Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

In Memoriam Jos Vandeloo

 

In Memoriam Jos Vandeloo

 

De Vlaamse auteur Jos Vandeloo is op 90-jarige leeftijd overleden. Dat heeft zijn familie bekend gemaakt. Jos Vandeloo werd geboren op 5 september 1925 in Zonhoven, Belgisch-Limburg. Zie ook mijn blog van 5 september 2010 en eveneens alle tags voor Jos Vandeloo op dit blog.

Uit: De vijand

“Het regent nog altijd. Net als op die dag, nu zes weken geleden, juist voor de Amerikanen kwamen.
Daarom moet ik altijd aan de vijand denken, omdat  het die dag zonder ophouden bleef regenen.
Maar wie is tenslotte de vijand? Iedereen is de vijand en niemand is de vijand.
Ik geloof dat vrienden en vijanden aan dezelfde tafel  zitten, soms op dezelfde stoel.
Misschien zijn wij onze eigen vijand?
Toen regende het ook, net als nu. Is het een toeval dat het vandaag ook regent zonder ophouden?”
(…)

“Misschien komt er een nieuwe zondvloed en wordt alles langzaam en geleidelijk één groot moeras, dat alles opslokt, de huizen en de mensen, de tanks, de bomen, de tent, en Bea en mij en de soldaten en Karl, vooral Karl.”
(…)

“We hadden een bijzonder scherp zicht in de duisternis. Onze zintuigen waren gescherpt door de omstandigheden waarin wij leefden, door het dierlijke waarmee wij dagelijks te maken hadden, de dood, de grond, het stro, de duisternis, de honger, de angst. Wij waren aan tal van dingen gewoon geraakt, wij hadden ons voortreffelijk aan de moeilijke omstandigheden aangepast. Zoals onze voorouders."

 

 1822329-77136a1b33236f93eccc11f6f47e2867.jpg
Jos Vandeloo (5 september 1925 - 5 oktober 2015)
 

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

De blogger leest alles eerst na: je tekst verschijnt zodra die goedgekeurd is.

Roberto Juarroz, Václav Havel, Stig Dagerman, K.L. Poll, Flann O’Brien, Denis Diderot

De Argentijnse dichter, essayist en literatuurwetenschapper Roberto Juarroz werd geboren in Coronel Dorrego op 5 oktober 1925. Zie ook mijn blog van 5 oktober 2009 en ook mijn blog van 5 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Roberto Juarroz op dit blog.

 

The most beautiful day

The most beautiful day
lacks something:
its dark side.
Only to a near-sighted god
could light by itself
appear beautiful.

Beside any Let there be light!,
Let there be darkness!
should also be said.

We don't arrive
at necessary night by omission only.

 


Night shuts down sometimes

Night shuts down sometimes
like blocks of stone
and leaves us without space.
My hand then can no longer touch you
to defend us from death
and I can't even touch myself
to defend us from absence.
A vein that springs up in that same stone
separates me from my own thought too.
Thus night is converted
into our first tomb.

 

 

Now I can only wear old shoes

Now I can only wear old shoes.
The road I follow
wears shoes out from the first step.

But only old shoes
don't despise my road
and only they can arrive
where my road arrives.

After that,
you have to continue barefoot.

 

Vertaald door Mary Crow

 

 1822221-ce3fa1802df60d259a54e1e6e93bad36.jpg
Roberto Juarroz (5 oktober 1925 – 31 maart 1995)

 

 

De Tsjechische schrijver en politicus Václav Havel werd op 5 oktober 1936 in Praag geboren. Zie ook mijn blog van 5 oktober 2009 en ook mijn blog van 5 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Václav Havel op dit blog.

 

The Little Owl Who Brayed

Wisdom’s little owl brayed:
“How beautiful is rot’s decay.”
A pine grove bleated low:
“Come on, easy does it now.”

A serpent hissed: “I love graveyard’s bliss.”
A flower extolled:
“Where ambitions pit your soul?”

Pines gushed: “Wise up.”
Flower hissed: “Let it stink.”

“You should never, it’s true,”
calls motherland insistent,
“in twilight’s advancing gloom
be the least resistant.”

Pines shot: “Reason rots.”
Flower shrieked: “Beauty reeks.”

Serpent hooted: “The graveyard
is paradise, so tranquil and muted.”

You should never, I cry,
in our nation’s interest
beneath twilight’s grimace
ever have to resist.
Dig in. Resist. Persist…

 

Vertaald door D. Celone, m.b.v. Liba Hladik and Paul Wilson

 

 1822221-e2c8e14ea8751f00905fd8d4ed7ecd30.jpg
Václav Havel (5 oktober 1936 – 18 december 2011)

 

 

De Zweedse schrijver en journalist Stig Dagerman werd geboren op 5 oktober 1923 in Älvkarleby. Zie ook alle tags voor Stig Dagerman op dit blog en ook mijn blog van 5 oktober 2010.

Uit: Bruiloftslied (Vertaald door David Grävling)

“Het bed is vol steentjes en knarst als een voorlezer. En je bent bang dat er iemand komt. Bang ben je ervoor en bang ben je erna. En ermiddenin ben je ook bang. Het ritselt onder het kussen, kijk. Het is de rode postwissel. En wie staat er achter de wand te grijnzen? Wie klopt er op het raam voordat de nacht voorbij is? Jawel, de ambtenaar van de kinderzorg, die grote gaten in de dauw maakt.”
(…)

Zo, als hij maar niet over de maaimachine heen rijdt.’
Ze voert ’m naar het raam en laat hem zien hoe ver de auto van de trekbomen af staat. De maaimachine is de ouwe z’n grote liefde. Rudolf kwam op een nacht thuis van Rullans sofa. Kwam stil aan over de binnenplaats, het was niet stikdonker. Toen zag hij de ouwe op het zitje zitten. Hij deed also hij de leidsels in zijn hand hield. Propro, riep hij naar de onzichtbare paarden. En ze gingen er vast vandoor, maar Rudolf moest lachen. Ging stilletjes naar binnen en maakte Irma en Hildur wakker. En Irma moest ook lachen. Maar Hildur zweeg.
Nu merkte ze dat de ouwe d’r van opzij aankijkt, uitzonderlijk verstandig voor zijn doen.
‘Jij lief, jij,’ snauwt hij. ‘Sinds wanneer is die schoonzoon zo slank?’
Ze kijkt naast ’m naar buiten. Eenoor staat op het erf in een vies schort en pakt koteletten uit de cabine. Heeft vast op ze gezeten zoals hij altijd doet, de smeerlap. Maar dat zal spoedig anders worden. In de wagen loeit een kalf. De ouwe pakt haar hand stevig vast.
‘Het is Westlunds knecht maar, die het vlees komt brengen.’
Ze zoekt naar Svea maar Svea is er niet bij. Ze ligt vast nog te luieren. Maar binnenkort heeft ze genoeg geluierd. De luilak. Harder en harder knijpt de ouwe in haar hand. Triomf, hoogmoed glanst op zijn gezicht.
‘Maar dat kalf komt uit mijn stal,’ schreeuwt hij triomfantelijk.”

 

 1822221-386a6a7fe78e0290a0cb4473f0fcbfff.jpg
Stig Dagerman (5 oktober 1923 - 5 november 1954)

 

 

De Nederlandse dichter, schrijver en journalist K. L. Poll, (volledige naam Kornelis Lubbertus Poll) werd geboren in Dordrecht op 5 oktober 1927. Zie ook alle tags voor K. L. Poll op dit blog.

 

Dag lief, dag avondlief

Dag lief, dag avondlief,
dag lief van het licht van de grachten.

Drie schikgodinnen spraken daar,
op die hoge hoek, moe en wit.
En de dansende jonge man
sliep, met de knieën tot zijn kin,
op het blauwe liefdeskleed
in de driehoek van hun vriendschap.

Dag lief, dag ochtendlief,
dag lief van het licht van de grachten.

 

 1822221-c22361bb4ae330162a888b338e1bdaaa.jpg
K.L. Poll (5 oktober 1927 - 14 november 1990)

 

 

De Ierse schrijver Flann O’Brien werd geboren op 5 oktober 1911 in Strabane, County Tyrone. Zie ook mijn blog van 5 oktober 2009 en ook mijn blog van 5 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Flann O’Brien op dit blog en alle tags voor O’Brien op dit blog.

Uit: At Swim-Two-Birds

“Well faith, he said, I never see you at it. I never see you at yourstudies at all.I work in my bedroom, I answered.Whether in or out, I always kept the door of my bedroom locked. Thismade my movements a matter of some secrecy and enabled me to spend aninclement day in bed without disturbing my uncle's assumption that Ihad gone to the College to attend to my studies. A contemplative lifehas always been suitable to my disposition. I was accustomed to stretchmyself for many hours upon my bed, thinking and smoking there. I rarelyundressed and my inexpensive suit was not the better for the use I gaveit, but I found that a brisk application with a coarse brush beforegoing out would redeem it somewhat without quite dispelling the curiousbedroom smell which clung to my person and which was frequently thesubject of humorous or other comment on the part of my friends and acquaintances.Aren't you very fond of your bedroom now, my uncle continued. Why don'tyou study in the dining‐room here where the ink is and where there is agood book‐case for your books? Boys but you make a great secret aboutyour studies.My bedroom is quiet, convenient and I have my books there. I prefer towork in my bedroom, I answered.My bedroom was small and indifferently lighted but it contained most of the things I deemed essential for existence ‐ my bed, a chair which wasrarely used, a table and a washstand. The washstand had a ledge uponwhich I had arranged a number of books. Each of them was generallyrecognized as indispensable to all who aspire to an appreciation of thenature of contemporary literature and my small collection containedworks ranging from those of Mr. Joyce to the widely‐read books of Mr.A. Huxley, the eminent English writer.”

 

 1822221-ba6f7e7b897eaf6c40dc4c4bdb9a5418.jpg
Flann O’Brien (5 oktober 1911 – 1 april 1966)
John Ryan, Anthony Cronin, Flann O'Brien, Patrick Kavanagh, AJ Leventhal op de eerste Bloomsday dag ter ere van James Joyce.

 

 

De Franse schrijver, filosoof en kunstcriticus Denis Diderot werd geboren in Langres op 5 oktober 1713. Zie ook alle tags voor Denis Diderot op dit blog en ook mijn blog van 5 oktober 2010.

Uit: Brieven aan Sophie (Vertaald door Anneke Brassinga)

“Vrijdagochtend [10 mei 1759]
Om acht uur gisterochtend vertrokken we naar Marly.1 We kwamen om half elf aan. We bestelden een uitgebreid diner en zwermden uit door de paleistuin, waar me vooral het contrast trof tussen de verfijnde aanleg van de berceaus en de bosschages en de ongetemde natuur, het rijzig fond van zwaar, welig geboomte. De paviljoens lijken, zoals ze afgezonderd en half in het lommer verscholen staan, behuizingen voor de gedienstige bosgeesten wier meester het grote huis in hun midden bewoont. Ze geven het geheel een feeërieke aanblik, die naar mijn hart was.
In een tuin moeten niet al te veel beelden staan, deze was me iets te dichtbevolkt. Men moet standbeelden zien als schepsels die de eenzaamheid liefhebben en zoeken, net als dichters, filosofen, verliefden; zulke wezens zijn niet gewoon. Een paar mooie beelden, verstolen op de meest afgelegen plekjes opgesteld, ver van elkaar, dat is me het liefst; ze roepen me, ik ga naar ze op zoek of tref ze bij toeval aan; ze houden me staande en ik voer lange gesprekken met ze; dat is genoeg; meer beelden zijn storend.
Droefgeestig gestemd dwaalde ik doelloos door de tuinen. De anderen verdwenen met stevige pas voor ons uit, wij volgden langzaam, baron Von Gleichen en ik.2 Zijn gezelschap deed me goed. We waren allebei vervuld van dezelfde, onuitgesproken, gevoelens. Het is wonderlijk hoe gevoelige naturen elkaar haast woordloos kunnen verstaan. Een terloops woord, momenten van afwezigheid, een vage, losse opmerking, een zweem van droefenis, een verhulde zinspeling, de klank van de stem, de tred, de gelaatsuitdrukking, het zwijgen, de aandachtige blik, al die dingen verraden hen aan elkaar.”

 

 1822221-252f2e82c12127dadbb5b489e62df482.jpg
Denis Diderot (5 oktober 1713 - 31 juli 1784)
Portret door Louis-Michel van Loo, 1767

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 5e oktober ook mijn blog van 5 oktober 2014 deel 2.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

In Memoriam, Henning Mankell

 

In Memoriam Henning Mankell

 

De Zweedse schrijver Henning Mankell is op 67-jarige leeftijd overleden. Zijn Duitse uitgever Hander Verlag heeft dit maandag in München bekendgemaakt. Henning Mankell werd geboren in Stockholm op 3 februari 1948. Zie ook alle tags voor Henning Mankell op dit blog.

Uit: Faceless Killers (Vertaald door Steven T. Marray)

“A bird, he thinks. A night bird calling. Suddenly he is afraid. Out of nowhere fear appears and seizes him. It sounds like somebody shouting. In despair, trying to be heard. A voice that knows it has to penetrate thick stone walls to catch the attention of the neighbours.
I’m imagining things, he thinks. There’s nobody shouting. Who would it be? He shuts the window so hard that it makes a flowerpot jump, and Hanna wakes up.
“What are you doing?” she says, and he can hear that she’s annoyed.
As he replies, he feels sure. The terror is real.
“The mare isn’t whinnying,” he says, sitting down on the edge of the bed. “And the Lövgrens’ kitchen window is wide open. And someone is shouting.”
She sits up in bed.
“What did you say?”
He doesn’t want to answer, but now he’s sure that it wasn’t a bird that he heard.
“It’s Johannes or Maria,” he says. “One of them is calling for help.”
She gets out of bed and goes over to the window.
Big and wide, she stands there in her white nightgown and looks out into the dark.
“The kitchen window isn’t open,” she whispers. “It’s smashed.”
He goes over to her, and now he’s so cold that he’s shaking.
“There’s someone shouting for help,” she says, and her voice quavers.
“What should we do?”
“Go over there,” she replies. “Hurry up!”
“But what if it’s dangerous?”
“Aren’t we going to help our best friends?”
He dresses quickly, takes the torch from the kitchen cupboard next to the corks and coffee cans. Outside, the clay is frozen under his feet. When he turns around he catches a glimpse of Hanna in the window. At the fence he stops. Everything is quiet. Now he can see that the kitchen window is broken.
Cautiously he climbs over the low fence and approaches the white house. But no voice calls to him.
I am just imagining things, he thinks. I’m an old man who can’t figure out what’s really happening anymore. Maybe I did dream about the bulls last night. The bulls that I would dream were charging towards me when I was a boy, making me realise that someday I would die. »

 

 1822120-34a5a630490444d622b2497f359e110f.jpg
Henning Mankell (3 februari 1948 – 5 oktober 2015)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Coen Peppelenbos, Cynthia Mc Leod, Oek de Jong, Matthieu Gosztola, Gabriel Loidolt, Koos Schuur

De Nederlandse dichter en schrijver Coen Peppelenbos werd geboren in Raalte op 4 oktober 1964. Zie ook alle tags voor Coen Peppelenbos op dit blog.

 

Dubbelfocus

De straatstenen die jouw voeten
droegen wilde ik kussen,
maar we reden altijd door
en ‘later’ en ‘ooit’ haalden ons in.
 
Later reed ik met de dichter,
op zoek naar zijn jeugd,
over de paden van je step,
een routeplan waarbij ik
de lijnen trok.
 
De dichter keek uit over het Wad
en zag in de mist zijn leven als roman;
de Razende Bol, de feeëntrein.
Ik stond ernaast en zag je lopen,
in korte broek naar het strand:
‘voorkantje, achterkantje,
net een wentelteefje,’
alleen de handdoek je vriend,
slechts in de Noordzee vertrouwen.
 
De dichter vond bij de kerk,
het wijwater onder zijn zolen terug,
en ik zag je, vermoeide koorknaap,
na een doorwaakte nacht
bij de pastoor en zijn zwarte vriend;
jij ontving het zaad, je vader de zegen.
 
De dichter wees op de bunkers
verstopt in het gras
wachtend op een vijand van zee
die niet kwam. Ik herkende je wel.
 
En natuurlijk krijsende meeuwen.
God wat een krijsende meeuwen.
Laat ze hun bek houden.

 

 1821618-7825d3e7e3b368b7c4b95ed301c8e498.jpg
Coen Peppelenbos (Raalte, 4 oktober 1964)

 

 

De Surinaamse schrijfster Cynthia Henri McLeod werd geboren op 4 oktober 1936 in Paramaribo als Cynthia Ferrier. Zie ook mijn blog van 4 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Cynthia McLeod op dit blog.

Uit:Hoe duur was de suiker?

“Zachte voetstappen op de gang en een bescheiden klopje op de deur. ‘Ja kom maar Maisa, ik ben al lang op’. Binnen kwam Maisa met een blad met 2 kopjes cacao in de ene hand en een emmer water in de andere. ‘Ai Maisa, is het vandaag geen prachtige dag?’ ‘Ja misi’, antwoordde Maisa glimlachend terwijl ze het blaadje op een tafel neerzette en de lampetkannen op de 2 wastafels met water vulde. Vervolgens liep ze naar de kast en haalde er een lichtgroene mousseline japon uit en vroeg ‘Misi o weri disi?’.2 Enkele ogenblikken later had Elza zich opgefrist en ze zat op het bed terwijl Maisa geknield voor haar zat en haar één voor één de kousen aantrok, nadat ze haar meesteres eerst de pantalette had aangedaan. Dun wit katoen tot aan de enkels, met kant aan de onderkant bij de pijpen, daarna een wit batisten hemd en twee onderrokken. Weer een bescheiden klopje op de deur. Op het ‘Ja’-geroep van Elza kwam een mooi bruin meisje binnen; dat was Mini-Mini, het 15-jarig slavinnetje dat Sarith moest aankleden.
Elza keek naar het bed waar nog steeds geen beweging onder 't witte laken te zien was en zei: ‘Sarith, sta nu op, je weet dat vader wil dat we op tijd klaar zijn’. ‘Ach wat, dat gezeur ook’, klonk het en met een ruk werd het laken op de vloer gegooid en Sarith liep met een boos gezicht in de richting van het kamertje waar de nachtpotten stonden. Elza en Maisa wisselden even een veelbetekende blik en de schuchtere Mini-mini bleef bij de muur staan terwijl ze het hoofd liet hangen en nederig met de voeten over de vloer schuifelde. Elza zuchtte, Sarith was weer eens uit haar humeur zoals ze de laatste tijd zo vaak was. Wat was er toch met Sarith? Vroeger vertelde die haar alles maar de laatste tijd niet meer. Nou ja, ze zou zich er maar niet druk over maken. Maisa beduidde Elza dat ze op een stoel moest gaan zitten en ontstak de kaars op de tafel. Vervolgens hield ze daarin een klein krulijzer en begon voorzichtig krullen in het haar van haar jonge meesteres te maken.”

 

 1821618-e8457ecc78cbe343e44095496c8cfeb9.jpg
Cynthia McLeod (Paramaribo, 4 oktober 1936)

 

 

De Nederlandse schrijver Oek de Jong werd geboren in Breda op 4 oktober 1952. Zie ook mijn blog van 4 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Oek de Jong op dit blog.

Uit: Flatternde Sommerkleider (Vertaald door Thomas Hauth)

„Tagelang hatte seine Mutter ihr Möglichstes getan, um sein inneres Gleichgewicht nicht zu erschüttern. Immer wieder hatte sie in kritischen Augenblicken seinen Vater, seinen jüngeren Bruder und seine jüngere Schwester mit einem verschwörerischen Blick, einem Zusammenziehen der Augenbrauen oder mit listiger Beinarbeit unter dem Tisch daran erinnert, daß man ihn zu schonen habe. Dann und wann hatte sie ihn subtil an den Termin erinnert, um ihn an dem fraglichen Tag nicht damit zu überfallen. Jeden Abend hatte sie sich zu ihm aufs Bett gesetzt und ihm so viele Schmetterlingsküßchen gegeben, wie er nur wollte. All seine Fragen hatte sie beantwortet, seine Befürchtungen ausgeräumt, soweit es ihr möglich war, und seinen Beschreibungen von Dingen gelauscht, die er wahrgenommen hatte oder meinte, wahrgenommen zu haben, bis er murmelnd einschlief.
Die Tür der Waschküche wurde unhörbar aufgedrückt, aber er, der gut und gern achtjährige Held, hörte es, als hätte er die ganze Nacht darauf gewartet. Augenblicklich wurde ihm klar, was die Schritte auf dem Kiesweg zu bedeuten hatten. Er tastete nach seiner Brille auf dem Stuhl neben dem Bett und stand auf. Die Sonne war gerade wässerig gelb über dem Schlachthaus und dem kleinen Bahnhofsgebäude mit den zugenagelten Fenstern sichtbar geworden. Über den Weiden auf der anderen Seite der Bahngleise schwebten noch dünne Nebelfetzen. Er schob das Fenster nach oben. Die Luft war kühl und roch nach dem Wasser in den Gräben.
Er sah seinen Vater in der hellbraunen Offiziersuniform, einen Koffer in jeder Hand. Neben ihm ging seine Mutter und rieb sich mit den Händen die bloßen Oberarme, da es sie in ihrem Sommerkleid fröstelte.
Er wunderte sich über die Leere, mit der der Tag begann, über die Klarheit der Geräusche: die Schritte der beiden auf den Pflastersteinen, das Säuseln des Windes in den Bäumen in der Bahnhofstraße, das Hüsteln und die gedämpfte Unterhaltung der Männer, die an der Straßenecke standen. Es erschien ihm unwirklich.“

 

 1821618-4ba12cbfa3c2fcdb86dab9794853d67a.jpg
Oek de Jong (Breda, 4 oktober 1952)

 

 

De Franse dichter en schrijver Matthieu Gosztola werd geboren op 4 oktober 1981 in Le Mans (Sarthe). Zie ook mijn blog van 4 oktober 2010 en alle tags voor Matthieu Gosztola op dit blog.

Uit: Etnachta

Tu ne me connais pas. Tu ne sais
pas qui je suis. Ma peau ne laisse

rien deviner de ce que je suis, de qui
je suis. Tu me répètes que tu me

connais, puisque tu m’aimes. Je ne
te dis pas que je t’ai menti sur mon

pays d’origine. Je te dis que ma peau
ne laisse rien deviner de mon intérieur.

Je te dis que ce qui se cache à l’intérieur
de moi est pour toi comme un ruisseau

insoupçonnable qui emporte avec lui
de l’ombre, le fourmillement de lumières et

de la terre sienne. Et qui contourne les troncs
des arbres qui se trouvent sur son passage

en épousant délicatement
quelques-unes

de leurs écorces. Tu me prends la main et me
regarde longtemps et tes yeux sont comme des

pâtes de fruits, tu me regardes comme ça,
exactement comme ça pour que je

sache que c’est ta façon à toi de me prendre
dans les bras, car on ne peut pas se laisser
aller à se mettre l’un contre l’autre, dans une

étreinte, même amicale, pas ici.

 

 1821618-346c98012cd93ce1cdb8c011d018319b.jpg
Matthieu Gosztola (Le Mans, 4 oktober 1981)

 

 

De Oostenrijkse schrijver Gabriel Loidolt werd geboren op 4 oktober 1953 in Eibiswald. Zie ook mijn blog van 4 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Gabriel Loidolt op dit blog.

Uit: Yakuza

„Um heute ohne geistigen Schaden zu überleben, muss man die Augen schließen und sich der Kunst widmen. In der Kunst sieht man mit geschlossenen Augen besser als mit geöffneten.
In meiner Gasse war es still. Verkehrsberuhigte Zone, Parken nur für Anrainer. Zudem Sonntag.
Ein lauer Wind strich durch mein graues Haar, das einmal blond geleuchtet hatte. Auf dem Gehsteig lagen die ersten Blätter. Fast über Nacht war die schweißtreibende Kraft der Sonne geschwunden, hatte sich das Laub des Kastanienbaums zwischen dem Gebäude mit der Druckerei und dem, wo ich Studio und Wohnung hatte, verfärbt. Kinder mit umgeschnalltem bunten Rucksack waren zu Mittag, als ich das TOKYO aufsuchte, umhergetollt und hatten sich eine kleine Schlacht mit den stacheligen Früchten geliefert, bis sie mich erblickten und davonlaufend riefen: – Uhhh! Da kommt ein böser Mann!
Als die schwere Haustür hinter mir einschnappte, umfing mich eine Kühle, die im Lauf der nächsten Wochen bestimmt in Kälte umschlagen würde: zerkratzte Messingbriefkästen, eine Steintreppe mit schmiedeeisernem Geländer, im Hinterhof die Mülltonnen, der Geruch von Muff aus Wohnungen, deren Parkettboden bei jeden Schritt knarrte.
Hier gab es nur Mieter, die in so großen Wohnungen lebten, dass sie diese nicht mehr allein putzen konnten. Ein altes Gesetz schützte sie vor drastischen Preiserhöhungen. Kaiserzins. Meine Wohngegend gehörte sonst zu den teuersten der Stad."

 

 1821618-4c721770bb74f963f7b8ff587ab84b1d.jpg
Gabriel Loidolt (Eibiswald, 4 oktober 1953)

 

 

De Nederlandse dichter, schrijver en vertaler Jacobus Gerardus (Koos) Schuur werd geboren in Veendam op 4 oktober1915. Zie ook alle tags voor Koos Schuur op dit blog.

 

Novemberland (Fragment)

Maar dikwijls komen grijze nevels hangen
over het land, sluiten den hemel af
en houden in hun sluiers mij gevangen.
Over de wegen gaan in tragen draf
de groote paarden en het kort geblaf
van heesche honden komt vanuit de dichte
en vochte misten dwalend op mij af.
Wie op dit land hun daaglijksch werk verrichten
donkere schaduwbeelden op den lichten
achtergrond van den mist - zijn norsch en sterk
en dragen in hun handen en gezichten
merkteekens van het weer en van hun werk.

Novembernevels; en de zuivre dagen
dragen van kil water de weeë smaak;
het bleeke zonlicht legt zich neer bij vlagen
over het akkerland, dat zwart en braak
den winter afwacht en de nieuwe taak.
Laat nu de wilde najaarsstormen woeden
met wíndlawaai en met het kort gekraak
van doode takken, laat over de moede
aarde de regen slaan met scherpe roeden:
in menig schouw stookt men het eerste vuur.
De zomeroogst, die mensch en dier zal voeden.
ligt droog en hooggestapeld in de schuur.


Dit land is van den wind en van den regen
en van de wolken en den horizon;
de strakke en lijnrechte vaarten kregen
een diepen zin: die dit land overwon
met strakke wilskracht - die den dag begon
met graven bij zonsopgang en de spade
niet rusten liet eer de bloedroode zon
hem duidde, dat het avond werd en na de
moeizame dagtaak in het huis zijn gade
reeds op hem wachtte bij de simple disch
de oeverlijnen der vaarten verraden
zijn aard, die wijd en rechtgesneden is.

 

 1821618-5423ccc826a771c96098b1b086b04d6b.jpg
Koos Schuur (4 oktober 1915 – 1 december 1995)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 4e oktober ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 11:51 Reageer op dit bericht

Roy Alton Blount Jr., Herbert Kranz, Jacky Collins, André Salmon, Juliette Adam, Eugène Pottier, Hugh McCrae

De Amerikaanse schrijver, journalist, musicus en acteur Roy Alton Blount Jr. werd geboren op 4 oktober 1941 in Indianapolis, Indiana. Zie ook alle tags voor Roy Alton Blount Jr. op dit blogen ook mijn blog van 4 oktober 2010.

Uit: Alphabet Juice

« And the scholar has a point. I'm not here to play tricks (see abracadabra), but to find traction. I am saying arbitrary, schmabitrary. Linguisticians will concede me onomatopoeia: snap, crackle, pop, and so on. But they marginalize these words by throwing up the inconstancy of pig sounds, and then they get on with their theories. Steven Pinker does allow that some people might channel their magical thinking into "sound symbolism (words such as sneer, cantankerous, and mellifluous that naturally call to mind the things they mean)."
As it happens, scrutiny of the term symbolic in that sense has led me to find a discrepancy in the greatest lexicographical work in English, the Oxford English Dictionary, but I won't dwell on that (see wh-). I will say that theorizing stands and falls on its examples. Here is Pinker: Sound symbolism, for its part, was no friend of the American woman in the throes of labor who overheard what struck her as the most beautiful word in the English language and named her newborn daughter Meconium, the medical word for fetal excrement.
This has the ring of an urban legend, a tendentious one, like Ronald Reagan's mink-coated woman stepping from a limousine to claim her welfare check. If there was a woman who gave her baby girl such a name, she had a highly idiosyncratic ear. (Of the thousand most common female names according to the 1990 census, Miriam was the only one ending in m, and it was 285th.) Salmonella, maybe, or Campho-Phenique, but Meconium? No. This mother—I will stop short of saying that linguisticians conjured her up, consciously or unconsciously, to reinforce their denial of so much evidence of the senses, but I will say that this mother is not, in this respect, a good example.“

 

 1821615-5bfe1585afa767c0944e5a5f95da78cc.jpg
Roy Alton Blount Jr. (Indianapolis, 4 oktober 1941)

 

 

De Duitse schrijver Herbert Kranz werd geboren op 4 oktober 1891 in Nordhausen. Zie ook alle tags voor Herbert Kranz op dit blog en ook mijn blog van 4 oktober 2010.  

Uit: Im Dschungel abgestürzt

„Nachts zwischen zwei und drei
Der Wächter, der mit seinen beiden riesigen Doggen Pronto und Agudo viermal des Nachts den Park abzugeben hatte, blieb stehen.
Ein Blick auf die Leuchtziffern der Armbanduhr - zwei Uhr zehn.
Dann sah er wieder in den zweiten Stock des schlossartigen Hauses, das in der Mitte des Parks lag und dem brasilianischen Kaffeekönig Castaneda gehörte. Aus dem dritten Fenster von links war für eine Sekunde ein Lichtschein gekommen. Er hatte nicht das ganze Fenster erhellt. Es war mehr so gewesen, als hätte jemand im Vorübergehen an die zugezogcnen Fenstervorhänge gestoßen, so dass sie für einen Augenblick auseinander klafften, und gerade das beunruhigte den Wächter.
Das dritte Fenster von links im zweiten Stock gehörte zu dem Zimmer Graziellas, der dreizehnjährigen Tochter Senhor Castanedas. Wenn sie vom Bett aus Licht gemacht hätte, weil sie vielleicht nicht schlafen konnte, dann hätten sich die Fenstervorhänge nicht bewegt. Also musste sie oder jemand anders in ihrem Zimmer umhergehen. War das in der Ordnung, jetzt, tief in der Nacht? Aber wenn er Lärm schlug, machte er sich vielleicht nur lächerlich. Die Hunde waren ganz ruhig, die Türen, die ins Haus führten, fest verschlossen, wie er sich noch einmal überzeugte. Er sah wieder zu dem Fenster hinauf. Alles dunkel. Es war wohl nichts. Er setzte seine Runde fort. Seine Schritte knirschten im Kies der Parkwege.
Aber die Unruhe verließ ihn nicht. Er hatte Graziclla gern und ihren Zwillingsbruder Mario auch. Millionärskinder, aber ohne falschen Stolz. Hatten alles, bekamen alles, was sie sich nur wünschten - nur die Mutter konnten sie nicht wieder bekommen. Die Mutter war tot. Drei
Jahre war das jetzt her.“

 

 1821615-ae1397ae91a75150c90422dc475a406d.jpg
Herbert Kranz (4 oktober 1991 – 30 augustus 1973)
Cover

 

 

De Britse schrijfster Jackie Collins werd geboren in Londen op 4 oktober 1937. Jackie Collins overleed op 19 september jomgstleden. Zie ook alle tags voor Jackie Collins op dit blog en ook mijn blog van 4 oktober 2010

Uit: Lovers & Players

"What's your name, dear?" the bald man with an abundance of hair sprouting from his ears inquired. "Liberty," the young waitress replied. "What's that?" he said, peering at her. "Liberty," she repeated. It's written on my name tag, asshole. Can't you see it? "What kind of name--" Oh, puleeze! You got any idea how many times I've had to go through this conversation? Gwyneth Paltrow and Chris Martin named their baby Apple. Courteney Cox and David Arquette, Coco. What's so unusual about Liberty? Ignoring him, she refilled the bald man's coffee cup and walked away. Moron! she thought. Like who does he think he is, commenting on my name? It's none of his freakin' business. When I'm a famous singer/songwriter I won't question people's names. I'll be understanding and polite. I'll get it. She hurried behind the counter, still steaming. "I'm so not down with this waitressin' crap," she complained to her cousin Cindi, who'd gotten her the job in the Madison Avenue coffee shop and like her was an aspiring singer. "Never forget it pays the bills, girl," said Cindi, a buxom twenty-three-year-old originally from Atlanta, with gleaming black skin, thick ankles, an ample ass, huge breasts, and a wide, inviting smile. "Singin' should pay the bills," Liberty said forcefully. "That's what we do." "When we score a gig, that's what we do," Cindi pointed out. "So while we're waitin' ..." "I know, I know," Liberty said, frowning. "Gotta make a living. Gotta pay the rent."

 

 1821615-2178c5ca60ac1d37211823b655cbe778.jpg
Jackie Collins (4 oktober 1937 19 september 2015)

 

 

De Franse dichter en criticus André Salmon werd geboren op 4 oktober 1881 in Parijs. Zie ook alle tags voor André Salmon op dit blogen ook mijn blog van 4 oktober 2010

 

Ronde

L’amour a pleuré sur ma main
(J’aime la rose et le jasmin)
Il a pleuré, ses pleurs me brûlent.
(J’aime la rose et le jasmin,
La jonquille et la renoncule.)
 
Il a pleuré, ses pleurs me brûlent
Que va-t-il m’ordonner demain ?
(J’aime la rose et le jasmin.)
 
Je l’avais chassé le matin,
Il m’attendait au crépuscule !
(L’amour a pleuré sur ma main,
Il a pleuré, ses pleurs me brûlent.)

 

 1821615-b881446cc7e00955a4033d0ee9b201e7.jpg
André Salmon (4 oktober 1881 – 12 maart 1969)
Portret door Marie Laurencin, 1942

 

 

De Franse schrijfster, polemiste en feministe Juliette Adam werd als Juliette Lamber geboren op 4 oktober 1836 in Verberie. Zie ook alle tags voor Juliette Adam op dit blog en ook mijn blog van 4 oktober 2010

Uit: The Schemes Of The Kaiser (Vertaald door J.O.P. Bland)

"There is one piece of advice that William's friends should give him--not to restore the sixty millions of Guelph money to the Duke of Cumberland. This ultra-modern young Emperor will very soon have greater need of the services of the reptile Press than even Bismarck himself; for every one of his latest rescripts adds new public difficulties to the number of those secret ones which the ex-Chancellor, with his infinite capacity for intrigue, will hatch for him.
Bismarck, of the biting wit, who accepts the title of Duke of Lauenburg, because, as he says, "it will enable him to travel incognito," sends forth from Friedrichsruhe winged words which sink deep into the mind of the people. This phrase, for example, which sums up the whole of William's policy: "The Emperor has selected his best general to be Chancellor and made of his Chancellor a field marshal."
And Bismarck begs his readers to insert the adjectives, good and bad, where they rightly belong.
Emperor William continues to increase the list of his excursions into every field of mental activity. Intellectually divided between the Middle Ages and the late nineteenth century, it would seem as if he were trying to forget the infirmity of his one useless arm by assuming a prominent role modelled on men of action.”

 

 1821615-00b18def9fdb5858195d528c15c3f5ed.jpg
Juliette Adam (4 oktober 1836 – 23 augustus 1936)
Wilhelm I. en Otto von Bismarck 

 

 

De Franse dichter Eugène Edine Pottier werd geboren op 4 oktober 1816 in Parijs. Zie ook alle tags voor Eugène Pottier op dit blog en ook mijn blog van 4 oktober 2010

 

LA TOILE D'ARAIGNÉE. (1875)
A mon ami le Docteur GOUPIL, membre de la Commune.
 
De sa rosace immense encombrant le ciel bleu,
Il est un monstre amorphe, intangible et farouche;
Ce cauchemar du vide affole ce qu'il touche
Et répand un venin qui met la terre en feu.
 
Ce parasite ignore et le temps et le lieu,
Rend l'univers bancal et la nature louche,
Et, liant la raison comme une faible mouche,
Il lui boit le cerveau. Ce vampire, c'est Dieu!
 
Ce néant a fourbi les griffes de nos maîtres,
De sa chiasse immonde il enfanta les prêtres,
Il barre de ses fils nos paradis déçus.
 
Homme, n'attends pas d'être englué dans ses toiles
Et, crevant ce haillon qui s'accroche aux étoiles,
Déniche l'araignée, et mets le pied dessus!

 

 1821615-670d386935ba7c45c266b8e824f1c487.jpg
Eugène Pottier (4 oktober 1816 – 6 november 1887)
 

 

Zie voor onderstaande dichter ook mijn blog van 4 oktober 2014.

De Australische dichter en schrijver Hugh Raymond McCrae werd geboren op 4 oktober 1876 in Melbourne. Zie ook alle tags voor Hugh McCrae op dit blog en ook mijn blog van 4 oktober 2010

Geschreven door Romenu om 11:49 Reageer op dit bericht

Peter Terrin, Gore Vidal, Stijn Streuvels, Alain-Fournier, Sergej Jesenin, Bernard Cooper

De Vlaamse schrijver Peter Terrin werd geboren in Tielt op 3 oktober 1968. Zie ook alle tags voor Peter Terrin op dit blog.

Uit: Blanco

“Het restaurant bevond zich midden in een rij bescheiden herenhuizen.
De gevel was onopvallend; behalve een hoge plant in een terracotta pot naast de voordeur wees niets erop dat hier een zaak werd uitgebaat.
Viktor kon zich moeilijk van de indruk ontdoen dat men de glimmende plant speciaal voor deze dag gehuurd had.
De ontvangst was onpersoonlijk en de eetkamer ademde een sfeer van verouderde plechtstatigheid. De moeder van Helena, die het restaurant had gekozen, posteerde zich als enige van het gezelschap met de handen op de rug voor de vergeelde jachttaferelen en het schamele wandtapijt.
De gerechten werden opgediend onder stolpen. Toen alle borden op tafel stonden, kwam de vrouw des huizes erbij om samen met de kelners gelijktijdig de maaltijd te onthullen, maar het spektakel was weinig indrukwekkend en het eten kon warmer. Bij een blozend nichtje aan het einde van de tafel ontbrak de gratin dauphinois; de aard van dit samenzijn indachtig vond niemand het nodig er ophef van te maken, behalve Viktor. Het nichtje kreeg tranen in de ogen van schaamte toen de vrouw des huizes haar bord wegnam.
Het duurde een paar glazen rode wijn voor er verspreid gesprekken ontstonden. Links van Viktor zat Eveline, rechts Igor. Zijn zoon had de eend nauwelijks aangeraakt, alleen het bundeltje prinsessen was verdwenen.
Viktor nam zijn hand.
De jongen keek op met een bleek en vermoeid gezicht. Hij legde zijn hoofd tegen de arm van zijn vader en vroeg stil wanneer ze naar huis gingen.
Na het dessert steeg de kakofonie van kletsende mensen tot een niveau dat bij degenen die er geen deel aan namen slaap verwekte.”

 

 1821305-b5b435fe51577a53c84dbedf03a8d051.jpg
Peter Terrin (Tielt, 3 oktober 1968)

 

 

De Amerikaanse schrijver, dramaticus en essayist Gore Vidal werd geboren op 3 oktober 1925 in West Point, New York. Zie ook mijn blog van 3 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Gore Vidal op dit blog.

Uit: Point to Point Navigation: A Memoir

“When I asked my grandparents about the newspapers, they replied in unison, “If you read it in the papers, it isn’t true.” But then populists have never had a good press in Freedom’s Land. I was also warned never to answer the questions of strangers, and, of course, I always did. To one reporter, I said that my stepfather could not possibly have been the father of my half sister as he had not known my mother long enough. Although I had no inkling of the facts of life, I had an instinct for the telling detail. Later, at school, when asked what my father did, I said, “He’s in the newspapers.” Which seemed to me a precise way of accounting for his activities as director of air commerce.
In 1936 I moved from Rock Creek Park to the house, Merrywood, across the Potomac, and money suddenly hedged us all round. At the height of the Depression there were five servants in the house, white servants, a sign of wealth unique for Washington in those years. My stepfather was an heir to Standard Oil, the nemesis of T. P. Gore and Huey Long. Although I now lived the life of a very rich prince, I was still unconscious of class differences other than the relation between black and white, which was something as fixed in our city then as the Capitol dome, and as unremarkable. But the rock that had landed between my grandfather and me in the back of the car was a sharp and unmistakable signal that there were others who were not, indeed, princes at all; that there were millions of people to whom an old-fashioned word applied—pauper.
Although something of an avatar of Mark Twain, I have never read The Prince and the Pauper, made into a film by Warner Brothers in the thirties.
Lonely children often have imaginary playmates but I was never lonely; rather, I was solitary, and wanted no company at all other than books and movies, and my own imagination. I was Puck; I was a long-dead Egyptian; I was a time traveler to Rome; I was many other selves.”

 

 1821305-04caa2e01c7351292ca54fadc2d21e96.jpg
Gore Vidal (3 oktober 1925 – 31 juli 2012)

 

 

De Vlaamse schrijver Stijn Streuvels, pseudoniem voor Frank Lateur werd geboren in Heule op 3 oktober 1871. Zie ook mijn blog van 3 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Stijn Streuvels op dit blog.

Uit:In oorlogstijd (1915-1916)

“4 oktober 1915
Op mijn reis naar Kortrijk wordt mijn aandacht getrokken te Harelbeke op de zonderlinge houding van de bevolking. De deuren van al de herbergen zijn gesloten en terwijl ik de nieuwe plakbrieven lees komen een paar mannen bij die mij in opgewonden bewoording de ‘toestand’ uiteendoen.
Het volk van Harelbeke heeft heel bijzondere hoedanigheden - oproerig van karakter, fel aan elkaar gehecht en koppig - als ze iets voorhebben zullen ze 't niet meer veranderen en de zeden zijn zo: als er 100 werklieden het werk zouden willen aanvaarden, daar zijn de andere 7000 om de lafaards de kop in te slaan. De Harelbekenaars maken ten andere theatergebaren en spreken gees nutteloze woorden - ze staan daar, een beetje uitdagend. Als de Duitse overheid hen roept op een vergadering om te gaan werken - ze verschijnen er - maar als het besluit moet uitgevoerd worden zijn ze allen verdwenen - niemand weet waar. De Harelbeekse vrouwen vooral zijn geen katten om zonder handschoenen te pakken! Als gisternacht een 20-tal van die werklieden door soldaten op hun bed verrast waren en naar Kortrijk gebracht - deden de vrouwen met al de kinderen hun uitgeleide - en ze namen geen blad voor de mond om achterwege1 haar verontwaardigd gemoed los te laten.
In 't terugkeren heb ik het getroffen dat ik 1/4 voor 3 uur B.T.1 hier terug ben om de opsluiting van de stad bij te wonen. De patroeillen zetten uit2 en overal in de volkrijke straten, in steegjes en gangjes - lijkt het een vluchten als voor de opkomende watervloed - Iedereen springt het deurgat in en op vijf minuten tijd is heel de stad als uitgestorven. Zo vreemd en angstig is 't gevoel dat men ondergaat om te midden de zonnige namiddag die straten leeg en verlaten te zien - en te denken dat in al die kleine huisjes en konkelige3 koertjes - die grote mannen met heel hun huisgezin opgesloten blijven tot morgen. –“

 

 1821305-c2a3898535578a54292e983110cd9fdb.jpg
Stijn Streuvels (3 oktober 1871 – 15 augustus 1969)
Cover

 

 

De Franse schrijver Henri Alain--Fournier werd geboren op 3 oktober 1886 in Épineuil-le-Fleuriel (Cher). Zie ook mijn blog van 3 oktober 2010 en ook alle tags voor Alain-Fournier op dit blog.

Uit: Le Grand Meaulnes

"Le lendemain matin, Meaulnes fut prêt un des premiers. Comme on le lui avait conseillé, il revêtit un simple costume noir, de mode passée, une jaquette serrée à la taille avec des manches bouffant aux épaules, un gilet croisé, un patalon élargi du bas jusqu'à cacher ses fines chaussures, et un chapeau haut de forme.
La cour était déserte encore lorsqu'il descendit. Il fit quelques pas et se trouva comme transporté dans une journée de printemps. Ce fut en effet le matin le plus doux de cet hiver-là. Il faisait du soleil comme aux premiers jorus d'avril. Le givre fondait et l'herbe mouillée brillait comme humectée de rosée. Dans les abres, plusiers petits oiseaux chantaient et de temps à autre une brise tiédie coulait sur le visage du promeneur.

 

 1821305-f9d67361607ef3d0d9935c3f860bed73.jpg
Nicolas Duvauchelle en Jean-Baptiste Maunier in de film Le Grand Meaulnes uit 2006

 

Il fit comme les invités qui se sont éveillés avant le maître de la maison. Il sortit dans la cour du
Domaine, pensant à chaque instant qu'une voix cordiale et joyeuse allait crier derrière lui:
"Déjà réveillé, Augustin?..."
Mais il se promena longtemps seul à travers le jardin et la cour. Là-bas, dans le bâtiment principal, rien ne remuait, ni aux fenêtres, ni à la tourelle. On avait ouvert déjà, cependant, les deux battants de la ronde porte de bois. Et, dans une des fenêtres du haut, un rayon de soleil donnait, comme en été, aux premières heures du matin."

 

 1821305-91a95062a5bcd4b811cb5f790a3fa3cb.jpg
Alain-Fournier (3 oktober 1886 - 22 september 1914)
De school van Alain;Fournier in Epineuil le Fleuriel
 



 
De Russische dichter Sergej Aleksandrovitsj Jesenin werd geboren op 3 oktober 1878 in het dorpje Konstantinovo, bij Rjazan. Zie ook alle tags voor Sergej Jesenin op dit blog.

 

Brief aan mijn moeder

Ben je nog in leven, oudje van me?
Wel, ik ook. Ik groet je, warm gegroet!
Dat jouw stulp mag baden in oranje,
Die onnoemelijke avondgloed!

Iemand schreef dat jij, in stilte dubbend,
Nogal danig inzit over mij,
Dat je vaak de weg op loopt, gehuld in
Ouderwetse, sleetse dorpskledij.

Vóór je doemt dan in de avondschemer
Dikwijls één en ’t zelfde schrikbeeld op:
Dat mij bij een ruzie in ’t café een
Dolkmes in het hart gestoken wordt.

Niets daarvan hoor, lieverd! Niks te vrezen!
Dat is maar een raar idee van jou.
Zou ik dan zo’n zuiplap kunnen wezen,
Dat ik zonder weerzien sterven zou?

Ik ben net zo teder als tevoren;
In mijn droom denk ik er telkens aan
Om zo gauw ik kan uit al mijn sores
Weer naar onze stulp terug te gaan.

Ik keer weer als in de voorjaarsdagen
Onze witte tuin zijn takken spreidt,
Maar je wekt me niet, hoor, wou ik vragen,
Bij zonsopgang, zoals indertijd.

Wek wat uitgedroomd is niet, laat rusten
Al wat onvervuld gebleven is –
Veel te vroeg was ik me al bewust van
Mijn verlies en mijn vermoeienis.

Leer mij niet meer bidden, want dat werkt niet!
’t Pad naar toen, naar vroeger, dat zit dicht.
Jij alleen bent mij tot troost en sterkte,
Jij alleen bent mijn onzegbaar licht.

Dus vergeet nou maar die onrust in je,
Wees niet zo bekommerd over mij.
Loop niet meer zo vaak de weg op in je
Ouderwetse, sleetse dorpskledij.


Vertaald door Kees Jiskoot

 

 1821305-b314c6587525081837f0c9f6c530f487.jpg
Sergej Jesenin (3 oktober 1878 - 28 december 1925)
Standbeeld in Konstantinovo, Ryazan Oblast, Rusland

 

 

De Amerikaanse schrijver Bernard Cooper werd geboren op 3 oktober 1951 in Hollywood, California. Zie ook alle tags voor Bernard Cooper op dit blog en ook mijn blog van 3 oktober 2010.

Uit: Guess Again (Night Sky)

“As Kay shouted instructions in the background, I angled the telescope down the mountain toward the home of her ex-husband, but no matter how carefully I focused the lens or adjusted the tripod, I couldn't make out much more than a tile roof surrounded by trees. Each time I blinked, my eyelashes splayed against the glass.
"It's the wall to the left of the front door," she yelled. "Just below his driveway. See any damage?"
What little I could see of Warren's house looked fine to me, no gaping hole or trace of rubble. When I turned around and shrugged at Kay, she shrugged, too. She stood above me on the patio, lit by the blaze of an orange afternoon, her bathrobe flapping. The fierce wind blew her hair to one side, where it whipped from her head like a wind sock. The patio was as far as she could stray from the house before her electronic ankle bracelet set off an alarm at the Bel Air Police Department. Whenever this happened, a concerned officer phoned within a minute and interrogated whoever answered in order to verify Kay's whereabouts. Even if she answered the phone herself, which was usually the case, they had a way of quizzing her to make sure the voice didn't belong to some kind of Kay impersonator.
According to Kay, the main problem with house arrest was the fact that her swimming pool, embedded in a flagstone terrace several steps below the patio, was now off-limits. She loved nothing more than drifting on an inflatable raft and dangling her hands in the tepid water, a mindless hydrotherapy that helped her forget a vindictive divorce.”

 1821305-485556119ee2de60a1479021ca75cf86.jpg
Bernard Cooper (Hollywood, 3 oktober 1951)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e oktober ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 13:24 Reageer op dit bericht

Louis Aragon, Thomas Wolfe, James Herriot, Wolf Klaussner, Johann Peter Uz, Niña Weijers

De Franse dichter, schrijver en essayist Louis Aragon werd geboren in 1897 in Parijs. Zie ook alle tags voor Louis Aragon op dit blog en ook mijn blog van 3 oktober 2010

 

L’Etrangère

Il existe près des écluses
Un bas quartier de bohémiens
Dont la belle jeunesse s’use
À démêler le tien du mien
En bande on s’y rend en voiture,
Ordinairement au mois d’août,
Ils disent la bonne aventure
Pour des piments et du vin doux

On passe la nuit claire à boire
On danse en frappant dans ses mains,
On n’a pas le temps de le croire
Il fait grand jour et c’est demain.
On revient d’une seule traite
Gais, sans un sou, vaguement gris,
Avec des fleurs plein les charrettes
Son destin dans la paume écrit.

J’ai pris la main d’une éphémère
Qui m’a suivi dans ma maison
Elle avait des yeux d’outremer
Elle en montrait la déraison.
Elle avait la marche légère
Et de longues jambes de faon,
J’aimais déjà les étrangères
Quand j’étais un petit enfant !

Celle-ci parla vite vite
De l’odeur des magnolias,
Sa robe tomba tout de suite
Quand ma hâte la délia.
En ce temps-là, j’étais crédule
Un mot m’était promission,
Et je prenais les campanules
Pour des fleurs de la passion

À chaque fois tout recommence
Toute musique me saisit,
Et la plus banale romance
M’est éternelle poésie
Nous avions joué de notre âme
Un long jour, une courte nuit,
Puis au matin : “Bonsoir madame”
L’amour s’achève avec la pluie.

 

 1821300-ef801f296d5e69f713efaf9c07025102.jpg
Louis Aragon (3 oktober 1897 – 24 december 1982)

 

 

De Engelse schrijver en dierenarts James Herriot (pseudoniem van James Alfred Wight) werd geboren op 3 oktober 1916 in Sunderland. Zie ook alle tags voor James Herriot op dit blog en ook mijn blog van 3 oktober 2010

Uit: All Things Wise and Wonderful

“Now that I had done my first solo I was beginning to appreciate the qualities of my instructor. There was no doubt F. O. Woodham was a very good teacher.
There was a war on and no time for niceties. He had to get green young men into the air on their own without delay and he had done it with me.
I used to fancy myself as a teacher, too, with the boys who came to see practice in Darrowby. I could see myself now, smiling indulgently at one of my pupils.
“You don’t see this sort of thing in country practice, David,” I said. He was one of the young people who occasionally came with me on my rounds. Fifteen years old, and like all the others he thought he wanted to be a veterinary surgeon. But at the moment he looked a little bewildered.
I really couldn’t blame him. It was his first visit and he had expected to spend a day with me in the rough and tumble of large animal practice in the Yorkshire Dales and now there was this lady with the poodle and Emmeline. The lady’s progress along the passage to the consulting room had been punctuated by a series of squeaking noises produced by her squeezing a small rubber doll. At each squeak Lucy advanced a few reluctant steps until a final pressure lured her on to the table. There she stood trembling and looking soulfully around her.”

 

 1821300-bd92138dcd3c7a06c3ac1f1fce8af313.jpg
James Herriot (3 oktober 1916 - 23 februari 1995)
Christopher Timothy (James) en Robert Hardy (Siegfried) in de tv-serie "All Creatures Great And Small" (1978 – 1990)

 

 

De Amerikaanse schrijver Thomas Wolfe werd geboren op 3 oktober 1900 in Asheville, North Carolina. Zie ook mijn blog van 3 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Thomas Wolfe op dit blog.

Uit: The Lost Boy

“And here," the boy thought, "is Grover with his paper bag. Here is old Grover, almost twelve years old. Here is the month of April, 1904. Here is the courthouse bell and three o'clock. Here is Grover on the Square that never changes. Here is Grover, caught upon this point of time."
It seemed to him that the Square, itself the accidental mason many years, the chance agglomeration of time and of disrupted strivings, was the center of the universe. It was for him, in his soul's picture, the earth's pivot, the granite core of changelessness, the eternal place where all things came and passed, and yet abode forever and would never change.
He passed the old shack on the corner-the wooden fire-trap where S. Goldberg ran his wiener stand. Then he passed the Singer place next door, with its gleaming display of new machines. He saw them and -admired them, but he felt no joy. They brought back to him the busy hum of housework and of women sewing, the intricacy of stitch and weave, the mystery of style and pattern, the memory of women bending over flashing needles, the pedaled tread, the busy whir. It was women's work: it filled him with unknown associations of dullness and of vague depression. And always, also, with a moment's twinge of horror, for his dark eye would always travel toward that needle stitching up and down so fast the eye could never follow it. And then he would remember how his mother once had told him she had driven the needle through her finger, and always, when he passed this place, he would remember it and for a moment, crane his neck and turn his head away.
He passed on then, but had to stop again next door before the music store. He always had to stop by places that had shining perfect things in them. He loved hardware stores and windows full of accurate geometric tools. He loved windows full of hammers, saws, and planing boards. He liked windows full of strong new rakes and hoes, with unworn handles, of white perfect wood, stamped hard and vivid with the maker's seal. He loved to see such things as these in the windows of hardware stores. And he would fairly gloat upon them and think that some day he would own a set himself.”

 

 1821300-12ceef4ac468d4501e2347312dabadd4.jpg
Thomas Wolfe (3 oktober 1900 - 15 september 1938)

 

 

De Duitse schrijver Wolf Klaußner werd geboren op 3 oktober 1930 in Lichtenau. Zie ook alle tags voor Wolf Klaußner op dit blogen ook mijn blog van 3 oktober 2010

Uit: Lebensläufe

„Ich weine vor Glück. Seit ich dich kenne, ist meine Liebe jeden Tag in diesen vierzehn Jahren stärker geworden, eine schier unerträgliche Seligkeit.
Ach, seufzte sie und hob ihm heiter das Becken entgegen wie ein Lerchenlied: — mein Engel, mein Alles, mein Ich.
Sie standen auf, sahen jeder den anderen mit Bedauern hinter Kleiderkulissen verschwinden, gingen hinunter, wo Tante Anna seit einem Jahr stumm in der schwarzen Küche saß, und deckten ihr den Frühstückstisch.
Komm, Tante Anna, sagte Gritli, — du siehst aus, als hättest du lang nichts Richtiges zu essen bekommen, setz dich zu uns.
Sie tranken Tee, aßen weißes Brot und Corned Beef und Marmelade auf Butter, italienischen Käse. Tante Anna fraß wie ein Wolf.
Plötzlich gurgelte es in ihrer Kehle (natürlich, jetzt speit sie, das ist sie nicht gewohnt, Dummheit von uns), aber sie spie nicht, und als Konrad genauer zuhörte: nerntes gstulln, begriff er, daß sie redete. Sie verstummte, als Gritli die Brauen hob: — Sie will wissen, wo wir das gestohlen haben.
Schmeckt's wenigstens? fragte Gritli und hörte von ihrem Ehegespan zum ersten Mal ähnliche Laute, Geheimsprache der Getretenen, koschemer Loschen, Gritli ängstigte sich schier, als dies noch eine Weile so zuging. Die Haushälterin-Nichte kam herein, blieb wie vom Donner gerührt stehen und schrie: — Dannda! Du kunst ja widder reden!
Sie wurde zu Tisch gebeten und man erfuhr: Rohrbach habe noch hundertdreiundachtzig Einwohner, davon ein Kind unter zehn und eins über zehn, Rohrbach sei tot. Es habe im Sommer eine unerhörte Trockenheit gegeben, daß schier der Rohrbach ganz versiegte, Elektrisches gebe es erst seit acht Tagen wieder, und außerdem seien Tschechen übern Ort hergefallen, wo die Amis abgezogen waren, daß es Tote gegeben habe, und was sie nicht mit der Hand hätten aufarbeiten können, hätten sie gesprengt.“

 

 1821300-980056c958456bcd50d0674f27d2b8d1.jpg
Wolf Klaußner (3 oktober 1930 – 3 april 2005)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Johann Peter Uz werd geboren op 3 oktober 1720 in Ansbach. Zie ook alle tags voor Johann Peter Uz op dit blog en ook mijn blog van 3 oktober 2010

 

Frühlingslust

Seht den holden Frühling blühn!
Soll er ungenossen fliehn?
Fühlt ihr keine Frühlingstriebe?
Freunde! weg mit Ernst und Leid!
In der frohen Blumenzeit
Herrsche Bacchus und die Liebe.
Die ihr heute scherzen könnt,
Braucht, was euch der Himmel gönnt,
Und wohl morgen schon entziehet.
Denn wer ists, der wissen mag,
Ob für ihn ein Frühlingstag
Aus Aurorens Armen fliehet?

Hier sind Rosen! Hier ist Wein!
Soll ich ohne Freude seyn,
Wo der alte Bacchus lachet?
Herrsche, Gott der Fröhlichkeit!
Herrsche, denn es kommt die Zeit,
Die uns trübe Stirnen machet.

Aber, Phyllis läßt sich sehn!
Seh ich Amorn mit ihr gehn?
Ihm wird alles weichen müssen.
Weiche, Wein! Wo Phyllis ist,
Trinkt man seltner, als man küßt:
Bacchus, weg! ich will nun küssen.

      

 1821300-9e902de41a6a20c3b8c34ee277814675.jpg
Johann Peter Uz (3 oktober 1720 – 12 mei 1796)

 

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Nederlandse schrijfster Niña Weijers werd geboren in Nijmegen in 1987. Zie ook alle tags voor Niña Weijers op dit blog.

Uit: De consequenties

“Minnie zat tegenover haar moeder in een groot lunchcafé aan het water. Het was een rumoerige plek met een voorspelbare en te dure kaart, een onuitgesproken interieur en bedienend personeel dat bestellingen invoerde op apparaten die van oogcontact een relikwie uit het verleden hadden gemaakt. Het was hun vaste ontmoetingsplek.
Die ochtend had haar moeder haar in alle vroegte opgebeld. Een zeldzame gebeurtenis, niet alleen vanwege het tijdstip maar ook omdat hun contact voornamelijk verliep per e-mail en erop was gericht zonder al te veel omwegen tot hun driemaandelijkse lunchafspraak te komen, tijdens welke ze elkaar in zo grof mogelijke pennenstreken op de hoogte brachten van de stand van zaken. Haar moeder begreep weinig van Minnies leven en Minnie al net zomin van het hare. Dat twee mensen die zo van elkaar verschilden toch bloedverwanten waren had haar al verbaasd toen ze nog maar een klein meisje was en staarde naar de waardeloze glow-inthe- dark-sterren op haar plafond, zich afvragend of je ook per ongeluk in iemands buik terecht kon komen.
‘Gelukkig,’ had haar moeder zonder omhaal gezegd toen Minnie de telefoon die ochtend opnam. ‘Je leeft nog.’
‘Natuurlijk leef ik nog,’ zei Minnie. ‘Waarom zou ik niet leven?’ Het bleef even stil.
‘Ik droomde net over je,’ zei haar moeder. ‘In mijn droom liep ik je slaapkamer binnen, het was je kinderkamer, maar jij was gewoon volwassen. Je lag naast je bed, van top tot teen gewikkeld in een laken, strak, mummieachtig. Vlug liep ik naar je toe om het laken van je gezicht te halen, maar het was al te laat, je lippen en oogleden waren blauw en je huid lag wit en strak over je botten heen. Hoewel ik dat helemaal niet wilde, raakte ik je gezicht aan met mijn vingertop. Het was hard en koud, als, weet ik het, een pak vissticks in het vriesvak. Het was zo, zo vreselijk… realistisch.’

 

 1821300-f7b81983c02b638dec59b8357fa11471.jpg
Niña Weijers (Nijmegen, 1987)

Geschreven door Romenu om 13:23 Reageer op dit bericht

Dimitri Verhulst, Göran Sonnevi, Graham Greene, Wallace Stevens, Andreas Gryphius, Nes Tergast, Waltraud Anna Mitgutsch

De Vlaamse dichter en schrijver Dimitri Verhulst werd op 2 oktober 1972 geboren in Aalst. Zie ook mijn blog van 2 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Dimitri Verhulst op dit blog.

Uit: De helaasheid der dingen

“Franky was de enige en waarschijnlijk ook welgekomen zoon van een van die gezinnen die in Reetveerdegem de laatste gronden opkochten en ze volbouwden met de villa’s die in die tijd als norm voor het geluk golden. Bakstenen dozen met een oprijlaantje dat naar de garage leidde. Al deze symmetrische huizen hadden een haag waarachter ze hun levens voor ons zo veel als mogelijk verborgen hielden en die ze ’s zomers frisseerden in hun hang naar orde. De brievenbussen stonden op een kleine wandelafstand van de voordeur, nu eens diende de postbode de pakjes te droppen in een tonnetje dat door een nudistische engel werd vastgehouden, een ander huis beschikte dan weer over een constructie die een postbode eerder voor een kunstwerk dan voor een brievenbus hield, waardoor hij de kranten gewoon aan de deur legde. Ze hadden honden waarin ze zoveel vertrouwen stelden dat ze alarmsystemen plaatsten aan hun gevel. In hun tuinen van gemillimeterd gazon pronkten ze met gemetselde barbecues, enkelingen hadden een vijvertje met goudvisssen en een fonteintje; een vijvertje dat overigens was afgespannen met draad uit angst dat hun kinderen erin zouden vallen en verzuipen. ’s Zaterdags gingen de eigenaars van al deze weelden met een tuinslang hun wagen te lijf of demonstreerden ze het geluid van hun grasmaaiers. Achteraan beschikten ze tevens over een veranda waarin je, als het goed weer was en de haag weer kort geföhnd, een vrouw de strijk zag doen terwijl ze naar de televisie keek.
Het waren ontwortelde families, ergens geboren en nergens getogen. Met Reetveerdegem hadden zij geen enkele binding, wensten zij overigens geen enkele binding; dat zij hier komen wonen waren had uitsluitend te maken met de nog beschikbare gronden die in de steden schaarsers en duurder waren geworden.
Zij hebben zich geen enkele maal aan ons voorgesteld als zijnde onze nieuwe buren, bezochten onze feesten noch onze kroegen, namen nergens aan deel. Ze bleven weg van onze kermissen, zetten hun geld veilig op de bank en dropten het niet, als wij in de spaarkas van het café tot we voldoende bij elkaar gepot hadden om de opbrengst op een veel te korte avond in één keer te verbrassen.”

 

 1821083-384167dd0f27d5578623f584562f74bf.jpg
Dimitri Verhulst (Aalst, 2 oktober 1972)

 

 

De Zweedse dichter en vertaler Göran Sonnevi werd geboren in Lund op 2 oktober 1939. Zie ook mijn blog van 2 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Göran Sonnevi op dit blog.

Uit: Mozart's Third Brain (Vertaald door Rika Lesser)

 

XVII

Every word carries
all its despair
all its joy
We carry one another

 

 

XVIII

Last night I saw
the point central to
the underground man’s neurosis:
Freedom’s point Every
action, every insight, bad or good
foolish or wise
hinges on this one point
All acts of humiliation, internal or external,
and all crimes against others
are set in motion
when this point is denied or refused
The point takes flight, flees
Like a bird
It has its own will, its bird-logic
I’ve known this for a long time
Freedom also has the potential to annihilate
because it is limitless
in each person
Nor is there anything
that cannot become a prison
But a prison
can never fly like a bird

I hear the motion of breath in the beating of wings

 

 1821083-3e234b0205625b03e34e8a6823bdb818.jpg
Göran Sonnevi (Lund, 2 oktober 1939)

 

 

De Engelse schrijver Graham Greene werd geboren op 2 oktober 1904 in Berkhamsted, Hertfordshire. Zie ook mijn blog van 2 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Graham Greene op dit blog.

Uit: The Third Man

„One never knows when the blow may fall. When I saw Rollo Martins first I made this note on him for my security police files: "In normal circumstances a cheerful fool. Drinks too much and may cause a little trouble. Whenever a woman passes raises his eyes and makes some comment, but I get the impression that really he'd rather not be bothered. Has never really grown up and perhaps that accounts for the way he worshipped Lime." I wrote there that phrase "in normal circumstances" because I met him first at Harry Lime's funeral. It was February, and the gravediggers had been forced to use electric drills to open the frozen ground in Vienna's central cemetery. It was as if even nature were doing its best to reject Lime, but we got him in at last and laid the earth back on him like bricks. He was vaulted in, and Rollo Martins walked quickly away as though his long gangly legs wanted to break into a run, and the tears of a boy ran down his thirty-five-year-old cheeks. Rollo Martins believed in friendship, and that was why what happened ater was a worse shock to him than it would have been to you or me (you because you would have put it down to an illusion and me because at once a rational explanation--however wrongly--would
have come to my mind). If only he had come to tell me then, what a lot of trouble would have been
saved.
If you are to understand this strange rather sad story you must have an impression at least of the background--the smashed dreary city of Vienna divided up in zones among the four powers; the Russian, the British, the American, the French zones, regions marked only by a notice board, and in the centre of the city, surrounded by the Ring with its heavy public buildings and ist prancing statuary, the Inner Stadt under the control of all four powers.“

 

 1821083-88eff2b2c8f07a6c64a2f308bd6f4e85.jpg
Graham Greene (2 oktober 1904 – 3 april 1991)
Joseph Cotten als de schrijver Holly Martins in de film uit 1949

 

 

De Amerikaanse dichter en essayist Wallace Stevens werd geboren op 2 oktober 1879 in Reading, Pennsylvania. Zie ook mijn blog van 2 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Wallace Stevens op dit blog.

 

The Emperor Of Ice-Cream

Call the roller of big cigars,
The muscular one, and bid him whip
In kitchen cups concupiscent curds.
Let the wenches dawdle in such dress
As they are used to wear, and let the boys
Bring flowers in last month's newspapers.
Let be be finale of seem.
The only emperor is the emperor of ice-cream.

Take from the dresser of deal.
Lacking the three glass knobs, that sheet
On which she embroidered fantails once
And spread it so as to cover her face.
If her horny feet protrude, they come
To show how cold she is, and dumb.
Let the lamp affix its beam.
The only emperor is the emperor of ice-cream.

 

Sunday Morning

1
Complacencies of the peignoir, and late
Coffee and oranges in a sunny chair,
And the green freedom of a cockatoo
Upon a rug mingle to dissipate
The holy hush of ancient sacrifice.
She dreams a little, and she feels the dark
Encroachment of that old catastrophe,
As a calm darkens among water-lights.
The pungent oranges and bright, green wings
Seem things in some procession of the dead,
Winding across wide water, without sound.
The day is like wide water, without sound,
Stilled for the passing of her dreaming feet
Over the seas, to silent Palestine,
Dominion of the blood and sepulchre.

 

 1821083-cd1c990af148899aeb4e4d9ab810c6de.jpg
Wallace Stevens (2 oktober – 1879 – 2 augustus 1955)

 

 

De Nederlandse dichter en kunstcriticus Nes Tergast (eigenlijk Albert Ernest Bruno Johannes) werd geboren in Salatiga, Java, op 2 oktober 1896. Zie ook alle tags voor Nes Tergast op dit blog.

 

Het schot

Over het naamloos duister in de kruinen
Verwaait de echo van een enkel schot.
Geblinddoekt, in den schoot der winterduinen,
Moet er weer een op het vervloekt schavot.
 
Gevallen is een dier ontelbaar velen
Wier laatste snik voor God een wilde schreeuw
Verzweeg in plotseling verstijfde kelen.
Een wit gelaat zinkt peinzend in de sneeuw......
 
En ik, die aan het raam der kleine kamer
In de gebroken stilte stiller sta,
Voel klaar hoe, koel maar steeds onherbergzamer,
Dit hart zich sluit voor mildheid en genâ.

 

 1821083-8d38a60da16225f9f6d6ac1ad7817444.jpg
Nes Tergast (2 oktober 1896 – 12 december 1974)
Salatiga, Midden-Java (Geen portret beschikbaar)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Andreas Gryphius (gelatiniseerde naam van Andreas Greif) werd geboren op 2 oktober 1616 in Glogau (Silezië). Zie ook mijn blog van 2 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Andreas Gryphius op dit blog.

 

Auff den Tag Johannis deß Täuffers

Luc. I.

Der güldne Morgenstern/ dringt durch die trübe Nacht!
Nah ist die Gnaden-Sonn! last vns den Höchsten loben/
Der vnser Freyheit nicht hat länger auffgeschoben/
Vnd vns Horn deß Heils in Davids Haus gemacht.
Was der Propheten Chor/ was Priester vorgebracht/
Wird war/ er bricht entzwey der stoltzen Feinde toben/
Itzt leuchtet seine Gunst/ vnd treue Treu von oben.
Er hat den teuren Eyd/ deß Bundes Pfand bedacht.
Ihm dient/ so lang euch scheint die helle Lebens Kertzen/
Von Furcht vnd Banden frey/ mit heilig reinem Hertzen.
Geht vor ihm her/ vnd+ bähnt der rauen Wege Pfad.
Rufft: schaut das Heil ist dar/ der Abgrund höchster Güte
Steckt seine Stralen auß. Geht von der todten Hütte.
Itzt weil das Licht erwacht/ in Gottes Frieden-Stadt.

 

 1821083-c48fd3eb7e83d677ab50173fd23a32a4.jpg
Andreas Gryphius (2 oktober 1616 - 16 juli 1664)
Johannes de Doper door Alexandre Cabanel, 1849

 

 

De Oostenrijkse schrijfster en literatuurwetenschapster Waltraud Anna Mitgutsch werd geboren in Linz op 2 oktober 1948. Zie ook alle tags voor Waltraud Anna Mitgutsch op dit blog en ook mijn blog van 2 oktober 2010

Uit: Die Züchtigung

„Die Schulden vom Haus waren abgezahlt, ihr [Maries] Vater hatte sich jeden Schilling zurückzahlen lassen, das Hungern war vorüber, aber die Armut noch nicht, und die Leute sagten bewundernd, wie Sie das schaffen, Frau Kovacs, die Familie so fein ausstaffiert von einem Arbeitergehalt. Sie schaffte es, aus dem billigsten Fleisch saftige Braten zu machen, sie selbst aß Brot, das schon alt und beim Bäcker billig zu haben war, während sie für die Schuljause fünf Deka Schinken und eine Semmel kaufte. Sie gab im Lebensmittelgeschäft vor, eine Katze zu haben, und bekam billige Abfälle. Kurze Zeit nahm sie Heimarbeit an und nähte vorgefertigte Badeanzüge zusammen, aber der Nebenverdienst war so gering, dass sie es wieder aufgab. Wie wär's mit einem Halbtagsverdienst, jetzt, wo das Kind erst am Nachmittag heimkommt, schlug mein Vater schüchtern vor. Bei den Großkopferten putzen gehen, fragte sie empört, lieber verhungere ich.“

 

 1821083-85d1572c5c853bd75a4e879e3b0d71be.jpg
Waltraud Anna Mitgutsch (Linz, 2 oktober 1948)
Cover

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 2e oktober ook mijn blog van 2 oktober 2011 deel 2.

 

Geschreven door Romenu om 20:03 Reageer op dit bericht

In Memoriam Frans Pointl

In Memoriam Frans Pointl

 

De Nederlandse schrijver Frans Pointl is gisteren in Amsterdam op 82-jarige leeftijd overleden. Dat heeft zijn uitgeverij Nijgh & Van Ditmar laten weten. Frans Pointl werd geboren in Amsterdam op 1 augustus 1933.Zie ook mijn blog van 1 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Frans Pointl op dit blog.

Uit: De Laatste kamer (Afscheid)

“Tweemaal per maand gingen mijn moeder en ik naar mijn grootvader in Zandvoort. Hij woonde daar in een pension. Mijn oom, de dokter, betaalde dat en hij kreeg ook nog een bescheiden zakcentje. Daarvoor woonde hij alleen in een duur huurhuis in de Amsterdamse Lomanstraat. Hij was achtenzeventig en had geen enkele bron van inkomsten. Mijn oom vond dat een pension aan zee een goede oplossing was.
Hij had zijn vader onderzocht en hem nog kerngezond bevonden.
Ik herinner me dat ik een jaar of zeven was. Vanuit Heemstede gingen we met de tram naar de Tempelierstraat in Haarlem. Daar stapten we over op de ‘blauwe tram’ die uit Amsterdam kwam. Het waren brede logge wagons, gebouwd in Hongarije, daarom werden ze ook wel ‘Budapesters’ genoemd. Vanbinnen waren ze heel ruim, de banken waren met een soort van fluweel bekleed en de ramen waren groot. Er waren drie of vier wagons aan elkaar gekoppeld.
De tram reed langzaam en schommelde enigszins. Er waren veel haltes zodat de ‘Budapester’ maar langzaam vorderde. Voor mij was het steeds weer een feest erin te rijden. De trein was veel sneller maar ook veel duurder.
Moeder had een groot pak van bruin pakpapier bij zich, dichtgebonden met een dun touwtje.
Eindelijk in Zandvoort aangekomen moesten we nog een stuk lopen alvorens we het pension aan de boulevard bereikten. De huizen daar hadden vergeelde, door zoute zeelucht en regen uitgebeten deuren en raamkozijnen. Ik zag grootvader al op het balkon zitten.
Moeder belde aan en de kostjuffrouw deed open. We liepen de smalle trap op, want het waren oude huizen.
‘Kan ik u even spreken?’ vroeg ze aan moeder.
Natuurlijk begreep ik weinig van hun gesprek, maar toen ik ouder was vertelde moeder het mij.
‘Uw vader doet zo vreemd,’ zei de kostjuffrouw. ‘Ik weet niet meer wat ik hem te eten moet geven.’
‘Hoezo?’ vroeg moeder.
‘Hij heeft gezegd dat hij niets meer wil eten wat een gezicht heeft, dus geen vlees meer.’ Ze aarzelde. ‘Heeft een vis ook een gezicht?’
‘Ik denk van wel,’ antwoordde moeder. ‘Hij is op zijn oude dag dus ineens vegetariër geworden.’
‘Wat moet ik hem dan voorzetten?’ vroeg ze.
‘Aardappels, groenten, kapucijners en vla, daar is hij dol op.’

 

 1821070-9abe646e4c9c21535fe56d0c466492da.jpg
Frans Pointl (1 augustus 1933 – 1 oktober 2015)

Geschreven door Romenu om 19:00 Reageer op dit bericht

Khlaid Boudou, Günter Wallraff, P. N. van Eyck, Israël Querido, Charles Cros, John Hegley, Tim O'Brien

De Nederlands – Marokkaanse schrijver Khalid Boudou werd geboren in Tamsamane, Marokko op 1 oktober 1974. Zie ook mijn blog van 1 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Khalid Boudou op dit blog.

Uit: Het schnitzelparadijs

“Godallemachtig, wat een lelijk gebouw!
Op de veranda lopen toeristen in doorzichtige ochtendjaponnen heen en weer te toeristen, met verkennende tongen aan de slanke pilaren likkend. Maak je geen illusies, het is gewoon staal – ook al ben je dan op vakantie, verzin geen bevrijding.
(Flitsende gedachten. Het zijn speklagen, melkkleurig met zwarte pigmentvlekken, open mond... Ach, laat je ogen niet bederven, boy.) Hoerenontvangers rekken zich hun mooie goede leven uit, gapend naar een zon die er wel en niet is...
Ik krijg een waas voor mijn ogen. Mijn conditie is niet meer wat ie is geweest. Ik ben maanden lam geweest, heb gewoon half in coma gelegen, o boy. Maar ik begin weer opnieuw. Met frisse moed, en heel klein, kleiner dan ik eigenlijk ben, simpeler, kijk ik toe: gezichten lezen, stappen volgen, stage lopen en luisteren, veel luisteren. Kijken over het muurtje van ‘de Pannenhoek’, hoe het met de liefde, de vrijheid, de hoop, de dromen is gesteld.

 

 1820605-8efdd729d663f103afba60ad6b3bf9da.jpg
Noah Valentyn als Nordip in de film uit 2005

 

Het is het leven in het klein, had Meerman gezegd, toen hij mij het vrijwilligerscontract liet ondertekenen.
Ik had opgebeld en kreeg, na het een-momentje-geduld-alstublieft-hij-komt-er-aan en nog-een-momentje-geduld-alstublieft-heeft-u-nog-een-ogenblikje? van een warme stem die stoute gedachten opriep, Meerman aan de lijn, die mij heel aardig te woord stond:
‘Waarmee kan ik je van dienst zijn? Wil je werken? Er is voldoende werk, kom maar, vraag maar naar Meerman. En wees erop voorbereid dat je moet spelen.’
‘Spelen?’
‘Ja, want we willen graag weten hoe jij speelt.’
Ik wist dat de keuken de allerbeste plaats zou zijn voor een stage, voor iemand die opnieuw wilde beginnen, voor een kind dat al zijn speelgoed heeft stukgeslagen in de hoop iets nieuws te krijgen. Wat heb ik misdaan dat ik, gewapend met dit schuldgevoel in mijn rugtas, opnieuw wil beginnen? Wat achtervolgt mij dat ik dit allemaal van een afstand wil bezien?
Herinneringen... o boy... herinneringen...”

 

 1820605-622c80057dc4c2ea713793986189fabf.jpg
Khalid Boudou (Tamsamane, 1 oktober 1974)

 

 

De Duitse schrijver en undercoverjournalist.Günter Wallraff werd geboren op 1 oktober 1942 in Burscheid bij Keulen. Zie ook mijn blog van 1 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Günter Wallraff op mijn blog.

Uit:Der Aufmacher

“Das bin ich nicht mehr. der mich da aus dem Spiegel anschaut. So eine Visage. auf Karriere getrimmt. wie ich sie bei Jungmanagern immer haßte.
Geschniegelt. gestutzt. von Höhensonne erfolgsgebräunt. Polierte Fresse: Der da die durch Jacketkronen gleichgerichteten Zähne herzeigt. den Krawattenkragen festwürgt. und sich mit einem massivgoldenen Siegelring (geliehen) seiner selbst vergewissern muß und viel zuviel Herrenparfüm (Aquaärava) auf den SÜD-Mark-Anzug und unter die Achse! chüttet. damit der Angstschweiß nicht ruchbar wird. möchte aus der Rolle raus, noch bevor sie anfängt.
Weit weg fahren. nach Portugal, auf die Kooperative, wo du dich nicht zu verstellen brauchst. von den Landarbeitern aufgenommen wirst. dazugehörst und dich nützlich machen kannst. selbst mit zwei linken Händen.
Jetzt habe ich Angst. eine Angst. die ich nur einmal hatte: als ich mich im faschistischen Athen ankettete.
Auch diesmal trage ich meine Haut zu Markte. Nur daß die Spuren der Verletzungen nicht so sichtbar sein werden. Damals war ich in der Unschuldsrolle des Opfers. diesmal muß ich zum Mittäter werden.
Du weißt nicht. auf was du dich da einläßt«. hatte B.gesagt. »Die zermanschen und knacken dich. daß dir Hören und Sehen vergeht. Die sind einfach perfekt. Die schlucken dich. bevor du überhaupt piep sagen kannst.
Du Dilettant. du bist kein guter Schauspieler. Das beste für dich wäre. daß sie dir früh genug die Maske runter- reißen. bevor sie dir anwächst.«

 

 1820608-ff153d7b4176732a6a04c9b94d38e549.jpg
Günter Wallraff (Burscheid, 1 oktober 1942)

 

 

De Nederlandse dichter criticus, essayist en letterkundige Pieter Nicolaas van Eyck werd geboren op 1 oktober 1887 in Breukelen. Zie ook mijn blog van 1 oktober 2010 en eveneens alle tags voor P. N. van Eyck op dit blog.

 

Sterren en bloesems…

Sterren en bloesems, en het zoele suizen
Van lentewind; en, uit de wijde nacht,
Langs kleine tuinen tussen stille huizen,
Geur van belofte voor een hart dat wacht.

Rijk hart, in 't eeuwig keren der getijden
Eenzaam wellicht, maar wonderlijk gerijpt,
Dat, lijdend al wat Leven géeft te lijden,
Nochtans zijn grootheid, in geluk, begrijpt.

 

 

Gij draagt het gladde mom der dood

Gij draagt het gladde mom der dood;
uw oog is groot van lijden;
het naaste naken van de nood
heeft uwe mond gescheiden.

Reeds is het, of het laatste woord
uw lippe gaat verpaarsen.
Gij spert uw vingeren, doorgloord
van eeuwig licht, als kaarsen.

Uw glimlach voert het bijster beeld
der eeuw'ge ontvangenisse.
Het lam des offers is gekeeld,
o gij, zijn blanke nisse.

Gans uw gedaante is als verklaard;
uw gang is eêl en zedig:
gij zijt gezuiverd, of gij waart
van zekerheên volledig.

En waar mijn eigen leên en brein
van levens-koortse dorden,
is 't, of mijn weiger medelij'n
mag eindlijk liefde worden.

 

 1820605-f549ab42a8130cca182a6290710da9e7.gif
P. N. van Eyck (1 oktober 1887 – 10 april 1954)
Portrettekening van P.N. van Eyck, 1914 

 

 

De Nederlandse schrijver Israël Querido werd geboren in Amsterdam op 1 oktober 1872. Zie ook alle tags voor Israël Queriodo op dit blog.

Uit: Geschreven portretten - Jacobus van Looy

“Onder de z.g. tachtigers lijkt van Looy de merkwaardigste en heel stellig de meest individueele en kern-zuiverste werker. Hij is, om beurten, door zeer persoonlijke taal- en woordvormingen en door wrochtende verbeeldings-rijkheid, gecompliceerd als het lichtglanzende weefsel van een monsterlijk-ineengedrongen kruisspin; hij is onverhoed-visioenair door een plotsen glans uit de diepte der woorden opschietend ; hij is even onver- wacht realistisch als een uiterst gevat volkshumorist.
Om zijn individualisme, in hoogeren zin, heeft hij bij alle soorten intellectueelen en geloofs-menschen, veel bewondering ingeoogst. En toch is er een onbegrepene eenzaamheid om hem heen gebleven. — De allergrootste fout bij de meeste van Looy-beoordeelingen, is m. dat men hem veel to uitsluitend als woordkunstenaar, en schilder van het uiterlijke, als treflijk beelder van het zichtbare, het visueele schilder-schoon voorstelt. — De massa verstaat hem niet ; de enkeling doorgrondt hem evenmin. Van Looy arbeidt ook geheel alleen om het schoone werk zelf, om het innerlijke scheppingsgeluk.
Van Looy's kunst is er, zooals een wolk, een zee-gloed, een storm, een aarde-damp er is, geheel zonder lagere menschelijke bijbedoelingen. Zijn werk lijkt mij door en door cosmisch. Er is, — o laat ik het hartstochtelijk u doen gevoelen, — geen schrijver van welken tijd ook, uit wiens arbeid — zoo geurig, zoo van levens-adem doordrenkt, — het frissche der winden, het storm-ruchtige van een zee-bries, het zoute, zilte, levenshartige van grond, lucht, aarde en bosch, sterker tot ons komt dan uit zijn werk. Hij is zoo ontzaglijk gezond en toch zoo nerven-fijn in zijn kunst.”

 

 1820605-b7154e09e4b8ffd9b2522d5263a3e043.jpg
Israël Querido (1 oktober 1872 - 5 augustus 1932)
Karikatuur door Theo van Doesburg, 1910

 

 

De Franse dichter Charles Cros werd geboren in Fabrezan op 1 oktober 1842. Zie ook mijn blog van 1 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Charles Cros op mijn blog.

 

A grand-papa

Il faut écouter, amis,
La parole des ancêtres.
- Ne soyons jamais soumis !
Mais, d'où viennent tous les êtres ?

Donc pour cela, puis-je oser,
A travers l'imaginaire,
Vous envoyer un baiser
De tout mon coeur, mon grand-père ?

Vous faisiez des vers très doux
D'après le doux Théocrite,
" L'Oaristys ! " C'est de vous
Qu'en faisant ces vers, j'hérite.

 

 

Jeune homme

Oh ! me coucher tranquillement
Pendant des heures infinies !
Et j'étais pourtant ton amant
Lors des abandons que tu nies.

Tu mens trop ! Toute femme ment.
Jouer avec les ironies,
Avec l'oubli froid, c'est charmant.
Moi, je baise tes mains bénies.

Je me tais. Je vais dans la nuit
Du cimetière calme où luit
La lune sur la terre brune.

Six balles de mon revolver
M'enverront sous le gazon vert
Oublier tes yeux et la lune.

 

 1820605-0cdedf2a3d999165c097314d291e1151.jpg
Charles Cros (1 oktober 1842 - 9 augustus 1888)
Portret door Herlañes

 

 

De Engelse dichter John Hegley werd geboren op 1 oktober 1953 in Londen. Zie ook mijn blog van 1 oktober 2010 en eveneens alle tags voor John Hegley op dit blog.

 

Beach of Promise

It’s a summer's day on the English coast
The sun says I'll be here all day
it's not an idle boast-
And two little girls who live in the town
are heading for the beach now each has got
her toast and cocoa down.
Ivy and Gladys, off they scram.
Ivy and Gladys, on the trarn.
Ivy and Gladys heading for
the side of the sea which they adore
in Ramsgate
in this silent Charleston movie age
when hats were in
and twelve and three pence halfpenny
is a decent working wage.
Ivy and Gladys in the sand.
Ivy and Gladys in the garden of England.
Ivy and Gladys by the bandstand,
Ivy and Gladys close as clams in Ramsgate.

 


Mummy

Mummy when ! cut my chin
You came and kept the bleeding in.
You clasped it like it was a purse,
Way back once you were a nurse.
You shone my brother's fencing trophy on the manteLshelf
and you ensured my sister felt of value, when unsure of it herself.
Our daddy's eamings were not large
but you ensured we always had the best,
of margarine.
You strenuously stretched the pound
You even found enough for me visit distant Fourth Division football
grounds,
like Chesterfield and Barrow.
You darned the socks you knitted too
for me you recommended blue.
While we still had the stairs to tread
You held me very tightly when you took me
nightly up to bed.
You knitted up my broken skin
This narrow mark upon my chin's
a mark of how you held it together, Mum.

 

 1820605-0ae652caaceb100fb0ad0680e4bc0328.jpg
John Hegley (Londen, 1 oktober 1953)

 

 

De Amerikaanse schrijver Tim O'Brien werd geboren op 1 oktober 1946 in Austin, Minnesota. Zie ook mijn blog van 1 oktober 2010.

Uit: The Things They Carried

“First Lieutenant Jimmy Cross carried letters from a girl named Martha, a junior at Mount Sebastian College in New Jersey. They were not love letters, but Lieutenant Cross was hoping, so he kept them folded in plastic at the bottom of his rucksack. In the late afternoon, after a day's march, he would dig his foxhole, wash his hands under a canteen, unwrap the letters, hold them with the tips of his fingers, and spend the last hour of light pretending. He would imagine romantic camping trips into the White Mountains in New Hampshire. He would sometimes taste the envelope flaps, knowing her tongue had been there. More than anything, he wanted Martha to love him as he loved her, but the letters were mostly chatty, elusive on the matter of love. She was a virgin, he was almost sure. She was an English major at Mount Sebastian, and she wrote beautifully about her professors and roommates and midterm exams, about her respect for Chaucer and her great affection for Virginia Woolf. She often quoted lines of poetry; she never mentioned the war, except to say, Jimmy, take care of yourself. The letters weighed 10 ounces. They were signed Love, Martha, but Lieutenant Cross understood that Love was only a way of signing and did not mean what he sometimes pretended it meant. At dusk, he would carefully return the letters to his rucksack. Slowly, a bit distracted, he would get up and move among his men, checking the perimeter, then at full dark he would return to his hole and watch the night and wonder if Martha was a virgin.”

 

 1820605-98448d1effab3391c761b65e2b967d76.jpg
Tim O'Brien (Austin, 1 oktober 1946)
 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 1e oktober ook mijn blog van 1 oktober 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:49 Reageer op dit bericht

Michael Bijnens

Onafhankelijk van geboortedata

De Vlaamse schrijver Michael Bijnens werd geboren in 1990 in Genk. Michael Bijnens studeerde in 2013 af aan de Brusselse theaterschool het Rits. Na zijn eerste jaar regieopleiding vertrpk hij maandenlang naar Rio de Janeiro, waar hij als tolk aan de slag ging in de favela’s van de stad. Hij schreef er een monoloog over een jonge vrouw die leeft op een clandestiene vuilstortplaats en keerde later dat jaar terug om er een film te maken over de relatie tussen het lokale evangelisme en het drugsgeweld. Later hield hij zich gedurende lange tijd op in het revolutionaire Caïro, het reactionaire Jeruzalem en tenslotte het onwezenlijke noordwesten van Mexico. Tijdens zijn laatste reis liet hij zich vijf maanden lang onderdompelen in het drugsgeweld in de Mexicaanse staten Sinaloa en Chihuahua. Aan de Mexicaanse-Amerikaanse grens schreef hij een tekst die balanceert tussen de ondraaglijke realiteit en de weinig verzachtende fantasie. Die tekst, “La Línea”, vormde de inzet van zijn afstudeervoorstelling en werd in de zomer van 2013 gepubliceerd. In 2014 maakte Bijnens samen met Aurelie Di Marino de voorstelling Valley of Saints. De tekst daarvan werd grotendeels gebaseerd op de figuur van een megalomane vastgoedmagnaat die hij ontmoette in de Vallei der Heiligen in het noorden van Libanon.

Uit: Cinderella

“Op de wisselvallige namiddag waarop ik samen met mijn moeder een bordeel ging overnemen, stond zij op haar drie chihuahua’s te vloeken. Onze aanstaande zakenpartner en financier, een klein, schriel en kaal ventje dat zichzelf Dwaze Danny liet noemen, zou ons die middag een dik uur laten zitten. De zelfverklaarde zot had misschien meer dan een half miljoen op zijn bankrekening, en al waren mijn moeder en ik voor onze aanstaande onderneming van elke afzonderlijke cent van dat geld afhankelijk, afijn patroon of geen patroon, hij zou het verdomme niet moeten avonturieren om de vijf botten te laat te komen.
Mijn moeder was zich langs geen kanten bewust van Danny’s uitblijven en bleef naar Gucci, Prada en Paco Rabanne – want zo heetten die mormels – schreeuwen alsof haar leven alleen daar nog van afhing. In haar getier school de hoop dat die eindeloos in het rond sjezende beesten zichzelf zonder weerstand zouden laten opsluiten in het rommelkot dat mijn moeder in die dagen haar huis noemde, een goedkope en walmende stal die god weet welke gek ooit had neergepoot op een vergunningsloze verkaveling in de restanten van een halfslachtig bos in een deelgemeente van Sint-Gillis-Waas.
Na dik drie kwartier was het haar pas gelukt. De boosaardige beesten zaten achter slot en grendel, al was mijn moeder vergeten dat haar pak sigaretten en haar allumeur en haar gsm en haar geld nog steeds op de salontafel lagen. Dus riep zij direct: ‘Michael, Michael, mijn gerief ligt nog binnen, houd die honden tegen.’
En terwijl zij op de tonen van haar eigen geblaf en gegrommel het vet dat zich in al die jaren rond haar kont had verzameld door de kier van de vliegendeur op de veranda probeerde te duwen, stond ik met een schup in mijn handen te wachten tot de beesten het riskeerden tussen haar benen te glippen.
Te laat.
Gucci, de oudste van de drie mormels, de moeder overste van haar eigen stamboom, de rattenkoningin die zich generatie na generatie door haar eigen nakomelingen had laten bevruchten, schoot als eerste tussen de benen van mijn moeder door, waarop zijzelf rechtsomkeer maakte en bijna struikelde over de schup in mijn handen. De vliegendeur vloog open en ook de andere beesten vochten zich nu een weg terug naar buiten.
‘Gucci, Gucci! Maak dat gij terug binnen zijt!’

 

 1820597-1f0f69c91f1013035fcd2069cc8c6674.jpg
Michael Bijnens (Genk, 1990)

Geschreven door Romenu om 18:27 Reageer op dit bericht

Willem G. van Maanen, Truman Capote, Hendrik Marsman, Eli Wiesel, Roemi, Henk Spaan

De Nederlandse schrijver Willem Gustaaf (Willem G.) van Maanen werd geboren in Kampen op 30 september 1920. Zie ook alle tags voor Willem G. van Maanen op dit blog.

Uit: De deputatie

“Duits was geen geliefde taal meer, maar het moest toch onderwezen worden en daar was dan juffrouw Stefan voor. Ze kon er niets aan doen, ze had al voor de oorlog haar doctoraal gedaan, in een tijd dat er geen ander vuiltje aan de lucht was dan een snel verschijnend en verdwijnend gerucht over jodenvervolging, kinderen die hun ouders verrieden en de aanmaak van een hels wapen. Het woog niet op tegen de schoonheid van het Duitse gedicht en de diepzinnigheid van sommige Duitse gedachten. Margot Stefan in elk geval stopte de vingers in de oren en slaagde voor het ene tentamen nog loffelijker dan voor het andere. Bij haar doctoraal werden verwachtingen geuit, en ze beloofde zichzelf daaraan te zullen voldoen. Het bleef bij een belofte.
De oorlog was de spelbreker, zei ze tegen iedereen die naar de verschijning van haar al aangekondigde proefschrift vroeg. Later vroeg niemand meer iets en hoefde ze het uitvluchtje niet langer te gebruiken; maar niemand spoorde haar ook meer aan, en ze verslapte, verzuurde, verdroogde. De schoonheid was voosheid gebleken, de diepzinnigheid troebelheid; ze had verkeerd gekozen, ze raakte in een slop. Kort na de bevrijding beet ze zich vast in het Engels, in de hoop die studie in enkele jaren te voltooien; maar ze was te oud, haar hersens namen niets meer op, en ze liet het bij de vertwijfelde poging. Duits was het in den beginne, Duits zou het blijven tot de dood erop volgde.
Haar collega's hadden met haar te doen; ze had met het huisvesten van onderduikers haar politieke gezindheid aangetoond, ze probeerden haar van haar haat tegen haar vak af te brengen. Enkelen gingen al spoedig weer hun vakantie doorbrengen in de zwarte wouden of de schemerige bierkelders, en vertelden bij terugkeer opgetogen over de veranderde geest onder de bevolking, de weerzin van de jeugd in alles wat naar laarzen en kruit rook, het verlangen bij de ouderen naar rust en vrede. Margot Stefan achtte daarmee niets bewezen, ze protesteerde sarkastisch en attaqueerde met grimmige anekdotes die haar waren verteld in haar vakantieland Frankrijk, staaltjes van domheid en wreedheid der Duitse bezetters. Ze zag ergernis en verveling bij de anderen, maar niemand zei iets, ze wilden haar sparen.
De nieuwe Franse leraar, Van Praag, volgde al na enkele weken een andere methode. Hij was jong, zonder rancunes, en had een moderne opleiding gevolgd, met psychologie als bijvak.”

 

 1820191-e0e8e3ad571eb733bf4b0235601201f9.jpg
Willem G. van Maanen (30 september 1920 - 17 augustus 2012)

 

 

De Amerikaanse schrijver Truman Capote werd geboren op 30 september 1924 als Truman Streckfus Persons in New Orleans. Zie ook mijn blog van 30 september 2010 en eveneens alle tags voor Truman Capote op dit blog.

Uit: The Walls Are Cold (The Complete Stories of Truman Capote)

“You’re right, the walls I mean, they are cold.” She looked up at him and for a moment her face was molded in such an expression he was not quite sure whether she was going to laugh or cry.
“I didn’t mean it that way. Hell, I don’t rightly know what I mean!”
“Don’t you, or are we just being euphemistic?” It drew a blank so she sat down on the side of her white bed.
“Here,” she said, “sit down and have a cigarette, what ever happened to your drink?”
He sat down beside her. “I left it out in the bar. It sure seems quiet back here after all that racket in front.”
“How long have you been in the navy?”
“Eight months.”
“Like it?”
“It isn’t much concern whether you like it or not. . . . I’ve seen a lot of places that I wouldn’t otherwise.”
“Why did you enlist then?”
“Oh, I was going to be drafted and the navy seemed more to my likin’.”
“Is it?”
“Well, I tell you, I don’t take to this kind of life, I don’t like other men bossin’ me around.
Would you?”
She didn’t answer but put a cigarette in her mouth instead. He held the match for her and she let her hand brush against his. His hand was trembling and the light was not very steady. She inhaled and said, “You want to kiss me, don’t you?”

 

 1820191-2a8165227fcc5f149570f4ead6421a91.jpg
Truman Capote (30 september 1924 – 25 augustus 1984)

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Hendrik Marsman werd geboren op 30 september 1899 in Zeist. Zie ook mijn blog van 30 september 2010 en eveneens alle tags voor Hendrik Marsman op dit blog.

 

De liefde slaapt in haar hart

"De liefde slaapt in haar hart
als de lente in de winterse grond
die in koude en duisternis wacht
als een vlinder in haar cocon.
in het dorp waar ik nu overnacht
schijnt morgen een schuimende zon
in een hemel met palmen bevlagd!

geen regen, geen schaduw, geen sneeuw,
geen dooiende schemering
die als een zwavelen zon
in de rafels hangt van het weer,
drijft mij terug naar het vuur
van haar kamer, haar rode haard.

sluimer, liefste, en slaap
uw eenzame winterslaap,
en ontwaak als de bevende zon
door de lentlijke evening gaat,
als een vlinder uit haar cocon,
als het vuur in uw donkere haard."

 

 

De hand van den dichter

Glazen grijpen en legen;
veel jagen en reizen;
vrouwen omhelzen en strelen;
strijden op felle paarden
en blinkende wateren splijten;
spelen met licht en donker;
den dag en den nacht doorrijden
onder fluweel en schaduw en
flonkrende sterrebeelden.

het staat niet in mijn hand gegrift;
en een hand is een leven, een lot;
ik lees slechts in fijn scherp schrift
- en dit geldt voor vroeger en later -
weinig liefde en wijn, veel water,
soms een racket, een zweep, maar
stellig nimmer een zwaard.

zo is mij enkel bewaard
langzaam maar vast te verwijven
in nijver monnikenwerk:
bidden en verzen schrijven
geel op geel perkament,
en mijn hand alleen te verstrengelen
met mijn eigen andere hand
en in een cel te versterven
oud op een houten bank.

 

 1820191-1391decd42c0cb3389a2bf59a24fcdac.jpg
Hendrik Marsman (30 september 1899 – 21 juni 1940) 

 

 

De Joods-Roemeens-Frans-Amerikaanse schrijver Elie Wiesel werd geboren op 30 september 1928 in Sighet (nu Sighetu Marmaţiei), Roemenië. Zie ook mijn blog van 30 september 2010 en eveneens alle tags voor Elie Wiesel op dit blog.

Uit: Nacht (Vertaald door Curt Meyer-Clason)

“lch lernte ihn gegen Ende des Jahres 1941 kennen, als ich zwölf Iahre und tief gläubig war. Tags lernte ich im Talmud und abends lief ich in die synagoge, um die Zerstörung des Tempels zu beweinen.
Eines Tages bat ich meinen Vater, mir einen Lehrer zu besorgen, der mich in der Kabbala unterweisen könne,
Dafür bist du noch zu jung. Erst mit dreiBig Jahren, sagt Maimonides, ist man befugt, sich in eine Welt zu wagen, die voller mystischer Gefahren ist. Vorläufig sollst du die Anfangsgriinde lernen, fiir die du gerade reif genug bist.«
Mein Vater war ein kultivierter und ganz unsentimentaler Mann, der selbst im engsten Kreise Gefühlsäußerungen vermied und sich mehr um Fremde als um seine eigene Familie kümmerte Die jiidische Gemeinde von Sighet achtete ihn hoch; oft wurde er für Fragen der Öffentlichkeit und sogar für Privatangelegenheiten bemüht. Wir waren vier Geschwister: die älteste hieß Hilda, dann kam Bea, ich war der dritte und einzige Sohn, gefolgt von Judith, der jüngsten.
Meine Eltern hatten ein Handelsgeschäft, bei dem ihnen Hilda und Bea halfen. Mein Platz sei im Lehrhaus,sagten sie.
In Sighet gibt es keine Kabbalisten«, wiederholte mein Vater, der mir solche Ideen auszureden suchte.
Aber vergebens. Ich fand meinen eigenen Lehrer – im Küster-Mosche.
Er hatte mich eines Tages beobachtet, als ich in der Abenddämmerung betete.“

 

 1820191-ed358917af9802817fe7d46d5d177e54.jpg
Elie Wiesel (Sighet, 30 september 1928)
Cover 

 

 

De Perzische dichter en soefistisch mysticus Jalal ad-Din Rumi (of Roemi) werd geboren op 30 september 1207 in Balkh. Zie ook mijn blog van 30 september 2010 en eveneens alle tags voor Roemi op dit blog.

 

Vragen

De hele dag kan ik aan niets anders denken,
elke nacht vraag ik mezelf af:
waar kom ik vandaan
en wat moet ik doen?

Ik zou het echt niet weten.
Mijn ziel komt van een andere wereld,
dat weet ik zeker.
Even zeker als ik voel,
Dat ik daar ook eindigen zal.

Ik werd dronken in de
een of andere kroeg,
maar als ik weer ben teruggekeerd,
zal ik helemaal nuchter zijn.
Ondertussen ben ik als een vogel
van verre oorden,
gekooid in den vreemde.
De dag breekt aan dat ik uitvlieg,
maar met wiens oren hoor ik mijn eigen stem?
Wie spreekt met mijn mond?
Wie ziet met mijn ogen?
Wat is de ziel?

Het zijn vragen die blijven komen.
Zelfs de schim van een antwoord
zou me al verlossen
uit deze kerker vol dronkaards.
Ik kwam hier niet uit vrije wil;
zomaar weggaan lukt me niet.
Degene die me hier heeft gebracht,
zal me ook thuis moeten brengen.

Deze gedichten.
Nooit weet ik wat ik ga zeggen.
Een schema of plan heb ik niet
en als ik ze niet voordraag,
kan ik heel stil worden
en nauwelijks mijn mond open doen.

 

Vertaald door W. V D Zwan

 

 1820191-e325e30c0a3bdae8ffa93c3b41f4d676.jpg
Roemi (30 september 1207 - 17 december 1273)

 

 

De Nederlandse (gelegenheids-)dichter, (sport)journalist, televisiepresentator en columnist Henk Spaan werd geboren in Heerhugowaard op 30 september 1948. Zie ook alle tags voor Henk Spaan op dit blog en ook mijn blog van 30 september 2010

 

De Wals

Een scoringsdrift met de
Onontkoombaarheid van asfalteren
Het storten van grind
Teer koken
Rupsbanden
Walsen
Het spoor van de snelweg
De verte in
Een zwarte streep
Wit gekaderd in het land
De bosrand wijkt
Heuvels krimpen ineen
Vallende verdedigingswerken
In gaten en hoeken
Doelpuntenmachines
Worden hard bemand

Naar melancholie is het lang zoeken.

 

 1820191-1c98aa11b7617a89171f84ff330e02d2.jpg
Henk Spaan (Heerhugowaard, 30 september 1948)
Klaas-Jan Huntelaar

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 30e september ook mijn blog van 30 september 2013 en ook mijn blog van 30 september 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:29 Reageer op dit bericht

In Memoriam Hellmuth Karasek

 

In Memoriam Hellmuth Karasek

De Duitse journalist, schrijver, film- en literair criticus en hoogleraar theaterwetenschapHellmuth Karasek is op 81-jarige leeftijd overleden. Hellmuth Karasek werd geboren op 4 januari 1934 in Brno, Moravië, Tsjechoslowakije. Zie ook alle tags voor Hellmuth Karasek op dit blog.

Uit: Auf der Flucht

“Weihnachten 1944 war besonders kalt, weiß war es in den  Beskiden ohnehin. Die Wohnung war warm, ich hatte zur Eisenbahn noch einen Metallbaukasten bekommen und Bausteine.
Aber leider war mir sterbenselend, ich war das üppig fette Essen,  die Weihnachtsgans, nicht gewohnt und habe mich über  dem glatten, glänzenden Parkettboden übergeben. Meine Mutter  steckte mich ins Bett und gab mir Tee.  Ein paar Tage später hieß es, die Mutter müsse mit uns Kindern  Bielitz verlassen. Vorübergehend. Die Russen hätten in  einer Offensive die deutsche Front gebrochen und seien im  Vorstoß auf das Kohle- und Industrierevier um Kattowitz.
Mein Vater müsse an der Heimatfront bleiben.
Wir packten ein paar Koffer, so viel, wie ich und meine Mutter  gerade tragen konnten, und mein Vater fuhr uns zum Bahn-hof, der von Schneestürmen umtobt war. Meine kleinen Geschwister, mein fünfjähriger Bruder Horst, meine vierjährige Schwester Ingrid und meine zweijährige Schwester Heidrun hielten wir an der Hand. Nach stundenlangem Warten auf dem  Bahnsteig, der immer wieder von Schneeverwehungen freigeschaufelt werden musste, drängten wir uns in einen überfüllten Zug, der uns, »vorübergehend«, so beschwichtigte mein Vater meine Mutter, auf ein Gut in Niederschlesien bringen sollte.
Ich erinnere mich an das erleichtert freudige Gefühl, das ich empfand, weil ich nach den Ferien nun doch nicht mehr in meine gehasste Schule mit ihrem Drill zurückkehren musste. Ich wusste noch nichts von den Wochen, in denen wir uns immer wieder in eisige Züge kämpfen und drängen, auf vereisten Straßen auf Lastwagen warten, in überfüllten Wartesälen  oder Schulen auf dem Boden schlafen, in Gestank, Geschrei, unter Verzweifelten und dumpf Verstummten, im Dreck, in Angst und Panik, die Tage in Hunger und Kälte verbringen mussten. Es war der totale Zusammenbruch. Dass es eine Befreiung war, lernte ich erst Jahre später. Nur manchmal hätte  ich gerne gewusst, wer später an Weihnachten von den Tellern gegessen hat, die wir zurückließen. Welche Bilder an den Wänden hingen. Und was aus der Märklin-Eisenbahn geworden  ist, mit der ich nur zwei Tage gespielt hatte.“

 

 1819976-aab15ee0f29609c5d37547e3d4efaacf.jpg
Hellmuth Karasek (4 januari 1934 - 29 september 2015)

Geschreven door Romenu om 09:42 Reageer op dit bericht

Pé Hawinkels, Hristo Smirnenski, Elizabeth Gaskell, Miguel de Unamuno, Miguel de Cervantes, Akram Assem, Colin Dexter

De Nederlandse dichter, schrijver, songwriter en vertaler Pé Hawinkels werd geboren op 29 september 1942 in Heerlen. Zie ook mijn blog van 29 september 2010 en eveneens alle tags voor Pé Hawinkels op dit blog.

 

Perceptie

In de winter, toen mijn gezicht reeds de vormen aannam
van een masker der Azteken, en er wormen, kort als koren,
in mijn oren, zich wiegden, heen, weer, zachtjes been en weer,
trad er uit het duister een naar voren, als nit plooien
van een zwarte gladiool. Het was to laat.
En, ogen, to jong. Kraakbeen in een zak van 't meest precieuze
perkament dat ooit verspild is aan een dicht der domheid:
een wezenslichaam, bedrieglijk bewegend in zijn gang,
zo zachtjes been en weer als de trieste allerteerste
gebaren waarmee je een borst kunt strelen. En verspreid
de stille stuipen van puistjes, tekens van een sluimerende val.
Wie toch zou er weten waaromheen de broze lippen
beslagen, en als damp zich voegend, en aanslag, weke, zo warme
zich cirkelen?
Gedachten gaan als zagen hun gang,
En - ongelukkig als een koning - wordt de rijst
to zwaar betaald, en komt je het'vertrappen
van tastbare heiligheid duur to staan: -
al ben je dan een god van over zee
je aureool bestaat uit louter lellen -
omwille van de knoken van een kind.
En de steep die barstte, ach, in spreken uit
- zij lichtten, o, zij lachten - met een stem
waarin lets kapseisde. Ernst. Beschamend bewijsstuk.
Nat zijn de straten rond mijn reis. Wat wil ik?
Tranen als olie, straf, verlangen naar straf.
Het gebeente, het geknekelte van bomen, reumatisch
en geborneerd vadert, de laatste, om die actie.
'1k geloof alles wat je zegt.' Dat overleefde ik
en plaatste met weemoed dit bewijs van wonderen,
van onverdiende bloei, die opschoot in mijn spoor,
mij, achteloos, en daarom op de plaatsen die men overslaan
zou moeten... een bijziend zwijn, en appels in de modder.

 

 1819756-892cfa7345b722318f2bc788978c8703.jpg
Pé Hawinkels (29 september 1942 – 16 augustus 1977)

 

 

De Bulgaarse dichter en schrijver Hristo Smirnenski werd geboren op 29 september 1898 in Koukoush. Zie ook mijn blog van 29 september 2010 en eveneens alle tags voor Hristo Smirnenski op dit blog.

 

Coalminer

Go down and deeper down, down!
Go down into the chilly pit,
Where shining bodies writhe and pound
Upon a wall by blackness lit -
A life of toil in darkness drowned,
Suffocating and unholy lands.
In twisting tunnels blows resound
Of picks held firm by sinewy hands,
They ring in protest and in hope
For open skies and sunny days,
Go down and deeper down, down!
into spaceless space.

Go down into the lightless womb
Of rapacious mother Earth,
Where men are doomed to constant gloom,
Deprived of their human worth
And the glimmer of your lamp
Will light this temple of toil,
Sinister rugged and damp,
Build of props, black stone and simple soil.
There monster idols twitch and frown
Upon the worshippers of dayless time.
Go down and deeper down, down!
into a climeless clime.

Here the countless years have piled
Layers upon layers of black
And stony rugs of patterns wild,
Boundless Nature's bounty stack
of power locked in smoke and flame,
Rough and cold like human pain.
Go down to this fountain of shame,
Of hope and despair, of sweat and gain.
Go down along the narrow track,
And storm the dark abysmal caves
To break the layers thick and black
and the chains of slaves.

Shove the shining mass of coal
Into the raging furnace of the fight,
And out of the leaden clouds will roll
An ever-flowing river bright,
Luminous streams and waves of fire
Rushing through the weary night,
In fury and rightful ire,
The Earth will bathe with joyous flares,
With rainbow-coloured blazing arks,
With flaming fires every where,
and myriads of sparks.

 

 1819756-f03fae04542d641c5e63961f562990e9.jpg
Hristo Smirnenski (29 september 1898 – 18 juni 1923)

 

 

De Britse schrijfster Elizabeth Gaskell werd geboren op 29 september 1810 in Londen. Zie ook mijn blog van 29 september 2010 en eveneens alle tags voor Eilzabeth Gaskel op dit blog.

Uit: Ruth

“The inhospitable houses projected their flights of steps almost into the carriage-way, forcing pedestrians again into the danger they had avoided for twenty or thirty paces. Then, at night, the only light was derived from the glaring, flaring oil-lamps, hung above the doors of the more aristocratic mansions; just allowing space for the passers-by to become visible, before they again disappeared into the darkness, where it was no uncommon thing for robbers to be in waiting for their prey.
The traditions of those bygone times, even to the smallest social particular, enable one to understand more clearly the circumstances which contributed to the formation of character. The daily life into which people are born, and into which they are absorbed before they are well aware, forms chains which only one in a hundred has moral strength enough to despise, and to break when the right time comes--when an inward necessity for independent individual action arises, which is superior to all outward conventionalities. Therefore, it is well to know what were the chains of daily domestic habit, which were the natural leading strings of our forefathers before they learnt to go alone.
The picturesqueness of those ancient streets has departed now. The Astleys, the Dunstans, the Waverhams--names of power in that district--go up duly to London in the season, and have sold their residences in the county town fifty years ago, or more. And when the county town lost its attraction for the Astleys, the Dunstans, the Waverhams, how could it be supposed that the Domvilles, the Bextons, and the Wildes would continue to go and winter there in their second-rate houses, and with their increased expenditure? So the grand old houses stood empty awhile; and then speculators ventured to purchase, and to turn the deserted mansions into many smaller dwellings, fitted for professional men, or even (bend your ear lower, lest the shade of Marmaduke, first Baron Waverham, hear) into shops!"

 

 1819756-838fc4d60ec89771bfea4f6085e31fc4.jpg
Elizabeth Gaskell (29 september 1810 – 12 november 1865)
Cover

 

 

De Spaanse dichter en filosoof Miguel de Unamuno y Jugo werd geboren op 29 september 1864 in Bilbao. Zie ook mijn blog van 29 september 2010 en eveneens alle tags voor Miguel de Unamuno y Jugo op dit blog.

Uit: Pladoyer des Müßiggangs

„Bei meinem letzten Aufenthalt in Portugal, zur heißesten Tageszeit, als sich die Trägheit meines Körpers und meiner seele bemächtigte. vertrieb ich mir die Zeit damit, aufs Bett hingestreckt langsam Lord Byron zu lesen. Von Zeit zu Zeit lieB ich das Buch sinken, um nachzudenken?, nein, urn rnir allerhand Luftschlösserzusammenzuphantasieren.
Zuweilen raffte ich mich dazu auf, an den Balkon zu treten, um einen Augenblick lang das Meer zu betrachten, das da träge am strand ausgestreckt lag. Und das Gluckern des Ozeans, vermischt mit den Echos von Lord Byron, der diesen so sehr geliebt hatte, half mir, weiterhin Dinge ohne festen Umrilz und Substanz zusammenzuphantasieren. ln meinem Geist herrschte eine poetische, das heiß aber schopferische Situation, welche die Trägheit hervorruft Denn der Dichter ist zu allererst ein Faulenzer, ein Nichtstuer, und das sage ich zum Lob des Poeten.
Will ich etwa ein Loblied auf die Faulenzerei anstimmen, ich, der ich als arbeitsamer und aktiver Mensch gelte? Ja, ich möchte - zumindest teilweise - ein Loblied aufs Nichtstun singen; ich will euch sagen, daß der Mülziggånger einer der aktivsten Menschen ist.“

 

 1819756-2815ee797d996747f9303c747ed9b6a1.jpg
Miguel de Unamuno (29 september 1864 – 31 december 1936)
Portret door Ramon Casas

 



De Spaanse dichter en schrijver Miguel de Cervantes werd geboren op 29 september 1547 in Madrid. Zie ook mijn blog van 29 september 2010 en eveneens alle tags voor Miguel de Cervantes op dit blog.

Uit: Don Quichot van La Mancha (Bewerkt door J.J.A. Goeverneur)

“Toen de avond begon te vallen en Don Quichot zoowel als zijn knol van vermoeidheid en honger uitgeput waren, keek onze held naar alle kanten rond, of hij niet ergens een trots opstekenden ridderburcht of een gastvrij slot kon ontdekken, waar hij gelegenheid vond, om zijne behoeften te bevredigen en nachtrust te houden. Tot zijne blijdschap zag hij niet ver van zijn weg eene herberg staan, waarop hij aanreed en die hij, voordat het nog ten volle donker was, bereikte. Toevallig stonden voor de deur twee ganzenmeiden, die vroolijk met elkaar praatten en wier heldere stemmen hem reeds van verre in de ooren klonken.
Daar nu echter vriend Don Quichot alles, wat hem voorkwam, met de oogen van zijn verwarden geest zag en zich zoodoende de wonderlijkste dingen inbeeldde, zoo hield hij ook de herberg hier niet maar voor een gewone kroeg, maar meende in haar een echten en wezenlijken ridderburcht met torens en grachten, met wallen en ophaalbruggen voor zich te hebben. Toen hij er nog weinig passen van verwijderd was, bracht hij zijn paard tot staan en geloofde niets anders, of daar zou nu een dwerg op den torentrans verschijnen en door schetterend hoorngeschal verkondigen, dat een ridder door de burchtpoort verlangde toegelaten te worden. Tevergeefs wachtte hij eene poos, en Rocinante, die niet weinig naar den stal, naar voeder en rust verlangde, nam eindelijk de teugels tusschen de tanden en stapte bedaard op de deur van de herberg toe, zonder dat Don Quichot in staat was, het koppig dier tegen te houden. Voor de huisdeur bleef hij staan, en Don Quichot kreeg nu de beide morsige ganzenmeiden in het oog, welke zijne dolle verbeelding echter dadelijk in edele en hoogst bevallige jonkvrouwen herschiep, die zich voor de burchtpoort een weinig in de koele avondlucht vermeidden.
Terwijl hij haar nog vol eerbied aanzag, wilde het toeval, dat de varkenshoeder met zijne kudde van een stoppelland naar huis kwam en bij het bereiken van het dorp uit zijn horen eenige luide, krachtige tonen lokte. Nu geloofde Don Quichot wat zijne verbeelding hem had voorgespiegeld ten volle bewaarheid te zien; want hij hield den zwijnenhoeder voor den ontbrekenden dwerg en sprong vroolijk van het paard, om de beide schoone adellijke jonkvrouwen, dat wil zeggen de ganzenhoedsters, met eerbiedige buiging te begroeten.”

 

 1819756-8b6b392e23673dc020b8d0057a94386d.jpg
Miguel de Cervantes (29 september 1547 – 23 april 1616)
Standbeeld van Don Quichot en Sancho Panza in Guanajuato, Mexico
 

 

 

De Afghaanse schrijver en historicus Akram Assem werd geboren op 29 september 1965 in Kabul. Zie ook alle tags voor Akram Assem op dit blog.

Uit: The ‘1492’ Conspiracy

“We had dinner after all. We walked to a nearby restaurant named ‘The Two Hassans.’ As we walked in, loud Arabic music was playing. On a small stage, a belly dancer twisted like a snake, and on a larger dancing area some customers – male and female – tried to mimic her moves. A large sign hanging above the scene read ‘Arabian Nights Party; costumed clients get free drinks.’
Now, I understand why Necromonti and Shumington were sporting Jelebahs. These two bastards – I am sorry, these two gentlemen - had already planned their dinner out after grilling me and giving me ‘the world is in danger, you have to save it’ speech, making me lose my appetite - and probably my sleep, too - for the rest of my life, let alone thinking about getting free drinks and enjoying a theme night with belly-dancers on the deck.
“You may think that coming here is… inappropriate, isn’t it?” Shumington said. “And you’re probably right, somehow. But you’ve got to understand that we need to release the pressure that becomes rapidly overwhelming if we let it simmer. Too much pressure translates into over-stress, which is not good because it freezes your mind and handicaps your judgment.” He pointed this\out while knocking on his forehead.” 

 

1819756-91aff88aa6e86210e51ffe7381d9b873.jpg
Akram Assem (Kabul, 29 september 1965)
 

 

De Britse schrijver Colin Dexter werd geboren op 29 september 1935 in Stamford, Lincolnshire. Zie ook alle tags voor Colin Dexter op dit blog.

Uit: The Jewel That Was Ours

“As the coach drew into St. Giles’, the sky was an open blue, and the sunlight gleamed on the cinnamon-coloured stone along the broad tree-lined avenue. “Here we are, in St. Giles.’ ” (Ashenden slipped into over-drive now.) “You can see the plane trees on either side of us, ablaze with the beautifully golden tints of autumn—and, on the left here, St. John’s College—and Balliol just beyond. And here in front of us, the famous Martyrs’ Memorial, modelled on the Eleanor Crosses of Edward the First, and designed by Gilbert Scott to honour the great Protestant martyrs—Cranmer and Latimer and, er …” “Nicholas Ridley,” supplied Mrs. Roscoe, as the coach turned right at the traffic lights and almost immediately pulled in on the left of Beaumont Street beneath the tall neo-Gothic façade of The Randolph Hotel. “At last!” cried Laura Stratton, with what might have been”

 

 1819756-a31096f17c312fab5169ca2b102a7d8a.jpg
Colin Dexter (Stamford, 29 september 1935)
John Thaw als Inspector Morse (1987 – 2000)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 29e september ook mijn blog van 29 september 2013 deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:44 Reageer op dit bericht

Herinnering aan Hella Haasse

 

Herinnering aan Hella Haasse

De Nederlandse dichteres en schrijfster Hella Haasse is vandaag precies vier jaar geleden overleden. Hélène Serafia Haasse werd op 2 februari 1918 geboren te Batavia, in het toenmalige Nederlands-Indië. Zie ook alle tags voor Hellas Haasse op dit blog .

Uit: Zelfportret als legkaart

“Alles komt aan op de moed waarmee men aanhaakt in het raderwerk van de dag. Wacht men tot men willoos meegesleurd wordt, dan is het te laat, dan zijn alle kansen op waardig, dat wil zeggen bewust handelend bij de zaak betrokken zijn, voorgoed verkeken.
Volgt de dagelijks herhaalde wedloop met de wijzers van de klok, die onverbiddelijk aantonen hoe snel het aantal minuten tussen acht en negen uur slinkt. De kinderen, onbewust van tijd, springen in hun hemdjes door het huis, zij herontdekken een spel waar zij de vorige avond in zijn blijven steken. Het gaat er nu om hen zover te krijgen dat zij zich laten wassen en aanldeden, of dat zelf doen, terwijl het ontbijt klaargemaakt en de tafel gedekt wordt. Veters zitten in de knoop, de kam is weg, er bestaat een plotselinge onoverwinlijke afkeer van een klaargelegd kledingstuk, de kousen zijn binnenst-buiten aangetrokken. Intussen rinkelt keer op keer de bel: de post, de vuilnisman, de melkboer. Op de afkoelende pap vormt zich langzaam maar zeker een glazig vlies. Daar staat het buurtje al op de stoep dat met de kinderen samen naar school gaat. De borden komen leeg, nu begint de uittocht. Jassen aan, zakdoeken mee, melkgeld, een bloem uit de tuin voor de juffrouw. Als scheepjes die te water gelaten worden, verdwijnen zij, in een vaart, zonder omkijken uit huis.
Na de enkele maten rust van het echtelijke ontbijt - het snel en verstrooid tot zich nemen van brood en thee, terwijl de post wordt doorgelezen, een handvol miscellania, aanmaningskaarten vaa bibliotheken, catalogi van boekhandels, fraai uitgevoerde prijscouranten van warenhuizen en wijnhandels, verzoeken om bijdragen voor huldigingscomité's (de laatste als vermakelijk pendant van de regelmatig verschijnende bewijzen van giro-afschrijvingen ten bate van het huishouden) - kan ik het slagveld overzien. Zover het oog reikt, de wanorde na het opstaan in beperkte woonruimte. Ordenen dus, wat onherroepelijk binnen een etmaal weer chaos zal zijn.”

 

 1819754-8fd38a76918d904b06a7ae2f0e9f657b.jpg
Hella Haasse (2 februari 1918 – 29 september 2011)

Geschreven door Romenu om 18:30 Reageer op dit bericht

Philip Huff, Ellis Peters, Ben Greenman, Thijs Zonneveld, Albert Vigoleis Thelen, Robert Thomas

De Nederlandse schrijver Philip Huff werd geboren op 28 september 1984 in Zwolle. Zie ook alle tags voor Philip Huff op dit blog.

Uit: Boek van de doden

“Hannah zegt dat het de mooiste hotelkamer is die ze ooit heeft gezien. Ze trekt de deuren van de kledingkast open. Er hangen twee badjassen van het hotel. Nu staat ze voor het raam en kijkt naar buiten. ‘Moet je kijken,’ zegt ze. Ze heeft haar kleren nog aan, maar ze zijn al uit. Morgen wordt geen mooie dag. Ik ben de slechtste ex-minnaar van de stad.
Ik open de deur naar de badkamer. In mijn broekzak zoek ik naar het boterhamzakje van Seth. Het badkamermeubel is koud. Het valt me nu pas op hoe nat mijn handen zijn. De boord van mijn shirt is ook nat. Hannah vraagt of ik wil douchen. Ze kijkt om van bij het raam. Ik schud mijn hoofd. ‘Ik moet even naar de wc,’ zeg ik, en ik duw de deur dicht.
Ze heeft mooie voeten. Een fijne lach. Ik kijk naar de dichte deur en dan weer naar mezelf in de spiegel en leun voorover. De waterglazen onder de spiegel blinken. Er liggen schone handdoeken op het rek. Negentien jaar oud is volwassen. Negentien jaar is goed. Achter de deur gaat muziek aan.
Het gele straatlicht valt door de opening tussen de gordijnen de hotelkamer in. Hannah zit naakt in de grote stoel, ze bijt op haar onderlip. Ze zet haar hielen op de rand van het zitvlak.
‘Ik wil dat je met jezelf speelt…’ zeg ik.
Ze brengt haar hand naar beneden. Naast haar schaambeen zit een tatoeage. Vita, staat er.
‘Eh, eh,’ zeg ik. ‘Eerst die oorbellen uit.’
Haar handen gaan weer omhoog. Haar kleine tepels zijn hard. Ze doet voorzichtig haar oorbellen uit, legt ze naast zich neer op een tafeltje. De stoel is groot; Hannah zakt er bijna in weg. Ze is een meisje en de rugleuning komt tot ver boven haar hoofd. Op de achtergrond speelt ‘Get Lucky’ op haar iPod: ‘We’re up all night ’til the sun, we’re up all night to get some.’

 

 1819361-b2e2c9885090b00f7fca68c22ce1dc9d.jpg
Philip Huff (Zwolle, 28 september 1984)

 

 

De Engelse schrijfster Ellis Peters werd op 28 september 1913 als Edith Pargeter geboren in Horsehay. Zie ook ook mijn blog van 28 september 2010 en eveneens alle tags voor Ellis Peters op dit blog.

Uit: Brother Cadfael's Penance

“The Earl of Leicester's courier came riding over the bridge that spanned the Severn, and into the town of Shrewsbury, somewhat past noon on a day at the beginning of November, with three months' news in his saddle-roll.
Much of it would already be known, at least in general outline, but Robert Beaumont's despatch service from London was better provided than anything the sheriff of Shropshire could command, and in a single meeting with that young officer the earl had marked him as one of the relatively sane in this mad world of civil war that had crippled England for so many years, and run both factions, king and empress alike, into exhaustion, without, unfortunately, bringing either sharply up against reality. Such able young men as Hugh Beringar, Earl Robert considered, were well worth supplying with information, against the day when reason would finally break through and put an end to such wasteful warfare. And in this year of the Lord, 1145, now drawing towards its close, chaotic events had seemed to be offering promise, however faint as yet, that even the two cousins battling wearily for the throne must despair of force and look round for another way of settling disputes.
The boy who carried the earl's despatches had made this journey once before, and knew his way across the bridge and up the curve of the Wyle, and round from the High Cross to the castle gates. The earl's badge opened the way before him without hindrance. Hugh came out from the armoury in the inner ward, dusting his hands, his dark hair tangled by the funnelled wind through the archway, to draw the messenger within, and hear his news.
'There's a small breeze rising,' said the boy, unloading the contents of his satchel upon the table in the anteroom of the gatehouse, 'that has my lord snuffing the air. But warily, it's the first time he's detected any such stirring, and it could as easily blow itself out.“

 

 1819361-76e34e2a398f50d1f7bbe5dc0f8716ba.jpg
Ellis Peters (28 september 1913 – 14 oktober 1995)
Michael Culver (Prior Robert), Derek Jacobi (Cadfael), Julian Firth (Brother Jerome) in de tv-serie

 

 

De Amerikaanse schrijver en uitgever Ben Greenman werd geboren op 28 september 1969 in Chicago. Zie ook mijn blog van 28 september 2010 en eveneens alle tags voor Ben Greenman op dit blog.

Uit:Superworse (Marlon Brando’sdreaming)

« But my dizzy spell has distracted the course of my tale. After dashing the blue bottle to pieces, I thought that I was done with the saga of the mysterious vessel. I could not have been more wrong. When I broke it, I noticed a slight smell of sulfur, but did not think anything of it. But when I was eating the wienerschnitzel, which followed the lasagna, I was overpowered by another smell, that of roses. I thought for certain that the scent was somehow connected to the gardener, but neither he nor Taluwa were anywhere to be found. And when I undertook to locate the source of the perfume, I traced it to the spatter of blue glass. I stood over the remnants of the bottle, and then it came to me: the contents of the bottle, first sulfurous and then with the aroma of roses, were the contents of my soul, which had been regrettably demonic when I was a young ruffian but had blossomed into floral enlightenment late in life. Before my eyes, as if responding to my spark of inner vision, the pieces began to reassemble themselves into a whole bottle, and not just any bottle but the very same bottle that I had received in the mail, the very same bottle that the Jewish gardener had spirited upstairs. I quaked with fear. My knees clapped against one another. I almost dropped the fudgsicle that I clutched with my right hand.”

 

 1819361-829e6a909c351f5f0955156ffd2cf193.jpg
Ben Greenman (Chicago, 28 september 1969)
Cover 

 

 

De Nederlandse schrijver, journalist en columnist Thijs Zonneveld werd geboren op 28 september 1980 in Sassenheim. Zie ook mijn blog van 28 september 2010 en eveneens alle tags voor Thijs Zonneveld op dit blog.

Uit: Wilco Kelderman bestaat niet: en andere wielerverhalen

“In Nederland doen we niet aan poespas. Geen onnodige franje.
Geen overbodige luxe. Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg. Een kaakje bij de thee, en dat is het. Want wij zijn een nuchter volkje.
Gelul natuurlijk.
Ik weet niet wie ooit verzonnen heeft dat we nuchter zijn, maar er klopt geen barst van. We twitteren en facebooken onszelf van de ene hype naar de andere, we slaan elkaar de hersens in om uit te vechten of Zwarte Piet wel of niet zwart mag zijn en er worden Kamervragen gesteld over het verdwijnen van Lingo. En zodra er ergens gesport wordt, slaan we helemaal door. Of het nu de Olympische Spelen, het WK voetbal, een Touretappe op Alpe d’Huez of het NK achteruitschaatsen-op-één-been in Thialf is: we maken er carnaval van. We hossen door de sportkalender heen met een bos wortels op ons hoofd en een biertje te veel achter onze huig. En overal eisen we van onze sporters dat ze winnen. Doen ze dat niet, dan zijn het slapjanussen en mietjes.
Ik heb nog nooit een Nederlander de Tour de France zien winnen; ik was min twee maanden oud toen Joop won. Maar ik heb wel talloze Nederlandse renners meegemaakt die de Tour hadden moeten winnen, althans, volgens het Nederlandse publiek. Want zodra er een renner is die kan tijdrijden én klimmen, eisen we dat hij binnen een paar jaar op het podium in Parijs staat. Niks nuchter. Carnaval willen we. Bier met een schuimkraag van opgeklopte Neerlands hoop.”

 

 1819361-10ec75e1d7ac295ab5cd05fb1e7657bc.jpg
Thijs Zonneveld (Sassenheim, 28 september 1980)

 

 

De Duitse schrijver en criticus Albert Vigoleis Thelen werd geboren in Süchteln op 28 september 1903. Zie ook mijn blog van 28 september 2010 en eveneens alle tags voorAlbert Vigoleis Thelen op dit blog.

Uit:Die Insel des zweiten Gesichts

„Die Welt, auch wolle sie es nicht eingestehen, verdanke den Deutschen viel. Die Mienen hellten sich auf. Nun konnte ich aus dem blöden Fisch kein Eisbein mit Sauerkraut machen, auch keinen Rollmops, darum schlug ich statt dieser Verwandlung den heroischen Weg ein, der bei Deutschen immer ans Ziel führt. Den alten Germanen, so fuhr ich fort, sei der Fisch heilig gewesen, und die Brukterer am Rhein hätten sogar einen Salm als Wassergottheit verehrt. Zustimmung. Im Weltkriege nun hätten die deutschen U-Boote unter den unvergesslichen Korvettenkapitänen die Weltmeere beherrscht, hätten nicht nur die feindlichen Flotten versenkt oder zu Paaren getrieben, sondern auch die Schwärme der Haifische hätten vor ihnen Reißaus genommen. Kein Gewässer, das vor der deutschen Flagge sicher gewesen. - "Nur im Mittelmeer herrschte der goldene, sonnen-überspiegelte Wasserfrieden. Das witterten die Haie, und durch die Meerenge von Gibraltar zogen sie ins Mare Nostrum ein. So verzeichnet die zoologische Wissenschaft seit den Jahren 1914 bis 1918 als neuen Standort für den Menschenhai das Mittelländische Meer. Meine Damen und Herren, was Sie hier vor sich auf Ihren Tellern haben, ist Hai in einem Alter, wo er den Menschen, denen er seinen Namen verdankt, noch ungefährlich ist. Eine Delikatesse erster Ordnung, in Paris chez Nogarette kostet eine solche Schlemmerei ein Vermögen. Ein Glück übrigens, daß Sie nicht einen Monat später gekommen sind, jetzt ist nämlich Fangzeit, die Insel Ibiza lebt fast ganz vom kleinen Menschenhai. Achten Sie übrigens auf den eigentümlichen Wildgeschmack, und mit einem Tropfen Weißen aus Felanitx geben Sie dem Gericht eine Würze, die selbst den Franzosen unbekannt ist. Soll ich Felanitx bestellen?"
Im Nu waren die Teller leer. Kein Hai hätte so aasen können mit der Kost, wie es die auf den Geschmack gekommenen Sauerkräutler taten. Man rief nach mehr Hai, nach Felanitx und nach Postkarten, und schrieb: "Liebe Tante Trude, wir sitzen hier in einem ganz fabelhaften spanischen Lokal, in Sóller, und Du ahnst ja nicht, was wir soeben gegessen haben: Krollhai mit ganz penetrantem Wildgeschmack. Dabei haben wir an Dich denken müssen und hoffen wir, daß es Dir auch weiterhin gut geht. Unser Führer hat das alles sehr plastisch erklärt und nachher gehen wir noch schwimmen in der Bucht von Sóller, wo bestimmt keine Haifische hinkämen, obwohl dem Führer sein Freund einen Onkel hatte, der von einem solchen Ungeheuer aufgefressen worden ist."

 

 1819361-56d8c65b4359ca48a50e5461b4bd6fa8.jpg
Albert Vigoleis Thelen (28 september 1903 - 9 april 1989)
Hier met Hendrik Marsman (links)

 

 

De Franse schrijver, regisseur en acteur Robert Thomas werd geboren op 28 september 1927 in Gap. Zie ook alle tags voor Robert Thomas op dit blog.

Uit:Piège pour un homme seul

« Daniel: Je vous demande pardon. Asseyez-vous...
Le Commissaire : Je n'ai pas le temps. Je viens de Saint-Jean et, en rentrant sur Chamonix, j'ai cru bon de vous faire une visite de politesse... pour voir comment vous vous portiez. Seulement votre accueil n'est pas particulièrement aimable ! Alors, si je vous dérange...
Daniel : Monsieur le Commissaire, je vous présente mes excuses.
Le Commissaire : Je les accepte. Vous n'êtes pas de bonne humeur, mon vieux, et je le comprends. Mais ne vous torturez pas l'esprit ! Votre femme reviendra. Une fugue, ce n'est qu'une fugue... Il doit y avoir en France, par an, au moins dix mille maris quittés par leurs femmes... et tout s'arrange dans 99 % des cas.
Daniel: Qu'avez-vous fait, vraiment fait, pour la retrouver ?
Le Commissaire : Ah ! mon vieux, la police n'est pas chargée de ramener par l'oreille les épouses infidèles !
Daniel: Ma femme ne m'est pas infidèle ! Elle est partie après une dispute et elle est partie seule !
Le Commissaire : Sait-on jamais ! J'ai transmis à la préfecture votre déclaration : « Vous êtes sans nouvelles de votre femme, en fuite depuis dix jours et vous ne répondez pas des dettes qu'elle pourrait contracter en votre nom, étant mariés sous le régime de la communauté. » ( Daniel boit ) Et évitez l'alcool !
Daniel : Oh !... Voulez-vous prendre un verre ?
Le Commissaire : Non, merci ! Est-ce que vous buvez toujours comme ça ?
Daniel: Oh ! un peu !“

 

 1819361-bc8cecb1036d9c156668058f560b0b8d.jpg
Robert Thomas (28 september 1927 - 3 januari 1989)
Scene uit een opvoering in Lausanne in 2012

 

 

Zie voor bog meer schrijvers van de 28e september ook mijn blog van 28 september 2014 deel 1 en eveneens deel 2.


Geschreven door Romenu om 18:48 Reageer op dit bericht

In Memoriam Frank Martinus Arion

In Memoriam Frank Martinus Arion

De Curaçaose dichter en schrijver Frank Martinus Arion, pseudoniem van Frank Efraim Martinus, is zondagavond op 78-jarige leeftijd overleden. Frank Martinus Arion werd geboren op 17 december 1936 op Curaçao. Zie ook alle tags voor Frank Martinus Arion op dit blog.

Uit: Nobele wilden

“Jij bent van buiten Europa, maar je bent ook jong. We gaan terug naar de natuur ja, waar sympathie en goede nabuurschap, zoals jij dat zo mooi noemt, mogelijk zijn. Rousseau was trouwens niet tegen de stad op zich. Hij wilde niet terug naar de natuur omwille van de planten en bomen en beekjes, te veel mensen denken dat, maar om de andere kwaliteiten van het menselijk leven, die in die omgeving beter mogelijk schijnen te zijn. Het is niet zo, zegt hij ergens, dat de mensen vroeger beter waren, ze waren wel warmer en liever voor elkaar. Dat is het wat wij in de zg. primitieve volkeren altijd bewonderd hebben, de warmte. Om het algemener te zeggen, in de gemeenschappen en perioden waarin de mens boven de materie stond, haar beheerste, al klinkt dat vreemd in onze technocratische eeuw, en deze geen doel was tot meerder bezit. Zo'n periode kent iedereen in zijn jeugd. Wat curieus als die alliantie er ooit komt, tussen de vroegere Nobele Wilden en onze moderne jeugd. Maar terecht. De jeugd is wild en de jeugd is nobel. Wat de meest opvallende karakteristieken zijn van de revolutionair.
(…)

Hij sterft eigenlijk nooit, de banaan. Hij is eeuwig. Elke stam groeit tot zo'n twee of drie meters, bij bepaalde soorten zelfs hoger, geeft een tros bananen en sterft dan af. Of je kapt die stam om. Maar onderaan staat, zelfs vóór de tros er is, altijd een aantal jonge bananestruikjes klaar om zijn taak opnieuw te volbrengen. In het creools zeggen we:
De banaan is stervende: Haar kinderen zijn er al!
Daarom zeg ik: Het bananeleven is oneindig! Er is nauwelijks individualisering. De jonge lootjes groeien nadrukkelijk aan en uit de stam van de moederplant. We halen ze soms wel weg en planten ze apart, maar dat is menselijke kunstmatigheid. Bovendien is ook de bestemming van de banaan zo wonderlijk. De trossen komen, de bananen rijpen, worden gegeten of vergaan. Zonder bijbedoelingen! Zuiver belangeloze esthetiek van de natuur!”

 

 1819355-831f691d8191f1e2ffd4a4a2ed9538fc.jpg
Frank Martinus Arion (17 december 1936 - 27 september 2015)

Geschreven door Romenu om 18:20 Reageer op dit bericht

Irvine Welsh, Ignace Schretlen, Ko de Laat, Kay Ryan, Josef ¦kvorecký, Esther Verhoef

De Schotse schrijver Irvine Welsh werd geboren op 27 september 1958 in Leith, Edinburgh. Zie ook mijn blog van 27 september 2010 en eveneens alle tags voor Irvine Welsh op dit blog.

Uit: Trainspotting

„– Ah wisnae ... ah protested.– Fling yir fuckin jaykit oan well!
At the Fit ay the Walk thir wir nae taxis. They only congregated here when ye didnae need
them. Supposed tae be August, but ah'm fuckin freezing ma baws oaf here. Ah'm no sick yet, but it's in the fuckin post, that's fir sure.
– Supposed tae be a rank. Supposed tae be a fuckin taxi rank. Nivir fuckin git one in the summer. Up cruising fat, rich festival cunts too fuckin lazy tae walk a hundred fuckin yards fae one poxy church hall tae another fir thir fuckin show. Taxi drivers. Money–grabbin bastards ... Sick Boy muttered deliriously and breathlessly tae hissel, eyes bulging and sinews in his neck straining as his heid craned up Leith Walk.
At last one came. There were a group ay young guys in shellsuits n bomber jaykits whae'd been standin thair longer than us. Ah doubt if Sick Boy even saw them. He charged straight oot intae
the middle ay the Walk screaming: – TAXI!
Hi! Whit's the fuckin score? One guy in a black, purple and aqua shell–suit wi a flat–top asks.
Git tae fuck. We wir here first, Sick Boy sais, opening the taxi door. – Thir's another yin comin. He gestured up the Walk at an advancing black cab.
– Lucky fir youse. Smart cunts,
– Fuck off, ya plukev–faced wee hing oot. Git a fuckin ride! Sick Boy snarled as we piled intae the taxi.
– Tollcross mate, ah sais tae the driver as gob splattered against the side windae.
– Square go then smart cunt! C'moan ya crappin bastards! the shell–suit shouted. The taxi driver wisnae amused. He looked a right cunt. Maist ay them do. The stamp–peyin self–employed ur truly the lowest form ay vermin oan god's earth."

 

 1818794-fe6302659d11ca899cac485967dcf99d.jpg
Irvine Welsh (Edinburg, 27 september 1958)

 

 

De Nederlandse dichter, schrijver, kunstenaar en huisarts Ignace Schretlen werd geboren in Tilburg op 27 september 1952. Zie eveneens alle tags voor Ignace Schretlen op dit blog.

 

Schaduwen zien oorlogen
 
Schaduwen zien oorlogen
als vermakelijk spel met
 
de Westhoek als toppunt
van vrolijk vermaak
 
lijf tegen lijf, ingebed,
als asgrijze liefdesdaad
 
een bajonet scheert als
een schichtige zwaluw
 
vlekken zwarte melk
vloeien in elkaar over
 
en smelten samen met
de modderige nacht
 
ongestoord door gekraai
van duizenden hanen
 
maar nu weer ontwaakt
door gekwetter van verre.

 

 

Vijf jaar joeg een uil

Vijf jaar joeg een uil
droefheid door de kale
bomen tot het raam,
klonk door de muur
gekerm van de buren,
hing in de kamer de
geur van zinloos zaad

wakker gebeld door
de telefoon, vast een
spoedgeval, zoals vaker
is in de vroege uren
een dode ontdekt,
maar neen, ik had meer
moeten drinken, vergeten,
vergeten moeten zijn

nevel dekt de keien
in de straat, waarheen
zijn we weggedreven?

 

 1818794-b19a440ec8ddcceef20f3670bfdd3ea4.jpg
Ignace Schretlen (Tilburg, 27 september 1952)

 

 

De Nederlandse dichter, performer, journalist en toneelschrijver Ko de Laat werd geboren op 27 september 1969 in Goirle. Zie ook alle tags voor Ko de Laat op dit blog.

 

Would be or not would be

Meisje-op-de-kermis dat er net niet bij hoort
Meisje-op-de-kermis dat ’t net niet heeft
Ach, wat wil ze graag uitdagend overkomen
En ze heeft er zo intens naar toe geleefd

Elke kermismodegolf houdt zij in ere
Maar ze is te mollig voor zo’n blote buik
Van ’n navelpiercing gaat haar navel zweren
Ieder kapsel wordt bij haar ’n dorre struik
Loopt ze met ’n blote rug of blote schouder
Hoopt ze dat het volk d’r bruine vel goed ziet
Doen die witte sporen van haar bustehouder
Heel het sensuele plaatje weer teniet

Meisje-op-de-kermis dat er net niet bij hoort
Meisje-op-de-kermis dat ’t net niet heeft
Ach, wat wil ze graag uitdagend overkomen
En ze had er zo intens naar toe geleefd

Meisje-op-de-kermis dat er net niet bij hoort
Elke avond doet het weer een beetje pijn
Ach, wat zij wil zijn, zal zij vanzelf ontgroeien
Als ze ooit zal durven om zichzelf te zijn

 

 1818794-8dfb852861c78f971f079cf3dbc8ea61.jpg
Ko de Laat (Goirle, 27 september 1969)

 

 

De Amerikaanse dichteres Kay Ryan werd geboren op 27september 1945 in San Jose, California. Zie ook mijn blog van 27 september 2010 en eveneens alle tags voor Kay Ryan op dit blog.

 

Nothing Ventured

Nothing exists as a block
and cannot be parceled up.
So if nothing's ventured
it's not just talk;
it's the big wager.
Don't you wonder
how people think
the banks of space
and time don't matter?
How they'll drain
the big tanks down to
slime and salamanders
and want thanks?

 


The Niagara River

As though
the river were
a floor, we position
our table and chairs
upon it, eat, and
have conversation.
As it moves along,
we notice—as
calmly as though
dining room paintings
were being replaced—
the changing scenes
along the shore. We
do know, we do
know this is the
Niagara River, but
it is hard to remember
what that means.

 

 1818794-8167facbc0e2bffcc6460036e257ad8a.jpg
Kay Ryan (San Jose, 27 september 1945)

 

 

De Tsjechische schrijver en uitgever Josef Škvorecký werd geboren op 27 september 1924 in Náchod. Zie ook mijn blog van 27 september 2010 en eveneens alle tags voor Josef Škvorecký op dit blog.

Uit: When Eve Was Naked

“The pain soon faded, but unfortunately Father also had another punishment for me: in his righteous indignation he reduced my allowance by half, from one crown to a mere fifty hellers a week. This created a surplus in the family budget, which he immediately decided to pass on to my sister, Blanche, giving her the extra fifty hellers because during a visit to her gym class the superintendent of schools had praised her for beautifully vaulting over a vaulting-horse. But, even though the price I paid was very high, I did achieve my goal: Father did not forbid Mother to read stories to me, and I still didn't learn to read.
Soon spring arrived. A paunchy black gentleman appeared at the Julius Meinl Delicatessen, the same gentleman who at Christmas brewed various kinds of coffee on the premises and offered them to the customers in tiny cups. Father, Mother, and my brother Peter, who was sixteen, all tried the coffee. I wasn't allowed to because I was too young. They couldn't agree on which was the best brand of coffee and they sampled so many tiny cups that Mother suddenly began to experience heart palpitations. Father bought 100 grams of the house brand and took her home.
However, it was now spring, and the paunchy black gentleman wasn't brewing coffee this time. He was offering a new American beverage, and he could also be seen in an advertising poster hanging in front of Meinl's, in which he was holding a large cup of golden liquid full of silver bubbles. In the poster, the black man and his cup were encircled by a slogan printed in red-white-and-blue-striped letters, but I could only read the part that said "1 Kc." I had learned how to read numbers, because there weren't any numbers in the fairy tales, but of course I couldn't read anything else, so Mother had to continue reading to me. I figured the numbers meant the golden drink cost one crown, which I could have afforded if Father hadn't cut my allowance.“

 

1818794-0f20c0fe4b224074d92bad6ebc68ba12.jpg
Josef Škvorecký (Náchod, 27 september 1924)

 

 

De Nederlandse schrijfster Esther Verhoef-Verhallen werd geboren in ’s-Hertogenbosch op 27 september 1968. Zie ook mijn blog van 27 september 2010 en eveneens alle tags voor Esther Verhoef op dit blog.

Uit: De kraamhulp

“‘Dus hier woon je.’ Miriam fluisterde het zachtjes voor zich uit. Haar vingers omklemden het stuur van haar Peugeot. Ze waren een beetje vochtig geworden en tot haar ergernis merkte ze dat ze sneller was gaan ademen. Tijdens het werk overkwam dit haar zelden. Wat er ook gebeurde en hoe bedreigend een situatie soms ook was, ze liet zich niet meeslepen, bleef koel en professioneel. Ze wist dat ze altijd kon terugvallen op haar opleiding, ervaring en collega’s.
Maar nu was ze niet aan het werk.
Ze deed dit alleen.
Ze boog naar voren en keek omhoog langs de strakke gevel van de woontoren. Het glas glinsterde in de herfstzon. Het gebouw zag er ongenaakbaar uit. Alsof hier mensen woonden die zich ver verheven voelden boven de rest van de wereld. In letterlijke zin waren ze dat ook. Het uitzicht daarboven moest wel adembenemend zijn. Je zou heel Rotterdam moeten kunnen overzien, de havens en de Maas.
Hoeveel verdiepingen had dit gebouw eigenlijk? Miriam begon te tellen. Ze moest ermee stoppen toen ze bij vijfentwintig was aanbeland.
Achter haar werd driftig geclaxonneerd. Via de binnenspiegel keek ze in het verhitte gezicht van de chauffeur. Hij hief zijn handen, gebaarde naar haar. Miriam onderdrukte de impuls om uit te stappen, hem haar politielegitimatie te laten zien en naar zijn papieren te vragen. Die man had gewoon gelijk, ze hield het verkeer op.”

 

 1818794-184241da11610889de72b027a8de95a1.jpg
Esther Verhoef ('s-Hertogenbosch, 27 september 1968)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 27e september ook mijn vorige twee blogs van vandaag.

Geschreven door Romenu om 13:59 Reageer op dit bericht

Christian Schloyer, Louis Auchincloss, William Empson, Bernat Manciet, Edvard Kocbek

De Duitse dichter en schrijver Christian Schloyer werd geboren op 27 september 1976 in Erlangen. Zie ook mijn blog van 27 september 2010 en eveneens alle tags voor Christian Schloyer op dit blog.

 

sich spurlos in ein bild [hǽken]

an deinen lippen hängt ein wasserspeier

falls du den bildausschnitt
verschiebst & irgendwo ein echtes

rot das bild verlässt
      von deinen lippen springt · er dann wie

von einem sims mit schwerem lid
schlag (am rande deines körpersinns) & stürzt

sich in die gegenwelt wo keine stirn je
aufschlägt wo der grund

so weich
gezeichnet als hätte jeder farbton

sein eigenes gewicht
        vergessen
· jedes wort! so
             geh doch! · nicht so planvoll vor sei

absichtslos
        wir kommen wieder · nicht vom fleck

 

 1818791-85d179dd066213347b7639ddf855bd39.jpg
Christian Schloyer (Erlangen, 27 september 1976)

 

 

De Amerikaanse schrijver Louis Stanton Auchincloss werd geboren op 27 september 1917 in Lawrence, New York.Louis Auchincloss overleed op 26 januari van dit jaar op 92-jarige leeftijd. Zie ook mijn blog van 27 september 2009 en ook mijn blog van 27 september 2010.

Uit: The Young Apollo and Other Stories

« My own “sacred circle,” as some envious folk have described it, came through without a scratch. How shall I describe the circle? It consists of a small group of individuals, more or less prominent in the arts — writing, sculpture, painting — all of whom live in Washington without being native to the city, and none of whom, with the notable exception of George Manning, has the least connection with government. All are old, of course, and none hail from the kind of background that might be expected to produce great art. Ella Robinson, the novelist, for example, was born of Boston Brahmins; Elihu Tweed, the sculptor, was the son of a New York governor; and my own father, siring a historian, was a United States Supreme Court justice.
We used to fancy that we represented a kind of American renaissance. In the two decades preceding the war, our country was emerging from its long dependence on European culture. The notorious low value that Henry James accorded the subject material which America offered to the writer of fiction had been totally revised; we now claimed equal rights, so to speak, on Parnassus. And the young man whom we all held as our joint heir apparent, who was going to be the great poet of the future, to whom we were all more or less John the Baptists, was Lion Manning.
Why does George Manning not write the life of his own son? I have never much liked George. He is as deeply conservative as a Republican senator from Rhode Island can get; he is shrewd, raspingly sarcastic, and basically mean.
But he exercises a hefty political influence, and he purports to be a stout supporter of the arts. He had no patience with Lion’s ambition to be a poet, however. He wanted him to become a lawyer, a statesman, a great man. He adored the boy but never understood him and lectured him constantly on his duty to follow in the paternal footsteps. Lion simply grinned and didn’t listen. He could always wind the old man around his little finger. Yet I know he deeply loved his father. And I think the reason the senator wouldn’t write the book himself may have been that he was a bit scared of the boy and would have fancied him looking over his shoulder as he wrote.“

 

 1818791-4e5d1e0210c5ea9f41fc584a3cd699c5.jpg
Louis Auchincloss (27 september 1917 – 26 januari 2010)

 

 

De Engelse dichter en criticus William Empson werd geboren op 27 september 1906 in Howden, Yorkshire. Zie ook mijn blog van 27 september 2009 en ook mijn blog van 27 september 2010.

 

Villanelle

It is the pain, it is the pain endures.
Your chemic beauty burned my muscles through.
Poise of my hands reminded me of yours.

What later purge from this deep toxin cures?
What kindness now could the old salve renew?
It is the pain, it is the pain endures.

The infection slept (custom or changes inures)
And when pain's secondary phase was due
Poise of my hands reminded me of yours.

How safe I felt, whom memory assures,
Rich that your grace safely by heart I knew.
It is the pain, it is the pain endures.

My stare drank deep beauty that still allures.
My heart pumps yet the poison draught of you.
Poise of my hands reminded me of yours.

You are still kind whom the same shape immures.
Kind and beyond adieu. We miss our cue.
It is the pain, it is the pain endures.
Poise of my hands reminded me of yours.

 

 1818791-8d909b2b6b15700ede87d40df3188ca0.jpg
William Empson (27 september 1906 - 15 april 1984)
Portret door Rupert Shephard, rond 1944

 

 

De Occitaanse dichter en schrijver Bernat Manciet werd geboren op 27 september 1923 in Sabres. Zie ook mijn blog van 27 september 2009 en ook mijn blog van 27 september 2010.

 

Uit: LITURGY: The Mystery of Glory

ASSUMPTA EST
Uzeste, August 1998

I
 horse steps through stone
silences in the stone
clams & knives
& ferns & frost flowers
fires in the holy stone
deep glory within the rock
fire frozen in the lithostrata
fire safe fire that speaks
boulder heart Our Lady
 
you kept it all to yourself
they burn in your heart
you sleep & cannot sleep
temblored by springs
immaculatest architecture
impatience of live dew
of constrained power
cloistered fire enisles you
to sing exacts you
to nighten disperses you
to humble yourself exalts you
& you reach like a branch

 

 1818791-1ddb599ec25889a71f9bb85b1f167f2e.jpg
Bernat Manciet (27 september 1923 – 3 juni 2005)

 

 

De Sloveense dichter, schrijver en essayist Edvard Kocbek werd in Sloveens Stiermarken geboren op 27 september 1904. Zie ook mijn blog van 27 september 2010 en eveneens alle tags voor Edward Kocbek op dit blog

 

All Doors Are Open

The world is full of blood-thirsty persecutors,
but the worst persecution is
when you are not hunted,
but still act like a lost wild animal
tracked by an invisible hunter: when
you sit in your studio drinking coffee
or stretching bored in the office,
when even the fanciest cigar in your mouth
cannot relieve you from a dreadful sense of guilt
as if someone has a grip on you, making you
perspire with deadly fear, wishing, either you
didn't know who you were or could
throw yourself from the ninth floor.
This persecution is the most horrifying flight
from oneself, the most fatal capture.
Nothing helps, even though all doors are open
and all guns at your disposal, when you sit
amid black night or clear day
unable to move from the deadly fear
of an unknown, ineffable guilt.

 

 

Primeval Mother

Where are you, oblivion? Where are you, transient winds?
Everything passes but my sad punishment,
look at me revered lo the highest mountain,
] am the oldest and closest to the beginning.

I no longer know to whom I call, who I beseech,
I am crazed by horror, singing from sorrow;
shouting and weeping blend into a melody
I've swung the angst of man since times immemorial.

I rock him with ineffable movements,
precipices amass in my blindness,
clear waterfalls storm through my deafness —
my story is older than darkness.

In my long ritual toga
I am the world's oldest sorrow,
torn apart by pain on the mountaintop
I cradle lost man in my arms.

 

Vertaald door Sonja Kravanja

 

 1818791-7e9fcd5729e2c611a695771a7634678d.gif
Edvard Kocbek (27 september 1904 – 3 november 1981)
Cover

Zie voor nog meer schrijvers van de 27e september ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 13:47 Reageer op dit bericht

Tanja Kinkel, Wacław Rolicz-Lieder, Henri-Frédéric Amiel, Grazia Deledda, Michael Denis

De Duitse schrijfster Tanja Kinkel werd geboren op 27 september 1969 in Bamberg. Zie ook mijn blog van 27 september 2010 en eveneens alle tags voor Tanja Kinkel op dit blog.

Uit: Die Löwin von Aquitanien

„An dem Abend, als die zukünftige Erbin von Aquitanien gezeugt wurde, gab es weder Gewitter, seltsame Vogelflüge noch sonstige ausdeutbare Vorzeichen. Man könnte allerdings einen äußerst heftigen Zomesausbruch ihres Großvaters dafür in Anspruch nehmen. Doch die Höflinge um Guillaume IX waren seine Wutanfälle ebenso gewohnt wie sein schallendes Lachen, seinen funkelnden Witz oder seine Lieder. So sahen sie auch jetzt nicht beunruhigt, sondern milde belustigt zu, wie der Herzog von Aquitanien, Herr über die Gascogne, das Poitou, die Auvergne, Angouléme und Dutzende weitere Domänen, auf seinen ältesten Sohn und Erben einschrie, der den gleichen Namen trug.
Hölle und Teufel, Guillaume, ich werde mir das nicht länger anhören! Was ich tue und mit wem ich ins Bett gehe, entscheide alleine ich!«
Guillaume der Jüngere sah unglücklich drein. Er besaß die riesige Gestalt seines Vaters, doch längst nicht dessen hitziges Gemüt, und obgleich ihm niemand mangelnde Tapferkeit nachsagen hätte können, haßte er im Grunde seines Wesens Streitereien. Gleichzeitig war er bei aller Friedfertigkeit aber auch halsstarrig, und wenn er sich etwas in den Kopf gesetzt hatte, hielt er mit der Zähigkeit eines unbeweglichen Menschen daran fest.
Euer Gnaden«, entgegnete er nun, »es geht mir nur darum, daß Ihr sie behandelt, als wäre sie die Herzogin selbst und dadurch meine Stiefmutter. Unser ganzes Haus wird beschämt.«

 

 1818789-7817c2aa271131c2cd5e8beab26c71a0.jpg
Tanja Kinkel (Bamberg, 27 september 1969)

 

 

De Poolse dichter en vertaler Wacław Koźma Damian Lieder, ook: Rolicz-Lieder werd geboren op 27 september 1866 in Warschau. Zie ook alle tags voor Wacław Rolicz-Lieder op dit blogen ook mijn blog van 27 september 2010

 

Die Zauberin

Warum · geheimnisvolle herrin · führst du
Mich und verbirgst mir rätselhaft die wege?
Von deiner stirne strahlen engelslichter ·
Wohin du schreitest ist ein sonnen-land.

Wie der ernährerin ein zartes lamm
Aufmerksam nachläuft also folg ich dir ·
Gleich einem irrlicht auf verstreuten sümpfen
Verlockst du mich und lächelst zauberisch.

Bist du das märchen wol der berges-grüne
Von dem ich seit den kinderjahren träume?
Bist du nicht sie die auf planeten herrscht?

Dem ritter aus den grauen zeiten gleich
Irr ich dir nach · o Melusine · träumend.
Doch wohin führst du mich? ins land der trauer.

 

 

Wahlspruch

Wozu der stolz auf den besitz der gefühle?
Wozu dich rühmen deiner gedanken und taten?
Bist du nicht geschaffen aus einer handvoll erde
Vermischt mit einigen tropfen bittren wassers? -
Ja - doch ich trage mein haupt so hoch erhoben
Und so hoch streben seine wünsche und pläne
Dass dieser turban womit es sich decke nur einzig
Gefüttert sein kann mit den sternen des himmels.

 

 1818789-4329797d73ccda3bbafcabe5fb03dca0.jpg
Wacław Rolicz-Lieder (27 september 1866 – 25 april 1912)
Cover

 

 

De Franstalige Zwitserse schrijver en filosoof Henri-Frédéric Amiel werd geboren op 27 september 1821 in Genève. Zie ook alle tags voor Henri-Frédéric Amiel op dit blog en ook mijn blog van 27 september 2010

Uit: Journal (Vertaald door Mrs. Humphrey Ward)

« April 6, 1851,
Life, is it essentially the education of the mind and intelligence, or that of the will? And does will show itself in strength or in resignation? If the aim of life is to teach us renunciation, then welcome sickness, hindrances, sufferings of every kind! But if its aim is to produce the perfect man, then one must watch over one’s integrity of mind and body. To court trial is to tempt God. At bottom, the God of justice veils from me the God of love. I tremble instead of trusting.
Whenever conscience speaks with a divided, uncertain, and disputed voice, it is not yet the voice of God. Descend still deeper into yourself, until you hear nothing but a clear and undivided voice, a voice which does away with doubt and brings with it persuasion, light and serenity. … This inner identity, this unity of conviction, is all the more difficult the more the mind analyzes, discriminates, and foresees. It is difficult, indeed, for liberty to return to the frank unity of instinct.
Alas! we must then re-climb a thousand times the peaks already scaled, and reconquer the points of view already won, we must fight the fight! The human heart, like kings, signs mere truces under a pretense of perpetual peace. The eternal life is eternally to be re-won. Alas, yes! peace itself is a struggle, or rather it is struggle and activity which are the law. We only find rest in effort, as the flame only finds existence in combustion. O Heraclitus! the symbol of happiness is after all the same as that of grief; anxiety and hope, hell and heaven, are equally restless. The altar of Vesta and the sacrifice of Beelzebub burn with the same fire. Ah, yes, there you have life — life double-faced and double-edged. The fire which enlightens is also the fire which consumes; the element of the gods may become that of the accursed.”

 

 1818789-2714ca3f88303b81e6723569fabaf961.jpg
Henri-Frédéric Amiel (27 september 1821 – 11 mei 1881)
Portret door Berthe Vadier, 1878

 

 

De Italiaanse schrijfster Grazia Deledda werd geboren op 27 september 1871 in Nuoro op Sardinië. Zie ook mijn blog van 27 september 2010 en eveneens alle tags voor Grazia Deledda op dit blog.

Uit Marianna Sirca (Vertaald door Cathy Vignale)

"Well then, are you praying?" he said passing in front of her.--Come on, cheer up because tonight we're staying up. They are coming up.
"Who, who?" she said, stirring.
"Sebastiano with someone else; I'm going to start the fire. If Sebastiano asks you how much they offered you for the cork," he added turning back, tell him 1000 scudi. Quiet! Obey someone who loves you."
Marianna was ready to obey even this innocent vanity of his, which doubled her income; even more so that her relation Sebastiano was coming on account of certain dealers who wanted to purchase the cork from her woods: and without getting up she sharpened her gaze, thinking about this second cousin of hers, neither young nor old, neither rich nor poor, widowed and alone, who among so many needy relatives that harbored rancor for her uncle's inheritance, was the only one to show her a bit of disinterested attachment.
At times she doubted that Sebastiano loved her for love; but she rejected with disgust the idea of ending up the wife of a relative, widowed and no longer young. Here he was arriving on horseback, wearing the widower's mourning coat; even from far off, the black velvet of the heavy coat made the yellowish pallor of his lean face stand out surrounded by a sparse dark pointy beard.“

 

 1818789-c2b485ec1ff9f65a537187f2784fcdc1.jpg
Grazia Deledda (27 september 1871 – 15 augustus 1936)

 

 

De Oostenrijkse dichter, bibliograaf, bibliothecaris en vertaler Johann Nepomuk Cosmas Michael Denis werd geboren in Schärding op 27 september 1729. Zie ook alle tags voor Michael Denis op dit blog en ook mijn blog van 27 september 2010

 

Wiegenlied

Sey willkommen, holder Engel!
In der ersten Lebensblüthe.
Kleines, allerliebstes Wesen!
Sey dem Freunde deines Vaters
Tausend, tausendmal willkommen!
Edler Hauch der Gottheit! lerne
Deiner zarten Körperhülle
Nach und nach dich zu gewöhnen!
Blicke bald nach deiner Mutter,
Die auf deinen Wangen lächelt:
Blicke bald nach deinem Vater,
Der in deinem Auge lebet;
Schmiege dich bald an den weichen
Busen, dem du dich entwandest,
Und umschling mit frohem Stammeln
Deiner Mutter sanften Nacken.
Wann nun dein bemühter Vater
Dem Gedränge seiner Pflichten
Auf ein Weilchen nur entschlüpfet,
Und sich deiner Mutter nahend
Dich von ihrem Halse fodert,
Damal sträube dich ein wenig
(Denn dieß müßen junge Schönen),
Bis er mit Gewalt dich raubet.
Aber dann, o Engel! küß' ihm
Seine männlichbraunen Wangen,
Küß' ihm weg den Philosophen,
Küß' ihm weg den Staatsgelehrten,
Küß' ihm alles aus der Seele,
Was ihm noch vom Krieger anhängt,
Daß er nichts als Vater bleibe. –
Doch ich singe schon zu lange.
Du beginnest einzuschlummern.
Sollte dieß mein Liedchen wirken? –
Ja! dieß wirken manche Lieder. –
Schlumm're süß, mein holder Engel!

 

 1818789-fb391bdfb09d8e67caf6dcfa48caf4a8.jpg
Michael Denis (27 september 1729 - 29 september 1800)

Geschreven door Romenu om 13:46 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten