De Catalaanse schrijver Juan Marsé werd geboren op 8 januari 1933 in Barcelona. Zie ook alle tags voor Juan Marsé op mijn blog.
Uit: Ringo. Een jeugd in Barcelona (Vertaald door Mariolein Sabarte Belacortu)
“Torrente de las Flores, Stroom van Bloemen. Hij had nooit gedacht dat een straat met zo’n naam het decor kon zijn voor een tragedie. De straat begint hoog, bij de Travesera de Dalt, en gaat dan met een forse helling, die steeds minder steil wordt, naar beneden om uiteindelijk dood te lopen op de Travesera de Gracia. De straat telt zesenveertig hoeken en drie kroegen, hij is zeveneneenhalve meter breed en de gebouwen zijn er niet al te hoog. ’s Zomers, wanneer de dagen geuren naar het grote buurtfeest, het Fiesta Mayor, ligt de straat te sluimeren onder een sierdak van stroken zijdepapier en kleurige slingers. Er klinkt een aangenaam geruis als van een door de wind gewiegd rietveld en er is een soort golvend onderwaterlicht, als uit een andere wereld. Op snikhete avonden is de straat na het eten een voortzetting van de huiskamer. Dit is allemaal al jaren geleden gebeurd, toen de stad onwaarschijnlijker, maar werkelijker was dan tegenwoordig. Op een zondag in juli, even voor twee uur ’s middags, smelt de stralende zon enkele minuten samen met een plotselinge regenbui en over de hele lengte van de straat ontstaat er een woelig licht, een bedrieglijke, stekelige transparantie. Het is heet deze zomer en de zwartige huid van de weg warmt op dit uur van de dag zo op dat de regen verdampt voordat hij hem aanraakt. Op de stoep voor de bar-bodega Rosales ligt een slordig in een juten zak gewikkelde staaf ijs, die daar is achtergelaten door het bestelbusje dat het ijs rondbrengt, en die in de meedogenloze zon begint te smelten zodra de regenbui voorbij is. Het duurt niet lang voordat de dikke Agustin, de kroegbaas, met een emmer en een priem naar buiten komt, op zijn hurken gaat zitten en de staaf haastig in stukken begint te hakken. Precies om halfdrie komt mevrouw Mir uit de portiek van nummer 117, iets voorbij het café, maar aan de overkant, in het gedeelte van de straat dat het gevoeligst is voor optische illusies, naar buiten hollen. Ze is zichtbaar in de war, alsof ze aan een brand is ontsnapt of net een geest heeft gezien. Op haar pantoffels en in haar half dichtgeknoopte, witte verpleegsters-jas gaat ze midden op straat staan zonder zich erom te bekommeren dat ze iets laat zien wat niet zichtbaar hoort te zijn. Zoals ze daar om haar as draait en met beide handen in de lucht tast, lijkt het heel even of ze niet weet waar ze is, maar dan staat ze stil, buigt haar hoofd en slaakt een lange, schorre kreet, die diep uit haar buik lijkt te komen, dan langzaam overgaat in gekreun en eindigt als het gemiauw van een klein katje. Over haar voeten struikelend loopt ze een eindje bergopwaarts en blijft dan staan, draait zich om en zoekt naar iets om zich aan vast te houden; nu sluit ze haar ogen, legt haar handen kruiselings over haar borst en laat zich langzaam voorovergebogen door haar knieën zakken, alsof ze op die manier rust of verlichting vindt, en ten slotte strekt ze zich op haar rug uit op de tramrails die nog in het laatste stuk van het oude plaveisel gevat liggen.”
Juan Marsé (8 januari 1933 – 18 juli 2020)
De Engelse dichter, vertaler en graficus Alfred Charles Tomlinson werd geboren op 8 januari 1927 in Stoke-on-Trent, Staffordshire. Zie ook alle tags voor Alfred Tomlinson op dit blog.
Het schillen van de appel
Er zijn portretten en stillevens.
En er is het schillen van de appel.
En verder? Hem langzaam schillend
Verrijst koudwit vanonder
Koudgeel vandaan. En dan…?
De veer van de concentrische schil
Die het wit loswindt;
Het lemmet schuilgaand, splijtend.
Er zijn portretten en stillevens
En de eersten, want ‘menselijk’,
Overtreffen geenszins de laatsten, en
Geen van twee wordt minder bezwaard
Door een menselijk gebaar dan het schillen
Van de appel door menselijke onbeweeglijkheid.
Het koele lemmet snijdt
Scheidend door de frisheid, terwijl appelschil
Herkenning afdwingt.
Vertaald door Peter Nijmeijer
Alfred Tomlinson (8 januari 1927 – 22 August 2015)
Zie voor nog meer schrijvers van de 8e januari ook mijn blog van 8 januari 2019 en ook mijn blog van 8 januari 2017 deel 2.


Juan Marsé, Alfred Tomlinson
Michel van der Plas (23 oktober 1927 – 21 juli 2013)
Frans Kellendonk (7 januari 1951 – 15 februari 1990)
Reginald Gibbons (Houston, 7 januari 1947)

Carl Sandburg (6 januari 1878 – 22 juli 1967)
Andreas Altmann (Hainichen, 4 januari 1963)

Andreas Altmann (Hainichen, 4 januari 1963)

Jasper Mikkers (Oerle, 3 januari 1948)
Hasso Krull (Tallinn, 31 januari 1964)

David Shapiro (Newark, 2 januari 1947)

Peter Rosegger (31 juli 1843 – 26 juni 1918)
Margaret Avison (23 april 1918 – 31 juli 2007)
Willem de Mérode (2 september 1887 – 22 mei 1939)
W. S. Merwin (30 september 1927 – 15 maart 2019)
Norbert Hummelt (Neuss, 30 december 1962

Vesna Lubina (Witten, 1981)

Alexander Gumz (Berlijn, 19 december 1974)

Alexander Gumz (Berlijn, 19 december 1974)

Johann Wolfgang von Goethe (28 augustus 1749 – 22 maart 1832)
Joseph Brodsky (24 mei 1940 – 28 januari 1996)
Margaret Deland (23 februari 1857 – 13 januari 1945)
Rainer Maria Rilke (4 december 1875 – 29 december 1926)
Job Degenaar (Dubbeldam, 1 november 1952)
Ingo Baumgartner (24 december 1944 – 16 juli 2015)
A. Marja (8 maart 1917 – 10 januari 1964)
Hanif Kureishi (Bromley, 5 december 1954)
Christina Rossetti (5 december 1830 – 27 december 1894)
Geert Mak (Vlaardingen, 4 december 1946)

Guillaume van der Graft (15 augustus 1920 – 21 november 2010)
Kristina Sandberg (Sundsvall, 3 december 1971)
Grace Andreacchi (New York, 3 december 1954)

Gayl Jones (Lexington, 23 november 1949)