William Kotzwinkle, Endre Ady, George Robert Gissing, Elisabeth Maria Post

De Amerikaanse schrijver William Kotzwinkle werd geboren op 22 november 1943 in Scranton, Pennsylvania. Hij werd vooral bekend als schrijver van het boek bij de film “E.T.” en het vervolg erop dat op de thuisplaneet van de hoofdfiguur speelt. Kotzwinkle bezocht het Rider College en de Pennsylvania State University. Na verschillende banen begon hij met schrijven in 1958. Hij is getrouwd met de schrijfster Elizabeth Gundy.
Uit: Ein Bär will nach oben
„Der Bär saß da, umgeben von gestapelten Exemplaren seines Buches, die die Buchhandlung in Philadelphia heute zu verkaufen hoffte. Die Bücherfreunde waren zufrieden, daß er sich die Zeit nahm, seinen Namen deutlich zu schreiben und nicht flott und herablassend einen unleserlichen
Kringel hinwarf, wie ihn manche Schriftsteller auf der Titelseite ihrer Bücher hinterlassen. "Würden Sie dieses vielleicht Bob widmen ?" bat die Frau, die vor ihm stand.
"Wie schreibt man das ?" wollte der Bär wissen.
"Wie schreibt man was ?"
"Bob"
"Oh, ganz normal", lachte die Frau und sah dann, dass Jam, den Stift in Bereitschaft, wartete. "B-O-B", sagte sie leicht verwirrt.
Der Bär sprach die Buchstaben lautlos vor sich hin und schrieb B-O-B; mit seinem eigenen Namen, J-A-M, machte er es genauso. Seine Pressebetreuerin in Philadelphia war Adele Nofsacker. Adele neigte zur Hysterie, und als sie sah, wie langsam er schrieb, wusste sie, dass sie diesen Anblick nicht ertragen würde. Deshalb überredete sie ihn, nur noch mit Jam zu unterschreiben; der Bär war einverstanden, denn was Besseres als Jam gab es nicht.
Jetzt ging sie in den vorderen Teil des Ladens, wo der Geschäftsführer strahlte, weil so viele Leute zu Jams Signierstunde gekommen waren. "Er hat alle im Sturm erobert, nicht wahr? Dass er den Vizepräsidenten gerettet hat, war natürlich sehr hilfreich."
Während der Geschäftsführer mit Adele sprach, wurde ein Vorab-Exemplar der New York Times Book Review geliefert. Adele schlug rasch die Bestsellerliste auf. Hal Jams Buch stand auf Platz 1.
Adele trug die Zeitung zu Jams Tisch und breitete sie vor ihm aus. "Sie haben´s geschafft." Der Bär schaute auf die Stelle, auf die Adele zeigte, und dann hoch zu ihr.
"Sie sind die Nummer eins", strahlte sie.
"Ich bin Jam", beharrte der Bär.“

William Kotzwinkle (Scranton 22 november 1943)
De Hongaarse dichter Endre Ady werd geboren op 22 november 1877 in het huidige Adyfalva.
Begrafenis op zee
Aan de Bretonse kust een droom.
Wij liggen slapend wit en dood
in het winters grijze zeegebied.
Er komen sterke boerenjongens
en ernstige meisjes, het haar gebonden.
Er klinkt een vroom en droevig lied.
Gezang en mist. De golven roepen.
Eerbiedig en met tranen, bloemen,
Bergen ze ons in een rode boot.
De ijzige orkaan dreunt wild.
Het water grijpt ons rode schip.
Daar gaan wij slapend, wit en dood.
De Dood in vlees en bloed
Mij zit de Dood in vlees en bloed,
Ik houd van hartstocht die verbleekt is,
Ik houd ervan te kussen wie
Mij alleenlaat.
Ik houd van ziekelijke rozen,
Van vrouwen wier gedroom te laat is,
Van lichte en weemoedige
Najaarsdagen.
Ik houd van ’t griezelig nodigende
Wenken van droevige avonden:
De grote, heilige Dood die zich
Speels aankondigt.
Ik houd van wie hier ver vandaan wil,
Van wie in tranen wakker werden,
En van de ijzige ochtendkou
Op de velden.
Ik houd van wie de moed moe opgeeft,
Van stille tranen, de berusting,
Waarin wijzen, zieken, dichters
Hun toevlucht zien.
Ik houd van wie ontgoocheld raakte,
Van wie gevallen zich bezeerde,
Van wie bedroefd, wanhopig is:
Van de wereld.
Mij zit de Dood in vlees en bloed,
Ik houd van hartstocht die verbleekt is,
Ik houd ervan te kussen wie
Mij alleenlaat.
Vertaald door Kees Bakker

Endre Ady (22 november 1877 – 27 januari 1919)
De Engelse schrijver George Robert Gissing werd geboren op 22 november 1857 in Wakefield, Yorkshire. Gissing was een briljante student, maar nadat hij verliefd was geworden op een prostituee raakte hij aan lager wal en werd uiteindelijk door sympathisanten geholpen om naar de VS te vertrekken. Daar hield hij het hoofd boven water door voor de Chicago Tribune korte verhalen te schrijven. In 1877 keerde hij terug naar Engeland en begon hij romans te schrijven.
In romans als „Workers in the Dawn“ uit 1880 en „The Unclassed“ uit 1884 beschreef hij de catastrophale gevolgen van de sociale verhoudingen in het Victoriaanse Engeland. Zijn boel over het zuiden van Italië „By the Jonian Sea“ behoort tot de klassieke Engelse reisliteratuur.
Uit: Workers In The Dawn
Walk with me, reader, into Whitecross Street. It is Saturday night, the market-night of the poor; also the one evening in the week which the weary toilers of our great city can devote to ease and recreation in the sweet assurance of a morrow unenslaved. Let us see how they spend this "Truce of God;" our opportunities will be of the best in the district we are entering.
As we suddenly turn northwards out of the dim and quiet regions of Barbican, we are at first confused by the glare of lights and the hubbub of cries. Pressing through an ever-moving crowd, we find ourselves in a long and narrow street, forming, from end to end, one busy market. Besides the ordinary shops, amongst which the conspicuous fronts of the butchers' and the grocers' predominate, the street is lined along either pavement with rows of stalls and booths, each illuminated with flaring naphtha-lamps, the flames of which shoot up fiercely at each stronger gust of wind, filling the air around with a sickly odour, and throwing a weird light upon the multitudinous faces. Behind the lights stand men, women and children, each hallooing in every variety of intense key -- from the shrillest conceivable piping to a thunderous roar, which well-nigh deafens one -- the prices and the merits of their wares. The fronts of the houses, as we glance up towards the deep blackness overhead, have a decayed, filthy, often an evil, look; and here and there, on either side, is a low, yawning archway, or a passage some four feet wide, leading presumably to human habitations. Let us press through the throng to the mouth of one of these and look in, as long as the reeking odour will permit us. Straining the eyes into horrible darkness, we behold a blind alley, the unspeakable abominations of which are dimly suggested by a gas-lamp flickering at the further end. Here and there through a window glimmers a reddish light, forcing one to believe that people actually do live here; otherwise the alley is deserted, and the footstep echoes as we tread cautiously up the narrow slum.“

George Robert Gissing (22 november 1857 – 28 december 1903)
De Nederlands dichteres en schrijfster Elisabeth Maria Post werd geboren in Utrecht op 22 november 1755. Zie ook mijn blog van 22 november 2006.
Uit: Reinhart, of natuur en godsdienst
„Een stevige Oostenwind, die zedert gisteren blijft aanhouden, doet onzen kapitein besluiten, om zee te kiezen. Alles is op ons schip in eene rustlooze beweeging. Met de zoo aanstonds vertrekkende boot kan ik alleenlijk eene korte, ach! eene laatste groet aan U medegeven. Als gij dezen haastig geschreeven brief leest, ben ik misschien reeds veele mijlen van een strand verwijderd, waar mijn leven begon, dat mijn eerste kindergeschrei hoorde, en dat ik met jongelingstraanen verliet: dan heeft de naam van Vaderland reeds eenen hartbreekenden klank voor mij; en ach dit had hij reeds eenige dagen: de twee weeken die wij in Texel doorbragten, waren mij zeer treurig; hoe veel duizendmalen vloog mijn ziel nog naar mijne achtergelatene vrienden terug, en toch vermogt ik niet tot hen wedertekeeren; het vaderland was mij als een vreemd gewest; ik mogt niet eenmaal op dien dierbaaren grond meer overnachten: mijne oogen staarden zig dikwerf moede op de verwarde verschieten die duin en bosch op eenen verren afstand opleverden; angstig zocht ik het plekjen daar mijne moederstad op verrees: maar de lieve torenspits was, door de afgelegenheid, voor mij onzichtbaar. Weeker geworden door 't gevoel der scheiding, scheen mijn hart al zijne zaligheid in dat plekjen gronds besloten te zien, dat ik gereed stond te verlaten; en toch liever wilde ik dit, dan langer door een hoopeloos gezicht gepijnigd te worden. Menigwerf zag ik uit naar de wolken, of de wind niet van streek veranderde; toen hij eindelijk naar het oosten draaide, klopte mijn hart van gemengde aandoeningen; en nu - nu verlaat ik mijn vaderland geheel, om op eenen anderen hoek des aardbodems een verblijf, meer voor mijn lot berekend, te zoeken. O mogten de rampen, die hier mijne ouders zoo gevoelig troffen niet met mij reizen! bid dit van den Hemel voor mij af, lieve Karel! en dan vaarwel! Het geraas en getier van het scheepsvolk neemt toe; het anker is reeds geligt; men is bezig met de zeilen optehaalen; ik kan niets meer dan u nog eenmaal teder groeten, misschien is het voor eeuwig. Goeden nacht onvergelijkelijke vriend, vriend van mijn hart! troost mijne moeder, geef haar dezen brief. Kusch uwe Charlotte vaarwel voor mij, en - al hoordet gij ook nimmer weêr van mij, vergeet den jongen reiziger, vergeet uwen Reinhart nooit.“

Elisabeth Maria Post (22 november 1755 - 3 juli 1812)
























































































