Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Kees Fens, Jan Wagner

De Nederlandse literatuurcriticus, essayist en letterkundige Kees Fens werd geboren in Amsterdam op 18 oktober 1929. Zie ook alle tags voor Kees Fens op dit blog.

Uit: Wilhelmus Jozef Maria Bronzwaer
Heerlen 15 mei 1936 – Nijmegen 20 januari 1999

“Maar zijn verzet tegen verstarring en eenzijdigheid, die ook een angst voor de verstijving van zichzelf kan verraden, verliet hem niet. Dat hij, met al zijn kennis van de theorie, zijn leeropdracht het accent van het comparatisme gaf, is veelzeggend. Hij bleef voor alles een heel groot lezer; ook, en dat mag wel benadrukt worden, in de Nederlandse letterkunde. Hij schreef een aantal stukken over Vestdijk, Bordewijk en Koolhaas die klassiek verdienen te zijn. Zijn zeer grote kennis van de Nederlandse poëzie blijkt uit zijn in 1993 verschenen Lessen in lyriek. De gebondenheid aan het boek was zijn vrijheid. Ik heb hem van alle collega’s aan de Nijmeegse letterenfaculteit het meest van een boek zien opkijken. Literatuur en muziek zijn de enige zaken die hij nooit heeft gerelativeerd.
Met dit laatste woord raak ik aan een van zijn meest fundamentele eigenschappen: zijn scepsis. Die is natuurlijk allereerst een voorbeeldige wetenschappelijke hoedanigheid. Maar samen met ironie treft ze alles wat pretentie heeft en starheid vertoont (die twee gaan meestal samen) en dat in personen, opvattingen en publicaties. De scepsis was ook een voortdurende vorm van zelfcorrectie, een lichte bekering kan men zeggen. In gesprekken uitte de scepsis zich in een bijna ondergrondse humor, waarbij ook het lichte gerinkel van de kettingen die hemzelf bonden, hoorbaar was. De in zijn ambt zeer formele, om niet te zeggen strenge Bronzwaer had een opstandige kant, die zijn verlangen naar vrijheid te vermoeden gaf. Hij heeft die tweedracht in zichzelf – en dat is ook de tweedracht tussen de wetenschap en het schrijven, tussen week en vrije dag – niet helemaal kunnen oplossen. Een van zijn opvallendste wetenschappelijke uitingen, die ook een persoonlijke bevrijding moet hebben betekend, was zijn relativeren – wellicht is ‘afwijzen’ een te sterk woord – van de hem, ook uit zijn Nijmeegse studiejaren, zeer vertrouwde ‘Cambridge-canon’ (wat, uiteraard, bewondering voor zijn leermeester T.A. Birrell niet uitsloot). Bronzwaer is al vroeg zijn eigen weg gegaan en die heeft hij tot zijn einde gevolgd, met een steeds groter wordend relativeringsvermogen.
Alle hartstocht verraadt zich in eenzijdigheid. Ook bij de veelzijdigen. Over enkele auteurs heeft Bronzwaer zeer veel geschreven en vaak briljant: Eliot, Hopkins, Thomas Mann en Rilke. Van de laatste heeft hij ook – en dat was ineens een verrassend initiatief, dat een altijd vermoed, maar verborgen gebleven kunstenaarstalent in hem zichtbaar maakte – gedichten en proza vertaald. Over de oorsprong van deze voorkeuren durf ik niet te speculeren. Wat de vier gemeenschappelijk hebben, is wat ik maar noem hun ‘zwaarte’, hun moeilijkheidsgraad ook. Bronzwaer hield van het spel, maar hij beminde de ernst.”

 

2676811-3298caacfc05408dc980e92bd1209cfc.jpg
Kees Fens (18 oktober 1929 – 14 juni 2008)
Kees Fens en W. J. M. Bronzwaer

 

 

De Duitse dichter, schrijver en vertaler Jan Wagner werd geboren op 18 oktober 1971 in Hamburg. Zie ook alle tags voor Jan Wagner op dit blog.

 

het wilgentakje

waarom precies wanneer tante Mia
een wilgentakje in haar neus stak,
vertelt de geschiedenis niet. Zeker is:
hoe meer ze probeerde het te grijpen,
hoe meer het zich gestaag terugtrok
in zijn duisternis, zacht
en wit, een hermelijn in zijn hol.
het punt waarop de dingen zich weg bewegen;
het moment waarop we worden genegeerd
en slechts getuigen of figuranten zijn,
totdat dat tapijt geruïneerd,
de vleugelpiano van de tiende verdieping is gevallen,
de hele stad een laaiend inferno.
nog was het oorlog, maar de krekel zong
ondanks alles in de bloeiende takken van de wilg,
in de beek zat de met licht gepantserde
forel. en niets, dat hielp, geen pincet
en geen breinaald, tot men het krijsende kleintje
naar een kliniek bracht. deze heldere
dubbele maan van de lamp en de halo
van lachende verpleegsters erboven –
je zou bijna mee willen lachen, was daar niet
de subtiele druk die tussen voorhoofdsholte
en neusbrug heerst, achter het gezicht,
die afwacht, vasthoudend, als een dier.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

2676811-2c5be037d8b2d347324ea1d12f2dc772.jpg
Jan Wagner (Hamburg, 18 oktober 1971)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 18e oktober ook mijn blog van 18 oktober 2020 en ook mijn blog van 18 oktober 2018 en ook mijn blog van 18 oktober 2017 en eveneens mijn blog van 18 oktober 2015 deel 2.



Geschreven door Romenu om 14:57 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

De blogger leest alles eerst na: je tekst verschijnt zodra die goedgekeurd is.

Simon Vestdijk, Jan Wagner

De Nederlandse dichter en schrijver Simon Vestdijk werd geboren in Harlingen op 17 oktober 1898. Zie ook alle tags voor Simon Vestdijk op dit blog.

 

 

Juni

De maand is uitgebalanceerd en snel
En jong en snaat’rend als een eendenkom;
De nachten zijn te kort en noord’lijk hel
En kant’len makk’lijk naar de ochtend om.

Dit is het ergst: men kent die nachten wel,
Dat men zich wentelt om en om en om
In ’t lauwe bed, terwijl een Turksche trom
Van verre kermissen de zielsrust kwelt.

Alles in bloei, en alles hangt te bengelen
En daagt de zwaartekracht uitbundig uit
En vliegt en zweeft en doet wat ’t niet kan laten.

En wie des nachts een draaiorgel hoort jengelen
Droomt kort en bondig van de acrobaten
Die, vallend, door een koord worden gestuit.

 

 

Juli

Verwonderd vragen van de eerste vruchten:
Zijn wij voor ’t midden of voor ’t eind bestemd?
Reeds schallen onze bongerds van geruchten
Die het welvarend appelvolk niet kent.

Het najaar stooft met zijn verbleekte luchten
Ons zoo verwoed niet als dit licht ons temt
En zoet en vloeibaar maakt; wij willen vluchten,
Maar kunnen niet, door ’t rijpen overstemd.

Jong rijp jong rot: wij gaan de avond in,
En hangen pronkend achter meisjesooren,
Wij willen leven, en wij kunnen niet.

Wij werden niet als toovervrucht geboren,
Maar moeten bloeden in ons eerst begin,
En moeten sterven bij een kinderlied.

 

 

Augustus

De warmste dag, en dit merkwaardig korten
Der dagen, waar de dood de hand in heeft,
De dood van ’t jaar, die zich nog op wil schorten,
Doch reeds in koop’ren donderkoppen beeft.

En als de hondsdag ons het graan niet geeft,
Dan komen onverhoeds de ijscohorten
Van koning Winter grijnslachend en scheef
Zich op het onbeschermde bouwland storten.

Een grijsaard, heet en geil, verwarmt zijn leden
Aan de eigen brand, en brandt geweldig op,
Met heel zijn toekomst saamgeperst in ’t heden.

Maar als hij met zijn malsche prooi terneerligt,
Slaat hem de hitte, en op zijn kale kop
Buigen de laatste halmen onder ’t weerlicht.

 

 

2676719-15702ac3dea00baf4a1bf2f35799a1a4.jpg 
Simon Vestdijk (17 oktober 1898 – 23 maart 1971)
Mieke en Simon Vestdijk met Harry Mulisch en Hugo Claus

 

 

De Duitse dichter, schrijver en vertaler Jan Wagner werd geboren op 18 oktober 1971 in Hamburg. Zie ook alle tags voor Jan Wagner op dit blog.

 

 

Heers

Niet te onderschatten: heers
met verlangen al in de naam – vandaar
de bloesems, die zo zwevend wit zijn, kuis
als een tirannendroom.

Keert altijd terug als een oude schuld,
zendt zijn geheime boodschappen
door de duisternis onder het gazon, onder het veld,
tot ergens een nieuw wit nest

van verzet opschiet. Achter de garage,
bij het knarsende grind, de kers: heers
als schuim, als bruis, dat geruisloos

gebeurt, omhoog naar de gevel kruipt, totdat heers
bijna overal ontspruit, door de hele tuin heers
over heers schuift, verslindt met niets anders dan heers.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 

2676719-fac92fd86e28f008d5b1352f13fd2e5e.jpg
Jan Wagner (Hamburg, 18 oktober 1971)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 17e oktober ook mijn blog van 17 oktober 2018 en ook mijn blog van 17 oktober 2017 en eveneens mijn blog van 17 oktober 2015 deel 2.



Geschreven door Romenu om 18:48 Reageer op dit bericht

Alma Mathijsen, Oscar Wilde

De Nederlands schrijfster en journaliste Alma Mathijsen werd geboren in Amsterdam op 16 oktober 1984. Zie ook alle tags voor Alma Mathijsen op dit blog.

Uit: Onderland

“De douchegel ruikt naar bitterkoekjes. Het maakt niet uit dat ik omhoogkijk. Het maakt niet uit dat ik zijn gezicht niet wil zien. Het maakt niet uit dat ik het toch zie. Zijn ogen staan dicht bij elkaar. Ik wil hier weg. Nog een keer kijk ik naar beneden, het water kleurt nog steeds rood, maar niet meer zo donker als eerst. De tegeltjes van de badkamer lijken minder wit, de grijze voegen vallen me op. Ik heb lang gefantaseerd over de eerste keer. Dit heeft daar niets mee te maken. Ik beweeg trager. Een roze druppel valt op de badkamervloer, ik wis hem meteen uit met mijn grote teen. De handdoek voelt hard aan. Ik dep. De picknicktafel schuurt onder mijn rug. Ik durf mezelf niet aan te kijken in de spiegel en fixeer mijn blik op de voegen in de badkamer. Als ik dat wel doe, zal ik zien dat mijn ogen vaal zijn. De stenen onder de picknicktafel verschuiven bij iedere stoot. Ik schiet door herinneringen heen. Ik hijs mezelf terug in bed.
De bal van mijn rechtervoet tintelt. Zonder een geluid te maken pak ik mijn voet vast. Ik druk, de huid is gevoelloos. Alsof er een gat is geslagen waar het zachte gedeelte eerst zat. Mijn lichaam sluit zich af. Het trekt zich terug. Nu niet sneller gaan ademen. Ik zoek op de tast naar de strip oxazepam die altijd op mijn nachtkastje klaar ligt. Ik heb te veel gedronken, ik kan niet meer op mijn benen staan. Mijn longen zetten zich uit, toch lijk ik amper iets binnen te krijgen. Mijn buik gaat niet op en neer, alleen mijn borstkas drukt tegen mijn kin aan. De jongen moet me ondersteunen. Ik weet niet meer hoe mijn onderbroek uitging. Ik moet meer adem zien binnen te krijgen. Voor de rest heb ik al mijn kleren nog aan, alleen mijn onderbroek moet ik van de stenen rapen. Mijn keel is zich aan het vernauwen, bij iedere inademing raken de wanden elkaar haast aan. Met trillende vingers duw ik drie tabletten uit het aluminium. Water heb ik niet meer nodig, zo vaak heb ik ze geslikt.
Mijn benen voelen koud aan, mijn voeten kan ik amper nog voelen. Die zijn al weggegleden. Ik ben uitsluitend een hoofd dat klopt op het ritme van mijn hartslag. Mijn bloed pulseert.”

 

2676530-627c06b3c991998e7def4832ed1569eb.jpg
Alma Mathijsen (Amsterdam, 16 oktober 1984)

 

 

De Iers-Engelse schrijver Oscar Wilde werd geboren op 16 oktober 1854 in Dublin. Zie ook alle tags voor Oscar Wilde op dit blog.

 

Impression 1 Les Silhouettes

De zee is grijs gestreept vandaag,
De doodse doffe wind fluit vals,
De maan zweeft langs de zandbaai als
Een dorrend herfstblad naar omlaag.

Scherp afgetekend tegen ’t zand
Een zwarte boot, en onverstoord
Klimt er een schippersknaap aan boord
Breed lachend en met rappe hand.

En boven land een wulpenvlucht,
Terwijl door ’t schemerige graan
De jonge bruine maaiers gaan,
Hun silhouet tegen de lucht.

 

Vertaald door Margriet Berg en Marja Wiebes

 

2676530-0f370df269002bae6b83fdfe06a80104.png

Oscar Wilde (16 oktober 1854 – 30 november 1900)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 16e oktober ook mijn blog van 16 oktober 2021 en ook mijn blog van 16 oktober 2018 en ook mijn blog van 16 oktober 2017 en eveneens mijn blog van 16 oktober 2016 deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:27 Reageer op dit bericht

A. F.Th. van der Heijden, Günter Grass

De Nederlandse schrijver A. F. Th. van der Heijden werd geboren in Geldrop op 15 oktober 1951. Zie ook alle tags voor A. F.Th. van der Heijden op dit blog.

Uit: Vallende ouders

“Alles om me heen scheen er in een perfecte constellatie op gericht mijn schaamte wakker te maken. Met dat teveel aan vet rond mijn heupen en in mijn lever voelde ik me een kluit modder en de zon was aan de hemel gaan staan om die vette modderkluit net zo lang te bestralen tot er de worm van mijn schaamte uit te voorschijn zou kronkelen. Ik voelde me vies. Ik droogde me in de zon. En het hielp, en hoe meer het hielp, des te meer worstelde ik met mijn schaamte.
Die junidag zocht ik rond middernacht mijn bed op en om acht uur maakte mijn moeder me wakkker. Ze deed de deur van mijn kamer open en zei, zonder de minste stemverheffing: ‘Albert… het is al voorbij achten, jongen’ – wat betekende dat het tegen acht uur liep. De zon scheen door de gele gordijnen en ik wist me tot in de details al mijn dromen te herinneren. Onmiddellijk na het ontwaken voelde ik me fit, iets dat ik in geen jaren meer gekend had.
Ik poetste mijn tanden onder het douchen, droogde me af en kleedde me in zwembroek, broek en T-shirt. Met een stapeltje boeken onder de arm daalde ik de trap af en liep via de gang en de keuken de tuin in, waar mijn strandstoel al klaar stond. Ik legde de boeken op de grond en ging zitten.
De zon was nog maar net verschenen boven de volgende huizenrij, gelegen aan de straat die het bos afzoomde. De gekartelde schaduw van onze schuur, die een golfdak heeft, raakte mijn voeten maar begon zich al terug te trekken – traag als een slak die krimpend de lange reis onderneemt naar het huis waar hij aan vastzit. Het was kwart over acht.
Een paar minuten later bracht mijn moeder mij een bordje met twee in partjes gesneden boterhammen en een glas melk uit de koelkast. Ik at en ik dronk. Als ik het bordje met de kruimels en daarop het beslagen glas naast mijn stoel op de tegels zette, had de zon zijn kin van die schoorsteen daar bevrijd en hing los boven de daken. Ik legde een studieboek open in mijn schoot, maar bleef de tuin in kijken. Het werd kwart voor negen, negen uur, half tien.
Rond tien uur zwaaide de keukendeur open en sprong Henna de achterplaats op. In dit zonlicht was haar vacht, die door ouderdom van kleur begon te verschieten, weer één en al Arabische gloed. Ze maakte haar ronde door de tuin en tilde hier en daar haar poot op om alvast wat urine kwijt te raken die haar oude blaas niet langer bergen kon.
‘M’n blommen!’ riep mijn moeder.
Even later kwam ook mijn vader naar buiten. Hij bracht de geur van verse koffie mee.”

 

 

2676426-cb9c0ad4efddecbbecc6214f569da695.png
A. F.Th. van der Heijden (Geldrop, 15 oktober 1951)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Günter Grass werd geboren in Danzig (tegenwoordig Gdansk) op 16 oktober 1927. Zie ook alle tags voor Günter Grass op dit blog.

 

 

Ascese

De kat spreekt.
Wat zegt de kat dan?
Gij zult met een spits potlood
de bruiden en de sneeuw schakeren,
gij zult een zwak hebben voor de kleur grijs,
leven onder een bewolkte hemel.

De kat spreekt.
Wat zegt de kat dan?
Gij zult u met de avondkrant
als aardappelen in jute kleden
en dat pak telkens keren
en nooit een nieuw pak nemen.

De kat spreekt.
Wat zegt de kat dan?
Gij moet de marine schrappen,
de kersen, de klaproos, de bloedneus,
ook die vlag zult gij strijken
en as op geraniums strooien.

Gij zult, zo spreekt de kat verder,
alleen nog maar op nieren, milt en lever,
op ademloze zure long, op zeik
van ongespoelde nieren leven,
op oude milt en taaie lever,
uit de grijze pan: zo moet gij leven.

En op de muur, waar vroeger eindeloos
het groene schilderij het groen herkauwde,
zult gij met uw spitse potlood
ascese schrijven, schrijf: ascese.
Zo spreekt de kat: schrijf ascese.

 

Vertaald door Jacq Vogelaar

 

2676426-fd369f434ae6f7edd77b3ba3b5eaceb2.jpg
Günter Grass (16 oktober 1927 – 13 april 2015)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 15e oktober ook mijn blog van 15 oktober 2018 en ook mijn blog van 15 oktober 2017 deel 1 en eveneens deel 2.



Geschreven door Romenu om 16:53 Reageer op dit bericht

Maarten van der Graaff, Katha Pollitt

De Nederlandse dichter en schrijver Maarten van der Graaff werd geboren op 14 oktober 1987 in Dirksland. Zie ook alle tags voor Maarten van der Graaff op dit blog.

 

Te oordelen

Er zal niets meer zijn.
Ik hield van je onnodige en
achteloze spierspanningen
genetisch gemodificeerd katoen
genetisch gemodificeerde rijst
Ik weet dat mijn vrienden moeten blijven waar ze zijn en met wie ze zijn.
Er wordt gegeten door beelden.
Dit wordt weergegeven.

Er ontstaat een recreatieve economie waar mijn ouders wonen.
Hier denk ik aan en zie Blondie op de fiets stappen.
Hoe moet ik het kromme krom lullen?
Wij lopen richting binnenweg. De Chinese kerk, een zaak met piano’s
waar ook bladmuziek wordt verkocht, een verlaten cocktailbar,
een cocktailbar met een meisje erin. Het meisje zegt iets tegen iemand
die ik niet zie. Is het te vroeg om te drinken of te laat? Jongen,
ik ben hier niet voor jan lul, roept een vrouw. Er wordt gegeten door beelden.
Dit wordt weergegeven.
Close-up van Kees ’t Hart in zijn werkkamer. Ik heb mijn hang-ups, zegt hij.
Precies op dat moment wordt een hoer doodgeschoten.
Er ligt een bleek cliché in een kist, het is droevig en mooi. Chinese
kerk, piano’s bladmuziek,
een verlaten cocktailbar. Geloven om te begrijpen. Ik verlang soms
naar illusieloos advies
van iemand die al lang dood is. Geen industrie om je uit te buiten.
Regent het al?

Ik ken de toekomst niet. Ik ken het verleden niet. Ik ken het heden,
ah nee, zeg het niet.
Ik ken het heden vooral als toerist. Het is fotogeniek, dat moet gezegd,
ook als het tragisch wordt.
Het heden zou een hoekig, stijlvol, licht verontrustend, album op
kunnen leveren.
De eerste zijn.
De laatste.

 

2676227-38257c7c71fbd1118e56babdee3aaf77.png
Maarten van der Graaff (Dirksland, 14 oktober 1987)

 

 

De Amerikaanse dichteres, essayiste, critica en feministe Katha Pollitt werd geboren op 14 oktober 1949 in New York. Zie ook alle tags voor Katha Pollit op dit blog.

 

 

Lichaam-geestprobleem

Als ik aan mijn jeugd denk, heb ik niet medelijden met mezelf,
maar met mijn lichaam. Het was zo direct
en eenvoudig, zo rationeel in zijn verlangens,
verlangend om aangeraakt te worden zoals een otter
van water houdt, zoals een giraffe
langs de rand van het bos wil slenteren en snuffelen
aan de tere blaadjes in de boomtoppen. Het lijkt
op de een of andere manier oneerlijk dat mijn lichaam moest lijden
omdat ik, en daarmee bedoel ik mijn geest, opgezadeld zat
met bepaalde ongelukkige, hoogdravende romantische ideeën
die ervoor zorgden dat ik het tiranniseerde en betuttelde
als een wrede middeleeuwse baron, of een ambitieuze
echtgenoot die professor Engels was en zich schaamde voor zijn vrouw –
haar liefde voor trieste films, haar goedkope ovenschotels
en regionale klinkers. Misschien
had mijn lichaam liever gehad dat een paar van onze afspraakjes,
om vier uur ’s ochtends thuiskwamen en mijn frons beantwoordden
met ‘Gaat je niks aan!’ Misschien
had het meer cadeaus gewild: zijden jurkjes, mascara. Als we een democratischer regeling hadden gehad, waren we misschien zelfs, ondanks onze verschillende achtergronden, tot een met tegenzin gedragen respect voor elkaar gekomen, zoals Tony Curtis
en Sidney Poitier die samen geboeid vluchten,
in plaats van de huidige merkwaardige machtsverschuiving
waarin ik merk dat ik met tegenzin
door mijn lichaam word meegesleurd, alsof het een
snelle en krachtige hond is. Hoe gretig
springt het vooruit, zonder ergens voor te stoppen,
alsof het precies weet waar we naartoe gaan.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 

2676227-a817b3eac9aff8d9d71348434b3f3f4a.jpg
Katha Pollitt (New York, 14 oktober 1949)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 14e oktober ook mijn blog van 14 oktober 2018 deel 1 en eveneens deel 2.



Geschreven door Romenu om 14:38 Reageer op dit bericht

Colin Channer, Jeet Thayil

De Jamaicaanse dichter en schrijver Colin Channer werd geboren op 13 oktober 1963 in Kingston. Zie ook alle tags voor Colin Channer op dit blog.

 

 

Spumante

Weeks diffuse into each other like
they’re sprayed; jetted, they shoot certain:
days, times, doodles, kept appointments,
next is lull, pool, fading, flash-disperse.

I was shook and shocked by death,
chanced upon it on a winter walk,
proof of plod for miles behind me
swept in fog, a wet so thick

it blended with the snow that
settled plenty on the sand. It
was not yet daybreak, and I’d driven
miles to walk and think,

find peace in sweat and sea racket,
that ancient wise asthmatic sound.
The light took its lazy time for lifting.
In the shift I saw a darker shaping

than the gray—at two miles a boat
of some proportion, at quarter mile a whale.
Since then I’ve been lamenting,
moving as if held in gel.

At night I dream it, see it stretched
across the wrack of high tide,
belly to the stars—flung shells and gravel—
throat-part grooved, fins unflappable,

balletic flukes symmetric
in their pointing, how they fused:
all this in half-light, all this in sea dirge,
wet air matte, toned silver,

and I hunched in the hood of my parka,
God-awed before shavasana,
stilled as if the glassy eye that looked to me
had fixed me in a century of tintype.

Ah-gah-pay. I’ve only recently discovered
love of animals—well, Kili, Nan, and Rebus,
three dogs. Now I’ve partly taken leave
of language, have given incoherence due.

I know what it’s like to be mammal
filled with deepest ocean sounds:
oblivion, solitude, stillness
intermitted by quake roar,

tectonic slipping, lava fissures,
ship propellers drilling,
the human croons of whales.
There is slave in me, fat heritage,

no fluke I’m invested with hurt,
echo of the hunted, located, natural
rights redacted, meagered to resource.
All is flux as I’m collapsing

love and distance, moving through the gel,
my life, edging the canals of my city,
clomping up its hills, memory aerosol,
head in self cloud, getting Melville

as I should have, watching at him
contemplate the vista from a landlocked house,
hills becoming pods of transmigrating giants:
Greylock. Berkshire range.

There’s thirst for music in this less than solid
state. Ampless back in my office,
I knee-prop my Fender, ancient black thing.
Strum it casual, weep;

suck salt in darkness, fingers guessy,
lazing up the sound. Still, something
brusque runs up me: shuddered
wood, that deep flesh shook

that makes string music fuse to you.
The thumbing further breaks the thing in me.
I know what now love is,
know tentative for sure its

incoherence, jelly analog, is mine for life.
The windows stay black and phlegmatic
as the air outside begins to heave with rain.
I hum, thumbing, fashion something of a home,

some succor, pulse quick but steady as I deep dive
to dub. With it comes the baleen
wheeze of mouth organs, plangent blue whoop.
I am dub and dub is water.

Exile, I wish you could have lived in me,
plunging, life spumante. I’d slip my hold
on you like magma shot for islands
every single time you breach.

 

2676081-27fc32b37f965c121fea8f1ac0c75260.jpg
Colin Channer (Kingston, 13 oktober 1963)

 

 

De Indiase dichter, schrijver, librettist en muzikant Jeet Thayil werd geboren op 13 oktober 1959 in Kerala. Zie ook alle tags voor Jeet Thavil op dit blog.

 

INTENTIEVERKLARING

Je lippen gaan in één zucht van zonnetje naar zelfmoord.
Je bent elke sluipschutter te snel af.
Je weet wanneer je moet gaan liggen en moet blijven liggen.
Wanneer je de deur uitgaat, triomferen of bezwijken legers door je ogen.
Je soldaten zijn van alle leeftijden, geslachten en godsdienstige gezindten.
Het enige wat ze delen is het beeld van jou
gedragen in geheime medaillons, of gebrand in hun derde, nooit knipperende oog,
of getatoeëerd in de oksel, op de haargrens en tussen de tenen.
Als je een blik werpt op jezelf terwijl je gekust wordt, rukt de spiegel zijn eigen ogen uit,
want geen enkel ander beeld zal ooit nog goed genoeg zal zijn.
Je wordt gekust en nog eens gekust. Je wordt altijd gekust.
Je wordt wakker met een kus en valt ermee in slaap. Daartussen: kussen.
Je zegt je dromen met een verrukte, zachte stem
die hoort tot de andere wereld.
Je stiltes zijn ijzig, de ouderdom smelt zijn vasteland vast aan je adem,
met je tranen eindigen seizoenen.
Soms, op een roltrap, als je praat tegen jezelf,
laten je ongehoorde woorden een vreemde verdrietig stoppen.
Je macht is duurzaam en biologisch afbreekbaar.
Je groen blijft langer goed dan plastic.
Je vond de elektriciteit uit. De netwerken behoren aan jou toe.
Ze bazuinen je lof, zichtbaar vanaf ruimteschip en satelliet.
Wanneer je de stad ontvlucht, zegt de wind in de straat je naam.
Ah, zegt hij. Kang. Sha.
Niemand ontsnapt aan je invloed.
Eens, in mijn waanzin, probeerde ik het, maar het gras versperde me de weg.
En de sterren zwierven uit hun hokken.
En God ademde uit.
En de wereld was alle geloof verloren.

 

Vertaald door Jabik Veenbaas

 

2676081-55662ac18e13ae28c9caef95e7620e7f.jpg
Jeet Thayil (Kerala, 13 oktober 1959)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 13e oktober ook mijn blog van 13 oktober 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:26 Reageer op dit bericht

NoViolet Bulawayo, Eugenio Montale

De Zimbabwaanse schrijfster NoViolet Bulawayo (pseudoniem van Elizabeth Zandile Tshele) werd geboren op 12 oktober 1981 in Tsholotsho, Zimbabwe. Zie ook alle tags voor NoViolet Bulawayo op dit blog.

Uit: Hitting Budapest

“We are on our way to Budapest: Bastard and Chipo and Godknows and Sbho and Stina and me. We are going even though we are not allowed to cross Mzilikazi Road, even
though Bastard is supposed to be watching his little sister Fraction, even though Mother would kill me dead if she found out; we are just going. There are guavas to steal in
Budapest, and right now I’d rather die for guavas. We didn’t eat this morning and my stomach feels like somebody just took a shovel and dug everything out.
Getting out of Paradise is not so hard since the mothers are busy with hair and talk, which is the only thing they ever do. They just glance at us when we file past the shacks
and then look away. We don’t have to worry about the men under the jacaranda either since their eyes never lift from the draughts. It’s only the little kids who see us and try to
follow, but Bastard just wallops the naked one at the front with a fist on his big head and they all turn back.
When we hit the bush we are already flying, scream- singing like the wheels in our voices will make us go faster. Sbho leads: Who discovered the way to India? and the rest of us rejoin, Vasco da Gama! Vasco da Gama! Vasco da Gama! Bastard is at the front because he won country-game today and he thinks that makes him our president or something,
and then myself and Godknows, Stina, Sbho, and finally Chipo, who used to outrun everybody in all of Paradise but not anymore because somebody made her pregnant.
After crossing Mzilikazi we cut through another bush, zip right along Hope Street for a while before we cruise past the big stadium with the glimmering benches we’ll never sit on, and finally we hit Budapest. We have to stop once, though, for Chipo to sit down because of her stomach; sometimes when it gets painful she has to rest it.
When is she going to have the baby anyway? Bastard says. Bastard doesn’t like it when we have to stop doing things because of Chipo’s stomach. He even tried to get us
not to play with her altogether.
She’ll have it one day, I say, speaking for Chipo because she doesn’t talk anymore. She is not mute-mute; it’s just that when her stomach started showing, she stopped talking. But she still plays with us and does everything else, and if she really, really needs to say something she’ll use her hands.”

 

2675899-93404e8c72c8c5cad12a7a73d17849b2.jpg

NoViolet Bulawayo (Tsholotsho, 12 oktober 1981)

 

 

De Italiaanse dichter Eugenio Montale werd geboren in Genua op 12 oktober 1896. Zie ook mijn blog van 12 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Eugenio Montale op dit blog.

 

Portami il girasole ch’io lo trapianti

Breng mij de zonnebloem opdat ik haar
in mijn brak land verplant, en haar gezicht
de hele dag felgeel en smachtend naar
de azuren hemelspiegel staat gericht.

Wat duister is zoekt steeds naar klare lijnen,
lichamen kwijnen, vloeien weg en gaan
in tinten op, en deze in klank. Verdwijnen
is de uiterste bestaansgrond van ’t bestaan.

Breng mij de plant die heenvoert naar waar stralen
van glanzend blond opgaan in ’t vergezicht
en ’s levens geur verdampt bij ’t ademhalen;
breng mij de bloem die dronken is van licht.

 

 

Vertaald door Frans van Dooren

 

2675899-7c5fca7ba59cce56d35184c13c12e48a.jpg

Eugenio Montale (12 oktober 1896 – 12 september 1981)
Portret door Carlo Levi, 1941

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 12e oktober ook mijn blog van 12 oktober 2023 en ook mijn blog van 12 oktober 2018 en ook mijn blog van 12 oktober 2017.



Geschreven door Romenu om 16:56 Reageer op dit bericht

Christoph Peters, Daniel Falb

De Duitse schrijver Christoph Peters werd geboren op 11 oktober 1966 in Kalkar. Zie ook alle tags voor Christoph Peters op dit blog.

Uit: Der Sandkasten

“Er bewegte sich anonym durch die Stadt, auch wenn Hunderttausende seine Stimme kannten. Da er beim Radio und nicht beim Fernsehen arbeitete, wusste keiner, wie er aussah, zum Glück. Wiederum war er nicht auffällig geworden, hatte niemanden bei offenem Mikrofon beschimpft oder beleidigt, war nicht schreiend Amok gelaufen, weder im Sender noch auf der Straße, obwohl ihm danach zumute gewesen wäre, aber dazu hätte es einer Kraft bedurft, die ihm schon lange abging. Wenn bekannt wurde, was er dachte, wirklich dachte, einfach weil er wusste, was er wusste, wäre es trotzdem vorbei. Tag für Tag rechnete er mit dem finalen Shitstorm aus den Dunkelkammern des Internets, Folge einer unbedachten Bemerkung zwischen fünf und acht in der Frühe, die von unzähligen Leuten gehört worden wäre, während sie sich Kaffee brühten, die Lippen schminkten, eine Krawatte banden. Bevor die Empörung überkochte, waren sie vielleicht dankbar für den Aufreger, lachten kurz, dann blieb ihnen das Lachen im Hals stecken, sie schämten sich, die Scham wurde Wut. Die Empfindlichkeiten nahmen beängstigende Ausmaße an in letzter Zeit. Trotzdem musste er täglich aufs Neue versuchen, einen dieser abgeordneten Phrasendrescher, aalglatten Verbandssprecher, schmierigen Sportfunktionäre mit Hinterhalten, Provokationen aus der Reserve zu locken, ihnen klare, am besten entlarvende Antworten zu brennenden, heiklen oder auch einfach belanglosen Themen zu entlocken. De facto kamen ihm die meisten Themen belanglos vor nach über zwanzig Jahren beim Funk. Siebenstädter hatte schon alles gehört, aber in regelmäßigen Abständen schwappten die immer gleichen Geschichten als dritter, vierter, fünfter Aufguss ein weiteres Mal hoch. An den Strukturen änderte sich nichts, die Verfilzungen bestanden seit Jahrzehnten, Jahrhunderten, vermutlich seit Beginn der Menschheitsgeschichte. Er riss sich zusammen, am Mikrofon genauso wie jetzt auf dem Heimweg, später zu Hause. Ein falsches Wort und die Meinungsgülle, abgesondert von Leuten, die sonst nichts zu tun hatten, würde sämtliche Kanäle fluten. Schnell hätte jemand ein Foto von ihm aufgetrieben, Google kannte längst jedes Gesicht, binnen Stunden würde es sich verbreiten, dann gehörte es der Vergangenheit an, das Leben, in dem er sich eingerichtet hatte, mehr schlecht als recht, aber dennoch auf Dauer. Es folgten verlogene Distanzierungen des Chefredakteurs, des Intendanten, selbstmitleidige Entschuldigungen, dass man sich habe täuschen lassen. Sicher würde auch Reisiger, der die Morgensendung im Wechsel mit ihm moderierte, ihm in den Rücken fallen.”

 

2675704-bf950e09eba200c8036e44ac5a4e0660.jpeg

Christoph Peters (Kalkar, 11 oktober 1966)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Daniel Falb werd geboren op 11 oktober 1977 in Kassel. Zie ook alle tags voor Daniel Falb op dit blog.

 

 

de herkenning van onbekende diersoorten en hun berijders in kaki…

de herkenning van onbekende diersoorten en hun berijders in kaki….. verspreid dat
als meerlingen, magische handelingen als liefdesvuur.

…………………..………….de enige ontmoeting met mijn beste vriend. het wachten
op een voorwerp hoort bij hem. dat wat

de ongeleerd blijvende arbeid betreft………… de shar-pei, door een wals overreden,
komt knorrig weer overeind.

zolang het ongeschreven leven duurt in zijn wetmatigheid. minutiae hebben slechts
een onbestemd ogenblik nodig voor hun pop-up.

je vingerafdruk van je vingers vegen………………………… op de gewenste breuklijn
zou je met je mond drin¬ken.

……………….…de omliggende toppen spiegelen zich erin. nog wat in de ongedekte
machtswellust staan. en dan dezelfde,

alleen in verschillende tijden vallende tred van de shar-pei……..…. paarse palmen,
door een cycloon gebogen. je licht me je notie van geluk toe.

 

 

Vertaald door Ton Naaijkens

 

 

2675704-67f03b6d3e8d22bcb72d863c292153be.jpg

Daniel Falb (Kassel, 11 oktober 1977)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 11e oktober ook mijn romenu blog van 11 oktober 2018 en ook  mijn blog van 11 oktober 2017 en eveneens mijn blog van 11 oktober 2015 deel 2.




Geschreven door Romenu om 11:46 Reageer op dit bericht

Menno Wigman, Tadeusz Różewicz

De Nederlandse dichter en vertaler Menno Wigman werd geboren in Beverwijk op 10 oktober 1966. Zie ook alle tags voor Menno Wigman op dit blog.

 

 

Eindpunt

In bed. De tijd waait weg.
Alleen mijn sigaret en ik.

Hoe komt het toch dat ik,
die sta en val op een gedicht

waarin de wereld feller is,
soms dagen lang niet leven kan?

Ik kan niet leven met gemis
en als ik bij Larissa blijf

verlies ik tijd. Tot aan mijn dood
zal ik mijn grootste vijand zijn.

 

 

Lichaam, mijn lichaam

Lichaam, mijn lichaam, hoeveel handen
van hoeveel vreemden kreeg je op je af?

Ooit was de dood een klamme kappershand.
Toen kwam de vrieskou van een stethoscoop.

Weer later brak je in een tandartsstoel
of zat een valse leerkracht aan je hoofd.

En dan die metro’s met dat drukke vlees,
dat restvolk dat als vissen langs je gleed

in winkels, liften, stegen en coupés,
lichaam, mijn lichaam, denk toch aan de geur

van eerste kamers en verliefde lakens,
de lente die het in ons werd. Want wij

zijn bang. En angst duurt soms een lichaam lang.
Straks lig ik daar en wordt mijn haar gekamd.

 

 

Sluipwesp

Een wesp, een sluipwesp, pal onder mijn glas,
die zomer dat ik niks te vrezen had.
Zijn onbeholpen dood in mijn cognac
en ik die nog in vrijheid was. Luister:
ik zag een schilderij waarop doodleuk

een mes was neergelegd en vroeg me af
of die schilder nooit aan gekken had gedacht.
Luister: ik had een vrouw die handen had,
twee handen met een onbeheersbaar gat.

Dus stal ik wel eens wat. Of brak ik in.
Geen woord over die nacht dat ik was betrapt.
Natuurlijk kwam dat mes niet echt van pas.

Hier spreekt een dapper hoofd vol dom verdriet
dat zestig maanden tegen glas aan vliegt.

 

 

2675624-3c507f03f1a3240ec8556657ba40a874.png

Menno Wigman (10 oktober 1966 – 1 februari 2018)

 

 

De Poolse dichter en schrijver Tadeusz Różewicz werd geboren in Radomsko op 9 oktober 1921. Zie ook alle tags voor Tadeusz Różewicz op dit blog.

 

 

eerst

is er het woord
de grote vreugde van het scheppen

na het gedicht
begint
de oneindigheid

leg je oor te horen

voor de begenadigden
verandert deze
in God

maar voor de dichter
gaat de afgrond open

jaren later
wordt hij opgegraven
van modder
stof aarde ontdaan

een steen uit de hemel
een meteoor
van vuur gespeend

 

Vertaald door Gerard Rasch

 

 

2675624-7c578dec37f71b52ed3c4975b099bbce.jpeg

Tadeusz Różewicz (9 oktober 1921 – 24 april 2014)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 10e oktober ook mijn blog van 10 oktober 2021 en ook mijn blog van 10 oktober 2018 en ook mijn blog van 10 oktober 2017 en eveneens mijn blog van 10 oktober 2015 deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 16:46 Reageer op dit bericht

Herman Brusselmans, Tadeusz Różewicz

De Vlaamse schrijver Herman Brusselmans werd geboren in Hamme op 9 oktober 1957. Zie ook alle tags voor Herman Brusselmans op dit blog.

Uit: De promotie

“Toen ik ongeveer in het midden zat van m’n eerste gedicht, getiteld `De zomer van ’91’, werd m’n zoontje wakker en begon leuk te brabbelen, en kwam m’n vriendin binnen, die niet over de blauweregen repte, maar wel zei: ‘Wil jij de vaatwasser uitruimen?’ Zij haalde ons zoontje uit het park en knuffelde hem, en ik liep naar beneden om de vaatwasser uit te ruimen. De tweede helft van ‘De zomer van ’91’ zou ik later wel schrijven. Een vaatwasser moet nu eenmaal uitgeruimd worden, en het is niet altijd een vrouw die dat moet doen. Dat is althans, als feminist, m’n mening. De tweede helft schreef ik uren later, terwijl m’n vriendin op de bank in slaap gevallen was, en ons zoontje genoot van z’n nachtrust in z’n kamer boven. Ik vond ‘De zomer van ’91’, voor zover ik er verstand van had, geen mis gedicht. Soms rijmden een paar woorden met elkaar, soms Set. Wat ik er leuk aan vond was dat m’n moeder erin voorkwam, in haar mythische bloemetjesjurk. In de zomer van ’92 zou ze overlijden, het ergste nekschot in m’n leven tot dan toe. De dag daarna was Michael, zoals ons zoontje heet, naar de crèche, en was Thera, de naam van m’n vriendin, gaan zwemmen in het Van Eyck-zwembad. Ik zette me aan het schrijven van het tweede gedicht, getiteld te doelman van Dikkelvenne’. Dat kwam zo: eerder die dag was ik naar de Poolse winkel geweest, waar alle producten inderdaad in het Pools zijn gelabeld en belettend. Ik zou enige zakjes nat voer voor onze hond Bert kopen. Dat deed ik. Op weg naar de kassa werd ik staande gehouden door een man met een baard, die zei: `Wie we hier hebben, Walter Waterschoot, ik zag je laatst nog op tv.’ Ik zei dat ik dat niet was, maar wel iemand die erg op mij leek, de imitator Ferdy Smal. ‘Ach zo,’ zei hij, ‘ja, iedereen heeft wel een dubbelganger.’ Hij ging door met lullen en tijdens deze monoloog kwam ik aan de weet dat hij havenarbeider was, dat hij in Zomergem woonde, dat hij speciaal naar Gent en deze winkel kwam om Poolse worst te kopen, volgens hem de beste worst ter wereld, en dat hij voetbalde, als doelman van het elftal van het dorp Dikkelvenne. Tevens zei hij dat z’n vrouw gestorven was aan longkanker en dat ze nooit een sigaret had aangeraakt. Ik condoleerde hem, waarop hij zei: ‘Ze deugde niet. Ik heb om haar geen traan gelaten.”

 

 

Herman Brusselmans (Hamme, 9 oktober 1957)

 

 

De Poolse dichter en schrijver Tadeusz Różewicz werd geboren in Radomsko op 9 oktober 1921. Zie ook mijn blog van 9 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Tadeusz Różewicz op dit blog.

 

 

GOUDEN BERGEN

Voor het eerst
zag ik bergen
toen ik zesentwintig
was

Ik lachte niet
ik schreeuwde niet
in hun aanschijn
sprak ik op fluistertoon

Toen ik thuiskwam
wilde ik vertellen
aan moeder
hoe bergen eruitzien

Het was een ingewikkeld verhaal
’s nachts
ziet alles er anders uit
ook bergen en woorden

Moeder zweeg
misschien was ze in slaap gevallen
van vermoeidheid

In de wolken
groeide de maan
de gouden berg
van arme mensen

 

 

Vertaald door Karol Lesman

 

 

Tadeusz Różewicz (9 oktober 1921 – 24 april 2014)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 9e oktober ook  mijn blog van 9 oktober 2018 en ook mijn blog van 9 oktober 2017 en eveneens mijn blog van 9 oktober 2016 deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:00 Reageer op dit bericht

Nobelprijs voor Literatuur 2025 voor László Krasznahorkai

 

Nobelprijs voor Literatuur 2025 voor László Krasznahorkai

 

De Hongaarse schrijver en scenarist László Krasznahorkai krijgt dit jaar de Nobelprijs voor Literatuur. De prijs wordt in december uitgereikt in Stockholm. László Krasznahorkai werd geboren in Gyula op 5 januari 1954. Zie ook alle tags voor László Krasznahorkai op dit blog.

Uit: Oorlog en oorlog (Vertaald door Mari Alföldy)

“Niemand had hem gevraagd om te praten, zij wilden dat hij hun  zijn geld zou geven, maar hij gaf het hun niet, hij zei dat hij geen geld had, en hij begon te praten, eerst hakkelend, later steeds vloeiender en ten slotte onstuitbaar, maar hij praatte dus, omdat hij zichtbaar geschrokken was van de ogen van die zeven kinderen, of, zoals hij zelf later uitlegde: omdat zijn maag ineengekrompen was van angst, en als de angst zijn maag samendrukte moest hij, zo zei hij, altijd praten, en aangezien die angst nog steeds niet geweken was, omdat hij niet kon weten of zij een wapen bij zich hadden, werd hij steeds verder meegesleurd door de stroom van het praten en in die stroom wilde hij hun nu alles vertellen, eindelijk alles aan iemand vertellen, want sinds hij – en wel op het allerlaatste moment! – was begonnen aan ‘de grote reis; zoals hij het noemde, had hij met niemand een woord gewisseld, geen woord, want hij vond het te gevaarlijk, en er was ook niemand om mee te praten, aangezien hij onderweg weinig kans had om mensen te ontmoeten die ongevaarlijk waren of voor wie hij niet bang hoefde te zijn; voor hem was namelijk niemand ongevaarlijk genoeg, en hij moest voor iedereen bang zijn, want hij zag, zo zei hij aan het begin, in iedereen dezelfde persoon, iemand die rechtstreeks of op de achtergrond in verbinding stond met zijn achtervolgers, iemand die intensief of oppervlakkig, maar onmiskenbaar contact had met diegenen van wie hij meende dat ze van elke stap op de hoogte waren die hij zette, maar hij was sneller, vertelde hij later, hij was hun altijd ’ten minste een halve dag’ voor, maar de prijs die hij betaalde voor de vluchtige overwinningen met betrekking tot de tijdstippen en de plaatsen was dat hij met niemand een woord kon wisselen, echt niet één, pas nu kon dat, uit angst, terwijl hij onder de natuurlijke druk van de angst inging op steeds belangrijker terreinen van zijn leven, waarbij hij vertrouwelijk en steeds vertrouwelijker werd en hun diepe en steeds diepere inzichten verschafte, met het doel om hen daarmee om te kopen en hen voor zich te winnen, om de aanvaller in hen uit zijn aanvallers weg te spoelen en hen alle zeven ervan te overtuigen dat iemand zich hier niet alleen had overgegeven, maar door die overgave zijn aanvallers als het ware tegemoet was getreden.”

 

 

László Krasznahorkai (Gyula, 5 januari 1954)
Geschreven door Romenu om 17:45 Reageer op dit bericht

Alexis de Roode, Arne Rautenberg

De Nederlandse dichter Alexis de Roode werd geboren op 8 oktober 1970 in Hulst. Zie ook alle tags voor Alexis de Roode op dit blog.

 

Indachtig G. Reve

Nu de Gedroomde in de Nacht is
die voor eeuwig lichtloos gloeit
heb ik mijn laatste vader verloren.

Zo eindigen profeten: zwijgend
in verpleegtehuizen,
aan tafels van kunststof tegen het morsen,
met straffen van twee tot vijf jaar.
Niemand nadert ongeschonden
tot het aangezicht van God.

Bij wie kan ik mijn onschuld pleiten?
Hem heb ik nog nooit gezien,
noch ook enig bewijs
van Zijn bestaan,

maar dat is waarschijnlijk wederzijds.
Het gras wordt gemaaid,
een geur stijgt op.

 

Het is te laat voor brieven.

 

 

Beeld in genade ontvangen

Ze tuimelt voorover in mijn dag,
een onhandige dienstmaagd
die over haar eigen voeten struikelt,
die dienbladen op de grond laat kletteren
en verlegen in de deuropening staat,
wachtend op het tij van onze grillen.

Verbijsterd kijkt ze toe hoe mensen sterven
en huizen verkruimelen, staat met de scherven
van het 206-delig theeservies aan haar voeten,
veegt de boei hoofdschuddend bij elkaar,
zij weet ook niet waarom alles zo kort duurt,
het huis is opgeruimd maar nooit voor lang.

Ze zou wel eens huilend op haar kamertje willen blijven
en twee hele dagen lang geen pap eten, maar dat kan niet
want voortdurend worden er baby’s geboren
en planeten geschapen waar ze voor redderen moet,

dus rent ze weer door de gang, struikelend over haar voeten,
zwetend in haar boezeroen, met vochtige strengetjes haar langs de oren,
mompelend ogottegottegottegot, o gottegottegottegot.

 

 

Singel

Met dank aan Jan Engelman en Marga Klompé

O singel weer rond
O cirkel weer dicht
O water weer open
Slaap zacht, Catharijnebaan
die we eindelijk mochten slopen.

Een nazi bedacht het
J. Kuiper volbracht het
De Ranitz verachtte
de volkswil en dempte de gracht.
Zo begon de lange wacht.

De stad draagt nu een ring.
De allereerste zilverwinde
zwom reeds de grote kring
en werd goddank niet opgevist; haar staartje
heeft vijftig jaar uitgewist.

 

2675301-f6c198f7688a8da731eabcd66a837387.jpg
Alexis de Roode (Hulst, 8 oktober 1970)

 

 

De Duitse dichter, schrijver en kunstenaar Arne Rautenberg werd geboren op 10 oktober 1967 in Kiel. Zie ook alle tags voor Arne Rautenberg op dit blog.

 

 

doel

het doel is dat
waarheen het zich ontwikkelt
goed dan wel slecht, alleen
met zijn tweeën, het doel
is waarvan
zoveel sprake is
van wijn en schijn, van
geld en goud, van
tol en wereld
het doel is datgene waardoor
men verstrikt raakt
littekens krijgt, verliefd
in cirkels rent,
geld en goed zoekt
dat sommigen nog van
het leven scheidt, schurken,
idioten en faillissement
afhandelaars luisteren
in de verte brullen
sappelmensen doel
doel, tepels doel
het doel is dat
wat er aan gewicht te
veel is

 

Vertaald door Frans Roumen

 

2675301-aabff50883ad06082a4242cbf839497d.jpg
Arne Rautenberg (Kiel, 10 oktober 1967)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 8e oktober ook mijn blog van 8 oktober 2018 en ook mijn blog van 8 oktober 2017`.


Geschreven door Romenu om 16:23 Reageer op dit bericht

Simon Carmiggelt, Arne Rautenberg

De Nederlandse schrijver en dichter Simon Carmiggelt werd geboren op 7 oktober 1913 in Den Haag. Zie ook alle tags voor Simon Carmiggelt op dit blog.

Uit: Onze vriend uit Oslo (Uit: Mag ’t een ietsje meer zijn)

“Het was John Barrymore die eens zeide: ‘Een vrouw kan drie dingen maken uit niets: een slaatje, een hoed en ruzie.’ Het vierde is zonder de geringste twijfel een cocktailparty. Te Rome was ik weer eens in de gelegenheid deze verticale ontspanning te beoefenen. Merendeels buitenlandse gasten hadden zich verenigd ten puissanten huize van een heer, die in het hart van de kwestie, stond te kijken als een boeiende persoonlijkheid, voor wie hem wist aan te snijden. Zijn echtgenote, die wij op een moeilijk levenstijdstip aantroffen, dwarrelde gastvrouwelijk rond en sloeg fonteinen geestdrift uit een rots van wanhoop. Men nipte aan verversingen, zoals vorstelijke personen maar niet kunnen laten het noenmaal te gebruiken. Er heerste een stemming van wellevend verbeten verveling.
‘Ah – en u is onze jonge vriend uit Oslo,’ kwam de gastvrouw tegen mij roepen. Ze had het al een keer éérder gedaan, maar mijn rectificatie was blijkbaar niet tot haar doorgedrongen.
‘Nee nee, uit Amsterdam,’ zei ik, op een toon of het maar een enkel breedtegraadje scheelde.
‘Ach, natuurlijk…’
Zij verdween weer in de menigte, mij overlatend aan een windstille heer op leeftijd, die als een uitgedwarreld blad in het leven lag, en mij aankeek of ik zijn twaalfde bord balkenbrij was. ‘How’s your king?’ vroeg hij eindelijk.
‘We have no king,’ zei ik.
Hij zweeg ontmoedigd.
‘We have a queen,’ sprak ik, om hem tegemoet te komen.
‘Is that so…’ vroeg hij gehinderd, of ik hem lastig viel met lootjes op een rookworst. Daarop begaf hij zich neuriënd naar elders.
Toen ik mijn glas ging neerzetten op een grote tafel, waar verscheidene personen de moeilijke spitzendans om de eetwaren uitvoerden, rees de gastvrouw weer op en riep met een nauwelijks gehavende glimlach: ‘Ah – en daar is onze jonge vriend uit Oslo!’
Zij stond in een groepje gezonde mannen, die keken of ze het onbetaalbaar vonden, daar vandaan te komen. Even wilde ik mijn rectificatie weer plaatsen, maar opeens leek het me een beetje querulant, het aldoor beter te willen weten.
‘Yes…’ zei ik en nam een nieuw glas van haar aan.”

 

 

Simon Carmiggelt (7 oktober 1913 – 30 november 1987)

 

 

De Duitse dichter, schrijver en kunstenaar Arne Rautenberg werd geboren op 10 oktober 1967 in Kiel. Zie ook alle tags voor Arne Rautenberg op dit blog.

 

 

op het januaristrand

vandaag zag ik geen bloesem, geen fruit
vandaag liep ik over het verbleekte strand

het constante schemerlicht
de zon ijzig in haar ondergang

zwijgend volgde ik de kribben
verloor tijd en verdwijnpunt

half intact lag een enorme zeehond bij de vloedlijn
de waanzinnige grijns van zijn skeletachtige schedel

zijn scherpe tanden bekeek ik aandachtig, bewakers
van een euforisch opengesperde doodsbek

louter afdrukken van meeuwenpoten eromheen
ook mijn eigen spoor zag ik en draaide me om

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 

Arne Rautenberg (Kiel, 10 oktober 1967)

 

 

Zie voor de schrijvers van de 7e oktober ook mijn blog van 7 oktober 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:27 Reageer op dit bericht

Victor Vroomkoning, Horst Bingel

De Nederlandse dichter Victor Vroomkoning (pseudoniem van Walter van de Laar) werd geboren op 6 oktober 1938 in Boxtel. Zie ook alle tags voor Victor Vroomkoning op dit blog.

 

Wijding

De kaarsen die zij in de grond
stak, bakenden hun graf af, wees
zij hem hun ruimte in de dood.

Ze zouden op het zuiden liggen
met hun hoofden vol geluiden van
de vogels in de oksels van het kerkje,
aan de noordkant lag nog sneeuw.

Ze dronken Hemawijn uit plastic
bekers, vlochten ijzerdraad tot
ringen, beurden chips als heilig
brood, neurieden Latijnse dingen.

Dronken wordend strekten zij zich
in het mos uit, hielden eikaars
adem in, vergingen. Gingen.

 

 

Recessie

Met verliefdheden gaat het
als met je leven: ze willen
steeds minder lukken. Hoe
veelbelovend begonnen ze:
evenwichtsstoornissen, braak-
neigingen, smachtelijke blik
op de nachtelijke eeuwigheid,
scherp besef van god, samen
dood willen, daarna alleen,
langzaam herstellen, weer
bomen en struiken zien staan,
je vrouw, dat nam toch gauw
een paar maanden tot een jaar.

Gaandeweg steeds minder ongelukkig
geluk, alles bij elkaar twee
weekjes, je blijft er noemenswaardig
goed uitzien, let te snel weer op
je kinderen. Verliefdheid niet
veel meer dan een onschuldige
aandoening: even erdoor van streek,
je schraapt je keel, snuit je neus,
simuleert wat snikken en gaat over
tot de orde van het huwelijk.

 

 

Tocht

Zijn slapen sneeuwen in.
Naast hem in hun wagen
geeft zij hem niet veel
meer dan een jaar

voordat zijn boordwit door-
loopt in de berm
van zijn haar.

Houdt zij het stuur
dan gluurt hij naar
haar perkamenten vel,
het stikwerk van pigment.

Naar nieuwe verten onderweg
ontkomen zij steeds minder
aan het oude, zeer nabije

tot één de bocht vindt
om te missen, de einders
tegemoet.

 

 

2674978-7fa8b355e884d6f286b1b0499d7b8005.jpg

Victor Vroomkoning (Boxtel, 6 oktober 1938)

 

 

De Duitse dichter, schrijver, graficus en uitgever Horst Bingel werd geboren in Korbach op 6 oktober 1933. Zie ook alle tags voor Horst Bingel op dit blog.

 

 

Liberté

In je adem, de
kou, verbroedering in de
roes van de wijn,
de operette, je
favoriet
in je oor,
Fledermaus.
Kou
verwarmt.

Sterker dan kou,
scheidt de smaak
rode en witte
bessen:
quelle différence
de bouquet
warme en
koude Marseillaises.

Ik hou
van je, op
het internet, de
kus verborgen, een
enkele fureur
tussen twee
paar lippen, op
de tong, de
égalité

Ik heb
geen strafhof
nodig in Den Haag .
Fraternité, in de
wagon-lit. Patina.
In de regenboog, altijd
lachende mensen, de
fata morgana
liberté.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 

2674978-c0097c799306dc90a88037925edcf932.png

Horst Bingel (6 oktober 1933 – 14 april 2008)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 6e oktober ook mijn blog van 6 oktober 2021 en ook  mijn blog van 6 oktober 2018 deel 1 en eveneens deel 2.



Geschreven door Romenu om 16:35 Reageer op dit bericht

John Taggart, Roberto Juarroz

De Amerikaanse dichter en criticus John Taggart werd geboren op 5 oktober 1942 in Guthrie Center, Iowa. Zie ook alle tags voor John Taggart op dit blog.

 

All the Steps (Fragment)

21
Don’t break it be made to climb all the steps
we don’t break it we’ll be made to climb all the steps.

22
Ant on the floor the small ant on the kitchen floor
the small ant anticipates by sound or shadow.

23
Light turns out in the kitchen when somebody pulls on the string
those gathered not able to anticipate the danger.

24
If we had only stayed in the school of the prophets
in the school of the prophets who catch thoughts from words.

25
Ant on the floor the small ant on the kitchen floor
those gathered not able to anticipate the danger.

26
Those who are gathered are fondled and taken by the hand
taken by the hand and made to climb all the steps.

27
Perfectly built fort bound to make the community unhappy
bound to make those in the community unhappy.

28
What really kills me is standing in the need of prayer
I’m standing in the need of jokes that come back.

29
Standing in the need of prayer in a perfectly built fort
bound to make you unhappy bound to make me unhappy.

30
Not broken the habit of prayer not been broken
those who are gathered better learn how to cure their wounds.

 

 

2674764-f2cee6a0acb99e4468e52e0ac939f57a.jpg
John Taggart (Guthrie Center, 5 oktober 1942)

 

 

De Argentijnse dichter, essayist en literatuurwetenschapper Roberto Juarroz werd geboren in Coronel Dorrego op 5 oktober 1925. Zie ook alle tags voor Roberto Juarroz op dit blog.

 

 

ELFDE REEKS. 1. 3

Een tekst die de buitenlucht verdraagt,
in de zon kan worden gelezen of in de regen,
in de schreeuw of de nacht,
in de naakte tijd.

Een tekst die de oneindigheid verdraagt,
de kieren die zich verspreiden als stuifmeel,
het meedogenloze lezen van de goden,
het ongeletterde lezen van de woestijn.

Een tekst die de buitenlucht
totaal weerstaat.
Een tekst die zelfs gelezen kan worden
in de dood.

 

Vertaald door Mariolein Sabarte Belacortu

 

 

2674764-3c2ee0d1b7818adef73853c881c662b7.png
Roberto Juarroz (5 oktober 1925 – 31 maart 1995)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 5e oktober ook mijn blog van 5 oktober 2018 en ook mijn blog van 5 oktober 2017 en eveneens mijn blog van 5 oktober 2014 deel 2.

Geschreven door Romenu om 11:40 Reageer op dit bericht

De hond (Jan van Nijlen), Willem Jan Otten, Roberto Juarroz

 

 

 

2674645-41dcda9afeb675941bce64d1a3aa1187.jpg

Pomeriaan teefje en puppy door Thomas Gainsborough, 1777

 

 

De hond

Pas uit de hand des Scheppen losgelaten
beruikt hij in het gras een zedig dier
en blaft ‘wat doet dit vreemde mormel hier?’
rent snuivend verder, dwaas en uitgelaten,
toeft bij de zuilen van een olifant,
holt dan maar door, langs boom en struik en heester,
als zocht hij in dit onbekende land
het verse spoor van zijn verloren meester.

 

 

2674645-21e5431719f2c77d36b7cda9c489bcde.jpg

Jan van Nijlen (10 november 1884 – 14 augustus 1965)
Ingang van de dierentuin in Antwerpen, de geboorteplaats van Jan van Nijlen

 

 

De Nederlandse schrijver en dichter Willem Jan Otten werd geboren in Amsterdam op 4 oktober 1951. Zie ook alle tags voor Willem Jan Otten op dit blog.

 

Een arm die nooit op hem lag

Zij is op reis maar uit de eerste morgen
van ons levenslange leven in één leven
daar kwam uit mijn doezel opgeweld haar arm,
vederduiflichtdalende gevleid op mij.
Ik sliep beslist en iets sprak door mij heen
en zei: je leven is van mij. Maar nu was zij
niet eens in bed, toch sprak het met een stem:
je leven is van mij. Geen juk zo licht
als van degeen die, met haar arm op mij, dit zei.

 

 

De ene tel

Toen mijn vader bijkwam uit de coma 
volgend op gestorven zijn
en weer pneumatisch teruggebeukt 
waarbij zijn borstbeen werd gekraakt, 
heeft hij mij tijdens een bezoekuur 
plotseling verteld dat daar, 
waar hij dus niet meer was,
maar aangekomen was hij evenmin, 
dat daar een koor geklonken had.

Een koor, jawel.
Gemengd. Onzichtbaar.
Maar het zong.

Zelfs hij, die alle muziek
bij naam en toenaam kende,
wist niet wie zongen,
noch de componist.
Toch kende hij het stuk.

Het klonk, en hij begreep
dat hij alleen maar op moest letten 
wachtend op de ene tel 
waarop hij in kon vallen.

Aller ogen, zei hij,
waren nu op mij gericht,
ik kende de muziek

en voelde hoe de ene tel
mij naderde – de ene rust

waarin mijn inzet werd verwacht, 
en ja, deed ik het niet –

Hij keek me met opgetrokken schouders aan, 
verontschuldigend.
Ik had niet ‘en?’ gezegd.

De apparaten van Intensive Care
zoemden een tel rust.
Toen zei hij glimlachend
ik heb het niet gedaan.

Ach, goede moordenaar,
niet hedenavond, nee,
al gisteren ben jij
in het koninkrijk gegaan,
jij wachtende op de voorgoed
jou naderende tel.

 

 

2674645-173a6857d2995c652aa4b8f6e3b15c3c.jpg

Willem Jan Otten (Amsterdam, 4 oktober 1951)

 

 

De Argentijnse dichter, essayist en literatuurwetenschapper Roberto Juarroz werd geboren in Coronel Dorrego op 5 oktober 1925. Zie ook alle tags voor Roberto Juarroz op dit blog.

 

 

Achtste reeks. 72

Wat eerst uitgewist:
de schaduw of het lichaam,
het gisteren geschreven woord,
of het vandaag geschreven woord,
de donkere dag,
of de heldere dag?

Er moet een orde worden gevonden.
Het leren uitwissen van de wereld
zal ons later helpen onszelf uit te wissen.

 

 

Vertaald door Mariolein Sabarte Belacortu

 

2674645-c363d9a73756ebc1262a97a005987f4b.jpg

Roberto Juarroz (5 oktober 1925 – 31 maart 1995)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 4e oktober ook mijn blog van 4 oktober 2018 en ook mijn blog van 4 oktober 2017 en eveneens mijn blog van 4 oktober 2015 deel 2.

Geschreven door Romenu om 11:59 Reageer op dit bericht

Kira Wuck, Roberto Juarroz

De Nederlandse dichteres Kira Wuck werd geboren in Amsterdam op 3 oktober 1978. Zie ook alle tags voor Kira Wuck op dit blog.

 

Mijn oma zwemt…

Mijn oma zwemt in de winterzee
haar overvallers wilden dat niet geloven

ze had graag bij de maffia gewild
want die zorgen tenminste goed voor hun familie

toen The Bold and the Beautiful er tijdelijk mee stopte
dreigden mensen hun televisie uit het raam te gooien –
de wereld is mooier in andermans kamers

mijn oma liet het hek zien waar mijn moeder
’s nachts overheen klom
en thuiskwam met gaten in haar panty –
ze wees ernaar of het de drinkplaats van een kudde was
daarna haalde ze een schaar tevoorschijn

zwemmen is goed voor de weerstand
zouden jullie ook eens moeten doen
water verdraagt veel

 

 

Zure melk

Als de aarde is opgebrand
hoelang duurt het dan voordat er opnieuw leven ontstaat
bossen zijn teruggegroeid

eencelligen voeten krijgen
rechtop leren staan
beschutting zoeken


misschien is er voor een lange tijd
alleen heel veel zwart
doet iemand vanaf een andere planeet
met zaklampen de sterren na

 

 

Finse meisjes zeggen zelden gedag
maar ze zijn niet verlegen of arrogant.
Je hebt alleen een beitel nodig om dichtbij te komen.
Ze bestellen alleen bier voor zichzelf
reizen de hele wereld af
terwijl hun mannen thuis wachten.

Overwinteren doen ze op een bank onder de sneeuw.
Als het lente wordt laten ze zich vollopen
om de dikke laag beschaving van hun huid te krabben.
Hangen rond in bushokjes
en soms naakt in een meer.

In de nachtbus zetten ze hun tanden in de rubberen stoelleuning
als ze niet in slaap gevallen zijn.

 

2674524-43952a34e9687976f4d222f3405998a5.png

Kira Wuck (Amsterdam, 3 oktober 1978)

 

 

 

De Argentijnse dichter, essayist en literatuurwetenschapper Roberto Juarroz werd geboren in Coronel Dorrego op 5 oktober 1925. Zie ook alle tags voor Roberto Juarroz op dit blog.

 

 

ACHTSTE REEKS. 2

Ook de woorden vallen op de grond,
als vogels die plotseling dol worden
van hun eigen bewegingen,
als voorwerpen die opeens hun evenwicht verliezen,
als mensen die struikelen terwijl er geen obstakels zijn,
als poppen vervreemd door hun stijfheid.

En in dat geval bouwen
de woorden zelf een trap vanaf de grond
om weer naar het betoog van de mens te klimmen,
naar zijn gestamel
of zijn laatste woorden.

Maar er blijven er een paar liggen.
En soms vind je ze
bijna verborgen achter hun schutkleur,
alsof ze wisten dat iemand ze zou oppakken
om een nieuwe taal met ze te maken,
een taal die alleen uit gevallen woorden bestaat.

 

Vertaald door Mariolein Sabarte Belacortu

 

2674524-212e94c5b324bf2a876596ef4f0cd5e9.jpg

Roberto Juarroz (5 oktober 1925 – 31 maart 1995)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e oktober ook mijn blog van 3 oktober 2020 en evenens mijn blog van 3 oktober 2018 en ook mijn blog van 3 oktober 2017 en eveneens mijn blog van 3 oktober 2015 deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:58 Reageer op dit bericht

Dimitri Verhulst, Wallace Stevens, John Hegley

De Vlaamse dichter en schrijver Dimitri Verhulst werd op 2 oktober 1972 geboren in Aalst. Zie ook alle tags voor Dimitri Verhulst op dit blog.

Uit: Problemski Hotel

“Doe maar gewoon alsof ik er niet ben”, zei ik tegen het kind dat van de honger aan het sterven was en dat ik probeerde te fotograferen.
Ik was zenuwachtig en wou dat ik een pil te slikken had die het beven van mijn handen zou stoppen. Ergens voelde ik dat dit mijn foto zou worden. Dé foto. Die foto die mijn grote doorbraak zou inluiden, waardoor ik mijn marktwaarde kon opdrijven, die het mij zou toestaan de grote baas van Reuters te vragen of hij mij eens terug kon bellen wanneer het mij beter paste. Een fotograaf voelt zoiets. De wereldberoemde Henri Cartier-Bresson voelde het toen hij dat jongetje met de twee wijnflessen in de Parijse rue Mouffetard vastlegde, Elliot Ervitt voelde het toen die neger voor het oog ronde camera zijn rong uitstak, Alfred Stieglitz voelde het toen dat mooie meisje met de nog mooiere vingers haar jas had dichtgeknoopt op het juiste moment, en Edward Steichen had honderden kiekjes van Greta Garbo geschoten maar had nog tijdens het scheepstellen van zijn lens gevoeld: dit wordt het enige, ware, schone, ultieme portret van de godin. Hetzelfde als wat ik voelde met het uitgehongerde kind in mijn vizier. Zalig.
Op avonden die nergens voor deugen dan voor flauwekul hoor je weleens beweren dat fotografie veel, zo niet alles met geluk van doen heeft. En dan beginnen ze over de maker van de foto die iedereen kent: het naakte meisje, verbrand, rennend met de armen open. Christus met een kut. Als de fotograaf niet toevallig op de plaats van het napalmbombardement was geweest, zo redeneren ze, dan had hij nooit die foto kunnen schieten en dus heeft het te maken met geluk. Tja. U gaat toch niet mopperen dat ik het geluk had dat er voor mijn ogen een kind lag te creperen? Ik had dat geluk niet. Ik had dat talent. Zoals Robert Capa het talent had, de neus had, met zijn camera op de plaats te zijn waar een soldaat de hersenen uit de kop werden geschoten. Geluk, zeggen bergbeklimmers die een moordende steenlawine op drie centimeter van hun smikkel zagen voorbijrazen, geluk is op den duur een kwestie van bekwaamheid. ik weet dat ze daar gelijk in hebben.
Dat stervende kind dat ik wou fotograferen, ik moet daar eerlijk in zijn, vormde een dramatisch en artistiek keerpunt in mijn leven. Het bekeerde mij tot de kleurenfotografie. Als student was ik opgeleid in de traditie van de zwartrotfotografie. Een kleurenfilmpje, dat werd omzeggens alleen gekocht voor vakantiekiekjes en huwelijksreportages.”

 

Dimitri Verhulst (Aalst, 2 oktober 1972)

 

De Amerikaanse dichter en essayist Wallace Stevens werd geboren op 2 oktober 1879 in Reading, Pennsylvania. Zie ook mijn blog van 2 oktober 2010 eneveneens alle tags voor Wallace Stevens op dit blog.

 

 

Sunday Morning

VII

Supple and turbulent, a ring of men
Shall chant in orgy on a summer morn
Their boisterous devotion to the sun,
Not as a god, but as a god might be,
Naked among them, like a savage source.
Their chant shall be a chant of paradise,
Out of their blood, returning to the sky;
And in their chant shall enter, voice by voice,
The windy lake wherein their lord delights,
The trees, like serafin, and echoing hills,
That choir among themselves long afterward.
They shall know well the heavenly fellowship
Of men that perish and of summer morn.
And whence they came and whither they shall go
The dew upon their feet shall manifest.

VIII

She hears, upon that water without sound,
A voice that cries, “The tomb in Palestine
Is not the porch of spirits lingering.
It is the grave of Jesus, where he lay.”
We live in an old chaos of the sun,
Or old dependency of day and night,
Or island solitude, unsponsored, free,
Of that wide water, inescapable.
Deer walk upon our mountains, and the quail
Whistle about us their spontaneous cries;
Sweet berries ripen in the wilderness;
And, in the isolation of the sky,
At evening, casual flocks of pigeons make
Ambiguous undulations as they sink,
Downward to darkness, on extended wings.

 

Wallace Stevens (2 oktober – 1879 – 2 augustus 1955)

 

 

De Engelse dichter John Hegley werd geboren op 1 oktober 1953 in Londen. Zie ook mijn blog van 1 oktober 2010 en eveneens alle tags voor John Hegley op dit blog.

 

In een lavaveld stappen

De Fransman, Patrice, wordt voorafgegaan
door een reputatie voor het in kaart brengen en vastleggen van vulkanen
Ik heb begrepen dat het niet zijn werk is, maar zijn passie.
Terwijl ik de man ontmoet
aan een Franse eettafel
bij zijn zus, Cécile,
geeft hij te kennen dat ook ravijnen
hem en zijn camera in beweging brengen.
Ik wijs op de steile hellingen die ravijnen en vulkanen gemeen hebben.
Zijn zus wijst op een broer die altijd wankelt
aan de rand van een afgrond.
Een man op het randje.

Er wordt fruit aangeboden als dessert.
Patrice begint
de appel te schillen met zijn zakmes,
en terwijl hij het vervolgens gebruikt
om het vruchtvlees te snijden,
roept het een vergeten flits van mijn vader op.
Hij zat aan onze eettafel met zijn eigen zakmes en
gaf me gul het beste stuk
uit handen die gebarsten waren tot woeste ravijnen
en ingesmeerd met vaseline.
Pap, soms stond je op het punt om uit te barsten,
maar ondanks elk brandend pak slaag dat je me gaf,
heb ik er nooit aan getwijfeld
dat je onvoorwaardelijk
de rest van je leven zou opofferen
om mij te redden.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 

John Hegley (Londen, 1 oktober 1953)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 2e oktober ook mijn blog van 2 oktober 2024 en ook mijn blog van 2 oktober 2023 en ook mijn blog van 2 oktober 2020 en eveneens mijn blog van 2 oktober 2018.

Geschreven door Romenu om 17:07 Reageer op dit bericht

October (Robert Frost), P. N. van Eyck, John Hegley

 

 

 


October door George Inness, 1886

 

 

October

O hushed October morning mild,
Thy leaves have ripened to the fall;
Tomorrow’s wind, if it be wild,
Should waste them all.
The crows above the forest call;
Tomorrow they may form and go.
O hushed October morning mild,
Begin the hours of this day slow.
Make the day seem to us less brief.
Hearts not averse to being beguiled,
Beguile us in the way you know.
Release one leaf at break of day;
At noon release another leaf;
One from our trees, one far away.
Retard the sun with gentle mist;
Enchant the land with amethyst.
Slow, slow!
For the grapes’ sake, if they were all,
Whose leaves already are burnt with frost,
Whose clustered fruit must else be lost—
For the grapes’ sake along the wall.

 

2674216-997c255d89b62b64d146cd184d1bd094.jpg

Robert Frost (26 maart 1874 – 29 januari 1963)
San Francisco, de geboorteplaats van Robert Frost, in oktober

 

 

De Nederlandse dichter criticus, essayist en letterkundige Pieter Nicolaas van Eyck werd geboren op 1 oktober 1887 in Breukelen. Zie ook mijn blog van 1 oktober 2010 en eveneens alle tags voor P. N. van Eyck op dit blog.

 

Het ik

Troebel idool, kan ’t licht u binnendringen,
Dan zult gij, eens, zó klaar doorzichtig zijn,
Dat ik, wanneer het diep uit mij gaat zingen,
In u als heldere vorm der ziel verschijn.

Doch schim, fantoom gij, als ge, uw doel ontwijdend,
Niet haar, doch úw onschendbaarheid bewaakt,
En, blindelings tegen elk die nadert strijdend,
De citadel der ziel haar kerker maakt.

Zwaar, dan, ’t beklag als ‘Ik-die-Ik-verdedig’,
Ontwricht, ook zelf, door ’t vehement verzet,
Gij, na dat fel geweld vermoeid en ledig,
Terughaakt naar uw strenge, zachte wet.

Tot in uw binnenst zijns-besef verminderd,
Martelt u ’t maanwoord, dat ge weerloos duldt:
Nu weet gij, hoe úw toedoen God verhindert,
(Zélfs als ’t zijn tijd is!) dat hij zich onthult.

 

 

De keizer

Hoog en stil, in ’t glinsterend ijzer,
Boven volksgril – die hij haat –
Rijdt, als droomde hij, de Keizer
Dwars de davering door der straat.

Maar de spotschelm, eng ter slinker,
Schampert: “ken uw waarheid, dwaas!
Dood, die bittere verminker,
Schendt ook u tot, aanstonds, aas.”

Smaad, als roem, maakt wijzen wijzer, –
Baat de schelm zijn hete spot?
De een blijft, onverlet, de Keizer,
De andere een naamloze onder ’t rot.

 

 

Het gedicht

Eén berk, in het opene tussen de sparren,
Als een volk om zijn koning het bos om die berk,
De zon en de wind in de takken, de schaduwen
Vluchtig-bewegelijk, teder en sterk.

Ik, tot dit krachtige leven verkoren,
Treed als ontbonden door schaduw en licht,
Vrij, als de zon en de wind in de bomen,
In die stralende wereld: de Droom van ’t Gedicht.

 

 2674216-b4661508490827d0cce96edf47cc5d7f.jpg
P. N. van Eyck (1 oktober 1887 – 10 april 1954)

 

 

De Engelse dichter John Hegley werd geboren op 1 oktober 1953 in Londen. Zie ook mijn blog van 1 oktober 2010 en eveneens alle tags voor John Hegley op dit blog.

 

Foto in St. James Park

een warme lentedag aan het meer
en een jonge vrouw en man
waarschijnlijk toeristen
mogelijk Spanjaarden
die een foto van zichzelf samen wilden
gaven hun camera aan iemand
vrijwel zeker Engels
die bepaalde landgenoten
voorspelbaar zouden omschrijven
als een zeer dronken oude schooier
maar voor hen was hij slechts een voorbijganger
hij nam de camera aan
had lang nodig om scherp te stellen
en zichzelf in evenwicht te brengen
maar slaagde erin de foto te maken
en ontving oprechte dankbaarheid
van de twee
die niets afwijkends in zijn gedrag hadden gezien
en zich hem zouden herinneren
als een vriendelijke en behulpzame
Engelse heer
als hij niet met hun camera in het meer was gevallen

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

2674216-23d0f7bf85a572fff1ed5b13ea092026.jpg
John Hegley (Londen, 1 oktober 1953)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 1e oktober ook mijn blog van 1 oktober 2021 en ook mijn blog van 1 oktober 2020 en eveneens mijn blog van 1 oktober 2018 en ook mijn blog van 1 oktober 2017 deel 1 en eveneens deel 2


Geschreven door Romenu om 17:08 Reageer op dit bericht

Hendrik Marsman, Wallace Stevens

De Nederlandse dichter en schrijver Hendrik Marsman werd geboren op 30 september 1899 in Zeist. Zie ook alle tags voor Hendrik Marsman op dit blog.

Uit: Tempel en kruis

IV

Terwijl hij loopt,
ziet hij een vage maan
genesteld in den kroon
der teedre voorjaarsboomen
en merkt niet dat hij gaat
door het verlicht ravijn
dat uitmondt op ’t skelet
der zwarte kathedraal,
een monsterlijke rots,
die uit den oertijd opstijgt in den nacht.

hij denkt:
‘zonder die mastodont geen heden,
zonder de dom geen stad, zonder die spil
geen wentlend firmament,
geen dierenriem, geen babylonisch jaar
dat zijn getal in ’t aantal poorten sloeg
van ’t colosseum, en in de kralen
van den rozenkrans.’
en dralend langs het plein,
voert hij gedachteloos het roode beest
zijn avondbrieven, en ziet den melkweg
duizlen langs den trans.

V

Het was donker,
hij lag op zijn bed.
hij had het raam op den haak gezet,
opdat het getij van den nacht
door de baai van zijn kamer kon gaan
en zijn droomen stijgen en dalen
op de golven der maan,
en hij dacht:
‘hoe vaster ik slaap,
des te zwaarder slaapt het heelal,
hoe dieper ik ademhaal
hoe hooger de nacht
en het lied van den nachtegaal.
kan het zijn,
dat van Genesis af
het parabolisch Verhaal,
de Ellips der Geschiedenis –
tot het vuur van de Apocalyps
de laatste beelden verbrandt,
de luchter, het boek en het lam –
niets anders is
dan het vluchtige spiegelbeeld
van mijn slaap, tusschen droomen verdeeld?’

VI

De droomen gaan door zijn slaap
als gedrochten door het heelal;
de maan is een dier dat vergaat
in het schaamteloos wolkendal;
en hem, wien het vuur van den geest
met den beet van een schorpioen
door het glad labyrinth van de schors
in het weeke der hersenen drong
als gif in een gulzige spons,
breekt bij nacht in een doornenkroon
het zweet der gedachten uit
als een schimmel, een venuskrans.

wie legt nu een doek om zijn hoofd?
zijn schedel klopt als een wond;
maar geen zwam met edik en gal
kust den gemartelden mond.

 

Hendrik Marsman (30 september 1899 – 21 juni 1940
Collageportret door Theo Zwinderman, z.j.

 

 

De Amerikaanse dichter en essayist Wallace Stevens werd geboren op 2 oktober 1879 in Reading, Pennsylvania. Zie ook alle tags voor Wallace Stevens op dit blog.

 

The dwarf

Nu is het september
En het web geweven,
Het web is nu geweven
En je moet het aan.

De winter is gereed, je moet hem dragen,
Winterweb, wintergeweven wind,

Zomerse gedachten
Die het brein erover heenplakt
Ten spijt – lappen op een lappenpop.

De geest is nu gewrocht.
Langzaam, langzaam
Werd eraan gevlochten.

Dit is wat je bent,
Je uiteindelijke mannetje
Geweven, geweven
En hij wil nu gedragen.

Masker noch gewaad, dit
Wezen uit de vale zomer
Losgerukt, spiegel van de kou, komt zitten

Thuis naast je lampje:
Slokken van je glaasje,
Morsen met je mok.

Kijk maar: rijp
Tussen de baardstoppels al.

 

Vertaald door Lloyd Haft

 

Wallace Stevens (2 oktober – 1879 – 2 augustus 1955)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 30e september ook mijn blog van 30 september 2023 en ook mijn blog van 30 september 2020 en eveneens mijn blog van 30 september 2018 deel 1 en ook deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:43 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten