Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Sally Rooney, Björn Kuhligk

De Ierse schrijfster Sally Rooney werd geboren op 20 februari 1991 in Castlebar. Zie ook alle tags voor Sally Rooney op dit blog.

Uit: Gesprekken met vrienden (Vertaald door Gerda Baardman)

“Bobbi en ik ontmoetten Melissa voor het eerst in de stad op een poëzieavond waar we samen hadden opgetreden. Melissa maakte buiten een foto van ons waarop Bobbi stond te roken en ik schutterig met mijn rechterhand mijn linker pols vasthield alsof ik bang was dat hij zou weglopen. Melissa had een grote professionele camera en een speciaal tasje met allemaal verschillende lenzen. ze praatte en rookte onder het fotograferen. Zij had het over om optreden en wij hadden het over haar werk, dat we op internet waren tegengekomen. Rond middernacht ging de bar dicht. Het begon te regenen en Melissa nodigde ons uit om bij haar thuis nog iets te drinken. We stapten alle drie achter in een taxi en deden onze gordel om. Bobbi zat in het midden met haar hoofd opzij om met Melissa te praten, dus ik zag alleen haar nek en haar lepelvormige oortje. Melissa gaf de chauffeur een adres in Monkstown en ik keek uit het raam. Op de radio zei een stem de woorden eighties… pop… klassiekers. Toen kwam er een jingle. Ik was opgewonden, klaar voor de uitdaging van het bezoek aan het huis van een vreemde, en bedacht al complimenten en bepaalde gezichtsuitdrukkingen om leuk over te komen. Het huis was de helft van een twee-onder-een-kapwoning van rode baksteen met een plataan ervoor. In de straatverlichting leek het alsof de bladeren van oranje kunststof waren. Ik keek graag naar interieurs van andere mensen, vooral als die een beetje beroemd waren, zoals Melisse. Ik nam me voor alles in haar huis te onthouden, zodat ik het voor andere vrienden kon beschrijven en Bobbi het kon bevestigen. Toen Melissa om binnenliet, stoof er een kleine rode spaniël de gang in en begon tegen om te blaffen. Het was warm in de gang en het licht was aan. Naast de deur stond een laag tafeltje, waarop iemand een stapeltje muntgeld, een haarborstel en een lippenstift zonder dop had achtergelaten. Er hing een prent van Modigliani boven de trap, een liggende naakte vrouw. Ik dacht: een heel huis. Hier zou een gezin kunnen wonen. We hebben bezoek, riep Melissa. Er kwam niemand, dus volgden we haar naar de keuken. Ik herinner rne een donkere houten schaal met rijp fruit, een glazen serre. Rijkelui, dacht ik. Ik dacht in die tijd voortdurend aan rijke mensen. De hond was meegelopen naar de keuken en snuffelde aan onze voeten, maar Melissa zei niets over de hond, dm wij ook Met. WIM? vroeg Melissa. Wit of rood?”

 

 


Sally Rooney (Castlebar, 20 februari 1991)

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Björn Kuhligk werd geboren op 19 februari 1975 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Björn Kuhligk op dit blog.

 

Liefde in EU-tijden

Hoe een grenswachter weer
een lijn trekt, dat moet, er
mag worden geschoten, dat
moet, dat mag worden gefilmd

hoe wereldvreemd dit werelddeel
met sterren op de revers, hoe dat
de afweer organiseert, mama
doet nog gauw de vaat

toen in het zuiden de eerste gympen
aanspoelden, later twee, drie
tweevoeters werden opgevist, dat moet
er mag worden teruggevuurd

 

 

Vertaald door Erik de Smedt

 

 


Björn Kuhligk (Berlijn, 19 februari 1975)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 20e februari ook mijn blog van 20 februari 2021 en ook mijn blog van 20 februari 2019 en eveneens mijn blog van 20 februari 2016 deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:45 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

De blogger leest alles eerst na: je tekst verschijnt zodra die goedgekeurd is.

Michiel Stroink, Björn Kuhligk

De Nederlandse schrijver Michiel Stroink werd geboren in Oss op 19 februari 1981. Zie ook alle tags voor Michiel Stroink op dit blog.

Uit: Of ik gek ben

“Na het ontbijt moeten ree aan het werk. Iedere patiënt heeft een werkplek. De Regenboog heeft een professionele houtwerkplaats, er is een metaalwerkplaats en er wordt verf gemengd. Sommige bewoners hebben schoonmaakdienst, volgen een opleiding, werken in do keuken of in de tuin. Ik werk in de tuin en samen met Grover wandel ik zo langzaam mogelijk naar onze werkschuur. De tuin is niet zomaar een tuin. We hebben een grote binnentuin in de zomer als een gezellig, doldwaas speelparadijs fungeert. Compleet met vijver, twee grasheuvels en een tafeltennisgebied prijkt hij als een paradepaardje op de homepage van de website van de kliniek. Center Parel schijnt jaloers te zijn. We onderhouden de sierruin, maar we verbouwen ook groente en Wit. Met onze kas zijn we bijna een zelfvoorzienende gekkenbiotoop. Ongeveer dertig rasidioten beginnen elke ochtend met het verdelen van de taken. Grover en ik bieden aan om het grasveld van de binnentuin in orde te maken. ‘Opkomen voor je groepsgenoten’ heet dat officieel; ‘lummelen met een hark en een sigaretje’ heet dat officieus. Langzaam strompelen we mm een kruiwagen en wat interessant uitziend tuingereedschap door de sneeuw naar het verbrande stukje gras. Grover is een poezelig, oud, tandeloos koekiemonster. Zijn bijnaam is uitstekend gekozen, want hij ie absoluut een bepaalde combinatie van die twee Sesamstraatfiguren en daar lijkt hij ook trots op te zijn. Hij was dertig jaar lang de directeur van een van de grootste koeriersdiensten van Nederland. Het was zijn eigen bedrijf rel hij had het van de grond af opgebouwd. Hij bestuurde bet eerste busje, en uiteindelijk bestuurde hij de bestuurders van ruim vijftig vrachtwagens. Hij hield van hard werken. Nu houdt hij van koffiekoeken en shag. Grover werkte ongeveer negentig uur per week tot er op een dag iets knapte in zijn hoofd. Hij begreep niet meer dat zijn werknemers hun eigen gedachten hadden, of een ander idee van werken, en toen hij op een nacht, tijdens zijn zesenveertigste welverdiende en pikzwarte koffie, geconfronteerd werd met een veeleisende chauffeur, ontstond er een tijdelijke kortsluiting in zijn hersenen. Met eenzelfde soort schop als die hij nu in zijn handen heeft, rende hij op de chauffeur af. Die verdedigde zich en sloeg nog flink wat tanden van Grover aan gruzelementen, maar kon niet voorkomen dat de schop uiteindelijk in zijn maag belandde.”

 

 


Michiel Stroink (Oss, 19 februari 1981)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Björn Kuhligk werd geboren op 19 februari 1975 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Björn Kuhligk op dit blog.

 

Horizonbeschouwer

Hier is een bos
daar zijn de bomen
daarin zitten de ringen
daarin slaapt de angst

jij slaat toe met de bijl
en drinkt de harssteen mee

en het lievelingsdier
dat is de aap in de dierentuin
die kun je bezoeken
en hij jou niet

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 


Björn Kuhligk (Berlijn, 19 februari 1975)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 19e februari ook mijn blog van 19 februari 2019 en eveneens mijn blog van 19 februari 2017 deel 1 en ook deel 2.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Nick McDonell, Elke Erb

De Amerikaanse schrijver Nick McDonell werd geboren op 18 februari 1984 in New York. Zie ook alle tags voor Nick McDonell op dit blog.

Uit: The Council of Animals

“But the bear only grunted. Perhaps it would be a long wait. She pawed her way into the broken helicopter’s cockpit. Rummaging about, she was pleased to discover a spiral-bound flight manual. She hooked it with a claw and carried it out to the grass.
The bear looked at helicopter diagrams, the horse ate, and soon the dog dozed off.
He hadn’t been asleep long when a striped cat arrived. Purring, she rubbed along the horse’s great hooves, then nodded respectfully at the bear and found herself a perch in the crashed helicopter, upon one of its soft, upholstered seats.
The cat had just begun grooming a leg when, with a sharp caaw!, a crow announced himself. He descended in spirals and landed on one of the propeller blades.
“Bird blessings on you,” said the crow, by way of greeting.
And then, almost as soon as the crow had landed, the ringing of a bell cut the seaside air.
As one, the animals looked up to the source of the sound. It was a yellow-eyed baboon, peering at them from a hatch in the yacht’s deck, high above. In one pink hand this baboon held a brass bell, which he shook again with great vigor before stowing it in a small bag he wore over his shoulder.
“Order!” shouted the baboon. “We’ll begin! For victory!”
The bear closed the flight manual and the horse stopped chewing dandelions. This baboon seemed very excited. He clambered down the deck and landed neatly beside the dog.
“I’m up, I’m up,” insisted the dog, though he’d been fast asleep.
“But, baboon,” said the bear, “we can’t begin. We’re not all here.”
“Yes, the cats are late as usual,” added the dog. “Very disrespectful.”
“This dog must still be sleeping,” said the cat in the cockpit, and the horse whinnied with laughter.
A look of great frustration darkened the dog’s square face. “I was just… thinking!”
“We are all here—” said the baboon.
“Bird blessings,” interrupted the crow, “on all creatures!”
“Bird Gods are important! Very important,” agreed the baboon, before turning to the bear. “All of us are here. Anyone who is not here is not us. That’s we. So we can begin.”
“But if the others aren’t here,” said the bear, slowly, focusing on one bit of the problem, “how will they decide how to vote?”
“They vote as we tell them,” said the baboon. “Animals like that.”

 


Nick McDonell (New York, 18 februari 1984)

 

 

De Duitse dichteres en schrijfster Elke Erb werd geboren op 18 februari 1938 in Scherbach in de Eifel. Zie ook alle tags voor Elke Erb op dit blog.

 

Korenbloem, moederkoren, klaproos

Lief, je hoorde, je hoort
hen, je broers, gebroeders, de zeven
zwanen, je hoorde, hoort de veren –
stemmen aan de hemel –
Handwortels gonsden
gezegend de herderin.
Lief, ik dacht, voor mij groeien er geen
broers in de akker, broers in de akker.
Waarom groette ik niet het koren naar behoren?
Stokstijf.
Stenen, opgewekt, ogen,
ridders, gezondgehekst, spelen
nog viool op de gebroken eden.

 

Vertaald door Peter Wessels

 


Elke Erb (18 februari 1938 – 22 januari 2024)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 18e februari ook mijn blog van 18 februari 2019 en eveneens mijn blog van 18 februari 2018 deel 2.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Willem Thies, Jack Gilbert

De Nederlandse dichter Willem Thies werd geboren op 17 februari 1973 in Nijmegen. Zie ook alle tags voor Willem Thies op dit blog.

 

Iets

heb je ook wel eens plotseling de aandrang om iets
niet iets van persoonlijke waarde bedoel ik
een boek of een foto van een dierbare
maar iets
onpersoonlijks
zoals een prullenbak een bureaulamp een boekenplank
zomaar ineens
kapot te maken
gewoon omdat het je anders
misschien zou kunnen overleven?

 

 

Vlucht
 
daar klapwiekt een kind
het kan kijken met ogen groot
als van een jonge nestvogel

het kind houdt iets
in de holte van
zijn smalle vuist

een onzichtbaar insect
met stippen en
een breekbaar schild

schoksgewijs beweegt het kind zijn hoofd
verscholen in de capuchon
van een gele regenjas

het klapwiekt boven bergen
versgemaaid gras en rivieren
natgeregend asfalt

strijkt neer
en schikt zijn kleren

 

 

Huis te Vraag

Er is onderhoud gepleegd:
een berg dode bladeren
en takken bijeengeharkt,
gesprokkeld.
Een bouwwerk taps toelopend
als een piramide een brandstapel
op de verbreding van het pad
tussen bomen en stenen.

De begraafplaats blaakt van eeuwenoud groen.
Een man kijkt toe hoe een kist in de grond
verdwijnt. Een keizer die zijn rijk
ziet slinken.

 

 


Willem Thies
(Nijmegen, 17 februari 1973)

 

 

De Amerikaanse dichter Jack Gilbert werd geboren in Pittsburgh op 17 februari 1925. Zie ook alle tags voor Jack Gilbert op dit blog.

 

Alleen

Ik dacht nooit dat Michiko zou terugkomen
na haar dood. Maar ik wist dat als ze kwam,
dan als dame in een lange witte jurk.
Het is apart dat ze is teruggekeerd
als iemands dalmatiër. Ik zie
de man die haar uitlaat
bijna iedere week. Hij zegt goedemorgen
en ik buk om haar te kalmeren. Zo doet ze
bij anderen nooit, zei hij een keer.
Soms loop ik langs en ligt ze
aan de lijn op hun gazon. Als er niemand is
ga ik op het gras zitten. Wanneer ze eindelijk
bedaart, legt ze haar kop op mijn schoot
en kijken we in elkaars ogen, terwijl ik
in haar zachte oren fluister. Het mysterie
laat haar koud. Het fijnst vindt ze het
als ik haar kop streel en keuvel
over mijn dagen en onze vrienden.
Daar wordt ze vrolijk van, net als vroeger.

 

Vertaald door Jur Koksma en Joep Stapel

 


Jack Gilbert (17 februari 1925 – 13 november 2012)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 17e februari ook mijn blog van 17 februari 2019 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Ingmar Heytze, Elke Erb

De Nederlandse schrijver en dichter Ingmar Heytze werd geboren op 16 februari 1970 in Utrecht. Zie ook alle tags voor Ingmar Heytze op dit blog.

 

 

Voordat

Voordat ik me terugtrek
bij een vrouw
van rubber of papier,
voordat ik niets meer klaarmaak
dan mezelf,
wil ik bij jou zijn.

Voordat de laatste ronde ingaat
en mijn ziel is weggezwommen
in het glas, mijn zinnen
opgelost in drank,
wil ik bij jou zijn.

Voordat mijn gedichten
zijn verjaard tot voorbeeld
van het een of ander,
mijn talenten zijn vervallen
tot verzameld werk,
wil ik bij jou zijn.

Voordat het licht
uit mijn ogen sijpelt,
mijn huid verdort tot vel,
voordat ik al mijn goud
veranderd heb in lood,
wil ik bij jou zijn
tot de dood.

 

 

SONNET 152

Wij varen met zijn vieren door de tijd,
wij en twee mensen die wij vroeger waren.
De koers is goed. Ik maak je geen verwijt.
Uit liefde kan men heel wat slechter varen.
Ooit vielen wij in bijna alles samen;
jij hield van mij, en ik, ik hield je vast.
Nu dragen onbekenden onze namen
op oude foto’s achter in een kast.
Vanuit de spiegels zien zij alle dagen
in het voorbijgaan, met verschrikte ogen,
hoe vaak wij nog maar net kunnen verdragen
dat wij ons met onszelf hebben bedrogen.
Wat zijn we mooi. Tenminste, voor een kwart.
Ik heb je lief met half mijn dubbel hart.

 

 

Wie ik ken en wat ik weet en wat er is

Ik ken een vrouw die eigenlijk een perzik is,
met een zoete mond. Het zijn heerlijke nachten.

Ik weet een manier om de aandacht te vragen
door ergens te gaan staan en doen of je
onzichtbaar bent. Dat kan ik
je wel leren, als je wilt.

Er is ook een meerval die misschien
een zanger is, maar dat gaat mis, ben ik bang,
want de winter komt eraan en ik heb nog
geen noot van hem gehoord,

maar boven dat alles ken ik een vrouw
die eigenlijk een perzik is, met een zoete mond,
fluwelen handen en ogen als meren vol sterren,
wimpers als vlinders en oren als hondjes of
poezen in mandjes, ronde trappenhuizen,
ammonieten, tedere wervelstormen.
Het zijn heerlijke nachten.

 

 


Ingmar Heytze (Utrecht, 16 februari 1970)

 

 

De Duitse dichteres en schrijfster Elke Erb werd geboren op 18 februari 1938 in Scherbach in de Eifel. Zie ook alle tags voor Elke Erb op dit blog. 

 

 

Vlakte bij Leipzig

De vlakte bij Leipzig is kaal,
alsof de strenge middag haar platdrukken wil.
Heggen en greppels, kreupelhout, een boom
wegwijzers, geel als een brievenbus, stoffig
of bijgevolg als tabak die
een oude man in kruimels valt op zijn knie…
Ik was een keer in Tüschen, daar keek
een gans mij zwijgend aan, ze liep mee in een rij, wit
langs een vochtige schuur.
Links, keek me aan, links, en jullie weten het: het oog
staat strak, groen geringd.
Maar wat had ze te melden, uit verre
steentijden komend, het genus, altijd opgewonden, uurwerk,
steeds hetzelfde, eenzelvige uurwerk
aan vergankelijke muren, maar wat,
wanneer er geen muren meer staan, er geen gebouwd worden, wanneer
de reusachtige aardwind alleen
in het stof stort en huilt?
Uurwerken, jullie uurwerken, wie zorgt
dat jullie niet doordraaien aan het eind, wie zorgt?
Ik was een keer in Tüschen, daar keek
een gans mij zwijgend aan, ze liep mee in een rij, wit.

 

 

Vertaald door Ab Bertholet

 

 


Elke Erb (18 februari 1938 – 22 januari 2024)

 

 

Zie voor meer schrijvers van de 16e februari ook mijn blog van 16 februari 2019 en ook mijn blog van 16 februari 2018 en ook mijn blog van 16 februari 2016 en ook mijn blog van 16 februari 2015.

Geschreven door Romenu om 11:38 Reageer op dit bericht

Richard Blanco, Stacie Cassarino

De Amerikaanse dichter en schrijver Richard Blanco werd geboren op 15 februari 1968 in Madrid. Zie ook alle tags voor Richard Blanco op dit blog.

 

Mexican Almuerzo In New England

for M.G.
Word is praise for Marina, up past 3: 00 a.m. the night before her flight, preparing and packing the platos tradicionales she’s now heating up in the oven while the tortillas steam like full moons on the stovetop. Dish by dish she tries to recreate Mexico in her son’s New England kitchen, taste-testing el mole from the pot, stirring everything: el chorizo-con-papas, el picadillo, el guacamole. The spirals of her stirs match the spirals in her eyes, the scented steam coils around her like incense, suffusing the air with her folklore. She loves Alfredo, as she loves all her sons, as she loves all things: seashells, cacti, plumes, artichokes. Her hand waves us to circle around the kitchen island, where she demonstrates how to fold tacos for the gringo guests, explaining what is hot and what is not, trying to describe tastes with English words she cannot savor. As we eat, she apologizes: not as good as at home, pero bueno… It is the best she can do in this strange kitchen which Sele has tried to disguise with papel picado banners of colored tissue paper displaying our names in piñata pink, maíz yellow, and Guadalupe green- strung across the lintels of the patio filled with talk of an early spring and do you remembers that leave an after-taste even the flan and café negro don’t cleanse. Marina has finished. She sleeps in the guest room while Alfredo’s paintings confess in the living room, while the papier-mâché skeletons giggle on the shelves, and shadows lean on the porch with rain about to fall. Tomorrow our names will be taken down and Marina will leave with her empty clay pots, feeling as she feels all things: velvet, branches, honey, stones. Feeling what we all feel: home is a forgotten recipe, a spice we can find nowhere, a taste we can never reproduce, exactly.

 

 

We’Re Not Going To Malta

because the winds are too strong, our Captain announces, his voice like an oracle coming through the loudspeakers of every lounge and hall, as if the ship itself were speaking. We’re not going to Malta- an enchanting island country fifty miles from Sicily, according to the brochure of the tour we’re not taking. But what if we did go to Malta? What if, as we are escorted on foot through the walled ‘Silent City’ of Mdina, the walls begin speaking to me; and after we stop a few minutes to admire the impressive architecture, I feel Malta could be the place for me. What if, as we stroll the bastions to admire the panoramic harbor and stunning countryside, I dream of buying a little Maltese farm, raising Maltese horses in the green Maltese hills. What if, after we see the cathedral in Mosta saved by a miracle, I believe that Malta itself is a miracle; and before I’m transported back to the pier with a complimentary beverage, I’m struck with Malta fever, discover I am very Maltese indeed, and decide I must return to Malta, learn to speak Maltese with an English (or Spanish) accent, work as a Maltese professor of English at the University of Malta, and teach a course on The Maltese Falcon. Or, what if when we stop at a factory to shop for famous Malteseware, I discover that making Maltese crosses is my true passion. Yes, I’d get a Maltese cat and a Maltese dog, make Maltese friends, drink Malted milk, join the Knights of Malta, and be happy for the rest of my Maltesian life. But we’re not going to Malta. Malta is drifting past us, or we are drifting past it- an amorphous hump of green and brown bobbing in the portholes with the horizon as the ship heaves over whitecaps wisping into rainbows for a moment, then dissolving back into the sea.

 

 


Richard Blanco (Madrid, 15 februari 1968)

 

 

 

De Amerkiaanse dichteres en schrijfster Stacie Cassarino werd geboren op 15 februari 1975 in Hartford, Connecticut. Zie ook alle tags voor Stacie Cassarino op dit blog.

 

In de keuken

Het is net voordat je wegrijdt:
onze ledematen nog warm van de slaap,
koffie die pruttelt, de noordenwind, je heupen die me
hard tegen de tafel drukken. Ik vind hard leuk
omdat ik dit moet onthouden.
Ik wil harder zeggen. Hoe we
moeten kijken naar de weg die verdwenen is,
naar de uitgespreide ochtend van koude
boter en onverbeterlijke hebzucht.
Licht komt en gaat in het veld.
Sinaasappels in een kom, knoflook, radio.
In het verhaal van ons wint niemand.
Isolatie is een nieuw thema
zegt iemand. Inmiddels
heb ik je uitgevonden. De meeste mensen
houden er niet van dode dingen aan te raken.
Dat is wat mijn vriend me vertelt
als ik mijn vis op de grond vind.
Hij moet eruit hebben gewild.
Soms maakt mijn verlangen me bang.
Soms kijk ik naar voetbal
en denk: vier kansen
is genoeg om er te komen. Maar
we hebben geen helmen.
Ik wil harder zeggen,
ik kan er tegen, maar
er is geen bewijs dat ik het kan.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 


Stacie Cassarino (Hartford, 15 februari 1975)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 15e februari ook mijn blog van 15 februari 2019 en ook mijn blog van 15 februari 2015 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:42 Reageer op dit bericht

i carry your heart with me(i carry it in (E. E. Cummings), Richard Blanco

Bij Valentijnsdag

 

 


Reflexión door Dani Torrent, 2024

 

 

[i carry your heart with me(i carry it in]

i carry your heart with me(i carry it in
my heart)i am never without it(anywhere
i go you go, my dear; and whatever is done
by only me is your doing, my darling)
i fear
no fate(for you are my fate, my sweet)i want
no world(for beautiful you are my world, my true)
and it’s you are whatever a moon has always meant
and whatever a sun will always sing is you

here is the deepest secret nobody knows
(here is the root of the root and the bud of the bud
and the sky of the sky of a tree called life; which grows
higher than soul can hope or mind can hide)
and this is the wonder that’s keeping the stars apart

i carry your heart(i carry it in my heart)

 

 


E. E. Cummings (14 oktober 1894 – 3 september 1962)
De City Hall in Cambridge, Massachusetts, de geboorteplaats van E. E. Cummings

 

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Richard Blanco werd geboren op 15 februari 1968 in Madrid. Zie ook alle tags voor Richard Blanco op dit blog.

 

 

Er was eens: Surfside, Miami

Weer en nog een keer ben ik zoals ik mezelf
herinner. Dertig jaar later kan ik nog steeds
genieten van het wuiven van deze palmen die dezelfde
wind in lettergrepen waaien die goedemorgen fluisteren
in mijn ogen, en deze dagen van vandaag bewaren waarop ik
niet langer kan horen hoe ik deze passie moet overleven
om mezelf aldus in gedichten te breken, zoals
deze golven die ooit weer
mijn trouwe liefdes zullen zijn die nog steeds mijn voeten kussen terwijl ik
over deze kust wandel en achterom kijk naar mijn voetafdrukken,
opnieuw weggespoeld. De zoute balsem van deze
briesjes adem ik in, opnieuw levend met al
mijn vreugdevolle spijt om alles wat ik goed of
fout heb gedaan, om alles wat ik nu ben, dat is genoeg, maar
niet genoeg, voor wie ik ooit wilde zijn,
nog steeds deze zee afzoekend, nog steeds kijkend naar dezelfde
stille horizon, vraag ik opnieuw: Wie ben ik? Wat
moet ik doen? Het antwoord, zoals altijd: Alles.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 


Richard Blanco (Madrid, 15 februari 1968)

 

 

Zie voor de schrijvers van de 14e februari ook mijn blog van 14 februari 2023 en ook mijn blog van 14 februari 2019 en ook mijn blog van 14 februari 2016 deel 2 en ook deel 3.

Geschreven door Romenu om 17:25 Reageer op dit bericht

M. Vasalis, Elke Erb

De Nederlandse dichteres en psychiater M. Vasalis werd geboren in Den Haag op 13 februari 1909. Zie ook alle tags voor M. Vasalis op dit blog.

 

 

Het ezeltje

In de korte, blauwe schemering
deed ik een kleine wandeling.
De grond was rood, gebarsten-droog.
De lucht was dun en vreeslijk hoog,
en blauwe distels stijf en grillig
ritselden driftig en onwillig.
Stil grazend naast een grijze rots
zag ik opeens op hooge beenen
een jongen ezel; zijn ooren schenen
doorzichtig, zijn gelaat was trotsch.
Zijn lange, ambren oogen blonken
als water, ernstig en bezonken
en onpartijdig was zijn blik.
En na een korte, felle schrik
verstarde ik in verwondering.
Of kan het eerbied zijn geweest
voor dit schoon, ongeschonden beest,
waarmee ik langzaam verder ging?
Een pijnlijke herinnering:
zoo ben ik vroeger ook geweest.
Die gaafheid en zachtzinnigheid,
onzware ernst en droomrigheid,
o kon ik dat nog ééns herwinnen,
kon ik nog ééns opnieuw beginnen.

 

 

Klein. ’s Avonds

In het hart van de storm zit ik stil.
Door groote veeren bruist de wind
wild, frisch, maar ik zit warm en klein.
Door natte haren kijkt een engel binnen,
de wind strijkt al de grijze veeren op zijn rug
terug,
en hij zucht ongeduldig aan het raam.
Zijn lange, grijze oogen speuren rond….
Maar ik zit stil.
Ik wil niet.
Dan leunt hij met zijn volle hand
nog even dringend aan de ruit,
die buigt, en schudt zijn haren uit
en bruisend vliegt hij weg van hier
ver – waar ik hem niet volgen kan.
Ik wou niet.
Waarom huil ik dan?

 

 

Paard gezien bij circus Straszburg

voor Hans en Floortje

Paard, dat bereden door een droom
zonder teugel, zonder toom
gestort kwam als een voorjaarswind,
de eerste, door de kale lanen,
regen en duister uit zijn manen,
warm van zichzelf, koud van de nacht.
Zwart paard, op bliksemende benen,
ogen gebald, neusvleugels open,
– o, waarvandaan, waarheen gelopen –
de hoeven kloppend als een hart,
tot barstens toe, zo rap, zo zwart,
en dat zich plots omhoog verhief
met hoeven die de hemel raakten,
verblindend in zijn duisternis…..
en even plotseling verdwenen
als hartstocht en zijn luister is.

 


M. Vasalis (13 februari 1909 – 6 oktober 1998)

 

 

De Duitse dichteres en schrijfster Elke Erb werd geboren op 18 februari 1938 in Scherbach in de Eifel. Zie ook alle tags voor Elke Erb op dit blog.

 

Een ommetje

Alweer is degene die ik zoek er niet.
De trappen zijn zacht bekleed: tot boven aan toe.
Mors niet met de champagne, moeder, zegt iemand streng.
Ze hadden het huis niet hoeven op te schilderen,
Denk ik, het is niet mooier geworden dan het was.-
Zijn ouders niet overvleugelen zal
Dit kind hier beneden dat drie jaren telt.
Het tuinhek dwars door de bloemperken, maar ze zeggen steeds
Dat iemand hem wel in orde komt maken.
Dezelfde weg die ik gekomen ben neem ik ook als ik wegga.

 

Vertaald door Willem van Toorn

 

 


Elke Erb (Scherbach, 18 februari 1938)

 

Zie voor meer schrijvers van de 13e februari ook mijn blog van 13 februari 2023 en ook mijn blog van 13 februari 2022 en ook mijn blog van 13 februari 2019 en eveneens mijn blog van 13 februari 2016 deel 2 en deel 3.

Geschreven door Romenu om 16:38 Reageer op dit bericht

Hans Werkman, Elina Penner, Else Lasker-Schüler

De Nederlandse dichter, schrijver en literair criticus  Johannes (Hans) Werkman werd geboren in Uithuizermeeden op 12 februari 1939. Zie ook alle tags voor Hans Werkman op dit blog.

Uit: Van bruiloft tot bruiloft

“In maart 1952 rouwde ons hele kerkgenootschap, want Schilder* was overleden. Het doodsbericht was belangrijk genoeg voor de radionieuwsdienst en in het Gereformeerd Gezinsblad las ik dat het zelfs in Amerika in de krant had gestaan: ‘Noted Dutch scholar dies’. Mijn moeder huilde en mijn vader bladerde zwijgend in het jongste nummer van De Reformatie waarin nog een stukje stond met de vermaarde ondertekening ks.
Ik had nog geen letter van hem gelezen, maar sinds die eerste zondag na zijn dood kende ik zes dichtregels van hem. De dominee eindigde er zijn preek mee: ‘Zoals onze geliefde en betreurde hoogleraar K. Schilder het zei aan het einde van zijn boek Wat is de hemel? Ga naar eind.:

Op aarde was
als ijdel glas
uw blijdschap licht te schenden.
Maar eenmaal kan
de vreugde van
de bruiloft nimmer enden.’

Daarna hoorde ik het versje zo vaak in preken dat ik het op den duur kon voelen aankomen, als een klassieke afsluiting: gemeente, kies dan, voor of tegen Christus; hemel of hel; ‘ga weg van Mij, ik heb u niet gekend’ of ‘gij goede en getrouwe dienstknecht, ga in tot het feest van uw Heer’. ‘Zoals onze geliefde en betreurde professor doctor K. Schilder het zei’: ‘Op aarde was…’ enzovoort.
Ik las de zes regels boven rouwadvertenties, ik zag ze in gereformeerde huiskamers gecalligrafeerd aan de wand hangen, en moeders, grootmoeders en tantes schreven het versje in poëzie-albums van kleine gereformeerde schoolmeisjes, met onder de laatste regel de letters ks.
Jaren later pas hoorde ik dat het versje niet van Schilder maar van Gezelle was. Het stelde me eerst teleur, de grootheid van ks kromp in, hij was dus geen dichter geweest, hij had als student wat modieuze melancholische verzen geschreven en later alleen nog het Kampense corpslied Fides quadrat intellectum. Maar toen ik ontdekte dat de regels afkomstig waren uit een zielgedichtje, vond ik het wel grappig dat zoveel orthodoxe protestanten onwetend een versje van een oerrooms bidprentje aan hun borst hadden gekoesterd.
Mijn literaire vertrouwen in ks is inmiddels hersteld en zelfs aanmerkelijk gegroeid. Schilder bleek vooral in zijn domineesjaren een prachtige stilist geweest te zijn. Hij schold op de beschimmelde kanseltaal van zijn collega’s, hij streek de gereformeerde dominees tegen de haren in met een mooi essay over het toneel, hij vocht voor een moderne psalmberijming, hij citeerde in zijn artikelen uit Kierkegaard en uit Strindberg, hij bestreed Dèr Mouw en Nijhoff, en in zijn preken zei hij uit het hoofd gedichten op van Vondel en… Gezelle, altijd weer Gezelle.”
————————
Nederlandse theoloog en hoogleraar in de Gereformeerde Kerken in Nederland

 


Hans Werkman (Uithuizermeeden, 12 februari 1939)

 

 

De Duitse schrijfster Elina Penner werd geboren op 12 februari 1987 in Kamenka, Oblast Orenburg, toen USSR. Zie ook alle tags voor Elina Penner op dit blog.

Uit: Migrantenmutti

„Nun, auf diesem 18. Geburtstag waren nicht nur ihre Freunde und Freundinnen, sondern auch wir, Menschen, die sie ihr gesamtes Leben begleitet haben. Verwandte, Großeltern, überall liefen Kinder rum. Auch hier war es laut, aber angenehm laut. Die Sonne schien, ein plötzlicher Platzregen machte alle nass, und ich dachte mir, huh, so war meine Kindheit. Gefühlt jedes Wochenende war Besuch da oder wir waren irgendwo zu Besuch. Geburtstage, Hochzeiten, Beerdigungen, alles wurde gefeiert. Auch Geburtstage von Verstorbenen. Und die Hochzeitstage! Und das hatten meine Kinder gerade zwei Jahre lang verpasst! Es war der Sommer 2022.
Eine große Familie zu haben, bedeutet nicht nur, viele Geschwister zu haben. Cousinen und Cousins, nennen wir sie Kusengs, der Einfachheit halber, waren immer gegenwärtig. Man war irgendwie verwandt und war daher ein Kuseng oder auch eine Tante oder ein Onkel.
Wir waren viele, und wir waren da. Die besten Freunde meiner Eltern? Tante und Onkel. Das Gefühl von Gemeinschaft, von Verbundenheit war stark, wir sprachen auch von “unseren Leuten”. Dabei blieb man im Umgang formvollendet. Erwachsene mit ihrem Vornamen anzusprechen etwa, vielleicht sogar die eigenen Eltern, das geschah höchstens in der Welt da draußen, bei den anderen, nicht aber in unserem Kokon, der durch Fernsehen und Zucker zusammengehalten wurde.
“Klein zu heiraten”, bedeutete für mich, nur den engsten Verwandtenkreis einzuladen: knapp über 50 Leute. Mein Mann hatte genau drei Verwandte, die er zur Hochzeit einlud. Ich glaube tatsächlich, dass das nicht mal ein extremes Beispiel ist.“

 


Elina Penner (Kamenka, 12 februari 1987)

 

 

De Duitse schrijfster en dichteres Else Lasker-Schüler werd geboren in Elberfeld op 11 februari 1869. Zie ook alle tags voor Else Lasker-Schüler op dit blog.

 

GEBED

Ik zoek in alle landen naar een stad
Waar voor de poort een engel staat.
Zijn grote vleugel draag ik zwaar
Gebroken aan mijn schouderblad
En op mijn voorhoofd als een zegel staat zijn ster. 

Altijd beland ik in de nacht…
Ik heb liefde de wereld in gebracht –
Opdat blauw bloeien kan elk hart,
Een leven lang heb ik mij moe gewacht,
In God gehuld mijn donkere ademklacht.

O God, maak om mij heen uw mantel vast;
Ik weet, ik ben het restje in het bolle glas
En wordt de wereld door de laatste mens vergoten,
Laat Gij mij niet weer uit uw almacht vallen
En wordt een nieuwe aardbol om mij heen gesloten.

 

Vertaald door Kees Kok

 


Else Lasker-Schüler (11 februari 1869 – 22 januari 1945)
Monument in Wuppertal

 

 

Zie voor de schrijvers van de 12e februari ook mijn blog van 12 februari 2023 en ook mijn twee blogs van 12 februari 2022 en ook mijn blog van 12 februari 2019 en ook mijn blog van 12 februari 2017 deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 16:58 Reageer op dit bericht

Gerhard Kofler, Else Lasker-Schüler

De Oostenrijkse dichter Gerhard Kofler werd geboren op 11 februari 1949 in Bozen. Zie ook alle tags voor Gerhard Kofler op dit blog.

 

 

TOTE IN DER FAMILIE

aber diese toten in der familie, man weiß es,
werden manchmal lebendiger als wir,
die mit mehr aufmerksamIceit
von ihnen erzählen.

unter diesen toten, die, man weiß es,
sich in einem zimmer zeigen können
und nach dem essen uns helfen
zu verdauen, finde ich auch einen,
dessen kopf noch blond ist,
der mit dem fahrrad von hinten
fotografiert werden will,
damit man die erste schultasche
so besser sehen könne.

einen, der als kind in der schule
allmählich
gelernt hat, zu sterben
wie die anderen
und dem erst nachher gelang,
das leben ein wenig zu ändern.

 

 

KALENDERBLATT MIT WEIHWASSER

„wiederum einen tag näher der ewigkeit”
sie hält das kalenderblatt
wie einen bußzettel in der einen
den weihwasserbesen
zum inneren reinemachen
in der anderen hand
(die geistliche schwester vor mir)
wie habe ich mich denn
mit scharlach angesteckt
(wahrscheinlich war’s doch in Bozen)
daß ich hier im Brixner ex-GIL-gebäude
in klotziger Mussolini-architektur
als einziger daliege
40 tage in der wüste
(so lange kasernieren sie einen
wegen scharlach noch im fahr 1959)
„wiederum einen tag näher der ewigkeit”
sagt sie jeden tag und hat recht
und tut falsch daran.

 

 

ÜBERWINTERN

kindlich noch gestern in blauen himmeln denkend
erschreckt mich heute aus den kahlen ästen
das lärmen der vögel vor ihrem abflug.
und es ist keine metapher und nur
etwas ähnliches, wenn ich ein paar
flaschen wein in den koffer lege
zum überwintern gegen den strom im norden.

 

 


Gerhard Kofler (11 februari 1949 – 2 november 2005)

 

 

De Duitse schrijfster en dichteres Else Lasker-Schüler werd geboren in Elberfeld op 11 februari 1869. Zie ook alle tags voor Else Lasker-Schüler op dit blog.

 

O, was ik maar de wereld uit

Dan huilde je om mij.
Bloedbeuken wakkeren
Strijdlustig mijn dromen aan.

Door duister kreupelhout
Moet ik gaan,
Door greppels en wateren.

Aldoor slaat er een wilde golf
Tegen mijn hart;
Innerlijke vijand.

O, was ik maar de wereld uit!
Maar ook ver daar vandaan
Dwaal ik, een flikkerlicht

Rond het graf van God.

 

 

Vertaald door Menno Wigman

 

 


Else Lasker-Schüler (11 februari 1869 – 22 januari 1945)
Portret door Lene Schneider-Kainer, 1914/15

 

 

Zie voor de schrijvers van de 11e februari ook mijn blog van 11 februari 2023 en ook mijn blog van 11 februari 2021 en ook mijn blog van 11 februari 2019 en eveneens mijn blog van 11 februari 2018 deel 2.

Geschreven door Romenu om 15:28 Reageer op dit bericht

Johan Harstad, Bertolt Brecht

De Noorse schrijver Johan Harstad werd geboren op 10 februari 1979 in Stavanger. Zie ook alle tags voor Johan Harstad op dit blog.

Uit: Heterdaad (Vertaald door Paula Stevens)

“In een overdadige villa ergens halverwege de plekken waar de twee mannen zich bevonden, in een wijk waar ze zich geen van beiden een huis konden veroorloven en waar ze waarschijnlijk nog nooit een voet hadden gezet: de mooie vrouw liet haar negligé vallen en zweefde bijna de inloopkast binnen waar ze langzaam een geschikt badpak uitkoos en daar in glipte. Nonchalant pakte ze een Flirtini mee van de salontafel en slenterde naar het zwembad en de ligstoelen.29 Ze liet zich in een ervan vallen en nipte van haar cocktail, terwijl ze haar blik op het water liet rusten. Ze moest weggedoezeld zijn, want ze had de detective in zijn regenjas, die opeens in de ligstoel naast haar zat, niet zien aankomen. De vrouw dook ineen. ‘Godallemachtig, wie ben jij?’ gilde
ze.
Heterdaad stond op en keek uit over de tuin. ‘Ik denk dat je dat wel weet,’ zei hij met zijn rug naar haar toe. Ze knikte. Dat zag hij. Hij had ogen in zijn nek.” Heterdaad pakte haar glas op en bestudeerde het. ‘Een Flirtini, neem ik aan?’;’ ‘Is er ook iets wat je niet weet?’ ‘Alleen dit,’ antwoordde hij terwijl hij haar recht aankeek.’Waarom lig je op dit uur van de dag te zonnebaden?’ De vrouw keek hem verbijsterd aan. Ze was niet de eerste die dat deed. ‘Bij mijn weten is het niet verboden om in je eigen tuin te zonnebaden,’ zei ze sarcastisch. Heterdaad knikte. ‘Maar er zijn niet veel mensen die dat om drie uur ’s nachts doen,’ zei hij bedaard terwijl hij een slokje van haar cocktail nam. Shit. Ze was mooi, dat zou nog weleens een probleem kunnen worden. ‘Ik kreeg een telefoontje,’ ging hij verder. ‘Een bezorgd telefoontje. Een buurman heeft geschreeuw en schoten op jouw terrein gehoord: ‘Daar weet ik niks van.’ ‘Nee?’ ‘Noppes, nada.’ Heterdaad pakte haar arm beet, dat deed blijkbaar een beetje pijn. Ze kreunde.” ‘En dat dan?’ zei hij terwijl hij naar het lijk wees, dat met zijn gezicht naar beneden in het zwembad ronddobberde. De koele wind duwde de overledene in langzame, rode cirkels rond. ‘Hè?’ Ze deed alsof ze niet goed begreep wat hij bedoelde. ‘Je weet heel goed waarover ik het heb. Heb jij hem vermoord?’ De vrouw stond op en dronk het laatste restje Flirtini in één teug op. Ze likte haar lippen af. ‘0, die daar? Tja, die lag er al toen ik kwam: 33 Nu pakte zij Heterdaads arm beet. ‘Waarom kom je niet even mee naar binnen, ik heb behoefte aan een…’ ‘Flirtini?’ ‘Onder andere.”

 

 


Johan Harstad (Stavanger, 10 februari 1979)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Bertolt Brecht werd op 10 februari 1898 in de Zuid-Duitse stad Augsburg geboren. Zie ook alle tags voor Bertolt Brecht op dit blog.

 

Over het burgerlijk treurspel ‘Der hofmeister’ van Lenz

Hier hebt ge Figaro rechts van de Rijn!
Bij ’t plebs gaat de noblesse in de leer
dat ginds de macht verwerft en hier de eer:
wat daar een blijspel wordt zal ’t hier niet zijn.

Wie arm is zoekt geen literaire hulp,
maar zal naar ’t keursje der élève snakken;
nooit, als lakei, de Grote Knoop doorhakken:
hem springen slechts de knopen van de gulp.

Wel, hij ontdekt, dat, als zijn pik wil palen,
hij tegelijk de buikriem aan moet halen.
Hij heeft te kiezen, kiest voor eieren geld.

Met lege maag herstelt dan zijn verstand zich.
Hij grient en grimt, hij vloekt en hij ontmant zich.
Z’n stem trilt als de dichter het vertelt.

 

 

Vertaald door C. O. Jellema

 


Bertolt Brecht (10 februari 1898 – 14 augustus 1956)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 10e februari ook mijn blog van 10 februari 2022 en ook mijn blog van 10 februari 2019 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:14 Reageer op dit bericht

Kees Verheul, Elizabeth Bishop

De Nederlandse schrijver, vertaler, slavist en essayist Kees Verheul werd geboren in Hengelo op 9 februari 1940. Zie ook alle tags voor Kees Verheul op dit blog.

Uit: Sandro Penna

“Wezenlijk is voor Penna’s visie ook dat het leven dat zich in de erotiek manifesteert voor hem amoreel is, zich niet aan onze taboes stoort. Schaamte zou een verraad en een belediging van het leven zijn. Ziehier een kort gedicht over huiskamerseks, dat misschien niet meer lijkt dan een stout anekdotisch grapje, maar dat in feite diepzinnig is en waarin het gegeven, zonder iets van zijn grappigheid in te boelen, kosmische proporties krijgt:

De maan die weggesuft was in de hemel
komt zo springlevend mijn kamer binnen
dat mijn geslacht schrikt en wegkruipt.
Het jongetje lacht, laat zich stralend zien
en zegt tegen me: ‘je schamen voor een maan!’

Ondanks de geringe omvang van zijn oeuvre, de kortheid van zijn gedichten en het uiterst selectieve van zijn thematiek is Penna’s poëzie een zeldzaam complete. Er spreekt zowel somberheid uit als levensvreugde, er heerst een uitzonderlijk evenwicht van gedachte, waarneming en gevoel en de opgeroepen wereld is gevarieerd: grote stad, platteland, zee, wind en sterren. En misschien ter geruststelling: er staan in zijn bundels ook niet-erotische verzen, waaronder heel treffende, over literatuur, over honden, over de plaatsen waar Penna heeft gewoond.
Er zijn kunstenaars die na hun dood voor hun bewonderaars een genius loci worden: een onzichtbare maar permanente prettige aanwezigheid in een met hun biografie verweven deel van de ruimte. Dat Penna zo’n kunstenaar is, heb ik gemerkt aan mijn eigen reflexen in Rome en aan de uitlatingen van anderen, in publikaties en op het ‘concert’ van 26 januari.
Penna verdient het ook om internationaal een goede genius te worden van de homocultuur. Dat Penna een plaats verdient in de wereldliteratuur – de literatuur die niet aan een bepaald land, een bepaalde tijd, ideologie of seksuele gezindte is gebonden – heb ik geprobeerd aannemelijk te maken. Op het ‘concert’ was iedere spreker van Penna’s blijvende grootheid overtuigd. Een jonge dichter bestempelde hem zelfs, met iets provocerends, als ‘waarschijnlijk groter dan Montale’ – de Nobelprijswinnaar, die in Italië algemeen geldt als de beste moderne dichter van zijn land. Onlangs las ik een boek van een Romeinse essayist die Penna internationaal onder de sterkste sterren uit de poëzie van de twintigste eeuw rekent. Ik weet dat Italianen geneigd zijn tot overdrijven. Maar zelfs als sceptische noorderling ben ik geneigd deze twee Italianen met hun taxatie gelijk te geven.”

 

 


Kees Verheul (9 februari 1940 – 16 maart 2024)

 

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Elizabeth Bishop werd geboren op 8 februari 1911 in Worcester, Massachusetts. Zie ook alle tags voor Elizabeth Bishop op dit blog.

 

 

Een koude lente

Voor Jane Dewey, Maryland

Nothing is so beautiful as spring. – Hopkins

Een koude lente:
over het grasveld een vreemde paarse gloed.
Twee weken minstens aarzelden de bomen;
de blaadjes wachtten af,
maar lieten goed zien hoe ze zouden worden. Ten slotte daalde
plechtig groen stof
over je uitgestrekte, lukraak verspreide heuvels.
Op een dag, in een kille witte guts zonlicht,
werd op een daarvan een kalfje geboren.
De moeder hield op met loeien en
was lang bezig met de nageboorte,
een armzalige vlag,
maar het kalfje krabbelde prompt overeind
en leek geneigd tot vrolijk gedrag.

De volgende dag
was een stuk warmer.
Groenig witte kornoelje drong door in het bos,
ieder bloemblad geschroeid, zo leek het, door een sigarettenpeuk;
en de wazige judasboom stond ernaast,
bewegingloos, maar bijna meer
in beweging dan welke omlijnde kleur dan ook.
Vier herten sprongen al oefenend over je hekken.
De jonge eikenblaadjes deinden door de bedaarde eik.
Zanggorsen waren opgelierd voor de zomer
en in de esdoorn liet de complementaire kardinaalvogel
een zweep knallen en de slaper ontwaakte
en strekte vanuit het zuiden zijn mijlenlange groene leden.
Op zijn muts werden de seringen wit,
later dwarrelden ze neer als sneeuw.
Nu de avond valt
komt een nieuwe maan op.
De heuvels vervagen. Plukken hoog opgeschoten gras
verraden waar een koeienvlaai ligt.
De brulkikkers laten zich horen,
slappe snaren door dikke duimen beroerd.
Onder de buitenlamp, tegen je witte voordeur
plakken de allerkleinste nachtvlinders, als Chinese waaiers,
zilver en zilvergerand over
bleekgeel, oranje of grijs heen geplooid.
Nu, vanuit het dichte gras, beginnen
de vuurvliegjes op te stijgen:
omhoog, omlaag, dan weer omhoog:
oplichtend als ze klimmen,
gezamenlijk drijvend naar dezelfde hoogte,
– net als de belletjes in champagne.
– Later stijgen ze veel hoger.
En je schaduwrijke weiden zullen nu elke avond
deze bijzondere, lumineuze huldeblijken
aan kunnen bieden, de ganse zomer lang.

 

 

Vertaald door J. Bernlef

 


Elizabeth Bishop (8 februari 1911 – 6 oktober 1979)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 9e februari ook mijn blog van 9 februari 2022 en ook mijn blog van 9 februari 2019 en mijn blog van 9 februari 2017 en ook alle drie blogs van 9 februari 2014.

Geschreven door Romenu om 16:52 Reageer op dit bericht

Rachel Cusk, Elizabeth Bishop

De Canadese schrijfster Rachel Cusk werd geboren op 8 februari 1967 in Saskatoon. Zie ook alle tags voor Rachel Cusk op dit blog.

Uit: De tweede plaats (Vertaald door Marijke Versluys)

“Ik heb je weleens verteld, Jeffers, dat ik uit Parijs vertrok en in de trein de duivel ontmoette, en dat na die ontmoeting het kwaad dat gewoonlijk rustig onder de oppervlakte ligt, opwelde en zich uitstortte over alle aspecten van het leven. Het deed denken aan een besmetting, Jeffers: alles raakte ervan doortrokken en werd erdoor bedorven. Ik geloof niet dat ik besefte hoeveel aspecten het leven heeft, tot ze stuk voor stuk toonden hoeveel ellende ze kunnen veroorzaken. Ik weet dat jij zulke dingen allang wist en erover hebt geschreven, zelfs toen anderen er niet van wilden horen en het maar vervelend vonden om stil te staan bij wat fout en slecht was. Toch hield je vol en bouwde je een schuilplaats waar de mensen hun toevlucht konden zoeken als het ook voor hen misging. En het gaat nu eenmaal altijd mis! Angst is een gewoonte als alle andere, en gewoonten zijn dodelijk voor het wezenlijke in ons. Aan al die jaren van angst heb ik een soort leegte overgehouden. Ik verwachtte aldoor dat ik besprongen zou worden — ik verwachtte aldoor dezelfde lach van die duivel te horen als die waarmee hij me door de trein achtervolgde. Het was halverwege de middag en erg warm, en omdat het aardig druk was in de rijtuigen dacht ik eenvoudigweg aan hem te kunnen ontsnappen door ergens anders te gaan zitten. Maar elke keer dat ik verhuisde zat hij een paar minuten later alweer breeduit en lachend tegenover me. Wat wilde hij van me, Jeffers? Hij zag er afschuwelijk uit, gelig en pafferig, zijn groenige ogen waren bloeddoorlopen en als hij lachte zag je zijn gore gebit met pal in het midden een volkomen zwarte tand. Hij droeg oorringen en modieuze kleren die vlekkerig zagen van het zweet dat van hem af gutste. Hoe meer hij zweette, hoe harder hij lachte! En hij brabbelde aan één stuk door in een taal die ik niet kon thuisbrengen, maar luid en zo te horen doorspekt met verwensingen.
Eigenlijk kon je het niet negeren, maar toch deden alle passagiers dat juist wel. Hij had een meisje bij zich, Jeffers, een bizar klein ding, niet meer dan een beschilderd kind dat schaars gekleed was; ze zat bij hem op schoot, met haar lippen een beetje vaneen en de zachte blik van een onnozel dier, terwijl hij haar liefkoosde, en niemand zei of deed iets om hem daarvan te weerhouden. Lag het voor de hand dat ik van alle mensen in die trein degene was die dat waarschijnlijk zou proberen? Misschien was hij me van coupé naar coupé gevolgd om me daartoe te verleiden. Maar ik was niet in mijn eigen land, ik was maar op doorreis, weer op weg naar huis, waar ik als een berg tegen opzag, en het leek me niet mijn taak hem te laten ophouden. Juist op het moment dat je individuele morele plicht zo duidelijk naar voren springt, is het heel gemakkelijk te denken dat je er niet zoveel toe doet. Als ik hem ter verantwoording had geroepen waren alle daaropvolgende gebeurtenissen misschien uitgebleven. Maar bij wijze van uitzondering dacht ik: laat iemand anders het maar doen! En op die manier verliezen we de zeggenschap over ons lot.”

 


Rachel Cusk (Saskatoon, 8 februari 1967)

 

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Elizabeth Bishop werd geboren op 8 februari 1911 in Worcester, Massachusetts. Zie ook alle tags voor Elizabeth Bishop op dit blog.

 

 

De kaart

Land ligt in water; geschaduwd in groen.
Schaduwen, of zijn het zandbanken, aan de randen
afgebiesd met lange zeewierige banden
waar wieren vanuit groen overhangen naar eenvoudig blauw.
Of helt het land om haar van onderen op te tillen, de zee
en trekt haar kreukloos om zich heen?
Rukt langs de delicaat gebruinde rand van steen
het land van onderen aan de zee?

De schaduw van Newfoundland ligt plat en stil.
Die van Labrador is geel, waar de dromerige Eskimo
haar heeft geolied. Wij kunnen deze lieflijke baaien aaien,
onder een kijkglas alsof zij zo zouden ontbloeien,
of als om onzichtbare vissen aan een heldere kooi te helpen.
De namen van plaatsen aan zee lopen in zee uit,
de namen van steden lopen dwars door de nabije bergen
– de drukker ervaart hier dezelfde opwinding
als wanneer gevoel te ver buiten zijn oevers treedt.
Deze schiereilanden nemen het water tussen duim en wijsvinger
als vrouwen die de zachtheid van textiel beproeven.

In kaart gebrachte wateren zijn kalmer dan het land,
verlenen het land hun eigen golfstructuur:
vol vuur ijlt de Noorse haas naar het zuiden,
waar land is, onderzoeken profielen de zee.
Worden ze toegewezen, of kiezen landen hun eigen kleuren?
– Wat het karakter of de inheemse wateren ’t meest bekoort.
Topografie toont geen voorkeuren: west is even ver als noord.
Fijnzinniger dan die van de historici zijn de cartografenkleuren.

 

 

Vertaald door J. Bernlef

 

 


Elizabeth Bishop (8 februari 1911 – 6 oktober 1979)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 8e februari ook mijn blog van 8 februari 2019 en ook mijn blog van 8 februari 2015.

Geschreven door Romenu om 16:36 Reageer op dit bericht

Charles Dickens, Lioba Happel

De Engelse schrijver Charles Dickens werd geboren op 7 februari 1812 in Landport. Zie ook alle tags voor Charles Dickens op dit blog.

Uit: Barnaby Rudge

“The proprietor of this charming retreat, and owner of the ragged head before mentioned — for he wore an old tie-wig as bare and frowzy as a stunted hearth-broom — had by this time joined them; and stood a little apart, rubbing his hands, wagging his hoary bristled chin, and smiling in silence. His eyes were closed; but had they been wide open, it would have been easy to tell, from the attentive expression of the face he turned towards them — pale and unwholesome as might be expected in one of his underground existence — and from a certain anxious raising and quivering of the lids, that he was blind.
‘Even Stagg hath been asleep,’ said the long comrade, nodding towards this person.
‘Sound, captain, sound!’ cried the blind man; ‘what does my noble captain drink — is it brandy, rum, usquebaugh? Is it soaked gunpowder, or blazing oil? Give it a name, heart of oak, and we’d get it for you, if it was wine from a bishop’s cellar, or melted gold from King George’s mint.’
‘See,’ said Mr Tappertit haughtily, ’that it’s something strong, and comes quick; and so long as you take care of that, you may bring it from the devil’s cellar, if you like.’
‘Boldly said, noble captain!’ rejoined the blind man. ‘Spoken like the ‘Prentices’ Glory. Ha, ha! From the devil’s cellar! A brave joke! The captain joketh. Ha, ha, ha!’
‘I’ll tell you what, my fine feller,’ said Mr Tappertit, eyeing the host over as he walked to a closet, and took out a bottle and glass as carelessly as if he had been in full possession of his sight, ‘if you make that row, you’ll find that the captain’s very far from joking, and so I tell you.’
‘He’s got his eyes on me!’ cried Stagg, stopping short on his way back, and affecting to screen his face with the bottle. ‘I feel ‘em though I can’t see ‘em. Take ‘em off, noble captain. Remove ‘em, for they pierce like gimlets.’
Mr Tappertit smiled grimly at his comrade; and twisting out one more look — a kind of ocular screw — under the influence of which the blind man feigned to undergo great anguish and torture, bade him, in a softened tone, approach, and hold his peace.
‘I obey you, captain,’ cried Stagg, drawing close to him and filling out a bumper without spilling a drop, by reason that he held his little finger at the brim of the glass, and stopped at the instant the liquor touched it, ‘drink, noble governor. Death to all masters, life to all ‘prentices, and love to all fair damsels.”

 


Charles Dickens (7 februari 1812 – 9 juni 1870)

 

 

 

De Duitse dichteres, schrijfster en vertaalster Lioba Happel werd geboren op 7 februari 1957 in Aschaffenburg. Zie ook alle tags voor Lioba Happel op dit blog.

 

en trekt haar vinger omhoog tevergeefs
bevochtigt het puntje van haar tong dan

met haar heel speciale sap
in een uitbundigheid van iets

dat vergeten is nu echter
haar hersenen binnen golft als een

bloedige zwarte rivier
uitgegoten kort voor de

uitdoving van overtollige
energieën in haar hersenstam

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 


Lioba Happel (Aschaffenburg, 7 februari 1957)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 7e februari ook mijn blog van 7 februari 2019 en eveneens mijn blog van 7 februari 2016 deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 16:38 Reageer op dit bericht

Thomas von Steinaecker, Heinz Kahlau

De Duitse schrijver en journalist Thomas von Steinaecker werd geboren op 6 februari 1977 in Traunstein. Zie ook alle tags voor Thomas von Steinaecker op dit blog.

Uit: Die Privilegierten

„Ein paar Meter entfernt von meiner Fundstelle befand sich der kleine Teich, der im Lauf der Jahre immer weiter ausgetrocknet und inzwischen nicht viel mehr als ein Tümpel war. Das knöchelseichte Wasser am Ufer schwappte auf und ab. Perlen aus Luft stiegen zur Oberfläche. Am trüben Grund wurde gewühlt. Die Amphibien gruben sich in den Schlamm, auf der Suche nach einem
sicheren Platz für ihre Erstarrung. Ich hoffte, wenn ich mein Gesicht wusch, würde es mir besser gehen, was nicht der Fall war.
In der Vergangenheit war ich öfter ins Visier eines Raubtieres geraten, so dass ich auch jetzt merkte, dass mich etwas aus dem Unterholz fixierte. Ich weiß nicht, wie lange ich reglos verharrte, wie oft ich mir in diesen Momenten Vorwürfe machte, viel zu leichtsinnig gewesen zu sein und nicht das verdammte Gewehr mitgenommen zu haben. Irgendwann, so langsam wie bei meinen kaputten Gelenken und den Schmerzen möglich, ging ich in die Hocke und griff nach dem Ast zu meinen Füßen. Er war weder besonders dick noch spitz. Doch vielleicht konnte er als Abschreckung dienen. Ein paar Meter vor mir, hinter einer aus dem Boden gewachsenen Wurzel, knackste es. Ich glaubte, kurz einen hellen Fellrücken ausgemacht zu haben.
Nun war ich im Vorteil. Ich wusste, wo sich das Tier versteckt hielt, das wahrscheinlich darauf lauerte, dass ich unvorsichtig wurde. So kraftvoll wie möglich schleuderte ich den Prügel. Weil Stille
eintrat, machte ich einen Schritt auf die Wurzel zu. Hinter ihr tauchten ein Paar Ohren auf, eines hing herab. Eine graue Katze schlüpfte hervor. Sie hatte einen auffallend weißen Hals, als trüge sie ein Band. Das Laufen bereitete ihr Probleme. Ihre Hinterbeine lahmten.
Sie hoppelte. Ein paar Meter vor mir setzte sie sich auf die Hinterbeine und rückte sich immer wieder mit den Vorderpfoten zurecht, wie um die Balance zu halten. Ich war zu erstaunt, um etwas zu unternehmen. Aus dem verdreckten Fell standen die Rippen hervor. Ihre Augen schimmerten milchig. Sie besaß keine Pupillen. Die Katze war nicht nur alt, sie war auch blind.
Was machte eine Hauskatze hier, mitten in der Wildnis? Wie hatte sie überhaupt von dem einzigen zivilisierten Ort weit und breit, der Wetterstation, bis zu dieser Stelle des Waldes gelangen können, noch dazu in ihrem Zustand? Seit ich hier lebte, war mir nie ein entlaufenes Haustier begegnet. Ich konnte mich auch nicht erinnern, bei meinen früheren Besuchen bei der Station eine Katze gesehen zu haben. Die Natur in dieser Gegend duldete nichts Zahmes.“

 

 


Thomas von Steinaecker (Traunstein, 6 februari 1977)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Heinz Kahlau werd op 6 februari 1931 geboren in het dorpje Drewitz. Zie ook alle tags voor Heinz Kahlau op dit blog.

 

 

Bij een afscheid

Laten we niet uit elkaar gaan
als mensen,
die een slechte deal
gemaakt hebben.
Zo innig
zijn we slechts geworden
omdat wij ons anders
niet konden herkennen.
Als je van bedrog wilt spreken,
spreek dan van zelfbedrog.
Als we iets verloren hebben,
zijn het illusies.
Wat we gewonnen hebben
zijn ervaringen.
Teleurgesteld zijn we slechts
in onszelf.
Dat wij uit elkaar gaan
ligt daaraan
dat we eerlijk waren.
Laten we niet uit elkaar gaan,
alsof wij
een slechte deal gemaakt hadden.


 

Vertaald door Frans Roumen

 


Heinz Kahlau (6 februari 1931 – 6 april 2012)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 6e februari ook mijn blog van 6 februari 2023 en ook mijn blog van 6 februari 2019 en ook mijn blog van 6 februari 2011 deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:31 Reageer op dit bericht

Geert Buelens, William S. Burroughs, Edzard Mik

De Vlaamse dichter, essayist en columnist Geert Buelens werd geboren in Duffel op 5 februari 1971. Zie ook alle tags voor Geert Buelens op dit blog.

 

 

Grootstad (Couleur locale)

Beginnen we de dag als hoerenzoon
invectieven uit een kindermond
zo fris

Wijkbewegingen zijn dan nodig
ruimtes die ons naar lucht doen happen
die er is
die er zou moeten zijn
al die uren waarin
we ons wentelen in wee
en ach als van weleer

Voor onze ogen verkleurt dit gebied
wordt het groter en als vanzelf
komen er gaten in
die we niet hoeven te zien
als ze licht doorlaten
wie we vervolgens aantreffen in de tuin

Plat op de buik
terugvallend als vanouds
geven we mee

We komen van ver
zo komen we er

 

 

Consumptiekansen

Verklaar ik dit
volstrekt ongeschikt
voor nagenoeg iedereen
vergrendelingsangst, verzachtingsvergrijp
polderfossiel
onmatig

zijn de zonden van de markt
geopend voor iedereen
spelen we thuis in op
woonverdunning
verplaatsing

van wat zo nodig is
moet een teken zijn

van onderdrukking
gaat om het inhalen

van wat
om het even is

meeschuifbalancering
opbouwrendement
spelplezier

 

 

uur vier

steeds neigen we naar kilte
naar het ratelen van de stormwind in de luiken
die we open maken met het oog
op een vers perspectief
van op zeer grote hoogte zwijg jij
mij tegemoet
ook dat is een gebaar
dat m
e pas loslaten zal
bij nieuwe maan
steeds dreigt dan de stilte
die het verband vormt dat wij zijn

 

 


Geert Buelens (Duffel, 5 februari 1971)

 

 

De Amerikaanse schrijver William S. Burroughs werd geboren in Saint Louis (Missouri) op 5 februari 1914. Zie ook alle tags voor William S. Burroughs op dit blog.

 

Advies voor jongeren

Mij wordt soms gevraagd of ik een paar woorden van advies heb voor jongeren.
Nou, hier zijn een paar simpele vermaningen voor jong en oud, man en beest.

Bemoei je nooit met een vechtpartij tussen jongens en meisjes.

Pas op voor hoeren die zeggen dat ze geen geld willen. Ammehoela willen ze dat niet.
Wat ze bedoelen is dat ze meer geld willen; sterker nog, dit zijn de duurste hoeren die er zijn.

Als je zaken doet met een religieuze klootzak, laat het dan op papier zetten; zijn woord is geen reet waard, niet met de goede Heer die hem vertelt hoe hij je moet naaien bij de deal.

Als je, nadat je bent blootgesteld aan iemands gezelschap, het gevoel hebt dat je een liter plasma hebt verloren, vermijd dat gezelschap dan. Je hebt dat nodig zoals je pernicieuze anemie nodig hebt.

We horen hier niet graag het woord “vampier”; we proberen ons publieke imago te verbeteren. Een vriendelijk, oomachtig, welwillend imago op te bouwen; “onderlinge afhankelijkheid” is het sleutelwoord — “verlichte onderlinge afhankelijkheid”.

Het leven in al zijn rijke verscheidenheid, neem een beetje, geef een beetje. Echter, door de onverbiddelijke logistiek van het vampierproces nemen ze altijd meer dan ze geven — en waarom zouden ze überhaupt iets nemen?

Vermijd sukkels. Dwazen, noem ik ze. Jullie kennen het type allemaal — hoe goed het ook klinkt, alles waar ze iets mee te maken hebben, loopt uit op een ramp. Problemen voor zichzelf en iedereen die met hen verbonden is.
Een dwaas is slecht nieuws, en dat straalt af — laat het niet op jou afstralen.

Betuig geen medelijden aan de geesteszieken; het is een bodemloze put. Zeg ze resoluut: “Ik word niet betaald om naar dit gezeur te luisteren — jij bent een terminale dwaas!” Anders maken ze je net zo gek als zij zijn.

Vermijd vooral onverbeterlijke criminelen. Zij zijn een speciaal kwaadaardig ras van dwazen.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 


William S. Burroughs (5 februari 1914 – 2 augustus 1997)
Portret door Richard Day, 2017

 

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Nederlandse schrijver Edzard Mik werd geboren in Groningen in 1960. Mik studeerde rechten aan de Universiteit van Groningen, werkte drie jaar als sociaal advocaat, en schreef over cultuur voor Vrij Nederland en NRC Handelsblad. Hij schreef negen romans, waaronder “De Bouwmeester”(1995), Yak (1996), “Schaduwdagen” (1998), “Laatste adem” (2001), “De wachters” (2004) en “Bleke Hemel” (2007). Zijn voorlaatste romans, “Goede tijden” (2011) en “Mont Blanc” (2013) haalden de longlist van de Libris Literatuur Prijs. Met zijn Grieks-Nederlandse vrouw, de componiste Calliope Tsoupaki, werkte hij samen aan drie muziekvoorstellingen, waaronder “Oidipous”. Naast romans schreef hij korte verhalen, libretto’s, scenario’s en essays.

Uit: Damian

“Het is zondagochtend, geen sterveling op straat, en, niet onverwacht, het is gaan waaien. Rafelige flarden jagen langs de hemel, op de balkons wappert wasgoed, een plastic zak roetsjt over bet trottoir, koprolt enkele keren, warrelt op en raakt verstrikt in een struik, bladeren dansen door de lucht, buitelen over het asfalt en vallen neer, worden opgepord en buitelen weer verder, langs de rij auto’s en het bushokje en die stomme opeenvolging van populieren, die hem met hun soepele stammen en zwaaiende takken ineens tegenstaan. Als Damian zijn moeder ergens mee associeert, dan is het wel met harde wind, gure wind, wind die nooit zal luwen en voor altijd door hem heen zal blijven gieren alsof hij uit niets dan herenen gaten bestaat. 0 ja, ze is er dus eigenlijk al, ze kondigt zichzelf daar buiten aan, ze wordt voorafgegaan door de wind die ze zelf is, maar wat kan hij anders doen dan haar binnenlaten als Tess haar komt afzetter, In de verte één, twee lichtjes, een auto die de straat. draait, geen idee welke kleur die van Tess heef , welke kleur en welk merk, zo lang als hij haar ook niet heeft gezien. Vaart mindert de auto niet en verderop slaat hij af, troosteloos genoeg, maar voor het overige niets aan de hand, de straat is alweer leeg, misschien heeft ze uiteindelijk toch ingezien dat ze dat echt niet kan maken, mama bij hem afleveren en zelf weer afreizen alsof bet de gewoonste zaak van de wereld is. Hij kon zijn ogen niet geloven toen ze hem dat appje stuurde, hij werd er zozeer door overvallen dat hij niet eens wist wat hij ervan moest denken, hij belde haar meteen en liet de wachttoon overgaan tot zijn oor gloeide en belde haar nog eens, en nog eens – was ze helemaal gek geworden? Ze nam niet op en moest al van de andere kant van de stad onderweg zijn, alsof ze de Dakar Rally rijdt, piepend remmend, &Zing optrekkend, ronkend gas gevend, door de bochten gierend, maar hopen dat ze geen fietsen voetganger of duif onder de auto krijgt. liet zou hem ook niet moeten verbazen, typisch Tess om koste wat kost baar zin door te drijven. zich geen moment af te vragen of Bianca en hij dat wel zien zitten, mama in huis nemen. Wat ze zich in het hoofd heeft gehaald moet en zal uitgevoerd worden, ze is dwingend, op het tirannieke af. Als kind had ze dat drammerige al, ze kon jengelen tot je er hoorndol van werd, mama verdroeg dat niet en maakte voortdurend ruzie met haar maar papa had een heimelijk ontzag voor dat redeloze fanatisme.”

 


Edzard Mik (Groningen, 1960)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 5e februari ook mijn blog van 5 februari 2021 en ook mijn blog van 5 februari 2019.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Ben Lerner, Stewart O’Nan

De Amerikaanse dichter, schrijver, essayist en criticus Benjamin S. (Ben) Lerner werd geboren op 4 februari 1979 in Topeka, Kansas. Zie ook alle tags voor Ben Lerner op dit blog.

 

 

The predictability of these rooms

The predictability of these rooms is, in a word, exquisite. These rooms in a word. The moon is predictably exquisite, as is the view of the moon through the word. Nevertheless, we were hoping for less. Less space, less light. We were hoping to pay more, to be made to pay in public. We desire a flat, affected tone. A beware of dog on keep off grass. The glass ceiling is exquisite. Is it made of glass? No, glass.

 

 

Gather your marginals…

“Gather your marginals, Mr. Specific. The end
is nigh. Your vanguard of vanishing points has vanished
in the critical night. We have encountered a theory
of plumage with plumage. We have decentered our ties. You must quit
these Spenglerian Suites, this roomy room, this gloomy Why.
Never again will your elephants shit in the embassy.
Never again will you cruise through Topeka in your sporty two-door coffin.
In memoriam, we will leave the laws you’ve broken broken.”

On vision and modernity in the twentieth century, my mother wrote
“Help me.” On the history of structuralism my father wrote
“Settle down,” On the American Midwest from 1979 to the present, I wrote
“Gather your marginals, Mr. Specific, The end is nigh.”

l wish all difficult poems were profound.
Honk if you wish all difficult poems were profound.

 

 

 

Idle elevators of grain…

Idle elevators of grain. Plenty of parking. Deciduous trees
of the genus Ulmus, known for their arching branches and serrate leaves
with asymmetrical bases, Gunplay in our houses of steak,
houses of pancakes. Dried valerian rhizomes. Bunk weed. Osage.

Deliberately elliptical poetic works reflect a fear of political commitment after
1968.]
A fear of deliberately elliptical poetic works reflects…

Home considered as a System of substitutions: “Plenty of parking.
Deciduous elevators of the genus Gunplay,
known for their arching bases and serrate pancakes
with asymmetrical rhizomes.” The activation of the white space of the page

reflects a fear of the industrialization of print media.
To fear the activation of the white space of the page

is to fear poetry.
Idle elliptical commitment. Deciduous repetition. Plenty of parking.

 

 

Tegenlicht

Het licht dat verandert
het licht dat uitgaat
wanneer je eronderdoor loopt
Het onveilige kruispunt
en de spookfiets
Het licht dat een vlam blijkt te zijn
en de gloeilamp die zo is ontworpen
dat hij flikkert. Natuurlijk
stadslichten, de ketting
van lichten van bruggen, lichten van
vliegtuigen
horen er ook bij, vooral
als ze flitsen of
gedoofd zijn

Fopkaars
die vonkt op de taart, kleine ster
die vonkt, wintergroen
in de mond, de spraak
die bederft, flits
uit de lopen tijdens de jacht op
Victor Serge over de daken
De sneeuw blauw in het licht
en de brandende manuscripten
en Parijs, de stad van
het licht dat verandert
in de mond
die ik graag had gekend

je was een liefhebber van licht
ik zou wat voor je hebben bewaard
Maanlicht op de stoep dat ik
opzij had gezet, in fabrieken
in gevangenissen, natuurlijk
en het brandende Moskou natuurlijk
in de strot liet ik
een licht voor je aan, Victor Serge
in de vorige eeuw, eeuw van de laatste
sigaretten, het licht
dat bederf afgeeft, het koude
licht van het levende
organisme

in de open
zeeën, in Oakland, een paar
oude schilderijen. Omdat het net
als as
wordt verstrooid, dacht ik dat ik kon
zingen
Omdat het herhaaldelijk sterft
in Mexico, zonder een cent
Zonder een cent in Spanje
dacht ik dat ik op foto’s
openhartig met je zou kunnen

spreken
Als ik verschijn heb ik natuurlijk
geen cent, want verschijning is
de laatste uitweg
van licht

Victor Serge
in zijn brieven, in vertaling
Onze liquidatie is voorbereid
en als ze je naam roepen
zijn mijn handen gebonden, is mijn rol beperkt
tot het breken door
glas, tot glas de gelegenheid geven
licht om hoekjes te buigen en om
doorzichtige vleugels, espejitos
heten ze in het Spaans, maar Spanje
was verloren
Spiegeltjes
waarvan de randen

ondoorzichtig zijn
Mag ik gewoon iets zeggen
over hoe alles verloren is
iets vanzelfsprekends over het gevaar
van lichtvervuiling en de noodzaak van donkere
oases, en als Serge kon worden
aangehaald, het voortplanten op constante
snelheid door ondoorzichtige voorwerpen zoals
deze bladzijden, of zou dat zingen
zijn, want net als as
wanneer je eronderdoor loopt
want net als sneeuw
blauwe systemen

 

 

Vertaald door Arthur Wevers

 

 


Ben Lerner (Topeka, 4 februari 1979)

 

 

De Amerikaanse schrijver Stewart O’Nan werd geboren op 4 februari 1961 in Pittsburgh, Pennsylvania. Zie ook alle tags voor Stewart O’Nan op dit blog.

Uit: Ocean State

“My mother’s boyfriends tried to be sweet, but they were strangers. Sometimes they paid our rent and sometimes we split it. When they broke up with my mother—suddenly, drunkenly, their shouting jerking us from sleep—we would have to move again. Like her, we were always rooting for things to work out, far beyond where we should have. Our father was gone, and our mother couldn’t stop wanting to be in love. “I swear this is the last time,” she’d say, dead sober, and a month later she’d bring home another loser. They seemed to be getting younger and scruffier, which Angel thought was a bad sign. My mother didn’t seem to notice. In the beginning, everything was new. She lost weight and kissed us too much and made promises she couldn’t keep. The last had been a deckhand named Wes who brought home lobsters and called her “Care” and took us to Block Island to ride bikes, until one night he smashed her phone when she
tried to call the cops on him. Neither of them was bleeding, so the cops didn’t charge anyone. “You guys are useless,” my mother said. “Yeah,” one of them said, “that’s why we’re here at one in the morning, cause we got nothing better to do.” We were living in the top half of a duplex, and the next morning while Wes was out dragging the Sound, the three of us lugged everything we could carry down the stairs and shoved it in my mother’s car.
The house by the Line & Twine was for sale, but in 2009 no one was going to buy it. My grandmother had worked in accounting with the owners, snowbirds who’d shipped off to Florida long before the Crash. Like most of the houses on River Road, it had been sitting empty for years. There was moss on the shingles and weeds in the gutters.
My grandmother came over to help us clean the kitchen. She brought her rubber gloves. “It’s not the Taj Mahal,” she said.
“It’s fine,” my mother said, as if we wouldn’t be there long.
“Angel Lynn. Quit with the face.”
“I didn’t say anything,” she said, scowling.
“You don’t have to.”
I didn’t say anything. I hardly ever said anything, afraid of making things worse. I watched them like a scorekeeper, silently recording every slight and insult, every failure to be kind. I was thirteen, and like all children, had an overdeveloped sense of justice. I wanted everyone to be happy, despite our actual lives.”

 

 


Stewart O’Nan (Pittsburgh, 4 februari 1961)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 4e februari ook mijn blog van 4 februari 2019 en eveneens mijn blog van 4 februari 2018 deel 1 en ook deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:46 Reageer op dit bericht

Georg Trakl, Ferdinand Schmatz

De Oostenrijkse dichter Georg Trakl werd op 3 februari 1887 in Salzburg geboren. Zie ook alle tags voor Georg Trakl op dit blog.

 

 

In einem verlassenen Zimmer

Fenster, bunte Blumenbeeten,
Eine Orgel spielt herein.
Schatten tanzen an Tapeten,
Wunderlich ein toller Reihn.

Lichterloh die Büsche wehen
Und ein Schwarm von Mücken schwingt.
Fern im Acker Sensen mähen
Und ein altes Wasser singt.

Wessen Atem kommt mich kosen?
Schwalben irre Zeichen ziehn.
Leise fließt im Grenzenlosen
Dort das goldne Waldland hin.

Flammen flackern in den Beeten.
Wirr verzückt der tolle Reihn
An den gelblichen Tapeten.
Jemand schaut zur Tür herein.

Weihrauch duftet süß und Birne
Und es dämmern Glas und Truh.
Langsam beugt die heiße Stirne
Sich den weißen Sternen zu.

 

 

Geistliches Lied

Zeichen, seltne Stickerein
Malt ein flatternd Blumenbeet.
Gottes blauer Odem weht
In den Gartensaal herein,
Heiter ein.
Ragt ein Kreuz im wilden Wein.

Hör’ im Dorf sich viele freun,
Gärtner an der Mauer mäht,
Leise eine Orgel geht,
Mischet Klang und goldenen Schein,
Klang und Schein.
Liebe segnet Brot und Wein.

Mädchen kommen auch herein
Und der Hahn zum letzten kräht.
Sacht ein morsches Gitter geht
Und in Rosen Kranz und Reihn,
Rosenreihn
Ruht Maria weiß und fein.

Bettler dort am alten Stein
Scheint verstorben im Gebet,
Sanft ein Hirt vom Hügel geht
Und ein Engel singt im Hain,
Nah im Hain
Kinder in den Schlaf hinein.

 

 

Drei Träume

II
In meiner Seele dunklem Spiegel
Sind Bilder niegeseh’ner Meere,
Verlass’ner, tragisch phantastischer Länder,
Zerfließend ins Blaue, Ungefähre.

Meine Seele gebar blut-purpurne Himmel
Durchglüht von gigantischen, prasselnden Sonnen,
Und seltsam belebte, schimmernde Gärten,
Die dampften von schwülen, tödlichen Wonnen.

Und meiner Seele dunkler Bronnen
Schuf Bilder ungeheurer Nächte,
Bewegt von namenlosen Gesängen
Und Atemwehen ewiger Mächte.

Meine Seele schauert erinnerungsdunkel,
Als ob sie in allem sich wiederfände —
In unergründlichen Meeren und Nächten,
Und tiefen Gesängen, ohn’ Anfang und Ende.

 

 

Trompetten

Onder geknotte wilgen, waar bruine kinderen spelen
En bladeren dwarrelen, klinken trompetten. De huivering van een kerkhof.
Vaandels van scharlaken storten door de rouw van de ahorn,
Ruiters langs roggevelden, langs lege molens.

Of herders zingen ’s nachts en herten treden
In de kring van hun vuren. De oeroude treurnis van het woud.
Dansers komen naar voren uit het zwart van een muur;
Vaandels van scharlaken, lachen, waanzin, trompetten.

 

Vertaald door Jan Terpstra

 


Georg Trakl (3 februari 1887 – 4 november 1914)

 

 

De Oostenrijkse dichter en schrijver Ferdinand Schmatz werd geboren op 3 februari 1953 in Korneuburg. Zie ook alle tags voor Ferdinand Schmatz op dit blog.

 

tijger, bijna helemaal twee keer

merkt
bonst
trekt
ziet voor zich, binnen, lust
haar overeind, geel
zinbundelt
niet langer deel, maar alles
wild door
dringt in het vlakbijvlak
richt vol
daar
knalt in de totaalsprong scheef
–  gebroken door streep –
boem op buit, dof
slaat
scheurt
grijpt, het,
omkeer pijn
brandt hem pulserend
in het namoment
geheel en al van alle
hart

 

 

Vertaald door Tonnus Oosterhoff

 


Ferdinand Schmatz (Korneuburg, 3 februai 1953)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e februari ook mijn blog van 3 februari 2019 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:40 Reageer op dit bericht

Candlemas Dialogue (Christina Rossetti), Hella Haasse, Günter Eich

 

Bij Maria Lichtmis

 


Presentatie van Jezus in de Tempel door Francisco Rizi, ca. 1663

 

 

 

Candlemas Dialogue

“Love brought Me down; and cannot love make thee
Carol for joy to Me?
Hear cheerful robin carol from his tree,
Who owes not half to Me
I won for thee.”

“Yea, Lord, I hear his carol’s wordless voice;
And well may he rejoice
Who hath not heard of death’s discordant noise.
So might I too rejoice
With such a voice.”

“True, thou hast compassed death; but hast not thou
The tree of life’s own bough?
Am I not Life and Resurrection now?
My Cross balm-bearing bough
For such as thou?”

“Ah me, Thy Cross! – but that seems far away;
Thy Cradle-song to-day
I too would raise, and worship Thee and pray:
Not empty, Lord, to-day
Send me away.”

“If thou wilt not go empty, spend thy store;
And I will give thee more,
Yea, make thee ten times richer than before.
Give more and give yet more
Out of thy store.”

“Because Thou givest me Thyself, I will
Thy blessed word fulfil,
Give with both hands, and hoard by giving still;
Thy pleasure to fulfil,
And work Thy Will.”

 

 


Christina Rossetti (5 december 1830 – 27 december 1894)
De katholieke Our Lady of the Rosary and St Dominic -kerk in Londen, de geboorteplaats van Christina Rossetti

 

 

De Nederlandse schrijfster Hella Haasse werd geboren op 2 februari 1918 in Batavia. Zie ook alle tags voor Hella Haasse op dit blog.

Uit: Schaduwbeeld of Het geheim van Appeltern

“Het eerste gedeelte van de ‘Brief’ is geschreven vanuit het standpunt van een door vaderlandsliefde en democratische gezindheid bezield vrij man, die het stadhouderlijke wanbeleid aan de kaak stelt; maar gaandeweg krijgt de tekst ook de functie van een geschrift bedoeld om de verdiensten en het ‘onverzettelijke karakter van baron van der Capellen te prijzen, zijn publicaties ter lezing aan te bevelen, de door hem in de Staten van Overijssel aanhangig gemaakte kwesties in herinnering te brengen, en verontwaardiging te wekken voor de wijze waarop door Willem v en zijn ‘werktuigen’ in de persoon van deze ‘door niemand ondersteunde edelman’ alle regenten `beledigd, vervolgd, mishandeld, in gevaar gebracht’ zijn. Het beeld van de stadhouder is dat van een dwingeland, een monster. In een rustige kamer, met uitzicht op het geboomte rondom Appelteen — eiken, elzen, hoge meidoornhagen — voltrok zich een creatief proces dat niet meer te achterhalen is. Werd de ‘Brief’ in één ruk, spontaan, geschreven, om een overvol gemoed te luchten, of moeizaam samengesteld uit fragmenten en flarden van brieven, brochures en toespraken van en over ‘Capellen’? Wist Joan Derk vanuit een veelzeggende gespletenheid zijn eigen zaak te bepleiten als gold het een door hem vurig vereerde ander? Was hij de spreekbuis van de patriotten, van de zich in hun belangen bedreigd voelende Amsterdamse kooplieden en bankiers, of van een gekwetste excessieve eigenliefde? Het is mogelijk dat hij, min of meer tegen zijn zin, in opdracht, en onder druk gezet, ondanks vermoeidheid en preoccupatie met andere zaken, zichzelf tot het schrijven van de ‘Brief’ gedwongen heeft; maar evengoed kan die tekst de vrucht zijn van een zorgvuldig in praktijk gebrachte propagandatheorie, volgens methoden die in zijn tijd voor het eerst op uitgebreide schaal werden toegepast. Blijft de vraag of hij de enige auteur van het pamflet is geweest. Was zijn denken tenslotte niet gevormd, gevoed, door de ideeën van voorgangers en tijdgenoten? Dichter bij huis: had hij een medewerker, een helper? Misschien moet men zich in die kamer op Appeltern, het studeervertrek van de baron, tegenover hem of naast hem aan de schrijftafel nóg iemand voorstellen, een vertrouweling, een vriend, wie weet een alter ego.”

 


Hella Haasse (2 februari 1918 – 29 september 2011)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Günter Eich werd geboren op 1 februari 1907 in Lebus an der Oder. Zie ook alle tags voor Günter Eich op dit blog.

 

Optiek

Als je ogen slechter worden
ga je dichterbij staan
om je vrienden te herkennen.

Je zet een bril op,
gebruikt contactlenzen
en ziet

heel dichtbij
het zwart
onder de nagels van je vijand.

 

Vertaald door Jan Gielkens

 

 


Günter Eich (1 februari 1907 – 20 december 1972)

 

 

Zie ook alle tags voor Maria Lichtmis op dit blog.

Zie voor de schrijvers van de 2e februari ook mijn blog van 2 februari 2019 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 17:06 Reageer op dit bericht

February (Jane Goodwin Austin), Hugo von Hofmannsthal

 

Bij het begin van februari

 


Een ochtend in februari in Moret sur Loing door Alfred Sisley, 1881

 

 

February

I thought the world was cold in death;
The flowers, the birds, all life was gone,
For January’s bitter breath
Had slain the bloom and hushed the song.

And still the earth is cold and white,
And mead and forest yet are bare;
But there’s a something in the light
That says the germ of life is there.

Deep down within the frozen brook
I hear a murmur, faint and sweet,
And lo! the ice breaks as I look,
And living waters touch my feet.

Within the forest’s leafless shade
I hear a spring-bird’s hopeful lay:
O life to frozen death betrayed
Thy death shall end in life to-day.

And in my still heart’s frozen cell
The pulses struggle to be free;
While sweet the bird sings, who can tell
But life may bloom again for thee!

 

 


Jane Goodwin Austin (25 februari 1831 – 30 maart 1894)
Worcester, Massachusetts, de geboorteplaats van Jane Goodwin Austin

 

 

De Oostenrijkse dichter en schrijver Hugo von Hofmannsthal werd geboren op 1 februari 1874 in Wenen. Zie ook alle tags voor Hugo von Hofmannsthal op dit blog.

 

 

Ballade vom kranken Kind

Das Kind mit fiebernden Wangen lag,
Rotgolden versank im Laub der Tag.
Das Fenster hing voller wildem Wein,
Da sah ein fremder Jüngling herein.

»Laß, Mutter, den schönen Knaben ein,
Er beut mir die Schale mit leuchtendem Wein,
Seine Lippen sind wie Blumen rot,
Aus seinen Augen ein Feuer lobt.«

Der nächste Tag verglomm im Teich,
Da stand am Fenster der Jüngling, bleich,
Mit Lippen wie giftige Blumen rot
Und einem Lächeln, das lockt und droht.

»Schick, Mutter, den fremden Knaben fort,
Mich zehrt die Glut und mein Leib verdorrt,
Mich ängstigt sein Lächeln, er hält mir her
Die Schale mit Wein, der ist heiß und schwer!

Ach Mutter, was bist du nicht erwacht!
Er kam geschlichen ans Bett bei Nacht:
Und, weh, seinen Wein ich getrunken hab
Und morgen könnt ihr mir graben das Grab!«

 

 

Dichter sprechen

Dichter sprechen:

Nicht zu der Sonnen frühen Reise,
Nicht wenn die Abendwolken landen,
Euch Kindern, weder laut noch leise,
Ja, kaum uns selber seis gestanden,
Auf welch geheimnisvolle Weise
Dem Leben wir den Traum entwanden
Und ihn mit Weingewinden leise
An unsres Gartens Brunnen banden.

 

 

Der nächtliche Weg

Ich ging den Weg einmal: da war ich sieben,
So arm und reich!
Mir war, ich hielt ein nacktes Schwert in Händen,
Und selbst die Sterne bebten seinem Streich.

Mit siebzehn ging ich wiederum den Weg
Erst recht allein:
Ein Etwas huschte in den blassen Winden,
Von oben kam der fremden Welten Schein.

Nun führ ich dich, du spürst nur meine Hand:
Einst war ich sieben …
Und das Vergangne glimmt, von Geisterhand
Mit blassem Schein ins Dunkel hingeschrieben!

 

 

Dageraad

Nu ligt en trilt aan vale horizon,
Verzonken in zichzelf, de donderbui.
Nu denkt de zieke: ‘Dag! Nu zal ik slapen!’
En doet de hete ogen dicht. Nu strekt
De vaars op stal naar frisse morgenlucht
De brede neus. Nu, in het stille bos,
Richt de landloper, ongewassen, zich
Uit ’t zachte bed van lang verwelkt blad op,
Grijpt met brutaal gebaar zomaar een steen,
Gooit die naar ’n duif die nog slaapdronken vliegt,
En huivert zelf wanneer de steen zo dof
En zwaar op aarde valt. Nu rent het water,
Als wilde het de nacht die wegsloop na,
Het duister in, snel, onverschillig, wild,
Als koude luchtvlaag voort, terwijl daarboven
De Heiland en zijn moeder zachtjes, zachtjes,
Op ’t brugje met elkander spreken; zachtjes,
En toch zijn hun luttele woorden eeuwig
En onverwoestbaar als de sterrenhemel.
Hij draagt zijn kruis en zegt alleen maar: ‘Moeder!’
En kijkt haar aan, en: ‘Ach, mijn lieve zoon!’
Zegt zij. – Nu heeft de hemel met de aarde
Een stom, beklemmend tweegesprek. Dan gaat
Een rilling door het oude, zware lijf:
Zij maakt zich op een nieuwe dag te leven.
Nu klimt het schimmig ochtendlicht. Nu glipt
Er iemand blootsvoets uit een vrouwenbed,
Snelt als een schaduw, klautert als een dief
Zíj́n kamer door het venster binnen, ziet
Zich in de spiegel, is plotseling bang
Voor deze bleke, nachtdoorwaakte vreemde,
Als had hij zelf de brave jongen die
Hij was in deze nacht vermoord, als kwam
Hij nu zijn handen wassen in de kan
Als om het offer dat hij bracht te honen;
Daarom misschien was de hemel zo drukkend
En alles in de lucht zo wonderlijk.
Nu knarst de staldeur. En nu is het dag.

 

 

Vertaald door Nini Brunt

 


Hugo von Hofmannsthal (1 februari 1874 – 15 juli 1929)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 1e februari ook mijn blog van 1 februari 2022 en ook mijn blog van 1 februari 2019 en ook mijn blog van 1 februari 2015 deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:36 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten