Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Gedicht (C. O. Jellema)

 

Bij 4 mei

 

 1759779-759daae157a11b1953300e0bd309c57b.jpg
Monument De Vaandeldrager, Nijmegen

 

 

Gedicht

So schaute Thales die Einheit des Seienden:
und wie er sich nitteilen wollte
redete er vom Wasser.
Nietsche

In stilte schrijf ik jou, gedicht, in stilte,
een stoel draagt mij, op tafel rust mijn arm,
en als ik opkijk zie ik over buxushagen
in ’t open veld de trage schapen grazen
onder gelaten wolken van dit kustgebied –
in stilte schrijf ik jou, in deze stilte.

Is dit jouw recht, zo met jezelf alleen
uit woorden te bestaan die niets bederven,
aan de benoemden niets ontnemen wat hen schaadt,
je toe te voegen aan de dingen die er waren
zo vanzelfsprekend van eenzelvigheid,
is dat jouw recht, en voor jou zelf alleen?

Maar in mijn hoofd, gedicht, gaan dingen om
waar jij geen weet van hebt en die niet rijmen:
dat wie jou leest een moordenaar kan zijn
om een stuk land, een vreemde taal, een god;
dat wie jou schrijft ten dode haten kan –
maar jij, gedicht, keert alle dingen om

tot spiegeling in ’t woordelijke water
waarin zij één zijn zoals Thales zag,
mens uit Milete die een denken schiep
uit schouwen, dacht in beeldspraak: hielp dat spreken
een wereld te ontwrichten van vooroordeel
en misverstand? – Het zijn, gedicht, jouw naasten

die weigeren verwantschap te verdragen,
die dagelijks nog moeten sterven om
hun stukje land, hun taal, hun eigen god.
En jij verzwijgt hen in jouw woorden wolk en water? –
Ik heb van jou gedroomd: jij schiep de weiden grazig
en leidde ons aan wateren der rust.

 

 1759779-ed1aac374584a23b4679e445f8514ac6.jpg
C. O. Jellema (9 september 1936 – 19 maart 2003)

 

 

Zie voor de schrijvers van de 4e mei ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 11:39 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

De blogger leest alles eerst na: je tekst verschijnt zodra die goedgekeurd is.

Christiaan Weijts, Amos Oz, Monika van Paemel, Graham Swift, David Guterson, Jan Mulder, Werner Fritsch, Jacques Lanzmann

De Nederlandse schrijver Christiaan Weijts werd geboren in Leiden op 4 mei 1976. Zie ook alle tags voor Christiaan Weijts op dit blog.

Uit:De linkshandigen

“Simon Sinkelberg vindt zijn schoen terug op de zondag dat hij ontslag neemt bij de krant. Het is de rechterhelft van een veel te duur paar, Italiaans kalfsleer, dat hij ooit voor het huwelijk van zijn zus kocht, samen met – voor het eerst in zijn leven – twee cederhouten spanners. Een jaar geleden was de schoen ineens verdwenen. Op het rekje onder de kapstok stond het linker exemplaar in z’n eentje te glimmen, elke dag opnieuw, steeds vileiner.
Simon zocht overal. Dagelijks kamde hij een andere kamer of kast uit, maar hij vond niets, en de weesschoen begon hem uit te lachen: lapzwans, klungel, onnozelaar... Iets langer dan een maand verdroeg hij dit. Toen trok hij het ding aan de veters omhoog, sleurde het mee naar zijn atelier, stak een stanleymes in de gave, volmaakte huid, die hij aan repen sneed en in de vuilnisbak mikte.
Dat luchtte op. Uiteindelijk vergat hij het voorval, totdat hij nu, op weg naar een afspraak met zijn hoofdredacteur, in de hal een draadje opmerkt dat uit het luik naar de watermeter krult. Het is amper vijf centimeter lang. Hij hurkt neer. Het is het uiteinde van een veter. Als hij het luik opent ligt daar, glanzend alsof hij net uit de doos komt, de rechterschoen.
Hij begrijpt het niet meteen. Hij moet ooit de meterstand hebben opgenomen, waarna het luik open is blijven staan en de schoen vanaf het rekje het gat in is getuimeld. Hij moet op een dag in het voorbijgaan het open luik geregistreerd hebben en dit gedachteloos hebben gesloten.
Hij tilt zijn vondst op en laat die rusten op zijn handpalmen. Zo blijft hij een poosje onbeweeglijk in de hal staan.”

 

 1759777-fa895e14e6b3740eb77a1c877f885c8a.jpg
Christiaan Weijts (Leiden, 4 mei 1976)

 

 

De Israëlische schrijver Amos Oz, (eig. Amos Klausner) werd geboren in Jeruzalem op 4 mei 1939. Zie ook alle tags voor Amos Oz op dit blog.

Uit: Onder vrienden (Vertaald door Hilde Pach)

“Ochtends vroeg, nog voor de zonsopgang, begint door het open raam het gekoer van de duiven tussen de struiken. De duiven maken een zacht, gelijkmatig, lang aanhoudend geluid waar ze kalm van wordt. Een zacht briesje waait door de toppen van de pijnbomen en onder aan de heuvel kraait een haan. Ver weg blaft een hond en een andere hond geeft hem antwoord. Die geluiden wekken Osnat uit haar slaap nog voordat de wekker gaat, en ze staat op, zet de wekker uit, wast zich en trekt haar werkkleren aan. Om halfzes vertrekt ze naar haar werk in de wasserij van de kibboets. Op weg daarheen komt ze langs de woning van Boaz en Ariëlla, die afgesloten en donker lijkt. Ze zegt bij zichzelf dat ze allebei nog slapen en die gedachte wekt geen jaloezie bij haar en ook geen pijn, maar een vage verbazing: alsof alles wat er gebeurd is, niet haar is overkomen maar vreemde mensen, en niet pas twee maanden maar jaren geleden. In de wasserij doet ze het elektrische licht aan, omdat het daglicht nog te bleek is. Dan buigt ze zich over de stapels die wachten om gewassen te worden en begint wit van gekleurd te scheiden en katoen van synthetisch. Er komen zure lichaamsgeuren van het vuile wasgoed, die zich vermengen met de geur van het waspoeder. Osnat werkt hier alleen, maar ze heeft een radiotoestel dat ze vanaf de ochtend heeft aanstaan om de eenzaamheid te verdrijven, ook al dempt het gezoem van de wasmachines zowel de woorden als de muziek. Ze is om halfacht klaar met de eerste ronde, haalt de machines leeg en laadt ze opnieuw, en gaat dan ontbijten in de eetzaal. Ze loopt altijd langzaam, alsof ze niet zeker weet waar ze heen wil of alsof het haar niet uitmaakt. Bij ons wordt Osnat als een heel rustig meisje beschouwd.”

 

 1759777-8a6b7e2f9f24642953992fae1b44f3b4.jpg
Amos Oz (Jeruzalem, 4 mei 1939)

 

 

De Engelse schrijver Graham Swift werd geboren op 4 mei 1949 in Londen. Zie ook alle tags voor Graham Swift op dit blog.

Uit: Waterland

“We believe we are going forward, towards the oasis of utopia. But how do we know--only some imaginary figure looking down from the sky (let's call him God) can know--that we are not moving in a great circle?”
(…)

“Children, only animals live entirely in the Here and Now. Only nature knows neither memory nor history. But man - let me offer you a definition - is the storytelling animal. Wherever he goes he wants to leave behind not a chaotic wake, not an empty space, but the comforting marker-buoys and trail-signs of stories. He has to go on telling stories. He has to keep on making them up. As long as there's a story, it's all right. Even in his last moments, it's said, in the split second of a fatal fall - or when he's about to drown - he sees, passing rapidly before him, the story of his whole life.”
(…)

“There’s this thing called progress. But it doesn’t progress. It doesn’t go anywhere. Because as progress progresses the world can slip away. It’s progress if you can stop the world slipping away. My humble model for progress I the reclamation of land. Which is repeatedly, never-ending retrieving what it lost. A dogged and vigilant business. A dull yet valuable business. A hard, inglorious business. But you shouldn’t go mistaking the reclamation of land for the building of empires.”

 

 1759777-64280e2999a8bb007f3277c05ee6ff3f.jpg
Graham Swift (Londen, 4 mei 1949)

 

 

De Vlaamse schrijfster Monika van Paemel werd geboren op 4 mei 1945 in Poesele in Oost-Vlaanderen. Zie ook alle tags Monika van Paemel op dit blog.

Uit:De vermaledijde vaders

“De slaapkamer der ouders betreed ik niet tenzij verdoken. Vlug sluit ik de deur achter mijn rug en sta stil te luisteren. Een oor in de kamer en een oor daarbuiten. Het grote bed met de doorstikte bordeauxrode sprei, tegen het raam aan het koperen bed met de roze gordijntjes. Er zijn nogal wat spiegels, wat me verveelt omdat ik mezelf betrap. De bedsprei is glad en koel, het bordeauxrood als gestold bloed. Onder het hoofdkussen van mijn vader ligt zijn pyjama die ik met welbehagen besnuffel. De karpetjes schuiven over de geboende houten vloer. Alsof ik ga steppen plaats ik een voet erop, en gebruik de andere voet om me op de vloer af te zetten. Maar het karpetje rimpelt en ik kom niet vooruit.
Ik laat mijn vingers over de gestileerde rozen van het koperen bed glijden. Op het hoofdkussentje ligt een fopspeen. Het laken is afgezet met broderie. De lichtblauwe deken strak ingestopt. In een opwelling begin ik het bed leeg te halen. Dekens en lakens zwier ik op de grond, het kussen gooi ik er achteraan, het rubberen plaszeiltje gaat dezelfde weg. De verbetenheid is nog groter omdat het geluidloos moet gebeuren. Na verwoede pogingen om ook de matras uit het bed te tillen moet ik het opgeven. Ze ligt te diep en weegt te zwaar. Kwaad zit ik tussen het beddegoed. Maar met de tranen vloeit de woede weg en laat me uitgeput achter. Zorgvuldig maak ik het bed weer op. Mijn armen zijn te kort om over de hoge zijkanten behoorlijk werk te leveren, dus klim ik in het bed en maak op mijn knieën het karwei af. Ik ben bijna klaar als de deur openzwaait; ‘Is hier iemand?’ vraagt mijn moeder. Ik houd me muisstil. Ze blijft nog even staan en gaat dan weg. Tussen de kieren van de roze gordijntjes lig ik heel lang naar de gesloten deur te kijken. Met bonkend hart, jawel.”

1759777-9e0be4c719602acdb0154b3a72c1104c.jpg
Monika van Paemel (Poesele, 4 mei 1945)

 

 

De Amerikaanse schrijver David Guterson werd geboren op 4 mei 1956 in Seattle. Zie ook alle tags voor David Guterson op dit blog.

Uit: East of the Mountains

“Ben remembered that in Italy, he and Rachel had slipped down between rows of apple trees on the plain of the Po, deep into the cool and dark of orchards, and there they had kissed with the sadness of newlyweds who know that their kisses are too poignantly tender and that their good fortune is subject, like all things, to the crush of time, which remorselessly obliterates what is most desired and pervades all that is beautiful. ”
(…)

“The river of his youth had been diverted and poured out broadly across the land to seep through dirt to the roots of crops instead of running in its bed. The river was no longer a river, and the desert was no longer a desert. Nothing was as it had been.
He knew what had happened to the sagelands. He himself had helped burn them. Then men like his father had seized the river without a trace of evil in their hearts, sure of themselves but ignorant, and children of their time entirely, with no other bearings to rely on. Irrigators and fruit-tree growers, they believed the river to be theirs. His own life spanned that time and this, and so he believed in the old fast river as much as he believed in apple orchards, and yet he saw that the two were at odds, the river defeated that apples might grow as far as Royal Slope. It made no more sense to love the river and at the same time kill it growing apples than it made sense to love small birds on the wing and shoot them over pointing dogs. But he'd come into the world in another time, a time immune to these contradictions and in the end he couldn't shake old ways any more than he could shake his name.”

 

 1759777-177fd260dc690c8a8ff604f24bc5b0c2.jpg
David Guterson (Seattle, 4 mei 1956)

 

 

De Nederlandse columnist, schrijver, ex-voetballer, en televisiepersoonlijkheid Jan Mulder werd geboren in Bellingwolde op 4 mei 1945. Zie ook alle tags voor Jan Mulder op dit blog.

Uit: Aanstelleritis (Column)

“Immers, echter, vrijwel: wat moet ik ermee? Willem Frederik Hermans zei het al. Maar ze zijn onuitroeibaar, immers en echter zijn voor eeuwig onder ons.
Er zijn ook woorden van voorbijgaande aard. Opeens steken ze de kop op, de goegemeente hoort ze en denkt ‘dat is iets voor mij, daar klink ik interessanter door’ en dan is er geen houden meer aan: heel Nederland (vooral de jongens en meisjes van de radio en de televisie) is verslaafd.
Niet lang geleden was bijvoorbeeld ‘zeg maar’ populair. ‘Gisteren moest ik zeg maar op werkbezoek bij mijn moeder in het verpleegtehuis.’ Op het hoogtepunt van de aanstellerij hoorde je wel eens: ‘Gisteren zeg maar moest ik zeg maar op werkbezoek bij mijn moeder in het verpleegtehuis van zeg maar de stad, want zo noem ik mijn dorp graag, laten we maar zeggen.’ De plaag raast met iets verminderde kracht nog steeds door het land. Maar er is concurrentie gekomen, ‘zeg maar’ moet oppassen dat ze de toppositie niet kwijtraakt.”

 

 1759777-566caab3edb3ff11ef33b5de39c93320.jpg
Jan Mulder (Bellingwolde, 4 mei 1945)
 

 

 

De Duitse schrijver Werner Fritsch werd op 4 mei 1960 in Waldsassen geboren. Zie ook alle tags voor Werner Fritsch op dit blog.

Uit: Die Alchemie der Utopie

„Diese Vorlesungen sind nur Skizzen dessen, was mir durch den Kopf geht in Gestalt des Flusses meiner Worte, also des Jetzts des Schreibens und des Flusses meiner Taten: der Fluß dessen, was ich gemacht habe, gerade mache, und dessen, was ich machen will ... Einerseits ein Weg zurück zu meinen Wurzeln, andererseits ist der Weg, der zurückführt zur Wurzel des Wortes Radikalität, der Weg, der in die Zukunft weist: zur Krone des Baums der Erkenntnis.
So wie vor Ihren Augen der Fluß des wilden Denkens, vom Ufer der Wondreb her, von der Quelle – über das Wasserrauschen dieser Laute jetzt ins Meer Ihres Interesses am Ufer des Mains mündet ...
So kommen Ihnen, die Sie, indem Sie in diesen Fluß schauen, diesen Fluß schauen, unbeschriebene Blätter der Jetzt-Beschwörungen, beschriebene Blätter meines Wegs jenseits der Autobahnen der Ästhetik entgegen.
Es treiben vor Ihrem geistigen Auge in Zweige gespaltene Äste, in denen auch, quasi als Prothese, sie hinterher wegzuwerfen, durchaus im Geist des Dualismus und des Gegen-Kanons Überlegungen zur Literatur der Gegenwart stecken, entgegen. Es treiben Eisklumpen eines Klimas vorbei, das wahrlich des Wandels bedarf. Ich versuche, wo es irgend geht, sanftmütig zu bleiben, aber wenn selbst der sanftmütige Christus angesichts eines Tempels
voller Händler zur Geißel griff ... Und es könnte, nicht nur im Sinn Spinozas und Goethes und aller Pantheisten und Propheten des Panta Rhei, diese unsere Welt durchaus ein Tempel sein – und doch ist dieser Tempel derzeit nur noch voller Händler .“

 

 1759777-091fd06cd44a94ec725f94b8f5200b12.jpg
Werner Fritsch (Waldsassen 4, mei 1960)
 

 

De Franse schrijver, journalist en tekstschrijver Jacques Lanzmann werd geboren op 4 mei 1927 in Bois-Colombes. Zie ook alle tags voor Jacques Lanzmann op dit blog.

Uit: Le têtard

« Enfant perturbé par la rencontre soudaine du monde animal et par la perte tout aussi soudaine de mon identité, je me suis souvent cogné la tête contre les parois de ce labyrinthe incompréhensible qu'est l'existence. Alors j'ai fait comme le petit Poucet, j'ai jeté autour de moi de quoi m'y retrouver et ce quelque chose que les oiseaux n'ont pas picoré ça n'était ni des miettes de pain ni du coton mais un bouquet de fantasmes sexuels, fleurs du mal et du rêve, pistils de mystère, pétale d'émotion, bus et cent fois bus jusqu'au calice.
Aujourd'hui j'ai quarante-neuf ans. Je reviens en compagnie de ma troisième femme, d'un voyage en Sybérie. Il y avait beaucoup de glace sur les fleuves et de neige sur les vitres du train. Séparé depuis trois semaines de mes enfants, j'ai eu peur de leur peur. Je me suis dit qu'ils se croyaient peut-etre abandonnés, alors, je me suis mis a vouloir leur téléphoner de Novossibirsk, d'Irkoutsk, d'Oulan-Oude, de Khabarovsk.
La liaison avec Paris étant impossible, j'ai pris la décision de leur écrire ce livre qui est la vérité de ma jeunesse. J'espère qu'ils ne le prendront pas mal.”

 

 1759777-df5f44a1b5907f07eb8b607406391ac7.jpg
Jacques Lanzmann (4 mei 1927 – 21 juni 2006)
 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 4e mei ook mijn blog van 4 mei 2014 deel 2.

Geschreven door Romenu om 11:34 Reageer op dit bericht

Cola Debrot

De Antilliaanse schrijver, dichter, arts, diplomaat, jurist, minister, filosoof en balletcriticus Cola Debrot werd geboren te Kralendijk (Bonaire) op 4 mei 1902. Hij groeide op in Curaçao en in Caracas. Zijn vader had een plantage op Bonaire. Via zijn grootmoeder van moederszijde die van origine uit Venezuela kwam, bezat hij ook de Venezolaanse nationaliteit. Thuis sprak hij Spaans en Papiaments; Nederlands leerde hij op de lagere school. Debrot volgde het gymnasium in Nijmegen en woonde er als kostganger in de Sint Annastraat 85, bij de weduwe van de zoon van de theoloog Johannes Jacobus van Oosterzee. Aan haar moeder, "Groszmutter" Maria Christiane Vorländer-Walter, heeft Debrot zijn kennis van de Duitse literatuur te danken. Vervolgens studeerde hij vanaf 1921 rechten in Utrecht, waar hij bevriend raakte met onder andere Martinus Nijhoff, Jan Engelman en Pyke Koch. In 1928 vertrok Debrot naar Parijs, waar hij drie jaar woonde en werkte als ghostwriter. Hij ontmoette daar de Amerikaanse zangeres Estelle Reed, met wie hij trouwde. In 1931 keerde hij terug naar Nederland en volgde een studie medicijnen. Tijdens WO II had hij een dokterspraktijk in Amsterdam. In het voorjaar van 1945 kreeg Debrot regelmatig bezoek van W.F. Hermans. Debrot nam hem mee naar patiënten en stelde hem voor als "dokter Klondike"; Hermans verwerkte dit later in zijn novelle Dokter Klondyke. Na de oorlog ging Debrot als arts op Curaçao werken, en tevens raakte hij betrokken bij de politiek. In 1952 kwam hij als gevolmachtigd minister van de Nederlandse Antillen naar Den Haag. Hij speelde een belangrijke rol op de ronde-tafelconferenties die leidden tot de nieuwe verhouding tussen Nederland, Suriname en de Antillen. Van 1962 tot 1970 was hij gouverneur van de Nederlandse Antillen. Na deze periode keerde Debrot terug naar Nederland. De laatste jaren van zijn leven bracht hij door in het Rosa Spierhuis in Laren. Hij leed onder zware depressies en werd een periode opgenomen in een psychiatrische inrichting. Ook hierna bleef hij onder medicatie.

 

De muze
voor D.A.M. Binnendijk

Vóór het nieuw rythme vloeit, bereidt U voor
op de benauwenis der eenzaamheden.
Slechts wie de donkre uren heeft doorleden
vindt bij zijn Muze eindelijk gehoor.
 
Een oude wereld gaat in 't hart teloor
en haar verschijning, jarenlang beleden,
wordt, schoon gekoesterd, tegelijk gemeden,
voordat het licht der nieuwe dageraad gloor'.
 
Laat na naar roes of naar gevoel te dingen,
der Muze vleugelslag wordt men gewaar
in ijzige windvlaag van zielshuiveringen
 
als oude melodieën wonderbaar
zich mengen met het onvergeetlijk zingen
der bronzen stemmen van het Nieuwe Jaar.

 

 

Dachau
voor Ed. Hoornik

Als mensen met de mensenrechten spotten,
hoort men van de wanhopigen eerst het gillen,
maar weldra volgt de eeuwigheid der stilte,
die uitgaat van een veld bezaaid met botten.
 
En die hier verder aan een water rotten,
eens glansden hemelen in hun pupillen
en ook het voorjaar, dat de boom deed botten,
kon nooit het heimwee van hun harten stillen.
 
Op deze wijs, in 't grauwe dal der zuchten,
zijn onze vrienden met een snik vergaan,
terwijl wij 't enkel hoorden van geruchten
 
tegengesproken, nauwelijks verstaan,
uit kampen, ook na eeuwen niet te luchten
van 't misdrijf aan onschuldigen begaan.

 

 

La Biondina
 
Sluimer maar zacht, blonde slavin, omsluierd
met blauwe voiles om je borst en billen.
Het is zo heerlijk sluim'ren en niets willen,
zo droomziek domm'lend, zo van lust doorhuiverd.
 
Waartoe de moeite, waartoe kracht verspillen
waar zij, die krachtloos zijn, vergeefs bedingen?
Wat zijn verhandelbare stervelingen
anders dan speelbal voor eens anders grillen?
 
Zie hoe de tranen naar haar ogen wellen
en van 't verzwegen sentiment vertellen.
 
Zie hoe zij zich de wulpse les laat lezen
ondanks de weerstand van haar knie en pezen.
 
Zie hoe tenslotte toch haar wimpers trillen
in de ontstelde trance der Sibyllen.

 

 1811941-d2b6e226a6accb0779308942ae9bf13a.jpg
 Cola Debrot (4 mei 1902 – 3 december 1981)
Portret doorCarel Willink, 1936

 

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

In Memoriam Ruth Rendell

 

In Memoriam Ruth Rendell

De Britse schrijfster Ruth Rendell is zaterdagmorgen op 85- jarige leeftijd overleden. Dat heeft haar uitgever laten weten. Ruth Rendell werd geboren als Ruth Grasemann in Londen op 17 februari 1930. Zie ook alle tags voor Ruth Rendell op dit blog.

Uit: Some Lie and Some Die

"And thou,"' he said, '"what needest with thy tribe's black tents who hast the red pavilion of my heart?" There's going to be a lot of that going on, Mike, so you'd best get used to it. Letts'll have to put a couple of men on that quarry if we don't want gate-crashers.'
'I don't know,' said Burden. 'You couldn't get a motorbike in that way.' He added viciously: 'Personally, I couldn't care less who gets in free to Silk's bloody festival as long as they don't make trouble.'
On the Sundays side the chalk slope fell away unwalled; on the other it was rather feebly protected by broken chestnut paling and barbed wire. Beyond the paling, beyond a narrow strip of grass, the gardens of three houses in The Pathway were visible. Each had a tall new fence with its own gate. Wexford looked down into the quarry. It was about twenty feet deep, its sides overgrown with brambles and honeysuckle and wild roses. The roses were in full bloom, thousands of flat shell-pink blossoms showing against the dark shrubby growth and the golden blaze of gorse.
Here and there rose the slim silver trunks of birches. In the quarry depths was a little natural lawn of turf scattered with harebells. One of the flowers seemed to spiral up into the air, and then Wexford saw it was not a flower at all but a butterfly, a Chalkhill Blue, harebell-coloured, azure-winged.
'Pity they had to build those houses. It rather spoils things, doesn't it?'
Burden nodded. 'These days,' he said, 'I sometimes think you have to go about with your eyes half-closed or a permanent crick in your neck.'
'It'll still be lovely at night, though, espcially if there's a moon. I'm looking forward to hearing Betti Ho. She sings those anti-pollution ballads, and if there's anything we do agree on, Mike, it's stopping pollution. You'll like Miss Ho. I must admit I want to hear this Vedast bloke do his stuff, too.'
'I get enough of him at home,' said Burden gloomily. 'John has his sickly love stuff churning out night and day.'

 

 1759449-38423c32c363d413c57d0b666d38eb6a.jpg
Ruth Rendell (17 februari 1930 – 2 mei 2015) 

Geschreven door Romenu om 18:07 Reageer op dit bericht

Am vierten Sonntage nach Ostern (Annette von Droste-Hülshoff)

 

Am vierten Sonntage nach Ostern

 

1759352-689e90549d86970e52f00375916abb8c.jpg
Diego Velázquez, Johannes op Patmos, 1619–1620

 

 

Am vierten Sonntage nach Ostern
"Ich gehe zu Dem, der mich gesandt hat."

Nicht eine Gnadenflamme hehr
Vor deinem Volke soll ich gehn;
Nein, ein versteinert Leben schwer
Wie Sodoms Säule muß ich stehn
Und um mich her
Die Irren träumend schwanken sehn.

Und ob auch Öde mich umgibt,
Ob mich erstickt der Nebel fast,
Mir Wirbelsand die Augen trübt,
Doch weiß ich, daß mein Sinn dich faßt,
Daß er dich liebt,
Und daß du mich gesendet hast.

Den Lebenshauch halt ich von dir,
Unsterblich hast du mich gemacht;
Nicht Glut, nicht Dürre schadet mir.
Ich weiß, ich bin in deiner Wacht,
Und muß ich hier
Auch stehn wie ein Prophet der Nacht.

Ich hebe meine Stimme laut
Ein Wüstenherold für die Not:
"Wacht auf, ihr Träumer, aufgeschaut!
Am Himmel steigt das Morgenrot.
Nur aufgeschaut!
Nur nicht zurück, dort steht der Tod!

Nur aufgeschaut, nur nicht zurück!
Laßt Menschenweisheit hinter euch!
Sie ist der Tod; ihr schnödes Glück
Ist übertünchtem Grabe gleich.
O hebt den Blick!
Der Himmel ist so mild und reich."

Könnt ich mein Auge heben nur,
Mein steinern Auge zu dem Blau:
Wie sög' ich aus der Himmelsflur
So liebekrank den milden Tau!
Doch hat Natur
Und Schuld verschlossen mir die Brau.

Ob nimmer sich die Rinde hebt?
Ach einmal, einmal muß es sein!
Wenn Sodoms Säule sich belebt,
Dann bricht auch meine Stunde ein,
Wenn es durchbebt
Den armen blutberaubten Stein.

Dann soll ich wissen, was ich bin,
Warum so todesstarr und matt;
Dann weiß ich, was den klaren Sinn
Getrieben zu der öden Statt;
Dann knie ich hin
Vor dem, der mich gesendet hat.

 

 

 1759352-203d9bd403fa6580488d59d565ce8863.jpg
Annette von Droste-Hülshoff (10 januari 1797 – 24 mei 1848)
Kruisigingsgroep op de Meersburg waar von Droste-Hülshoff op het eind van haar leven woonde.

 

 

Zie voor de schrijvers van de 3e mei ook mijn vorige twee blogs van vandaag.

Geschreven door Romenu om 13:49 Reageer op dit bericht

Jehuda Amichai, Erik Lindner, Ben Elton, Johan de Boose, Jens Wonneberger, Klaus Modick, Paul Bogaert

De Duits-Israëlische dichter en schrijver Jehuda Amichai werd op 3 mei 1924 geboren in Würzburg. Zie ook alle tags voor Jehuda Amichai op dit blog.

 

Kruidenthee

Zij schonk hem kruidenthee in
om hem te kalmeren. Ze zei: “je verlangens
zijn driften, in de loop van duizenden jaren getemd,
weet je, net als wolven en honden.
Vannacht zal het zijn als duizenden jaren geleden.”

Ze leidde hem bij zijn hese pik
naar een witte slaapkamer, om genade te vinden
in de ogen van God en in de ogen van de mensen.

“Het zal je verbazen, zei ze, wat kan worden
tot vleugels. Het zal je verbazen: zelfs
zware heupen, zelfs herinneringen.”

Ze trok haar lange jurk uit,
de buitenste ziel van haar lichaam.
De binnenste hield ze aan.

 

Vertaald door Tamir Herzberg

 

 

Von Dreien oder Vieren im Zimmer

Von Dreien oder Vieren im Zimmer
steht immer einer am Fenster.
Muß das Unrecht sehen zwischen Dornen
und die Brände am Hügel.
Und wie Menschen, die tags unversehrt ausgingen,
abends zurückgebracht werden wie Restgeld nach Haus.

Von Dreien oder Vieren im Zimmer
steht immer einer am Fenster.
Über den Gedanken sein dunkles Haar.
Hinter ihm die Worte.
Vor ihm wandernde Stimmen ohne Gepäck,
Herzen ohne Wegzehrung, Prophezeiungen ohne Wasser
und große Steine, die zurückgebracht wurden
und verschlossen wie Briefe, die keine
Adresse haben, keiner empfängt sie.

 

Vertaald door Lydia und Paulus Böhmer

 

 

An Arab Shepherd Is Searching For His Goat On Mount Zion

An Arab shepherd is searching for his goat on Mount Zion
And on the opposite hill I am searching for my little boy.
An Arab shepherd and a Jewish father
Both in their temporary failure.
Our two voices met above
The Sultan's Pool in the valley between us.
Neither of us wants the boy or the goat
To get caught in the wheels
Of the "Had Gadya" machine.

Afterward we found them among the bushes,
And our voices came back inside us
Laughing and crying.

Searching for a goat or for a child has always been
The beginning of a new religion in these mountains.

 

Vertaald door Chana Bloch

 

 1759338-c0701258ac4d7ad7cd1691758170d33c.jpg
Jehuda Amichai (3 mei 1924 – 22 september 2000)

 

 

De Nederlandse dichter Erik Lindner werd geboren op 3 mei 1968 in Den Haag. Zie ook alle tags voor Erik Lindner op dit blog.

 

Rede

Trek niet in twijfel dat rede,
dat rede, dat rede, dat rede.
Een vlieg loopt van de rand
naar het midden van het tafelblad
en weer terug, volgt enkele centimeters
van de zijde, steekt de leegheid
van het vaalwit weer in, probeert opnieuw
wat ik niet weet en vliegt dan op.

 

 

Het raam maakt een kier

Het raam maakt een kier
en de tafel tot hier
breekt
op slag

en de tafel is niet bij het raam
maar hier naast me gaan staan
aan de voet van de tafel
valt het kleed van de tafel

in het licht van het raam
buigt het blad een armlengte
knikt in de elleboog een reep
in de lade, kruimels paperclips

het stuk karton dat de tafel recht
en het raam openhoudt

een schuivend vierkant over de tafel
beent in een stuk op de grond.

 

 1759338-9898f84387b4c34eef4931d69a086107.jpg
Erik Lindner (Den Haag, 3 mei 1968)

 

 

De Belgische dichter en schrijver Johan de Boose werd geboren in Gent op 3 mei 1962. Zie ook alle tags voor Johan de Boose op dit blog.

 

Breeduit in de speeltuin ligt de tijd

Breeduit in de speeltuin ligt de tijd
onzichtbaar als een wolk waaruit
het angelus van kinderstemmen klinkt.

Handen slaan op onbestaande ballen,
monden happen in doorzichtig vlees.
De tijd, geduldig, laat zich sarren

als wolk van een hond
in wiens grijs een oude wijze
wrede godheid woont.

Hij likt het bloed van knieeën en kiezels.
Tussen de tanden kraakt zijn zand.

Ik neem het meisje bij de hand
en leer haar schommelen
boven zijn afgrond.

 

 

De molen van Zingem

De molenaar staat op zijn burcht
van azijnhout en krabbelaars en varkensvet.
Hij maalt en plet de gerst.
Hij telt de bestoven kinderen,
verwekt op de steenzolder.

Het land rondom staat stil,
al sinds de eeuw van pest en inquisitie.
Stenen zingen, het trapbint kraakt.
De molen weegt zijn boezem.

Zijn gezel is de wind in de fluitgaten,
geïmporteerd uit La Mancha.
Fluit de wind, dan wordt de molen verkruid.
Plakt de molen, dan blazen alle kinderen.
Hij vecht met de tijd, seizoen na seizoen,
bestaan na bestaan, dood na dood.

In het dorp ziet men het zwaaien van het zeil,
gespannen op de blote benen van de wiek. 

Mulder en molen hebben één ziel.
Als de wind krimpt, vrijen alle zwaluwen.

 

 1759338-c660ead629f07c4e97b72d580c568e97.jpg
Johan de Boose (Gent, 3 mei 1962)

 

 

De Britse schrijver en komiek Ben Elton werd geboren in Londen op 3 mei 1959. Zie ook alle tags voor Ben Elton op dit blog.

Uit: Chart Throb

“Some months earlier, one of the asses whom Shaiana intended to rock had been quivering with violent fury as its owner, Calvin Simms, came to the shocking realization that he, the ultimate manipulator, the man who with a single glance knew a person better than they knew themselves, had been had. Calvin always believed that he could read anybody. Anybody, it now turned out, except the woman he had married.
'A divorce?' he stuttered.
'Yays, Calvin,' his beautiful American bride of just two weeks drawled in her sexy, sultry Southern accent. 'Ah want a dee-vorce.'
They were standing in the hallway of the vast detached mansion in Belgravia that Calvin had assumed would be his and Dakota's marital home. Numerous items of matching luggage surrounded them. The two drivers who had helped them into the house had only just closed the front door behind them. He had carried her over that threshold not two minutes before. His passport was still in his pocket, he still had sunscreen on his neck, he was still wearing shorts and sandals, which made him feel particularly ridiculous in the light of the shocking revelation that the honeymoon was most definitely over.
'We've only been married a fortnight!' he protested.
'Way-ll, believe me, darlin', it felt lahk a ye-ah,' Dakota purred.
'Why bother with the fucking honeymoon then? Why not dump me outside the church?'
'Gotta consummate, pussycat. Cain't have you claimin' Ah withheld ma fay-vers an' gettin' a judge to declare our nerptuals null an' void.'

 

 1759338-5a91277d5c8755463d157a9d5bae0163.jpg
Ben Elton (Londen, 3 mei 1959)

 

 

De Duitse schrijver Jens Wonneberger werd in Großröhrsdorf geboren op 3 mei 1960. Zie ook alle tags voor Jens Wonneberger op dit blog.

Uit:Goetheallee

“Ehrlich gesagt meide ich die Goetheallee auch zu anderen Tageszeiten. Der Grund ist die Buchhandlung Wohlgemuth, oder mehr noch mein Gefühl, gerade in der Nähe der Buchhandlung müssten mir die Passanten meinen Ärger darüber ansehen, dass dieser Laden meine Bücher nicht führt. Die Auslagen einer Buchhandlung ohne meine Bücher haben etwas Deprimierendes, aber hier, nur wenige Straßenecken von meiner Wohnung entfernt, ist das eine Provokation. Nur nachts, wenn ich aus Karls Kneipe komme und nicht mehr ganz nüchtern bin, bleibe ich manchmal vor dem erleuchteten Schaufenster stehen und spotte über die Bestseller, die glänzend wie polierte Grabsteine zwischen Trockenblumen und bizarren Totholzarrangements hinter der Scheibe stehen. Manchmal glimmen vor dem Schaufenster Räucherstäbchen in einer mit rotem Sand gefüllten Messingschale, und man kann die Buchhandlung an diesen Tagen schon aus einiger Entfernung riechen. Vor der Buchhandlung gilt ein Stück der Goetheallee als verkehrsberuhigte Zone, was ich gern auf Frau Wohlgemuths massigen Leib beziehe, den sie immer in weite, rote Kleider hüllt wie Rubens’ Diana bei der Heimkehr von der Jagd, züchtiger zwar, aber immerhin ärmellos, die schwammig-bleichen Oberarme freigebend, das tiefe Dekolleté von einer weißen Perlenkette gerahmt und wallend wie ihr hennarotes Haar. Ich sollte ihr vielleicht die Schnelle-Nummer übermitteln, von einem Herrn Wohlgemuth jedenfalls weiß ich nichts, schon gar nichts von einem kleinen malenden Epigonen des großen Niederländers. Die Kunstgeschichte wird also auf Frau Wohlgemuths gewichtigen Leib verzichten müssen, dafür sah ich sie einmal im Original auf einem Fahrrad, auf dessen schwerem Rahmen in zartem Schriftschwung das Wort Gazelle stand.“

 

 1759338-8ba4c24655808427d49a528434c2b22e.jpg
Jens Wonneberger (Großröhrsdorf, 3 mei 1960)

 

 

De Duitse schrijver Klaus Modick werd geboren in Oldenburg op 3 mei 1951. Zie ook alle tags voor Klaus Modick op dit blog.

Uit: Konzert ohne Dichter

„Getuschel. Traumreste. Klatschende Flügelschläge. Wer spricht? Graue Zugvögel kreisen um einen dunklen Turm, kreischen heisere Lockrufe, Lieder in unverständlichen Sprachen.
Über Moor und Heide und den Spiegeln von Fluss und Kanälen zeichnen die Flugbahnen unregelmäßige, organische Muster. Oder sickert das Geflüster aus der unaufhaltsamen Flut der Morgendämmerung, die zweifelnd, ob ihre Zeit schon gekommen ist, ins Zimmer kriecht?
Er steht auf, zieht den nachtblauen Morgenrock an, halb japanischer Kimono, halb mittelalterliches Adelsgewand. Die Stickerei, ein im Dornendickicht schnäbelndes Nachtigallenpaar, hat er selbst entworfen, wie er alles, was ihn hier umgibt, selbst entworfen hat, vom großen Bett aus poliertem Birkenholz über die Lampen, Kerzenleuchter und Tapeten bis zur mattweiß gestrichenen Kommode. Im ganzen Haus gibt es vom Dachfirst bis zum Weinkeller keinen Raum und kaum einen Gegenstand, den er nicht bearbeitet oder geformt hätte, und die Dinge, die er nicht selbst gestaltet hat, sind so platziert und arrangiert, dass sie sich seinen Vorstellungen und Ideen, Phantasien und Wünschen fügen.
Er öffnet die Flügeltür zum Balkon und blickt über den noch dunklen Boden des Blumengartens zum Birkenhain, dem das Haus seinen Namen verdankt – Barkenhoff. Auch die Bäume hat er vor Jahren selbst gesetzt, Stämmchen für Stämmchen, damit man das Haus von der Landstraße aus durchs Raster einer feinen Schraffur sieht, als zeichne die Natur sich ihr eigenes Bild. Aber im Zwielicht ist das frische Grün der Blätter noch vom grauen Mehltau der Nacht überzogen, und die hellen Stämme treten zu schwarzem Gitterwerk zusammen. Sperrt es die Welt aus? Oder sperrt es ihn ein in sein eigenes Werk, in Haus und Hof mit Frau und Kindern und Pferden und Hund und den vielen Gästen, die kommen und gehen?“

 

 1759338-533acc071ada039889b4fb1ba39e6b07.jpg
Klaus Modick (Oldenburg, 3 mei 1951)

 

 

De Vlaamse dichter en schrijver Paul Bogaert werd geboren in Brussel op 3 mei 1968. Zie ook alle tags voor Paul Bogaert op dit blog.

 

Onzekerheden

12
Al wie opgewekt is, mag naar zaal Paardenbloem.
Dat geldt ook voor iedereen die sterk en spontaan is.
Ook sociale of stoere personen gaan met Geoffrey mee.

De anderen blijven hier om de grondverf
om te roeren en daarna een dunne laag aan te brengen.
Daar heeft iemand een vraag, graag in de loopmicrofoon.

Wat met de zelfverzekerde mensen?
Nog even jullie aandacht. Ook zelfverzekerde mensen mogen
Geoffrey of Sylvia volgen naar Paardenbloem.

 

 

De hemel is met muizenhuid bespannen

De hemel is met muizenhuid bespannen
en insecten zitten met lood gevuld
op straat als het geluid
van brekend glas verbaast. Men ziet
een hand die fles na fles de hand is
van een prototypische bedelares!
Ze ademt in en uit en dan vallen
er woorden (het, is, roestig)
naast de glasbak uit haar mond.
Muizenhuid. Lood.

 

 1759338-9a7053dc437ebaa1d5a1755471572d36.jpg
Paul Bogaert (Brussel, 3 mei 1968)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e mei ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 13:40 Reageer op dit bericht

Juan Gelman, Tatjana Tolstaja, Agnès Desarthe, Pierre Emmanuel, August von Kotzebue, Dodie Smith, Nélida Piñon, Soma Morgenstern

De Argentijnse dichter Juan Gelman werd geboren op 3 mei 1930 in Buenos Aires. Zie ook alle tags voor Juan Gelman op dit blog.

 

SAINT THERESA

and with many birds and their songs in the /
highest part of the mind or head / and rumblings
in it like the sea / or laments /
or winds or movements / suns

that clash / go out / then burn again / or powers
like thousands of animals that track        
up the suburbs of the soul / suffering
terrible ordeals i mean / even so

the soul goes on whole in its quiet state /
or desire / or clear light untouched
by sorrow / scorn / misery /
suffering or ruin / so

what is this peace without vengeance / or memory
of a future heaven / or tenderness
coming down from your hands / spring water
where birds in the highest part of the mind

rally to drink / sing sweetly / or are silent
like light issuing from you / wing
flying softly above war and fatigue
like the flight of passion itself?

 

 

ALONE

you're alone / my country / without
the comrades you lock up and destroy / you hear
them slowly being emptied of the love
they have left / they loosen their grip   

on their turn to die / dream they're being dreamed / quieted /
they'll never see other faces growing /
leaning out / continued / in this sun /
some day in the sun of justice

 

Vertaald door Hardie St. Martin

 

 1759332-f7147635bf0d310fbf99228c82bbbbe3.jpg
Juan Gelman (3 mei 1930 – 14 januari 2014)

 

 

De Russische schrijfster Tatjana Tolstaja werd geboren op 3 mei 1951 in Leningrad. Zie ook alle tags voor Tatjana Tolstaja op dit blog.

Uit: The Tragedy Of Tolstoy

“Then comes my turn. I pack myself into the basket with difficulty, with feet folded under. I feel awkward, suffocated, and a little scared. The basket sways softly and evenly; because it is being tilted a little, I believe that we are going downstairs. I am trying with all my might to guess the direction. The basket swings upward, there is a jolt, my head knocks against its side, and father's voice says loudly, "Well, now, guess where you are."
"In the maid's room!" I shout.
"No, you haven't guessed,"
I crawl out, stand up, and look around. What is this? For a moment it seems to me that I am in a strange place. It is half dark, there is a window and it is grated. "Papa's study!" I shout at the top of my lungs, opening the curtains which they had drawn on purpose. Nikiforych lifts me up and lets me down to the floor. "Well, little ones, that will do for today," father says. We do not pester him for more, as we would nurse or mother, but run back to our room overjoyed.
When father leaves his study a little early for dinner, he likes to play with us. He carries us in his arms, makes us turn somersaults, and bears us on his shoulders.
Presently the whole family is assembled in the dining-room; only mother is missing. the soup and the soup pastry are getting cold, but no one sits down; we wait for the lady of the house. then we hear mother's voice and the rustling of her silk skirts. "One, two, three, quick -- all under the table!" father commands. In the twinkling of an eye, sisters, brothers, guests, the English governess, all are under the table. We sit there and silently choke with laughter so that it hurts in the pit of the stomach. "But where is everybody?" mother inquires, looking wonderingly around the empty room with her shortsighted eyes. "I cannot tell,“

 

 1759332-a926629362d3c4c2c260b20618577784.jpg
Tatjana Tolstaja (Leningrad, 3 mei 1951)

 

 

De Franse dichteres en schrijfster Agnès Desarthe werd geboren op 3 mei 1966 in Parijs. Zie ook alle tags voor Agnès Desarthe op dit blog.

Uit: Dans la nuit brune

“— À tes amours, lance Jérôme en levant son verre.
— À l’amour en général, corrige Paula. Soyons généreux. Élevons le débat. C’est quoi, d’ailleurs, l’amour.
C’est Marina et Armand. C’est Armand et Marina, pense Jérôme, mais il ne le dit pas.
— C’est quand on pense à l’autre en souriant. Quand on a tellement envie de prononcer son nom qu’on est prêt à raconter n’importe quoi pour le dire, pour l’entendre, déclare-t-il.
— Quand je t’ai vu la première fois, fait Paula, dont la diction comme à être légèrement altérée par la boisson, j’ai trouvé que tu ressemblais à Clint Eastwood. Quand je parlais de toi à mes amis, je disais Clint.
— C’est parce que tu étais amoureuse de Clint Eastwood, alors, remarque Jérôme. Sinon, tu aurais dit Jérôme.”
(…)

« Il se surprend, une fois encore, à envier le silence des animaux, leur fatalisme. Manger, être mangé, donner la vie, la perdre. Les bêtes filent, suivant une trajectoire parfaite, jamais elles n'hésitent, jamais elles ne renoncent, jamais elles ne changent d'avis. Elles ignorent les carrefours, propulsées comme des flèches par l'arbalète divine, avec pour seule mission d'accomplir une courbe parfaite, de la naissance à la mort, de fuser depuis le néant vers le néant, avec grâce et légèreté. Les destins humains, en comparaison, lui semblent si tortueux, si maladroits, lourds, corrompus."

 

 1759332-4c393d5047f6ce97d81f3f99af0c4600.jpg
Agnès Desarthe (Parijs, 3 mei 1966)

 

 

De Franse dichter en schrijver Pierre Emmanuel (eig. Noël Mathieu) werd geboren op 3 mei 1916 in Gan (Pyrénées-Atlantiques). Zie ook alle tags voor Pierre Emmanuel op dit blog.

 

À Gérard Manley Hopkins

Console, ô
Mort, mon cœur sans ombre et seul, soleil profond, frappant d'aplomb la chair.
Ah ! la chère

Ombre morte, victime enfin de cette faim, ce fol ennui qui tue la
Nuit et tourne et luit et roule là !
Le gouffre et la roue rayonnante, le sang silencieux qui s'ouvre, et,
Ciel ! j'entends le sourd écho des coups qui sapent l'âme...

Oh tremble, tremble corps creusé par le sang et qui ruses, sentant sans cesse t'ébranler le bélier...
Ce bruit lourd par l'oubli engourdi, mais qui reprend, prolonge la peur, devient panique et dur, atteint l'azur, faisant crouler le jour dans le sang, et le sang

dans l'absence...
Et les tours, les tombes et les temples tombes es monts rasés, le monde las, contemple o
Mort ! la cendre d'or de l'étendue, l'encens

 

 1759332-9789289aacc64c981cef361b5db10eaf.jpg
Pierre Emmanuel (3 mei 1916 – 24 september 1984)

 

 

De Duitse dichter en toneelschrijver August Friedrich Ferdinand von Kotzebue werd in Weimar geboren op 3 mei 1761. Zie ook alle tags voor August von Kotzebue op dit blog.

Uit:Die Indianer in England

“SIR JOHN. Auweh!
LIDDY. Schon wieder Schmerzen?
SIR JOHN. Nicht anders als ob ein Pulk Baschkiren in jedem Fußzeh wirtschaftete.
LIDDY. Armer Vater!
SIR JOHN. Gute Liddy!
LIDDY. Wer doch helfen könnte!
SIR JOHN. Auch dieser Wunsch ist Arznei. Du bist ja das einzige Geschöpf hier im Hause, das meinen kranken Körper pflegt, und meine kranke Seele mit einem guten Wunsche erquickt.
LIDDY. Nicht doch! –
SIR JOHN. Ja doch! ja doch! Sieh, ich gebe dir das Zeugnis vor Gott, du bist der einzige Trost meines kränklichen Alters.
LIDDY. Sie vergessen, daß Sie Söhne haben.
SIR JOHN. Söhne? Nun ja. Ich Tor murrte mit der Vorsicht, als mir vor achtzehn Jahren eine Tochter geboren wurde. Söhne wollt' ich haben, Söhne! rasche flinke Bursche! die, dacht' ich, sind leichter versorgt, helfen sich besser durch die Welt – ja, ja, sich helfen sie durch, und lassen den armen kranken Vater im Stiche. Da ist der Samuel.
LIDDY. Seine vielen Geschäfte –
SIR JOHN. Pfui! Dankbarkeit gegen Vater und Mutter soll sein das erste Geschäft eines Kindes. Samuel ist ein Schleicher; und der Robert –
LIDDY mit vieler Teilnahme. Nun der Robert, lieber Vater?“

 

 1759332-f06d5d85bc2a06a33d878ce737992801.jpg
August von Kotzebue (3 mei 1761 - 23 maart 1819)
De moord op Kotzebue (afbeelding uit 1819)

 

 

De Engelse schrijfster Dodie Smith werd geboren op 3 mei 1896 in Whitefield. Zie ook alle tags voor Dodie Smith op dit blog.

Uit: The Hundred and One Dalmatians

‘It’d be quite easy,’ said Cruella. ‘I’ve drowned dozens of my cat’s kittens. She always chooses some wretched alley-cat for their father so they’re never worth keeping.
‘Surely you leave her one kitten?’ said Mrs Dearly.
‘If I’d done that, I’d be overrun with cats,’ said Cruella.
‘Are you sure those horrid little white rats are pure Dalmatian puppies?’
‘Quite sure,’ snapped Mrs Dearly. ‘Now please go away, you’re upsetting Missus.’
And indeed Missus was upset. Even with the Dearlys there to protect her and her puppies, she was a little afraid of this tall woman with black-and-white hair who stared so hard. And that poor cat who had lost all her kittens! Never, Never, would Missus forget that! (And one day she was to be glad she remembered it.)
‘How long will it be before the puppies are old enough to leave their mother?’ asked Cruella. ‘In case I want to buy some.’
‘Seven or eight weeks,’ said Mr Dearly. ‘But there won’t be any for sale.’ Then he shut the cupboard door in Cruella’s face and Nanny Butler firmly showed her out of the house."

 

 1759332-c3afa5a23b83a919a8edda3cbf6ec5e8.jpg
Dodie Smith (3 mei 1896 – 24 november 1990)
Scene uit de Disney-film uit 1961 

 

 

De Braziliaanse schrijfster Nélida Piñon werd geboren op 3 mei 1937 in Rio de Janeiro als dochter van Spaanse immigranten. Zie ook alle tags voor Nélida Piñon op dit blog.

Uit: I Love My Husband (Vertaald door Elzbieta Szoka)

“I love my husband. From morning to night. I make him coflee first thing in the morning. He always sleeps poorly and lets out an exhausted sigh as he begins to shave. I knock three times on the bathroom door. before the coffee gets cold. He growls angrily at me while I let out an anxious yell. I don't want him to confuse my elTort with the cold liquid that he will gulp down the same way he consumes me twice a week, especially on Saturdays.
I then adjust his tie, him protesting because I only take care of the smallest part of his life. I laugh to calm him down. so that he can go out and face life in the outside world. And always bring deliciously fresh bread to our home.
He says that I am too demanding. 1 stay at home washing the dishes and going to the store. And complaining about life. Meanwhile he builds his world of little bricks. and although some of his walls fall down in the end. his friends congratulate him for such solid and visible creation.
They also acknowledge me for taking care of a man who dreams big and makes the country fair and prosperous in his peculiar and grandiose way. And that's why I'm just a shadow of a man that everyone says I love. I let sunshine into the house, gilding the objects that we worked so hard to buy. I do this even though he doesn't show me any gratitude for these shining objects. On the contrary. sure of my love for him. he proclaims that all i do is to spend the money that he sweats so hard for. I ask him to understand my nostalgia for a land that. in the old days. was cultivated by women. But he just frowns as if I were offering a theory that will shame our family and the binding rules of our home.”

 

 1759332-1354527cb880da179924fd03d92ab598.jpg
Nélida Piñon (Rio de Janeiro, 3 mei 1937)

 

 

De Duitse schrijver Soma Morgenstern (eig. Salomo) werd geboren op 3 mei 1890 in Budzanów in Oostgalicië. Zie ook alle tags voor Soma Morgenstern op dit blog.

Uit: Der Tod ist ein Flop

„Er sah eine Reihe strohgedeckter Bauernhütten hinterm Teich, und überm Wasser ein Stück Himmel, der noch grau war, grau, tief und still. Die große Stille, die ihm in den ersten Tagen in den Ohren klang, hörte Alfred nicht mehr, er sah sie nur noch staunend mit den Augen. Hier ist ein anderer Himmel; nicht sehr hoch, nicht sehr fern: unter diesem Himmel könnte noch die Eintracht aller Dinge gedeihen."
(…)

"Ich wollte Ihren Freund Csanda von seiner Arbeit an dem Buch, das er das 'Totenbuch' genannt hat, abbringen." - "Glauben Sie, daß er sich so was gefallen läßt?" - "Darüber wird Ihnen Ihr Freund Csanda Auskunft geben." - "Hat Ihnen der Titel Totenbuch nicht gefallen?" "Es hat mir nicht behagt, daß er sich mit dem Tod einläßt." - "Warum? Es ist kein so unwichtiges Thema, scheint mir." - "Unwichtig ist es sicher nicht. Aber es ist kein Thema für Csanda. Das Motiv, das ihn zu diesem Buch getrieben hat, war mir verdächtig. Er hat sich jahrelang Vorwürfe gemacht, daß er eine wichtige Episode in seinem Leben nicht verleugnet hat. Mit diesem Buch wollte er es abbüßen. So kommt kein gutes Werk zustande. Abgesehen davon: der Tod ist ein gefährliches Thema. [...] Der Tod ist ein Flop."

 

 1759332-fa745eade55cdbba6dba5cc1c18a6e65.jpg
Soma Morgenstern (3 mei 1890 – 17 april 1976)

Geschreven door Romenu om 13:15 Reageer op dit bericht

Marc Dugain

De Franse schrijver en filmmaker Marc Dugain werd geboren op 3 mei 1957 in Senegal, waar zijn vader werkzaam was. Hij keerde terug naar Frankrijk toen hij 8 jaar was en bracht zijn jeugd door bij zijn grootvader (Eugene Fournier) in het chateau waar de soldaten met een verminkt gezicht tijdens WO I opgevangen werden. Dit zou de bron van zijn eerste roman zijn: “La Chambre des officiers” uit 1998. Hij studeerde af aan het Grenoble Instituut voor Politieke Studies en behaalde een diploma registeraccountant. Hij werkte in de financiële wereld en richtte een bedrijf op, gespecialiseerd in de financiering van de transportwereld. Hij werd een succesvol ondernemer in de luchtvaart en stond aan het hoofd van Proteus Airlines en Flandre AIR2. Op zijn vijfendertigste begon hij een literaire carrière door het vertellen van het lot van zijn grootvader van moederszijde. “La Chambre des officiers” werd verfilmd door François Dupeyron in 2001 met Eric Caravaca, André Dussollier en Sabine Azéma in de hoofdrollen. In 2000 verscheen “Campagne anglaise” over de eenzaamheid en de zoektocht naar liefde van een Engelse zakenman. In 2002 “Heureux comme Dieu en France”, een verhaal over het verzet, in 2005 “La Malédiction d'Edgar”, over het leven van John Edgar Hoover, in 2007 “Une exécution ordinaire sous Staline” over de ramp met de onderzeebootKoersk. In 2008 volgde “En bas, les nuages”, een verzameling van korte verhalen.

Uit: La Chambre des officiers

« La guerre de 14, je ne lʼai pas connue. Je veux dire, la tranchée boueuse, lʼhumidité qui transperce les os, les gros rats noirs en pelage dʼhiver qui se faufilent entre des détritus informes, les odeurs mélangées de tabac gris et dʼexcréments mal enterrés, avec, pour couvrir le tout, un ciel métallique uniforme qui se déverse à intervalles réguliers comme si Dieu nʼen finissait plus de sʼacharner sur le simple soldat.
Cʼest cette guerre-là que je nʼai pas connue.
Jʼai quitté mon village de Dordogne le jour de la mobilisation. Mon grand-père a
couvert ma fuite de la maison de famille dans le silence du petit matin, pour éviter dʼinutiles effusions. Jʼai chargé mon paquetage dans la carriole du vieil André. A la cadence du balancement de la croupe de sa jument brune, nous avons pris la direction de Lalinde. Ce nʼest que dans la descente de la gare quʼil sʼest décidé à me dire : “Ne pars pas trop longtemps mon garçon, ça va être une sacrée année pour les cèpes.”
A Lalinde, une dizaine de petits moustachus endimanchés dans leur vareuse se laissaient étreindre par des mères rougeaudes, en larmes. Comme je regardais le vieil André sʼéloigner, un gros joufflu aux yeux comme des billes sʼest approché timidement de moi.
Cʼétait Chabrol, un gars de Clermont-de-Beauregard que je nʼavais pas revu depuis la communale. Il était là, seul, sans famille, sans adieux. Il redoutait de prendre le train pour la première fois, sʼinquiétait des changements. Pour se rassurer, il tirait à petites gorgées sur une gourde accrochée à sa ceinture. Cʼétait un mélange dʼeau- de-vie de prune et de monbazillac. Il en avait trois litres dans son sac, trois litres pour trois semaines de guerre, puisquʼon lui avait dit quʼon leur mettrait la pâtée en trois semaines, aux Allemands. Ce gros communiant qui sentait un drôle de vin de messe sʼinstalla à côté de moi pour ne plus me quitter des yeux. »

 

 1885087-6b22d26d1751a5d1316707ea5c5d3b23.jpg
Marc Dugain (Senegal, 3 mei 1957)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Esther Freud, Jef Last, Gottfried Benn, Rob Waumans, Tilman Rammstedt, James Holmes, Wytske Versteeg

De Engelse schrijfster Esther Freud werd geboren in Londen op 2 mei 1963. Zie ook alle tags voor Esther Freud op dit blog.

Uit: Summer at Gaglow

“Of the three girls it was only Bina who was allowed to stay up for the night-time celebrations. Places had been laid for a hundred people at a long gallery of tables that spiralled round the dining room. Bina came up to the nursery where both Nanny and the governess, Fraulein Schulze, burst into praise over her dress and the way in which her hair had been arranged. Eva stared furiously into her green baize box and cursed that she was years too young. 'It's even worse luck for me,' Martha said, and it cheered Eva up a little to see that she was right.
Their mother came up to wish them both goodnight. `You have been more than perfect today.' She smiled, glittering in the doorway of their double room, while Martha and Eva sat at twin dressing tables and stared sulkily back at her through the glass. `Sleep well.' She blew them each a kiss and left them to rejoin the party.
`Did you see the earrings she had on?' Martha gasped, and Eva agreed that they were hideous. Great red rubies that dragged down the lobes of her ears. `And such skinny arms.' She winced, continuing to give her hair the one hundred obligatory strokes insisted upon by Nanny.
`Well, at least we have Bina to report back.' Eva brushed vigorously. `Not to mention,' she lowered her voice, `our own dear Schu.'
`Now, now, children.' It was Nanny standing behind them with their nightdresses, freshly pressed and aired. `I'm sure Fraulein Schulze will be too busy enjoying herself to have time for such nonsense.'
`Oh, Omi, Omi Lise,' they both protested. They caught each other's eye and grinned. This was exactly what their governess had time for and what, above anything, she enjoyed. It was her wicked bedtime stories that had won them over at the very start, and the way she poked fun at strangers, livening up the walks they took even on the most dreary days, and filling her charges, each one, with a small, warm well of spite.
Eva lay in bed, listening to the distant strains of the music and running over in her mind the various eligible girls invited by her mother. Who. would Emanuel be dancing with, she wondered, and she smiled at the off-hand way in which he had accepted their attentions.
`Martha?' she whispered. `Martha, are you asleep?'

 

 1758870-9f4063546d169b510d314642b6393e85.jpg
Esther Freud (Londen, 2 mei 1963)

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Josephus Carel Franciscus (Jef) Last werd geboren in Den Haag op 2 mei 1898. Zie ook alle tags voor Jef Last op dit blog.

 

Aan een gevallen makker

Een witte roos bloeide op het vale veld,
roos van de dood te midden der gewonden
een jong gezicht had in zijn laatste nood
de vage schaduw van een lach gevonden.

"Ik heb het koud" klaagden zijn blauwe lippen
zijn weke hand zocht tastend naar een maat
ik zag zijn leven met zijn bloed ontglippen
en steeds maar liever scheen mij zijn gelaat.

"Een dode meer op onze lijst van helden"
mijn god hoe walgt het woord mij in de mond
een kind veeleer dat brute domheid velde
één adem minder uit een zoete mond.

Een lied brak af na d'eerste teedre strofe
een dapper hart hield plotseling op met slaan
een makker minder op de donkre wegen
die door de modder onze voeten gaan,

maar deze morgen zet een jonge vogel
zich op een tak en zingt en zingt en zingt
het schijnt mij of in 't zoete vogelfluiten
de stem van mijn gevallen makker klinkt.

 

 

Als eens de dood komt

Als eens de dood komt, laat het zijn
in 't midden van de overgave,
de laatste beker rode wijn,
het laatste brood, het laatst refrein
waarmee een vriend een vriend kan laven -
En laat de dood het éinde zijn.
Als eens de dood komt, laat het zijn
uit lege beurs de laatste gave,
van 't volle hart de laatste pijn,
de liefste kus, het zoetst festijn
ontbloot van goed, ontdaan van have -
En laat de dood het éinde zijn.

 

 1758870-e94b32abd88c528d7ea70dafeba9d21f.jpg
Jef Last (2 mei 1898 – 15 februari 1972)
Hier als acteur in de film Branding van Joris Ivens, 1929

 

 

De Duitse dichter en schrijver Gottfried Benn werd geboren in Mansfeld op 2 mei 1886. Zie ook alle tags voor Gottfried Benn op dit blog.

 

Die Schale

Kommst du zum letzten Male,
wir waren doch so allein
und rannen in eine Schale
mit Bildern und Träumen ein.
Es war doch eben noch heute
und unser Meer war die Nacht,
wir waren einander die Beute,
die weiße Fracht.

Wir streiften uns wie zwei Rassen,
zwei Völker von Anbeginn:
die Stämme, die dunklen, die blassen
gaben sich hin.

Kommst du zum letzten Male,
es war doch alles nur Spiel
oder sahst du, wie in die Schale
Tränen und Schatten fiel -

Sahst du, sahst du ihr Neigen
in Strömen dieses Weins
und dann ihr Fallen und Schweigen:
die Verwandlung des Seins -?

 

 

Reisen

Meinen Sie Zürich zum Beispiel
sei eine tiefere Stadt,
wo man Wunder und Weihen
immer als Inhalt hat?

Meinen Sie, aus Habana,
weiß und hibiskusrot,
bräche ein ewiges Manna
für Ihre Wüstennot?

Bahnhofstraßen und Rueen,
Boulevards, Lidos, Laan –
selbst auf den Fifth Avenueen
fällt Sie die Leere an –

ach, vergeblich das Fahren!
Spät erst erfahren Sie sich:
bleiben und stille bewahren
das sich umgrenzende Ich.

 

 1758870-1dd933fbb0339ef17916355822fba2a0.jpg
Gottfried Benn (2 mei 1886 - 7 juli 1956)
In 1932 

 

 

De Nederlandse schrijver Rob Waumans werd geboren in Alkmaar op 2 mei 1977. Zie ook alle tags voor Rob Waumans op dit blog.

 

Gesprek (Blog)

Ik stond buiten een sigaret te roken, op de stoep voor een café in Noord. Het was koud, mijn jas hing nog binnen over mijn kruk, naast Nyk de Vries, die niet rookt maar wel graag een biertje drinkt en de volgende dag overigens kerst ging vieren met familie in Friesland omdat ‘dat nou eenmaal beter uitkwam’.
We hadden allebei voorgedragen tijdens de literaire pubcrawl en we waren hier geëindigd. We dronken bier uit klassieke bierglazen die je in de jaren tachtig overal zag. Glazen waar je net zo goed cola in kunt schenken, zonder dat iemand je gek aankijkt.
Eerder die avond droeg een schrijfster een heel mooi verhaal voor over een voormalig galgenveld hier in Noord, waar nu de Shell-toren staat, werkelijk een mooi verhaal, waar ik op zondag nog regelmatig over nadacht. Haar voordracht werd een aantal keer onderbroken door een vrouw die ze niet helemaal op een rijtje had. Vlak na de voordracht begon die vrouw te dansen als een hippie, langs de tafeltjes waar mensen haar met grote, bange ogen aankeken.
En nu stond die vreemde vrouw ineens naast me, terwijl ik lekker op mijn gemak een sigaretje stond te roken.
Ze keek me aan, haalde een pakje shag uit haar jaszak en zei:
‘Ik ga zo de stad in. Ga je mee of heb je het lef niet?
‘Waar ga je heen,’ vroeg ik.
‘Daar kan ik niets over zeggen,’ zei de vrouw, en toen: ‘Val je op negers?’

 

 1758870-d8d566c2ae32f8dfcde35f2ebc943a91.jpeg
Rob Waumans (Alkmaar, 2 mei 1977)

 

 

De Duitse schrijver Tilman Rammstedt werd geboren op 2 mei 1975 in Bielefeld. Zie ook alle tags voor Tilman Rammstedt op dit blog.

Uit: Die Abenteuer meines ehemaligen Bankberaters

„Sehr geehrter Herr Willis,
vielleicht erscheint Ihnen die Frage, ob es Ihnen gut geht, zu willkürlich, zu allgemein oder zu persönlich. Es ist nur so, dass ich zuletzt viel Zeit in Wartezimmern verbracht habe (abnehmende Sehstärke, Rückenbeschwerden, Knirscherschiene), und dort las ich in einer Zeitschrift, dass es Ihnen zurzeit alles andere als gut gehe (Liebe, Körper, Beruf ). Nun weiß ich nicht, wie aktuell diese Zeitschrift war und inwieweit solchen Zeitschriften überhaupt zu trauen ist, daher auch mein Nachfragen in den vergangenen Tagen. Aber falls es stimmt, dass Sie gerade etwas unglücklich sind, tut mir das ausgesprochen leid. Kann ich vielleicht irgendetwas für Sie tun? Ganz gleich, was es ist,
scheuen Sie sich bitte nicht, mir sofort zu schreiben.

Mit freundlichen Grüßen,
Tilman Rammstedt

PS:
Wenn Ihnen nichts einfällt, was ich für Sie tun kann, schreiben Sie mir bitte trotzdem. Vielen Dank

Auf  dem Schreibtisch meines ehemaligen Bankberaters stand ein kleiner Keramikelefant mit erhobenem Rüssel. »Ein Erinnerungsstück«, erklärte er mir, als er sah, dass ich das Tier betrachtete. »Woran?«, fragte ich, und mein ehemaliger Bankberater zögerte nur kurz.
»An einen Elefanten«, sagte er.“

 

 1758870-727d8a45f882a1228aea71b140347a78.jpg
Tilman Rammstedt (Bielefeld, 2 mei 1975)

 

 

De Amerikaanse dichter en vertaler James Stratton Holmes werd geboren in Collins, Iowa, op 2 mei 1924. Zie ook alle tags voor James Holmes op dit blog.

Uit: A Long Night In Leatherland (Verschenen onder het pseudoniem Jacob Lowland)

“Oh yeah, Jake”, continues Jaceques, “a little while ago someone was here, someone you would certainly like. A blond one. In his early twenties. Dashingly beautiful and slavishly polite.”
Kurt, I think. “German, surely.”
“Yep, he spoke English, but I think he is German. He’s just left.”
He will probably be next door. So will I.
The Argos. Things ain’t what they used to be in the leatherscene, nor are they here. Nevertheless, still, if there’s a place in Amsterdam which embodies the leather tradition, it must be the Argos. Further along in the Warmoesstraat, and then in the Heintje Hoeksteeg, one of the little alleys on the right, there the Amsterdam leatherscene was actually born. The Argos, these days, the only real grandson of the old one is considerably more spacious in size and admission policy, but there isn’t much left of the almost conspiracy-like atmosphere of the little bar of the old days: that strange smell in the air of comradeship, qualified by secrecy and swank. Still, ever so present, is the air of filthiness and decay. Here you can throw your fags, spit, piss, cum on the floor, if you’re pig enough for it. The limits are your only limits and the ones of the boy you are handling. It’s good to be back here.
I buy a beer from Bosch, salute a few friends and acquaintances, take a peek downstairs – still very silent, but the FF-room is already occupied – and walk upstairs again. Then I go and sit where I usually hang out: on the motorbike in front of the fireplace. Jerry, just back from four weeks in Australia, gives an elaborate account of how much better the leatherscene in Sidney is these days than six years ago, when I was there for a while.”

 

 1758870-99e5b5ab7464ab000303cb1f1055c78c.jpg
James Holmes (2 mei 1924 - 6 november 1986)
De Argos in Amsterdam 

 

 

De Nederlandse schrijfster Wytske Versteeg werd geboren op 2 mei 1983. Zie ook alle tags voor Wytske Versteeg op dit blog.

Uit: Boy

‘Het leven gaat verder,’ zei ik cynisch, en nu was het de vrouw die hem onderbrak, mij sterkte wenste en zei dat ik altijd mocht bellen.
Ik bracht hen naar de voordeur. Pas nadat ik die rustig en beheerst had gesloten zakte ik op de vloer ineen, zat met opgetrokken knieën en mijn armen om mezelf heen geklemd tegen de deur, alsof ik het kwaad nu nog buiten kon houden.
De doden komen altijd weer naar boven en misschien is het daarom dat we grafstenen voor hen maken, van glanzend maar zwaar marmer, deuren die nooit meer open hoeven. Die rituelen zijn er niet voor niets, hoe we de doden opmaken om hen nog op hun oude zelf te laten lijken, ze blosjes op de wangen geven en hun mooiste kleren aan. Dat we kaarten schrijven, met de hand, en dat we die aan iedereen versturen om het bericht te brengen van de dood. We vragen iedereen die van ons houdt om naast ons te staan wanneer de kist de aarde in zakt of uit het zicht verdwijnt, bij ons te zijn wanneer we afscheid nemen. Hoe ver weg en hoe oud de dode ook is, we zien altijd onszelf en hoe we hier al bijna weg zijn en daarom lachen we te hard, daarom bestellen we van tevoren cake en koffie, want zolang we eten leven we. Maar als een kind sterft wil er niemand eten, sluipen de begrafenisgasten na de plechtigheid zo snel mogelijk weg, durft niemand te zeggen hoe mooi hij erbij ligt.
Niet dat dat het geval was. Boy werd begraven in een gesloten kist, hij was te lang vermist geweest."

 

 1758870-7bde7614749f03490c000c9dfb8a55fa.jpg
Wytske Versteeg (Amsterdam (?), 2 mei 1983)
Cover 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 2e mei ook mijn twee vorige blogs van vandaag.

Geschreven door Romenu om 12:44 Reageer op dit bericht

Jurgis Baltrusaitis, Novalis, Georges-Arthur Goldschmidt, Angela Krauß, Gisela Elsner

De Litouwse schrijver en vertaler Jurgis Baltrušaitis werd geboren op 2 mei 1873 in Paantvardys. Zie ook alle tags voor Jurgis Baltrušaitis op dit blog.

 

The Surf

The day's wild ocean sings and thunders,
And beats against the fatal shore,
This breaker with dumb sorrow sunders,
And these like laughing victors roar,
Their sheen – one joy of vernal wonders,
Their sheen – vast winter's shining hoar.

In wrath triumphant forward swinging,
The lifted billow calls and fails,
A joyous giant shouting, singing,
Its voice the voice of sounding gales,
Its glory in the sunlight flinging,
Whose noonday glow it holds and hails.

Across the sea, now lightly foaming,
Another rears, that stirs the deep,
And floods the shore with the silence gloaming;
Morose and slow it seems to creep
Like one who drops, worn out with roaming,
From his bent back a fatal heap.

Each moment new, with changing power,
The surf is thundering alone.
Now idle, now it seems to lower,
Hymning a sylence all unknown,
Like a dark heart asleep, – for hour
On hour in restless monotone.

 

 1758864-76b0e804e4219ca505dc4e82f8d2e1f0.jpg
Jurgis Baltrušaitis (2 mei 1873 – 3 januari 1944)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Novalis werd geboren in Oberwiederstedt op 2 mei 1772. Zie ook alle tags voor Novalis op dit blog.

Uit: Hymnen an die Nacht
3

Einst da ich bittre Tränen vergoß, da in Schmerz aufgelöst meine Hoffnung zerrann, und ich einsam stand am dürren Hügel, der in engen, dunkeln Raum die Gestalt meines Lebens barg – einsam, wie noch kein Einsamer war, von unsäglicher Angst getrieben – kraftlos, nur ein Gedanken des Elends noch. – Wie ich da nach Hülfe umherschaute, vorwärts nicht konnte und rückwärts nicht, und am fliehenden, verlöschten Leben mit unendlicher Sehnsucht hing: – da kam aus blauen Fernen – von den Höhen meiner alten Seligkeit ein Dämmerungsschauer – und mit einem Male riß das Band der Geburt – des Lichtes Fessel. Hin floh die irdische Herrlichkeit und meine Trauer mit ihr – zusammen floß die Wehmut in eine neue, unergründliche Welt – du Nachtbegeisterung, Schlummer des Himmels kamst über mich – die Gegend hob sich sacht empor; über der Gegend schwebte mein entbundner, neugeborner Geist. Zur Staubwolke wurde der Hügel – durch die Wolke sah ich die verklärten Züge der Geliebten. In ihren Augen ruhte die Ewigkeit – ich faßte ihre Hände, und die Tränen wurden ein funkelndes, unzerreißliches Band. Jahrtausende zogen abwärts in die Ferne, wie Ungewitter. An ihrem Halse weint ich dem neuen Leben entzückende Tränen. – Es war der erste, einzige Traum – und erst seitdem fühl ich ewigen, unwandelbaren Glauben an den Himmel der Nacht und sein Licht, die Geliebte.

 

 1758864-a9915f71c8da7621e5d7bed92be02566.jpg
Novalis (2 mei 1772 - 25 maart 1801)
Borstbeeld in Weißenfels

 

 

De Frans-Duitse schrijver, essayist en vertaler Georges-Arthur Goldschmidt werd geboren op 2 mei 1928 in Reinbek bij Hamburg. Zie ook alle tags voor Georges-Arthur Goldschmidt op dit blog.

Uit: Die Faust im Mund

„Bis 1943 hatte ich in ständiger Aufregung gelebt, von einer Züchtigung zur nächsten, kopflos vor Schimpf und Schande, daher war mir gar nicht bewußt geworden, daß ich kleiner deutscher Flüchtling längst Französisch sprach, als ob ich das seit jeher getan hätte, als ob es meine zweite Muttersprache wäre.
An jenem Oktobertag 1943 kam alles auf einmal, auch der zweifache Zugang zum Schreiben. Statt mich wie gewöhnlich zum zweihundertmaligen Abschreiben des Satzes „Ich darf im Unterricht nicht schwätzen“ oder „Ich werde Schläge bekommen, weil ich faul bin“ zu verdonnern, hatte man sich diesmal in den Kopf gesetzt, mich die „Abenteuer eines Zerstreuten“ aus den Charakteren von La Bruyère abschreiben zu lassen. Noch nie hatte ich so Französisch geschrieben. Es war, als ob ich über dem Text schwebte, nie zuvor war mir die absonderliche Anordnung all dieser Buchstaben aufgefallen, die die Seiten schmückten, aber beim Vorlesen meist nicht zu hören waren; das verlieh dem ganzen ein elegant pittoreskes Flattern, das mich staunen machte. So wurde die Sprache, die ich abschrieb, zu einer überraschenden, wunderbaren Zuflucht in der alltäglichen Not.“

 

 1758864-0fbe17004c125a6392c0891ac7a1920e.jpg
Georges-Arthur Goldschmidt (Reinbek, 2 mei 1928)

 

 

De Duitse dichteres en schrijfster Angela Krauß werd geboren op 2 mei 1950 in Chemnitz. Zie ook alle tags voor Angela Krauß op dit blog.

Uit: Ich muß mein Herz üben

 

Gras unter dem Rücken und oben nichts
als zartblauer Überfluß,
Nahrung zum Aufatmen,
zum Himmelsschüsseln leeren,
Vorrat für bacchantische Tag- und Nachtmähler
lebenslang, zum Schwelgen und Schlürfen
für Nüstern und Lungenzungen
und das vor Mut strotzende Herz.
Gesorgt wär für alle und
eine unendliche Geschichte.

Das Ganze ein flatterndes Meer,
kleine Mädchen und Seeleute,
Bergmänner, Frauen, die Städte bauen,
Briefboten, Countertenöre.
Jeder Daherlaufende ein Leben,
das ich auf später verschiebe.
Und noch immer kein einziger Feind,
der sich gezeigt hat.

 

 1758864-f62215e1fcc41befbd28822094fa74d1.jpg
Angela Krauß (Chemnitz, 2 mei 1950)

 

 

De Duitse schrijfster Gisela Elsner werd geboren op 2 mei 1937 in Nürnberg. Zie ook alle tags voor Gisela Elsner op dit blog.

Uit: Heilig Blut

„Unwillkürlich musste er an die Behauptung seines Vaters denken, der ihm gegenüber geäußert hatte, dass die eindrucksvolle Seelenruhe, die Lüßl oft genug in kritischen Augenblicken zur Schau trage, nicht etwa auf seine Selbstbeherrschung, sondern auf ein Sedativ zurückzuführen sei. Er stellte fest, dass sich auch Hächler und Glaub­recht, die mittlerweile ihre Frühstückseier verzehrt hatten, über Lüßls an Stumpfheit grenzende Gleichmütigkeit Gedanken zu machen schienen. Während sich der letztere erst Kaffee und Milch einschenkte und daraufhin mit der Betulichkeit eines Pedanten ein Brot mit Butter bestrich, ließen sie ihn nicht aus den Augen.
Sie haben sich wohl wieder einmal gedopt, erkundigte sich Hächler schließlich.
Das kann Ihnen doch egal sein, erwiderte Lüßl, indem er sein Frühstücksei köpfte.
Es ist mir aber nicht egal, dass ich meinen Urlaub mit einem Menschen verbringen muss, der sich mit Medikamenten voll stopft, die ansonsten nur hysterischen Weibern in den Wechseljahren verordnet werden, rief Hächler, und er sah Lüßl voller Verachtung an.
Aber der war dank des Sedativs, das er offensichtlich eingenommen hatte, dermaßen dickfellig geworden, dass er nur die Achseln zuckte.
Warum reisen Sie denn nicht ab, wenn Ihnen meine Anwesenheit so lästig ist, fragte er.
Falls Sie etwa glauben sollten, Sie könnten mich hier herausekeln, irren Sie sich gehörig, entgegnete Hächler mit einem zornigen Auflachen, ehe er sich zurücklehnte und schweigend aus dem Küchenfenster starrte, gegen dessen Scheiben der böige Westwind seit einer Weile große Schneeflocken trieb.“

 

 1758864-3a36a89345874a67713d397c0a1e8808.jpg
Gisela Elsner (2 mei 1937 – 13 mei 1992)
Cover

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 2e mei ook mijn vorige blog van vandaag,

Geschreven door Romenu om 12:32 Reageer op dit bericht

Franz Innerhofer, Jamal Abro, Clyde Fitch, John Galt, Jerome K. Jerome, Udo Steinke, Klaus Konjetzky

De Oostenrijkse schrijver Franz Innerhofer werd geboren op 2 mei 1944 in Krimml. Zie ook alle tags voor Franz Innenhofer op dit blog.

Uit: Schöne Tage

„Wieder in der Küche, fragte die Stiefmutter, warum er kein weißes Hemd angezogen habe. Dann ging alles sehr schnell. Der Weiße Sonntag nicht bewußt. Schulbeichte nicht nachgeholt. Schrecken. Aufspringen des Vaters. Resignation. Holl in die etwas höher liegende Speisekammer gestoßen. Hose herunter. Mit Riemen zugeschlagen. Wie immer mußte Holl um die Züchtigung bitten, nach der Züchtigung sich bedanken. Eine Übernahme vom Großvater. Die ersten Riemenhiebe schmerzten am meisten, dann sah Holl nur noch gelangweilt zum vergitterten Fenster hinauf. Das Keuchen des Vaters widerte ihn an. Die Hose mußte er halten, weil die Knöpfe ausgerissen waren. Dann warf ihn der Vater über die Stufen auf den Küchenboden hinunter, wo er hart aufschlug. Aufschreien der Stiefmutter. Stumme Gesichter der Mägde. Schmerz. Holl schämte sich. Dann befahl ihm der Vater daheim zu bleiben.”
(…)

Er wollte nicht auch noch die letzte Schande auf sich nehmen. über Arbeit klagen, war die größte Schande. Er wollte nur noch sterben, einschlafen und nicht mehr aufwachen, aber er wurde immer wieder geweckt, brutal aus dem Schlaf gerissen, und dachte sofort an die Schlucht, die Hose feucht-kalt, die Fußlappen feucht, die Stiefel feucht, die Milchkannen kalt, der Melkeimer kalt. Er torkelte hinter dem Melker durch den dreckigen Stall und dachte: Morgen geht da ein anderer.“

 

 1758861-3a65ab71d7554d7e7be45e46e5cdfe7f.jpg
Franz Innerhofer (2 mei 1944 – 19 januari 2002)
Scene uit de film “Schöne Tage“ uit 2006

 

 

De Sindi schrijver Jamal Abro werd geboren op 2 mei 1924 in in Sangi, een klein dorpje in Mehar Dholka. Zie en ook alle tags voor Jamal Abro op dit blog.

Uit: Pirani

“The dogs would not stop barking and they kept it up till they had followed the strangers back to the outskirts of the hamlet. the dogs then wagged their tails as if they had done their duty. Outside the hamlet, after considerable high-haggling the bargain was struck for sixty rupees!
The Brohis were now getting ready to return to the hungry hills. They pulled down the shacks and loaded the bullocks. The children kept chattering about the hills and the babble trees on the hills. Lalu's village was on the way. Pirani's mother walked abreast, almost touching her daughter, while the father offered his finger for Pirani to hold. Are we returning home? asked Pirani. The father nodded. He could feel a corrosive void turning and twisting within him. The mother felt as if something heavy were hammering within her breast, trying to get out.
Lalu's People were waiting. As they drew nearer, Pirani's mother twitched convulsively and clasped her daughter. Lifting her high, she pressed Pirani to her bosom. The mother and daughter were panting, their hearts pounding fast, their eyes panic-stricken.
Others stood around them. The father with his trembling hands lurched forward and tore away his daughter with a look of finality. The mother broke down, her heart crushed, her very vitals cut into pieces. She screamed, Pirani, oh, my little Pirani! The girl shrieked back... The birds flew away in panic.“

 

 1758861-40bcd6501191a9ecce581dbfc07adff7.jpg
Jamal Abro (2 mei 1924 – 30 juni 2004)

 

 

De Amerikaanse (toneel) schrijver Clyde Fitch werd geboren op 2 mei in 1865 in Elmira, New York. Zie ook alle tags voor Clyde Fitch op dit blog.

Uit: The Stubbornness Of Geraldine

“GERALDINE. Glad!?! Glad!! Surely an Englishman knows what love of one's country means ! how it's born in one, and nothing ever gets it out !
Let me tell you something ! The day I sailed, a pale, small, timid girl, this same uncle gave me, to wave from the boat, a little stars and stripes; Uncle Ray DID love his country as well as a few other things ! Perhaps you'll think it silly of me, but from that day to this I've never let go that little flag. I've travelled all over Europe, but never went to sleep one night without it under my pillow at first, and afterward in a little sort of amulet about my neck [Taking hold of a chain she wears.], when it threatened to become rags! Glad to go back to America ? It's what I've been dreaming of, longing for, waiting for on tiptoe since the very hour I left fourteen years ago! Glad/!! I don't pretend to explain; I can only tell you that even to speak of going back fills me with an emotion
I don't understand. I feel it here ! [Her hand over her bosom.] And here! [At her throat.] It's why it's home, you know, that's all !
TILBURY. I know what you mean. I felt it in South Africa.
GERALDINE. [With quick interest and sympathy.] Were you in many battles there?
TILBURY. No, but I was in all the hospitals !
GERALDINE. [She laughs.] Let's walk. [To
FRAULEIN.] We're going to walk up and down a little, just here in front of you.“

 

 1758861-41c4f8a510e82bbe52249ff1521196c6.jpg
Clyde Fitch (2 mei in 1865 – 4 september 1909)
Portret door William Merritt Chase, rond 1900

 

 

De Schotse schrijver John Galt werd geboren in Irvine op 2 mei 1779. Zie ook alle tags voor John Galt op dit blog.

Uit: The Life of Lord Byron

“Sir Nicholas died in 1540, leaving an only son, Sir John Byron, whom Henry VIII. made Steward of Manchester and Rochdale, and Lieutenant of the Forest of Sherwood.  It was to him that, on the dissolution of the monasteries, the church and priory of Newstead, in the county of Nottingham, together with the manor and rectory of Papelwick, were granted.  The abbey from that period became the family seat, and continued so until it was sold by the poet.
Sir John Byron left Newstead and his other possessions to John Byron, whom Collins and other writers have called his fourth, but who was in fact his illegitimate son.  He was knighted by Queen Elizabeth in 1579, and his eldest son, Sir Nicholas, served with distinction in the wars of the Netherlands.  When the great rebellion broke out against Charles I., he was one of the earliest who armed in his defence.  After the battle of Edgehill, where he courageously distinguished himself, he was made Governor of Chester, and gallantly defended that city against the Parliamentary army.  Sir John Byron, the brother and heir of Sir Nicholas, was, at the coronation of James I., made a Knight of the Bath.  By his marriage with Anne, the eldest daughter of Sir Richard Molyneux, he had eleven sons and a daughter.  The eldest served under his uncle in the Netherlands; and in the year 1641 was appointed by King Charles I., Governor of the Tower of London.  In this situation he became obnoxious to the refractory spirits in the Parliament, and was in consequence ordered by the Commons to answer at the bar of their House certain charges which the sectaries alleged against him.  But he refused to leave his post without the king’s command; and upon’ this the Commons applied to the Lords to join them in a petition to the king to remove him.  The Peers rejected the proposition.
On the 24th October, 1643, Sir John Byron was created Lord Byron of Rochdale, in the county of Lancaster, with remainder of the title to his brothers, and their male issue, respectively.  He was also made Field-Marshal-General of all his Majesty’s forces in Worcestershire, Cheshire, Shropshire and North Wales: nor were these trusts and honours unwon, for the Byrons, during the Civil War, were eminently distinguished.  At the battle of Newbury, seven of the brothers were in the field, and all actively engaged.”

 

 1758861-82f88335d6a16f50698f7375ec66c4e0.jpg
John Galt (2 mei 1779 - 11 april 1839)
Standbeeld in Ontario

 

 

De Engelse schrijver Jerome Klapka Jerome werd geboren op 2 mei 1859 in Walsall, in het toenmalige graafschap Staffordshire. Zie ook alle tags voor Jerome K. Jerome op dit blog.

Uit: Tea-table Talk

"They are very pretty, some of them," said the Woman of the World; “not the sort of letters I should have written myself."
"I should like to see a love-letter of yours," interrupted the Minor Poet.
"It is very kind of you to say so," replied the Woman of the World.
"It never occurred to me that you would care for one."
"It is what I have always maintained," retorted the Minor Poet; "you have never really understood me."
"I believe a volume of assorted love-letters would sell well," said the Girton Girl; "written by the same hand, if you like, but to different correspondents at different periods. To the same person one is bound, more or less, to repeat oneself."
"Or from different lovers to the same correspondent," suggested the Philosopher. "It would be interesting to observe the response of various temperaments exposed to an unvaried influence. It would throw light on the vexed question whether the qualities that adorn our beloved are her own, or ours lent to her for the occasion.
Would the same woman be addressed as 'My Queen!' by one correspondent, and as 'Dear Popsy Wopsy!' by another, or would she to all her lovers be herself?"
"You might try it," I suggested to the Woman of the World, selecting, of course, only the more interesting."

 

 1758861-e34484117be0344ddf5b534f1e6e82c5.jpg
Jerome K. Jerome (2 mei 1859 – 14 juni 1927)

 

 

De Duitse schrijver en dichter Klaus Konjetzky werd geboren op 2 mei 1943 in Wenen. Zie ook alle tags voor Klaus Konjetzky op dit blog.

 

Aufzuhebende Widersprüche

Folg ich, wozu ich neige,
dem Kuckucksruf,
schwinden die Fernsehantennen...

Folg ich den Bürgersteigen,
laufe ich Geiselnehmern in die Hand,
geht mir ein Polizistenhund ans Bein,
pinkeln mich Wasserwerfer an,
bevor ich mich einer Festnahme
widersetzen muß.

 

 1758861-37f3707ddc0c309ef74bdddebea5c541.jpg
Klaus Konjetzky (Wenen, 2 mei 1943)

 

 

De Duitse schrijver Udo Steinke werd geboren op 2 mei 1942 in Łódź. Zie ook alle tags voor Udo Steinke op dit blog.

Uit: Die Buggenraths

„Zwischen den angewelkten Grashalmen perlten Herbsttröpfchen vorwitzig zur Erde hinab und wurden sofort aufgesaugt von dem ausgetrockneten Friedhofsgrund; der Morgentau war zu schwach für eine Aufweichung des ziegelharten Bodens, und an eine Arbeitserleichterung war somit nicht zu denken. Doch das Grab musste in zwei Stunden offen sein, denn zwölf Uhr mittags wollte der Herr Pfarrer eine Hand voller Erde zurückwerfen in das Loch des Vergessens, und anschliessend sollte er den Segen für eine Familiengründung sprechen“

 

 1758861-229270c53a58649ac080ef6fdbc4cd59.jpg
Udo Steinke (2 mei 1942 – 12 oktober 1999)

Geschreven door Romenu om 12:22 Reageer op dit bericht

Guido Gezelle, Johano Strasser, Yasmina Reza, Joseph Heller, Yánnis Rítsos, Ignazio Silone

De Vlaamse dichter Guido Gezelle werd geboren in Brugge op 1 mei 1830. Zie ook mijn blog van 1 mei 2010 en verder alle tags voor Guido Gezelle.

 

Een dreupel poësij

Aan Gustaf Verriest

Hoe blij is de arme vogel toen
hij, lange lang geboeid,
weerom zijn vlerk mag opendoen
en in de hemel roeit!
En hoe is 't arme viske blij,
dat, in mijn net gepakt,
half dood gesperteld, los van mij,
weerom in 't water smakt!
Het gouden vliegsk' hoe blijde ruist
het, werk- en worstelensmoe,
wanneer ik zijn gevang, mijn vuist,
ontluikend opendoe!
Zo blij en is mijn ziele niet,
maar zeven maal zo blij,
wanneer ik, moe en mat, geniet
een dreupel poësij. -
In 't vrij bewind des vogels en
in 't koele ruim daarvan,
en 'k weet niet waar ik nog al ben
wanneer ik dichten kan:
't gedacht springt als de vis, die zeer
in 't waterkrystalijn
blank blinkt en weerom blinkt, aleer
'k hem wel gewaar kan zijn;
bepereld als het vliegske, licht
en schitterend in de zon,
zo vliegt en lacht het los gedicht
met zijne Dichter ton:
neen, blij en is mijn ziel toen niet,
maar is iets meer als blij,
wanneer zij, God zij dank, geniet
een dreupelke poësij!

 

 

Spreeuwen

„’k Zie-’t!” zo vliggert, vlug te vlerke,
recht de torre in van de kerke,
daar ze is nest aan ’t bouwen!... „’k zie-’t!”
piept de spreeuwe, en anders niet.

Maar wat is mij, scherpgebekte,
zwart-halfgroen gevliggervlerkte,
vage vogel, dan ’t bedied
van uw eeuwig zeggen: „’k zie-’t!”

Ziet gij, daar omhoog aan ’t broeden,
ziet ge, aan ’t blijde jongskes voeden,
in uw pierende oogskes, iet
dat elk mense niet en ziet?

Zeg, of is ’t de zonne rijzen,
dat gij ziet, is ’t buien bijzen;
kwade wichten of kwa died
zitten ievers, diepe in ’t riet?

„’k Zie-’t!” zo piept gij; ziet gij, binnen
deze borst, mij iet beminnen,
haten, willen, wensen iet,
blijdschap hebben en verdriet?

„’k Zie-’t!” uw roepwoord doet mij delven
diepe in ’t diepste diep mijns zelven,
en ontdekken daar ’t bedied
van uw eeuwig zeggen „’k zie-’t!”

Een daar is, die aan de leeuwen
’t leven gaf, en aan de spreeuwen,
Een die, vrij van al ’t verdriet,
hoge zit en verre ziet.

Een... Hij zit in zijnen torre,
zonder schaaltje en zonder schorre;
en, van ’t gene in mij geschiedt,
Hij mag eeuwig zeggen: „’k zie-’t!”

 

 1758581-2c995f54020cf5a7b74580a592382728.jpg
Guido Gezelle (1 mei 1830 – 27 november 1899)
Borstbeeld in Brugge

 

 

De Duitse dichter en schrijver Johano Strasser werd geboren op 1 mei 1939 in Leeuwarden. Zie ook alle tags voor Johano Strasser op dit blog.

 

Zeiten gabs Zeiten
Für Flori, der jetzt auch schon 50 ist

Ganze Herden von indischen Elefanten
Haben wir in Atzes Porzellanladen gelockt
Bloß so zum Spaß
Kinder Kinder! Ist das denn nötig?
Wo soll ich denn jetzt mit den Scherben hin
Und mit den plattgetretenen Kunden?

Zeiten gabs
Da löste sich alles von selbst

Aber dann kamen andere Zeiten
Ich zum Beispiel
Das letzte Mal
Daß eine Frau sich nach mir umdrehte
War siebzehnhundertundzweiundneunzig
 (Kann auch drei Jahre früher gewesen sein)

Schwupp! Bist du draußen bei den Hunden
Die haben zwar Respekt vor deiner Bildung
Aber so richtig von innen begreifen
Tun sie dich nicht

Eines Morgens die Nachricht: Die Dämme sind
Alle auf einmal unterspült
Wo bleiben die Dichter?
Hatten sie nicht für den Fall des Falles
Hilfe versprochen?

Drunt in der grünen Au
Steht ein Birnbaum schön blau
Zweig am Ast Ast am Baum schaukeln im Wind
Von der Vogelweyde Klopstock
Rühmkorf und ich

 

 1758581-3fdeed6b4c35ab8c973efb98875aa282.jpg
Johano Strasser (Leeuwarden, 1 mei 1939)

 

 

De Franse schrijfster Yasmina Reza werd geboren op 1 mei 1960 in Parijs. Zie ook alle tags voor Yasmina Reza op dit blog.

Uit: Heureux les heureux

« On faisait les courses pour le week-end au supermarché. À un moment, elle a dit, va faire la queue pour le fromage pendant que je m’occupe de l’épicerie. Quand je suis revenu, le caddie était à moitié rempli de céréales, de biscuits, de sachets alimentaires en poudre et autres crèmes de dessert, j’ai dit, à quoi ça sert tout ça ? – Comment à quoi ça sert ? J’ai dit, à quoi ça rime tout ça ? Tu as des enfants Robert, ils aiment les Cruesli, ils aiment les Napolitains, les Kinder Bueno ils adorent, elle me présentait les paquets, j’ai dit, c’est absurde de les gaver de sucre et de gras, c’est absurde ce caddie, elle a dit, tu as acheté quels fromages ? – Un crottin de Chavignol et un morbier. Elle a crié, et pas de gruyère ? – J’ai oublié et je n’y retourne pas, il y a trop de monde. – Si tu ne dois acheter qu’un seul fromage, tu sais très bien que tu dois acheter du gruyère, qui mange du morbier à la maison ? Qui ? Moi, j’ai dit. – Depuis quand tu manges du morbier ? Qui veut manger du morbier ? J’ai dit, arrête Odile. – Qui aime cette merde de morbier ? ! Sous-entendu « à part ta mère », dernièrement ma mère avait trouvé un écrou dans un morbier, j’ai dit, tu hurles Odile. Elle a brutalisé le caddie et y a jeté trois tablettes groupées de Milka au lait. J’ai pris les tablettes et les ai remises dans le rayon. Elle les a remises encore plus vite dans le caddie. J’ai dit, je me tire. Elle a répondu, mais tire-toi, tire-toi, tu ne sais dire que je me tire, c’est ta seule réponse, dès que tu es à court d’arguments tu dis je me tire, il y a tout de suite cette menace grotesque. C’est vrai que je dis souvent je me tire, je reconnais que je le dis, mais je ne vois pas comment je pourrais ne pas le dire, quand c’est la seule envie qui me vient, quand je ne vois pas d’autre issue que la désertion immédiate, mais je reconnais aussi que je le profère sous forme, oui, d’ultimatum. Bon, tu as fini tes courses, je dis à Odile en poussant d’un coup sec le caddie vers l’avant, on n’a plus d’autres conneries à acheter ? »

 

 1758581-5c325603de4c596e709d0d6a4bab144e.jpg
Yasmina Reza (Parijs, 1 mei 1960)

 

 

De Amerikaanse schrijver Joseph Heller werd geboren in New York op 1 mei 1923. Zie ook alle tags voor Joseph Heller op dit blog.

Uit: Catch 22

“He swam languorously out to the raft, held on a moment, and swam languorously back to where he could stand on the sand bar. He submerged himself head first into the green water several times until he felt clean and wide-awake and then stretched himself out face down in the sand and slept until the planes returning from Bologna were almost overhead and the great, cumulative rumble of their many engines came crashing in through his slumber in an earth-shattering roar.
He woke up blinking with a slight pain in his head and opened his eyes upon a world boiling in chaos in which everything was in proper order. He gasped in utter amazement at the fantastic sight of the twelve flights of planes organized calmly into exact formation. The scene was too unexpected to be true. There were no planes spurting ahead with wounded, none lagging behind with damage. No distress flares smoked in the sky. No ship was missing but his own. For an instant he was paralyzed with a sensation of madness. Then he understood, and almost wept at the irony. The explanation was simple: clouds had covered the target before the planes could bomb it, and the mission to Bologna was still to be flown.
He was wrong. There had been no clouds. Bologna had been bombed. Bologna was a milk run. There had been no flak there at all.
Captain Piltchard and Captain Wren, the inoffensive joint squadron operations officers, were both mild, soft-spoken men of less than middle height who enjoyed flying combat missions and begged nothing more of life and Colonel Cathcart than the opportunity to continue flying them. They had flown hundreds of combat missions and wanted to fly hundreds more. They assigned themselves to every one. Nothing so wonderful as war had ever happened to them before; and they were afraid it might never happen to them again. They conducted their duties humbly and reticently, with a minimum of fuss, and went to great lengths not to antagonize anyone. They smiled quickly at everyone they passed. When they spoke, they mumbled. They were shifty, cheerful, subservient men who were comfortable only with each other and never met anyone else’s eye, not even Yossarian’s eye at the open-air meeting they called to reprimand him publicly for making Kid Sampson turn back from the mission to Bologna.”

 

 1758581-e8acda4897321059ab02d303f9b2b6b3.jpg
Joseph Heller (1 mei 1923 – 12 december 1999)
Cover

 

 

De Nieuwgriekse dichter Yánnis Rítsos werd geboren op 1 mei 1909 in Monemvasia. Zie ook mijn blog van 1 mei 2010 en verder alle tags voor Yánnis Rítsos.

 

Moonlight Sonata (Fragment)

We’ll sit for a little on the low wall, up on the hill,
and as the spring breeze blows around us
perhaps we’ll even imagine that we are flying,
because, often, and now especially, I hear the sound of my own dress
like the sound of two powerful wings opening and closing,
you feel the tight mesh of your throat, your ribs, your flesh,
and when you enclose yourself within the sound of that flight
you feel the tight  mesh of your throat, your birds, your flesh,
and thus constricted amid the muscles of the azure air,
amid the strong nerves of the heavens,
it makes no difference whether you go or return
it makes no difference whether you go or return
and it makes no difference that my hair has turned white
(that is not my sorrow – my sorrow is
that my heart too does not turn white).
Let me come with you.

I know that each one of us travels to love alone,
alone to faith and to death.
I know it. I’ve tried it. It doesn’t help.
Let me come with you.

This house is haunted, it preys on me –
what I mean is, it has aged a great deal, the nails are working loose,
the portraits drop as though plunging into the void,
the plaster falls without a sound
as the dead man’s hat falls from the peg in the dark hallway
as the worn woolen glove falls from the knee of silence
or as moonbeam falls on the old, gutted armchair.

 

 1758581-fb02730d6cac964bdf8391b55c5a12fc.jpg
Yánnis Rítsos (1 mei 1909 — 11 november 1990)
 

 

 

De Italiaanse schrijver Ignazio Silone werd geboren op 1 mei 1900 in Pescina dei Marsi. Zie ook mijn blog van 1 mei 2010 en verder de tags voor Ignazio Silone.

Uit: Bread And Wine (Vertaald door Luigi Barzini)

“Don’t be fooled by appearances,” said Pietro. “The strength of a dictatorship is muscular, not spiritual.”
“You’re right,” said Uliva. “There’s something cadaverous about it. It hasn’t been a movement for a long time, not even a Vendee-type movement, but just a bureaucracy. But what sort of opposition is there? What are you? A future bureaucracy. You aspire to totalitarian power, too, but in the name of different ideas, which means just different words, and for different interests. If you people win and probably you’ll be unlucky enough to win, we’ll just go from one tyranny to another.”
“You live on hallucinations,” said Pietro, “How can you condemn the future?”
“Our future is other countries’ pasts,” said Uliva. “Yes, I don’t deny that they’ll be technical and economic changes. Just as now we have state railway and the state quinine, salt, matches and tobacco, so then we’ll have state bread, state peas and potatoes.
Will that be technical progress? Let’s admit that it would be. But this technical progress will be an opening wedge for a compulsory official doctrine, for a totalitarian orthodoxy which will use all means, from the movies to terrorism, to stamp out any heresy and tyrannize individual thought. The present black inquisition will be followed by a red inquisition. There’ll be red censorship instead of the present one, and red deportations will take the place of the ones we have now – and the most favored victims will be dissident revolutionaries. In the same way, just as the present bureaucracy identifies itself the fatherland and exterminates every opponent, denouncing him as a hireling of the foreigners, your future bureaucracy will identify itself with labor and Socialism and will persecute anyone who continues to think with his own head as a prized agent of big landowners and the industrialists.”

 

 1758581-3b191ea98265b4a76108cb39afaf8136.jpg
Ignazio Silone (1 mei 1900 – 22 augustus 1978)

 
 

Zie voor nog meer schrijvers van de 1e mei ook mijn blog van 1 mei 2011 deel 2 en ook deel 3.

Geschreven door Romenu om 18:53 Reageer op dit bericht

Jeroen Brouwers, Alexander Osang, Ulla Hahn, Luise Rinser, John Boyne, Annie Dillard, Kno’Ledge Cesare

De Nederlandse schrijver Jeroen Brouwers werd geboren op 30 april 1940 in Batavia, de hoofdstad van het voormalige Nederlands-Indië (tegenwoordig Djakarta, Indonesië). Zie ook alle tags voor Jeroen Brouwers op dit blog.

Uit: Het hout

“Zo’n strijkstok is van pernambukhout. Zo’n stok is licht elastisch, je kan ermee zwiepen. Als je ermee door de lucht slaat veroorzaakt het een zoefgeluid. Dit is mij door Mansuetus, naamdag 19 februari, voorgedaan. Zoef. Klap. Schreeuw. De jongen voorover, de hand van Mansuetus als een bankschroef rond de nek van de gestrafte of rond diens tegen de schouderbladen gedraaide arm om hem tegen het bureaublad onder bedwang te houden, zijn andere hand omhoog om het hout met opperste kracht op het zitvlak te laten neerkomen.
(..)

Het gebeurt zo: De jongen schreeuwt en blijft schreeuwen naarmate de medebroeder, volgeling van onze stichter, de zachtmoedige Franciscus, blijft slaan, hard, nog harder, de voorflap van zijn scapulier over de schouder gegooid om er niet door te worden gehinderd bij zijn inspanning en bewegingen. Hij schreeuwt er tegenin. Meer geluid dan de ruimte in het dode licht lijkt te kunnen bevatten. Gehoorzaamheid en tucht! Jij hebt geen wil! Ik heb een wil! Jij doet mijn wil! Bij ieder woord een steeds fellere klap met het venijnige hout. Hoe de jongen ook kronkelt, de opvoeder blijft met bestudeerde precisie op dezelfde plek van het achterwerk slaan, twintig keer, meer dan twintig keer.’
(…)

‘Niets meer te doen, ik heb er niets meer mee te maken. U loof ik die mijn schepper zijt die met uw liefde mij geleidt. Psalm zoveel. Schiet me te binnen, we zingen het weleens. Wie is die u? Mijn schepper is hij niet, hij mag zijn liefde houden, tot hiertoe heeft hij mij verkeer geleid, zoals er in de oorlog helden waren die moffen die de weg vroegen opzettelijk de verkeerde richting heen leidden. Risicovolle verzetsdaad tegen de overmacht. Ik heb een grotere verzetsdaad in gedachten. Besluit. Ik denk aan bommenwerpers. De scholieren moeten worden gespaard, een paar goede mannen uit de broedergemeenschap ook. Bommen op dit instituut. Bommen op het hele instituut roomse kerk.’

 

 1758082-bcaafb7cb8c1824e83d906afa278764a.jpg
Jeroen Brouwers (Batavia, 30 april 1940)
Cover

 

 

De Duitse schrijver en journalist Alexander Osang werd geboren op 30 april 1962 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Alexander Osang op dit blog

Uit: Tamara Danz

„In der Nacht träumte ich, daß Tamara Danz versucht hatte, mich anzurufen. Wegen des Interviews, das wir gerade geführt hatten. Ich hatte es ihr zum Autorisieren gebracht, aber sie hatte es nicht lesen können, weil sie zu erschöpft war. Jetzt hatte sie es gelesen. Sie hatte versucht, mich anzurufen. Immer wieder. Sie wollte noch mal über bestimmte Dinge reden. Sie wollte Sachen geraderücken. Erklären. Aber sie hatte mich nicht erreicht. Ich war ja weit weg. In Amerika. Sie war immer schwächer geworden. Und dann war sie gestorben.
Am Morgen hatten wir den dünnen Motelkaffee aus Styroporbechern geschlürft und dazu ein paar trockene, klebrige und eingeschweißte Doughnuts gegessen. Die kanadischen Grenzbeamten hatten mit starkem französischem Akzent eigenartige Fragen gestellt, uns aber schließlich in ihr Land gelassen.
Nun rollten wir auf einen sonnigen Parkplatz zu, der sich etwa fünf Meilen hinter der Grenze befand. Auf dem Parkplatz stand eine dieser praktischen Informationsbaracken, in denen man sich mit kostenlosem Kartenmaterial und Prospekten eindecken kann. Amerika hatte ja auch seine guten Seiten.
Vor den Toiletten der Baracke hingen zwei Telefone, die VISA-Karten akzeptierten. In Berlin war jetzt Nachmittag.
Ich könnte eigentlich mal in der Redaktion meiner Zeitung anrufen. Ich könnte fragen, ob Tamara Danz inzwischen das Gespräch autorisiert hat, das wir vor ein paar Wochen geführt hatten. Ich könnte, aber ich mußte nicht. Ich wollte auch gar nicht. Ich wollte es nicht wissen. Ich hatte ja Urlaub. Niemand zwang mich.
Ich schob die VISA-Karte in den Automaten und tippte die lange Nummer ein. Ich dachte an meinen Traum.”

 

 1758082-c8efabb63c79759844b7080af1bfe920.jpg
Alexander Osang (Berlijn, 30 april 1962)

 

 

De Duitse dichteres en schrijfster Ulla Hahn werd geboren op 30 april 1946 in Brachthausen. Zie ook alle tags voor Ulla Hahn op dit blog

 

Bekanntschaft

Die Fehler sind bekannt: Ich hab sie längst begangen
Schuld oder Unschuld trifft mich ganz allein
Ich bin auf meinen eigenen Leim gegangen
ich fiel auf keinen als mich selber rein

Was ich auch tue macht die Fehler schwerer
die Fehler machen bald mein Leben aus
Ich bin in diesem Leben eingefangen
ich komme nicht aus meiner Haut heraus

die narbenstrotzend an mir klebt und knittert
und mit den Jahren deutlicher verwest
Ich bin die einzige die vor mir zittert
ich weiß daß niemand mich von mir erlöst.

 

 

Zu schwer

Bleib bei mir als wärst Du
lang für mich da
laß wachsen dein weißes
in meinem Haar

Lieb mich als ob
das gut für dich wär'
als gäben wir
Leben um Leben her

Ertrag mich als trügest
du nicht zu schwer
behüt mich als ob
ich verloren wär'.

 

 1758082-7c47e8c95fb3a8d87a1ee6202efe8576.jpg
Ulla Hahn (Brachthausen, 30 april 1946)

 

 

De Duitse schrijfster Louise Rinser werd op 30 april 1911 in Pitzling geboren. ). Zie ook alle tags voor Louise Rinser op dit blog

Uit: Die rote Katze

„Sie hat mich immer- fort angeschaut mit ihren grünen Augen. Da hab ich sie gefragt: »Was willst du eigentlich?« Das war verrückt, denn sie ist doch kein Mensch, mit dem man reden kann. Dann bin ich ärgerlich gewor- den über sie und auch über mich, und ich hab einfach nicht mehr hingeschaut und hab ganz schnell mein Brot hinuntergewürgt. Den letzten Bissen, das war noch ein großes Stück, den hab'ich ihr hin- geworfen und bin ganz zornig fortgegangen.
Im Vorgarten, da waren Peter und Leni und haben Bohnen ge- schnitten. Sie haben sich die grünen Bohnen in den Mund gestopft, daß es nur so geknirscht hat, und Leni hat ganz leise gefragt, ob ich nicht noch ein Stückchen Brot hab. »Na«, hab ich gesagt, »du hast doch genau so ein großes Stück bekommen wie ich und du bist erst neun, und ich bin dreizehn. Größere brauchen mehr. « - »Ja«, hat sie gesagt, sonst nichts. Da hat Peter gesagt: »Weil sie ihr Brot doch der Katze gegeben hat.« - »Was für einer Katze?« hab ich gefragt. »Ach«, sagt Leni, »da ist so eine Katze gekommen, eine rote, wie so ein kleiner Fuchs und so schrecklich mager. Die hat mich immer angeschaut, wie ich mein Brot hab essen wollen. « — »Dummkopf«, hab ich ärgerlich gesagt, »wo wir doch selber nichts zu essen ha- ben. « Aber sie hat nur mit den Achseln gezuckt und ganz schnell zu Peter hingeschaut, der hat einen roten Kopf gehabt, und ich bin sicher, er hat sein Brot auch der Katze gegeben. Da bin ich wirklich ärgerlich gewesen und hab ganz schnell weggehen müssen.
Wie ich auf die Hauptstraße komm, steht da ein amerikanisches Auto, so ein großer langer Wagen, ein Buick, glaub ich, und da fragt mich der Fahrer nach dem Rathaus. Auf englisch hat er ge- fragt, und ich kann doch ein bißchen Englisch. »The next street«, hab ich gesagt, »and then left and then« - geradeaus hab ich nicht gewußt aufenglisch, das hab ich mit dem Arm gezeigt, und er hat mich schon verstanden.“

 

 1758082-6aae66287d5ec282e6ce022495d6d887.jpg
Luise Rinser (30 april 1911 – 17 maart 2002)

 

 

De Ierse schrijver John Boyne werd geboren in Dublin op 30 april 1971. Zie ook alle tags voor John Boyne op dit blog

Uit: Het winterpaleis (The House Of Special Purpose, vertaald door Mechteld Jansen)

“Dat was destijds niet ongewoon en nauwelijks reden tot rouw; het werd beschouwd als een natuurlijkegang van zaken. Tegenwoordig zou het onverwacht zijn, en een procesgang waard. Mijn grootvader nam snel daarna natuurlijk een nieuwe vrouw, om zijn nest groot te brengen.
Toen ik klein was, schrokken de andere kinderen als ze mijn vader op straat naar hen toe zagen lopen, als hij met heen en weer schietende blik huiswaarts keerde na zijn werk op het land, of met opgeheven vuist de hut van een buurman uit stapte na de zoveelste ruzie over verschuldigde roebels of al dan niet ingebeelde beledigingen. Ze hadden bijnamen voor hem en vonden het spannend om die in zijn richting te slingeren. Ze noemden hem Cerberus, naar de driekoppige hond van de Hades, en maakten hem belachelijk door hun kolpaks af te trekken, hun polsen tegen hun voorhoofd te drukken en als een gek met hun armen te flapperen terwijl ze oorlogskreten uitstootten. Ze vreesden geen vergelding als ze zich zo gedroegen waar ik, zijn enige zoon, bij was. Ik was destijds klein en zwak. Ze waren niet bang voor me. Ze trokken gekke gezichten achter zijn rug en imiteerden zijn gewoonte om op de grond te spugen, en als hij zich dan brullend als een gewond dier omdraaide stoven ze uiteen als graankorrels die over een akker worden uitgestrooid en verdwenen net zo makkelijk tegen de achtergrond. Ze lachten hem uit; ze vonden hem angstaanjagend, monsterlijk en afstotelijk tegelijk.”

 

 1758082-dae3d4b6be0a286969fdb2f5cf95504a.jpeg
John Boyne (Dublin, 30 april 1971)

 

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Annie Dillard werd geboren op 30 april 1945 in Pittsburgh. Zie ook alle tags voor Annie Dillard op dit blog

Uit: The Maytrees

“He courted Lou carefully in town, to wait, surprised, until his newly serious intent and hope firmed or fled, and until then, lest he injure her trust. No beach walks, dune picnics, rowing, sailing. Her silence made her complicit, innocent as beasts, oracular. Agitated, he saw no agitation in her even gaze. Her size and whole-faced smile maddened him, her round arms at her sides, stiff straw hat. Her bare shoulders radiated a smell of sun-hot skin. Her gait was free and light. Over her open eyes showed two widths of blue lids whose size and hue she would never see. Her face's skin was transparent, lighted and clear like sky. She barely said a word. She tongue-tied him.
She already knew his dune-shack friend Cornelius Blue, knew the professors Hiram and Elaine Cairo from New York, knew everyone's friend Deary the hoyden who lived on the pier or loose in the dunes, and old Reevadare Weaver who gave parties. Bumping through a painter's opening, picking up paint at the hardware store, ransacking the library, she glanced at him, her mouth curving broadly, as if they shared a joke. He knew the glance of old. It was a summons he never refused. The joke was — he hoped — that the woman had already yielded but would set him jumping through hoops anyway. Lou Bigelow's candid glance, however, contained neither answer nor question, only a spreading pleasure, like Blake's infant joy, kicking the gong around.”

 

 1758082-c45032cc663fbdaf04845449d1aa614c.jpg
Annie Dillard (Pittsburgh, 30 april 1945)

 

 

De Nederlandse dichter, artiest en blogger Kno’Ledge Cesare werd als Jerry King Luther Afriyie geboren in Bechem, Ghana, op 30 April 1981. Zie ook alle tags voor Kno’Ledge Cesare op dit blog.

 

De Mona Lisa Hangt Niet Meer Op Haar Plek

De Mona Lisa hangt niet meer op haar plek
De muur is leeg, ook de Picasso is weg
Ook de fluit van Henk en Ingrid
Bezuinigen, als de sleutel tot inzicht

Voel je de leegte, geen geluid
Hoor je de stilte, we komen niet vooruit
Ik wil genieten, met mijn liefde
In de schouwburg, op dat ene liedje

Ooit was het vanzelfsprekend
Toen we geen links of rechts waren
Maar jong, laagdrempelig,
En toch, vrij, geen dienaren

Het Jazz meisje zingt de blues
En dan valt het doek
Er heerst ouderdom
Saai, fragiel
Bijna vergaan

Maar niets is minder waar
Creatievelingen onder elkaar
Kunst en cultuur bij uitstek
Zet de Mona Lisa terug op haar plek

 

 1758082-6a9bb3622582bede33d4a95fe28ebbd1.jpg
Kno’Ledge Cesare (Bechem, 30 April 1981)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 30e april ook mijn blog van 30 april 2011 deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:17 Reageer op dit bericht

Jacob Hiegentlich

De Nederlandse dichter en schrijver Jacob Hiegentlich werd geboren in Roermond op 30 april 1907. Hiegentlich schreef ook onder de naam David Josua Castro. Hij groeide op in een milieu van tot het rooms-katholicisme bekeerde joden. Hij studeerde Nederlands in Amsterdam en werd leraar in dat vak in Naarden. Vanaf 1935 ging hij zich volledig met letterkundig werk bezig houden. In 1923 verscheen zijn debuut met de bundel Duitstalige gedichten “Die rote Nacht” en in 1925 zijn eerste Nederlandstalige roman onder de titel “Het zotte vleesch” onder het pseudoniem David Josua de CastroPoëzie publiceerde hij in De Nieuwe Gids. In 1937 verscheen de roman “Onbewoonbare wereld”en in 1938 “Schipbreuk te Luik”. De roman “Met de stroom mee” verscheen postuum in 1946. De verhalen en romans van Hiegentlich laten een Freudiaanse betrokkenheid zien bij onderwerpen als seksualiteit en dood. Hiegentlich was een overtuigd zionist en een groot bewonderaar van Jacob Israël de Haan. Toen de Duitsers in mei 1940 Nederland binnenvielen, pleegde hij zelfmoord. Hij had zich in zijn polemisch en kritisch werk steeds sterk anti-fascistisch uitgelaten. Hoewel Hiegentlich zich aangetrokken voelde tot de opvattingen zoals die door het tijdschrift Forum werden uitgedragen, werd hij door de auteurs van Forum meestal negatief besproken. Doorgaans vond men zijn werk onvoldragen of weinig origineel, zij het dat men hem wel talentrijk achtte.

Uit: Het zotte vleesch

“Peter Wiranowitsj keek door 't raam.
Peter Wiranowitsj keek door 't raam in de breede straat, waar 't regende. Hij keek naar de menschen, die nu - \ was zeven uur - naar hun arbeid gingen door den regenachtigen Maandagmorgen, sommige moe en loom van den Zondagnacht, andere waren hun zatte bui nog niet kwijt en liepen als beschonken. De meeste van deze menschen moesten naar de mijn. Ze hadden zwarte truien aan met glimmend-witte knoopen of hel-blauwe kielen en daar hun jassen over, maar de helle kleuren van de kielen en de roode of wit-gespikkelde dassen waren nu doezelig in den donkeren herfstmorgen. Er kwamen er steeds meer, soms nog op straat hun manchester-jassen aanschietend, uit de groote en kleine huizen van de breede achterbuurtstraat. Ze waren in groepjes: jonge, opgeschoten kerels van achttien tot vijfentwintig, met sigaretten in den mond en oudere mannen met blonde, donkere, roode en grijze snorren en de petten scheef en achterover op den kop.
Plots schoof Peter ’t raam open en riep wenkend tot iemand, die alleen met veerkrachtigen tred achteraan liep: „ Morge Sef, Glückauf!”
Sef, n jonge man met n klein rossig en sierlijk kneveltje, hief de hand omhoog: „Morge!”
En hij ging verder, handen in de broekzakken, de dunne sigaret tusschen de lippen en de pet scheef op z n blonden bol. Achter hem kwamen nu drie korte mannen, die tegen hem begonnen te vloeken en te schelden; \ waren vader Theelen en z’n twee zoons, die al lang ruzie met Sef hadden.
Peter sloot glimlachend 't raam; glimlachend om die achterbuurt-veeten, die jaren duurden.
Sef ging fluitend en onverschillig verder.
Dan waren ze allen weg en de straat was leeg. Als domme beesten keken de groote huizen van de overzij Peter aan, in ’t natglimmen van den regen, ’t Eene gebouw was n groote groen-grijze huurkazerne met heel veel ruiten, daarnaast stond de kolossale blinde muur van n drukkerij, waartegen ‘n klein vies cafétje leunde.
Dan keek Peter, verveeld door die huizen daar tegenover hem, in de richting van het station, waar de mannen verdwenen in ‘n mist van regen.”

 

 1818073-43feb1f193a8715804735cb7872a22a2.gif
Jacob Hiegentlich (30 april1907 – 18 mei1940)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Gouden Boekenuil 2015 voor Mark Schaevers

De Belgische schrijver, journalist en redacteur Mark Schaevers werd geboren in 1956 in Leopoldsburg. Schaevers studeerde van 1974 tot 1978 Germaanse talen in Leuven. Hierna heeft hij een jaar als leraar gewerkt en is vervolgens bij de uitgeverij Kritak in Leuven gaan werken. Hierna trad hij in dienst bij het weekblad Humo als journalist. Bij dit weekblad schreef hij over politiek en literatuur. Ook heeft hij daar een tijdje de rubriek Dwarskijken verzorgd. In 1996 trad hij in dienst van de de krant De Standaard, waar hij de literaire bijlage Standaard der Letteren verzorgde. In 2001 keerde hij terug naar het weekblad Humo, waar hij tussen 2001 en 2004 co-hoofdredacteur was samen met Jörgen Oosterwaal.Ook bewerkte hij het citatenboek Groepsportret van Hugo Claus tot een theaterstuk. Het ging om een monoloog die door Josse De Pauw vertolkt werd. In 2011 stelde hij het boek “De wolken: uit de geheime laden van Hugo Claus” samen uit de papieren nalatenschap van Hugo Claus. In april 2015 won hij met “Orgelman” De Gouden Boekenuil, de grootste literaire prijs van Vlaanderen,

Uit: Orgelman

“Bij zijn intrede in Oostende – een keerpunt in zijn korte leven – is Felix Nussbaum gemaskerd. Felka Platek is dat ook.
Ik weet het uit een brief die Nussbaum schrijft aan de kunstenaar Ludwig Meidner op 31 oktober 1937. Van zijn duizenden brieven zijn er enkele tientallen bewaard gebleven; dit is een van de langste. Meer dan honderd regels tel ik als de brief me in het stadsarchief van Darmstadt wordt voorgelegd. Ze zijn keurig uitgevuld over vier pagina’s, recto verso; het handschrift is uiterst regelmatig, de inkt zachtzwart.
Pas onlangs kort hebben Meidner en Nussbaum elkaars spoor in de emigratie gevonden. Nussbaum vertelt zijn oudere collega hoe het hem de afgelopen vijf jaar vergaan is. Hij is dikwijls van plek gewisseld, schrijft hij, en om het te bewijzen somt hij een sliert Italiaanse steden op; hij noemt ook Parijs, Bazel en Brussel, maar het uitvoerigst schrijft hij over Oostende.
‘We bereikten Oostende op een winteravond. Ik zal dat nooit vergeten, zo prachtig was dat. Waarom Oostende? Die vraag valt niet te beantwoorden. We zaten er flink doorheen. Moe in het hoofd, moe in de benen. Als een vissersboot rustten we uit in de haven.’
Hier willen ze een tijd voor anker gaan. Dat kunnen ze in deze stad van vastenavondgekken zichzelf bewijzen door deel te nemen aan de maskerwedstrijd op het Wapenplein. En dus baant Felix Nussbaum zich op deze miezerige avond van 4 maart 1935 een weg door een dichte menigte versierde mensen. Hun koddige tronies met bitterneuzen en bolle wangen, de katten- en gendarmekoppen, de klatergouden kronen, de imposante vederbossen, de serpentines en confetti, hij ziet het allemaal door een paar gaten in een karton.
Felka is aan zijn zijde. Ze krijgen een volgnummer, wachten voor een podium hun beurt af. En dan huppelen zij twee in hun gelegenheidsvermomming over de loper, boven de gonzende massa uit, begeleid door een schijnwerper en een streepje muziek. Kan een intocht in Oostende gepaster gebeuren?
Ze houden halt bij de jury. ‘Toen ik daar zo stond,’ schrijft Nussbaum aan Meidner, meteen ook de reden weggevend waarom hij hem zo uitvoerig over zijn aankomst in Oostende bericht, ‘zag ik in de jury een oude heer met een wit gezicht en een witte baard; die schreef iets op toen hij me zag. Dat was James Ensor.’

 

 1781799-4ceb3c91aa750080ca5f2fad3de871bb.jpg
Mark Schaevers (Leopoldsburg, 1984)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Konstantínos Petros Kaváfis, Rod McKuen, Bernhard Setzwein, Alejandra Pizarnik, Walter Kempowski, Bjarne Reuter

De Griekse dichter Konstantínos Petros Kaváfis werd geboren te Alexandrië (Egypte) op 29 april 1863. Zie ook alle tags voor Konstantínos Petros Kaváfis op dit blog.

 

Days of 1903  

I never found them again—all lost so quickly...
the poetic eyes, the pale face...
in the darkening street...
I never found them again—mine entirely by chance,
and so easily given up,
then longed for so painfully.
The poetic eyes, the pale face,
those lips—I never found them again.

 

 

The Souls of Old Men            

Inside their worn, tattered bodies
dwell the souls of old men.
How unhappy the poor things are
and how bored by the pathetic life they live.
How they tremble for fear of losing that life, and how much
they love it, those befuddled and contradictory souls,
sitting—half comic and half tragic—
inside their old, threadbare skins.

 

 

A Prince from Western Libya

Aristomenis, son of Menelaos,
the Prince from Western Libya,
was generally liked in Alexandria
during the ten days he spent there.
As his name, his dress, modest, was also Greek.
He received honors gladly,
but he did not solicit them; he was unassuming.
He bought Greek books,
especially history and philosophy.
Above all he was a man of few words.
It got around that he must be a profound thinker,
and men like that naturally don’t speak very much.
He was neither a profound thinker nor anything else—
just a piddling, laughable man.
He assumed a Greek name, dressed like the Greeks,
learned to behave more or less like a Greek;
and all the time he was terrified he would spoil
his reasonably good image
by coming out with barbaric howlers in Greek
and the Alexandrians, in their usual way,
would make fun of him, vile people that they are.
This was why he limited himself to a few words,
terribly careful of his syntax and pronunciation;
and he was driven almost out of his mind, having
so much talk bottled up inside him.

 

Vertaald door Edmund Keeley en Philip Sherrard

 

 1757630-36032484638a3b3cdb92a4146d50d1e3.jpg
K. P. Kaváfis (29 april 1863 – 29 april 1923)
Portret door Yiannis Psychopedis, 2013

 

 

De Amerikaanse dichter, zanger, singer-songwriter, componist en acteur Rodney Marvin McKuen werd geboren in Oakland, Californië op 29 april 1933. Zie ook alle tags voor Rod McKuen op dit blog.

 

Room

Ceiling cracks,
    dusty woodwork,
a spider web half started,
I know this room by heart.
I find my way
from bed to toilet
in the middle of
         the darkest night.

Half asleep or wide awake
I need no map
to help me thread my way
past and in between
the obstacles that fill up full
             this empty room.

I’d post a letter
but I don’t know
          your address.
I’d call
but how would I begin
let alone maintain
           a conversation?
Once I’d promised
to forget you
I ran backward
          making sure
that I’d remember you
for always.

The doorbell buzzes
at odd times
in the morning
              or the night,
maybe all day long
if I were here
   to hear it.

I never answer,
since it isn’t you.
And if it were
on opening the door
I’d only open
brand new memories
that even as they happened
I’d be making resolutions
               to forget.

 

 1757630-502c1d5a8aeab7d50b7371f42d672b16.jpg
Rod McKuen (29 april 1933 – 29 januari 2015)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Bernhard Setzwein werd geboren op 29 april 1960 in München. Zie ook alle tags voorBernhard Setzwein op dit blog.

Uit:Der neue Ton

„Gut wurde es immer dann, wenn sie beide auf dem Moped saßen und Bohumila sich schwerelos fühlen durfte, und das bei gerade einmal 60km/h, mehr gab nämlich die Maschine des Dokterchens beim besten Willen nicht mehr her. Für die Bohumila aber war es, als flögen sie dahin, und speziell heute, da sie von Vančura aus ihrer langen Pflegeheimkerkerhaft befreit worden war, ertappte sie sich bei dem Gedanken: Ach, wenn doch nur die letzte, die allerletzte Fahrt auch einmal so wäre ...
Vančura dagegen hatte das Gefühl, als ob Bohumila heute nicht recht bei der Sache sei. Geradezu teilnahmslos hing sie an ihm dran, wie ein Sack voller Kartoffeln, leblos und unbeweglich.
Manchmal dachte er: Ist sie überhaupt noch da? Weil er gar nicht spürte, daß sie sich mit ihm in die Kurven legte. Oder war sie ihm schon längst von der Sitzbank gekippt? Den frischesten
Eindruck hatte sie schon den ganzen Tag über nicht auf ihn gemacht. Und auch die letzte Woche nicht. Er würde sie doch hoffentlich nicht überfordern mit dieser kleinen Spritztour?
Noch dazu, wo sie doch an einem Ort enden würde, wo eine große Aufgabe auf sie wartete. Er war der festen Überzeugung gewesen, er würde ihr eine Freude damit machen. Und vielleicht sogar ein klein wenig neuen Lebensmut entfachen. Auf einmal wurde er unsicher.
Die Straße führte einen Hügel hinauf. Das letzte Dorf, durch das sie gekommen waren, lag schon lange hinter ihnen. Der Wald rechts und links der Straße schien immer noch näher an die Fahrbahn heranzurücken, im Unterholz war es schummrig und nur hie und da stach das Bild einer besonders giftig hervorleuchtenden Pilzkappe aus dem Graugrün.“

 1757630-39be65daf0e0b2c740c2dc28113a0e69.jpg
Bernhard Setzwein (München, 29 april 1960)

 

 

De Argentijnse dichteres en schrijfster Alejandra Pizarnik werd geboren op 29 april 1936 in Buenos Aires. Zie ook alle tags voorAlejandra Pizarnik op dit blog.

On Silence

I.
This little blue doll is my envoy in the world.
An orphan in the garden rain where a lilac-colored bird gobbles lilacs and
a rose-colored bird gobbles roses.

I’m frightened of the grey wolf lurking in the rain.

Whatever you see, whatever can be taken away, is unspeakable.
Words bolt all doors.

I remember rambling through the sycamores …
But I can’t stop the drama—gas fills the chambers of my little doll’s heart.
I lived the impossible, destroyed by the impossible.

Oh, the banality of my evil passions,
enslaved by ancient tenderness.

 

II.
No one paints in green.
Everything is orange.
If I am anything, I’m cruelty.
Colors streak the silent sky like rotting beasts. Then someone tries to write
a poem out of forms, colors, bitterness, lucidity (Hush, alejandra, you’ll frighten
the children…)

Vertaald door Cole Heinowitz

 

 1757630-418752991a573b98ba8fab0d685b7b27.jpg
Alejandra Pizarnik (29 april 1936 – 25 september 1972)

 

 

De Duitse schrijver Walter Kempowski werd geboren in Rostock op 29 april 1929. Zie ook alle tags voorWalter Kempowski op dit blog.

Uit: Alkor. Tagebuch 1989

“Mo 2. Januar 1989

„Ich höre, daß Rühmkorf ein absoluter Hypochonder sei. In Amerika hätten sie jeden Tag gedacht, der überlebt die Nacht nicht. Vor einiger Zeit habe er sich untersuchen lassen, Leber und alles wär' völlig in Ordnung. Und wir hätten ihn fast nicht wieder eingeladen, um ihn zu schonen.
Klaus Mann - ein Schriftsteller, der seinen Roman "Symphonie pathétique" nennt, muß ein Blindgänger sein. Der arme Vater! "Missa sine nomine" - so was gab es auch. Das ist nicht ganz so schlimm.
22 Uhr. - Es regnet. Ein Rauschen und Schütten auf dem Fenster. Ich stelle die Alarmanlage ab und befreie die Katze aus dem Klo, weil dort der Regenlärm auf den schrägen Fenstern unerträglich ist. Sie wird es mir danken.
Die liebe Nacht, und ich höre Schönbergs 1. Quartett und lese in der "Legenda aurea": was die Menschen für ihren Glauben riskierten und erduldeten .
Der untergehenden Überlieferung hinterherlaufen. Den versunkenen Jahrhunderten nachlauschen. Je abstrakter die Musik ist, desto besser paßt sie dazu.
Selbstmord: Benjamin meint, es lohne die Mühe nicht. Sein mysteriöser Tod, die Sache mit der Aktentasche. Hierüber machen sich die Menschen mehr Gedanken als über das Passagenwerk. Ein Sprichwort fand ich: Wenn alle Stricke reißen, sagte der Bettler, so häng' ich mich.“

 

 1757630-f64b05d9165fa6996a294bd07d920298.jpg
Walter Kempowski (29 april 1929 – 5 oktober 2007)
 

 

De Deense schrijver Bjarne Reuter werd geboren op 29 april 1950 in Brønshøj. Zie ook alle tags voorBjarne Reuter op dit blog.

Uit: Das dunkle Lied des Todes (Vertaald door Gabriele Haefs)

"Himmel, aber nicht Gemüt wechseln die, die über das Meer fahren«, flüsterte sie, »und ich komme im Oktober zurück. Versprochen.«
»Ich auch«, sagte Vanessa. »Ich werde mein ganzes Leben lang herkommen.«
Franz trat vor sie. »Du kannst machen, was du willst«, sagte er. »Wichtig ist, dass du hältst, was du versprichst.
Hast du getan, was dir aufgetragen worden ist?«
Vanessa starrte zu Boden. Franz trat noch dichter an sie heran.
»Antworte schon.«
Betty nahm Vanessas Arm und zog sie weg.
»Lass sie doch in Ruhe.«
»Hast du es verbrannt, so wie es dir aufgetragen worden ist?«
Franz’ Stimme war auf dem ganzen Friedhof zu hören.
Die Gruppe am Grab löste sich auf.
Vibe und Tineke gingen Arm in Arm den Weg entlang, hinter ihnen kamen die Zwillinge, gefolgt von Julius Blumendorph und Gustav.
Betty schaute in die Luft und seufzte.
»Wenn Vanessa sagt, dass sie es verbrannt hat, dann hat sie es verbrannt.«
Franz ging rückwärts.
»Ich war zum letzten Mal hier«, rief er. »Zum allerletzten Mal. Und der Teufel soll dich holen, Betty, und der Teufel soll dich holen, Maria Wagner.«
Sie laufen um die Wette, Gustav und Franz. Ihre Schuhe schlagen auf den Kies. Franz rempelt im Vorbeilaufen Julius Blumendorph an. Der dicke Junge fällt vornüber und reißt Gustav im Sturz mit, aber Gustav ist schnell wieder auf den Beinen und stürzt hinter Franz her, der sich Vibes Baskenmütze geschnappt hat. Die fliegt wie ein Frisbee über die Gräber.“

 

 1757630-77ef55eab60c6806569ee28a0687c845.jpg
Bjarne Reuter (Brønshøj, 29 april 1950)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 29e april ook mijn blog van 29 april 2014 en ook mijn blog van 29 april 2011 deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:34 Reageer op dit bericht

Monika Rinck

De Duitse dichteres en essayiste Monika Rinck werd geboren op 29 april 1969 in Zweibrücken. Na haar eindexamen gymnasium studeerde Monika Rinck theologie, geschiedenis en vergelijkende literatuurwetenschap in Bochum, Berlijn en Yale. Ze schrijft poëzie, proza ​​en essays, die zij in verschillende uitgeverijen en talrijke bloemlezingen (waaronder Der Große Conrady en literaire tijdschriften (inclusief BELLA triste, Poetenladen) publiceerde, en werkt ook als vertaalster. Daarnaast schreef ze teksten voor de italoberlino songwriter Bruno Franceschini en de componisten Franz Troeger en Bo Wiget. In 2008 zond de ORF straalde in de serie Literatur als Radiokunst “AM APPARAT - Ihr Wahrheitsstil” uit. Samen met Ann Cotten en Sabine Scho treedt zij sinds 2008 als Rotten Kinck Schow op. Zij doceerde onder andere aan het Duitse Literatuur Instituut in Leipzig en aan de Universiteit voor Toegepaste Kunst in Wenen. Ze is lid van het PEN-centrum Duitsland, de Duitse Academie voor Taal en Letterkunde en de Academie voor Kunsten in Berlijn. Sinds 1999 is zij werkzaam bij RBB Info Radio.

 

Himmelshärte

Hört ihr das, so höhnen Honigprotokolle. Eine Halbwelt aus Blaulicht.
Ist das Luft oder Wand? Stumme Vögel, Amselattrappen, ja Spatzen,
in Kunstharz und Härter gebannt, in durchsichtige Würfel gegossen.
Fast wollte man heulen. Oder an Vogel statt zwitschern und hüpfen.
Doch noch liegt auf dir ein schwerer Schlaf und nur dein Traum
weiß von den andern. Er denkt es dir, z.B.: Was ist ein Regal?
Etwas gezielt hineinzutun, mit einer Hand, die sicher ist und flink.
Weil es dort hingehört, ein Übergriff, so passgenau, dir schaudert.
Jetzt liegst du wach in deinem Zelt aus Geld und willst für alles zahlen.
Bleib hier, erwarte das Ende der Wand. Ziere die Kanten des Tages
mit Schlummer, nein, schlimmer noch, flechte dir den Kitsch ins Haar.
Aber schau, das verletzliche Leben am Morgen ist doch nicht nichts!
Kein falsches Wort, aufstehn, aus dem Fenster sehn, wie eine Halbwelt
aus Blaulicht sich aufhellt, da! Ein Aurorafalter landet, zittert, explodiert.

 

 

hoho hortensie

hoho hortensie, du warst da, als solitairin standest du
in deiner vase und ich schrieb dich nicht, du gammeltest
und wurdest doch nicht kleiner. jetzt komm mir nicht
mit kinderschürzen oder briefpapieren. ich bin ja da, ich –
kümmer mich. hortensie, kennst du die lampen nicht,
denen du das vorbild gibst, rund (natürlich rund) und
so beliebt in clubs und retro-diskotheken? kennste nicht.

oder eine runde (jahaa, runde) raumstation im orion,
wer wohnt darin? hoho hortensie, du ahnst es nicht:
ein beschürzter frank sinatra, fixing drinks, hantierend
mit dem cocktailbesen und der sodaflasche, wohnt
mit seiner profi-bar in deiner umgekehrt gewölbten mitte,
und außenrum nur univers. hörste mich, hortensie.
außenrum nur univers und große schwarze schwärze.

 

 

 1849616-f18399487bcdad314d73d1d94be3ec89.jpg
Monika Rinck (Zweibrücken, 29 april 1969)



Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Roberto Bolaño, Harper Lee, Karl Kraus, Nezahualcóyotl, Ğabdulla Tuqay

De Chileense dichter en schrijver Roberto Bolaño werd geboren op 28 april 1953 in Santiago de Chile. Zie ook alle tags voor Roberto Bolaño op dit blog.

Uit: 2666 (Vertaald door Natasha Wimmer)

“Reading these two novels only reinforced the opinion he’d already formed of Archimboldi. In 1983, at the age of twenty-two, he undertook the task of translating D’Arsonval. No one asked him to do it. At the time, there was no French publishing house interested in publishing the German author with the funny name. Essentially Pelletier set out to translate the book because he liked it, and because he enjoyed the work, although it also occurred to him that he could submit the translation, prefaced with a study of the Archimboldian oeuvre, as his thesis, and — why not? — as the foundation of his future dissertation.
He completed the final draft of the translation in 1984, and a Paris publishing house, after some inconclusive and contradictory readings, accepted it and published Archimboldi. Though the novel seemed destined from the start not to sell more than a thousand copies, the first printing of three thousand was exhausted after a couple of contradictory, positive, even effusive reviews, opening the door for second, third, and fourth printings.
By then Pelletier had read fifteen books by the German writer, translated two others, and was regarded almost universally as the preeminent authority on Benno von Archimboldi across the length and breadth of France.
Then Pelletier could think back on the day when he first read Archimboldi, and he saw himself, young and poor, living in a chambre de bonne, sharing the sink where he washed his face and brushed his teeth with fifteen other people who lived in the same dark garret, shitting in a horrible and notably unhygienic bathroom that was more like a latrine or cesspit, also shared with the fifteen residents of the garret, some of whom had already returned to the provinces, their respective university degrees in hand, or had moved to slightly more comfortable places in Paris itself, or were still there — just a few of them — vegetating or slowly dying of revulsion.”

 

 1757089-b38a844ec4ae7abb1302b73332715145.jpg
Roberto Bolaño (28 april 1953 – 15 juli 2003)

 

 

De Amerikaans schrijfster Nelle Harper Lee werd geboren in Monroeville op 28 april 1926. Zie ook alle tags voor Harper Lee op dit blog.

Uit: To Kill a Mockingbird

"How old are you," asked Jem, "four-and-a-half 7"
"Goin' on seven."
"Shoot no wonder, then," said Jem, jerking his thumb at me. "Scout yonder's been readin' ever since she was born, and she ain't even started to school yet. You look right puny for goin' on seven."
"I'm little but I'm old," he said.
Jem brushed his hair back to get a better look. "Why don't you come over, Charles Baker Harris?" he said. "Lord, what a name.-
"'s not any funnier'n yours. Aunt Rachel says your name's Jeremy
Atticus Finch."
Jem scowled. "I'm big enough to fit mine," he said. "Your name's longer'n you are. Bet it's a foot longer."
"Folks call me Dill," said Dill, struggling under the fence.
"Do better if you go over it instead of under it," I said. "Where'd you come from?"
Dill was from Meridian, Mississippi, was spending the summer with his aunt, Miss Rachel, and would be spending every summer in Maycomb from now on. His family was from Maycomb County originally, his mother worked for a photographer in Meridian, had entered his picture in a Beautiful Child contest and won five dollars. She gave the money to Dill, who went to the picture show twenty times on it.
"Don't have any picture shows here, except Jesus ones in the courthouse sometimes," said Jem. "Ever see anything good?"

 

 1757089-22436cccc02f189a122dd320860f26fa.jpg
Harper Lee (Monroeville, 28 april 1926)


 

De Joods-Oostenrijkse dichter, schrijver en journalist Karl Kraus werd geboren in Jičin, Bohemen, Oostenrijk-Hongarije (thans Tsjechië) op 28 april 1874. Zie ook alle tags voorKarl Kraus op dit blog.

 

An den Bürger

Daß im Dunkel die dort leben,
so du selbst nur Sonne hast;
daß für dich sie Lasten heben,
neben ihrer eignen Last;
daß du frei durch ihre Ketten,
Tag erlangst durch ihre Nacht:
was wird von der Schuld dich retten,
daß du daran nie gedacht!

 

 

Bekanntlich

Wie's mit dem Lettern- und Lügenschall
der Presse in Wahrheit bewandt ist?
"Bekanntlich" sagt sie von jedem Fall,
wo ihr nicht das geringste bekannt ist.
Da macht sie sich wahrlich nicht allzuviel draus
und setzt, was nicht ist, als bekannt voraus.

 

 

Dein Fehler

Dein Fehler, Liebste, ach ich liebe ihn,
und er ist eine deiner liebsten Gaben.
Seh´ich an andern ihn, so seh´ich fast
dich selbst und sehe nach dem Fehler hin,
und alle will ich lieben, die ihn haben!

Fehlst du mir einst und fehlt dein Fehler mir,
weil du dahin,
wie wollt´ich, Liebste lieber dich ergänzen
als durch den Fehler? Ach ich liebe ihn,
und seh´ich ihn schon längst nicht mehr an dir,
die Häßlichste wird mir durch ihn erglänzen!

Doch träte selbst die Schönste vor mich hin,
und fehlerlos,
ich wäre meines Drangs zu dir kein Hehler.
Ihr, die so vieles hat, fehlt eines bloß
und alles drum - ach wie vermiss´ich ihn-
ihr fehlt doch, Liebste, was mir fehlt: dein Fehler.

 

 1757089-4a29d0c976245288b6860bafc19143ee.jpg
Karl Kraus (28 april 1874 - 12 juni 1936
Cover

 

 

De Meso-Amerikaanse dichter en filosoof Nezahualcóyotl werd geboren in Texcoco op 28 april 1402. Zie ook alle tags voor Nezahualcóyotl op dit blog.

 

I HAVE ARRIVED HERE

I have arrived here, I, Yoyontzin, yearning only for flowers, cutting flowers on the earth, cocoa flowers, cut flowers of friendship, which are your body, O prince. Lord Nezahualcoyotl I am, Yoyontzin. Yyao ohuili yya ayyo yao ayya yohuiya.

I only come bringing your beautiful songs, I carry them down, finding friends. Be joyful here, let your friendship be revealed. Yyao ohuili yya ayyo yao ayya yohuiya.

I take delight a brief time, only fleetingly is my heart glad on earth. I, Yoyontzin: I yearn for flowers. Ohuaya ohuaya.

I live with flowery songs. I want and desire deep brotherhood, nobility. I yearn for songs: I live in flowery songs. Ohuaya ohuaya.

As jade, as jewels, as a wide plumage of quetzal, I value your song, Giver of Life, with these I take enjoyment, with them I dance between the drums in the flowery house of spring. I, Yoyontzin, my heart enjoys it. Ohuaya ohuaya.

Sound your flower drum beautifully, singer; scatter perfumed corn flowers, chocolate flowers, they are spilled as rain here next to the drums. Let us enjoy them. Ohuaya ohuaya.

Already the long-necked turquoise bird, the black trogon, the red parrot sing and warble there, joyful with the flowers. Yao ayyaha ohuaya ohuaya.

Already the flower tree is raised there next to the drum. The precious red bird is in it: Nezahualcoyotl has become a bird, joyful being with flowers. Yao ayyaha ohuaya ohuaya.

 

Vertaald door John Curl

 

 1757089-d0e29acd6998d000391e40de4ceae45b.jpg
Nezahualcóyotl (28 april 1402 - 4 juni 1472)
Sculptuur in Mexico City

 

 

De Tataarse dichter Ğabdulla Tuqay werd geboren op 28 april 1886 in Qoşlawıç in Kazan, Rusland (tegenwoordig Tatarstan). Zie ook alle tags voor Ğabdulla Tuqay op dit blog.

 

A Holiday in Childhood

Childhood in his memory a poet keeps,
Everyone has a dream, both bitter and sweet.
Holiday comes, I wish I were a child, to laugh and play,
The eve of Garafa saw sadness swept away.
I recall how impatiently I waited for the dawn,
Eager new ichigs, my new shirt and pants to put on.
Sweet were my dreams before night left my doorway,
In my dreams so bright was this upcoming holiday.
I’ll always remember my Mother’s gentle voice:
“Gaid Namaz is here, get up and let’s rejoice!”
Running like crazy along the crowded streets,
Who was happier than me? It was pure joy and bliss.
And right after the prayer, I would blithely laugh.
O, the yummy taste of Qurbani meat – never enough.
In my memory engrained, I can’t hold back tears,
How joyful was this time, those unforgettable years.
Rays of light from the sky streaming down upon you…
Not just one sun was shining, but at least two.
O, Great Allah, I beg of you and pray.
Let me go back, and in my childhood stay,
Rejoice in cheerful laughter and endless merry play.

 

Vertaald door L.Rust

 

 

To Your Portrait

I look and worship these dark brows and eyes,
Praised be the artist who drew her so nice.
He ordered the sun to pour gold on her hair,
No other beauty to her can compare.
Forgive me, dear sun, for your rays are too weak,
You pale in the shadow of her gorgeous cheek.
If Mejnun was here and saw her by chance,
The love for his Leila would vanish at once.
In the Garden of Eden, I strongly believe,
Adam would surely prefer her to Eve.
Harut and Marut were both tempted by devil,
This angel could help them to struggle with evil.
The taste of her lips is as sweet as sorbet,
And those who shall try them, immortal will stay.
When Iblis, the devil, was rejected and expelled,
Just one glance at her, and he’d regret he rebelled.
So, sing her hosanna, oh birds of the earth,
Or die by the knife, you’ve disproven your worth.

 

Vertaald door V. Dumaevoy-Valieva

 

 1757089-ba36fadaf1e41de92fa9fadb9d413202.jpg
Ğabdulla Tuqay (28 april 1886 – 15 april 1913)
In 1908

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 28e april ook mijn blog van 28 april 2013 deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:31 Reageer op dit bericht

Joop Waasdorp

De Nederlandse schrijver en journalist Joop Waasdorp (pseudoniem: Frans Hals) werd geboren in Amsterdam op 28 april 1917. Na drie jaar hbs en diverse baantjes, was hij als journalist werkzaam bij Associated Press. Van 1956 tot 1963 leefde hij als emigrant in Australië, keerde daarna terug naar Nederland en pakte zijn beroep als freelance journalist weer op. Na een aantal publicaties over zijn Australische herinneringen in Podium debuteerde hij in 1965 met zijn eerste bundel “Het naakte leven”. Onmiddellijk werd zijn talent voor vertellen herkend. C. Buddingh noemde hem `de Nescio van de have-nots , en hij werd vergeleken met Elsschot. In 1970 volgde “Welkom in zee!”, Andere titels zijn "Krabben en andere verhalen" (1976), "Het kerstfeest der vissers", "De opstapper" (1988) en "De verhalen" (1989). Waasdorp werkte ook als vertaler van boeken van George Orwell.

Uit: Het naakte leven

“Vanmiddag liet zich vlak vóór mij een vrouw met puntborsten op haar matje neer. Maar omdat iedereen hier op dit eiland naakt loopt denk je daar niets bijzonders bij. Zij was vergezeld van een oudere man met een droevig gezicht onder een strohoed. Allebei droegen zij dure ringen. De vrouw probeerde een praatje te maken met een dikke man die niet ver van ons op zijn buik lag.
Dit pogen verongelukte echter omdat de dikkerd een Duits sprekende Zwitser bleek en de dame een Frans sprekende Belgische. Wel was zij vlijtig Duits aan het leren, zei ze, wat ik onzin vond. Zij had een scherpe mond en een strakke, opgehaalde gezichtshuid en bij het weggaan zette zij heel voorzichtig een peervormige hoed op, een ding uit een suikerwinkel. Ik had zo'n idee, dat die vrouw je geen snee brood voor niks zou geven.
Omdat het zachtjes begon te regenen trok ik mij met de dikke Zwitser onder een grote overhangende steen terug. Iets dat ik niet verstond vond hij een schande, waarna hij zich voorstelde en mij de hand schudde. Verder sloegen wij een opvallend bruine man en vrouw gade, die Indiaanse banden om het hoofd droegen. Het zijn natuurlijk geen Indianen, maar goed gebouwde Fransen, die s avonds in een van de hotelletjes bedienen.
Toen ben ik ook maar weggegaan, om op de stoffige, steile havenweg een uitgezakte Engelsman te ontmoeten. Hij heeft waterige ogen en mompelt de gruwelijkste dingen over het huwelijk. Voorts heb ik een op het strand gevonden, onder het vuil vrolijk gestreepte handdoek uitgewassen. Ik kon mij met mijn eigen oud vod niet meer in de openbare wasplaats vertonen. Want al loopt men hier naakt, de mensen zijn toch keurig netjes.
Vanmorgen zag ik twee eigenaardige voorwerpen in zee drijven. Omdat ik iets van een strandjutter in mij heb bleef ik zitten totdat die dingetjes aan land zouden spoelen.”

 

 1832298-e102022241764b237e6b16d828c1267e.jpg
Joop Waasdorp (28 april 1917 - 3 september 1988)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Gerhard Henschel

De Duitse schrijver en vertaler Gerhard Henschel werd geboren op 28 april 1962 in Hannover.
Henschel groeide op in Hanover, Koblenz, Vallendar en Meppen. Hij studeerde Duits, sociologie en filosofie in Bielefeld, Berlijn en Keulen. Zijn eerste teksten verschenen in de late jaren tachtig in het tijdschrift Der Alltag en vervolgens in de satirische tijdschriften Kowalski und Titanic, Merkur, konkret en in tal van dag- en weekbladen. Van 1993 tot 1995 behoorde hij tot de redactie vanTitanic. Sinds 1992 publiceerde Henschel romans, verhalen en culturele en historische non-fictie, maar ook satires, polemieken en grotesken. Verscheidene van zijn boeken schreef hij samen met auteurs, die kan worden gerekend tot de Neue Frankfurter Schule of daar losjes mee verbonden zijn. In 1999, begon Henschel samen met Rayk Wieland in Hamburg met de voorstellingenreeks "Toter Salon". In 2002 verscheen Henschels briefroman "Die Liebenden“ ,waarin hij aan de hand van schriftelijke documenten uit de nalatenschap het levensverhaal van zijn ouders vertelt. Alleen de namen zijn veranderd. In zijn 2004 „Kindheitsroman“ beschrijft Henschel het leven van deze familie vanuit het perspectief van de zoon Martin. In 2009 , 2010 en verschenen de voortzettingen „Jugendroman“, „Liebesroman“ en "Abenteuerroman". Van een andere soort zijn de satirische romans „Der Barbier von Bebra“ (1996) en „Der Müllah von Bullerbü“ (2000), die Henschel samen met Wiglaf Droste schreef. Daarin laten de auteurs publieke figuren optreden in belachelijke situaties. In 1996 leidde dit tot een oproep tot boycot van het Duitse parlementslid Vera Lengsfeld van Bündnis 90 / Die Grünen. Haar oproep leidde tot een lange discussie over de grenzen van de satire en de vrijheid van de pers. In 2005 verscheen de roman „Der dreizehnte Beatle“. Een Beatles-fan maakt daarin een reis door de tijd om de eerste ontmoeting tussen John Lennon en Yoko Ono te voorkomen. Op Ideeën van Eckhard Henscheid baseren de non-fictie „Kulturgeschichte der Mißverständnisse“ und „Jahrhundert der Obszönität“ waaraan Henschel heeft deelgenomen als schrijver. De bloemlezing "Menetekel" (2010), bevat essays over verschillende verschijningsvormen van een cultuurpessimistische kijk op de wereld. In pamfletten zoals Menschlich viel Fieses“ (1992), „Das Blöken der Lämmer“ (1994) en „Gossenreport“ (2006) gaat Henschel in op politieke kitsch en de macht van de Bild-Zeitung, die hij als ernstig" cultureel probleem" beschrijft. Een satirisch artikel dat Henschel in een krant schreef over dit onderwerp leidde zelfs tot een aanklacht van de Bild-Zeitung. Samen met Kathrin Passig heeft Henschel verscheidene boeken vertaald uit het Engels, met inbegrip het eerste deel van de autobiografie van Bob Dylan ("Chronicles. Volume One"),

Uit: Kindheitsroman

“Licht ausmachen, Handflächen neben die Augen legen und durchs Fenster schräg nach oben kucken, in den fallenden Schnee: Dann hatte man das Gefühl, man würde fliegen, zwischen den Schneeflocken durch.
Das hatte Renate mir beigebracht.
Ich und du, Müllers Kuh.
Renate hatte vorne einen braunen Leberfleck am Hals. Daran war sie immer zu erkennen.
Da war ein Weg, wo Mama sich mit anderen Müttern unterhielt, die auch alle Kinderkarren dabeihatten. Die Sonne schien, und über eine Mauer hingen Zweige runter mit roten Beeren.
Ich hatte Krümel aus dem Graubrot im Netz gepult. Wegen dem Loch im Brot kriegte ich zuhause keine Bombongs.
Komm, Herr Jesus, sei unser Gast, und segne, was du uns be- scheret hast.
Meins war das Lätzchen mit den Marienkäfern. Ein Löffel für Oma, ein Löffel für Opa, bis unten im Teller die schwarzen körnerpickenden Hühner auftauchten. Mein Löffelstiel war zur Seite gebogen.
Ein Löffel für Martin. Das war ich selbst. Martin Schlosser.
»Nicht träumen!«
Nach dem Essen leckte Mama einen Lätzchenzipfel an und wischte mir damit den Mund ab.
Bim, bam, beier, die Katz mag keine Eier.
Volker hatte Murmeln mit farbigen verdrehten Schlieren innendrin.
Wenn Papa gute Laune hatte, ließ er mich kopfüber an der Decke langspazieren oder kitzelte mich durch: »Prr-prr-prr-prr-prr!«
Papa roch nach Pfeife, und ihm wuchsen graue Haare aus der Nase.
Auf Papas Knien: So fahren die Damen, so fahren die Damen – so reiten die Herren, so reiten die Herren – und so reitet der Bauersmann, der nicht besser reiten kann. Da fiel ich immer fast runter.
Leute, die uns besuchten, kriegten vom Wohnzimmer aus die
Festung Ehrenbreitstein gezeigt und die Striche an der Kinderzimmertür: wie groß ich wann gewesen war.
Die Jalousie war grün.
Bei der roten Autokiste im Kinderzimmer war das Lenkrad ab.“

 

 1830179-4a21212a2630b0c94682a7050f8d58ad.jpg
Gerhard Henschel (Hannover, 28 april 1962)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten