Johan Fabricius

Johan Fabricius (24 augustus 1899 – 21 juni 1981)
De Nederlandse schrijver Johan Johannes Fabricius werd op 24 augustus 1899 in Bandoeng in Nederlands-Indië geboren. Zie ook mijn blog van 24 augustus 2006.
Uit: De scheepsjongens van Bontekoe
“Luister, Peter Hajo,’ zei de schipper. ‘Als je moeder geen bezwaren heeft, meld je dan morgen bij schipper Blok in de Jeroensteeg en zeg hem dat je overmorgen met de Hoornse Zon meegaat naar Texel, waar de Nieuw-Hoorn op goede wind wacht.’
‘Jawel, schipper...!!’ Het klonk als een juichkreet. En met zijn roetknuisten veegde Hajo haastig over het gezicht, dat straalde van onmetelijk geluk... en blonk van tranenvocht.
‘Doe dat niet,’ raadde Bontekoe. ‘Je zult er helemaal als een Moriaan gaan uitzien.’
Hajo trok snel zijn vuisten weg. ‘Schipper ik zal altijd...’
‘Daar twijfel ik niet aan, Peter Hajo. Kwajongens zijn goed voor de wal; op een Oostinjevaarder hebben we mannen nodig. Als je moeder geen bezwaren maakt, sta je van morgen af op mijn monsterrol. Denk er om dat van de bemanning van de Nieuw-Hoorn geen kwaad woord gezegd mag kunnen worden, en dat in de grote mast een vlag wappert die we tegenover de hele wereld moeten hooghouden. Verstaan?’
‘Verstaan, schipper’... Verdikkoppe, dat kwam er kranig uit!
En toen een groot ogenblik: schipper Bontekoe, gezagvoerder van de Nieuw-Hoorn, stak de scheepsjongen Peter Hajo de hand toe. Hajo voelde het door al zijn leden trillen. De hand van zijn schipper!
Bij de voordeur, in de gang, wachtte hem de jongen die vanmiddag in zijn bijt had gevist. ‘Ik heet Rolf,’ zei die. ‘We moeten maar goeie vrienden worden, want aan boord is mijn oom niet mijn oom, maar de schipper, en ik scheepsjongen, dat snap je!’
‘Ben je dan niet nijdig op me?’ stamelde Hajo.
‘Nijdig??’ vroeg Rolf. En zijn gezicht stond ernstig als altijd toen hij er op liet volgen: ‘Dacht je dan dat ik er jou in had laten vissen als 't mijn bijt was geweest?”




















