips.
You striped in secret with breath-taking whips,
Those crooked rough-scored chequers may be pieced
To crosses meant for Jesu's; you whom the East
With draught of thin and pursuant cold so nips
Breathe Easter now; you serged fellowships,
You vigil-keepers with low flames decreased,

God shall o'er-brim the measures you have spent
With oil of gladness, for sackcloth and frieze
And the ever-fretting shirt of punishment
Give myrrhy-threaded golden folds of ease.
Your scarce-sheathed bones are weary of being bent:
Lo, God shall strengthen all the feeble knees.

 

 

 1746915-bfadb8b1077994e6c662b93ce7318d49.jpg
Gerard Manley Hopkins (28 juli 1844 – 8 juni 1889)
Stratford, St John's Church. Hopkins werd geboren in Stratford.

 

 

Zie voor de schrijvers van de 5e april ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 10:01 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

De blogger leest alles eerst na: je tekst verschijnt zodra die goedgekeurd is.

Hugo Claus, Mieke van Zonneveld, Algernon Swinburne, Bora Ćosić, Werner J. Egli, Michael Georg Conrad, Arthur Hailey, Paolo Ferrari

De Vlaamse schrijver Hugo Claus werd in Brugge geboren op 5 april 1929. Zie ook alle tags voor Hugo Claus op dit blog.

 

Verdwaald liedje

De mens dat arme beest
hij is er en hij is er geweest
Hij rent door alle landen
tot hij geen asem heeft
En als hij neervalt is hij bang
en bidt en blaft en beeft

Daarom heeft hij de goden uitgevonden
daarom heeft hij torens opgericht
waar de goden mogen wonen
in een eeuwig licht

De mens dat arme beest
dat vraagt en vrijt en vreest
in de schaduw van de torens
En ik ben de kleine bruid
van het goede en het broze
Ik maai het onkuid
en ik maai de rozen

Ik hoor de mensen dromen
Amaai zijn dat seringen die ik ruik
of groeit het gras al op mijn buik?

En ik, godin van de nacht
omhels het jonge kind en de oude kraai
zeer zacht onder de torens
amaai amaai amaai.

 

 

Zomer

Ineens die drie maanden
met alleen maar droogte.

De cipressen met hun rosse borstels.
De witte schorpioen zonder venijn.

Een zomer van verbrand papier.
De natuur blijft snateren
terwijl ik rot.

Toen kwam jij
en sindsdien kom ik
handen en ogen tekort
met mijn mond vol tanden.

 

 

Een slakkenspoor

Een slakkenspoor. Meer is er niet om te vertellen
dan dat ik langs gekomen ben, een woensdag.
Je hoeft jezelf niet te vergeten,
men vergeet voor jou.

En toch: zo donker als het in mijn varens was,
zo wit als ik ooit de zee heb gezien,
zo laf als ik stierf en zo vaak
kan er niet een geweest zijn.
Zag je mij dan niet?

Wie hoest? Het is mijn keel, niets anders.
Echt niet. - Jou heb ik nooit gezien.

 

 1746899-72aeb8f186d99b3ad7b385052b41c26e.jpeg
Hugo Claus (5 april 1929 – 19 maart 2008)

 

 

De Nederlandse dichteres Mieke van Zonneveld werd op 5 april 1989 geboren in Hilversum. Zie ook alle tags voor Mieke van Zonneveld op dit blog.

 

Een zoete ballingschap dus ik vergat dat ik op doorreis was

Een zoete ballingschap dus ik vergat dat ik op doorreis was
Voor zijn koele ogen weken de mijne uit naar beneden.

Een en dezelfde liefde steekt ons aan en brandt ons op.
En wie zichzelf wil redden, sterft van trots. Maar hij

was licht als pauwenveren, in zijn beide handen hield hij
tedere bedoelingen, waarmee hij mij bezeerde.

Wie offerhoogten maakt, stort vroeg of laat omlaag.
Harder dan de grond waaruit je op zou kunnen staan.

Hij kust mijn lippen, licht zijn hielen, kust me nog een keer.
Carina, Martiene, Serena, Delphine, ik tel ze maar niet meer.

God zij dank voor vrijheid, zegt hij, God zij dank voor wijn.
En ik bid om een ramp die hem deemoedig stemt. Wij zijn,

wankelend van de ene verdoving in de andere, vrij
als de vogels, nietwaar? Ooit spelde elke wolk een letter

van zijn naam. Nu donderen ze diepten die geen
mensenoor verstaat. Nu wil ik dat hij komt en gaat.

 

 1746899-10ec75e1d7ac295ab5cd05fb1e7657bc.jpg
Mieke van Zonneveld (Hilversum, 5 april 1989)

 

 

De Engelse schrijver en dichter Algernon Charles Swinburne werd geboren op 5 april 1837 in Londen. Zie ook alle tags voor Algernon Swinburne op dit blog.

 

A Child's Laughter

ALL the bells of heaven may ring,
All the birds of heaven may sing,
All the wells on earth may spring,
All the winds on earth may bring
All sweet sounds together---
Sweeter far than all things heard,
Hand of harper, tone of bird,
Sound of woods at sundawn stirred,
Welling water's winsome word,
Wind in warm wan weather,

One thing yet there is, that none
Hearing ere its chime be done
Knows not well the sweetest one
Heard of man beneath the sun,
Hoped in heaven hereafter;
Soft and strong and loud and light,
Very sound of very light
Heard from morning's rosiest height,
When the soul of all delight
Fills a child's clear laughter.

Golden bells of welcome rolled
Never forth such notes, nor told
Hours so blithe in tones so bold,
As the radiant mouth of gold
Here that rings forth heaven.
If the golden-crested wren
Were a nightingale---why, then,
Something seen and heard of men
Might be half as sweet as when
Laughs a child of seven.

 

 1746899-f28335531719682e35af45b4d8e5eb41.jpg
Algernon Swinburne (5 april 1837 – 10 april 1909)

 

 

De Servische dichter en schrijver Bora Ćosić werd geboren op 5 april 1932 in Zagreb. Zie ook alle tags voor Bora Ćosić op dit blog.

 

History of Europe

Young people in Belgrade
walk down the street push and shove
speak into the camera
disguised as my friends
from fifty years ago
why don’t I recognize them

maybe a too loose translation
of an earlier generation
the naked gist of a lost rhyme
seems so similar but isn’t

all nations in the same history
Lithuanians Czechs Croats
scattered through different cities
they built streets from memories
then squares like habits
where it broadens

all the twentieth century poets
work on the same poem
only a long one
then cut it apart
share it under many names

 

Vertaald door Ida Černe.

 

 1746899-928a14af0ba85486d6f0529d09b7dbbe.jpg
Bora Ćosić (Zagreb, 5 april 1932)

 

 

De Zwitserse schrijver Werner J. Egli werd geboren in Luzern op 5 april 1943. Zie ook alle tags voor Werner J. Egli op dit blog.

Uit: Aus den Augen, voll im Sinn

“Mein Herz blutete ein wenig für ihn, und fast wollte ich ihm hinterherlaufen und mich bei ihm entschuldigen, aber dann fiel mir der weise Spruch ein, dass man selbst im Alter nie ausgelernt hat. Ich strich mir ein Brötchen, schmierte Granatapfelmarmelade darauf und genoss die Aussicht aufs Meer und auf die vielen Menschen, die alle hier waren, um sich gemeinsam von den Strapazen gemeinsamer Alltage zu erholen.
Meine Mutter seufzte. Ich kannte dieses Geseufze. Nach meiner Mutter war wahrscheinlich die berühmte Brücke in Venedig benannt worden.
»Was gibt’s da zu seufzen?«, fragte ich scheinheilig.
»Nando«, sagte sie nur. Aber wie sie es sagte. Voller Sehnsucht und Schmalz. Hoppla, dachte ich, da sieht man mal wieder, dass ein Mensch ohne Träume einsam und verloren ist. Ich meine, von wegen der Liebe. Mein Vater und meine Mutter waren immerhin schon seit einer Ewigkeit beisammen. Tagein und tagaus. Und meistens auch die ganzen Nächte hindurch im gleichen Zimmer und Bett. Da kommen einem solche Nandos manchmal bestimmt gerade recht. Damit das Träumen nicht aufhört.
»Er wollte mit mir bumsen«, sagte ich und biss genüsslich ein Stück vom Brot. Dick mit Butter drauf und klebrig süßer Marmelade.
»Nina! Das sagt man nicht! In deinem Alter ...«
In meinem Alter. Fast fünfzehn war ich damals und vielleicht etwas altmodisch, weil ich derart totalissimo in Philipp verknallt war, dass mich meine besten Freundinnen bemitleideten und hintenherum über mich redeten, als wäre ich reif für die Klapsmühle.“

 

 1746899-05627e998a2fec05593a86b960b3abc2.JPG
Werner J. Egli (Luzern, 5 april 1943)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Michael Georg Conrad werd geboren op 5 april 1846 in Gnodstadt. Zie ook alle tags voor Michael Georg Conrad op dit blog.

 

Donnerstag

Nimm bösen Alltag nicht zu ernst,
vom Sauertopf nichts Süßes lernst.
Die Donnerer und Spektakelmacher,
selbst Übermenschen, Pazifisten,
sie wollen dich nur überlisten
und treiben mit der Tugend Schacher.
Laß Laffen läffeln, Affen äffeln,
Hunde hündeln, Mond ankläffen -
halt fest am frommen Menschentum,
veracht gemeinen Tagesruhm,
zieh deines Wegs in Fried hienieden,
genieße, was dir Gott beschieden!

Freitag

"Den Christus ans Kreuz und Barnabeas frei!"
Denk' nicht, daß die Geschichte erfunden sei.
"Sein Blut über uns und Kindeskind!"
Die Worte in der Schrift verbürgt uns sind.
Schauerlich wie Blut und Blutgeruch
wittert durch Völker und Zeiten Pharisäerfluch.
Freiheit für Schächer, Schieber und Schinder,
Kreuze für Gott und Gotteskinder:
Jenseits von Gut und jenseits von Bös!
Von Sünd und Lästerung, Herr, uns erlös!

 

 1746899-a569e55035feaf320785a93ec414ab7c.jpg
Michael Georg Conrad (5 april 1846 – 20 december 1927)
Gnodstadt, Peter-und Paulskirche

 

 

De Brits-Canadees schrijver Arthur Hailey werd geboren in Luton, Bedfordshire, op 5 april 1920. Zie ook alle tags voor Arthur Hailey op dit blog.

Uit: Strong Medicine

“Money, though, had never been any kind of issue in their marriage. They had never had the slightest argument about it, and right from the beginning his wife had insisted that what they had, they had together. Their bank accounts were always joint, and though Andrew's contribution nowadays was by far the smaller, neither bothered with comparative arithmetic. His thoughts drifted and they continued to hold hands as the 747 thrummed westward above the Atlantic far below. "Andrew," his wife said, "you're such a comfort. Always there. And always so strong.”
"That's funny," he replied.”Strong is what I was thinking about YOU.”
"There are different kinds of strength. And I need yours.”
The usual airline bustle was beginning, preparatory to service of their meal. Stowaway tables were being released, white linen and silverware appearing on them. After a while his wife said, "Whatever happens, I'm going to fight.”
"Haven't you always?" She was thinking carefully, as usual.”Within the next few days I'll choose a lawyer. It must be someone solid but not flamboyant. Too much showmanship would be a mistake.”
He squeezed her hand.”That's my girl.”
She smiled back at him.”Will you sit beside me in court?" "Every day. Patients can fend for themselves until it's done.”
"You'd never let that happen, but I would like you with me.”
"There are other doctors. Arrangements will be made.”
"Maybe," his wife said, "maybe, with the right lawyer, we can pull off a miracle.”

 

 1746899-53e90d36174173c2228c31bb5d224638.jpg
Arthur Hailey (5 april 1920 - 24 november 2004)

 

 

De Italiaanse blijspeldichter Paolo Ferrari werd geboren op 5 april 1822 in Modena. Zie ook alle tags voor Paolo Ferrari op dit blog.

Uit: Goldoni e le sue sedici commedie nuove

« CORALLINA Vi ripeto, signor don Fulgenzio, che a Venezia questo si chiama far da mezzana, e che la cameriera di madama Goldoni non fa certe cose. (Fra sé) Non voglio impicci con questo sciocco.
DON FULGENZIO Ed io vi ripeto, Corallina mia, che la cosa è innocentissima. Via non mi fate perdere altro tempo inutilmente: io adesso dovrei essere allo studio: guai se il signor padre mi trovasse qui; sapete com'è: benché nato e rimasto sempre a Venezia non può scordarsi che suo padre era un nobile spagnuolo, e ha conservato tutta l'albagia e la severità de' suoi antenati... com'egli dice...
CORALLINA Sí, e vorrebbe fare di voi un allievo degno di loro...
DON FULGENZIO Tenendomi con una severità che propriamente comincia a seccarmi.
CORALLINA Me ne accorgo. Ma che ha che fare tutto questo?...
DON FULGENZIO Ha che fare che a momenti il signor padre arriverà senza che io abbia potuto fare il fiocco, e ciò in grazia dei vostri pregiudizi. Un gran male a consegnare un libro alla vostra padrona! (Mostrando il libro) È un romanzo di gran voga, un romanzo inglese, Pamela, tradotto dal signor Zigo: di questo romanzo la signora Goldoni mostrò desiderio ieri sera quando fummo a trovarla il signor padre ed io... »

 

 1746899-dec8b517b862af4d305fe8d55dd131bb.jpg
Paolo Ferrari (5 april 1822 – 9 maart 1889)
Buste in Palazzo di Brera, Milaan

Geschreven door Romenu om 09:52 Reageer op dit bericht

Marente de Moor

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Nederlandse schrijfster en columniste Marente de Moor werd geboren in Den Haag in 1972. De Moor groeide op in Bussum en had in haar jeugd al een fascinatie voor Rusland. Op haar achttiende bezocht ze een communistisch jeugdkamp in de Sovjet-Unie. De Moor studeerde Slavische taal- en letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam. Tussen 1991 en 2001 woonde ze acht jaar in Rusland waar ze aan de de theaterschool studeerde en als verslaggever werkte voor een misdaadprogramma op de Peterburgse televisie. Ze schreef stukken voor de Sint-Petersburg Times en columns voor De Groene Amsterdammer. Deze columns werden in 1999 gebundeld uitgegeven als “Peterburgse vertellingen”. In 2007 verscheen haar debuutroman “De overtreder” die in 2010 in door Suhrkamp Verlag werd uitgegeven als “Amsterdam und zurück”. Haar tweede roman, het in 2010 verschenen “De Nederlandse maagd” (Die Niederländische Jungfrau, 2011) werd in 2011 bekroond met de AKO Literatuurprijs en in 2014 met de European Union Prize for Literature. Haar derde roman, “Roundhay, tuinscène” kwam in 2014 op de shortlist van de Libris Literatuurprijs. Zie ook alle tags voor Marente de Moor op dit blog

Uit: Roundhay, tuinscène

“Op 16 september 1890 nam een man de trein van Dijon naar Parijs, daarna is er nooit meer iets van hem vernomen. Hij was niet van plan om te verdwijnen. Bovendien is een mens voor zijn verdwijning, net als voor zijn ontstaan, van anderen afhankelijk. Hij kan niet even bij zichzelf besluiten dat hij er niet meer is, eerst moet iemand hem missen. Hoe dan ook, toen Valéry Barre in de trein stapte was zijn doel nog een aankomst in Parijs. Onderweg kwam er iets langs dat hem uitwiste, waardoor de mensen die naar hem uitkeken dat nog lang en vergeefs bleven doen.
De ‘Keizerlijke slagader’, de ijzeren weg die Louis-Napoléon in zijn rijk had gekerfd, voerde door heel het mooie lijf van Frankrijk, maar de trein ging te snel. De passagiers staarden door het uitzicht heen naar hun herinneringen aan een land waar de tijdvereffening nog niet was doorgedrongen, waar ze op de zon vertrouwden, op eb, vloed, het vallen van bladeren en het vollopen van uiers in plaats van op de spoorwegtijd. Tunnels in, tunnels uit stormde de trein, door huizen, bomen, rivieren, bergen, de mensen verstomd achterlatend, terwijl over de telegraaflijnen langs de rails duizenden woorden werden gewisseld. Valéry Barre zag zijn vaderland aan met het halve oog van een passant. Na Parijs zou hij doorreizen naar Engeland om afscheid te nemen van vrienden en collega’s en vanuit daar, een paar weken later, de oversteek maken naar Amerika. Dat was het plan. Hij wilde, kón er niet aan denken. Zijn gedachten joegen door zijn hoofd als vleermuizen die een huis binnen vliegen: rechtsom, linksom cirkelend zonder iets te raken, met een snelheid die wel te horen, maar nauwelijks te zien is, tot ze met een onnavolgbaar rekensommetje het raam terugvinden. Een week geleden was hij wakker geworden met een gevaarlijk idee. Het kwam ongelegen en wilde niet meer weg. Alsof hij niet mocht vertrekken, maar in Europa moest blijven nadenken. Elke ochtend gunde het hem een paar lege seconden, een wazige blik op de dag in het raam, maar dan zat het daar weer met een flinke voet aan de grond. Vier jaar lang had hij voortgeploeterd met de hete adem van anderen in de nek, de tickets voor zijn triomfantelijke terugkeer lagen al klaar, en nu dit. Het provoceerde hem als een hoer, verdrong zijn werk dat juist gepatenteerd kon worden: laat die oude, afgewerkte boel toch liggen, blijf bij mij, ik ben spannender.”

 

 1877801-0476a4791d83150fa165de1aa9c4f5c6.jpg
Marente de Moor (Den Haag, 1972)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Am Karsamstag 1818 (Clemens Brentano)

 

Bij Stille Zaterdag

 

 1746476-9fa015901f3ad73b824391ba216c4eac.jpg
De graflegging van Christus door Rafaël, 1507

 

 

Am Karsamstag 1818

Warum er mich verlassen,
Musst' ich zum Vater schrein,
Und du willst dich nicht fassen,
Willst niemals einsam sein.
Siehst du denn nicht die Kerzen
An meinem Grabe hier,
Was suchst du mich von Herzen,
Und weinest vor der Tür?

Tritt ein du wirst mich finden,
So weit dein Glaube reicht,
Bekenne deine Sünden,
So wird dein Hoffen leicht,
Und wollen deine Augen
Mich liebend dann nicht sehn,
Soll dir der Glaube taugen
Blind zu dem Tisch zu gehn.

Das ist die rechte Liebe,
Die alles Dunkels lacht,
Die die vorwitz'gen Triebe
Gehorsam glaubend macht
Dann werden alle Sinnen
In meinem Hiersein neu
Dann denkt man nicht von hinnen
Auf dass man heilig sei.

Will Glauben, Lieben, Loben
Und Hoffen noch verstehn
So wollen sie nach oben
Vorbei beim Heiland gehn.
Du brauchst nicht so zu schreien
Die Türe schliess' ich nicht,
Wenn tausend Teufel dräuen,
Sie löschen mir kein Licht.

Wer will dich mir begraben,
Die Braut, der ich vermählt,
Mit der kannst du mich haben,
Hast du mich recht erwählt,
Die Kirche, die sie schmähen,
Sie ist die Mutter dein,
Sie lehrt dich auferstehen
Sie lehrt dich selig sein.

 

 1746476-ef635db7b63dde29fb2b50c89106bb4d.jpg
Clemens Brentano (8 september 1778 – 28 juli 1842)
Ehrenbreitstein. Clemens Brentano wird geboren in Ehrenbreitstein.

 

 

Zie voor de schrijvers van de 4e april ook mijn vorige twee blogs van vandaag.

Geschreven door Romenu om 12:22 Reageer op dit bericht

Maya Angelou, Hanneke Hendrix, E. L. James, Marko Klomp, Marguerite Duras, Robert Schindel, Michiel van Kempen, Bettina von Arnim

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Maya Angelou (eig. Margueritte Johnson) werd geboren in Saint Louis, Missouri, op 4 april 1928. Zie ook alle tags voor Maya Angelou op dit blog.

 

Still I Rise

You may write me down in history
With your bitter, twisted lies,
You may tread me in the very dirt
But still, like dust, I'll rise.

Does my sassiness upset you?
Why are you beset with gloom?
'Cause I walk like I've got oil wells
Pumping in my living room.

Just like moons and like suns,
With the certainty of tides,
Just like hopes springing high,
Still I'll rise.

Did you want to see me broken?
Bowed head and lowered eyes?
Shoulders falling down like teardrops.
Weakened by my soulful cries.

Does my haughtiness offend you?
Don't you take it awful hard
'Cause I laugh like I've got gold mines
Diggin' in my own back yard.

You may shoot me with your words,
You may cut me with your eyes,
You may kill me with your hatefulness,
But still, like air, I'll rise.

Does my sexiness upset you?
Does it come as a surprise
That I dance like I've got diamonds
At the meeting of my thighs?

Out of the huts of history's shame
I rise
Up from a past that's rooted in pain
I rise
I'm a black ocean, leaping and wide,
Welling and swelling I bear in the tide.
Leaving behind nights of terror and fear
I rise
Into a daybreak that's wondrously clear
I rise
Bringing the gifts that my ancestors gave,
I am the dream and the hope of the slave.
I rise
I rise
I rise.

 

 1746472-52871ad3ebe8a225c64886988f720cd5.jpg
Maya Angelou (4 april 1928 – 28 mei 2014)

 

 

De Nederlandse schrijfster en hoorspelmaker Hanneke Hendrix werd geboren in Tegelen op 4 april 1980. Zie ook alle tags voor Hanneke Hendrix op dit blog.

Uit: De dyslectische-hartenclub

“'Wil je deze?'
Rechts naast me ging het gordijn op een kiertje. Een klein spichtig vrouwtje met een leesbril en een keurig coltruitje aan zwachtels hield mijn potlood omhoog. Ik knikte. Ze hield het potloodje met een geheven pink tussen haar lange dunne vingers alsof het een antiek Iers fluitje was. Een relikwie.
'Ben je een schrijver?' vroeg ze.
Ik schudde mijn hoofd. De vrouw zette het potlood even aan haar lippen en deed alsof ze een paar trekjes nam. Ze boog zich langzaam naar me toe, haalde het potlood uit haar mond en zei: 'Ik zou een moord doen voor een sigaret.'
Ik slikte.
'Ik weet dat je kunt praten', zei ze. 'Dus hou je maar niet van de domme. Die andere hier op de kamer praat ook al niet.'
Ze schuifelde naar me toe.
'Ja, ik heb het over jou ja!' riep ze over het gordijn heen naar de derde in de kamer.
Ze legde het potlood op mijn schoot. Ik schatte haar een jaar of vijftig. Ik weet eigenlijk nog steeds niet hoe oud ze is. Van Vandersteen had je het idee dat ze altijd al zo was geweest, alsof ze niet geboren was. Poef. Uit een wolkje van niks stond ze ineens daar, klopte haar kleren af en begon te lopen. Ze gaf me een stevige hand.
'Vandersteen', zei ze.
'Van Veen', zei ik.
'Ja, dat had ik al gehoord', zei ze. 'Die hier tegenover ons heeft geen naam.'
'O', zei ik.
Ik vroeg me af of ze gek was of dat ik aardig moest doen.
'Er staat "Vrouw X" op de status aan haar bed. Ik heb 'm uitgebreid zitten lezen. De verpleging weet ook niet wie het is. Die norse niet en die met die harde stem niet.'

 

 1746472-f476af127f78df898ca65347e7144007.jpg
Hanneke Hendrix (Tegelen, 4 april 1980)

 

 

De Britse schrijfster E. L. James (pseudoniem van Erika Leonard) werd op 4 april 1963 in Buckinghamshire als Erika Mitchell geboren.Zie ook alle tags voor E. L. James op dit blog

Uit: Fifty Shades of Grey

“Miss Steele, could you wait here, please?” She points to a seated area of white leather chairs.
 Behind the leather chairs is a spacious glass-walled meeting room with an equally spacious dark wood table and at least twenty matching chairs around it. Beyond that, there is a floor-to-ceiling window with a view of the Seattle skyline that looks out through the city toward the Sound. It’s a stunning vista, and I’m momentarily paralyzed by the view. Wow.
I sit down, fish the questions from my backpack, and go through them, inwardly cursing Kate for not providing me with a brief biography. I know nothing about this man I’m about to interview. He could be ninety or he could be thirty. The uncertainty is galling, and my nerves resurface, making me fidget. I’ve never been comfortable with one-on-one interviews, preferring the anonymity of a group discussion where I can sit inconspicuously at the back of the room. To be honest, I prefer my own company, reading a classic British novel, curled up in a chair in the campus library. Not sitting twitching nervously in a colossal glass-and-stone edifice.”  
 

 1746472-c823f4b4e6040c0ff68c0a8a27a31dbb.jpg
E. L. James (Buckinghamshire, 4 april 1963)
Scene uit de film „Fifty Shades of Grey”, 2015 

 

 

De Nederlandse dichter en schilder Marko Klomp werd geboren op 4 april 1974 in Goes. Zie ook alle tags voor Marko Klomp op dit blog.

 

De profeet

Wanneer hij op je af komt
vraag het hem maar,
waarom hij zijn hele leven meeneemt

Hij vertelt hoe hij vergeten is
waar hij naartoe moest
en hoe hij is gekomen
Hij heeft reden iets, ergens te zijn

Dan vertelt hij toen hij dacht
dat hij een engel was
en toen
in een lach van wijsheid
zich realiseerde dat
de wereld helemaal niet perfect is.

 

 

De werelddraagster

Levensverwachte gedachtes
en incasseringsvermogen.

Beide handen op de
tegenpolen ondersteunen,
dragen de aardse last
alles draaiende houden
rond een as die
niet van haar is.

Als we elkaar omarmen in kalmte,
omhelst de tijd haar even met stilte.

 

 1746472-9a251967ef61440a1836e0d63bd5ce66.jpg
Marko Klomp (Goes, 4 april 1974)

 

 

De Franse schrijfster Marguerite Duras (pseudoniem van Marguerite Donnadieu) werd geboren op 4 april 1914 in Gia Dinh, Indochina (nu Vietnam). Zie ook alle tags voor Marguerite Duras op dit blog.

Uit: Der Schmerz (Vertaald door Eugen Helmlé)

»Ich weiß.« Schweigen. Soll ich noch fragen? Ja. Ich frage: »Was halten Sie davon? Ich werde allmählich unruhig.«
Schweigen. »Sie dürfen nicht den Mut verlieren, Sie müssen durchhalten, Sie sind leider nicht die einzige, ich kenne eine Mutter von vier Kindern ...« — »Ich weiß, entschuldigen Sie bitte, ich muß noch irgendwohin, auf Wiedersehen.« Ich lege den Hörer auf. Ich habe mich nicht von der Stelle bewegt. Man darf nicht allzu viele Bewegungen machen, das ist vergeudete Energie, man muß alle Kräfte für das Martyrium aufsparen.
Sie hat gesagt: »Wissen Sie, daß Belsen befreit worden ist?« Ich wußte es nicht. Wieder ein Lager mehr, das befreit ist. Sie hat gesagt: »Gestern nachmittag.« Sie hat es nicht gesagt, aber ich weiß es, die Listen mit den Namen werden morgen früh ankommen. Ich muß hinuntergehen, die Zeitung kaufen, die Liste lesen. Nein. In den Schläfen spüre ich ein Klopfen, das stärker wird. Nein, ich werde diese Liste nicht lesen. Außerdem probiere ich das System der Listen seit drei Wochen aus, es ist nicht sehr geeignet.
Und je mehr Listen es gibt, je mehr davon erscheinen werden, um so weniger Namen werden auf diesen Listen stehen. Bis zum Schluß werden welche erscheinen. Er wird nie draufstehen, wenn ich sie lese. Der Augenblick kommt, wo ich mich bewegen muß. Aufstehen, drei Schritte machen, ans Fenster gehen. Die medizinische Fakultät, da, wie immer. Die Passanten, wie immer, sie werden auch in dem Augenblick ihren Weg gehen, in dem ich erfahre, daß er nie mehr zurückkommen wird. Eine Todesanzeige. Man hat in diesen Tagen damit begonnen, die Leute zu benachrichtigen. Es klingelt: »Wer ist da.« —
»Eine Fürsorgerin vom Bürgermeisteramt.«

 

 1746472-b0c71275c24fb1c743833cc8407e93f7.jpg
Marguerite Duras (4 april 1914 – 3 maart 1996)
In 1969 

 

De Oostenrijkse schrijver en dichter Robert Schindel werd geboren op 4 april 1944 in Bad Hall. Zie ook alle tags voor Robert Schindel op dit blog.

 

VORM ABSTERBEN 3

So nahe vom Unabänderlichen
In geschickter Nachbarschaft
Zum Erstarrten wirbelt
Mein Nachlassleben durch
Die Vorläufigkeiten
Schlafkristalle schließen
Die Tagträume weg

 

 

STILLE

Ich bin halt elend, niemand tat etwas
Ein Schlierenzauber legte sich auf mich
Katerte von den Ecken her den Wissensglauben
Beschimmerte mit Dunklem meine Lichter
In dem Quadrat ging ich einher
Saß ungespitzt im Liegestuhl und merkte nichts
Trank dabei Rotwein, aß die Erdäpfel mit Haut
Still die Vergangenheit. Der Morgen blaut

So dass ich schnurrend in die Zukunft laufe
Verwitter dort, daweil ich mich versaufe

Erwarte eine konzertierte Stille
In ihr der Fagottgrunzer als mein Wille

Ein Dunkelton mit hingerissner Zote
Der Inbegriff der eigentoten Note

Lebt wohl, schlaft gut, wacht auf, seid fesch
Und trinkt auf mich

Bis hin zur Stillesstille
Die glucksende Idylle

 

 1746472-3f5ed592e888427304974d75f76b3b79.jpg
Robert Schindel (Bad Hall, 4 april 1944)

 

 

De Nederlandse schrijver, letterkundige en Surinamist Michiel van Kempen werd geboren in Oirschot op 4 april 1957. Zie ook alle tags voor Michiel van Kempen op dit blog.

Uit: Caliban met welgevulde boekentas . Albert Helman als indiaan in de diaspora?

“Albert Helman is op en top een representant van deze westers-christelijke concepten. Toen hij in Europa aankwam, haatte hij de kou, maar de cultuur was hem allerminst vreemd. Hij was Caliban, maar dan wel een met een goedgevulde boekentas. Pieter van der Meer de Walcheren, goeroe van de vooruitstrevende katholieke jongeren van die dagen, schreef in het eerste deel van zijn Menschen en God (1940) over de juist in Europa gearriveerde Surinamer: ‘De Caraïeb voelde zich nog niet helemaal thuis in West-Europa, dat den legendarischen inhoud van de droomen van alle menschen vormde die verlangden naar de groote cultuur en den adeldom der beschaving.’ Het is uiterst lastig om te onderscheiden welk gehalte aan eurocentrische zelfgenoegzaamheid in deze woorden steekt, en in hoeverre zij weergeven welke perceptie van Europa een in de kolonie opgegroeide jongeling had. Van der Meer voegt eraan toe hoe Helman op zijn land van herkomst terugkeek: ‘Terug naar dat leege leven, in een vrijwel verlaten en aan haar lot overgelaten kolonie wilde hij niet. En toch heel zijn wezen, oogen, en hart waren vol van herinneringen.’ Van zijn toenmalige afkeer van zijn geboorteland hebben vele uitspraken van Helman in interviews getuigenis afgelegd. Van zijn melancholie is zijn eerste prozaboek, de ‘heimwee-roman’ Zuid-Zuid-West (1926), de incarnatie geworden.
Albert Helman heeft natuurlijk ook omdat hij zo verankerd was in de westers-christelijke leefwereld kunnen uitgroeien tot een toonaangevend vooroorlogs auteur in Nederland. Als West-Indische zoon vond hij een goed onthaal toen hij zich als jong literator begon te ontplooien. In De Groene Amsterdammer van 27 maart 1937 karakteriseerde Simon Vestdijk zijn inbreng zo: ‘Het proza van Albert Helman was belangrijk in een tijd, toen men er aan twijfelen mocht, of de Nederlandsche jongeren ooit nog den weg zouden vinden uit de “ivoren torens” van het gedicht en het aesthetiseerend essay.’

 

 1746472-cc814b47e82f3fb05f3a3c6d9bd6431d.jpg
Michiel van Kempen (Oirschot, 4 april 1957)

 

 

De Duitse dichteres en schrijfster Bettina von Arnim werd op 4 april 1785 geboren in Frankfurt am Main. Zie ook alle tags Bettina von Arnim op dit blog.

 

An Pamphilio

Im Grase liegen!
Im Regengeträufel
Den Busen kühlen,
Den heißen!
Den du bewegst, Liebe,
Träumende;
Mich Träumer schiltst,
Der dich nur träumt, Liebe.

Nicht stören
Emse, Käfer, goldne Biene,
Eurer finstern Vesten,
Eurer sonnigen grünen Reiche
Verständig Gewimmel;
Nicht mich erhebend,
Euch beugen, weiche Halme.
Den rollenden Sand unter der Sohle,
Dein Schweigen, Natur, nicht brechen.
Nicht auf raschlendem Blatt
Mit dem Griffel dich wecken,
Genius! - Träumender!
Schön ruhender!
Dein Hauchen Abendwind! Überm Wasser!
Traube! - Herbstbereifte! - Dein Feuer!
Zu hauchen, mit schüchternen Lippen
In ihren Hauch,
Die meine Brust bewegt -
Die Liebe!

 

 1746472-e1ef792af4ad428e25838e57041e1774.jpg
Bettina von Arnim (4 april 1785 – 20 januari 1859)
Beeld van  Achim en Bettina von Arnim, Arnimplatz, Berlijn

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 4e april ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 12:15 Reageer op dit bericht

Edith Södergran, Wolfgang Windhausen, Paul Gadenne, Michael Schneider, Comte de Lautréamont, Thomas Mayne Reid, Rémy de Gourmont

De Fins-Zweedse dichteres Edith Irene Södergran werd geboren in Sint-Petersburg op 4 april 1892. Zie ook alle tags voor Edith Södergran op dit blog.

 

Nordischer Frühling

Alle meine Luftschlösser sind geschmolzen wie Schnee,
alle meine Träume wie Wasser,
von allem, was ich geliebt, habe ich nur
einen blauen Himmel übrig und einige blasse Sterne.
Der Wind rührt sich sachte zwischen den Bäumen.
Die Leere ruht. Das Wasser ist still.
Die alte Tanne steht wach und denkt
an die weiße Wolke, die sie im Traum geküßt.

 

 

Triumph zu sein

Was fürchte ich? Ich bin ein Teil der Unendlichkeit.
Ich bin ein Teil der großen Kraft des Alls,
eine einsame Welt in Millionen Welten,
ein Stern des ersten Grades gleich dem, der zuletzt erlischt.
Triumph zu leben, Triumph zu atmen, Triumph zu sein!
Triumph die Zeit eiskalt durch die Adern rinnen zu fühlen
und die stumme Flut der Nacht zu hören,
und auf dem Berg unter der Sonne zu stehn.
Ich gehe auf der Sonne, ich stehe auf der Sonne,
ich weiß nichts anderes als Sonne.

Zeit-Verwandlerin, Zeit-Zerstörerin, Zeit-Verzauberin…
Zeit – du Mörderin – weiche von mir!

 

Vertaald door Karl R. Kern

 

 1746464-908196484868f1aadb0c2884c48190c7.jpg
Edith Södergran (4 april 1892 - 24 juni 1923)
In 1917 

 

 

De Duitse schrijver, dichter en graficus Wolfgang Windhausen werd geboren op 4 april 1949 in Duderstadt. Zie ook alle tags voor Wolfgang Windhausen op dit blog.

Uit:Geheimnisvolles Tibet - geschundenes Land!

„Man muss sich immer vor Augen halten, dass die Trasse ja im sogenannten Permafrostboden gebaut wurde und ihre Stabilität auf dem kalten Grund beruht.
Wir schaffen es kaum unsere Fotokameras aus der Hand zu legen. Zunächst ist es die Wüstenlandschaft südlich von Golmud, die uns in den Bann zieht. Dann erspähen wir Nomaden, die mit ihren Yak Herden über das Grasland auf dem Hochplateau von Qinghai ziehen. Weit entfernt sind die zum Teil schneebedeckten Bergkuppen zu sehen und wir überqueren den Oberlauf des Yangtze. Ein besonderes Schauspiel ist das Spiel der Wolken, dass sich uns vor dem unwirklich blauen Himmel darbietet. Es ist Oktober, eine gute Zeit für eine Reise über das Dach der Welt. Der ewige Schnee auf den Himalaya-Gipfeln kontrastiert wiederum beeindruckend mit dem Tiefdunklen Blau des Himmels.“

 

 1746464-a93bccf870fe7ee420368196c8aae6d3.jpg
Wolfgang Windhausen (Duderstadt, 4 april 1949)

 

 

De Franse schrijver Paul Gadenne werd geboren op 4 april 1907 in Armentieres. Zie ook alle tags voor Paul Gadenne op dit blog.

Uit: La plage de Scheveningen

« On m’avait assez dit, avant, que nous ne vivions pas pour quelques minutes exceptionnelles: mes rapports toujours incomplets, toujours fulgurants, avec les êtres, m’avaient persuadé du contraire, et je savais qu’il faut édifier sa vie sur des éclairs. On m’avait dit que les êtres changent, qu’une année, que dix années les changent, les marquent, les creusent, qu’on ne retrouve jamais ceux qu’on a quittés, – mais j’avais retrouvé Stéphane enfoncé dans ses habitudes et ses cache-nez, José dans son éternel pardessus, et Irène non pas avancée dans l’épaisse matière des années, mais reculée, rajeunie, libérée ; et j’avais eu tout à coup l’impression, en la conduisant à travers ce bois, vers la grande bâtisse qu’on m’avait signalée à la lisière, de vivre les premières minutes d’une rencontre. Malgré mon grand désir de l’embrasser, je savais que cela eût été aussi sot, ou aussi dangereux, que d’embrasser une femme avec qui l’on vient de faire un trajet en autobus. Pour le moment, rien ne me paraissait plus important, plus urgent, que de faire entendre à Irène le son de ma voix, le son de certaines pensées qu’elle n’avait jamais soupçonnées en moi, qu’elle n’avait jamais soupçonnées peut-être. Ce moment était mon premier sursis, non depuis la guerre, qui avait changé peu de chose à ma vie, mais depuis six ans, et il fallait profiter de ce sursis, qui serait unique, pour me faire entendre. Etais-je sincère quand je déclarais que les explications étaient vaines ? Je n’avais pu me persuader complètement, en six ans, de la vanité de toute explication. La vue, le contact d’Irène ravivaient une douleur : celle de n’avoir pas été compris, d’avoir été jugé à faux. Les coupables ont peur d’être jugés ; pour moi je pouvais me rendre compte que, depuis six ans, je n’avais, consciemment ou non, aspiré qu’à une chose, être mis en présence de mon juge, affronter ou subir son regard, – et je n’avais eu d’autre malheur que de savoir que mon juge me fuyait. »

 

 1746464-4ed5530382db4fa676bca95efc8b0500.jpg
Paul Gadenne (4 april 1907 - 1 mei 1956)
Cover

 

 

De Duitse schrijver Michael Schneider werd geboren op 4 april 1943 in Königsberg. Zie ook alle tags voor Michael Schneider op dit blog.

Uit: Cagliostros Bekenntnissen

„„Der maskierte Unhold packte mich am Schlafittchen und schleppte mich sogleich ins nahe gelegene Benediktinerkloster, wo ich die Nacht auf dem feuchten Strohlager einer Klosterzelle verbringen musste. Am nächsten Morgen wurde ich vor den Abt gebracht. Dieser unterzog mich einem peinlichen Verhöhr, katechisierte mich, dass mir Hören und Sehen verging, und stellte mir die absonderlichsten Fragen: Ob ich zuweilen, beim Anhören der Messe oder während des Einschlafens fremde Stimmen höre? Ob ich Träume oder Gesichte habe mit dämonischen Fratzen, dem Wolfe, Luchse oder Ziegenbock ähnlich? Ob ich während des Abendgebetes manchmal ein Grimmen im Bauche oder ein Rumoren in den Eingeweiden verspüre? - was schon vorgekommen war, nämlich wenn ich faule Eier gegessen oder sauren Wein getrunken. Ob ich gar manchmal in den Leisten und den Hoden ein Ziehen, Brennen und infernalisches Jucken verspüre? - was ich ehrlich verneinte, ich zählte ja erst neun Jahre. Ob ich den Unterschied zwischen weier und schwarzer Magie kenne? – was ich gleichfalls verneinte.
Nach diesem Verhör musste ich mich entkleiden und wurde, unter Assistenz eines anderen Paters, der mit dem Abt mir unverständliche lateinische Brocken wechselte, einen peinlichen Leibesvisitation unterzogen. Eine Lupe vors Auge geklemmt, suchte der Pater meinen Rücken, meine Brust, meinen Bauch, meine Schenkel, ja, sogar mein empfindlichstes Glied nach ich weiß nicht was ab. Selbst die beiden Muttermale auf meiner Schulter und an meiner Lende erschienen dem Examinator höchst verdächtig.“

 

 1746464-04b57fb2005be7c8bbdc09381739c55e.jpg
Michael Schneider (Königsberg, 4 april 1943)

 

 

De Franse schrijver Isidore Lucien Ducasse, Comte de Lautréamont, werd geboren op 4 april 1846 in Montevideo. Zie ook alle tags voor Comte de Lautréamont op dit blog.

Uit: Les chants de Maldoror

« Lecteur, c'est peut-être la haine que tu veux que j'invoque dans le commencement de cet ouvrage! Qui te dit que tu n'en renifleras pas, baigné dans d'innombrables voluptés, tant que tu voudras, avec tes narines orgueilleuses, larges et maigres, en te renversant de ventre, pareil à un requin, dans l'air beau et noir, comme si tu comprenais l'importance de cet acte et l'importance non moindre de ton appétit légitime, lentement et majestueusement, les rouges émanations? Je t'assure, elles réjouiront les deux trous informes de ton museau hideux, ô monstre, si toutefois tu t'appliques auparavant à respirer trois mille fois de suite la conscience maudite de l'Éternel! Tes narines, qui seront démesurément dilatées de contentement ineffable, d'extase immobile, ne demanderont pas quelque chose de meilleur à l'espace, devenu embaumé comme de parfums et d'encens; car, elles seront rassasiées d'un bonheur complet, comme les anges qui habitent dans la magnificence et la paix des agréables cieux.
J'établirai dans quelques lignes comment Maldoror fut bon pendant ses premières années, où il vécut heureux; c'est fait. Il s'aperçut ensuite qu'il était né méchant: fatalité extraordinaire! Il cacha son caractère tant qu'il put, pendant un grand nombre d'années; mais, à la fin, à cause de cette concentration qui ne lui était pas naturelle, chaque jour le sang lui montait à la tête; jusqu'à ce que, ne pouvant plus supporter une pareille vie, il se jeta résolument dans la carrière du mal... atmosphère douce! Qui l'aurait dit! lorsqu'il embrassait un petit enfant, au visage rose, il aurait voulu lui enlever ses joues avec un rasoir, et il l'aurait fait très souvent, si Justice, avec son long cortège de châtiments, ne l'en eût chaque fois empêché. Il n'était pas menteur, il avouait la vérité et disait qu'il était cruel. Humains, avez-vous entendu? il ose le redire avec cette plume qui tremble! Ainsi donc, il est d'une puissance plus forte que la volonté... Malédiction! La pierre voudrait se soustraire aux lois de la pesanteur? Impossible. Impossible, si le mal voulait s'allier avec le bien. C'est ce que je disais plus haut."

 

 1746464-8426052a97dc4bc902648062563cb8c8.jpg
Comte de Lautréamont (4 april 1846 – 24 november 1870)

 

 

De Iers-Amerikaanse schrijver Thomas Mayne Reid werd geboren op 4 april 1818 in Ballyroney, Down, Ierland. Zie ook alle tags voor Thomas Mayne Reid op dit blog.

Uit: The Boy Slaves

« Land of Ethiope! whose burning centre seems unapproachable as the frozen Pole!
Land of the unicorn and the lion,--of the crouching panther and the stately elephant,--of the camel, the camelopard, and the camel-bird! land of the antelopes,--of the wild gemsbok, and the gentle gazelle,--land of the gigantic crocodile and huge river-horse,--land teeming with animal life, and last in the list of my apostrophic appellations,--last, and that which must grieve the heart to pronounce it,--land of the slave!
Ah! little do men think while thus hailing thee, how near may be the dread doom to their own hearths and homes! Little dream they, while expressing their sympathy,--alas! too often, as of late shown in England, a hypocritical utterance,--little do they suspect, while glibly commiserating the lot of thy sable-skinned children, that hundreds--aye, thousands--of their own color and kindred are held within thy confines, subject to a lot even lowlier than these,--a fate far more fearful.
Alas! it is even so. While I write, the proud Caucasian,--despite his boasted superiority of intellect,--despite the whiteness of his skin,--may be found by hundreds in the unknown interior, wretchedly toiling, the slave not only of thy oppressors, but the slave of thy slaves!”

 

 1746464-c59c44d32b269d71d4a7b19b3cd439ae.jpg
Thomas Mayne Reid (4 april 1818 – 22 oktober 1883)
Illustratie uit „The Boy Slaves“

 

 

De Franse dichter en schrijver Rémy de Gourmont werd geboren op 4 april 1858 in Argentan, Basse-Normandie. Zie ook alle tags voorRémy de Gourmont op dit blog.

 

Oraisons mauvaises

I
Que tes mains soient bénies, car elles sont impures !
Elles ont des péchés cachés à toutes les jointures ;
Leur peau blanche s'est trempée dans l'odeur âpre des caresses
Secrètes, parmi l'ombre blanche où rampent les caresses,
Et l'opale prisonnière qui se meurt à ton doigt,
C'est le dernier soupir de Jésus sur la croix.

II
Que tes yeux soient bénis, car ils sont homicides !
Ils sont pleins de fantômes et pleins de chrysalides,
Comme dans l'eau fanée, bleue au fond des grottes vertes,
On voit dormir des fleurs qui sont des bêtes vertes,
Et ce douloureux saphir d'amertume et d'effroi,
C'est le dernier regard de Jésus sur la croix.

III
Que tes seins soient bénis, car ils sont sacrilèges !
Ils se sont mis tout nus, comme un printanier florilège,
Fleuri pour la caresse et la moisson des lèvres et des mains,
Fleurs du bord de la route, bonnes à toutes les mains,
Et l'hyacinthe qui rêve là, avec un air triste de roi,
C'est le dernier amour de Jésus sur la croix.

 

 1746464-d7eefd3989aa8bf7880836b2c9da8921.jpg
Rémy de Gourmont (4 april 1858 – 27 september 1915)
Portret, toegeschreven aan F. Maillaud, 1903

Geschreven door Romenu om 11:59 Reageer op dit bericht

Goede Vrijdag (Harry Prenen)

 

Bij Goede Vrijdag

 

 1745980-acf6a869933a72848f5826304e9c356b.jpeg
De kruisiging door Pieter Lastman, 1616

 

 

Goede Vrijdag

Toen Judas Jezus had verraden,
vond hij geen uitweg dan de strop;
waar alle poorten der genade
gesloten zijn, – en hing zich op.
Toen Petrus driemaal had gelogen
tussen soldaten en een vrouw,
ging hij naar buiten, in zijn ogen
de hete tranen van berouw.

En ik? Ik zou hun rechter zijn?
Ik schonk de beker met venijn;
ik bood voor minder nog Uw leven,
maar heb het geld niet teruggegeven,
en mengde edik in de wijn.
Ik heb U honderdmaal bedrogen,
mijn gal in uw gelaat gespogen,
en duldde dat men U verried;
maar ging weer slapen, zonder zorgen,
de hanen kraaiden elke morgen:
en niettemin, ik weende niet.

 

 1745980-3603180b41e7e57ba6c720f542b90731.jpg
Harry Prenen (24 maart 1915 - 20 oktober 1992)
Schoten, Kaatsbaan en torentje. Harry Prenen werd geboren in Schoten

 

 

Zie voor de schrijvers van de 3e april ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 13:07 Reageer op dit bericht

Charles Ducal, Adriaan Jaeggi, Frederik van Eeden, Karel N.L. Grazell, Peter Huchel, Arlette Cousture, Pieter Aspe

De Vlaamse dichter en schrijver Charles Ducal (pseudoniem van Frans Dumortier) werd geboren in Leuven op 3 april 1952. Zie ook alle tags voor Charles Ducal op dit blog.

 

De Asla

Ik ging met de asla naar buiten,
ik ging met de asla over het erf.
De staldeuren waren veranderd in ruiten,
er stonden gezichten op, nat van de verf.

Ik ging met de asla de poort door,
ik ging met de asla tot ver in het veld.
De wind kwam en as waaide over het koren,
er stak een hoofd ui, maanwit en blootgesteld

aan formules bedacht in een cirkel
waarbinnen alles gehoorzaamde aan het oog
dat van vuur was, van koolsteen en sintels
en ons bijeen hield in vrees en geloof.

Ik ging met de asla naar binnen,
ik ging met de asla over het erf.
Overal spoken en schimmen,

 

 

Barmhartig

Haar hoofd hing over de wasbak,
haar lijf stulpte weerloos de billen.
Het moment leek bestemd voor de slag,
een sobere nekslag, zonder gestribbel.

Even streek hij met plagende vinger.
De huid trok strak als een vlies op de melk.
Zijn lust verhardde. Hij trachtte te willen.
Zij kirde verleidelijk: is dit het moment?

Toen zag hij zichzelf in de spiegel,
de magere benen, het veel te ruime hemd.
In zijn oog kwam de kracht van de liefde.
Hij kneep in haar billen, barmhartig gestemd.

 

 

Oog in oog

's Avonds hoort hij het grote huis hijgen.
Uit verre kamers nadert een doodstille gang.
De deur wacht op stappen. Schuilhoeken kijken.
Hij staat voor de spiegel, hij het bangst

omdat het beeld zich in hem laat betrappen:
een schuldig kind dat de rede doorbreekt,
uit oude kasten naar taal komt happen.
Maar het huis is leeg, niemand spreekt

het verleden tot stilstand, geen vader,
geen moeder, geen vuist, geen schoot.
Er blijft alleen deze angst in de aders,
dit huis in de rug, dit blind oog-in-oog.

 

 1745972-0f35f5ccd4e51c6d95ca14e906406e9a.jpg
Charles Ducal (Leuven, 3 april 1952)

 

 

De Nederlandse schrijver, dichter en columnist Adriaan Jaeggi werd geboren op 3 april 1963 in Wassenaar. Zie ook alle tags voor Adriaan Jaeggi op dit blog.

 

Lente in december

De aarde is te klein voor onze voeten
maar niemand is met vlees eten gestopt
we zullen er vast flink voor moeten boeten
en de nieuwe show van Talpa is geflopt.

Maar onze burgemeester is de beste!
Op één na dan. Hij oogt ook wat vermoeid.
De vogels bouwen stomweg nieuwe nesten
't Is december en de bomen staan in bloei.

't Is een tijd dat je je afvraagt wat geluk is
Kan een kerstmarkt de Elfstedentocht vervangen?
Bijt kunstsneeuw net zo koud als echte sneeuw?

't Is als een snoer waaraan geen enkel lampje stuk is
Daarom kun je soms zo mateloos verlangen
naar de eerste echte winter van de eeuw.

 

 

Lege kamers

Je dagen als brandweerman zijn geteld.
We hebben gekeken hoe je droomde,
zo'n vreemde hete droom waar je
opgelucht huilend uit wakker schrok.

Over een jaar, maak het twee, ken je
enkel onbekenden. Brengt ze naar huis.
Ze bezetten onze stoelen, drinken stoïcijns
wat hen wordt aangeboden. Contact niet uitgesloten.

Nooit zag ik deuren wijder open staan.
Nu moet je dan maar gaan. Je mensamaaltijd
wacht op je. Men broedt op je eerste
tentamenvraag. Ontmaagding loert.

Kijk niet meer om. Betreed het park.
Laat de lege kamers achter. Denk nog
eens per jaar, bevreemd, volgroeid,
aan holle moeders en vaders in verval.

 

 1745972-d7b57917c5ea812aeed86ce22ec89cf0.jpg
Adriaan Jaeggi (3 april 1963 – 10 juni 2008)
Cover

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Frederik van Eeden werd geboren in Haarlem op 3 april 1860. Zie ook alle tags voor Frederik van Eeden op dit blog.

Uit: Van de koele meren des doods

“En als schitterende dingen blonken de feestdagen uit, als het kristal te voorschijn kwam, en de bloemen werden ingedragen in den gang, en het groote huis vol was van den geur van meloenen, fletse bloemen en sparregroen.
Het gedrang der gasten en het warre gerucht was een bedwelmende bekoring. De ongewone menschen in huis, de witte koks, de zwart-gekleede knechts, ze hadden eenen schijn van fraaiheid en bizonderheid. En elk der spijzen van zulk een dag scheen zeldzaam, kostbaar en uitheemsch, zooals zij ze kreeg bovengezonden op haar kamertje, waar zij at met de juffrouw, die haar moeder verving.
Dan de glorie van het binnenkomen na den maaltijd in een toover van licht, bloemen en kristal, in de tot een schitter-zaal herschapen saaie staatsie-kamer.
En later toen zij ouder werd, het mee mogen aanzitten en het geluk als zij iets zeide of deed waardoor zij werd opgemerkt en iets voelde van het op waardige wijze, niet als een kind, meedoen aan een feest.
Maar toch, de vreugde-uren waren verspreid als schaarsche bloemen op een groote vale heide van saaiheid, waarover zij ging in aanvang onbekommerd, bedacht op de bloemen, niet achtend het vale, tusschen-gelegene, zooveel grootere. Later, hetzelfde herinnerend, herdacht zij enkel de heide, de groote sombere vlakte, herdenkend de bloemen niet. En het was haar een wonder hoe zij nog zoo onbekommerd had kunnen zijn in zooveel doodschheid.
En, als kind nog, zij zal negen jaar oud geweest zijn, begon reeds de beklemming van iets geweldigs en ontzettends, zwaar en droef, dat niet weg wou, en dat zij toch nooit stellig zag. Het was in allerlei plaatsen, bij allerlei bezigheden en hechtte zich als een kwade geur aan allerlei dingen. En zij bemerkte het niet als het er was, maar wat later, als zij de plaats, de bezigheid, het ding herdacht, was het er achter als een zwart leelijk iets dat ze vergeten had op te merken.”

 

 1745972-98ee1fdd4e4d07dd2ffce8942bfdf494.jpg
Frederik van Eeden (3 april 1860 – 16 juni 1932)
Cover DVD

 

 

De Nederlandse schrijver en dichter Karel N.L. Grazell werd geboren in Amsterdam,op 3 april 1928. Zie ook alle tags voor Karel N.L. Grazell op dit blog.

 

Churchilllaan: Trabant

Ik zag een fossiele Trabant gaan op
het voor trams versmalde asfalt in de
Churchilllaan. Z’n menggesmeerde
adem was vettig en wat zwart. Z’n
hart ging tweetactend tekeer. Ik zag
een Trabant gaan in de Churchilllaan.
Ruim veertig jaar terug in m’n leven
heb ik hem groot geschreven in de
kranten van het land. De advertenties
mochten baten: vijfentwintigduizend
werden er per jaar verkocht. Ze reden
‘t klokje rond door heel de Benelux.
Zag een Trabant in de Churchilllaan.
Was hij kunststof? Nee, daar waren
Trabantjes wars van. ‘t Was geperste
katoenvezel met hars, 3 millimeter dik.
Ik zag een fossiele Trabant. Even was
dat oude, zich nog wat behelpende
Europa uit de jaren zestig in de neus
van de Rivierenbuurt weer terug.

 

 1745972-078a1b68a9a965e14a4dcaa1aa4a6a99.jpg
Karel N.L. Grazell (Amsterdam,3 april 1928)

 

 

De Duitse dichter Peter Huchel werd geboren in Lichterfelde bij Berlijn op 3 april 1903. Zie ook alle tags voor Peter Huchel op dit blog.

 

Der Holunder [Enkidu]

Der Hollunder öffnet die Monde,
alles geht ins Schweigen hinüber,
die fließenden Lichter im Bach,
das durch Wasser getriebene Planetarium des Archimedes,
astronomische Zeichen,
in den Anfängen babylonisch.

Sohn, kleiner Sohn Enkidu,
du verließest deine Mutter, die Gazelle,
deinen Vater, den Wildesel,
um mit der Hure nach Uruk zu gehen.
Die milchtragenden Ziegen flohen.
Es verdorrte die Steppe.

Hinter dem Stadttor
mit den sieben Eisenriegeln
unterwies dich Gilgamesch,
der Grenzgänger zwischen Himmel und Erde,
die Stricke des Todes zu durchhauen.

Finster brannte der Mittag auf dem Ziegelwerk,
finster lag das Gold in der Kammer des Königs.
Kehre um, Enkidu.
Was schenkte dir Gilgamesch?
Das schöne Haupt der Gazelle versank.
Der Staub schlug deine Knochen.

 

 

Die Wasseramsel

Könnte ich stürzen
heller hinab
ins fließende Dunkel

um mir ein Wort zu fischen,

wie diese Wasseramsel
durch Erlenzweige,
die ihre Nahrung

vom steinigen Grund des Flusses holt.

Goldwäscher, Fischer, stellt eure Geräte fort.
Der scheue Vogel

will seine Arbeit lautlos verrichten.

 

 1745972-a7cea5e26862cb514855c54df65cc690.jpg
Peter Huchel (3 april 1903 – 30 april 1981)
Berlijn-Lichterfelde, Heilige-Familie-Kirche

 

 

De Canadese schrijfster Arlette Cousture werd geboren in Saint-Lambert op 3 april 1948. Zie ook alle tags voor Arlette Cousture op dit blog.

Uit: Petals' Pub

« Angélique était all ongée à plat ventre sur la dalle froide de février, les bras en croix. Des larmes baignaient les rares cheveux échappés de son bonnet. Ses mamelons étaient durcis par le froid et par cette sensation d'inconfort dans ce corps qui lui était de plus en plus étranger. Angélique se mourait.
L'aube promit enfin le jour et Angélique réussit à se relever, battant sa coulpe une dernière fois. Un mal mystérieux l'enfiévrait, inconnu de l'infirmière que la prieure, inquiète, avait conviée pour tenter de comprendre. Angélique, à l'appétit pourtant frugal, était incapable de se sustenter. Ses nuits étaient hantées d'insomnies et elle ne pouvait se concentrer sur ses prières. La seule chose qu'elle accomplissait était son travail, soit boulanger le pain de la communauté et fabriquer les hosties.
Angélique était postulante dans la congrégation des soeurs de l'Espérance, et la simple idée d'être contrainte de la quitter, pour cause de santé défaillante, la minait. Elle ne pouvait plus voir Montréal et son crottin, ses hommes au regard perçant qui lui découpait la silhouette, ses frères bruyants et l'indigence de sa famille. Jamais, depuis qu'elle se promettait au voeu de pauvreté, elle n'avait été aussi riche, aussi nourrie, aussi chauffée. Sa famille, trop démunie pour offrir une somme intéressante à la congrégation en guise de dot, lui avait cependant donné une fille aux doigts divins dès que plongés dans la farine. »

 

 1745972-f3a66b5a4f2d0766e4de449a6786fce1.jpeg
Arlette Cousture (Saint-Lambert, 3 april 1948)

 

 

De Vlaamse schrijver Pieter Aspe (pseudoniem van Pierre Aspeslag) werd geboren in Brugge op 3 april 1953. Zie ook alle tags voor Pieter Aspe op dit blog.

Uit: Blauw bloed

“De man schoof de vitrage wat verder open en keek gespannen toe.
“Vergeet niet dat je vanmiddag nog moet gaan stempelen, Gino”, zei de vrouw en ze slofte terug naar de keuken.
Op het aanrecht lagen twee lappen bloederig vlees. De vrouw gooide ze in de pan, glimlachte en strooide er royaal zout over. Gino had al een tijdje last van een te hoge bloeddruk en de dokter had gezegd dat hij zout moest mijden.
Diana Delanghe schrok toen ze de Witte Leertouwersstraat inreed en de politiewagen bemerkte die tegenover haar deur stond geparkeerd. Het was te laat om nog achteruit te rijden. Dat zou opvallen.
“Get down!” schreeuwde ze tegen de twee passagiers op de achterbank.
Ze klemde haar handen om het stuur en gaf voorzichtig gas.
“Volgens mij is ze niet thuis”, zei Van In.
Hij had drie keer aangebeld.
“Ik zie in ieder geval geen beweging.”
Versavel had de hele tijd de tweede verdieping in het oog gehouden omdat het wel vaker gebeurde dat mensen die om een of andere reden de deur niet wilden openmaken, het toch niet konden laten stiekem door het raam naar buiten te gluren.”

 

 1745972-a7246667b0a651cbe1ef8831166a414e.jpg
Pieter Aspe (Brugge, 3 april 1953)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e april ook mijn blog van 3 april 2012 deel 2.

Geschreven door Romenu om 12:47 Reageer op dit bericht

Gethsemane (Simon Vestdijk)

 

Bij Witte Donderdag

 

 1745463-5eb7490901ea828e0fe0e7ef3d0bbe8f.jpg
Sebastiono Conca, Christus in de tuin van Gethsemane, 1746

 

 

Gethsemane

Waakt met mij, éen nacht, éen uur, éen oogwenk,
Opdat ik de plek voel waar gij zijt.
Kunt gij waken, strijdend tegen lijfsdwang,
Kunt ge ook troosten met aanwezigheid.

Zóo zijn goden vaak op ’t eind vereenzaamd,
Menschonwaardig haav’loos en verkild,
Dat zij need’rig smeeken om de bijstand
Van een vriend die ’t zelfde heeft gewild.

En zij gaan ongaarne in de doodsstrijd
Waar geen spiegel zelfs hen gadeslaat,
En zij huiv’ren voor de bleeke nanacht,
Als de haan kraait en de vriend verraadt.

Waakt met mij, éen nacht, éen uur, éen oogwenk,
Slaap is maar een smalle overzij,
En wanneer de slaap u tóch vermeestert,
Breekt uit droomen los, en waakt met mij

 

 

 1745463-ec3136a4bbc06861a5f8700c2381b4e3.jpg
Simon Vestdijk (17 oktober 1898 – 23 maart 1971)
Harlingen, Sint Michaëlkerk. Simon Vestdijk werd geboren in Harlingen

 

 

Zie voor de schrijvers van de 2e april ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 13:23 Reageer op dit bericht

Thomas Glavinic, Émile Zola, György Konrád, Anneke Claus, Anne Waldman, Casanova, Hans Christian Andersen, Roberto Arlt

De Oostenrijkse schrijver Thomas Glavinic werd geboren op 2 april 1972 in Graz. Zie ook alle tags voor Thomas Glavinic op dit blog.

Uit: Das größere Wunder

“Für Jonas hatte jede Zeit ihren eigenen Geruch, so wie sie auch eine eigene Stimmung und einige charakteristische Bilder hatte. Die Zeit, als er sieben oder acht war und lernte, dass das Leben nicht einfach sein würde, roch nach dem starken Filterkaffee seiner Mutter.
Es war jene Zeit, in der er unglücklich war, wenn er in der Schule sitzen musste, weil er dann nicht auf seinen Bruder aufpassen konnte. Mike besuchte den Kindergarten, obwohl er gleich alt war wie Jonas, auf den Tag genau. Bei seiner Geburt war etwas schiefgegangen, die Nabelschnur hatte sich um seinen Hals gewickelt und ihm zu lange die Luft abgesperrt, und nun konnte er weder bis drei zählen noch einen Hund von einer Katze unterscheiden.
Es gab niemanden auf der Welt, den Jonas so sehr liebte, nicht einmal Werner. Er dachte Tag und Nacht daran, wie er Mike beistehen konnte, wie er ihn vor den Hänseleien anderer Kinder und vor der Wut seiner Mutter schützen konnte, der Wut seiner Mutter und der ihrer Freunde, die nichts übrig hatten für ein Kind, das dauernd in die Hose machte, mit dem Essen herumwarf und Haushaltsgeräte kaputtschlug. Und so kam Jonas jeden Morgen zu seiner Mutter in die Küche, wo es nach Kaffee roch, im Radio Volksmusik gespielt wurde und überall leere und halbleere Rotweinflaschen herumstanden.
»Mutti, ich habe gestern ein Glas aus dem Schrank genommen.«
»Na und? Stell’s wieder zurück.«
»Das kann ich nicht.«
»Wieso nicht? Hast du es zerbrochen?«
»Es ist mir runtergefallen. Tut mir leid.«
»Du bist ein Idiot, weißt du das? Das wirst du von deinem Taschengeld bezahlen.«

 

 1745459-bc8cecb1036d9c156668058f560b0b8d.jpg
Thomas Glavinic (Graz, 2 april 1972)

 

 

De Franse schrijver Émile Zola werd geboren op 2 april 1840 te Parijs. Zie ook alle tags voor Émile Zola op dit blog.

Uit: The Belly of Paris (Le Ventre de Paris, vertaald door Mark Kurlansky)

“Come on, lady, let’s keep moving,” shouted one of the men who was kneeling in turnips. “It’s just some drunken idiot.”
But as she leaned over she thought she made out a dark patch of something blocking the road, about to be stepped on by the horse.
“You can’t just run people over,” she said, jumping down from her wagon.
It was a man sprawled across the road, his arms stretched out, facedown in the dust. He seemed extraordinarily long and as thin as a dry branch. It was a miracle that Balthazar had not stepped on him and snapped him in two. Madame François thought he was dead, but when she crouched over him and took his hand, she found it was still warm.
“Hey, mister,” she called softly.
But the drivers were growing impatient. The one kneeling in the vegetables shouted in a gruff voice, “Give it up, lady. The son of a bitch is plastered. Shove him in the gutter.”
In the meantime, the man had opened his eyes. He stared, motionless, at Madame François, with a look of bewilderment. She too thought that he must be drunk.
“You can’t stay there, you’re going to get yourself run over,” she told him. “Where were you going?”
“I don’t know,” the man replied in a feeble voice. Then, with great effort and a worried face, “I was going to Paris, and I fell. I don’t know . . .”
Now she could see him better, and he was pathetic with his black pants and black overcoat, so threadbare that they showed the contour of his bare bones. Underneath a hat of coarse black cloth that he had pulled down as though afraid of being recognized, two large brown eyes of a rare gentleness could be seen on a hard and tormented face. Madame François thought that this man was much too feeble to have been drinking.”

 

 1745459-fa70e49e68f5be7033e604b6be110c1a.jpg
Émile Zola (2 april 1840 - 29 september 1902)
Portret door  Paul Cezanne, 1864

 

 

De joods-Hongaarse schrijver György Konrád werd geboren op 2 april 1933 in Berettyóújfalu (bij Debrecen). Zie ook alle tags voor György Konrád op dit blog.

Uit: Glück (Vertaald door Hans-Henning Paetzke)

“Mein Vater saß mit geschlossenen Augen im Sonnenschein auf dem Balkon. Sein Geschäft hatte er schließen müssen, den eigenen Laden durfte er nicht mehr betreten. Er gehörte ihm nicht mehr. Auch die Eisentür war versiegelt. Alle Wertsachen, auch den Rundfunkempfänger, hatte er abliefern müssen. Zu dritt schliefen wir Burschen im Herrenzimmer, das heißt: Schlaf heuchelten wir nur vor, denn heimlich knipsten wir das kleine Licht an und vergingen uns an dem in der Kredenz stehenden Nußbranntwein, um für das nächtliche Politisieren entsprechend beseelt zu sein."
(…)

"Die Bewaffneten mit den Armbinden fanden reichlich Objekte, die sie zur Strecke bringen konnten, doch sie ahnten schon, daß sie es nicht schaffen würden, alle Juden zu erledigen. Wahrscheinlich konnten sie sich nicht jeden Tag in die entsprechende Stimmung versetzen, um auf Menschenjagd zu gehen."
(…)

„Daß auch ich unter ihnen sein würde, konnte ich mir vorstellen, und das war ein unangenehmes Gefühl, doch derartiges Phantasieren wurde durch das, was einem der Alltag abverlangte, überdeckt, in der Gefahr wird der Mensch praktisch. In Wirklichkeit wird er mit der Möglichkeit des Todes nur wenige Augenblicke konfrontiert, beispielsweise dann, wenn ihm eine Pistole an die Stirn gehalten wird. Dann spürt er, ja, das ist es, das ist jetzt möglich.“

 

 1745459-462fb3ca64c469c860a40404db85d385.jpg
György Konrád (Berettyóújfalu, 2 april 1933)

 

 

De Nederlandse dichteres en schrijfster Anneke Claus werd geboren op 2 april 1979 in Doetinchem. Zie ook alle tags voor Anneke Claus op dit blog.

 

BONSAI

een stad die mij
haar stratenplan niet
kenbaar wilde maken
twee spelemannen
in een parallelwereld
van strakroze hotelkamers
hun blotehoofden schimmenspel
mijn raadseltaal hun wenkgebaren
en kettingdolen flessenlezen
zoals snaren botsen steeds komt
wij ons sinds die dag weer tegen
alles in het klein is daar waar men bruikt
om te overleven: een dak, smeer
voor de droge keel en dekens
waaronder de nacht
in woedend tempo
voorthamert.

 

 1745459-5c7cc3a795d99ef2c0c259bd3945493f.jpg
Anneke Claus (Doetinchem, 2 april 1979)

 

 

De Amerikaanse dichteres Anne Waldman werd geboren op 2 april 1945 in Millville, New Jersey. Zie ook alle tags voor Anne Waldman op dit blog.

 

Fast Speaking Woman (Fragment)

mouth is gaping
tongue is bleeding
everywhere suffering, as I go

I’m the celebrity woman
I’m the luminary woman
I’m the standout woman
I’m the braggart woman
I’m the shrew at the window woman
I’m the stigma woman
the beaten woman
the disgraced woman
hag woman
where will I go?

who will have me?

water clean me
water clean me, as I go

I’m the camouflaged woman
I’m the assuaged woman
I’m the ravenous woman
I’m the Kali Yuga woman
high-pitched woman
not a trifling woman
hissing woman

I’m the woman with the fangs
I’m the woman with the guns
I’m the woman with tomes
I’m the hook woman
I’m the stolen book woman

fire that burns as I go

woman was in the world was walking
woman was singing sounding the day away
sounds like a cranky old machine, someone said
(that someone was a mean man, mean child-man)
but she just ignored the cranky old machine part
& went on her way

woman took her haughty self out of the sky
she had a nose that tall
how tall?
that!
& stuck up it was
mincy mincy mincy mincy she cried
mincy mincy mincy
she was burning all right
her house (the one she carried on her head) was afire

 

 1745459-746132fc455fbc280af6ec6f629a55d5.jpg
Anne Waldman (Millville, 2 april 1945)
In 1988

 

 

De Italiaanse schrijver en avonturier Giacomo Girolamo Casanova werd geboren in Venetië op 2 april 1725. Zie ook alle tags voor Giacomo Casanova op dit blog.

Uit:The memoirs of Jacques Casanova de Seingalt (Vertaald door Arthur Machen)

“On the morrow, just as we had finished our breakfast, Father Mancia made his appearance. Doctor Gozzi, followed by the whole family, escorted him to his sister's bedside. As for me, I was entirely taken up by the face of the monk. Here is his portrait. His figure was tall and majestic, his age about thirty; he had light hair and blue eyes; his features were those of Apollo, but without his pride and assuming haughtiness; his complexion, dazzling white, was pale, but that paleness seemed to have been given for the very purpose of showing off the red coral of his lips, through which could be seen, when they opened, two rows of pearls. He was neither thin nor stout, and the habitual sadness of his countenance enhanced its sweetness.
His gait was slow, his air timid, an indication of the great modesty of his mind.
When we entered the room Bettina was asleep, or pretended to be so. Father Mancia took a sprinkler and threw over her a few drops of holy water; she opened her eyes, looked at the monk, and closed them immediately; a little while after she opened them again, had a better
look at him, laid herself on her back, let her arms droop down gently, and with her head prettily bent on one side she fell into the sweetest of slumbers.”

 

 1745459-11f0f683a671a54a6eddeb95ac5f0d33.jpg
Giacomo Casanova (2 april 1725 – 4 juni 1798)
Heath Ledger als Casanova in de gelijknamige film uit 2005

 

 

De Deense schrijver en dichter Hans Christian Andersen werd geboren op 2 april 1805 in Odense. Zie ook alle tags voor Hans Christian Andersen op dit blog.

Uit:Kleine Klaas en grote Klaas

“In een dorp woonden eens twee mensen die allebei dezelfde naam hadden: ze heetten allebei Klaas, maar de een had vier paarden en de ander had er maar één.
Om ze uit elkaar te kunnen houden, noemden de mensen de man die vier paarden had, grote Klaas en de man die maar één paard had, kleine Klaas. En nu gaan we horen hoe het die twee verging, want dat is een waar verhaal!
De hele week moest kleine Klaas ploegen voor grote Klaas en hem zijn enige paard lenen. Daarna hielp grote Klaas hem dan weer met alle vier zijn paarden, maar niet vaker dan één keer in de week, en wel op zondag. Hopsa! Wat liet kleine Klaas zijn zweep over alle vijf de paarden knallen; ze waren zo goed als van hem, die ene dag. De zon scheen heerlijk en alle klokken in de kerktoren luidden voor de dienst. De mensen zagen er keurig uit, ze liepen met hun psalmboek onder hun arm naar de kerk om de dominee te horen preken en ze keken naar kleine Klaas, die met vijf paarden aan het ploegen was en zo tevreden was dat hij weer met zijn zweep knalde en riep: "Hop, al mijn paarden!"

 

 1745459-77a7322f10d960517ddba122e32a65bf.jpg
Hans Christian Andersen (2 april 1805 - 4 augustus 1875)
Portret door F.L. Storch, 1852

 

 

De Argentijnse schrijver Roberto Godofredo Arlt werd geboren op 2 april 1900 in Buenos Aires. Zie ook alle tags voor Roberto Arlt op dit blog.

Uit: The Mad Toy (Vertaald door Michele McKay Aynesworth)

« Irzubeta's face lit up with respect. "So that was you, huh? Nice work. The boy who cleans the pens at the dairy told me it fired like a Krupp."
While he was talking, I observed him.
He was tall and lean. Shiny black hair curled nobly over his round, bulging forehead, which was covered with freckles. He had eyes the color of tobacco, a bit slanted, and he wore a frayed brown suit altered to fit his body by hands that were not made for tailoring.
He leaned on the edge of the counter, resting his chin on his hand. He seemed to be thinking.
A resounding adventure was that of my cannon, and happy am I to recall it.
From some workers at the light and power plant I bought an iron tube and several pounds of lead to build what I called a culverin or "bombard." I proceeded as follows:
I inserted the iron tube in a hexagonal wooden mold lined with mud. The space between the two inner faces was filled with molten lead. After breaking the outside covering, I smoothed the base with a thick file, fastening the cannon by means of tin braces to a gun carriage made from the thickest boards of a kerosene keg.
My culverin was beautiful. I would load it with two-inch-wide projectiles in burlap bags filled with powder.”

 

 1745459-9d1f4f987929dcb3ca35997787cb2a29.jpg
Roberto Arlt (2 april 1900 – 26 juli 1942)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 2e april ook mijn blog van 2 april 2012 deel 1 en ook deel 2.

Geschreven door Romenu om 13:18 Reageer op dit bericht

Ed Dorn

De Amerikaanse dichter en letterkundige Ed Dorn werd geboren op 2 april 1929 in Villa Grove, Illinois. Hij groeide op in armoede op het platteland tijdens de Grote Depressie. Hij bezocht acht klassen lang een school die bestond uit slechts één klaslokaal. Later studeerde hij aan de Universiteit van Illinois en aan Black Mountain College (1950-1955). Op Black Mountain kwam hij in contact met Charles Olson, die zijn literaire wereldbeeld en zijn beeld van zichzelf als dichter sterk zou beïnvloeden De examinator van Dorn op Black Mountain was Robert Creeley. Samen met hem en met de dichter Robert Duncan behoorde Dorn tot een trio van jongere dichters dat later geassocieerd werd met Black Mountain en met Charles Olson. In 1951 verliet Dorn Black Mountain en reisde hij naar de Pacific Northwest, waar hij met zijn handen ging werken en zijn eerste vrouw, Helene, ontmoette; zij keerden terug naar het college in het najaar van 1954. Na het afstuderen en na twee jaar reizen vestigden zij zich in de staat Washington, waar zijn autobiografische roman “By the Sound” zich afspeelde. In 1961 aanvaardde hij zijn eerste baan in het onderwijs aan de Idaho State University, waar hij het tijdschrift Wild Dog publiceerde. Zijn eerste dichtbundel “The Newly Fallen” werd gepubliceerd in 1961. In 1965 bracht Dorn met fotograaf Leroy Lucas de zomer door met het bezoeken van reservaten van Indianen voor een boek in opdracht van William Morrow & Co. Press, “The Shoshoneans”. In de herfst nodige de Britse dichter en geleerde Donald Davie hem uit aan de faculteit Letterkunde die hij aan het oprichten was aan de nieuwe universiteit van Essex. Hij bracht het grootste deel van de volgende vijf jaar in Engeland door, waar hij verschillende dichtbundels publiceerde en Boek 1 van “Gunslinger schreef”. Hij begon ook samen met Gordon Brotherston aan vertalingen uit het Latijns-Amerikaans, sloot een hechte vriendschap met de Britse dichter J.H. Prynne, en ontmoette zijn tweede vrouw, Jennifer Dunbar. Na zijn terugkeer in de Verenigde Staten doceerde Dorn in jaren 1970 aan meer dan een half dozijn universiteiten in het hele land. In 1977 aanvaardde hij een hoogleraarschap aan de Universiteit van Colorado in Boulder, waar hij voor de rest van zijn leven bleef doceren. In de jaren 1990, na een uitwisselingsbezoek aan de Paul Valery University in Montpellier begon hij te werken aan “Languedoc Variorum: A Defense of Heresy and Heretics”. Ook schreef hij een lang verhalend gedicht “Westward Haut.” Tijdens de laatste twee en een half jaar van zijn leven schreef hij de gedichten van de postuum gepubliceerde “Chemo Sabe”, een verslag van zijn behandelingen voor kanker. Dorns magnum opus, is “Gunslinger”. “Gunslinger” is een lang gedicht in vijf delen. Deel 1 werd voor het eerst gepubliceerd in 1968, en de laatste volledige tekst verscheen in 1974. Andere belangrijke publicaties omvatten: “The Collected Poems: 1956-1974”, “Recollections of Gran Apacheria”, “Abhorrences”, “High West Rendezvous: A Sampler” en “Way More West: New and Selected Poems”.

 

If It Should Ever Come

And we are all there together
time will wave as willows do
and adios will be truly, yes,
 
      laughing at what is forgotten
and talking of what's new
admiring the roses you brought.
How sad.
 
You didn't know you were at the end
thought it was your bright pear
the earth, yes
 
another affair to have been kept
and gazed back on
when you had slept
to have been stored
as a squirrel will a nut, and half
forgotten,
there were so many, many
from the newly fallen.

 

 

Ode on the Facelifting of the "statue" of Liberty

Abhorrences
4 July, 1986
America is inconceivable without drugs
and always has been. One of the first acts
was to dump the tea. The drug that furnished
the mansions of Virginia was tobacco,
a drug now in much disrepute.
Sassafras, a cure-all, is what they came for
and they dealt it by the bale altho it
was only a diaphoretic to make you perspire—
people were so simple in those days.
The Civil War saw the isolation of morphine
making amputation a pleasure and making
the block of wood between the teeth,
which was no drug, obsolete. Morphinism
was soon widespread among doctors and patients.
At this date interns, the reports tell us,
are among the premier drug ab/users
of said moralistic nation. “Rock” stars
(who notoriously “have” doctors)
consume drugs by the metric ton
even as they urge teenagers to Say No.
The undercurrent of American history
has been the running aches and pains
of the worn path to the door of the apothecary
to fetch cannabis and cocaine elixirs
by the gallon. It has been all prone
all seeking Florida, Ponce de León
was just the beginning of a statistical curve
whose only satisfaction would be total vertigo.
His eager search for youth has become our
frantic tilt with death and boredom,
in fact we are farming death in Florida
with far greater profit than we are
farming food in Iowa—elixirs are as multiform
as the life-style frauds we implore,
a cultural patchwork fit for a fool
in the only country in the world
with a shop called the Drug Store.

 

 1883809-08de1605d3739a5858f345c970748c59.jpg
Ed Dorn (2 april 1929 - 10 december 1999)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Milan Kundera, Nikolaj Gogol, Arnold Aletrino, Max Nord, Urs Allemann, Rolf Hochhuth, John Wilmot

De Tsjechische schrijver Milan Kundera werd geboren in Brno op 1 april 1929. Zie ook alle tags voor Milan Kundera op dit blog.

Uit: Ignorance

“The Greek word for "return" is nostos. Algos means "suffering." So nostalgia is the suffering caused by an unappeased yearning to return. To express that fundamental notion most Europeans can utilize a word derived from the Greek (nostalgia, nostalgie) as well as other words with roots in their national languages: añoranza, say the Spaniards; saudade, say the Portuguese. In each language these words have a different semantic nuance. Often they mean only the sadness caused by the impossibility of returning to one's country: a longing for country, for home. What in English is called "homesickness." Or in German: Heimweh. In Dutch: heimwee. But this reduces that great notion to just its spatial element. One of the oldest European languages, Icelandic (like English) makes a distinction between two terms: söknuour: nostalgia in its general sense; and heimprá: longing for the homeland. Czechs have the Greek-derived nostalgie as well as their own noun, stesk, and their own verb; the most moving, Czech expression of love: styska se mi po tobe ("I yearn for you," "I'm nostalgic for you"; "I cannot bear the pain of your absence"). In Spanish añoranza comes from the verb añorar (to feel nostalgia), which comes from the Catalan enyorar, itself derived from the Latin word ignorare (to be unaware of, not know, not experience; to lack or miss), In that etymological light nostalgia seems something like the pain of ignorance, of not knowing. You are far away, and I don't know what has become of you. My country is far away, and I don't know what is happening there. Certain languages have problems with nostalgia: the French can only express it by the noun from the Greek root, and have no verb for it; they can say Je m'ennuie de toi (I miss you), but the word s'ennuyer is weak, cold -- anyhow too light for so grave a feeling. The Germans rarely use the Greek-derived term Nostalgie, and tend to say Sehnsucht in speaking of the desire for an absent thing. But Sehnsucht can refer both to something that has existed and to something that has never existed (a new adventure), and therefore it does not necessarily imply the nostos idea; to include in Sehnsucht the obsession with returning would require adding a complementary phrase: Sehnsucht nach der Vergangenheit, nach der verlorenen Kindheit, nach der ersten Liebe (longing for the past, for lost childhood, for a first love).

 

 1745114-232213e9603d8608d05dff45389ae07b.jpg
Milan Kundera (Brno, 1 april 1929)

 

 

De Russische schrijver Nikolaj Vasiljevitsj Gogol werd geboren in Poltawa, Oekraïne, op 1 april 1809. Zie ook alle tags voor Nikolaj Gogol op dit blog.

Uit: Dead Souls (Vertaald door D. J. Hogarth)

“To the door of an inn in the provincial town of N. there drew up a smart britchka--a light spring-carriage of the sort affected by bachelors, retired lieutenant-colonels, staff-captains, land-owners possessed of about a hundred souls, and, in short, all persons who rank as gentlemen of the intermediate category. In the britchka was seated such a gentleman--a man who, though not handsome, was not ill-favoured, not over-fat, and not over-thin. Also, though not over-elderly, he was not over-young. His arrival produced no stir in the town, and was accompanied by no particular incident, beyond that a couple of peasants who happened to be standing at the door of a dramshop exchanged a few comments with reference to the equipage rather than to the individual who was seated in it. "Look at that carriage," one of them said to the other. "Think you it will be going as far as Moscow?" "I think it will," replied his companion. "But not as far as Kazan, eh?" "No, not as far as Kazan." With that the conversation ended. Presently, as the britchka was approaching the inn, it was met by a young man in a pair of very short, very tight breeches of white dimity, a quasi-fashionable frockcoat, and a dickey fastened with a pistol-shaped bronze tie-pin. The young man turned his head as he passed the britchka and eyed it attentively; after which he clapped his hand to his cap (which was in danger of being removed by the wind) and resumed his way. On the vehicle reaching the inn door, its occupant found standing there to welcome him the polevoi, or waiter, of the establishment--an individual of such nimble and brisk movement that even to distinguish the character of his face was impossible. Running out with a napkin in one hand and his lanky form clad in a tailcoat, reaching almost to the nape of his neck, he tossed back his locks, and escorted the gentleman upstairs, along a wooden gallery, and so to the bedchamber which God had prepared for the gentleman's reception. The said bedchamber was of quite ordinary appearance, since the inn belonged to the species to be found in all provincial towns--the species wherein, for two roubles a day, travellers may obtain a room swarming with black-beetles, and communicating by a doorway with the apartment adjoining.”

 

 1745114-146b7670be62b1d9deb78736f18d96da.jpg
Nikolaj Gogol (1 april 1809 – 4 maart 1852)
Standbeeld in St. Petersburg

 

 

De Nederlandse schrijver Arnold Aletrino werd geboren in Amsterdam op 1 april 1858. Zie ook alle tags voor Arnold Aletrino op dit blog.

Uit: Zuster Bertha

“Haar witte mutsje maakte een heldere, levende plek in het stille licht. Zij schikte eenige dingen terecht, dof tikkend met de fleschjes op het zinken tafelblad, een valsch, gebarsten, kort geluid makend bij het tegen elkaâr raken van twee flesschen. En een tijdlang stond ze gebogen, aandachtig kijkend op haar hooggeheven handen, terwijl zij draden door de naalden reeg, nu en dan kloppend met haar voet op den grond. Toen zij gedaan had, keerde zij zich om, draaide de gasvlam onder den ketel lager en ging naar het raam, waarvan zij de twee schuinhangende gordijnen van elkaâr trok.
Buiten 't raam dichtte een dikke nevel, groot door eentonige witheid, in zware tastbaarheid neêrdrijvend, naar boven. Soms bewoog de wollige mist, log heen- en weêr bollend wanneer de wind er door heen blies, in groote, hoekige scheuren vaneen wijkend. En door de wijde scheuren plekte de roode veeg van een dak aan de overzij of vaagde het bruin van een boom met zijn herfstbladen onduidelijk, woelig op en schoof weêr weg achter de mist, die zich geluidloos met loome schommelingen ineenvoegde. Dan hing de damp weêr onbewegelijk, zwaar deinend voor het venster, als van verre het ratelend geluid van een rijtuig over de steenen oprommelend of de roep van een koopman op straat met een matten klank opdoffend naar boven. En diep naar onder was de mist een vaste, grijze massa, dicht in een, alles bedekkend met een gelijke, eentonige grijsheid.
Gedachteloos in de stilte stond zuster Bertha naar buiten te staren, naar boven kijkend, waar 't leek of de nevel ijler werd en een bijna onmerkbare rose schijn neêrwemelde in den dunneren damp, met haar oogen soezend in de stille, droomerige witheid òm haar. Het helle, kleurlooze licht suisde door het hooge venster scherp over haar heen in de kamer, de operatietafel wit slaande met groote plekken, de instrumenten in de kast glanzend optrekkend uit den donzigen schemer, de korte glimpjes op de flesschen breed uitvegend in omtreklooze schijnsels, glijdend op den bruinen vloer met glimmende plassen. In de bocht der koperen bekkens tikten helle lichtjes, plotseling onbewegelijk blijvend.”

 

 1745114-623d669b1fb0c298f4d40f30c892b1a7.jpg
Arnold Aletrino (1 april 1858 - 17 januari 1916)
 

 

 

De Nederlandse dichter en journalist Max Nord werd geboren in Gorinchem op 1 april 1916. Zie ook alle tags voor Max Nord op dit blog.

Uit: Le Grand Meaulnes

“De roman Le Grand Meaulnes, die hier de Nederlandse lezer onder de titel Het Grote Avontuur wordt voorgelegd, is één van die, te weinige, unieke boeken, waarin het de schrijver is gelukt de sfeer van de jeugdromantiek volledig vast te houden en uit te beelden. De schrijver Henri Alain-Fournier werd 3 October 1886 geboren in la Chapelle d'Angillon, klein plaatsje bij de Cher, een 30 km ten Noorden van Bourges; de streek dus waar zijn beroemd geworden boek speelt. Een groot deel van zijn jeugd bracht hij door in Epineuil-le-Fleuriel, tussen Saint-Armand en Montluçon, waar zijn ouders lange tijd onderwijzer waren. Zijn roman verscheen in 1913, na eerst in de ‘Nouvelle Revue Française’ gepubliceerd te zijn geweest. De bekende Franse literatuur-historicus Albert Thibaudet, die vermeldt dat in dit jaar ook Les Caves du Vatican van André Gide uitkwam (evenals Du Côté de chez Swann, Barnabooth en Jean Barois!), schrijft dat beide boeken eerst met terughouding werden ontvangen. Jacques Rivière, de Franse essayist, die Fourniers schoolkameraad op het lyceum van Lakanal was van October 1903 tot Juli 1905, en die later door zijn huwelijk met Henri's zuster Isabelle zijn zwager werd, vertelt daarentegen in zijn inleiding tot Miracles - waaruit ik vrijwel alle biografische gegevens put - dat Le Grand Meaulnes tot hun teleurstelling wel niet de Prix Goncourt verwierf, maar bij het publiek en in de pers gunstig werd ontvangen; dat Fournier zelfs onmiddellijk hartstochtelijke bewonderaars had, dat hij talrijke enthousiaste brieven ontving en dat het boek, toen de oorlog uitbrak, reeds verscheidene herdrukken had beleefd. Succes heeft Fournier, mag men wel aannemen, in zijn korte leven, en met zijn ene roman, dus gekend. Korte leven, want de schrijver die, evenals zijn vriend Rivière, toen reeds zijn zwager, 4 Augustus 1914 als luitenant van de 23ste compagnie, 288ste regiment infanterie, 17de legercorps in dienst ging, en die in zijn laatste briefkaart aan zijn zuster, 11 September van dat jaar, meldde bij de generale staf der cavalerie te zijn ingedeeld, werd reeds 22 September 1914 opgegeven als vermist, tussen Baux-les-Palameix en Saint-Rémy. Hij liet geen ander werk na dan een onafgemaakte roman, die Colombe Blanchet zou heten.”

 

 1745114-88247415e94a2d68148b1b750008dd58.jpg
Max Nord (1 april 1916 - 28 februari 2008)
Cover van  Le Grand Meaulnes

 

 

De Zwitserse schrijver en dichter Urs Allemann werd geboren op 1 april 1948 in Schlieren. Zie ook alle tags voor Urs Allemann op dit blog.

 

Traurige Trochäenbrösl
für Wolfram Groddeck

Sinn sei wieder keiner aber
böser roter Mond am Boden
liebes kleines Loch im Himmel  
und in dem Gesicht zwei Nasen

sei die eine in das Loch die
andre in den Mond zu bohren
das Gesicht zerreisse oder
ob aus dem Gedicht zwei Hasen

sei der eine um den Mond der
andre durch das Loch gesprungen
das Gedicht sei Scheisse schade
dass bei dem Gewicht zwei Vasen

sei das Loch in o der einen
da der Mond auf ach die andre
was Gewicht denn heisse bitte
wenn vor dem Gericht zwei Phasen:

grosses weisses Loch im Boden
böser kleiner Sinn am Himmel
Mond sei wieder keiner aber
danke eh es icht zwei Asen

 

 

Uit: im kinde schwirren die ahnen

 

XXXY

es ist xanthippes sohn und heisst
lamprokl
des sokrates tochter.

dem sokrat er ihr tocht. sie ist
der xant und hippe sein söhnin. es
krankt an dem lamproklsie.

lamprokler ist sie dem gsandt – hipp!
ihr gesöhn heisst der so grad
sie seine tochterin.

aaaaageproklt lamm du
aaaaarossbock blonz
aaaaahimmlich hammelin.

 

 1745114-c37adfbfe482ce2f324358fceabb8cfe.jpg
Urs Allemann (Schlieren, 1 april 1948)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Rolf Hochhuth werd geboren op 1 april 1931 in Eschwege. Zie ook alle tags voor Rolf Hochhuth op dit blog en ook mijn blog van 1 april 2011.

Uit: Essayistische Prosa und Gedichte (Der Fliehende Holländer)

„Drei Fünf- bis Sechsjährige, ein Mädchen, zwei Jungen in einer Sandkiste.
Mädchen : Ich könnt euch eine Burg bauen!
Ich kann mir nie ein Babybettchen bauen – wie denn aus Sand? Geht nicht.
Junge I : Abhauen – sollst hier abhauen:
Spiel mit deinem Puppenwagen. Sie steht da, mit einer großen Puppe.
Junge II,schreit, stößt sie weg, so heftig, daß sie auf den Rükken fällt in die Sandkiste:
Blöde Gans, jetzt hast du die halbe Burg zertrampelt!
Hau ab, verstehst nichts von Soldatenspielen.
Mädchen : Will gar nicht mehr mit euch spielen, doch die Anneliese ist heute nicht da.
Mutter :RAUFKOMMEN!
Der sehr laute Ruf einer Frau, die man noch nicht sieht. Sie wiederholt:
Mutter : Raufkommen!
Junge I : Wollen nicht, Mama, du störst uns.
Mutter, eine Vierzigjährige, betritt aufgeregt die Bühne, sagt energisch zu ihren Söhnen – ergreift das Mädchen, zieht es mit:
Mutter : Wir essen – los, und du kommst heute auch mit zu uns.
Junge II: Essen – noch keinen Hunger, Mama, laß uns . . .
Ein Fußball wurde über die Bühne geschossen; man sieht noch nicht, von wem.
Mutter : Ihr kommt mit und du kommst auch mit – heute, los. Weg hier jetzt!“

 

 1745114-59477349ae1889682e4a4a9a2855623c.jpg
Rolf Hochhuth (Eschwege, 1 april 1931) 

 

 

De Engelse dichter en schrijver John Wilmot 2e graaf van Rochester werd geboren in Ditchley, Oxfordshire, op 1 april 1647. Zie ook alle tags voor John Wilmot op dit blog.

 

Return

Absent from thee, I languish still;
Then ask me not, When I return?
The straying fool 'twill plainly kill
To wish all day, all night to mourn.

Dear, from thine arms then let me fly,
That my fantastic mind may prove
The torments it deserves to try,
That tear my fix'd heart from my love.

When, wearied with a world of woe,
To they safe bosom I retire,
Where love, and peace, and truth does flow,
May I contented there expire!

Lest, once more wandering from that heaven,
I fall on some base heart unblest;
Faithless to thee, false, unforgiven -
And lose my everlasting rest.

 

 1745114-86a5a7dcf6d63242094f993ff0e403ad.jpg
John Wilmot (1 april 1647 – 26 juli 1680)
Portret door Jacob Huysmans (1633–1696)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 1e april ook mijn blog van 1 april 2012 deel 2 en ook deel 3.

Geschreven door Romenu om 18:35 Reageer op dit bericht

Sandro Veronesi

De Italiaanse schrijver Sandro Veronesi werd geboren in Florence op 1 april 1959. Zie ook alle tags voor Sandro Veronesi op dit blog.

Uit: XY (Vertaald door Michael von Killisch-Horn)

„Borgo San Giuda war nicht einmal mehr ein Dorf, es war ein Weiler. Vierundsiebzig Häuser, davon mehr als die Hälfte verlassen, eine Bar, ein Lebensmittelgeschäft und die Kirche mit ihrem Pfarrhaus – unverhältnismäßig groß im Vergleich zum Rest. Ende. Kein Zeitungskiosk, kein Friseur, keine Ambulanz, keine Grundschule; dafür und für alle anderen Errungenschaften der Zivilisation musste man nach Serpentina durch den Wald fahren oder nach Doloroso, nach Massanera, nach Gobba Barzagli, nach Fondo, nach Dogana Nuova oder geradewegs hinunter nach Cles. Doch es gab einen Schmied, Wilfred, der Riesenkräfte hatte und wie Mangiafuoco, der Puppenspieler aus Pinocchio, aussah, und einen Friedhof mit mehr als dreihundert Gräbern. Dort zu leben ergab keinen Sinn, doch wir lebten dort, wir waren dreiundvierzig, eigentlich zweiundvierzig, seit der alte Rezè gestorben war. Es war ein Ort, der so gut wie nicht existierte, und niemand wird jemals begreifen, warum das, was geschehen ist, gerade dort geschehen ist, wo nie etwas geschah.
Das Einzige, was im Winter in San Giuda geschah, war die Ankunft des Schlittens von Beppe Formento. Die Formentos waren eine der vier Familien von San Giuda – die mächtigste, könnte man sagen, wenn es nicht so lächerlich klänge. Sein Bruder und seine Schwester besaßen die Bar und das Lebensmittelgeschäft, und ihre Kinder waren die einzigen jungen Leute, die dort lebten. Die eine, Perla, Tochter von Rina, hatte der Biathlon-Nationalmannschaft angehört und auch eine Medaille im Staffellauf gewonnen; der andere, Zeno, Sohn von Sauro, war ein vielversprechendes Talent im Skispringen gewesen, doch dann hatte er damit aufgehört. Beppe Formento liebte Pferde und besaß ein Reitzentrum in der Nähe von Serpentina; im Sommer kamen Urlauber, um Pferde für Ausritte zu mieten, und im Winter gelang es Beppe im Rahmen der weißen Wochen, ein Dutzend Touristen pro Tag für eine Fahrt mit dem Pferdeschlitten zu begeistern: Alte, Mütter und kleine Kinder, die den Prospekt in den Hotels der Region fanden und beschlossen, sich einen Ausflug wie im 19. Jahrhundert zu gönnen."

 

 1779682-2a5ad4493aab8efa3c64fa34957d4b66.JPG
Sandro Veronesi (Florence, 1 april 1959)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Stefan Hertmans, Octavio Paz, Asis Aynan, Martijn Teerlinck, Marga Minco, Enrique Vila-Matas, Rob Boudestein, Nichita Stănescu

De Vlaamse dichter, schrijver en essayist Stefan Hertmans werd geboren in Gent op 31 maart 1951. Zie ook alle tags voor Stefan Hertmans op dit blog.

 

Zijn troost

Men maakt een dier dood
in de nacht; iets kleins en
wilds wordt in de struiken
omgebracht.

Omdat hij stemmen hoorde,
dacht hij dat het volstond
als men geloofde;

maar even later huilt verschrikking
in een gracht.

Men heeft je niets beloofd bij
de geboorte;
maar overlast, het roken en het
drinken tot in de ochtend,
de volle maan die van de lucht afglijdt

en scherven in je armen -

je hebt die dingen zelf bedacht,
verwacht dus ook maar
geen erbarmen.

 

 

Zoals je thuis tikt

Dat het niet aanklinkt
maar er is, als regen,
waaiend over de toetsen
die tegen je spreken.

Lichte hagel, scherp
als nagels, klinkt er nu
en dan in mee.

Geduld, als je op snelheid
komt, een hoger ritme
dat het hart kalmeert

en alles - bomen groeien
door het raam, de glasgordijnen
ademen als een dier -
wordt daarin opgenomen:

je handen, snel als wolken
in september, tikkend
op een zwart klavier.

 

 

Verwensing van geluk

Je hebt het hart niet
om de stenen te begeren;
maar stenen dauwen
als je loopt.

Het huis heeft licht gedronken.
Wankelend komen stemmen
in de oren, de messen
zwellen scherp op snee.

Plots helt je lichaam iets te ver.
Ik ben dit niet gewend,
dit snikken van je harde
armen, dit warme klauwen

in mijn hals
De bloemen gillen roze.
We slapen ons voorbij.

 1744671-44201ba50eb39912453bb5e0e8150096.jpg
Stefan Hertmans (Gent, 31 maart 1951)

 

 

De Mexicaanse schrijver, dichter, en diplomaat Octavio Paz werd geboren op 31 maart 1914 in Mixcoac, tegenwoordig een deel van Mexico-stad. Zie ook alle tags voor Octavio Paz op dit blog.

 

As One Listens To The Rain

Listen to me as one listens to the rain,
not attentive, not distracted,
light footsteps, thin drizzle,
water that is air, air that is time,
the day is still leaving,
the night has yet to arrive,
figurations of mist
at the turn of the corner,
figurations of time
at the bend in this pause,
listen to me as one listens to the rain,
without listening, hear what I say
with eyes open inward, asleep
with all five senses awake,
it's raining, light footsteps, a murmur of syllables,
air and water, words with no weight:
what we are and are,
the days and years, this moment,
weightless time and heavy sorrow,
listen to me as one listens to the rain,
wet asphalt is shining,
steam rises and walks away,
night unfolds and looks at me,
you are you and your body of steam,
you and your face of night,
you and your hair, unhurried lightning,
you cross the street and enter my forehead,
footsteps of water across my eyes,
listen to me as one listens to the rain,
the asphalt's shining, you cross the street,
it is the mist, wandering in the night,
it is the night, asleep in your bed,
it is the surge of waves in your breath,
your fingers of water dampen my forehead,
your fingers of flame burn my eyes,
your fingers of air open eyelids of time,
a spring of visions and resurrections,
listen to me as one listens to the rain,
the years go by, the moments return,
do you hear the footsteps in the next room?
not here, not there: you hear them
in another time that is now,
listen to the footsteps of time,
inventor of places with no weight, nowhere,
listen to the rain running over the terrace,
the night is now more night in the grove,
lightning has nestled among the leaves,
a restless garden adrift-go in,
your shadow covers this page.

 

 1744671-f3a31e64c2e75fd8df53417dde743ed6.jpg
Octavio Paz (31 maart 1914 – 19 april 1998)

 

 

De Nederlandse schrijver Asis Aynan werd geboren in Haarlem op 31 maart 1980. Zie ook alle tags voor Asis Aynan op dit blog.

Uit: Gebed zonder eind

“Ik stopte met zwemmen. Ik had mijn ademhaling door de krachtsinspanning niet meer onder controle. Het koude water van het IJ voelde als een ijsdeken. Mijn spieren verkrampten. Ik voelde mijn lichaam niet meer. Ik wachtte op de paniek, maar die kwam niet. Ik kon niets meer doen. Voor het eerst in mijn leven was ik de controle kwijt, maar in plaats van angst en schrik werd ik vervuld door een gevoel van tevredenheid. Het is goed zoals het is hoorde ik me zeggen. Daar, op het midden van het IJ accepteerde ik dat het toeval de vader en de moeder is van het lot. Er verscheen een lach op mijn mond. Ik was op het punt beland waar ik wilde zijn. Ik was weer klaar voor de liefde. Ik was klaar voor de samenloop van omstandigheden die geen reden kent.”

 

 1744671-c3e3c858fb1ffb231933dba474519521.jpg
Asis Aynan (Haarlem, 31 maart 1980)

 

 

De Vlaamse dichter en muzikant MartijnTeerlinck werd geboren op 31 maart 1987 in Lendelede. Zie ook alle tags voor Martijn Teerlinck op dit blog.

 

Mijn

ik had een luchtfamilie
met haar van graan en sikkels van handen
ze woonden in een land van wind
het land waar men mij uittrok
door de grond van mijn gezicht te kloppen

ik werd een mijn
de steengang van mijn hemelbloed
en mijn ogen werden niet witter mijn gezicht alleen
steeds minder een gezicht

ik werd vader van een neergedaald geslacht
met haar van gruis en handen van houwelen
ze wonen in een land van as

zij lopen op mij af met achterhoofd vooruit
terwijl zij zeggen:
er zijn dikke wolken in ons opgestegen
die ons langzaam aan het vullen zijn
de as zal straks langs ons gezicht en onze ribben lopen dus

zet ons toch weer rechtop
en was toch onze ruggen schoon

maar daarvoor heeft mijn stem te weinig licht gezien
en als ik ‘s ochtends opstijg uit mijzelf
klop ik het stof nog altijd van mijn schouders

 1744671-744b53c953449cd8935c0dc17a082c0a.jpg
Martijn Teerlinck (31 maart 1987 – 10 december 2013)

 

 

De Nederlandse schrijfster en journaliste Marga Minco, pseudoniem van Sara Minco, werd geboren in Ginneken op 31 maart 1920. Zie ook alle tags voor Marga Minco op dit blog.

Uit: Meneer Frits en andere verhalen uit de vijftiger jaren

“Hij vond dat hij iets nuttigs moest doen in de maatschappij, maar zijn ware ambitie lag op ander terrein. Al lange tijd was meneer Frits vervuld van een groot projekt, dat achter in zijn tuin werd uitgevoerd. Daar groeven twee tuinlieden voor hem een gat, dat een geweldige diepte gekregen zou hebben als ze er niet met de pet naar hadden gegooid. Maar hun gelanterfant ontging meneer Frits. Het was hem altijd weer een intens genoegen over de rand van de kuil omlaag te kijken. Hij kreeg dan een gevoel van macht. Niet alleen deze tuin is van mij, dacht hij, maar ook alle grond daaronder, tot aan Australië toe.
‘Het is allemaal van mij,’ kon hij bewogen mompelen. ‘Hoe dieper het gat wordt, hoe meer diepte ik in eigendom heb. En als we eenmaal de andere kant van de aarde bereikt hebben zeg ik tegen zo'n australische schapenfokker: Goedendag. Hier ben ik. Dit gat is van mij.’
Nu hij telefoon had openden zich weer nieuwe mogelijkheden. Hij stelde zich voor mettertijd ook een telefoonkabel in het gat te laten aanleggen en een toestel mee naar de andere kant te nemen, zodat hij geregeld met juffrouw Plogge in verbinding kon blijven. Ze moest eindelijk eens leren met het apparaat om te gaan.
‘Bel iedereen maar op,’ zei hij gul tegen haar. ‘Vooruit, ga je gang.’ Ze wist niet wie ze bellen moest. ‘Ik heb geen familie, ik heb geen kennissen. En dan nog, wat zou ik moeten zeggen?’
‘Bel de bakker en bestel een brood,’ opperde meneer Frits.
‘Hij is toch al geweest vanmorgen,’ zei ze. ‘We hebben brood genoeg.’
‘De kruidenier! Bel de kruidenier.’
‘Waarom zou ik?’ vroeg ze. ‘De provisiekast zit nog vol.’

 

 1744671-d810035430d5801a0910bfda3a48d1e0.jpg
Marga Minco (Ginneken, 31 maart 1920)

 

 

De Spaanse schrijver Enrique Vila-Matas werd geboren in Barcelona op 31 maart 1948. Zie ook alle tags voor Enrique Vila-Matas op dit blog.

Uit: Bartleby & Co. (Vertaald door Jonathan Dunne)

“Of the writers of the No, what we might call the scriveners' section is one of the strangest and the one that perhaps affects me the most. This is because, twenty-five years ago, I personally experienced the sensation of knowing what it is to be a copyist. And I suffered terribly. I was very young at the time and felt very proud to have published a book on the impossibility of love. I gave my father a copy without foreseeing the troublesome consequences that this would have for me. A few days later, my father, annoyed at what he perceived in my book to be a record of offences against his first wife, obliged me to write a dedication to her in the copy that I had given him, which he himself dictated. I resisted such an idea as best I could. Literature was precisely - the same was true for Kafka - the only means I had to try to become independent of my father. I fought like a madman not to have to copy what he wanted to dictate to me. But finally I gave in, it was dreadful to feel that I was a copyist under the orders of a dictator of dedications.
This incident had such a negative impact on me that I did not write anything for twenty-five years. Not long ago, a few days before hearing that Mr Bartleby was in a meeting, I read a book that helped reconcile me to my condition as a copyist. I believe that the laughter and enjoyment I derived from reading Institute Pierre Menard helped pave the way for my decision to be rid of the old trauma and go back to writing.
Institute Pierre Menard, a novel by Roberto Moretti, is set in a secondary school whose pupils are taught to say "no" to over a thousand proposals, ranging from the most ludicrous to the most attractive and difficult to turn down. The novel is written in a jocular vein and is a very clever parody of Robert Walser's Jakob von Gunten. In fact Walser himself and the scrivener Bartleby are among the school's pupils. Nothing much happens in the novel, except that, by the time they have completed their studies, all the pupils have been transformed into consummate and cheerful copyists.”

 

 1744671-e684b1c3f302cee80a8d6a502de2901a.jpg
Enrique Vila-Matas (Barcelona, 31 maart 1948)

 

 

De Nederlandse dichter Rob Boudestein werd geboren op 31 maart 1947 in Den Haag. Zie ook alle tags voor Rob Boudestein op dit blog.

 

Quattro stagioni: Lente

Door almaar korten van de nachten,
getjielp, getjiftjaf en gefluit
– altijd te vroeg, te schel, te luid –
ontstaan er voorjaarsmoeheidsklachten.

Ook bloemgevoos is desastreus.
De lentekriebels? Aan me neus!
Door hooikoorts raak ik bar van slag.

Toch zie ik naar de lente uit,
want ergens in april besluit
het vrouwvolk: heden rokjesdag!

 

 1744671-aa792e42d8ffcbda0f059a777021549f.jpg
Rob Boudestein (Den Haag, 31 maart 1947)
Den Haag, Grote Markt 

 

 

De Roemeense dichter en essayist Nichita Stănescu werd geboren op 31 maart 1933 in Ploieşti. Zie ook alle tags voor Nichita Stănescu op dit blog.

 

Public clock with statues

The stones open an eye of stone,
the bones open an eye of bone.
Each dog has a snout in place of its eyes, and barks
from three snouts, generously.
It's a constant transforming of eyes in the air.
The eye of the cat turns into leaves.
The leaves murmur a sweet lament
in the sockets of the mother cats.
My eyes remain open and misted.
My eye blinks in the town council tower,
and suddenly I sense in my sockets,
with infant in arms, the statues of Mary. 

 

Vertaald door Thomas Carlson en Vasile Poenaru

 1744671-b71462374b35b7874bcf8bc92868235a.jpg
Nichita Stănescu (31 maart 1933 – 13 december 1983)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 31e maart ook mijn blog van 31 maart 2013 deel 1 en eveneens deel 2 en ook deel 3.

Geschreven door Romenu om 19:50 Reageer op dit bericht

Kornej Tsjoekovski

De Russische essayist, criticus en schrijver Kornej Ivanovitsj Tsjoekovski werd geboren in Sint-Petersburg op 31 maart 1882. Tsjoekovski werd geboren als buitenechtelijke zoon van de joodse koopman Emmanuel Lewenson en zijn huishoudster. Hij trok met zijn moeder nar Odessa, bezocht daar het gymnasium, maar kon zijn studie niet voortzetten vanwege zijn lage afkomst. Hij leerde zichzelf Engels en werd van 1903 tot 1905 correspondent te Londen voor de krant in Odessa. Terug in Rusland begon hij literatuur vanuit het Engels te vertalen, onder andere Walt Whitman. Hij kwam in zo contact met literaire kringen, onder andere met Aleksandr Blok. Tijdens een verblijf in Finland leerde hij Ilja Repin en Vladimir Korolenko kennen. Vanaf 1905 begon hij ook literaire kritieken, essays en satirische verzen te schrijven, onder meer voor de toonaangevende tijdschriften ‘Signaal’ en 'Weegschaal'. Vanwege enkele van deze publicaties werd hij in 1909 gearresteerd vanwege belediging van de Tsaar, maar uiteindelijk vrijgesproken. Tsjoekovski wierp zich een groot deel van zijn leven op als belangrijkste herontdekker en pleitbezorger van het werk van Nikolaj Nekrasov (waarvoor hij een doctorstitel kreeg toegekend), en was ook diens biograaf In de Sovjettijd verwierf Tsjoekovski vooral populariteit met zijn kinderboeken en kinderverzen, waarvan “Dokter Ajbolit”, “De gigantische voorn”, “De krokodil” en “Was ze schoon” generaties lang tot de favorieten van Russische kinderen behoorden. Ook zijn observaties over de kindertaal trokken de aandacht (Van twee tot vijf, 1933). Tsjoekovski verkreeg daarnaast veel bekendheid door zijn voortdurende steun aan schrijvers die vervolgd weren door het Sovjetregime, eerst heimelijk (hij schreef sympathieke portretten over verguisde schrijvers als Anna Achmatova en Michail Zosjtsjenko), na de ‘dooi’ ook openlijk. Hij was bijvoorbeeld de enige schrijver in de schrijversbond die Boris Pasternak in 1958 feliciteerde met de toekenning van de Nobelprijs voor de Literatuur. Tsjoekovski is de vader van Lidija Tsjoekovskaja. Hij overleed in 1969 op 87-jarige leeftijd in Peredelkino, bij Moskou.

 

Crocodile (Fragment)
(an old tale)

There was
The crocodile.
He went through the streets,
Cigarettes smoked,
Turkish said, -
Crocodile, Crocodile Crocodilefish!

Followed by the people
And sings and shouts:
"That's a freak so ugly!
That nose, that mouth!
And where is the monster?"

The students behind him,
Chimney sweeps over him,
And push it
Offend him;
And some kid
Showed him shish,
And some watchdog
Bit him in the nose, -
Bad dog, bad-mannered.

Looked Crocodile
And watchdog swallowed
Swallowed it along with the collar.

Angry people
And calls and shouts:
"Hey, hold it,
Yes knit it,
Yes lead rather to the police!"

He rushes into the tram,
All shout: "Ah-Ah-Ah!"
And running,
Head over heels,
Home
In the corners:
"Help!
Help! Mercy!"

Ran the policeman:
"What noise? What a howl?
How dare here to go
Turkish to speak?
The crocodiles here to walk"sign.

Grinned Crocodile
And the poor man swallowed,
Swallowed with boots and sword.

 

 

 1865661-22aa46bccf5ba3cb0a31a3bcef0214e9.jpg
Kornej Tsjoekovski (31 maart 1882 – 28 oktober 1969)
Portret door Ilya Repin, 1910

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Gerrit Komrij, Paul Verlaine, Milton Acorn, Erika Mitterer, Uwe Timm

De Nederlandse dichter, schrijver, criticus, polemist en toneelschrijver Gerrit Komrij werd geboren op 30 maart 1944 in Winterswijk. Zie ook alle tags voor Gerrit Komrij op dit blog.

 

De monumenten 2

Daar wordt een dode nooit meteen begraven,
Geen stof geveegd. Geen asfalteermachine
Dicht gaten in de straat. Daar zijn geen brave
Aartstegenstanders van het onvoorziene,

Geen bedden, rij aan rij, als serpentine,
Waarin ze zieken aan het oog onttrekken.
Elk huis vervalt er doodkalm tot ruïne.
Elk mens kan er vrijuit op straat verrekken.

Elk monument zakt ongestoord ineen
En op een zomaar wandelende dame
Stort zich de pest. Dáár ligt haar grote teen.
Het is een echte stad, en geen reclame.

 

 

Ellebogenwerk

Hij ziet de toekomst voor zich als mals gras.
Hoor hem zijn kaken roeren. Hij heeft trek.
Omzien geeft voor een zakenman geen pas.
Maar morgen is er altijd tijdgebrek.

Agenda's heeft hij en zijn aktetas
Zit vol prognoses, tot de jongste dag,
Van opwinding beslaat zijn brillenglas
Als hij naar nog een gaatje zoeken mag.

Hij graast de toekomst leeg om haar meteen
Opnieuw met hoop te vullen. In een tijd
Die niet te ruimen valt ziet hij geen been.

De toekomst is een ruif waaruit hij eet.
Daar ligt het leven, denkt hij en vergeet
Het nu - zijn enige gelegenheid.

 

 

Een gedicht

De eerste regel is om te beginnen.
De tweede is de elfde van beneden,
De derde is om wat terrein te winnen.
De vierde moet weer rijmen op de tweede.

De vijfde draait u plotseling een loer.
De zesde heeft het twaalftal gehalveerd.
De zevende schijnt zwaar geouwehoer,
De achtste bloedserieus. Of omgekeerd.

De negende vertelt nog eens hetzelfde.
De tiende is misschien een desillusie.
De elfde is niets anders dan de elfde.
De twaalfde is van niets de eindconclusie.

 

 1743992-5475b55576ca4c3111fd11b950a6ef6f.jpg
Gerrit Komrij (30 maart 1944 - 5 juli 2012)
In 1994

 

 

De Franse dichter Paul Marie Verlaine werd geboren in Metz op 30 maart 1844. Zie ook alle tags voor Paul Verlaine op dit blog.

 

Ars Poetica
for Charles Morice

Music first and foremost! In your verse,
Choose those meters odd of syllable,
Supple in the air, vague, flexible,
Free of pounding beat, heavy or terse.

Choose the words you use—now right, now wrong—
With abandon: when the poet’s vision
Couples the Precise with Imprecision,
Best the giddy shadows of his song:

Eyes veiled, hidden, dark with mystery,
Sunshine trembling in the noonday glare,
Starlight, in the tepid autumn air,
Shimmering in night-blue filigree!

For Nuance, not Color absolute,
Is your goal; subtle and shaded hue!
Nuance! It alone is what lets you
Marry dream to dream, and horn to flute!

Shun all cruel and ruthless Railleries;
Hurtful Quip, lewd Laughter, that appall
Heaven, Azure-eyed, to tears; and all
Garlic-stench scullery recipes!

Take vain Eloquence and wring its neck!
Best you keep your Rhyme sober and sound,
Lest it wander, reinless and unbound—
How far? Who can say?—if not in check!

Rhyme! Who will its infamies revile?
What deaf child, what Black of little wit
Forged with worthless bauble, fashioned it
False and hollow-sounding to the file?

Music first and foremost, and forever!
Let your verse be what goes soaring, sighing,
Set free, fleeing from the soul gone flying
Off to other skies and loves, wherever.

Let your verse be aimless chance, delighting
In good-omened fortune, sprinkled over
Dawn’s wind, bristling scents of mint, thyme, clover . . .
All the rest is nothing more than writing.


 
Vertaald door Norman R. Shapiro

 

 

Mondschein

Wie eine seltne Gegend ist dein Herz,
Wo Masken, die mit Bergamasken schreiten,
Zum Tanze spielen voll geheimem Schmerz
Im Truggewand, mit dem sie bunt sich kleiden.

Obgleich in weichem Ton sie singen, wie
Der Liebe Sieg dem Lebensglück sich eine,
So glauben doch nicht an die Freude sie,
Und ihr Gesang fliesst hin im Mondenscheine.

Im kalten Mondenschein, des trübe Pracht
Die Vögel träumen lässt auf ihren Zweigen,
Und der die Wasserstrahlen weinen macht,
Die schlank aus weissen Marmorschalen steigen.

Vertaald door Graf Wolf von Kalckreuth

 

 

Femme et chatte

Elle jouait avec sa chatte,
Et c'était merveille de voir
La main blanche et la blanche patte
S'ébattre dans l'ombre du soir.

Elle cachait - la scélérate ! -
Sous ces mitaines de fil noir
Ses meurtriers ongles d'agate,
Coupants et clairs comme un rasoir.

L'autre aussi faisait la sucrée
Et rentrait sa griffe acérée,
Mais le diable n'y perdait rien...
Et dans le boudoir où, sonore,
Tintait son rire aérien,
Brillaient quatre points de phosphore.

 

 1743992-f6048687a496a45ea8e9e3f8d5fb3f78.jpg
Paul Verlaine (30 maart 1844 - 8 januari 1896) 
Paul Verlaine à l'hôpital Broussais door Frédéric-Auguste Cazals, 1890

 

 

De Canadese dichter Milton James Rhode Acorn werd geboren op 30 maart 1923 in Charlottetown, Prince Edward Island.Zie ook alle tags voor Milton Acorn op dit blog.

 

Knowing I Live in a Dark Age

Knowing I live in a dark age before history,
I watch my wallet and
am less struck by gunfights in the avenues
than by the newsie with his dirty pink chapped face
calling a shabby poet back for his change.

The crows mobbing the blinking, sun-stupid owl;
wolves eating a hamstrung calf hindend first,
keeping their meat alive and fresh … these
are marks of foresight, beginnings of wit:
but Jesus wearing thorns and sunstroke
beating his life and death into words
to break the rods and blunt the axes of Rome:
this and like things followed.

Knowing that in this advertising rainbow
I live like a trapeze artist with a headache,
my poems are no aspirins … they show
pale bayonets of grass waving thin on dunes;
the paralytic and his lyric secrets;
my friend Al, union builder and cynic,
hesitating to believe his own delicate poems
lest he believe in something better than himself:
and history, which is yet to begin,
will exceed this, exalt this
as a poem erases and rewrites its poet.

 

 1743992-30d1d8acab4c0f4d6d79054c90ff1bab.jpg
Milton Acorn (30 maart 1923 – 20 augustus 1986)

 

 

De Oostenrijkse schrijfster en dichteres Erika Mitterer werd geboren op 30 maart 1906 in Wenen. Zie ook alle tags voor Eika Mitterer op dit blog.

 

Abendpirsch

Es spielen Hasen in der Abendlichtung,
das Gras der Wiesen wird allmählich grau.
Ein Fernrohr sucht in ungewisser Richtung.
Auf allen Halmen perlt der frische Tau.

Es mischt sich Ruch von Harz und Öl und Leder,
der Wind bringt aus dem Tale Duft von Heu.
Die Spur des Geiers weist die kleine Feder
zu unsern Füßen, denn ihr Blut ist neu.

Wo sich die Quelle windet, tanzen Gelsen.
Jäh lost der Hund, der sich die Flanke leckt:
Fünf Gemsen stieben lautlos über Felsen –,
leer liegt der Abhang und ein Rehbock schreckt.

 

 

Die Weiden

Siehe, wie seltsam: die hängenden Weiden,
Bild unsrer Trauer in müdem Bemühn,
fangen als erste an, sich zu kleiden,
sich zu verschleiern mit zartestem Grün.

Während die Birken, dem Stamme zum Hohne,
nackt noch verharren im milderen Wind
und die Tannen, entwachsen dem Lohne
des Überstehens, im Gleichgewicht sind,

neigen die Weiden sich willig und schmiegen
Zartes an Zärtliches ... Sie, die so viel
wissen vom fließenden Weinen, wiegen
leicht und gelöst sich im windigen Spiel.

 

 

Alter

Wir haben alles im Überfluß:
Essen und Trinken, Kleider und Schuhe –
und am meisten das, was uns ehemals abging:
Zeit!

Wir haben keinen Appetit mehr.
Den Spiegel benützen wir nur, weil man muß,
um nicht abstoßend zu wirken.

Es nützt uns alles nichts:
Wir sind überflüssig.

 

 1743992-b073b42d2ea1894c411d4263133d965b.jpg
Erika Mitterer (30 maart 1906 – 14 oktober 2001)
 

 

 

De Duitse schrijver Uwe Timm werd geboren op 30 maart 1940 in Hamburg. Zie ook alle tags voor Uwe Timm op dit blog.

Uit: Vogelweide

„Zeit, sagte er, habe ich und Lust sowieso. Aber es wird ein wenig umständlich sein, hierherzukommen. Selma hatte ihr erzählt, dass er auf einer Insel lebe, schon seit Monaten. Wie Robinson, aber mit Handy. Sie fand das aufregend, aber auch ein wenig komisch, und sagte, ich bin gespannt.
Er gab ihr die Telefonnummer des Bauern, der mit seinem Pferdewagen die Besucher bei Ebbe vom Festland bringt. Ich muss mich nach den Gezeiten erkundigen. Und dein Besuch muss bewilligt werden. Hört sich nach Gefängnis an. Ja. Naturschutz, sagte er, die Insel ist Naturschutzgebiet. So viel Bürokratie garantiert die Einsamkeit. Sie lachte und sagte, das ist gut, ich bin jetzt in Hamburg bei einer Freundin. In zwei Tagen bin ich bei dir, wenn du denn die Genehmigung bekommst.
Vor sechs Jahren hatte er ihre Stimme zuletzt gehört: Bitte. Ruf mich nicht mehr an. Ich will und ich kann nicht mehr. Verstehst du. Endgültig. Das war ihre Botschaft auf seinem Anrufbeantworter gewesen. Er hatte sich diese Sätze mit dem abschließenden Endgültig vorgespielt. Und ihm war bewusst geworden, dass es keine Hoffnung gab, sie in ihrem Entschluss noch mal umzustimmen. Es war ihr Tonfall, vor allem aber, dass sie auf den Anrufbeantworter gesprochen hatte. Er hatte sich ihre Nachricht einige Male angehört und sie dann gelöscht.“

 

 1743992-fc96ae7f93522dcadd261ed54e662818.jpg
Uwe Timm (Hamburg, 30 maart 1940)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 30e maart ook mijn blog van 30 maart 2014 deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 13:22 Reageer op dit bericht

Palmzondag (Paul Snoek)

 

Bij Palmzondag

 

 1743491-2722b8b672349b17ce5d4b4371c24c46.jpg
Benjamin Robert Haydon, Christ's Entry into Jerusalem, tussen 1814 en 1820

 

 

Palmzondag

Witstille duiven
in een vroombemoste straat
verkondigen de vrede
in een psalmendialoog.

Kinderen op hun schommelpaarden
wuiven wierook naar de dag
en druivenranken
die niet groeien wilden vroeger
tonen witte alleluia’s aan elkaar.

Maar glazen mensen
in een palmen mens verborgen
houden ingepalmd
hun glazen maandagadem in.

 

 

 1743491-c6168173672e2c8438e864e0795d275b.jpg
Paul Snoek (17 december 1933 – 19 oktober 1981)
Sint-Niklaas, Grote Markt met Sint Nicolaaskerk,
Paul Snoek werd geboren in Sint-Niklaas

 

 

Zie voor de schrijvers van de 29e maart ook mijn vorige twee blogs van vandaag.

Geschreven door Romenu om 14:04 1 reactie Reageer op dit bericht

Geert van Istendael, Wim Brands, Eric Walz, Georg Klein, Ernst Jünger, Yvan Goll

De Vlaamse schrijver, dichter en essayist Geert van Istendael werd geboren in Ukkel op 29 maart 1947. Zie ook alle tags voor Geert van Istendael op dit blog.

 

Kerkje op Öland

Het was gekalkt, zeer rein, zoals de andere,
in alle dorpen die we konden zien.
Het interieur zou grijs zijn, blauw, misschien
ook goud. Gestrengheid die nooit mocht veranderen.
We gingen kijken, L. en ik. Muziek,
een protestants, scherp orgel overspoelde ons.
Een vrouw oefende een psalm. Haar vingers woelden
in onze rationele dogmatiek.

Ze woont in een gehucht, die vrouw, bij rozen
en vlier. Haar houten huis is geel, vieux-rose
of als de kerk zo wit. En ze gelooft.
Heeft zij het paradijs in hart en hoofd?
Vanuit het kerkportaal kon je de zee zien.
In ons stak heimwee op. Of was het weerzin?

 

 

3 september 2004

De theepot op mijn eettafel,
het mooiste monument van deze stad.
De stilte in mijn woonkamer,
gebeeldhouwd,
de omtrekken helder. In de tuin
een kinderstem, een stap op straat, een auto.
De stilte in de kamer en de theepot,
de mooiste monumenten,
breekbaar, breekbaar.

In deze kamer, deze stad,
nog vóór mijn geboorte,
kwam zestig jaar geleden
vrede wonen. Al die jaren,
een theepot op tafel.
Stilte.

 

 

Ik ga nu slapen met mijn verdriet...

Ik ga nu slapen met mijn verdriet.
Zelf slaapt het al. Het voelt mij niet.
Jaagt het zich op van droom naar droom,
zo bang als ik voor dwalende vragen?

Ik weet het niet. Ik lig en kijk
het zwart in. Ik ben ver van het lijf
dat naast me ademt. Ik gebied
mijn hersens , tervergeefs, te doven.

Zij spinnen een eentonig lied,
verjagen slaap maar niet verdriet,
dat in zijn droom mijn slaap verbiedt.

En als het ontwaakt? Vlucht ik dan? Sla ik?
Omhels ik het? Het lichaam naast me
beweegt. Het kreunt. Ik ken het niet.

 

 1743481-81eb89d54f1b82ecacdae49e70d6c722.jpg
Geert van Istendael (Ukkel, 29 maart 1947)

 

 

 

De Nederlandse dichter, journalist en presentator Wim Brands werd geboren in Brummen op 29 maart 1959. Zie ook alle tags voor Wim Brands op dit blog.

 

Mijn liefde voor haar begon

Mijn liefde voor haar begon als een geloof.
Ze was er op een dag, daarna volgden
bedremmeld de redenen:

haar licht loensende ogen, hoe ze sprak
‘Nee, ’s middags zwem ik in de Noordzee’.

Hoe in dat water haar armen nauwelijks
bewogen. Eenvoudig. Achteraf is alles
altijd eenvoudig.

 

 

De jas

Maar eerst is er een oude jas. Nu hangt hij
aan de kapstok, binnenkort wordt hij
verbannen naar het hok.

En eerst is er een avond waarop ik aarzel
naar buiten te gaan. Buiten is het koud
In gedachten trek ik voor het eerst

die oude jas aan. Ik ben alleen op straat.
Wie had dat durven hopen. Ik kijk
in de ruiten en zie

voor het eerst mijn vader in deze stad lopen.
'Waar ga je heen?' 'Nergens heen.'
'Dan gaan we dezelfde kant op.'

 

 1743481-e21024afdb6d06b4327c9557fa04694d.jpg
Wim Brands (Brummen, 29 maart 1959)

 

 

De Duitse schrijver Ernst Jünger werd geboren in Heidelberg op 29 maart 1895. Zie ook alle tags voor Ernst Jünger op dit blog.

Uit: Kriegstagebuch 1914-1918

„5.I.15.
Heut durften wir bis 12 Schlafen, eine wahre Erquickung. Nachmittags wurden Erdlöcher gegraben; sogenannte Winterhütten.
Dann wurden wir alarmiert. Der Alarm war blind. Es wurden die Gewehre nachgesehen und es stellte sich heraus, daß eine Menge Leute mit gelad [ Rest der Zeile abgest0ßen, vermutlich: enen]|und nicht gesicherten Gewehren herumliefen. Am Abend kam die Feldküche angewackelt und brachte einen Scheißfraß, der wahrscheinlich aus den erfroren Schweinerüben zusammengekocht war.

6.I.15.
Von Morgens 9 -½ 12, Nachmittags 1 - 4 geschanzt. Wir standen um die Unteroffi ziere und erzählten uns eins. Ich habe höchstens 50 Spaten ausgehoben. Ich sprach mit einem kleinem Unteroffizier der die Sache von Anfang an mitgemacht hat. Er meinte, die Verteilung der eisernen Kreuze und das rote Kreuz wären. Wort gestrichen, unlesbar] zwei große Schandfl ecke unseres Heeres. Ebenso die Feldpost. Fein ausehende Pakete kommen überhaupt nicht an. Jedem sind schon X Pakete verschwunden, von denen sich die Herren hinter der Front ein feines Leben machen. Wir bekommen hier einmal abends warmes Essen und ein halbes oder|ein Drittel Kommißbrot, das Bischen Speck oder Schmalz was wir dazu bekommen, sind Liebesgaben. Könnte uns der Staat nicht ebensoviel zukommen lassen, wie unseren Kameraden in Deutschland?
Oder sieht es niemand hier? Heut morgen wurde ein Mann der Maschienengewehrabteilung durch den Kopf geschossen. Diese Abteilung steht neben uns. Die Kugel fl og durch den Aus guck| ihres eisernen Schutzschildes. Wer es haben soll, den trifft es auch. In den Gräben stehen Maschinengewehre, Scheinwerfer u. s. w. Nach dem Schanzen am Nachmittag wurden die Einjährigen Kaufl eute u. s. w. zusammengerufen. Der Leutnant sagte, er wolle mit den besseren Elementen, die die moralischen Führer der Companie wären, ab und zu eine freie Diskussion abhalten.
Abends bezo|gen wir wieder Feuerstellung. Dem neuen Reg. Befehl zu Folge durften wir pro Mann nur 2 Stunden Schlafen. Des morgens fielen mir im Stehen die Augen zu und die Kniekehlen knickten ein. Es regnete und stürmte, daß wir völlig durchnäßt wurden.”

 

 1743481-530b1a3ba71b57c46969597c949cfea1.jpg
Ernst Jünger (29 maart 1895 - 17 februari 1998)
Hier links in Regnieville in 1917

 

 

De Duitse schrijver Eric Walz werd geboren op 29 maart 1966 in Königstein im Taunus. Zie ook alle tags voor Eric Walz op dit blog.

Uit: Schwule Schurken (Kaiser Heliogabal)

„Nie ist er zurückhaltend, nie trocken, immer heiter, einfallsreich und raffiniert, ein Partylöwe und Männerschwarm, ein schöner und schlanker Halbwüchsiger, der in einer schwulen Diskothek Berlins oder Kölns unserer Tage begehrliche Blicke auf sich ziehen würde. Die wenigen Büsten, die von ihm erhalten geblieben sind, zeigen ein Gesicht, wie es heute einem jungen, schönen Türken gehören könnte: kurze, ein wenig gelockte Haare, einen halb gleichgültigen, halb verführenden Blick aus dunklen Augen, volle, leicht geöffnete Lippen. Und doch ist Heliogabal, auch wenn er das Gesicht eines exotischen Models hat, die Ausgeburt der Hölle.
Das Imperium Romanum im Jahre 217 unserer Zeitrechnung: seit neunhundertsiebzig Jahren ist es stets aufwärts gegangen mit römischer Kultur und dem Herrschaftsanspruch über die mediterrane Welt; gewaltige Tempel und Marmorpaläste sind entstanden sowie riesige Arenen, in denen pompöse Spiele abgehalten werden. Kaum ein Römer muss noch hart arbeiten, alles erledigen Sklaven und billige Handlanger aus fremden Gebieten. Das Leben ist ein Fest, eine Folge von Genüssen. Und doch, seit einigen Jahrzehnten schleifen innere und äußere Krisen den Glanz vergangener Jahrhunderte matt. Vom Norden drücken wandernde germanische Stämme gegen den Limes, in Vorderasien droht das Partherreich, doch schlimmer als die Gefahr der Feindvölker ist die innere Zerrüttung durch staatliche Willkür. Der gerechte und aristokratische Stern des ersten Kaisers, Augustus, leuchtet nur noch fern und schwach, längst hat der Senat jede Mitsprache verloren, längst haben proletarische Generäle nach dem Purpur gegriffen und ihre eigenen Dynastien errichtet.“

 

 1743481-d8bb48a15e242a8db9559c5d3c41b656.jpg
Eric Walz (Königstein im Taunus, 29 maart 1966)
Keizer Heliogabalus, Musei Capitolini, Rome

 

 

De Duitse schrijver Georg Klein werd geboren op 29 maart 1953 in Augsburg. Zie ook alle tags voor Georg Klein op dit blog.

Uit: Roman unserer Kindheit

„Weil das Wetter nicht besser werden will, hat die Mutter den Kindern den großen Raum neben dem Fahrradkeller aufgeschlossen, obwohl sie deswegen wieder Ärger mit Herrn Krausser, dem neuen Hausmeister, bekommen wird. Der dumme Streber, wie ihn die Mutter vor den anderen Müttern nennt, hat sie erst kürzlich, erst im verregneten Juli, kategorisch darauf hingewiesen, dass Keller und Dachboden keine zum Spielen freigegebenen Bereiche seien und dies in jedem Mietvertrag unter Paragraph soundso Wort für Wort nachgelesen werden könne. Aber die Mutter kann an einem Regentag nicht alle Kinder gleichermaßen mögen. Wenn bloß Sybille und deren kleine Schwester zu ihren Söhnen kämen, wäre es ihr schon recht. Dann trüge sie bereitwillig die gelbgepunkteten Gläser voll mit verdünntem Himbeersirup und Wurstbrote ins winzige Kinderzimmer. Fünf Kinder sind an einem Regennachmittag noch auszuhalten, wenn sie auf dem Boden Karten spielen oder sich rund um ein Brettspiel lümmeln. Dann macht es nichts, wenn sie sich im Laufe der Regenstunden ein paarmal in die Haare kriegen, wenn Sybilles kleine Schwester losheult, weil sie immer noch nicht verlieren kann und leider immerzu verliert, obwohl der Ältere Bruder schummelt wie Gott, um sie wenigstens einmal zur strahlenden Gewinnerin zu machen. Sogar wenn fünf Piraten im Doppelstockbett der Zwillinge das Kapern eines Schiffes und das Niedermetzeln seiner Besatzung üben und dabei das Holz wie unter Schmerzen quarrt, ist die Mutter imstande weiterzubügeln, als könnte nichts passieren. Aber wer die Witzigen Zwillinge und unseren großen Bruder in die Welt gebracht hat, muss an einem Regentag wie diesem damit rechnen, dass nicht nur die Töchter von Frau Böhm an der Wohnungstür klingeln und etwas erzählt bekommen wollen.“

 

 1743481-e2fc9c5e5da848d4d1555481c060fa5f.JPG
Georg Klein (Augsburg, 29 maart 1953)

 

 

De Duits-Franse dichter en schrijver Yvan Goll (eig. Isaac Lang) werd geboren in Saint-Dié-des-Vosges op 29 maart 1891. Zie ook alle tags voor Yvan Goll op dit blog.

Uit: Sodom And Berlin (Vertaald doorD. Nicholson-Smith)

“One evening in November 1918, Odemar Muller lurked near an advertising column in Potsdamer Platz, darting back and forth behind it as if he was playing hide-and-seek with someone, or looking in agitation for a particular theater announcement. In fact he was simply trying to dodge the hail of bullets directed by a detachment of machine-gunners at the railway station, where some Spartakists were holed up.
It was a November of flood and revolution. A steely rain lashed horizontally, and the silk umbrellas of the pretty women were useless. Bullets struck the roses they wore on their left breasts, and without a word these beauties lay down on the spot as if at the command of an invisible lover.
The Potsdamer Platz area was almost as dangerous as a front line in Champagne. A grey sky capped the city like a coffin lid. But the blue and white of the Kiel sailors added a splash of joy to the greyness of death. And the Red soldiers, with the rectangular gestures of Expressionist pictures, waved the banners of a devastating nightfall.
Yet the city pretended to know nothing of the Revolution. Day after day, on one street corner or another, skirmishes erupted: a few staccato reports, the screams of wounded men. The crowds melted away, right and left, into the sidestreets, and then everything returned to normal. The trams started up again, advancing slowly, like snails after a squall, between the broken walking-sticks and the stiffening corpses.”

 

 1743481-54ae1245fcf68d2f07aab916de1dc478.jpg
Yvan Goll (29 maart 1891 – 27 februari 1950)
Berlijn, Potzdamer Platz, 1929 (detail oude ansichtkaart)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 29e maart ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 13:57 Reageer op dit bericht

R. S. Thomas, Jacques Brault, Denton Welch, Marcel Aymé, R. Dobru, Jenő Rejtő, Johann Musäus

De Welshe dichter Ronald Stuart Thomas werd geboren op 29 maart 1913 in Cardiff. Zie ook alle tags voor R. S. Thomas op dit blog.

 

Album

My father is dead.
I who am look at him
who is not, as once he
went looking for me
in the woman who was.

There are pictures
of the two of them, no
need of a third, hand
in hand, hearts willing
to be one but not three.

What does it mean
life? I am here I am
there. Look! Suddenly
the young tool in their hands
for hurting one another.

And the camera says:
Smile; there is no wound
time gives that is not bandaged
by time. And so they do the
three of them at me who weep.

 

 

An Old Man

Looking upon this tree with its quaint pretension
Of holding the earth, a leveret, in its claws,
Or marking the texture of its living bark,
A grey sea wrinkled by the winds of years,
I understand whence this man's body comes,
In veins and fibres, the bare boughs of bone,
The trellised thicket, where the heart, that robin,
Greets with a song the seasons of the blood.

But where in meadow or mountain shall I match
The individual accent of the speech
That is the ear's familiar? To what sun attribute
The honeyed warmness of his smile?
To which of the deciduous brood is german
The angel peeping from the latticed eye?

 

 1743468-35130ebb237be582c683910a1a95b1f2.jpg
R. S. Thomas (29 maart 1913 – 25 september 2000)

 

 

De Canadese dichter, schrijver en vertaler Jacques Brault werd geboren op 29 maart 1933 in Montreal. Zie ook alle tags voor Jacques Brault op dit blog.

 

La terre se retourne

La terre se retourne sur les peuples qui la composent
     la terre où j'éprouve du pied ma place
Vieille berceuse où dorment les millénaires vieille
     rassembleuse
Terre où s'emmêlent nos racines où nos haines
     fraternisent
Terre aux mille sourires des morts réconciliés

Tes bras autour de ta nichée attendent celui qui va
     naître à sa mort
Et pour un qui tombe et rentre en sa fin en voici
     mille debout et durs comme le désir

 

 

que si tes lèvres tant et tant goûtées

que si tes lèvres tant et tant goûtées devaient se souder
à celles d'un autre   si tes doigts s'incrustaient dans
sa poitrine   comme en la mienne naguère
si sur un autre visage dévalait ta chevelure bleutée
en tel silence que je connais encore   ou si
                                                  (par dernière douleur)
se crispaient tes mots muets   cherchant le plein-dire
se tenant désarmés devant une mémoire aux abois

si ça devait être ainsi
                                  — je dis si ça devait être

toi au cœur de mon cœur ne fais qu'un signe à
     peine
que je puisse aller à lui   et prendre ses mains
                                                  (comme les tiennes)
et lui murmurer   accueille ce bonheur (le mien) tout
     entier

 

 1743468-d8d079a2db1644cc4018cb1fcbd6432d.jpg
Jacques Brault (Montreal, 29 maart 1933)

 

 

De Engelse schrijver Maurice Denton Welch werd geboren op 29 maart 1915 in Sjanghai. Zie ook alle tags voor Denton Welch op dit blog.

Uit: A Voice Through a Cloud

"I saw the boy in the dust-smelling new church calmly ringing the bell; then I heard the great weight of bronze smashing through the floors, and saw the boy again, now lying in his own blood on the white stone. No one came to him. He was quite alone, with his life bleeding away. I pictured the face of the person who found him later.
It was amazing to me that this boy could be back now, ringing this same bell. Did it never terrify him? Did he never feel the weight of it swinging far above him—the bell that had had his blood on it? I thought that when its clapper tongue clanged in the hollowness, swelling the tower with its vibrating drone, he must feel terror at its violence. But his face on that afternoon when I first saw him had been smoother than any sea-ground pebble.
(…)

Life seemed now nothing but a long reverie, made up of imaginings and memories of childhood. Over this sunken, buried life, the facts of every day rippled and tinkled like a shallow stream; and they seemed to move so rapidly that I had no time for reflection. I was only able to note them with a flickering interest; then they were gone, hidden and submerged by new happenings."

 

 1743468-2a3136c8d4f0737dbae763d4f107fd73.jpg
Denton Welch (29 maart 1915 – 30 december 1948)

 

 

De Franse schrijver en toneelauteur Marcel Aymé werd geboren op 29 maart 1902 in Joigny. Zie ook alle tags voor Marcel Aymé op dit blog.

Uit: Le vin de Paris

“Le lendemain de ma sortie de prison, par un après-midi de juillet, je me presentais au bar de la Boussole, un établissement miteux sur le côté passant du boulevard Rochechouart. un établissement miteux sur le côté passant du boulevard Rochechouart. Je venais trouver là un certain Médéric, surnommé a Médé Clin d'oeil », en me recommandant d'un de ses amis, devenu le mien pendant les derniers mois de ma détention. En entrant à la Boussole, je pus croire que j'étais le seul client, mais le patron, debout derrière son zinc, me découvrit, assis dans l'ombre au fond du bar, un groupe de trois buveurs avec lesquels il était en conversation.
L'un de ceux-ci, un grand et gros homme aux cheveux blancs, au petit oeil de rat, était justement Médéric. Je parle à dessein de son petit oeil parce qu'il était borgne, d'où son surnom de « Clin d'oeil ». Bien que le cafetier s'exprimât surtout à son intention, il observait un silence bienveillant et laissait aux deux autres le soin de lui répondre. Les comparses paraissaient assez insignifiants. Le plus bavard était un petit homme à épaules avec une grasse figure de faux dur et un chapeau vert-bouteille très sur l'oeil. L'autre, malingre, vêtu de noir, avait l'air d'un huissier souffreteux.
Écoute, Médéric, disait le patron, je vais te dire une chose bien réelle. Avant la guerre, je laissais pas passer une semaine sans aller à l'Européen ou à Bobino, ma parole d'honneur. J'ai la prétention que les chanteurs, je m'y reconnais aussi bien que dans la lirno."

 

 1743468-7a0009076b69f146eb30e2e7efc3f585.jpeg
Marcel Aymé (29 maart 1902 – 15 oktober 1967)
Rond 1929 

 

 

De Surinaamse dichter, schrijver en politicus R. Dobru (seudoniem van Robin Ewald Raveles)werd geboren inParamaribo op 29 maart 1935. Zie ook alle tags voor R. Dobru op dit blog.

Uit: Wan monki fri. Bevrijding en strijd

“Komt nog bij, dat het woord van een Hollander so wie so, toen in onze gemeenschap meer gezag had dan dat van een Surinamer. Van welke Surinamer dan ook. Hij gaf een uiteenzetting van het syncretisme. Dat zou een Christendom zijn dat zich had vervlochten met oude gewoonten en gebruiken bij een bepaald volk. In elk geval zou het een meer voorkomend verschijnsel zijn. De vrouw die zondagmorgen in de kerk zit, diezelfde vrouw was de vorige nacht op een wintipré zonder dat zij zelf de twee zaken als met elkaar in tegenstelling ziet of ondergaat. Een heleboel dingen werden mij duidelijker. Voorhoeve zei, dat je met alles goed en kwaad kan doen.
Het mes waarmee je het brood snijdt, kan je gebruiken om iemand mee te vermoorden. Je zondigt als je iemand anders met de winti kwaad doet. Ik begon in te zien dat het Christendom waarschijnlijk minder beschuldigd zou worden van uitbuiting en kolonialisme, als het anders was gebracht. Als het zich niet had verbonden met de veroveringszucht van de Europeaan toen. Als het rekening had gehouden met het eigene van de volkeren tot wie het werd gebracht. Je moet zwarte dominé's hier horen over de drum. De drum is voor hen gewoon een instrument van de duivel. Over de dans zullen we maar zwijgen. Ik heb kerkeraadsleden ontmoet die beledigd waren toen wij Christus als een zwarte man voorstelden. Christus betekende terstond minder voor ze. Velen hebben nog nooit gehoord van de misaloeba. Ze weten niet dat de kerk in andere landen, de in het verleden gemaakte fouten heeft ingezien en e drai anoe. Zo verging het ons in Kra. Elke dag stortte een ander heilig huis, een ander dogma voor onze ogen, in onze geest, in elkaar. Elke dag werden wij een beetje verder bevrijd van het kolonialisme. Want het kolonialisme is niet iets dat slechts van buiten wordt opgelegd. Het kolonialisme is een levenshouding, een wijze van denken en doen bij het gekolonialiseerde volk zelf. Vele Surinamers zijn er nog mee behept.
In Kra werden wij op een gegeven moment zo rijp dat we voelden dat we moesten vallen, om niet te verrotten aan de boom. We begonnen naar buiten te treden. We organiseerden studieweken, waarmee wij naar andere jeugdklubs gingen. Brutusklub. H.N.S. Amos. Spes. Labor.”

 

 1743468-38738ca0309bea469a8a82be4635705d.jpg
R. Dobru (29 maart 1935 - 17 november 1983)

 

 

De Hongaarse schrijver Jenő Rejtő (eig. Reich Lajos) werd geboren op 29 maart 1905 in Boedapest. Zie ook alle tags voor Jenő Rejtő op dit blog.

Uit: The 14-Carat Roadster (Vertaald door Patricia Bozsó)

“Naturally, not one word of all this was true. But the gullibility of very young girls and aged scientists is apparently boundless. The professor put on his pince-nez. "So, you are an emigrant. »
"Definitely Professorovitch Uncleushka," Gorchev answered, with a sigh. "Once in high spirits, my father gave ten thousand roubles to the Tsar's ballet... And he was flown to Tsarskoe Selo in a troika with a gold escutcheon on it... Oh, kontusovka! Oh, Volga, if only I could be there once again..."
"But listen, you can't remember Russia if you are only twenty-one!"
"That makes it all the more difficult, Uncleushka Professorovska! Just imagine! I have never once seen that magnificent snowy land which so unforgettably lives in my memory..."
"And where are you en route to now, Mr. Gorchev?"
"I'm travelling for political purposes, disguised as a sailor."
If we have observed our hero scrupulously, then we will have noted something peculiar about him: he never told the truth, but then he never lied either. It was just that he said, without hesitation, anything and everything that came into his mind - a habit that plunged him into many astounding situations. His words rarely followed a logical line; nor, for that matter, did his actions.
"Unfortunately I'm travelling with very little money," he went on. "A scoundrel cheated me ofeverything."
"How on earth did it happen?"
"I was unsuspecting and stupid. One becomes acquainted with all sorts of shifty characters, without ever thinking of the consequences. It just happened that in London a crook taught me to play macao, and won all my money."

 

 1743468-bc5a2cf3b9597013f596b78cc44e0dfb.jpg
Jenő Rejtő (29 maart 1905 – 1 januari 1943)
In 1928 

 

De Duitse schrijver Johann Karl August Musäus werd geboren op 29 maart 1735 in Jena. Zie ook alle tags voor Johann Musäus op dit blog.

Uit: Legenden vom Rübezahl

„Auf den oft besungenen Sudeten haust in friedlicher Eintracht der berufene Berggeist, Rübezahl genannt, der das Riesengebirge berühmt gemacht hat. Dieser Fürst der Gnomen besitzt zwar auf der Oberfläche der Erde nur ein kleines Gebiet, von wenigen Meilen im Umfang, mit einer Kette von Bergen umschlossen. Aber unter der urbaren Erdrinde hebt seine Alleinherrschaft an und erstreckt sich auf achthundertsechzig Meilen in die Tiefe, bis zum Mittelpunkt der Erde. Zuweilen beurlaubt er sich aller unterirdischen Regierungssorgen, erhebt sich zur Erholung auf die Grenzfeste seines Gebiets und hat sein Wesen auf dem Riesengebirge, treibt da sein Spiel und Spott mit den Menschenkindern wie ein froher Übermütiger, der, um einmal zu lachen, seinen Nachbarn zu Tode kitzelt.
Freund Rübezahl ist geartet wie ein Kraftgenie, launisch, ungestüm, sonderbar; bengelhaft, roh, unbescheiden; stolz, eitel, wankelmütig, heute der wärmste Freund, morgen fremd und kalt; zuzeiten gutmütig, edel und empfindsam; aber mit sich selbst in stetem Widerspruch, albern und weise, schalkhaft und bieder, störrisch und beugsam.
Von Olims Zeiten her toste Rübezahl schon im wilden Gebirge, hetzte Bären und Auerochsen aneinander, daß sie zusammen kämpften, oder scheuchte mit grausendem Getöse das scheue Wild vor sich her und stürzte es von den steilen Felsenklippen hinab ins tiefe Tal. Dieser Jagden müde, zog er wieder seine Straße durch die Regionen der Unterwelt und weilte da Jahrhunderte, bis ihn von neuem die Lust anwandelte, sich an die Sonne zu legen und des Anblicks der äußern Schöpfung zu genießen. Wie nahm's ihn wunder, als einst bei seiner Rückkehr, von dem beschneiten Gipfel des Riesengebirges umherschauend, die Gegend ganz verändert fand! Die düsteren undurchdringlichen Wälder waren ausgehauen und in fruchtbares Ackerland verwandelt, wo reiche Ernten reiften. Zwischen den Pflanzungen blühender Obstbäume ragten die Strohdächer geselliger Dörfer hervor, aus deren Schlot friedlicher Hausrauch in die Luft wirbelte; hier und da stand eine einsame Warte auf dem Abhang eines Berges zu Schutz und Schirm des Landes.“

 

 1743468-e145a270ed4b6d2efac886ce7a2f4ade.jpg
Johann Musäus (29 maart 1735 – 28 oktober 1787)
Rübezahl door Moritz von Schwind, 1859

Geschreven door Romenu om 13:45 Reageer op dit bericht

Walter van den Broeck, Mario Vargas Llosa, Joost de Vries, Nelson Algren, Marianne Frederiksson

De Vlaamse roman- en toneelschrijver Walter van den Broeck werd geboren in Olen op 28 maart 1941. Zie ook alle tags voor Walter van den Broeck op dit blog.

Uit: Meester Streuvels en de minieme ontregeling

“Een recensent is gedoemd de literaire actualiteit op de voet te volgen. In kranten en weekbladen verschijnen bijgevolg vrijwel uitsluitend stukken die over de allernieuwste boeken gaan. Dat is jammer, want daardoor wordt onbewust gesuggereerd dat alles wat in het verleden werd geschreven hopeloos verouderd, en dus de moeite van het lezen niet meer waard is - Joyce, Kafka, Proust en nog een paar andere Heilige Koeien buiten beschouwing gelaten, natuurlijk. Het gevolg daarvan is dan weer dat de in literatuur geïnteresseerde lezer geen gebruik maakt van zijn belangrijkste goed: zijn vrijheid om dwars door de tijd en de ruimte heen te lezen. Ikzelf recenseer niet en kan mij dus de luxe permitteren volop van die vrijheid gebruik te maken. Ik volg de actualiteit ook wel, maar niet scrupuleus. Op mijn leesmenu staan bijgevolg zowel Monika van Paemel als Thomas Mann, Leo Pleysier als Albert Camus, Peter Sloterdijk als Joost van den Vondel, Geertrui Daem als Dante Alighieri, John Berger als Samuel Taylor Coleridge, Salman Rushdie als Emily Dickinson, Koen Peeters als Stijn Streuvels. +Jaja, ook iemand als Stijn Streuvels, want ik wil niet ten prooi vallen aan een soort literaire amnesie. Ik ben namelijk van mening dat wie geen beeld heeft van het verleden zich gegarandeerd de toekomst laat ontfutselen.
Maar er is nog een andere reden waarom ik af en toe een oude Vlaamse meester herlees. Niet zelden kan je er als collega schrijftechnisch nog flink wat van opsteken. Je moet dan wel een aantal idiote bezwaren tegen dialectisch getinte boerenverhalen laten varen. (Alle verhalen gaan tenslotte over hetzelfde. Eerst is er een orde. Die wordt al spoedig verstoord, en na vele, liefst escalerende moeilijkheden weer hersteld. De herstelde orde kan dan zowel de oude als een nieuwe orde zijn, en een nieuwe kan zich zowel op een hoger als op een lager niveau situeren dan de oude. Dat alles kan zowel een reden zijn om géén verhalen te lezen - het is in wezen toch altijd hetzelfde -, als om wèl verhalen te lezen - eens zien of er een interessante variant op het klassieke stramien werd uitgevoerd. Maar dit terzijde.)”

 

 1742949-d66a8ad85a9520d490d0f5d2b1bb362f.jpg
Walter van den Broeck (Olen, 28 maart 1941)

 

 

De Peruviaanse schrijver Mario Vargas Llosa werd geboren op 28 maart 1936 in Arequipa. Zie ook alle tags voor Mario Vargas Llosa op dit blog.

Uit: Conversation in the Cathedral (Vertaald door Gregory Rabassa)

“He doesn’t want to go to the Catholic University but to San Marcos,” Señora Zoila said. “That upset Fermín very much.”
“I’ll bring him to his senses, Zoila, don’t you get involved,” Don Fermín said. “He’s at the foolish age, you have to know how to lead him. If you fight with him, he’ll get all the more stubborn.”
“If instead of advice you’d give him a couple of whacks, he’d pay more attention to you,” Señora Zoila said. “The one who doesn’t know how to raise him is you.”
“She married that boy who used to come to the house,” Santiago says. “Popeye Arévalo, Freckle Face Arévalo.”
“Skinny doesn’t get along with his old man because they don’t have the same ideas,” Popeye said.
“And what ideas does that snotnose still wet behind the ears have?” The senator laughed.
“Study hard, get your law degree and you can dip your spoon into politics,” Don Fermín said. “Right, Skinny?”
“Skinny gets mad because his old man backed Odría in his revolt against Bustamante,” Popeye said. “He’s against the military.”
“Is he a Bustamantist?” the senator asked. “And Fermín thinks he’s the genius of the family. He can’t be much of that if he admires that weak sister Bustamante.”
“He might have been a weak sister, but he was a decent person and he’d been a diplomat,” Popeye’s old lady said. “Odría, on the other hand, is a coarse soldier and a half-breed.”
“Don’t forget that I’m an Odríist senator,” the senator laughed, “so stop half-breeding Odría, silly.”
“He’s got the notion of going to San Marcos because he doesn’t like priests and because he wants to go where the people go,” Popeye said. “He’s really doing it because he’s an againster. If his folks told him to go to San Marcos, he’d say no, Catholic University.”

 

 1742949-a5ab5af799ca9f3da6b8a195ce5bb7e2.jpg
Mario Vargas Llosa (Arequipa, 28 maart 1936)

 

 

De Nederlandse schrijver Joost de Vries werd geboren op 28 maart 1983 in Alkmaar. Zie ook alle tags voor Joost de Vries op dit blog.

Uit: De republiek

“Hij gold als de bekendste Hitler in Chili en er waren er best wat. Brik had een Spaanssprekende studente laten zoeken; nog voordat ik vertrok was ze glunderend bij me gekomen op het Slaapwandelaar- kantoortje. Je kon ze in het nationale telefoonboek vinden, gewoon, tussen alle huis-tuin-en-keukennamen lichtte de naam op als een vallende ster. Hitler Mendoza, Hitler de la Huerta, Hitler Fazal. Ze had de naam niet teruggevonden op Facebook — een beleidsmaatregel van de sociale netwerksite, om te zorgen dat mensen geen accounts creeren op naam van seriemoordenaars en oorlogsmisdadigers — maar vond op de gok wel de fonetische Hitlers, een Diego Ytler Bravo en een Itler Moccadenes.
Hitler Lima woonde in Aquila, een kustplaatsje
500 kilometer onder Santiago, in de Jauregui-baai. Hij stond gewoon onder zijn eigen naam, voluit, in het telefoonboek. Het was zes uur rijden. Op het grootste cafe aan de boulevard was ooit een rood Coca Cola-logo geschilderd dat nu door de zoute zeewind was verweerd als een paar dagen oude plaktatoeage. Aquila was nooit een toeristische trekpleister geworden. Vanaf de boulevard keek je uit over een vreemd panorama; het zeewater werd door verschillende stromingen uit de Zuidpool de baai in geduwd, waardoor het ongewoon wit en helder was. Tegelijk was het strandzand door vulkanische activiteit duizenden jaren geleden pikzwart, waardoor het in de zomer te heet was om er op blote voeten op te lopen. Wit water, zwart zand, een dia-negatief van hoe het zou moeten zijn.
Vanaf het strand kon je Lima’s huis zien staan, in het verlengde van de boulevard. Het stond net los van het stadje — een vierkante doos, omringd door hoge, gesnoeide dennenbomen die als cipiers rond het huis stonden opgesteld.”

 

 1742949-ebf6be69d78bcb94958b7a59f81f7d28.jpg
Joost de Vries (Alkmaar, 28 maart 1983)

 

 

De Amerikaanse schrijver Nelson Algren werd geboren op 28 maart 1909 in Detroit. Zie ook alle tags voor Nelson Algren op dit blog.

Uit:A Place To Lie Down

« Call me Mack. What's yours?"
"Call me Tex."
"If I jest had a sock like you said, Tex, do y' think it'd keep it from rubbin' some?"
Tex surmised that this must be a northern Negro, to judge by his speech.
The fog lifted a little, and the El Paso sun came through. They came to a park with a picket fence going around and around; there were teeter-totters for small children and swings for smaller children; and at one end was a net whereon two large men swung and belammed one small red ball. A stretch of grass looked dry for sleep here. The 'boes found a gate and entered.
The small grass bent itself between Tex McKay's fingers. Long shadows trembled in the light ....
"Ah better shake this shine," Tex counseled himself.
Surreptitiously, the Negro began bathing his foot by wriggling his naked toes beneath a dripping bush. He did this for several minutes, covertly, then declared his foot well.
"But a sock .... if oney I had a white sock now." His eyes closed even as he muttered, and in a moment he was sleeping soundly, one arm in a ragged sleeve outflung and the other shielding his eyes; as though fearing in sleep to be struck.
"Ah ought to got me a coat fo' the night that's comin'," Tex thought, watching sunshadow between half-closed lids. Sunshadow made him think of wet lengths of yellow ribbon stretched flat aslant the grass to dry. Some lengths were narrow and some were quite wide, some intertwined and became one, then wriggled away into many, all yellow-wet and delicate across green shadowgrass.“

 

 1742949-f60e2c54c4320d59aa8eb8dd03059f38.jpg
Nelson Algren (28 maart 1909 - 9 mei 1981)
In Chicago, 1952 

 

<p^ 

De Zweedse schrijfster Marianne Fredriksson werd geboren in Göteborg op 28 maart 1927. Zie ook alle tags voor Marianne Fredriksson op dit blog.

Uit: Hanna's Daughters (Vertaald door Joan Tate)

“No, she didn't remember. She remembered nothing but her own overwhelming feeling of tenderness and inadequacy, though she knew what the nurse was talking about. She had learned a great deal from her grandchildren.
Then Sister Märta talked about the old woman's general condition in consoling terms. They had gotten rid of her bedsores, so she was in no physical pain.
"But she's rather uneasy at night," she said. "She seems to have nightmares. She wakes up screaming."
"She dreams?"
"But of course she dreams, everyone does. The pity is we can never find out what they're dreaming, our patients."
Anna thought about the cat they'd had at home, a lovely creature leaping up out of its sleep, hissing, its claws extended. Then she was ashamed of the thought. But Sister Märta didn't notice her embarrassment.
"Considering Johanna's poor condition, we prefer not to give her tranquilizers. I also think perhaps she needs her dreams."
"Needs?"
Sister Märta pretended to ignore the surprise in the other woman's voice.
"We're thinking of giving her a room of her own," she went on.
"As things are, she's disturbing the others in the ward."
"A room of her own? Is that possible?"
"We're waiting out Emil in number seven," said the nurse, lowering her eyes.
Not until the daughter was backing the car out of the parking lot did she take in what had been said about Emil, the old priest whose hymns she'd heard over the years. She hadn't thought about it today, that there'd been no sound from his room. For years, she'd heard him singing about life in the valley of the shadow of death, and the Lord waiting with his terrible judgments”.

 

 1742949-b94726e340494b698e88ded2cfcc811a.jpg
Marianne Frederiksson (28 maart 1927 – 11 februari 2007)
 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 28e maart ook mijn twee vorige blogs van vandaag.

Geschreven door Romenu om 14:08 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten