Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Hendrik Marsman, Wallace Stevens

De Nederlandse dichter en schrijver Hendrik Marsman werd geboren op 30 september 1899 in Zeist. Zie ook alle tags voor Hendrik Marsman op dit blog.

 

 

Uit: Tempel en kruis

III

De nacht schrijdt voort;
de laatste slag verklonk,
en in zijn hart welt weer de droefenis
om het verminkt bestaan
en wat het werd,
nadat de godenbeelden zijn vernield.
en weer ziet hij zich op een morgen staan
tusschen de glooiingen en ’t heet azuur
van het demetrisch eiland,
éen brandend gouden uur
bezield door het geweld
van de antieke zuilen,
en van een rust vervuld
zoo sterk en ongekweld
dat hij den dood vergat,
het sluipend schaduwbeest
dat hem een leven lang
een dubbelganger was geweest
en hem tot in de holen van den slaap vervolgd.
toen liet het van hem af –
hij voelde dat hij rees,
terwijl hij dieper drong in het geheim der aarde
en dat hij zonder vrees kon denken aan zijn graf.

niet meer verteerd door een onwereldsch heimwee,
ontstegen aan den angst van zijn ontredderd vleesch.

 

 

Hendrik Marsman (30 september 1899 – 21 juni 1940)
Portret door Valentijn van Uytvanck, 1925. Houtsnede

 

 

De Amerikaanse dichter en essayist Wallace Stevens werd geboren op 2 oktober 1879 in Reading, Pennsylvania. Zie ook alle tags voor Wallace Stevens op dit blog.

 

 

The plain sense of things

Nadat de bladeren gevallen zijn
Keren wij, zien wij de dingen
Nuchter weer, gewoon.

Het is alsof wij kwamen
Aan het eind van de verbeelding
En onbezield bleven
In het roerloos gewende.

Een fantastisch streven
Is vergeefs geweest. Hiervoor
Kent men geen woorden, behalve

Dat de schoorsteen nog steeds
Scheef staat, de schuur moet geverfd…

Maar ook het eind van de verbeelding
Moest, onvermijdelijk,
Verbeeld worden –

De vijver, de loutere verschijning
Ervan, geen weerspiegeling, de bladeren,

Modder en het troebelglazen
Water waar de ratten komen
Kijken, de vijver
Met weggegooide lelies –

Dit alles moest verbeeld, als kennis
Waar niet aan was te ontkomen.

Anders had het niet kunnen zijn.

 

 

Vertaald door Lloyd Haft

 

 

Wallace Stevens (2 oktober – 1879 – 2 augustus 1955)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 30e september ook mijn blog van 30 september 2023 en ook mijn blog van 30 september 2020 en eveneens mijn blog van 30 september 2018 deel 1 en ook deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:09 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

De blogger leest alles eerst na: je tekst verschijnt zodra die goedgekeurd is.

Pé Hawinkels, Jon Fosse, W. S. Merwin

De Nederlandse dichter, schrijver, songwriter en vertaler Pé Hawinkels werd geboren op 29 september 1942 in Heerlen. Zie ook alle tags voor Pé Hawinkels op dit blog.

 

 

Het uiterlijk van de Rolling Stones (Fragment)
Een lyrisch-episch leerdicht

II De zwarte markies met suikerziekte

…….
En van al de menigvuldige kandidaten, die,
Wanneer het comité heeft plaatsgenomen in
De vertrouwde schaduw van de Europese lindebomen,
Hoewel de moderator nog rabiaat hooizolders & bovenkamers
Overhoop haalt, op zoek naar een bruikbare mandoline,
Z. komen presenteren, van de vergrijsde kardinaal
In battledress, de aamborstige sportman,
De amateursjamaan met kalkoensnek en
Gepocheerde wangen, de gewetensvolle drinker, tot
De idiosyncratische fakir toe, wiens okseldamp
En cariëtische adem even gretig
Opgesnoven worden als die van fresia’s
Door de liefhebbers van de entr’acte-muziek
Uit Rosamunde, en die aan dit benijdenswaardig kenmerk
Een wetscherp inzicht parenteert
In de fluctuering van de conjunctuur, worden er
Maar twee, die, weliswaar strijdig met de eisen
Van het savoir-vivre, maar perfect conform die
Der efficiency, voorlopig onbenoemd blijven,
Volledig serieus genomen: aanschouw
Het twijfelspel, als op een kopje verse thee,
Op het mythogene, van Schönheitsfehler
Echter allerminst verstoken snuitwerk van onze president.
Het vindt een parallel in het eigenaardig gedrag
Van onze beide helden; kijk ze unduleren!
Ze vloeien in elkander over, splitsen weer,
Als dux en comes, en na het schisma
Heeft nummer één het gezicht, de handen of zo
Van de ander over-, aangenomen. Het valt niet mee,
Zo, om de gestalte van een van twee
Goed op z. in te laten werken, want vóor
De impuls, het in een krantepapieren bootje
Neergepoot tinnen soldaatje met een boodschap
Om zijn been het riool in is kunnen verdwijnen,
Sterft het kind, dat speelt en op de nominatie
Staat voor de bijbehorende gevoelsfunctie,
Laat het kind, dat als een paddestoelwolk
Opstijgt uit zijn lijkje, een vlieger op
In de militaire kleuren. Wat schiet er anders over
Dan de krant maar open te vouwen en de benen
Op elkaar te ruste te leggen?

 

 

Pé Hawinkels (29 september 1942 – 16 augustus 1977)

 

 

De Noorse schrijver en dichter Jon Fosse werd geboren in Haugesund op 29 september 1959. Zie ook alle tags voor Jon Fosse op dit blog.

Uit: Slapeloos (Vertaald door Marianne Molenaar)

“Ik ben zo moe, zegt Alida en ze blijven staan en Asle kijkt naar Alida en hij weet niet hoe hij haar moet troosten, want ze hadden elkaar al zo vaak getroost door over het kind te praten dat zou komen, of het een meisje zou zijn of een jongen, daar praatten ze over, en Alida dacht dat meisjes gemakkelijker waren, en hij dacht het tegendeel, dat het gemakkelijker was met een jongen, maar of het nu een jongen werd of een meisje, ze zouden hoe dan ook blij zijn met het kind waar ze nu gauw de ouders van werden, en dankbaar, dat zeiden ze en ze troostten zich met de gedachte aan het kind dat nu gauw geboren zou worden. Asle en Alida liepen door de straten van Bjørgvin. En tot nu toe hadden ze er niet zo zwaar aan getild dat niemand hun onderdak wilde geven, het kwam vast wel in orde, er zou vast gauw iemand zijn die een kamertje te huur had waar ze een tijdje konden wonen, het moest wel in orde komen, met zo veel huizen in Bjørgvin, kleine huizen en grote huizen, niet zoals in Dylgja, waar alleen een paar boerderijen waren en wat kleine vissershuisjes, zij, Alida, was de dochter van moeder Herdis op Brotet, zoals ze daar zeiden, en kwam van een boerderijtje in Dylgja, daar was ze opgegroeid bij moeder Herdis samen met haar zus Oline, nadat vader Aslak verdween en nooit meer was teruggekomen, toen Alida drie was en haar zus Oline vijf, en Alida had niet eens herinneringen aan haar vader, alleen aan zijn stem, want in gedachten kon ze zijn stem nog horen, het diepe gevoel dat in zijn stem lag, de hoge heldere en de zware klanken, maar dat was dan ook alles wat ze van vader Aslak nog had, want ze herinnerde zich er niets van hoe hij eruitzag, en verder herinnerde ze zich ook niets, alleen zijn stem als hij zong, dat was alles wat ze van vader Aslak nog had. En hij, Asle, was opgegroeid in een boothuis in Dylgja waarvan ze de zolder bewoonden, daar groeide hij op bij moeder Silja en vader Sigvald, tot vader Sigvald op zee bleef op een dag toen plotseling de herfststorm opstak, hij was aan het vissen ten westen van de eilanden en daar voor de eilanden zonk de boot, voor Storesteinen. En toen waren moeder Silja en Asle alleen in het boothuis. Maar niet lang nadat vader Sigvald was overleden werd moeder Silja ziek, ze werd steeds magerder, ze werd zo mager dat het leek of je door haar gezicht heen tot op het bot keek, haar grote blauwe ogen leken steeds groter te worden en vulden ten slotte bijna haar hele gezicht, vond Asle, en haar lange bruine haar werd dunner dan ooit, en piekerig, en toen, toen ze op een ochtend niet opstond, vond Asle haar dood in bed. Moeder Silja lag met haar grote blauwe ogen open en keek naast zich, naar waar vader Sigvald had moeten liggen. Het lange dunne bruine haar bedekte bijna haar hele gezicht. Daar lag moeder Silja en was dood.”

 

 

Jon Fosse (Haugesund, 29 september 1959)

 

 

De Amerikaanse dichter, schrijver en vertaler William Stanley Merwin werd geboren in New York op 30 september 1927. Zie ook alle tags voor W. S. Merwin op dit blog.

 

Bij de verjaardag van mijn dood

Elk jaar heb ik zonder het te weten de dag doorgebracht
Waarop de laatste vuren naar mij zullen zwaaien
En de stilte zal vertrekken
Onvermoeibare reiziger
Als de straal van een lichtloze ster

Dan zal ik niet langer
Mezelf in het leven vinden als in een vreemd gewaad
Verrast door de aarde
En de liefde van een vrouw
En de schaamteloosheid van mannen
Zoals vandaag nu ik schrijf na drie dagen regen
Het winterkoninkje hoor zingen en het vallen ophoudt
En buig zonder te weten waarvoor

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 

W. S. Merwin (30 september 1927 – 15 maart 2019)
In 1972

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 29e september ook mijn blog van 29 september 2020 en eveneens mijn blog van 29 september 2018 deel 1 en ook deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:47 Reageer op dit bericht

Philip Huff, W. S. Merwin

De Nederlandse dichter en schrijver Philip Huff werd geboren op 28 september 1984 in Zwolle. Zie ook alle tags voor Philip Huff op dit blog.

 

Het bos op het eiland

I.
Nadat de pijn niet meer
zo heftig was dat je amper
kon ademhalen kwam
een andere pijn je gezelschap
houden in je borstkas
je wandelde om door te gaan
zonder afstand te nemen
elke dag opnieuw dezelfde
rondjes in het park, met vrienden,
vreemden en oude bekenden
ze wilden weten hoelang
of hoelang al niet meer
bij elk antwoord stak die nieuwe pijn
op als de wind tussen je ribben
je borstkas, een zeil.

II.
Op weg naar het eiland verdween
de kustlijn, of, nee: veranderde
van schaal;
twee haren op een jas, zout
op je vingertoppen en jullie weer
zwevend in zingend wit licht.

III.
Ook zonder haar lijf ligt je hand
nog op haar billen, vijf vingers in de rouw.
Je was niet voorbereid op het voorbij-zijn
legt je nu toch neer bij het neerleggen,
verlaat het eiland op de boot
waarmee je kwam.

IV.
En op een dag
word je wakker, denk je pas
halverwege de middag aan haar
– en, daarna, als de kom van je handen
zich ’s ochtends vouwt om je gezicht
zal ook het bos op het eiland
zich om je vouwen
met haar groene licht

 

 

Philip Huff (Zwolle, 28 september 1984)

 

 

De Amerikaanse dichter, schrijver en vertaler William Stanley Merwin werd geboren in New York op 30 september 1927. Zie ook alle tags voor W. S. Merwin op dit blog.

 

 

Op het geluk

Op de kaarten en bij de bocht in de weg
zagen we je nooit
in de baarmoeder en in het kruisvuur
in de getallen
wat je ook de hand in had
en dat was alles
ons werd verteld om nooit
ons vertrouwen in je te stellen
om uiteindelijk nederig voor je te buigen
omdat er uiteindelijk niets
anders was dat we konden doen
dan niet in je te geloven

toch zouden we je kunnen verleiden met kiezels
warm gehouden in de hand
of munten of de relikwieën
van verdwenen dieren
in voorschriften rituelen
niet bindend voor jou
die geen beloften doet
we zouden zulke dingen alleen kunnen doen
om je niet te verwaarlozen
en je ongenade te riskeren
oh jij die nooit dezelfde bent
die geheim is als de dag wanneer hij komt
jij die we uitleggen
zo vaak als we kunnen
zonder je te begrijpen

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 

W. S. Merwin (30 september 1927 – 15 maart 2019)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 28e september ook mijn blog van 28 september 2020 en eveneens mijn blog van 28 september 2018 en ook mijn blog van 28 september 2017 en eveneens mijn blog van 28 september 2014 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 17:31 Reageer op dit bericht

Kay Ryan

De Amerikaanse dichteres Kay Ryan werd geboren op 27 september 1945 in San Jose, California. Zie ook alle tags voor Kay Ryan op dit blog.

 

 

THAT WILL TO DIVEST

Action creates
a taste
for itself.
Meaning: once
you’ve swept
the shelves
of spoons
and plates
you kept
for guests,
it gets harder
not to also
simplify the larder,
not to dismiss
rooms, not to
divest yourself
of all the chairs
but one, not
to test what
singleness can bear,
once you’ve begun.

 

 

DOUBT

A chick has just so much time
to chip its way out, just so much
egg energy to apply to the weakest spot
or whatever spot it started at.
It can’t afford doubt. Who can?
Doubt uses albumen
at twice the rate of work.
One backward look by any of us
can cost what it cost Orpheus.
Neither may you answer
the stranger’s knock;
you know it is the Person from Porlock
who eats dreams for dinner,
his napkin stained the most delicate colors.

 

 

HOPE

What’s the use
of something
as unstable
and diffuse as hope—
the almost-twin
of making do,
the isotope
of going on:
what isn’t in
the envelope
just before
it isn’t:
the always tabled
righting of the present.

 

 

De stukken die op aarde vallen

Je zou
haast willen
dat ze het niet zouden doen;
ze zijn zo
ver uit elkaar,
zo willekeurig.
Je kunt niet
wachten, je kunt
het wachten niet opgeven.
De drie of
vier momenten
waarop ze landen
vervagen nooit.
Mochten er
meer zijn, dan
zullen er nooit
genoeg zijn
om een patroon te maken
dat kan opwegen
tegen de dominante
manier waarop ze ertoe doen.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 

Kay Ryan (San Jose, 27 september 1945)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 27e september ook mijn blog van 27 september 2020 en eveneens mijn blog van 27 september 2018 en eveneens mijn blog van 27 september 2015 deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 16:52 Reageer op dit bericht

Bart Chabot, T. S. Eliot

De Nederlandse dichter en schrijver Bart Chabot werd geboren in Den Haag op 26 september 1954. Zie ook alle tags voor Bart Chabot op dit blog.

Uit: Mijn vaders hand

“DE LENTE KWAM vroeg dat jaar; zo vroeg dat ook de lente zelf het nauwelijks kon bijbenen. Ik kwam van een afspraak met een oude vriend vandaan en liep naar mijn auto, die ik in de namiddag voor het Vredespaleis had geparkeerd. De straten zaten me als gegoten. Ter hoogte van de Franse ambassade kwam een brommer aanrijden. Een type dat ik kende uit mijn jeugd: geen Puch met een hoog stuur, zoals ik zelf ooit een blauwe maandag had, maar een buikschuiver: een Kreidler, Zndapp of Berini. De bromfietser keek naar me: dat wil zeggen, de helm draaide mijn kant op. Daarop nam de bestuurder gas terug, remde en kwam naast de stoeprand tot stilstand. Een Kreidler. De helm ging af en ik zag dat de bestuurder een vrouw was. `Bart?’ zei ze. ten jij Bart Chabot?’ Ze had witte gymschoenen aan. Onder haar leren jack droeg ze een witte broek. Was ze verpleegkundige, Pleegzuster Bloedwijn? Ze zette de brommer op de standaard. Dit kon even gaan duren. `Sorry dat ik je aanspreek,’ zei ze. Ik zei dat het geen probleem was, dat ik het gewend was dat wildvreemden me aanspraken. Wat kon ik voor haar betekenen? Weet je,’ zei ze, ‘het zijn mijn zaken niet, en ik heb me er niet mee te bemoeien, het gaat me niet aan…’ `Maar?’ zei ik. `Ik kom van je vader vandaan.’ Het liep tegen negen uur; er was nauwelijks verkeer, op een stadsbus na die vrijwel leeg voorbijreed. `Ik heb hem net gewassen, je vader, en in bed gestopt.’ Dat is mooi,’ zei ik. ‘Dat waardeer ik bijzonder, dat u…’ `Ik ben Nicolette.’ Ze stak haar hand uit. dat je mijn vader verzorgt,’ zei ik terwijl ik haar hand schudde. Hoe lang, vroeg ik me af, had ik mijn vader niet gezien of  gesproken? Twintig, tweeëntwintig jaar? En hetzelfde gold voor mijn moeder. Ik had met mijn ouders al zeker twintig jaar geen contact meer. Je zou zomaar de indruk kunnen krijgen dat er iets was misgelopen tussen ons. `Ik heb begrepen,’ zei Nicolette, ‘dat je hen niet meer wenst te spreken, je beide ouders. Je zult daar goede redenen voor hebben, daar twijfel ik niet aan, maar…’ Boven de daken klonk een vertrouwd gekrijs dat ik tijdens de wintermaanden niet had gehoord: de meeuwen waren terug. `Hoe is het met hem?’ vroeg ik. `Slecht,’ zei Nicolette. ‘Ik kan er niet meer van maken. Ronduit slecht. Je vader is dement, zo dement dat hij in de gesloten afdeling van het verzorgingshuis is opgenomen.”

 

 

Bart Chabot (Den Haag, 26 september 1954)

 

 

De Engels-Amerikaanse dichter en schrijver T. S. Eliot werd op 26 september 1888 geboren in St.Louis, Missouri. Zie ook alle tags voor T. S. Eliot op dit blog.

 

 

Nicht Nancy

Miss Nancy Ellicott
Schreed de heuvels over en bedwong ze,
Reed de heuvels over en bedwong ze –
De dorre New England-heuvels –
Op vossejacht
Over de koeiewei.

Miss Nancy rookte en danste
Al de moderne dansen;
En haar tantes wisten niet goed wat ervan te denken,
Maar ze wisten dat het modern was.

Op de glanzende boekenplank hielden
Matthew en Waldo de wacht,
Geloofsbeschermers, het leger
Van de onwrikbare wet.

 

Vertaald door Bert Voeten

 

 

T. S. Eliot (26 september 1888 – 4 januari 1965)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 26e september ook mijn blog van 26 september 2018 en ook mijn blog van 26 september 2017 en eveneens mijn blog van 26 september 2015 deel 2.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Niccolò Ammaniti, Dannie Abse

De Italiaanse schrijver Niccolò Ammaniti werd geboren in Rome op 25 september 1966. Zie ook alle tags voor Niccolò Ammaniti op dit blog.

Uit: Het intieme leven (Vertaald door Etta Maris)

“Dit verhaal begint op een woensdag in het afgelopen decennium, het is kwart over negen in de ochtend en Maria Cristina Palma doet haar work-out. Ze is bezig met een Bulgaarse split squat, een oefening waarmee de quadriceps en bilspieren worden getraind. Ze heeft één been naar achteren gestrekt, het andere naar voren en ze buigt haar voorste knie, terwijl ze door de ramen van de serre naar de grijze deken staart. Het fijnstof dat de Romeinen wekenlang heeft genoodzaakt tot een rijverbod dat afwisselend geldt voor auto’s met even en oneven kentekens is samen met de regen neergedaald. In huis is het warm, maar aan de andere kant van het dubbele glas heeft de nachtelijke vrieskou de varenpalmen en de kale pergola op het terras bedekt met rijp. Tussen de zuiltjes van de balustrade door is de verkeersopstopping op de Lungotevere te zien, en verderop het plompe silhouet van de Engelenburcht dat langzaam vervaagt in de ongezonde nevel van de hoofdstad. Het penthouse waar Maria Cristina woont is zo’n paradijs waarvan de meeste mensen niet eens durven dromen, zo onbereikbaar is het. Meer dan driehonderd vierkante meter, op een steenworp afstand van het Piazza Navona, in een neoklassiek stadspaleis dat dag en nacht wordt bewaakt door politiebusjes. Haar personal trainer, Mirco Tonik, een grote kerel uit Francavilla al Mare, vertelt dat hij de verjaardag van zijn verloofde, Michael Carmichael, een Ier die handleidingen van printers en routers vertaalt, heeft gevierd in een vegan restaurant in de wijk Pigneto. Terwijl de trainer smakelijk vertelt over de heerlijke parmigiana di melanzane haalt hij een schijf van de halter af, waardoor het gewicht aan het andere uiteinde van de stang, vijf kilo puur gietijzer, eraf glijdt en op de rechter grote teen van de vrouw terechtkomt, die zo’n harde kreet slaakt dat het koppeltje dwergpapegaaien in de geëmailleerde kooi boven de varens er stil van is. De serre, met olifantsoren in azuurblauwe potten, de Kentia-palm en de uitlopers van de drakenklimop die neerbuigen vanaf de boekenkasten, pulseert om haar heen als een special effect in een slechte film.
Mirco Tonik, die de enorme omvang van zijn stommiteit inziet, brengt heupwiegend zijn handen naar zijn hoofd en roept de schepper aan: ‘0 god! 0 god! 0 mijn god. Wat heb ik gedaan?’ Maria Cristina trilt van de pijn. Ze moet alleen maar ademhalen en het laten stromen. Anders dan herinneringen aan pijn van de ziel verdwijnt de herinnering aan lichamelijke pijntjes na verloop van tijd en zijn we na een paar jaar vergeten hoeveel we moesten lijden om een kies die werd getrokken of een blindedarmontsteking.”

 

 

Niccolò Ammaniti (Rome, 25 september 1966)

 

 

De Britse dichter en schrijver Dannie Abse werd geboren op 22 september 1923 in Cardiff, Wales. Zie ook alle tags voor Dannie Abse op dit blog.

 

 

BONBONDOOS

Afgelopen veronachtzaamde november, Leporello,
en meer achtertuin-rozig-rode appels
versierden de boom dan telbare bladeren
toen zij, door het raam,
een pimpelmees op een tak zag.

Zuchtte: ‘Wat een ongelooflijk mooi plaatje,
een ouderwetse bonbondoos.’

Later, verrast, denkend aan ongeplukte appels,
proefde ik natuurlijk haar rode mooie mond.

Nog later, in de schemering, het uitpakken.
Haar vallende zwarte jurk ritselde
als chocoladepapier;

en die hele heerlijke
ouderwetse, Rubens-mooie
doos geopend. Aangeboden en genomen: truffel,
kersenlikeur, marsepein, Turks fruit.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Dannie Abse (22 september 1923 – 28 september 2014)
Portret door Dean Lewis, 2014

 

 

Zie voor de schrijvers van de 25e september ook mijn blog van 25 september 2021 en ook mijn blog van 25 september 2019 en ook mijn blog van 25 september 2018 en eveneens mijn blog van 25 september 2016 deel 2.

Geschreven door Romenu om 17:05 Reageer op dit bericht

Joke van Leeuwen, Dannie Abse

 

De Nederlandse dichteres, schrijfster, illustrator en cabaretière Johanna Rutgera van Leeuwen werd geboren op 24 september 1952 in Den Haag. Zie ook alle tags voor Joke van Leeuwen op dit blog.

 

Blijven

Iemand, oud nog, met over de tafel
een vloerkleed, en een aan de muur,
de punten als van een kompas,
alsof die vast tegen de wanden op
oefent in los van de aarde.

Iemand, in gras, roepend als weer een
kind, tegen de wind, ga liggen! Want dan
zal de wind even naast die gaan liggen
en die naast de wind, wachtend op
god-weet-waar gewaaid, toch?

Iemand die zegt: er is iets, maar wat is
is, wat iets, wat er, weet ik veel, moet dat,
die zegenend, perkament pratend van
maaksel, ontferming, dagzeggend aan
wie nog niet, zich laat bewaren.

En ergens daarbuiten, al duizenden jaren
een rijzige linde vergroeid met een eik,
hout houdt hen vast, met ergens
daarbinnen, vermoed onder schors
hun handen.

 

 

Geschenk

Dit zit goed vastgeplakt. Wel mooi papier. Een lint
met krullen. Doen ze met een schaar. Ik weet niet
wat jij hiervan vindt, of jij dit hebt, dat ik het ruil,
dat jij dan wacht op mij, dat ik dan onderwijl wat
anders voor je koop, of, want, tenzij, dat jij het
houden wilt of bij vergissing denkt dat jij het
toch al had, maar niet dus, of niet meer of
dat het brak en dat jij dacht als nog een
keer moet ik voorzichtig zijn, of dat
iets dubbels helemaal niet geeft
wat jou betreft. Hier. Neem
een mes. Dit heft.

 

 

Er zijn dieren

Er zijn dieren die piepen.
Zo zijn ze geschapen, tot piepen.
Hun tieren te iel in de mist.

Er zijn dieren die loeien.
Zo zijn ze geschapen tot loeien.
Hun roepen te rauw in de mest.

Er zijn dieren onhoorbaar.
Scharrelend.

 

 

Joke van Leeuwen (Den Haag, 24 september 1952)

 

 

De Britse dichter en schrijver Dannie Abse werd geboren op 22 september 1923 in Cardiff, Wales. Zie ook alle tags voor Dannie Abse op dit blog.

 

De stethoscoop

…………………Daardoor,
boven de strakke buik van jonge vrouwen,
heb ik het geluid van de schepping gehoord
en, in de borst van een dode, de stilte
……van voor de schepping begon.

…… Moet ik
dus bidden? Dit instrument vereren
en daarboven een processie van vaandels?
Dit ding ophangen in een koude
……paddestoeldonkere kerk?

….. Moet ik
ervoor knielen, een spreuk psalmodiëren
uit een boekje? Priester of rabbi nadoen,
het galmend geluid van gelovigen?
….. Nooit! Toch kan ik hem loven.

….. Ik zou
zo doende mijn eigen oren huldigen,
door die te prijzen prees ik nachtelijk praten,
wanneer de mensen filosofen worden;
….. gelach van gekken en wijzen;

…..nachtkreet
van gewonde schepsels, scherp ziend of blind;
maanlicht-sonates op een naald;
minnaars met duive-kelen; de wind
….. op reis vanwaar hij begon.

 

 

Vertaald door W. Hogendoorn

 

 

Dannie Abse (22 september 1923 – 28 september 2014)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 24e september ook mijn blog van 24 september 2020 en eveneens mijn blog van 24 september 2019 en ook mijn blog van 24 september 2017 deel 2.

Geschreven door Romenu om 14:37 Reageer op dit bericht

Inge Boulonois, Dannie Abse

 De Nederlandse dichteres en schilderes Inge Boulonois werd geboren in Alkmaar op 23 september 1945. Zie ook alle tags voor Inge Boulonois op dit blog.

 

 

KAST

Hoe dingen binnen hem bestaan.
Planken boordevol wasverzacht
linnengoed. Als uitgedroomde zeilen

schurken lakens tegen elkaar aan.
Op stijve stapels rusten nog
in overijverige vouw gestreken
zakdoeken van voor de wegwerptijd.

Het gespaarde uit de magere jaren
schuilt in een mandje achterin:
een mistige bril, te slanke ringen,
een horloge diep in slaap op eigen tijd.

De kast is een kast en wil bewaren
zonder twijfels over het toekomstig nut.
Hij laat de dingen in zijn donker binnenste
op vaste stek dommelen

tot de deur weer open gaat, het daglicht
binnen glipt en alles wakker schrikt,
ook weemoed –

 

 

WATERVAL 1961 M.C. Escher

Water stroomt hier niet en wel.
Gerimpeld klimt het opwaarts,
versplinterd stort het neer terwijl
de loop de zwaartekracht vernachelt,
het rad de roerloosheid verdraait.
Spiegelen en glanzen doet het
niet. Geen golf verdwijnt, geen
drup verdampt. Ondanks verval
verglijdt geen fractie tijd. Intussen
blijft het klotsen, kabbelen en ruisen
in je verbeelding. En net zo echt
is dat geklater als het water diep –

 

 

VOLKabularium

Een grote woordenschat is altijd beter
en zelfs Bargoense taal komt vaak van pas.
Neem niksnaks, gannef, deinvoet, lorejas,
geteisem, falderappes, netevreter.

Want je kunt nooit voldoende woorden leren
voor relschoppers die oud en nieuw versjteren.

 

 

Inge Boulonois (Alkmaar, 23 september 1945)

 

 

De Britse dichter en schrijver Dannie Abse werd geboren op 22 september 1923 in Cardiff, Wales. Zie ook alle tags voor Dannie Abse op dit blog.

 

 

Anamnese

‘Welshmen: meestal waardeloos,
tuig van de richel, dokter.’
Hij wist niet dat ik Welsh was.
Toen prees hij de bouwers
van de concentratiekampen –
wist niet dat ik een jood was.
Hij noemde linksen ‘witte zwarten’
en verzon steeds meer scheldwoorden.

Toen ik zijn lever palpeerde
voelde ik de zachte lever van Goering;
toen ik mijn stethoscoop optilde
hoorde ik de hartslag van Himmler;
toen ik zijn encefalogram las
dacht ik: ‘Sieg Heil, mein Führer.’

In de ziekenhuisapotheek
rode bes van zwarte heggerank,
scheerling, nachtschade, amaniet.
Maar ik schreef hem voor
alsof hij mijn broer was.

’s Avonds laat moet ik op mijn arm
hebben geslapen: eventjes
was mijn rechterhand van slag.

 

 

Vertaald door W. Hogendoorn

 

 

Dannie Abse (22 september 1923 – 28 september 2014)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 23e september ook mijn blog van 23 september 2019 en ook mijn blog van 23 september 2018 deel 1 en ook deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:41 Reageer op dit bericht

Herfst (Hanny Michaelis), Jaap Harten, Dannie Abse

 

 

 

Zonlicht – zonnige herfst door Nikolay Dmitriev, 2021

 

 

Herfst

De bomen roesten in het zieke licht
langs somber in zichzelf gekeerde grachten.
In wilde, stormdoorvlaagde regennachten
vertoont de maan een bleek, behuild gezicht

boven de lege straten, smalle schachten
waar in een onverbiddelijk gericht
de zomer langzaam voor het najaar zwicht,
terwijl de huizen op het einde wachten.

Tegen de morgen is de strijd beslecht.
Een vage geur van heimelijk bederven
heeft aan de moede wind zich vastgehecht.

Tussen een handvol dunne zonnescherven
heeft zich de zomer moeizaam neergelegd
om eenzaam en onopgemerkt te sterven.

 

 

Hanny Michaelis (19 december 1922 – 11 juni 2007)
Herfst in Amsterdam, de geboorteplaats van Hanny Michaelis

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Jacobus Cornelis (Jaap) Harten werd geboren in Blaricum op 22 september 1930. Zie ook alle tags voor Jaap Harten op dit blog.

 

Wakker worden

Wij werden altijd wakker
in een morgen van staal,
met een vochtige roos van adem
en springveren in onze kuiten.
Wij wasten ons snel bij de
pomp en trokken door
ons lichaam een figuur van
honingraat en melk.

Wij leefden in de jaren dertig,
de tijd toen een maniak zwarte
slangen van dood dresseerde
in een naburig rijk. Ons leven
was nog echt van kleur,
een woede in het groen
dat openstond met bomen
en gras in een vrije wereld.

Wij woonden in een geur of
in het gebrom van wespen
en de dood was voor ons een
natuurlijke slaap die kon duren:
graan in het gebit van de winter
hield zich ook lang stil, en
wanneer is leven niet meer
leven? Wij ademden warmte.

Een pendule tikte en tikte
de regimenten naderbij.
Wij hoorden de appels vallen,
herfst kwam en sneeuw en voorjaar.

En toen de insekten ontwaakten
en voor het eerst de wereld probeerden,
vatten zij vlam in de kruitdamp
en stierven en lieten niets na.

 

 

Wij leven in een wereld

Wij leven in een wereld
die zoveel later is dan die
van de holbewoner, de vuursteen,
wij leven in een wereld
die bont en blauw is van onze hoop op leven,
van onze oorlogen, onze dagelijkse haat.

In de beweging van het jaar, die
altijd goed is, balanceren wij
met lucht en vuur, met
zuurstof en sterren en maken wij
een wilde vonkenregen van liefde in de nacht
en vinden de weerspiegeling in ons bloed.

Soms vechten wij op de barricade,
wanneer de tijd met een schok wakker wordt,
en verdedigen wij een kleur, een wapendier,
dat met zijn klauw of bloedrode
snavel in onze huid kruipt:
wij schieten dan in de roos van de mens.

Wij leven in een wereld, die alles
kan met zijn hart van metaal en kristallen,
maar soms hangt in wolken en duisternis
en dan speelt met demonen en maskers van kwarts,
een wereld die langer is dan onze adem
en de mensen kleurt en torst met zijn zonlicht.

 

 

Jaap Harten (22 september 1930 – 2 december 2017)

 

 

De Britse dichter en schrijver Dannie Abse werd geboren op 22 september 1923 in Cardiff, Wales. Zie ook alle tags voor Dannie Abse op dit blog.

 

 

Pathologie der kleuren

Ik ken de kleur rose en die is mooi,
maar niet als hij rijpt in een tumor.
Genezend groen, lover en gras, lente-achtig,
is in rottende leden niet lente-achtig.

Ik heb rood-blauw, met harig mauve gemengd,
gezien in het paars gezicht van een zelfmoordenaar.
Ik heb wit, porceleinwit zowat, zien staren uit
een auto, achter een verbrijzelde voorruit.
En de misdadige, veelkleurige flits
van een H-bom is niet prachtiger
dan een autopsie als de buik wordt geopend –
en kerkglazen toont die nog nooit zijn geopend.

Dus in een regenboog, eenvoudig geluk,
in de facetrand van een spiegel met zonlicht,
toonde de Dood mij zichtbaar zijn artefact,
als een militair lintje op een tuniek geplakt.

 

 

Vertaald door W. Hogendoorn

 

 

Dannie Abse (22 september 1923 – 28 september 2014)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 22e september ook mijn blog van 22 september 20919 en ook mijn blog van 22 september 2018 deel 1 en deel 2.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Indian Summer (Jayanta Mahapatra), Xavier Roelens, Owen Sheers

 

 

Indian Summer bij Moret – zondagmiddag door Alfred Sisley, 1888

 

 

 

Indian Summer

Over the soughing of the sombre wind
priests chant louder than ever;
the mouth of India opens.

Crocodiles move into deeper waters.

Mornings of heated middens
smoke under the sun.

The good wife
lies in my bed
through the long afternoon;
dreaming still, unexhausted
by the deep roar of funeral pyres.

 

 

Jayanta Mahapatra (22 oktober 1928 – 27 augustus 2023)
Cuttack, Inda, de geboorteplaats van Jayanta Mahapatra

 

 

De Vlaamse dichter Xavier Roelens werd op 21 september 1976 in Rekkem (Menen) geboren. Zie ook alle tags voor Xavier Roelens op dit blog.

 

 

1911

en de man die zevenhonderd jaar leefde en de jongen die uit de hemel
was gevallen en de boer die gebakken aardappels pootte en de
bultenaar die dacht dat hij dood was en de waarzegger die zichzelf
niet herkende en de musketier die op zoek ging naar de dood en de
knecht die goed kon onthouden en de molenaar die de duivel bij zijn
neus nam, staan buiten tegen de muur te schuilen voor het
trommelvuur. ze zijn uit hun dorpen naar brussel gevlucht en ze
sluipen om beurt naar het klooster in de buurt, waar de
voedselpakketten van de amerikanen liggen.
    en de man die zijn zevenhonderdste jaar leefde en de jongen die,
uit de hemel gevallen, bedolven raakte onder zijn gesneuvelde
kameraden en de boer die wat graspollen oogstte en de bultenaar die
schreeuwde dat hij dood was en de waarzegger die zijn eigen
gestuiptrekte handen niet herkende en de musketier die uit de
loopgraven sprong en op zoek ging naar het genadeschot en de knecht
die goed geamputeerd kon worden en de molenaar die de duivel bij
zijn neus nam door te deserteren, klampen zich aan hun bajonet vast.
doorregend, gezeten in de kleemodder en het traklwater van de
granaattrechters, onder de kollwitz-bomen – en het mortiervuur gaat
maar door – wachten ze tot ze terug thuiskomen bij hun voorouders en
daar niet meer weten wat te vertellen.

 

 

1935

GE ZIJT VIJF EN en ge raakt
de tel kwijt aan de
spoorbrug
de paarden die dood en
de varkens op 

straat en dat ingestuikte
huis en gij wacht op
uw pa en ge ziet wat ge nooit op
een blad ooit gaat natekenen hoe de 
littekens zuigen aan ’t ineengedoken uit het brandbaarste hout gekalefaterde 
lijf hoe ge maar een kwart 
lichaam van doen hebt om u
driekwartlichaam te voelen ge kunt dat niet in
negatief gieten hoe
schorsenhuiden rond
uw leegte gedrapeerd liggen hoe ge ondergronds
uw blik hebt beroofd van zijn
hartklep hoe
kneuzingen in
kaarsvet
het bloed van onder
uw nagelen trekt. en ge luistert wreed stil naar
uw haar dat
leekt en ge wacht op
uw pa die de
tandem al heeft overgedregen het is lijk dat ge schellekes

hesp af kunt snijden zo open
de schoften daar liggen ge zijt vijf en ge raakt
de tel kwijt van
de bloedvaten al dat
opgezogen roodhout met
de ruggengraat tussen
de poten en haar
manen tussen

uw tanden ge hoeft niet te verbergen dat
uw hoofd aan
de brug hangt te druipen als
waterverf op
het papier dat ineentrekt wanneer
uw pa komt u komt halen kunt gij niet expliqueren hoe ge
vanaf nu zijt uitgeteld op
een bed van
tijd met
haken en
ogen gelapt en met twee van die
hoofden van voor een en vanachter opdat
ge van
uzelf wegkijken kunt

 

 

Xavier Roelens (Rekkem, 21 september 1976)

 

 

De Engelse (Welshe) dichter, schrijver en presentator Owen Sheers werd geboren op 20 september 1974 in Suva op de Fiji eilanden. Zie ook alle tags voor Owen Sheers op dit blog.

 

De zee lezend

Dikhuidig in wetsuits, zittend op surfplanken,
leren we opnieuw lezen,
traceren we in de verte de zinnen van de golven.
Onder de zon kijken we naar elke deining,
maken we onszelf vertrouwd met hun valse beloften,
de woorden die de pagina niet halen.
We wachten, tussen de aanhalingstekens van verre meeuwen,
tussen het lege papier van het strand
en de laatste regel van de horizon.
We wachten op de volzin van het water, dat zichzelf naar de kust kamikazeert, dat ons
onze welbespraaktheid,
ons moment van evenwicht op het koord van de golf zal toestaan,
voordat het ons afsnijdt, ons wegvaagt
in een diaspora van wit water,
ons achterlatend om terug te worstelen door onze nieuwe taal,
terug naar waar, rustend in een cesuur,
alleen hun hoofden tonend, een ellips van zeehonden
ons vertelt dat het zal doorgaan,
maar dat het water momenteel zijn toespraak voorbereidt,
puttend uit zijn woordenschat van golven,
die nog steeds slechts ideeën zijn, groeiend in de geest van de zee.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 

Owen Sheers (Suva, 20 september 1974)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 21e september ook mijn blog van 21 september 2021 en ook mijn blog van 21 september 2020 en eveneens mijn blog van 21 september 2019 en ook mijn blog van 21 september 2018.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Owen Sheers, Joseph O’Connor

De Engelse (Welshe) dichter, schrijver en presentator Owen Sheers werd geboren op 20 september 1974 in Suva op de Fiji eilanden. Zie ook alle tags voor Owen Sheers op dit blog.

 

 

Marking Time

That mark upon your back is finally fading
in the way our memory will,
of that night our lust wouldn’t wait for bed
so laid us out upon the floor instead
where we worked up that scar —
two tattered flags flying from your spine’s mast,
a brand-burn secret in the small of your back.

I trace them now and feel the disturbance again.
The still waters of your skin broken, the volte engaging
as we make our marks like lovers who carve trees,
the equation of their names equalled by an arrow
that buckles under time but never leaves,
and so though changed, under the bark, the skin,
the loving scar remains.

 

 

Show

I

The models walk,
high-heeled as curlews
stalking a narrow shore.

We watch, spectators
at a slow-motion tennis match,
as they turn,

flex the featherless wings
of their shoulders
and slip between the curtains,

leaving the crocodile pit of cameras
flashing their teeth for more.

II

I leave you sitting to the mirror
like a pianist to the piano,
lifting the mascara brush
to paint your lashes from fine to bold.

Pulling the door on this scene
I walk down the corridor
to wait in the bar for you to join me.
And when you do, it happens once more;

The fall of the dress, the jewellery,
early stars against the dusk of your skin,
all of it leaves me surrendered,
if just for a second, as you walk in,

to the spell, the artful hocus-pocus,
and to you standing there
one shoulder bare,
setting the room about you out of focus.

 

 

Schaduwman

Voor Mac Adams, kunstenaar

Zijn palet is licht,
in al zijn tinten
en de gaten die het maakt.

Toverend met gloeilamp,
fruit en een botsing van korrels
gemorst over glas,

een hond, rustend of dood,
het kinetische moment van een vogel
in de seconde voor de vlucht

of het hoofd van Karl Marx,
geboren uit kiezelsteen en steen
in een afwezigheid van licht.

Hij werkt met een duisternis
achter zijn ogen,
begrijpend zoals hij doet

dat het niet materie is die ertoe doet,
of onze gedachten en woorden,
maar de schaduwen die ze werpen
tegen de levens van anderen.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 

Owen Sheers (Suva, 20 september 1974)

 

 

De Ierse schrijver Joseph Victor O’Connor werd geboren op 20 september 1963 in Dublin. Zie ook alle tags voor Joseph O’Connor op dit blog.

Uit: Volgspot (Vertaald door Harm Damsma en Niek Miedema)

“In de bovenkamer van het vervallen herenhuis aan de overkant van de straat heeft de hele nacht licht gebrand. Je zag het steeds vanuit je bed, telkens als je je omdraaide naar de raamkant, wat je wel moest om je fles van de vloer te kunnen pakken. En zo gaat het haast alle nachten. Tegen dat het begint te schemeren gaat het peertje aan. En ’s ochtends, een paar tellen nadat de straatlantaarns knipperend zijn gedoofd, gaat het uit en wordt het haveloze gordijn dichtgetrokken. Je bent nu vijfenzestig, even oud als dat huis misschien, misschien zelfs nog wat ouder. Onvoorstelbaar. Je loopt naar het enige raam in de kamer. De ruit voelt ontzettend koud aan. Het wordt winter in Engeland. Het is guur geweest, de laatste tijd. En de afgelopen nacht is er zelfs een zware storm over Londen getrokken. Je hebt nog nooit iemand dat troosteloze huis zien in- of uitgaan, maar toch komt de postbode er nog regelmatig langs om zijn enveloppen door de gebroken ruit in de voordeur te duwen, want de brievenbus zit al jaren dichtgespijkerd. Mannen urineren er in het portiek. Een van de straatmeiden oefent er haar beroep uit, en de balustrade zit al sinds jaar en dag onder de schuttingwoorden. Tal van venstergaten zijn met planken dichtgetimmerd. Tegen de gevel woekert een vlinderstruik. Je hebt het gevoel dat de bewoner van die kamer een man is. Op een keer gleed er rond middernacht een schaduw langs het bovenste raam — tenminste dat dacht je — en de manier waarop die bewoog had iets mannelijks. Er was een tijd dat je over hem lag te denken — Hoe kan hij nou in z’n eentje in zo’n oud, half kapot gebombardeerd huis wonen? Van wie komen die brieven? Waar gaan ze over? — want dat hielp je de meedogenloze uren voordat het dag werd door te komen. Maar vanmorgen is iemand anders weer bij je langs geweest, uit datzelfde licht vreemd genoeg, uit een onzichtbaar vertrek, uit een stad waar je de laatste dertien jaar hebt gewoond, maar die je nooit redenen heeft gegeven om je er thuis te voelen. Dat is ons allemaal weleens overkomen, dat ineens iemand in ons hoofd komt aanwaaien die we dachten vergeten te zijn of welbewust uit onze gedachten hadden verbannen. Maar vandaag zal blijken dat degene die rondwaart, weigert zich te laten verbannen, een emigrant is die hardnekkig probeert thuis te komen.”

 

 

Joseph O’Connor (Dublin, 20 september 1963)

 

 

Zie voor de schrijvers van de 20e september ook mijn blog van 20 september 2022 en ook mijn blog van 20 september 2021 en ook mijn blog van 20 september 2020 en eveneens mijn blog van 20 september 2019 en ook mijn blog van 20 september 2018.

Geschreven door Romenu om 16:55 Reageer op dit bericht

Ingrid Jonker, Owen Sheers, Cihan Acar

De Zuidafrikaanse dichteres en schrijfster Ingrid Jonker werd geboren op 19 september 1933 bij Komberley (Noord Kaap). Zie ook alle tags voor Ingrid Jonker op dit blog.

 

Jij hebt me bedrogen

Jij hebt me bedrogen Dollie
jij speelde vals spel
mijn hart o stekelbes  
zit droog in zijn vel

De predikant zegt ach nee
mijn ma zegt achwat gepraat
mijn oma denkt foei wereld
waar is onze toeverlaat

Maar Dollie geitje baby
dat jij me zo verstoot
al breng ik al m’n dagen
als kuikens voor je groot

Al geef ik jou mijn vijgen
blozend als morgendauw
jij was die nacht — o hartje!
een andere man zijn vrouw

Mijn bastaard en manke uil
janken veel en in koor
maar Dollie geitje baby
wij janken één woord aldoor

 

 

Graf
Aan Berta

Bij Gordonsbaai voor de duisternis
heeft ze kinderlijk gegist

waar de leliebloem kon zijn
die haar hart geneest van pijn.

Zoekende raken haar handen
aan het onkruid op de stranden

wordt haar iris zacht en blind
waait haar droom weg op de wind

hurkt ze roerloos vastgerankt
toegedekt door wier en zand.

 

 

Vertaald door Gerrit Komrij

 

HUSH NOW, THE DARKLING MAN

On the green footpath
of the horizon far
around the earth little one,
an old man trudges who wears
an open moon in his hair
Nightingale in his heart
jasmin plucked for his buttonhole
and a back bowed down by his years.
What’s he doing, mummy?

He calls the crickets
He calls the black
silence that sings
like the rushes, my sweet
and the stars which throb
knock-knock my love,
like the tiny little beetles
in their thin far ring.
What’s his name, mummy?

His name is Hush
His name is Sleep
Mister Forget
from the Land of Dream
His name is hush
he’s called, my sweet
Hush now, the darkling man
Mummy…

Hush now, the darkling man

 

Vertaald door Antjie Krog en André Brink

 

Ingrid Jonker (19 september 1933 – 19 juli 1965)

 

 

De Engelse (Welshe) dichter, schrijver en presentator Owen Sheers werd geboren op 20 september 1974 in Suva op de Fiji eilanden. Zie ook alle tags voor Owen Sheers op dit blog.

 

Onder de Superstition Mountains

‘Niets verbergt zich achter deze hekpaaltjes’
Eels, ‘Susan’s House’

De Mustang staat stil,
in het gras langs de kant van de weg,
absorbeert de warmte in zijn nepleren stoelen.

Ik zit achter het stuur terwijl de fotograaf slaapt,
lees Lowell over het huwelijk,
‘de monotone gemeenheid van zijn lust’

in een voorstad-stil straatje in Sun City West
waar alleen de ouderen mogen wonen
en de buren elkaars huizen in de gaten houden.

Een man in een trainingspak
neemt zijn zuurstoftanks mee voor een wandeling
en een enkele vogel raakt een pianodraad halverwege de vlucht,

de noot sterft weg zonder te vertellen
wat voor soort vogel het is,
laat een andere ruimte open tussen zintuig en weten.

De fotograaf op de passagiersstoel beweegt niet,
verdoofd door de hitte,
laat zijn onderlip hangen.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Owen Sheers (Suva, 20 september 1974)

 

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Duitse schrijver Cihan Acar werd in 1986 in de buurt van Heilbronn geboren. Zie ook alle tags voor Cihan Acar op dit blog.

Uit: Hawaii

„Danach kam ein langer Monolog, dem ich nicht ganz folgen konnte, aber die Grundaussage war: Ich hatte alles falsch gemacht. Wenn ich nur etwas weniger falsch gemacht hätte, wäre ich jetzt berühmt und Multimillionär. Das hört man gern.
Mit einem schnellen Schluck leerte Osman amca sein Glas, legte den Arm auf meine Schultern und drehte mich Richtung Saal. »Schau dich genau um«, sagte er. Mit der Hand machte er einen weiten Bogen von links nach rechts. Ich sah mich genau um. Hochzeitsgäste beim Essen, mindestens dreihundert.
»Hier gehörst du hin«, sagte er. »Du bist einer von uns. Das mit dem Fußball mag vorbei sein, aber du hast dein ganzes Leben noch vor dir. Vergiss Fußball. Wenn du dich richtig anstellst, kannst du einer unserer Anführer werden. Wir brauchen junge Leute, die uns voranbringen. Du hast das Zeug dazu. Allein der Wille zählt, mein Junge.«
Ich hatte nur kurz hallo sagen wollen und jetzt hatte ich die Hauptrolle bei König der Löwen im Migrantenremix. So schnell geht das. Um das Thema zu beenden, sagte ich ihm, dass er recht hatte und dass ich darüber nachdenken würde.
Ein Kellner kam vorbei, Osman amca hielt ihn fest. Er bestellte etwas und machte eine Trinkbewegung, die als Frage an mich gedacht war. Ich zuckte mit den Schultern. Als der Kellner zurückkam, sah er sich ein paarmal um, reichte mir dann unter dem Tisch eine weiße Plastiktüte und
machte sich davon. Ich schaute kurz rein: zwei Dosen Jacky-Cola. Osman amca zwinkerte mir zu. So ist das auf solchen Festen: Die Alten schießen sich ab, und die Jungen müssen im Verborgenen sündigen.“

 

Cihan Acar (Nabij Heilbronn, 1986)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 19e september ook mijn blog van 19 september 2023 en ook mijn blog van 19 september 2021 en ook mijn blog van 19 september 2020 en eveneens mijn blog van 19 september 2018 en ook mijn blog van 19 september 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:47 Reageer op dit bericht

Koen Stassijns, Owen Sheers

De Vlaamse dichter, schrijver en vertaller Koen Stassijns werd geboren op 18 september 1953 in Ninove. Zie ook alle tags voor Koen Stassijns op dit blog.

 

 

Opdracht

Zij is de beste dood, die van het zwijgen,
nog niet in. Taal hapert aan haar slaap.

Noem haar geen boom meer, zwaaiarm, twijgen
die ik van tussen het gestamel raap,

maar schrijf haar weg naar waar zij thuishoort,
in het leeggoed van een woord zoals voortaan.

Het touw wil uit haar vlees, en zeg het voort:
Ook taal brengt wat wij missen niet tot staan.

Zij is te moe van al dat reizen om haar heen,
dus trek de jas die zij ooit was maar uit,

ruim sneeuw, december wordt haar nieuwe huid.
Begraaf de woordbijl, leg hem onder steen.

Behandel haar met eerbied: niet. Ruim baan,
en weet: Wie stilstaat kan ook verdergaan.

 

 

Pars poëtica

1
Sla dit gedicht als een jas om je heen
en laat het wandelen, ik wil op de rug
van een meisje aan zee en terug
kunnen gaan. Naar de stad door een kluwen

van straten waar een plein over valt.
Daar middenin zon uitdagend staan
wuiven: kleed mij uit en kijk mij aan,
tijd heeft geen vat meer op mij, houd halt

en lees mij, doe mij aan. Want ik blijf
langer dan een rooksignaal in het oog
van de boodschapper leven. Zwijg

mij maar dood, ik sta pas neergeschreven
overeind, loop als een druppel door regen
over in zee, waar amper een meisje kan gaan.

2
Ik leg mij neer bij dit gedicht,
kijk waar zijn benen staan en hoe
die verder moeten groeien. Soms gaan ze
door de knieën onder het gewicht

van een belegen woord als dood
en daar ondoorgrondelijk in blijven
dromen. Soms hangen ze wat rond,
groen fruit terloops aan magere twijgen

opgeknoopt en vallen voor het rijpen.
Daar grijp ik in, en leg het vuur vast aan
hun schenen, snoei op het gevoel af, herbegin.

Omdat ik nog een zin zoek voor dat ene
volkomen gedicht dat enkel blijft staan
wanneer ik wankel in mijn benen.

 

Koen Stassijns (Ninove, 18 september 1953)

 

 

De Engelse (Welshe) dichter, schrijver en presentator Owen Sheers werd geboren op 20 september 1974 in Suva op de Fiji eilanden. Zie ook alle tags voor Owen Sheers op dit blog.

 

Thuiskomen

De omhelzing van mijn moeder is ongemakkelijk,
Alsof de ruimte tussen haar open armen
is gereserveerd voor een kind, niet voor dit lichaam van een man.
In de keuken kneedt ze het deeg,
draait het om en klopt het voordat zij het weer in de vorm legt.
De bloem zorgt voor een make-over, bestuift
De haren op haar wang, strijkt rimpels glad.

Papa dompelt zichzelf nog altijd onder in de regen.
Tot aan zijn ellebogen in de heg werkt hij
aan een gat dat elke winter weer verschijnt,
de randen zijn doorregen met natte wol –
bevroren adem blijft hangen aan de sleedoorn.
Als hij weer binnenkomt is zijn haar wild,
en zijn zijn zakken gevuld met hooivijlsel.

Als iedereen zit schenkt mijn grootvader de wijn in.
Zijn onvaste hand laat de hals van de fles
trillen op de rand van elk glas;
het is een deuntje dat hij elk jaar sneller speelt.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Owen Sheers (Suva, 20 september 1974)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 18e september ook mijn blog van 18september 2020 en ook mijn blog van 18 september 2018 en ook mijn blog van 18 september 2016 deel 1 en eveneens deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 16:54 Reageer op dit bericht

H. H. ter Balkt, William Carlos Williams

De Nederlandse dichter H. H. (Herman Hendrik) ter Balkt werd geboren in Usselo op 17 september 1938. Zie ook alle tags voor H. H. Ter Balkt op dit blog.

 

In de zoutconcessies

De in de 33 boortorens opgepompte pekel
moet van de louche zouten worden ontdaan;
in de eerste etappe worden moederloog en
kalk toegevoegd. Grote roerwerken roeren

loog en kalk door de pekel. De boorkroom
verbrijzelt de steenlaag. Het roerwerk
staat tijdens het bezinken stil. Slib is wat
overblijft: witte bergen. Eens deden

1011 schepen de zoutkaden aan! Zoutkroon
– onderaards – brokkelt af. De zouttransport-
band die wel een sneeuwweg lijkt voert na

het zeven het zout de silo’s in. De zout-
brijpomp werkt keihard. Transportband en
laadbuis werpen ’t zout snel in de schepen.

 

 

El Greco, de weg!

Verlekkerd verschanst in zijn mantel
van baardige grassen, bontkraag van aar
likt de autoweg zijn muil af, vaardig
schilderend met antennes en uitlaten;
de weg is een groot kunstenaar, draagt
razende besluiten, schildert het landschap
heet van de as
Fraaie eiwitten sieren zijn paletmes
lijkengroen snelt zijn faam vooruit,
een kraai draagt de houtskool;
de benzinestruik geurt fijntjes
naar hyena’s en struif, grenzen over
stuift de weg met groteske ontploffingen
Rustplaatsen: intocht
nadert: spreid je mantel van leeggegoten
flessen, zie de schilder
de almachtige Griekse schilder
komt in de stofwolk! In asfalt
en veelvervige metaallak maalt
de weg de bronst van macht & geweld
Ah! Hij die het landschap menselijk
afbeeldt en gulzig & visvretend
doorwerkt, uren van de dag en de nacht:
El Greco, de langgerekte!

 

 

De lampionplanten

Postzegel met het sneeuwmerk van winter, zo
hingen de lampionplanten hun oranje lampion uit.
De witte tanden waren van het ijzeren hek.
De hoeken van de ruiten hadden allevier
kerstkleuren, ze droegen in melkglazen vazen
de bloemen die daarbuiten hun zaden
verborgen onder de boomgaardsneeuw, onder
de sneeuw van de appelboom en de hazelaar
van de rafelige vlammen van de lampionstruik,
van de judaspenning en de stoffertjesplant.
Alle vinken hadden vrolijke snavels,
de appelvink had de dikste, maar hij daar,
de goudvink, had zó in de boom gekund, die
kunstig besneeuwde spar daarbinnen. Toen
sneeuwde het nog volgens geijkte gewoonte;
langer dan vijftien regels is het geleden.
Dit is een hommage aan de oude lampionplanten
vuurdragend in de sneeuw en bedrukt, niet
met 25 cent maar met 25 december. Nee, geen
postzegel – besneeuwd of niet – vent dat nog uit.

 

 

H.H. ter Balkt (17 september 1938 – 9 maart 2015)

 

 

De Amerikaanse dichter William Carlos Williams werd geboren in Rutherford (New Jersey) op 17 september 1883. Zie ook alle tags voor William Carlos Williams op dit blog.

 

 

Tractaat

Ik wil jullie beste stadsbewoners
leren hoe een begrafenis te regelen
want jullie hebben iets voor op een
troep artiesten –
tenzij men echt schoonschip zou maken –
jullie bezitten het noodzakelijke basisgevoel.

Kijk! de lijkkoets voorop.
Ik begin met het ontwerp voor een lijkkoets.
In godsnaam niet zwart –
niet wit ook – en onopgepoetst!
Laat haar verweerd zijn – als een boerenkar –
met vergulde wielen (voor een luttel
bedrag opnieuw aan te brengen)
of helemaal geen wielen:
een ruwe sleperskar om over de grond te trekken.

Sla ’t glas eruit!
Mijn god – glas, beste stadsbewoners!
Tot welk doel? Voor de dode
om naar buiten te kijken of voor ons
om te zien hoe mooi hij erbij ligt of
om de bloemen of het ontbreken ervan –
of wat?
Om hem te beschermen tegen regen en sneeuw?
Spoedig zal hij zwaardere regen kennen:

kiezels en modder en wat al niet.
Nee, geen glas dus –
en geen bekleding, bah!
en geen kleine koperen rollagers
en handige wieltjes op de bodem –
beste stadsbewoners wat denken jullie wel?
Een ruwe eenvoudige koets dus
met vergulde wielen zonder opbouw.
Daarop rust de kist
met haar eigen gewicht.

Geen kransen alstublieft –
vooral geen kasbloemen.
Een eenvoudig aandenken is beter,
iets dat hij waardeerde en hem tekende:
zijn oude kleren – wat boeken misschien –
God mag het weten! Jullie beseffen
hoe wij over deze dingen denken
beste stadsbewoners –
iets zal gevonden worden – geeft niet wat
zelfs bloemen als dat het uiteindelijk voor hem was.
Tot zover de lijkkoets.

Alhoewel, let in godsnaam op de koetsier!
Zet zijn zijden hoed af! In feite
is dat helemaal zijn plaats niet –
onplechtstatig daarboven
onze vriend wegslepend ten bate van eigen vertoon!
Laat hem afstappen – laat hem afstappen!
Laagbijdegronds en onopvallend! Ik zou hem
helemaal niet op de wagen laten – kan me wat –
die onderknuppel van het begrafeniswezen!
Laat hem de teugels houden
en ernaast lopen
en ook dat onopvallend!

Dan in het kort wat jullie zelf betreft:
Loop achter de koets – zoals ze in Frankrijk doen,
zevende klas, of als je toch rijdt
weg met die gordijnen! Ga met enig blijk
van ongemak; stel je open
zowel voor het weer als voor verdriet.

Of denken jullie dat je verdriet kunt verbergen?
Wat – voor ons? Wij die wellicht niets
te verliezen hebben? Deel met ons
deel met ons – en geld zal
jullie deel zijn.
Ga nu
ik denk dat jullie gereed zijn.

 

 

Vertaald door J. Bernlef

 

William Carlos Williams (17 september 1883 – 4 maart 1963)

 

 

Zie voor de schrijvers van de 17e september ook mijn blog van 17 september 2020 en evenens mijn blog van 17 september 2018.

Geschreven door Romenu om 16:30 Reageer op dit bericht

Julia Donaldson, Breyten Breytenbach

De Engelse schrijfster en dichteres Julia Donaldson werd geboren op 16 september 1948 in n Hampstead, London. Zie ook alle tags voor Julia Donaldson op dit blog.

 

 

Library Poem

Everyone is welcome to walk through the door.
It really doesn’t matter if you’re rich or poor.
There are books in boxes and books on shelves.
They’re free for you to borrow, so help yourselves.

Come and meet your heroes, old and new,
From William the Conqueror to Winnie the Pooh.
You can look into the Mirror or read The Times,
Or bring along a toddler to chant some rhymes.

The librarian’s a friend who loves to lend,
So see if there’s a book that she can recommend.
Read that book, and if you’re bitten
You can borrow all the other ones the author’s written.

Are you into battles or biography?
Are you keen on gerbils or geography?
Gardening or ghosts? Sharks or science fiction?
There’s something here for everyone, whatever your addiction.

There are students revising, deep in concentration,
And school kids doing projects, finding inspiration.
Over in the corner there’s a table with seating,
So come along and join in the Book Club meeting.

Yes, come to the library! Browse and borrow,
And help make sure it’ll still be here tomorrow.

 

 

Eight Tentacles

If only I had an octopus
I’d soon get my housework done.
I’d set him to work on the hoovering
With tentacle number one.
Tentacle two would grab a mop
And start on the kitchen floor
While he dusted and polished the furniture
With tentacles three and four.
Tentacle five would turn on the tap
And tackle the washing up
While tentacle six took a well-earned break
And curled round a china cup.
Tentacle seven would make the beds
And set all the pillows straight,
And all the time he’d be balancing
On tentacle number eight.

 

 

Julia Donaldson (Londen, 16 september 1948)

 

 

De Zuid-Afrikaanse schrijver en dichter Breyten Breytenbach werd geboren op 16 september 1936 in Bonnievale. Zie ook alle tags voor Breyten Breytenbach op dit blog.

 

 

spieden over de muur

eerst is er de zeer blauwe koepel
dan een gerafelde witte wolk zuiver wit
zoals het wit en enkel dromend
van een heel oude man met een ruw geheugen die toen hij nog jong was
zo veel van nachtvlinders hield

dan de halve cirkel van de maan
zo wit in die dag
een kaalkop met ouderdomsvlekken
de witgespikkelde kale kop van een heel oude stinkkaas-man
die door diepe waters loopt

en hoger dan de muren een vlinder wit dartelend
eerst een maar daarna twee in flappertonen
witte vlucht twee witte zakdoekjes één
in een onzichtbare trein

elke dag is huwelijk

 

 

vertaald door Adriaan van Dis

 

 

Breyten Breytenbach (Bonnievale, 16 september 1936)

 

 

Zie voor de schrijvers van de 16e september ook mijn blog van 16 september 2021 en ook mijn blog van 16 september 2020 en eveneens mijn blog van 16 september 2019 en ook mijn blog van 16 september 2018.

Geschreven door Romenu om 16:35 Reageer op dit bericht

25th High School Reunion (Linda Pastan), Chimamanda Ngozi Adichie, William Carlos Williams

 

 

 

Bisschoppelijk College Schöndeln, Roermond

 

 

25th High School Reunion

We come to hear the endings
of all the stories
in our anthology
of false starts:
how the girl who seemed
as hard as nails
was hammered
into shape;
how the athletes ran
out of races;
how under the skin
our skulls rise
to the surface
like rocks in the bed
of a drying stream.
Look! We have all
turned into
ourselves.

 

 

Linda Pastan (27 mei 1932 – 30 januari 2023) 

 

 

De Nigeriaanse schrijfster Chimamanda Ngozi Adichie werd geboren op 15 september 1977 in Enugu. Zie ook alle tags voor Chimamanda Ngozi Adichie op dit blog.

Uit: Het ding om je hals (Vertaald door Hie-n Monijn)

“De eerste keer dat er bij ons werd ingebroken, was het onze buurjongen Osita: hij klom via het raam van de eetkamer naar binnen en pikte onze televisie, onze videorecorder en de videobanden Purple Rain en Thriller die mijn vader uit Amerika had meegebracht. De tweede keer dat er werd ingebroken was het mijn broer Nnamabia: hij fingeerde een inbraak en stal de juwelen van mijn moeder. Het gebeurde op een zondag. Mijn ouders waren naar onze geboorteplaats Mbaise gereisd voor een bezoek aan onze grootouders, dus gingen Nnamabia en ik alleen naar de kerk. Hij reed de groene Peugeot 504 van mijn moeder. In de kerk zaten we als gewoonlijk naast elkaar, maar zonder elkaar aan te stoten en onderdrukt te giechelen om een of andere afschuwelijke hoed of tot op de draad versleten kaftan, omdat Nnamabia na ongeveer tien minuten zonder iets te zeggen weg was gegaan. Hij kwam terug net voordat de priester zei: ‘De mis is gezegd. Gaat heen in vrede.’ Ik had er nogal de pest over in. Ik veronderstelde dat hij was gaan roken en een afspraakje met een of ander meisje had, omdat hij deze ene keer de auto voor zichzelf had, maar hij had me ten minste kunnen zeggen waar hij heen ging. We reden zwijgend naar huis en toen hij op onze lange oprit parkeerde, bleef ik staan om een paar bloemen van de ixora te plukken terwijl Nnamabia de voordeur opendeed. Ik ging naar binnen en trof hem midden in de zitkamer aan. `Er is ingebroken,’ zei hij in het Engels. Het duurde even voordat ik de overhoopgehaalde kamer echt zag en tot me door liet dringen. Zelfs toen had ik het gevoel dat er iets theatraals zat in de manier waarop de laden waren opengetrokken, alsof het gedaan was door iemand die indruk had willen maken op degenen die de ontdekking zouden doen. Of misschien kwam het gewoon omdat ik mijn broer zo goed kende. Later, toen mijn ouders thuiskwamen en buren binnenstroomden om ndo te zeggen en met hun vingers te knippen en hun schouders op te halen, zat ik in mijn eentje boven in mijn kamer en besefte wat het weeïge gevoel in mijn keel was: Nnamabia was de dader, ik wist het. En dat wist mijn vader ook. Hij had erop gewezen dat de jaloezieën voor de ramen van binnenuit losgetrokken waren in plaats van van buitenaf (Nnamabia was echt veel slimmer dan dat; misschien had hij zich gehaast om voor het einde van de mis terug te zijn in de kerk), en dat de dief precies wist waar de juwelen van mijn moeder lagen — in de linkerhoek van haar metalen koffer. Nnamabia keek mijn vader aan met dramatische, gekwetste ogen en zei: ‘Ik weet dat ik u beiden in het verleden vreselijk verdriet heb bezorgd, maar ik zou nooit op deze manier uw vertrouwen beschamen.’ Hij sprak Engels en gebruikte woorden als ‘vreselijk verdriet’ en ‘beschamen’, zoals hij altijd deed wanneer hij zich verdedigde.”

 

Chimamanda Ngozi Adichie (Enugu, 15 september 1977)

 

 

De Amerikaanse dichter William Carlos Williams werd geboren in Rutherford (New Jersey) op 17 september 1883. Zie ook alle tags voor William Carlos Williams op dit blog.

 

De boslijster

mazzelaar het is niet te laat
de boslijster
vliegt mijn tuin in

voordat het sneeuwt
en kijkt zwijgend naar me zonder
te bewegen

zijn gespikkelde borst reflecteert
tragische winter-
overdenkingen liefde mijn eigenste

 

 

Vertaald door Huub Beurskens

 

William Carlos Williams (17 september 1883 – 4 maart 1963)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 15e september ook mijn blog van 15 september 2021 en ook mijn blog van 15 september 2020 en eveneens mijn blog van 15 september 2018 en ook mijn blog van 19 september 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Jenny Colgan, William Carlos Williams

De Schotse schrijfster Jenny Colgan werd geboren op 14 september 1972 in Prestwick, Ayrshire. Zie ook alle tags voor Jenny Colgan op dit blog.

Uit: De kleine bakkerij aan het strand (Vertaald door Elise Kuip)

“2014
Polly bladerde door de papieren in de glimmende map die ze haar hadden gegeven. Op de voorkant stond een heel mooi plaatje van een vuurtoren. Ze probeerde alles uit alle macht positief te blijven bekijken.
En de twee mannen in de kamer waren vriendelijk. Vriendelijker dan nodig; zo vriendelijk zelfs dat Polly zich door hun gedrag vreemd genoeg alleen maar rotter voelde. Ze voelde zich eerder schuldig dan boos of opstandig.
Ze zaten in de achterste kamer van het kleine kantoor in het verbouwde treinstation waar Chris en zij zo trots op waren geweest. Het schattige, charmante kantoortje had twee kamers en de kamer die ooit de wachtruimte was geweest had zelfs een oude, niet-werkende open haard.
Nu waren beide kamers een puinhoop: mappen stonden niet meer op hun plek, de computers waren verplaatst en overal lag papier. De vriendelijke mannen van de bank namen alles door. Chris keek chagrijnig toe en leek net een vijfjarig jongetje dat zijn lievelingsspeelgoed had moeten inleveren. Polly vloog door de kamer om de mannen te helpen en om de zoveel tijd wierp Chris haar een sarcastische blik toe die ‘waarom help je mensen die ons kapot willen maken?’ betekende. Waarschijnlijk had hij een punt, maar ze kon het niet laten.
Later had Polly bedacht dat deze mensen daarom natuurlijk de opdracht kregen om zo vriendelijk te doen: zo hoopte de bank behulpzaam gedrag te stimuleren, confrontaties te vermijden en ruzies de kop in te drukken. Dat vond ze droevig, zowel voor haarzelf als voor Chris, en ook voor die vriendelijke mannen die dag in, dag uit getuige van andermans ellende waren. Het was niet hun schuld. Uiteraard vond Chris van wel.
“Goed”, zei de oudste van de twee mannen, die een tulband droeg. Op het puntje van zijn neus balanceerde een klein brilletje. “Bij een normale gang van zaken spreekt een rechter het officiële faillissement uit. Jullie hoeven niet samen naar de rechtbank; slechts een van de directeuren hoeft bij de zitting aanwezig te zijn?”
Bij het woord ‘faillissement’ kromp Polly ineen. Dat klonk zo definitief, zo serieus. Als iets voor domme popsterren en beroemdheden. Niet voor hardwerkende mensen zoals zij.
Chris snoof sarcastisch. “Ga jij maar”, zei hij tegen Polly: “gij bent dol op dat soort regeldingen”.
De jongere man keek Chris meelevend aan. “We weten hoe moeilijk dit is”. “0 ja?”, antwoordde Chris. “Ben jij wel eens failliet gegaan?”
Polly keek weer naar de mooie vuurtoren, maar dat werkte niet meer. Ze probeerde ergens anders aan te denken. Ze bewonderde de prachtige tekeningen uit Chris’ portfolio die ze zeven jaar geleden aan de muur hadden gehangen, toen ze zich als optimistische twintigers in het kantoor hadden gevestigd om een succesvol grafisch ontwerpbureau te beginnen. Dankzij een aantal klanten van Chris’ oude werk hadden ze een vliegende start gemaakt en Polly had alle organisatorische werkzaamheden op zich genomen. Ze had nieuwe contacten geworven, non-stop genetwerkt en zijn ontwerpen verkocht aan allerlei bedrijven in Plymouth, hun woonplaats, en zelfs aan een paar in Exeter en Truro.”

 

 

Jenny Colgan (Prestwick, 14 september 1972)

 

 

De Amerikaanse dichter William Carlos Williams werd geboren in Rutherford (New Jersey) op 17 september 1883. Zie ook alle tags voor William Carlos Williams op dit blog.

 

 

De droefheid van de zee

Dit is de droefheid van de zee –
golven als woorden, stuk voor stuk gebroken –
een eentonigheid van rijzen en dalen.

Voorovergeleund bezie ik de kleinigheden
van broze kammen, het zachte
onvolmaakte schuim, geel wier,
de ene pluk als de andere –

Er is geen hoop – tenzij een koraaleiland
zich geleidelijk vormt
in afwachting van vogels die zaden
achterlaten en het bewoonbaar wordt.

 

 

Vertaald door Huub Beurskens

 

 

William Carlos Williams (17 september 1883 – 4 maart 1963)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 14e september ook mijn blog van 14 september 2020 en eveneens mijn blog van 14 september 2018 en ook  mijn blog van 14 september 2017 en ook mijn blog van 14 september 2015.

Geschreven door Romenu om 09:08 Reageer op dit bericht

Janusz Glowacki, William Carlos Williams

De Poolse schrijver Janusz Glowacki werd geboren op 13 september 1938 in Poznań. Zie ook alle tags voor Janusz Glowacki op dit blog.

Uit: Cinders (Vertaald door Christina Paul)

“PRINCE. I’m in here for what you might call itchy fingers. I got a job as a high-powered hairdressing assistant. The people who did me the most harm were the ones I worked with. When some cash dis-appeared one day, they framed me. Next I was on the run. Next I see a girl walking toward me with these boots on. I really took a fancy to them. So I said to her, “Jump out of those boots,” and she didn’t seem too eager, so I smacked her one. Next things went pretty easy for a while, and I had a lit-tle think. I had talent, no doubt about it. Next I met up with some of the boys—villains—and next I was in with them. Next we did a heist on this jeweller—he was geriatric, you know, over thirty. Next I began to specialize in deep pocket work. I be-came the pickpocket queen. I had it made, right? And that was the beginning of my downfall. Next, thank God, I landed inside. I’d like to finish school, go to the university, and settle a few old scores, like killing my sister, for instance, who squealed to the law. I figure someone like that’s got no right to live. I’d like to run into someone like that in a dark alley and teach them a few things. By hand. [CINDERELLA stands before the camera. Long pause.] DIRECTOR. [enraged] Cut. OK, let’s take a break.
CAMERAMAN. Save the lights!
DIRECTOR. It worked better in rehearsal, and your hands weren’t shaking like that.
PRINCE. I forgot about them.
DIRECTOR. And all of you look happier! It’s supposed to be a happy occasion. You’re at a ball! You’re going to get a free dinner . . . Dismissed.
[The GIRLS leave. DEPUTY enters, holding several pieces of paper.]
DEPUTY. I’ve prepared my lines, but I only want to be seen from the waist up, as I’ll be holding my script.
DIRECTOR. Don’t worry about that.
DEPUTY. I thought maybe you could use this as the opening of the film.
DIRECTOR. Great idea.
DEPUTY. A few lines. Do you want to have a glance at them?
DIRECTOR. No, no. I trust you. Get yourself ready. By the way, what about her?
DEPUTY. You mean Cinderella?
DIRECTOR. I mean Cinderella.
DEPUTY. No further developments. I’m ready when you arc. It’s just that my script mustn’t be seen.”

 

Janusz Glowacki (Poznań, 13 september 1938)

 

De Amerikaanse dichter William Carlos Williams werd geboren in Rutherford (New Jersey) op 17 september 1883. Zie ook alle tags voor William Carlos Williams op dit blog.

 

Om een oude dame te wekken

Ouderdom is
een zwerm kleine
tjilpende vogels
scherend
langs kale bomen
boven verijsde sneeuw.
Stijgend en vallend
wordt het ze lastig gemaakt
door een donkere wind –
Maar kijk!
Op harde ruigtehalmen
is de troep neergestreken,
de sneeuw
ligt vol geschilferd
kaf
en de wind wordt getemperd
door een hoop
schril gepiep.

 

Vertaald door Huub Beurskens

 

William Carlos Williams (17 september 1883 – 4 maart 1963)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 13e september ook mijn blog van 13 september 2020 en eveneens  mijn blog van 13 september 2018 en ook mijn blog van 13 september 2015 deel 1 en ook deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:22 Reageer op dit bericht

Chris van Geel, Werner Dürrson

De Nederlandse dichter en tekenaar Christiaan Johannes van Geel werd geboren op 12 september 1917 in Amsterdam. Zie ook alle tags voor Chris van Geel op dit blog.

 

 

KUST

Zand leeft van waaien
De bomen tonen van binnen de aarde
het groen

Aan zee drinkt land
los schuim, een witte egel,
hunkerend, stekelig.

 

De begroeiden

Hardnekkig trekken zij, beklemd,
het klimop over hun dood blad
omhoog dat groen en ongestorven
in ranken naar beneden hangt.

Zij zijn de onverwachten die
de wind niet kan ontbloten, die
zich niet ontdoen en snakken leeg
te ruisen, kaal, niet eeuwig groen.

 

 

Tussen seizoenen

Een kleur zijn ogen nu zij wind zijn,
het licht uit lucht gesneden.

Lang gras, nog levend hooi,
verminking waar oogst begint.
Ik groef in kleur waar vol de lucht,
in wind waar vol het gras van is,
in golvend gras, in slapend gras,
ik bracht zand aan het licht,
verpulverd weefsel, vacht om in te slapen.

Blad viel, sneeuw viel de bladeren achterna,
de sneeuw bracht regen, regen stuift op sneeuw.
Reeds schemeren de lichte tenten
van de zon, de golven, ribben van de zee.

*

Verf nat de doden, schilder ze op.
Als grote zachte bloemen in de regen
slapende bomen met sneeuw.
Ovale wind waait dag en nacht
langs knoppen, bijna bladeren, sluit zich
in een voortdurend onderdak verlenen
om ieder ding.

De druppel van gedooide rijp
draagt vuurkleur van de regenboog,
het diepste geel, haast groen koud blauw,
nieuw wit, water dat brandt.

*

Een waas van groen, een geheimzinnig
opeenvolgen van soorten, maand na maand
een ander gras strijkt bloeiverstikkend
stuifzand dicht – van fluitekruid
een sluier, ongerepte dovenetel,
kaarsen vol zaad, niemandsverdriet.
Aan hun verbazin komt geen eind, ze kennen
de winter niet.

 

 

Chris van Geel (12 september 1917 – 8 maart 1974)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Werner Dürrson werd geboren op 12 september 1932 in Schwenningen am Neckar. Zie ook alle tags voor Werner Dürrson op dit blog.

 

Tot slot

bleven de appels aan
bladerloze bomen hangen of ze
lagen allemaal in het gras.

Voorlopig zal sneeuw
de akkers bewerken. Over vervaagde lijnen
misschien een hertenspoor of strepen
van kraaienvleugels.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Werner Dürrson (12 september 1932 – 17 april 2008)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 12e september ook mijn blog van 12 september 2020 en eveneens mijn blog van 12 september 2018 en ook mijn blog van 12 september 2015 deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:56 Reageer op dit bericht

David van Reybrouck, Werner Dürrson

De Vlaamse dichter, schrijver en wetenschapper David Van Reybrouck werd geboren in Brugge op 11 september 1971. Zie ook alle tags voor David van Reybrouck op dit blog.

Uit: Revolusi

“Maar de oudste Indonesiër die ik zag, vond ik niet via een dating app. Het was tijdens een lunchpauze in Leiden toen ik promotieonderzoek deed. Ik fietste van de faculteit archeologie naar het natuurhistorisch museum, waar ik zijn krachtige gebit, sterke gestel en knappe kop bewonderde. De conservator paleontologie haalde de resten uit een kluis en legde ze een voor een op een vilten kleedje. Dit waren ze dan, de kies, het dijbeen en het schedeldak van de Javamens’, de eerste homo erectus ooit opgegraven. De Nederlandse arts en naturalist Eugène Dubois had hem in 1891 op Java ontdekt. Het was de vondst die Darwin gelijk gaf: de eerste echte tussenschakel tussen mens en dier.2 Tegenwoordig wordt hij gedateerd op één miljoen jaar. Homo erectus kwam vanuit Afrika op Java terecht, dat toen nog geen eiland was, maar met Sumatra, Borneo en Bali aan de rest van Azië vastzat. Vandaar dat je er ook olifanten, neushoorns, tijgers, orang-oetans en andere soorten van het vasteland aantreft. De oostelijker gelegen eilanden vertonen een heel ander, meer ‘Australisch’ dierenrijk: wombats, wallaby’s, Tasmaanse duivels en andere buideldieren. Door de archipel loopt een biologische scheidslijn, de Wallace-lijn, vernoemd naar Alfred Russel Wallace, de geniale maar vergeten medeontdekker van de evolutieleer. Eén miljoen jaar geleden was vroeg. In Europa kwam homo erectus pas een half miljoen jaar later aan, de beide Amerika’s werden pas zo’n twaalfduizend jaar geleden voor het eerst bewoond — uithoeken van de wereld. Indonesië daarentegen behoorde tot het eerste uitbreidingsgebied van de vroegste bewoning. Menselijke evolutie? Toch ook iets van een Azië-Afrika Conferentie.
Dat gold zeker ook voor de verspreiding van homo sapiens. Als elke duizend jaar één keer swipen op Tinder is, dan moeten we 925 keer swipen voor we de opvolger van homo erectus uit Afrika zien arriveren. Zo’n 75.000 jaar geleden trokken de eerste groepjes moderne mensen vanaf het vasteland de archipel binnen — in Europa leefden toen nog neanderthalers.21 Vermoedelijk ging het om Melanesische types met donkere huid, gekruld haar en ronde ogen, de verre voorlopers van de Papua’s van Nieuw-Guinea en de Aboriginals van Australië. Ze staken de Wallace-lijn over — met wat voor vaartuigen weten we niet — en bereikten zelfs Tasmanië. Het waren uiteraard jagers en verzamelaars, de levensstijl die meer dan 99 procent van de menselijke geschiedenis heeft bepaald. Maar rond zevenduizend jaar voor onze tijdrekening (68 swipes verder) begonnen ze in de binnenlanden van Nieuw-Guinea wortelgewassen als taro en yam te verbouwen, naast sagopalmen en bananenbomen.22 Ook in China werd rond die tijd met de voedselvoorziening geëxperimenteerd. In plaats van zomaar wilde rijst te plukken begonnen mensen zelf rijst te kweken.”

 

 

David van Reybrouck (Brugge, 11 september 1971)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Werner Dürrson werd geboren op 12 september 1932 in Schwenningen am Neckar. Zie ook alle tags voor Werner Dürrson op dit blog en ook mijn blog van 12 september 2010.

 

 

Dagdroom bij föhn

Op de top van de heuvel lag ik tijdens
de druiventijd tussen de bronnen
en dronk niet
droomde in plaats daarvan van jou en van
slechtere gebieden –
plotseling ontwaken bij de knal van het
alarmpistool het zwart
van wegvluchtende spreeuwen
aan de voet van een slot, twee kerken, drie
villa’s wist ik het weer
ontsteltenis is een
uitvinding
het smeulen van verwoestende branden
een klein aardappelkruidvuurtje
daarginds
de opsporingsposter een beukenblad
dat in mijn slaap
op mijn gezicht viel

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 

Werner Dürrson (12 september 1932 – 17 april 2008)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 11e september ook mijn blog van 11 september 2021 en ook mijn blog van 11 september 2020 en eveneens mijn blog van 11 september 2018 en ook mijn blog van 11 september 2016 deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 14:52 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten