Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Dennis Gaens, Arthur Sze

De Nederlandse dichter Dennis Gaens werd geboren in Susteren op 30 november 1982. Zie ook alle tags voor Dennis Gaens op dit blog.

 

Raaktuffen

Mijn katers kruipen in mijn kaken, dus daar zal
de kanker ook wel gaan zitten. Ik droom de laatste tijd
dat ik wakker lig. Of ik lig wakker en denk dat ik
droom – maar dat lijkt me sterk.

Ik denk soms: ik ben de wereld die oefent.

Ik heb nog wat vragen openstaan, waaronder:
– Hoeveel mandarijnen tellen als twee stuks fruit?
– Wie kwam toch op het idee om miniatuurschepen
in flessen te zetten?

Iedereen kijkt filmpjes van volwassen mannen die
complete kamers in ballenbakken veranderen, met
koptelefoons op.

– Is het normaal dat inademen met piepgeluidjes
gepaard gaat?

Ik ben steeds vaker het soort persoon dat ik nog
geen vijf minuten aan mijn keukentafel zou
tolereren.

Ik denk tegelijkertijd: alles kan
en wat doe ik hier in vredesnaam?

Dan komen de drones.
Komt de hebzucht.
Komen de sluipschutters.
Komt de uitputting.

– Hoe weet je dat je toe bent aan een Deuter-rugzak
en stevige, winddichte kleren?

 

 

AAN KEATS

Nu de nachten steeds vroeger komen en langer duren, zou je denken dat we van feest naar feest en steeds weer ergens heen moeten, maar snel weer zullen bijpraten, beloofd. In werkelijkheid maakt de herfst ons achterdochtig.

Lotte heeft alleen al de afgelopen twee weken drie mobieltjes in de Waal gegooid, omdat ze dacht dat haar nummer weer was gelekt op internet en ze vreemde telefoontjes verwachtte. Ze draagt meer vermommingen dan outfits dit seizoen.

Dave eet alleen nog bij zijn ouders en sukkelt elke avond in slaap voor de TV, die de hele nacht reclames blijft herhalen. Hij zegt dat zijn fiets stuk is, maar beweert dat hij, zodra hij dat geregeld heeft, weer eens ergens een feestje geeft.

Dani gooit alles uit haar raam naar buiten; nu ze het daar zelf te koud begint te vinden, wil ze binnen plek hebben om rondjes door de kamer te kunnen draaien, ze noemt dat spinnen.

Luc is ook deze zomer niet teruggekomen. We kunnen alleen maar hopen dat hij het halfrond is overgestoken en ergens in de zon zit. Tot hij terugkomt blijven we hem indachtig sjekkies roken.

Terwijl de zwaluwen zich boven onze huizen verzamelen en zingend de kale weilanden achterlaten, twitteren wij met klamme handen vanaf de bank over hoe hard het buiten waait. We verversen de schermen tot de slaap ons haalt.

 


Dennis Gaens (Susteren, 30 november 1982)

 

 

De Chinees-Amerikaanse dichter Arthur Sze werd geboren op 1 december 1950 in New York. Zie ook alle tags voor Arthur Sze  op dit blog.

 

Een groot plein heeft geen hoeken

‘Cut.’
Een actrice die honderd seconden veinst dood te zijn snakt naar adem.
Een man geeft gas
en scheurt met een rode Mustang heen en weer door de straat.
‘Cut.’

Een pottenbakker maakt op een heuvelflank een oven open
haalt er een gesmolten kom uit
en dompelt die onder
in koud water
hij sist, wordt zwart, breekt.

In nood wordt een parel een bol.
‘Cut.’
In Bombay staat langs de straat een rij oorschoonmakers.
Op de top van een mesa
breken de zuidelijke ramen van een huis;

ondergronds laten uraniummijnwerkers
explosieven ontploffen.
‘Cut.’
Een touw begint in je geest te rafelen
is, als een rood gewei,

de spil van een droom.
‘Cut.’
Wat is het geheim om de tijd te laten stilstaan?
Een kalligraaf met één oog
schrijft met een mop ‘een groot plein heeft geen hoeken’.

 

Vertaald door K. Michel

 

Arthur Sze (New York, 1 december 1950)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 30e november ook mijn blog van 30 november 2018 en eveneens mijn blog van 30 november 2016 en ook mijn blog van 30 november 2014 deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 16:26 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

De blogger leest alles eerst na: je tekst verschijnt zodra die goedgekeurd is.

Mario Petrucci, George Szirtes

De Engelse dichter en schrijver Mario Petrucci werd geboren op 29 november 1958 in Londen. Zie ook alle tags voor Mario Petrucci op dit blog.

 

 

Z

Armstrong making the moon, was z. Giving that chicken
next door a synchronised Chinese burn for sidling
his angular wish-bones into our hide-n-seek: z.

Zapped, before break, your double-dare to work it
into Maths. If 4a – 4b equals 2a + 6b, what is a?
and I said z so dead-pan Sir had to scan the board.

Word got round. We were the brothers determined
to have the last letter in everything. Even Dad,
belt aloft, demanding to know what devil we’d done

in his shed, mouthed air when (backs to the outside
toilet wall) we finally surrendered our stupendous
name and rank – z – then chose bed over a hiding.

We pitched our duvet tent with knees; you shook
the torch like a cocktail to revive it. Till the dreaded Mum
brought it all down with three dull crumps from below.

You’ve got balls, you grinned. But it was a year
before I sprouted my first real cock-feather – chinned
z straight at the bully without back-up, his neck

wattle-red as he came at me, arms outstretched,
to wring mine. That night, you turned coat. Flushed
at me, shot short words at what the hell I’d expected

as you continued to tease your fringe in the mirror
and for God’s sake wasn’t I just a bit too old?
Your bedroom reeked of Elvis, and with those

few words z span away black as vinyl, became instead
that lost world the end-of-song guitar starts into
just before it fades to crackly nothing.

 

 

anima I

cannot write
her straight – this
man in whom straightness is

an arrow curving
its path : mere illusion
for lovers who plot where it arcs

I cannot know
her in this line I draw
back tauter than the string that lets

pain go or
the bow supple in its
bend yet ever prone to warp & send

off-true : so
how may I find a You
where speech is impossible unless

this skimming
of targets be the way
into speaking between a man &

that woman he
started with neither
mother nor wife but She he

squints at
clear through near
-sighted morning as if

her stroke
steady & precise
through him were

all
air ready
to be parted

 

 


Mario Petrucci (Londen, 29 november 1958)

 

 

De Britse dichter en schrijver George Szirtes werd geboren op 29 november 1948 in Boedapest. Zie ook alle tags voor George Szirtes op dit blog.

 

 

GEKKENHUIS

Het punt met het gekkenhuis is dat het mannelijk is.
Het punt met het gekkenhuis is dat het vasthoudt aan z’n geloof.
Het punt met het gekkenhuis is dat gezondheid bourgeois is.
Het punt met het gekkenhuis is dat niemand acteert.
Het punt met het gekkenhuis is dat niemand binnenkomt door gewoon aardig te zijn.
Het punt met het gekkenhuis is dat het de geest bevrijdt.
Het punt met het gekkenhuis is dat je er gewoon mag denken wat je wilt.
Het punt met het gekkenhuis is dat iedereen er binnen kan.
Er is niks bijzonders aan het gekkenhuis, mensen komen en gaan er voortdurend.
Er is niks bijzonders aan het gekkenhuis, we gaan allemaal dood.
Er is niets terminaals aan het gekkenhuis, je gaat mee met het tochtje.
Er is niks droevigs aan het gekkenhuis, geween en tandengekners, dat is niks.
Er is niets gek aan het gekkenhuis, het is standaard gezond.
Wij zijn standaard gezond, gek door ontwerp, maar de gekken zijn bewonderenswaardiger.
Bewonderenswaardig is de mensaap, de bard, de mitochondria, de opgezwollen larynx,
Bewonderenswaardig de orchidee, de knoflook, het vuur in het gesloten boek,
Bewonderenswaardig het geschreeuw der gekwelden, de verloren stem van de nachtegaal, het gelach
in ogenschijnlijk alles wat gezond is maar naar gekte neigt
zoals zonlicht, trage regen, elke hangende druppel, de brede weg,
het vollopende oog, schaduwen, picnics, publieke vervoersmiddelen, donder.
Natuur is gekte met methode en daarom des te gekker.
Cultuur is gekte die iedereen erft.
Wetenschap is gekte die verliefd is op getallen, de ware amour fou.
Gezondheid is gekte die van minuut tot minuut verschuift, gesundheit!
Geld is gekte die je zakken vult en een zilver slakkenspoor in de tuin achterlaat.
Het punt met het gekkenhuis is beschrijf het niet.
Het punt met het gekkenhuis is verander het niet.
Het punt met het gekkenhuis is leef er
om jezelf te gewennen aan z’n smetteloze manieren
om voor altijd in het huis des Heren te verblijven
met de profeet, de dichter, de dwerg, de geleerde, het vuur.

 

 

Vertaald door Rob Schouten

 

 


George Szirtes (Boedapest, 29 november 1948)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 29e november ook mijn blog van 29 november 2023 en ook mijn blog van 29 november 2018 en eveneens mijn blog van 29 november 2015 deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 17:12 Reageer op dit bericht

Erwin Mortier, William Blake

De Vlaamse dichter en schrijver Erwin Mortier werd geboren in Nevele op 28 november 1965. Zie ook alle tags voor Erwin Mortier op dit blog.

 

 

Dies Irae

(I)

Geen knoop is als een andere, geen streng
verloren touw bindt met eenzelfde oog
wat wegvalt vast aan klank.
Alles hier is gratis.

Graai in de manden,
denk aan de woorden
in het vel van deze wereld tot hij bloedt
en kapseist.

In zijn ingewand tegen wil en dank
een mens gebaard door de maagwand
van de taal die hem spreekt
en sprekende uitspuwt.

(Drie dagen later,
zo wil het de schrift, spoelt hij aan,
van elke kleur beroofd,
een verschoten zeildoek zingend
in de mastboom van het lot, blank
als een oever onder het keren van het tij).

Profeet geworden gebleekte botten
verkondigt hij: Sta stil.
Bezie de feestelijke vrijpartij
van rest en overschot sinds de dag
dat de hemel
volgens de formulieren zei:

Breek, aarde, uit de baleinen, keer,
oceanen, weer tot de dooierzak opdat
de ochtendstond
van horizon beroofd geen oosten vindt
geen dageraad. Kom,
wat diepte was, drijf boven.
Sla de halzen van de flessen,
giet de hagel en de sneeuw uit de kelders
der wolken over de daken.

(Op de ziedende baren haakt een tak
in de poten van een dode kraai —

elders handtassen
reiswekkers zegellak

preservatieven

daartussen wijsheid
verstand voorzien van de prijs

in geld van voor
de laatste oorlog).

 

(2)


De bliksem sloeg in, niemand
had hem de weg gewezen.
De kralen dansten op het aanrecht.
Het zegel sprong.
Elke verbinding werd verbroken
en de hevige wereld

zong zich los uit mijn lettergrepen.

O veelheid aan dingen
ongetekend. Behemoth, Leviathan,
afbladderend verfwerk, vuur
en stro, slingerstenen
het verrotte hout rilde in nerven
oud gebladerte wakker.

Op de derde toon was het uur bemeten.

De rechter sprak De bokken kom ik scheiden
van de schapen, u leid ik tot de kamers
waar het linnen droogt.
Geen lucht daar ooit verschaalt,
nergens plaats

om nog verdwaald te heten.
Komt, gezegenden,

vult de laden van de grondlegging
der wereld, alles
daarbeneden staat te huur.
De dingen draaien nog
maar in hun draden geeuwt een
engel zonder oorsprong

eindeloos het spijt ons
dit nummer bestaat niet.

 

 


Erwin Mortier (Nevele, 28 november 1965)

 

 

De Engelse schrijver, dichter en schilder William Blake werd geboren op 28 november 1757 in Londen. Zie ook alle tags voor William Blake op dit blog.

 

Liedjes spelend

Liedjes spelend, blijgezind,
Spelend, diep in de vallei,
Zag ik op een wolk een kind
En al lachend zei hij mij:

‘Speel een liedje van een Lam!’
Dus ik speelde, vief en blij.
‘Speelman, speel dat lied opnieuw!’
Toen ik speelde, weende hij.

‘Staak je spel, je blijde spel;
Zing je liedjes, vrolijk, blij!
Dus ik zong hetzelfde weer
En van vreugde weende hij.

‘Speelman, zet je en schrijf neer
Verzen waarvan elk geniet.’
Daarna zag ik hem niet meer,
En ik plukte een hol riet,

En ik sneed een herders pen,
Inktte water uit de vliet
En schreef blijde verzen neer
Waarvan ieder kind geniet.

 

Vertaald door W. Hogendoorn

 


William Blake (28 november 1757 – 12 augustus 1827)
Borstbeeld van William Blake in Westminster Abbey, Londen door Jacob Epstein

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 28e november ook mijn blog van 28 november 2022 en ook mijn blog van 28 november 2020 en eveneens mijn blog van 28 november 2018 en eveneens mijn blog van 28 november 2015 deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 16:46 Reageer op dit bericht

Han Kang, William Blake

De Zuid-Koreaanse schrijfster Han Kang werd geboren op 27 november 1970 in Gwangju, in de provincie Zuid-Cholla. Zie ook alle tags voor Han Kang op dit blog.

Uit: Mensenwerk (Vertaald door Monique Eggermont)

“De jongen. 1980
“Zo te zien komt er regen,” mompel je in jezelf. Wat moeten we doen als het echt met bakken uit de hemel komt? Je doet je ogen een klein stukje open zodat er slechts een flintertje licht binnenkomt en tuurt naar de ginkgo”s voor het provinciehuis. Alsof daar, tussen die takken, de wind elk moment een zichtbare vorm kan aannemen. Alsof de regendruppels die in de lucht hangen, met ingehouden adem voordat de bui losbarst, op het punt staan trillend als schitterende juwelen neer te vallen. Als je je ogen helemaal opendoet zijn de contouren van de bomen vaag en wazig. Binnenkort moet je een bril. Die gedachte wordt kortstondig verstoord door het geroep en geklap dat losbarst uit de richting van de fontein. Misschien gaat je gezichtsvermogen niet verder achteruit en red je het toch wel zonder bril. Als jij weet wat goed voor je is, doe dan wat ik zeg: kom terug naar huis, nu onmiddellijk. Je schudt je hoofd om de herinnering, de woede waarmee de stem van je broer doorspekt is kwijt te raken. Uit de geluidsboxen voor de fontein schalt de heldere, vastberaden stem van de jonge vrouw die de microfoon vasthoudt. Je kunt de fontein niet zien vanaf de plek waar je zit, op de trappen van de gemeentelijke sporthal. Je zou rechts om het gebouw heen moeten lopen en dan nog zou je alleen in de verte iets van de rouwdienst kunnen ontwaren. In plaats daarvan besluit je te blijven zitten waar je zit en alleen te luisteren. “Broeders en zusters, onze dierbaren worden vandaag vanaf het Rodekruisziekenhuis hierheen gebracht.” Daarna gaat de vrouw de mensen die op het plein samengedromd zijn voor met het volkslied. Haar stem raakt algauw verloren in de menigte, duizenden stemmen stapelen zich op elkaar, het geluid reikt als een toren naar de hemel. De melodie stijgt tot een hoogste punt en slingert daarna weer omlaag. Het zachte gemurmel van je eigen stem is nauwelijks hoorbaar.
Toen je vanochtend vroeg hoeveel doden er vandaag uit het Rodekruisziekenhuis werden overgebracht, luidde het antwoord van Jin-su niet langer dan nodig was: dertig. Terwijl het refrein van het volkslied met zijn loden gewicht rijst en daalt, rijst en daalt, worden stuk voor stuk dertig doodskisten uit de vrachtwagen getild. Ze zullen naast elkaar geplaatst worden, aansluitend aan de achtentwintig kisten die jij en Jin-su vanochtend hebben neergezet, zodat er een rij wordt gevormd helemaal vanaf de sporthal tot aan de fontein. Vóór gisteravond waren zesentwintig van de drieëntachtig kisten klaargezet voor een gezamenlijke rouwdienst; gisteravond was dit aantal gestegen tot achtentwintig, toen twee families waren verschenen die elk een lijk hadden geïdentificeerd. Die waren toen in kisten gelegd, met een noodzakelijk haastige en geïmproviseerde versie van de gebruikelijke riten. Nadat je hun namen en kistnummers in je schrift had genoteerd, schreefje er tussen haakjes “gezamenlijke herdenkingsplechtigheid” bij; Jin-su had je gevraagd om duidelijk te noteren voor welke kisten al een dienst was gehouden om te voorkomen dat sommige kisten twee keer naar buiten gingen.”

 

 

Han Kang (Gwangju, 27 november 1970)

 

 

De Engelse schrijver, dichter en schilder William Blake werd geboren op 28 november 1757 in Londen. Zie ook alle tags voor William Blake op dit blog.

 

 

Oorlog

O was er een stem als donder, en een tong
Die de keel van de krijg kon verstikken! –
Het lijf geschokt en de ziel tot waanzin gedreven,
Wie doorstaat het? Als de ziel der verdrukten
Vecht in de wielende baaierd, wie doorstaat het?
Als de wervlende furiën komen van de
Troon van God, als de frons van zijn aangezicht
Drijft de volkren samen, wie doorstaat het?
Als zonde haar vleugels uitslaat over de strijd,
Verzaligd wegzeilt op de vloed des Doods;
De ziel gesleurd wordt naar het eeuwig vuur
En helse Bozen juichen om hun prooi,
O wie doorstaat het? Waar komt dit vandaan?
O wie geeft antwoord voor de Troon van God?
Vorsten en eedlen hebben het gedaan!
Neen, Hemel, úwe schaar heeft het gedaan!

 

 

Vertaald door Bert Voeten

 

 

William Blake (28 november 1757 – 12 augustus 1827)
Portret door Thomas Philips, 1807

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 27e november ook mijn blog van 27 november 2023 en ook mijn blog van 27 november 2021 en ook mijn blog van 27 november 2018 en eveneens mijn blog van 27 november 2017.

Geschreven door Romenu om 16:28 Reageer op dit bericht

Luisa Valenzuela, William Cowper

De Argentijnse schrijfster Luisa Valenzuela werd geboren op 26 november 1938 in Buenos Aires. Zie ook alle tags voor Luisa Valenzuela op dit blog.

Uit: The Mañana (Vertaald door Marguerite Feitlowitz)

“I know it’s Sunday but I’ve lost all notion of dates. The men only mark a few days of the week: Mondays, Thursdays, Saturdays. Bastards. The air now has turned warm, it smells of spring. So it’s more than six months since they stormed in on us, in the middle of the dance, in the middle of the night. It was easy for them. We were sailing gently along, almost becalmed, the river barely slapping the sides of Mañana. Of the boat named Mañana, and also our Mañana, our future, because the day before we’d already realized how long five days afloat could be. But at the moment of the siege, we were celebrating like mad and they had no right, they had no right, a few of us screamed in the face of a few of them once the fracas cooled and we could grasp what had just happened. If they really and truly had to do it—if the order was so iron-clad—they could have chosen another moment, for example, unleashed themselves during one of our most heated arguments.
They did it deliberately during the dance, the best part of our conclave which among ourselves and with a good dose of irony we named the FimFen, First Confidential Meeting of Female Novelists. They threw themselves at us once our conflicts had been filed down, once we’d battled with language and played with it and trampled it and even splashed around in it as in preverbal times, and to celebrate all this we were dancing like crazy, really kicking it up, even Ophelia in her wheelchair was dancing…
In that very first sudden instant, we were happy to see them. Men! We were delighted, men! Like it was manna fallen from heaven. Totally the opposite. More like released from the river, from the tame and heavy water that had been our friend until that moment when the wide river turned traitor and allowed those minions to sneak onto our boat in their rubber boots, their black rubber boots, their black everything. Everything they wore was black, but their skin tones were every color—the youngest were darker, the ones in charge contemptibly white. But when sheathed in black they burst into the dining room—we’d moved the tables for the sarao—they looked divine. Especially a few, to a few of us, looked especially divine. A male body can be very good for dancing and other carnal pursuits. At least for some of us, like Ophelia who was the first who managed to get close, wheelchair and all.
Holy sh–! we yelled, come aboard! we yelled once the shock faded and we thought we could turn the tables and pounce on the men who just moments before had silently invaded our ship. Come aboard! we yelled, as though flipping the rules, though they looked less like pirates and more like the storm troops they really were. Adela, our DJ, switched to heavy metal and for a few instants we fantasized that these men in black had come to throw us in the air like the rock-and-roll of times past.”

 

 

Luisa Valenzuela (Buenos Aires, 26 november 1938)

 

 

De Engelse dichter William Cowper werd geboren op 26 november 1731 in Berkhamstead, Herford. Zie ook alle tags voor William Cowper op dit blog.

 

 

God gaat Zijn ongekende gang

God gaat Zijn ongekende gang
vol donkere majesteit,
die in de zee Zijn voetstap plant
en op de wolken rijdt.

Uit grondeloze diepten put
Hij licht en vreugd ‘uit pijn.
Hij voert volmaakt zijn plannen uit,
Zijn wil is soeverein.

Geliefden Gods, schept nieuwe moed,
de wolken die gij vreest,
zijn zwaar van regen, overvloed
van zegen allermeest.

Zoudt gij verstaan waar Hij u leidt?
Vertrouw Hem waar Hij gaat.
Zijn duistere voorzienigheid
verhult zijn mild gelaat.

Wat Hij bedoelt dat rijpt tot zin,
wordt klaar van uur tot uur.
De knop is bitter, is begin,
de bloem wordt licht en puur.

Hoe blind vanuit zichzelve is
het menselijk gezicht.
God zelf vertaalt de duisternis
in eindelijk eeuwig licht

 

 

Vertaald door Harm-Jan Breugem

 

William Cowper (26 november 1731 – 25 april 1800)
Portret door Lemuel Francis Abbott, 1792

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 26e november ook mijn blog van 26 november 2018 en eveneens mijn blog van 26 november 2017 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:58 Reageer op dit bericht

80 Jaar Maarten ’t Hart, Abdelkader Benali, Nicole Brossard

80 jaar Maarten ’t Hart


De Nederlandse schrijver Maarten ’t Hart werd geboren op 25 november 1944 in Maassluis. Zie ook alle tags voor Maarten ’t Hart op dit blog. Maarten ’t Hart viert vandaag zijn 80e verjaardag.

Uit: De toetssteen: Brieven over Vestdijk (Samen met Kees ’t Hart)

“20 januari 2020

Beste Kees,
Toen ik in de derde klas zat van de hbs kreeg ik er lucht van dat wij mettertijd voor het eindexamen 25 boeken moesten lezen. Wat voor boeken zijn dat, vroeg ik de leraar Nederlands. Literaire boeken, zei hij, mij dus nauwelijks wijzer makend. Ne enig smeken wilde hij me wel een lijstje geven van schrijvers, en bij elke letter van het alfabet kregen wij een auteur op. Jo van Ammers-Kller, F. Bordewijk, Antoon Coolen, et cetera. Aangeland bij de v aarzelde hij. Maar omdat hij bij die V geen andere auteur wist, viel uiteindelijk toch de naam Vestdijk. Veel te moeilijk, zei hij, nog niet aan beginnen. Is bovendien een godloochenaar, dus wees voorzichtig. Braaf begon ik met Bordewijk omdat ik geen enkel boek van Van Ammers kon bemachtigen (wat een bofkont was ik), en braaf las ik voort, Coolen, Dermoilt, Eeckhout, Fabricius, Gijsen, Haasse, tot ik uiteindelijk bij die duistere godloochenaar belandde. Twee boeken had de Nutsspaarbank te Maassluis in zijn leenbibliotheek op de planken staan (in tegenstelling tot de Gereformeerde Evangelisatie-bibliotheek, die geen boeken van Vestdijk bezat), te weten Rumeiland en Het vijfde zegel. Voor twintig cent per week mocht ik ze lenen, en dat deed ik, en ik begon in Rumeiland. Het was een kloek, groot boek van 354 bladzijden. Al na een paar bladzijden was ik het spoor bijster, snapte ik er niets meer van. Niettemin koppig doorlezend (ik had tenslotte een dubbeltje betaald) haalde ik na een dag of wat verwoed lezen totaal uitgeput de eindstreep. Terstond begon ik aan Het vijfde zegel. Dit boek telde drie pagina’s meer dan Rumeiland en was zo mogelijk nog uitgeput de eindstreep. Terstond begon ik aan Het vijfde zegel. Dit boek telde drie pagina’s meer dan Rumeiland en was zo mogelijk nog ontoegankelijker. Althans toen, voor mij, die gewend was aan de lichte kost van Godfried Bomans en Pearl S. Buck. Bij Het vijfde zegel haalde ik de eindstreep niet; na 256 pagina’s gaf ik het op, compleet afgemat.

Doodzonde van dat dubbeltje, maar nee, ik kon niet meer, ik snapte er totaal niets van, ik had moeite met elke zin. Van de openingszin begreep ik direct al vrijwel niets. Die luidt: ‘Niet hun innerlijke radeloosheid, hun angst of de tweestrijd van hun geweten, neen, de geur der corozas was het veeleer, die hun op hun tocht langs het tierende en deinende volk de fataalste bedwelming aandeed.’ Wie waren die radelozen? En waarom waren ze bang of verkeerden ze in tweestrijd? En wat waren corozas? Een fataalste bedwelming, wat moest ik me daarbij voorstellen? Bittere pech was het dat uitgerekend twee van de dikste romans (alleen De vuuraanbidders is dikker dan Het vijfde zegel) in die Nutsspaarbankbibliotheek voorhanden waren. Bovendien kan Het vijfde zegel qua stijl wel Vestdijks meest weelderige product genoemd worden. Hier heeft hij zich het verst verwijderd van eenvoud en onopgesmuktheid. Toen hij later Kafka las, zag hij zelf ook in dat hij in Het vijfde zegel de lezer wel erg zwaar beproefd had met al die cryptogramzinnen.”

 

 

Maarten ’t Hart (Maassluis, 25 november 1944)

 

 

De Nederlandse dichter, schrijver en tv-presentator Abdelkader Benali werd geboren in Ighazzazen, Marokko, op 25 november 1975. Zie ook alle tags voor Abdelkader Benali op dit blog.

 

 

Ik zag jou laatst versnellen

Ik zag jou laatst versnellen in een wedstrijd waar ik
vlak voor je liep, totdat je vlak naast me liep
en verder ging waar ik bleef steken. Wat me overeind
hield, was dat ik deze vernedering zou herhalen

in slow motion, in een gedicht, waarin ik je de kans
zou geven om mij dan wél in te halen. Feitelijk gebeurde
dat, dus wie ben ik om het niet op te schrijven,
om daarna toch bij je aan te haken, het tempo vast te houden

wat toen niet gebeurde, omdat ik hopeloos uit vorm was,
laat gemaakt, versleten schoenen, mezelf vastliep in
smoesjes, terwijl jij dartel als een veulen op doping,
hier doe ik waartoe mij de macht ontbrak: jouw hoogmoed

afstraffen door je achter me te laten, op papier, enkel,
sportief verlies is een literaire voorwaarde voor revanche.

 

 

Larache, 2004

Aan balustrade Atlantique ontmoetten we elkaar.
We keken beiden naar een grimmige oceaan.
Jij zei: “Daar in de verte zwemt een man.”
Ik zei: “Hier naast me staat een man die wil zwemmen.”

Een lichaam gehuld in het kloffie van een grijsaard,
versleten. Je kansen afwachten waar niemand
je naam kent. Zonder recht van retour. De zee
maakt lussen aan de kade, een strop. Zijn

ogen een reddingsboei. “Nee” hoort hij niet want
nee doodt hem. Jij vervolgt je pad, loopt over water.
Een pijl in een kraamkamer afgeschoten.
Het balkon brengt ons even samen. Jij glimlacht

en hoopt dat ik dit vergeet. “Aan de overkant zal
je zien dat deze balustrade een springplank was.”

 

 

Krabbels

wanneer ze liggen, kruip je op
wanneer ze kruipen, ga je liggen

stel ik tevreden vast
neergelegd heb ik je tussen het andere grut

van de crèche, waar jasjes hangen als vlinders
met lege handen zal ik huiswaarts gaan

daar waar je net nog in je bedje lag
ook afscheid nemen kent z’n routine

in je verschijnt de verzetsbeweging
ik weet dat je gehuil theater is

(alles is theater, van de wieg tot het graf)

het gemis dat je in me achterlaat
omrand met heimelijk plezier

tegensputteren want niemand wordt graag
achtergelaten in een ruimte vol mogelijkheden

(waar het lot zich tegen zijn maker keert)

je aanstaande geschiedenis
die je voetje voor voetje nadert

Kom, ik moet eens gaan,
genoeg getreuzeld en me een reus gevoeld

buiten kijk ik door het raam
naar binnen, waar je tegen

de cipiers van je vrijheid
brabbelend ageert

je legt je niet neer bij je gevangenschap
ga tegen het naderend licht tekeer

zoals iedereen zou moeten doen

 

 

Abdelkader Benali (Ighazzazen, 25 november 1975)

 

 

De Canadese dichteres en schrijfster Nicole Brossard werd geboren op 27 november 1943 in Montreal (Quebec). Zie ook alle tags voor Nicole Brossard op dit blog.

 

 

Steden echt

steden met hun oude stapels ongeluk
aarzelend
tussen herinnering en uitbarstingen van virtuele woede
totdat
het zwart en heel grijs van stof en geschreeuw
in mijn mond
een erosie van het leven maken dat niet kan worden gedeeld

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 

Nicole Brossard (Montreal, 27 november 1943)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 25e november ook mijn blog van 25 november 2021 en ook mijn blog van 22 november 2018 en eveneens mijn blog van 22 november 2015 deel 2.

Geschreven door Romenu om 15:19 Reageer op dit bericht

Marlon James, Paul Celan

De Jamaicaanse schrijver Marlon James werd geboren op 24 november 1970 in Kingston, Jamaica. Zie ook alle tags voor Marlon James op dit blog.

Uit: Black Leopard, Red Wolf

“The child is dead. There is nothing left to know.
I hear there is a queen in the south who kills the man who brings her bad news. So when I give word of the boy’s death, do I write my own death with it? Truth eats lies just as the crocodile eats the moon, and yet my witness is the same today as it will be tomorrow. No, I did not kill him. Though I may have wanted him dead. Craved for it the way a glutton craves goat flesh. Oh, to draw a bow and fire it through his black heart and watch it explode black blood, and to watch his eyes for when they stop blinking, when they look but stop seeing, and to listen for his voice croaking and hear his chest heave in a death rattle saying, Look, my wretched spirit leaves this most wretched of bodies, and to smile at such tidings and dance at such a loss. Yes, I glut at the conceit of it. But no, I did not kill him.
Bi oju ri enu a pam o.
Not everything the eye sees should be spoken by the mouth.
This cell is larger than the one before. I smell the dried blood of executed men; I hear their ghosts still screaming. Your bread carries weevils, and your water carries the piss of ten and two guards and the goat they fuck for sport. Shall I give you a story?
I am just a man who some have called a wolf. The child is dead. I know the old woman brings you different news. Call him murderer, she says. Even though my only sorrow is that I did not kill her. The redheaded one said the child’s head was infested with devils. If you believe in devils. I believe in bad blood. You look like a man who has never shed blood. And yet blood sticks between your fingers. A boy you circumcised, a young girl too small for your big … Look how that thrills you. Look at you.
I will give you a story.
It begins with a Leopard. And a witch.
Grand Inquisitor. Fetish priest.
No, you will not call for the guards.
My mouth might say too much before they club it shut.
Regard yourself. A man with two hundred cows who delights in a patch of boy skin and the koo of a girl who should be no man’s woman. Because that is what you seek, is it not? A dark little thing that cannot be found in thirty sacks of gold or two hundred cows or two hundred wives. Something that you have lost—no, it was taken from you. That light, you see it and you want it—not light from the sun, or from the thunder god in the night sky, but light with no blemish, light in a boy who has no knowledge of women, a girl you bought for marriage, not because you need a wife, for you have two hundred cows, but a wife you can tear open, because you search for it in holes, black holes, wet holes, undergrown holes for the light that vampires look for, and you will have it, you will dress it up in ceremony, circumcision for the boy, consummation for the girl, and when they shed blood, and spit, and sperm and piss you leave it all on your skin, to go to the iroko tree and use any hole you find.”

 

 

Marlon James (Kingston, 24 november 1970)

 

 

De Duits-Roemeense dichter Paul Celan werd onder de naam Paul Antschel op 23 november 1920 geboren in Czernowitz, toentertijd de hoofdstad van de Roemeense Boekovina, nu behorend bij de Oekraïne. Zie ook alle tags voor Paul Celan op dit blog.  Hier volgt de vertaling van een vroeg gedicht uit 1947.

 

 

LANDMIJNEN op jouw linker
manen, Saturnus.
Schervenverzegeld
de omloopbanen daarbuiten.
Het moet nu het ogenblik zijn
voor een rechtmatige
geboorte

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 

Paul Celan (23 november 1920 – 20 april 1970)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 24e november ook mijn blog van 24 november 2023 en ook mijn blog van 24 november 2020 en ook mijn blog van 24 november 2018 deel 1 en ook deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:28 1 reactie Reageer op dit bericht

Paul Celan, Gayl Jones

De Duits-Roemeense dichter Paul Celan werd onder de naam Paul Antschel op 23 november 1920 geboren in Czernowitz, toentertijd de hoofdstad van de Roemeense Boekovina, nu behorend bij de Oekraïne. Zie ook alle tags voor Paul Celan op dit blog.

 

 

Aus Herzen und Hirnen
sprießen die Halme der Nacht,
und ein Wort, von Sensen gesprochen,
neigt sie ins Leben.

Stumm wie sie
wehn wir der Welt entgegen:
unsere Blicke,
getauscht, um getröstet zu sein,
tasten sich vor,
winken uns dunkel heran.

Blicklos
schweigt nun dein Aug in mein Aug sich,
wandernd
heb ich dein Herz an die Lippen,
hebst du mein Herz an die deinen:

was wir jetzt trinken,
stillt den Durst der Stunden;
was wir jetzt sind,
schenken die Stunden der Zeit ein.

Munden wir ihr?
Kein Laut und kein Licht
schlüpft zwischen uns, es zu sagen.

O Halme, ihr Halme.
Ihr Halme der Nacht.

 

 

ZWIEGESTALT

Laß dein Aug in der Kammer sein eine Kerze,
den Blick einen Docht,
laß mich blind genug sein,
ihn zu entzünden.

Nein.
Laß anderes sein.

Tritt vor dein Haus,
schirr deinen scheckigen Traum an,
laß seine Hufe reden
zum Schnee, den du fortbliest
vom First meiner Seele.

 

 

AUS VERLORNEM Gegossene du,
maskengerecht,

die Lid-
falte entlang
mit der eignen
Lidfalte dir nah sein,

die Spur und die Spur
mit Grauem bestreun,
endlich, tödlich

 

 

VRIJGEGEVEN ook deze
start.
Neuswielgezang met
corona.
Het schemerroer reageert,
jouw wakker-
gescheurde ader
raakt uit de knoop,
wat je nog bent, gaat schuin liggen,
je wint aan
hoogte.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 

Paul Celan (23 november 1920 – 20 april 1970)

 

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Gayl Jones werd geboren op 23 november 1949 in Lexington, Kentucky. Zie ook alle tags voor Gayl Jones op dit blog.

Uit: The Healing

“I open a tin of Spirit of Scandinavia sardines, floating in mustard sauce. The woman on the bus beside me grunts and leans toward the aisle. She’s a smallish, youngish, short-haired woman, small Gypsy earrings in her ears, looks kinda familiar. I offer her some of them sardines, but she grunts and leans farther toward the aisle. I nibble the sardines with one of those small plastic forks and stare out the window. The sun hitting the window makes a rainbow across a field of straw pyramids. There’s a few horses and cows grazing in the meadow, a whitewashed barn and a farmhouse, one of them three-story farmhouses, and there’s one of them little tinroofed sheds built onto the farmhouse. It looks like one of them painted scenes, you know the sorta landscape paintings you can buy at them flea markets. Or the sort of landscapes that you see on television, where the different artists teach you how to paint pictures. You can learn how to paint pictures in oil or watercolor, and they teach you the secrets of painting and make it seem like almost anyone can be an artist, at least be able to paint pictures in their style of painting. A Bible’s open in my lap. I’m holding it cater-cornered, trying to keep the sardine oil off the pages, or the mustard sauce. When I finish the tin of sardines, I drink the mustard sauce. The woman beside me grunts again. I glance over at her, at them Gypsy earrings. She’s got smallish, almost perfect-shaped ears, and is a little but full-mouthed woman. Most people likes sardines, or likes the taste of them sardines, but maybe she thinks it’s too countrified to be eating them sardines on the Greyhound bus, even Spirit of Scandinavia sardines. Ever since I seen that movie about the middle passage, though, and they talked about them Africans coming to the New World being packed in them slave ships like sardines in a can, and even showed a drawing of them Africans, that’s supposed to be a famous drawing, so every time I eat sardines I think of that. Of course, I still likes the taste of that, and I don’t think she refuse them sardines on account of that metaphor, though, ’cause I’m sure there’s plenty of people eats sardines and don’t think of that metaphor. I deposit the tin in a plastic bag that’s already brimming with paper cups, Coke cans, and crumbled paper napkins, then I open a bag of corn tortillas, you know the ones usedta use the bandito to advertise themselves, till the Mexican-American people protested about that bandito, though I remember hearing a song once about a real bandito, not one of those commercialized banditos, but one of those social bandits that the people themselves sing about, like they’re heroes.”

 

Gayl Jones (Lexington, 23 november 1949)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 23e november ook mijn blog van 23 november 2018 en eveneens mijn blog van 23 november 2014 deel 2.

Geschreven door Romenu om 10:46 Reageer op dit bericht

Dirk van Weelden, Christian Filips

De Nederlandse schrijver Dirk van Weelden werd geboren in Zeist op 22 november 1957. Zie ook alle tags voor Dirk van Weelden op dit blog.

Uit: Het laatste jaar

“Die vent daar, op het bed, in z’n zwarte onderbroek op het hagelwitte dekbed, met dat tandenborstel-glas rode wijn in de hand, dat is David Kennerwel.
Hij is speciaal naar Groningen gekomen om zich te vervelen. Om een week lang doelloos rond te hangen, zonder afspraken, verplichtingen of gezelschap. Hij gaat geen moeite doen zich te vermaken. Hij is hier vanwege zijn verleden in de stad. Via de verveling denkt ie ontvankelijker te worden voor herinneringen.
David is nu een jaar of vijftig, en hij is hier meer dan vijfentwintig jaar geleden weggegaan. Toen hij achttien, twintig was hing hij ook rond in de stad . Bij de universiteitsbibliotheek; bij een jongerencent rum waar een mensa was en bandjes optraden; bij een flipperhal, bij de bioscopen en een paar cafés. Zijn ochtenden waren gevuld met colleges over de Kritiek van de zuivere red e. Na een boterham volgden een paar uur lezen met een Duits woordenboek in Kants Prolegomena in de studiezaal van de UB, waar het eeuwenoude hout kraakte als je erover liep. Daar na ging hij de straat op, het jack hoog dichtgeritst, de laarzen in een onverstoorbaar ritme over de stoep. Een tas was uit den boze. Te lezen teksten zaten als dubbelgevouwen kopie in zijn binnenzak, net als het kleinste gelinieerde schrijfblok met spiraal dat de Hema verkocht: A6, twee voor negentig cent. En een bic. Verder geen bagage, alleen wat geld en de sleutels.
De rest van de dag was er om door de straten te lopen. Tot de schemering en een warme maaltijd. Tegenover anderen was de verklaring dat hij de stad wilde leren kennen. In werkelijkheid was het onmogelijk stil te zitten en kende hij niemand bij wie hij zich goed voelde. Hij marcheerde langs de vervallen pakhuizen aan de Diepen, over de Singels met hun mysterieuze villa’s of door het winkel- en uitgaansgebied rond de Grote Markt. Die doelloze wandelingen waren een volmaakt embleem van zijn maatschappelijke positie: een nutteloze passagier, van wie hoegenaamd niets te verwachten viel, een gestrande toerist zonder geld of programma. Voor zover hij wist had niets van wat hij deed, leerde of verlangde enig maatschappelijk nut. In de etalages van uitzendbureaus hingen bordjes waarop alleen secretaresses en pijpfitters werden gezocht. Hij was negentien en ervan overtuigd dat hij de rest van zijn leven van de hand in de tand moest leven. Als hij langs de dichtgetimmerde winkels in de Folkingestraat liep, de werkloze jongens uit de dorpen met de failliete scheepswerven halfdronken op de stoep van een jongerencentrum zag zitten en in de krant las dat terroristen van extreem links en extreem rechts Italië en Duitsland lamlegden, en de stad New York het niet meer kon betalen de bruggen te repareren, was het zonneklaar: het was crisis. Economisch, politiek en sociaal. En het zou alleen maar erger worden, zoals de beelden uit Engeland lieten zien. Rassenrellen, uitzichtloze stakingen, massale werkloosheid, armoede en haveloze, verouderde fabrieken. Het naoorlogse verhaal van de haveloze, verouderde fabrieken. Het naoorlogse verhaal van de”
vreedzame en sociale samenleving, r ijk en stabiel genoeg om Jan en alleman te laten emanciperen, van arbeider, jongere, vrouw en etnische minderheid tot homo aan toe, was totaal ongeloofwaardig geworden.”

 

 

Dirk van Weelden (Zeist, 22 november 1957)

 

 

De Duitse dichter, schrijver, acteur en regisseur Christian Filips werd geboren op 22 november 1981 in Osthofen. Zie ook alle tags voor Christian Filips op dit blog.

 

 

Toen ik onlangs ’s nachts

tegen de muur gedrukt, weer

(ik-toets) zoals toen, toen ik zes was
of zeven, mijn ouders (in de droom

zijn in oorlog)
koud wit massief

(in echtscheidingsoorlog) gebleven
de indruk die de muur

voor hem – voor wie? –
weer goedmaakt:

toegewijder
wendt de muur zich

tot.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 

Christian Filips (Osthofen, 22 november 1981)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 22e november ook mijn blog van 22 november 2018 en eveneens mijn blog van 22 november 2015 deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:20 Reageer op dit bericht

Freya North, Christian Filips

De Britse schrijfster Freya North werd geboren op 21 november 1967 in Londen. Zie ook alle tags voor Freya North op dit blog.

Uit: Geheimen (Vertaald door Bob Snoijink)

“Pas wanneer Tess later op de avond alleen is, zwicht ze en laat ze de opgepotte angst om zich heen kruipen als een geurloos gifgas dat haar als een geluidloze schreeuw tot op het bot verkleumt. Ze raakt er kortademig en bezweet van. Beurtelings ijsbeert ze door het huiskamertje en zit ze roerloos als verlamd op één plek. Het is een vreselijk gevoel, maar net als bij ernstige turbulentie in de lucht moet ze geloven dat ze erdoorheen komt en het weer overgaat. Wanhopig probeert ze haar snikken te bedwingen, want als ze daar eenmaal aan begint, is er geen houden meer aan. Ze knippert maar eens flink met de ogen en haalt diep adem en uiteindelijk voelt ze zich rustiger worden. Ze doet haar ogen een tijdje dicht en concentreert zich hard op de kleur van niets achter haar oogleden. Als ze haar ogen weer opent, valt haar blik op de krant. Die had ze gisteren in de metro op de terugweg van haar werk gevonden. Op dit ogenblik laat ze zich maar al te graag verleiden door het gelukkige toeval dat de krant op haar stoel, te midden van alle andere Londense gratis dagbladen, de Cleveland Gazette was. Ze bladert hem gejaagd door, alsof het baantje waarop ze daags tevoren was gestuit en dat vandaag de hele dag bij haar is gebleven, zo mooi was dat het inmiddels wel vergeven zou zijn en uit de advertentiekolommen was verdwenen. Maar daar stond hij nog. Het huis met uitzicht op zee dat oppas behoefde. Ze kent de tekst uit haar hoofd, maar nu tekent het telefoonnummer eronder zich groot af en daardoor verandert het minigedichtje in een concreet voorstel. Tess weet best hoe de krant van vandaag de patat met vis van morgen kan verpakken. Maar stel dat de krant van gisteren zo’n lot ontkomen was? Maakte het uit dat ze niet precies wist waar Cleveland was? Het klonk een heel eind van Noord-Londen, en al die kilometers van hier en van alles wat er was gebeurd moesten wel de moeite waard zijn. Ik ben niet goed wijs, denkt ze wanneer ze het nummer toetst. Ik ben compleet gek gemaakt.
Joe overweegt niet op te nemen. Maar als het bellen is opgehouden, begint het direct opnieuw. “Hallo, ik ben Tess en ik bel naar aanleiding van de advertentie,” zegt iemand. “Kunt u me iets meer vertellen?” Hij denkt even na. Wilde hij de positie niet net aan mevrouw Dunn aanbieden? “Nou, ik heb gewoon iemand nodig om een beetje op dit ouwe huis te passen wanneer ik er niet ben. Ik ben voor mijn werk het grootste deel van de tijd afwezig.” “Is het oud?” “Dit ouwe huis was meer een kooswoordje. Vrijstaand. Victoriaans. Zes slaapkamers.”

 

 

Freya North (Londen, 21 november 1967)

 

 

De Duitse dichter, schrijver, acteur en regisseur Christian Filips werd geboren op 22 november 1981 in Osthofen. Zie ook alle tags voor Christian Filips op dit blog.

 

 

Daar op het loerende, het witte stuk

waar de helderheid, open, zo vijandig open
en betrapt ligt: de helderheid van het begrip
helderheid begrijpen, alsof we zouden zeggen als
was er een breed veld, alsof we zouden zeggen het was
bedekt met sneeuw, alsof ook helder was
van grote afstand: daar ligt toch mijn blik
en hij is en blikt zo vriendelijk vreemd
daar op de uitgestrekte witte loer.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 

Christian Filips (Osthofen, 22 november 1981)

 

 

Zie voor de schrijvers van de 21e november ook mijn blog van 21 november 2020 en ook mijn blog van 21 november 2018 en ook mijn blog van 21 november 2015 deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:34 Reageer op dit bericht

Liam Rector

De Amerikaanse dichter, essayist en docent Liam Rector werd geboren als Ronald Edward Rector op 21 november 1949 in Washington, D.C.; als volwassene nam hij de naam Liam aan. Hij volgde verschillende bacheloropleidingen, maar behaalde geen bachelordiploma; hij behaalde echter wel een masterdiploma in schrijven aan de Johns Hopkins University en in openbaar bestuur aan de Harvard Kennedy School. Hij was de auteur van dichtbundels, waaronder “The Executive Director of the Fallen World”, “American Prodigal” en “The Sorrow of Architecture”. Rector was driemaal getrouwd, waarvan de eerste twee huwelijken in een scheiding eindigden; uit zijn tweede huwelijk had hij een dochter. Met zijn derde vrouw, Tree Swenson, redigeerde hij “On the Poetry of Frank Bidart: Fastening the Voice to the Page” (University of Michigan, 2007) en redigeerde hij “The Day I Was Older: On the Poetry of Donald Hall”(1989). Rector was mede-oprichter (samen met dichter Robert McDowell) van een model voor een low-residency MFA-programma en richtte later de seminars voor schrijven op voor afgestudeerden aan Bennington College in Vermont, waar hij ook de leiding over had. Hij gaf les aan Columbia University, The New School en Emerson College. Hij was verantwoordelijk voor literaire programma’s bij de Association of Writers and Writing Programs (AWP), de National Endowment for the Arts, de Academy of American Poets en de Folger Shakespeare Library. Hij was tevens de oprichter van het Graduate Writing Seminars-programma aan Bennington College. Rector pleegde op 15 augustus 2007 op 57-jarige leeftijd zelfmoord door middel van een schotwond in zijn appartement in Greenwich Village. In zijn laatste jaren had hij last gehad van een reeks gezondheidsproblemen, waaronder hartziekten en kanker, en hij vermeldde dit in zijn zelfmoordbrief.

 

This City

This apartment with no furniture,
where no one puts anything up,
where everyone schemes to get out.
This mess, to the right and the left of me,
that equation of garbage wherein matter moves its way,
the magazine sector in glanced-at demise.
This price, and that mind,
and nothing to say but ‘violent.’
Nothing but violence in the expensive mind.
Moving from the window towards morning.
These characters at the bottom,
so generous and pathetic.
Those abstract things at the top,
so mean, precise and arresting.
That god-abandoned theatre
with its three-legged dog.
Staying alone to learn the lesson,
the lesson being
DO NOT SPEND NIGHTS ALONE FOR AWHILE.
This program, these organizations,
these gatherings and awards.
This sweat that drags it down.
These pagans with large teeth and good eyes.
The profit sector giving us images,
the nonprofit passing out handbills,
and worried. The mind that grabs after information.
The dance changed every week
so no one masters any one dance.
Carrying around the little guns and knives,
the bars owned by a friend.
The same economy that binds them
together pulls them apart. The little thems,
staring into the canyon.
The all of us. A sense of proportion,
in this dense heat, hearing the tune of
romance behind the psychotic.
The profit sector giving us images.
Elegance, learning, poverty and crime.
Those who smell power must dog these.
The untuning of cement into many moods.
In audacity, in hilarity,
this city plays an unbelievable organ.
How afternoon goes like the movies.

 

 

 

The Remarkable Objectivity Of Your Old Friends 

We did right by your death and went out,
Right away, to a public place to drink,
To be with each other, to face it.
We called other friends—the ones
Your mother hadn’t called—and told them
What you had decided, and some said

What you did was right; it was the thing
You wanted and we’d just have to live
With that, that your life had been one
Long misery and they could see why you
Had chosen that, no matter what any of us
Thought about it, and anyway, one said,
Most of us abandoned each other a long
Time ago and we’d have to face that
If we had any hope of getting it right.

 


Liam Rector (21 november 1949 – 15 augustus 2007)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Sheema Kalbasi, Christian Filips

De Iraanse dichteres, vertaalster en mensenrechten-advocate Sheema Kalbasi werd geboren op 20 november 1972 in Teheran. Zie ook alle tags voor Sheema Kalbasi op dit blog

 

Necessity

I wear your perfume on my skin
Don’t be unkind
Like wild flowers shy under the sun
Don’t seek the truth,
I tell you none exists
Everything has an expiration date
Love, life, identity, even abnormality.
We are travelers,
Some of us just leave the suitcase at home
So that our hands won’t suffer the weight of our guilt.

 

 

Blood and Barriers

I press my hands against the wall,
Dragging my nails, counting to ten.
The holes in my mind bleed into the wall’s.
I count to ten: my nails, my bruised flesh, my shattered arms.
I rest my head against the wall,
The gaping holes, the angry red patches. I count to ten,
The voids in my mind syncing with my coughs and my mother’s distant voice.
I count to ten, my broken back writhing and twisting,
Numb to the pain. Ten, nine, eight, seven, six.
I trace my neck with my hand, my nails shattered,
Blood in my hair, still fresh and vivid.
Five, four, three, two, one.
Here, the windows are dark and silent.
Maybe you’ll see me in the tall mirrors of your bright home,
Maybe you’ll write about me, maybe you’ll forget.
With you, I am ten steps away—From here to your smile,
To your kohl-lined eyes. I crack walnuts.
Seven, six, five.
On Wednesday, with your hands, I collapse to the ground.
Here, here, here.
Today, I’ll begin my humanitarian work
By biting the streets.
Ten, nine, eight. And I count to ten.
Come with me, offer your hands,
Let’s press against the wall together,
Paint the bloody walls white.
Maybe, once again, a mother
Will not watch her children hanged. Maybe a student
Will not face the exam in shackles.
Come, let me kiss you, let my tongue trace your lips,
Let your hands explore my body,
Let’s make our flesh familiar, Let’s celebrate our union.
Here, once more, Iranian sacrificial meat crushed in the prison’s corner.

 

 

Sheema Kalbasi (Teheran, 20 november 1972)

 

 

De Duitse dichter, schrijver, acteur en regisseur Christian Filips werd geboren op 22 november 1981 in Osthofen. Zie ook alle tags voor Christian Filips op dit blog.

 

 

Ik zit nog steeds waar jij me hoog en droog achterliet

op de muur van je vader, hoog daarboven

(landschap met kraanvogel, riet
en briesje, verder naar achter)

hoor ik je
langs je heen…

en hoor
een riviergod, zo jong

die tegen de hoge, edele

pist (muur in de
avondschemer)

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 

Christian Filips (Osthofen, 22 november 1981)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 20e november ook mijn blog van 20 november 2023 en ook mijn blog van 20 november 2020 en ook mijn blog van 20 november 2018 en eveneens mijn blog van 20 november 2017.

Geschreven door Romenu om 16:46 Reageer op dit bericht

Scott Cairns

De Amerikaanse dichter, librettist en essayist Scott Cairns werd geboren op 19 november 1954 in Tacoma, Washington. Zie ook alle tags voor Scott Cairns op dit blog.

 

Threnody

The dream is recurrent, and yes
the dream can leave me weeping,
waking with a start, confused,
and pressing my wet face hard
into the pillow. That is to say
the dream is very bitter.

The scenes are various, the gist
unchanging: my father returns,
and we all are at once elated
that his death was apparently
an error, that he had simply
been away, a visit to the shore.

Then, increasingly, I grow
uneasy about how deeply
he has changed. He is both frail
and distracted (or it could be
that he withholds some matter
habiting his mind), and none of us

dares speak, neither of his death nor
of his sudden, startling return.
We share other confusions as well:
He has arrived in the camper truck
he drove when I was a boy, but my wife
and children are also here to greet him,

even my son, whom he has never met.
Often, in the dream, I am the one
who first suspects he cannot stay.
I am the one who sees but cannot say
his visit will be brief. And just
as I suspected, as I feared, I wake.

 

 

Irreducible is what I’m after,

which is why I cannot mind so much observing
how words are more precise or less precise, but they
are not exact. Not ever. No. And yes, each proves
solicitous and pleasant on the tongue, and more
than a little tolerant of one’s most earnest
yammering; still, the promise of each word abides
within its endless, inarticulate expanse,
thank God. The dancing figures of the utterance
forever spin their circles; they forever turn
upon the sawdust littered floor. And even as
I speak I see my good intentions leaping clean
beyond my reach, and each for its duration lifts
the stillness into trouble. For its bright moment,
each obtains for each a little taste of what lit
distance one might entertain, thus irreducible.

 

 

Necropolis

Niet zomaar een ijsje, hoewel de glans
van deze skeletachtige figuren de
gemoedstoestand van die grijnzende snoepjes raken
die jein Mexico vindt, zeg maar, begin november ,
hoewel hier elk gezicht verontrustend bekend is,
de stijl vertoont die je aanneemt, net als je
elke verdere stijl afwijst—nectar die je drinkt als je
je laatste, emotieloze adem uitblaast, burger
wordt van een minder serieus electoraat. Je leert
in die stad eindelijk hoe je van een lekkernij kunt genieten,
zelfs als je een echte smaak voor deze omstandigheid
nog moet verwerven, zelfs als je het zelf bent
wiens suikers en oliën nu een kalmte bieden
die belooft nooit te eindigen, noch te veranderen.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 

Scott Cairns (Tacoma, 19 november 1954)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 19e november ook mijn blog van 19 november 2020 en ook mijn blog van 19 november 2018 en eveneens mijn blog van 19 november 2017 deel 3.

Geschreven door Romenu om 16:37 Reageer op dit bericht

Joost Oomen, Scott Cairns

De Nederlandse dichter Joost Oomen werd geboren in De Bilt op 18 november 1980. Zie ook alle tags voor Joost Oomen op dit blog.

 

 

Gedichten

er zijn er al zoveel van
ik kan beter een beetje gaan vliegeren
er zijn betrekkelijk weinig vliegers
in de lucht

en dan heel in de verte een zilveren fanfare
alsof diezelfde lucht voorzichtig een dennennaald
verliest van een grote den
iets wat je net wel net niet kunt horen

het rinkelen van de glasbak op een avond in de vakantie
het rinkelen van de glasbak waardoor een jonge hond
begint te blaffen

het rinkelen van de glasbak
en een vlieger in een strakblauwe lucht
boven sneeuw.

 

 

Dan

eerst heb je elkaar
nog nooit gezien

dan heb je elkaar gezien
maar weet je het nog niet
bijvoorbeeld op een groot feest waar je
later van weet dat je er allebei was
als dichte sneeuw
waarin geen vlok geen vlok
de ander zag
maar uiteindelijk samen
in een dekbed belandde

dan zie je elkaar
voor de eerste keer
dan zoen je voor de eerste keer
dan wordt het opeens april
dan hou je van elkaar
dan deel je een nectarine

dan leer je steeds beter
hoe de ander het liefst door de stad wil fietsen
en doe je dat vervolgens ook
dan word je een keer nat
zo nat dat je je schoenen leeg kunt gieten
bij thuiskomst op de donkerblauwe mat

en je gaat allebei op blote voeten naar boven
je gaat in bed liggen met twee koude regenlijven
stijf tegen elkaar aan

dan heb je één keer ruzie in datzelfde bed
dan heb je geen keer ruzie in datzelfde bed
zie je springbalsemien en knijp je erin
dan word je gelukkig en bijt je zachtjes in haar nek

dan zegt ze dat ze niet meer slapen kan
voordat jij ‘tot morgen’ hebt gezegd.

 

 

Kurkje

ik ben een heel klein kurkje
ik ben een heel klein kurkje
je moet me redden

ik heb een wenkbrauw van stroop
ik heb een wenkbrauw van zout
ik mag mij niet bewegen anders
valt de wenkbrauw van mijn hoofd

ik ben een heel klein kurkje
ik ben een heel klein kurkje
je moet me redden

 

 

Joost Oomen (De Bilt, 18 november 1980)

 

 

De Amerikaanse dichter, librettist en essayist Scott Cairns werd geboren op 19 november 1954 in Tacoma, Washington. Zie ook alle tags voor Scott Cairns op dit blog.

 

 

Idiote Psalmen

2

Een psalm van Isaak, vergezeld door blaffende honden.

O Vormgever van veelkleurige klei en cellulose, O Bewaarder
daarvan, O Subtiele Aanpasser, Agent
van zowel afschuwelijke als onopgemerkte energieën,
laat de ledematen van Uw dienaar niet verstijven
of onnodig verstenen, dwing Uw dienaar niet
om broos te worden, noch verkrampend in het hart,
noch zijn affectieve sympathieën te vernauwen
noch van het vlees noch van de vermeende ziel.
Houd mij voldoende lenig zodat ik kan blijven
genieten van mijn ochtendlijke hardlooprondje tussen de lelies
en de luidruchtige watervogels, zodat ik
kan genieten van deze en elke avondlijke omgang
met de vrouw die u naast mij hebt gezet.
Laat mij dagelijks wakker worden met een bereidheid
om gemakkelijk op te staan, vergezeld
van een dankbare grijns, een duizelige vreugde,
de onsterfelijke verwachting van de idioot,
ondanks het bewijs.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Scott Cairns (Tacoma, 19 november 1954)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 18e november ook mijn blog van 18 november 2023 en ook mijn blog van 18 november 2020 en ook mijn blog van 18 november deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 16:42 Reageer op dit bericht

Guido van Heulendonk, Chinua Achebe

De Vlaamse schrijver Guido van Heulendonk (pseudoniem van Guido Beelaert) werd geboren in Eeklo op 17 november 1951. Zie ook alle tags voor Guido van Heulendonk op dit blog.

Uit: De kroon met twee pieken

“En het gebeurde dat 2020 zijn einde naderde, en in de bijlagen de gebruikelijke lijstjes verschenen met het beste boek, de beste film of de belangrijkste gebeurtenis van het jaar.
Nadat hij in de laatste categorie vergeefs had gezocht naar een top drie zonder corona, legde Werner Vrysoone zijn krant opzij en roerde een extra suikerklontje door zijn thee.
Het was een natte, grijze middag in december — zo’n typisch weertje waarbij je dacht: fuck diabetes. Laat suiker het antidotum zijn tegen het komende duister.
In de badkamer zong Mary Jane.
‘On a Little Street in Singapore.’
Hij reconstrueerde de tekst uit de gesmoorde klanken die hem bereikten. Dat was makkelijk — ze zong het lied vaak, hij kende het inmiddels vanbuiten. Soms probeerde hij mee te zingen, maar dan maakte hij zich telkens belachelijk. De lome, jazzy melodie was veel te subtiel voor zijn Vlaamse stembanden. Dat Bob Dylan met zijn rauwe rasp er zoiets moois van had kunnen maken, was iets wat hem telkens weer verbaasde als hij Fallen Angels oplegde.
‘On a little street in Singapore/ We’d meet beside a lotus-covered door/ A veil of moonlight on her lonely face.’
Elkaar vinden in een kleine straat. In Singapore. Naast een deur behangen met lotusbloemen. En een maanlichtsluier over haar eenzame gezicht.
Mooi. Maar zo was het niet gegaan. Het was een banale borrel geweest bij gemeenschappelijke vrienden. Weliswaar ook ver weg, maar niet in Singapore. Toch, iedere keer als Mary Jane het lied zong, leek het hem alsof ze elkaar werkelijk zo ontmoet hadden.
En Mary Jane kwám uit Singapore — dat klopte dan weer wel.
Je kan niet alles willen.
Werner Vrysoone stond op, ging naar het raam. Op de verre ring, vele verdiepingen onder hem, begon het mistige verkeer samen te klonteren tot een lange, kronkelende slang, waarin koplampen en staartlichten evenzovele ogen leken op zoek naar de avond, die ongetwijfeld een even mat schouwspel zou bieden als de avond van gisteren, of de dag ervoor, of de dag dáárvoor, waarvan hij zich al niet meer herinnerde of dat een dinsdag of een woensdag was geweest.
Hij dronk zijn thee, rechtop, zijn blik op het grootstedelijk panorama gericht, de kathedraal, de kranen van de haven, waarboven — heel kort — een vliegtuig een laatste zonnestraal ving voor liet verdween in een zwart wolkencomplex. Hij prees zich gelukkig niet aan boord te zijn.
Hij dacht: gesteld dat ik een lijstje moest opstellen, wat zou ik bovenaan zetten?
Voor boeken en films had hij te weinig expertise, vond hij. Belangrijkste gebeurtenis? Hij aarzelde. Naast hem stond een foto van kleinzoon Anton op de kast: tien geworden in november. Aan de kersttafel straks, bij de cognac, zou hij dat misschien kiezen. Maar hier was hij alleen.”

 

 

Guido van Heulendonk (Eeklo, 17 november 1951)

 

 

De Nigeriaanse dichter en schrijver Chinua Achebe werd geboren op 16 november 1930 in Ogidi. Zie ook alle tags voor Chinua Achebe op dit blog.

 

 

Pijnboom in de lente (voor Leon Damas)

Pijnboom
vlaggendrager
van groene herinnering
over de bres van een troosteloos uur
Trouwe boom
die de wacht hield
alleen in sobere smaragd
Pijnboom
nu verloren in de schaduw
van flamboyant uitgedoste verraders
die schaamteloos terugmarcheren naar de kleuren die ze hebben verraden
Mooie boom
rechtopstaand en betrouwbaar
welke school kan mij leren
jouw stille, koppige trouw?

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 

Chinua Achebe (16 november 1930 – 21 maart 2013)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 17e november ook mijn blog van 17 november 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 15:59 Reageer op dit bericht

Craig Arnold, Chinua Achebe, Yves De Bosscher

De Amerikaanse dichter Craig Arnold werd geboren op 16 november 1967 in Temple, Californië. Zie ook alle tags voor Craig Arnold op dit blog.

 

 

ARTICHOKE

Edible flowers might be colorful,
but this one sports its G.I. olive drab
for camouflage.
— Who’s it trying to fool?

It is a nymph that some god wants to grab
and have his way with, I explain. She scorns
his lust; and when he sees he’s met his match,
he turns her to a flower, covered with thorns
to keep her other lovers out of reach.

You say You made that up. You say That’s sick.
You say The things men think of are so cruel.

Under the bamboo steamer there’s a slick
of emerald green water. I watch you pull
the petals off, each with a warm knot
of paler flesh left hanging at the root.

A ‘loves me, loves me not’ sort of endeavor,
I say, but you don’t laugh. It hasn’t been
that long since liking me for being clever
stopped being enough for you. Sly pangolin,
endearingly nearsighted, belly rolled
up a spiky ball—that’s how I keep
my wits about me.
I notice how you’ve polled
the petal-points an inch, and how you scrape
each leaf with your incisors, the two
small grooves they leave. It makes me sick to watch.

—You’re awfully quiet today. What’s wrong with you?
I want to tell you what … but there’s a catch,
deep in the throat, that stops me, makes me choke
the words back, crack another pointless joke.

 

 

Mulberry

You have towered here
leaning half over the wall
all my awareness

years before I knew
what silkworm was or China
I felt your berries

pulp under my feet
tracked your purple all over
grandmother’s carpet

a sapling planted
by some sea captain to make
shade for a future

This winter you lost
one of  your long low branches
to a backed-up car

and the old woman
who has known you all her life
wept at the split wood

Your bark is wrinkled
more deeply than any face
you live so slowly

do our voices sound
to you like the fluttering
of  paper moth wings

do we seem rootless
holding fast to the anchor
of  the saddest things

 

 

Craig Arnold (16 november 1967 – 27 april 2009)

 

 

De Nigeriaanse dichter en schrijver Chinua Achebe werd geboren op 16 november 1930 in Ogidi. Zie ook alle tags voor Chinua Achebe op dit blog.

 

 

Antwoord

Ik verbrak eindelijk
de met angst omgeven fascinatie
die mijn oude blik bond
aan die zich verdringende gezichten
van plundering en greep mijn
restantleven in een wonder
van beslissing tussen witte-
boordenhanden en schudde het
als een goedkoop horloge in
mijn oor en gooide het
naast me op de grond
en stond op. Ik
maakte van hun schouders
en hoofden die op en neer gingen
een nieuwe ladder en zette hem
tegen hun zwetende flanken
en klom omhoog tot in de lucht
mijn handen zo nieuw voor hardheid
konden de ruwheid van een stekelige
dag beetpakken en de bron dempen
die turbulentie aan hun
voeten voedde. Ik maakte een dramatische
afdaling die dag en landde
achteruit in hurkende schaduwen
in potscherven van gebroken trance. Ik
gooide lang niet meer gebruikte ramen en deuren open
en zag mijn hut
opnieuw geveegd door regenboogbezems
van zonlicht weer mijn thuis worden
waar op de vloer van de ontmoeting
mijn trotse, levendige leven wachtte.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 

Chinua Achebe (16 november 1930 – 21 maart 2013)

 

 

De Vlaamse schrijver, dichter en politicus Yves De Bosscher werd geboren in Kortrijk op 16 november 1970. Zie ook alle tags voor Yves De Bosscher op dit blog.

 

Moordkuil

Gooi de moordkuil dicht,
doe het nu
de uren zijn gerijpt
in gouden licht.

Sleep breuksteen aan
uit een andere aarde
zeg me niet van waar,
er waaien reeds genoeg
geheimen met de wind.

 

 

Lessen over de oorlog

maan de dauw uit de loopgraven
blaas het kopergroen klaroen
want we praten weer over onze oorlog

correctie: de oorlogen, de groote,
de min of meer grote en zelfs de kleine,
de verloren en gewonnen gewaande dagen
van weleer of van morgen
die zoals het zulke dagen betaamt
ook voorbij zijn gegaan

weer het bloed uit oude prenten
en verzen vol verlies, rood is
dood en rauw is de kleur
van het berouw

we praten weer over de oorlog
maar de doden
hebben ons niets geleerd dan dat
de vrede enkel wordt gevonden
diep in de aarde
van winnaars en verliezers

 

Yves De Bosscher (Kortrijk, 16 november 1970)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 16e november ook mijn blog van 16 november 2018 en eveneens mijn blog van 16 november 2014 deel 2.

Geschreven door Romenu om 11:00 Reageer op dit bericht

Clemens J. Setz, Ted Berrigan

De Oostenrijkse dichter, schrijver en vertaler Clemens J. Setz werd geboren op 15 november 1982 in Graz. Zie ook alle tags voor Clemens J. Setz op dit blog.

 

Der Präsident

Harry Houdini schrieb jeden Tag
einen Liebesbrief an seine Frau
Sie wohnte im Erdgeschoss des Hauses
er im ersten Stock

In den Briefen berichtet Houdini oft
von einem imaginären Sohn
den er nach seinem eigenen Vater
Mayer Samuel nannte

Die Briefe beschreiben Mayer Samuels
Abenteuer in der Welt
und zeugen vom großen Stolz des Vaters
auf seinen mutigen Sohn

Erst an dem Punkt da Mayer Samuel
Präsident der Vereinigten Staaten wird
hören die Briefe
plötzlich auf

 

 

Über Papageien

Kinderlose Papageien
die frei in der Wohnung fliegen
beginnen manchmal Schuhe zu füttern

Sie halten sie für offene Schnäbel
und sammeln Körner für sie

Kein noch so hochhackiges
fremdes Paar Stiefel
das nur eine Nacht hier stehen blieb
muss leer nach Hause gehen

 

 

Schutzkleidung

Um sich den Schlafstätten zu nähern,
auf denen er zwanzig Jahre lang gelegen ist
und sich geduldig die Pfoten geputzt hat,
braucht man Schutzkleidung.

Ein alter Pullover, eine Jogginghose,
die man sofort danach ausziehen kann,
ein Paar Socken mit Weihnachtsmotiven,
und zwei feuchte Handflächen, auf denen
die Unmengen von Haaren hängen bleiben.

 

Es hilft auch, die Brille abzusetzen,
so sehen sie alle etwas fremd aus,
die alten Plätze auf dem Fensterbrett,
in der Ecke, und sogar die versteckteste
Stelle unter dem Bett, in einem Winkel,
den man nur erreichen kann, wenn man kaum
mehr Platz beansprucht auf der Welt,
wenn man nicht mehr springt
und auch nicht mehr wartet.
Wenn die Menschen ohne zu murren
zu dir unters Bett kriechen,
um das Malheur, das dir passiert ist,
aufzuwischen, behutsam,
mit einem kleinen Schwamm.

Daher der alte Pullover, die Jogginghose,
die feuchten Handflächen
und die Weihnachtssocken aus dem Jahr 92,
der Zeit, als du zu uns gekommen bist
und unter dem großen geschmückten Baum
immer eingerollt geschlafen hast,
fast jede Nacht, endlich zu Hause,
endlich zurück in der Natur.

 

 

Clemens J. Setz (Graz, 15 november 1982)

 

 

De Amerikaanse dichter Ted Berrigan werd geboren op 15 november 1934 in Providence, Rhode Island. Zie ook alle tags voor Ted Berrigan op dit blog.

 

Laatste gedicht

Voordat ik dit leven begon, volgde ik een spoedcursus contraspionage
Toen ik hier was, meldde ik me aan, zie naam hieronder, en voegde
Enkele woorden toe die ik me herinnerde van een eerdere tijd,
“De bedoeling van het organisme is om te overleven.”
Mijn vroegste en gelukkigste herinneringen dateren van vóór WO II,
Ze omvatten een glazen muiltje en een hulpeloze blauwe roos
In een slanke blauwe één roos vaas: De mijne
Was een verhaal zonder plot. De dagen van mijn jaren
In elkaar gevouwen, een gemakkelijke pasvorm, waarin
ik geld verdiende en het uitgaf, leerde dansen en vergat, bloed
Gaf, mijn evenwicht herwon en mezelf een plaats formuleerde
In de maatschappij. 101 St. Mark’s Place, apt. 12A, NYC 10009
New York. Vrienden verschenen en verdwenen, of raakten van streek,
Of bleven; inspirerende vreemden stierven helaas; iedereen
die ik ooit heb gekend, werd enorm oud, behalve ik. Ik bleef
Ergens tussen de 2 en 9 jaar oud. Maar frequente
Reïficatie van mijn eigen ervaringen leverde mij
Meerdere nieuwe woordenschatten op, ik hield daar bijna het meest van.
Ik had ooit de eer om Beckett te ontmoeten en ik vond hem geweldig.
De pillen hielden me op de been, tot nu toe. Liefde en werk,
waren mijn grote geluk, dat andere mensen sterven de bron
Van mijn grote, vreselijke en ongearticuleerde ene verdriet. In mijn tijd
werd ik groot en enorm van gestalte, duidelijk bezeten
Van een losgekoppeld hoofd, had ik een perfect hart. Het einde
kwam snel en volledig zonder pijn, op een rustige nacht toen ik,
Schrijvend, naast je in bed zat, woorden willekeurig gekozen
Van een vermoeid brein, dat, net als zij, geschikt en passend.
Laat niemand spijt hebben van mijn einde die mij vriend noemde.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 

Ted Berrigan (15 november 1934 – 4 juli 1983)

 

Voor nog meer schrijvers van de 15e november zie ook mijn blog van 15 november 2018 en eveneens mijn blog van 15 november 2015 deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 16:27 Reageer op dit bericht

NS Publieksprijs voor Adriaan van Dis

NS Publieksprijs voor Adriaan van Dis

De Nederlandse schrijver en televisiemaker Adriaan van Dis heeft dit jaar de NS Publieksprijs gewonnen met zijn roman "Naar zachtheid en een warm omhelzen". Dat is donderdagavond tijdens de uitzending van actualiteitenrubriek EenVandaag bekendgemaakt. Zie ook alle tags voor Adriaan van Dis op dit blog.

Uit Naar zachtheid en een warm omhelzen

“Soldaten laadden kisten uit. En de man in het blauwe overhemd stond dan zenuwachtig rokend op de stoep. Dat alles zag hij door zijn verrekijker – een geschenk van Ommie. De koperen randen van de kijker zaten vol butsen en de lenzen hadden vast veel gezien en meegemaakt, maar wat, dat wist hij niet. Ommie zweeg erover. Adriaan had het riempje met schoenpoets zijn glans teruggegeven en genoot van het ge-bungel op zijn borst. Het voelde als een tweede hart. Hij streelde hem, zoende hem, sprak ermee en verdween erin, een gewaarwording die hem opwond maar die hij niet begreep. Niet eerder was hij zo vertrouwd met een ding. Ook het foedraal waarin de kijker jaren had liggen slapen maakte hij schoon -uit eerbied, maar ook omdat het stonk. Hij borstelde de moeten uit het roodfluweel. Er stonden zeven gouden letters in de voering gedrukt: MARESCH. Als er niemand in de buurt was, noemde hij de kijker zo.
Na een dag of wat inspecteerde Ommie bezorgd de rode deuken rond zijn ogen. Zijn vingers waren zwart van het koper.
“Wat zie je zoal?” vroeg ze.
“De manke, de manke, en een kind in een kar en…”
“Laat ze met rust.”
“Maar ze zien me toch niet.” ”Nee, maar mensen voelen wel dat er naar ze gekeken wordt. Ogen zijn soms heel gemeen.”
Het was niet alleen het houten been. Het was het geheim dat hem zo boeide, het zwijgen van zijn grootvader als hij naar de manke vroeg. Ommie dreigde zijn verrekijker af te pakken als hij erover begon. En juist omdat het niet mocht stond hij elke morgen voor het raam. Met Maresch als getuige. Kijk. Hoor, daar liep ze. Wie had er nu een houten been? Machtig gezicht, hoe ze steun zocht bij een lantaarnpaal als ze het kind wat hoger hees en een kussen schikte achter zijn rug. Maresch zag haar hijgen en Adriaan hijgde met haar mee. Veilig verscholen achter de vetplant.
Het liefst was hij naar buiten gerend om haar aan te spreken, met haar op te lopen, de kar te helpen duwen, maar hij durfde nog niet over te steken. Zoveel auto’s was hij niet gewend. Hij had al wel geoefend aan de veilige kant van de brede straat en aan de hand van Ommie. Elke dag een stukje verder. Met trillende knieën had hij in zijn eentje de ruïne om de hoek van de singel ontdekt. Verkende met zijn kijker de gescheurde muren, de restanten van een trap, er lag zelfs nog een kachelpijp. En toen hij daar zo stond te turen, sprak een wildvreemde man hem aan:
“Hebben de moffen gedaan. Represaille.”
Een woord dat hij niet kende. Op hetzelfde moment kwam de manke vrouw voorbij, zonder kar, ze was op weg naar de telefooncel. De man stootte hem fluisterend aan: “Daar hinkt de oorlog.”
0, wat was hij opgewonden thuisgekomen. “Vergeet de oorlog”, had Ommie toen gezegd, “daar krijg je galbulten van.”

 

 

Adriaan van Dis (Bergen aan Zee, 16 december 1946)

Geschreven door Romenu om 14:50 Reageer op dit bericht

Olga Grjasnowa, Tom Hofland, Norbert Krapf

De Duitse schrijfster Olga Grjasnowa werd geboren op 14 november 1984 in Baku  Azerbeidzjan. Zie ook alle tags voor Olga Grjasnowa op dit blog.

Uit: Juli, August, September

„Rosa übernachtete bei einer Freundin aus dem Kindergarten. Es war das erste Mal, dass sie woanders schlief, weswegen ich nicht glaubte, dass es funktionieren würde, also wartete ich. Ich legte die Wäsche zusammen, schaltete den Fernseher erst ein und dann wieder aus und schaute immer wieder aufs Handy. Da gegen zehn Uhr immer noch keine Nachricht gekommen war, beschloss ich, ins Bett zu gehen. Als ich meine in Tränen aufgelöste Tochter eine Stunde später abholte, versicherte mir die andere Mutter, dass nichts passiert sei, Rosa hätte mich bloß vermisst. Nur hatte sie angefangen, noch heftiger zu weinen, sobald sie mich sah. Es hatte lange gedauert, bis ich es geschafft hatte, sie unter den missbilligenden Blicken der anderen Mutter zu beruhigen. Sie schlief im Taxi ein, das Gesicht voller Tränenschlieren. Am nächsten Morgen, auf dem Weg zum Kindergarten, erzählte mir Rosa, dass sie bei ihrer Freundin ein Buch von Adolf Hitler gelesen habe. Rosa sagte immer lesen, wenn sie vorlesen meinte. Ich vermutete, dass es ein Bilderbuch über das Leben von Anne Frank war — ich hatte es am Vorabend in der Wohnung liegen sehen und mich bemüht, nicht die Au-gen zu verdrehen. Es war eines jener Bilderbücher, die das Leben berühmter Personen auf ein paar Sätze herunterbrachen und die mich an die sowjetische Reihe Das Leben berühmter Menschen erinnerten, die meine Mutter geliebt hatte. Die Reihe war längst vergriffen, aber meine Tante hatte noch ein paar Exemplare aufbewahrt, in denen ich manchmal als Kind geblättert hatte. Statt mir zu antworten, kniff Rosa ihre Augen zusammen und erzählte mir das Buch nach.
Meine Tochter, die nach ihrer Urgroßmutter, einer Holocaustüberlebenden, benannt war, wusste bis dahin nichts über Anne Frank oder die Shoah. Offenbar hatte sie die Sache mit Adolf Hitler in dem Buch falsch interpretiert, und jetzt standen wir mitten in Berlin, ausgerechnet in der Nähe des Axel-Springer-Hochhauses. Der Himmel war wolkenverhangen, zwischen den Hochhäusern wehte ein rauer Wind, und aus Rosa sprudelte es nur so heraus. Was sie sagte, war im Prinzip richtig, außer dass sie dachte, Adolf Hitler hätte das Buch geschrieben. Außerdem dachte sie, er hätte etwas gegen Jungen, nicht Juden, gehabt. Jüdisch sei sie selbst übrigens nicht, denn sie glaube nicht an Gott. Rosa wusste natürlich, dass sie jüdisch war, sie wusste nur nicht, wie viele Menschen aus diesem Grund ermordet worden waren, und ich hoffte, dass es noch eine Weile lang so bleiben könnte. Zu Hause hatten wir eine Chanukkia, den neunarmigen Leuchter, dessen Kerzen an Chanukka angezündet wer-den. Doch die Kerzen auch am Schabbat rauszuholen, war uns bereits zu viel Aufwand. Die anderen hohen Feiertage begingen wir auch irgend-wie, allerdings niemals in der Synagoge. Rosa plapperte weiter fröhlich vor sich hin, ich hingegen wurde immer stiller. Als wir ankamen, schaute uns die Kindergärtnerin neugierig an, und ich versuchte, mich so schnell wie möglich zu verabschieden. Ich fuhr zu einer Buchhandlung, die eher einem durchgestylten Caf6 als einem Geschäft glich, und fand das Buch sofort: Anne Frank sah aus wie eine Mischung aus einer Manga-Figur und einer stilisierten Audrey-Hepburn-Postkarte. Die Prosa war unterkomplex und konnte nicht ein-mal eine vage Vorstellung vom Holocaust vermitteln. Sofern man als Elternteil den Wunsch verspürte, es zu tun.“

 

 

Olga Grjasnowa (Baku, 14 november 1984)

 

 

De Nederlandse dichter, schrijver en programmamaker Tom Hofland werd geboren in Apeldoorn op 14 november 1990. Zie ook alle tags voor Tom Hofland op dit blog.

Uit: De menseneter

“Pascal Bonare legt zijn bebloede hand op het bureau. De inspecteur leunt voorover en kijkt ernaar. Naar de donkerblauwe mouw van het pak, het witte overhemd met de rode vlekken, een manchetknoop met gebarsten bladgoud.
Hij ziet de harige hand; de middelvinger die een beetje krom staat, ooit gebroken. Hij kijkt naar het donkere, bijna zwarte bloed dat op de rug van de hand is opgedroogd.
‘Uw bloed?’ vraagt hij.
‘Dat denk ik niet,’ antwoordt Pascal, terwijl hij zijn hand opheft om te laten zien dat hij geen wonden heeft.
De inspecteur knikt en gaat tegenover hem aan het bureau zitten. De leren stoel kraakt onder zijn forse lichaam.
‘Dus, twee vrouwen, meneer Bonaire?
‘ Bomre. ‘
‘Zoals het eiland?’
‘Zoals het eiland zonder i’.
‘Bonare.’
‘Juist’.
De inspecteur schuift zijn toetsenbord dichter naar zich toe.
‘Twee vrouwen, dus?’
Pascal knikt.
‘De ene met donker haar, de andere blonde krullen’.
De inspecteur tikt iets met twee vingers in het systeem.
‘Ze reden in een Fiat Coupé? Rood?’
‘Een Fiat Dino Coupé 1400 uit 1969, rood. Dat weet ik nog zo goed omdat mijn oom dezelfde auto drie jaar geleden in de prak reed. ‘
‘Dezelfde auto of hetzelfde model?’
‘Hetzelfde model. ‘
De oude vergeelde knoppen van het toetsenbord kleven onder de wijsvingers van de inspecteur. Hij tuurt naar het scherm.
“En de meneer. Een vriend van u?”
“Een zakelijk contact. Ik kende hem nog maar net. Eigenlijk kende ik hem niet”.
“Een Italiaan?”
“Dat denk ik “
Volgens de ober was hij Duits “
“Werkelijk?”
De inspecteur knikt.
“Zoals ik al zei,” zegt Pascal, “ik kende hem feitelijk niet: Nu pas merkt hij dat zijn rechterhand, de hand met het bloed, trilt. Hij knijpt hem tot een vuist, maar het trillen gaat door. De inspecteur ziet het ook.
“Als het niet gaat, meneer, dan doen we dit later.“
Pascal ademt diep in en oppervlakkig uit.
“Het gaat”.
De inspecteur steekt lafjes zijn duim op en wendt zich weer tot het flikkerende scherm.”

 

 

Tom Hofland (Apeldoorn, 14 november 1990)

 

 

De Amerikaanse dichter, schrijver en vertaler Norbert Krapf werd geboren op 14 november 1943 in Jasper, Indiana. Zie ook alle tags voor Norbert Krapf op dit blog.

 

 

De kampvuurdichters

Toen ik een achterafweggetje afliep,
zag ik een kampvuur in het bos.

Moe liep ik ernaartoe,
liet mijn rugzak van me afglijden,

keek neer op een man en een vrouw
wier ogen brandden als kolen.

Hij was vlezig, had een bossige grijze baard;
zij was klein, barstensvol donkere energie.

Hij zei dat hij de dichter van lichaam en ziel was
en van alle mensen; zij zei dat ze brieven schreef

naar een wereld die nooit terugschreef.
Ze schoven een beetje uit elkaar, hij gebaarde

me om tussen hen te gaan zitten,
en ik wist dat ik de eeuwigheid had gevonden

aan de kant van een achterafweggetje
in de bossen van het heuvelland.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 

Norbert Krapf (Jasper, 14 november 1943)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 14e november ook mijn blog van 14 november 2020  deel 1 en ook deel 2 en ook  mijn blog van 14 november 2018 en eveneens mijn blog van 14 november 2015 deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:52 Reageer op dit bericht

Frank Westerman, Timo Berger

De Nederlandse schrijver en journalist Frank Martin Westerman werd geboren in Emmen op 13 november 1964. Zie ook alle tags voor Frank Westerman op dit blog.

Uit: Zeven dieren bijten terug

“De vloer van de banketzaal van de Fishmongers’ Hall kan gegarandeerd driehonderd dansparen houden. In mei 1953, voorafgaand aan het kroningsbal voor koningin Elizabeth ii, hebben ingenieurs de constructie op de tweede verdieping getest op draagkracht. Tegen de spiegelende achterwand staat een Grotrian Steinwegvleugel te glimmen; een viertal statige ramen biedt uitzicht over de Theems. Op vrijdag 2.9 november 2419 zal niemand hier dansen. Op het parket staan die ochtend twaalf ronde tafels in cabaretopstelling voor het lustrum van Learning Together, een praktijkprogramma van de universiteit van Cambridge voor de deradicalisering van terroristen. Pal voor de dichtgeklapte vleugel is een katheder geplaatst met het Learning Together-logo, een gestileerde vingerafdruk, en het argeloze motto: `Onderwijs als oefening voor vrijheid: Bij de opening van de middagsessie, even voor twee uur, dringt er een korte, hoge gil door de mahoniehouten deuren. De dagvoorzitter valt stil, onder de kroonluchters stijgt geroezemoes op. Ambtenaar Darryn Frost, een voorlichter van het ministerie van Justitie, hoort een van zijn tafelgenoten zeggen: ‘Het zijn vast kinderen. Skateboarders: Meteen onder de ramen begint de London Bridge, waarvan de stoepen tegen aanslagen zijn beschermd met een vangrail en verkeerszuilen. Je kunt er veilig skaten. In de banketzaal dringt opnieuw gegil door, luider dan de eerste keer, uit meerdere kelen tegelijk. la, het klinkt als kids,’ echoot iemand anders aan tafel. ‘Skateboarders: De genodigde links van voorlichter Frost, een moordenaar op verlof, schuift zijn stoel naar achteren. ‘Dit zijn geen kinderstemmen: Hij staat op om poolshoogte te nemen. Terwijl de rest van de aanwezigen dekking zoekt onder de tafels, besluit Frost hem te volgen. Half rennend komen de mannen aan op een overloop met een balustrade. Rode tapijten links en rechts leiden naar het met zuilen gestutte trappenhuis. De veroordeelde gevangene – hij heeft een brandweerman vermoord – daalt af langs de ene zijde, Frost langs de andere. Een reclasseringswerker rent hen tegemoet, terwijl ze ‘Oh my God, oh my God’ roept. Onder aan de trap, tussen twee kerstbomen, ligt Saskia Jones, een stagiaire van 23. De buste van een Londense visserijbaron kijkt vanuit een nis op haar neer. Getuige Frost zal zich later herinneren hoe haar lange haren zijwaarts afhingen, naar één kant. ‘Ze lag er vredig en stil bij, maar ik zag bloed uit haar nek gutsen: In plaats van verder af te dalen op zoek naar de aanvaller, draait de Justitievoorlichter zich om. Hij heeft iets nodig om zich mee te bewapenen. Een stoel. Maar dan realiseert hij zich: dat zal niet genoeg zijn. Saskia is kennelijk aangevallen met iets scherps. Dus moet hij op z’n minst ook iets scherps hebben om de dader, wie het ook is, mee te confronteren.”

 

 

Frank Westerman (Emmen, 13 november 1964)

 

 

De Duitse dichter, schrijver en vertaler Timo Berger werd geboren op 13 november 1974 in Stuttgart. Zie ook alle tags voor Timo Berger op dit blog.

 

 

Strandlandschap

De Copacabana-kokoshandelaar
balanceert handsfree op de fiets
hij draagt vrouwenkleding en blaast
met het laatste ventiel van een Macumba-trompet

We schoppen leegdronken kokosnoten
de schedels van de zwarten over het zand
verderop beneden spelen ze beachvolleybal
of ze spelen prêt-à-porter

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 

Timo Berger (Stuttgart, 13 november 1974)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 13e november ook mijn blog van 13 november 2018 en ook mijn blog van 13 november 2017 en eveneens mijn blog van 13 november 2016 deel 2.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten